Conceptverslag FKD 02.10.2025
Tekst van het document
Ze legt daarbij een verband met de bestuursopdracht rond Inclusie en Diversiteit en vraagt of hij die samenhang ook ziet. Lid WIJNANTS (VVD) antwoordt bevestigend. Lid LOCHTENBERG (CDA) bedankt de voorzitter en wethouder voor het openbaar maken van de Arbo-rapportage en noemt de conclusies zorgwekkend, momenteel zitten 2.000 ambtenaren ziek thuis en de verzuimkosten kunnen oplopen tot 250 miljoen euro. Hij verwijst naar een eerder toezegging van de wethouder over een plan van aanpak per directie en benadrukt dat de Arbo-rapportage pas na maanden bij de raad terechtkwam, ondanks herhaalde verzoeken. Hij stelt vragen over het tijdstip van ontvangst door de wethouder, de informatievoorziening aan alle 60 gemeentelijke directeuren en het bestuurlijk voorbeeldgedrag. Daarnaast wijst hij op de ambtelijke obesitas, te veel ambtenaren en leidinggevenden, te weinig eigen verantwoordelijkheid, wat leidt tot bureaucratische burn-out. Hij vraagt of de wethouder de sterke groei van het aantal ambtenaren als probleem ziet en dit als extra opgave voor Van Lieshout wil toevoegen. Tot slot wil hij duidelijkheid over de prioriteiten, doelen, budget en mogelijke gevolgen voor lopend onderzoek. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) wijst op een punt van orde, de brief over de heer Van Lieshout staat niet op de agenda.
Ze geeft aan er graag over te willen spreken, maar vindt dat dit eerst geagendeerd moet worden zodat het debat gestructureerd kan plaatsvinden.
33
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 2 oktober 2025
FKD
Lid LOCHTENBERG (CDA) licht toe dat zijn eerdere vragen retorisch waren. Zijn daadwerkelijke vraag aan de wethouder is of zij met een completer plan van aanpak kan komen met concrete doelstellingen richting de commissie AZ en FKD, zodat de inhoud van het debat centraal staat en niet een nog niet volledig uitgewerkte brief. Lid HAIJEN (SP) geeft aan dat het ziekteverzuim in Amsterdam veel te hoog is. Hij benadrukt dat er geen simpele oplossing is, oorzaken zijn veelzijdig en complex, variërend van privéomstandigheden tot gedrag van leidinggevenden en medische redenen. Desondanks constateert hij dat structureel zaken misgaan binnen de gemeente. Rapporten signaleren discriminatie, grensoverschrijdend gedrag en andere ernstige tekortkomingen. Hoewel de wethouder al erkent dat hieraan wordt gewerkt, vindt hij dat er te weinig aandacht is voor het investeren in menselijk kapitaal. Volgens hem leidt het goed zorgen voor medewerkers tot lager ziekteverzuim en meer werkplezier. Concrete stappen zoals het vaker aanbieden van vaste contracten ziet hij als essentieel om het sociale kapitaal te versterken. Daarnaast vraagt hij hoe directeuren vaker op de werkvloer kunnen meelopen om ideeën van medewerkers op te pikken. Tot slot waarschuwt hij voor de mogelijke inzet op minder ambtenaren in de toekomst.
Hij benadrukt dat het verlies van essentiële kennis en kunde door bezuinigingen of externe inhuur vermeden moet worden, en dat goed in kaart moet worden gebracht welke kennis cruciaal is voor de gemeentelijke organisatie. Lid NAMANE (PvdA) betreurt dat sommige leden veel stukken tegelijk bespreken, waardoor een goed debat lastig wordt. Ze benadrukt dat de gemeente de beste werkgever moet zijn die mogelijk is en complimenteert de wethouder met haar inzet om problemen op de werkvloer boven water te krijgen. Naast onderzoeken zijn ook veel acties ingezet, al is zichtbaar resultaat nog beperkt. Lid LOCHTENBERG (CDA) erkent dat acties zijn ingezet, maar verwijst naar de Arborapportage waarin staat dat veel problemen al een jaar geleden waren gesignaleerd en dat er toen nauwelijks opvolging is geweest. Pas na inmenging van de Arbeidsinspectie leek er enige actie te komen. Lid NAMANE (PvdA) geeft aan dat ze vindt dat er uiteindelijk gehandeld is met de beschikbare middelen. Ze benadrukt dat er de afgelopen jaren extra acties zijn ingezet, maar kan niet precies aangeven wat in eerdere jaren is ondernomen. Vervolgens gaat ze in op het ziekteverzuim en het welzijn van ambtenaren. Ze benadrukt dat dit nauw verbonden is met de sfeer op de werkvloer en de bijbehorende maatregelen. Ze vraagt de wethouder specifiek te reageren op de samenhang met de bestuursopdracht Inclusie en Diversiteit.
Ze merkt op dat afdelingen met hoog verzuim extra aandacht krijgen en wil weten waar de extra versterkte verzuimaanpak uit bestaat en of deze effectief is. Daarnaast vraagt ze hoe wordt voorkomen dat de werkdruk voor niet-uitvallende medewerkers leidt tot meer verzuim en uit het AT5-stuk blijkt dat uitvoerende experts zich onvoldoende betrokken voelen bij belangrijke besluiten. Ze vraagt de wethouder hierover organisatiebreed te reageren, niet alleen voor één afdeling. Lid LOCHTENBERG (CDA) vraagt ter verduidelijking of lid Namane zich bij haar vragen baseert op het AT5-stuk. Lid NAMANE (PvdA) licht toe dat bij de stukken van vandaag ook een artikel van AT5 is toegevoegd, dat vandaag besproken wordt. Ze benoemt frustratie over het structureel inzetten van uitzendkrachten en de lange inwerkperiode, en merkt op dat de raad regelmatig aangeeft dat uitzendwerk teruggedrongen moet worden. Ze ziet in het artikel een bevestiging dat er naar andere oplossingen moet worden gekeken wanneer structureel meer personeel nodig is vanwege hoog ziekteverzuim, bijvoorbeeld door tijdelijk extra mensen in dienst te nemen. Ze vraagt de wethouder hoe hierover wordt gedacht.
34
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 2 oktober 2025
FKD
Lid LOCHTENBERG (CDA) vraagt vervolgens waarom lid Namane het belangrijk vindt om vragen te baseren op een AT5-artikel. Lid NAMANE (PvdA) reageert dat er onder dit agendapunt ongeveer zes stukken staan en dat zij altijd alle stukken leest die bij een agendapunt horen. Als ze daar vragen over heeft, stelt ze die. Lid LOCHTENBERG (CDA) merkt op dat de informatie in het nieuws belangrijk genoeg is om vragen over te stellen aan de wethouder, maar dat dezelfde informatie eigenlijk al anderhalf jaar geleden beschikbaar had kunnen zijn. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) benadrukt dat ziekteverzuim een belangrijke thermometer is voor wat er leeft in een organisatie. Dat het verzuim hoog is bij de gemeente Amsterdam is daarom geen verrassing. Het rapport van Zorg van de Zaak noemt sociale veiligheid, discriminatie en racisme als belangrijkste oorzaken, wat pijnlijk maar niet nieuw is. Ook het feit dat rapporten opnieuw naar de pers lekken, wijst op een organisatiecultuur die niet op orde is. Ze waardeert dat de brief over Afval en Grondstoffen veel informatie bevat over de concrete aanpak van ziekteverzuim, maar vraagt zich af of deze aanpak organisatiebreed geldt en of directies met verschillende werkzaamheden ook een passende aanpak krijgen.
Daarnaast wil ze weten of er voor directies doelstellingen of streefcijfers bestaan, met de kanttekening dat een streefcijfer bij ziekteverzuim risico’s kan hebben. Tot slot vraagt ze hoe leidinggevenden worden aangestuurd en beoordeeld, vooral in termen van investeren in mensen en hun welzijn. Lid LOCHTENBERG (CDA) vraagt welke conclusie getrokken kan worden uit het feit dat rapporten naar de pers worden gelekt met betrekking tot de werkcultuur. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) antwoordt dat dit laat zien dat de organisatiecultuur onvoldoende vertrouwen in elkaar vertoont. Lid WIJNANTS (VVD) vraagt of volgens lid Van Pijpen het rapport ook actief met de raad had moeten worden gecommuniceerd, omdat in een brief staat dat dit kennelijk niet gebruikelijk is bij ambtelijke rapportages. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) geeft aan dat ze niet vindt dat het rapport actief met de raad gedeeld had hoeven te worden. Ze vindt dat er wel algemene informatie over ziekteverzuim kan worden gedeeld, bijvoorbeeld in rapportages van het college, maar dat individuele arbodienstrapportages niet noodzakelijk volledig beschikbaar hoeven te zijn voor de raad.
Lid WIJNANTS (VVD) merkt op dat het rapport veel zaken bevat die de raad anders niet had geweten, zoals hogere kosten dan eerder gecommuniceerd door de wethouder, en vraagt of lid Van Pijpen het ermee eens is dat dergelijke informatie niet voor de raad verborgen mag worden. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) bevestigt dat financiële informatie nooit van de raad mag worden weggestopt. Ze legt uit dat de cijfers in het rapport op verschillende manieren geïnterpreteerd en samengesteld kunnen worden, wat de relevantie ervan benadrukt. Ze wijst erop dat ziekteverzuim naast sociale ook aanzienlijke financiële gevolgen heeft voor de gemeente, bijvoorbeeld doordat vervanging nodig is bij hoge uitval, wat extra kosten en mogelijke daling van de dienstverlening met zich meebrengt. Ze ziet dit ook als verbonden aan de bredere aanpak van organisatieontwikkeling en stelt voor dit onderwerp binnenkort gezamenlijk te agenderen en te bespreken. Lid LOCHTENBERG (CDA) vraagt of de brief voldoende informatie biedt om een goed debat te voeren, of dat er aanvullende achtergrond nodig is, bijvoorbeeld over een plan van aanpak, doelstellingen en fasering.
35
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 2 oktober 2025
FKD
Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) reageert dat ze eigenlijk een technische sessie zou willen voorstellen, eventueel met de heer Van Lieshout, om meer informatie te krijgen. Ze laat open of dit beter voorafgaand aan de bespreking of erna kan plaatsvinden, omdat voor beide opties iets te zeggen valt. Lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt zich af of de wethouder de relatie ziet tussen het hoge ziekteverzuim en de cultuur binnen de organisatie. Ze vraagt hoe de wethouder de conclusies van het rapport Zorg van de Zaak interpreteert, waarin staat dat er nauwelijks inspanningen zijn om sociale veiligheid te verbeteren en om racisme en discriminatie op de werkvloer tegen te gaan, ondanks dat er sinds 2020 een bestuursopdracht loopt. Ze merkt op dat, hoewel er al plannen zijn gemaakt en uitgevoerd, het ziekteverzuim blijft stijgen en dat onduidelijk is wie verantwoordelijk is voor het uitvoeren van vervolgacties. Lid SCHMIT (D66) benadrukt dat het hoge ziekteverzuim een direct signaal is van de gezondheid van de organisatie en dat dit de dienstverlening, bijvoorbeeld bij Afval en Grondstoffen, direct beïnvloedt. Hij verwijst naar het rapport waarin staat dat leidinggevenden onvoldoende eigenaarschap nemen bij re-integratiegesprekken en inzetbaarheid van medewerkers, en dat er geïnvesteerd moet worden in leiderschap, training en begeleiding.
Hij waardeert de brief van de burgemeester, waarin prioriteiten, structuur, cultuur en leiderschap worden aangepakt, maar vraagt zich af waarom er niet eerder op deze signalen is gereageerd. Daarnaast merkt hij op dat het ziekteverzuim bij Afval en Grondstoffen hoog blijft, zelfs na eerdere interventies, en vraagt hij waarom eerdere maatregelen nog geen effect hebben gehad. Lid VAN BERKEL (JA21) uit zijn zorg over de situatie bij de afdeling Stadsreiniging. Hij wijst op het hoge ziekteverzuim en de werkdruk, terwijl de uitvoering van het werk achterblijft. Volgens AT5 en interne rapportages zit één op de tien ambtenaren ziek thuis, loopt de helft risico op burn-out, en ligt het ziekteverzuim bij de vuilnisdienst mogelijk boven de 16 procent. Hij vraagt de wethouder welke concrete maatregelen zij neemt om het ziekteverzuim terug te dringen, ongewenste omgangsvormen te bestrijden en voor vaste wijken van medewerkers te zorgen. Ook wil hij weten welke sancties gelden voor leidinggevenden die zich aan discriminatie schuldig maken. Daarnaast wijst hij op tegenstrijdigheden in de informatie: de wethouder noemt ziekteverzuimkosten van 141 miljoen euro, terwijl een ander rapport 218 miljoen euro aangeeft. Ook de uitleg dat uitzendkrachten alle ziektegevallen opvangen, klopt volgens medewerkers niet, waardoor straten soms wekenlang niet worden schoongemaakt.
Hij benadrukt dat dit leidt tot onzekerheid over de volledigheid van de informatie die de wethouder ontvangt en vraagt om opheldering over de verschillen in cijfers en realiteit. De VOORZITTER benadrukt dat het belangrijk is zich te beperken tot de geagendeerde stukken. Hoewel overlap en raakvlakken begrijpelijk zijn, vraagt zij om agendapunten en bijbehorende documenten te respecteren en de discussie daarop te focussen. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat het hoge ziekteverzuim een prioriteit is en dat er al een versterkte aanpak loopt, gericht op de meest urgente afdelingen. Ze benadrukt dat het plan van aanpak voorafgaand aan het zomerreces aan de raad is toegezegd en dat het geen toeval is dat de brief nu wordt besproken. De aanpak richt zich op zowel leidinggevenden als medewerkers, met oog voor andere werkmethodes en een meerjarige strategie. Ze legt uit dat de jaarrapportage van de arbodienst Zorg van de Zaak ambtelijk is en niet standaard met de raad gedeeld wordt, het doel is dat signalen sneller herkend en problemen tijdig aangepakt worden. De bevindingen van de rapportages bevestigen eerdere onderzoeken. Ze benadrukt dat veel medewerkers dagelijks met plezier werken, maar dat dit niet wegneemt dat de organisatie een grote opgave heeft om verzuim te verlagen en sociale veiligheid te verbeteren.
Tot slot meldt ze dat de lekken naar AT5 hebben plaatsgevonden voordat de rapportage met directies kon worden gedeeld, en dat er met P&O en de directies gewerkt wordt aan een plan van aanpak om maatregelen effectief en tegelijk binnen de organisatie te communiceren.
36
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 2 oktober 2025
FKD
Lid LOCHTENBERG (CDA) vraagt wanneer de wethouder de rapportage zelf heeft ontvangen. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat zij de rapportage mondeling heeft besproken voor het zomerreces, dat de schriftelijke rapportage op 10 september bij haar is ontvangen en op 11 september naar de directeuren is gestuurd. Lid LOCHTENBERG (CDA) merkt op dat hij andere informatie heeft ontvangen waaruit blijkt dat de directeuren de rapportage pas veel later zouden hebben ontvangen. Wethouder VAN BUREN bevestigt dat de mail met het plan van aanpak voor ziekteverzuim op 10 september naar alle 60 directeuren is gegaan. Lid WIJNANTS (VVD) vraagt zich af hoe het kan dat het rapport van Zorg van de Zaak, gedateerd 10 februari, zo lang niet is gedeeld. Wethouder VAN BUREN legt uit dat het rapport van 10 februari eerst intern bij de directie P&O is opgepakt en dat er al plannen van aanpak met verschillende directies, zoals Afval en Grondstoffen, waren voorbereid voordat het formeel naar de directeuren en wethouder is gegaan. Lid WIJNANTS (VVD) merkt op dat het nog steeds zeven maanden duurde voordat het rapport bij de top van de directie en de wethouder terechtkwam, wat volgens hem veel zegt over de interne signalerings- en communicatielijnen.
Wethouder VAN BUREN benadrukt dat het rapport van de arbodienst direct als onderlegger is gebruikt en dat P&O samen met de betreffende directies onmiddellijk aan de slag is gegaan met plannen van aanpak en overleg over duurzame inzetbaarheid. Lid WIJNANTS (VVD) reageert dat, hoewel er wel uitvoering plaatsvindt, het feit dat de conclusies zeven maanden zijn blijven liggen laat zien dat er te langzaam is gehandeld en dat directe aansturing nodig was gezien de hoge percentages verzuim en risicogroepen. Hij vraagt of de wethouder het daarmee eens is. Wethouder VAN BUREN is het hier niet mee eens en stelt dat de organisatie al langer actie onderneemt tegen oplopend ziekteverzuim, dat de rapportage slechts een onderlegger is en dat eerdere stappen, zoals bestuursopdrachten en organisatieontwikkeling, al voor het reces zijn ingezet. Lid LOCHTENBERG (CDA) reageert dat het toch zorgelijk is dat de rapportage zeven maanden bleef liggen voordat deze gedeeld werd met directeuren, waardoor tijdige feedback en acties werden vertraagd. Hij koppelt dit aan het eerdergenoemde wantrouwen in de organisatie en vraagt hoe de wethouder reflecteert op de voorbeeldfunctie van het college.
Wethouder VAN BUREN benadrukt dat er juist snel is gehandeld met een versterkte aanpak om ziekteverzuim te verlagen, dat er een plan van aanpak is gemaakt en dat de rapportage wel met de relevante directies is gedeeld, inclusief handvatten voor actie, met speciale aandacht voor Afval en Grondstoffen en stadsreiniging. Lid LOCHTENBERG (CDA) vraagt waarom hij vlak voor het zomerreces de rapportage niet direct heeft ontvangen, terwijl de wethouder er toen mondeling al van op de hoogte was, ondanks dat hij daar vragen over had gesteld. Wethouder VAN BUREN legt uit dat de rapportage aanvankelijk niet met de raad gedeeld kon worden omdat deze eerst ambtelijk verwerkt moest worden. Pas nadat de rapportage gelekt was, kon deze gedeeld worden. Ze benadrukt dat ze het zorgvuldig, intern
37
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 2 oktober 2025
FKD
wilde afhandelen en dat overige rapportages op verzoek alsnog worden toegestuurd. Lid LOCHTENBERG (CDA) geeft aan begrip te hebben gehad voor deze werkwijze, maar vindt het kwalijk dat hij de rapportage na de vakantie alsnog niet heeft ontvangen, ondanks toezeggingen. Wethouder VAN BUREN licht toe dat de verschillen in de verzuimkosten voortkomen uit verschillende berekeningsmethodes. De arbodienst berekent de totale kosten door het aantal verzuimdagen te vermenigvuldigen met 350 euro, wat leidt tot een bedrag van 218,5 miljoen euro. Bij de beantwoording van schriftelijke vragen is echter alleen gekeken naar de directe loonkosten over 2024, wat uitkomt op 141,5 miljoen euro. Zij benadrukt dat een 0 procent verzuim onmogelijk is en dat de kosten altijd aanwezig blijven, ook als het verzuimpercentage daalt. Ter vergelijking noemt zij dat het gemiddelde verzuim bij gemeenten in 2024 6,7 procent bedroeg, wat volgens de berekening van de arbodienst neerkomt op 170 miljoen euro, terwijl de directe loonkostenberekening 115 miljoen euro oplevert. Ze benadrukt dat deze cijfers indicatief zijn vanwege de complexiteit van de organisatie en dat exacte berekeningen per individu of afdeling moeilijk te maken zijn. Lid WIJNANTS (VVD) vraagt waarom in de beantwoording van de schriftelijke vragen van het CDA wordt aangegeven dat de werkelijke exacte kosten van het ziekteverzuim lager zijn.
Wethouder VAN BUREN legt uit dat de vragen zijn beantwoord op basis van de manier waarop de gemeente de kosten berekent en rekening houdt met bepaalde factoren. Ze geeft aan dat het verzuimpercentage wordt berekend als een percentage van de totale loonsom van de organisatie, terwijl het ziekteverzuim in de uitvoerende onderdelen hoger ligt. Lid WIJNANTS (VVD) merkt op dat de gemeente bij de beantwoording van de vragen van het CDA alleen uitgaat van de loonkosten bij de berekening van de verzuimkosten. Hij vindt dit een te lage inschatting, omdat veel indirecte kosten, zoals vervanging of de rekening van Zorg van de Zaak, niet zijn meegenomen. Volgens hem is dit belangrijk voor de raad, zowel als sturingsmechanisme als voor de vergelijkbaarheid. Hij vraagt waarom de wethouder kiest voor deze relatief lage inschatting van de verzuimkosten. Wethouder VAN BUREN reageert dat de exacte kosten door diverse factoren worden bepaald. Ze legt uit dat bij ziekte niet altijd extern personeel wordt ingehuurd, vaak wordt het werk opgevangen door andere medewerkers. Berekeningen zijn daarom complex. De arbodienst hanteert een standaardtarief en de gemeente gebruikt die berekening als leidraad, terwijl de daadwerkelijke situatie soms afwijkt. Lid WIJNANTS (VVD) geeft aan dat hij meer inzicht wil in de berekening van de verzuimkosten.
Hij benadrukt dat sturen op alleen de loonkosten een te lage, conservatieve inschatting is, omdat er altijd extra kosten zijn, zoals vervanging of indirecte kosten. Hoewel het moeilijk exact te bepalen is door individuele variabelen, pleit hij ervoor dat de gemeente, en de wethouder in het bijzonder, een nauwkeuriger beeld moet hebben dan de 141 miljoen euro die enkel op loonkosten is gebaseerd, wat hij als een te luie berekening bestempelt. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat zij het niet eens is met de stelling dat de verzuimkosten veel hoger zouden zijn dan de berekening van 141 miljoen euro. Ze legt uit dat niet altijd het volledige loon wordt doorbetaald bij ziekte en dat het gemiddelde verzuim is berekend over alle loonschalen, waarbij hogere loonschalen vaak een lager verzuim hebben maar wel hogere kosten met zich meebrengen. Vervolgens gaat ze in op de extra aanpak van verzuim, dit omvat strakkere sturing op verzuimbegeleiding, versterking van de begeleiding van leidinggevenden, extra capaciteit en gerichte opleidingen om ziekteverzuim te voorkomen, betere communicatie en informatievoorziening, en programma’s zoals Amsterdam Vitaal om bijvoorbeeld schulden te voorkomen die ziekmakend kunnen zijn. Ze benadrukt dat de voortgang periodiek wordt besproken binnen diverse gremia,
38
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 2 oktober 2025
FKD
waaronder het gemeentelijk managementteam en directieteams. Specifiek voor directies met hoog verzuim wordt extra aandacht gegeven. Ook wordt er ingezet op het beheersen van werkdruk, zodat medewerkers die niet ziek zijn niet overbelast raken. Een belangrijk onderdeel is het stimuleren van open gesprekken tussen leidinggevenden en medewerkers, zodat werkdruk bespreekbaar wordt en gerichte oplossingen kunnen worden gezocht. Medewerkersonderzoeken worden gebruikt om werkdruk en welzijn te meten en om concrete verbeteracties te formuleren binnen directies en afdelingen. Daarnaast licht ze toe dat de modernisering en organisatieverandering van de gemeente een zorgvuldige balans vergt tussen doorlopende programma’s en nieuwe initiatieven. Ze benadrukt dat het succes van de verzuimaanpak niet alleen bij de afdeling P&O of bedrijfsvoering ligt, maar de volledige ambtelijke organisatie en het college betreft, waarbij bewuste keuzes en samenwerking noodzakelijk zijn. Lid LOCHTENBERG (CDA) vraagt of de heer Van Lieshout zich zal uitspreken over hoe de raad of het college moet functioneren en of dat binnen de scope van zijn opdracht valt. Wethouder VAN BUREN reageert dat zij hier nu geen inhoudelijk antwoord op geeft, omdat dit onderwerp al geagendeerd staat voor de volgende commissie Algemene Zaken, waar zij ook bij aanwezig zal zijn en waar verdere vragen gesteld kunnen worden.
Ze gaat vervolgens in op de relatie tussen het inhuren van externen en uitzendkrachten, bij extra personeel nodig wordt eerst gekeken of bestaande medewerkers van de gemeente kunnen invallen. Wanneer dat niet mogelijk is, worden externen ingezet, bijvoorbeeld bij onverwachte ziektepieken, om het werk door te laten gaan. Zodra de zieke medewerker terugkeert, stopt de inzet van de uitzendkracht. Ze benadrukt dat het aannemen van extra personeel voor deze situaties tot hoge kosten zou leiden, omdat dit structureel te veel mensen in dienst zou betekenen. Lid NAMANE (PvdA) verduidelijkt dat ze begrijpt dat bij kortdurend verzuim geen tijdelijk contract wordt aangeboden. Haar punt gaat echter meer over langdurig verzuim. Ze stelt dat wanneer op een afdeling structureel veel medewerkers ziek zijn het wellicht zinvol is om tijdelijk of zelfs vaste contracten aan te bieden om dit op te vangen. Wethouder VAN BUREN legt uit dat bij langdurig verzuim, zoals ziekte of zwangerschapsverlof, tijdelijke contracten kunnen worden ingezet zodat iemand geen uitzendkracht of ingehuurde kracht is. Dit biedt de mogelijkheid dat medewerkers later kunnen doorstromen naar andere functies binnen de gemeente, wat hen kansen biedt op vaste posities. Ondanks deze mogelijkheden blijft het nodig om uitzendkrachten in te zetten bij piek- en ziektemomenten.
Ze licht verder toe dat er diverse programma’s en maatregelen zijn om medewerkers te ondersteunen en inzetbaar te houden, zoals het Amsterdam Fit-programma en het stedelijk programma Duurzame Inzetbaarheid, dat in januari 2024 van start ging. Deze initiatieven richten zich op vitaliteit, persoonlijke ontwikkeling, werk-privébalans en maatwerk voor medewerkers met fysieke klachten, zodat zij elders binnen de organisatie inzetbaar blijven. Ook worden HRadviesgesprekken en workshops aangeboden om werkdruk en welzijn te monitoren en te verbeteren. Ze benadrukt dat vaste medewerkers prioriteit krijgen bij invulling van vacatures, en dat flexibele inzet van eigen medewerkers zoveel mogelijk wordt benut. Tegelijkertijd vraagt een grote organisatie soms om extra flexibiliteit met externe of tijdelijke krachten. Per directie en afdeling wordt maatwerk geleverd in de aanpak van ziekteverzuim, ondersteund door de afdeling P&O, met extra aandacht voor directies met hoog verzuim, zoals Afval en Grondstoffen. Ze gaat in op de financiële en juridische risico’s van ziekteverzuim, doorbetaling van loon, productieverlies, vervangingskosten, re-integratiekosten, naleving van de Wet verbetering poortwachter en mogelijke arbeidsrechtelijke procedures.
Ook legt ze uit dat de vergelijking van het ziekteverzuim bij Afval en Grondstoffen met andere G4-steden lastig is, omdat de organisatiestructuren verschillen, waardoor een exacte vergelijking niet één-op-één kan worden gemaakt.
39
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 2 oktober 2025
FKD
Lid SCHMIT (D66) merkt op dat Amsterdam volgens zijn berekening gemiddeld 20 à 30 procent meer ziekteverzuim kent dan andere steden. Wethouder VAN BUREN nuanceert dit, omdat het verschil bij het algemene ziekteverzuim kleiner is en ook andere G4-steden een stijging laten zien. Ze benadrukt dat het ziekteverzuim in Amsterdam te hoog blijft en omlaag moet, maar dat een exacte vergelijking lastig is doordat sommige diensten, zoals schoonmaak en afvalinzameling, in Amsterdam volledig in eigen beheer zijn, terwijl andere steden dit anders hebben georganiseerd. Ze verwijst verder naar eerdere beantwoording in commissies over het ziekteverzuim bij Afval en Grondstoffen en de kosten en maatregelen die daarvoor worden genomen. Lid VAN BERKEL (JA21) geeft aan dat zijn vragen nog niet beantwoord zijn, omdat hij niet aanwezig was bij de betreffende commissie. Hij wil weten of er inmiddels duidelijkheid is over de situatie bij Stadsreiniging, werken medewerkers daar in een vaste wijk en wordt één-op-één vervanging door externen geregeld, zoals de wethouder eerder had toegelicht. Wethouder VAN BUREN licht toe dat in de commissie DC uitgebreid is gesproken over de situatie bij Stadsreiniging. Ze geeft aan dat er gewerkt wordt aan nieuwe roosters voor volgend jaar, waarbij medewerkers zoveel mogelijk in hun eigen wijk zullen werken.
Dit volgt ook uit evaluaties met medewerkers om te luisteren naar verbeterpunten. Bij uitzonderlijke omstandigheden, zoals evenementen of weekenden, kan het nodig zijn dat medewerkers in andere wijken werken. Voor Afval en Grondstoffen geldt een vergelijkbare aanpak, die medio volgend jaar volledig zal zijn ingevoerd om vaste routes te behouden. Voor één-op-één vervanging bij ziekte geldt dat eerst eigen medewerkers worden ingezet, lukt dat niet, dan wordt extern personeel ingehuurd om de dienstverlening aan de Amsterdammers te waarborgen. Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt door over de eerdere verklaring van de wethouder dat het ophalen van afval geen invloed had op het ziekteverzuim bij Stadsreiniging. Hij wijst erop dat medewerkers melden dat tekorten en soms wekenlange niet gereinigde straten wel degelijk meespeelden. Wethouder VAN BUREN reageert dat het niet ophalen van afval volgens haar geen oorzaak is van ziekteverzuim. Ze erkent wel dat het fysiek zwaar en frustrerend werk kan zijn, en dat er incidenteel problemen kunnen ontstaan doordat uitzendkrachten een wijk niet goed kennen. Dit benadrukt juist de meerwaarde van vaste medewerkers in vaste wijken. Ze stelt dat er in principe altijd voldoende personeel op straat is om de werkzaamheden uit te voeren.
Lid SCHMIT (D66) vraagt waarom het zo lang heeft geduurd voordat er werd ingegrepen bij de hoge ziekteverzuimcijfers, ondanks eerdere signalen over afwijkingen en de noodzaak van maatregelen op het gebied van leiderschap en organisatie. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat er al langere tijd aandacht is voor leiderschap binnen haar portefeuilles, met name op het gebied van bedrijfsvoering. Naar aanleiding van eerdere onderzoeken zijn al diverse stappen gezet. Ze benadrukt dat er zeker niet niets is gebeurd, maar dat er nu extra aandacht nodig is en dat het nieuwe plan van aanpak een vervolg is op de eerdere maatregelen. Lid LOCHTENBERG (CDA) merkt op dat de jaarrapportage veel losmaakt in de raad, wat terecht is, omdat deze inzicht geeft in oorzaken van problemen en gevolgen voor de uitvoering van opdrachten. Hij vraagt zich af of de raad ook de jaarrapportages van de interne en externe vertrouwenspersonen en van het Bureau Integriteit kan inzien, zoals genoemd door de Arbeidsinspectie. Hij heeft deze rapportages opgevraagd via de griffie, maar merkt weerstand. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat deze rapportages onder de verantwoordelijkheid van de burgemeester vallen. Ze benadrukt dat het belangrijk is te kijken naar de specifieke informatiebehoefte en dat ze voorzichtig wil omgaan met het delen van dergelijke rapportages,
40
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 2 oktober 2025
FKD
omdat openbaarmaking via sociale media, problemen kan veroorzaken. Ze zal hierover overleggen met het college en de griffie, maar kan niet persoonlijk over deze rapportages beslissen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende besproken is. SLUITING De VOORZITTER sluit de vergadering.
41