Conceptverslag DC 08.12.2022
Tekst van het document
Het lid KREUGER herhaalt dat windturbines op land minder efficiënt draaien. Je hebt het dan over 25 of 30% effectiviteit. Hij vraagt hoever dat percentage nog terugvalt met toepassing van mitigerende maatregelen. Hoeveel uur staan de molens dan stil? Wethouder PELS antwoordt dat wat betreft de Noorder IJplas de initiatiefnemers daarover het een en ander gezegd hebben in hun brief over het voorkeursalternatief. Zij zijn bereid meer stilstand te aanvaarden, ook al lijdt de businesscase er voor hen onder. Er is een verzoek gekomen van GroenLinks, daarbij gesteund door D66, om een overzicht te maken van de mitigerende maatregelen en dat voor te leggen aan de commissie. Zij stelt voor om daarbij de mogelijke bedrijfseconomische effecten voor een businesscase mee te nemen. Het is steeds maatwerk per locatie. Het lid KREUGER hoorde de wethouder spreken over een paar uur stilstand. Hij verwachtte daarom dat zij concreet het antwoord zou weten.
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept Raadscommissieverslag, 08-12-2022
Wethouder PELS verwijst daarvoor naar de brief van de initiatiefnemers zelf. Zij zal die brief toesturen. Het lid KREUGER concludeert hieruit dat de wethouder toegeeft dat de businesscase minder goed wordt als er mitigerende maatregelen worden genomen. Wethouder PELS ziet het probleem niet. De heer Kreuger heeft het over een enorm effect op de businesscase. Een groot voordeel van de samenwerking met coöperaties is dat die de overlast willen beperken, zelfs tot onder de aangegeven norm. Ze aanvaarden de verminderde opbrengst in de businesscase. Het lid NIJSSEN wordt nieuwsgierig als hij hoort dat buurgemeenten de windmolens niet willen. Zaanstad wil het evenmin. Waar gaan de gesprekken dan nog over? Wethouder PELS antwoordt dat het gesprek bevorderd wordt door een open houding van het gemeentebestuur. Oostzaan wil ook geen windmolens op het eigen grondgebied. De gemeente Landsmeer heeft nooit meegedaan aan de RES uit angst een windmolen te krijgen. Daarover moet een open gesprek gevoerd worden. Amsterdam wil ook niet dat er door de windmolens op Amsterdams grondgebied onevenredige effecten optreden in de buurgemeenten. Er is recent een bijeenkomst geweest met alle noordelijke buurgemeenten, met daarbij ook de provincie.
Geconstateerd kon worden dat ondanks politieke meningsverschillen over de wenselijkheid van windmolens, toch een goed gesprek kon worden gevoerd over het proces en de communicatie onderling. Besloten is gezamenlijk een technische sessie te organiseren over de Noorder IJplas en het voorkeursalternatief, nadat het besluit daarover is genomen. Alle raden worden op die manier gelijktijdig en op dezelfde wijze technisch geïnformeerd. Het lid NIJSSEN begrijpt dat het gesprek ondanks meningsverschillen gevoerd wordt. Maar is de harde waarheid niet dat na een besluit van het Amsterdamse college om de windmolens daar neer te zetten, Zaanstad, Landsmeer en Oostzaan kunnen klagen wat ze willen? Amsterdam doet het gewoon. Wethouder PELS weerspreekt dat. Anders zou zij ook niet moeite doen om die gesprekken aan te gaan. Als je de coalitieakkoorden van de verschillende gemeenten naast elkaar legt, zie je dat er verschillen zijn. Toch moet je ook goed omgaan met je buurgemeenten en zorgen dat het proces goed loopt. De zorgen die leven onder Amsterdamse inwoners en onder de bestuurders van buurgemeenten kan je proberen weg te nemen. Als Zaanstad bang is dat de windturbines effect zullen hebben op de woningbouwambities van die gemeente, dan kan je daar gezamenlijk naar kijken. Als het effect inderdaad groot is, moet daarover het gesprek aangegaan worden.
Amsterdam moet dan afwegen wat het daarmee gaat doen. Het lid NIJSSEN merkt op dat het genoemde onderzoek naar mogelijke effecten van windturbines in Noord op hun woningbouwambities al gestart is. Hij vraagt van de wethouder een update in januari of februari over een mogelijke uitslag van dat onderzoek. Hij zou bijvoorbeeld graag tijdig horen of er duizend woningen minder gebouwd kunnen worden in de Achtersluispolder van Zaanstad door de windturbines van Amsterdam, zodat daarover in de raad gesproken kan worden. Wethouder PELS antwoordt dat het onderzoek eind januari of februari verwacht mag worden. Zij zal de commissie dan daarover informeren. Het lid GARMY vraagt of hij het goed begrijpt. Als er een zoekgebied is dat voldoet aan de criteria en men er een windmolen wil plaatsen, zal dat ook doorgaan als de bewoners tegen zijn. Ze worden dan wel meegenomen in het proces van hoe het gaat gebeuren. En denkt de wethouder dat het nu duidelijk is voor alle inwoners van
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept Raadscommissieverslag, 08-12-2022
Amsterdam. Of moet duidelijker gemaakt worden dat het meer om ‘hoe’ gaat dan over het al dan niet plaatsen van windmolens? Wethouder PELS antwoordt dat de windmolens er zullen komen als binnen een zoekgebied voldaan wordt aan de harde voorwaarden en windmolens geplaatst kunnen worden zonder onaanvaardbare schade aan gezondheid of natuur. Zij is daarover tot nu toe heel eerlijk geweest tegenover de bewoners die zij gesproken heeft. Tegelijkertijd is het inderdaad heel belangrijk om de bewoners te betrekken bij het ‘hoe’. Het maakt wel degelijk uit hoe de windmolens geplaatst worden. Haar inzet is om alle windmolens die geplaatst worden in coöperatieve handen te ontwikkelen. Het lid GARMY merkt dat er onder veel inwoners van Amsterdam twijfel bestaat. Ze weten niet of de windmolens er komen en of ze daar nog invloed op hebben. Misschien moet nog duidelijker gecommuniceerd worden dat ze er gewoon komen. Wethouder PELS antwoordt dat zij dat zal doen. Omdat er nog steeds onderzoek gedaan wordt, kan het zijn dat er nog zoekgebieden afvallen vanwege de harde voorwaarden of de onaanvaardbare schade. Zij zal in ieder geval nog kijken naar de communicatie naar de inwoners. Het lid KREUGER wijst erop dat het college in het verleden ook altijd groot belang hechtte aan het draagvlak.
De resultaten van het draagvlakonderzoek werden gebruikt als argument om de windturbines te bouwen, terwijl er echt wel iets aan te merken was op dat draagvlakonderzoek. Wethouder PELS antwoordt dat er in Amsterdam draagvlak is voor windturbines. Dat blijkt uit gedane onderzoeken en uit de verkiezingsuitslag. Zijzelf heeft te maken met een opdracht uit het coalitieakkoord. Uit onderzoeken in Nederland blijkt verder dat het draagvlak toeneemt als de plaatsing zorgvuldig is gebeurd. Dat kan door een goede participatie over het ‘hoe’. Het lid KREUGER merkt op dat men in het kader van draagvlak vaak refereert aan lokale initiatieven en coöperaties. Hij heeft eens gekeken in de KVK bij ‘Windenergie Cornelis Douwesterrein’. Dat blijkt een BV te zijn uit Heemskerk. In hoeverre is het dus verankerd in de buurt? Kan je de financiële participatie meenemen als echt draagvlak in de buurt? Dit bedrijf zit helemaal niet op die plek. Wethouder PELS antwoordt dat een coöperatie vele vormen kan hebben, bijvoorbeeld een BV, een NV of stichting. Vaak zie je dat men een BV opricht om de risico’s goed te kunnen vastleggen. Zij is bereid om de coöperaties uit te nodigen zodat zij dit alles kunnen komen toelichten. Het lid KREUGER blijft erbij dat het misleidend is om te doen alsof dit lokale initiatieven zijn. Er zijn ook allemaal insprekers geweest.
Alle voorstanders van windturbines woonden zelf niet in het zoekgebied waar ze een windturbine wilden. Misschien moet dat ‘lokale initiatieven’ geschrapt worden uit de stukken. Wethouder PELS beschouwt ‘lokale initiatieven’ als Amsterdamse initiatieven, wat ze allemaal zijn. Zij is heel dankbaar voor de inzet van de coöperaties om het mogelijk te maken. Het college wil eisen stellen over financiële participatie in het Programma Windenergie Amsterdam. Daarover is men in gesprek met deze initiatiefnemers. Het lid BOBELDIJK ziet een mogelijke parallel met Groningen, waar mensen boven een gasbel wonen die heel veel geld waard is, zonder dat het geld bij hen terechtkwam. Wel ontstonden er scheuren in hun huizen. Datzelfde gebeurt straks bij de mensen die bij de windmolens wonen. Ze zullen de lasten hebben, maar niet de lusten. De coöperaties zouden een oplossing kunnen zijn, maar dan moeten die coöperaties wel
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept Raadscommissieverslag, 08-12-2022
winst geven voor de direct omwonenden en niet voor mensen die er niet wonen en geen last van de windturbines hebben. Kan dat zo georganiseerd worden? Wethouder PELS is dat met de heer Bobeldijk eens. Daarbij denkt ze dan niet alleen aan eventuele overlast. Mensen hebben nu gigantische energierekeningen. Geprobeerd zal worden ook mensen die niet het vermogen hebben om te investeren in een windmolen, mee te laten doen. Het lid NIJSSEN vraagt naar het tijdpad voor de vergunningsaanvraag voor de voorkeursvariant. Wethouder PELS antwoordt dat het nog een halfjaar kan duren voor een vergunning verstrekt kan worden. Eerst is er een afspraak van Amsterdam met de buurgemeenten. Daarna zal B. en W. met een standpunt komen over het voorkeursalternatief in de adviesaanvraag. Dat standpunt gaat dan naar de provincie. Naar verwachting kan dat begin januari zijn beslag krijgen. Zij zal de commissie daarvan dan op de hoogte stellen. Het lid NIJSSEN vraagt hoe zich dat verhoudt met het onderzoek naar de effecten op de woningbouw in Zaanstad, dat eind januari of begin februari verwacht wordt. Gaat de aanvraag al naar de provincie voor dat onderzoek gereed is? Wethouder PELS antwoordt dat er in februari nog een bestuurlijk overleg met de buurgemeenten plaatsvindt. Dan kan het onderzoek besproken worden. Daarna gaat de vergunningsaanvraag naar de provincie.
Het lid NIJSSEN vraagt of er nog een moment komt om het in de commissie te bespreken. Wethouder PELS antwoordt dat er over het advies in de commissie gesproken kan worden. Dat zou begin januari kunnen. Eventueel kan daarna nog over het onderzoek gesproken worden. Het is in ieder geval een langdurig proces. De raad kan via een motie nog vragen om tot een ander advies te komen, als het onderzoek gereed is. Het lid NIJSSEN vraagt hoe het staat met de toezegging van de vorige wethouder om de inzet te maximeren in de haven. Hoe staat het daarmee? Wethouder PELS antwoordt dat een van de leden van de SARA bij een inspraakmoment in de stadsdeelcommissie een feitelijk onjuist beeld geschetst heeft. Daarover zal nog een gesprek worden gevoerd met de betrokkene. De ambitie staat nog steeds als een paal boven water: de haven is het eerste en voornaamste zoekgebied. Het lid BOBELDIJK herinnert aan de inspreker die het had over de hoofdgroenstructuur en de uitzondering die gemaakt werd voor de zoekgebieden. Is het waar dat er op veel plekken in de hoofdgroenstructuur windmolens kunnen komen? Wethouder PELS antwoordt dat dit met de TAC inderdaad besproken is. Zoekgebieden zijn genoemd in die zin omdat je nog niet precies weet waar de windmolens gaan komen. Het is echter niet de bedoeling dat op andere manieren dan door een windmolen in de hoofdgroenstructuur verstoring plaats kan vinden.
Het lid BOBELDIJK vraagt wat de wethouder bedoelt. Mag de natuur alleen door een windmolen verstoord worden, en niet door iets anders? Wethouder PELS antwoordt dat in het coalitieakkoord staat dat er geen onaanvaardbare schade mag optreden voor de natuur. De provincie zit daar ook bovenop. Het is niet de bedoeling dat het benoemen van een zoekgebied leidt tot andere vormen van verstoring, niet gerelateerd aan het plaatsen van een windmolen.
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept Raadscommissieverslag, 08-12-2022
Het lid BOBELDIJK begrijpt dat windmolens toch wel in de hoofdgroenstructuur geplaatst mogen worden, als het voldoet aan de voorwaarden. Hij vraagt welke voorwaarden dan gesteld gaan worden. Wethouder PELS antwoordt dat de commissie daarover geïnformeerd zal worden bij het Programma Windenergie Amsterdam en de PlanMER. De provincie is er heel streng op. Er is een salderingsregel. Alle verstoring moet op een andere manier gecompenseerd worden. Het lid KOYUNCU vraagt of er bij de Noorder IJplas een tien jaar oude MER is gebruikt. Wethouder PELS bevestigt dat. Maar in de tussentijd zijn alle nieuwe onderzoeken betrokken. Er wordt nu aan de hand van een ProjectMER gewerkt met alle nieuwe inzichten. Het lid KROM voorziet veel schade door het plaatsen zelf van de windmolens. Wordt die schade betrokken bij het onderzoek naar de ‘onaanvaardbare schade’? Wethouder PELS bevestigt dat. Het lid KROM vraagt of er serieus gekeken is naar de optie van wind op zee. Wethouder PELS antwoordt dat het Rijk daar heel serieus naar kijkt. Amsterdam gaat daar verder niet over, hoewel de gemeente de ontwikkelingen uiteraard op de voet volgt vanwege de effecten voor het Noordzeekanaalgebied. Het lid KROM vraagt of het college daarbij niet kan aansluiten, in plaats van al die windmolens op Amsterdams grondgebied. Wethouder PELS antwoordt dat het gezien de komende klimaatramp echt en-en is.
Het Rijk maximaliseert op zee de mogelijkheden die er zijn, rekening houdende met de natuur. Je moet het hebben van wind op zee, wind op land, de zon en andere vormen van duurzame warmte. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 11.16 uur.
21