Concept Visie Diemerpark – inspraak versie.pdf
Tekst van het document
48
beschildering op putten, bron: eigen foto
Kunstwerk "De ontmoeting", bron: amsterdam.kunstwacht.nl
3.7
Beheer en onderhoud
Het beheer en onderhoud in het Diemerpark is een complexe taak: • Bewaking en onderhoud (‘eeuwigdurende nazorg’) van de isolatie vereist algemene toegankelijkheid en stelt harde randvoorwaarden; • De rijke flora en fauna vraagt om extensief beheer, met minimale verstoring van leefgebieden met in acht name van verwijderen van ongewenste bomen, die intensief beheer vragen • Sport, spel, recreatie en doorgaande fiets- en struinpaden worden niet goed onderhouden en vragen juist om intensief beheer, zeker omdat zij vaak te maken hebben met een instabiele ondergrond. Momenteel wordt het park door meerdere partijen beheerd, waardoor het overzicht soms zoek is en aansturing en afstemming onvoldoende is of ontbreekt. Ecologisch beheer is onvoldoende afgestemd op de bijzondere kenmerken van het Diemerpark. Meubilair en bebording krijgen te weinig aandacht. Om het gebied in optimale conditie te houden, voor alle vormen van gebruik, is een herijking van de beheeropgave gewenst. Dat geldt ook voor het onderhoudsniveau van de maaiveldinrichting.
49
Meubilair Het meubilair, de bebording en andere objecten zijn 20 jaar geleden in onderlinge samenhang ontworpen en met zorg gekozen. Zij hebben een duidelijke huisstijl die erop is gericht om zoveel mogelijk in het landschap op te gaan. Door de jaren heen zijn ze echter versleten of verdwenen, kapotte informatieborden werden niet vervangen en de inrichting kreeg daardoor een rommelige uitstraling. Verlichting Vanwege het landschappelijke karakter en de hoge ecologische waarde werd indertijd de keuze gemaakt om de paden niet te verlichten. Die keuze past nog steeds bij het huidig stedelijk beleid om parken zoveel mogelijk te vrijwaren van strooilicht.
versleten objecten in het Diemerpark, bron: eigen foto
50
Visie
51
4. Visie Diemerpark De bijzondere historie van het Diemerpark, met name als voormalige zeedijk en vuilstort waar de natuur ongestoord zijn gang kon gaan, verleent een unieke identiteit aan het park. Een identiteit waarin de turbulente geschiedenis nog steeds wordt weerspiegeld in het ongewone landschap. Een landschapspark met uitzonderlijke natuurwaarde. Vanuit die identiteit zijn drie hoofdthema’s geformuleerd die centraal staan in deze visie.
4.1
52
Identiteit
De bijzondere locatie en soms bizarre ontstaansgeschiedenis heeft ervoor gezorgd dat het Diemerpark niet met andere stadsparken kan worden vergeleken en een unieke betekenis heeft gekregen voor deze regio. Die ontstaansgeschiedenis zien we nog altijd weerspiegeld in het landschap. Wie goed kijkt ziet nog steeds de ligging van de cultuurhistorische zeedijk, de Akkerswade als relict van een dijkdoorbraak, de voormalige vuilstort die als een waterhoofd tegen de dijk aan ligt, en de Batterij als archeologisch overblijfsel van de Stelling van Amsterdam. De voormalige vuilstort blijft voor altijd bepalend voor de identiteit van het Diemerpark. De glooiingen volgen de hoogteverschillen van de toenmalige vuilstort. En de unieke vegetatie van de verlaten vuilstort werd een inspiratie voor de herinrichting na sanering. Het landschapsontwerp schiep een ruige daktuin op de ‘omgekeerde schoenendoos’ van de bodemsanering. Geen klassiek ingericht stadspark dus, maar een stoere natuurspeeltuin voor volwassenen en kinderen. De natuur die zich op de destijds verlaten plek heeft ontwikkeld, en later een doorstart maakte op het gesaneerde terrein, heeft zich ontwikkeld met een rijke flora en fauna. Na de bodemsanering vond het oorspronkelijke parkontwerp een mooie balans tussen die rust voor de natuur en de wensen van bezoekers.
Sindsdien wordt het Diemerpark zeer gewaardeerd door IJburgers en andere gebruikers die er graag komen wandelen, sporten en anderszins recreëren. Zoals eerdere hoofdstukken al beargumenteerden vraagt het Diemerpark om een nieuwe impuls om de inrichting en het beheer te verbeteren en
het park voor te bereiden op de verstedelijking in omringende gebieden. Dat biedt meteen kansen om cultuurhistorische overblijfselen als de dijk en de Batterij sterker te benadrukken en verschillende zones in het park beter aan elkaar te koppelen. Onder die vernieuwingen blijven natuur en biodiversiteit de belangrijkste pijlers, maar dit betekent niet dat er helemaal geen programma kan worden toegevoegd aan het park. Het is mogelijk om een aanpak te ontwikkelen die niet ten koste gaat van biodiversiteit en identiteit, maar wel duurzaam voorsorteert op de toenemende recreatiedruk in de kop van de Diemerscheg.
8.2 landschap als fundament
Landschap als fundament
4.2
Verbonden en toegankelijk
Een visie met drie thema’s
Binnen de nieuwe visie is gekozen voor een drietal thema's die van belang zijn. Landschap is het fundament van dit unieke park en vormt de basis om op voort te borduren. Het park op de voormalig vuilstort is één van de vier landschappelijke structuren (zie ook 3.1) die samen het dijklandschap vormen. Aansluitend is de verbondenheid en toegankelijkheid van het park een centraal thema. Het Diemerpark is immers een geliefd onderdeel van een langzaam verkeernetwerk (ook recreatief) en fungeert als schakelpunt tussen stedelijke en regionale routes. Binnen de kop van de Diemerscheg is het park een waardevol natuurlijk overgangsgebied tussen stad en land. Oorspronkelijke uitgangspunten in het ontwerp van destijds erkenden al dat het Diemerpark niet alleen een natuurlijk landschap vormt, maar ook alle potenties heeft voor een recreatief landschapspark. Ook het oorspronkelijk ontwerp (hoofdstuk 3.1.3) schetst reeds een overgang tussen recreatieve ‘cultuurlijke’ delen en extensieve natuurlijke delen. Zo werd de locatie van het strand en het sportpark bewust aan de vlakke noordelijk gelegen kop van het park, dichtbij hoofdroutes, gepositioneerd en vervolgens
Recreatief landschapspark
‘cultuurlijk’ ontworpen. De heuvel fungeert als overgangsgebied naar de informele ruige zuidoostelijke zijde, die vervolgens op natuurlijke wijze werd ontworpen. Die overgang van cultuur-naar-natuur geeft een spannend samenspel tussen verschillende typen gebruik. Dat leidt soms ook tot conflicten, dus het is belangrijk dat beide werelden in balans worden gebracht zonder de kracht van beide werelden weg te nemen met onduidelijke compromissen. Gelukkig zijn er tal van kansen te benoemen die beide werelden versterken en het genoemde samenspel nog interessanter maken. In de drie volgende hoofdstukken wordt deze visie per thema uitgediept. Daarin wordt gewerkt met streefbeelden en maatregelen voor de nabije toekomst, die straks via Uitwerkingsplannen concreet worden gemaakt.
53
54
55
5. Thema: landschap als fundament
56
5.1 Meer dan een stadspark Het Diemerpark voelt niet als een park, maar eerder als een landschap. Een uniek park, dat deels lijkt op de binnenduinranden aan de kust, waar men weidsheid kan ervaren door het bijzondere heuvellandschap met lage begroeiing. Het park kent enorm veel variatie en daardoor waardevolle flora en fauna. Schraal bloemrijk grasland wordt afgewisseld met ruig struweel, rietoevers en waterpartijen. Een visie op dit landschap is het fundament onder de nieuwe visie op het Diemerpark als geheel. Met name de uitbreiding en intensivering van het sportpark vergt een zorgvuldig ontwerp, op basis van degelijk onderzoek naar de landschappelijke inpassing. Want er liggen kansen om op deze plek het landschappelijk karakter te versterken en daarmee de natuur en de menselijke beleving een grote dienst te bewijzen. Dat lukt alleen als het bestaande en nieuw toe te voegen programma zorgvuldig wordt verweven met het landschap. Op die manier kunnen het cultuurlijk programma en het natuurlijke landschap zich samen ontwikkelen, zonder dat het een ten koste gaat van het ander. Onderdeel van een grotere structuur Het Diemerpark heeft zelf een uniek landschap, maar is ook onderdeel van de Diemerscheg en het cultuurhistorisch dijklandschap van de Diemerlagune.
Kenmerkend voor dit gebied is de rijke variatie aan lage waterrijke landschappen en hoger gelegen droge landschapstypen en allerlei overgangen daartussenin. Bovendien is het park onderdeel van de stedelijke hoofdgroenstructuur die hier als groene scheg tot diep in de stad reikt en verschillende landschappen om de stad heen met elkaar verbindt. Het Diemerpark is dus veel meer dan ‘alleen een park’ en vertegenwoordigt een recreatieve, ecologische en cultuurhistorische waarde op bovenlokale schaal.
Gereguleerd landschap De morfologie van de voormalige vuilstort uit zich in allerlei hoogteverschillen en grondsoorten en het gereguleerde bodem/watersysteem zorgt voor een diversiteit aan natte en droge landschapstypen. Met andere woorden, de historie van de vuilstort en de ondergrondse netwerk van voorzieningen waren bepalend voor de parkontwerp, de natuurlijke diversiteit, het gebruik en het landschap. Die ondergrond blijft ook in de toekomst de inrichtingsmogelijkheden en het landschap bepalen. Klimaat adaptief landschap De wereldwijde klimaatverandering zorgt in de toekomst voor steeds meer perioden van droogte én plotselinge pieken van extreme regenval. Die ontwikkeling heeft ook invloed op het landschap van het Diemerpark. De natuur in het park is robuust genoeg om mee te ontwikkelen met klimatologische veranderingen. Gelukkig zorgt ook het sterk gereguleerde watersysteem in het park dat het bodem/watersysteem dus ook kan meebewegen met nieuwe omstandigheden. Ecologische rijkdom Een functionele leefomgeving voor dieren betekent dat zij kunnen foerageren, schuilen, nestelen en overwinteren, zodat ze er jaarrond kunnen verblijven en zich kunnen voortplanten. Daarnaast is het van belang dat dieren kunnen migreren tussen leefgebieden om populaties weerbaar te houden.
Het Diemerpark met ARK-zone biedt een grote variatie aan landschappen en groentypen zoals kruidenrijke oevers, rietvegetatie, nat grasland, ruigtes, struweel en bosschages. Daardoor is er voedsel en schuilgelegenheid voor een verscheidenheid aan soorten. Een grote kracht van dit gebied is dat er tussen die groentypen allerlei gradiënten zitten; zulke geleidelijke overgangen zorgen voor een enorme variatie in biotopen waar de biodiversiteit zich optimaal kan ontwikkelen.
57
58
5.2
Vier landschappelijke structuren
Het Diemerpark valt landschappelijk gezien onder te verdelen in vier duidelijk herkenbare delen: de dijk, het moeras (ARK-zone), het park (de vuilstort) en de ‘lijst’ (oeverzone van het park). Deze vier structuren zijn als het ware de pijlers die samen het landschappelijk fundament vormen onder het Diemerpark. In de volgende paragrafen worden de streefbeelden voor deze landschappelijke structuren beschreven. De bijzondere kwaliteiten en biotopen van die vier structuren zijn input om in latere Uitwerkingsplannen op voort te borduren.
59
5.2.1 Dijk - structuur1 Streefbeeld van de dijk Het wensbeeld is een bloem- en kruidenrijke vegetatie aan beide zijden van de dijk. Dit afgewisseld met struweel en aan de noordzijde de slenk met oever- en watervegetatie. Deze typen vegetatie wisselen elkaar af langs de lengte van de dijk. Daarvoor is onder meer een specifiek maaibeleid nodig.
60
Met name de slenk is een bijzondere strook, met een kruidenrijke vegetatie op de drogere delen en de natte biotoop bij vijvers en poelen. Het water is helder en er zijn waterplanten aanwezig. De oevers hebben een flauw talud en variëren in hoogte waardoor veel microklimaten ontstaan. Als onderdeel van het gereguleerde watersysteem fungeert de slenk als buffer en afvoer van water naar de centrale vijver. Delen van de slenk staan dus vaak droog en zijn alleen nat bij veel regenval. Het streven is om de natte bloemrijkheid te stimuleren en te behouden, want dergelijke vochtige bloemrijke zones zijn een zeldzaamheid. Uitwerkingsplan Om de genoemde streefbeelden te waarborgen dan wel te realiseren worden passende maatregelen voorgesteld in een Uitwerkingsplan. Op een aantal plekken is de begroeiing met heesters wat uit de hand gelopen. Het is van belang om die begroeiing terug te dringen en het waterpeil te bewaken, opdat de bloemrijkheid niet wordt weggedrukt door oprukkende ruigte. Het functioneren van de slenk als onderdeel van het watersysteem wordt een belangrijk onderdeel van het Uitwerkingsplan. Daarbij moet een integrale afweging worden gemaakt tussen de instandhouding van dit watersysteem voor de veiligheid van de nazorglocatie enerzijds, en anderzijds het streven naar een waardevol ecologisch eindbeeld.
Diemerzeedijk, bron: eigen foto
5.2.2 Moeras (ARK-zone) - structuur2 Streefbeeld van de ARK-zone als geheel De ARK-zone is een ruig en natuurlijk landschap aan de dijk. Kijkend naar de strook als geheel, dan schuilt de grootste landschappelijke kwaliteit in de afwisseling tussen het dichte hoog opgaande moerasbos, en het open en waterrijk plas-dras landschap. Het gebied ligt in zijn algemeenheid laag en is erg nat, maar toen het Diemerpark indertijd werd aangelegd zijn hier en daar hoger gelegen plekken ontstaan. Die hogere en dus drogere plekken zorgen voor doorzichten en bieden aanvullende habitats voor specifieke doelsoorten. Het is belangrijk dat de hele zone ontoegankelijk blijft voor alle vormen van menselijke invloed. Wel is er behoefte om de ARK-zone op een of andere manier te kunnen beleven, anders dan kijkend vanaf het Thijs Hendriksenpad en de Diemerzeedijk. Daarom wordt gedacht aan een hoger gelegen voetgangers verbinding met uitkijkpunt, waarvandaan men de strook goed kan overzien zonder de natuur te verstoren. De huidige natuurwaarden in deze zone zoals hierboven beschreven voldoen al voor een groot deel aan het ecologisch streefbeeld. Het is van belang om de grote soortenrijkdom en natuurwaarde in het gebied in stand te houden, met name de leefomstandigheden voor de hoofddoelsoorten van het Natuurnetwerk Nederland (zie hoofdstuk 3.1.2).
Uitwerkingsplan Uitgangspunt is een zeer terughoudend beheer, afgezien van eenvoudige maatregelen aan de randen om de waterstand periodiek te kunnen verhogen. Voor het Uitwerkingsplan wordt nog wel onderzoek gedaan naar de invloed van kabels en leidingen en het verder vernatten. In het uiteindelijke plan komt in ieder geval extra aandacht voor het voorkomen van verbossing en verdroging. Bij het extract in kaart brengen van deze zone kan bepaald worden welke specifieke maatregelen passend zijn voor het versterken van het streefbeeld en het instant houden van bestaande kwaliteiten. Daarnaast wordt het beheer meer toegesneden op behoud van de landschappelijke identiteit en ecologische kwaliteit.
61
IP_Diemerpark_01_qxd
20-03-2006 14:51
Pagina 1
Doorzicht vanaf de Diemer- ARK-zone zeedijk over deDiemerpark ”nevenvijver” bij Akkerswade met het ARK en de boombeplanting van de Diemerpolder op de achtergrond. De rietoevers worden gedeeltelijk begrensd door opgaande beplanting.
koekoek
ARK-zone De ARK-zone ligt ingeklemd tussen de Diemerzeedijk en het Amsterdam-Rijnkanaal, waaraan de zone zijn naam ontleent. In tegenstelling tot de rest van het park, hoefde deze zone niet gesaneerd te worden. Het geeft zo een idee hoe het Diemerzeedijk-gebied eruitzag gedurende het grootste gedeelte van de twintigste eeuw. Tijdens de saneringswerkzaamheden diende de ARK-zone als uitwijkplaats voor veel dieren die geen plek meer konden vinden aan de andere kant van de dijk. Hoogste natuurwaarden Het gebied heeft ook nu de hoogste natuurwaarden van het park. In het voorjaar broeden hier veel vogelsoorten en zijn de koekoek en de nachtegaal vanuit het struikgewas goed te horen. Onzichtbaar in het riet roept de waterral, die klinkt als een gillend speenvarken. De belangrijkste soort van de ARK-zone is de ringslang, waarvan er hier meer dan honderd leven. Deze slang, met circa 1,20 meter lengte het grootste reptiel van Nederland, is niet giftig en ongevaarlijk voor mensen. In de afwisseling van plasjes en ruigtes leven deze schuwe dieren van kikkers en muizen en kunnen ze ongestoord hun eieren leggen.
ringslang
24
waterral Illustratie: Productie:
© Pepijn Hof Bos - Tekst in uitvoering, 2006 || www.tiu.nl
62
5.2.3 Park - structuur3 Opbouw van het parklandschap Zoals eerder genoemd valt het parklandschap praktisch gezien op te delen in drie verschillende zones: kop, romp en staart. De drie zones bij elkaar vormen een robuuste landschappelijke structuur met uiteenlopende groentypen en een rijke variatie aan flora en fauna.
63
Kop van park
64
Streefbeeld van de kop van het park De kop is een gebied met verschillende type gebruik en uitstraling. Het kenmerkt zich door randen en overgangen tussen functies en vormt landschappelijk niet direct een samenhangend geheel. Met de herinrichting van de kop is gezocht naar een samenhang tussen deze verschillende functies. Het sportlandschap wordt onderdeel van de grotere parkstructuren. Door in plaats van de tijdelijke uitstraling met vele achterkanten een ruimtelijke structuur te maken die verbinding aan gaat met de omgeving is er de kans natuur en recreatie te combineren. De nieuwe indeling van het sportpark maakt het mogelijk een robuuste groene ruimte door het sportpark heen te maken. Dit is onderdeel van het park landschap en opgebouwd uit dezelfde kenmerken als elders in het park aanwezig. Het sportpark wordt verbonden met de omgeving, onder andere door de realisatie van enkele ecologische corridors tussenen rondom de sportvelden. Deze groene verbindingen omsluiten het sportpark en zorgen voor een verbinding tussen de ARK-zone en de Batterij en oevers in de lijst van het park. Uitwerkingsplan Het schetsontwerp voor de landschappelijke inpassing van de sportvelden zal benoemen uit welke ruimtelijke onderdelen het nieuwe sportlandschap gaat bestaan, met welke typen groen, en hoe het terrein in het algemeen zal worden gebruikt.
In elk geval is de inzet om de kop een bijzondere make-over te geven. De herinrichting biedt de kans een geheel nieuw type landschap te maken waarbij sport wordt omzoomd door een landschap met unieke natuurlijke karakteristieken. Waarin plaats is voor struweel, bloemrijk grasland en zelfs enkele bomen. Groene structuren door het sportpark koppelen verschillende landschappelijke structuren en functies aan elkaar en maken een robuust groen raamwerk.
bron: eigen foto
Referentie sportlandschap met kenmerken van een binnenduinlandschap, bron: duinenenmensen.nl
65
Legenda groene structuur door sportpark Ecologische corridors
Schematische weergave: Ecologische corridors door en langs sportlandschap
Referentie landschap: binnenduinrand, bron: route.nl
Romp van het park
66
Streefbeeld van de romp als geheel Op de vlakte en heuvel is een kleurrijk beeld ontstaan met een grote ecologische- en belevingswaarde. Door de uiteenlopende condities in de ondergrond zijn er veel natuurlijke gradiënten en overgangen die voor afwisselende biotopen zorgen. Het bloemrijk grasland heeft een groot aandeel kruiden die, eenmaal in bloei, voor veel kleurschakeringen zorgen. Het streven is om dit karakter van de vlakte en heuvel te behouden en een goede aansluiting te creëren op het omliggend struweel; bloemrijk grasland komt namelijk optimaal tot zijn recht als het grenst aan struweel. Het specifieke karakter van de heuvel is overigens ontstaan door bijzondere condities in de ondergrond en passend beheer. Bomen mogen ook hier niet hoog opgaand groeien waardoor het open beeld behouden blijft. Het is een uniek landschapstype die kenmerkend is voor het Diemerpark en één van de bijzondere biotopen die we willen waarborgen. Van belang is dat het schrale landschap niet wordt bemest met nutriënten. Goed beheer kan voorkomen dat de bloemenzee plaatsmaakt voor monotoon grasland. Ook vragen de open zandige plekken om behoud, omdat verschillende bijensoorten daar nestelen. IP_Diemerpark_04_qxd
Uitwerkingsplan Voor de heuvel ligt reeds een Uitwerkingsplan Hondenlosloopgebieden, omdat er vanuit IJburg allang behoefte bestond aan meer duidelijkheid over waar honden wel of niet los mogen lopen. In dat plan staan maatregelen om het uitlaatgebied op de heuvel landschappelijk vorm te geven en te begrenzen, zodat visueel direct helder is waar de hond vrij spel heeft en waar niet. Aan deze natuurlijke vormen van begrenzing wordt beplanting toegevoegd aan de randen en als uitlopers van de kleigeulen, waardoor ecologische corridors worden versterkt en het natuurlijke flank wordt beschermd versterkt.
20-03-2006 14:41
Pagina 1
Diemerpark - Centrale Ruigte
kneu
bruin blauwtje
Centrale Ruigte Het glooiende karakter in dit deel van het Diemerpark ontstond toen het gebied nog werd gebruikt als vuilstortplaats. Van 1959 tot 1982 werd hier circa vier miljoen kubieke meter vuil op grote hopen gestort. Toen dat eindigde nam de natuur het heft in handen. De oude vuilnisbelt raakte overwoekerd met wilde planten en werd omgetoverd tot een prachtig gebied. In 1998 is een groot gedeelte van het park gesaneerd. Om het oude karakter zo veel mogelijk te behouden, is ervoor gekozen om bovenop de nu afgesloten vuilnishopen een nieuw heuvelachtig landschap aan te leggen, waar ruige en gevarieerde natuur weer een kans krijgt. In de Centrale Ruigte worden verschillende maaifrequenties toegepast. Hierdoor ontstaat een afwisselend landschap met bloemrijke graslanden, opgaande vegetatie en ondoordringbare ruigtes. Vogels als de kneu en putter eten graag van de zaden van distels en teunisbloemen die in de ruigtes te vinden zijn. De bloemenvelden zijn het terrein van sprinkhanen en vlinders, zoals het bruin blauwtje, dat in de rest van Nederland steeds zeldzamer wordt. De vos, die hier graag jaagt, kan na het verschalken van een muis weer de ruigtes inkruipen en zo ongezien verdwijnen.
vos Illustratie: Productie:
© Pepijn Hof Bos - Tekst in uitvoering, 2006 || www.tiu.nl
Het struweel in de romp moet aansluiting vinden op het bloemrijk grasland van de vlakte en heuvel, maar mag niet gaan oprukken en domineren. In het Uitwerkingsplan wordt extra aandacht gegeven aan het beheer die dat kan voorkomen.
Foto: Romp van het Diemerpark in de herfst, bron; eigen foto
67 Foto: Struweel op de heuvel(romp), bron; eigen foto
Foto: Wandelaars op het centrale "puttenpad" , bron; eigen foto
Foto: Fietser op Jan Beijerpad, bron: eigen foto
Staart van het park Streefbeeld van de staart van het park Het veelzijdige struweel bestaat uit inheemse bes- en vruchtdragende struiken. Er is echter een verschuiving gaande naar diep wortelende boomvormers zoals acacia, wilg en els die vanuit de bodemsanering nazorg niet gewenst zijn. De voormalige brandplaats moet altijd vrij worden gehouden van boomvormers. Door de boomvormers te verwijderen en de struiklaag in een gelobde vorm terug te snoeien (in plaats van de huidige rechte lijn) neemt de natuurwaarde verder toe.
68
De grote vijver met oeverzone moet ook in de toekomst een rustgebied voor vogels blijven. Aan de oever zijn jonge boompjes een risico voor de nazorg van de bodemsanering en de stabiliteit van de ringvormige dijk rond de vijver. Door de jonge boompjes (opschot) te verwijderen verdwijnt dat risico en krijgen oeverplanten zoals riet, watermunt en kattenstaart alle ruimte. Daarnaast is het zaak om de zanddijk rond de vijver aantrekkelijk te houden voor rugstreeppadden om er te overwinteren en te schuilen. Binnen de staart van het Diemerpark dienen routes voor beheer van de nazorg vrij te blijven van boomvormers en regelmatig te worden gemaaid om de technische voorzieningen (ook de elektriciteitsmasten) bereikbaar te houden. Deze paden kunnen een dubbelfunctie vervullen als extensieve struinpaden door de natuur. Uitwerkingsplan In het Uitwerkingsplan voor de staart wordt gekeken naar de inpassing van een extra fietsverbinding van rieteiland-oost naar de Diemerzeedijk. Hierbij is van belang dat route zo min mogelijk schade brengt aan de natuur en zal ook gekeken worden of een ecologische corridor versterkt kan worden. Bovendien zal die route ook rekening moeten houden met de nazorg van de bomensanering (met name ter hoogte van de voormalige brandplaats) en de complexe ondergrond.
Naast deze grotere ingreep zal ter plaatsen van de staart door achterstallig onderhoud worden ingezet op een strakker beheer.
IP_Diemerpark_05_qxd
20-03-2006 14:37
Pagina 1
Diemerpark - Vijver
grote keizerlibel
dodaars
Vijver Deze natuurplas is het sluitstuk van de bijzonder waterhuishouding in het gebied. Hij wordt, net als de plasjes langs de dijk, gevoed met regenwater dat van de hoge delen van het park omlaag stroomt. De vijver is ondiep en heeft een zandige bodem. Hierdoor is dit een goed leefgebied voor de rugstreeppad. Als de winter nadert graven deze zeldzame amfibieën zich in de grond van het park in. Tijdens het voorjaar komen ze naar de vijver om zich voort te planten. Op een mooie mei- of juni-avond is dit padje goed te horen wanneer hij zijn langgerekte ratel laat horen. Dodaars In de brede rietkragen vinden veel vogels een plaats om hun nest te bouwen. Ook de dodaars, een kleine fuut die het op de kleine visjes in de plas gemunt heeft, broedt hier. De muggen en vliegjes boven de plas zijn voedsel voor veel vogels. Roofinsecten als de grote keizerlibel, met zijn acht centimeter de grootste van allemaal, heeft naast muggen zelfs andere libellensoorten op zijn menu staan!
rugstreeppad Illustratie: Productie:
© Pepijn Hof Bos - Tekst in uitvoering, 2006 || www.tiu.nl
5.2.4 Lijst - structuur4 Streefbeeld van de lijst De natuurvriendelijke oever aan het IJmeer heeft geen harde beschoeiingen; het talud loopt geleidelijk over in het water waardoor de vegetatie zich goed kan ontwikkelen en een rijke biodiversiteit ontstaat. De oeverzone is overigens vatbaar voor verbetering door hem nog breder te maken, met een nog flauwere helling. Daardoor ontstaat een ruimere plasdraszone en ondergedoken zone, met een rijkere vegetatie, meer onderwater biodiversiteit en een betere waterkwaliteit. Bomen in de oevers zijn kenmerkend voor de lijst. Door de oevers vrij te houden van nieuwe boomvormers (vooral aan de zuidzijde) wordt voorkomen dat het waterleven achteruit gaat door teveel schaduw en bladinval. Het is belangrijk dat de Batterij ook in de toekomst onbegaanbaar blijft, want de natuurwaarde van dit gebied staat of valt met rust, zodat rietvogels er ongestoord kunnen schuilen, foerageren en broeden. Uitwerkingsplan Menselijke betreding, schaduwvorming en bladinval zijn de grootste risico’s voor de oeverzone, maar er liggen vooral tal van kansen om de het landschap van de oeverzone verder te verbeteren. Die worden concreet gemaakt in een Uitwerkingsplan en passend beheerplan, maar er worden wel al wat kansen gezien: Als eerste kan grond, dat vrijkomt bij herinrichting van de sportvelden, worden gebruikt om de oevers minder steil te maken.
Door meteen jonge zaailingen van bomen te rooien neemt de natuurwaarde van de oeverzone sterk toe. Een tweede kans is de toegang door honden te beperken, daarvoor zijn plannen gemaakt in het eerdergenoemde Uitwerkingsplan Hondenlosloopgebieden.
69
Ten derde zijn er mogelijkheden om hemelwaterdrainage van het park niet direct af te voeren via de huidige uitstroomopeningen in de oever, maar dat water eerst vast te houden in opvangbekkens in de oeverzone van het park. Het schone uittredende water draagt sterk bij aan de biodiversiteit in de oeverzone. Tot slot liggen er verbeterkansen ter hoogte van de Batterij, omdat hier verruiging en verlanding (daardoor verdroging) een risico vormen. Dat kan worden voorkomen door gecontroleerd wegrieken van riet. De bruine kiekendief heeft hier in het verleden wel gebroed en het is mogelijk om deze vogel zo weer terug te krijgen.
6. Thema: toegankelijk en verbonden
70
Legenda fietsvoetgangersverbinding asfalt Voetgangersverbinding halfverhard
6.1
Optimalisatie van bestaand netwerk
In de basis functioneert het bestaande wandel- en fietsnetwerk naar en in het Diemerpark goed. Het netwerk heeft niet alleen een recreatieve functie maar ook voor doorgaand fietsverkeer. Die twee functies worden vanaf 2025 aanzienlijk zwaarder belast (zie 3.3), dus de verkeerssituatie op en naar het park vraagt hier en daar om een upgrade. Om deze groei goed en veilig op te vangen bevat het Mobiliteitsplan Zeeburgereiland en IJburg diverse fietsmaatregelen, waarvan twee belangrijke ingrepen voor het Diemerpark.
Betere entree Diemerparklaan Waar de fietsbrug vanaf de Diemerparklaan aanlandt in het Diemerpark, heeft zich afgelopen jaren de belangrijkste ‘entree van het park’ gevormd. Momenteel oogt het entreegebied rommelig en sleets met een ratjetoe aan vervallen informatiezuilen, opschot van boompjes, verkeersborden, hekwerken en tijdelijke toegangen naar de parkdelen. Deze situatie vraagt om een nieuw ontwerp van de entree, met een betere opgang naar de hondenlosloopzone op de heuvel, een toegankelijker voetpad voor mensen met lichamelijke beperkingen, terughoudende bebording en het verwijderen van overbodige objecten en intensiever beheer van het groen.
De eerste ingreep is het verkeersveiliger maken van de drukke kruising Nesciobrug/Diemerzeedijk, door de inrichting van de kruising te verbeteren en de voorrang anders te regelen. Het Mobiliteitsplan blijft de situatie hier wel monitoren om te bezien of aanvullende maateregelen nodig zijn. De tweede ingreep is het aanleggen van een ‘snelfietsroute’ tussen IJburg 2e fase en de Diemerzeedijk, via het Rieteiland-Oost. Deze en andere maatregelen worden hieronder kort toegelicht. Kruising voor de Nesciobrug Bij de verkeersknoop voor de Nesciobrug kruist woon/werk fietsverkeer richting IJburg en Amsterdam-Oost met de regionale fietsroute over de Diemerzeedijk. De kruising is behoorlijk druk en werd al eerder als onveilig ervaren. Er zijn toen kleine ingrepen gedaan, zoals aangepaste belijning, maar die hebben de situatie onvoldoende verbeterd. Met de stijgende populariteit van e-bikes neemt niet alleen het fietsverkeer verder toe, maar ook de snelheid. Het kruispunt vraagt daarom om een substantiële verkeerskundige aanpassing om te voorkomen dat de knoop een onveilige ‘blackspot’ wordt.
71
foto: Uitgesleten en tijdelijk opgeknapt wandelpad bij entree Diemerparklaan, bron; eigen foto
Verlichting langs fietspaden Door het Diemerpark lopen een aantal belangrijke fietspaden, als onderdeel van een groter netwerk aan fietsroutes. De dijkroute tussen het Zeeburgereiland en Muiden is een regionale route, maar wordt niet verlicht. Het Dick Hilleniuspad, een drukke stedelijke route langs de kop van het park, wordt wel verlicht met lantaarnpalen. De overige parkdelen zijn donker. Geredeneerd vanuit gebruik maar vooral ook vanuit de natuurwaarde is dit een uitgangspunt wat nog steeds wordt gehanteerd. Donkere parkdelen zijn schaars en voor de natuur noodzakelijk. Toch is het van belang dat het park en met name de route van en naar het sportpark in de avonden sociaal veilig is. Met deze reden is het noodzakelijk om te onderzoeken hoe dit mogelijk is zonder extra verlichting toe te voegen.
Toegankelijkheid versus struinpaden De struinpaden in het Diemerpark vormen een fijnmazig, informeel en charmant voetgangersnetwerk dat goed past bij dit ruige landschap. In alle Uitwerkingsplannen dient aandacht te worden geschonken aan een betere toegankelijkheid voor mensen met een lichamelijke beperking, maar zonder de dan meteen ook alle paden te asfalteren. In het Uitwerkingsplan Hondenlosloopgebieden is reeds gekeken naar meer toegankelijkheid. Dat leidde tot de ingreep om twee losloopstroken aan de oever te voorzien van halfverharde paden met rolstoelvriendelijke entrees. Ook wordt gekeken naar een beter wandelpad bij de entree ter hoogte van de Diemerparklaan (foto rechts onderin).
72
De toegankelijkheid van het hondenlosloopgebied op de heuvel wordt verbeterd door de traptoegang naar de heuvel (foto rechts boven). Daar is een hellingbaan niet gewenst vanwege het grote hoogteverschil, de aard van het hondenlosloopgebied en de landschappelijke uitstraling.
foto: Struinpad ter hoogte van de staart, bron; eigen foto
6.2
Aanleg van nieuwe routes
Verbinding door ARK zone In het Uitwerkingsplan voor de ARK-zone wordt een nieuwe voetgangersverbinding ontworpen. Het gaat om een soort voetgangersbrug met uitkijkpunt (zie hoofdstuk 7.4), tussen de Diemerzeedijk en het Amsterdam-Rijnkanaal, over de ARK-zone heen. Daarmee ontstaat een aantrekkelijk extra wandel/hardlooprondje, maar zonder de hoge natuurwaarde van dit gebied aan te tasten. Extra fietsroute naar IJburg 2e fase De laatste jaren zien we toenemend fietsverkeer over Rieteiland-Oost, via het Jan Beijerpad richting binnenstad. Met de komst van het Centrumeiland en Strandeiland van IJburg gaat dat fietsverkeer opnieuw sterk toenemen. Om het Diemerpark te ontlasten van drukke verkeersstromen lijkt het logisch om voor bewoners van IJburg 2e fase een fietsverbinding te maken die via Rieteiland-Oost direct aanlandt op de Diemerzeedijk, zonder eerst het hele park te doorkruisen. Onderzoek moet uitwijzen of dat mogelijk is zonder een forse negatieve effecten op de natuur in de staart van het park.
Gestippelde extre verbinding naar de dijk
Ontsluiting en parkeren van het sportpark De beoogde locatie voor het parkeren staat schematisch opgenomen in hoofdstuk 7.3. Een parkeerterrein en de ontsluiting hiervan staat op gespannen voet met de landschappelijke en natuurlijke kwaliteit van de kop van het Diemerpark. Met deze reden is het parkeerterrein via de brug vanaf de oeverzeggestraat bereikbaar en rijdt het verkeer ook via deze route weer weg. Hierdoor wordt te veel autoverkeer in het park voorkomen blijven auto's zo dicht mogelijk bij de entree van het park. De verkeersveilige inrichting van deze route vraagt wel aandacht, omdat autoverkeer wordt gemengd met drukker wordend fietsverkeer. Ook zullen maatregelen moeten worden genomen om overlast voor bewoners aan de Oeverzeggestraat en de omliggende straten te voorkomen. De uitwerking van voorstellen hiervoor zal onderdeel zijn van het Uitwerkingsplan sportpark.
Huidige Jan Beijerpad, bron; eigen foto
Verleggen Jan Bijerpad langs het sportpark Met de herinrichting van het sportpark in de kop van het park zal ook het fietspad naar de dijk worden omgelegd. Vanwege het doorgaande fietsverkeer die naast de aantallen ook in snelheid toeneemt is het logisch de fietser niet door het sportpark heen te laten fietsen. De fietser buigt hier voor het sportpark af naar de dijk waardoor de belangrijke doorgaande fietsverbinding aanwezig blijft. Bij het omleggen van deze fietsverbinding moet in het bijzonder, aandacht worden besteed aan de aangrenzende ecologische corridor die verschillende biotopen in het park met elkaar verbindt. In het uitwerkingsplan sportpark wordt er bij het inpassen van het fietspad daarom voorgesteld deze ecologische corridor waar mogelijk te versterken.
73
Ontsluiting middengebied bij het sportpark Het middengebied bij het sportpark zal aangesloten worden op het Puttenpad waardoor er een nog langer beloopbaar pad binnen het Diemerpark ontstaat. Gestippelde Jan Beijerpad buigt af richting dijk
7. Thema: recreatief landschapspark
74
7.1 Recreatief gebruik in het park Met de aanhoudende groei van Amsterdam groeit ook de behoefte aan sport, spel en recreatie. Naast de natuurfunctie van het Diemerpark heeft het park ook een belangrijke recreatieve functie, omdat die behoefte vanuit de omliggende stedelijke gebieden sterk toeneemt. Recreatie zones In de ruimtelijke en ecologische opbouw van het Diemerpark zijn twee duidelijke zones te onderscheiden: een zone met relatief intensieve sport en recreatie, en een zone met extensieve vormen van recreatie. Het zuidwestelijk deel (donkergroen) valt samen met de ARK-zone, het met struweel beplante deel van de romp en de stille staart van het park. Dit gebied leent zich voor informeel en extensief gebruik, met de heuvel als een overgangsgebied tussen het rustige deel en het drukkere noordelijkoostelijke deel. In het rustige deel wandelen mensen over nietontworpen natuurpaden, er wordt gepicknickt en kinderen spelen in het ruige groen. Al met al heeft natuurbeleving hier de overhand. Het noordoostelijk deel (lichtgroen) omvat de heuvel, het strandje en het sportpark. Deze zone wordt tamelijk intensief gebruikt door sporters en recreanten, zij het wat rustiger ter hoogte van de flank van de romp. In de zomer wordt het zwemwater goed gebruikt en de fitnessplekken en het sportpark intensief benut. De vlakte is het toneel van allerlei informele balspellen.
Na winterse sneeuwval wordt de heuvel een druk bezochte sleepiste. Voor alle vormen van sporten, struinen, spelen en bewegen in het park is een goede landschappelijke inbedding de belangrijkste opgave. Het bestaande landschap biedt zelf ook interessante aanleidingen om het recreatief programma te verweven met de natuur. Waar dat goed lukt kunnen inspirerende situaties ontstaan.
Wat mag wel?
Wat mag niet?
Intensievere recreatie: Wandelen, hardlopen, fietsen, skaten op de het asfalt pad. Honden aan de lijn.
Geen autoverkeer, Graven, barbecueën, vliegeren, honden loslopen, drones
Intensievere recreatie: Sport en spel, kleine evenementen, wandelen, skaten, hardlopen, fitness.
Geen gemotoriseerd verkeer (los van verkeer tbv het sportpark) Graven, barbecueën, vliegeren, drones
Extensief gebruik: Hardlopen, fietsen en skaten op paden. Struinen/ wandelen, Honden los op de uitlaatplek. Zonnen, zwemmen bij strandje.
Graven, barbecueën, vliegeren, drones
Struinen/wandelen. Hardlopen, fietsen en skaten op paden. Honden aan de lijn.
Graven, barbecueën, vissen, vliegeren, zwemmen, honden loslopen, drones
Natuurbeleving op afstand.
ARK zone betreden.
Extensief gebruik: Wandelen op paden. Natuurbeleving op afstand. Zwemmen(alleen bij strandje) Honden loslopen(alleen in losloopstrook)
Graven, barbecueën, vissen, drones
75
Legenda
76
7.2 Intensieve recreatie In de kop van het park en de noordzijde van de romp liggen de druk bezochte heuvel, vlakte, oever, sportpark en strandje. Voor de vele bezoekers is het informeel recreatieve programma (inrichting) echter tamelijk mager. Met slechts enkele bankjes, een wat versleten fitnessparcours en één steiger aan het water is het aanbod wat beperkt. Voor veelzijdiger vormen van recreatie is daarom gekeken naar locaties waar ongeorganiseerd sporten en ‘natuurspelen’ een plek kunnen krijgen. Het mag duidelijk zijn dat het Diemerpark geen Vondelpark is, dus kleinschaligheid en terughoudendheid zijn gepast, met uitzondering van de kop van het park waar intensief gebruik wel goed past. Natuurspeelplek Aan het Jan Beijerpad (ter hoogte van de romp) zijn kleine ingrepen denkbaar om de aanwezige natuur sterker te kunnen beleven. Bijvoorbeeld in de bocht aan de noordwestzijde bij de grote vijver. Die locatie ligt ideaal aan een belangrijke fiets- en wandelroute en vormt meteen het natuurlijk begin van de groenstructuur die evenwijdig aan het Jan Beijerpad loopt. Een speelplek zou daar goed passen; niet met allerlei toestellen, maar in de vorm van natuurlijke speelaanleidingen, zoals een omgevallen klimboom of wilgentunnel. In het te maken Uitwerkingsplan wordt de exacte locatie bepaald en getoetst door ecologen.
De speelplek dient zich namelijk te voegen naar het landschap, moet passen in het informele struinkarakter en mag de omringende flora en fauna niet beschadigen.
Speelboom, De Averegten, bron: springzaad.be
Wilgentunnel, bron: tuinonderhout.nl
77
Hond in natuur, bron: dierencompleet.nl
Buiten sporten, bron: vidasimples.com
78
Legenda Honden zwemplek
Verbodsgebied Aangelijnd
hetDeze ecologische karakter en vormen zijn al aanwezig en sluiten goed biotopen aan opbeplanting hetvoor landschappelijke karakter. bestaande gebruikt. Bepl sluiten. Een overgang van heestersschapenhekwerken. naar goed zijn hoe hetinsecten. hekwerk op kan gaan in de beplantin. De schapenhekwerken kunnen tevens zoom sluitend maken. De beplantingw de gebieden zodat deze duidelijk zichtbaar en herkenbaar zijn. an een mooie gradiënt vormen waardoor al in het park voorkomt of hier goed Uitwerkingsplan Hondenlosloop gebieden In hoofdstuk 3.4 is al het een en ander gezegd over honden die in het hele Diemerpark, en zelfs in de ARK-zone, worden uitgelaten. Inzet van een groep belanghebbenden heeft geleid tot een helder Uitwerkingsplan waarin sprake is van drie grote losloopgebieden en verbodsgebieden waar honden juist niet, of enkel aangelijnd, mogen komen. Honden zijn beplanting welkom om los te lopen in hetHekwerken centraal gelegenin uitlaatgebied in de romp van het park en op twee uitlaatstroken bij de entrees van het park.zijde Aan deniet direct gewenst. Hekwerken zijn aan deze oostzijde van de lijst is een hondenzwemplek uitgewerkt. Van oktober tot Bij uitzondering en op cruciale plekken kunnen maart kunnen honden ook aan het strandje zwemmen. De begrenzing van transparante hekwerken worden het centraal gelegen uitlaatgebied is zo natuurlijk mogelijk ingepast en toegevoegd.
Dit versterkt de ecologische corridors in de romp het park. zal vooral invan eerste periode nodig zijn om de zoom
naar grassen, ruigte en kruidrijk grasl waardoor grens minder hard wordt.
te worden afgeschermd. rden verdicht. Indien nodig kan ca. 2 nkaderen van de benodigde g liggend hekwerk of andere barrière ozen voor een afwisseling in et niet zichtbaar is vanaf het open deel d. Toegangen tot putten zullen worden ar te houden. te kunnen laten groeien. Hekwerk voor veiligheid
is hier niet nodig en zal het open karakter van de rastructuur kunnen worden heuvel nadelig beinvloeden.
al aanwezig en sluiten goed de voorbeeld laat goed zien e hekwerken kunnen tevens dat deze duidelijk zichtbaar
ewenst. Bij uitzondering en nd aan het waterkeringspad d. Dit zal vooral in de eerste en. Hekwerk voor veiligheid trap Diemerparklaan
markering losloopgebieden, bron: eigen foto
Begresing uitlaatplekken natuurlijke begrensing2
markering losloopgebied, bron: doggydating.com
takkenrillen afscheiding, bron: hln.be
79
Dichte beplanting De al aanwezige beplanting ka van deze begresing en terugli staalgaas hek, bron: segersgroenaanneming.be toegevoegd.
Referentie: speelnatuur, Park van Eden, bron: kleefkruid.be
80
Referentie: sport route., bron: Kirstine Autzen
Referentie: Buiten fitness, bron: straatbeeld.nl
Referentie: Buiten fitness, bron; monkeyxl.
Uitwerkingsplan centrale ontmoetingsplek bij het strandje De theaterheuvel aan het populaire strandje is een interessant uitkijkpunt waar men het hele park kan overzien. Tegen het steile deel van dit hoogteaccent ligt nu een amfitheater dat uitkijkt op het vlakke evenemententerrein en het informele sport/speelweide. Met de herinrichting en uitbreiding van het sportpark wordt eigenlijk de hele kop van het park opnieuw ingericht. Daardoor wordt de plek bij het strandje, gelegen nabij het clubhuis een ware ‘hotspot’ voor ontmoeting, sport, spel en recreatie. De nieuwe permanente clubaccommodaties van het sportpark, die ook een (horeca)functie kunnen vervullen voor bezoekers van het park in het algemeen, wordt ingepast in de bestaande theaterheuvel. Het wordt ingepast in het bestaande hoogteverschil en vormt zo ruimtelijk en functioneel dan een schakel tussen het sportlandschap en het parkdeel aan het strandje. Daardoor wordt de directe omgeving van het strandje nog interessanter voor informeel spelen, bewegen en relaxen. In het Uitwerkingsplan voor deze plek wordt de exacte locatie van het clubgebouw samen met gebruikers bepaald.
Een belangrijke ontwerpopgave is welke relatie deze ontmoetingsplek aangaat met het naastliggende sportpark, het open karakter van de romp van het park, en ook de aanliggende ecologische corridor die de ARK-zone, de dijk, de romp en de Batterij met elkaar verbindt. Uitwerkingsplan sportroute Ongeorganiseerd sporten wordt op dit moment bediend door een aantal fitnessplekken, verspreid over de kop van het Diemerpark. De plekken worden goed gebruikt maar zijn inmiddels wat versleten. Dit schept kansen om het fitness parcours opnieuw in te richten en een verse impuls te geven. De vernieuwde sportplekken worden wel terughoudend vormgegeven, bijvoorbeeld met objecten van hout, en passen in het natuurlijk landschap.
Daarnaast kunnen hardlooproutes interessanter worden gemaakt met bijvoorbeeld afstandsmarkeringen op het asfalt, of met een app die men aan een sportprogramma kan koppelen. In het Uitwerkingsplan wordt ook gekeken of bestaande voetgangerspaden onderdeel kunnen worden van fitnessparcours, zonder het ontspannen struinkarakter van onverharde en informele paden aan te tasten.
81
82
7.3 Landschappelijke inpassing sportpark In de Inleiding (hoofdstuk 1) werd duidelijk gesteld dat het sportpark vraagt om uitbreiding. Tijdens bijeenkomsten met bewoners en gebruikers, gesprekken met belanghebbenden, adviseurs en specialisten is onderzocht op welke wijze dat kan gebeuren. Een variantenstudie heeft vervolgens de verschillende denkrichtingen in kaart gebracht. Op basis hiervan is een variant gekozen die wordt uitgewerkt. Uitwerkingsplan Het Uitwerkingsplan maakt concreet hoe de herinrichting van de kop van het Diemerpark kan worden uitgevoerd, op zo’n manier dat het sportlandschap en het parklandschap zich kwalitatief hoogwaardig met elkaar verweven. Daarbij is een landschappelijke inpassing die recht doet aan de recreatieve functie, maar waarbij deze wel ‘te gast’ is in het park. Uiteraard geeft de nazorg van de bodemsanering harde randvoorwaarden voor welke vorm van inpassing dan ook. De bestaande infrastructuur van de nazorg moet worden verplaatst en hierbij wordt ook gekeken of er betere methoden zijn om het stortgas en het grondwater in dit gebied te onttrekken. Om de natuurwaarde van de kop van het park te handhaven worden ecologische corridors aan de randen van het sportpark aangebracht, opdat het sportpark geen blokkade vormt voor migrerende dieren.
Ook hekwerken, verlichting, accommodaties en parkeren worden met zorg ingepast om effecten op de natuur minimaal te houden. Overigens biedt de herinrichting ook duurzaamheidskansen. Zoals een robuuste klimaatadaptatie met verkoeling in de zomer, opvang van piekbuien en weerbaarheid tegen droogte in het middengebied. Realisatie van een natuurinclusief gebouwde accomodatie voor twee sportclubs zorgt dat zo’n ‘gebiedsvreemd object’ toch positief bijdraagt aan de natuurbeleving en ecologie. Kortom, door hedendaagse innovatieve ontwerpen en (bouw)technieken in te zetten kan het sportlandschap een aansprekend, duurzaam onderdeel worden van het Diemerpark.
P
83
Ruimtelijke onderdelen sportlandschap Ruimtelijk bekeken is het nieuwe sportpark opgebouwd uit een aantal onderdelen die samen bepalen hoe men de plek beleeft en gebruikt. Met het herindelen van de velden doet zich de kans voor om ontbrekende groenstructuren, verbindingen en openbaar toegankelijke plekken toe te voegen. Uitgangspunt is om het huidige landschappelijke karakter van het Diemerpark te behouden en zoveel mogelijk te integreren in het sportpark. Om dat te bereiken moet dat parklandschap ‘naar binnen wordt getrokken’ tussen de speelvelden door, inclusief de informele recreatieve gebruiksmogelijkheden die daarbij horen.
84 Ruimtelijke onderdelen
Landschappelijk inpassen
Verbonden en toegankelijk
Omzomen met beplanting De groene zone op bijgaand kaartje geeft aan waar ruimte is voor beplanting die de visuele dominantie van de sportfaciliteiten vermindert. Die beplanting biedt naast een visuele omzoming ook kansen voor een ecologische inrichting.
Oriëntatie entrees en clubgebouw Het sportlandschap heeft een gezicht naar verschillende delen van het park. Met name de omgeving van de gebouwde accomodatie, als schakel tussen de natuurlijke delen van de romp, het sportpark en de omgeving van het strandje, vraagt om een zorgvuldig inpassing. Bijvoorbeeld door de aanwezige hoogteverschillen te benutten om de impact van de accomodatie van twee sportclubs in het landschap te minimaliseren waarbij de identiteit van beide clubs wordt behouden. Het parkeren aan de noordelijk gelegen entree gebeurt binnen de contouren van een ‘half sportveld’ en wordt omzoomd met groen. Levendiger binnengebied Een aangename en levendige binnengebied tussen de sportvelden is niet alleen van belang voor de sporters en sportclubs, maar ook voor verschillende doelgroepen die elkaar hier kunnen ontmoeten. Bijvoorbeeld met een programmering en (natuurlijke) inrichting die passen bij een openbaar recreatief ‘leisure’ karakter.
Aanbrengen groenstructuren en -verbindingen Tussen de sportvelden ligt straks relatief veel vrij oppervlak voor een natuurinclusieve inrichting. De groenstructuren in het sportlandschap hebben ecologische waarde, staan in verbinding met de omliggende natuur, en bieden ruimte aan wandelpaden die onbelemmerd doorlopen naar de bestaande struin- en wandelroutes buiten het sportpark.
85
Uitwerkingsplan - Schetsontwerp landschappelijke inpassing Op de volgende twee pagina's wordt kort in beeld gebracht hoe het sportpark ruimtelijk ingepast wordt in het de kop van het park.
P
De referenties op pagina 87 sluiten goed aan op de landschappelijke kenmerken van het Diemerpark en zijn daarnaast, in delen een toevoeging op het aanwezige palet. In het schetsontwerp is in tegenstelling tot de andere delen, van het park de mogelijkheid gecreëerd om inheemse bomen toe te voegen. Vanwege de omstandigheden van de groeiplaats als gevolg van de nazorg locatie zal het gebied als een daklandschap beschouwd moeten worden. Hier kunnen middels een aantal technische maatregelen kleine groepen en solitaire bomen het landschap verrijken. De beelden op pagina 88, 89 zijn aan de hand van een maatvast 3D model gemaakt en laten zijn hoe groot het binnengebied is. Daarnaast laten ze zien welke identiteit het landschap om en rond het sportpark kan krijgen. De profielen geven globaal inzicht in de maatvoering van entrees en randen. Het maken van robuuste structuren met juiste verhoudingen is één van de belangrijke aspecten binnen het ontwerp. Naast deze profielen wordt een beeld gegeven van het natuurspelen in het binnengebied. Dit bestaat uit een aantal geschakelde speelplekken omzoomd met beplanting.
86
In het uitwerkingsplan sportpark wordt dit ontwerp in samenspraak met belanghebbenden verder uitgewerkt en in beeld gebracht. Schetsontwerp, landschappelijke inpassing sportpark (zwarte lijn is locatie onderstaand profiel )
ca. 72m Profiel door binnengebied
Referentie, binnenduinrand vergelijkbaar met hoogte, Foto: Hubert Kivit
Referentie, Stuifduinen (opbouw vegetatie )
Referentie, binnenduinrand met halfverhard pad, Bron: routiq.com
Referentie, Rieteiland oost, Bron: Buro Lubbers
87
Speellandschap, Park in't wild, bron: springzaad.be
88
ca. 14m Principe doorsnede rand sportpark
ca. 27m Principe doorsnede entree binnengebied sportpark
Aanzicht natuurspeelplek binnengebied
Aanzicht 3D beeld, richting binnengebied
Aanzicht 3D beeld, vanaf de dijk
89
Aanzicht 3D beeld, in het binnengebied
90
Legenda
7.4 Natuurbeleving en rust In het natuurdeel van het park (alles behalve de kop) bestaat de recreatie voornamelijk uit struinen of een enkele picknick langs onverharde wandelpaden. Zulke extensieve vormen van recreatie zijn in balans met de natuur en kunnen gewoon blijven bestaan. Het toevoegen van ontworpen faciliteiten en programma is hier niet gewenst, een eventuele eenvoudige natuurpeel plek uitgezonderd. De ARK-zone is en blijft primair een rustgebied voor belangrijke doelsoorten flora en fauna. Menselijke aanwezigheid is hier ongewenst, daarom wordt de zone nog sterker afgezonderd van de rest van het park en de (nu nog) toegankelijke delen worden afgesloten met dichtere beplanting. Daarnaast wordt onderzocht of verhoging van de waterstand in de ARK-zone betreding nog moeilijker zal maken. Naast fysieke maatregelen zijn er informatieborden met uitleg geplaatst waarom rust in dit gebied noodzakelijk is. Bij veel gebruikers leeft echter de wens om vanuit het park structureel naar het Amsterdam-Rijnkanaal te kunnen lopen. Daarom is een doorgang ‘op hoogte’ bedacht, bijvoorbeeld een eenvoudig houten palenpad of loopbrug van waaraf de natuur kan worden beleefd zonder dat struinende mensen en honden de natuur verstoren. De haalbaarheid en effecten van deze voorstellen worden verder onderzocht in het Uitwerkingsplan voor de ARK-zone.
91 Referentie brug, bron: makeyourfuture-nl.business.site
7.5 Evenementen in het park
7.6 Kunst in het park
Grote mensenmassa's en harde muziek passen niet bij het karakter en de functie van het Diemerpark. Dat gezegd hebbende, in de kop van het park rond het nieuwe clubgebouw en strandje is wel ruimte voor een levendig zij het kleinschalig 'leisure' programma. Ook hier is het echter wenselijk om een goede balans met de natuurfunctie te blijven zoeken. Geluidshinder in de late uurtjes zal hier niet passend zijn terwijl een bescheiden verenigingsavond van de sportclub hier wel thuis hoort.
Het Diemerpark is een landschap met een bijzonder verhaal. De gegroeide symbiose tussen de onder- en bovengrond, maar ook de contrasterende werelden die in het Diemerpark samenkomen, kunnen inspiratiebron zijn voor een passende kunstvorm. Door de schaal van het landschap is er ruimtelijk veel mogelijk. In de Uitwerkingsplannen wordt kunst integraal meegenomen. Wel is het van belang dat ook kunst zich voegt naar het landschap, met een terughoudende verschijningsvorm. Referenties uit de landschapskunst elders laten zien hoe kunst zich mooi kan voegen in het landschap of het landschap zelfs mede vormgeeft.
In de overige delen van het Diemerpark zijn evenementen met grote groepen absoluut uitgesloten. Kleinschalige events zoals vrijwilligersdagen en natuurexcursies geven wel kleur en passen probleemloos in het karakter van het park.
92
Referentie: Mehmet Ali Uysal
Kunst excursie, Vernieuwing Diemerpark 2019, bron: eigen foto
Referentie: Robert-smithson
8. Meubilair en informatieborden Meubilair In het Diemerpark is terughoudend omgegaan met objecten zoals meubilair en informatieborden. Met de aanleg werden alle objecten indertijd secuur uitgekozen en zelfs specifiek voor het park ontworpen. Bankjes, prullenbakken en infozuilen zijn van beton en vormen een eenvoudige consistente huisstijl. Door de jaren heen zijn deze objecten echter versleten en werden objecten toegevoegd die afwijken van de huisstijl. Voor het vernieuwde Diemerpark houden we vast aan een eenduidige huisstijl; een geactualiseerde huisstijl, op basis van natuurlijke materialen, die aansluit op het unieke landschappelijke karakter. Deze nieuwe huisstijl zal balanceren tussen het streven naar uniciteit én de bereidheid om aan te sluiten bij het standaard assortiment (zogeheten ‘Puccinimethode’) dat in de stad gebruikelijk is. Dat laatste heeft als voordeel dat er geen problemen optreden bij onderhoud, beheer en vervanging van straatmeubilair, verharding, lichtmasten et cetera. Illustratief voor die balans is het voorstel voor bijzondere houten zitbanken in de ‘Plane’ serie, maar daarnaast gebruik maakt van standaard 100 liter prullenbakken uit de Puccini-methode.
Huidige infromatie zuilen, bron: eigen
nieuwe informatieborden biesbosch, bron: np-
93
Informatie borden In het Diemerpark en aan de ARK-zone komen nieuwe informatieborden. Daarop staan toelichtingen over bijzondere kwaliteiten van die plek, maar ook praktische geboden en verboden. De informatieborden staan op strategische plekken, zoals bij de entrees. Zoals bijgaand referentiebeeld laat zien krijgen ze een eenvoudig ontwerp, met houten staanders en een landelijke uitstraling.
foto: huidige banken en prullenbakken, bron: daaromdiemen.nl
ontworpen prullenbak - puccini methode, bron: eigen foto
foto: Bank, plane serie - Grijsen
9. Verankering van visie in beheer Een les uit de afgelopen jaren is dat de bovengrond van het Diemerpark anders moet worden beheerd. Momenteel wordt het beheer uitgevoerd door meerdere afdelingen binnen vier gemeentelijke directies. Afstemming is moeilijk en dat leidt tot zichtbare gebreken in het beheer. Het beheer is extra complex door de veelal onzichtbare nazorgvoorzieningen van de bodemsanering. De ondergrond ligt vol met afvoerleidingen voor gas en water uit de stortlocatie, onderling verbonden door putten in het maaiveld. Deze infrastructuur bepaalt niet alleen de gebruiksmogelijkheden van het park, maar vergt ook specialistisch beheer. Daarnaast zijn in het park ook nog andere beheerders actief, zoals Tennet, Rijkswaterstaat en Waternet, met een eigen autonome deelverantwoordelijkheid.
94
Integraal beheerplan Tegen deze achtergrond is het wenselijk om een integraal beheerplan te maken, waaraan alle beherende partijen zich committeren. Een beheerplan met een heldere ambitie, spelregels over een goede uitvoering van werkzaamheden, en een procesbeschrijving hoe alle partijen hun taken metelkaar afstemmen. Bovendien maakt een goed beheerplan onderscheid tussen dagelijks beheer, periodiek beheer en incidenteel beheer. Jaarlijks wordt een beheerkalender opgesteld met geplande werkzaamheden van alle partijen. Deelbeheerplannen Onder het integrale beheerplan ‘hangen’ meerdere deelbeheerplannen voor deelgebieden (zoals sportpark, ARK-zone) en de in die gebieden aanwezige objecten (zoals banken,afvalbakken, informatieborden, speeltoestellen). Elk deelbeheerplan beschrijft in detail: • Hoe ondergronds en bovengronds beheer is (of wordt) afgestemd; • De dagelijks verantwoordelijke functionaris per beheerder; • Het te handhaven kwaliteitsniveau; Welke werkzaamheden daarvoor De beheerplannen worden jaarlijks geëvalueerd en zo nodig aangepast.
Management Goed integraal beheer vraagt om een centraal punt van overzicht en aansturing, zeker gezien de complexe beheeropgave in het Diemerpark. Daarom wordt voorgesteld om een parkconcierge aan te stellen die samen met en in opdracht van alle stakeholders een beheerkalender opstelt, prioriteiten aanwijst, de werkzaamheden coördineert en zo mogelijk combineert. Aan de handvan onder meer een kader op basis van Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid, Communicatie en natuur (BLVCN) verleent hij vergunningen aan aannemers en bewaakt de wijze waarop zij het werk uitvoeren. De parkmanager houdt kantoor in het Diemerpark zelf, is daar laagdrempelig te benaderen, en communiceert actief naar bewoners en gebruikers van het park.
10. Visiekaart
P
Legenda
95
96
Planning
97
11. Planning De komende jaren vertaalt deze visie voor het Diemerpark zich naar een serie gedetailleerde uitwerkingsplannen voor de verschillende deelgebieden, waar op hun beurt weer beheerplannen uit voortkomen of indien er geen activiteiten zijn worden de autonome integrale beheerplannen opgesteld. De totstandkoming van die uitwerkingsplannen gebeurt volgens een zorgvuldig planproces, met veel ruimte voor participatie. Voor elk Uitwerkingsplan gaat de gemeente om tafel met o.a. bewoners, sportclubs, natuur- en recreatieorganisaties en andere belanghebbenden om samen na te denken over concrete maatregelen en beheerprincipes.
98
Hieronder staat een overzicht van te maken Uitwerkingsplannen. Per plan is aangegeven of de planvorming op korte (2022-2024), middellange (20252026) of lange (2027 en verder) termijn plaatsvindt. De termijn waarop de uitvoering van de plannen plaats kan vinden is afhankelijk van de omvang en de complexiteit van de opgaven, de uitvoering zal vaak ook gefaseerd plaatsvinden.
Uitwerking en beheerplannen per deelgebied ARK-zone Voorbereiden maatregelen versterken natuur - uitvoering Beheerplan ARK-zone (onderdeel beheerplan Diemerpark) Voorbereiding voetgangers verbinding (Diemerzeedijk – Thijs Hendriksenpad) - uitvoering De dijk Beheerplan dijkzone (onderdeel beheerplan Diemerpark) Kop van het park Ontwerp sportpark en landschappelijke inpassing - uitvoering fase 1 - uitvoering fase 2 - uitvoering fase 3 Ontwerp ontsluiting en verkeersituatie sportpark - uitvoering Ontwerp Corridors (ARK-zone - batterij/ARK-zone noordoever) - uitvoering Beheerplan sportpark e.o. (onderdeel beheerplan Diemerpark) Ontwerp omgeving strandje (spelen en bewegen) - uitvoering Romp van het park Uitvoeren hondenlosloopplan Beheerplan hondenlosloopplan (onderdeel beheerplan Diemerpark) Voorbereiden en uitvoeren kleinschalig spelen Staart van het park Uitvoeren maatregelen versterken natuur Beheerplan staart van het park (onderdeel beheerplan Diemerpark) Voorbereiden IJburg 2e fase verbinding + corridor - uitvoering Beheerplan versterkte corridor (onderdeel beheerplan Diemerpark) Lijst Voorbereiden maatregelen versterken oeverzone - uitvoering Uitvoeren Hondenlosloopplan (zwemplek) Beheerplan (onderdeel beheerplan Diemerpark) Verbonden en toegankelijkheid Voorbereiding Nescioknoop (kruispunt Nesciobrug – Diemerzeedijk) - uitvoering voorbereiding Beweeg(sport)route -