Concept verslag RO 28.10.2021
Tekst van het document
Zij hoort wel graag van de wethouder hoe zij ervoor kan zorgen dat particulieren de regels goed kunnen volgen, dus dat het goed leesbaar is. Daarmee kan voorkomen worden dat grote bedrijven, die meerdere panden bezitten, het allemaal wel begrijpen, waardoor particulieren kunnen worden benadeeld. Mevrouw VAN RENSSEN is blij met deze voordracht. Zij heeft een vraag betreffende het geohydrologisch onderzoek. Er wordt verwezen naar onderzoek op een bepaalde locatie, mag zij dat zo interpreteren dat dat onderzoek juist betrekking moet hebben op de grondwaterstand in een breder gebied dan alleen de projectlocatie? In de regels staat dat het college voorschriften kan verbieden naar aanleiding van een onderzoek. Zij vraagt zich of het college soms die voorschriften niet móet verbieden als het onderzoek van de grondwaterstand daartoe noopt. Wethouder VAN DOORNINCK snapt het punt van mevrouw Berckenkamp, mensen moeten kunnen begrijpen welk onderzoek zij moeten laten doen. Er zal voor gezorgd worden dat er goed gecommuniceerd gaat worden richting particulieren. Zij gaat bekijken of de bewoording nog specifieker gemaakt kan worden. Richting mevrouw Van Renssen wijst zij erop dat het onderzoek ook een uitspraak moet doen over de vraag of het mogelijk is, maar ook over mitigerende maatregelen. Dus er wordt dan ook aangegeven wat er gedaan moet worden om het mogelijk te maken.
Wat de vraag aangaat betreffende een breder gebied voor het onderzoek, zal zij nagaan hoe dat precies geïnterpreteerd moet worden. Zij zal het antwoord op die vraag nog voor de
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 29 september 2021
RO
raadsvergadering aan mevrouw Van Renssen laten weten. De VOORZITTER stelt vast dat dit punt hiermee voldoende besproken is en dat het een korte bespreking zal krijgen in de raadsvergadering.
5 Vaststellen van wijziging van de Legesverordening Amsterdam 2021 in verband met een nieuwe tekst van onderdeel 3.1.2.7 van de legestabel inzake het tarief voor civieltechnische werken (ZD2021-011263) Gehamerd, ook in de raad
Grondzaken 6 Vaststellen Investeringsnota “voorbereiding circulair land maken Buiteneiland” en het beschikbaar stellen van een krediet (ZD2021-011041) Mevrouw BLOEMBERG-ISSA dankt voor de verhelderende technische sessie van gister. De inspreker sprak van de sportvoorzieningen die op het Buiteneiland gepland zijn en dat daarmee op dit moment een probleem is bij de sportvoorzieningen op IJburg I. Er moeten sportvelden en parkeerplekken komen in het Diemerpark, hetgeen onwenselijk is. Zij wil weten waarom het college ervoor kiest om daar nu sportvelden en parkeerplekken aan te leggen. Waarom wordt er niet gekozen om dat door te schuiven naar Strandeiland en naar Buiteneiland, zodat het Diemerpark gespaard blijft. Zij is positief over het vele groen dat gepland staat. Mevrouw VAN RENSSEN vindt het een goede zaak dat er een circulair Buiteneiland gemaakt gaat worden. Goed dat er land gemaakt wordt voor niet alleen woningbouw maar vooral toch voor groen en natuur. GL stemt daarom van harte in met deze investeringsnota. Zij wil wel aandringen op een goede monitoring van de risico’s, zodat budgetoverschrijdingen worden voorkomen. Verder denkt zij dat het goed is dat het voortdurend in relatie wordt gezien met de ontwikkeling van het Strandeiland. Zij pleit voor het mogelijk maken van openbaar vervoer over de brug tussen Strandeiland en Buiteneiland.
De heer NIJSSEN spreekt van een mooi project en een mooie voordracht. Het gaat 15 tot 20 jaar duren. Zijn fractie vraagt zich af of er niet wat breder gekeken kan worden en overwogen wordt of de grond voor het land maken uit de regio gehaald kan worden, zodat er een versnelling aangebracht kan worden in de doorlooptijd. In de tussentijd zal ook blijken dat er een tekort is aan recreatievoorzieningen en er sprake is van een blokkade voor de watersport. Daarbij komt dan ook nog het tekort aan sportfaciliteiten, die daar moeten komen. Dus hoe sneller dit zou kunnen, hoe beter het is. Bovendien is ook de overlast van de bouwactiviteiten gedurende die 20 jaar een reden om meer vaart te zetten. Wethouder VAN DOORNINCK dankt voor de positieve grondhouding tegenover
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 29 september 2021
RO
het aan te leggen groene Buiteneiland. Mevrouw Bloemberg-Issa vraagt zich af waarom niet alle sportfaciliteiten naar Buiteneiland doorgeschoven kunnen worden. Dat komt omdat IJburg een grote archipel is, waarbij er voor gezorgd is dat er voor geheel IJburg voldoende aan sport is. Daarom is een concentratie op het Buiteneiland niet wenselijk. Allereerst worden de sportvelden op het Strandeiland aangelegd. Pas als het Buiteneiland klaar is, kunnen die sportvelden overgedragen worden, zodat daar geen tekort aan sportfaciliteiten ontstaat. Richting mevrouw Van Renssen verzekert zij dat er goed op risico’s wordt gemonitord. Omdat het een langlopend traject is, zal dat extra goed moeten worden bijgehouden. De relatie met het Strandeiland is scherp aanwezig. Zij begrijpt voorts de wens om het OV door te trekken. Dat blijft een van de vele onderzoeken die nog rond de ontwikkeling van het Buiteneiland spelen. De heer Nijssen vraagt zich af of het allemaal niet te lang gaat duren. Het maken van land duurt lang en de keuze van circulair bouwen is heel bewust genomen. Als dat doel losgelaten zou worden, zijn het het transport en de uitstoot die enorm omhoog zullen gaan, naast de kosten die ook omhoog zullen gaan. Daarom is ervoor gekozen om het uit Amsterdamse grond te halen. Er zal voor gezorgd worden dat de continuïteit in sport niet in gevaar komt.
Zij gaat ervan uit dat dat in de gestelde termijnen ook mogelijk is en er zal blijken dat het daarbij om logische stappen gaat. Het is een lange termijn en daarom wordt er nu alvast begonnen. De heer NIJSSEN mist het stukje over de watersport. Hij heeft namelijk gehoord van zijn collega’s in Oost dat er sprake zou zijn van een soort blokkade door het vervoer wegens het opspuiten van het eiland. Wethouder VAN DOORNINCK heeft begrepen dat er wel sprake zal zijn van een zekere overlast, maar van een blokkade is haar niets bekend. Zij zal het nog een keer specifiek navragen en komt daarop voor de raadsvergadering bij hem op terug. De VOORZITTER stelt vast dat dit punt hiermee voldoende besproken is en dat het een korte bespreking zal krijgen in de raadsvergadering. 7 Kennisnemen van de beantwoording van twee raadsadressen over de mogelijke aanleg van een brug over het Oosterdok (ZD2021-011729) Dit punt is van de agenda afgevoerd.
Bouwen en Wonen 8 Rapport Ombudsman Metropool Amsterdam ‘Woonboot vraagt maatwerk’(ZD2021-010563) Dit agendapunt wordt in aanwezigheid van de ombudsman besproken. Hij krijgt het woord om het rapport toe te lichten.
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 29 september 2021
RO
De heer RAMLAL is inmiddels een maand ombudsman en een van de eerste dingen die hij gedaan heeft is een bezoek te brengen aan de Windtunnelkade / Diemer Zeedijk om met de mensen te spreken en te begrijpen waarom er een rapport ligt over onbehoorlijk bestuur. Hij trof mensen aan die enorm het vertrouwen zijn verloren in de gemeenteraad. Zij worden gemolesteerd door de gemeente en hun verhaal is dat er in feite nooit een gesprek is geweest met hen. Zij hebben biedingen gekregen betreffende verplaatsing van hun woonboten. Dat hebben zij steeds ervaren als ‘het mes op de keel’. Hun ervaring is dat de gemeente hen dwingt om weg te gaan en steeds met voorstellen komt die elkaar tegenspreken. Zij hebben verteld dat het beleid van de gemeente ondoorzichtig is. Zij hebben het gevoel dat zij gepiepeld worden. Vervolgens ziet hij als ombudsman dat er sprake is van een juridische strijd, die hij kenschetst als een soort loopgraven strijd. Die strijd is ongelijk wegens het verschil in beschikbare middelen, terwijl de woonbootbewoners verzuipen. Hij maakt zich daar zorgen over en ook de rechter zei dat partijen moeten proberen er samen uit te komen. Als ombudsman pleit hij richting de gemeente ook te trachten het redelijke gesprek aan te gaan met deze mensen. Uit gesprekken met die gemeente heeft hij gemerkt dat daar geen sprake is van een open houding, om dat gesprek aan te gaan.
Men verschuilt zich achter argumenten dat dat al heel vaak geprobeerd is. Deze mensen hebben gewoon pech, ze hebben verkeerd gegokt. Hij vraagt zich af waarom de gemeente zo omgaat met de Amsterdammer. Inmiddels begrijpt hij ook het oordeel van zijn rechtsvoorganger dat de gemeente onbehoorlijk handelt. Men kan misschien juridisch gelijk hebben, maar men gaat niet per definitie en op voorhand tégen de burger zeggen ‘I see you in court’. Dat is wel wat er gebeurt. Zijn aanbeveling zou dan ook zijn om niet de politie er op af te sturen, maar om onder begeleiding van een onafhankelijke mediator te proberen het gesprek aan te gaan. De betrokkenen hebben de communicatie steeds niet ervaren als open en behoorlijk. En als ombudsman deelt hij dat oordeel. Hij geeft ook aan onmiddellijk te stoppen met de dwangsommen en met de bestuursdwang. Wacht even tot de rechter ook een oordeel heeft geveld! Reflecteer ook eens op hoe het allemaal beter kan. Hij is als ombudsman gaarne bereid om de gemeente daarin te steunen. De heer BAKKER wil weten of naar mening van de ombudsman het onbehoorlijk bestuur voortkomt uit bestuursdwang. Volgens de OMBUDSMAN komt dat voort uit een tweetal zaken. Allereerst komt het omdat het gesprek niet open wordt aangegaan. Ten tweede voelt daarbij het dreigen met bestuursdwang als ‘het mes op de keel’. Dat vindt hij als ombudsman niet behoorlijk.
De heer BAKKER wil voorts weten of de ombudsman de duur van deze kwestie nog als menselijk ziet. De heer RAMLAL antwoordt als ombudsman graag de verbinding te willen leggen tussen de systeemwereld en de leefwereld. Dat betekent dat een overheid oog moet hebben voor de mensen. De gemeente moet zich niet louter en alleen blindstaren op regels. Dat is een professionele valkuil en hij denkt dat de gemeente daar inderdaad ingestapt is.
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 29 september 2021
RO
De heer ERNSTING merkt op dat steeds te zien valt dat er achter dit soort kwesties enorme belangen schuilen. In dit geval gaat het om de belangen van privé personen, maar ook om financiële belangen van vastgoedeigenaren. Alles wat met vastgoed en met grond te maken heeft staat onder grote druk staat, waarbij de overheid ook te maken heeft met misbruik van precedentwerking Heeft de ombudsman dat aspect ook meegenomen in de afwegingen? Dat heeft de OMBUDSMAN zeker gedaan. Hij kan daar in dit geval over zeggen dat er allereerst geen door de raad vastgesteld beleid is. Dat maakt dat er maatwerk moet worden toegepast. Daarbij moeten in ieder geval de beginselen van verantwoordelijk bestuur toegepast worden. Als hij dat toetst dan blijkt dat dat niet het geval is geweest. Ten tweede spelen er inderdaad altijd economische belangen. De mensen van de Diemer Zeedijk hebben ook ervaren dat hier wordt geschermd met een ecologische agenda, waarachter een economische agenda schuilgaat. Dus ook omgekeerd ervaren burgers dat er dergelijke belangen spelen. De overheid moet voorzichtig zijn en weten met welke partij men spreekt. Het helpt vervolgens als men ergens concreet een kijkje gaat nemen. In dit geval is het opvallend dat de betrokken ambtenaar daar nooit is langs gefietst om te bekijken wat precies de situatie is.
De mensen krijgen daardoor dus het gevoel dat er op basis van tekeningen iets wordt gezegd zonder daadwerkelijke kennis van zaken. De heer ERNSTING hoort de ombudsman zeggen dat er in dit geval geen
sprake is van ‘best netwerking’ (?).Verder is hij heel benieuwd naar wat die verborgen economische agenda dan is. De heer RAMLAL denkt dat men die vraag niet aan hem moet stellen, want hij heeft geen economische agenda. De mensen zeggen in ieder geval dat zij het gevoel hebben dat er dus een verborgen economische agenda is achter het ecologische credo dat daar gebezigd wordt. Hij denkt dat het goed zou zijn als de gemeente met de mensen het gesprek zou voeren over de vraag waar dat gevoel vandaan komt. De heer BOUTKAN begrijpt het pleidooi van de heer Ramlal. De vraag blijft echter of een dergelijke aanpak geleid zou hebben tot een andere uitkomst. De heer RAMLAL antwoordt dat vanuit de procedurele rechtvaardigheid het raadzaam is om, indien een bewoner aangeeft iets niet te begrijpen of te kunnen accepteren, niet meteen wordt gezegd ‘ik zie u in de rechtszaal’. Ga eerst het gesprek aan! Die tussenstap is nodig wil men als een behoorlijk handelende overheid te werk gaan. Die stap is hier overgeslagen en dat is de overheid aan te rekenen. Dat wil dus niet zeggen dat de gang naar de rechter nooit mogelijk is. Er kunnen zich situaties voordoen waarin, ondanks alle zorgvuldige handelen, partijen het niet eens worden met elkaar. Dan is het aan de rechter om een oplossing aan te dragen.
Maar ook dan is het zaak niet reeds de politie ergens op af te sturen alvorens de rechter een uitspraak heeft gedaan. Mevrouw BERCKENKAMP wil weten hoe de heer Ramlal denkt hoe dit heeft kunnen gebeuren. Hoe komt het dat deze twee partijen zo ver uit elkaar geraakt zijn?
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 29 september 2021
RO
De heer RAMLAL denkt dat het ontbreken van een duidelijk beleid één van de redenen is waarom er maatwerk moet worden toegepast. Verder speelt mee de vraag of het om een centrale of decentrale kwestie gaat Ook zijn voorganger zat hierdoor met de vraag waar hij precies moest zijn, bij het stadsdeel in bij de centrale stad? Die onduidelijkheid draagt bij aan de juridisch strijd. Hij denkt ook dat het aan de gemeente is om na te denken over hoe doorgeschoten juristerij voorkomen kan worden. Het onnodig juridiseren stoelt op wantrouwen, waardoor soelaas gezocht wordt in de regels en dat gaat dan over en weer, waardoor men zich ingraaft in zijn ingenomen positie. De heer VAN SCHIJNDEL vraagt zich hierbij ook af of de juridische tunnelvisie, die al snel ontstaat, te maken heeft met het feit dat er op een te laag niveau in de ambtelijke organisatie dit soort beslissingen worden genomen. De heer RAMLAL is van mening dat ambtenaren die wat lager in de organisatie zitten juist de ruimte moeten krijgen om echt het gesprek aan te gaan. Dat voorkomt dat men zich achter hogere ambtenaren gaat verschuilen. Dat heeft te maken met de veiligheid en de deskundigheid in de organisatie. Mevrouw DE BRUIJNE wijst op de controlerende taak van de volksvertegenwoordigers. Kent de heer Ramlal acties waarmee dergelijke problemen kunnen worden voorkomen? De heer RAMLAL denkt dan aan twee dingen.
Er is de juridische functie van de gemeente Amsterdam. Daarover is recentelijk een heel kritisch rapport geschreven dat ook de aandacht van de burgemeester heeft. De vraag is dan hoe de juridische functie van de organisatie zo ingericht moet worden als men de gang naar de rechter zo veel mogelijk uitsluit. Ten tweede kan de ombudsman uitgenodigd worden. Ten derde kan het heel makkelijk zijn dat men als raadslid bepaalde signalen mist, doordat er in brieven van het gemeentebestuur wordt aangegeven dat het allemaal in redelijkheid is geregeld, dat het juridisch klopt etc. Verder acht hij het in een kritische houding van een raadslid ook nodig dat de mening van burgers wordt meegenomen, zodat afgewogen kan worden of de voorstelling van zaken die het college geeft wel klopt. Het belang van deze aanpak geldt vooral als het contact met een paar burgers staat voor de mening van een paar honderd burgers of meer nog. Als ombudsman kan hij niet zeggen waarom het als een aanval wordt ervaren. Op het moment dat iets als een aanval wordt ervaren, is de tegenreactie vaak ofwel een terug aanvallen of een verdedigen. Hij zegt dit alles om een lerende overheid te stimuleren. De heer VAN SCHIJNDEL is van mening dat het heel vaak is voorgekomen dat de juridische voorstelling van zaken vanuit het college neerkwam op het ‘zand in de ogen strooien’.
Hij vraagt zich af of het niet een goede zaak is dat de gemeenteraad van Amsterdam, waar het om grote kwesties gaat, zijn eigen advocatenbureau kan inhuren om te toetsen of hetgeen het college voorstelt juist is. Wat denkt de ombudsman daarvan? De heer RAMLAL denkt dat het goed is dat, in geval het om gewichtige zaken gaat, de eigen tegenspraak te organiseren. Hij vertrouwt erop dat deze organisatie, in
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 29 september 2021
RO
het kader van professionaliteit, dat ook doet. Mevrouw VAN SOEST wil weten of het mogelijk is dat raadsleden zelf ook cases aandragen bij de ombudsman in het geval de betreffende burgers daar zelf niet de moed toe hebben,. De heer RAMLAL geeft aan dat het wettelijk zo geregeld is dat men bij een klacht allereerst aanklopt bij de gemeentelijke organisatie zelf. De gemeente moet namelijk zelf in staat zijn om zo’n klacht te behandelen. Als ombudsman vindt hij het belangrijk dat de klachtcoördinatoren van de gemeente voldoende in positie zijn om die klacht goed te kunnen behandelen. Dus dient de gemeenteraad burgers op te roepen hun klachten door te sturen naar die klachtencoördinatoren. De gemeenteraad moet er ook op letten dat die klachtencoördinatoren goed gepositioneerd zijn. Als de situatie heel ernstig is, kan men altijd bij hem terecht om in ieder geval het signaal af te geven. Op basis van die signalen van klachten wil hij de raad en het college graag informeren, zodat er geleerd wordt van die klachten. De VOORZITTER dankt de ombudsman voor zijn bijdrage op dit punt en start de inhoudelijke behandeling, waarbij de ombudsman natuurlijk van harte welkom is. Behandeling De heer BAKKER wijst op de twee rapporten over onbehoorlijk bestuur.
De gemeente heeft gelogen dat de bewoners hier een aantasting van de ecologische hoofdstructuur waren, terwijl precies het tegenovergestelde het geval is. Het is de gemeente die dat heeft gedaan. De gemeente heeft de bestemming van het gebied voortdurend gewijzigd, terwijl de woonbootbewoners vermalen werden in een juridisch stelsel. Tweemaal onbehoorlijk bestuur en de gemeente negeert het volledig! Hij geeft aan dit verhaal naar de raad te gaan piepen, waarbij hij zal vragen de aanbevelingen van de ombudsman over te nemen. Hij hoopt dat de wethouder direct(!) de bestuursdwang ervan afhaalt en dit rapport uiterst serieus neemt. Zo gaat de gemeente niet met haar inwoners om! Mevrouw VAN SOEST steunt het betoog van de heer Bakker. Zij denkt dat er meer tijd nodig is om dit in de gemeenteraad goed te behandelen, zodat er ook moties ingediend kunnen worden. Ook zij heeft gemerkt dat de bestuursdwang (??). Dat noemt de ombudsman ook onbehoorlijk bestuur. De heer BOUTKAN heeft de stukken gelezen en wil van de wethouder graag horen hoe er nu gereflecteerd wordt op de vraag hoe dit anders had gekund en hoe dit soort zaken in de toekomst opgelost moet gaan worden. Hij hoorde dat de ombudsman oproept een redelijk gesprek te voeren en niet meteen met de politie te geen werken.
Hoe kan dit opgelost worden en hoe kan in de toekomst voorkomen worden dat dit gebeurt? Wethouder VAN DOORNINCK dankt de ombudsman voor zijn rapport. Zij gaat nu in op het rapport dat voor nu geagendeerd staat: de Windtunnelkade. Zij ziet
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 29 september 2021
RO
de moties van de heer Bakker tegemoet, maar merkt op dat de Windtunnelkade en de Diemer Zeedijk twee verschillende cases zijn. Zij denkt dat de ombudsman terecht vraagt om maatwerk, maar dan moet wel elke casus op zich bekeken worden. Zij haalt uit de drie cases die nu voorliggen niet het beeld dat er een lijn in die verschillende cases zit. In het ene geval gaat het om een woonboot waarvan de rechter in het verleden reeds heeft aangegeven dat de boot weg moet in verband met het Nationale Lucht- en ruimtevaart Centrum. Dat is dus iets dat de gemeente moet aanpakken. Op de Diemer Zeedijk gaat het om woonbootbewoners die daar nooit een specifieke vergunning voor gehad hebben, maar waar lange tijd niet gehandhaafd is. Dat maakt het dus lastig om over die drie cases op dezelfde manier te spreken. Als het gaat om de vraag wat hieruit valt te leren, dan is het dat het menselijke gesprek altijd van groot belang is. Zij is van mening dat daarvan in alle drie de cases sprake is geweest. Er zijn verschillende biedingen gedaan aan de bewoners. Wat er wel te leren valt is hoe men wel dichter bij elkaar komt. Daar is zijzelf nog niet helemaal uit, omdat het niet altijd de gemeente is die als eerste een zaak juridisch maakt. Daarom is het niet mogelijk om hier één les uit te leren, behalve dan dat het per casus maatwerk is.
Misschien dat het helpt als daarbij duidelijk wordt aangegeven wat de mogelijkheden wel of niet zijn. Verder valt er wellicht te leren dat de gemeente een situatie kent/kende van veel rafelranden in de stad waar gedoogsituaties niet ongewoon zijn of waren en dat daarvan steeds minder sprake is. Dit omdat door het streven naar een compacte stad dat soort plekken wel steeds meer bestemd gaan worden. Die ontwikkeling vergt een goed traject. Dat zijn de lessen die zij meeneemt. Zij is van mening dat in deze drie cases de gemeente dat minnelijke traject wel gezocht heeft. Mevrouw VAN SOEST wijst erop dat zij een feitenrelaas heeft opgevraagd van de kwestie van de Diemer Zeedijk. De bewoners hebben daar een tegenreactie op gegeven. Daaruit blijkt een zodanige tegenstrijdigheid dat zij dat graag onderzocht wil hebben. Wie kan dat doen, want hierover moet wel een uitspraak komen! Is hier de mogelijkheid van een hoger beroep? Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat de gang naar de rechter door verschillende mensen al is gemaakt. De gemeente heeft gesteld dat zij die kade op een gegeven moment wel gaat ontruimen. Dat betekent niet dat die woonboten daar dan meteen weg moeten. Er spelen hier verschillende zaken door elkaar. Er zijn twee verschillende cases betreffende de Diemer Zeedijk en er is een casus aan de Windtunnelkade. Die cases kennen ieder hun eigen verloop.
Als de vraag is waar dit kan worden voorgelegd dan moet het antwoord zijn ‘bij de rechter’. Dat is niet iets waar de gemeente dan blij mee is. Vandaar dat er aanbiedingen gedaan zijn om juist die gang naar de rechter overbodig te maken. De VOORZITTER sluit hiermee deze behandeling af en wijst erop dat dit onderwerp in de raadsvergadering van 10 november aan de orde zal zijn. Op verzoek van de commissie zal het presidium echter verzocht worden dit onderwerp reeds in de raadsvergadering van volgende week te agenderen.
TOEGEVOEGDE AGENDAPUNTEN
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 29 september 2021
RO
Grondzaken 9 “Erfpacht in Amsterdam: een Gordiaanse knoop” Nr. VN2021-026153 Op verzoek van de heer Boomsma is dit agendapunt doorgeschoven naar de commissievergadering van 3 november. De heer BOOMSMA stelt voor een expertsessie te organiseren over de Beginselen van Goed Bestuur. De voordracht van het Presidium is de desbetreffende aanbevelingen over te nemen. Hij denkt dat het goed is om de expertsessie daaraan voorafgaand plaats te doen vinden. De heer BOUTKAN informeert in hoeverre die sessie dan parallel zou moeten lopen met zijn voordracht, zijnde agendapunt 9 De VOORZITTER stelt vast dat er voldoende belangstelling bestaat voor die expertsessie.
10 Afdoening motie 251 inzake projectgebonden herplantfonds Elzenhagen Zuid Nr. VN2021-026093 Mevrouw VAN SOEST herinnert eraan dat haar fractie vragen gesteld heeft over de uitvoering van de motie. Zij benadrukt dat er afspraken gemaakt zijn in dat kader, die nog steeds niet zijn nagekomen. Zij wil weten of de wethouder bereid is alsnog een datum te bepalen voor een overleg met de betrokkenen ook gezien de participatienota. Wethouder VAN DOORNINCK geeft aan dat de motie (nr. 212) gewoon wordt uitgevoerd. Dat betekent dat er 1150 bomen in Elzenhage Zuid worden geplant vanuit het projectgebonden compensatiefonds. Daarnaast komen er planten en heesters en die worden niet vanuit het herplantfonds betaald. Het gaat nog wel even duren wanneer dat alles geplant gaat worden. Daarom vraagt zij zich af waarom mevrouw Van Soest denkt dat die motie niet zal worden uitgevoerd. Daarnaast heeft de wethouder Groen in een eerder moment gezegd dat die projectgebonden herplantfondsen misschien beter opgeheven kunnen worden, omdat dat per saldo leidt tot minder bomen. Zij denkt daarom dat deze vorm minder snel gebruikt gaat worden in andere projecten. Daar zal de compensatie gaan gelden, zoals dat ook voor andere gebieden het geval is. Mevrouw VAN SOEST wijst op de brief aan de wethouder van 29 juni jl. van de voorzitter van de bewonerscommissie. Op die brief is nog steeds geen antwoord gekomen.
Die mensen willen graag een keer met de wethouder in gesprek om het een en ander op te lossen. Is de wethouder daartoe bereid? Wethouder VAN DOORNINCK zegt toe de brief snel te beantwoorden als dit al niet reeds gebeurd is. Zij gaat graag op bezoek bij die bewonerscommissie.
26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 29 september 2021
RO
Ruimtelijke Ordening 11 Vrijgeven voor inspraak en advies van de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021 Nr. VN2021-024215 De heer VROEGE wil een aantal dingen meegeven met betrekking tot de plannen van het college. Hij dankt voor de brief die hij gisteren ontving over de kabelbaan. Hij is blij dat dat proces verder gaat. Er wordt al lange tijd gepraat over de Sprong over ’t IJ, daarom wil hij van de wethouder horen wanneer zij denkt dat de eerste schop de grond in gaat. Wanneer gaat het aanleggen van een vaste verbinding daadwerkelijk van start? De heer ERNSTING wijst op pag. 52 van het antwoord op zijn motie, namelijk om in de volgende collegeperiode de schop in de grond te zetten. Heeft de heer Vroege dat gelezen? Dat heeft de heer VROEGE inderdaad gezien, maar een collegeperiode duurt doorgaans vrij lang. Mogelijk dat die deadline bovendien niet gehaald wordt, want dat komt wel vaker voor in dit dossier. Daarom hoort hij graag een concrete datum. Verder viel hem op dat het college van plan is om een OV-verbinding over bruggen te gaan aanleggen. Dat kost enorm veel extra geld! Daarom vraagt hij zich af of dat echt noodzakelijk is. Zou het niet verstandiger zijn om een extra metroverbinding onder het IJ aan te leggen en daarmee de grote ring te sluiten.
Dit in plaats van een extra busverbinding te maken tussen de twee reeds bestaande busverbindingen onder het IJ door. Dat is volgens hem zowel financieel als technisch beter voor de haalbaarheid van het project. Hij is blij dat de voetgangerspassage weer prominent op de rol staat. Hij vraagt de wethouder deze passage sneller in de plannen mee te nemen dan nu het geval is. Mevrouw VAN SOEST wil weten of D66 bereid is een voetgangerstunnel te overwegen. De heer VROEGE is daar dus zeker voor. Hij pleitte daar zojuist voor. Hij ziet dus graag dat het college daarmee aan de slag gaat. Mevrouw VAN SOEST geeft aan dat het bij voorkeur gaat om een combinatie van voetgangers en fietsers. De heer VROEGE antwoordt daar wat meer moeite mee te hebben. Met de fiets naar beneden levert veiligheidsproblemen op. Hij heeft liever een brug voor de fietsers en een tunnel voor de voetgangers. Een andere brug, namelijk die tussen het winkelcentrum Brazilië en de toekomstige Oostbrug, is weggestreept door dit college. Dit terwijl prof. De Hooghe daar wel voor had gekozen. Is het woord van die professor niet langer wet? Het bevreemdt hem dat nu reeds van de plannen van prof. De Hooghe wordt afgeweken. Hij hoort de wethouder daar graag nader over.
27
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 29 september 2021
RO
De heer NIJSSEN is het eens met de constatering van de heer Vroege dat het voorstel van het college toch iets anders is dan het advies van de commissie De Hooghe. Hij hoort allereerst graag van de wethouder waarom daarvoor gekozen is. Hij ziet nu wel een geheel van allerlei projecten, die op zich allemaal belangrijk zijn, maar los van elkaar lijken te staan. Hij zou daarbij graag twee aanvullende onderzoeken zien, die ingaan op een iets bredere afweging. Daarmee bedoelt hij de overweging om Sixhaven wel of niet aan te leggen en dat af te zetten tegen de toevoeging van OV op de West- en de Oostbrug. Dat laatste zou ook impact kunnen hebben op de woningbouw in het Hamerstraatkwartier of het NDSM-gebied. Dat alles is volgens hem nog niet inzichtelijk. Mevrouw VAN SOEST heeft van haar collega in Amsterdam Noord het volgende vernomen. De gemeente zou op een slinkse wijze een voorbarig afgegeven vergunning willen legaliseren. Dit punt is vorige week in Amsterdam Noord besproken. Het te behandelen herzieningsplan is pardoes teruggetrokken. Er zou een werkbezoek worden ingepland om daar nog eens even over te praten. De heer VROEGE vraagt om een nadere precisering van de vergunningslocatie, want het is hem niet helemaal duidelijk. Volgens mevrouw VAN SOEST gaat het om de vergunning voor de bruggen met name lijkt het bij de te plaatsen pijlers niet goed te gaan.
De exacte locatie moet zij navragen en daar zal zij de heer Vroege over informeren. De heer ERNSTING dankt de heer Vroege voor het agenderen van dit punt, hoewel hij daarbij altijd wel een beetje het idee krijgt dat de heer Vroege denkt dat als D66 geen motie had ingediend, dit plan over de schutting was gegaan. Maar hij is blij dat er nu eindelijk schot in de zaak zit. Men heeft er lang op moeten wachten. Hij heeft één vraag met betrekking tot de voorgestelde bruggen en het OV dat daar nu over gaat rijden, hetgeen tot een forse kostenverhoging leidt. Aan de andere kant blijkt dat de opbrengsten erg goed zijn. Dat zal nog onderzocht moeten worden in de vervolgfase. Verder roept hij alle Amsterdammers op om hun ongenoegen te laten blijken op Amsterdam.nl/sprongoverhetij. De heer VROEGE wijst er richting de heer Ernsting op dat de plannen voor de brug bij winkelcentrum Brazilië uit de plannen van het college zijn gesloopt. Hij hoort graag wat de reactie daarop van de heer Ernsting is. De heer ERNSTING wijst erop dat het nu om een concept gaat. Hij wacht de reactie daarop af, want hij weet dat er ook veel tegenstanders van de brug zijn. Misschien zijn er ook alternatieven. Hij gaat er nog naar kijken. Wethouder VAN DOORNINCK geeft aan het ongeduld van de heren Vroege en Ernsting te herkennen.
Daar staat tegenover dat er met heel veel partijen moet worden samengewerkt en dat het bepaald niet om een eenvoudige opgave gaat. Het college heeft alles op alles gesteld om een hoog tempo en de nodige zorgvuldigheid met elkaar te combineren. Vandaar dat zij hoopt dat er tot een voorkeursbesluit genomen kan worden in deze periode, zodat er daarna voortgang kan worden
28
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 29 september 2021
RO
gemaakt. De heer Vroege gaf aan dat hij blij was met hetgeen ten aanzien van de kabelbaan wordt gezegd door het college en dat hij het idee had dat dat gedaan is om het gemoed van de heer Vroege te verbeteren. Dat is echter niet zo, maar als gevraagd wordt iets te bezien, dan doet het college dat ook. Vandaar dat collega De Vries dat op die manier gedaan heeft. Het moment dat de schop daadwerkelijk de grond in gaat, zal inderdaad in de volgende collegeperiode plaatsvinden. Eerder heeft zij reeds aangegeven niet te kunnen beloven dat dat in de eerste helft van die periode het geval zal zijn. Dus nu lijkt het in de tweede helft van de volgende collegeperiode te gaan gebeuren. Het sluiten van de grote ring is iets dat het college uit dit Sprong-verhaal heeft moeten halen, omdat zij denkt dat het heel gefocust uitvoeren van een aantal maatregelen beter is dan het aantal maatregelen steeds maar uit te breiden. Wat het OV betreft, dat is duidelijk een aanbeveling van commissie De Hooghe, waarvan iedereen de redenen ziet om dat te doen. Het moet echter nog wel goed onderzocht worden. Omwille van het tempo wordt nu de inspraak gestart en de onderzoeken rond het OV over de bruggen lopen nog. Dat heeft met de kosten te maken, maar ook met de gebiedsontwikkeling rond de aanlanding van de bruggen. Na de inspraak en de nota van beantwoording wordt op dit punt teruggekomen.
Ook hier wordt het tempo hooggehouden, omdat het college door wil. Wel is besloten het station Sixhaven los te laten, omdat dat station niet de oplossing gaat bieden voor de veren. Meer soelaas wordt verwacht van de komst van de bruggen. Daar hoort wel die voetgangerspassage bij. Het college beschouwt dat als een belangrijk onderdeel van de Sprong over het IJ. Die passage wordt ook gewenst door de mensen die daar in de buurt wonen. Dit is wel afhankelijk van de verplaatsing van de PTA. Desondanks wordt getracht tempo in de zaak te behouden en niet op elkaar te wachten. Er is voor gekozen om de diverse projecten wel parallel te laten lopen. De brug over de IJhaven wordt niet meegenomen wegens het kostenaspect, maar ook wegens inpassingsproblemen rondom winkelcentrum Brazilië en de daarmee verbonden bezwaren vanuit de buurt. Dat zij in andere gevallen wel erg volgzaam is in de plannen komt omdat het daarbij om grote belangen gaat van Rijkswaterstaat. Dat geldt hier in het geval van de IJhaven niet. Omwille van het tempo is besloten om het plan niet af te schieten, maar wel om op temporisering aan te dringen. Ook de aansluiting op de fietsring speelt hier. Ook daar wordt op dit moment nog verder onderzoek naar gedaan. De heer Nijssen gaf aan dat er nu een aantal losse projecten loopt. Zij legt uit hoever het staat met die projecten.
Sommige van die projecten zijn al de inspraak in, omdat zij niet wil wachten op al die onderzoeken. Mevrouw Van Soest had een vraag over de vergunningverlening. Zij denkt dat het daarbij om een andere brug gaat, want de brug waar het nu om gaat (die van Sprong over het IJ), verkeert nog niet in de fase van een vergunningsaanvraag. Zodra mevrouw Van Soest helder heeft om welke brug het gaat, hoort zij haar daar graag nader over. De heer VROEGE wil weten of de grondhouding van het college betreffende het OV over die bruggen is dat er pas maatregelen genomen worden als de fysieke situatie is aangepast, zodat later bekeken kan worden of daar OV over mogelijk is óf dat er voor OV gekozen is, waarbij het nog de vraag is of het om een tram- of busroute gaat.
29
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 29 september 2021
RO
Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat beide opties op dit moment nog onderzocht worden. Er wordt dus gekeken naar hoe tempo in de zaak gehouden kan worden en dat er geen besluiten worden genomen, waarvan men over 20 jaar denkt dat het een onhandig besluit was. Daarbij speelt de kwestie van de aanlanding van de Westbrug wegens de kosten ervan, hoewel daar ook opbrengsten zijn. Die onderzoeken komen met een uiteindelijk besluit de kant van de raad op. Mevrouw VAN SOEST vraagt de wethouder nog aan te geven of het vervoer via de kabelbaan openbaar vervoer is of aanvullend openbaar vervoer. Wethouder VAN DOORNINCK weet dat niet. Het is een particulier initiatief. Zij verwijst naar de commissie van collega De Vries. De VOORZITTER constateert dat dit punt hiermee voldoende besproken is.
Zuidas en Marineterrein 12 Plan Kunst en Cultuur Zuidas 2021-2025 Nr. VN2021-026094 Mevrouw BERCKENKAMP spreekt van mooie plannen waar zij een aantal aanvullende vragen op heeft. Kijkend naar kunst en cultuur in Amsterdam constateert zij dat dit het beste werkt als er verschillende vormen zijn van kunst en cultuur. Dit plan voldoet daar wel aan, maar zij heeft een paar vragen richting de toekomst. Een groot deel van het plan betreft de private kunstcollecties. Zij ziet die collecties van bedrijven soms verdwijnen. Daarom wil zij van de wethouder weten wat zij kan doen om die collecties toch in de stad te houden. Verder kan zij zich voorstellen dat er andere bedrijven bij komen die investeren in kunst en cultuur. Daar heeft men in het voorliggende kunst en cultuurplan nu nog niet veel aan. Verder is er kunst dat niet toegankelijk is voor publiek. Zij hoort de wethouder graag nader over kunst in de openbare ruimte. Verder hoort zij graag nader over de wijze van aanpak van de plannen, want dat leest zij er niet precies in. Worden deze plannen gemaakt in samenwerking met de bestaande kunst en cultuur? Ook wil zij weten of er overleg hierover mogelijk is met de (toekomstige) bewoners van de Zuidas. Hoe gaat de wethouder dat doen? Zij mist in de plannen de internationale voorbeelden. Waar kijkt de stad nu precies naar? Waar willen we naar toe? Dat soort aspecten mist zij dus.
Zij wijst in dit kader naar een artikel van de heer Wim Pijbes, voormalig directeur van het Rijksmuseum, over investeringen in de toekomst. Zij vindt dat dit plan dat doet en daar is zij blij mee. Zij roept op te kijken naar die internationale voorbeelden. Mevrouw VAN RENSSEN heeft voor nu twee opmerkingen en verder zal zij wat schriftelijke vragen stellen. In het gebied Parnas zou een middelgroot evenement kunnen plaatsvinden. Wat is een middelgroot evenement? Zijn toekomstige en bestaande bewoners daarbij betrokken? Is er een samenwerkingsverband mogelijk tussen de verschillende kunstinstellingen, zodat er met die kunstinstellingen op de Zuidas samengewerkt kan worden aan de culturele agenda, maar bijvoorbeeld ruimte scheppen voor jonge
30
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 29 september 2021
RO
kunstenaars? Kunnen werkruimten voor kunstenaars betaalbaar gehouden worden? Hoe kan dat geborgd worden? Wethouder EVERHARDT heeft dit inspirerende plan opgesteld samen met collega Meriani. Daarbij is goed naar internationale voorbeelden gekeken. Hij heeft het artikel van Wim Pijbes gelezen. Dan zijn er de private collecties en de opgave om ook anderen van dergelijke collecties te kunnen laten genieten. Er zijn daarvan voorbeelden waarvan geleerd kan worden. Middelgroot is tot 2000. Belangrijk is dat burgers daarbij een belangrijke betrokkenheid gaan krijgen op de invulling daarvan. Dat geldt ook voor nieuwe bewoners. Belangrijk is kunst in de openbare ruimte. Bij de bouwopgave zit er altijd budget bij voor dergelijke kunst. Ook bestaande instellingen op de Zuidas worden hierbij betrokken. Hij noemt daar voorbeelden van. Mevrouw BERCKENKAMP hoorde de wethouder zojuist refereren aan samenwerking met culturele instellingen, maar tot kunst en cultuur horen ook de bespelers, de kunstenaars etc. Gaat de wethouder ook daarmee in gesprek om de plannen te vormen? Wethouder EVERHARDT geeft aan dat het de bedoeling is dat er wordt opgetreden door kunstenaars. Wat het betaalbaar houden van ruimtes voor kunstenaars betreft, refereert hij naar het overleg dat gevoerd wordt over de inrichting van het nieuwe museum. Dat zijn zaken die ook zullen moeten landen in het bestemmingsplan.
De VOORZITTER stelt vast dat dit punt hiermee voldoende besproken is.
Democratisering (inclusief Bestuurlijk Stelsel) 13 Evaluaties participatietrajecten. Nr. VN2021-026151 Mevrouw VAN RENSSEN wil het hier nu hebben over de toepassing hiervan bij de ruimtelijke ontwikkeling o.a. en over de evaluatie van de verschillende participatietrajecten, waarover in de raad reeds is gesproken. Zij vindt dit een zeer belangrijk onderwerp. De heer VROEGE wijst erop dat het beleidskader nog door de raad moet, waardoor het wat voorbarig is om nu al over de inhoud te gaan praten. Mevrouw VAN RENSSEN vindt het daarom juist van belang om daar nu al over te praten, zodat wat nu besproken wordt nog meegenomen wordt in die bespreking in de raad. Zij wil voor nu de aandacht vestigen op de vergunningverlening op initiatief van derden: ontwikkelaars, initiatiefnemers e.d. Voor participatie door derden moet een handreiking komen. Dat vindt wel vaak plaats, daarom is de vraag wanneer deze handreiking aan de raad wordt voorgelegd. De raad vindt hier namelijk ook wat van in het kader van de Omgevingswet. Zij wil een aantal suggesties doen.
31
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 29 september 2021
RO
Ten aanzien van de toepassing daarvan door de gemeente, is een van haar vragen op welk moment in het planproces het instrument, dat in die leidraad staat beschreven, wordt toegepast? Wat GL betreft is dat hoe eerder hoe beter. Voor welk type projecten kan co-creatie worden toegepast, hetgeen een succes was in de Klaprozenbuurt. Dus kunnen er uitgangspunten worden geformuleerd bij welke projecten dat gedaan kan gaan worden? Een volgend belangrijk punt is het vertrouwen van omwonenden en organisaties in de gemeente. Hoe kan ervoor gezorgd worden dat dat vertrouwen behouden blijft en hoe dat vertrouwen eventueel teruggewonnen kan worden bij een goed participatietraject. Zij denkt dat daaraan aandacht moet worden besteed voorafgaand aan het proces. Dan nog een vraag over de terugkoppeling van de resultaten. Soms gebeurt het dat de terugkoppeling pas na de besluitvorming plaatsvindt. Het zwaartepunt in de raad is dan hoe de participatie is geweest, maar kan die terugkoppeling niet eerder gedaan worden, zodat de bewoners weten wat er gedaan is met hun bijdragen voordat het desbetreffende document naar de raad wordt gestuurd.
Dan een vraag betreffende de rol van een onafhankelijke derde, een soort mediator tussen de bewoners en de gemeente, dan staat het de gemeente vrij om het algemene belang te vertegenwoordigen in dat participatieproces en dan hoeft er ook geen procesbegeleider te zijn. Hoe worden de resultaten teruggekoppeld? Kunnen de politieke keuzes, die vaak ten grondslag liggen aan een bepaald besluit, waardoor soms wel en soms niet iets met de participatie is gedaan, ook duidelijk gemaakt worden in de nota van zienswijzen? Tot slot wil zij alle stadsdeelcommissieleden danken, die hier heel vaak mee te maken hebben. Zij denkt dat hierdoor de participatie alleen maar beter gaat worden in RO-projecten. De heer VROEGE wijst er bij wijze van interruptie op dat GL een radicale democratisering heeft beloofd. Hij hoort graag van mevrouw Van Renssen hoe zijzelf vindt wat er terechtgekomen is van die beloofde radicale democratisering in de laatste jaren. Mevrouw VAN RENSSEN vindt dat het beleidskader het begin is van een successtory. Het is ook het begin van die radicale democratisering. We zijn er, naar haar mening, echter nog niet. GL heeft heel veel bestuurders in deze stad en zij vindt dat er met elkaar nog veel stappen gezet moeten worden. Daar wordt dagelijks blijk van gegeven en daar heeft zij het volste vertrouwen in.
De heer BOUTKAN is vooral benieuwd te vernemen wat er gedaan gaat worden met de belangrijke lessen die geleerd worden van de evaluatie van projecten, die diep ingrijpen in het leven van Amsterdammers. Zijn persoonlijke ervaring heeft hem geleerd hoe goed organisaties van bewoners vaak geïnformeerd en georganiseerd zijn en hoe goed die kunnen meedenken met het beleid. In het verleden is ook wel gezien dat het ook vaak leidt tot teleurstelling. Ook dat begrijpt hij. Wat hij nu een beetje mist is de vraag ‘hoe gaan we nu verder met de lessen die uit de evaluatie worden getrokken?’ Hij hoort graag van de wethouder hoe zij dat gaat uitvoeren. Hij denkt dat het voor de toekomst goed is dat er aan de voorkant duidelijk wordt gemaakt waar de participatie over gaat en waar het niet over
32
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 29 september 2021
RO
gaat. Dat voorkomt teleurstellingen. De heer VOEGE kan zich aansluiten bij de woorden van collega Boutkan. Deze spreekt vol lof over organisaties van bewoners, terwijl D66 ook graag ruimte biedt aan hen die niet georganiseerd zijn, maar wel volledig burger zijn van deze stad. De Omgevingswet komt er misschien/waarschijnlijk aan. Hoe gaat men de stad, die gewend is te participeren, daarop voorbereiden? Verder constateert hij dat de toekomstige bewoners vaak nog buitenspel staan in het participatietraject. Heeft het college ideeën over hoe daar een mouw aan te passen valt, zodat tenslotte álle belanghebbenden gehoord worden in dat participatieproces? De heer BOUTKAN benadrukt dat het niet alleen belangrijk is dat georganiseerde bewoners gehoord worden in een participatieproces, maar ook individuele bewoners of ondernemers. Mevrouw DE BRUINE valt het op dat partijen vaak pleiten voor harde participatieafspraken, maar dat daarvan in de praktijk niet altijd veel terechtkomt, zoals in het geval van de Meervaart. Zij hoopt dat dat gaat verbeteren. Een ander punt dat zij wil aanroeren is de participatie op het moment dat iets de inspraak ingaat en vervolgens in de raad terugkomt voor besluitvorming, waarbij dan ook al besluitvorming in het college heeft plaatsgevonden.
Zij vraagt zich af of het dan al niet te laat is en of dat moment van participatie en de resultaten ervan meer naar voren getrokken kunnen worden. Kan daar iets voor verzonnen worden? Wethouder VAN DOORNINCK begint met een punt van mevrouw Van Renssen, namelijk de vergunning bij initiatief. Op dit moment worden er, ook wegens de komende Omgevingswet, vanuit stadsdeel West zaken uitgewerkt. Een ervan is dat stadsdeel West al een werkwijze heeft ontwikkeld voor de indieningswijze. Daarvan gaat bekeken worden hoe dat uitgebouwd kan worden tot een stedelijke werkwijze. Op het moment dat dat gebeurt, zal zij dat desgewenst met de raad delen. De raad kan ook punten meegeven bij het beleidskader dat volgende week wordt vastgesteld. De vraag is ook op welk moment in het Plaberum participatie plaatsvindt. Dat is afhankelijk van wat voor project het is. Geprobeerd wordt dat moment zo vroeg mogelijk te laten plaatsvinden. Het is wel belangrijk dat er voldoende tijd gegeven wordt, zodat iedereen aangehaakt is op het moment de participatie plaatsvindt. Vaak voelen mensen pas wat het beleid betekent als het aankomt op de verdere uitvoering daarvan.
Daarom is het van belang dat de gemeente aan het begin alles doet om de betrokkenen duidelijk te maken waar het over gaat en hoe het participatieproces georganiseerd is, zodat zij van te voren kunnen bepalen op welk moment zij zouden willen aanhaken. Per traject zal bezien moeten worden hoe dat verloopt. In principe wil zij naar een situatie, waarbij met de mensen gesproken wordt, voordat de gemeente plannen heeft. De zwaarte dat een en ander gaat krijgen ligt aan het plan of het project. Het doel van participatie is idealiter co-creatie. In ontwikkelgebieden waarin ontwikkelaars de eerste stap nemen, is het de vraag of dat altijd lukt. Co-creatie is een prachtige vorm, die echter niet altijd mogelijk is en ook niet altijd door bewoners gewenst wordt. Zij is het eens met wat mevrouw Van Renssen naar voren bracht over het
33
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 29 september 2021
RO
punt van vertrouwen. Zij denkt dat het helpt als van de voren heel duidelijk wordt aangegeven hoe een proces eruit ziet en waar een proces wel en niet over gaat. Soms zal het voorkomen dat de gemeente aanvankelijk denkt dat een project niet voor co-creatie in aanmerking komt, maar door gesprekken met de buurt daarin van mening verandert. Ook de ontwikkelaars kunnen hier een doorslaggevende rol in spelen. Participatie is altijd maatwerk en het beleidskader geeft handvaten hoe men ermee verder kan. Ook nu wordt reeds gewerkt aan de terugkoppeling van resultaten en dat niet alleen via officiële nota’s. Vaak wordt het eindproduct eerst nog aan de bewoners getoond en met hen besproken, voordat het de officiële inspraak in gaat. In die gezamenlijk gedragen inspraak zijn individuele zienswijzen van groot belang, juist vanwege afwijkende meningen, die dan alsnog naar voren gebracht kunnen komen. Dan het punt van de duidelijkheid in de nota van beantwoording. Zo’n nota is het mooist als die begint met een heldere analyse van de zienswijzen, waarbij duidelijk wordt gemaakt welke zienswijzen worden overgenomen en welke niet. Daarbij kan nog strakker gekozen worden voor het duidelijk maken van de politieke keuzes die in het beoordelingsproces meespelen. De heer Boutkan vraagt ‘hoe gaan we nu verder?’ Dat staat voor een groot deel in het beleidskader.
Zaak is dat er steeds van de evaluaties geleerd blijft worden. Dat moet intern ook goed georganiseerd zijn, zodat er zo veel mogelijk van elkaar geleerd wordt. Het is belangrijk helder te krijgen wat onder welke omstandigheden wel of juist niet werkt. De heer BOUTKAN benadrukt het belang dat de interne organisatie intrinsiek gemotiveerd is om te leren van de ervaringen. Wethouder VAN DOORNINCK is het daarmee eens en denkt dat het ook richting de ambtelijke organisatie belangrijk is om die duidelijkheid te bieden, want aan de ene kant wordt hen gevraagd zo snel mogelijk zo veel mogelijk huizen te bouwen, maar aan de andere kant wordt wel gezegd daarbij alles en iedereen mee te nemen. Dat kan tot lastige keuzes leiden. Dan is een ambtelijke of politieke steun van belang. De heer Vroege vroeg hoe de stad voorbereid wordt op de Omgevingswet. Een van de dingen die in dat kader gedaan zijn is dat een bepaald participatietraject als pilot is genomen, vooruitlopend op de Omgevingswet. Daarbij is men zich bewust dat dat ook weer heel goed gecommuniceerd moet worden naar de bewoners. Er wordt in alle stadsdelen op die manier met de participatie gewerkt ter voorbereiding dus op de Omgevingswet. Voorts is er een expertiseteam opgericht die zich speciaal richt op de participatieproblematiek in het kader van de Omgevingswet.
Het is altijd lastig om bij stadsontwikkeling reeds rekening te houden met de wensen van toekomstige bewoners. Toch wordt dat wel geprobeerd in het geval van de veren richting Zeeburgereiland bijvoorbeeld. Nog ingaande op de vraag van mevrouw Van Renssen over de onafhankelijke derde, wijst zij erop dat dat in veel participatietrajecten ook gebeurt. Het lukt nu nog niet om dat in elk participatieproces te doen. Zij kan zich ook voorstellen dat in dergelijke projecten het juist goed is als bewoners en ambtenaren in een gezamenlijk tot elkaar komen. Er wordt daarom steeds goed gekeken naar van welk participatieproces sprake is en of daarbij een onafhankelijke derde nodig is of niet.
34
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 29 september 2021
RO
De VOORZITTER stelt vast dat dit agendapunt hiermee voldoende besproken is en sluit de vergadering om 18.10 uur.
35