Concept verslag RO 15.12.2021.docx
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie.
RO
Raadscommissieverslag, woensdag 15 december 2021
CONCEPT VERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare digitale vergadering van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening Woensdag 15 december 2021 van 13.30 uur tot 18.05 uur in de raadszaal van het stadhuis Woensdag 19 januari 2022
Voorzitter: mevrouw Van Pijpen Portefeuillehouder: wethouder mevrouw Van Doorninck, wethouder Everhardt Commissiegriffier: de heer Willems Verslaglegging: de heer Van der Kroon (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Mevrouw Berckenkamp (D66), mevrouw BloembergIssa (PvdD), de heer Boomsma (CDA), mevrouw De Bruine (CU), de heer Ernsting (GL), de heer Flentge (SP), de heer Leenders (PvdA), mevrouw Nanninga (JA21), de heer Nijssen (VVD), mevrouw Van Renssen (GL), mevrouw Van Soest (PvdO), de heer Turkkol (D66), duoraadslid Verkerke (BIJ1), de heer Warmerdam (D66) Afwezige commissieleden: Overige aanwezigen: wethouder Wedemeijer, de heer Capel stadsdeelbestuurder Zuid, de heer Mauer stadsdeelbestuurder Nieuw-West
1 Algemeen a Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder welkom. b Mededelingen De VOORZITTER meldt de technische sessie over de Omgevingswet naar aanleiding van de discussie over de raadsvoordracht. Deze zal plaatsvinden op 21 december a.s. Zij verwijst voor verdere details o.a. betreffende de aanmelding naar de dagmail. Mevrouw VAN RENSSEN herinnert aan de bijeenkomst op 22 december waarover zij een schriftelijk voorstel heeft gestuurd naar alle raadsleden. Zij benadrukt daar graag reacties op te ontvangen ter voorbereiding van die bijeenkomst. De heer WARMERDAM herinnert aan de bijeenkomst op het Marineterrein van morgen. Hij spoort eenieder aan daarbij aanwezig te zijn wegens het belang daarvan. Wethouder VAN DOORNINCK heeft als mededeling de beantwoording van de vragen van de heer Boutkan uit de commissievergadering van 29 september over de hotelontwikkeling op de zelfbouwkavel op de Buiksloterham. De vraag was of het toegestaan is daar een hotel te vestigen.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 15 december 2021
RO
Het gaat in dat gebied om een transformatie van een bedrijventerrein naar een woon-/werkterrein. Destijds is dus bepaald dat het in dat gebied ook om kavels zonder woonbestemming gaat, hetgeen toen nog de bestemming ‘logies’ inhield. Er is in die tijd een overeenkomst gesloten en is Buiksloterham een ‘nee-tenzij gebied’ geworden. Vandaar dat die hotelontwikkeling volgens de toen geldende regels en het bestemmingsplan mogelijk werd. Dus die hotelontwikkeling aldaar is rechtsgeldig. Verder had de heer Boutkan de vraag of er in de tussentijd dingen gebeurd zijn waardoor er een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden. Volgens spreekster is het verreist dat er een gebruiksvergunning verleend wordt in verband met de brandveiligheid. Met het afgeven van de omgevingsvergunning is ook de brandveiligheid geregeld. c Vaststellen agenda d Conceptverslag van de openbare en besloten vergadering van de raadscommissie RO d.d. 24 november 2021 Dit verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. e Termijnagenda, per portefeuille Geen opmerkingen f Tkn-lijst De heer Leenders wil tkn-11 en 12 (gebiedsontwikkeling Zuidas en Halfjaarlijkse rapportage Zuidasdok) piepen naar de volgende commissievergadering. De commissie gaat hiermee akkoord. g Ingekomen stukken stadsdeelcommissie Er zijn geen binnengekomen stukken vanuit stadsdeelcommissies
2 Inhoudelijk deel a Opening inhoudelijk gedeelte b Inspreekmoment Publiek Algemeen De heer Rijsewijk, op persoonlijke titel over Actualiteit stadsdeelkantoor Osdorp Agendapunt 3 De heer Van der Putten van Bond van Volkstuinders Agendapunt 6 De heer Rees van Belangenvereniging Gebruikers Havenstraatterrein De heer Van Oest van Huurders Havenstraatterrein Mevrouw Neijts namens buurtbewoners van het Havenstraatterrein
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 15 december 2021
RO
Agendapunt 7 De heer Reyers van Reloo Agendapunt 9 De heer Ajoum van Buurtplatform Van Deyssel Mevrouw De Maar van Woningstichting Rochdale Agendapunt 10 De heer De Boer op persoonlijke titel Agendapunt 11 Mevrouw Heyning op persoonlijke titel De heer Lochtenberg op persoonlijke titel Agendapunt 13 De heer De Wildt op persoonlijke titel Algemeen Inspreker is de heer Rijsewijk op persoonlijke titel over de actualiteit De heer RIJSEWIJK woont tegenover het voormalige stadsdeelkantoor Osdorp. Hij stelt voor dat het college de regels aanpast, zodat de bouwplannen wel worden toegestaan. Het gaat om een buitenplanse afwijking, waarbij een aantal voorwaarden horen. Allereerst is het zo dat het college de plannen moet onderbouwen. Dat is ook wel gebeurd, maar hij is het niet eens met de conclusie dat hoogbouw op die plek perfect mogelijk is. Hij meent dat onvoldoende rekening wordt gehouden met de specifieke situatie van zijn woonsituatie. Hij vraagt de commissieleden het college ertoe te bewegen onafhankelijke experts te laten kijken naar de nieuwbouwplannen met de vraag of die plannen wel passen in de buurt. De gemeenteraad zou een verklaring van geen bedenkingen moeten afgeven. Hij vraagt daarbij in te gaan op deze locatie.
Hij is niet tegen nieuwbouw, maar hij vreest dat hierdoor veel donkere woningen zullen ontstaan: een monotoon woningaanbod, waar niemand vrolijk van wordt en waar bewoners ook niet zullen hechten. Mevrouw VAN SOEST wil weten of de heer Rijsewijk kan aangeven dat het in strijd is met het bestemmingsplan. De heer RIJSEWIJK meent begrepen te hebben dat dat inderdaad het geval is. De maximale bouwhoogte wordt namelijk overschreden. De heer WARMERDAM woont ook in die buurt en heeft een andere visie op die hoogbouw. Hij hoort graag van de inspreker waar precies diens zorg zit, ervan uitgaande dat het geen donkere plekken worden, maar wel kleine woningen. De heer RIJSEWIJK meent dat je pas kunt zien wat het resultaat is geworden als de hoogbouw er eenmaal staat. Als er sprake is van een afwijking van het bestemmingsplan, moet er naar zijn mening heel goed gekeken worden naar wat daar de noodzaak van is. Nu reeds ziet hij veel kleine woningen rond zich heen en daar komt dan ook nog eens die hoogbouw pal bovenop! Volgens hem wordt niemand daar gelukkig van. Mevrouw DE BRUINE vraagt de heer Rijsewijk aan te geven op welke manier de bewoners betrokken zijn bij de ontwikkeling van de plannen. De heer RIJSEWIJK werkt als artiest bij de Meervaart. Volgens hem is een theater op de plek van die hoogbouw ook prachtig, maar hij kan dat niet wetenschappelijk onderbouwen.
Verder meent hij als bewoner niet echt gekend te zijn in de plannenmakerij. Agendapunt 3
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 15 december 2021
RO
De heer Van der Putten van de Bond van Volkstuinders. De heer VAN DER PUTTEN begint met te herinneren aan de kleine opstand onder volkstuinders tegen de plannen (huurverhoging en splitsing van het tuincomplex) van de gemeente van een jaar geleden. Zij hebben toen een alternatief plan aangeboden en de wethouder bood aan om daar naar te kijken. Nu ligt er inderdaad een beter plan en hij is ontzettend blij dat de wethouder, het college en de medewerkers van de gemeente mee zijn gegaan in de filosofie van de volkstuinders, namelijk beheer en onderhoud aan de volkstuinders over te laten. Complimenten! Toch trekken de plannen een danige wissel op de volkstuinen en de inzet van de tuinders. Het gaat niet alleen om de ontwikkeling van plannen, maar ook om een meerjarig onderhoud. De uitgangspunten liggen vast en vormen vandaag het onderwerp van gesprek. Hij benadrukt dat maar 20% ervan [onverstaanbaar] en dat volgend jaar 80% gaat zitten in de uitwerking ervan. Hij maakt zich zorgen over de inzet van de gemeente daarbij. In de financiële onderbouwing is een bedrag van 100.000 euro opgenomen voor ondersteuning. Echter 50.000 euro is bestemd voor ambtelijke inzet. Hij pleit ervoor minstens het drievoudige van dat bedrag beschikbaar te stellen. Verder pleit hij ervoor dat de tuinders het gemeentelijk groen meenemen in hun beheer.
Mevrouw BLOEMBERG-ISSA heeft een vraag betreffende de mogelijke fietspaden door de volkstuinparken. Zij hoort graag hoe de bond staat tegenover die plannen. De heer VAN DER PUTTEN benadrukt dat de bond tegen doorgaande fietspaden is dwars door de volkstuinparken. Recreatief fietsen is geen bezwaar. De volkstuinparken zijn geen openbaar gebied. Een uitzondering vormt De Nieuwe Kern. De heer BOOMSMA hoort de heer Van der Putten zeggen dat e.e.a. een grote wissel trekt op de volkstuinen, maar hij vraagt ook om meer ambtelijke ondersteuning. Waar zit zijn zorg precies? Is dat bij het tekortschieten van de ambtelijke ondersteuning of bij de volkstuinen zelf die het allemaal moeten gaan uitvoeren? De heer VAN DER PUTTEN zegt dat zijn zorg bij beide elementen ligt. De extra activiteiten zullen de leden van de bond zelf moeten gaan uitvoeren. Zijn vragen hadden betrekking op het vaststellen van de plannen voor het komende jaar. Hij denkt dat het bedrag dat daarvoor uitgetrokken is, onvoldoende is. Mevrouw VAN RENSSEN wil weten of de heer Van der Putten ook blij is met de verlaging van de huurprijs naar 95 cent en het gezamenlijke beheerfonds. De heer VAN DER PUTTEN is van mening dat het niet om een verlaging gaat, maar om een verdubbeling van de huurprijs van de privétuinen.
Daarmee is de bond akkoord gegaan op voorwaarde dat er meer wordt toegelegd op het onderhoud, hetgeen een groot commitment veronderstelt van de tuinders. De heer TURKKOL wil weten goed te begrijpen dat nu de termijn van 10 juli aanvaardbaar is. De heer VAN DER PUTTEN denkt dat het met een goed organisatieplan en voldoende inzet moet lukken om te voldoen aan de gestelde termijnen. Agendapunt 6 De heer Rees van belangenvereniging Gebruikers Havenstraatterrein. De heer REES begint met te herinneren aan het ter inzage leggen van het bestemmingsplan en de zienswijze daarop van 2015, waarop pas in februari 2018 en in 2021, 46 maanden later, een nota van Beantwoording volgde. Daarom mag het naar zijn mening niet zo zijn dat de inspraak van vandaag niet meer dan een formaliteit is. Hij is van mening dat de omwonenden en de gebruikers van het terrein de mond zijn gesnoerd
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 15 december 2021
RO
door de politieke bestuurders en dat een oplossing is afgedwongen. Hij wil daar verder nu niet op ingaan. Hij meldt dat de gebruikers van het Havenstraatterrein regelmatig zijn aangesproken door geïnteresseerden uit de buurt over de stand van zaken met de ontwikkeling van het terrein. Dat leidde tot het verzoek van de belangenvereniging aan de gemeente om hierover een informatiebijeenkomst te organiseren. Daarop is niet gereageerd. Daar was de belangenvereniging heel verbaasd over. Hij heeft begrepen dat de mensen uit de buurt inmiddels een brief hebben toegestuurd met het verzoek om voorlichting en ook om de gelegenheid te krijgen om op de gemeentelijke plannen te kunnen reageren, voordat er een definitieve beslissing door de gemeenteraad wordt genomen. Hij is van mening dat de belanghebbenden te vaak zijn afgescheept met argumenten waarom de gemeente niets voor hen zou kunnen doen. Hij sluit af met het verzoek, dat gezien de dramatische geschiedenis van de inspraak en de gemaakte blunders, alsnog gehoord te worden. De volgende inspreker is de heer Van Oest namens de huurders van het Havenstraatterrein. De heer VAN SOEST is ondernemer op het Havenstraatterrein. Hij stelt nadrukkelijk dat alle Amsterdammers dit industrieterreintje willen bewaren. Het is een broedplaats voor kleinschalige ondernemertjes.
Hij vraagt zich hardop af voor welke rijke mensen deze huizen gebouwd gaan worden. In ieder geval wordt er hier niet gebouwd voor Amsterdammers, want voor de gewone Amsterdammer is het onbetaalbaar. Hij zit als ondernemer al 47 jaar op dit terrein en in al die tijd is er niets met dit terrein gedaan. De reactie op de zienswijzen was dat het geen aanleiding gaf tot het herzien van het bestemmingsplan. De RvS heeft in 2019 het bestemmingsplan vernietigd. Er moest een nieuw bestemmingsplan komen inclusief alle daarbij behorende procedures. Dan is er de verkeerschaos. Hij spreekt van een krankzinnig plan om de situatie zo in te delen. Veel inwoners hebben al ingesproken over de verkeerssituatie. Daar is niets mee gedaan. Hij heeft geen enkel vertrouwen in het gedane onderzoek. Dan worden er ook nog eens woningen gebouwd, waarvan de bewoners meteen in een verkeerschaos terechtkomen als zij hun huis verlaten. Hij vreest dat het Havenstraatterrein slecht bereikbaar wordt met alle gevolgen van dien. Hij stelt nadrukkelijk dat zijn betoog door alle omwonenden wordt gesteund. Het bestemmingsplan stamt uit 2015. Hij vraagt zich af welke zienswijzen wel meegenomen worden in het nieuwe bestemmingsplan. Hij krijgt hier graag een schriftelijk antwoord op. Hij wijst vervolgens op een aantal andere functies van het terrein.
Hij hoopt dat de nieuwe zienswijzen niet opnieuw geen aanleiding geven voor het aanpassing van het bestemmingsplan. Hij roept de politiek op te luisteren naar de Amsterdammers. De volgende inspreker is mevrouw Neijts namens de buurtbewoners. Mevrouw NEIJTS doet namens de buurtbewoners een dringend beroep op de commissieleden om gevolg te geven aan de brief die zij deze week van de buurtbewoners ontvangen hebben. De betrokkenheid van de bewoners staat bij het vaststellen van het nieuwe bestemmingsplan centraal. Zij wil een aantal bezwaren met betrekking tot het bestemmingsplan met de commissie delen. Allereerst is er de grote verdichting van de bebouwing en verder de onoverzichtelijke verkeerssituatie in de buurt. Zij meent dat de bewoners pas in een laat stadium een mededeling kregen over het nieuwe bestemmingsplan. Daardoor voelen zij zich overrompeld en buitenspel gezet. De betrokken bewoners worden geacht zichzelf te informeren middels een link naar digitale documenten, maar zonder uitleg zijn die stukken vaak niet te begrijpen. De buurtbewoners werden tussen 2013 en 2015 geïnformeerd en geraadpleegd over het toenmalige bestemmingsplan. Dat liep ook niet allemaal soepel, maar het gebeurde wel. Dat contact met de bewoners is nu om onbegrijpelijke redenen niet gebeurd, terwijl het huidige bestemmingsplan fundamenteel is gewijzigd ten opzichte van het vorige bestemmingsplan.
Zij moeten de verschillen tussen het nieuwe en oude bestemmingsplan zelf zoeken. Waarom zijn de bewoners niet actief geïnformeerd over het nieuwe bestemmingsplan, zo vraagt zij zich af. Zij zijn erg blij dat de historische trams een plek hebben gekregen. Dat heeft
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 15 december 2021
RO
gevolgen voor de hoogte van de woonblokken, die veel hoger uitvalt dan de omgeving. Daarbij is sprake van verdichting en belemmerde uitzichten. In 2014 is onderzoek gedaan naar lichtinval en uitzicht. Zij vraagt zich af wat er met de resultaten van dat onderzoek is gebeurd. Tot slot wijst zij erop dat de verkeersregels onduidelijk zijn en anders zijn dan elders het geval is. Dat leidt tot chaotische en gevaarlijke situaties. Zij vraagt om de nodige uitleg en tijd om zich goed in de materie te kunnen verdiepen. Agendapunt 7 Inspreker is de heer Reyers van Reloo De heer Reyers laat zich wegens omstandigheden vertegenwoordigen door de heer Rees. De heer REES refereert aan de zienswijze van de heer Reyers met betrekking tot diens woon- en werksituatie in de Havenstraat. Hij deed daarbij het dringende verzoek om inhoudelijk te reageren, maar daaraan is helaas geen gevolg gegeven (met uitzondering van de reactie van mevrouw Poot). Zijn verzoek is alsnog zijn situatie nader te bekijken en de mogelijkheid te scheppen om hem alsnog op de huidige locatie te laten blijven. De heer Reyers woont al vele jaren naar genoegen in Amsterdam Zuid en hij kan niet bevatten waarom dat nu plotseling niet meer zou kunnen.
Hij acht het een bekend feit dat de resultaten van inspraak vaak geen effect hebben op besluiten die vaak toch al genomen zijn en waarbij geen rekening wordt gehouden met betrokken Amsterdammers. Het is aan de commissie om aan te tonen dat hij het hier helemaal verkeerd heeft. De heer Reyers verklaart zich gaarne bereid om gastheer te zijn als de raadsleden bereid zijn om langs te komen om de situatie ter plekken te komen bekijken. Agendapunt 9 Inspreker is de heer Ajoum van buurtplatform Van Deyssel. De heer AJOUM spreekt namens het buurtplatform de wens uit dat de eengezinswoningen in de straat behouden blijven. Hij pleit voor het versterken van de betrokkenheid van bewoners door de in de straat aanwezige bedrijfspanden te laten gebruiken door buurtbewoners. De bewoners zijn niet tegen voorzieningen, maar zij pleiten voor het behoud van het karakter van de straat, dat zorgt voor verbinding. Het tweede onderwerp is het behoud van het servicecentrum. Het is bekend dat veel bewoners uit de buurt niet naar het centrum durven te komen voor de hulp die zij nodig hebben. De voorziening in de straat wordt wel bezocht. De samenhang in de buurt kan worden vergroot door het in stand houden van informele zorg. [moeilijk verstaanbaar]. De bewoners begrijpen de noodzaak van verdichting, maar zij zijn ook op zoek naar het behoud van het karakter van de wijk.
Zij pleiten voor het aanpassen van de komende hoogbouw aan het karakter van de wijk. Zij vinden dat hierbij sprake moet zijn van co-creatie. Dat geeft de bewoners de mogelijkheid om hun ideeën voor hun buurt te implementeren. De heer FLENTGE wil weten wat de reactie was toen de bewoners hun bezwaren uitten tegen het commerciële karakter van de plannen. De heer AJOUM denkt dat die reactie uit de stukken bekend is. De bewoners vinden dat de voorzieningen in hun straten betrokken moeten zijn op de behoeftes van de wijk. De bewoners zijn ook tegen de verdichting van de straten. Hij pleit ervoor de bewoners aan het woord te laten als het gaat om de vraag wat voor voorzieningen er zouden moeten komen. De volgende inspreker is mevrouw De Maar van woningstichting Rochdale. Mevrouw DE MAAR weet dat de Lodewijk van Deysselbuurt een buurt is waar mensen graag wonen, maar dat het tegelijkertijd een buurt is waar vernieuwing heel hard nodig is. Zij weet dat de Lodewijk van Deysselbuurt een buurt is waar mensen graag wonen, maar dat het tegelijkertijd een buurt is waar vernieuwing heel hard nodig is, omdat de woningen verouderd zijn. Verder liggen er grote maatschappelijke uitdagingen in de buurt: armoede, gezondheid, werk en school. De gemeente en Rochdale hebben een plan
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 15 december 2021
RO
gemaakt voor een toekomstbestendige buurt. Er wordt daarbij fors geïnvesteerd in gebouwen en openbare ruimte, maar de sociaaleconomische positie wordt nadrukkelijk ook bevorderd. Er worden daartoe 650 sociale huurwoningen gerenoveerd. En voor 500 sociale huurwoningen worden 700 sociale huurwoningen teruggebouwd. Hierdoor is men in staat om bewoners door te laten stromen naar nieuwbouw. Er komen ook meer woningen voor gezinnen. Er komen woningen met een lift en er komen jongerenwoningen. Op die manier wordt het soort woningen ook vergroot. Er wordt geïnvesteerd in het maatschappelijke programma. Belangrijk is ook dat ervoor gezorgd wordt dat bewoners die eerst genoodzaakt worden om de buurt te verlaten, terug kunnen komen middels een terugkeergarantie. De Lodewijk van Deysselstraat blijft een straat voor kleinschalige voorzieningen. De bedrijfsruimten blijven voor een deel bestaan en de bedrijven die men daar terug wil plaatsen hebben allemaal een buurtfunctie. De plannen zijn met elkaar en ook met bewoners besproken en tot stand gekomen. Er is veel werk te verzetten en men begint daar graag mee. De heer ERNSTING is het ermee eens dat stadsvernieuwing niet gepaard gaat met verdringing van mensen die er nu wonen. In de stukken wordt teruggeschrokken voor het woord ‘terugkeergarantie’, maar mevrouw De Maar gebruikte het woord wel. Graag een toelichting.
Mevrouw DE MAAR verklaart dat ernaar gestreefd wordt om mensen terug te laten komen naar de buurt waar dat mogelijk is. Het probleem hierbij is dat mensen hierdoor wat langer uit de buurt weg kunnen zijn. Er is moeite gestoken in de vraag hoe mensen te faciliteren terug te keren naar de buurt zonder dat ze stadsvernieuwingsurgent zijn. Met die toewijzingsregels wordt nu getracht een passende oplossing te vinden. Dus er wordt voor deze buurt naar een passende oplossing gezocht. De heer ERNSTING wil weten of mevrouw De Maar daarvoor iets nodig heeft van de gemeente. Met wie van de gemeente is mevrouw De Maar daarover in gesprek? Mevrouw DE MAAR antwoordt dat daar een (?) voor gemaakt is. Dat gaat zo veel mogelijk gebeuren in de vrije ruimte die corporaties hebben om woningen direct toe te wijzen. Agendapunt 10 Inspreker is de heer De Boer op persoonlijke titel De heer DE BOER spreekt in over de locatie Mosveld in Amsterdam Noord waar het naar zijn mening gaat om een groot probleem. Er verschijnt in dat gebied heel veel nieuwbouw dat gefinancierd wordt uit het Vereveningsfonds. Het gaat op het Mosveld om een gebied dat gerenoveerd moet worden. Over dit soort ontwikkelbuurten is afgesproken dat deze ook zouden kunnen putten uit het Vereveningsfonds, maar dat gebeurt niet. Dat was volgens hem voorspelbaar.
Er is ooit besloten dat ontwikkelbuurten ook gefinancierd zouden worden vanuit het Verengingsfonds en zijn vraag is of de gemeente dat alsnog wil gaan doen. De heer LEENDERS wil weten waar hij de afspraak kan vinden dat ontwikkelbuurten uit het Vereveningsfonds zouden kunnen putten. De heer DE BOER refereert aan zijn toegestuurde schriftelijke inspraakreactie. Dat besluit is in twee stappen genomen. Bij het opheffen van het stimuleringsfonds Volkshuisvesting zijn middelen overgegaan naar het Vereveningsfonds. Toen is parallel bij de bestuursopdracht Ontwikkelbuurten besloten dat ontwikkelbuurten zouden kunnen putten uit het Vereveningsfonds. Hij heeft de nummers bijgevoegd. Dus de heer Leenders kan het nazoeken. Agendapunt 11 Inspreker is mevrouw Heyning
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 15 december 2021
RO
Mevrouw HEYNING zet uiteen hoe de wethouder de afgelopen jaren omgegaan is met de wens van erfpachters om tekst en uitleg te krijgen bij het erfpachtbeleid. De wethouder gaf voor de zomer aan dat de opgevraagde documenten toegankelijk zouden zijn. Het bleek dat de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke redenen om dat niet te doen in het verleden verkeerd ingeschat waren. De berekening van de BSQs kon dus niet langer geheim zijn. De beantwoording van haar vragen hieromtrent bleek de nodige tijd te vergen, zo werd haar van ambtelijke zijde medegedeeld. De gemeente zegt te streven naar transparantie in de beleidsvorming en uitvoering daarvan. Die transparantie is in het geval van de BSQ-berekening veelvuldig onderwerp van discussie geweest. Dat was aanleiding voor de gemeente om de advocaat van de gemeente opdracht te geven hoe erfpachters inzicht gegeven kan worden in de BSQ-berekening. Dat onderzoek loopt nog. Het is nu vijf maanden verder nadat zij haar verzoek heeft ingediend om informatie te geven omtrent de BSQ-berekening. Zij vraagt zich daarbij af of de wethouder zich wellicht op glad ijs denkt te bevinden nu zij weigert openheid van zaken te geven betreffende stuk 002. Dat stuk doet interessante uitspraken over de gemeente, namelijk dat de door de gemeente beloofde transparantie in deze kwestie danig in gebreke blijft.
De volgende inspreker is de heer Lochtenberg op persoonlijke titel. De heer LOCHTENBERG begint met een historische en technische uitleg omtrent het taxatierapport en geeft aan dat de beschreven methode sinds 2010 niet meer wordt toegepast. Vorige week is na drie jaar procederen een WOB-verzoek geopenbaard waarin een geheim gehouden document van het Grondbedrijf getoond werd. In dit rapport staat dat de deskundigen ook na 2010 verschillende methodes gehanteerd hebben. De uitkomsten daarvan zouden in wezen constant zijn. Destijds is het betreffende document door toenmalig wethouder Van Poelgeest onder in de la gestopt als zijnde niet bedoeld om geopenbaard te worden. De gemeenteraad stelde daarna aan toenmalig wethouder Van der Burg kritische vragen, maar deze gaf daar geen eenduidig antwoord op. Het document lag nog steeds onder in de la. Inmiddels wordt er binnen de ring met een bepaald systeem gewerkt. Zijn vraag aan de commissieleden is waarom dat document geheim gebleven is. De heer BOOMSMA hoort de heer Lochtenberg stellen dat de gemeenteraad verkeerd geïnformeerd is over een van de belangrijkste besluiten uit de voorgaande periode. Die informatie was niet alleen niet volledig, maar rechtuit verkeerd. Ook sprak de heer Lochtenberg over een geheim rapport, maar dan van een periode daarvoor.
Kan de heer Lochtenberg nader aangeven wat voor een rapport dat was? De heer LOCHTENBERG legt uit dat dat het rapport was naar aanleiding van het onderzoek naar [onverstaanbaar]. Daarover moest gerapporteerd worden aan de raad. Het betrof een bepaalde berekening. Als die informatie bekend was geweest op het moment dat de erfpachtbeslissing werd genomen, zou de discussie heel anders zijn verlopen. Dit betekent dat alle erna volgende rapporten gebaseerd zijn op verkeerde gegevens. Dat is het Grondbedrijf aan te rekenen. Het is lang geleden, maar toch is het actueel. Agendapunt 13 De heer De Wildt is de inspreker op persoonlijke titel De heer DE WILDT dankt voor de gelegenheid om te kunnen reageren op de brief betreffende het raadsadres over de verkeerde indexering van de opstalwaarden waar de gemeente mee rekent. [slecht verstaanbaar]. De wethouder spreekt steeds over de CPI, maar de CPI (Consumentenprijsindex op de inflatie) wordt helemaal niet genoemd in de (?). Hij noemt dat desinformatie. Hij heeft aangegeven hoe het naar zijn mening zit en waarbij hij zich baseert op de (?)-index van het CBS. In de brief wordt gewag gemaakt van een btw-index en dat wordt omstandig gemotiveerd.
[er volgt een slecht verstaanbare technische toelichting], waarbij gebruikgemaakt wordt van een prijsontwikkeling, die het CBS hanteert, maar die methode mag niet worden gebruikt bij deze prijsontwikkeling. Hij
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 15 december 2021
RO
geeft een uitleg waarom die methode niet klopt. Hij heeft in het raadsadres aangegeven dat er meer problemen zijn. Hij hoopt dat daar nog in deze raadsperiode een antwoord op kan komen. De heer BOOMSMA hoort graag wat volgens de heer De Wildt de belangrijkste fouten zijn, die gemaakt zijn bij het vaststellen van de BSQ. De heer DE WILDT legt uit dat de berekening van de bouwkosten leidt tot een verlaging van de standaard. [De technische uitleg is door het slechte geluid niet goed te volgen]. De grootste fout bij de BSQ-berekening ligt in de wijze waarop de gemiddelde opstalwaarde is berekend. c Actualiteiten Er is een actualiteit ingediend door mevrouw Naoum Néhmé inzake het voormalig stadsdeelkantoor Osdorp. De vergadering gaat ermee akkoord deze actualiteit nu te bespreken. De heer NIJSSEN refereert allereerst aan de gang van zaken rond het informeren van bewoners betreffende de Meervaart, maar zegt dat inmiddels duidelijk is geworden dat bewoners het idee hebben gekregen dat zij ook bij dit onderwerp voor de gek gehouden worden. Er zijn twee vragen. Er zijn allerlei locaties bekeken als alternatief voor de Meervaart. Uiteindelijk heeft het college gekozen voor de locatie in het water. Velen in de raad, maar ook anderen, zijn voorstander voor een andere locatie dan die in het water, zoals bijvoorbeeld het voormalige stadsdeelkantoor.
Die locatie is door het college afgeschoten, want dat zou de woningbouw in de weg staan. De VVD en anderen betreuren dat en zijn van mening dat het voormalig stadsdeelkantoor best een gunstige plaats voor het theater zou zijn. Hij wijst erop dat er in het bestemmingsplan geen ruimte was voor de woningontwikkeling en dat er dus sprake was van een buitenplanse afwijking, waardoor de woningbouw alsnog kan worden gerealiseerd. Dat heeft het college ook gemeld in juni. Dus de locatie van het stadsdeelkantoor zou voor de VVD een goede locatie zijn geweest, ondanks dat het geen optie meer was voor de nieuwe Meervaart. Vandaar dat de vraag zich voordeed of de waterlocatie als een voldongen feit moest worden gezien. Mevrouw VAN RENSSEN hoort dat de VVD grote woorden gebruikt als ‘op het verkeerde been gezet’ en ‘onvolledig geïnformeerd’. Zij ziet echter niet in op grond waarvan gesteld kan worden dat deze raadscommissie onvolledig is geïnformeerd. Iedereen die in juni vragen had bij een van de zes locaties is geïnformeerd over de vergaande plannen. Er lag toen al een overeenkomst en het was bekend dat er een intentieverklaring getekend zou gaan worden.
Dus wat betekent concreet ‘niet volledig geïnformeerd’? Is de heer Nijssen het niet met haar eens dat iedereen die toen vragen had over alternatieve locaties ook zijn antwoorden heeft gekregen? De heer NIJSSEN meent geen grote woorden te hebben gebruikt. Hij is op zoek naar een stukje waarheidsvinding. Hij wijst daarbij op de verwarring bij bewoners. Mevrouw VAN RENSSEN weet dat waarheidsvinding iets is dat de rechter doet in het strafrecht. Zij denkt dat de raad goed geïnformeerd moet worden over de te nemen stappen. Acht de heer Nijssen zich niet goed geïnformeerd en als dat het geval is, kan hij dan hard maken op welke punten men niet goed geïnformeerd is? De heer NIJSSEN vindt het te ver gaan om van ‘verkeerd geïnformeerd’ te spreken. De vraag die bij sommigen echter is ontstaan is de vraag aan het college ‘hoe het nou precies zit’. Hij constateert daarbij dat er bewoners zijn die zeggen het allemaal niet helemaal scherp te hebben. De tweede zaak is dat er een aantal bewoners verbaasd is over het feit dat in
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 15 december 2021
RO
afwijking van het bestemmingsplan gekozen wordt voor woningbouw op de plek van het voormalige stadsdeelkantoor, een plek die reeds afgeschoten werd als vestiging voor de nieuwe Meervaart. In een inspraakproces dat voor velen toch heel teleurstellend is verlopen, is die keuze voor woningbouw op die plek iets dat uitermate goed verdedigbaar zou moeten zijn. Mensen zouden daarbij niet het gevoel moeten hebben dat die keuze wat vaag is. Daarom is zijn eerste vraag aan het college hoe men terugkijkt op die besluitvorming en het feit dat het hierbij gaat om een buitenplanse wijziging van het bestemmingsplan. De tweede vraag is wat het college gedaan heeft om het voormalig stadsdeelkantoor af te schieten als plek voor de nieuwe Meervaart en men er bij de ontwikkelaar op aangedrongen heeft om zo snel mogelijk een omgevingsvergunning aan te vragen betreffende de start van de woningen, zodat die woningbouw snel het karakter zou krijgen van een soort voldongen feit. Hij hoort de wethouder daar graag nader over. Mevrouw DE BRUINE geeft een schets van het verloop in de keuze voor de locatie van het nieuwe theater. Zij wil van de wethouder weten of zij vindt dat het stadsdeelkantoor wel of niet een geschikte locatie zou zijn geweest voor het nieuwe theater. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA sluit zich aan bij de vragen van de eerdere sprekers.
Verder vraagt zij zich af waarom gedaan wordt alsof de woningbouw op de locatie van het voormalige stadsdeelkantoor in kannen en kruiken is, terwijl dat strijdig is met het bestemmingsplan. Is dat ook goed en duidelijk uitgelegd aan de omwonenden tijdens het participatieproces? De PvdD is geen voorstander van de waterlocatie van de nieuwe Meervaart. Verder weet zij dat er bij de omwonenden ook veel onduidelijkheid is waar het het voormalige stadsdeelkantoor betreft. Volgens haar was die locatie wel geschikt voor een nieuwe Meervaart. Zij hoort de wethouder daar graag nader over. De gemeente heeft ook laten weten dat de stadsdeelkantoorlocatie niet geschikt was, omdat er een aanvraag voor een omgevingsvergunning was gedaan. Maar dat is toch geen geldige reden om andere opties voor die locatie uit te sluiten? De heer BOOMSMA is van mening dat de belangrijkste vragen al gesteld zijn. Hij vraagt zich af hoe het kan dat veel mensen zich op het verkeerde been gezet voelen. Hij hoort daar graag de reflectie van het college op. Mevrouw NANNINGA kan zich ook aansluiten bij de eerder gestelde vragen. Van de festiviteit, waarin het stadsdeelkantoor als een stuk worst voorgehouden werd, wil zij weten wanneer de wethouder wist dat dat niet terecht was.
Dit alles tegen de achtergrond van het feit dat vele bewoners zich in het participatieproces niet serieus genomen voelen in dit ‘draak van een dossier’. Zij vindt het geen toeval dat mensen ook nu weer aangeven zich niet goed geïnformeerd te voelen. Mevrouw VAN SOEST wijst op de nodige onderbouwing door het college voor de afwijking van het bestemmingsplan, zoals de wet PABO (art. 2.12, lid 1, sub 3) dat omschrijft. Daar staat dat er afgeweken mag worden mits de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Het college wijst wel op zoiets als planschade en het wegnemen van zonlicht door de nieuwbouw. Ook ter verdediging daarvan is een goede ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk. Daar die onderbouwingen ontbreken zou het volgens haar zo kunnen zijn dat die vergunning onterecht verleend is. Het college dient hierover openheid te geven, zo is zij van mening. De heer FLENTGE sluit zich aan bij de gestelde vragen. Hij vindt het interessant te horen waarom er gekozen is voor de huidige locatie. Hij begrijpt uit de stukken dat de hotelontwikkeling nu echt minder kansen heeft. Daarom vraagt hij zich af of voor het afgeketste plan voor een hotel ook niet het argument van planschade zou gelden.
Dus in hoeverre verschillen de huidige nieuwbouwplannen op de plek van het voormalige stadsdeelkantoor dan van de eerdere positie, waarin een hotel werd voorgesteld? Zijn bezwaar zit niet zozeer in de buitenplanse handelswijze, maar veel meer in
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 15 december 2021
RO
de wijze waarop er met de belangen van de bewoners wordt omgegaan. Mevrouw VAN RENSSEN denkt dat er een raadsbesluit is genomen, waarbij alle posities op tafel lagen. Iedereen vond het een goed idee dat er ook woningbouw zou plaatsvinden. Zij begrijpt dat er discussie mogelijk is over hoe die woningbouw dan gestalte gegeven moet worden. Zij begrijpt dat omwonenden het lastig vinden dat er hoogbouw plaatsvindt. Daarom denkt zij dat de discussie zuiver gehouden moet worden en dat de discussie dus over de bouwhoogte zou moeten gaan. Het ophalen van de kwesties rond de participatie en informatie betreffende de locatie voor de nieuwe Meervaart zou daarbij achterwege gelaten moeten worden, want daar is immers meer dan uitvoerig over gesproken. Mevrouw VAN SOEST wil van mevrouw Van Renssen weten hoe zij het vindt dat er wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Er zouden eerst 400 woningen komen met een maximale hoogte van 22 meter. Nu worden het er plotseling 512 woningen. Dus dat wordt allemaal in en op elkaar gebouwd. Mevrouw VAN RENSSEN denkt dat het goed is als er zo veel mogelijk woningen worden gebouwd. Mevrouw VAN SOEST wil ook nog horen wat mevrouw Van Renssen ervan vindt dat er wordt afgeweken van het bestemmingsplan.
Hoe gaat zij dat verkopen aan de bewoners? Mevrouw VAN RENSSEN wijst erop dat er wel vaker sprake is van buitenplanse afwijkingen en zij herinnert aan de inhoudelijke bijeenkomst van vorige week dinsdag. Zij is van mening dat ervoor gezorgd moet worden dat buitenplanse afwijkingen ook voldoen aan het beleid. Dus dat moet zorgvuldig gebeuren. Haar vraag aan de wethouder is of dit niet een voorbeeld is van hoe participatie van een initiatiefnemer verkeerd kan zijn. Mevrouw DE BRUINE vraagt zich af of zij mevrouw van Renssen hoort zeggen dat tijdens zowel de participatie door de bewoners als de besluitvorming door de raad alle opties voor het theater zuiver en eerlijk over het voetlicht zijn gebracht. Als deze locatie van het voormalig stadsdeelkantoor dan als de allerbeste locatie is genoemd door het college, waarom is deze locatie dan door het college afgeschoten? Mevrouw VAN RENSSEN meent gezegd te hebben dat iedereen de beste locatie wilde. Gezien haar beperkte spreektijd laat zij het hierbij. Mevrouw DE BRUINE antwoordt nog geen antwoord te hebben gekregen op haar vraag waarom deze locatie, die de allerbeste locatie was volgens het college, het toch niet geworden is. Hoe is dat gegaan? Mevrouw VAN RENSSEN zegt daar geen idee van te hebben en dat zij verder geen spreektijd heeft.
Mevrouw VAN SOEST hoort mevrouw Van Renssen zeggen dat het hele college en alle coalitiepartijen achter die keuze stond, maar zij vergeet daarbij te vermelden dat de hele oppositie tegengestemd heeft. Is mevrouw Van Renssen dat met haar eens? Mevrouw VAN RENSSEN zegt hierop niet te kunnen antwoorden, omdat zij geen spreektijd meer heeft. De heer NIJSSEN meent dat de opstelling van GroenLinks een van de grootste redenen is waarom bewoners denken dat er toch niemand naar hen luistert. Nu GroenLinks hier nader over bevraagd wordt in het kader van deze actualiteit, wil GroenLinks daar verder geen antwoord op geven. Hij kan zich voorstellen dat iemand die hiernaar luistert het idee krijgt dat GroenLinks zich hier verstopt achter het argument geen
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 15 december 2021
RO
spreektijd meer te hebben. De VOORZITTER constateert dat mevrouw Van Renssen hier verder niet op wenst te reageren. Wethouder VAN DOORNINCK dankt voor deze actualiteit die het college de gelegenheid geeft om eventuele onduidelijkheden die er nog lagen, te verduidelijken. Zij wil beginnen met in te gaan op het onderzoek dat er naar deze locatie is geweest. Daarna wil zij ingaan op de informatievoorziening richting de bewoners om daarna nog even door te gaan over het werken met afwijkingsbesluiten in de procedures bij bestemmingsplannen. Tijdens het locatieonderzoek naar het voormalig stadsdeelkantoor was, in de eerste zoektocht die de gemeente deed voor de nieuwbouw van de nieuwe Meervaart, dit een van de vijf locaties die in aanmerking kwam. Het werd inderdaad als een goede locatie gezien, maar het college wist toen nog niet dat er een kavel was afgesproken tussen het stadsdeel en de ontwikkelaar en dat de contracten dan gebroken zouden worden. Dat was in 2017 en daarover zijn ook stukken naar de raad gestuurd, die een rol hebben gespeeld bij de besluitvorming in 2020. Dat was de reden waarom destijds deze locatie niet langer doorgezet werd. Er is toen verder gegaan met de twee opties: de huidige locatie en die in de hoofdgroenstructuur. Zij legt verder nog uit dat destijds het DB van stadsdeel Nieuw-West de overeenkomst met de ontwikkelaar in september 2016 heeft vastgesteld.
Dus dat was ruim voordat dat eerste locatieonderzoek gedaan werd. Nadat de gemeenteraad in juni 2020 ingestemd heeft met de locatie in de Sloterplas, heeft het college besloten nog uitgebreid het gesprek aan te gaan over de verschillende locaties. Toen werd van verschillende kanten gezegd, dat locaties die al eerder waren afgevallen nogmaals overwogen moesten worden. Dat is gebeurd, want de bedoeling was een zo breed mogelijk gesprek te voeren met de bewoners en andere geïnteresseerden. Toen zijn dus weer vijf opties langsgekomen, waarbij alle voors en tegens tegen elkaar zijn afgewogen. Toen is duidelijk gesteld dat het voormalig stadsdeelkantoor zijn voordelen heeft, maar als nadeel heeft dat dan contracten opengebroken moeten worden. Dat doet een gemeente niet graag, want daar hangt een groot prijskaartje aan. Voor die locatie is toen dus ook niet gekozen. De heer Nijssen suggereerde dat het college dit proces wilde versnellen. Het verbaast haar dat de VVD voor het eerst woningbouw niet wil versnellen. In de afwegingen die toen gedeeld zijn met de raad en ook met de bewoners is duidelijk gesteld dat de bouw medio 2020 gepland was. Dat betekent dat er op dat moment sprake moet zijn van een voorlopig ontwerpplan en dat de aanvraag voor de omgevingsvergunning gedaan moet zijn. Dat waren de feiten die op 29 maart met de bewoners gedeeld zijn en even later met de raad.
Zij ziet daar geen versnelling in. Dit is het pad dat loopt vanaf 2016 met de ontwikkelaar en waarin alle stappen genomen worden, die gedaan moeten worden. Dus wat die locatie van het voormalig stadsdeelkantoor betreft: dat zou inderdaad een mooie locatie zijn geweest, maar daar lag het feit dat er in 2016 andere plannen zijn gemaakt. En wat de woningbouw betreft benadrukt zij dat vrijwel de gehele gemeenteraad voortdurend aandringt om nog meer te bouwen dan reeds gedaan wordt. Dat is een van de redenen waarom het stadsdeel destijds die afspraken is aangegaan. De heer NIJSSEN wil weten hoe de wethouder dan verklaart dat de bewoners zeggen deze gang van zaken niet te begrijpen en de besluiten niet te kunnen plaatsen. Er zit dus ruis op de lijn. Misschien dat de wethouder duidelijk kan maken hoe zij ziet dat die ruis is ontstaan. Wethouder VAN DOORNINCK vindt dat moeilijk in te schatten, want zij kan niet weten hoe zaken bij bewoners overkomen. Zij kan alleen zeggen dat de informatievoorzieningen vanuit de gemeente gedaan zijn. Op het moment dat die bouwenvelop met de ontwikkelaar was gesloten voor de stadsdeellocatie is dat gepubliceerd in Bouw West. Daarna is er druk gewerkt aan de vormgeving van dat alles. In de discussie over de Meervaart is meer naar voren gekomen dat een andere plek al meer in een gevorderd stadium was. Op 20 januari 2021 zijn de plannen voor de
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 15 december 2021
RO
stadsdeellocatie toegelicht door de gemeente in een bewonersbijeenkomst Osdorpplein. Op 28 januari 2021 heeft de ontwikkelaar de plannen toegelicht aan de bewoners. Toen is ook verteld dat die bestemmingsplanwijziging daarvoor nodig was en dat de aanvraag daarvoor ingediend zou worden. Iedereen kon zijn zienswijze tegen het ontwerpbesluit indienen. Dat is de zienswijze die door de bewoners van de flat zijn ingediend en waarop het college een reactie heeft gegeven. Dit is de timeline waarin de bewoners zijn meegenomen. Dat die bewoners toch aangeven informatie te missen kan zij zich voorstellen, want men moet de RO-instrumenten een beetje kennen om het verschil te zien tussen een bestemmingsplan voor de buurt of dat dat via een afwijkingsprocedure wordt gedaan. De commissieleden zullen weten dat dit een veel gebruikt instrument is. Mevrouw DE BRUINE hoort de wethouder refereren aan afspraken uit 2017 met de ontwikkelaar. In de tussentijd is er echter volop gebouwd rondom die locatie, waardoor de bouwplannen niet langer binneplans mogelijk waren. Is de wethouder het ermee eens dat om die reden de plannen afgewezen zouden kunnen worden? Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat die plannen ondertussen ook steeds verder uitgewerkt waren. Dat betekent dus dat ingezien werd dat het tot een contractbreuk zou leiden als de gesloten bouwenvelop niet door zou kunnen gaan.
Zij denkt zelfs dat men zou kunnen stellen dat het voor de gemeente, die zo’n enorme bouwopgave heeft, ook prettig is dat als dat goed inpasbaar is er op die locatie ook nog iets zou kunnen komen. Dat is de afweging die het college gemaakt heeft toen de omgevingsvergunning werd aangevraagd. Richting mevrouw Van Soest wijst zij erop dat dat gedaan is met een onderbouwing vanuit de ruimtelijke ordening. Daarop is ook ingegaan in de beantwoording van de zienswijze van de VvE van de flat, namelijk dat het wel binnen een goede ruimtelijke ordening is en dat men hoopt een deel van de zorgen van de bewoners te hebben kunnen wegnemen waar het bijvoorbeeld de bezonning en de extra verdichting betreft. Mevrouw Nanninga geeft aan dat het stadsdeelkantoor als een worst is voorgehouden. De voor- en nadelen van de verschillende locaties zijn inderdaad overwogen. Het stadsdeelkantoor is op een gegeven moment dus niet langer meegenomen als geschikte locatie om redenen die zij reeds eerder heeft aangegeven. Mevrouw NANNINGA [niet verstaanbaar] Wethouder VAN DOORNINCK vindt het jammer dat dat bezwaar nog steeds niet helder is voor mevrouw Nanninga. De vorige keer is dat punt uitgebreid besproken. De plannen stammen uit 2016. In 2017 is het eerste locatieonderzoek gedaan. Toen is ingezien dat dat een heel lastige plek is, omdat er al een kavelpasport was afgesproken met de ontwikkelaar.
Daarom heeft de gemeente op dat moment deze locatie niet verder onderzocht. Daarop is teruggekomen op verzoek van bewoners en andere geïnteresseerden. Mevrouw NANNINGA [moeilijk verstaanbaar] kan zich voorstellen dat er bij de tweede overweging van de locaties allerlei verwachtingen bij de bewoners zijn ontstaan. Wethouder VAN DOORNINCK geeft aan dat als de bewoners op dat moment om een extra locatieonderzoek zouden hebben gevraagd, hun zou zijn verteld dat dat geen zin zou hebben, omdat het wegens de bouwenvelop niet mogelijk was om de boel weer open te breken. Wat gedaan is, is dat voor de bewoners alle voors en tegens van de verschillende locaties nog eens opgeschreven zijn. Toen er met de bewoners gecommuniceerd is over de twee overgebleven locaties in 2019, namelijk de huidige locatie en die in de hoofdgroenstructuur, hebben de bewoners ook kennis kunnen nemen van alle andere onderzoeken. Toen hebben de bewoners dus kunnen begrijpen dat de plannen voor het stadsdeelkantoor er al langere tijd lagen. Zij begrijpt – ook van de inspreker – dat de verwarring erin zit dat er geen nieuw bestemmingsplan komt, maar dat er gewerkt wordt met een buitenplanse afwijking. Voor de gemeente is dat een gebruikelijk instrument, maar zij kan zich voorstellen dat dat bij bewoners bevreemding
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 15 december 2021
RO
oproept met alle ruis van dien. Vervolgens gaat zij in op de opmerking met betrekking tot de hotelontwikkeling. Zoals men weet zijn er gesprekken gevoerd met de ontwikkelaar over het gemeentelijke beleid ten aanzien van hotels en de vraag of hij bereid zou zijn er andere plannen voor te maken. Daar kan zij op dit moment geen extra informatie over geven. Zij heeft reeds eerder gezegd dat die gesprekken gevoerd worden. Dan het punt wat die verdichting voor de buurt betekent. Dat is een heel legitieme vraag en is de kern van de bezwaren van de bewoners. Dat is een discussie die op heel veel plekken in Amsterdam gevoerd wordt. De stad wil meer woningen bouwen en dat leidt tot verdichting. Daarnaast wil men het groen in Amsterdam niet alleen behouden, maar ook nog versterken en vergroten. Dat leidt tot dit soort bouwplannen en die vragen om een heel zorgvuldige ruimtelijke inpassing. Daarbij is het college ervan overtuigd dat in deze aanvraag dat goed onderbouwd is. Mensen zien daarom hun leefomgeving veranderen en maken zich daar zorgen om. Het enige dat de gemeente kan doen is zo goed mogelijk laten zien waarop de verdichtende plannen gebaseerd zijn. Daarop wordt het gesprek aangegaan. Bewoners kunnen natuurlijk altijd naar de rechter stappen. Dan vroeg mevrouw Van Renssen of het niet iets zou zijn om zo’n buitenplanse afwijking nog beter te regelen.
Zij stelt voor om het daar volgende week dinsdag over te hebben als er gekeken gaat worden naar hoe er in de Omgevingswet een aantal zaken ingevuld kan worden. Anderzijds is het zo dat een buitenplanse afwijking soms dingen mogelijk maakt die anders tot een veel langer durende procedure zouden leiden, waarin een heel bestemmingsplan wordt heroverwogen, terwijl het gaat om één ontwikkeling mogelijk te maken. Zij weet dus niet of men afscheid zou moeten nemen van de mogelijkheid tot een buitenplanse afwijking. De participatie met de initiatiefnemer is de avond geweest op 28 januari van dit jaar, waarbij de ontwikkelaar zijn plannen heeft toegelicht met de daarbij behorende procedures. Mevrouw VAN SOEST wil graag weten of de wethouder die ruimtelijke onderbouwing paraat heeft, zodat zij dat op haar gemak kan nalezen. Wethouder VAN DOORNINCK geeft aan dat die ruimtelijke onderbouwing door het college als voldoende beoordeeld is. De ontwikkelaar moet die ruimtelijke onderbouwing geven. Zij zal kijken of zij die onderbouwing met mevrouw Van Soest kan delen. De beantwoording van de zienswijze is in ieder geval gepubliceerd en de ruimtelijke onderbouwing is ook gepubliceerd (april dit jaar). d Rondvraag De heer LEENDERS heeft een vraag met betrekking tot de Buiksloterham.
Hij heeft het verzoek om nadere informatie met betrekking tot de juridische basis in het bestemmingsplan zelf en in de splitsingsacte. Misschien dat de wethouder de diverse elementen kan weergeven. Wethouder VAN DOORNINCK weet niet anders dan dat het gebouw reeds opgeleverd is. De vragen van de heer Leenders gingen haar net iets te snel. Wat zij kan zeggen is dat het kavelpasport en de selectieleidraad de juridische documenten zijn waarmee gewerkt is. Bij de uitgifte van de erfpacht zijn het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning de verbindende stukken waarmee gewerkt wordt. De heer LEENDERS is van mening dat het kavelpasport altijd iets zegt over hoe (?) gezien wordt. Zijn vraag is welk toetsingskader op dit moment gebruikt wordt om een toekomstige hotelvoorziening te voorkomen dan wel te accepteren. Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat dat op zich niets te maken heeft met wat er eventueel in het verleden is afgesproken. Toen het kavelpasport werd afgegeven is er afgesproken dat minimaal 20% niet woonfunctieplichtig is en daarbij werd ook
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 15 december 2021
RO
aangegeven welke bestemmingen daaronder verstaan zouden kunnen worden. Dat was o.a. horeca. Toen was dat dus binnen het bestemmingsplan en de beleidskaders. Het feit dat het nu leeg staat doet daar niets aan af. Mevrouw VAN SOEST komt terug op het besluit van 2014 om minder hotels te bouwen. Dat betrof met name Buiksloterham. Wethouder VAN DOORNINCK vindt dit een heel brede vraag. Over het algemeen kan gesteld worden dat waar hotelvergunningen zijn afgegeven voordat de hotelstop is ingevoerd in 2017, die hotelbouw gewoon door kan gaan. Zij refereert aan de plannen van collega Everhardt waarbij er wordt gekeken hoe daar waar hotels wel bestemd zijn, maar de realisatie nog niet heeft plaatsgevonden, de besluitvorming toch kan worden teruggedraaid. Dat loopt via het erfpachtrecht. Mevrouw VAN SOEST zegt met wethouder Everhardt reeds een discussie te hebben gehad over bouwopgaven die niet in-(?) van voor 2014, want er loopt nog een contract en deze mensen houden nog steeds de grond vast, terwijl die grond heel hard nodig is voor de woningbouw. Zij vraagt de wethouder zich hard te maken om daar een keer aandacht aan te gaan besteden. Wethouder VAN DOORNINCK lijkt het goed om het gesprek daarover met collega Everhardt te voeren als wethouder Economische Zaken.
Hij heeft kort geleden gelanceerd te zullen bekijken of erfpacht ingezet kan worden als instrument om de kant op te gaan die mevrouw Van Soest zo graag wil. Zij is daar vast niet de enige in. De heer WARMERDAM heeft een vraag over de motie Van Dantzig c.s. over (?) water. Hij begrijpt dat de beantwoording in Q1 zal komen. Hij hoopt dat de wethouder iets specifieker kan zijn over in welke maand die beantwoording verwacht mag worden. Wethouder VAN DOORNINCK zegt over geen nadere informatie te beschikken dan dat het in Q1 zal zijn. Zij zal kijken of zo snel mogelijk gevolg gegeven kan worden aan die motie.
BESPREEKPUNTEN Ruimtelijke ordening 3 Vaststellen van de ‘Gezamenlijke uitgangspunten voor de verdere ontwikkeling van de volkstuinparken in de gemeente Amsterdam’ en de notitie ‘Aanpak voor ontwikkeling van de Amsterdamse volkstuinparken’ (ZD2021-015017) De heer LEENDERS herinnert eraan dat de PvdA in 2020 kritisch was op de plannen van de wethouder, maar het moet gezegd dat die kritiek is verdwenen. Complimenten. De motie van destijds is daarmee afgedaan. Mevrouw VAN RENSSEN is zeer blij met de voordracht, want het laat zien dat de tuinders het beheer en het onderhoud zelf moeten doen. Zij zijn bij uitstek de partij die dat goed kunnen doen. Zij is ook blij dat de natuur daarbij betrokken wordt. Als er meer middelen binnenkomen moeten die ten goede komen aan het beheer en onderhoud van de tuinparken. Haar vraag is of de kosten voor het openbare groen uit het SAB Bovenwijks groen zouden moeten komen. Wat haar betreft zou het moeten worden gefinancierd vanuit de eigen grondontwikkeling of de grondexploitatie van (?), een soort bovenwijkse voorziening. Kan de wethouder laten uitzoeken of dat ook een mogelijkheid is? Zij begrijpt ook dat de ingehouden gemeentelijke bijdrage kan worden terugbetaald. Maar Gemeentelijk Vastgoed houdt die bijdragen in. Haar vraag is of Gemeentelijk Vastgoed in die bijdrage kan voldoen.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 15 december 2021
RO
Zij benadrukt blij te zijn dat de tuinparken behouden blijven en dat de tuinders daar gezamenlijk voor moeten zorgen, zoals dat geregeld is in het beheerfonds. Zij gaat er daarom van uit dat de huurovereenkomsten nu snel worden geschreven en dat het plan van aanpak er komt, waarmee de tuinparken toekomstbestendig gemaakt worden. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA hoort mevrouw Van Renssen zeggen blij te zijn dat de tuinparken behouden blijven en dat dat goed is voor de stad en toekomstbestendig zijn. Hoe ziet mevrouw Van Renssen het tekort aan volkstuinen bij de uitbreiding van de stad? Mevrouw VAN RENSSEN wijst erop dat de gemeentegrenzen ook beperkt blijven. Daarom denkt zij dat er nu een goede balans bereikt is in deze compacte stad. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA wil mevrouw Van Renssen toch vragen om bij de uitbreidingen van de stad, zoals bijvoorbeeld Haven-Stad, ook ruimte te creëren voor nieuwe tuinparken, want de wachtlijsten zijn lang. Mevrouw VAN RENSSEN kent die wensen en die begrijpt zij ook. Zij denkt dat met dit behoud van de parken het maximale gedaan wordt wat gedaan kan worden. Daar wil zij het bij houden. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA vindt dit teleurstellend. Zij moet concluderen dat GroenLinks niet bereid is om de volkstuinen uit te breiden. Zij vindt dat ook teleurstellend voor de tuinders.
De heer TURKKOL is namens zijn fractie ook blij met het behoud van de volkstuinparken en het intensieve overleg met de volkstuinverenigingen. Hij wijst op de wensen voor uitbreiding van de volkstuinparken. Het contract gaat per 1 juni 2022 in en voor die tijd dient voldaan te zijn aan een aantal afspraken. Hij wil weten hoe groot de omvang is van die afspraken. De inspreker heeft aangegeven dat het budget om aan die afspraken te voldoen te krap is. Vandaar zijn vraag hoe de wethouder denkt de vrijwilligers te gaan ondersteunen. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA wil weten of D66 bereid is om meer budget vrij te maken voor de ondersteuning van de tuinders. De heer TURKKOL wil allereerst horen wat de wethouder gaat doen om die vrijwillige tuinders verder te ondersteunen. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA wijst allereerst op de opschudding van vorig jaar rond het nieuwe volkstuinenbeleid. Gelukkig is er naar de volkstuinders geluisterd en zijn zij een serieuze gesprekspartner geworden van de gemeente. Gelukkig wordt er geen 20% meer van het tuinparkoppervlak afgenomen en wordt de huurverhoging fors beperkt. De wethouder heeft duidelijk een draai gemaakt, maar dat had natuurlijk vorig jaar meteen al moeten gebeuren bij de plannen van toen. De heer LEENDERS betreurt de kritiek van mevrouw Bloemberg-Issa. Hij zag graag dat zij de manier waarop het nu gaat meer zou waarderen.
Mevrouw BLOEMBERG-ISSA zegt juist geprobeerd te hebben haar opmerking als een positieve noot neer te zetten door namelijk te wijzen op de gigantische huurverhoging die in belangrijke mate is teruggedraaid. Dat is dus positief. Over het nieuwe volkstuinenbeleid heeft zij de volgende vragen. Allereerst de doorgaande fietspaden. Haar partij is daar geen voorstander van. Zij hoopt dat die fietspaden in De Nieuwe Kern of het Westerpark verdwijnen en definitief geschrapt worden. Verder heeft zij gelezen dat de openingstijden van de parken opgerekt worden. Zij heeft uit de beantwoording van haar schriftelijke vragen begrepen dat het hierbij gaat om
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 15 december 2021
RO
kleine aantallen wandelaars in de winter toe te kunnen laten. Zij wil van de wethouder weten of de opening in de nacht van de baan is en de tuinparken in de nacht gesloten mogen blijven. Verder zou er ook ruimte voor bescheiden horeca moeten komen op de tuinparken. Zij wil weten of daarover nog met de tuinparken gepraat gaat worden of dat het de bedoeling is dat die horeca er sowieso plaatsvindt. Dan de mogelijkheid dat tuinders in de toekomst bepaalde voorzieningen moeten toelaten. Zij heeft daar technische vragen over gesteld en wil nu weten of het gaat om buurthuizen of kinderdagverblijven, die bijvoorbeeld als groep een volkstuin kunnen hebben. Zij vraagt of de wethouder kan garanderen dat dat soort voorzieningen niet uit de hand gaan lopen en een te grote stempel gaan zetten op het karakter van de volkstuinparken. Verder vraagt zij de wethouder te reageren op de vraag betreffende de financiën waar de inspreker op doelde. Tot slot wil zij weten of het waar is dat op 25 november jl. Ouder-Amstel een structuurvisie heeft vastgesteld voor de Nieuwe Kern en hoe zich dat verhoudt tot het beleid dat nu voorligt.
Kan de wethouder daarnaar kijken en voorkomen dat daardoor het volkstuinpark zou moeten verdwijnen? Wethouder VAN DOORNINCK vertelt blij te zijn geweest toen het zover was dat zij en de afvaardiging van de tuinders hun handtekening konden zetten onder de samenwerkingsafspraken. Er ligt een roerige tijd achter hen. De winst nu is echter dat de tuinparken veel actiever zijn geworden en ook onderling nader tot elkaar zijn gekomen. Het idee van het kunnen recreëren op de tuinparken heeft een plek gekregen in het denken van de tuinders. Zij denkt dat dat winst is. De andere winst is dat de gemeente nu heel anders durft te kijken naar de samenwerking met Amsterdammers die zich inzetten voor een mooie plek in mooi groen en hoe groepen daarvan kunnen genieten. Zij denkt dat zo’n gezamenlijk beheerfonds daarom belangrijk is. Dat is spannend voor de gemeente, want dat is nog nooit eerder gedaan. Zij vindt dit een vorm van ‘samen de stad maken’. Zij dankt de tuinders voor de samenwerking van het afgelopen jaar. Zij heeft er vertrouwen in dat in deze geest de samenwerking voortgezet zal worden. Natuurlijk zal men het niet altijd met elkaar eens zijn, maar zij vertrouwt erop dat er altijd een oplossing gevonden zal worden zoals dat ook het afgelopen jaar het geval is geweest.