CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept verslag OZA.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 17 januari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 13 december 202317.203 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Zij schorst de vergadering van 10.52-10.59 uur. De VOORZITTER merkt op dat een avondgedeelte van deze vergadering niet nodig is, uitgaande van een uitloop van deze sessie met een halfuur. De fracties krijgen dan wat extra spreektijd. Zij concludeert dat de commissie daarmee akkoord gaat. Jeugd(zorg), Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 8.

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 13 december 2023

Strategisch Huisvestingsplan Jeugd, Zorg en Basisvoorzieningen (VN2023024062) Het lid VAN PIJPEN mist hierbij de adviezen van de stadsdeelcommissies. Dat vraagt zij ook omdat een aantal fracties in Weesp zich niet kan vinden in de behoeftebepaling vanuit Weesp, zowel op Onderwijs als op Zorg. Hoe zit dat? Zij vraagt verder wat de logica is in de bepaling van wat wel en wat niet om investering vanuit de gemeente gaat. De locaties van dagbesteding bijvoorbeeld niet, terwijl dat toch wel onder de financiële Wmo-verantwoordelijkheid van de gemeente valt. Maatschappelijke initiatieven vallen niet onder het huisvestingsplan, leest zij op pagina 21. Dat vindt haar fractie problematisch. Hoe zit het dan met buurthuizen in zelfbeheer? In het overzicht zit nu nog financiële ruimte. Moeten er geen mogelijkheden voor financiering van huisvesting van maatschappelijke initiatieven komen? Ouderen zijn in de voorziening geen specifieke doelgroep, terwijl de behoefte aan eigen ruimtes, bijvoorbeeld voor dementiezorg, groot is. Het voorgenomen beleid van woonleefcirkels staat wel opgenomen, maar krijgt geen vertaling in de huisvesting. De stadsdelen springen er heel divers mee om. Sommige noemen de ouderen, andere zoals Nieuw-West doen dat niet, terwijl daar toch grote groepen ouderen wonen, ook met migratieachtergrond. Deze hebben veel behoefte aan eigen ruimtes.

Ouderen moeten stadsbreed als specifieke doelgroep worden opgenomen. Op die manier moet gekeken worden of er voldoende huisvesting is voor voorzieningen. Het lid YACOUBI ziet de spanningen tussen het ideaal van een inclusief, leefbaar Amsterdam en de realiteit van economische en sociale ongelijkheid steeds duidelijker worden. Het doel om een stad te zijn waarin iedere inwoner, ongeacht de woonwijk, gelijke kansen heeft, staat in schril contrast met problemen zoals woningtekorten, segregatie en toenemende armoede. Deze kloof roept vragen op over de effectiviteit van het huidige beleid en de haalbaarheid van de gestelde doelen. Hij vraagt hoe realistisch het is om voldoende ruimtes dan wel maatschappelijke voorzieningen te bouwen zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid en de groene ruimtes. Hoe gaat het college ervoor zorgen dat het SHP segregatie tegengaat en de inclusie bevordert? Dit in verband met de aanhoudende gentrificatie en verdringing van lagere inkomensgroepen, vooral in Nieuw-West, Zuidoost en Noord. Welke specifieke indicatoren gaat het college gebruiken om de impact van het SHP te evalueren? Hoe wil het ervoor zorgen dat deze doelstellingen aansluiten op de behoefte in het Masterplan Zuidoost, het nationaal programma Samen Nieuw-West en de Aanpak Noord? Het lid ABDI merkt op dat jaarlijks 300-500 verwarde mensen in beeld zijn die aanbod nodig hebben.

Zij las dat in de Zuidasdok twee ontwikkelingen voor 24uursvoorzieningen zijn weggevallen wegens voortschrijdend inzicht. Zij vraagt hoe dit komt. Wat kan gedaan worden om ervoor te zorgen dat het aanbod zo snel mogelijk gerealiseerd wordt? Het huidige aanbod is namelijk teveel verouderd, niet meer geschikt voor deze groep patiënten. Er zitten teveel mensen op hun plek. Zij vraagt wanneer men kan komen met een alternatieve locatie. Kan de raad daarbij iets meer betrokken worden? Het lid RUNDERKAMP leest in het stuk dat de gemeente geen huisvestingsverplichting heeft voor eerstelijnszorgaanbieders en apothekers. Investeringen in gezondheidscentra laat men over aan investeerders in de markt. Hij herinnert aan een aangenomen motie in de raad waarin het college wordt opgeroepen om de vraag naar en aanbod van huisartsenzorg in Amsterdam te onderzoeken, uitgesplitst over de verschillende wijken. Blijkt in bepaalde wijken het aanbod huisartsenzorg ver achter te blijven bij de vraag, houdt het college dan vast aan het standpunt dat het er niets aan gaat doen? Het lid SMITS ziet als grootste uitdaging voor het huisvesten van voorzieningen in het gebruik aan ruimte in de stad. Er moet daarom creatief en efficiënt worden omgegaan met de beschikbare ruimte. Daar liggen kansen. Amsterdam heeft ongeveer 380 schoolgebouwen, exclusief aparte gymzalen. Die vierkante meters staan vaak in de

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 13 december 2023

avonden en weekends leeg. Voor sommige voorzieningen is behoefte aan een permanente locatie, ook tijdens schooltijd, maar voor andere functies liggen er kansen in het medegebruik van schoolgebouwen in weekends en avonden. In het Integraal Huisvestingplan Onderwijs wordt het medegebruik van schoolgebouwen aangestipt, maar de focus ligt op functies ten behoeve van leerlingen. Dat geldt overigens niet alleen voor dit SHP, maar ook voor dat van kunst en cultuur. Zij vraagt in hoeverre de kansen die er liggen in het leegstaan van schoolgebouwen op de radar staan van de verschillende wethouders. Zij vraagt de raad op de hoogte te houden van de gesprekken die worden gevoerd met schoolbesturen over het medegebruik van schoolgebouwen, en toe te lichten wat daarbij de belemmeringen zijn. Het lid WEHKAMP sluit zich aan bij de opmerkingen van GroenLinks over de stadsdeelcommissies en de adviezen. Op de BSO in Noord is er geen plek te vinden. In Weesp is behoefte aan kinderopvang. Een stadsdeelbestuurder van Centrum gaf aan dat kinderopvang in dat stadsdeel onder druk staat. Ondanks de grote personeelstekorten, zijn er ook kinderopvangorganisaties die willen uitbreiden. Die hebben wel personeel, maar er is geen plek voor ze in de stad. Daarop heeft de gemeente via de bestemmingsplannen wel invloed.

Daarom hoort zij graag van de kinderopvangorganisaties waartegen zij in de stad aan lopen, ook vanwege de grote maatschappelijke impact van het niet hebben van kinderopvang. Zij vraagt een expertmeeting te organiseren over ruimte voor kinderopvang. Zij is blij te lezen dat de gemeente stimuleert om slim en doelmatig gebruik te maken van de schaarse ruimte, met meerdere gebruikers. Voor leegstaande ruimtes wordt gekeken of die ook voor andere groepen en activiteiten gebruikt kunnen worden. In Centrum worden volgens het stuk multifunctionele programma’s en medegebruik van ruimte gestimuleerd. Zij vraagt hoe men dat wil stimuleren. Hoe komt een kinderopvangorganisatie die ruimte zoekt om uit te breiden, erachter waar die ruimte is die gedeeld kan worden? Hoe ziet het stimuleren eruit? Het lid PERDOK merkt op dat de meeste gemeenten volgens de Algemene Rekenkamer de verplichte cliëntenonderzoeken niet uitvoeren. Zij vraagt op welke manieren die cliëntenonderzoeken worden betrokken in dit huisvestingsplan. De speeltuingebouwen en kinderboerderijen vormen een grote maatschappelijke factor wat betreft het natuur- en milieu-educatieve onderricht. Ze zorgen ook voor een laagdrempelige ontmoetingsplek. Juist die plekken moeten inclusiviteit uitstralen. Toch is 90% van de speelplekken niet toegankelijk voor kinderen met een beperking.

Nergens in dit plan leest hoe dit probleem hierbij wordt betrokken en of de wethouder mogelijkheden ziet om er de aandacht op te vestigen. Wethouder MOORMAN antwoordt het lid Van Pijpen dat er geen aparte adviezen zijn van de stadsdeelcommissie. Dit is besproken met de stadsdelen. De suggesties en adviezen zijn een onderdeel van dit koersdocument. Vandaar dat er geen apart advies van de stadsdeelcommissie is bijgevoegd. Het lid WEHKAMP vraagt wat de stadsdeelcommissie geadviseerd heeft. Wethouder MOORMAN vraagt of het lid Wehkamp een uitgeschreven stadsdeeladvies wil. De SHP’s zijn inhoudelijk afgestemd met de stadsdelen. Zoals ook met maatschappelijk vastgoed, of gemeentelijk vastgoed. Wil zij alle verschillende inzichten apart aanbieden? Dat zou ongelofelijk veel werk betekenen. Het lid VAN PIJPEN vindt het vreemd dat de wethouder de stadsdeelcommissies en de ambtelijke organisaties op één hoop gooit. In het democratisch proces hebben de stadsdeelcommissies een belangrijke rol. Zij stelde vraag ook omdat ze vanuit Weesp andere berichten kreeg. Daarom wil zij weten of de stadsdeelcommissies hier volledig achter staan.

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 13 december 2023

Wethouder MOORMAN antwoordt dat er adviezen van de stadsdeelcommissies zijn aangeleverd. De grote opgave in Weesp is duidelijk, en zit zo goed als mogelijk verwerkt in het stuk. De stadsdeelcommissie is wel degelijk heel serieus genomen. De VOORZITTER stelt voor dat de wethouder eventueel nog navraagt bij de stadsdeelcommissie van Weesp hoe het precies zit. Tegen de tijd dat het stuk naar de raad gaat, kan zij er dan wat meer over zeggen. Wethouder MOORMAN wijst op verschillen tussen de wettelijke taak van de gemeente in de voorzieningen, wat er afgesproken is in de verschillende verordeningen en beleidsafspraken over investeringen, en bijvoorbeeld huisartsen en kinderopvang. Bij nieuw te ontwikkelen gebieden wordt er ruimte voor vrijgehouden, maar het is dan niet aan de gemeente om het te ontwikkelen. Wel stimuleert de gemeente, maar ze investeert er niet in. Dat is het grote verschil dat je terugvindt: de investeringen aan de ene, en de reserveringen aan de andere kant. Wethouder Scholtes gaat daarop nog nader in. Zij antwoordt het lid Yacoubi dat het hierbij niet gaat om de vraag waar mensen zich vestigen. Evenmin gaat dit stuk over wonen. Buurten zijn vooral leefbaar door de aanwezigheid van voldoende maatschappelijke voorzieningen. Daarom zijn er referentienormen en investeert de gemeente fors in de infrastructuur, zoals buurthuizen of kinderopvang in scholen.

Het gaat dan meer over sociale cohesie dan over segregatie, want maatschappelijke voorzieningen hebben maar een beperkte invloed op de segregatie. Het lid YACOUBI koppelt het woord ‘segregatie’ aan ‘gentrificatie’, iets wat vooral in stadsdelen zoals Nieuw-West, Noord en Zuidoost plaatsvindt. Dus hoe verhoudt de sociale basis-infrastructuur zich met de segregatie? In Nieuw-West, en met name Osdorp, worden vele gesprekken gevoerd over de maatschappelijke voorzieningen die zich er moeten gaan vestigen. Tegelijkertijd vertelt men dat er maar weinig sociale huurwoningen worden gebouwd. Dus hoe wordt de segregatie dan tegengewerkt? Wethouder MOORMAN bevestigt de groeiende gentrificatie in sommige delen van de stad. Iets wat niet als positief wordt gezien. Dat heeft invloed op de plekken die er zijn voor bijvoorbeeld maatschappelijke initiatieven voor maatschappelijke taken, zoals een huisarts. Toch gaan de vragen van het lid Yacoubi niet over wat hier voorligt, maar over de samenstelling van de woningvoorraad. Zij verwijst hem daarvoor naar de commissie Wonen. Zij probeert in de buurten het sociale weefsel zoveel mogelijk in stand te houden. Zij antwoordt het lid Abdi dat het hierbij gaat om een uitwerking van beleidskeuzes die al op een ander moment zijn gemaakt. Dit is een doorkijk naar de komende vier jaar, waarbij er in de ontwikkeling van de stad steeds weer dingen gebeuren.

Zo is in de Voorjaarsnota besloten dat de gemeente geen gestapelde bouw wil rondom Sporthallen Zuid. Dat zou te duur zijn. Daarmee kunnen er ook geen woonvoorzieningen op die plek met voldoende ruimte worden geboden. De maatschappelijke partners zeggen dat het niet kleiner kan voor mensen met deze problematiek. Er moet dus elders worden gezocht. Het is dus op geen enkele manier het schrappen van woonvoorzieningen voor mensen met deze problematiek. Wel is het zoeken in een verdichtende stad met allerlei ontwikkelingen. Wat in dit stuk staat, is dus op geen enkele manier een afwijking van plannen over wat de stad wil bieden, bijvoorbeeld aan woonzorgvoorzieningen voor mensen met psychische problematiek. Zij antwoordt het lid Smits dat de gemeente Amsterdam economisch eigenaar is van de schoolgebouwen, wat betekent dat ze de bouw ervan financiert. Vervolgens worden ze in juridisch eigendom overgedragen aan de schoolbesturen, die dan verantwoordelijk zijn voor een goed gebruik van de ruimte. Zo heb je in veel schoolgebouwen in het weekend weekendschool, of buurtactiviteiten in de avonduren, of ouderbijeenkomsten. Gymzalen worden gebruikt voor sportactiviteiten in de buurt. Daartoe zijn de schoolbesturen niet verplicht, en het medegebruik moet zo goed mogelijk gecoördineerd worden met de functies die in de school plaatsvinden. Er is één uitzondering.

De gemeente heeft afgesproken in de verordening dat elk nieuw schoolgebouw een integraal kindcentrum is. Er wordt dus extra ruimte in de

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 13 december 2023

scholen gebouwd voor de kinderopvang en de BSO. Uiteindelijk moet het tot een integraal geheel komen, liefst ook integraal gefinancierd. Het is aan de school om de samenwerking zo goed mogelijk gestand te doen. In de Onderwijsambities Amsterdam is afgesproken dat het naar meer inclusief onderwijs toe moet gaan. Dat heeft impact op de manier waarop je omgaat met de scholen, want er moet dan voldoende ruimte zijn voor zorgtaken. Er wordt nog nagedacht over de manier waarop dat moet gebeuren. Zij antwoordt het lid Wehkamp dat er dus behoorlijk extra geld wordt uitgetrokken voor kinderopvang binnen de schoolgebouwen. Dat valt overigens wel onder de rendabele investeringen, want het komt weer terug via de kinderopvang. Als de commissie een expertmeeting wenst, zal zij dat uiteraard graag ondersteunen. De gemeente heeft geen wettelijke verplichting met betrekking tot kinderopvanglocaties buiten de scholen. Wel wordt er zoveel mogelijk ruimte voor georganiseerd bij nieuw te ontwikkelen gebieden in de stad. Het is de organisaties zelf om daarop in te springen. Zij heeft al eerder een overzicht aan de raad gestuurd over de hoeveelheid kinderopvang in verschillende delen van de stad. Zij antwoordt het lid Perdok dat het hebben van voldoende speelplekken gaat over de inrichting van de openbare ruimte. Deze commissie is niet de plek om daarover te spreken.

Het lid PERDOK dacht dat het ging over het zoeken van huisvesting van locaties. Daarom dacht zij dat het goed is te kijken of er op locaties voldoende speelplekken aangelegd kunnen worden, zodat het voor iedereen inclusief is. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er door de verdichting van de stad steeds minder ruimte is die gedeeld moet worden. Er moet dus gezamenlijk worden gekeken naar de bestaande opgaves. Er veel geld geïnvesteerd in groene schoolpleinen, maar onder de voorwaarde aan scholen dat die pleinen dan wel openbaar beschikbaar gesteld moeten worden, dus aan de hele buurt. Het lid PERDOK denkt dat een openbaar toegankelijk schoolplein ook aan de behoeftes moet voldoen. Als er allemaal speeltoestellen staan waarmee je niet kan spelen, is het vrij zinloos. Wethouder MOORMAN antwoordt dat om die reden geïnvesteerd is in de groene schoolpleinen. De eerste functie is dan natuurlijk wel dat het een schoolplein is. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat dit plan een vertaling is van bestaand beleid en bestaande ambities. Alle vragen zoals ‘Waarom valt dit niet onder het plan?’ moeten dus eigenlijk elders gesteld worden. Een voorbeeld is de discussie over de actualisatie van de referentienormen. Hij verwijst daarvoor naar de dagmail van 12 december. Als die discussie is beslecht, zal dat weer worden vertaald in een volgend plan.

Ook al heeft de gemeente geen taak in de huisvesting van dagbesteding of de gezondheidscentra, toch wil ze kijken hoe die in nieuwe gebieden ingepast kunnen worden. De gemeente reserveert de ruimte, en de ontwikkelaar moet die realiseren tegen een maatschappelijke huur. Het toevoegen van nieuwe doelgroepen is iets voor de actualisatie van de referentienorm. Het lid VAN PIJPEN wijst erop dat de dagbesteding wordt gefinancierd door de gemeente. Daarom vraagt zij waarom de gemeente daar dan niet dezelfde verantwoordelijkheid heeft. Wethouder SCHOLTES antwoord dat dat beleid is dat door de raad is vastgesteld. In de inkoopbepaling voor dagbestedingen is al afgesproken dat de aanbieder zelf verantwoordelijk is voor de huisvesting. Hij ziet daarbij weinig knelpunten. Hij antwoordt het lid Van Pijpen verder dat er echt werk gemaakt moet worden van het voorbereiden van de stad voor de komende vergrijzing. De woonzorgcirkels of ouderenhuisvesting is geen onderdeel van dit plan. Dat valt onder Wonen. Van de

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 13 december 2023

wethouders Van Dantzig en Pels mag begin volgend jaar een nadere uitwerking, specifiek voor ouderenhuisvesting verwacht worden. Daarbij zal worden ingegaan op de Lang Leven Thuisflats en de woonzorgcirkels. De gemeente gaat er niet over, maar voelt wel verantwoordelijkheid voor de huisartsenzorg in de stad. Ze zet haar vastgoedportefeuille in voor huisvesting van allerlei functies, maar het is lastig om daarbinnen ook huisvesting te bieden voor zorgfuncties waarvoor de gemeente officieel niet verantwoordelijk is. Dat gebeurt maar zeer zelden. Er wordt met partijen onderzocht of de huisartsendekking over de stad goed genoeg is. De Amsterdamse Huisartsen Alliantie wordt ondersteund bij het optimaliseren van het huisvestingsloket. Die heeft een loketpraktijkhuisvesting, iets wat ze een ‘Makelpunt’ noemen. De gemeente geeft daarbij ondersteuning. De motie over het in kaart brengen van de vraag en het aanbod wordt nauw in de gaten gehouden. De mogelijkheden zijn erg beperkt; er is veel concurrentie. Het lid DE JONG vraagt wanneer de resultaten van de monitoring huisartsenzorg verwacht mogen worden. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat hij daarop later terug zal komen. Terecht vraagt het lid Van Pijpen aandacht voor de huisvesting van maatschappelijke initiatieven. Er is veel vraag, zoals van huisartsen, kinderopvang, buitenschoolse opvang, de nachtcultuur.

Dat zijn echter geen vastgestelde huisvestingstaken van de gemeente, en daarom ook niet opgenomen in het SHP. Wel zijn het belangrijke aanvullingen. Bij de actualisatie van de referentienormen kunnen de maatschappelijke initiatieven door de raad worden toegevoegd of niet. Daarbij dient men wel te bedenken dat elke toegevoegde groep de opgave groter en ingewikkelder maakt. Tweede termijn Het lid VAN PIJPEN had verwacht te kunnen spreken over een aantal dingen dat in het stuk staat bij het kader sociale basis. Dat gaat bijvoorbeeld over de informele organisaties, de huizen van de wijk en de buurtkamers, of deels ook over ouderen. Zij vraagt of toegezegd kan worden dat nieuw beleid vanuit het kader sociale basis eventueel kan leiden tot wijzigingen in dit SHP. Verder stelt zij vast dat er geen logica zit in wat wel of niet onder investeringen of inpassing valt. Wat betreft ouderen gaat het niet over ouderenhuisvesting zelf, maar over voorzieningen voor ouderen. Het lid YACOUBI leest in het SHP over ongelijk investeren en vraagt in dat verband daarmee hoe het college dit plan parallel wil laten lopen met de masterplannen. En hoe voorkomt men dat de kwetsbare buurten in andere stadsdelen onvoldoende aandacht krijgen? Het lid ABDI is het volledig eens met wat de wethouder zei over het koersdocument. Zij maakt zich zorgen over de 24-uursvoorzieningen die nu niet gerealiseerd worden.

Er staat in het document dat de huidige voorzieningen, waar de groep patiënten nu in zit, sterk verouderd is en dat er volgens de huidige maatstaven teveel mensen op die plek zitten. Zij wijst er nog eens op dat dit een acuut probleem is in de stad. Deze groep patiënten heeft snel een aanbod nodig. Hoe zorgt het college ervoor dat er haast gemaakt wordt? Ook de lancering van het Oranje Huis nam een aantal jaren in beslag. Het lid PERDOK heeft nog geen antwoord gekregen op haar vraag over de cliëntondersteuning. Gebleken is dat veel gemeenten die, en de onderzoeksresultaten in dat verband, niet meenemen in hun besluiten. In hoeverre is dat meegenomen in dit SHP? Wethouder SCHOLTES kan daarop niet antwoorden. Hij zal het nagaan.

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 13 december 2023

Wethouder MOORMAN antwoordt het lid Yacoubi dat het college zich realiseert dat de problemen in de stad ongelijk verdeeld zijn. Daarom werkt het volgens de richtlijn ‘Ongelijk investeren voor gelijke kansen’, zijn er masterplannen en investeert het meer in kwetsbare buurten. Dat zie je duidelijk terug in de plannen. Zij herkent niet dat het een acuut probleem is, zoals het lid Abdi opmerkte. Wel ziet zij dat het noodzakelijk is om actie te ondernemen ter verbetering van de situatie. Zij zou het natuurlijk ook eerder willen doen. Het probleem ligt in de doorlooptijd. Er moet gepland worden, het moet ingepast worden, en dan is er nog inspraak. Dit is precies de reden dat er SHP’s zijn. Het gesprek dat nu gevoerd wordt, kon in het verleden niet gevoerd worden, want toen waren er geen integrale plannen met ver uitzicht in de tijd. Ook zij is ongeduldig en wil het graag snel oplossen. Helaas is dat niet altijd mogelijk. Wethouder SCHOLTES antwoordt het lid Van Pijpen dat er via de Amsterdamse aanpak huisvesting, de nadere uitwerking in de ouderenhuisvesting en Amsterdam Vitaal & Gezond nadrukkelijk gekeken wordt naar de koppeling van voorzieningen aan ouderenwoningen. Dat is het concept van de Lang Leven Thuisflats. Het beste zou zijn als daarvoor een beperkt aantal Wmo-aanbieders is, dat er ruimte is voor ontmoeting, en de sociale basis een rol heeft. Daar wordt aan gewerkt.

Als de wens is om maatschappelijke initiatieven op te nemen in dit plan, dan moet dat ingebracht worden bij de discussie over de actualisatie van de referentienormen. Het lid VAN PIJPEN merkt op dat binnenkort een beleid sociale basis wordt vastgesteld. Haar vraag was of dat kan leiden tot veranderingen in dit document. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat in het beleidskader sociale basis niet staat dat huisvesting een taak wordt van de gemeente. Het lid VAN PIJPEN doelt op maatschappelijke initiatieven, zoals buurthuizen en zelfbeheer. Gebleken is dat het soms moeilijk is om daarvoor goede plekken te vinden. Zij ziet in dat kader een bepaalde verantwoordelijkheid. Bij het kader sociale basis zal besproken worden hoe in dat opzicht ruimte gegeven kan worden aan informele organisaties. Zij wil weten wat daarvan de betekenis is voor dit SHP. Wethouder SCHOLTES zegt toe dat hij er schriftelijk op terugkomt. De VOORZITTER concludeert dat de voordracht gereed is voor behandeling in de raad. De wethouder komt voorafgaande aan de raasbehandeling nog met zijn schriftelijke beantwoording op de vraag van het lid Van Pijpen. Zij schorst de vergadering van 11.45-11.50 uur. Onderwijs 9.

Integraal huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027 (VN2023-024065) 10.

Wijzigingen Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam (VN2023-023170) Het lid WEHKAMP merkt op dat de kosten voor de onderwijshuisvesting flink zijn gestegen, maar zonder dat dit volledig opgevangen wordt in de Begroting. Sommige projecten kunnen daardoor geen doorgang vinden. Er is in een investeringsbehoefte voorzien van 631 miljoen euro voor de periode 2023-2027, met een investeringsruimte van maar 550 miljoen euro. Haar fractie heeft daarom om een afwegingskader gevraagd, en dat komt in dit plan naar voren. Uiteindelijk gaat het er natuurlijk om dat kinderen een goede leeromgeving krijgen. Het primaire doel is een goede plak om te leren voor ieder kind. Dat zou een grotere rol kunnen spelen in de afweging.

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 13 december 2023

Zij vraagt of er een mogelijkheid is om een extra element toe te voegen aan het afwegingskader, zoals leerklimaat verbeterende renovaties waarbij bijvoorbeeld de ventilatie wordt verbeterd. De luchtkwaliteit en ventilatie blijken enorm belangrijk te zijn. Is er zicht op de kwaliteit van de bestaande bouw? Zij er buiten de aandachtsgebieden ondermaatse gebouwen? Kan de garantie gegeven worden dat er door dit afwegingskader geen ondermaatse schoolgebouwen uitgesloten worden van renovatie? Een van de criteria in het afwegingskader is de zgn. BBO-prioriteitenlijst, maar men gaat niet in op de betekenis ervan en hoe hij tot stand komt. In het BBO worden besluiten bij meerderheid genomen. Misschien maakt dat dat de eenpitters achter in de rij komen te staan bij renovatie. Is dat zo? Zij vraagt aandacht voor ruimte voor eenpitters, dus ruimte voor scholen zonder een groot schoolbestuur, en in het bijzonder voor Waldorf aan de Werf. De ouders daarvan hebben contact gezocht. De school groeit en wil graag naar Banne-Zuid verhuizen. Helaas echter lijkt die verhuizing niet door te gaan. Zij vraagt iets te zeggen over de ruimte voor gebouwen voor kleine eenpitters, in het bijzonder Waldorf aan de Werf. Bij het samenvoegen of sluiten van scholen moet volgens het plan gekeken worden of de scholen een bredere functie hebben.

Te denken valt aan het ruimte bieden voor familiescholen, kinderopvang naast de voorschool, of andere maatschappelijke activiteiten. Dat lijkt haar heel goed. Maar ook staat er dat de huidige regels en middelen daarvoor nu geen handvatten bieden. Zij vraagt welke ruimte en middelen de wethouder in dit verband zou willen hebben. Het lid RUNDERKAMP is het met het lid Wehkamp eens: het gaat erom dat ieder kind in Amsterdam een goede onderwijsomgeving heeft. Hij wordt enthousiast als hij in het IHP ziet wat de inzet van de gemeente is op het inclusief onderwijs. Inderdaad moeten zoveel mogelijk kinderen terechtkunnen in het regulier onderwijs. Hij geeft een compliment aan het samenwerkingsverband, want Amsterdam staat tussen alle landelijke samenwerkingsverbanden op plek 70 van 75 voor het relatieve aantal doorverwijzingen. Het gaat dus redelijk goed in Amsterdam. Hij mist in het IHP iets over de wijze waarop de ambities voor het inclusief onderwijs worden vertaald in concrete huisvestingsopgaven. Inclusief onderwijs kan namelijk op verschillende manieren worden vormgegeven. Hij roept op om hieraan aandacht te geven bij het leggen van de puzzel waarover de wethouder het bij het vorige agendapunt had. Ook wil hij graag weten of er een monitor komt over de wijze waarop deze ambities voor inclusief onderwijs worden gehaald.

Ondanks de inzet op inclusief onderwijs zal altijd een vorm van speciaal onderwijs nodig zijn. Dat zit nu niet expliciet in het afwegingskader. Wel wordt in het IHP aandacht gegeven aan SO-scholen in Nieuw-West en Noord die aan renovatie toe zijn. Hij vraagt die aandacht vast te houden. Ook leerlingen in het SO hebben een goede leeromgeving nodig. Het is goed dat het bewegingsonderwijs expliciet is opgenomen in het afwegingskader, waarmee expliciet een verband wordt gelegd tussen het bewegingsonderwijs en de gebieden waar nu het meest aandacht voor is, in Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Juist in die gebieden bewegen kinderen weinig. Men kijkt hoe het bewegingsonderwijs gekoppeld kan worden aan huisvesting en de mogelijkheden voor bewegingsonderwijs in deze gebieden. In Weesp is men bezorgd dat de onderwijsbehoefte in de toekomst niet kan worden gedekt vanwege de toenemende leerlingenaantallen. Het zou kunnen zijn dat er meer kinderen dan voorzien daar onderwijs gaan volgen. Hij vraagt een reactie van de wethouder. Het lid VAN PIJPEN is blij met het afwegingskader. Het is goed om op die manier voorrang te verlenen. Maar wat betekent dat als het gaat over inclusief onderwijs? Zij sluit zich aan bij de vragen van het lid Runderkamp daarover.

Als men onvoldoende in staat is om inclusief onderwijs te geven, bijvoorbeeld omdat er onvoldoende ruimte is voor een specifieke groep leerlingen, is dat dan een reden om op de lijst te komen voor renoveren

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 13 december 2023

of nieuwbouw? Dus wat zijn de redenen om in aanmerking te komen voor renovatie of nieuwbouw? Verder vraagt zij of de ruimte voor tijdelijke huisvesting bij renovatie of nieuwbouw ingecalculeerd is. Daarover werden in de afgelopen periode regelmatig vragen gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van het tijdelijke schoolgebouw in het Martin Luther Kingpark. Zij wil niet elke keer weer met dat soort kwesties geconfronteerd worden. Daarom moet erin voorzien worden in dit plan. Het lid SMITS heeft twee vragen namens haar collega van het CDA, die weg moest. Het argument van de wethouder met betrekking tot de motie ‘Leegstand’ van het CDA, is dat leegstand steeds verandert en daarom niet inzichtelijk kan worden gemaakt. Maar op pagina 34 van het IHP staat dat de gemeente zicht wil hebben op leegstand, voor nieuwe initiatieven, uitbreiding, tijdelijke huisvesting voor renovatie etc. Ook wordt in de afdoeningsbrief bij aanvragen voor het jaarlijkse huisvestingsprogramma OHP de leegstand op aanvraag in de scholen in kaart gebracht. Er kan dus wel degelijk jaarlijks gerapporteerd worden over leegstand, eventueel in het kader van het OHP. Zij vraagt een reactie. Verder vraagt het CDA of in het voorgestelde puntensysteem voor het subsidieplafond ook een koppeling met de uitkomst van centrale loting en matching gemaakt kan worden.

Wethouder MOORMAN antwoordt het lid Wehkamp dat het afwegingskader al in de planning was. Het is juist bedoeld om niet alleen maar uit te hoeven gaan van de lijst van de schoolbesturen zelf. Er was altijd een prioriteitenlijst van de schoolbesturen, en het college wil er nu wat meer sturing aan geven. De schoolbesturen kunnen nog steeds aangeven waar zij knelpunten zien. De eenpitters zijn vertegenwoordigd in het BBO, dus die spreken erover mee. Alle scholen moeten voldoen aan de geldende bouwnormen. Daarnaast investeert de gemeente in het binnenklimaat, ook als is dat geen wettelijke taak. Voor ventilatie zijn de schoolbesturen zelf verantwoordelijk. De gemeente investeert er toch in als het om bestaande bouw gaat. Het is altijd onderdeel van renovatie of nieuwbouw, dus hoeft het niet opgenomen te worden in het afwegingskader. Het lid WEHKAMP vraagt of het klopt dat het BBO bepaalt of ventilatie hoog op de prioriteitenlijst komt te staan. Het hoeft niet als extra voorwaarde opgenomen te worden, maar daarin heeft de gemeente dan weer geen inzicht. Is dat beeld juist? Wethouder MOORMAN antwoordt dat de gemeente sowieso inzicht heeft in de lijst. Die komt tot stand door de afspraken binnen het BBO zelf. Bij renovatie wordt altijd het binnenklimaat zo goed mogelijk betrokken. Daarnaast heeft de gemeente veel geïnvesteerd in binnenluchtkwaliteit bij de bestaande bouw.

Inmiddels voldoet meer dan 90% van de schoolgebouwen aan de betreffende normen. Het heeft dus geen waarde om dit als apart punt op te nemen. Zij kan nog niets zeggen over Waldorf aan de Werf, want dat is onderdeel van de scholenschuif in Noord, die een ingewikkelde puzzel is. Waldorf aan de Werf krijgt straks een eigen schoolgebouw. In de tussentijd moet de school waarschijnlijk nog eens naar een andere tijdelijke locatie. Daarnaar wordt nog gezocht, in samenhang met het schuiven met andere scholen. Makkelijk is het niet, maar uiteindelijk krijgt elke school ruimte. Het primaire doel is uiteindelijk te zorgen voor een goede plek om te leren. In Weesp groeit met de bouw van veel nieuwe huizen het aantal kinderen sterk. Daarmee ontstaat een grotere ruimtebehoefte voor scholen. De prognoses sluiten niet geheel aan bij de realiteit en daarom zijn aanpassingen nodig. Op termijn zullen er permanente schoolgebouwen neergezet die voldoende ruimte bieden om alle kinderen in Weesp een plek te geven. Het klopt dat de opgave in Weesp groot is. Vaak bieden scholen meer functies dan alleen onderwijs. Zeker als het gaat om inclusief onderwijs is extra geld nodig. Er komen vanuit het gemeentefonds al jarenlang te weinig middelen, voor de duurzaamheidsopgave en voor de inclusiviteitsopgave. Er loopt een sterke lobby van de VNG om dit knelpunt nu eindelijk eens op te lossen.

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 13 december 2023

Het lid WEHKAMP leest in het stuk dat de lobby van de VNG zowel over middelen als regels gaat. Zijn er ook gemeentelijke regels die voor beperkingen zorgen? Wethouder MOORMAN antwoordt dat het niet zozeer een beperking is. Wel een uitbreiding. De modelverordening voor onderwijshuisvesting zegt dat onderwijsgebouwen voor onderwijs zijn. Soms groeien scholen zo sterk, dat zelfs de kinderopvang moet verdwijnen uit het gebouw. Er is namelijk geen wettelijke verplichting om kinderopvang in schoolgebouwen te hebben. Je moet dus afspraken met het onderwijs maken dat als de gemeente een integraal kindcentrum bouwt, de school niet zo gaat groeien dat de kinderopvang moet vertrekken. Eerder is al een casus geweest rondom een onderwijszorggroep, wat eigenlijk niet valt onder de wettelijke norm voor onderwijs. De kinderen zijn namelijk vrijgesteld van onderwijs, maar krijgen gelukkig wel een vorm van onderwijs in een schoolgebouw. Maar omdat het geen onderwijs is en de school groeit, moet het verdwijnen. Daarvoor bestaan nu geen regels. Het zou dus fijn zijn als in de modelverordening ruimte komt voor het inclusief onderwijs, kinderopvang en zorg. Dat vraagt wel iets aan financiering. Zij adviseert negatief op het verzoek van het lid Runderkamp om een monitor. Je moet niet steeds weer overal monitors op los laten. Het gaat erom dat de beweging gemaakt wordt.

Er moet echt iets gedaan worden. Een van de ambities van onderwijsambities Amsterdam is om straks naar nul speciaal onderwijs te gaan. Dat gaat echter nooit lukken; er zal altijd speciaal onderwijs nodig zijn voor een beperkte groep kinderen. In werkelijkheid gaat het dus om het keren van een trend. Dat kan pas als er fysiek meer ruimte is in scholen, maar ook meer tijd, begeleiding, ondersteuning van de leraren. Het lerarentekort moet aangepakt worden. Het lid DE JONG legt in het geval van Weesp het IHP Onderwijs langs de realiteit in de Weespersluis, met veel weerstand vanuit de bewoners van Weespersluis zelf. Wat vindt de wethouder van de wijze waarop het plan in de praktijk wordt uitgevoerd? Wethouder MOORMAN antwoordt dat je in het plan vooral ziet hoe het in de toekomst gaat, met twee schoolgebouwen met voldoende ruimte. Er is wel een termijn te overbruggen voor het zover is. Het was niet gepland dat er een schoolgebouw geplaatst wordt op een stuk groen in een buurt, maar het is wel noodzakelijk. Soms moeten keuzes gemaakt worden, omdat de realiteit niet aansluit bij een eerdere prognose. Naar aanleiding van een motie van D66 en CDA kan de leegstand nu ingezien worden. Daarbij geldt wel dat het altijd een momentopname is.

De commissie wil altijd dat schoolgebouwen gebruikt worden voor andere dingen dan alleen maar onderwijs, maar die ‘andere dingen dan onderwijs’ worden leegstand genoemd. De klaslokalen staan dan dus niet werkelijk leeg, maar worden alleen niet voor onderwijs gebruikt. De gemeente doet alleen een claim op scholen als er echt behoefte is aan ruimte voor onderwijs, en er geen andere mogelijkheid is. Pas dan geldt dat de gemeente economisch eigenaar is. Afgesproken is dat bij alle nieuwe schoolinitiatieven gekeken wordt of er leegstand is. Dan pas wordt gedacht aan een nieuwe school. Klein Amsterdam was op die regel de enige uitzondering en kreeg direct een eigen school. De uitkomst van loting en matching wordt meegenomen in de plannen. Het lid VAN PIJPEN vraagt of het ontbreken van mogelijkheden voor inclusief onderwijs een reden kan zijn om op de lijst te komen. Haar andere vraag ging over de tijdelijke huisvesting. Wethouder MOORMAN verwijst voor de eerste vraag naar haar wat ze eerder zei over hoe het gedaan wordt in de verordening. Er wordt voor het afwegingskader gekeken naar het aantal kwetsbare leerlingen. Tijdelijke huisvesting gaat bijvoorbeeld over nieuwe scholen die wachten op permanente huisvesting, maar ook over scholen die worden gerenoveerd. De locatie in het Martin Luther Kingpark is langer nodig geweest omdat het Berlage moest worden verbouwd.

De voorziene tijdelijke huisvestingslocatie kreeg een andere functie. Het werd sowieso uitgesteld door lopende inspraakprocedures, maar

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 13 december 2023

tegelijkertijd was er sprake van een grote crisis bij de opvang van Oekraïners. Daarbij is een keuze gemaakt. De tijdelijke huisvesting in Weesp betreft geen hoofdgroenstructuur. Ook daarbij moest een keuze worden gemaakt. Het lid VAN PIJPEN hoort de wethouder dus zeggen dat er in dit plan in voldoende mate rekening is gehouden met de behoefte aan tijdelijke huisvesting. Daarvoor hoeft dus geen beroep gedaan op voorzieningen die daar niet voor bedoeld zijn. Wethouder MOORMAN antwoordt dat dit klopt, maar met de nuance ‘zo goed als mogelijk’. Er wordt altijd rekening gehouden met strategische huisvesting, maar als er bijvoorbeeld in drie scholen brand ontstaat kan het toch anders komen te liggen. Het lid VAN PIJPEN begrijpt dat het om strategie gaat. Haar fractie vraagt nadrukkelijk dat in die strategie tijdelijke huisvesting opgenomen staat, zodat er geen gebruik hoeft te worden gemaakt van, bijvoorbeeld, plekken in de hoofdgroenstructuur. Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij dit zo goed als mogelijk doet. Sommige scholen plannen om samen te gaan, maar dan duurt het langer dan voorzien. Dat heeft invloed op de omvang van scholen, of ze wel of niet sluiten, of samengaan. En dat heeft weer invloed op het beschikbaar komen van een bepaalde school. Het lid VAN PIJPEN gaat ervan uit dat daar dan voldoende ruimte zit om het binnen het totaal op te lossen.

Wethouder MOORMAN tekent daarbij dan wel aan dat onderwijshuisvesting de grootste leverancier is van gebouwen voor maatschappelijke voorzieningen. Het is niet zo dat scholen gebouwen claimen. Het is eerder andersom: er worden veel schoolgebouwen gebruikt voor andere maatschappelijke voorzien, zoals de opvang. De VOORZITTER concludeert dat punt 9 gereed is voor behandeling in de raad. Punt 10 kan in de raad worden gehamerd. 11.

Wijziging Verordening op Lokaal Onderwijs Beleid Amsterdam 2019 (voorziening Training deskundigheidsbevordering schoolveiligheid 2024), vaststellen van de Verordening Training deskundigheidsbevordering schoolveiligheid Mbo 2024 en kennisname van budget (VN2023-023465) Er hebben zich geen sprekers aangemeld. De VOORZITTER concludeert dat het punt gehamerd kan worden in de raad. TOEGEVOEGDE AGENDAPUNTEN 14.

Ontstane situatie basisschool Klein Amsterdam Het lid WEHKAMP heeft begrepen dat de situatie rond Klein Amsterdam inmiddels is verbeterd. Er is een nieuwe directeur die orde op zaken stelt en er is een nieuwe raad van toezicht. Er is een persbericht uitgegaan dat vertrouwen uitspreekt over de toekomst en ingaat op de verbeteringen die aangebracht worden. Eerdere informatie die gegeven is aan de onderwijsinspectie is niet altijd juist geweest. Er is een nieuw herstelplan opgesteld dat ook gedeeld is met de minister en de onderwijsinspectie. Gisteren was een gesprek met de minister over het sluiten van Klein Amsterdam, waarbij ook een vertegenwoordiger van de gemeente aanwezig was. Zij vraagt wat de resultaten van het gesprek waren. En bij wie ligt de bevoegdheid om de school te sluiten? Er is samen met het BBO een proces gestart voor de ouders die hun kinderen naar een andere school willen laten gaan. Zij heeft met verschillende ouders over het proces

27

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 13 december 2023

gesproken, en gemerkt dat ze het als heel erg intens hebben ervaren. Zij hadden maar enkele dagen om te beslissen of zij ingingen op het aanbod van de school waarop ze waren ingeloot. Ouders hadden niet altijd de kans om scholen te bezoeken, bijvoorbeeld omdat die soms de kennismakingsdag net de dag erna hadden gepland. Gelukkig zijn veel kinderen op de school van eerste keus geplaatst, maar niet altijd is er dan een BSO beschikbaar. Zij vraagt of de wethouder tevreden is met de wijze waarop het proces is verlopen. En is de procedure van de schoolsluitingen van BBO goed gevolgd? De mogelijke sluiting van Klein Amsterdam heeft ook effect op andere zwakke scholen. Ouders van kinderen van De Poolster zijn ook ongerust geraakt door de situatie van Klein Amsterdam. Ook die gaan op zoek naar een plek bij andere scholen in Noord, wat extra druk veroorzaakt. Is er genoeg plek in Noord voor die kinderen? Het lid RUNDERKAMP heeft zelf niet de indruk dat de situatie opgelost is en achter ons ligt. Het lid WEHKAMP heeft dat niet gezegd. Er worden wel goede stappen gezet, wat ook nodig is. Het lid RUNDERKAMP vindt de situatie nog steeds heel zorgelijk. Vorige week kwam er een brief van de minister waarin, samengevat, stond dat er brand is. Vanochtend ging er een persbericht uit van Klein Amsterdam met als samenvatting: gaat u rustig slapen, het gaat allemaal goed.

Twee heel verschillende beelden binnen minder dan een week. Belangrijk is dat de leerlingen van Klein Amsterdam zo snel mogelijk goed onderwijs krijgen, en daarvoor is duidelijkheid nodig. Hij vraagt de wethouder met een reflectie te komen op het gesprek van gisteren en het proces van plaatsingen bij andere scholen. Het lid DE JONG herinnert eraan dat Klein Amsterdam indertijd winnaar was van de uitgeschreven wedstrijd voor een nieuw schoolconcept. Het heeft dramatisch uitgepakt. De financiering, het bestuur, de kwaliteit van het onderwijs -alles was onder de maat. Er is 800.000 euro zoek. En dat is misschien de enige manier om snel een eind te maken aan dit debacle. Hij vraagt de wethouder om dit bedrag terug te vorderen; dan is de school failliet en wordt gesloten. De minister gaat het niet doen en de ouders willen het merendeels ook niet. Er zijn al zeventig kinderen overgeplaatst, waarmee de school onder de opheffingsnorm zit. Het lid RUNDERKAMP wijst erop dat de school na terugvordering van dat bedrag direct omvalt. Dan is er geen school meer en zitten de kinderen daar zonder onderwijs. Het lid DE JONG vindt terugvordering een heel goed middel om de knoop door te hakken. Het geld hoeft niet direct op de bankrekening te staan, want het is er niet meer. Financieel gezien heeft terugvordering geen zin. Maar het is wel een manier om de school snel te sluiten.

Het lid RUNDERKAMP merkt op dat er momenteel gesprekken gevoerd worden over wat er verder moet gebeuren. Als je het bedrag nu terugvordert, verstoor je toch het proces? Het lid DE JONG merkt op dat de overplaatsing van kinderen al is begonnen. De school wordt al ontmanteld. Waarom zou je het laatste stukje dan niet doen, om het te versnellen? Het lid RUNDERKAMP wijst erop dat er nog steeds 137 kinderen staan ingeschreven. Die willen er onderwijs volgen. Het is voorbarig om te zeggen dat het einde oefening is voor de school.

28

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 13 december 2023

Het lid DE JONG antwoordt dat de school er voor de overplaatsingen gunstiger voor stond. Het aantal leerlingen komt nu onder de opheffingsnorm. De situatie van de school geeft geen aanleiding om nog te proberen het tij te keren. De bezetting is niet goed. Er zijn twee openstaande vacatures. Wie gaat er nu werken, terwijl de school misschien gaat sluiten? Het lid WEHKAMP vraagt waar de betreffende kinderen na sluiting van de school heen moeten gaan als er geen plek is op andere scholen. Het lid DE JONG antwoordt dat er in ieder geval een knoop moet worden doorgehakt. Hij ziet geen toekomst, maar de school hoeft natuurlijk niet volgende week al dicht. Het lijkt er niet op dat er ooit nog een gezonde situatie kan ontstaan. Daarbij komt dat de school huist in een tijdelijk houten gebouw. Er zal dus ook nog een definitieve plek gevonden moeten worden. Het is dus een tijdelijke locatie met een totaal ongezond instituut. Dat heeft geen toekomst. Het lid HAIJEN leest in het rapport van de onderwijsinspectie het oordeel ‘zeer zwak’. Er staat verder dat er geen schoolplan aanwezig is. Er is geen goed toezicht of de leerlijnen wel doorlopen. Ook bestuurlijk krijgt de school een onvoldoende. Wat voor aanknopingspunten heb je dan nog? Daarbij is er nog de financiële chaos. Hij ziet het verbeterplan daarom niet met vertrouwen tegemoet.

Er zijn gesprekken geweest, maar hij is toch niet gerust op de toekomst. Hij ziet niet in dat dan de kwaliteit opeens wel geborgd is. Hij vraagt een toelichting van de wethouder. Wethouder MOORMAN ziet het ook als een heel onfortuinlijke situatie. Zij is het eens met het lid Runderkamp dat de verschillende informatiebeelden wel heel erg van elkaar verschillen. Vorige week werd een vrij serieuze brief door de minister aan de Kamer gestuurd. Er zijn allerlei verhalen geweest, zelfs complottheorieën. Dat lijkt echter niet aan de orde. Als de onderwijsinspectie oordeelt dat er onvoldoende voortgang is bij een zeer zwak oordeel, en eigenlijk geen mogelijkheden meer ziet om dat te verbeteren, dan betekent dat dat de onderwijsinspectie voor zichzelf geen rol meer ziet. Daarmee wordt de kwestie overgedragen aan het ministerie. De minister heeft dan de verplichting om de Tweede Kamer daarover te informeren. Zoiets gebeurt niet vaak; het is een uitzonderlijke situatie. De onderwijsinspectie kan niets anders doen dan de minister ernstig waarschuwen dat het niet goed gaat. De minister kan de school niet sluiten, maar wel de bekostiging beëindigen op basis van de signalen. Het kan ook dat de bekostiging in fases wordt stopgezet. Tenzij het privaat wordt voortgezet, betekent dat het einde van de school.

De gemeente heeft dan ook geen verantwoordelijkheid meer over bijvoorbeeld het schoolgebouw. Zover is het nog niet, hoewel de situatie zorgelijk is. Er is nog een nieuw onderzoek geweest van de onderwijsinspectie, en later ook nog een onaangekondigd bezoek afgelegd. Volgende week zal de onderwijsinspectie nog met een finaal oordeel komen. En inderdaad, dat is een heel ander beeld dan in het persbericht. Zij antwoordt het lid Wehkamp dat alle andere schoolbesturen ook hiermee worden geconfronteerd. Ze moeten in kaart brengen hoeveel ruimte ze hebben. Andere scholen moeten hun klassen uitbreiden. Zij kijkt vanwege hun inzet met waardering naar die andere schoolbesturen. De ouders hebben veel tijd gehad om hun keuzes te kunnen invullen. Het was een lang proces waarin ouders konden nadenken over de vraag of ze willen dat hun kinderen naar een andere school gaan, en welke volgorde ze zien. Gelukkig kon het merendeel van de kinderen geplaatst worden op de eerste keuze. Die moet dan natuurlijk nog definitief gemaakt worden, maar als je zegt dat de ouders daar dan te weinig tijd voor hebben, doet dat geen recht aan de zorgvuldigheid die betracht is. 68 leerlingen gaan inderdaad naar een andere school. De school gaat met 137 leerlingen door. Hoe, hangt sterk af van de keuzes die de minister maakt.

Zij antwoordt het lid De Jong dat zij het bedrag van acht ton niet wil terugvorderen, want daarmee zou de gemeente de directe oorzaak zijn van het

29

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 13 december 2023

onmiddellijk omvallen van de school. Het is duidelijk geworden dat alle leerlingen wel herplaatst kunnen worden. De gemeente heeft wel het recht om het bedrag terug te vorderen, en het zal ook niet altijd kwijtgescholden worden. Dat zou geen recht doen aan de bestaande regels. De gemeente geeft coulance, maar die zal niet eindeloos duren. Dat heeft ook te maken met het bestaansrecht voor de school. Die zal de plannen voor de lange termijn duidelijk moeten maken. Dat de inspectie daar een bepaald idee van heeft is duidelijk. Haar is minder duidelijk waar het wat positievere beeld op is geschoeid. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 12.42 uur.

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13657209/1