CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept verslag OZA

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 8 februari 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslagen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie OZA d.d. 14 december 2022 en 18 januari 202318.340 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 18 januari 2023

van Louis Davids weer toepasselijker wordt. Het onderwijs kan op die manier meehelpen aan de segregatie, zonder dat dat de bedoeling was. Het geeft op die manier stress bij kinderen. Waarom laat men de kinderen niet gewoon lekker naar school gaan? Ook de basisschool kan bijdragen. Waarom eindeloos oefenen op de Cito-toets, als je in plaats daarvan ook gewoon onderwijs kan geven? Wethouder MOORMAN is blij dat ook de scholen veel onderzoek laten doen, maar het beeld dat daaruit naar voren komt is niet geruststellend. Landelijk was al bekend dat het mentale welzijn van jongeren onder druk staat, maar pijnlijk is het te zien dat dit echt ernstig is. 70% van de vrouwelijke havo/vwo-leerlingen hebben echt heftige psychische klachten, tot aan suïcidale gedachten toe. 20% is echt te veel. Terecht wordt gevraagd naar de oorzaken. Deze signalen moet zeer serieus genomen worden. Burgerschapsonderwijs kan zeker relevant zijn, want daarbij gaat het over persoonsvorming, en de verhouding van jou naar de anderen. Er wordt dan ook geïnvesteerd in burgerschapsonderwijs. Toch is dit niet het enige antwoord. Stress komt door druk en druk komt door heel hoge verwachtingen. Misschien wordt de lat voor jonge kinderen snel te hoog gelegd. Als de stress moet verminderen, zul je meer ruimte, meer tijd en vertrouwen moeten geven.

Dat is een maatschappelijk vraagstuk dat niet zomaar met een beleidsnota opgelost kan worden. Niet voor niets is gestart met de brede brugklas-bonus, want op die manier zorg je ervoor dat kinderen meer tijd krijgen. Maar waar dat eindigt, is nog onduidelijk. Soms zie je dat kinderen in die brede brugklassen een minder hoog, of ander, niveau halen. Je kunt op elfjarige leeftijd niet vastgepind worden op een bepaald niveau, want dat leidt tot stress. Het gesprek daarover moet gevoerd blijven worden. Zij zal de commissie informeren over de uitkomsten van het nadere onderzoek. Het lid Von Gerhardt wijst op iets heel belangrijks. Lang dacht men dat kansen geven neerkwam op kansrijk adviseren, wat zo hoog mogelijk betekent. Maar 46% van de Amsterdamse leerlingen, wat meer is dan elders in het land, krijgt een hoger advies dan de toets aangaf. Dat kan allerlei oorzaken hebben, maar werkt in ieder geval stressverhogend. Het zou helemaal erg zijn als de basis die leerlingen meekrijgen niet goed is. Dan zou het een maskering zijn van slecht onderwijs. Op basis waarvan gelooft de school dat een leerling een hoger niveau aankan? In die zin is ‘kansrijk adviseren’ een verkeerde term. Soms moet je zeggen dat je het nog niet precies weet met een leerling. Beter is het te zorgen voor kansrijk onderwijs, zodat die alles meekrijgt wat hij nodig heeft.

Zij antwoordt het lid Boomsma dat er inderdaad in de brede brugklassen meer opstroom is, maar ook meer afstroom. Dat is niet gek, want je weet het op elfjarige leeftijd nog niet echt. Misschien zijn het wel precies de leerlingen die daarvoor kiezen. Als je meer tijd geeft en gaat differentiëren, iets waarvoor de brede brugklas-bonus voor bedoeld is, rijst natuurlijk de vraag of het ook werkt. Dat wordt onderzocht. Als zij er meer over weet, zal zij de commissie daarover informeren. Dit is een breder probleem. Er is een toename in het speciaal onderwijs, maar ook die leerlingen zijn geen willekeurige greep uit de samenleving. Achtergrond blijkt ertoe te doen, maar ook of je geboren bent als jongen of als meisje. In het speciaal onderwijs zijn twee derde van de leerlingen jongens. Er is dus iets aan de hand en daarover moet gesproken worden. Misschien is het omdat de ontwikkeling anders is en jongens sneller als problematisch worden gezien door hun gedrag. Het is ook zeer terecht dat meerdere leden het hadden over de afname van de resultaten van taal en lezen. Dat is een landelijk beeld. Zij is het eens met het lid Boomsma dat daarover de noodklok geluid moet worden. Een kwart van de leerlingen kan op vijftienjarige leeftijd functioneel niet goed genoeg lezen en schrijven om mee te komen in de samenleving, met de kans om functioneel analfabeet te worden.

De impact daarvan op een leven en op de samenleving is gigantisch. Binnenkort verschijnt weer een nieuw onderzoek, waarin de Nederlandse situatie op dat punt wordt vergeleken met de rest van de westerse wereld. Zij is bang dat het niet beter is geworden. Daarom staat het Leesoffensief in het coalitieakkoord. De gemeente kan dit niet zomaar oplossen, maar moet het wel blijven agenderen. Dit hoort in de Onderwijsagenda die de gemeente maakt met de scholen. De kansenaanpak is ook een van de initiatieven die dit zoveel mogelijk moeten tegengaan.

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 18 januari 2023

Daarnaast is High Dosage Tutoring belangrijk om het gat bij rekenen zo goed mogelijk te dichten. Dat is wel een dure en intensieve interventie. Het lid ALBERTS wijst erop dat onderwijs een investering van de maatschappij is in de maatschappij. Dat benadrukt de noodzaak om te investeren, en niet zomaar te doen wat vanuit het Rijk naar Amsterdam toe komt. Wethouder MOORMAN is het daarmee volstrekt eens. Elke euro die in onderwijs wordt geïnvesteerd betaalt zich dubbel uit. Toch is High Dosage Tutoring een wat gekke interventie; zoiets zou helemaal niet nodig moeten zijn. Dat je er zoveel resultaat mee bereikt, laat zien dat kinderen kansrijk onderwijs nodig hebben om hun potentieel te laten zien. Verder is het zeer intensief: één trainer op twee leerlingen. Je kunt dat dus niet aan alle leerlingen aanbieden. Iets als High Dosage Tutoring moet wel doorgaan, omdat je geen tijd hebt om te wachten tot het onderwijs op niveau is. Maar bijles zou niet nodig moeten zijn, maar het is nog een lange weg te gaan voordat die onnodig wordt. Tegelijkertijd wijst zij erop dat je niet steeds maar pleisters moet blijven plakken. Het onderwijs moet beter. De stress en druk moeten verminderen. Zij antwoordt het lid Runderkamp dat de segregatie ook speelt bij de schoolkeuze. Als je in Amsterdam een middelbare school in loopt, zie je aan de leerlingen wat voor type school het is.

Dat is vreselijk pijnlijk. Daarom investeert de gemeente bijvoorbeeld in BBB. Dat is niet alleen om kansen te bieden, maar ook om elkaar te blijven ontmoeten. Armoede zie je meer in de stad dan elders; dat geldt voor menstruatiearmoede, vervoersarmoede en ook bewegingsarmoede. Armoede is armoede. Het is daarom verstandig om armoedebeleid, onderwijsbeleid en jeugdzorgbeleid zoveel mogelijk bij elkaar te brengen. Zij antwoordt het lid Alberts dat het niet goed is om over dubbeltjes en kwartjes te spreken. Het gaat om ieders talenten, de bijdrage die iemand daarmee kan leveren aan de samenleving en de waardering daarvoor. Het is heel pijnlijk als leerlingen die hun best doen, veel potentieel hebben maar misschien niet het vwo halen, daarmee een minder goed zelfbeeld krijgen. Politici moeten daarover goed nadenken. Zij is het erg eens met het lid Alberts dat je naar het systeem moet kijken. Er moet meer vertrouwen komen in mensen waarop men nu soms wat neerkijkt, en meer ruimte voor mensen die alles lijken te kunnen om meer menselijk vaardigheden te ontwikkelen. Het lid YEMANE vraagt nog te antwoorden op haar vraag over de docenten. Krijgen die de tools mee om de thuissituatie niet mee te laten tellen? Misschien moet meer gekeken worden naar meer diversiteit, ook qua opleidingsachtergrond. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er op dit moment een nieuwe Lerarenagenda wordt gemaakt.

Die zal ook gericht zijn op het behoud van leraren, de instroom van leraren. De punten van het lid Van Laake en het lid Yemane komen daarin nog terug. Er wordt veel geïnvesteerd in arbeidsvoorwaarden voor docenten, zoals woningen en parkeren. Toch blijft het soms pittig om in Amsterdam les te geven. De diversiteit in Amsterdam is groot. Een leraar voor de klas kan al die verschillende achtergronden niet altijd doorgronden. Daarom is training in diversiteit belangrijk. De HVA is daarmee bezig, maar ook de gemeente heeft daar een aanbod voor. AMOS heeft in de vorige periode onderzoek gedaan naar onderadvisering. Daaruit bleek dat op sommige scholen inderdaad veel werd ondergeadviseerd. Vaak juist op scholen waar je dat niet zou verwachten, waar men er alles aan deed om leerlingen zo goed mogelijk te ondersteunen, en eventueel te compenseren voor een thuissituatie. Zij sprak met een schooldirecteur die daarvan ontdaan was; hij wilde juist alles wat mogelijk was bieden aan de leerlingen. Het bleek echter dat er een mechanisme werkzaam was dat leidde tot onderadviseren: het advies geven om iets lager te beginnen om te voorkomen dat je afstroomt. Men was bang dat de leerlingen op het vo misschien minder ondersteund zouden worden dan op het po. De bedoelingen waren goed, maar het resultaat was verkeerd.

Daar kom je pas achter door erover te praten en het te onderzoeken, zoals AMOS heeft gedaan. Andere schoolbesturen zijn zich door dit

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 18 januari 2023

onderzoek veel bewuster geworden. Zij is het met het lid Von Gerhardt erg eens dat overadvisering even slecht is als onderadvisering. Het lid HAKIKI vraagt of je kunt vaststellen dat er institutioneel racisme bestaat op de scholen. Zij leest dat een op de zeven jongeren zonder startkwalificatie de school verlaat en dat is zorgelijk. Zijzelf vindt dat er wel degelijk sprake is van institutioneel racisme in het onderwijs. Wethouder MOORMAN is het eens dat er bepaalde mechanismes en processen gaande zijn die voor sommige leerlingen, op basis van achtergrond of sekse, een negatieve of juist positieve impact kunnen hebben. Daartegen moet zeker gestreden worden. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. 7. Raadsinformatiebrief Terugkoppeling Centrale Loting en Matching 2022 en vooruitblik (VN2022-044172) De VOORZITTER licht toe dat dit onderwerp is doorgeschoven bij de vorige vergadering. Het is geagendeerd door het lid Von Gerhardt. Het lid VON GERHARDT merkt op dat loting en matching tot veel teleurstellingen leiden bij ouders en leerlingen die niet op de eerste plek terecht zijn gekomen. Veel van die leerlingen beginnen aan de nieuwe school zonder er echt gelukkig mee te zijn. Ze geven dan aan dat ze geen zin hebben om na de zomer te starten op hun school. Dat is niet de gewenste start van de middelbare school.

De vraag is hoe je ervoor kan zorgen dat de leerlingen beter geplaatst worden. Zijn deze ontevreden leerlingen ook eerder geneigd om uit te vallen? Blijven ze eerder zitten? Is daar zicht op? De heer RUNDERKAMP vraagt wat het lid Von Gerhardt denkt van de cijfers uit het onderzoek die laten zien dat leerlingen na een jaar op een school die lager op hun voorkeurslijst stond, eigenlijk even tevreden zijn als leerlingen die op een van hun favoriete scholen terechtkwamen. Het lid VON GERHARDT antwoordt dat ieder kind kan wennen, maar de vraag is of het kind er het gelukkigst wordt en alles uit zichzelf weet te halen. Die vraag kan je natuurlijk nooit met zekerheid beantwoorden, maar het is wel iets om in het achterhoofd te houden. Die weerzin op de eerste schooldag moet voorkomen worden. Het is zaak om de vraag en het aanbod beter op elkaar aan te laten sluiten. Uit het onderzoek van de OSVO blijkt dat de capaciteit bij het vwo en de havo veel krapper te zijn dan bij het vmbo. Daardoor ontstaan die problemen en komen steeds minder mensen terecht op hun voorkeursschool. Hij hoopt dat er stappen gezet worden zodat over een paar jaar iedereen in de top drie of anders in ieder geval top vijf terechtkomt. Het lid VAN LAAKE las dat sommige ouders het oneerlijk vinden dat Amsterdamse kinderen geen voorrang krijgen op kinderen uit randgemeenten.

Zij vraagt of ooit overwogen is om dat wel te doen. En zo ja, waarom is die voorrang dan niet ingevoerd? Is er zicht op het aantal kinderen uit randgemeenten dat zich aanmeldt voor Amsterdamse scholen? Neemt het toe? Is er zicht op het aanbod van scholen in randgemeenten en hoeveel tekort daar is aan plekken op scholen, of bij bepaalde types onderwijs? Het lid WEHKAMP merkt op dat het hierbij gaat over de vraag of vraag en aanbod goed op elkaar zijn afgestemd. Het is goed dat de wethouder en de OSVO dat nu zien. Hoe gaat men dit in de praktijk aanpakken? Samenwerking is belangrijk en moet gestimuleerd worden. Is het mogelijk om populaire scholen te laten samenwerken met minder populaire scholen, bijvoorbeeld om een leertraject te starten? Kunnen scholen ook

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 18 januari 2023

samenwerken om de leerlingen die bijvoorbeeld van havo naar vmbo-t gaan op een transparante en soepele te laten overgaan? Het lid BOOMSMA ziet hier een mismatch die in de afgelopen jaren steeds erger is geworden. Een derde van de kinderen met havo/vwo komt niet op de school van eerste keuze. Het kan lonen voor scholen om zoveel mogelijk kinderen te hebben voor wie de school de eerste keuze is. Ze gaan zich daarom meer richten op het werven, en laten zich erop voorstaan. Het kan zo de trend versterken. Zijn fractie vraagt al jaren om een goed onderzoek naar de structurele vraag en hoe die zich verhoudt tot het aanbod. Welke wijziging van het aanbod zou leiden tot een substantiële verbetering van de resultaten? Met welke haalbare ingrepen zou dat kunnen? De krapte zit met namen in het segment havo/vwo, tegenover een overcapaciteit bij de vmbo’s. De vraag je omgaat met de scholen die weinig aanmeldingen van eerste of tweede keuze krijgen, zoals het Sweelinck. Er stonden goede aanbevelingen in de presentatie van de OSVO. Het is positief dat men daarmee aan de slag wil gaan. Dat betekent een reducering van het aantal vmbo-bk-plekken in de stad, met inachtneming van de geplande overheveling van vmbo-bk-plekken naar de Techschool. Het zal toe moeten naar een uitbreiding van het aantal plekken voor vwo en havo, op locaties in de stad waarvoor ruimte is en de behoefte bestaat.

Als je een school als Fons Vitae de ruimte geeft van het Sweelinck, zou je al een enorme verbetering krijgen in de uitslag van de matching. Misschien moet meer samengewerkt worden. Hij is benieuwd naar de plannen. Het lid MOLEMA maakte zich al langer zorgen over de steeds verder afnemende keuzevrijheid van kinderen en ouders als het gaat om onderwijs in de stad. Het is daarom van belang dat het aanbod van scholen wordt aangepast aan de vraag in plaats van te sturen op het aanbod. Uit de cijfers wordt nu duidelijk welke scholen in de afgelopen jaren een groeiend leerlingenaantal hadden, en welke al een aantal jaren een teruglopend leerlingenaantal hebben. Zij is ook blij te horen dat de OSVO voornemens is eenmalig een capaciteitsverhoging mogelijk te maken op een aantal populaire scholen. Nog beter zou een structurele oplossing zijn die recht doet aan een optimale keuzevrijheid voor ouders en kinderen. Heeft de wethouder bij de OSVO aangedrongen op het vergroten van het aanbod aan brede scholen? Zo ja, in hoeverre vergroot dat de keuzevrijheid van leerlingen? Waarom zijn sommige scholen populair en andere niet? Dat blijkt nergens uit de stukken, maar een antwoord op die vraag lijkt toch relevant voor het vinden van een structurele oplossing.

Is deze informatie bekend bij de scholen? Wordt deze informatie meegenomen in het traject vraag en aanbod? Zo nee, wordt het dan niet tijd om analytisch te kijken hoe Amsterdamse kinderen naar een school van hun eigen keuze kunnen gaan? Als het traject vraag en aanbod in de komende jaren niet tot gevolg heeft dat de resultaten van de loting verbeteren, kan dan onderzocht worden of van het lotingsysteem afgezien kan worden? En zo nee, wanneer zou dat dan wel kunnen? Het lid ALBERTS ziet in dit onderwerp nu precies waarom het onderwijs niet is zoals het moet zijn. Zij verwijst naar haar bijdrage bij het vorige agendapunt. Wethouder MOORMAN is het eens dat teleurstellingen bij ouders en kinderen zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. Zij antwoordt het lid Von Gerhardt dat iedereen wil dat kinderen op een school uit hun top drie terechtkunnen. Er moet gezocht worden naar een manier waarop zoveel mogelijk recht gedaan wordt aan de keuzes van leerlingen. Het moet ook eerlijk gaan; het is ongewenst dat iemand die zich snel inschrijft een grotere kans heeft dan iemand die wat langzamer is. En degenen die niet geplaatst worden, moeten toch een goede andere plek krijgen. Belangrijk is dat strategisch kiezen voorkomen wordt. Vroeger gebeurde dat veel, waardoor een heel populaire school van het ene jaar niet meer populair was in het jaar daarna.

Men durfde zich er niet in te schrijven uit angst te worden uitgeloot. Zij begrijpt dat het lid Molema het systeem wil afschaffen, maar wat dan? Er is nog steeds geen beter alternatief gevonden voor het huidige systeem. De kwestie is dus

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 18 januari 2023

het zo goed mogelijk matchen van vraag en aanbod. Makkelijk is dat niet. Een tijd was ‘categoraal’ heel populair, en nu is dat ‘breed’. Er zijn nieuwe scholen bijgekomen die eerst niet populair waren, maar later juist heel erg. Wat is populariteit? Dat is moeilijk na te gaan. Het heeft bijna nooit met kwaliteit te maken, want er waren slechte scholen die toch heel populair waren. Het heeft ook met trends in de samenleving te maken. Als er maar één school was, hoefde niemand te loten, maar niet iedereen zou het er naar zijn zin hebben. De diversiteit in het onderwijsaanbod heeft dus een nadeel. Het is goed dat de OSVO hiernaar kijkt, want het moet echt beter. Voor de korte termijn gebeuren ook al dingen, zoals de capaciteitsuitbreiding op een aantal plekken. Nu komen er steeds meer leerlingen, maar straks gaat dat weer afnemen. De kinderen van mensen die bij de vorige crisis in Amsterdam zijn blijven wonen, gaan nu naar de middelbare school. En daarna zal het aantal nieuwe leerlingen weer afnemen. Zij antwoordt het lid Wehkamp dat de sluiting van het Sweelinck echt impact heeft voor de leerlingen die er zitten, maar het gaat daarbij wel om ontwikkelingen die met samenwerking te maken hebben. Het vraag en aanbod-programma van de OSVO heeft te maken met samenwerking. Zij antwoordt het lid Van Laake dat de voorrangsregeling twee jaar geleden heel intensief bekeken is.

Natuurlijk maakt voorrang voor Amsterdamse leerlingen de kans op plaatsing veel groter, maar Amsterdam heeft ook een regiofunctie. Wat doe je met gemeenten die zelf geen middelbare school hebben, of waar het ontbreekt aan bepaalde niveaus, of concepten? Daarom is destijds door een meerderheid van de gemeenteraad besloten geen voorrang te geven. Het lid WEHKAMP vraagt verder uit te leggen hoe die samenwerking er in de praktijk uitziet. Wethouder MOORMAN antwoordt dat de hele agenda van krimp en groei, en vraag en aanbod, neerkomt op samenwerking. Als het met een school niet goed gaat, moet je durven in te grijpen. Het inkrimpen van vmbo-bk en meer ruimte geven aan havo/vwo is al een manier van goed samenwerken. Overigens is het feit dat een school op een bepaalde plek een succes is, geen garantie dat die op een andere plek, met andere docenten, weer een succes is. Je moet ervoor zorgen dat overal de kwaliteit op orde is, zodat het er eigenlijk niet meer toe doet waar je naar school gaat. Het lid WEHKAMP vraagt om meer zicht te geven op het vormgeven van die samenwerking. Wethouder MOORMAN antwoordt dat de vraag abstract is. Bedoelt het lid Wehkamp dat schoolbesturen moeten fuseren? Misschien moet dat; er zijn in Amsterdam maar liefst 23 verschillende schoolbesturen. Of moeten concepten worden overgenomen? Dat bespreken de schoolbesturen met elkaar, onder andere in het RPO.

Er wordt intensief samengewerkt en ingezet op diversiteit, omdat dat noodzakelijk is. Het lid WEHKAMP geeft het voorbeeld van populaire en minder populaire scholen die een samenwerking starten, om van elkaar te leren. Of samenwerking tussen scholen om de overgang van leerlingen die van havo-school naar een vmbo-school moeten, goed te laten verlopen. Wethouder MOORMAN verwijst naar samenwerkingsvormen zoals eerder aan de orde kwamen, zoals die tussen Gerrit van der Veen, het Zuiderlicht en het Sweelinck. Die speelt zich af binnen het schoolbestuur. Maar er zijn ook samenwerkingen tussen schoolbesturen, die soms tot een fusie kunnen leiden. Er zijn dus verschillende vormen. Wat betreft overgangen zijn er in Amsterdam de drempelloze ‘soepele overgangen’. Die zijn al lang geleden geïntroduceerd. Het lid BONS vraagt hoe de wethouder samenwerking voor zich ziet als het om de Vrije School gaat, waarbij een levensovertuiging een belangrijke rol speelt. Die is niet altijd te mixen met andere scholen.

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 18 januari 2023

Wethouder MOORMAN antwoordt dat de Vrijeschool Kairos in Noord erbij komt in het palet aan scholen. Dat is een samenwerking om ruimte te geven. Er zijn heel veel schoolconcepten aanwezig in Amsterdam. Samenwerken betekent elkaar de ruimte te geven, maar ook elkaar aan te spreken als de kwaliteit onder druk staat. Die samenwerking krijgt echt vorm, ook dankzij de druk van de raad. Samenwerken is een abstract woord. Het kan veel betekenen, bijvoorbeeld dat scholen het echt samen doen, maar ook dat ze elkaar de ruimte geven om het samen te doen. Zij is het eens met het lid Molema dat er naar een structurele oplossing toe moet worden gewerkt. Dat gebeurt ook. Het lid VON GERHARDT herhaalt zijn vraag of er zicht is op het succes van leerlingen die niet terechtkomen op een van hun voorkeursscholen. Wisselen die vaker van school? Of komen ze uiteindelijk op een lager niveau terecht? Wethouder MOORMAN antwoordt dat het eerder lijkt alsof ze het beter doen op school, maar dat is maar een heel licht effect waarvan de oorzaak onbekend is. Geruststellend is in ieder geval dat deze leerlingen het niet minder goed doen, ook niet wat betreft hun eigen welzijn. Het komt voor dat deze leerlingen op een gegeven moment toch een plek aangeboden krijgen op hun school van eerste keuze, maar niet meer willen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. 8.

Raadsinformatiebrief Tweede voortgangsrapportage inzet Amsterdamse schoolveiligheid (VN2022-044179) De VOORZITTER licht toe dat dit punt op de TKN-lijst stond van de vorige vergadering. Het is geagendeerd op verzoek van de leden Rooderkerk van D66 en Abdi van de PvdA. Het lid WEHKAMP is blij dat de gemeente actief bezig is met dit onderwerp. Dat is belangrijk voor de kinderen, maar ook voor leraren die voor de klas staan. Het is ook belangrijk dat leerlingen het vertrouwen hebben dat zij hun zorgen kunnen delen met de school, met Jongerenwerk en de politie. Zij is blij met scholen die jongerenrechtbanken hebben. Jongeren proberen daar samen problemen op te lossen. Zij vraagt of dat gestimuleerd wordt vanuit de gemeente. De technische sessie was heel interessant. Daarbij kwam naar voren dat kinderen soms gefouilleerd mogen worden door school en politie, als dat in het schoolprotocol genoemd wordt. Het is duidelijk dat fouilleren soms nodig is om de veiligheid van kinderen en leraren te bewaken. Toch kan fouilleren een inbreuk maken op de lichamelijke ruimte. In een machtsrelatie kan het zijn dat het kind toestemt om gefouilleerd te worden, terwijl het dat eigenlijk niet wil. Heeft de gemeente inzicht in de wijze waarop het fouilleren op school gebeurt? Hoe vaak gebeurt het? Het is belangrijk dat de kinderen weten dat ze fouilleren mogen weigeren.

Kan de agent misschien in de klas vertellen wat de rechten van de kinderen zijn, en wat de politie eigenlijk doet? In de technische sessie werd het project Positief Perspectief genoemd, dat in 2021 afgelopen is. Zij vraagt of de raad over de doorgang van dat project kan worden geïnformeerd. Het project ging over seksueel geweld. Het bleek dat jongeren in de tienerleeftijd vaak seksueel geweld meemaken. Heeft de wethouder inzicht in de mate waarin seksueel geweld een probleem is op Amsterdamse scholen? Kan dat worden meegenomen? En zijn de jongeren zelf betrokken bij het maken van dit beleid? Hebben ze goede ideeën om de veiligheid op school te vergroten? Sluiten ze aan bij de Leertafel Schoolveiligheid? Het lid ABDI vond het een heel nuttige technische sessie. Schoolveiligheid kan niet los worden gezien van kansengelijkheid. Zij is blij met het gevoel voor urgentie dat naar voren komt uit de brief. Zij was zelf onlangs bij praktijkschool De Dreef in Zuidoost,

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 18 januari 2023

waar zij een EPJO-les heeft bijgewoond. Dat educatieve programma is ontwikkeld door de politie en de Peter Faber-stichting. Bij deze les werd aan de leerlingen gevraagd hoeveel van hen te maken had gehad met sextortion. Dat bleek meer dan de helft te zijn. Datzelfde bleek op de vraag hoeveel van de leerlingen zich onveilig voelden. Er waren wapenincidenten etc. Die urgentie voelt zij dus ook. Maar het zijn juist de scholen waar de opgave wat betreft armoede het grootst is waar de meeste druk wordt ervaren. Daar zijn de lerarentekorten het grootste. Haar fractie vraagt daarom een vierde element in deze aanpak in te zetten, namelijk ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’. Er moet specifiek gefocust worden op de buurten waar de opgave het grootste is. Dat mag niet alleen aan de scholen overgelaten worden. Zij vraagt wat het huidige beeld is van het aantal veiligheidsincidenten op scholen. Daarop is nu weinig zicht, vooral als het gaat om ‘zachte’ signalen. Hoe kan je bij die zachte signalen de ouders meer betrekken? Bij een ander werkbezoek, in de Diamantbuurt, werd zij erop gewezen dat je het niet kunt overlaten aan de middelbare scholen. Je moet veel eerder nadenken over de omgang met veiligheid, ook op basisscholen.

Zij vraagt of de gemeente wat dat betreft meer kan doen en overweegt met een motie te komen, zodat het meegenomen kan worden in de herziening van het schoolveiligheidsbeleid. Er wordt veel op het bordje van de leraar gelegd, maar er ligt al heel veel op dat bordje, juist bij de scholen waar de problemen het grootst zijn. Zij vraagt hoe de leraren en de interne begeleiders ontlast kunnen worden. Bij schoolveiligheid mag de onlinewereld niet vergeten worden. Zij vraagt wat op dat punt gedaan kan worden. Verder zou het goed zijn om dingen met betrekking tot veiligheid die al gedaan worden op andere dossiers, veel meer aan te laten sluiten op het schoolveiligheidsbeleid. Het lid MOLEMA is blij dat het college maatregelen heeft genomen om de schoolveiligheid in de stad te verbeteren. Het wapenbezit onder minderjarigen is in vier jaar tijd verviervoudigd. Vorige week raakte op het Zeeburgereiland in Oost een minderjarige leerling van het Zeeburg College gewond bij een geweldsincident, waarbij mogelijk een steekwapen gebruikt werd. Voor het terugdringen van wapencriminaliteit door jeugdigen, is haar fractie voor maatregelen zoals het preventief fouilleren in de stad, en controle van kluisjes, jassen en tassen op middelbare scholen.

Daarom is het verheugend dat vier schoollocaties het initiatief hebben genomen voor een proef met 100%-controles, waarbij alle leerlingen worden gecontroleerd op verboden middelen en voorwerpen. Zij vraagt of de wethouder op de hoogte is van de veiligheidsbeleving van ouders en kinderen op scholen. Hoe kijken ze aan tegen controle van kluisjes, jassen en tassen? Is de wethouder bereid dit te onderzoeken? Het lid ABDI vraagt wat het lid Molema bedoelt met preventief fouilleren. Nu ligt het initiatief daarvoor bij de school. Wat is de rol hierbij van de gemeente? Moeten alle scholen overgaan tot het preventief fouilleren? Het lid MOLEMA wil die vraag aan de wethouder stellen. Preventief fouilleren is een maatregel in de stad. Zijzelf is vooral voor kluisjescontrole en wapencontrole op scholen. Het vult elkaar aan. Wethouder MOORMAN antwoordt dat schoolveiligheid een verantwoordelijkheid is van de scholen zelf. Toch wordt er door de gemeente extra op ingezet. Ondanks alles wat er is, zoals jongerenwerk en politie, is het voor scholen ingewikkeld om de wegen te kennen. Ook moeilijk is de vraag hoe je er als school mee omgaat. Er is angst en handelingsverlegenheid. Het schoolveiligheidsbeleid is er ten eerste op gericht om het netwerk te versterken, en ten tweede om leraren en schoolteams te versterken.

Die moeten weten wat allemaal mogelijk is, dus hoe ze over handelingsverlegenheid heen kunnen stappen. Ze moeten durven en kunnen acteren. Het schoolveiligheidsprogramma kan de veiligheid op scholen echter niet borgen, want het blijft primair de verantwoordelijkheid van de scholen.

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 18 januari 2023

Zij bevestigt wat het lid Molema zei over een toenemende problematiek bij nog jongere scholieren. Dat mag niet gebagatelliseerd worden. Scholen durven gelukkig steeds meer open te zijn over deze problematiek. Dat is winst. Het lid Abdi wijst er terecht op dat de een school de andere niet is. Er zijn grote verschillen. Overal in de stad is in meer of mindere mate sprake van problematiek, maar er moet zeker ingezet worden op de plekken waar dat het hardst nodig is. Dat is de basis van dit programma. Zij antwoordt het lid Wehkamp dat er geïnvesteerd wordt in de jongerenrechtbanken. Fouilleren is een bevoegdheid van de school. Zij heeft daarover dus geen informatie. Positief Perspectief wordt dit jaar geëvalueerd, ook in het kader van de bestuursopdracht Jeugd en Veiligheid. Zij heeft geen specifieke cijfers over seksueel geweld voor Amsterdam, maar er zijn wel landelijke cijfers. Amsterdam zal daar in ieder geval niet in positieve zin van afwijken, dus moeten er maatregelen genomen worden. Dat gebeurt met verschillende programma’s. De GGD is een programma aan het ontwikkelen. Jongeren zijn niet zelf betrokken bij de Leertafels. Dat zou ook wat gek zijn, want die zijn juist voor professionals. Wel gebeurt er veel met jongeren, zoals in de mbo-denktank en de OTSV-projecten. Scholen hebben ook hun eigen schoolveiligheidsscans daarin.

Het lid WEHKAMP vraagt hoe de wethouder van de ervaringen met fouilleren wil leren. Wethouder MOORMAN antwoordt dat fouilleren maar op heel weinig scholen gebeurt, en niet op alle momenten. Tegelijkertijd is het schoolveiligheidsprogramma een echt netwerkprogramma. Bijvoorbeeld via de Leertafels leert men van elkaar. Het lid WEHKAMP vraagt nog wat meer te zeggen over de rol van de politie, met een positief verhaal over vertrouwen, en dat je ‘nee’ kan zeggen tegen fouilleren. Wethouder MOORMAN antwoordt dat fouilleren niet per definitie door de politie gebeurt, maar soms worden er agenten bij gehaald. Leerlingen hebben altijd het recht het te weigeren. Zij neemt aan dat dit aan de leerlingen duidelijk wordt gemaakt bij de fouilleeracties. Soms moet een school tot repressieve maatregelen overgaan, maar preventie is altijd beter. Over het vierde element van het lid Abdi, het ongelijk investeren voor gelijke kansen, is al gesproken. Het is zeker verstandig te kijken naar een mogelijke verbreding naar de basisscholen. Er is overigens al heel veel voorlichting op basisscholen, bijvoorbeeld van de politie in het EPJO-programma. Daarnaast is er de stevige ‘PITaanpak’ waaraan inmiddels 82 basisscholen meedoen. De onlinewereld is zeker belangrijk, ook als het gaat over snitchen. Wapen worden soms meegenomen vanuit het gevoel dat je je ermee kunt beschermen.

Schoolteams hebben wat dat betreft een groot bewustzijn. De veiligheidsbeleving wordt niet specifiek in Amsterdam gemeten, maar dat gebeurt wel landelijk. Er kan veel van die cijfers geleerd worden. Het lid ABDI wijst erop dat de opgave in bepaalde gebieden enorm groot is. De aanpak moet dus veel gerichter zijn. Scholen nemen zelf contact op als ze hulp nodig hebben. Maar je kunt het niet aan scholen met tekorten en grote druk overlaten. Je kunt niet verwachten dat die zelf dingen melden en hulp inroepen. De gemeente heeft maar een beperkte regierol, maar zou misschien toch daarop kunnen acteren. Dat bedoelde zij met het vierde element. Verder was zij benieuwd naar het beeld. Kan door meer samenwerking en vertrouwen een beter beeld gekregen worden van wat er speelt? Wethouder MOORMAN antwoordt dat de gemeente inderdaad ondersteunt waar dat het hardst nodig is. Het is alleen niet altijd gebiedsgericht. Soms moet een school in Zuid ondersteund worden, omdat die te maken heeft met een lastige doelgroep. De Preventie met Gezag-middelen van het Rijk zijn overigens met name bedoeld voor de Masterplangebieden Zuidoost en Nieuw-West. Wat betreft het beeld is de gemeente afhankelijk van de scholen zelf. Gelukkig neemt de openheid en het gevoel van verantwoordelijkheid op scholen toe.

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 18 januari 2023

Het lid ABDI overweegt op dit punt met een motie te komen. Zij hoort namelijk dat het voor de scholen die veel druk ervaren moeilijk iets te doen naar aanleiding van de zachte signalen. Zij praat daarover graag verder met de wethouder. Wethouder MOORMAN heeft de indruk dat de analyse van het lid Abdi overeenkomt met die van het college. Zij is al bezig met wat het lid Abdi vraagt. Zij antwoordt het lid Molema verder dat de gemeente zich vooral op landelijk onderzoek baseert. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. Het wordt op verzoek van het lid Abdi voor de raad van 15-16 februari geagendeerd voor een korte bespreking. 10. Uitwerken voorstel schoollunches (VN2022-044169) De VOORZITTER licht toe dat dit bespreekpunt heeft gestaan op de TKN-lijst van de vorige vergadering. Het is geagendeerd op verzoek van het lid Rooderkerk. Het lid WEHKAMP heeft vorige maand een bezoek gebracht aan een school in Noord. Daar kwamen iedere ochtend betrokken moeders samen om de broodjes te smeren voor school. Het is echter belangrijk dat schoollunches en schoolontbijten niet te veel leunen op incidentele steun. Onderwijzers moet je er niet mee belasten. Het is dan ook goed dat er een incidentele subsidie verleend wordt ten behoeve van een aantal samenwerkende lokale non-profit voedselinitiatieven.

Zet de wethouder inderdaad in op meer steun van de organisaties om te zorgen voor een stabiel ontbijt of lunch? In februari 2023 ontvangt de commissie een brief over de verdere ontwikkelingen. Kan daarin ook informatie gegeven worden over de manieren waarop scholen schoolontbijten uitvoeren? Wie regelt dat de broodjes gesmeerd worden? Is het stabiel geregeld? Is het voor alle kinderen? Hoe werkt het en welke lessen kunnen geleerd worden uit de eerste ervaringen? Het lid HAKIKI vindt het heel goed dat het college begint op de plekken waar het probleem acuut is. Hoeveel scholen hebben inmiddels gebruikgemaakt van het verstrekte budget? Heeft het college een tijdpad voor ogen met een concrete einddatum waarop alle scholen die in aanmerkingen komen gratis ontbijt en lunch gaan aanbieden? Haar fractie is van mening dat nagedacht moet worden over duurzame inkoop van gezonde en vegetarische voeding, die de leerprestaties van de leerlingen bevordert. Wellicht kunnen met het bedrijfsleven afspraken gemaakt worden over centrale inkoop, waardoor de kosten gedrukt kunnen worden. Zij wacht met de verdere uitwerking van haar voorstel tot er voldoende ervaringen zijn opgedaan. Het lid YEMANE begrijpt dat er eerst geïnvesteerd gaat worden in de meest kwetsbare scholen, wijken en buurten.

Zij vraagt hoe je ervoor zorgt dat je signalen binnenkrijgt over kinderen die niet in die buurten wonen en op scholen zitten waarin niet geïnvesteerd wordt, maar waar men wel kampt met dit soort uitdagingen. Hoe zorg je ervoor dat je kunt ingrijpen buiten die kwetsbare wijken en buurten? Wethouder MOORMAN merkt op dat zij ondersteuning wil geven om ervoor te zorgen dat er inderdaad iets is voor de leerlingen, maar daarbij uitgaat van de signalen van de scholen zelf. Als die aangeven dat het al goed geregeld is, laat zij het erbij. Zij antwoordt het lid Wehkamp dat het inderdaad op veel verschillende manieren wordt georganiseerd, maar daarmee is niets mis. Het is niet aan de gemeente om te bepalen hoe de lunch op school eruit moet zien. De gemeente kan wel faciliteren dat het ook daadwerkelijk gebeurt. Zij wil wel een overzicht leveren van de verschillende mogelijkheden, maar niet per school aangeven wat er precies gebeurt.

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 18 januari 2023

Het lid WEHKAMP wilde zeggen dat er geleerd moet worden van de verschillende lessen die uit de verschillend ervaringen komen. Hoe kun je leren wat wel en niet goed werkt? Wethouder MOORMAN antwoordt dat het de vraag is wie moet leren. Zij denkt dat het onderwijs zelf moet leren en ervaringen uitwisselen. Organisaties zoals het Rode Kruis houden zich ermee bezig en kunnen een rol spelen bij de uitwisseling van ervaringen op scholen. De gemeente moet niet tot op detailniveau alles willen voorschrijven. Het lid WEHKAMP denkt dat ze het eens is met de wethouder. Wethouder MOORMAN zegt toe dat zij de commissie op de hoogte zal houden van de inzet van de gemeente. De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende is besproken. Jeugd(zorg) 11. Inkoop enkelvoudige specialistische jeugdhulp (ESJH) en aanvullende preventieve opvoed- en opgroei Ondersteuning (APOO) (VN2022-044168) De VOORZITTER licht toe dat dit punt op de TKN-lijst van de vorige vergadering stond. Het is geagendeerd op verzoek van het lid Abdi. Het lid ABDI vond het een heldere brief. Zij vond het advies van het Jeugdhulpplatform zeer terecht. Het gaat bij deze aanbesteding om heel veel kwetsbare gezinnen en kinderen in de stad, dus is het belangrijk dat het goed gebeurt. Zij onderschrijft het streven van het college naar een meer toekomstbestendig stelsel.

Het moet vereenvoudigd worden en het aantal aanbieders moet beperkt worden. De overbruggingsperiode is een aandachtspunt. Zij vraagt hoe je ervoor kan zorgen dat gezinnen en kinderen zo goed mogelijk begeleid worden. Je moet bij al die wisselingen voorkomen dat vertrouwde gezichten uit beeld raken, of dat bepaalde zorg verdwijnt. Zij vraagt de wethouder daarop nader in te gaan. Er is een enorm tekort aan personeel. Het is moeilijk het vast te houden. Zij vraagt wat de mogelijkheden zijn om vanuit de regierol van de gemeente zoveel mogelijk personeel te behouden. Er moet ingezet worden op samenwerken. Bij aanbestedingen blijken onverhoopt toch dingen mis te kunnen gaan, zoals dat gewaardeerde, unieke aanbieders wegvallen. Kan de wethouder daarmee omgaan? Kan er iets bedacht worden, zoals een rem? Je ziet dat er bedrijven en organisaties zijn die excessief geld verdienen aan de enkelvoudige preventieve jeugdhulp. Dat hoort niet. Zij vraagt of bij deze aanbesteding betere afspraken kunnen worden gemaakt, en dat ook naar de achterkant van organisaties gekeken wordt, bijvoorbeeld of ze buitensporig veel winst maken of niet goed omgaan met hun personeel. Dat soort zaken zou opgenomen moeten worden als criteria in de aanbesteding. Het lid WEHKAMP vindt het belangrijk bij aanbestedingen dat de overdracht goed gebeurt, want het gaat om kwetsbare mensen die hulp nodig hebben.

Er is een overdrachtsprotocol in de maak en het is belangrijk dat dat ook in dit geval wordt toegepast. De toegang tot de enkelvoudige specialistische en preventieve jeugdhulp moet bij de overgang gewaarborgd zijn. Essentieel is ook hoe het personeel van de organisaties die binnen en buiten de aanbesteding vallen wordt betrokken, of overgenomen. Het lid VAN DER VEEN heeft de indruk dat zich een stille ramp voltrekt. Het rijk wil een miljard bezuinigingen en er komt een hervormingsagenda aan. Ondertussen zijn

27

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 18 januari 2023

er lange wachtlijsten en vertrekt het personeel. Er is een groeiende groep Amsterdamse jongeren die hulp en zorg nodig heeft. Met corona is het er voor hen niet gemakkelijker op geworden. Met deze aanbesteding kunnen straks duizend jongeren achter aansluiten. Ze komen op de wachtlijst voor specialistische jeugdhulp, maar hoe dan? Veel andere jonge Amsterdammers met een lichtere vraag moeten door het OKT worden opgepakt. Ook daar gaat nog niet alles van een leien dakje. Bij elkaar is dat een stille ramp. Het is moeilijk om hulp te vragen en de stap naar een loket of een wijkcentrum te zetten. Het is van groot belang dat al deze mensen iemand treffen die de ander ziet en hoort, en zo nodig diegene warm in contact brengt met passende hulp. Zijn fractie vindt dat de inbreng, input en verhalen van kinderen, jongeren en ouders veel meer aan de voorkant centraal moet worden gesteld bij deze aanbesteding. Wat verwachten zij van de impact van de aanbesteding? Hoe worden ze meegenomen? Wat kan nu al gezegd worden over de uitvoeringspraktijk straks? Hij vraagt het college om met dit soort zaken vaart te maken. Graag ontvangt hij ook het implementatieplan waarover het in de brief gaat. Het doel is om tot minder aanbieders te komen. Dat vindt zijn fractie wat raar.

Het doel zou toch moeten zijn om in het belang van de jeugd tot passende en sensitieve jeugdhulp te komen? Hij vraagt hoe je er in het bestek voor kunt zorgen dat Amsterdammers leidend zijn, dus niet de wens om minder aanbieders te contracteren. Verder vindt zijn fractie het van belang dat er een aantal aanbieders is dat specialistisch is op enkelvoudige vraagstukken rond cultuursensitieve zorg. Hij vraagt wat de plannen daarvoor zijn. Hij denkt aan Nieuw-West en Zuidoost, waar kleine aanbieders bij cultuursensitieve zorg echt het verschil maken. Bij ‘minder aanbieders’ hoort hij ook vooral een klein aantal grote aanbieders. Hij vraagt informatie over de eventuele perverse prikkels die de nieuwe situatie met zich mee kan brengen, op het niveau van Amsterdammers, de wijken, de organisaties en ook de gemeente. Hoe zorg je ervoor dat je het kind niet met het badwater weggooit? Hij zou daarover graag een brief ontvangen. De OKT’s krijgen een belangrijke rol in de nieuwe situatie. Een groot deel van de vragen van inwoners worden zo verplaatst van enkelvoudige jeugdhulp naar het OKT. Hij vraagt wat de OKT’s nodig hebben om al die nieuwe vragen en problemen op te kunnen pakken? Hoe ziet de governance er precies uit? Welke wethouder is daarvoor verantwoordelijk? Hij vraagt de verantwoordelijke wethouder erop terug te komen.

Hij vraagt het college een technische sessie over de uitvoeringspraktijk te organiseren, zodat de raad mee kan denken over de verwachte impact en wat nodig is. Hij zou graag meer aan de voorkant betrokken worden. Hij vraagt die overdag te houden, zodat er meer tijd is dan ‘s avonds. De VOORZITTER peilt de meningen in de commissie en concludeert dat er voldoende steun is. Zij benadrukt dat de aanwezigheid van leden bij de sessie essentieel is. Het lid WIJMENGA hoort graag antwoord op vragen over de overbrugging, het behoud van vertrouwde gezichten, en de vraag wanneer het implementatieplan verwacht mag worden. Door het Jeugdplatform wordt gevraagd om duidelijkheid, bijvoorbeeld over de vraag of je wachttijd start bij aanmelding of bij de intake. Het lijkt haar dat je die vragen best kan beantwoorden als iemand zich aanmeldt. Hoe ziet de wethouder dat? Ook geeft het Jeugdplatform als criterium wat de visie is van een aanbieder op die wachttijd, en wat men daarmee doet. Wethouder MOORMAN merkt op dat het noodzakelijk is om vereenvoudig aan te brengen in het stelsel. Juist in het belang van kinderen, jongeren en gezinnen moet de juiste hulp worden geboden. Dit is noodzakelijk om er zicht op te krijgen. Met 177 aanbieders in de enkelvoudige specialistische jeugdhulp wordt het er niet overzichtelijker op.

Eigenlijk is de gemeente zo aan het werk voor de aanbesteding, in plaats van dat de aanbesteding voor jou werkt. Dat moet veranderen. De gemeente moet met aanbieders in vertrouwen kunnen werken, waarbij je weet wat ze doen. Het moet overzichtelijk zijn wie wat doet. Veel van de enkelvoudige jeugdhulp wordt al door het OKT gegeven.

28

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 18 januari 2023

Zij antwoordt het lid Abdi dat de gemeente voor zorgcontinuïteit moet blijven zorgen. Iedereen die nu in behandeling is, zal dat blijven bij de huidige aanbieders tot en met 2024. Als behandeling daarna nog noodzakelijk zijn, zal voor een goede overdracht worden gezorgd. Het personeel is zeer belangrijk, want daardoor staat het systeem onder druk. Er wordt op ingezet om het personeel zoveel mogelijk te behouden, richting OKT of richting andere aanbieders. Mocht onverhoopt toch een specifieke vorm van zorg uitvallen bij de aanbesteding, kan nog altijd specifiek daarop ingekocht worden. Zij antwoordt het lid Van der Veen dat de inkoop specifiek in verschillende stadsdelen gebeurt, en ook juist wat kleinschaliger. Cultuursensitiviteit is onderdeel van het bestek. Er zit te veel markt in het zorgsysteem. Daardoor zie je dit ontploffen. Af en toe mag je best vragen stellen om de publieke middelen zo goed mogelijk in te zetten. Zij is het met het lid Van der Veen eens dat dit een stille ramp genoemd mag worden. Door deze ontwikkeling wordt geprobeerd die stille ramp zoveel mogelijk te voorkomen. Veel van de problemen hebben te maken met de botte bezuinigingen van een kwart van het jeugdzorgbudget, vanuit het idee dat het allemaal niet noodzakelijk is. Daarover wordt stevig gesproken in Den Haag. Dit gaat zeker wat vragen van het OKT.

Men doet daar al enkelvoudig specialistische jeugdhulp, maar dat zal zeker moeten uitbreiden. Daarover moet met het OKT verder gesproken worden. Met de personeelstekorten, ook bij het OKT, zal het niet makkelijk zijn. Bij het hoogspecialistische deel zullen de wachtlijsten sowieso toenemen door alle bezuinigingen. Het lid VAN DER VEEN vraagt of het OKT met deze verplaatsing ook uitbreiding krijgt. Wethouder MOORMAN antwoordt dat daarover gesproken wordt. Het implementatieplan komt naar de commissie. Een technische sessie is heel verstandig om te houden. Daarbij kan het dan ook gaan over eventuele perverse prikkels. Wat betreft de governance valt het onder het OKT, dus onder haar aansturing. Zij antwoordt het lid Wijmenga dat de wachtlijst begint bij aanmelding. Maar ook na de intake, want het is niet zeker dat daarna direct hulp wordt geboden. Het wordt zo goed als mogelijk gemonitord. Het is belangrijk dat mensen op een wachtlijst al een vorm van hulp krijgen. Een specifieke rol spelen daarin de kinderen met een maatregel. Voorkomen moet worden dat er een perverse prikkel ontstaat bij het aanvragen van een maatregel bij de rechter. De VOORZITTER concludeert dat er een technische sessie wordt georganiseerd. Het onderwerp is verder voldoende behandeld.

Op voorstel van het lid Van der Veen wordt het onderwerp voor een middellange behandeling geagendeerd voor de raad na de technische sessie. TOEGEVOEGD AGENDAPUNT Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 12. Toegang tweedelijns specialistische zorg door afschaling personeel bij VUMc Amsterdam. Nr. VN2023-001143 De VOORZITTER licht toe dat dit bespreekpunt is geagendeerd op verzoek van de JA21-fractie. Het lid DE JONG wil de commissie en de wethouder hierbij graag informeren over een aantal zorgelijke ontwikkelingen dat hem ter ore is gekomen in het aanbod van de tweedelijnszorg. Al jaren wordt voor hoog opgeleid zorgpersoneel, zoals SEH-personeel of OK-personeel, signing bonuses of extra salaris geboden. Dat zorgpersoneel is moeilijk vast te houden. Er is krapte op de arbeidsmarkt. Al in 2018 kwam er daarover een rapport

29

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 18 januari 2023

uit van Zorgvisie. In maart 2021 volgde een interne memo, waarbij de fusie tussen AMC en VU ervoor zorgt dat de acute zorg geconcentreerd gaan worden op de Meibergdreef van het AMC. Voor een gescheurde aorta of een reanimatie van een drenkeling ben je dan niet langer welkom op de VU. De hartchirurgie, de vaatchirurgie, de nefrologie en de orthopedie zijn daar sinds de fusie gesloten. Eigenlijk betekent dat dat de VUMC zijn level 1-accreditatie als traumacentrum kwijtraakt, hoewel men dat naar buiten nog niet zo communiceert. De bestuursvoorzitter van het Amsterdam UMC geeft aan de versnelling van deze centralisatie moet gebeuren op basis van het personeelstekort. Dat wordt pijnlijk duidelijk toen op 22 september vorig jaar de SEH van de VU moest sluiten omdat het personeel van daar ingezet werd om de SEH van het AMC open te houden. Geografisch is het AMC als keuze voor het grootste ziekenhuis van Amsterdam vrij onlogisch. De aanrijtijd voor de meeste patiënten wordt er langer door. Dat zou maar een paar minuten schelen, maar voor een reanimatie zijn die heel relevant. In Amsterdam worden 850 mensen per jaar gereanimeerd. De meeste reanimaties komen uit Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Voor Noord en Nieuw-West wordt de aanrijtijd voor reanimatie dus langer.

Voor Zuidoost wordt die aanrijtijd in ieder geval niet beter, want men was daar al aangewezen op het AMC als ziekenhuis van keuze. Naar schatting is de kans op een geslaagde reanimatie in Amsterdam met 35% afgenomen. Dat is een heel zorgelijke ontwikkeling. Het openhouden van de SEH of de VU is geen taak voor de gemeente, maar men mag zich niet laten verrassen door een incident. Hij vraagt of het college bekend is met de afgeschaalde zorgcapaciteit van de VU. Is de wethouder het met hem eens dat Amsterdam UMC een verkeerd beeld schetst van het aantal level 1-traumacenters dat er nog is? Weet de wethouder dat er een reductie is van de zorgcapaciteit die niet wordt gecompenseerd door een opschaling van de zorg op de Meibergdreef, bij gebrek aan gespecialiseerd personeel? Is de wethouder gesprekspartner met het Amsterdam UMC over deze ontwikkelingen? Gaat zij lobbyen bij het Rijk voor een andere oplossing dan deze? Het lid VAN PIJPEN vraagt om deze informatie op papier te leveren. Het lid DE JONG zal zijn bijdrage met haar delen. De bronnen houdt hij voorlopig wel graag geheim. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat hier geen formele taak voor de gemeente ligt. Wel voor Zilveren Kruis, waar zij ook vinger aan de pols houdt. Er heeft een fusie plaatsgevonden. Er zijn zeker te weinig mensen in de zorg, en zeker ook bij ziekenhuizen.

Zij kan niet reageren op de cijfers, ook omdat het lid De Jong geen openbare bronnen heeft. Veel van de klachten herkent zij niet. Zij is bereid om een gesprek te hebben met VU en UMC, maar zij gaat er formeel niet over. Het lid DE JONG wijst erop dat bij een ongewijzigde situatie de zorgcapaciteit en de -kwaliteit in Amsterdam enorm achteruit gaan. Niets doen betekent dat de reanimatiezorg bedreigd is in Amsterdam. Wethouder RIJXMAN zal contact opnemen met de ziekenhuizen. Zij zal het verhaal van het lid De Jong voorleggen. Graag hoort zij iets over de bronnen van het lid De Jong. Het zou ook helpen als het lid De Jong zijn verhaal op papier zet. Het lid ALBERTS vraagt of de eerste hulp onderdeel is van Amsterdam Vitaal en Gezond. Daar ligt dus een taak. Als die eerste hulp gesloten is, heeft de wethouder daarbij wel degelijk iets in de melk te brokkelen. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat zij dit inderdaad via Amsterdam Vitaal en Gezond in kan brengen. Zij wil wel het totaalbeeld hebben van dit verhaal. Tot nu toe is de zorg verdeeld over twee locaties. Dat lijkt voldoende om te voldoen aan de behoeftes van

30

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 18 januari 2023

de Amsterdammers. De toegankelijkheid naar de zorg zal er altijd zijn. Als het daarbij toch niet goed gaat, zal zij het onderzoeken. Tweede termijn Het lid BONS merkt op dat voor een reanimatie gebeld wordt met de verschillende ziekenhuizen in de buurt. Daaronder vallen ook het OLVG West en Oost. Reanimatie kan overal plaatsvinden. Voor chirurgie zou je dan daarna per ambulance weer naar elders moeten worden vervoerd. Het lid DE JONG antwoordt dat de reanimatie natuurlijk al opgestart wordt op straat. Daarna kan je naar een ziekenhuis getransporteerd worden. Voor de meeste reanimaties is echter een hartlongmachine nodig. Dat is in het OLVG geconcentreerd en nu door het Amsterdam UMC in Zuidoost. Als je bang bent voor reanimatie, kun je het beste in Zuidoost gaan wonen. Wethouder RIJXMAN merkt op dat de aanrijroutes zijn geanalyseerd. Ze blijven allemaal binnen de afgesproken normen. Het lid DE JONG denkt dat een paar minuten langere aanrijtijd de kwaliteit van een reanimatie wel degelijk beïnvloedt. Het wordt nog langer als de snelheid in het centrum van Amsterdam verlaagd wordt. De VOORZITTER houdt het punt aan tot de volgende vergadering. Sluiting De VOORZITTER bedankt iedereen voor zijn inbreng. Zij sluit de vergadering om 13.00 uur.

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12361197/2