Concept verslag OZA
Tekst van het document
Bij het ambtswoninggesprek kwamen oortjes niet ter sprake. Toen ging het over decibels, en de beschermende oordopjes in de nachthoreca. Wethouder SCHOLTES dankt het lid Runderkamp en de voormalige leden Hoogtanders en Boomsma voor dit initiatief. Er is een goed gesprek geweest met experts en partijen uit het veld over de aanpak van dit probleem. Het is mooi dat de gezamenlijkheid wordt opgezocht, en dat bijvoorbeeld ook Koninklijke Horeca Nederland gaat toetreden tot het landelijk convenant. Hij gaat hier graag mee aan de slag.
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023
De VOORZITTER concludeert dat het initiatiefvoorstel wordt aangepast. Zij begrijpt van het lid Staartjes dat het na aanpassing direct doorgaat naar de raad. 8. Kennis te nemen van de start van het Gezin en Geld onderzoek (pilot Gewoon Geld Geven) zoals opgenomen in het coalitieakkoord (VN2023-022938) Het lid YEMANE vraagt hoe de pilot Collectief Kapitaal die vanuit WPI wordt uitgevoerd zich verhoudt tot deze pilot Gewoon Geld Geven. Wordt dit meegenomen in het onderzoek? Misschien kan nog verder nagedacht worden over de naam van de pilot. Het lid STAARTJES vraagt of het hierbij om een onderzoek gaat, of om een lobby. Het lid MOLEMA moest bij Gewoon Geld Geven denken aan het spreekwoord ‘Geef een man een vis en hij heeft eten voor één dag, leer een man vissen en hij heeft eten voor zijn hele leven’. Geen enkele partij in deze commissie wil dat Amsterdammers in armoede leven, of te maken krijgen met bestaansonzekerheid. Iedereen is het erover eens dat deze Amsterdammers gesteund moeten worden. Maar er bestaan wel verschillen als het gaat over de wijze waarop dit moet gebeuren. Geef je ze een vis, of leer je ze vissen? Met deze pilot krijgen 150 Amsterdamse gezinnen die in armoede leven 150 euro per maand. Zonder tegenprestaties. Men gaat onderzoeken wat de succes- en faalfactoren zullen zijn.
Heeft de nieuwe financiële armslag direct effect op stress? Worden de schoolprestaties beter? Het antwoord op die vragen zal ongetwijfeld ‘ja’ zijn. Maar dit is niet de manier waarop je deze mensen moet helpen. Het lid YEMANE vraagt of deze pilot niet de hengel kan zijn. Het lid MOLEMA antwoordt dat zij er geen voorstander van is om gratis geld te geven. Gratis bestaat niet. Geld moet altijd ergens vandaan komen. JA21 maakt zich geen illusies. Het plan ligt er en zal koste wat kost uitgevoerd worden. Het zal ongetwijfeld weer tot een mooi stukje in Het Parool leiden. Maar als het puntje bij paaltje komt, zal er niets veranderen voor deze Amsterdammers. Het lid BOUHASSANI is erg blij met deze pilot. Tot er een structurele oplossing is gevonden voor armoede in Amsterdam moet je het hebben van dit soort tijdelijke oplossingen. Mensen in armoede zullen er heel erg blij mee zijn. Ze hebben aan het eind van de maand 100 euro extra om uit te geven voor boodschappen, kleding, rekeningen etc. Het lid STAARTJES vraagt of dit een oplossing is of een onderzoek. Het lid BOUHASSANI antwoordt dat het om een pilot gaat. Daarin wordt onderzoek gedaan. Het lid STAARTJES is verbaasd te horen over een oplossing. Is dit dus een oplossing waar mensen blij mee zullen zijn, of is het een onderzoek? Het lid BOUHASSANI vindt het niet belangrijk wel woord je gebruikt.
Het gaat erom dat mensen onder de streep 100 euro extra krijgen om uit te geven. Tot er een structurele oplossing is gevonden voor deze mensen, is zij erg blij met deze pilot. En dat er onderzoek aan verbonden is, lijkt haar positief. Het lid STAARTJES begrijpt hieruit dat dit voor de PvdA een oplossing is. Geen onderzoek. Het lid BOUHASSANI reageert dat zij dit niet gezegd heeft.
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023
Het lid MOLEMA vraagt in hoeverre dit uitgerold kan worden over de hele stad, mocht de pilot een succes worden. Het lid BOUHASSANI antwoordt dat dit een pilot is. Bij een pilot meet je of die succesvol is of niet. Je kunt niet op voorhand al conclusies gaan trekken. Tot er betere oplossingen zijn, heb je dit soort tijdelijke noodoplossingen nodig. Het lid PERDOK ziet deze pilot als een innovatief plan. Mensen zitten in de knel, en de gemeente biedt dan meestal meer zorg en begeleiding. Dat kost bakken met geld. Bij deze pilot geef je gewoon meer geld aan deze mensen, wat nou net een stimulans zou kunnen zijn die leidt tot positieverbetering en een positiever toekomstperspectief. Uit de onderzoeksresultaten van soortgelijke pilots blijkt dat zoiets een grote bijdrage kan leveren aan een fundamentele aanpak van armoede. Zij complimenteert het college met deze keuze, waarbij met vertrouwen in plaats van wantrouwen wordt gewerkt. Zij vraagt of er in de toekomst een uitbreiding komt van de deelnemers.
Is de 150 euro gratis geld een bedreiging voor de wettelijk gestelde vrijwilligersvergoeding? Of wordt ook dit bedrag vrijgesteld, zoals bij de gemeentelijke belastingen? Hoe beschermt de HvA de onderzoeksresultaten en waarborgt ze de gegevens die participeren in deze pilot? Wordt er met deze partijen over gesproken? En worden de participanten uiteindelijk ook geïnformeerd, in de zin dat ze de onderzoeksresultaten onder ogen krijgen? Eerdere stadsbesturen maakten zich zorgen over het risico dat de deelnemers aan het extra bedrag van 150 euro per maand gaan wennen, en in de problemen komen als de gift na de pilot stopt. Wordt er begeleiding geboden aan de participanten voor, tijdens en na het traject? En in welke vorm gebeurt dat? Wethouder MOORMAN antwoordt het lid Yemane dat Cultureel Kapitaal echt iets heel anders is. Die pilot zorgt namelijk voor het volledige inkomen van iemand, terwijl het in dit geval om een toelage gaat die mensen krijgen bovenop de bijstandsuitkering. Wat betreft de naam van de pilot weet ze niet waarop het lid Yemane doelt. Moet het anders gaan heten? De pilot heet eigenlijk ‘Gezin en Geld’ en dit is daarvan een onderdeel. Zijzelf vindt het heel goede naam. Het is precies wat het is, namelijk gewoon geld geven zonder dat daaraan iets wordt gekoppeld.
Zij antwoordt het lid Staartjes dat al heel lang een lobby wordt gevoerd om het sociaal wettelijk minimum omhoog te krijgen. Het college vindt dat noodzakelijk, omdat mensen nu zo onder water staan dat ze niet langer meer kunnen participeren in de samenleving. Ze krijgen stress, gezondheidsklachten. Daardoor ook lukt het ze niet weer aan het werk te gaan of hun kinderen kansen te geven voor de toekomst. Zij hoopt met het gekoppelde onderzoek aan te tonen dat mensen met wat meer geld beter kunnen participeren, dat het beter gaat met hun welzijn. Als de resultaten dat inderdaad uitwijzen, zal dat onderdeel worden van de lobby. Zij antwoordt het lid Molema dat gratis geld nog het meest overeenkomt met rendement op vermogen. Wil JA21 dat gratis geld ook beperken? Zij wacht het volgende verkiezingsprogramma van die partij af. Zij antwoordt het lid Perdok dat het Kansfonds heel blij is dat Amsterdam kon meedoen. Daarmee is het aantal deelnemers heel erg veel groter geworden. In andere gemeenten is het een veel lager aantal. Het bedrag van 150 euro is erop gebaseerd dat je tot 1800 euro als gift mag geven. De privacygegevens zijn uiteraard beschermd. Er is ook een controlegroep voor het onderzoek. Daarom moet er gezorgd worden dat de begeleiding gelijk is, maar dat is iets waarover de onderzoekers gaan. Als er meer gegevens komen, zal zij dat de commissie laten weten.
De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Onderwijs 10.
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023
Kennisnemen van de raadsinformatiebrief 'Evaluatie en vervolg High Dosage Tutoring' en het onderzoeksrapport Reken op Zuidoost. Nr. VN2023-022939 De VOORZITTER licht toe dat dit punt is geagendeerd op verzoek van de leden Yemane en Hakiki. Het lid YEMANE merkt op dat volgens de trends van de schooladviezen leerlingen in Zuidoost al ruim een decennium achterblijven, en zonder noemenswaardige verbeteringen. Daar vindt ook de meeste lesuitval plaats in verband met de tekorten. Er staan daar de meeste onbevoegden voor de klas. In Zuidoost verlaat ongeveer 40% van deze leerlingen de basisschool met een lager advies, terwijl dat ongeveer 10% is in de stadsdelen Centrum en Zuid. Dit vraagt om een systeemverandering. De onderzoekers verwachten dat een breed opschalen van High Dosage Tutoring (HDT) in het basisonderwijs van Zuidoost kan leiden tot het volledig wegwerken van relevante onderwijsachterstanden. Zij is dan ook erg blij dat HDT doorgaat, hoewel de schaal niet voldoende is. De onderzoekers stellen voor om beleidsdoelen in termen van uitkomsten te formuleren en daarop dan te sturen. Een beleidsdoel zou kunnen zijn om de overrepresentatie van laagpresteerders in Zuidoost in vijf jaar weg te werken. Vergelijkbare doelen kunnen worden opgesteld voor andere stadsdelen met achterstanden. Zij vraagt of HDT kan worden opgeschaald om deze achterstanden weg te werken.
Kan dat opschalen om de kosten te drukken gebeuren in samenwerking met informele organisaties? De onderzoekers hebben het over onderhoudsinterventies. Ook daarbij ziet zij een rol voor de informele organisaties. Het lid VON GERHARDT heeft er geen twijfel over dat HDT werkt. Toch is er ook een groot probleem op de arbeidsmarkt. Er is een lerarentekort. Zou door een uitbreiding van HDT het lerarentekort niet nog verder toenemen? Het lid YEMANE is daar niet bang voor, want het zijn geen docenten die het doen. Het zijn tutors. Het lid VON GERHARDT blijft erbij dat het in ieder geval mensen zijn die je kunt verleiden om docent te worden. Ze hebben liefde voor het vak. Kan je niet beter proberen om die groep mensen op te leiden tot docent? Het lid YEMANE is het daarmee niet eens. Je zou dan iedereen kunnen verleiden om docent te worden. Een tutor is heel wat anders. Het lid YACOUBI merkt op dat de recente bevindingen over het voltijdsmodel vs. het driedaagse model in het onderwijs tot een discussie hebben geleid binnen de onderwijssector. De effectiviteit van het voltijdsmodel kwam duidelijk naar voren, maar tegelijkertijd werpen de resultaten nieuwe vragen op over de wijze waarop onderwijs in de toekomst benaderd moet worden.
Hoe weeg je de kostenbesparing af tegen de optimalisatie van de leeruitkomsten? Hoe waarborg je duurzame resultaten? Hoe wil het college ervoor zorgen dat de voorsprong op de lange termijn behouden blijft? De discussie over de verdeling van onderwijsmiddelen en interventies over verschillende stadsdelen en wijken in de stad is relevanter dan ooit. De focus van initiatieven zoals The Bridge op gebieden met veel huishoudens met lagere inkomens roept vragen over het algemene beleid met betrekking tot gelijkheid en inclusiviteit binnen het onderwijssysteem. Hoe garandeert het college dat scholen in andere wijken, zoals Nieuw-West en Noord, niet worden overgeslagen? Daarnaast belicht de structurele aard van onderwijsachterstanden in stadsdelen zoals Zuidoost de noodzaak van langdurige samenwerkingen en interventies. Hoe ziet het college de toekomstige samenwerking met initiatieven zoals The Bridge om aan deze structurele uitdagingen te werken? En hoe ziet het college de integratie van onderhoudsinterventies in het huidige curriculum?
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023
Het lid RUNDERKAMP sluit zich aan bij de lovende woorden over HDT. De resultaten zijn prachtig. Het is goed dat de aanpak in 2024 wordt uitgebreid. Er moeten nog wel plannen met de scholen en de aanbieder van deze interventies gemaakt worden over de manier waarop dit programma verder wordt uitgerold. De resultaten blijken fantastisch te zijn als het om het rekenonderwijs gaat, maar op veel basisscholen zijn er achterstanden in het taalonderwijs. Kan het HDT-programma ook specifiek op taalonderwijs gericht worden? Hij ziet wel wat in de suggestie om de interventies ook aan te gaan bieden op naschoolse educatie. Hij doelt daarbij op instellingen die er zijn om alle kinderen een gelijke kans te bieden, zoals Life School Kids in Zuidoost. Het lid WEHKAMP is blij met de resultaten van het programma HDT en steunt de aanpak. Zij is benieuwd naar de uitwerking, hoe dit op een betaalbare en effectieve manier kan worden opgeschaald. HDT is een duur instrument en het bereik blijft beperkt tot een groep kinderen die het heel erg nodig heeft. Er zijn op de scholen meer kinderen die dit zouden kunnen gebruiken, maar dan is het middel relatief duur. Daarbij moet bedacht worden dat deze aanpak zich richt op de gevolgen van kansenongelijkheid, niet op de oorzaken. Kinderen beginnen soms met een achterstand als hun ouders een laag inkomen hebben of een laag opleidingsniveau.
Die achterstand is nauwelijks meer in te halen. Er moet dus vroeg geïnvesteerd worden om de inzet van dit dure middel te voorkomen. De voorschool is een belangrijk instrument. Hoe wil de wethouder ervoor zorgen dat de balans tussen vroeg investeren en de toepassing van HDT redelijk blijft? Het lid YEMANE is het eens dat deze dingen naast elkaar kunnen bestaan. Vroeg investeren is heel belangrijk. Toch zijn er op dit moment in Zuidoost, Nieuw-West en Noord grote tekorten, waardoor een nieuwe kansenongelijkheid ontstaat, ook al hebben kinderen die voorschoolse educatie gehad. Het lid WEHKAMP antwoordt dat zij daarom blij is met deze aanpak. Zij vindt dat je ook de oorzaken aan moet pakken en vraagt de wethouder die balans in de gaten te houden. Het lid EMMERIK merkt op dat veel leerlingen een leerachterstand hebben opgelopen. Vooral met rekenen en wiskunde blijkt het lastig te zijn om die achterstand in te lopen. Hij vraagt op welke manier leerlingen worden geselecteerd voor HDT. Aan de hand van welke voorwaarden vindt die selectie plaats? Wanneer is de achterstand daarvoor groot genoeg? Ten slotte vraagt hij of onderzocht is in welke stadsdelen het meest gebruik wordt gemaakt van HDT. Wethouder MOORMAN antwoordt het lid Yemane dat ook zij heel erg onder de indruk is van de resultaten van HDT. Het wordt ingezet op de plekken waar het hard nodig is.
Over een eventuele opschaling is zij in gesprek met The Bridge, waarbij ook gekeken wordt naar een combinatie met mogelijke andere partijen. Het programma heet High Dosage Tutoring omdat het bewezen effectief is gebleken in de VS. Op die manier moet het ook worden uitgevoerd, dus niet zomaar door andere partijen. Opschaling is een probleem en eigenlijk zou zij willen dat HDT over een aantal jaren helemaal niet meer nodig is. Het hoort onderdeel te zijn van het reguliere onderwijs. Dit soort noodverbanden hoeft niet nodig te zijn als de kinderen kansen krijgen via de voorscholen, of meer tijd krijgen om zich te ontwikkelen. Maar nu moet HDT nog wel en zij wil kinderen die kans geven. Het moet zo zorgvuldig mogelijk gedaan worden, dus zonder de waarde ervan teniet te doen. Zij antwoordt het lid Yacoubi dat verduurzaming van de resultaten een belangrijk punt is voor Zuidoost. Het maakt ook onderdeel uit van het Masterplan. De verduurzaming zal moeten plaatsvinden in het onderwijs. De methode is buitengewoon duur per leerling. Die investering is verstandig, want leerlingen krijgen er ook een beter gevoel van eigenwaarde van, maar HDT kan niet overal toegepast worden. Dat gebeurt alleen op de
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023
plekken waar dat het hardst nodig is, zoals ook in Nieuw-West bij het Mundus College, waar het van 60 naar 84 plekken is gegaan. Zij antwoordt het lid Runderkamp dat voor taal echt een heel andere interventie nodig is. HDT is voor rekenen, naar men zegt omdat daar het snelste resultaten te behalen zijn. En dat geeft dus dat betere gevoel van eigenwaarde voor leerlingen, met gevolgen voor het zelfvertrouwen. De kansenaanpak is juist weer heel erg gericht op taal. In Zuidoost heb je het leesoffensief samen met de OBA. Er wordt daar geïnvesteerd in de scholen met bibliotheken. Alle kinderen krijgen er een bibliotheekpas. Zij is het met het lid Wehkamp eens dat HDT een aanpak betekent van de consequenties en niet van de oorzaken. Zij deelt haar pleidooi voor de voorschool. Dit gaat over kansengelijkheid. Zij antwoordt het lid Emmerik dat zij moeite heeft met het woord ‘achterstand’. De ontwikkeling is nog niet zover gekomen. The Bridge heeft een methode om op basis van de resultaten van leerlingen te analyseren of ze tot meer in staat zijn. Men richt zich daarbij op leerlingen met lage prestaties. De focus ligt op leerlingen van wie de leraren misschien te weinig verwachten. HDT wordt met name ingezet in Zuidoost en NieuwWest. Het lid EMMERIK vraagt of HDT in de toekomst ook in andere stadsdelen kan worden toegepast voor vergelijkbare leerlingen.
Wethouder MOORMAN antwoordt dat het een dure en intensieve methode is. Deze resultaten laten zien dat je niet nog verder moet gaan spreiden. Nu al zie je dat de resultaten al wat minder worden doordat de voltijdsaanpak losgelaten wordt. Het lid YEMANE herhaalt haar vraag over de onderhoudsinterventies. Kunnen die met informele organisaties worden opgezet? Wethouder MOORMAN antwoordt dat dit allemaal via de sociale basis loopt, en daarmee via het subsidiekader van de stadsdelen. Zij vindt het wel een interessant idee. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende besproken is. Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 11. Raadsinformatiebrief pgb herindicaties bij langdurige hulpvragen Nr. VN2023023056 De VOORZITTER licht toe dat dit punt is geagendeerd op verzoek van het lid Runderkamp. Het lid RUNDERKAMP is blij met de brief en steunt de geformuleerde acties. Bij de actielijn voor het verlagen van de administratieve lasten wordt sterk ingezet op de digitalisering. Maar vaak hebben mensen met een chronische beperking specifiek maatwerk nodig. Bij digitaliserende oplossingen zijn binaire opties. Hij is bang dat je daarbij vaak ‘The Computer Says No’-situaties krijgt. Hoe mitigeer of voorkom je dat? Hij mist in de verbeteracties de samenwerking tussen de buurtteams, de gemeente en Argonaut. Het lid VAN PIJPEN heeft vragen over de onderliggende visie bij het indicatieproces.
Bij de werkwijze van de buurtteams geldt de Amsterdamse maatwerkmethode. Die gaat uit van het perspectief van de Amsterdammer, dus hoe die het beste geholpen kan worden om in de maatschappij te kunnen functioneren. Maar dat perspectief blijkt plotseling niet meer belangrijk als het pgb wordt aangevraagd. Dan gaat het om het beoordelen van het recht en worden er allerlei verplichtingen uitgestort over de aanvragers, zowel bij de indicatie als bij de herindicatie.
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023
Zij leest in de brief dat in Amsterdam niet wordt geregistreerd op chronische beperkingen. De focus ligt op de hulpvraag. Maar zij hoort ook andere ervaringen, namelijk een ouder die een voorziening aanvraagt voor het kind, dat dan per se moet meekomen naar het gesprek om vast te kunnen stellen of er inderdaad sprake is van een beperking. En daarover wordt dan wel degelijk een uitspraak gedaan. Er vindt een categorisering plaats. Waarom is dat allemaal nodig? Haar fractie vindt dat dit fundamenteel anders moet, wat dus meer is dan het aanvraagproces stroomlijnen of digitaliseren. Dat is niet altijd de oplossing, want digitalisering kan een hellhole van wantrouwen zijn, of tot binaire oplossingen leiden waarmee je niet verder komt. Bij het hele indicatieproces gaat het om vertrouwen. Je moet vragen hoe de persoon in kwestie geholpen kan worden zodat die mee kan doen in de samenleving. Wat heeft die daarvoor nodig? Daarover moet het gesprek gaan, in plaats van over de vraag of diegene wel recht heeft op een voorziening. Zij vraagt hoe dat geregeld moet worden. Biedt deze gestroomlijnde aanvraagprocedure daarvoor de oplossing? Of kan de Amsterdamse maatwerkmethode ook in dit proces bij Argonaut ingezet worden? Het lid HAIJEN vindt ‘herindicatie’ ambtenarentaal. Het gaat hierbij om Amsterdammers met een langdurige hulpvraag.
En daarbij kan je bij veel van hen, vanwege hun medische achtergrond, verwachten dat hun hulpvraag blijft voortbestaan. Iemand die spastisch is blijft dat voor de rest van zijn leven, en dat geldt dan dus ook voor de hulpvraag. Hij is blij dat het college in de brief erkent dat in sommige gevallen onnodig om een herindicatie gevraagd wordt. Het is onnodig die Amsterdammers opnieuw voor een gesprek uit te nodigen om vast te stellen of ze in aanmerking komen voor die hulp. Hij vraagt waarom de wethouder denkt dat met digitalisering onnodige herindicaties achterwege kunnen blijven. Moeten niet veel meer langdurige indicaties gegeven worden, zodat die gesprekken onnodig worden? Overigens is het niet de gemeente Amsterdam die de herindicaties heeft bedacht. Die komen breder voor in het zorglandschap. Het lid VAN PIJPEN is het eens dat langdurige indicaties wenselijk zijn, want sommige aandoeningen zullen niet meer overgaan. Maar is het niet prettig om af en toe een gesprek te hebben over de vraag of de geboden hulp nog steeds nodig is? Of misschien kan de gemeente op een andere manier helpen? Zij bedoelt dus een meer positieve insteek voor die gesprekken. Het lid HAIJEN vindt die opmerking van het lid Van Pijpen terecht. Het is zeker ook goed om vinger aan de pols te houden. Het kan prettig zijn om een gesprek te hebben.
In dit geval ligt de nadruk meer op de onnodige herindicaties. Wethouder SCHOLTES antwoordt het lid Runderkamp dat het inderdaad frustrerend voor mensen kan zijn om bij herindicaties al die soms vernederende vragen opnieuw te moeten beantwoorden. Het is belangrijk dat onnodige herindicaties achterwege gelaten worden. De administratieve lasten moeten verder verlaagd worden, met specifiek aandacht voor het herindicatieproces. Ook de bejegening moet verbeteren, waarvoor cliënten en Argonaut bij elkaar gebracht worden om ervaringen uit te wisselen. Ook komt aandacht voor de duur van de indicaties. Voor HbH worden vaak al langere indicaties afgegeven, van vijf of soms zelfs zeven jaar. Wat betreft het digitale moeten mensen ook mee kunnen komen, dus niet alles digitaal doen omdat het digitaal kan. Wel kan het een hulpmiddel zijn om het ophalen van informatie makkelijker te maken. Het maatwerk vindt echt nog steeds plaats op basis van gesprekken. Niet alles gaat via de computer. Digitalisering dient voor het verlagen van de administratieve lasten, niet voor het bevorderen van langdurige indicaties. Voor mensen die digitaal minder vaardig zijn moet er verder altijd een alternatief zijn. Ondersteuning is ook belangrijk. Er vinden gesprekken plaats om de samenwerking met Argonaut te verbeteren.
Ook moet voorkomen worden dat vraagstukken onnodig lang blijven liggen als de samenwerking niet zo soepel verloopt. Dat gebeurt door het intuïtiever maken van het
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023
aanleverproces. Door digitalisering zou er minder incomplete informatie binnen moeten komen. Dat scheelt weer extra doorvragen bij de buurtteams en bij Argonaut. Daarbij worden de formulieren in het registratiesysteem tussen Argonaut en het buurtteam vereenvoudigt. Afgesproken is dat Argonaut in het vervolg direct informatie opvraagt bij Amsterdammers als men merkt dat de aanvraag die binnenkwam via de buurtteams incompleet is. Het hoeft dan dus niet meer via de buurtteams te gaan. De buurtteams zijn ook bezig met het opleiden van aandachtsfunctionarissen pgb. Er is een hulplijn opgericht om het contact tussen Argonaut en de buurtteams te verbeteren. Het lid RUNDERKAMP schetst de situatie dat Argonaut een indicatieadvies heeft afgegeven dat de gemeente door omstandigheden niet direct heeft gehonoreerd. Vijf jaar later moet de Amsterdammer dan voor een herindicatie verschijnen. Het advies wordt dan, volgens dezelfde beleidsregels, opnieuw in eerste instantie afgewezen. Dit leidt tot grote frustratie van de Amsterdammer. Hij vraagt of in de gesprekken met Argonaut naar dit soort situaties gekeken is. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat dit meegenomen zal worden in de gesprekken. Hij antwoordt het lid Van Pijpen dat bij de eerste aanvraag wordt gekeken of een Amsterdammer recht heeft op de voorziening, en wat er nodig is.
Vaak is het gevoel dat bij een herindicatie wordt gekeken of de betrokkene wel recht heeft op die voorziening. Maar dat is absoluut niet de insteek. Het gaat erom te beoordelen of de voorziening nog steeds passend is. Hij is het eens dat het daarbij moet gaan over de vraag hoe de gemeente de betrokkene kan helpen om mee te doen in de samenleving. Het recht op de voorziening komt alleen aan de orde bij het begin, bij de eerste indicatie. Hij hoort graag meer over verhalen uit het veld die het lid Van Pijpen heeft gehoord. Voor zover hij weet worden de aandoeningen van een cliënt niet geregistreerd. Het gaat echt om de hulpvraag. Het lid VAN PIJPEN antwoordt dat zij doelt op wat in het gesprek wordt gevraagd, en de eisen die worden gesteld die uiteindelijk misschien niet in de registratie terechtkomen, maar wel tot situaties leiden zoals zij die vertelde, van het kind dat verplicht was mee te komen naar een gesprek om te laten zien dat het werkelijk die aandoening had. Wethouder SCHOLTES kan de casus moeilijk beoordelen. Hij is bereid om deze nader te onderzoeken. Het lid VAN PIJPEN is daar blij mee. Zij wil wel graag kunnen rekenen op de professionaliteit van Argonaut. In de brief heeft de wethouder het ook over de bejegening. Daarbij helpt het te weten welke methodiek wordt gebruikt en welke grenzen aan de professionaliteit worden gesteld.
Op zichzelf zegt ‘bejegening’ niet zoveel. Zij vraagt of daarbij ook de methodiek van de Amsterdamse maatwerkmethode wordt toegepast. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat de Amsterdamse maatwerkmethode niet specifiek over bejegening gaat. In ieder geval wordt gepraat over bejegening met Argonaut en Cliëntenbelang. Het is een belangrijk aandachtspunt. Hij herhaalt dat hij deze casus nader wil onderzoeken om mee te nemen in de gesprekken met Argonaut. Hij antwoordt het lid Haijen wat betreft onnodige herindicaties dat hij wil leren van de ervaringen in het verleden. Het is daarbij zaak op zoek te gaan naar bepaalde generieke kenmerken op basis waarvan je kunt beoordelen of er een korte of juist lange indicatie kan worden afgegeven. Dat gebeurt nu al met 80-plussers of mensen met een chronische fysieke beperking. Het lid HAIJEN heeft vertrouwen in de verbeterpunten die de wethouder noemt. Hij vraagt of de wethouder de raad te zijner tijd wil informeren als het beter gaat.
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023
Wethouder SCHOLTES zegt dat toe. Hij vindt het een belangrijk punt. Het lid VAN PIJPEN vraagt of bij het verdere vervolg de ervaringen van Argonaut of van de gebruikers meegenomen worden. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat de ervaringen centraal staan in de gesprekken die gevoerd worden. De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende besproken is. Publieke Gezondheid en Preventie 12. De onderzoeksresultaten van het onderzoek ‘Jongvolwassenen over hun gezondheidssituatie tijdens en na corona’ uitgevoerd door stichting Alexander (VN2023-023014) Het lid DE JONG merkt op dat er een klankbord is geweest vanuit de GGD om te kijken naar de kwaliteit van leven van jongeren voor, tijdens en na corona. Vanuit de GGD regio Amsterdam hebben maar liefst twee mensen meegedaan aan dit kwalitatieve onderzoek. Het lid WEHKAMP vindt dat een suggestieve opmerking. Dit gaat over een breed onderzoek over heel Nederland, met toevallig maar twee deelnemers uit de regio Amsterdam. Je kunt van de resultaten over heel Nederland echt wel wat zeggen. Het lid DE JONG reageert dat er een focusgroep is geweest van maximaal 54 mensen waarbij geprobeerd is het te extrapoleren naar 17 miljoen mensen. Dit hele onderzoek slaat nergens op. Het lid WEHKAMP vraagt of het lid De Jong bekend is met kwalitatief onderzoek. Dat gaat niet over cijfers. Dit is diepgravend onderzoek, kijkend naar de verhalen.
Dat doet Stichting Alexander perfect. Dit is antropologisch, geen sociologisch onderzoek. Het lid DE JONG merkt op dat je bij een kwantitatief onderzoek iets kan met de data. Kwalitatief betekent hierbij niet hoogstaand onderzoek, want dat was het niet. Er waren vier aanbevelingen. Ten eerste te erkennen dat corona moeilijk was voor jongeren. Ten tweede dialoog. Ten derde het ondersteunen van sociale contacten en ten vierde helpen om te gaan met stress. Hij vraagt de wethouder wat die van dit rapport heeft geleerd. Het lid WEHKAMP vond dit een geweldig rapport. Zij kent Stichting Alexander als een stichting die diepgravend in gesprek gaat met jongeren, die jongeren erg serieus neemt. De ervaringen kan je alleen maar ophalen als je echt in gesprek gaat. Een van de adviezen uit het rapport is om met jongeren in gesprek te gaan over wat zij nodig hebben in verband met mentaal welzijn. Amsterdam doet daar ook veel aan. Geadviseerd wordt ook om interesse te tonen in hoe de jongeren zich voelen. Zij vraagt of de wethouder ook zelf dit soort diepgaande gesprekken wil gaan voeren met de jongeren. Het lid DE JONG wijst erop dat voor veel van de problemen die worden aangekaart in het rapport al een plan bestaat, zoals Thrive. Hij vraagt het lid Wehkamp wat zij nog aan extra inzichten heeft gekregen aan de hand van dit rapport.
Het lid WEHKAMP antwoordt dat het rapport gaat over de ervaringen. Die lees je pas als je de antwoorden van de jongeren hoort. Is het dat JA21 de waarde van antropologisch onderzoek niet inziet?
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023
Het lid DE JONG vraagt welk nieuw inzicht het lid Wehkamp heeft gekregen door dit rapport. Het lid WEHKAMP antwoordt dat de verhalen van de jongeren inzicht geven. Het is goed als de gemeente die gesprekken met jongeren blijft voeren. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat 50 interviews redelijk veel is voor kwalitatief onderzoek. Het is overigens geen Amsterdams, maar een landelijk onderzoek. Het bevestigt de richting die de gemeente met Thrive is opgegaan: het geeft erkenning, biedt laagdrempelige hulp en zorgt voor uitwisseling. In het kader van Thrive was hij niet lang geleden in gesprek met jongeren in west in verband met mentale gezondheid. Hijzelf heeft daar veel van geleerd. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 23.03 uur.
26