CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept verslag OZA

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 22 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 1 november 202314.651 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Raadscommissieverslag, 01 november 2023

Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Woensdag 1 november 2023 van 19.30 tot 23.03 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 22 november 2023 Voorzitter: het lid Alberts Portefeuillehouders: wethouder Moorman, wethouder Scholtes Commissiegriffie: N. Bakkali, K. van Klooster Verslaglegging: M. Kuiper (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: de leden Alberts (SP), Bouhassani (PvdA), Von Gerhardt (VVD), Haijen (SP), De Jong (JA21), Molema (JA21), Perdok (Lijst AhmadiVeldhuyzen), Van Pijpen (GroenLinks), Runderkamp (PvdA), Staartjes (VVD), Yemane (GroenLinks), Wehkamp (D66), Wijmenga (CDA), Yacoubi (DENK) Afwezige commissieleden: de leden Hakiki (DENK), Kabamba (Lijst Kabamba), Smits (Volt) Overige aanwezigen:

ALGEMEEN GEDEELTE

1. a. Opening De VOORZITTER opent de vergadering om 19.34 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen De VOORZITTER dankt mevrouw Nanninga voor haar voorzitterschap. Zij was een strakke leidster van deze commissie. Zij heeft afmeldingen ontvangen van het lid Kabamba van Lijst Kabamba en van het lid Smits van Volt. Wethouder SCHOLTES doet de volgende mededelingen.  In Het Parool stond het verhaal van de studente Isis Drost die een oudere Amsterdamse heeft kunnen helpen, een vrouw die na een val al drie dagen vastzat in haar huis. De studente was aan haar verbonden via het project Zorgmaat, dat loopt in stadsdeel Zuid via de sociale basis van de stichting SINA. Daarin worden mbo- en hbo-studenten verpleegkunde en sociaal werk gekoppeld aan vaak eenzame ouderen in de buurt. Zij was aan die oudere gekoppeld en had een tijdje niets gehoord, dus ging zij langs. Dankzij haar alerte optreden is de mevrouw in kwestie toch gered. Aan de studente is de Amsterdamse Heldenspeld overhandigd.  Hij heeft in de commissie OZA van 4 oktober jl. een toezegging gedaan naar aanleiding van vragen van de leden Van Pijpen en Mangal over een verbeterde ondersteuning van mantelzorg, op weg naar een dementievriendelijke gemeente. Hij had toegezegd daarvan meer werk te zullen maken.

In het eerste kwartaal van 2024 krijgt de commissie van hem het actieprogramma Age Friendly City, waarin daarop ingegaan

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023

wordt. Daarbij zullen ook mantelzorgers betrokken worden die zich er niet van bewust zijn dat ze eigenlijk mantelzorgers zijn. Ter afdoening van toezegging TA2023687 meldt hij dat hij daarmee op verschillende manieren bezig is. In de contractgesprekken met aanbieders zijn personeelstekorten en bureaucratie een vast onderdeel. Binnen Amsterdam Vitaal & Gezond en de coalitie Arbeidsmarkt en Onderwijs wordt samen met werkgevers gezocht naar manieren om professionals te faciliteren in hun werk, en dat werk ook aantrekkelijker te maken. Ook binnen de Hervormingsagenda Jeugd wordt gezocht naar partners om de lasten te verlichten. Binnen de coalitie Digitale Zorg in Amsterdam Vitaal & Gezond zoekt men naar manieren om de zorgprofessionals te ontlasten, bijvoorbeeld via de huisartsen. Er wordt ook gewerkt aan een digitale voordeur in samenwerking met Zilveren Kruis, Cliëntenbelang, ELA en Sigra. Ook Dolce Vita moet bijdragen aan een optimale inzet van mens en middelen. Sigra organiseert in februari een evenement ‘Ontregelde zorg’, een initiatief van het Actieleerwerk. Daarbij wordt samen met het ministerie gekeken hoe bureaucratie nog verder verminderd kan worden. Hij houdt de commissie op de hoogte van relevante resultaten.

De VOORZITTER vraagt de wethouder de laatste mededeling, gezien haar lengte, schriftelijk te herhalen. Wethouder MOORMAN doet de volgende mededelingen.  Er is door de leden gevraagd naar de analyse van de afgelopen loting en matching. Die is te vinden op de site van OSVO.  Sharon Stellaard heeft een indrukwekkend proefschrift geschreven onder de titel ´Boemerangbeleid´. Het gaat over 50 jaar jeugdzorgbeleid. Zij heeft veelvuldig contact met Sharon Stellaard, die ook bijdraagt aan de visiebrief die hopelijk voor het einde van het jaar voorgelegd kan worden aan de commissie. Op 28 november wil Sharon Stellaard graag haar proefschrift presenteren aan de commissieleden. Zij raadt de leden aan zich daarvoor aan te melden. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER meldt dat zich voor de agendapunten 3 en 4 geen sprekers hebben aangemeld. Het lid Wehkamp stelt voor agendapunt 9 van de agenda af te voeren. Zij concludeert dat de commissie ermee akkoord gaat de punten 3 en 4 te hameren en punt 9 van de agenda af te voeren. Met inachtneming van het voornoemde wordt de agenda conform vastgesteld.

d. Conceptverslag van de vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 18 oktober 2023 Het verslag wordt conform vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille Er worden geen opmerkingen gemaakt.

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023

f. TKN-lijst De VOORZITTER maakt melding van het verzoek van het lid Van Pijpen voor bespreking bij de volgende vergadering van TKN-3. Het lid PERDOK heeft een vraag over TKN-2. Zij vraagt dat stuk te agenderen voor de volgende vergadering. De VOORZITTER constateert dat de commissie met de verzoeken akkoord gaat. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen stukken binnengekomen. INHOUDELIJK DEEL 2. a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk gedeelte van de vergadering. b. Inspreekmoment publiek Er zijn geen insprekers. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten ingebracht. d. Rondvraag Het lid MOLEMA las afgelopen week in Het Parool dat een docent van het Huygens College op non-actief is gesteld vanwege het uitspreken van steun aan Israël na de moordpartij op Hamas. Daarbij werd niet duidelijk wat de afspraken precies inhielden, wat het moeilijk maakt iets te zeggen over de proportionaliteit van de maatregel. Het bestuur liet weten dat van docenten verwacht mag worden dat zij zich in conflictsituaties neutraal opstellen. De suggestie werd daarmee gewekt dat de schorsing niet te maken had met de ernst van de uitspraken, maar met het feit dat de docent in kwestie Israël steunde. Het gaat hierbij om de vrijheid van meningsuiting.

Weet de wethouder van meer gevallen van disciplinaire maatregelen die getroffen zijn tegen semi-overheidspersoneel vanwege steun aan Israël? Zijn er in semi-overheidsinstellingen of binnen de gemeenterichtlijnen voor waar de grenzen van vrijheid van meningsuiting liggen? Wethouder MOORMAN antwoordt dat er vanuit de gemeente geen richtlijnen zijn voor overheidspersoneel. De docenten zijn natuurlijk ook niet in dienst bij de gemeente. Het lid DE JONG merkt op dat de huisartsenpost VU MC dreigt te sluiten, nu ook de spoedeisende hulp daar wordt afgeschaald. Hij vraagt of de bereikbaarheid van de spoedhuisartsenzorg meegenomen wordt in de uitvoering van de motie over het in kaart brengen van de huisartsenzorg in Amsterdam.

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023

Wethouder SCHOLTES heeft inderdaad begrepen dat de huisartsenpost op de locatie VU MC mogelijk gaat sluiten. Daar zou overigens nog interne discussie over zijn. Hij weet niet of dit bij de uitvoering van de motie wordt meegenomen. De inventarisatie ging over reguliere huisartsenpraktijken, terwijl het in dit geval gaat over de organisatie van acute zorg. Dat lijkt hem een andere vraag. Het lid DE JONG vraagt de wethouder dit toch mee te nemen in de analyse. Huisartsenzorg moet overdag en ’s nachts natuurlijk goed geregeld zijn. Wethouder SCHOLTES blijft erbij dat reguliere huisartsenzorg echt iets anders is dan de vraag hoe je de acute zorg organiseert. De huisartsenzorg bij de spoedeisende heeft een soort triagefunctie, waarbij men de minder spoedeisende gevallen kan afvangen. Als de spoedeisende hulp wordt geconcentreerd op de locatie AMC is het begrijpelijk dat de locatie VU MC die huisartsenpost minder nodig heeft. Er kwamen daar sowieso al weinig patiënten. Hij is bereid te overleggen of de vraag van het lid De Jong logisch is, maar hij kan het nog niet toezeggen. Het lid VON GERHARDT heeft berichten ontvangen dat tientallen joodse kinderen zich niet meer veilig voelen op hun school. Gevraagd werd een overplaatsing te krijgen naar een joodse school. Dat zijn verschrikkelijke berichten om te lezen. Hij vraagt om hoeveel kinderen het gaat.

Neemt het aantal nog toe? Welke stappen heeft de wethouder gezet? Komt dit van bepaalde scholen, of is dit verspreid over de hele stad? Hij vraagt de commissie op de hoogte te houden van de ontwikkelingen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er drie joodse scholen zijn in de stad. Belangrijk om te weten is dat alleen kinderen met een joodse moeder naar deze scholen kunnen. Daaraan houdt men ook in de komende periode vast. De scholen geven aan dat het gaat om twee groepen leerlingen die instromen, namelijk kinderen die uit Israël terugkomen en een aantal overstappers uit Amsterdam. Er wordt geen concreet aantal genoemd, maar het gaat niet om tientallen overstappers. Er wordt aangegeven dat er soms een zorgbehoefte is. Soms is er sprake van trauma en angst door relaties met familie en vrienden in Israël. Er is gevraagd of daarvoor extra ondersteuning mogelijk is. Daarover heeft zij contact met het samenwerkingsverband. De scholen willen sowieso passend onderwijs geven, ook omdat er geen speciaal joods onderwijs is. Er wordt ook gesproken met reguliere, niet-joodse scholen, waar ook veel joodse kinderen zitten. Het mag niet zo zijn dat een kind op basis van zijn identiteit wordt uitgesloten of gepest. Er is een handreiking gegaan vanuit de PO/VO-raad over de wijze waarop omgegaan moet worden met dit soort gedrag.

Zij heeft naar aanleiding van de projecties op het Anne Frankhuis veelvuldig contact met de Nationaal Coördinator Anti-semitismebestrijding Eddo Verdoner, om te kijken hoe samen een steunpunt ingericht kan worden, voor als er op scholen sprake mocht zijn van handelingsverlegenheid. Zij heeft de heer Verdoner een paar dagen geleden gesproken om dit verder te brengen. Het moet gekoppeld worden aan het Meldpunt Discriminatie en Racismebestrijding. Er moet alles gedaan worden om ervoor te zorgen dat iedereen in Amsterdam zich veilig en vrij weet. Het lid VON GERHARDT vraagt of de joodse kinderen zich op bepaalde scholen minder veilig voelen. Of is het iets wat speelt in de hele stad? En als het gaat om bepaalde scholen, gaat de wethouder daarmee dan in gesprek om uit te vinden wat er misgaat en wat gedaan kan worden om de kinderen met een veilig gevoeg naar school te laten gaan? Wethouder MOORMAN heeft daarop geen zicht. Zij heeft OSVO gevraagd er alert op te zijn. Ook heeft zij de ervaringen gehoord van de schooldirecteuren van ZAAM. In Amsterdam komen antisemitisme en moslimhaat voor. Je moet je altijd teweerstellen tegen vormen van discriminatie. Het mag niet door handelingsverlegenheid toegedekt

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023

worden. Als blijkt dat dit op bepaalde typen scholen meer plaatsvindt, geeft dat natuurlijk aanleiding om daar meer aan te doen. Het lid YEMANE hoorde vorige week bij een bijeenkomst georganiseerd door Young Amsterdam in Nieuw-West hoe goed het was om met elkaar in gesprek te blijven. Er gebeurt al veel op scholen. Faciliteert men de docenten om over dit soort thema’s in gesprek te gaan? Wethouder MOORMAN denkt dat het goed is dat gesprek te voeren. Het helpt om elkaars pijn te leren begrijpen. De gemeente is al veel langer bezig met het Amsterdammerschapsprogramma, van waaruit scholen worden ondersteund om de dialoog zoveel mogelijk te faciliteren. Een steunpunt kan ook belangrijk zijn, omdat de docenten vaak zoekende zijn naar wat er in een situatie gedaan kan worden. Zij is trouwens onder de indruk van wat scholen al aan materiaal hebben. Het lid WEHKAMP las een artikel in Het Parool over het griepseizoen. Daardoor zijn er extra grote lerarentekorten op scholen. De uitzendkrachten komen met bepaalde eisen die gehonoreerd moeten worden, want anders gaan ze elders werken. Haar collega Rooderkerk heeft in een motie opgeroepen om iets te doen aan de zzp’ers. Er is daarvoor nu een interne pool van schoolbestuurders voor. Zij vraagt wat de invloed van die pool is met betrekking tot de extra eisen die gesteld worden door de uitzendkrachten.

Kan deze pool snel worden uitgebreid buiten de 100 scholen? Blijft de wethouder zich daarvoor inzetten? Wethouder MOORMAN antwoordt dat de griep jaarlijks terugkomt. Daarom wordt er gratis aan de docenten een griepprik verstrekt. Deze is natuurlijk vrijwillig. Er zijn partijen die met de uitval van docenten hun kans schoon zien. Het zou goed zijn als er stedelijke afspraken over de omgang met zzp’ers worden gemaakt door de schoolbesturen; de gemeente kan die niet opleggen. Er is al een stedelijke afspraak over het maximeren van het bedrag dat aan zzp’ers wordt uitbetaald. Ook zijn er schoolbesturen die er helemaal mee willen stoppen. Het lid WEHKAMP herinnert aan eerdere besprekingen van de situatie bij Klein Amsterdam. Daarbij werd zorg uitgesproken over de leraren en de kinderen, maar ook over de bijzondere vorm van onderwijs die dreigt te verdwijnen in Amsterdam. D66 vindt dat je moet kiezen voor een school die bij de kracht van je kind past. Klein Amsterdam bood bijzonder onderwijs, hoewel er zeker wat aan de kwaliteit van het onderwijs gedaan moest worden. De medezeggenschapsraad van Klein Amsterdam heeft negatief geadviseerd op de sluitingsplannen. 90% van de ouders heeft de wens dat Klein Amsterdam als bestaande school doorgaat. Dat is niet gek, want Klein Amsterdam biedt een ander soort onderwijs in de omgeving.

De ouders willen dat er werk wordt gemaakt van de aanbevelingen van de onderwijsinspectie. Op dit moment lopen er gesprekken met vier schoolbesturen over de vraag hoe de school kan blijven bestaan, maar er is weinig tijd. De school zou tegen de kerst sluiten. Zij vraagt of er iets meer tijd gegeven kan worden voor het onderzoeken van een doorstart. En mocht de school toch sluiten, dan hebben veel ouders zorgen over waar hun kind terechtkan. Soms zijn de scholen ver uit de buurt. Sommige scholen accepteren alleen kinderen uit bepaalde groepen, waardoor broertjes en zusjes op ver van elkaar verwijderde scholen geplaatst zouden worden. Zij hoopt dat de wethouder Onderwijs er alles aan zal doen om scholen niet zomaar te laten vallen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat geen enkel schoolbestuur bereid is om Klein Amsterdam over te nemen. De reden daarvoor is wat het schoolbestuur al zei: de kwaliteit is zeer zwak, het team bestaat uit niet meer dan een paar bevoegde docenten, en daarnaast zzp’ers. Die kunnen de opgave die door de inspectie is opgelegd niet waarmaken. Daarbij verkeert de school in een heel ingewikkelde financiële positie. De

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023

gemeente heeft geen enkele rol bij een eventuele doorstart. Er staat nog wel een groot vorderingsbudget bij het bestuur van Klein Amsterdam. Het gaat om een bedrag van acht ton waarvan de besteding nu niet verantwoord kan worden conform de bedoeling. Wel is aangegeven dat de gemeente op dit moment die vordering niet doet, omdat er anders een acuut liquiditeitsprobleem zou ontstaan. Uiteindelijk gaat het natuurlijk om de vraag op welke manier de betrokken kinderen goed onderwijs kunnen krijgen. Gisteren is vanuit de Raad van Toezicht een brief aan alle ouders gestuurd met een inventarisatie van de scholen waar ze hun kinderen eventueel willen laten plaatsen. Er wordt ook een inventarisatie gemaakt van alle beschikbare plekken in AmsterdamNoord. Ouders worden daar aan het eind van deze week op de hoogte gesteld. Daarna wordt een match gemaakt tussen de ouders die willen overstappen en de plekken die beschikbaar zijn. Het lid WEHKAMP vraagt of het klopt dat de plekken die nu genoemd zijn nog niet definitief zijn. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er nog geen plekken zijn genoemd. Er is alleen een inventarisatie gedaan bij ouders, die hun voorkeur kunnen aangeven. Het lid YEMANE vraagt hoe de gemeente eraan kan bijdragen dat het aanbod van algemeen bijzonder onderwijs gestimuleerd kan worden in Noord, of misschien ook in andere stadsdelen.

Wethouder MOORMAN antwoordt dat het begrijpelijk is dat het voor de betrokken ouders en kinderen heel naar is. Hun school is niet meer de plek waar zij de toekomst van hun kinderen zagen. Er is in Amsterdam meer bijzonder dan openbaar onderwijs. Er is door Den Haag wel meer ruimte geboden voor meer onderwijsinitiatieven, maar zij is van mening dat de betreffende wet niet leidt tot beter onderwijs, en wel tot meer segregatie. Zij is ervan overtuigd dat Amsterdam geen behoefte heeft aan meer schoolbesturen dan de grote hoeveelheid die er al is. Het lid DE JONG vraagt of de wethouder die acht ton nog gaat terugvorderen als het doek gevallen is voor de school. Wethouder MOORMAN zegt toe dat zij zal laten weten hoe zij daarmee omgaat. Het kan zijn dat er tegen die tijd niets meer is om te vorderen. Het lid YEMANE vraagt met betrekking tot de agendapunten 3 en 4, die niet verder behandeld worden, of er ook mogelijkheden zijn dat de raad een commissie aanstelt die bijvoorbeeld een keer in de twee jaar met deze leden van de Raden van Toezicht in gesprek gaat over de voortgang en hoe het gaat binnen het onderwijs. Ten slotte stelt de raad de leden ook aan. Wethouder MOORMAN antwoordt dat het de commissieleden vrij staat om dat te doen, maar met de aantekening dat het niet behoort tot de rol van de raad.

Bij de samenstelling van de Raad van Toezicht voor openbaar onderwijs is er een rol van de raad bij de benoeming. Ook heeft de gemeente een toezichthoudende rol. Twee keer per jaar worden er daarvoor gesprekken gevoerd. Er wordt ook jaarlijks een rapportage gestuurd over de financiële stand van zaken bij de verschillende scholen. Maar er is geen sprake van een functioneringsgesprek met de Raad van Toezicht. Het lid YEMANE vindt het merkwaardig dat de raad wel benoemingen doet, maar niet weet waarmee men dan akkoord gaat. Wethouder MOORMAN antwoordt dat het een begrijpelijke vraag is, maar op deze manier is het wettelijk geregeld. De raad gaat over de benoeming en geeft daarmee eigenlijk een mandaat. De raad zegt met de benoeming eigenlijk dat hij het RvT-lid geschikt acht om toezicht te houden op het openbaar onderwijs.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023

BESPREEKPUNTEN Onderwijs 5. OHP 2024 primair onderwijs, voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs en overige onderwijsinvesteringen (VN2023-022013) Het lid WIJMENGA heeft goed gekregen naar de verschillende toelichtingen, namelijk over wat wel of niet wordt toegekend bij aanvragen, of het niet stiekem politiek is, of dat aanvragen worden afgewezen omdat ze inhoudelijk niet goed genoeg zijn. De toelichting is nu beter dan vorig jaar. Zij vraagt of bepaalde zaken niet worden gefinancierd die je wel zou willen financieren, maar dat er geen geld is vanwege stijgende kosten. Worden aanvragen niet gehonoreerd om andere inhoudelijke redenen? Verder wil zij weten hoe het zit met de aanvraag waarbij staat dat het niet haalbaar is in 2024. Hoe wordt dat beoordeeld? Scholen hebben wel ingediend. Worden die bedragen automatisch meegenomen naar het volgend jaar? Het lid YEMANE vraagt of er voorwaarden gesteld kunnen worden met betrekking tot het inclusief huisvesten. In het rapport van 2022 van de onderwijsinspectie staat dat te veel scholen niet rolstoeltoegankelijk zijn, of dat er niet voldoende ruimtes zijn voor verpleegkundige handelingen. Welke rol kan de gemeente daarbij spelen? De gemeente gaat niet over de kwaliteit van het onderwijs. Toch moet die wel akkoord gaan met het verlenen van een krediet.

Zij heeft gemerkt dat ouders in bepaalde stadsdelen erg ontevreden zijn over de kwaliteit van het onderwijs. Zij snapt de wet goed, maar vraagt zich toch af of je niet met elkaar in gesprek moet blijven, waarbij je de zorgen van de ouders kan meenemen. Ten slotte vraagt zij of schoolgebouwen niet vaker multifunctioneel kunnen worden ingezet, bijvoorbeeld door gymzalen die in de avonden door sportverenigingen gebruikt worden, of door andere sociaalmaatschappelijke organisaties die altijd op zoek zijn naar ruimte. Het lid VON GERHARDT vraagt of het lid Yemane bedoelt dat als scholen van onvoldoende kwaliteit zijn, er niet meer geïnvesteerd wordt in de huisvesting. Het lid YEMANE antwoordt dat de kwaliteit van onderwijs op sommige scholen te wensen overlaat. Je zou dan afspraken kunnen maken zodat de gemeente voldoet aan haar plichten terwijl ook rekening wordt gehouden met de zorg van heel veel ouders. Het lid VON GERHARDT vindt dat een interessante gedachte. Misschien moet er door de commissie breder naar worden gekeken. Het kan een manier zijn waarop de raad kan sturen. Het lid HAIJEN is ervoor om schoolbesturen aan te spreken wanneer dat kan. Maar leidt dat niet tot een vermenging van taken? De school heeft een wettelijke taak voor de onderwijshuisvesting en het borgen van de kwaliteit is aan de inspectie.

Het lid YEMANE begrijpt dat de kwaliteit van onderwijs bij de inspectie ligt. De gemeente gaat over de investeringen. Heel veel ouders zijn echter ontevreden over de kwaliteit van het onderwijs. Zij vraagt of er toch niet ergens ruimte is om het gesprek hierover te voeren. Het lid WEHKAMP merkt op dat er geen goed onderwijs mogelijk is zonder goed schoolgebouw. De wethouder is bezig met het integraal jeugdplan. Dat moet een overkoepelend beeld geven van hoe je met jeugd om kan gaan. Op die manier zou zij ook het beleid van het OHP wil benaderen. Dus niet alleen kijken naar een schoolgebouw als

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023

plek voor po en vo, maar ook naar de wijze waarop kan worden samengewerkt met bijvoorbeeld jeugdzorg, VVE, BSO en kinderopvang. Het is belangrijk te weten hoeveel klaslokalen momenteel leeg staan. Daarom kijkt zij uit naar het IHP 2023-2027, waarin ingegaan wordt op de leegstand, de strategische voorraad en medegebruik. Zij vraagt of de wethouder mogelijkheden ziet om in het IHP ook ruimte mee te nemen voor organisaties zoals jeugdzorg, kinderopvang en BSO. Klein Amsterdam dreigt te sluiten. In hetzelfde gebouw van de basisschool zit nu een organisatie voor de VVE en BSO. Door de sluiting van de school komt deze organisatie ook in de problemen. In andere BSO’s in Noord zijn geen plekken meer vrij, en de organisatie heeft gezegd niet in staat te zijn om kinderen op te halen van allerlei verschillende scholen in Noord. Het is dus van belang dat de BSO wel openblijft. Maar de BSO kan niet over heel Noord kinderen ophalen. Wat gaat de wethouder doen om ervoor te zorgen dat kinderen bij een eventuele sluiting van Klein Amsterdam toch naar de BSO kunnen gaan? Scholen groeien en hebben ruimte nodig. Door gebrek aan ruimte, zei een ouder, zou Klein Amsterdam te weinig kunnen groeien. Zij is benieuwd naar de visie van de wethouder op dat verhaal. Elif moest ruimte delen met De Botteloef. Zij zag daar dat de ruimte schaars kan zijn.

Wat is de rol van de wethouder als scholen er onderling niet uitkomen? Zij vraag of dat vaker voorkomt. In mei viel er een stuk beton uit het plafond van een Rotterdamse school, iets wat volgens De Volkskrant exemplarisch was voor de staat van schoolgebouwen in Nederland. Het is van belang een goed overzicht te hebben van de bouwkundige staat van schoolgebouwen in Amsterdam. Het streven in Amsterdam was om jaarlijks vier tot vijf schoolgebouwen te vervangen, maar door de stijgende kosten kunnen dit jaar slechts twee renovaties worden toegekend. Er is een prioriteitenlijst opgesteld voor vervanging. Zij vraagt hoe voorkomen kan worden dat dit soort ongelukken in Amsterdam kunnen gebeuren. En hoe zorg je dat vervanging zo efficiënt mogelijk gebeurt? Voorkomen moet worden dat ieder schoolbestuur het wiel opnieuw moet uitvinden. Het lid VON GERHARDT merkt op dat in december gesproken zal worden over het integrale huisvestingsplan. Dan krijgt de raad inzicht in de huidige leegstand en in de rangorde die het lid Wehkamp zojuist noemde. Er worden nu ook investeringen voor 2024 vastgelegd. Graag hoort hij van de wethouder wat voor effect de dingen die over een maand vastgesteld wordt, hebben op wat nu al vastgesteld wordt.

Waarom moet dit nu gebeuren, en niet na het vaststellen van het IHP? Wat waren de effecten geweest als het IHP eerder was vastgesteld op de uitkomsten die er vandaag liggen? Het lid RUNDERKAMP vond het opvallen dat er bij het huisvestingsprogramma vorig jaar veel geld ging naar Amsterdam Zuid. Dat had te maken met een incidentele uitgave aan een bepaalde school. Dit jaar is dat veel mooier gespreid is over de zeven stadsdelen en het stadsgebied. Hij ziet uit naar de bespreking van het IHP in december. Wethouder MOORMAN antwoordt het lid Von Gerhardt dat er een IHP bestaat dat vier jaar geleden ook beleidsrijk is gemaakt. Men vond het belangrijk dat er breder werd gekeken dan het stapelen van stenen. Daarbij hoort ook beleid en een kader. Dat komt allemaal terug in december. Vanuit het IHP komen de onderwijshuisvestingsplannen die jaarlijks worden vastgesteld. Op basis daarvan wordt geld beschikt. Het moet tijdig beschikt worden voor de schoolbesturen, die moeten weten waar ze aan toe zijn. Zij is blij dat de commissie hiernaar met de bril van het IHP kijkt. Het is niet gek dat de raadsleden vragen stellen over kwaliteit. Een schoolgebouw is veel meer dan een stapel stenen. Er zijn ook ontwikkelingen binnen de onderwijshuisvesting die daarop drukken. De stijging van de bouwkosten maken dat minder gerealiseerd kan worden met dezelfde pot geld.

Tegelijkertijd is samen afgesproken dat er een plafond moet zijn. Dat is afgesproken op 110 miljoen euro. Elke keer zal gekeken moeten worden wat haalbaar is en wat niet. Tot op heden lukt het zonder dat er dingen af moeten vallen.

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023

Zij antwoordt het lid Wijmenga dat als iets niet haalbaar wordt geacht, dat doorschuift naar het volgend jaar. Dezelfde aanvraag moet dan opnieuw worden ingediend. Zij antwoordt het lid Yemane dat scholen wettelijk verplicht zijn om toegankelijk te zijn voor leerlingen met een fysieke beperking. In die zin zijn alle scholen inclusief. Nieuwe schoolgebouwen zijn altijd IKC’s, en Klein Amsterdam maakt daarop geen uitzondering. Dat staat zo in de verordening. Een andere vraag is of er geen ruimte moet zijn voor zorg in de school, om te voorkomen dat kinderen een doorverwijzing krijgen naar het speciaal onderwijs en in de school ambulante ondersteuning kunnen krijgen. Het is normaal om remedial teaching te bieden. Een zwaardere zorgtaak hangt af van de ruimte, en dat zit niet in de verordening. Als de raad dat toch wenst, zal dat ook een grote financiële component hebben. De VNG lobbyt al zo’n vijftien jaar over de onderwijshuisvestingsmiddelen, die zeer tekort schieten. Wat gebeurde in Rotterdam is daar een voorbeeld van. Het is noodzakelijk dat er meer middelen beschikbaar komen voor onderwijshuisvesting. Amsterdam maakt daarvoor al heel veel vrij, iets wat je terug kan zien in de stad.

Zij wil heel graag dat er gebouwen beschikbaar zijn voor inclusief onderwijs, maar als de verordening zo wordt aangepast dat er ook veel zorgruimte komt binnen schoolgebouwen, weet zij op dit moment niet hoe dat financieel gerealiseerd kan worden. Zij stelt voor de VNG te ondersteunen in haar lobby. Zij vond de gedachte van het lid Yemane heel interessant. Als je een koppeling wilt maken tussen kwaliteit en onderwijshuisvestingsmiddelen, hoe moet dat dan? Je kunt inderdaad zeggen dat er geen middelen meer worden verstrekt als het onderwijs op een school zwak of zeer zwak is. Dat kan verstrekkende gevolgen hebben. Het is niet zo dat een school met het predicaat ‘zwak’ of ‘zeer zwak’ niet zou kunnen groeien. In het verleden is gebleken dat scholen met het predicaat ‘zwak’ heel populair kunnen zijn. Het lid YEMANE vraagt of er een beeld is van het kostenplaatje. Scholen moeten allemaal rolstoeltoegankelijk zijn, maar de praktijk is soms anders. Wethouder MOORMAN antwoordt dat rolstoeltoegankelijkheid verplicht is voor scholen. Als een leerling aangeeft bij een school dat het gebouw niet geschikt is voor iemand met zijn beperking, dan zal de school aanpassingen moeten maken. Daarover heeft zij het niet als zij het heeft over het kostenplaatje.

Zij heeft het bijvoorbeeld over mengvormen van speciaal en regulier onderwijs, waarmee voorkomen kan worden dat kinderen naar het speciaal onderwijs moeten. De zorg die geboden moet worden, vergt grote aanpassingen en veel ruimte. Als je dat voorschrijft in de verordening, zullen de kosten heel hoog zijn. Zij stelt voor dat onderdeel te laten zijn van de landelijke beweging. Het is zeker niet zo dat scholen die het predicaat ‘zwak’ krijgen, meteen ophouden met groeien. Maar soms gebeurt dat wel, waarmee beginnende scholen dan niet voldoen aan de afgesproken prognoses. En dan is de gemeente ook niet gebonden aan de onderwijshuisvestingsverplichtingen. BSO en kinderopvang zitten bijna altijd al in nieuwe schoolgebouwen. Zij antwoordt het lid Wehkamp dat bij de visie op jeugdzorg die nog zal verschijnen, ook gekeken zal worden naar de koppeling met onderwijs. Er worden afspraken gemaakt over het tempo van groei van scholen zoals Klein Amsterdam. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de naleving van die afspraken. Als een school meer leerlingen toelaat dan afgesproken, zal die opnieuw met de gemeente aan tafel moeten. De beschikbare vierkante meters moeten zo goed mogelijk benut worden. Klein Amsterdam kreeg meteen een eigen schoolgebouw, en vormt daarmee een grote uitzondering. Een beginnende school zal normaal gesproken het gebruik van een schoolgebouw delen.

Dat speelt bij Elif en De Botteloef. De Botteloef heeft veel ruimte in het gebouw en zit tegelijkertijd onder de opheffingsnorm. Elif is in Noord een groeiende school. Op termijn zal Elif een eigen plek moeten krijgen, voor zover de afgesproken groei doorzet. In eerste instantie moeten de vierkante meters zo goed mogelijk benut worden in medegebruik. Soms kan dat tot spanning leiden.

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023

De wetgever heeft enige jaren geleden bepaald dat het onderhoudsbudget niet meer bij de gemeente zit, maar rechtstreeks naar de schoolbesturen gaat, die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van de school. De vervangingsopgave kan wel teruggevonden worden in de onderwijshuisvestingsplannen. De schoolbesturen geven zelf aan wanneer tot vervanging overgegaan moet worden. Met het nieuwe IHP verwacht zij dat er een verschuiving naar meer middelen voor vervanging kan worden gerealiseerd. Het lid VON GERHARDT vraagt of er gevolgen waren geweest voor de gemaakte keuzes in het OHP als het andersom was gedaan. Het was dan toch gebaseerd op een ander IHP? Wethouder MOORMAN denkt dat niet. Het plafond is nu nog niet heel knellend. Als er heel scherpe keuzes moeten worden gemaakt, zal gekeken moeten worden naar het kader en de daaraan verbonden afspraken. In de toekomst is het mogelijk dat er, met het nieuwe IHP, andere keuzes gemaakt worden. Het lid WEHKAMP herhaalt haar vraag over ouders die bezorgd zijn als de BSO van Klein Amsterdam gaat sluiten, terwijl er geen andere plek is bij andere BSO’s in Noord. Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij dat moet uitzoeken. De BSO valt niet onder gemeentelijke verantwoordelijkheid. Zij zegt toe dat zij zal bekijken welke mogelijkheden er zijn. De VOORZITTER concludeert dat de raadsvoordracht gereed is voor een korte behandeling in de raad.

Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening 6. Vaststellen van de beleidsbrief Armoede en Schulden 2023 - 2026 (VN2023020764) Het lid WIJMENGA heeft gekeken naar wat andere steden doen in verband met schulden en armoede. Haarlem levert bij de beleidsbrief een heel fijn overzicht per regeling van wat wel en niet goed heeft gewerkt. Men geeft het percentage budget dat is gebruikt en een reden als het budget niet op gaat. Het kan bijvoorbeeld zijn dat mensen onvoldoende toegang hebben tot de regeling. Zij vraagt of een dergelijke toelichting ook in Amsterdam mogelijk is. Mij mist in deze brief informatie over welk beleid wel of niet goed heeft gewerkt. Zij er maatregelen geschrapt? Bij het ‘meedoen zonder belemmeringen’ wordt genoemd dat de taak van het signaleren van eventuele armoede bij de docent wordt neergelegd. Bij de werkdrukverlaging zou dan één leraar kennis hebben van alle armoederegelingen. Zij vraagt of daarvoor een cursus wordt aangeboden. Ook wordt gesproken over de schuldenrust. Zij is enthousiast over de pauzeknop en is blij dat die voortgezet wordt. Bij de halvering van de termijn bij de schuldsanering wordt een belangrijke rol gegeven aan de WSNP en de MSNP. Zij vraagt of met het schuldenbewind helder wordt wanneer die anderhalf jaar precies ingaat. Dat lijkt voor de betrokkenen vaak niet duidelijk te zijn.

Er staat dat bij de begeleiding naar een duurzaam schuldenvrij bestaan meer begeleiding nodig is. Is dat de begeleiding tijdens die anderhalf jaar? Of wordt er ook gesproken over meer nazorg? Soms is er een schrijnend personeelstekort waardoor goede voornemens niet goed uitgevoerd kunnen worden. Zij vraagt of dat bij het opstellen van dit document een rol heeft gespeeld. Het lid STAARTJES deelt de opvatting dat dit in lijn is met eerder gemaakte afspraken. In de brief staat dat 17% van de huishoudens een minimahuishouden is

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023

volgens de nog te publiceren armoedemonitor. Dat komt neer op 73.430 huishoudens, wat volgens zijn eigen berekeningen 15,4% van het totaal aantal huishoudens is. Die cijfers zijn van de MRA en O+S in 2021. Dit toont aan dat het moeilijk is grip te krijgen op de omvang van de problematiek. Opvallend is het dat de MRA over dit onderwerp praat, want op welk niveau moet het probleem aangepakt worden? Zijn voorgangster Hoogtanders schreef dat Amsterdam moet stoppen met het verzinnen van steeds weer nieuwe regelingen voor elke vorm van armoede. In plaats daarvan heeft de gemeente de taak het bestaande aanbod te vereenvoudigen en breder toegankelijk te maken. Dat is in lijn met de aanbevelingen van de Commissie Sociaal Minimum. Deze Commissie roept op om landelijk te doen wat landelijk kan, maar dat is wel in strijd met het decentralisatiebeginsel zoals in de Gemeentewet is vastgelegd in artikel 117. Het uitgangspunt is: decentraal wat kan, landelijk wat moet. Zijn fractie vertrouwt erop dat de Rijk zich aan die opdracht zal houden. De reactie van de minister van Sociale Zaken op het advies van de Commissie stemt hem wat dat betreft hoopvol. Het gaat erom dat er een duidelijk afgebakend takenpakket komt met duidelijk afgebakende verantwoordelijkheden. Dit moet volgens de minister worden bezien in het geheel van verantwoordelijkheidsverdelingen tussen Rijk en gemeente.

Dat is een opgave waar de minister van Binnenlandse Zaken al aan de slag is. Hij stelt voor om daarop te wachten. Het is spijtig dat het college zich nadrukkelijk op het standpunt stelt dat de oplossing bijna alleen bij het Rijk te vinden is. Volgens de beleidsbrief kent Amsterdam juist een duidelijke lokale opgave waar het Rijk voorziene maatwerk zo passend is. In Amsterdam groeien gemiddeld meer kinderen op in armoede dan in andere delen van het land. Als grote gemeente kan Amsterdam in dit soort kwesties maatwerk bieden, zoals ook voorgesteld is in de tegenbegroting van zijn partij. Het lid HAIJEN wijst erop dat de VVD kwam met een voorstel om het budget voor de kindregelingen uit te breiden naar 150% van het sociaal minimum. Dat is mooi. Het college heeft daar voor de komende twee jaar dekking voor gezocht. Hij vraagt of de VVD bereid is zich daaraan langjarig te committeren. De VVD moet meehelpen zorgen dat ook op de lange termijn dekking geregeld wordt voor de kindregelingen. Doet de VVD dan mee? Het lid STAARTJES vindt dat een zeer goed punt. Hij zegt het toe, want het staat zo ook in de tegenbegroting van de VVD. Het lid HAIJEN zal de VVD daaraan houden. Het lid STAARTJES merkt op dat het pleidooi om ongelijkheid met ongelijkheid te bestrijden de rode draad van dit college is geworden.

Volgens de wethouder is het aan Den Haag een spiegel voorhouden onderdeel van haar taak. Ook als dat niet de taak is van de wethouder. Op dat laatste punt verschilt hij fundamenteel van mening. Rijksbeleid hoort thuis in Den Haag. De gemeente heeft de mogelijkheid lokaal maatwerk toe te passen. Hij stelt voor daarvan gebruik te maken om stadsbrede voorzieningen te ontwikkelen die toegankelijk zijn voor alle Amsterdammers, en niet alleen voor mensen in kwetsbare wijken. Het lid YEMANE was heel tevreden over de brief. Daarin staat dat de gemeente aan de slag gaat met de knellende problematiek van Amsterdammers en dat de buurtteams en sociaal raadslieden daarbij een belangrijke rol krijgen. Zij vraagt of toeslagenouders daarbij ook een rol kunnen krijgen. In haar motie stond dat het goed zou zijn als die mee konden denken vanuit hun eigen ervaringen. Zij was heel blij dat de informele organisaties werden genoemd en vraagt wat het ondersteunen en verbinden van de informele organisaties concreet betekent. Zij vraagt naar de uitkomsten van het stadspanel. Heel benieuwd was zij naar het eenoverheidsloket. Zij vraagt hoe daar gebruik van wordt gemaakt. Wat voor hulpvragen komen daar?

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023

Ten slotte vraagt zij wanneer de resultaten van het onderzoek met de HvA worden verwacht. Het lid WEHKAMP is blij met de aanpak die beoogt de kansen van kinderen in armoede te vergroten en dat de adviezen van de Kinderraad op het thema ‘armoede’ ook echt worden gebruikt. Zij benadrukt dat de positie van de groep kinderen in armoede versterkt moet worden. Verder vraagt zij of de groep studenten qua kansen ook onder de groep kinderen en jongeren valt. Studenten hebben vaak geen geld en kunnen zonder vangnet van hun ouders ook echt arm zijn. Hoe neemt men de studenten mee? Het lid BOUHASSANI las de afgelopen week in een onderzoek van de FNV dat de 4 rijkste Nederlanders even rijk zijn als 8 miljoen Nederlanders bij elkaar. En dan leest zij in de beleidsbrief dat 1 op de 6 Amsterdamse kinderen in armoede leeft. Zij is heel blij dat extra ingezet wordt op de informele organisaties. Maar hoe gaat dat er concreet uitzien? Zij was op bezoek bij het Kenniscentrum Ongelijkheid, waar men haar vertelde dat onderzoek gedaan werd naar verborgen armoede. Men vroeg concreet naar maatregelen en wanneer die verwacht konden worden. In de beleidsbrief miste zij de ervaringsdeskundigen, want die zijn erg waardevol met hun adviezen over het beleid. Hoe denkt de wethouder daarover? Het is goed dat geprobeerd wordt om alles digitaal te vereenvoudigen.

Zij vraagt ook aandacht voor digibeten en analfabeten. Het lid YACOUBI merkt op dat het bij het streven naar een solidaire stad essentieel is dat bij elk beleidsstuk of maatregel het welzijn van de Amsterdammers centraal wordt gesteld. Zijn fractie waardeert de nadruk die gelegd wordt op bestaanszekerheid als kernwaarde. Dit is een noodzakelijke voorwaarde voor een stad waarin iedereen gelijke kansen moet krijgen. Hij vraagt hoe het college ervoor zorgt dat niemand buiten de boot valt als de regels simpeler worden gemaakt. Hij denkt aan laaggeletterden en digibeten, maar ook aan mensen in een koophuis die op of rond het sociaal minimum leven. Welke maatregelen van het vorige beleidskaders werken volgens het college goed? En welke moeten aangepast worden? Wat bedoelt het college met een verhoging van het bereik? Hoe gaat men dat meten? Verder vraagt hij wat maatwerk in de praktijk inhoudt. Hoe zorgt men ervoor dat dit eerlijk gebeurt zonder dat willekeur ontstaat? Het lid HAIJEN wijst erop dat een op de vier Amsterdammers met schulden kampt. Zo’n 50.000 van die bewoners hebben problematische schulden. Hij is blij dat het programma Schuldenvrije Stad voor de Jongeren goed loopt en wordt doorgezet. Het is mooi dat het traject van schuldsanering nu gehalveerd kan worden van 3 naar 1,5 jaar. Hij vraagt hoe het dan zit met de nazorg en de begeleiding.

Er is een convenant gesloten om de kwaliteit van bewindvoerders te borgen. Dat is een goede zaak, want in het verleden werd je schuld met een slechte bewindvoerder soms alleen maar groter. Hij vraagt de commissie op de hoogte te houden hoe het met dat convenant loopt. Overigens begreep hij dat door de buurtteams het minder vaak voorkomt dat iemand bij een verkeerde bewindvoerder terechtkomt. Het is belangrijk dat de kindregeling langdurig uitgebreid kan worden. Zijn fractie is heel blij dat de minimaregelingen worden uitgebreid van 120 naar 130% van het sociaal minimum. Dat is hard nodig. Het lid MOLEMA complimenteert het college. Het Rijk heeft er een potje van gemaakt. De gemiddelde Nederlander moet steeds meer doen met steeds minder geld. Het college probeert mensen in armoede een steuntje in de rug te geven. Maar de manier waarop dat steuntje gegeven wordt, is niet zoals JA21 dat zou willen doen. Het college geeft gratis geld weg, in plaats van te investeren in programma’s die werklozen helpen bij het vinden van werk en werkzoekenden op te leiden voor de arbeidsmarkt. Waarom zet het college niet in op programma’s voor zelfredzaamheid?

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023

Mensen die niet zelfredzaam zijn moeten inderdaad geholpen worden. Niet door hen te geven wat ze tekort komen, maar door ze te helpen zelfredzaam te worden. Het lid YACOUBI vraagt of het lid Molema vindt dat het college voldoende investeert in de aanpak van werkloosheid. Het lid MOLEMA antwoordt dat JA21 wil dat er meer wordt ingezet op de zelfredzaamheid van mensen. Mensen moeten aan het werk geholpen worden. Het lid BOUHASSANI vraagt of het lid Molema denkt dat mensen in armoede altijd mensen zijn die niet werken en hun hand ophouden voor gratis geld. Je hebt ook erg veel mensen die werken, of dat niet kunnen door omstandigheden. Er komt ook veel schaamte bij kijken, want mensen willen helemaal hun handje niet ophouden. Het lid MOLEMA antwoordt dat haar partij voorstander is van een sociaaleconomisch beleid. Er zijn vangnetten nodig voor mensen die niet kunnen werken. Het is wel belangrijk dat men daarbij ook oog houdt voor de eigen verantwoordelijkheid. Mensen moeten zoveel mogelijk de regie krijgen over hun leven. Mensen moeten zo min mogelijk afhankelijk zijn van de staat. Het lid BOUHASSANI heeft het over een alleenstaande moeder die haar kinderen in armoede moet opvoeden. Moet zo’n persoon niet ondersteund worden? Het lid MOLEMA antwoordt dat er zeker mensen zijn die geholpen moeten worden. JA21 wil wel dat werken loont en dat de regie bij de mensen komt te liggen.

Als mensen kunnen, moeten mensen meer gaan werken. Ze moeten daarvoor echt hun best doen. Het lid PERDOK is het ermee eens dat mensen zelf de regie moeten voeren over hun leven. Maar is het lid Molema zich bewust van de obstakels voor mensen die vanuit de bijstand aan het werk willen? Zij denkt aan de armoedeval. Het lid MOLEMA is zich ervan bewust dat er veel uitdagingen zijn voor deze mensen. Toch wil haar partij dat mensen meer geholpen worden om aan het werk te gaan, voor zover ze dat kunnen. Het lid PERDOK antwoordt dat werken niet loont als je die obstakels niet uit de weg ruimt. Misschien kan ‘gratis geld weggeven’ een tussenstap zijn, waarbij mensen de rust kunnen vinden om uiteindelijk echt weer aan de slag te kunnen gaan. Het lid MOLEMA antwoordt dat maatwerk heel erg belangrijk is. Het lid PERDOK onderstreept het pleidooi van haar collega’s van DENK voor de oproep om ervaringsdeskundigheid een prominenter plaats te geven in de beleidsbrief. Ook moet de focus liggen op laaggeletterdheid en laaggecijferdheid. Steeds meer wordt duidelijk hoezeer mensen daarvan last kunnen hebben. Zij kan zich vinden in het verzoek van het lid Wijmenga om een overzicht te leveren van interventies die het wel goed doen, of juist minder goed, en of ze nog up-todate zijn. Er staat dat er een noodfonds is voor tandartsen. Zij vraagt hoeveel mensen daarvan jaarlijks gebruikmaken.

Is het fonds voor Amsterdammers makkelijk te vinden? Misschien kan er meer voorlichting daarover komen via de gemeentelijke kanalen. Zij vraagt of de wethouder weet dat er onjuiste informatie staat over de ADAMregeling. Zo zijn maar weinig van de voorgestelde deelnemende dierenartsen beschikbaar voor de stadspas. Hoe kan het dat deze informatie niet up-to-date is? Mensen raken steeds vaker financieel in de knel en de stadspas kan daarbij dan een toegevoegde waarde hebben in de samenleving. Daarvoor is uitbreiding nodig, maar ook kijken wat aansluit en wat overbodig is. Er is een mooi aanbod van de Museumnacht,

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023

waarvan ook goed gebruik wordt gemaakt. In de zomer wordt het Raggae Lake Festival veel bezocht. Zij vraagt of de stadspas kan worden uitgebreid naar de nachtcultuur, wat het nachtleven ook inclusiever zou maken. Hoe ziet de wethouder dat? Wethouder MOORMAN antwoordt het lid Wijmenga dat een vergelijkend onderzoek tussen de gemeenten altijd zinvol is. Haarlem heeft een overzicht van wat wel en niet werkt. De vraag daarbij is wel wat ‘werken’ is. Zij meet de regelingen vaak ook in hun bereik. Het bereik wordt wel degelijk aangegeven, namelijk in de jaarlijkse Armoedemonitor. Verder is er de tweejaarlijkse Minima-effectrapportage van het Nibud. Volgend jaar wordt die weer gepresenteerd. Er wordt daarbij gekeken wat de verschillende minimaregelingen bijdragen aan de bestaanszekerheid van huishoudens. Mensen blijken steeds afhankelijker te worden van de verschillende armoederegelingen in de gemeenten. Dat zou niet zo moeten zijn. Bestaanszekerheid is een taak van de rijksoverheid. Het lid WIJMENGA heeft die monitor bekeken. Bij Haarlem zie je dat men een percentage geeft van de mate waarvan het budget gebruikt wordt met een reden erbij, en of het loket gevonden is of niet. Als het bereik niet groot genoeg is, kan je het beleid op dat punt aanpassen. Wethouder MOORMAN zegt toe dat zij voor de volgende keer na december zal kijken hoe Haarlem het doet.

Het is verstandig om buiten de eigen stadsgrenzen te kijken. Het is belangrijk om ook sociaal domeinoverstijgend te werken. Het college wil graag preventief werken. Misschien kan intergenerationele armoede voorkomen worden. Daarvoor zijn er familiescholen, die specifiek ingericht zijn met een balieloket, het buurtteam en het OKT erbij. In het familiepakket zitten de verschillende armoederegelingen. Het is een manier om de informatie over armoederegelingen zo goed mogelijk bij de verschillende scholen te brengen. Er wordt ook gewerkt met budgetcoaches in het mbo. De halvering van de termijn tot 1,5 jaar geldt vanaf het moment dat iemand in de sanering komt. Eerst is er altijd een fase van stabilisatie, waarbij het inkomen worden vastgesteld, welke schuldeisers er zijn etc. Daarvoor is dan de pauzeknop, want je wilt niet dat mensen nog verder in schulden terechtkomen. De bewindvoerderstermijn staat wettelijk op vijf jaar. Zij antwoordt het lid Haijen dat schuldenbewind nu onderdeel is geworden van de bijzondere bijstand, wat tot een explosie leidde, ook van de kosten die de gemeente moest dragen. Er waren verhalen over malafide bewindvoerders, en daaraan moest een einde komen. Dat was de reden voor het convenant. De buurtteams verwijzen door naar de bewindvoerders en er zijn ook gesprekken over met de rechtbank. Zij antwoordt het lid Wijmenga dat de begeleiding noodzakelijk is.

Mensen moeten ook schuldenvrij blijven. Soms heeft iemand hulp nodig bij het beheren van zijn budget. Die begeleiding moet geboden worden voordat mensen aan het einde komen van de saneringstermijn. Schrijnende personeelstekorten speelden geen rol bij het opstellen van deze beleidsbrief, maar het moet wel steeds in de gaten gehouden worden. Er wordt steeds meer gevraagd van de buurtteams. Zij antwoordt het lid Staartjes dat bestaanszekerheid volgens artikel 20 van de Grondwet heel duidelijk een verantwoordelijkheid is van de overheid. Er staat ook in de wet dat de gemeente geen inkomenspolitiek mag voeren. Dat betekent dat die bestaanszekerheid echt door het Rijk moet worden geborgd. De gemeente doet niets anders dan het plakken van pleisters. Het lid STAARTJES merkt op dat er niet in de Grondwet staat dat het een zorg van de nationale overheid is. Er staat ook niet duidelijk welke van de overheden die taak heeft. De grondwetgever heeft de constitutionele structuur bedacht, het Huis van Thorbecke, waarbij elke gemeente een eigen rol krijgt. Het klopt dat een gemeente geen inkomenspolitiek mag voeren. Maar als er een constitutioneel hof zou bestaan, hoe zou dat dan aankijken tegen het sociale vangnet in de voorliggende beleidsbrief?

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023

Wethouder MOORMAN antwoordt dat de Commissie Sociaal Minimum heeft aangetoond dat de rijksoverheid niet aan haar grondwettelijke taak voldoet. Er zijn in Nederland 800.000 mensen die onder het bestaansminimum leven. Dat bestaansminimum wordt dus niet geleverd, terwijl het Rijk daarvoor verantwoordelijk is. Er staat wel degelijk in de Participatiewet dat de gemeente geen inkomenspolitiek mag voeren. Zij wijst het Rijk op zijn wettelijke taak. Onderwijl doet de gemeente wat ze kan om mensen niet door het ijs te laten zakken. Het leidt helaas wel tot een spaghetti van regelingen. Zoals het lid Staartjes zegt, zijn er veel te veel regelingen. Maar welke regelingen moeten dan afgeschaft worden? Die voor chronisch zieken? Voor de kinderen? De energietoeslag? Het lid STAARTJES bevestigt dat de gemeente geen inkomenspolitiek mag bedrijven. Toch zoekt Amsterdam wel degelijk naar manieren om een herverdeling mogelijk te maken. De gemeente heeft echter de mogelijkheid om maatwerk te bieden, zoals de kindregeling beter aan te laten sluiten bij wat er al is. De wethouder zoekt echt naar de grenzen om tot een herverdeling over te gaan. Hij vraagt of dat past bij wat de gemeente moet doen. Wethouder MOORMAN erkent dat zij naar de grens zoekt.

Het wordt voor de mensen in Amsterdam zo moeilijk gemaakt om hun leven te leiden dat de gemeente tot aan de grens moet gaan -en soms misschien daar een stapje eroverheen- om te kijken hoe mensen zo goed mogelijk geholpen kunnen worden. Dat vergt creativiteit. De grenzen van de wet worden opgezocht omdat het Rijk niet doet wat het behoort te doen. Daar wijst zij het Rijk ook keer op keer op. Zij antwoordt het lid Wehkamp dat ook studenten gebruik kunnen maken van de bijzondere bijstand, als ze die nodig hebben gezien hun inkomenspositie. Zij antwoordt het lid Yemane dat zij toevallig net een gesprek had met een gedupeerde van het toeslagenschandaal die zelf bij het buurtteam werkt, en daarnaast een lotgenotengroep heeft opgezet. Zij praat mee bij het opzetten van een kader voor de brede regeling. Voor een goed armoedebeleid kom je er niet met het formele deel. Samenwerking met de informele organisaties is essentieel gebleken in de coronatijd. Met het stadspanel wordt gemeten hoe de armoederegelingen gewaardeerd worden. Zo is ook de kindregeling getest. Er zijn niet veel regelingen afgeschaft in de afgelopen periode omdat de effecten ervan heel pijnlijk zijn. De stadspas voor ouderen is stopgezet, maar dat was eigenlijk ook geen minimaregeling en hij werd maar weinig gebruikt. De kindregeling en de kindbudgetten zijn heel erg vereenvoudigd. Die staan nu op de stadspas.

Dat wordt door het stadspanel heel erg gewaardeerd. Er wordt geëxperimenteerd met één overheidsloket. Negentig mensen hebben er gebruik van gemaakt. De commissie wordt daarvan op de hoogte gehouden. Het onderzoek van de HvA komt in juni volgend jaar naar buiten. Zij antwoordt het lid Bouhassani dat ervaringsdeskundigen zeer belangrijk zijn. Misschien hadden die wat duidelijker opgenomen moeten worden. In het binnenkort te verschijnen stuk over bestaanszekerheid van wethouder Groot Wassink en zijzelf zal ervaringsdeskundigheid een belangrijk onderdeel zijn. Er wordt overigens nu ook gewerkt met 44 ervaringsdeskundigen in dienst bij de buurtteams. Zij antwoordt het lid Yacoubi dat de Amsterdamse Maatwerkmethode ontwikkeld is, waarmee mensen over drempels worden geholpen. Zij antwoordt het lid Molema dat er inderdaad meer is dan een armoederegeling. Met wethouder Groot Wassink met de portefeuille Inkomen kan gesproken worden over de kansen op werk, waarbij het juist gaat over het ervoor zorgen dat mensen zo goed mogelijk kunnen participeren. Het ophogen naar 130% was overigens vooral een manier om werkende armen zoveel mogelijk te bereiken. Zij antwoordt het lid Perdok dat het goed is om laaggeletterdheid te adresseren. Daarvoor is aandacht nodig, ook in de manier waarop met mensen wordt gecommuniceerd. Door de vele armoederegelingen ontstaat ook steeds meer systeemstress.

Dat is heel ingewikkeld voor iemand die moeite heeft om qua taal of

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023

digitaal moeite heeft om mee te komen. Wethouder Groot Wassink heeft overigens een heel programma op laaggeletterdheid. Het noodfonds voor de tandarts loopt via het FBNA. De koppeling wordt vooral vaak gemaakt met mensen die helpen bij het buurtteam. Mensen komen er niet terecht door zelf te googelen op de website. Zij zal nagaan wat het lid Perdok zei over de ADAMregeling. Als de informatie niet klopt moet dat gecorrigeerd worden. Er wordt steeds gecontroleerd of wat staat op de stadspas aansluit bij wat mensen willen, en of het voldoende wordt gebruikt. Zij zal het idee om de nachtcultuur er bij te betrekken voorleggen aan het team dat ernaar kijkt. Het lid WEHKAMP herinnert eraan dat de gemeenteraad een motie van haar partij heeft aangenomen om de stadspas ook toegankelijk te maken voor nachtcultuur. Het lid PERDOK merkt op dat het gebruikelijk is dat mensen gaan googelen om te kijken hoe ze gebruik kunnen maken van bijvoorbeeld het noodfonds tandarts. Zij weet onder welk fonds het valt, maar dat staat niet beschreven. Er staat onvoldoende duidelijk dat je je bij het buurtteam moet melden, die je dan vervolgens doorverwijst. Zij vraagt dus of het makkelijk vindbaar is. Wethouder MOORMAN zal kijken of de informatie op de website aangepast moet worden. Het is namelijk wel verstandig dat het via een intermediair verloopt.

Het lid HAIJEN vraagt of het probleem bij de tandartskosten niet is dat er vanuit de gemeente eerst wordt bekeken of je aanvullend verzekerd bent en daarvoor van de gemeentelijke polis gebruikmaakt. Pas daarna kom je bij het FBNA terecht. Wethouder MOORMAN zal dat nagaan. Zij zal een brief sturen met informatie over dit onderwerp. Het lid HAIJEN zou daar heel blij mee zijn. Wethouder MOORMAN zal informatie op schrift zetten voor de raad op basis van de vragen van de leden Perdok en Haijen. Daarin zal duidelijk worden welk deel maatwerk is en welk deel gekoppeld is zoals in de route die door het lid Haijen beschreven is. Het lid YEMANE merkt op dat alle armoederegelingen nu toepasbaar zijn op mensen die een bepaald inkomen hebben. Al eerder heeft zij het gehad over mensen met een besteedbaar inkomen waarmee ze soms nog meer in armoede leven dan mensen die recht hebben op deze regelingen. Zij vraagt in hoeverre dit meegenomen wordt. Wethouder MOORMAN antwoordt dat het besteedbaar inkomen wordt getoetst bij de Voedselbank. Zij is veelvuldig in contact met ervaringsdeskundigen die zich hebben verzameld onder de noemer ‘NoordAs’ in Noord. Zij wezen haar erop dat het vreemd is dat iemand is getoetst op besteedbaar inkomen en naar de Voedselbank gaat, soms geen gebruik kan maken van de armoederegelingen. Ze hebben op papier namelijk een voldoende belastbaar inkomen.

Toen zij daarvan hoorde heeft zij alle klanten van de Voedselbank die geen gebruik konden maken van armoederegelingen, daartoe alsnog toegang gegeven. Laatst heeft de NoordAs haar een petitie overhandigd waarin gevraagd wordt nog veel verder te gaan en überhaupt meer op besteedbaar inkomen te toetsen. Maar het is onmogelijk om alle 120.000 gebruikers van de stadspas te checken op hun besteedbaar inkomen. Wel wil zij bekijken of wellicht maatwerk geboden kan worden. De buurtteams zijn op dit moment al verantwoordelijk voor de intakes voor de Voedselbank. Zij kan zich voorstellen dat er mensen zijn die via de intake voor de Voedselbank net boven de grens vallen om gebruik te mogen maken van de Voedselbank, en toch ruimte krijgen om tijdelijk van de armoederegelingen gebruik te maken. Dat wordt nog uitgewerkt. Als zij er meer zicht op heeft, zal zij dat laten weten.

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 01 november 2023

De VOORZITTER concludeert dat de voordracht voldoende is behandeld en gereed is voor een korte behandeling in de raad. Zij schorst de vergadering van 21.41-21.49 uur. Publieke Gezondheid en Preventie 7. Instemmen met het initiatiefvoorstel ‘Actief beleid tegen gehoorschade in Amsterdam’ van de voormalige leden Hoogtanders en Boomsma, en het lid Runderkamp. (VN2023-020211) Toelichting Het lid STAARTJES licht toe dat het voormalig lid Hoogtanders trekker was van dit initiatief. Hijzelf kan zich heel goed vinden in dit initiatiefvoorstel. Gehoorschade is een gevaar voor de levenskwaliteit van tienduizenden Amsterdammers en dient effectief het hoofd te worden geboden. Op landelijk niveau is er in de afgelopen jaren al het nodige gebeurd. Zo is er het convenant ‘Gehoorschade versterkte muziek’ afgesproken. Daarop bouwt dit initiatiefvoorstel voort. De aanpak moet versneld en aangescherpt worden. Daarom hebben de indienende fracties de handen ineengeslagen en zijn met dit initiatiefvoorstel gekomen. Er worden daarin diverse oplossingen gepresenteerd om Amsterdamse jongeren beter te beschermen tegen gehoorschade en de gezondheidseffecten daarvan op de lange termijn. Tijdens het ambtswoninggesprek zijn deze oplossingen besproken. Daaruit leerde men dat een voorstel zoals het aanbieden van oordopjes in de horeca in de praktijk al gedaan wordt, hoewel niet altijd met het beoogde effect.

Tegelijkertijd bleek er ook bij partijen die het landelijk convenant niet hebben ondertekend de ambitie te bestaan om dit probleem aan te pakken. De meeste winst is te behalen als het landelijk convenant in Amsterdam zo goed mogelijk uitgevoerd wordt. De gemeente kan daarin een belangrijke faciliterende rol spelen door het gesprek tussen deskundigen en horecapartijen te organiseren en te onderzoeken of de oplossing die de Belgische stad Leuven heeft gekozen, ook in Amsterdam mogelijk is. Als stok achter de deur wordt de optie opengehouden om het initiatief te nemen voor een lokaal Amsterdams akkoord, bijvoorbeeld een convenant, als daardoor meer partijen kunnen worden betrokken bij de uitvoering. Om die redenen nemen de indieners het advies van het college over om een gewijzigd initiatiefvoorstel in te dienen dat het gesprek centraal stelt tussen de ondernemers, de wetenschap, en de gemeente binnen de reikwijdte van het landelijk convenant Preventie gehoorschade versterkte muziek. Eerste termijn Het lid EMMERIK vraagt of dit ook betrekking heeft op oortjes die men draagt om te luisteren naar de telefoon. Die schijnen zeer schadelijk te zijn voor het gehoor. Misschien kunnen kinderen daarover beter geïnformeerd worden. Het lid RUNDERKAMP antwoordt dat deze vraag betrokken zal worden bij de vervolgsessies met de daarvoor uitgenodigde partijen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13467270/1