CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 3 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het vrijgeven voor inspraak van de concept investeringsnota en het concept beeldkwaliteitsplan Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier (VN2025-010846)74.554 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 8 van 9

Daarnaast is monitoring van belang om het OER Schinkelkwartier actueel te houden, zodat dit als basis kan dienen voor toekomstige ruimte­ lijke besluiten in Schinkelkwartier. Het is overigens wettelijk verplicht om te monitoren in hoeverre de verwachte omgevingseffecten werkelijkheid worden of dat effecten positiever of negatiever uitpakken. Op basis van periodieke monitoring kunnen we zo nodig tussentijds bijsturen door het spelregelkader aan te passen of het OER aan te vullen om zo ongewenste effecten te voorkomen of te beperken. Ook monitoren we de gevolgen van substantiële inhoudelijke wijzigingen voor Nieuwe Meer Oost ten opzichte van de investeringsnota. Zo kan een toekomstige programmatische wijziging in Nieuwe Meer Oost gevolgen hebben voor de beoordeling van omgevings­effecten, aangezien we in het OER Schinkelkwartier zijn uitgegaan van het programma zoals opgenomen in de projectnota Schinkel­kwartier. Dergelijke wijzigingen kunnen ook aanleiding geven om de investeringsnota Nieuwe Meer Oost te herzien.

171

172

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

10 Omgevingseffecten

In het Omgevingseffectrapport (OER) Schinkel­ kwartier zijn de omgevingseffecten van de transformatie van Schinkelkwartier inzichtelijk gemaakt en beoordeeld. Op basis van deze effectbeoordeling zijn in het OER keuzes geformuleerd, alternatieven afgewogen en voorkeursalternatieven beschreven. Deze voorkeursalternatieven zijn opgenomen in de projectnota Schinkelkwartier en daarmee kaderstellend voor de planuitwerking per

deelgebied. In dit hoofdstuk beschrijven we per thema op hoofdlijnen de omgevings­ effecten van de ontwikkeling van Nieuwe Meer Oost. Daarbij beschrijven we in hoeverre de planuitwerking past binnen de kaders van het OER en op welke wijze negatieve omgevings­ effecten worden voorkomen of beperkt en kansen worden benut. De onderzoeken in het kader van de investeringsnota Nieuwe Meer Oost zijn opgenomen in bijlage 5.

10.1 Bodem en ondergrond Bodemopbouw en -kwaliteit De bodemopbouw in Nieuwe Meer Oost bestaat uit een zandlaag van 1-3 meter, daar­ onder het Holocene pakket en het basisveen en in de diepere ondergrond het pleistocene zand. Uit bodemonderzoek in het kader van het OER blijkt dat de bodemopbouw in Nieuwe Meer Oost naar verwachting geen extra eisen oplevert voor de benodigde funderingsdiepte van de nieuwe bebouwing. Op basis van bodemonderzoek voor bouw­ plannen van ontwikkelende partijen is een goed beeld ontstaan van de bodemkwaliteit in Nieuwe Meer Oost. Lokaal zijn concentraties PFAS en minerale olie aangetroffen, maar van ernstige verontreiniging is geen sprake. Ook kan mogelijk asbest in de bodem worden aangetroffen. Per bouwplan moet eventuele bodemverontreiniging nader in beeld worden gebracht. In het kader van de benodigde

ophoging van het maaiveld wordt voorzien in een schone leeflaag, zodat eventuele risico’s voor het toekomstig gebruik kunnen worden uitgesloten. Ter plaatse van de gemeentewerf en het recyclepunt kan een zekere mate van bodemverontreiniging worden verwacht. De gemeentewerf wordt verplaatst, omdat hier een (verlegde) watergang en ontsluitingsweg zijn voorzien. Verontreinigde grond op deze locatie zal dan ook eerst moet worden gesaneerd.

Niet gesprongen explosieven Uit onderzoek in het kader van het OER blijkt dat op de kruin van de Ringspoorbaan in de Tweede Wereldoorlog bunkers, loopgraven en luchtafweerstellingen aanwezig waren, zodat daar klein kaliber munitie en granaten in de bodem kunnen zijn achtergebleven. In verband met de grondwerkzaamheden voor de

­naoorlogse aanleg van de spoor- en metrolijn wordt dit gebied niet als verdacht aangemerkt en kunnen risico’s worden uitgesloten.

Kabels en leidingen In en nabij Nieuwe Meer Oost liggen enkele belangrijke transportleidingen voor riool, drinkwater, hogedruk gas, stadswarmte, hoogspanning en data. Rondom deze kabels en leidingen, gelegen ter plaatse van de Johan Huizingalaan, de Henk Sneevlietweg en de nabij de spoorlijn, moet rekening worden gehouden met bebouwingsvrije zones en gelden ­beperkingen voor graafwerkzaamheden. In het kader van de gebiedsontwikkeling Nieuwe Meer Oost zijn enkele kabels en leidingen verlegd, zodat de nieuwe bebouwing langs de Johan Huizingalaan buiten de ­beperkingenzones van deze kabels en leidingen komt te liggen. Het gaat om een transport­ leiding voor drinkwater, een hogedruk

­gasleiding en een hoogspanningsleiding. De kabels en leidingen in de groenstrook ter hoogte van Global Switch kunnen blijven liggen. Het huidige transportriool langs het spoortalud wordt verlegd naar de Henk Sneevlietweg en Johan Huizingalaan. In verband met de huidige congestie op het elektriciteitsnet werken netbeheerder en gemeente aan het uitbreiden en versneld bouwen van nieuwe onderstations en betere afstemming van vraag en aanbod. We houden rekening met de benodigde verzwaring van het elektriciteitsnet, met mogelijk de benodigde inpassing van een nieuwe ondergrondse hoogspanningsleiding nabij Nieuwe Meer Oost. De nieuwe tracés voor kabels en leidingen voor het aansluiten van de bouwblokken in Nieuwe Meer Oost zijn voorzien in de buurtstraten. We stemmen de ligging in de ondergrond zorg­ vuldig af op de inrichting van de bovengrond.

10.2 Water Oppervlaktewater In geval van demping van oppervlaktewater of toevoeging van verharding of bebouwd oppervlak moet hiervoor binnen het peil­ gebied Riekerpolder watercompensatie plaatsvinden door nieuw oppervlaktewater te maken. Het ontwerp voor Nieuwe Meer Oost leidt ten opzichte van de huidige situatie tot een afname van verharding, het bebouwd oppervlak blijft ongeveer gelijk. Per saldo is in Nieuwe Meer Oost sprake van een lichte afname van oppervlaktewater, die we binnen Schinkelkwartier compenseren. In het OER gaat de voorkeur uit naar de realisatie van een circulair watersysteem, waarbij doodlopende watergangen worden verbonden met andere watergangen in de omgeving. We voorzien in Nieuwe Meer Oost in het verleggen van de watergang langs het spoortalud, het aanpassen van de waterpartij ten zuiden van het monumentale IBM-kantoor en het toevoegen van een nieuwe watergang door het plangebied richting de Oeverlanden. Bij het aanpassen van de watergang langs het spoortalud waarborgen we de dijkstabiliteit. Het water in Nieuwe Meer Oost willen we op termijn via de sporendriehoek aansluiten op

het water in Riekerpark, zodat in Schinkel­ kwartier het beoogde circulaire watersysteem ontstaat.

Waterveiligheid Aan de noordzijde van Nieuwe Meer Oost is een indirecte secundaire verholen waterkering aanwezig, lopend vanaf de Henk Sneevlietweg in de richting van het Christoffel Plantijnpad. Rondom de waterkering geldt een beschermingszone waarbinnen, zonder ontheffing van de Waterschapsverordening, graaf- en bouw­ beperkingen gelden. Het veiligheidsniveau van de waterkeringen die het plangebied tegen overstroming beschermen worden aanvaardbaar geacht.

Grondwater Om grondwateroverlast te voorkomen hanteren we de gemeentelijke ontwateringsnorm door een afstand van 0,9 meter aan te houden tussen de grondwaterstand en het maaiveldpeil. Als gevolg van de afname van verharding stijgt de grondwaterstand in Nieuwe Meer Oost. De verlegging en toevoeging van watergangen zorgen voor een demping van deze stijging.

173

174

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Huidige situatie polders en waterpeil VP-2,20

Sloterbinnen en Middelveldsepolder VP-2,10

Huis te Vraag Nieuw Sloten

VP-0,60

Hemelwater

VP-2,80

VP-2,16 Riekerpolder

Schinkel peil -0,40

WP-1.20

VP-1.90 VP-2,30

Plangrens Nieuwe Meer Oost

nader onderzoek nodig om de bron van de hoge fosfaatgehalten en de noodzaak van aanvullende maatregelen zoals het afdekken van de waterbodem met een zandlaag vast te kunnen stellen. Om verontreiniging van af­­ stromend hemelwater, oppervlaktewater, grondwater tegen te gaan, wordt het gebruik van uitlogende materialen (PAK, lood, zink en koper) niet toegestaan.

VP-4,25

Polder

Secundaire waterkering

Subpolders

Indirecte secundaire waterkering

Oppervlaktewater

Begrenzing poldergebied

VP Vast peil

In Nieuwe Meer Oost zijn meerdere ondergrondse parkeergarages voorzien. Uit geo­ hydrologisch onderzoek naar mogelijke cumulatieve grondwatereffecten van de kelders (bijlage 5.2) blijkt dat deze grondwaterneutraal kunnen worden aangelegd, al kunnen er wel mitigerende maatregelen zoals grondverbetering nodig zijn om de grondwaterstroming niet te blokkeren. Om de noodzaak van maatregelen in beeld te brengen is per bouwplan nader geohydrologisch onderzoek nodig.

De ontwikkelkavels in Nieuwe Meer Oost worden ingericht volgens de principes van de water­ neutrale bouwenvelop. Dit betekent het vasthouden van 60 liter per m2, het afvoeren van 1 mm/uur en het beter benutten van opgevangen hemelwater. Hierin wordt voorzien door het realiseren van groene binnenterreinen en groene daken.

10.3 Landschap, groen en natuur

WP Winterpeil

Uit onderzoek naar de grondwaterstand (bijlage 5.1) volgt dat om aan de ontwateringsnorm te kunnen voldoen het maaiveld in het centrale deel van Nieuwe Meer Oost gefaseerd moet worden opgehoogd. Daarbij voorkomen we afwatering naar het terrein van Global Switch.

Als gevolg van klimaatverandering worden regenbuien frequenter en intenser en komen zomers vaker langere perioden van droogte voor. Om het risico op droogte te beperken en de toenemende hoeveelheid hemelwater op te kunnen vangen, vast te kunnen houden en vertraagd af te kunnen voeren is het van belang om Nieuwe Meer Oost klimaatbestendig in te richten. Hiermee geven we invulling aan de uitkomsten van de quickscan klimaatadaptatie (bijlage 5.4).

In het OER gaat de voorkeur uit naar uitbreiding van de groenstructuur, omdat dit leidt tot meer opvangcapaciteit voor hemelwater en minder risico op droogte. In het ontwerp voor Nieuwe Meer Oost sluiten we hierop aan door te voorzien in een afname van verharding en een toename van groen. Om negatieve effecten van droogte te beperken houden we bij de inrichting van het groen rekening met droogteresistente en diverse bomen en beplanting. We zorgen voor een goede afwatering van de buurtstraten door hemelwater af te koppelen van het riool en via molgoten en/of verlaagde beplantingsvakken naar de omliggende watergangen te leiden.

Landschap Landschappelijk kunnen de spoordijk en de groenstroken langs de Henk Sneevlietweg en de Johan Huizingalaan worden gezien als ‘groene voegen’. De Johan Huizingalaan, de Ringspoorbaan en de Sloterweg vormen lange landschappelijke lijnen. De aanwezige landschappelijke elementen vormen belangrijke identiteitsdragers voor de ontwikkeling van Nieuwe Meer Oost.

Waterkwaliteit Uit onderzoek naar waterkwaliteit in Schinkel­ kwartier (bijlage 5.3) blijkt dat in de huidige situatie het oppervlaktewater in peilgebied Riekerpolder een relatief hoog fosfaatgehalte heeft. Het hoge fosfaatgehalte betekent een toename van algengroei wat een negatieve impact op de waterkwaliteit heeft. We nemen dan ook maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren. Het ontwerp voor Nieuwe Meer Oost voorziet in de aanleg van natuurvriendelijke oevers wat positief is voor de waterkwaliteit. Daarnaast zorgen we met het aanleggen van nieuwe watergangen en het verbinden met bestaande watergangen voor een betere doorstroming, waardoor de waterkwaliteit verbetert. Er is

In het ontwerp voor Nieuwe Meer Oost sluiten we aan op het bestaande raamwerk van Nieuw-West en het omliggende landschap. De landschappelijke elementen in het gebied blijven zichtbaar en worden waar mogelijk versterkt. Zo trekken we de Sloterweg als route voor langzaam verkeer door in het gebied en breiden we de groene verbinding van de spoordijk uit met een grondwal langs de A4: de parkwal. Om de mogelijkheden voor de inpassing van de parkwal inzichtelijk te maken en tot een samenhangende ontwerpoplossing te komen is onderzoek gedaan (bijlage 5.5).

Groen en bomen In een verdichtende omgeving neemt de behoefte aan groen toe. Groen is immers

essentieel voor verblijven, ontspannen, bewegen, ontmoeten, maar ook voor het versterken van biodiversiteit, het opvangen van hemel­ water en het tegengaan van hittestress. In de huidige situatie is in Nieuwe Meer Oost ­onvoldoende kwalitatief en openbaar toe­ gankelijk gebruiksgroen aanwezig. In het OER gaat de voorkeur uit naar enkele grotere buurtparken, robuuste groene verbindingen en verspreid liggende pocketparks en binnentuinen. Daarmee kan worden voldaan aan de Amsterdamse referentienormen voor gebruiksgroen en ecosysteemgroen en is groen voor bewoners en werknemers op loopafstand bereikbaar. Met het ontwerp voor Nieuwe Meer Oost geven we nader invulling aan het OER door het groen op verschillende schaalniveaus met elkaar te verbinden. Het plan voorziet in een buurtpark en groene binnenterreinen. Daarmee neemt de hoeveelheid groen in het plangebied per saldo sterk toe. De aanpassing van de groenstructuur in Nieuwe Meer Oost is positief voor klimaatadaptatie en biodiversiteit en zorgt ervoor dat de ontwikkeling ruim voldoet aan de referentienormen voor groen. Aanvullend geldt dat het

175

176

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

aangrenzende groengebied de Oeverlanden een belangrijke rol als recreatiegebied kan vervullen.

het kader van het OER is al geconstateerd dat dit geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor de kenmerken en waarden van dit gebied.

De bomenlaan langs de Johan Huizingalaan is onderdeel van de Amsterdamse hoofdbomenstructuur. Bovendien zijn de bergiepen aan de oostzijde van de Johan Huizingalaan in het kader van het OER aangemerkt als beeld­ bepalende bomen. Een groot deel van de bestaande bomen in het plangebied integreren we in de openbare ruimte, al is het voor de gebiedsontwikkeling ook nodig om bomen te verwijderen. Het ontwerp voorziet in de toe­voeging van veel nieuwe bomen en kleinschalig groen in de binnenterreinen, langs de hoofdroutes en in nieuwe binnenstraten.

Hoofdgroenstructuur en ecologische structuur Amsterdam Het groen in Nieuwe Meer Oost is geen onderdeel van de Amsterdamse hoofd­ groenstructuur. Wel is de groenblauwe corridor in de oost- en zuidflank van Nieuwe Meer Oost onderdeel van de ecologische structuur Amsterdam zoals opgenomen in de Ecologische Visie Amsterdam. Uitgangspunt is dat ruimte­ lijke plannen de ecologische structuur niet mogen aantasten of verzwakken en dat ecologische knelpunten worden opgeheven.

Gebiedsbescherming Natura 2000 Voor Natura 2000-gebieden (Europese ­eco­logische hoofdstructuur) gelden strenge beschermingsregimes en instandhoudings­ doelen. Nieuwe Meer Oost ligt weliswaar niet in de directe nabijheid van een Natura 2000gebied, maar op voorhand is niet uit te sluiten dat de ontwikkeling significante effecten heeft voor stikstofdepositie in deze gebieden. De gevolgen voor stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden moeten in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een bouwplan worden onderzocht. Daarbij wordt een stikstofberekening gemaakt voor de aanleg- en gebruiksfase. Uit recente juris­ prudentie volgt dat intern salderen van signi­ ficante effecten (waarbij stikstofdepositie van het nieuwe project wordt weggestreept tegen de stikstofdepositie van het oude, vergunde project op die locatie) alleen nog is toegestaan met een passende beoordeling en een ­omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit. Deze juridische aanscherping kan gevolgen hebben voor de ontwikkeling van Nieuwe Meer Oost. Natuurnetwerk Nederland De nabijgelegen Nieuwe Meer is onderdeel van Natuurnetwerk Nederland (nationale ecologische hoofdstructuur). De ontwikkeling van Nieuwe Meer Oost leidt niet tot fysieke ingrepen in de Nieuwe Meer. Wel is sprake van een mogelijke toename van verstoring in dit NNN-gebied door meer recreatiedruk, maar in

De beoogde water- en groenstructuur in Nieuwe Meer Oost vormt een robuust ecologisch raamwerk dat aansluit op de ecologische structuur in de omgeving. We voorzien in divers habitat, zodat voor verschillende soorten geschikt leefgebied aanwezig is. Met het ontwerp vergroten we de biodiversiteit, onder andere door de aanleg van natuurvriendelijke oevers, ecologisch waardevolle eilandjes, groene lanen met doorlopende bomenrijen en onderbegroeiing. De nieuwe bebouwing in Nieuwe Meer Oost biedt kansen voor groene daken en geïntegreerde schuil- en broedvoorzieningen voor gebouwbewonende soorten (waaronder vleermuizen). In de planuitwerking moet

Twee nieuwe bouwblokken zijn (gedeeltelijk) in de ecologische structuur geprojecteerd. Daarnaast verleggen we de binnen deze ecologische structuur gelegen watergang. Deze ingrepen zijn aanvaardbaar, omdat we met het plan voor Nieuwe Meer Oost voorzien in maatregelen die de natuurwaarden en ecologische verbindingsfunctie juist versterken.

daarom invulling worden gegeven aan de gemeentelijke richtlijnen voor natuurinclusief bouwen. Per bouwplan is altijd nader onderzoek nodig naar de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Dat geldt ook voor de planuitwerking voor de openbare ruimte. Daaruit volgt of voor de beoogde werkzaam­ heden een omgevingsvergunning voor een flora en fauna-activiteit nodig is en in hoeverre mitigerende of compenserende maatregelen nodig zijn. Daarnaast moet voor werkzaam­ heden in het plangebied een ecologisch werkprotocol worden opgesteld, waarin maatregelen zijn beschreven die de aanwezige soorten moeten beschermen.

Beschermde groengebieden

We richten het hoogste deel van het spoortalud exclusief in voor ecologie en verbinden dat deel optimaal met het groen in de omgeving. We heffen bestaande barrières op en we voorkomen nieuwe barrières in deze ecologische verbindingszone, onder andere door de aanleg van ecoducten en fauna­ passages. Negatieve effecten van het recreatief gebruik op het lagere deel van het talud voorkomen we zo veel mogelijk. We stellen voor om in de toekomstige aanpassing van de Amsterdamse hoofdgroenstructuur of eco­ logische structuur de smallere ecologische verbinding langs het spoor in combinatie met de watergang op te nemen.

Soortenbescherming In de huidige situatie bestaat Nieuwe Meer Oost voor een groot deel uit verharding, waar de natuurwaarden beperkt zijn. De groen­ blauwe corridor is het oosten en zuiden van het plangebied heeft de hoogste natuurwaarden. Uit onderzoek (bijlage 5.6) blijkt dat dit gebied een habitat biedt voor verschillende soorten zoals vleermuizen, kleine zoogdieren, vogels met jaarrond beschermde nesten, algemene broedvogels, amfibieën, reptielen en insecten en groeiplaatsen biedt voor orchideeën.

177

Plangrens Nieuwe Meer Oost Ecologische structuur Amsterdam Hoofdgroenstructuur Amsterdam Natuurnetwerk Nederland

178

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

10.4 Cultuurhistorie en archeologie Cultuurhistorie In en nabij Nieuwe Meer Oost zijn cultuur­ historisch waardevolle structuren aanwezig, waaronder de Sloterweg, het landschaps­ ontwerp rond het IBM-kantoor en de noord­ oever van de Oeverlanden. In het plan voor Nieuwe Meer Oost hebben we rekening gehouden met deze structuren. Zo herstellen we met de aanleg van de Nieuwe Sloterweg de oorspronkelijke functie van de Sloterweg als ontsluitingsweg tussen Amsterdam en Sloten.

Naast het monumentale kantoor zijn in Nieuwe Meer Oost nog drie voormalige IBM-gebouwen met een cultuurhistorische waarde aanwezig: het ketelhuis, de schrijf­machinefabriek en het administratiekantoor. In het kader van de projectnota Schinkel­kwartier is al besloten om deze gebouwen niet te beschermen en te behouden, omdat dit de herontwikkeling van Nieuwe Meer Oost en het aanleggen van de Nieuwe Sloterweg onmogelijk zou maken. Wel is nader onderzoek gedaan naar de cultuur­ historische waarde van deze gebouwen (bijlage 5.8). Daarbij is gekeken naar de mogelijkheden om karakteristieke gebouwelementen en het verhaal van IBM te behouden of terug te laten komen. Het ketelhuis blijft behouden en wordt ingepast in de uitbreiding van datacenter Global Switch. De schrijfmachinefabriek wordt vanwege de schaal en typologie niet ingepast in het ontwerp. Ook het administratiekantoor maakt in principe plaats voor nieuwbouw, al is het denkbaar dat het gebouw langer gehandhaafd blijft.

Uit archeologisch bureauonderzoek in het kader van het OER volgt dat de bewoningszone langs de Sloterweg een hoge archeologische verwachtingswaarde heeft. Dit duidt op een dichtere verspreiding van archeologische resten met een sterke onderlinge samenhang. Als gevolg van de ophoging in de twintigste eeuw

zijn eventuele archeologische sporen afgedekt met een zandpakket van circa 1,5 meter. Bij bodemverstoring ter plaatse van de archeo­ logische verwachtingszone van een bepaalde omvang (meer dan 500 m2 en dieper dan 1,5 meter) moet archeologisch veldonderzoek worden gedaan.

1

10.5 Bouwhoogte 2

Hoogtebeperkingen

Vliegveiligheid 3

De IBM-geschiedenis vormt een belang­rijke identiteitsdrager voor de planopzet van Nieuwe Meer Oost. Het IBM-kantoor heeft een beschermde status als gemeentelijk monument en blijft in de nieuwe situatie herkenbaar als een baken in de stad en het omringende landschap. De architectuurhistorische en typologische waarden van het monument zijn nader onderzocht (bijlage 5.7) en hebben we als vertrekpunt gebruikt bij de planuitwerking. De in samenhang met het kantoor ontworpen landschapstuin is geen onderdeel van het monument en bovendien niet meer geheel in takt. De over­gebleven water- en groen­structuur rondom het kantoor wordt onderdeel van een groter buurtpark.

Archeologie

179

Cultuurhistorische en archeologische waarden Plangrens Nieuwe Meer Oost Archeologische verwachtingszone voormalige Sloterweg

1

Voormalig IBM-ketelhuis

2

Voormalig IBM-administratiekantoor

3

Voormalige IBM-schrijfmachinefabriek Orde 1 Voorlopige orde 3 Gemeentelijk monument

We zien kansen om enkele architectonisch ­waardevolle onderdelen van de IBM-gebouwen te hergebruiken in de nieuwe bebouwing of als kunst in de openbare ruimte. De IBMtechnologie en modulaire opbouw vormen daarbij een belangrijke inspiratiebron voor het ontwerp. Verder denken we aan IBM als thema bij de naamgeving van de openbare ruimte. Het verhaal van IBM kan door deze wijze van hergebruik zichtbaar blijven. Deze uitgangs­ punten nemen we mee in het verdere ontwerpproces voor de gebouwen met de ontwikke­lende partijen en het ontwerp van de openbare ruimte.

Nieuwe Meer Oost ligt in de nabijheid van luchthaven Schiphol. Om de vliegveiligheid te waarborgen gelden in een gebied rond Schiphol hoogtebeperkingen, die zijn opgenomen in het Luchthavenindelingbesluit (LIB) Schiphol. Op grond van het LIB geldt een maatgevende toetshoogte in verband met aanvliegroutes en een toetshoogte in verband met radar. Objecten hoger dan de maatgevende toetshoogte zijn alsnog mogelijk als de vlieg­ veiligheid niet in geding is en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) voor het doorsnijden van de toetshoogte een verklaring van geen bezwaar (vvbg) verleent. De maatgevende toetshoogte is opgebouwd uit diverse vlakken. Sommige van deze vlakken vormen harde grenzen (zoals noodklimvlakken, naderingsvlakken en obstakelvrije ruimte), andere vlakken zijn zachter (zoals het zogenaamde horizontale binnenvlak). Doorsnijding van het horizontale binnenvlak (+41 meter NAP) is alleen toegestaan als het gebouw wordt afgeschermd door een bestaand gebouw of met een luchtvaartstudie wordt aangetoond dat de veiligheid en continuïteit van het vlieg­ verkeer gewaarborgd zijn. Het doorsnijden van een klim- of naderingsvlak kan alleen als sprake is van afschermende werking. Het plan voor Nieuwe Meer Oost voorziet in nieuwe bebouwing die hoger is dan deze toetshoogtes in het LIB.

Omdat de hoogte van de eerste bouwblokken het horizontale binnenvlak doorsnijden hebben de ontwikkelende partijen een luchtvaartstudie laten opstellen. Naar aanleiding daarvan heeft ILT voor de volgende gebouwen in Nieuwe Meer Oost besloten een vvgb te verlenen: B@Home (+56 meter NAP), het nieuwe kantoor (+45 meter NAP), blok 2 en 3 Think District (+43 meter NAP).

noodklimvlak Oostbaan

54m 53m 52m 51m 50m 49m 48m

Plangrens Nieuwe Meer Oost Maximum bouwhoogte Noodklimvlak Oostbaan

In het kader van de bouwplannen voor de overige bouwblokken in Nieuwe Meer Oost moet een vvgb worden aangevraagd. Gezien de LIB-toetsvlakken en de verleende vvgb’s is de verwachting dat de beoogde bouwhoogte in Nieuwe Meer Oost geen negatieve gevolgen heeft voor de vliegveiligheid en dat voor de beoogde bouwhoogte van de overige bouwblokken het verkrijgen van een vvgb aannemelijk is. Aandachtspunt daarbij is dat de bouwhoogte van blok 5 in het Think District het noodklimvlak van de Oostbaan doorsnijdt.

180

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Inpassing stadslandschap Nieuwe Meer Oost is in het hoogbouwbeleid Amsterdam aangeduid als hoogbouwcluster, waarbij de maximale bouwhoogte wordt bepaald door het LIB. Ander beleidsuitgangspunt is dat de weidsheid van de groene scheggen wordt gekoesterd door hoogbouw nooit als aaneengesloten wanden direct aan deze scheggen te positioneren en hier slechts incidenteel hoogbouw toe te staan.

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Met oog op de gefaseerde gebiedsontwikkeling van Nieuwe Meer Oost is per bouwplan met hoogbouw nader windhinderonderzoek nodig, omdat het windklimaat afhankelijk is van de mate waarin omliggende bouwblokken zijn gerealiseerd. Indien nodig kan het windklimaat in de tussentijd worden verbeterd door maatregelen te treffen (beplanting, luifels en schermen).

Hoogteaccenten zijn in Nieuwe Meer Oost uitsluitend voorzien op locaties waar ze de ruimtelijke samenhang en oriëntatie op ooghoogte versterken. Om de inpasbaarheid van de hoogbouw in het stadslandschap te beoordelen hebben we de visuele impact vanuit enkele gevoelige locaties inzichtelijk gemaakt en beoordeeld. De bebouwing in Nieuwe Meer Oost is niet zichtbaar vanuit de bufferzone rondom de als Unesco werelderfgoed aangewezen binnenstad, het beschermd stadsgezicht Plan Zuid, de Westeinderscheg en het historische lint van de Sloterweg. Conclusie is dan ook dat de hoogteaccenten zorgvuldig zijn ingepast in het stadslandschap en passen binnen het hoogbouwbeleid Amsterdam.

Windhinder Windhinder kan optreden op als gevolg van verhoogde windsnelheden rond hoge gebouwen, waardoor het verblijf in de directe omgeving van deze gebouwen onaangenaam of zelfs gevaarlijk kan zijn. Op basis van de criteria uit de NEN 8100 wordt voor verschillende situaties en activiteiten een beoordeling van het windklimaat gegeven. Uit onderzoek (bijlage 5.9) blijkt dat het wind­klimaat op enkele locaties nabij hoogbouw in Nieuwe Meer Oost als slecht wordt gekwali­ ficeerd. De beoogde landschappelijke inrichting van Nieuwe Meer Oost met veel bomen zorgt er echter voor dat het wind­klimaat in de plansituatie sterk verbetert. Zo voldoet het windklimaat ter plaatse van het buurtplein en het buurtpark voor het beoogde gebruik. Conclusie is dat kan worden voldaan aan de minimale kwalificatie (matig wind­klimaat) uit het hoogbouwbeleid Amsterdam en dat daarmee het windklimaat in Nieuwe Meer Oost aanvaardbaar wordt geacht.

klasse

doorlopen

slenteren

langdurig zitten

A B C D E

++ ++ ++ +/--

++ ++ +/---

++ +/----

Windhinder toekomstige situatie met bomen Bron: Windonderzoek Nieuwe Meer Oost (DGMR)

toekomstige bebouwing

Hoge bebouwing kan leiden tot schaduwwerking en kan negatieve gevolgen hebben voor bezonning. Uit onderzoek (bijlage 5.10) blijkt dat de nieuwe bebouwing in Nieuwe Meer Oost op de maatgevende momenten in het jaar (21 maart, 21 juni en 21 september) geen onevenredig nadelige schaduwwerking veroorzaakt op de openbare ruimte in het plangebied en woningen in de nabije omgeving.

Met oog op de gefaseerde ontwikkeling van Nieuwe Meer Oost is per bouwplan nader onderzoek naar bezonning nodig, omdat de mate van bezonning afhankelijk is van de mate waarin omliggende bouwblokken zijn gerealiseerd.

Classificatie beoordeling windhinder (NEN 8100)

Dagelijkse bezonningsduur

Schaduwwerking en bezonning

De nieuwe bouwblokken in Nieuwe Meer Oost zorgen onderling wel voor een zekere schaduwwerking. Daarbij is getoetst aan de Amsterdamse afgeleide van de lichte TNO-norm voor bezonning. Uitgangspunt van deze norm t hoofdwoonvertrek in de periode tussen 21 maart en 21 september minimaal twee uur (120 minuten) per dag moet bedragen. Een beperkt percentage van de woningen in Nieuwe Meer Oost voldoet niet aan deze bezonningsnorm. Voor een stedelijke situatie als deze, wordt de situatie aanvaardbaar geacht.

op 21 maart Bron: Bezonningsstudie Nieuwe Meer Oost

12u

5u

11u

4u

10u

3u

9u

2u

8u

1u

7u

0u

6u

10.6 Verkeer en parkeren Bereikbaarheid openbaar vervoer In de huidige situatie is de bereikbaarheid van Nieuwe Meer Oost per openbaar vervoer ontoe­reikend. Uit het OER volgt dat een verschuiving van auto naar openbaar vervoer en fiets nodig is om de bereikbaarheid per openbaar vervoer te verbeteren. De voorkeur gaat daarbij uit naar het aanpassen van metrostation Henk Sneevlietweg en het doortrekken van de Noord/ Zuidlijn richting Hoofddorp met een metrostation ter hoogte van de Johan Huizingalaan. De aanpassing van metrostation Henk Sneevliet­ weg en het doortrekken van de Noord/Zuidlijn zorgen voor een grote verbetering van de OV-bereikbaarheid van Nieuwe Meer Oost. Deze aanpassingen zijn echter niet in de komende tien jaar voorzien en vallen daarmee buiten de scope van de investeringsnota. Bovendien zijn deze aanpassingen niet voorwaardelijk voor de

181

ontwikkeling van Nieuwe Meer Oost. Wel hebben we in het ontwerp de benodigde ruimte gereserveerd voor de aanpassing van metrostation Henk Sneevlietweg en de inpassing van een nieuw metrostation ter hoogte van de Johan Huizingalaan. Vooruitlopend op bovengenoemde OV-aanpassingen op langere termijn gaan we uit van het doortrekken van buslijn 18 van station Lelylaan naar het Keynesplein en zetten we in op een HOV-buslijn naar Schiphol, waarbij de exploitatie moet worden afgestemd op de vervoersvraag. Deze HOV-buslijn moet ervoor zorgen dat de OV-bereikbaarheid van Nieuwe Meer Oost op korte termijn verbetert.

Bereikbaarheid fiets en voetganger In de huidige situatie ontbreken in Nieuwe Meer Oost goede verbindingen voor fietsers en

182

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

voetgangers. Uit het OER volgt dat een ver­ schuiving van auto naar openbaar vervoer en fiets nodig is om de bereikbaarheid per fiets te verbeteren. Op basis daarvan is onder andere gekozen voor een fietsverbinding over de Schinkel, waarbij de fietsroute zo centraal mogelijk door het plangebied loopt. Het ontwerp voor Nieuwe Meer Oost voorziet in ruimte voor de Nieuwe Sloterweg als centraal gelegen oost-west verbinding voor fietsverkeer. Langs het spoortalud voegen we een belangrijke nieuwe schakel in het fietsnetwerk van NieuwWest toe. Aan de oostzijde van de Johan Huizingalaan komt een tweerichtingsfietspad. We realiseren voor bewoners, werknemers en bezoekers een fijnmazig netwerk met wandelpaden in de binnenterreinen en het buurtpark, dat aansluit op de hoofdroutes. Verder verbeteren we de oversteekmogelijkheden van de Johan Huizingalaan en Henk Sneevlietweg. Met deze nieuwe verbindingen voor fietsers en voetgangers zorgen we voor een verbetering van de bereikbaarheid voor langzaam verkeer.

Verkeersafwikkeling auto De huidige infrastructuur in en rondom Nieuwe Meer Oost is ingericht op het autoverkeer, met brede profielen, parkeerterreinen op maaiveld en bovengrondse garages. Uit het OER volgt dat een verschuiving van auto naar openbaar vervoer en fiets nodig is om een prettig verblijfs­gebied te kunnen realiseren en knelpunten in de verkeersafwikkeling voor auto­ verkeer te voorkomen. Daarbij gaat de voorkeur uit naar infrastructurele maatregelen en een lage autoparkeernorm. Nieuwe Meer Oost blijft ook in de toekomst goed aangesloten op de gebiedsontsluitingswegen Johan Huizingalaan en de Henk Sneevliet­weg. Op termijn worden de profielen van deze ontsluitingswegen aangepast, passend bij een centrumstedelijk gebied. Een herprofilering van deze wegen is overigens niet voorwaardelijk om het autoverkeer van en naar Nieuwe Meer Oost af te kunnen wikkelen. Uit verkeersonderzoek (bijlage 5.11) blijkt dat het autoverkeer van en naar Nieuwe Meer Oost in de toekomstige situatie zonder nieuwe knelpunten voor de verkeersafwikkeling op de omliggende wegen kan worden afgewikkeld. Autoverkeer op de Johan Huizingalaan en

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Henk Sneevlietweg kan zowel links- als rechtsaf de buurt bereiken en verlaten. Per bouwplan moeten aan de hand van een nader verkeers­ onderzoek de effecten voor verkeersgeneratie, bereikbaarheid en doorstroming worden ­onderbouwd. De aansluiting van de Henk Sneevlietweg op de A10 komt als gevolg van de ontwikkeling van Nieuwe Meer Oost verder onder druk te staan. Dit kruispunt is in de huidige situatie al een aandachtspunt. Daardoor kiest een deel van het verkeer een route via de Johan Huizingalaan en de Oude Haagseweg om het hoofdwegennet te bereiken. Momenteel wordt onderzocht welke maatregelen nodig zijn om te komen tot een acceptabele verkeersafwikkeling op dit kruispunt. Om in Nieuwe Meer Oost een aantrekkelijk verblijfsklimaat te kunnen realiseren kiezen we voor een autoluwe inrichting door de ruimte voor autoverkeer te beperken. We realiseren slechts één doorgaande eenrichtingsverkeerroute voor autoverkeer waarbij alle bestem­ mingen bereikbaar blijven maar doorgaand autoverkeer wordt ontmoedigd. Bij de verkeerscirculatie houden we rekening met logistiek verkeer zoals pakketbezorging, bevoorrading en afvalinzameling. We beperken negatieve effecten van pakket­ bezorging door op minimaal twee locaties aan de rand van het gebied ruimte te reserveren voor een pakketpunt.

Bij voorkeur worden de pakketpunten ondergebracht in of nabij een ondergrondse parkeergarage, zodat reizen kan worden gecombineerd met het ontvangen en versturen van pakketten. Door parkeren, deel­mobiliteit en een pakketpunt te combineren krijgen deze parkeergarages een functie als mobiliteitshub voor de buurt.

Auto- en fietsparkeren In de huidige situatie bevinden de parkeer­ voorzieningen voor auto’s en fietsen zich op eigen terrein. In het OER gaat de voorkeur uit naar inpandige parkeervoorzieningen, eventueel in combinatie met hubs. Dit maakt het mogelijk de parkeerdruk in de openbare ruimte en het aantal vervoersbewegingen in de deelgebieden te beperken. Voor het auto- en fietsparkeren in Nieuwe Meer Oost sluiten we aan op de gemeentelijke

parkeernormen. Voor woningen geldt een minimum en een maximum parkeernorm. In de projectnota Schinkelkwartier is besloten om in te zetten op een maximale parkeernorm van 0,2 parkeerplaats per woning op basis van de beoogde segmentering. Daarnaast geldt een bezoekersparkeernorm van 0,1 parkeerplaats per woning. Voor kantoren geldt een norm van maximaal 1 parkeerplaats per 125 m2 bvo, binnen 400 meter van het metrostation Henk Sneevlietweg hanteren we een parkeernorm van 1 parkeerplek per 250 m2 bvo. Voor bedrijven en voorzieningen geldt maatwerk met de CROW richtlijnen (publicatie 381) als uitgangspunt. We voorzien voor auto’s in enkele ondergrondse parkeergarages op strategische locaties aan de rand van de buurt met een directe aan­sluiting op de Johan Huizingalaan en Henk Sneevliet­ weg. Daarmee voorkomen we dat autoverkeer onnodig de buurt doorkruist, maar blijft de autobereikbaarheid behouden. In de openbare ruimte leggen we een beperkt aantal parkeerplaatsen aan voor basisschoolleraren, minder­ validen en kortparkeren. We stimuleren deelmobiliteit en dubbelgebruik van parkeerplaatsen, zodat de parkeervraag kan worden beperkt. In de parkeergarages moet worden voorzien in voldoende laadinfrastructuur, waarbij het aanbod meegroeit met de vraag.

Het fietsparkeren is voorzien in gebruiks­ vriendelijke stallingen in ondergrondse parkeergarages of in de eerste bouwlaag van de bouwblokken. Gezien de bebouwingsdichtheid en het beperkt aantal straten in Nieuwe Meer Oost voorzien we in de openbare ruimte beperkt in fietsparkeerplekken voor bezoekers. Uit een globale parkeerbalans voor Nieuwe Meer Oost blijkt dat er voldoende ruimte is om invulling te kunnen geven aan de parkeervraag voor auto’s en fietsen. Per bouwplan in Nieuwe Meer Oost moet aan de hand van een specifieke parkeerbalans worden aangetoond dat wordt voldaan aan de geldende parkeernormen.

183

Verkeersveiligheid De toegenomen drukte in de stad en de variatie in voertuigen en snelheid zorgen er voor dat de verkeersveiligheid meer onder druk komt te staan. In de huidige situatie zijn op de Johan Huizingalaan en de Henk Sneevlietweg black spots aanwezig. We pakken de huidige black spots aan in het kader van het aanpassen van de aansluitingen met de straten in Nieuwe Meer Oost, en op termijn in het kader van de herprofilering van deze wegen. We voorzien voor langzaam verkeer in nieuwe veilige oversteekmogelijk­ heden van de Johan Huizingalaan en de Henk Sneevlietweg. In Nieuwe Meer Oost zorgen we voor een verkeersveilige inrichting volgens de principes van Duurzaam Veilig. Er komen gebruiks­ vriendelijke fietsenstallingen, zodat fietsgebruik wordt gestimuleerd. Door de Nieuwe Sloterweg autovrij en de buurtstraten/promenade autoluw in te richten beperken we het risico op ongevallen tussen gemotoriseerd en langzaam verkeer.

Modal split De huidige modal split (procentuele verdeling tussen de verschillende vervoersmodaliteiten) in Nieuwe Meer Oost past bij het beeld van een autolocatie. In het OER is opgenomen dat een verschuiving van auto naar openbaar vervoer en fiets noodzakelijk is om die bereikbaarheid te verbeteren, een prettig verblijfsgebied te realiseren en knelpunten in de verkeers­ afwikkeling voor auto’s te voorkomen. Het verkeersonderzoek toont aan dat de ontwikkeling van Nieuwe Meer Oost tot een verschuiving leidt van het huidige autogebruik naar meer gebruik van openbaar vervoer en fiets. In onderstaande tabel wordt de modal split in de huidige en toekomstige situatie voor Nieuwe Meer Oost weergegeven.

Aandeel openbaar vervoer (%)

Aandeel auto (%)

Aandeel fiets (%)

Huidige situatie

11

67

22

Toekomstige situatie

23

39

37

Huidige en toekomstige modal split Nieuwe Meer Oost

184

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Deze verschuiving van auto naar openbaar vervoer en fiets is niet alleen het gevolg van het realiseren van nieuwe fietsverbindingen, maar ook van het terugdringen van autogebruik en het verbeteren van het openbaar vervoer. Voor

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

de toekomstige modal split is geen rekening gehouden met een doortrekking van de Noord/ Zuidlijn en het aanpassen van metrostation Henk Sneevlietweg, maar wel met de HOV-buslijn tussen Schinkelhaven en Schiphol.

10.7 Geluid en trillingen Industriegeluid Nieuwe Meer Oost ligt in de nabijheid van de gezoneerde industrieterreinen Schiphol-Oost, Schinkel en hulpwarmtecentrale (HWC). Uit akoestisch onderzoek (bijlage 5.12) blijkt dat de geluidbelasting vanwege deze industrie­ terreinen bijna overal in Nieuwe Meer Oost lager is dan de voorkeursgrenswaarde en daarmee geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van geluidgevoelige functies zoals woningen. Alleen ter plaatse van blok 5 in Think District zorgt het industrieterrein HWC voor een beperkte overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Industriegeluid Nieuwe Meer Oost

Plangrens Nieuwe Meer Oost Industrieterrein hulpwarmtecentrale Geluidzone industrieterreinen

Naast geluid van genoemde industrieterreinen moet rekening worden gehouden met geluid van individuele bedrijven, in dit geval data­ center Global Switch, de gemeentewerf en het recyclepunt. Daarbij hebben we rekening gehouden met vergunde geluidruimte en indicatieve richtafstanden. Datacenter Global Switch beschikt over een omgevingsvergunning milieu waarin rekening is gehouden met zowel uitbreiding van het datacenter als woningbouw aan de zuidzijde van het datacenter. In verband met het opgesteld motorisch vermogen moet Global Switch worden aangemerkt als een zoneringsplichtige inrichting die op een gezoneerd industrieterrein moet zijn gevestigd. Hiervoor moet het Omgevingsplan worden gewijzigd. De aan­ wijzing als gezoneerd terrein met geluid­ productieplafonds leidt overigens niet tot beperkingen voor de ontwikkelmogelijkheden. De huidige vergunde geluidruimte van Global Switch blijft namelijk ook dan maatgevend voor de geluidbelasting in de omgeving. In het OER ging de voorkeur nog uit naar het op termijn verplaatsen van het datacenter. Uitgangspunt in de investeringsnota is echter dat verplaatsing van Global Switch niet aan de orde is, zodat rekening moet worden gehouden met eventuele geluidbeperkingen.

Uit het akoestisch onderzoek (bijlage 5.13) volgt dat de geluidbelasting vanwege Global Switch op enkele gevels van de meest noordelijke bouwblokken hoger is dan de grenswaarde, zodat hier gebouwgebonden maatregelen nodig zijn. In het overige deel van het gebied is de geluidbelasting lager dan de grenswaarde, wat aanvaardbaar wordt geacht. Conclusie is dat met een standaard gevelisolatie bij de woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden geborgd en de vergunde geluidruimte en bedrijfsvoering van Global Switch niet worden beperkt.

De gemeentewerf en het recyclepunt worden in het kader van de gebiedsontwikkeling ­verplaatst, zodat eventuele geluidemissie ­uiteindelijk geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van geluidgevoelige functies. Het recycle­punt wordt tijdelijk verplaatst naar de locatie van de gemeentewerf. Binnen de indicatieve richtafstand voor geluid (50 meter) zijn geen geluidgevoelige functies voorzien, zodat het recyclepunt op deze locatie geen negatieve gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat.

Op basis van dit onderzoek gaat de voorkeur uit naar een geluidscherm langs de noordelijke rijbaan van A4 van deels 3,5 meter en deels 6 meter hoog. Aanvullend is een 2 meter hoog scherm nodig ter plaatse van de zuidelijke rijbaan van de A4. Beide schermdelen moeten voor een deel worden doorgetrokken ter plaatse van deelgebied Nieuwe Meer West en de sporendriehoek. De geluidschermen langs de noordelijke rijbaan van de A4 sluiten ter hoogte van het spoortalud aan op een 1,5 meter hoog geluidscherm langs het treinspoor.

Wegverkeers-, spoor- en metrogeluid

Bij het bepalen van de lengte en hoogte van de geluidschermen is rekening gehouden met de uitgangssituatie dat de ontwikkeling van verschillende bouwblokken in Nieuwe Meer Oost vooruitloopt op de realisatie van de geluidschermen. Voor deze bouwblokken geldt dat in geval van een overschrijding van de grenswaarde een ‘niet geluidgevoelige gevel’ (voorheen dove gevel genaamd) verplicht is en bouwkundige maatregelen nodig zijn, zoals afsluitbare loggia’s. Daarbij is relevant dat deze bouwblokken in de eerste linie voor een afscherming van het geluid en daarmee een lagere gevelbelasting op de bouwblokken in de tweede linie zorgen.

In de huidige situatie reikt het geluid van de snelweg A4 relatief ver in Nieuwe Meer Oost. In een groot deel van het gebied wordt daardoor de grenswaarde overschreden. Het geluid van de Johan Huizingalaan zorgt op de westelijk gelegen bouwblokken voor een overschrijding van de standaardwaarde. Treinverkeer en in beperkte mate ook metro­ verkeer zorgen met name op de oostelijk gelegen bouwblokken voor een overschrijding van de standaardwaarde. Er zijn dan ook maatregelen nodig om de geluidhinder vanwege wegverkeer en spoor te beperken en op die manier een aanvaardbaar woon-, leef- en verblijfsklimaat te waarborgen. In het OER ging de voorkeur uit naar een aarden geluidwal (15 meter hoog) en geluidschermen langs de A4 (5 meter hoog) en eerstelijns­ bebouwing langs het spoor en geluidschermen langs het spoor (2 meter hoog). In het kader van de investeringsnota is nader onderzoek gedaan naar de uitvoerbaarheid van de parkwal langs de A4. Daaruit blijkt dat de vormgeving van de parkwal, zoals beoogd in de projectnota Schinkelkwartier, in verband met de reservering voor de Noord/Zuidlijn, de benodigde toegankelijkheid van de sporendriehoek (werkterrein Zuidasdok) en de te nemen maatregelen aan bestaande kunstwerken, niet uitvoerbaar is. Om alsnog voor voldoende geluidafscherming te zorgen is onderzoek gedaan naar alternatieve geluidafschermende maatregelen (bijlage 5.14).

Doelstelling is om de overschrijding van de grenswaarde op de gevels van geluidgevoelige functies zoveel mogelijk te voorkomen en de geluidbelasting op leefniveau (waaronder in het buurtpark) terug te brengen tot bij voorkeur de standaardwaarde.

Aan de hand van nader onderzoek (bijlage 5.15) zijn de effecten van de nieuwe bebouwing en de beoogde geluidafschermende maatregelen inzichtelijk gemaakt. De gesloten bouwblokken zijn effectief om geluid vanwege wegverkeer en spoor te weren en voor geluidluwe gevels en binnenterreinen te zorgen. De schermen zorgen voor een aanzienlijke vermindering van de gevelbelasting op met name de lagere bouwlagen van de bouw­ blokken, waardoor de overschrijding van de standaardwaarde afneemt. Op de bovenste bouwlagen van de bouwblokken voldoet de gevelbelasting op de meeste plekken aan de grenswaarde. Daarnaast zorgen de schermen op leefniveau voor een afname van de geluidbelasting met circa 5 dB, waardoor onder meer de verblijfskwaliteit in het buurtpark sterk verbetert.

185

186

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Geluidcontouren snelweg voor maatregelen (1,5 m)

Geluidcontouren snelweg na maatregelen (1,5 m)

Geluidcontouren hoofdspoor voor maatregelen (1,5 m)

Geluidcontouren hoofdspoor na maatregelen (1,5 m)

Bron: Akoestisch onderzoek cumulatie (DGMR)

Bron: Akoestisch onderzoek cumulatie (DGMR)

Bron: Akoestisch onderzoek cumulatie (DGMR)

Bron: Akoestisch onderzoek cumulatie (DGMR)

99 70 65 60 55 50 0 Geluidcontouren snelweg voor maatregelen (30 m)

Geluidcontouren snelweg na maatregelen (30 m)

Geluidcontouren hoofdspoor voor maatregelen (30 m)

Geluidcontouren hoofdspoor na maatregelen (30 m)

Bron: Akoestisch onderzoek cumulatie (DGMR)

Bron: Akoestisch onderzoek cumulatie (DGMR)

Bron: Akoestisch onderzoek cumulatie (DGMR)

Bron: Akoestisch onderzoek cumulatie (DGMR)

In het kader van individuele bouwplannen is altijd nader akoestisch onderzoek nodig, omdat de gevelbelasting afhankelijk is van de mate waarin omliggende bouwblokken al zijn gerealiseerd en daarmee voor afscherming en/ of reflectie zorgen. Nieuwe woningen moeten op grond van de gemeentelijke beleidsregel geluidluwe gevel altijd beschikken over een stille (geluidluwe) zijde. Daarvoor kan het nodig zijn om bouwkundige maatregelen te treffen, zoals loggia’s, balkons met borstwering,

lamellenroosters of spuiluiken. Bij overschrijding van de grenswaarde is een dubbelzijdige oriëntatie gewenst. Verder hanteren we als uitgangspunt een gelijkwaardige verdeling van woningcategorieën over geluidbelaste locaties. Daarmee voorkomen we dat sociale huur­ woningen op de meest geluidbelaste en vrijesectorwoningen op de minst geluidbelaste locaties worden gerealiseerd.

Met de beoogde bebouwingstypologie, geluidafscherming en eventuele aanvullende gebouwgebonden maatregelen zorgen we in Nieuwe Meer Oost voor een aanvaardbaar woon-, leef- en verblijfsklimaat.

woningbouw worden in principe begrensd door de LIB-4 zone. Boven de 48 dB(A) Lden is de kans dat hinder wordt ervaren groot. Boven het niveau van 40 dB(A) Lnight kan ernstige slaap­ verstoring optreden. Nieuwe Meer Oost ligt buiten de LIB-4 zone, maar deels binnen de LIB-5 zone, het planologisch afwegingsgebied voor geluid. Omdat Schinkelkwartier als bestaand stedelijk gebied kan worden aan­ gemerkt, is het mogelijk om hier geluidgevoelige functies toe te staan op voorwaarde dat in de

Luchtvaartgeluid Nieuwe Meer Oost ligt in de nabijheid van Schiphol, waardoor rekening moet worden gehouden met geluidbelasting als gevolg van vliegverkeer. De wettelijke mogelijkheden voor

187

188

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

planvorming expliciet rekening wordt gehouden met luchtvaartgeluid en toekomstige bewoners vooraf actief worden geïnformeerd. Deze verplichting volgt uit de gemeentelijke beleidsregel wonen en vliegen 20 Ke-contour Schiphol. De geluidbelasting als gevolg van vliegverkeer wordt in Nieuwe Meer Oost bepaald door landende vliegtuigen richting de Oostbaan en opstijgende vliegtuigen vanaf de Zwanenburg­ baan en Polderbaan. Het geluid van de Oostbaan, die in principe niet ’s nachts wordt gebruikt, is daarbij maatgevend. De jaar­ gemiddelde geluidbelasting in het plangebied bedraagt 48-50 dB(A) Lden, in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) bedraagt de jaar­ gemiddelde geluidbelasting 39 dB(A) Lnight. Gezien deze geluidbelasting kan een zekere mate van hinder in Nieuwe Meer Oost niet worden uitgesloten, maar is van ernstige slaapverstoring geen sprake.

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Om de blootstelling aan luchtvaartgeluid te kunnen beperken is, in aansluiting op het OER, onderzoek gedaan naar geluidadaptieve maatregelen in Nieuwe Meer Oost (bijlage 5.16). De bebouwingstypologie van gesloten bouwblokken met binnentuinen blijkt positief voor het afschermen van luchtvaartgeluid en het beperken van reflectie. Bij de nadere plan­ uitwerking moet invulling worden gegeven aan geluidadaptieve maatregelen, bijvoorbeeld door bij de oriëntatie van de woningen, het groenontwerp en de gevelmaterialisering nadrukkelijk rekening te houden met luchtvaartgeluid en op de meest geluidbelaste locaties afsluitbare loggia’s toe te passen. Met toepassing van deze geluidadaptieve maatregelen kan de blootstelling aan luchtvaartgeluid en daarmee eventuele hinder in Nieuwe Meer Oost worden beperkt. Conclusie is dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt gewaarborgd. Toekomstige bewoners in Nieuwe Meer Oost worden tijdig geïnformeerd over de geluid­ belasting vanwege luchtvaartgeluid en even­ tuele getroffen maatregelen. Zo worden zij in de gelegenheid gesteld om bewust een keuze te maken voor wonen in een door luchtvaart­ geluid belast gebied. Met de ontwikkelende partijen en corporaties maken we afspraken over deze informatieplicht. Onderdeel daarvan is dat in koop- en huurovereenkomsten wordt opgenomen dat sprake kan zijn van geluidhinder als gevolg van luchtvaart.

Afwegingsgebied LIB-5 en

B( A) L

de n

48 dB(A) Ld

en

geluidbelasting luchtvaart

n de

dB (A )L

(A )L

n

de

52

dB

51

50

dB (A )L

de

n

49 d

Grondgeluid Schiphol

53

Plangrens Nieuwe Meer Oost Jaargemiddelde geluidbelasting luchtvaart Afwegingsgebied LIB-5

d

L A) B(

n

de

Naast geluid van vliegtuigen in de lucht kan ook het laagfrequente geluid van startende vlieg­ tuigen op de grond een zekere mate van hinder veroorzaken. Dit grondgeluid weerkaatst onder meewindcondities tegen de grond en kan daardoor, met name bij winterse omstandig­ heden, op enkele kilometers afstand van Schiphol worden waargenomen. Er zijn geen normen voor grondgeluid. Uit verkennend onderzoek naar grondgeluid in het kader van het OER volgt dat hinder in Nieuwe Meer Oost niet op voorhand kan worden uitgesloten. Omdat in dat onderzoek de invloed van bebouwing echter niet gedetailleerd is meegenomen, zijn ter plaatse van het plangebied metingen verricht naar grondgeluid van startende vliegtuigen vanaf de Aalsmeerbaan en Kaagbaan (bijlage 5.17). De gemeten niveaus in Nieuwe Meer Oost zijn

gerelateerd aan het referentieniveau van grondgeluid van de Polderbaan in de wijk Vrijschot-Noord (Hoofddorp). Op basis daarvan is de conclusie dat grondgeluid in Nieuwe Meer Oost waarneembaar zal zijn, maar zal niet leiden tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bovendien kunnen toekomstige bebouwing en geluidafschermende maatregelen voor extra afscherming zorgen.

Cumulatieve geluidbelasting Omdat Nieuwe Meer Oost door meerdere geluidbronnen wordt belast is indicatief onder­ zoek gedaan naar de cumulatieve geluid­ belasting (bijlage 5.18). Het realiseren van gesloten bouwblokken en de geluidafschermende maatregelen langs de snelweg A4 en het spoor zorgen voor een verlaging van de cumulatieve geluidbelasting tot waarden van 58 tot 66 dB, wat volgens het Amsterdams geluidbeleid aanvaardbaar kan worden geacht. Kanttekening daarbij is dat daarbij geen rekening is gehouden met het effect van gebouwgebonden en geluidadaptieve maat­ regelen, terwijl die maatregelen zorgen voor geluidluwe gevels en minder blootstelling aan luchtvaartgeluid. Uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) volgt dat luchtvaartgeluid binnen de 48 dB(A) Lden contour, dus ook in Nieuwe Meer Oost, moet worden betrokken bij het bepalen van de cumulatieve geluidbelasting. Voor luchtvaart is een worst case van 50 dB Lden gehanteerd. In de Aanvullingsregeling geluid Omgevingswet is een aanpassing van de rekenregels voor cumulatie van luchtvaartgeluid voorzien, als gevolg waarvan luchtvaart in een groter gebied

zwaarder gaat meetellen. Deze rekenregels treden echter nog niet in werking, zodat voorlopig de bestaande rekenregels blijven gelden. In het kader van individuele bouwplannen is altijd nader akoestisch onderzoek nodig naar de aanvaardbaarheid van de cumulatieve geluidbelasting. Daarbij moet ook de mate van ernstige geluidhinder en slaapverstoring in beeld worden gebracht. Aanvullend op de informatieplicht binnen het LIB-5 gebied moeten toekomstige bewoners op grond van het OER actief en tijdig worden geïnformeerd over de (cumulatieve) geluidbelasting en getroffen maatregelen in het gebied, zodat zij in de gelegenheid worden gesteld om een bewuste keuze te maken voor wonen in een geluidbelast gebied.

Trillingen In Nieuwe Meer Oost kan een zekere mate van trillinghinder langs de spoorlijn optreden. Op grond van het OER moet in het kader van een bouwplan binnen 100 meter van het spoor onderzoek naar mogelijke trillinghinder worden gedaan. Daaruit kan volgen dat maatregelen aan het gebouwontwerp nodig zijn om trillinghinder als gevolg van treinverkeer te voorkomen. Verder voorkomen we onevenredig negatieve effecten op de bedrijfsvoering van Global Switch als gevolg van trillingen door bouw­ werkzaamheden in Nieuwe Meer Oost. Bij de nadere planuitwerking wordt onderzocht in hoeverre mitigerende maatregelen, zoals aangepaste heitechnieken, nodig zijn om negatieve effecten te voorkomen.

10.8 Luchtkwaliteit, stof en geur Luchtkwaliteit De snelwegen A4 en A10 zijn maatgevend voor de luchtkwaliteit in Nieuwe Meer Oost. Daar­ naast is luchthaven Schiphol van invloed op de luchtkwaliteit. De achtergrondconcentratie in Amsterdam is relatief hoog. Als gevolg van de toename van het aantal elektrische auto’s en de uitbreiding van milieuzones in Amsterdam zal de luchtkwaliteit de komende jaren verder verbeteren.

Om negatieve gezondheidseffecten als gevolg van luchtverontreiniging in Nieuwe Meer Oost te beperken worden in lijn met de gemeentelijke richtlijn gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit binnen een afstand van 150 meter van de A4 geen gevoelige bestemmingen (waaronder scholen voor minderjarigen en kinderdag­ verblijven) gerealiseerd. Daarnaast worden geen gevoelige bestemmingen gerealiseerd in de eerstelijnsbebouwing binnen 25 meter afstand van de Johan Huizingalaan.

189

190

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Uit onderzoek (bijlage 5.19) blijkt dat de wettelijke grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof in Nieuwe Meer Oost nergens worden overschreden. De concentraties stikstofdioxide en fijnstof liggen boven de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), wat overigens niet wordt veroorzaakt door de ontwikkeling van Nieuwe Meer Oost maar door de achtergrondconcentraties. Naast stikstof­ dioxide en fijnstof kan ultrafijnstof (waaronder roet) afkomstig van weg- en vliegverkeer gezondheidseffecten veroorzaken. Hiervoor gelden geen wettelijke normen. Per bouwplan moet worden onderbouwd in hoeverre de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Op grond van het OER moeten toekomstige bewoners van Nieuwe Meer Oost actief en tijdig worden geïnformeerd over de luchtkwaliteit in het gebied, zodat zij in de gelegenheid worden gesteld om bewust een keuze te maken voor wonen in een gebied met een zekere mate van luchtverontreiniging.

Stof en geur In of nabij Nieuwe Meer Oost vinden geen activiteiten plaats die in het plangebied hinder als gevolg van emissie van grof stof kunnen veroorzaken. Voor geur geldt dat zowel de gemeentewerf als het recyclepunt in Nieuwe Meer Oost een indicatieve richtafstand van 30 meter hebben. De gemeentewerf en het recyclepunt worden in het kader van de gebiedsontwikkeling verplaatst, zodat eventuele geuremissie daarmee uiteindelijk geen belemmering vormt voor de ontwikkeling. Gezien de richtafstand

Binnen bepaalde afstanden van de A4 moet in Nieuwe Meer Oost rekening worden gehouden

rijkswegen en hogedruk aardgasleiding

Sinds de aanwijzing van aandachtsgebieden is het berekenen van het groepsrisico niet meer verplicht. Het groepsrisico is de kans op over­ lijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongeluk bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Uit een indicatieve berekening van het groepsrisico voor Nieuwe Meer Oost (bijlage 5.20) volgt dat de oriëntatiewaarde wordt overschreden, maar dat de ontwikkeling geen significante invloed heeft op het groepsrisico. Als gevolg van de realisatie van Zuidasdok zal het transport met gevaarlijke stoffen afnemen en daalt het groepsrisico tot onder de oriëntatie­waarde. Het groepsrisico wordt aanvaardbaar geacht.

Richtafstanden gevoelige bestemmingen ­luchtkwaliteit Plangrens Nieuwe Meer Oost Snelwegen (150 meter) Stedelijke wegen (25 meter)

levert ook de tijdelijke verplaatsing van het recyclepunt naar de locatie van de gemeentewerf geen beperkingen op voor de ontwikkeling. Wegverkeer en luchtvaart kunnen in Nieuwe Meer Oost mogelijk tot waarneembare geur­ concentraties leiden, maar veroorzaken naar verwachting geen hinder.

10.9 Omgevingsveiligheid Nieuwe Meer Oost ligt binnen het invloed­gebied van de snelweg A4, waarover gevaar­lijke stoffen worden vervoerd. De nieuwe bebouwing in Nieuwe Meer Oost ligt buiten de invloedgebieden van de A10-West en een hogedruk aardgasleiding ten zuiden van het gebied. In of nabij het gebied zijn ook geen risicovolle inrichtingen aanwezig die voor beperkingen zorgen.

Veiligheidscontouren

is een centraal uit te schakelen mechanisch ventilatiesysteem de meest effectieve ­ aatregel. m

met risico’s op een incident met brand, explosie of gifwolk. De veiligheidsrisico’s vormen vooral voor de eerstelijnsbebouwing een aandachtspunt. De nieuwe bebouwing ligt buiten het brandaandachtsgebied, maar binnen het explosie- en gifwolkaandachtsgebied van de A4. De eerstelijnsbebouwing kan worden beschermd tegen explosiegevaar door deze te voorzien van gevels waarmee letsel door scherf­werking wordt voorkomen. In het scenario van een calamiteit met toxische gassen

In Nieuwe Meer Oost zijn binnen de aandachtsgebieden van de A4 geen minder zelfredzame groepen zoals kinderen en ouderen beoogd. Via toegangswegen aan de noord- en westzijde is Nieuwe Meer Oost bereikbaar voor nood- en hulpdiensten en voorzien we in de openbare ruimte in voldoende opstelplaatsen en blus­ watervoorzieningen. Bij nieuwe ontwikkelingen binnen de aandachtsgebieden moet rekenschap worden gegeven van de risico’s. Daarbij moet aandacht worden besteed aan risico­ profiel, bestrijdbaarheid, bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten, bluswatervoorzieningen, zelfredzaamheid, vluchtroutes en risicocommunicatie. Nieuwe Meer Oost ligt deels binnen de LIB-5 zone, waarbinnen naast geluid ook rekening moet worden gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond. De ontwikkeling leidt tot een intensiever gebruik, waar-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15872469/1