Concept Handhavingsstrategie voor horeca (APV) en de Alcoholwet.pdf
Tekst van het document
In gevallen waarin gedoogd wordt dat zonder exploitatievergunning geëxploiteerd mag worden, geldt dit meestal ook voor de alcoholverstrekking. Voor de leidinggevenden wordt dan gekeken naar het aanhangsel van de Alcoholwetvergunning en naar de bij de verlengingsaanvraag opgegeven nieuwe leidinggevenden. Voor de lokaliteiten waar alcohol verstrekt mag worden, wordt aangesloten bij de lokaliteiten die eerder vergund zijn geweest aan de huidige exploitant dan wel aan de vorige exploitant. 26
Gedogen is niet passend als sprake is van een nieuwe exploitant op een nieuwe locatie. In dat geval is nog niets bekend en zal het in veel gevallen passend zijn om de exploitatie te laten beëindigen totdat alsnog een exploitatievergunning verleend is. Er is eveneens sprake van exploiteren zonder vergunning als artikel 3.7 lid 2 en lid 3 APV niet van toepassing is. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval dient dan beoordeeld te worden hoe gehandeld wordt. Er zal wellicht met de ondernemer worden gesproken en er zal onderzoek worden gedaan naar de mogelijkheden om een vergunning te verlenen. NB Er is geen sprake van exploiteren zonder vergunning als een nieuwe exploitant een horecazaak overgenomen heeft, mits de vergunning van de vorige exploitant nog geldig is wat looptijd betreft en de aanvraag van de nieuwe exploitant binnen vier weken na datum overname ingediend wordt. In dat geval bepaalt artikel 3.7 lid 2 en lid 3 APV dat de vergunning van de vorige exploitant gedurende de behandeling van de aanvraag van de nieuwe exploitant van kracht blijft voor de nieuwe exploitant, tenzij er omstandigheden zijn om hiervan af te wijken.
Het hangt dus van de omstandigheden van het geval af, of de exploitant nog een kans krijgt om een volledige aanvraag in te dienen zonder dat een last onder bestuursdwang opgelegd wordt, of dat er al direct reden is om een last onder bestuursdwang op te leggen. Als een last onder bestuursdwang opgelegd wordt, zal ook per geval bekeken worden welke begunstigingstermijn dan passend is. Indien zwaarwegende omstandigheden daartoe dwingen kan de last onder bestuursdwang ook onmiddellijk worden opgelegd, dat wil zeggen met een zeer korte begunstigingstermijn waarbij de exploitatie binnen enkele uren gestaakt moet worden en blijven totdat alsnog een exploitatievergunning verleend is. Stappenplan III.1 is niet van toepassing als er wordt geëxploiteerd en de exploitatievergunning is ingetrokken als gevolg van het doorlopen van een stappenplan in categorie I of II of op grond van maatwerk. De last onder bestuursdwang wordt dan opgelegd op grond van het betreffende stappenplan en heeft niet zijn basis in deze Categorie III-paragraaf. III.2 Exploitatie na weigering van de exploitatievergunning of na buiten behandeling stellen van de aanvraag Het besluit tot weigering zal, in het geval de horecazaak nog open was, ook een datum bevatten per wanneer die exploitatie beëindigd moet zijn. De ondernemer dient de exploitatie te staken binnen een aangegeven termijn.
Als daarna blijkt dat de zaak niet gesloten is, wordt een last onder bestuursdwang opgelegd waarbij de exploitatie per direct beëindigd moet worden. Indien de exploitatie dan toch niet vrijwillig wordt gestaakt dan wordt van gemeentewege bestuursdwang toegepast: deze sluiting betreft feitelijk handelen. Een aanvraag kan buiten behandeling worden gesteld als de aanvrager niet tijdig verzochte gegevens aanlevert. Gevolg van een buitenbehandelingstelling is dat er geen geldige exploitatievergunning is en er ook geen aanvraag meer in behandeling is. Het besluit buiten behandeling stellen zal, in het geval de horecazaak nog open was, ook een 27
datum bevatten per wanneer die exploitatie beëindigd moet zijn. In dit soort gevallen volgt vaak alsnog vrij snel een nieuwe aanvraag waarbij wel alle opgevraagde gegevens aangeleverd worden. In zo’n geval zal het in de meeste gevallen passend zijn om dan de exploitatie voort te laten duren. Vanzelfsprekend alleen in de gevallen waarin bij het behandelen van de aanvraag die buiten behandeling is gesteld, al gedoogd werd dat de exploitatie zonder geldige vergunning kon worden voortgezet. In andere gevallen past het om de exploitatie wel gestaakt te (laten) houden en om dat zo nodig met een last onder bestuursdwang te bewerkstelligen. III.3 Alcoholhoudende drank verstrekken door horeca zonder Alcoholwetvergunning / Sterke drank verstrekken door slijterij zonder Alcoholwetvergunning (art 3 Alcoholwet)
Horeca Als een exploitant alcoholhoudende dranken verstrekt zonder Alcoholwetvergunning, is de exploitant in overtreding. Er wordt een last onder dwangsom opgelegd. Als er een last onder dwangsom wordt opgelegd dient de exploitant zelf, binnen de gegeven termijn, ervoor te zorgen dat alle alcoholhoudende dranken uit de horecazaak verwijderd worden en blijven. Het mag niet lonen om in plaats van het verwijderen het dwangsombedrag te voldoen. Het dwangsombedrag bedraagt € 15.000,-. De exploitant heeft de mogelijkheid een vergunning op grond van de Alcoholwet aan te vragen. Pas als daarop positief beslist is, mag de alcoholhoudende drank weer in de horecazaak aanwezig zijn en verstrekt worden. Als na de invordering van het dwangsombedrag in een horecazaak met exploitatievergunning maar zonder Alcoholwetvergunning nog steeds alcoholhoudende dranken aanwezig zijn, kan de exploitatievergunning voor onbepaalde tijd ingetrokken worden wegens slechte bedrijfsvoering (stap 3). Als de exploitatie dan niet tijdig gestaakt wordt en/of blijft kan vervolgens met een last onder bestuursdwang alsnog sluiting bewerkstelligd worden (stap 4 en 5).
Slijterij Alleen een slijterij met een Alcoholwetvergunning mag sterke drank vertrekken voor gebruik elders dan ter plaatse. Indien in een winkel zonder Alcoholwetvergunning sterke drank wordt aangetroffen, dan wordt ook een last onder dwangsom opgelegd. Als er een last onder dwangsom wordt opgelegd dient de exploitant zelf, binnen de gegeven termijn, ervoor te zorgen dat alle sterke dranken uit de winkel verwijderd worden en blijven. Het mag niet lonen om in plaats van het verwijderen het dwangsombedrag te voldoen. Het dwangsombedrag bedraagt € 15.000,-. Dit geldt alleen voor een situatie waarin de winkel wat assortiment betreft aan de voorwaarden voor een slijterij voldoet (zie definitie slijtersbedrijf in artikel 1 lid 1 Alcoholwet en artikel 2.1 Alcoholbesluit). In dat geval is immers alleen het ontbreken van een Alcoholwetvergunning de overtreding, waarbij die situatie met een aanvraag en vergunningverlening alsnog gelegaliseerd zou kunnen worden. In alle andere gevallen is hoofdstuk 4 van deze Handhavingsstrategie van toepassing. Daarin wordt omschreven hoe om te gaan met bedrijven die niet verplicht zijn om een Alcoholwetvergunning te hebben voor het verstrekken van zwak-alcoholhoudende dranken voor gebruik elders dan ter plaatse. En als het een bedrijf betreft die helemaal geen alcoholhoudende 28
dranken voor gebruik elders dan ter plaatse mag verstrekken staat eveneens in Hoofdstuk 4 hoe daartegen opgetreden wordt. Als na het invorderen van het dwangsombedrag er nog steeds sterke drank aanwezig blijft dan zal met maatwerk bekeken worden welke handhavingsstap dan het beste toe kan worden gepast om de overtreding te laten stoppen. NB. Stappenplan III.3 is niet van toepassing als er alcohol (horeca)/sterke drank (slijterij) wordt verstrekt en de Alcoholwetvergunning is ingetrokken als gevolg van het doorlopen van een stappenplan in categorie I of II of op grond van maatwerk. In die gevallen wordt een last onder bestuursdwang opgelegd op grond van het betreffende stappenplan en heeft niet zijn basis in deze Categorie III paragraaf. III.4 Alcoholhoudende drank verstrekken door horeca na weigering of buiten behandeling stellen Alcoholwetvergunning / Sterke drank verstrekken door slijterij na weigering of buiten behandeling stellen Alcoholwetvergunning (art. 3 Alcoholwet)
Horeca Als de aanvraag voor een Alcoholwetvergunning geweigerd is, dan zal in het weigeringsbesluit ook een datum opgenomen worden per wanneer alle alcoholhoudende dranken uit de horecazaak verwijderd moeten zijn en blijven. Zo’n datum is alleen nodig als hangende de aanvraag werd gedoogd dat er alcoholhoudende dranken in de zaak aanwezig waren. Dit zal in feite alleen aan de orde zijn als de exploitatievergunning wel verleend wordt als alcoholvrije horecazaak. Als na het weigeringsbesluit toch alcoholhoudende dranken aanwezig zijn en/of verstrekt worden, zal een last onder dwangsom worden opgelegd. Als er een last onder dwangsom wordt opgelegd dient de exploitant zelf, binnen de gegeven termijn, ervoor te zorgen dat alle alcoholhoudende dranken uit de horecazaak verwijderd worden en blijven. Het mag niet lonen om in plaats van het verwijderen het dwangsombedrag te voldoen. Het dwangsombedrag bedraagt € 15.000,-. Hetzelfde geldt bij het buiten behandeling stellen van een aanvraag Alcoholwetvergunning. Als de exploitant reden ziet om een nieuwe aanvraag Alcoholwetvergunning in te dienen, mag er pas alcoholhoudende drank aanwezig zijn en worden verstrekt vanaf het moment dat alsnog een Alcoholwetvergunning is verleend.
Als na de invordering van het dwangsombedrag in een horecazaak met exploitatievergunning maar zonder Alcoholwetvergunning nog steeds alcoholhoudende dranken aanwezig zijn, kan de exploitatievergunning voor onbepaalde tijd ingetrokken worden wegens slechte bedrijfsvoering (stap 3). Als de exploitatie dan niet tijdig gestaakt wordt en/of blijft kan vervolgens met een last onder bestuursdwang alsnog sluiting bewerkstelligd worden (stap 4 en 5).
Slijterij Als de aanvraag van een slijterij voor een Alcoholwetvergunning is geweigerd dan wordt in het weigeringsbesluit een datum genoemd wanneer alle sterke drank uit de winkel verwijderd moet zijn en blijven. Zo’n datum is alleen nodig als hangende de aanvraag werd gedoogd dat er sterke dranken in de zaak aanwezig waren. Als na het weigeringsbesluit toch sterke drank aangetroffen wordt, wordt een last onder dwangsom 29
opgelegd. Als er een last onder dwangsom wordt opgelegd dient de exploitant zelf, binnen de gegeven termijn, ervoor te zorgen dat alle sterke dranken uit de slijterij verwijderd worden en blijven. Het mag niet lonen om in plaats van het verwijderen het dwangsombedrag te voldoen. Het dwangsombedrag bedraagt € 15.000,-. Hetzelfde geldt bij het buiten behandeling stellen van een aanvraag Alcoholwetvergunning. Als na het invorderen van het dwangsombedrag er nog steeds sterke drank aanwezig blijft dan zal met maatwerk bekeken worden welke handhavingsstap dan het beste toe kan worden gepast om de overtreding te laten stoppen. Dit geldt alleen voor een situatie waarin de winkel wat assortiment betreft aan de voorwaarden voor een slijterij voldoet (zie definitie slijtersbedrijf in artikel 1 lid 1 Alcoholwet en artikel 2.1 Alcoholbesluit). In dat geval is immers alleen het ontbreken van een Alcoholwetvergunning de overtreding, waarbij die situatie met een aanvraag en vergunningverlening alsnog gelegaliseerd zou kunnen worden. In alle andere gevallen is hoofdstuk 4 van deze Handhavingsstrategie van toepassing.
30
Hoofdstuk 4 Artikel 18 lid 2 Alcoholwet en overige inrichtingen: stappenplannen en toelichting overtredingen en maatregelen De wet- en regelgeving voor niet-vergunningplichtige bedrijven verschilt van de welvergunningplichtige horeca en slijterijen. De niet-vergunningplichtige bedrijven zijn te verdelen in twee groepen. Groep 1 betreft bedrijven die zonder Alcoholwetvergunning zwak-alcoholhoudende dranken mogen verstrekken voor gebruik elders dan ter plaatse, de zogenoemde artikel 18 lid 2 bedrijven. Groep 2 betreft bedrijven die helemaal geen alcohol mogen verstrekken, noch voor gebruik ter plaatse, noch voor gebruik elders dan ter plaatse. Deze bedrijven mogen ook geen alcohol op voorraad hebben of aanwezig hebben in het bedrijf. Door dit verschil is ervoor gekozen om voor beide groepen passende stappenplannen te maken. Die worden in dit hoofdstuk weergegeven en toegelicht. Voor de systematiek van het stappenplan zelf, wordt hierbij verwezen naar hoofdstuk 2.
Stappenplan overtredingen inrichtingen artikel 18 lid 2 Alcoholwet Van het verbod om in de uitoefening van een ander bedrijf dan het slijtersbedrijf zwakalcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse aan particulieren te verstrekken, maakt de Alcoholwet drie uitzonderingen die genoemd staan in artikel 18 lid 2. Als een bedrijf onder één van deze drie uitzonderingen valt, mag het zonder Alcoholwetvergunning toch zwak-alcoholhoudende dranken verstrekken voor gebruik elders dan ter plaatse. Daarbij horen deze bedrijven zich wel aan de voorschriften uit de Alcoholwet te houden. Voor een aantal van die voorschriften zijn hieronder stappenplannen opgenomen. Als een ander voorschrift van de Alcoholwet overtreden wordt zal met maatwerk bepaald worden welke stap(pen) in dat geval passend geacht wordt/worden.
Verstrekken
Stap 0
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
voor gebruik
Waarschuwing
Opleggen Last
Uitvoeren Last
Opleggen Last
Uitvoeren
onder
onder
onder
Last onder
dwangsom
dwangsom:
bestuursdwang:
bestuursd
innen
sluiting voor
wang
ter plaatse
duur van een maand.
Bij herhaling: maatwerk
31
Verstrekken
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Stap 5
aan
Bestuurlijke
Bestuurlijke
Bestuurlijke
Opleggen Last
Uitvoeren
minderjarigen
boete 1
boete 2 (50%
boete 3 (100%
onder
van Last
verhoogd)
verhoogd)
bestuursdwang:
onder
sluiting voor
bestuursd
duur van een
wang
maand Bij herhaling: maatwerk Verstrekken
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Niet van
sterke drank
Opleggen Last
Uitvoeren Last
Opleggen Last
Uitvoeren Last
toepassin
onder
onder
onder
onder
g
dwangsom
dwangsom:
bestuursdwang:
bestuursdwang
innen
sluiting voor duur van een
Bij herhaling:
maand.
maatwerk
Verkeerde
Stap 0
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
plaatsing
Waarschuwing
Opleggen Last
Uitvoeren Last
Opleggen Last
Uitvoeren
zwak alcohol
onder
onder
onder
Last onder
en non-
dwangsom
dwangsom:
bestuursdwang:
bestuursd
innen
sluiting voor
wang
alcoholische dranken
duur van een
Artikel 18 lid 3 Alcoholwet
maand.
Bij herhaling: maatwerk
Toelichting overtredingen inrichtingen artikel 18 lid 2 Alcoholwet Verstrekken van zwak-alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse De uitzondering van artikel 18 lid 2 Alcoholwet betreft enkel het verstrekken van zwakalcoholhoudende dranken voor gebruik elders dan ter plaatse. Dat betekent verkoop met gesloten verpakkingen. Verstrekking voor gebruik ter plaatse mag alleen bij een horecabedrijf dat daarvoor een Alcoholwetvergunning heeft. Omdat in dit geval de zwak-alcoholhoudende drank wel voor de verkoop in het bedrijf aanwezig mag zijn, vanwege het gebruik elders dan ter plaatse, is een last onder bestuursdwang niet passend. De bestuurlijke boete is bij deze overtreding ook niet passend. De bestuurlijke boete is wel bij andere overtredingen opgenomen, te weten bij gedragingen die in het geheel niet zijn toegestaan. Voor deze verkeerde wijze van verstrekking is, na een waarschuwing, een last onder dwangsom een passende maatregel. Voor de hoogte van de dwangsom zal uitgangspunt zijn om het boetebedrag dat voor deze overtreding in het Alcoholbesluit genoemd wordt maal twee te doen. De omstandigheden van het geval kunnen mogelijk aanleiding zijn om een hogere dwangsom op te leggen. Dat zal in het besluit dan gemotiveerd worden. Het laten proeven van bijvoorbeeld een bepaalde wijn aan een bepaalde koper is anders dan een 32
geval waarin de betreffende onderneming ter plaatse een borrel/proeverij heeft georganiseerd. Verstrekking aan een minderjarige (artikel 20 lid 1 en lid 2 Alcoholwet) Verstrekking van alcoholhoudende drank aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt is te allen tijde verboden. Dat geldt ook voor verstrekking aan een persoon van wie is vastgesteld dat die achttien jaar of ouder is, maar waarbij het duidelijk is dat de alcoholhoudende drank bestemd is voor een persoon van wie niet is vastgesteld dat die de leeftijd van achttien jaar bereikt heeft. Overtreding van dit voorschrift is zo ernstig dat het geven van een waarschuwing niet op zijn plaats is. Een maatregel die direct impact heeft, is bij deze groep die mag verkopen zonder Alcoholwetvergunning een passend signaal dat de leeftijdscontrole goed gewaarborgd moet worden in de bedrijfsvoering. Bij deze overtreding wordt daarom direct een bestuurlijke boete opgelegd. In het Alcoholbesluit en de daarbij horende bijlage is bepaald welk boetebedrag dan opgelegd moet worden. Verstrekken sterke drank (artikel 12 lid 2 juncto artikel 18 lid 1 en 2 juncto artikel 25 lid 1 Alcoholwet) Het verstrekken van sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse is voorbehouden aan slijterijen met een Alcoholwetvergunning.
De bedrijven vallend onder artikel 18 lid 2 Alcoholwet mogen dus nooit sterke drank verstrekken of aanwezig of op voorraad hebben. Als geconstateerd wordt dat dit wel gebeurde, dan zal eerst een waarschuwing gegeven worden. Als daarna opnieuw sterke drank wordt aangetroffen zal een last onder dwangsom opgelegd worden. De hoogte van de dwangsom is afhankelijk van de hoeveelheid sterke drank die aangetroffen is. Bij een gering aantal bedraagt het dwangsombedrag € 2.500,-. Er is in ieder geval geen sprake van een gering aantal in een situatie waarbij minimaal één aanwezige stellingkast gevuld is met sterke drank. Of als met de hoeveelheid aanwezige sterke drank minimaal één aanwezige stellingkast geheel gevuld kan worden. Plaatsing zwak-alcoholhoudende dranken in de winkel op niet-goede wijze (artikel 18 lid 3 Alcoholwet) Zwak-alcoholhoudende dranken moeten zo geplaatst worden dat deze dranken voor het publiek duidelijk te onderscheiden zijn van alcoholvrije dranken. Voor alcoholvrije alternatieven voor bier en wijn hoeft dat niet. Omdat het in dit geval gaat om zwakalcoholhoudende dranken die wel verkocht mogen worden, maar enkel op een andere wijze in de bedrijfsruimte geplaatst moeten worden, is gekozen voor een stappenplan waarbij eerst een waarschuwing gegeven wordt, stap 0, en vervolgens een last onder dwangsom.
De hoogte van de dwangsom is het boetebedrag uit het Alcoholbesluit maal twee.
Stappenplan overtredingen overige inrichtingen Het betreft hier inrichtingen/bedrijven die op grond van de Alcoholwet helemaal geen (zwak-)alcoholhoudende dranken mogen verstrekken, aanwezig hebben of op voorraad hebben. Denk aan detailhandel met een winkelassortiment die niet past in één van de uitzonderingen van artikel 18 lid 2 Alcoholwet, of denk aan vormen van dienstverlening zoals een kapper of schoonheidssalon. 33
Diensten
Stap 0
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Waarschuwing
Opleggen
Uitvoeren
Opleggen Last
Uitvoeren Last
Last onder
Last onder
onder
onder
dwangsom
dwangsom:
bestuursdwang:
bestuursdwang
innen
sluiting voor duur van een maand.
Bij herhaling: maatwerk
Detailhandel
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Stap 5
en overig
Bestuurlijke
Bestuurlijke
Bestuurlijke
Opleggen Last
Uitvoeren Last
boete
boete (50%
boete
onder
onder
verhoogd)
(100%
bestuursdwang:
bestuursdwang
verhoogd)
sluiting voor duur van een maand
Bij herhaling: maatwerk
Toelichting overtredingen overige inrichtingen Diensten Als de overtreding geconstateerd wordt in gevallen waar sprake is van dienstverlening (uitgezonderd diensten van recreatieve en culturele aard waar een Alcoholwetvergunning is verleend voor de horecalokaliteit, artikel 14 lid 2 en 3 sub b Alcoholwet) zal de hoeveelheid aanwezige (zwak-)alcoholhoudende drank waarschijnlijk veel minder zijn dan bij de hierna genoemde vormen van detailhandel. Gelet daarop wordt een stappenplan met waarschuwing en vervolgens een last onder dwangsom in plaats van een bestuurlijke boete, passend geacht. De hoogte van de dwangsom is het boetebedrag uit het Alcoholbesluit x 2. Als de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven kan een hoger dwangsombedrag opgenomen worden in de last onder dwangsom. Detailhandel en overig In geval de overtreding geconstateerd wordt bij detailhandel, niet zijnde een bedrijf vallend onder artikel 18 lid 2 Alcoholwet, zal in het algemeen een bepaalde winkelvoorraad aanwezig zijn en is de alcoholverstrekking een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering. Daarom is ervoor gekozen om in dergelijke gevallen een bestuurlijke boete op te leggen. In het Alcoholbesluit en de daarbij horende bijlage is bepaald welk boetebedrag dan opgelegd moet worden.
Ook hier geldt dat als bovengenoemde stappenplannen in een bepaalde casus niet passend lijken, er met maatwerk voor (een) ander(e) maatregel(en) gekozen kan worden. Ook als in deze gevallen sprake is van andere overtredingen van de Alcoholwet zal met maatwerk bekeken worden welke maatregel passend is.
34