Concept Beleidskader Woonwagens en standplaatsen 2023 (na behandeling in B&W).pdf
Tekst van het document
Belangrijk daarbij is dat er een zorgvuldige afweging is gemaakt tussen de belangen van het individu (in dit geval de bewoner van de toercaravan) enerzijds en de belangen van de maatschappij anderzijds.” Naast het advies van de hoogleraar is ook door de Omgevingsdienst NZKG naar het thema ‘Caravan als woonvorm gekeken’. Om het wonen in caravans om en nabij een standplaats mogelijk te maken, is door hen onderzocht wat de juridische ruimte is binnen de regels van het omgevingsrecht. De gemeente heeft beleidsvrijheid waar het gaat om de regels van het bestemmingsplan en de redelijke eisen van welstand. Het is ook niet op deze terreinen waar de regelgeving knelt. Dit doet het wel rond de technische regels van het bouwbesluit 2012. Deze bouwtechnische regels laat de gemeente geen afwegingsruimte. Zo mag de technische bouwvergunning voor een woonruimte alleen worden verleend als er geen strijd is met het Bb 2012 en zal deze worden geweigerd als de woonruimte daarmee in strijd is. De opmerking in de VNG Wegwijzer is wat betreft de bouwtechnische regels dan ook niet juist: als de caravan in strijd is met het Bouwbesluit 2012 moet de vergunning zonder nadere afweging “categorisch” geweigerd worden.
In de zoektocht naar ‘het maximale passend bij de culturele identiteit mogelijk maken’ is het van belang te blijven beseffen dat de regelgeving van de woningwet en het bouwbesluit een belangrijke functie hebben. Ook aan gedogen is grens gesteld. Er moet uitzicht zijn op legalisatie om te kunnen gedogen. De uitzondering hierop is overmacht. Niet toegestaan is dat gedogen in plaats komt van de reguliere regelgeving. Om definitief duidelijkheid te krijgen over de mogelijkheden van (toer)caravans als permanente woonvorm is het verstandig om een aantal in de markt beschikbare caravans te toetsen aan de bouwtechnische regels. Hoewel de verwachting omtrent de caravans bij de Omgevingsdienst laag is, zal het wel duidelijkheid kunnen verschaffen. Mogelijk zijn er positievere resultaten te verwachten van mobiele tiny houses die op de markt zijn en vaak een omvang hebben die niet groter is als een middenmaat toercaravan, beter geschikt zijn voor permanente bewoning en aan de bouwtechnische regels voldoen.
22
De volgende stap is dat de gemeente Amsterdam samen met WWBA – ‘de grenzen opzoekt’ – en twee lijnen onderzoekt. De eerste is het bepalen van welke caravans of tiny houses voldoen aan de bouwtechnische regels van het bouwbesluit en de tweede is het bepalen op welke locaties c.q. standplaatsen er voldoende ruimte is om deze objecten op een veilige manier te plaatsen. Ook dit onderwerp komt op de onderzoeksagenda Woonwagens en standplaatsen.
2.6. Doelstelling 5. Handhaving, beheer en onderhoud 2.6.1. Meerjarig onderhoudsplan (MJOP) Tot op heden is er eenmalig een meerjarig onderhoudsplan opgesteld en zijn hier geen middelen bij ter beschikking gesteld voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Dit werd incidenteel opgelost binnen de begroting van Wonen. Het voorstel is om voor de toekomst een financiële voorziening in te richten en hier jaarlijks een bedrag aan te doteren, zodat volgende rondes van groot meerjarig onderhoud uit de voorziening kunnen worden bekostigd. Dit systeem is vergelijkbaar met hoe de directie Vastgoed van de gemeente Amsterdam werkt. Het beheer en onderhoud van de standplaatsen en huurwagens is professioneel geregeld.
Om tot de voorziening te komen, wordt in 2023 een update van het meerjarig onderhoudsplan voor de komende 5-10 jaar gemaakt. Deze dient als basis om daaruit volgend vanaf 2024 jaarlijks €500 per standplaats aan de voorziening te doteren. Tenslotte zou in de komende jaren - afhankelijk van het vermogen dat in de voorziening zit - kunnen worden bepaald of het te doteren bedrag per standplaats dient te worden gewijzigd, afhankelijk van de onderhoudsbehoefte en de gangbare prijzen.
2.6.2. Gemeentelijke organisatie van woonwagenzaken In Amsterdam zijn er twee gemeentelijke directies die woonwagenlocaties beheren. De directie Wonen is verantwoordelijk voor de standplaatsen op 18 woonwagenlocaties in Amsterdam. Deze directie verhuurt de standplaatsen en zeven huurwagens en draagt zowel zorg voor de toewijzing (in lijn met de Huisvestingsverordening) alsook de ontruiming van de standplaatsen na het beëindigen van de huurovereenkomst. Daarnaast neemt deze afdeling het dagelijkse beheer van de standplaatsen voor haar rekening en zorgen ze ervoor dat de standplaatsen worden gebruik op de wijze zoals dit in het huurcontract is vastgelegd. Ook het meerjarig onderhoud aan de standplaats, de huurwagens en de bergingen (als er geen sprake is van huuropstal) wordt door directie Wonen ter hand genomen. Naast alle beheerzaken is de directie Wonen ook verantwoordelijk voor het woonwagenbeleid in Amsterdam en het onderhouden van de contacten met Woonwagenbelangen Amsterdam (WWBA). De directie Gemeentelijk Vastgoed beheert de standplaatsen voor 3 kermis- en circusexploitanten (KET) locaties in Amsterdam en draagt zowel zorg voor de toewijzing alsook de ontruiming van de standplaatsen na het beëindigen van de huurovereenkomst. Op deze locaties worden naast standplaatsen voor woonwagens ook pakvakken verhuurd voor de opslag van kermis en circusmaterialen.
Er zijn diverse redenen om het beheer van woonwagenstandplaatsen in de toekomst op een ander wijze te regelen (zie ook paragraaf 2.7.1).
23
Daaronder valt te denken aan een harmonisering van het beleid van directies Wonen en Vastgoed. Dit harmonisatieslag zal verder – na vaststelling van dit beleidskader – in detail worden uitgewerkt door de betreffende directies samen met de Woonwagenbelangen Amsterdam. Te denken valt aan volgende concrete maatregelen: Het besluit nemen of het huren van pakvakken naast woonvakken mogelijk blijft in Amsterdam of dat hierin een andere keuze wordt gemaakt. Meerdere scenario’s zijn denkbaar: bv. een woonvak huren van Wonen en een pakvak huren bij Vastgoed (of elders - zelfs buiten Amsterdam). Uniformeren van de huurcontracten voor de standplaatsen (woonvakken) waarbij de huurcontracten van Wonen de basis vormen, Het verbinden van de wachtlijsten en toewijzingssystematiek voor standplaatsen waarbij de Huisvestingsverordening de grondslag blijft als het gaat om woonvakken. Het scheiden van verantwoordelijkheid voor bedrijfsmatige- en woonfunctie op de toekomstige locaties. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden met beleidsvoornemens met betrekking tot gebiedsontwikkeling van industrieterreinen en de vraag of wonen en werken daar strikt gescheiden wordt of juist niet. Ook wordt onderzocht of het mogelijk en wenselijk is om de bij Vastgoed in beheer zijnde assets (woon- en werkvakken voor kermis- en circusexploitanten) over te dragen aan Wonen.
2.7. Doelstelling 6. Beheer en woningcorporaties Het beheer en onderhoud van de standplaatsen en huurwagens is professioneel geregeld.
2.7.1
Corporaties en beheer
Op langere termijn ziet de gemeente Amsterdam de verhuur van woningen in de vorm van woonwagens en standplaatsen aan particulieren niet als zijn kerntaak. De gemeente zou verantwoordelijk moeten blijven voor het beleid rond alles wat met woonwagens te maken heeft, het verstrekken van vergunningen en het toezicht op de naleving en het onderhoud en beheer van de openbare ruimte op de woonwagenlocaties. Voor de verhuur, het beheer en onderhoud zijn de woningcorporaties een mogelijk aangewezen partij. Dit is ook vastgelegd in de samenwerkingsafspraken die de gemeente Amsterdam vierjaarlijks met de corporaties en de huurderskoepels vaststelt. In deze afspraken staat dat partijen samen onderzoeken of en zo ja, hoe (lees onder welke voorwaarden) het verhuur en beheer van huurwoonwagens en standplaatsen kan worden overgedragen aan één of meerdere woningcorporaties. Voor de zomer van 2023 is deze verkenning gereed en worden de conclusies voorgelegd aan het bestuurlijk overleg samenwerkingsafspraken. Dit traject wordt vanaf de start doorlopen met de Amsterdamse woningcorporaties en de AFWC. Punt van onderzoek kan zijn het - in de toekomst - inschakelen van een externe beheerorganisatie. Hetgeen op heel veel woonwagenlocaties in Nederland reeds het geval is. WWBA heeft altijd aangegeven hier geen voorstander van te zijn.
3. Onderzoeks- en uitvoeringsagenda
24
WWBA doet een oproep om een uitvoeringsagenda vast te stellen waarin de onderwerpen staan die de komende periode worden uitgewerkt en de data waarop deze gereed zijn. De gemeente Amsterdam vindt dit een goed advies en neemt deze over met dien verstande dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen een uitvoerings- en onderzoekagenda. De uitvoeringsagenda staat voor de onderwerpen waarbij we daadwerkelijk tot uitvoering kunnen overgaan en waarover inhoudelijk en (soms ook) financiële besluitvorming reeds heeft plaatsgevonden. De onderzoeksagenda staat voor de onderwerpen waarvoor de inhoudelijke koers en de eventuele financiële dekking nog niet vaststaat. Samen met partners (gemeentelijke directies, afdeling Diversiteit, stadsdelen, WWBA, !WOON) worden trajecten doorlopen om tot gedragen voorstellen te komen.
Onderwerp
Uitvoeringsagenda
Indicatieve planning
Onderzoeksagenda
Standplaatsen
Oktober 2022 – juli 2023
De zoekopdracht naar 14 standplaatsen en 2 werkvakken op korte termijn (2023-2026) (afhankelijk resultaat 1e zoektocht huidige locaties)
De zoekopdracht naar 22 standplaatsen op middellange termijn (20252030)
Beheerprotocol
De zoekopdracht naar in- en uitbreiding van standplaatsen bij bestaande woonwagenlocaties (10-15 standplaatsen) voor 2025. 1e invulling korte termijn
De zoekopdracht naar maximaal 8 standplaatsen en 7 werkvakken voor de verplaatsing KET Zeeburgereiland voor 2025. Opstellen van een Juli 2023 beheerprotocol
Rol Corporatie
25
De zoekopdracht naar 27 standplaatsen en 1 werkvak op lange termijn (2030 – 2035)
Verkennen van de mogelijkheden en opstellen uitgangspunten om de verhuur van standplaatsen over te dragen aan corporaties. (go/no go besluit en resultaat
Indicatie ve planning Juli 2023 – jan 2024
Jan 2024 – juli 2024
Jan 2024 – juli 2024
Novemb er 2022 juli 2023
opnemen in prestatieafspraken)
Uitwerken uitgangspunten verhuur van standplaatsen en huurwagens door corporaties en rol bij realisatie nieuwe standplaatsen
Verkennen van vormen van overdracht huidige standplaatsen en beste vorm van organisatie van beheer - onderhoud standplaatsen. Onderzoeken van de mogelijkheid om de huurwagen aan te kopen en het formuleren van de voorwaarden hiervoor. Het onderzoeken van mogelijke en gefaseerde wijzigingen/verbeteringen van de toewijzingsregels en waar nodig het komen tot aanpassing van toewijzingsregels in de huisvestingsverordening met ingang van 1 januari 2025 Onderzoeken naar gelijktrekken huurbeleid Vastgoed en Wonen: - Wachtlijsten en toewijzing Huurcontracten en bepalingen (o.a. wensen WWBA voor loskoppelen wonen en werken en bepaling 70% inkomsten uit kermis- en circusambachten). Onderzoeken welke caravans of tiny houses voldoen aan de bouwtechnische regels van het bouwbesluit
Huur-koop
Toewijzingssystematiek
Harmonisatie huurbeleid Vastgoed en Wonen
Caravan als woonvorm
26
Juli 2023 – januari 2024
Januari 2024 – juli 2024
Januari 2024 – juli 2024
Juli 2023 – januari 2024
Januari 2024 – juli 2024
Juli 2023 – januari 2024
Op welke locaties c.q. standplaatsen is er voldoende ruimte om deze objecten op een veilige manier te plaatsen.
Consultatie VNG en Ministerie BZK over landelijk richtlijnen en discrepantie met Bouwbesluit 2012.
4. Financiële paragraaf De afgelopen jaren is er veel aandacht besteed aan de kostendekkendheid van het dossier woonwagenzaken en de verhuur, beheer en onderhoud van standplaatsen en woonwagenlocaties. Met de invoering van het opstalrecht en de invoering van de landelijke puntentelling voor nieuwe verhuringen zijn sinds 2016 concrete stappen gezet. Bij de invoering van beide maatregelen was duidelijk dat de verandering slechts zeer geleidelijk zal gaan aangezien het aantal nieuwe verhuringen per jaar klein is (3 á 4). Op moment van het schrijven zijn er 52 huuropstalrechten afgesloten. De verwachting is dit aantal zal groeien en dat in 2036 bij alle verhuringen van standplaatsen er sprake is van een huuropstalrecht voor de bergingen. Wanneer de eerdergenoemde doelstellingen van dit beleidskader uitgevoerd worden, zullen de structurele lasten en opbrengsten wijzigen. Bijvoorbeeld, bij een uitbreiding van het aantal huurwagens zou naast de afschrijving en rente sprake zijn van een (lichte) verzwaring van de taak van de beheerder en nemen de kosten voor de verzekeringen voor huurwagens toe. Ook de huuropbrengsten nemen toe. Voor de extra huurwagens die erbij komen, zal verder een investeringsbudget moeten worden vrijgemaakt. Met de afdeling vastgoed en woningcorporaties wordt gezocht naar een passend antwoord.
We voorzien dat een deel van de investering als woonwagenstandplaats en huurwoonwagen onrendabel is. Voor de eerste tranche aan uitbreiding (10 tot 15 standplaatsen) op korte termijn is die onrendabele top gedekt. Verder zouden er een aantal incidentele investeringen moeten worden gedaan in de periode van 2023 tot 2026. Zo is er aanvullende expertise nodig op de volgende onderwerpen; Verkenning, voorbereiding en uitvoering uitbreiding standplaatsen op de huidige locaties, Het eventueel uitvoeren van een zoekopdracht voor ontwikkeling van nieuwe locaties, De organisatie van het traject met corporaties omtrent overname verhuur, beheer en onderhoud van woonwagenlocaties. Hieronder het overzicht van de lasten die volgen uit de beleidsvoornemens. Tot 2026 zijn de kosten voor de uitvoering van het beleidskader gedekt.
27
Begrote activiteiten
Benodigd bedrag structureel
Jaarlijkse dotatie t.b.v. meerjarig onderhoud (€500,- per jaar per standplaats) en incidentele aanschaf huurwoonwagens Definitief financieel voorstel volgt na hernieuwd MJOP 4e kwartaal 2023 Project herinrichting locatie Ma Braunpad II (incl. realisatie 2-3 extra standplaatsen op deze locatie)
115.000
Benodigd bedrag incidenteel
Dekking
Ja – per 2024 begroting Wonen
502.000
Ja - Reserve Corporatiebudget
Realisatie 10-15 nieuwe standplaatsen op huidige locaties (d.m.v. herschikking/ verdichting)
1.400.000
Ja - Reserve Bouwstimulering
Project overgangstraject corporaties
100.000
Proceskosten zoekopdrachten verkenning nieuwe locaties middellange termijn en lange termijn Na 2026: Eventuele ontwikkeling 55-63 nieuwe standplaatsen op middellange en lange termijn.
100.000
Nee - Uitvoering is afhankelijk van dekking in overleg met AFWC en heeft geen invloed op het beleidskader Ja, dekking begroting Wonen
Inclusief projectleiding (uitgaande van minimaal €100.000 per nieuwe standplaats en projectleiding van €250.000 per project)
Ca. 7.000.000
Nee, dit betreft een volgende fase. Dekking hiervoor zal pas benodigd zijn na uitvoering onderzoek en vaststelling definitieve locaties. Hiervoor zal een separaat besluit worden voorgelegd.
5. Risico’s 1. Corporaties en hun rol bij de verhuur Risico: door de gemeente is in lijn met het landelijke beleidskader de intentie uitgesproken dat ook in Amsterdam corporaties geheel of gedeeltelijk de rol van verhuurder van standplaatsen en huurwagens op zich gaan nemen. De corporaties in Amsterdam zijn zeer terughoudend en staan niet te trappelen. Beheersmaatregel: een gezamenlijk onderzoek met de corporaties of en onder welke condities corporaties hiertoe al dan niet bereid zijn. Het onderzoek vindt in drie stappen plaats en na iedere stap wordt de intentie uitgesproken voor de volgende fase. 2. Caravan als woonvorm 28
Risico: de gemeente is niet principieel tegen de ‘caravan als woonvorm’ maar het gevaar voor de (brand)veiligheid op de locatie vormt een risico evenals niet voldoen aan het bouwbesluit. Beide kunnen ervoor zorgen dat het gebruik van een (toer)caravan als woonvorm onmogelijk is. Beheersmaatregel: het onderzoeken van de locaties en standplaatsen op plekken waar toercaravans zouden zijn te plaatsen zonder de brandveiligheid in gevaar te brengen en het onderzoeken welke caravans passen binnen de voorwaarden die in het bouwbesluit worden gesteld. En als laatste het landelijk richting het Ministerie van Binnenlandse Zaken ter sprake brengen van de discrepantie tussen de culturele identiteit en de caravan als woonvorm en de eisen die in het bouwbesluit worden gesteld. Het onderzoek naar plekken en caravan die voldoen aan voorwaarden zal moeten leiden tot een concrete set aan plekken en aan toercaravans die aan de voorwaarden voldoen.
3. Ruimteclaim voor uitbreiding standplaatsen Risico: het grote aantal standplaatsen waar de komende 15 jaar behoefte aan is en de de ruimteclaim die hierbij hoort versus de beperkte ruimte die in Amsterdam beschikbaar is. Waar vinden we voldoende m2 voor de aanleg van nieuwe standplaatsen. En liefst ook nog eens zoveel m2 dat er ca 15 standplaatsen zijn te realiseren. Beheersmaatregelen: Middels zoekopdrachten en locatieonderzoeken wordt onderzocht waar er eventueel ruimte is en wat er dient te gebeuren om deze ruimte geschikt te maken voor het realiseren van standplaatsen. Dit gebeurt langs de systematiek van het Plaberum. Dit betekent dat we starten met een startnotitie per potentiële locatie. En dat na goedkeuring van de startnotitie er stapsgewijs tot een projectplan wordt gekomen die uiteindelijk door de Raad zal worden vastgesteld. 4. Bouwkosten voor de realisatie van standplaatsen Risico: Voor de realisatie van de eerste 10-15 nieuwe standplaatsen zijn middelen gereserveerd. Indien er een situatie voordoet dat de (bouw)kosten enorm stijgen is het risico daar dat er met de beschikbare middelen minder standplaatsen zijn te financieren. Beheersmaatregelen: Met de nu aangehouden raming (marges) is de verwachting dat dit vraagstuk zich niet zal voordoen.
We houder vinger aan de pols door na de verkenningsfase en de startnotitie in elk volgend planproduct de financiële haalbaarheid opnieuw te onderbouwen.
29
Bijlage 1. Toewijzingssystematiek in 2022 Het staande beleid van toewijzing van standplaatsen in Amsterdam staat beschreven in de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (Raad van Amsterdam, 2020a) die is ingegaan op 1 januari 2020. Hierin wordt aangegeven dat het inschrijfregister voor standplaatszoekenden vermeldt in volgorde van inschrijvingsdatum (p. 18). Aanvullend heeft de gemeente criteria vastgesteld op basis waarvan de toewijzing plaatsvindt. De huidige regels rondom toewijzing zijn met de nieuwe huisvestingsverordening vastgelegd. Zij staan beschreven in een de toelichting “Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2020” (Raad van Amsterdam, 2020b, p. 27). De regels die op 1 januari 2020 zijn ingegaan zijn .Toewijzing standplaatsen voor woonwagens Voor de toewijzing van een standplaats door burgemeester en wethouders komen achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking: a. de woningzoekende die een standplaats huurt op een locatie in Amsterdam en wil doorschuiven naar een vrijkomende standplaats op dezelfde locatie, mits de eigen standplaats vrijkomt; b. de woningzoekende die op de peildatum een standplaats huurt op een locatie in Amsterdam en deze moet ontruimen vanwege opheffing of verkleining van die locatie; c.
de woningzoekende die behoort tot de traditionele doelgroep en wiens sociale omstandigheden van zodanig ernstige aard zijn, dat verhuizing van de huidige standplaats/woning in Amsterdam naar een (andere) standplaats geboden is; d. een kind, inwonend bij familie in de eerste graad op de locatie in Amsterdam waar een standplaats vrijkomt; e. de woningzoekende die in Amsterdam een standplaats huurt en wil doorschuiven naar een vrijkomende standplaats op een andere locatie, mits de woningzoekende de eigen standplaats leeg achterlaat; f. een kind, inwonend bij familie in de eerste graad op een andere locatie in Amsterdam; g. spijtoptant: de woningzoekende die in Amsterdam in een woonwagen heeft gewoond niet langer dan 3 jaar geleden; h. overige woningzoekenden.1 Daarbij hanteert de gemeente de volgende bepalingen: 1. De rangorde bedoeld in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op woonwerklocaties, met dien verstande dat de onder a tot en met g genoemde woningzoekende een bedrijf of beroep moet uitoefenen dat verband houdt met de exploitatie van het circus-of kermisbedrijf en minimaal 70 % van zijn/haar gemiddeld jaarinkomen over de afgelopen drie kalenderjaren binnen het voornoemde bedrijf of beroep heeft vergaard. 2.
Binnen de categorieën genoemd in het eerste lid, onder a en e, geldt dat de woningzoekende die het langst op de locatie woont, voorgaat op andere woningzoekenden uit de desbetreffende categorie, en dat bij gelijke woonduur de oudste in leeftijd voorgaat. 1 “Niet langer dan drie jaar geleden” onder punt g. staat in het originele document onder punt h voor de zinssnede ‘overige
woningzoekenden’. Bij navraag bij de gemeente, bleek dit een fout in de tekstverwerking. Hier is er daarom voor gekozen de volgorde zoals bedoeld weer te geven.
30
3. Binnen de categorie genoemd in het eerste lid, onder b en c, geldt dat de woningzoekende met de oudste urgentiedatum voorgaat op andere woningzoekenden uit deze categorie, en dat bij gelijke urgentiedatum degene met de langste woonduur voorgaat. 4. Binnen de categorieën genoemd in het eerste lid, onder d, f, g en h, geldt dat de woningzoekende met de oudste inschrijfdatum voorgaat op andere woningzoekenden uit de desbetreffende categorie. 5. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de leefbaarheid op een locatie afwijken van de in het eerste lid genoemde rangorde. 2. In- en uitschrijving wachtlijst De Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (Raad van Amsterdam, 2020a, p. 19) stelt vast dat inschrijvingen in het register geldig zijn voor één jaar. Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van de inschrijving verlengen.
Een inschrijving in het register komt te vervallen indien: de standplaatszoekende niet meer aan de vereisten voor inschrijving voldoet; de standplaatszoekende daarom verzoekt; de standplaatszoekende is overleden; de geldigheidstermijn van de inschrijving is verstreken; de standplaatszoekende een standplaats of woonruimte in Nederland krijgt toegewezen en deze accepteert; de standplaatszoekende een standplaats achterlaat bij toewijzen en acceptatie van een woning; de standplaatszoekende gegevens heeft verstrekt bij de inschrijving waarvan deze wist of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; de standplaatszoekende niet binnen tien dagen zijn inschrijving heeft gecontinueerd door inzending van een door burgemeester en wethouders te verstrekken enquêteformulier.
31
Bijlage 2. De ontwikkeling van het aantal standplaatsen 2013-2020 Uit de onderstaande tabellen blijkt dat vanaf 2013 het aantal standplaatsen nagenoeg gelijk is gebleven. Hieronder twee tabellen die de ontwikkeling in de tijd tonen.
Aantal locaties Aantal standplaatsen Aantal ligplaatsen
Locaties Standplaatsen
1 maart 2013 16 locaties 167
Standplaatsen – Woonwagenzaken 1 maart 1 maart 1 maart 1 maart 2015 2016 2017 2018 16 18 18 18 locaties locaties locaties Locaties 167 190 190 190 2
2
2
1 maart 2019 18 Locaties 190
1 maart 2020 18 locaties 190
2
2
Standplaatsen – Kermis en circusexploitanten 1 maart 2015 1 maart 2020 5 4 57 30
De hoofdoorzaak voor deze verschuiving is het verplaatsen van de bewoners van de KET locatie Vredenhof. Voor de verplaatsing van de 28 hoofdbewoners met een huurcontract zijn er twee vervangende woonwagenlocaties bijgekomen; de Dwergplanetenbaan in Amsterdam Noord (20 standplaatsen) en de Willem de Zwijgerlaan (3 standplaatsen en 2 ligplaatsen) en 2 woonwagenbewoners op de Brentanostraat gehuisvest. Doordat 2 bewoners op een bestaande locatie zijn geplaatst, is het totale bestand aan standplaatsen met slechts 2 standplaatsen afgenomen - van 224 in 2013 naar 222 op 1 maart 2020. Tellen we hierbij de 12 standplaatsen mee van de Oostzanerdijk dan zijn er in Amsterdam 234 standplaatsen.
32
Bijlage 3. De ontwikkeling van de wachtlijsten De ontwikkeling van de wachtlijsten over de laatste zes jaar maakt inzichtelijk dat een uitbreiding van het aantal standplaatsen wenselijk is. De wachtlijsten groeien de afgelopen jaren gestaag. Dit geldt voor alle drie categorieën doorstromers, starters (meerderjarig eerstegraads inwonende kinderen) en overig. Zie onderstaande tabel.
Doorstromers Starters (inwonende kinderen ouder dan 18) Spijtoptanten (tot 3 jaar na verlaten standplaats) Overig Totaal wachtlijst
Inschrijfregister - Wachtlijsten – Woonwagenzaken 1 maart 1 maart 1 maart 1 maart 1 maart 2013 2015 2016 2017 2018 6 3 9 9 10 19 20 20 25 25
Vrijkomende standplaats (overlijden of ontruiming
1 maart 2019 12 41
1 maart 2020 16 47
15
4
6
6
5
5
0
14 54
32 59
36 71
38 78
43 83
58 116
73 136
5
2
1
3
4
1
3
De belangrijkste redenen hiervoor zijn: Voor de categorie doorstromers heeft dit te maken met een toename aan zittende woonwagenbewoners die overwegen om ‘mogelijk’ te willen verhuizen naar een andere standplaats op de huidige locatie of een standplaats op een andere locatie of in ieder geval de kans willen krijgen. Voor de categorie starters heeft dit te maken met het toenemend aantal meerderjarige kinderen dat in de toekomst op een woonwagenlocatie en het liefst bij hun familie wil wonen. Voor de categorie overig heeft dit te maken met het beleid dat als spijtoptanten langer dan drie jaar op de wachtlijst staan ze worden toegevoegd aan de categorie overig, en er meer woonwagenbewoners van buiten Amsterdam een standplaats in Amsterdam willen en er ook een toenemend aantal burgers zich heeft ingeschreven voor een standplaats. De toename van de wachtlijsten komt overeen met de resultaten uit het woonbehoefteonderzoek.
33
Bijlage 4. De prognose van meerderjarige kinderen Naast de wachtlijsten die al bestaan, komen er ook elk jaar kinderen bij die meerderjarig worden en zich inschrijven op de wachtlijst. In de onderstaande tabel staat de toename voor de komende 18 jaar. In totaal zien we dat er op 1 januari 2020 108 kinderen jonger dan 18 staan ingeschreven op de adressen van de standplaatsen van Wonen. 120 100 100 80 80 60
60
40
40 14
20 7
6
6
2
8
7
9
10
5
5
8
6
8
5
6
6
20 3
0
0 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 Inschrijvingen per jaar
Totaal aantal incshrijvingen vanaf 2021
In totaal zijn er 121 kinderen die zich de komende 18 jaar naar verwachting gaan inschrijven. hiervan zijn 108 kinderen van de 18 woonwagenlocaties, en hiervan zijn 13 kinderen van de 4 KET-locaties (incl. Oostzanerdijk). Nadere analyse van de kinderen op de woonwagenlocaties laat zien dat: Van de 108 kinderen, die zich de komende 18 jaar naar verwachting gaan inschrijven, er 88 kinderen bij hun ouders inwonen en dat de ouders als hoofdbewoners van de standplaats zijn ingeschreven. Voor de overige 20 minderjarige kinderen gaat het om kleinkinderen, neefjes/nichtjes of anders. Om zich in te schrijven op de wachtlijst moet het kind op zijn 18 jaar inwonend zijn bij zijn ouders, dus eerstegraads familie en moeten de ouders als hoofdbewoner een standplaats hebben. Afhankelijk van of de ouders van deze 20 minderjarige kinderen op hun 18e levensjaar alsnog een eigen standplaats hebben of dat de kinderen zich op het adres van hun ouders inschrijven, komen de kinderen op de lijst van starters of de lijst van spijtoptanten. Voor nu rekenen we op de woonwagenlocaties met de aanwas van 88 kinderen die bij hun ouders inwonen die als hoofdbewoners van de standplaats zijn ingeschreven. Voor de KET-locaties gaan we uit van de 13 kinderen die op de verschillende locaties zijn ingeschreven.
Dus in totaal gaan we voor het bepalen van het aantal benodigde standplaatsen uit van 101 kinderen die de komende jaren zich inschrijven. Instroom na 10 jaar – locaties KET (Vastgoed + Oostzanerdijk) 2031 2032 2033 2034 2037 2039 1 1 1 2 1 2 34
2044 1
2046 1
2048 3
Bijlage 5. Analyse gevolgen wachttijd voor een standplaats In de beleidsuitgangspunten staat dat het wachten op een standplaats mag niet langer duren dan het verkrijgen van een sociale huurwoning. In Amsterdam wacht men in 2019 gemiddeld 13,2 jaar op een sociale huurwoning: doorstromers wachten gemiddeld 10,6 jaar en starters 17,7 jaar. Voor wachttijden voor standplaatsen is het termijn van 10 jaar aangehouden voor starters en 13 jaar voor spijtoptanten, om de redenen uiteengezet in paragraaf 2.2.2. Op basis van dit uitgangspunt is bij alle 47 starters voor de woonwagenlocaties 10 jaar wachttijd opgeteld bij hun inschrijfdatum in het inschrijfregister en dezelfde 10 jaar wachttijd is voor alle 88 inwonende kinderen opgeteld bij het jaar waarin ze meerderjarig worden. Voor de 19 spijtoptanten uit de categorie overig uit het inschrijfregister is 13 jaar opgeteld bij hun inschrijfdatum in het inschrijfregister.
35
Dit leidt tot de volgende conclusie voor de woonwagenlocaties : per direct er 16 standplaatsen bij moeten komen voor starters (15) en spijtoptanten (1), in de komende vijf jaar (2021-2025) moeten er nog 15 standplaatsen bijkomen voor starters (14) en spijtoptant (1), en in de periode daarna (2026-2030) moeten er nog 33 standplaatsen bijkomen voor starters (22) en spijtoptanten (11) Ook voor de KET-locaties is er bij de 13 inwonende kinderen 10 jaar wachttijd opgeteld bij het jaar waarin ze meerderjarig worden. Voor de 6 starters is er geen inschrijfdatum te bepalen omdat er geen wachtlijst is. Voor hen geldt de aanname dat ze zich op hun 18e hadden kunnen inschrijven voor een standplaats en dat ze in 2020 gemiddeld reeds 5 wachtjaren achter de rug hebben. Instroom na 10 jaar – locaties KET (Vastgoed + Oostzanerdijk) 2031 2032 2033 2034 2037 2039 2044 1 1 1 2 1 2 1
2046 1
Instroom starters - locaties KET (Vastgoed + Oostzanerdijk) 2020 2024 2025 1 2 2
2026 1
2048 3
Dit leidt tot de volgende conclusie voor de KET-locaties: in de komende vijf jaar (2021-2025) moeten er 5 standplaatsen bijkomen voor starters in de periode (2026-2030) moeten er nog 1 voor starters (22) bijkomen voor starters in de periode 2030 en verder moeten er naar verwachting nog 13 standplaatsen bijkomen.
36
Bijlage 6. Verplaatsing huidige woonwagenlocaties en vrijkomende standplaatsen Er is in Amsterdam op dit moment één woonwagenlocatie die vanaf 2024 mogelijk verplaatst zal worden i.v.m. grootschalige gebiedsontwikkeling van het Zeeburgereiland. Dit is het KETZuiderzeeweg dat verhuurd en beheerd wordt door directie Vastgoed. In het woonbehoefteonderzoek is er voor de woonwagenlocaties een prognose gemaakt van het aantal standplaatsen dat vrij gaat komen in de aankomende achttien jaar. Hierbij is gekeken naar de prognose van de levensverwachting van de huidige gemiddelde 65-jarigen. De levensverwachting voor deze groep is 85 jaar (De Staat van Volksgezondheid en Zorg, 2019). Voor de prognose van het aantal vrijkomende standplaatsen op de woonwagenlocaties is ervan uitgegaan dat de standplaats vrijkomt als de jongste bewoner woonachtig op een standplaats 85 jaar behaalt. Hierbij is net als bij de toename van de standplaatsbehoefte gekeken naar de aankomende achttien jaar. Op basis van deze berekening komen er in de komende achttien jaar naar schatting 27 standplaatsen vrij. Daarnaast worden om diverse redenen gemiddeld één plek per jaar ontruimd. Dus komen er in de komende 18 jaar nog 18 standplaatsen vrij. In totaal rekenen we de komende 18 jaar op in totaal 45 vrijkomende plaatsen op de woonwagenlocaties. Voor de KET-locaties is geen prognose gemaakt.
Houden we dezelfde percentages aan dan gaan we uit van 9 standplaatsen die vrijkomen in 18 jaar.
37