Bijlage_raadsbrief_II_Evaluatierapport - Discriminativrije Taximarkt.pdf
Tekst van het document
DISCRIMINATIEVRIJE TAXIMARKT Evaluatierapport
Auteurs Dionne Abdoelhafiezkhan en Cemil Yilmaz
Datum Januari 2022
KRITISCH I CONSTRUCTIEF I VERBINDEND
Inhoudsopgave Aanleiding ............................................................................................................... 3 Opdrachtomschrijving ............................................................................................. 3 Onderzoekaanpak ................................................................................................... 4 Documentenanalyse ............................................................................................ 4 Diepte-interviews ................................................................................................ 4 Focusgroepen ...................................................................................................... 5 Uitkomsten evaluatie .............................................................................................. 5 Gemeentelijk beleid ............................................................................................. 5 Nieuwe taxistelsel ............................................................................................ 6 Beleid en praktijk .............................................................................................. 6 Beantwoording onderzoeksvragen ....................................................................... 7 Onderzoeksvraag 1: de Intentieverklaring .........................................................
8 Onderzoeksvraag 2: cijfers over discriminatie op de taximarkt .......................... 9 Onderzoeksvraag 3: aanbevelingen m.b.t. een discriminatievrije taximarkt .... 16 Conclusies en aanbevelingen ................................................................................. 19
2 Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs.
Aanleiding Op 3 juli 2019 is een intentieverklaring Discriminatievrije taximarkt (“Intentieverklaring”) ondertekend door gemeente Amsterdam, taxibedrijven en het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam (MDRA). In de Intentieverklaring wordt verklaard dat de ondergetekenden discriminatie onacceptabel vinden, zich verantwoordelijk voelen om het bewustzijn over discriminatie te vergroten en discriminatie tegen te gaan. De Intentieverklaring ziet niet alleen toe op discriminatie richting klanten maar ook richting de chauffeurs. Het MDRA heeft in 2020 het Taxiteam gevraagd om mee te werken aan een informatief filmpje waarin de boodschap van de Intentieverklaring naar chauffeurs en passagiers wordt verbeeld. Ook Uber had een voorstel voor een filmpje voor het MDRA gemaakt. Het Taxiteam heeft toen aangegeven geen bezwaar tegen te hebben een bijdrage aan een filmpje te geven onder de voorwaarden dat het onderdeel is van een nog op te zetten educatief programma én dat het een filmpje voor de hele taxibranche zou worden, dus niet alleen van/voor Uber. Begin 2020 heeft raadslid Vroege gevraagd om een evaluatie van de Intentieverklaring. Daarnaast is, mede naar aanleiding van een aantal incidenten, op 10 november 2020 een motie (1273) aangenomen.
Deze motie gaat om maatregelen die de veiligheid van de klant verbeteren, waaronder het voorkomen van discriminatie en intimidatie, en nadrukkelijk ook antisemitisme op te nemen.
Opdrachtomschrijving De evaluatie had als doel om te komen tot: • een evaluatie van de uitvoering van de Intentieverklaring; • een advies in de vorm van aanbevelingen om bewustzijn over discriminatie te vergroten en discriminatie tegen te gaan op de taximarkt waarbij ook de rol wordt meegenomen van het MDRA, College voor de Rechten van de Mens en de gemeente. Het eventueel nog op te starten educatieproject moest hier onderdeel van uitmaken, alsmede de uitvraag hiervoor. De Intentieverklaring diende geëvalueerd te worden, aan de hand van de volgende drie onderzoeksvragen: • Wat hebben de Toegelaten Taxi Organisaties (TTO’s) en platforms Uber en Bolt1 sinds de ondertekening van de Intentieverklaring ondernomen om het bewustzijn over discriminatie te vergroten en discriminatie tegen te gaan op de taximarkt? • Wat zijn de cijfers van meldingen van discriminatie over juli 2019 t/m augustus 2021 bij de aangesloten partijen alsmede taxiklacht.nl, waarbij onder meer onderscheid gemaakt wordt naar type meldingen (waaronder bijvoorbeeld het onderscheid tussen melding van een klant en van een chauffeur, type en vorm van de discriminatie)? • Welke aanbevelingen zijn er om het bewustzijn over discriminatie te vergroten en discriminatie tegen te gaan op de taximarkt. Hierbij dient uitdrukkelijk de mogelijkheid van een educatietraject (met eventueel filmpje) te worden meegenomen?
1 Bolt is een relatief nieuwe speler op de taximarkt en niet betrokken geweest bij de Intentieverklaring Discriminatievrije
taximarkt. Zij zijn pas sinds medio 2020 actief in Amsterdam. 3 Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs.
Onderzoekaanpak Om te komen tot een evaluatie van de huidige uitvoering van de Intentieverklaring door gemeente, TTO’s en ketenpartners, is er gekozen voor de volgende aanpak: • Documentenanalyse; • Diepte-interviews; • Focusgroepen; • Evaluatierapport.
Documentenanalyse De eerste stap om tot een goed beeld te komen van de huidige uitvoering van de Intentieverklaring is middels een (documenten)analyse van beschreven beleid, notities, (werk)processen, ingezette maatregelen, e.d. bij de TTO’s, gemeente en de ketenpartners. De documentenanalyse richtte zich met name op de volgende punten: • Worden de bij TTO’s/platforms aangesloten chauffeurs en klanten te allen tijde op discriminatie aangesproken en worden de chauffeurs ondersteund bij het voorkomen en bestrijden van discriminatie? • Treffen de bij TTO’s/platforms aangesloten chauffeurs en ketenpartners passende maatregelen bij het signaleren van discriminatie overeenkomstig de Taxiverordening en/of een intern maatregelenprotocol? • Is er bij TTO’s, platforms aangesloten chauffeurs en ketenpartners een aangewezen persoon binnen hun organisatie die zorg draagt voor het vergroten van de bewustwording onder de chauffeurs en klanten? • Inzicht in cijfers van meldingen van discriminatie van juli 2019 t/m augustus 2021 bij de aangesloten partijen alsmede taxiklacht.nl (wordt beheerd door Stichting TX-Keur), waarbij onder meer onderscheid gemaakt wordt naar type meldingen (zoals het onderscheid tussen melding van een klant en van een chauffeur, type en vorm van de discriminatie).
Diepte-interviews De diepte-interviews hadden als doel om op te halen of en op welke wijze de Intentieverklaring in de praktijk uitgevoerd wordt. De interviews zijn gehouden met aangewezen personen van de gemeente, TTO’s en ketenpartners. De diepte-interviews zijn gehouden met medewerkers van: • TTO’s en platforms: Bolt, Schipholtaxi, Staxi, Take A Taxi (TAT), Taxicentrale Amsterdam (TCA), Taxi Direct, Travel Electric, Taxistad en Uber; • Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV): koepelorganisatie van de drie werkgeversorganisaties voor het personenvoer (OV, touringcar en taxi); • TX-Keur: het onafhankelijke taxikeurmerk van Nederland waar taxiklacht.nl is ondergebracht; • Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam (MDRA).
4 Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs.
Focusgroepen De focusgroepen richtten zich specifiek op de chauffeurs, klanten en experts. De focusgroepen hadden als doel om: • chauffeurs en klanten ruimte te geven om hun ervaringen uit de praktijk te delen; • aanbevelingen op te halen om het bewustzijn over discriminatie te vergroten en discriminatie tegen te gaan op de taximarkt; • indicatoren op te halen die mogelijk bijdragen aan (betere) monitoring van discriminatiemeldingen. De focusgroepen bestonden uit: • Een expertgroep met deskundigen op het gebied van (taxi)discriminatie: FNV Taxi, Gemeente Amsterdam, KNV/TX-Keur en Movisie/Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS); • Twee klantgroepen met mensen die de grootste risico lopen om mogelijk slachtoffer te zijn van discriminatie (Joodse-Nederlanders, Islamitische-Nederlanders, AfroNederlanders, LHBTI+ personen en vrouwen); • Groep van chauffeurs werkzaam bij de aangesloten TTO’s.
Uitkomsten evaluatie Dit onderzoek heeft betrekking op de taxibedrijven die hebben deelgenomen aan de intentieverklaring Discriminatievrije taximarkt. Met de taxibedrijven is afgesproken om zorgvuldig en in vertrouwen met hun informatie om te gaan. Daarom refereren we in de uitkomsten van dit onderzoek aan ‘taxibedrijven’ zonder specifiek onderscheid te maken tussen de verschillende TTO’s en platforms. In dit gedeelte beschrijven we de uitkomsten eerst het gemeentelijk beleid en de impact daarvan op de praktijk. Vervolgens beantwoorden we de drie onderzoeksvragen van de Gemeente.
Gemeentelijk beleid Gemeente Amsterdam heeft in het coalitieakkoord 2018-2022 staan dat het College deze periode prioriteit zal geven aan het verbeteren van de taximarkt in Amsterdam. De afgelopen periode is gebleken dat het huidige beleid onvoldoende effectief is om de problemen op de taximarkt aan te pakken. In raadsinformatiebrief van 8 juni jl. staat dat de huidige taximarkt vier problemen kent: 1) er is sprake van veel drukte voor omwonenden in de stad, 2) de stad moet verkeersveiliger worden, 3) de taximarkt economisch rechtvaardiger en 4) er moet een discriminatievrije taximarkt ontstaan voor taxipassagiers. Het laatstgenoemde past hiermee in het grotere antidiscriminatiebeleid dat de gemeente voert. Zo stelt de gemeente: “iedereen in deze veelkleurige stad moet zich vrij voelen om zichzelf te zijn en gelijke kansen krijgen waar we allemaal recht op hebben […] uit de gevallen van anti-zwart racisme, geweld tegen lhbtiq+’ers en vrouwen, bedreiging van Joodse en uitsluiting van islamitische Amsterdammers, blijkt wel hoezeer dat nodig is. Deze en andere voorbeelden hebben ervoor gezorgd dat het bestrijden van discriminatie een prominente plaats heeft gekregen in het coalitieakkoord 20182022”.2
2 https://www.amsterdam.nl/sociaaldomein/diversiteit/antidiscriminatie/, geraadpleegd op 25 oktober 2021.
5 Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs.
Inmiddels wordt er gewerkt aan een nieuw taxistelsel. Hier zijn nu plannen voor in voorbereiding. In de raadsinformatiebrief staat het volgende: “in de motie wordt het college verzocht om bij de maatregelen om de veiligheid van de klant te verbeteren, waaronder het voorkomen van discriminatie en intimidatie, nadrukkelijk ook het antisemitisme mee te nemen”. De raad noemt hiermee het belang van het tegengaan van discriminatie, maar richt zich specifiek op discriminatie richting passagiers en lijkt discriminatie richting chauffeurs (onderling) te vergeten. Het nieuwe taxistelsel (in ontwikkeling), wordt verder toegelicht in Agenda Taxi 2020-2025. In dat document wordt door de gemeente ingegaan op de uitdagingen waar de stad voor staat op de huidige taximarkt. In de huidige markt ziet de gemeente een aantal uiteenlopende zaken die problematisch zijn, zoals: de leefbaarheid in de stad, verbetering van de luchtkwaliteit en de toenemende concurrentie tussen chauffeurs en bemiddelaars.
Nieuwe taxistelsel Om de problemen op de markt aan te pakken, wordt er in Agenda Taxi 2020-2025 gesproken over een nieuwe aanpak op de markt. In die aanpak heeft de gemeente het over een gebiedsgerichte aanpak, over een meer bonafide taxibranche maar ook over gelijke normen voor alle chauffeurs. Er wordt gesproken over “betrouwbaar en veilig taxivervoer waarbij chauffeurs herleidbaar zijn bij incidenten.” De gemeente stelt tien maatregelen voor om deze nieuwe aanpak te realiseren. Deze maatregelen zijn sterk gericht op een gebiedsgerichte aanpak, het beter in beeld krijgen van het taxiverkeer en ook het verbeteren van de integrale handhaving op de markt. Discriminatie wordt in het document genoemd bij de maatregel van het verbeteren van het toezicht op de taximarkt. De gemeente spreekt dan over zowel een strengere controle op de basisvereisten als een geldige chauffeurskaart, autoverzekering en APK, maar heeft het ook over het doorlopend inzetten op anoniem toezicht in de vorm van een mystery guest onderzoek. De gemeente stelt dat “hierbij ook specifiek aandacht [is] voor discriminatie”.
Beleid en praktijk De gemeente beschrijft dat het “huidige beleid onvoldoende effectief is.” Een bewijs hiervoor is volgens de gemeente ook dat er nog steeds klachten zijn over te hoge tarieven, ritbonnen, keuzemogelijkheden voor klanten op markt. En, zo stelt de gemeente, “daarnaast worden ritten/klanten soms op agressieve geweigerd (bijvoorbeeld vanwege zijn/haar geaardheid) op zowel de opstap- als bestelmarkt.” De gemeente geeft in laatstgenoemd citaat aan dat er zich verschillende incidenten voordoen op de markt die te maken (kunnen) hebben met discriminatie. Het is daarom goed te lezen dat de gemeente in de Agenda meermaals in gaat op het belang van het benutten van de signalen van passagiers. Dat betekent volgens de gemeente concreet dat er moet worden gezorgd dat de meldingsbereidheid van passagiers omhooggaat en dat de aandacht voor het landelijk klachtenmeldpunt omhoog moet onder zowel passagiers als taxichauffeurs. De gemeente oppert dat er bijvoorbeeld op drukkere plekken met meer communicatieborden gewezen kan worden op het bestaan van het landelijk klachtenmeldpunt. Er lijkt momenteel nog een kloof te bestaan tussen de manier waarop discriminatie op de taximarkt voor de gemeente als uitdaging wordt gezien en de aanpak ervan in het huidige en komende beleid. 6 Alle rechten voorbehouden.
Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs.
Discriminatie wordt in het coalitieakkoord een uitdaging genoemd en de evaluatie van de intentieverklaring wordt dan ook als een apart punt genoemd in de raadsinformatie brief aan de gemeenteraad. Tegelijkertijd zijn er in de plannen voor het nieuwe taxistelsel weinig concrete maatregelen opgenomen die discriminatie op de taximarkt tegengaan en bewustwording over discriminatie op de markt vergroten. Als het wel over discriminatie gaat – wordt er vooral gesproken over discriminatie vanuit de taxichauffeurs naar de passagiers toe. Belangrijk is veilig taxivervoer voor de passagiers en dat de passagiers het klachtenmeldpunt weten te vinden. Als het gaat om veiligheid voor de chauffeurs wordt er gesproken over veilig rijgedrag en verkeersveiligheid. Er is te weinig aandacht voor een veilig werkklimaat voor de taxichauffeurs waarin zij bijvoorbeeld handvatten krijgen hoe om te kunnen gaan met discriminatie vanuit de passagier en/of van collega’s. De gemeente wil dat dit onderzoek er mede toe leidt dat er meer maatregelen opgenomen kunnen worden in het nieuwe taxistelsel. Een uitdaging hierbij is dat de gemeente weinig verplicht kan stellen. Er is tijdens de focusgroepen met experts en chauffeurs grote zorgen geuit met betrekking tot de implementatie van het nieuwe taxistelsel gekoppeld aan een discriminatievrije taximarkt.
Zowel KNV/TX-Keur, FNV Taxi en de chauffeurs zien een rol voor taxibedrijven als het gaat om het voorkomen, tegengaan en bestrijden van discriminatie. Doordat de taxibedrijven worden afgeschaft in het nieuwe taxistelsel zien zij een te groot gat ontstaan tussen beleid en uitvoering in de praktijk. Zij achten de gemeente niet in staat (qua capaciteit en qua praktijkkennis) om alle individuele chauffeurs en passagiers te monitoren op (on)gewenst gedrag.
Beantwoording onderzoeksvragen De, door de Gemeente, meegegeven drie onderzoeksvragen uit het onderzoek waren: 1. Wat hebben de Toegelaten Taxi Organisaties (TTO’s) plus Bolt sinds de ondertekening van de Intentieverklaring ondernomen om het bewustzijn over discriminatie te vergroten en discriminatie tegen te gaan op de taximarkt? 2. Wat zijn de cijfers van meldingen van discriminatie over juli 2019 t/m augustus 2021 bij de aangesloten partijen alsmede taxiklacht.nl, waarbij onder meer onderscheid gemaakt wordt naar type meldingen (waaronder bijvoorbeeld het onderscheid tussen melding van een klant en van een chauffeur, type en vorm van de discriminatie)? 3. Welke aanbevelingen zijn er om het bewustzijn over discriminatie te vergroten en discriminatie tegen te gaan op de taximarkt. Hierbij dient uitdrukkelijk de mogelijkheid van een educatietraject (met eventueel filmpje) te worden meegenomen? De beantwoording van de onderzoeksvragen is enkel op basis van de bij ons aangeleverde informatie. Er zijn organisaties die nog geen beleid ontwikkeld hebben op het gebied van diversiteit, inclusie en/of anti-discriminatie. Het kan ook voorkomen dat er wel beleid en andersoortige informatie is, maar dat de onderzochte partijen terughoudend waren in het aanleveren van informatie gezien de gevoeligheid van het onderwerp.
Ook dit laatste is aannemelijk omdat het voorgekomen is dat partijen zowel vanuit privacyoverwegingen als mogelijke angst voor reputatie-/imagoschade terughoudend waren in het aanleveren van informatie en dit uiteindelijk niet dan wel (zeer) beperkt hebben gedaan.
7 Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs.
Onderzoeksvraag 1: de Intentieverklaring In de Intentieverklaring stonden de volgende maatregelen centraal: • Dat de bij TTO’s/platforms aangesloten chauffeurs en klanten te allen tijde op discriminatie worden aangesproken en de chauffeurs ondersteund worden bij het voorkomen en bestrijden van discriminatie; • Dat de bij TTO’s/platforms aangesloten chauffeurs en ketenpartners passende maatregelen treffen bij het signaleren van discriminatie overeenkomstig de Taxiverordening en/of een intern maatregelenprotocol; • Dat de bij TTO’s, platforms aangesloten chauffeurs en ketenpartners ieder een aangewezen persoon binnen hun organisatie hebben die zorg draagt voor het vergroten van de bewustwording onder de chauffeurs en klanten. Op basis van de bij ons aangeleverde informatie lijkt het erop dat over het algemeen de drie punten uit de Intentieverklaring niet direct geborgd zijn bij de taxibedrijven. Een harde conclusie kan niet getrokken worden omdat van de meeste taxibedrijven er geen en/of onvoldoende informatie is om conclusies te kunnen trekken over de mate waarin diversiteit, inclusie en antidiscriminatie zijn geborgd in de missie, visie, kernwaarden en strategie van de organisatie.
Ook was er geen en/of onvoldoende informatie om conclusies te kunnen trekken in welke mate taxibedrijven concrete doelen, ambities en resultaten geformuleerd hebben op het gebied van diversiteit, inclusie en antidiscriminatie. Drie taxibedrijven doen duidelijke pogingen om de thema’s te borgen binnen de organisatie. Alle drie benoemen ze het thema antidiscriminatie. Twee gaan daarbij nog een stap verder en noemt ook inclusie en diversiteit. Uit de documentenanalyse, diepte-interviews en focusgroepen is verder gebleken dat de meeste taxibedrijven wel beschikken over een intern maatregelenprotocol, een intern normen- en waardenprotocol en een klachtprocedure. In het normen- en waardenprotocol staat hoe de organisatie verwacht dat chauffeurs zich opstellen; welke gedragingen wenselijk en niet wenselijk zijn. In het maatregelenprotocol worden al deze normen en waarden opnieuw genoemd en worden hieraan sancties gekoppeld. Een klacht wordt middels beide protocollen opgepakt. Opvallend is echter dat veel taxibedrijven in hun reglement, normen- en waardenprotocol en maatregelenprotocol wel raken aan thema’s als correct gedrag en het niet gebruiken van geweld maar dit niet verder specificeren naar discriminatie als aparte bepaling. Het thema discriminatie wordt bij vrijwel geen een taxibedrijf niet specifiek genoemd in hun documenten.
Ook wordt er vrijwel geen aandacht besteed aan de (sociale) veiligheid van de chauffeur. Als er wordt gesproken over veiligheid, gaat het over verkeersveiligheid en de veiligheid van de klant door te stellen dat de chauffeurs geen fysiek geweld mogen gebruiken. Dit terwijl uit de interviews is gebleken dat discriminatie vanuit de passagier naar de chauffeur ook voorkomt. Enkel twee taxibedrijven hebben richtlijnen ontwikkeld waarin passagiers worden gewezen op hun verantwoordelijkheid richting chauffeurs.
8 Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs.
In de ondertekende Intentieverklaring wordt verder genoemd dat bij het signaleren van discriminatie overeenkomstig de Taxiverordening en/of een intern maatregelenprotocol, passende maatregelen genomen moeten worden. Vrijwel alle taxibedrijven geven aan deze maatregelen bij ondertekenen te hebben gelezen, maar nooit genomen hebben. Dit heeft vooral te maken met het feit dat discriminatiecasussen volgens hun beleving niet vaak voorkomen. Drie taxibedrijven geven aan wel maatregelen te hebben genomen. Zij waren zich echter niet bewust dat het nemen van maatregelen ook in de Intentieverklaring staat. Een voorbeeld van een maatregel bij een taxibedrijf waarvan de geïnterviewde zegt “een persoon binnen de organisatie aangewezen te hebben die zorg draagt voor het vergroten van de bewustwording onder chauffeurs.” Ook hebben zij “aangesloten chauffeurs aangesproken op (mogelijke) discriminatie” en heeft een medewerker “een educatieve bijeenkomst bij het MDRA gevolgd.” Over het laatste punt uit de Intentieverklaring, waarin wordt gesteld dat er iemand moet worden aangewezen om de educatieve bijeenkomst van het MDRA te volgen, is uit de interviews gebleken dat de meeste taxibedrijven intern een persoon hebben aangewezen die de bijeenkomst heeft gevolgd.
Enkele taxibedrijven herinneren het MDRA van de educatieve bijeenkomst die het MDRA had georganiseerd, maar had ervoor niet eerder van het MDRA gehoord. Een taxibedrijf vond de bijeenkomst nuttig en heeft een samenvatting van de bijeenkomst naar collega’s en chauffeurs gestuurd. De overige taxibedrijven konden de bijeenkomst niet herinneren en/of waren er niet positief over. De feedback van de taxibedrijven in het kader van de evaluatie van de Intentieverklaring, was dat de bijeenkomst en de presentatie op de bijeenkomst te algemeen was, onvoldoende op de praktijk (van de taximarkt in het bijzonder) aansloot en niet realistisch was. “Het ontbrak te veel aan duidelijke handvatten vanuit MDRA om met discriminatie om te gaan.” Sommige taxibedrijven hadden het gevoel dat “het MDRA zich niet echt had verdiept in specifiek discriminatie op de taximarkt, maar meer een algemene presentatie gaf. En dat terwijl de omstandigheden op de taximarkt vaak wel bijzonder zijn, met passagiers waarvan de contactgegevens onbekend zijn op de opstapmarkt tot het gebruik van apps om ritten te bestellen. Dit bleek ook uit het feit dat de presentatie gericht was op discriminatie vanuit de chauffeurs en het perspectief van discriminatie door passagiers ontbrak.”
Onderzoeksvraag 2: cijfers over discriminatie op de taximarkt Naast de drie punten uit de Intentieverklaring is er gekeken naar de cijfers en klachtenprocedures van meldingen van discriminatie bij de taxibedrijven alsmede taxiklacht.nl (wordt beheerd door Stichting TX-Keur) in de periode van juli 2019 t/m augustus 2021. Een belangrijke voorwaarde bij het registreren en bijhouden van meldingen is het hebben en hanteren van heldere definities en een (goedwerkend) klachtregistratie(systeem). Als er gekeken wordt naar de manier waarop discriminatie door taxibedrijven gedefinieerd is, is een eerste conclusie dat de meeste taxibedrijven geen heldere definities hebben van discriminatie en andere vormen van uitsluitingsmechanismen als (stereotypering, vooroordeel en micro-agressie). Ook hebben de meeste taxibedrijven, op enkele na geen verschillende discriminatiegronden en vormen bijgehouden.
9 Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs.
Het MDRA daarentegen werkt wel met heldere discriminatiegronden: leeftijd, genderidentificatie, seksuele oriëntatie, handicap/chronische ziekte, godsdienst/levensovertuiging, antisemitisme, antimoslimracisme, antizwartracisme, antiAziatisch racisme en nationaliteit. Daarbij onderscheiden zij verschillende vormen van discriminatie: bedreiging, bekladding, bespuging, geweld, geweld met uitlating, pesterij, uitlating, vernieling en weigering. Meldingen MDRA In totaal ontving het MDRA tussen juli 2019 en 31 augustus 2021 van de taximarkt 14 signalen. 13 klachten kwamen van passagiers die klaagden over discriminatie door een chauffeur, slechts één klacht kwam van een chauffeur over discriminatie door een passagier. Het MDRA kon een heel duidelijke uitsplitsing geven van de discriminatiegrond per klacht.
Leeftijd Genderidentificatie Seksuele gerichtheid Handicap of chronische ziekte Antisemitisme Antimoslimracisme Antizwartracisme Anti-Aziatisch racisme Nationaliteit Onbekend/Anders
Medewerkers onderling 0 0 0 0
Chauffeurs naar passagiers 0 1 7 0
Passagiers naar chauffeurs 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0
1 0 1 0 0 3
0 0 0 0 0 1
Ook kon het MDRA de klachten uitsplitsen per discriminatievorm: Medewerkers Chauffeurs naar onderling passagiers Bedreiging 0 0 Bekladding 0 0 Bespugen 0 1 Geweld 0 0 Geweld met uitlating 0 0 Pesterij 0 1 Uitlating 0 5 Vernieling 0 0 Weigering 0 5 Onbekend/overig 0 1
Passagiers naar chauffeurs 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0
Het MDRA geeft aan dat de website taxiklacht.nl ook een middel kan zijn om te klagen over discriminatie, maar dat het MDRA “een stap verder kan gaan.” Het MDRA kan als bemiddelaar optreden in deze kwesties door bijvoorbeeld te begeleiden in een persoonlijk gesprek. Daarnaast heeft het MDRA korte lijntjes met verschillende organisaties wat hun bemiddelingsrol makkelijker maakt. 10 Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs.
Taxibedrijven In totaal hebben drie taxibedrijven aangeven casussen van discriminatie te hebben ontvangen in de periode van juli 2019 t/m augustus 2021. Bij taxibedrijf 1 waren er – nadat zij de markt betraden – twee casussen van discriminatie gemeld. Bij een van die casussen was onduidelijk wat hier nu precies was voorgevallen, in een andere casus werd een klant met een blindengeleidenhond geweigerd. Deze casussen werden opgelost via het standaard klachtenprotocol. Taxibedrijf 2 kende casussen waarbij zowel chauffeur als passagier slachtoffer waren van discriminatie. De geïnterviewde kan lastig terughalen waar deze casussen om gingen, maar kan zich wel herinneren dat de casussen te maken hadden met de islamitische achtergrond van de chauffeurs. De geïnterviewde geeft aan: “je ziet dat daar veel opmerkingen over worden gemaakt.” Ook deze casussen zijn opgepikt via het interne klachtenprotocol. Alleen taxibedrijf 3 had een casus meegemaakt waarbij er op het eigen kantoor tussen medewerkers onderling sprake was van discriminatie. Ook deze geïnterviewde kan moeilijk terughalen wat er precies heeft afgespeeld, maar weet zich wel te herinneren dat het ging om afkomst. De geïnterviewde geeft aan deze signalen proactief te hebben opgepakt en te hebben opgelost via het interne klacht protocol.
Wanneer er wordt doorgevraagd naar het handelen in deze casus geeft de geïnterviewde aan dat het ook te maken kan hebben met het feit dat de “één sensitiever is dan de ander”. taxibedrijven registreerden zoals eerder vermeld weinig (signalen van) discriminatie. De simpele reden hiervoor lijkt te zijn dat zij momenteel geen meldingen van discriminatie binnenkrijgen en/of registreren. Een Taxibedrijf geeft als voorbeeld “zo’n 4 miljoen ritten te doen op jaarbasis en slechts 0,003% aan klachten te hebben.” Het gaat volgens deze geïnterviewde om 300 klachten op jaarbasis. Ook TX-Keur van taxiklacht.nl heeft “maar 800 klachten ontvangen in 2019.” TX-Keur, de beheerder van dit klachtenmeldpunt, legt uit dat Taxiklacht.nl slechts de ingekomen klachten doorzet aan de vervoerder en verder geen bemiddelingsrol heeft. Dat wil volgens TX-Keur echter niet zeggen dat het niet gebeurd. “Bij het indienen van een klacht wordt bij het landelijke meldpunt vaak niet aangegeven dat het om discriminatie gaat.” Discriminatie is bij hen geen aparte grond in de klachtprocedure. Tevens zijn er vanwege Corona 90 procent minder ritten gereden. “Het jaar 2020 was dus geen goed jaar om te meten.” Daarnaast is het landelijk meldpunt en/of het MDRA onvoldoende bekend en vindbaar voor passagiers. Wat het ook moeilijk maakt is dat veel klanten maar eenmalig gebruik maken van een taxi.
Twee andere taxibedrijven geven aan wel signalen van discriminatie te registreren, echter wel hun eigen indeling in gronden en vormen te hebben bedacht. Zo maakt de ene taxibedrijf onderscheid tussen fysieke discriminatie en verbale discriminatie waarbij er verschillende sancties aan deze twee vormen gekoppeld zijn. De ander geeft aan een zeer uitgebreide categorisering te hebben.
11 Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs.
Klachtregistratie(systemen) De manier waarop taxibedrijven registreren loopt dus niet synchroon met de manier waarop het MDRA discriminatiegronden- en vormen vastlegt. Doordat er niet uniform en beperkt geregistreerd wordt en ook de ketensamenwerking tussen taxibedrijven, TX-Keur en MDRA zeer beperkt is, is het ook moeilijk te achterhalen hoe vaak er gediscrimineerd wordt en hoe een melding wordt opgepakt. Bijna iedere organisatie heeft wel een klachtregistratiesysteem. Dit varieert van meer complexere tools tot aan “simpele Excel bestandjes.” De meeste organisaties werken met het standaard taximanagementsysteem waarin gedragingen uit het maatregelenprotocol worden gekoppeld aan het registratiesysteem. Belangrijk om te vermelden is dat de klachtenprocedures, getuigen van een lerend vermogen om herhaling te voorkomen. Twee taxibedrijven hebben een meer complexer systeem ontwikkeld. In de verschillende systemen kan op verschillende manieren worden gezocht. Bij de ene taxibedrijf werken ze met een identificatietool waarbij wordt gekeken naar tagwoorden in de taal die mogelijk een indicatie kunnen geven van discriminatie. Daarnaast kan het ook handmatig worden gelabeld op discriminatie door iemand van customer support. Deze verschillende manieren van zoeken geldt ook voor het taximanagementsysteem. Er kan op specifieke woorden worden gezocht en op specifieke gedragingen.
Veel taxibedrijven geven aan dat het lastig is om discriminatiemeldingen uit een grote hoop van meldingen te vissen. Niet omdat er niet voldoende gezocht kan worden, maar vooral omdat discriminatie ook onderdeel kan zijn van een grotere klacht. In de klachtenprocedures, wordt discriminatie vrijwel nooit apart genoemd als aparte klachtcategorie en datzelfde geldt voor de klachtregistratiesystemen waarover informatie is aangeleverd. Zo komt ritweigering vaak voor, “maar is niet altijd duidelijk of hier iemand geweigerd is door discriminatie of door een te korte rit.” Discriminatie wordt nooit specifiek benoemd en is daarom ook “lastig te vinden.” Klanten vanuit de focusgroepen geven tevens aan niet goed op de hoogte te zijn van waar en hoe zij een melding van discriminatie kunnen maken. Tevens geven zij aan dat indien ze er wel op de hoogte van zijn ze weinig vertrouwen hebben dat de melding adequaat wordt opgepakt en dat het (mogelijk) leidt tot een repercussie (gevolgen) voor de dader. Het weinige vertrouwen is zowel gericht op de taxibedrijven, het MDRA, de gemeente en andere ketenpartners. Opvallend is dat de chauffeurs uit de focusgroepen ook weinig tot geen vertrouwen hebben dat wanneer zij melding maken van (mogelijke) discriminatie door een passagier, zij adequaat geholpen zullen worden en dat de melding (mogelijk) leidt tot een repercussie (gevolgen) voor de dader.
Klachtprocedure(s) In de beantwoording van de vragen geven de taxibedrijven allemaal aan een eigen klachtenprocedure te hebben. Het verschilt per taxibedrijf hoe algemene klachten binnenkomen. Klachten kunnen telefonisch, via de mail of via de website taxiklacht.nl binnenkomen.
12 Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs.
Een drietal taxibedrijven, hebben een aparte klachtenafdeling. Een van hen heeft ook een eigen geschillencommissie. Vrijwel alle klachtenprocedures zien er bij de taxibedrijven hetzelfde eruit. Er wordt allereerst verduidelijking van de situatie gevraagd en er wordt hooren wederhoor toegepast. Ook worden er naar bewijsstukken gezocht: opgenomen telefoongesprekken, de track and trace en in sommige gevallen de taxicamera. In deze gesprekken worden vrijwel altijd dezelfde vragen gesteld: wat is er gebeurd en waarom is het gebeurd? Er wordt ook gesproken over een oplossing richting de klant, doorgaans is dit in de vorm van een vergoeding van de rit of anders het opsturen van een bloemetje. Voor de meeste taxibedrijven voelt discriminatie ook als een grijs gebied waarbij niet hard kan worden aangetoond dat er daadwerkelijk sprake was van discriminatie. Soms worden er verwijten gemaakt maar zijn deze niet hard te maken. Zo geeft een taxibedrijf aan: “er is een groot grijs gebied waarin je het [discriminatie] hard moet kunnen maken. Het blijft altijd een beetje in het midden hangen.” De meeste taxibedrijven geven aan dat zij daarom chauffeurs vaak het voordeel van de twijfel geven als het gaat om een eenmalige klacht. Mocht er herhaaldelijk sprake zijn van discriminatoir gedrag, dan wordt er fors opgetreden met bijvoorbeeld een rijverbod of een royement.
Alle taxibedrijven loggen alle klachten. Dat wil zeggen dat alle klachten worden geregistreerd en ook “worden opgehangen” aan een chauffeur. Er kan dus altijd worden achterhaald of een chauffeur meerdere klachten heeft ontvangen. De meeste taxibedrijven werken met een zogenoemde escalatieladder. De sancties lopen uiteen van schorsingen tot royement. Mocht er sprake zijn van herhaaldelijke klachten, neemt ook de zwaarte van de sanctie toe. Een taxibedrijf kan duidelijk uitleggen hoe de sancties worden bepaald. Zij doen “een risicoanalyse en bekijken welke gedragingen vaker zijn voorgekomen en hangen hier een zwaardere sanctie aan op.” De taxibedrijven geven aan dat de chauffeurs op de hoogte zijn van het klachtenprotocol. Dit wordt namelijk genoemd in de intake. Passagiers zijn voor de taxibedrijven lastiger te bereiken en weten daarom vaak minder goed dat ze kunnen klagen. TX-Keur geeft zelf aan dat de website taxiklacht.nl weinig bekendheid heeft onder passagiers. De meeste taxibedrijven geven aan dat zij verwachten dat klanten zelf proactief bellen of mailen als zij een klacht hebben. Klanten kunnen het taxinummer op het daklicht volgens hen makkelijk onthouden. Een taxibedrijf geeft aan op de tariefkaarten en de pinbon een verwijzing naar het klachtenmeldpunt te hebben staan. Ook hebben zij het duidelijk op hun website vermeld.
Samenwerking Op de vraag of de taxibedrijven samenwerken met andere organisaties, antwoorden veruit de meeste taxibedrijven (67%) dat zij niet samenwerken met andere organisaties. Dit is vooral omdat het gaat om een “interne aangelegenheid.” Een enkeling geeft aan wel open te staan voor samenwerking. Een taxibedrijf geeft aan het belangrijk te vinden dat er “industrie breed wordt samengewerkt”, omdat zij “geloven in het principe samen sterk. Helemaal omdat het om incidentele gevallen van discriminatie gaat en dat daarom niet een hele industrie mag worden weggezet als racistisch of discriminatoir.” Een andere taxibedrijf geeft aan “wel open te staan voor samenwerking, maar niet met de overheid.” De overheid wordt ervaren als een bureaucratische instantie waar weinig concreets van kan worden verwacht. 13 Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs.
Opvallend is dat de taxibedrijven bij klachten geen andere organisaties inlichten. Taxibedrijven melden dus ook niet bij taxiklacht.nl en/of geven niet of nauwelijks terugkoppeling aan taxiklacht.nl als er via hen een melding van discriminatie bij een taxibedrijf is binnengekomen. Ook ontbreekt het aan samenwerking met bijvoorbeeld een TX-Keur, het MDRA, politie, OM en College voor de Rechten van de Mens. Noemenswaardig is het feit dat de taxibedrijven eigenlijk niet begrijpen waarom er wordt gevraagd naar hun verstandshouding met taxiklacht.nl. De taxibedrijven werken nauwelijks met taxiklacht samen. Wanneer er wordt gevraagd naar de bereidwilligheid om wel te melden bij ketenpartners (taxiklacht.nl en/of MDRA) in de toekomst, blijkt dat wel iets te zijn waar taxibedrijven voor openstaan. Dit is dan wel “afhankelijk van de aard en de ernst van een melding.” Als het incident heftig genoeg is om aangifte te doen zal de samenwerking opgezocht worden met de politie. Taxibedrijven geven aan “complete openheid van zaken te geven” in het geval van een aangifte. Ook zegt een taxibedrijf “fijn zou zijn als we organisaties zoals het MDRA kunnen raadplegen voor expertise en bij het opstellen van beleid.” Focusgroepen Uit alle focusgroepen is naar voren gekomen dat discriminatie op de taximarkt plaatsvindt.
De discriminatie beperkt zich echter niet enkel tot discriminatie van chauffeurs naar passagiers. Ook werd veelvoudig de discriminatie van passagiers naar chauffeurs genoemd. Vanuit de focusgroepen met klantgroepen werd met name door de Joods-Nederlandse, IslamitischeNederlandse, Afro-Nederlandse en LHBTI+ deelnemers aangegeven te maken hebben gehad met verschillende vormen van uitsluiting. Niet alleen harde discriminatie zoals geweigerd worden voor ritten en/of discriminerende opmerkingen, maar ook micro-agressies die (in)direct aan hen waren gericht. Micro-agressies zijn (on)bewust minachtend, beledigend en/of aanvallend gedrag ten aanzien van iemands identiteit en die gemakkelijk worden weggewuifd als je ze ter sprake probeert te brengen. Ze bestaan uit subtiele vormen van uitsluitingsmechanismen die samen een constante aanslag hebben op iemands zelfbeeld. Er zijn drie typen micro-agressies: • Micro-aanval: bewuste (non-)verbale gedraging(en) die een persoon opzettelijk beledigen. Het betreft vaak zijdelingse opmerkingen, ‘grapjes’, interrupties, aannames. Voorbeeld hiervan is om bij een zwarte persoon bewust het n-woord te gebruiken; • Micro-belediging: onbewuste (non-)verbale gedraging(en) met een verborgen pijnlijke boodschap.
Voorbeeld is een vrouw ongevraagd een (seksistisch) compliment geven over haar uiterlijk; • Micro-ontkrachting: (on)bewuste uitsluiting van (personen uit) niet-dominante groepen door de gedachtes, gevoelens en ervaringsgerichte realiteit teniet te doen. Voorbeeld is het zeggen van: ‘kom eens uit die slachtofferrol’ of ‘ik zie geen kleur’. Het laatste wordt ook ‘kleurenblindheid’ genoemd. Kleurenblindheid is een perspectief van mensen die zeggen geen kleur te zien. Dit perspectief erkent niet de identiteit van mensen van kleur en/of religie. Ook is het een ontkenning van systematische en structurele ervaringen van ongelijkheid.
14 Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs.
Vanuit de klantgroepen werd aangegeven dat vrouwen vooral te maken hebben met discriminatie en micro-agressies met betrekking tot hun uiterlijk. Hierbij dient rekening gehouden te worden dat dit ook als intimiderend en bedreigend kan worden ervaren door vrouwen en dat het vaak niet los kan worden gezien van seksuele intimidatie. Zowel vrouwen als LHBTI+ personen krijgen volgens de klantgroepen regelmatig te maken met seksuele verzoeken. Een deelnemer namens het COC Amsterdam e.o. gaf ook aan dat het regelmatig voorkomt dat drag queens geweigerd worden of dat ritten worden geannuleerd (waarschijnlijk zodra de chauffeur aankomt rijden en ziet dat het om een drag queen gaat). Vanuit de Aziatisch-Nederlandse deelnemers werd aangegeven dat met name in de beginperiode van Corona Aziatische-Nederlandse weleens in het openbaar vervoer zijn geweerd in Amsterdam. Hierbij werden er opmerkingen gemaakt gerelateerd aan het ontstaan van Corona in China. Zij hadden zelf geen signalen gehoord dat dit ook op de taximarkt gebeurd was, echter konden ze het ook niet uitsluiten. De Joods-Nederlandse deelnemers gaven aan geluiden te horen over “antisemitische complottheorieën” die weleens gedeeld worden tijdens taxiritten, waarbij de taxichauffeur niet door leek te hebben de passagier Joods is.
De Islamitisch-Nederlandse deelnemers gaven aan vooral signalen te horen van ritweigering en microagressies tijdens de rit zoals “je draagt toch geen bomgordel hè want ik wil vanavond naar mijn vrouwtje toe.” Ook deelden ze signalen van discriminatie die Islamitisch-Nederlandse chauffeurs ervaren van passagiers. Vanuit de Afro-Nederlandse deelnemers zijn er vooral signalen over het niet netjes groeten, bevooroordeelde vragen zoals of de passagier wel geld bij zich heeft, het discriminerende taalgebruik tijdens taxiritten “die homo’s” en “die n*g*rs”, de onnodig langere routes, hoge ritprijzen voor kleine ritten en ‘kapotte tariefmeters’. De Afro-Nederlandse en Islamitisch-Nederlandse deelnemers waren het meest kritisch op een van de taxibedrijven. Van het onbeschoft zijn tijdens de taxiritten tot roken in de taxi, plegen van privételefoontjes, geen oogcontact maken, ritjes aannemen maar deze vervolgens weigeren als ze erachter komen dat het om korte ritjes gaat en klanten onder druk zetten om ritjes te weigeren onder het valse voorwendsel dat er geen kosten bij komen kijken (wat in de praktijk wel zo is). De deelnemers gaven aan dat het ook als erg moeilijk wordt ervaren om bij de desbetreffende taxibedrijf een klacht in te dienen.
“Je moet binnen 3 stappen een klacht kunnen indienen en er moet een standaard optie knop zijn voor andere klachten dan de opties die je krijgt.” De expert vanuit Movisie, hét landelijk kennisinstituut voor een samenhangende aanpak van sociale vraagstukken, gaf aan dat de cijfers over o.a. arbeidsmarkt-, onderwijs- en woningmarktdiscriminatie dermate hoog zijn dat het daarom niet logisch is om te denken dat er in de taxibranche helemaal niet gediscrimineerd wordt. “Dat ligt niet in de lijn van verwachtingen want het is een samenleving breed thema wat aan wordt getoond met onderzoek.” Daarnaast geeft de expert aan dat in iedere branche het probleem speelt dat er niet gemeld wordt. Melden is meestal de uitzondering. Om vast te stellen of discriminatie plaatsvindt kan er niet afgegaan worden op meldingen. Wel zouden chauffeurs en passagiers bevraagd kunnen worden en/of zouden er praktijktesten gedaan kunnen worden. De enige manier om dit te onderzoeken is om te kijken welke mensen worden gediscrimineerd op de taximarkt, hoe en waarom ze worden gediscrimineerd.
15 Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs.
Opvallend tijdens dit evaluatieonderzoek was dat de chauffeurs zelf het meest uitgesproken waren over discriminatie op de taximarkt. Ze gaven niet alleen voorbeelden van discriminatie op basis van afkomst, religie en LHBTI+. Ook gaven ze voorbeelden van discriminatie op basis van geslacht (het weigeren van een vrouw met kinderwagen), leeftijd (het weigeren van oudere personen die een korte rit willen maken) en gezondheid (het weigeren van personen met een beperking). De chauffeurs gaven echter duidelijk aan dat het merendeel van de discriminatie wat plaatsvindt op de taximarkt niet door chauffeurs komt, maar juist door passagiers naar chauffeurs toe. Voorbeelden hiervan zijn van met name Nederlands-Nederlandse klanten die weigeren een rit te maken met bijvoorbeeld Turks- en Marokkaans-Nederlandse chauffeurs op basis van hun afkomst. Op de vraag in hoeveel procent van alle taxiritten in Amsterdam zij denken dat er jaarlijks ongewenst gedrag en met name discriminatie plaatsvindt van chauffeur naar passagier en/of van passagier naar chauffeur, werd er een percentage van 5 tot 7,5% genoemd. Hierbij werd echter benadrukt dat het merendeel afkomstig is van passagiers naar chauffeurs toe. Ook gaven ze als inzicht mee dat discriminatie niet alleen in de bestel- en opstapmarkt gebeurd. Het komt vanuit hun ervaring ook voor in het contractvervoer.
Daarnaast gaven de chauffeurs aan dat er “een groepje chauffeurs is die het voor de anderen verpesten.” Daarvan zeggen ze dat zij passagiers benadelen door bijvoorbeeld te zeggen dat de meter het niet doet, dat er een dag en nachttarief is, dat je per persoon een prijs moet betalen en/of hele hoge ritprijzen vragen voor kleine ritten. Als voorbeelden worden ritprijzen gegeven tussen de €150 en €200voor afstanden van bijvoorbeeld Amsterdam-Noord naar het Centrum of van Spaarnwoude naar Amsterdam. Dit gebeurt vooral veel gedurende festivals en/of grotere evenementen. Tot slot is er tijdens de focusgroepen met experts en chauffeurs grote zorgen geuit met betrekking tot de implementatie van het nieuwe taxistelsel gekoppeld aan een discriminatievrije taximarkt. Zowel KNV/TX-Keur, FNV Taxi en de chauffeurs zien een grote(re) rol voor de taxibedrijven als het gaat om het voorkomen, tegengaan en bestrijden van discriminatie. Doordat de taxibedrijven worden afgeschaft in het nieuwe taxistelsel zien zij een te groot gat ontstaan tussen beleid en uitvoering in de praktijk. Zij achten de gemeente niet in staat (niet qua capaciteit en praktijkkennis) om alle individuele chauffeurs en passagiers te monitoren op hun gedrag in de praktijk. Vanuit de gemeente wordt aangegeven dat enkel de TTO-vergunning vervalt.
Het staat elk taxibedrijf vrij om door te gaan als Taxibedrijf (zoals Uber en Bolt nu ook doen), en hun eigen verantwoordelijkheid te blijven nemen op dit onderwerp.
Onderzoeksvraag 3: aanbevelingen m.b.t. een discriminatievrije taximarkt Wanneer wordt gevraagd of de taxibedrijven denken meer te kunnen doen met activiteiten omtrent discriminatie, geven de meeste taxibedrijven aan dat “er altijd meer gedaan kan worden.” Het heikele punt is echter dat sommige taxibedrijven hiervan de urgentie niet in zien ten opzichte van andere kwesties. Een taxibedrijf geeft aan “hier niets voor te voelen op dit moment. De markt gaat niet goed, er is veel geïnvesteerd in het bedrijf en ik heb echt andere zorgen aan mijn hoofd.” Ook heerst het sentiment, dat taxidiscriminatie niet veel voorkomt en dat het organiseren van meer activiteiten omtrent het onderwerp daarom weinig zouden uithalen. Daarnaast is er gevraagd naar aanbevelingen voor chauffeurs. 16 Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs.
In antwoord hierop geven de taxibedrijven aan dat er mogelijk standaard cursussen en trainingen gegeven kunnen worden waarin wordt ingegaan op het thema discriminatie en hoe zij hiermee kunnen omgaan. Ook wordt het belang van herhaaldelijke training genoemd. Interessant is dat een taxibedrijf de belangrijke positie van managers noemt in deze kwestie: “managers zouden zich bewust moeten zijn van discriminatie en de invloed hiervan binnen de organisatie.” Het MDRA zou bij voorkeur nog een stapje verder gaan: “de vergunningen van de taxichauffeurs moeten voldoen aan een aantal voorwaarden.” Zij zouden graag zien dat wanneer er een vergunning voor de taxichauffeurs wordt afgegeven er eerst een training(en) en/of workshop over discriminatie (en uitsluiting) wordt gevolgd. Het MDRA geeft aan dat dit “een van de voorwaarden zou moeten zijn.” Tevens worden er aanbevelingen voor chauffeurs genoemd. Chauffeurs zijn in de kern lastig te bereiken voor de taxibedrijven en de verwachting is dan ook dat zij niet snel zullen reageren op voorstellen voor activiteiten. Het contact met chauffeurs loopt via de mail, nieuwsbrieven en soms ook bijeenkomsten. De meningen van de taxibedrijven verschillen over het nut van bijeenkomsten.
Een taxibedrijf denkt dat “bijeenkomsten beter werken dan een mail en/of briefje.” Andere taxibedrijven zien dat bijeenkomsten niet regelmatig worden bezocht en pleiten juist voor “meer online communicatie met de chauffeurs.” Een andere taxibedrijf gaf aan dat er wellicht meer aandacht besteed kan worden aan het thema discriminatie “in de intake met nieuwe chauffeurs.” Tot slot pleit het MDRA ervoor dat taxibedrijven (los van de contactpersoon) een gespecialiseerde organisatie betrekken bij het maken en opstellen van beleid zodat er rekening gehouden wordt met de verschillende vormen van discriminatie. Informatief filmpje en educatief programma Onderdeel van de evaluatie van de Intentieverklaring is bedoeld om te “onderzoeken of er behoefte is aan een informatief filmpje waarin de intentieverklaring wordt verbeeld.” De meningen over het informatieve filmpje zijn erg verdeeld. De meeste taxibedrijven geven aan geen behoefte te hebben aan een informatief filmpje. Er zijn enkele taxibedrijven die aangeven een informatief filmpje te delen binnen hun organisatie. Zij geven wel aan niet een intrinsieke behoefte te voelen voor een filmpje, maar dat als het gevraagd wordt zij het wel zouden delen in hun organisatie. Hoewel de meeste taxibedrijven aangeven geen behoefte te hebben aan een informatief filmpje, willen zij wel meedenken over de eventuele vormgeving ervan.
Samenvattend worden er zeer uiteenlopende aanbevelingen gedaan voor zo’n filmpje: • “Een filmpje moet professioneel eruit zien en realistisch zijn. Dus goed aansluiten op de werkpraktijk.” • “Een filmpje zou moeten focussen op de impact die discriminatie heeft op slachtoffers en zo inzichtelijk maken wat discriminatie doet.” • “Een filmpje zou zich vooral moeten richten op de chauffeurs, bijvoorbeeld door te verbeelden dat een chauffeur slachtoffer is van discriminatie. Zo kan makkelijk de vertaling naar hunzelf worden gemaakt.” • “In het filmpje moet duidelijk worden gemaakt naar de passagier dat zij ook een rol hebben in het netjes gedragen en dat er bepaalde normen en waarden zijn waar ook zij zich aan moeten houden.” • “Het filmpje moet geen belerend karakter hebben en niet de taxibranche wegzetten als een discriminatoire sector.” De spotjes van SIRE worden genoemd als een voorbeeld van hoe filmpjes krachtig kunnen zijn. • “Het filmpje zou vooral krachtige beelden moeten bevatten en weinig woorden.” 17 Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs.
De taxibedrijven geven tevens aan geen behoefte te hebben aan een educatief programma. Tegelijkertijd geven ze aan wel mee te zullen werken aan zo’n programma als ze worden uitgenodigd. Een taxibedrijf geeft aan dat – indien er een educatief programma wordt ontwikkeld – het belangrijk is dat dit programma zich richt op de gehele industrie. Op de vraag of zij aanbevelingen hebben voor een educatief programma weten de taxibedrijven eigenlijk niet zo goed een antwoord. Belangrijk is volgens hen wel dat degene die meedoet aan het programma zich makkelijk kan vereenzelvigen met het onderwerp. Dit kan volgens de organisaties door “een creatievere aanpak van het programma: denk aan een hoorspel.” Een taxibedrijf geeft aan dat “zo’n programma wel echt iets om handen zou moeten hebben en veel marktgerichter (praktijkgerichter) moet zijn dan zij tot nu toe hebben ervaren.” De meeste taxibedrijven geven aan “sterk het idee te hebben dat de gemeente en het MDRA eigenlijk niet weten wat er in de markt gebeurt.” Ook vanuit de focusgroepen is er weinig animo voor een informatief filmpje en een educatief programma tenzij het onderdeel zou zijn van een bredere integrale (keten)aanpak gericht op: • Het stellen van een sociale norm; • Het maken en ondersteun van (antidiscriminatie)wet- en regelgeving; • Het herijken van beleid en processen; • Het organiseren van verantwoording afleggen, •
Bewustwording vergroten; • Ontmoeting en inleving stimuleren.3 Rol van de gemeente De taxibedrijven en deelnemers aan de focusgroepen hadden ook concrete ideeën over de rol van de gemeente. In zijn algemeenheid zijn zij van mening dat de gemeente een grote rol heeft in het tegengaan van discriminatie en de bewustwording over discriminatie. Samenvattend geven ze de volgende suggesties: • De gemeente moet geen grote gerichte campagnes op de taximarkt ontwikkelen. Dit geeft een verkeerd en verwijtend beeld. Als er al een campagne wordt ontwikkeld, moet het gaan om een campagne die wordt ontwikkeld op een specifiek incident; • De gemeente moet duidelijker zijn in de informatievoorziening naar de taxibedrijven. Chauffeurs kunnen discrimineren bij bedrijf X en ritten rijden bij bedrijf Y. De gemeente zou makkelijker informatie kunnen doorsturen naar bedrijven met daarin informatie over chauffeurs. Nu kan dit alleen met toestemming van de chauffeur; • De gemeente zou een meldplicht kunnen invoeren wanneer er een melding over discriminatie binnenkomt. Dit heeft naar verwachting meer effectiviteit. Ook de sancties kunnen dan steviger worden toegepast: de gemeente zou een chauffeurskaart of trambaanontheffing kunnen afpakken; • De gemeente zou een portal beschikbaar kunnen stellen waarin klachten over chauffeurs worden genoteerd en waarin taxibedrijven makkelijk kunnen meekijken.
AVG-wetgeving zit dit op dit moment in de weg; • De nieuwe regelgeving voor de taximarkt schept mogelijkheden voor de gemeente om wat te doen tegen discriminatie. Deel van de plannen zijn bepaalde zones waar taxichauffeurs mogen rijden. Hier zou de gemeente beter kunnen gaan controleren en kunnen individuele chauffeurs veel meer rechten en plichten worden toegekend. Ook 3 ‘Wat werkt in de aanpak van institutioneel racisme’ (KIS, 2021)
18 Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs.
• • •
kan de gemeente met deze nieuwe regelgeving bijvoorbeeld elke chauffeur verplichten om een training te volgen voor ze hun chauffeurskaart krijgen; De gemeente moet meer inzetten op handhaving; De gemeente moet meer controleurs toestaan bij de standplaatsen. Hier kan dan direct worden gehandeld als er sprake is van discriminatie; De gemeente moet meer bewustwording creëren omtrent het klachtenmeldpunt taxiklacht.nl. Dit zou kunnen door duidelijk campagne te voeren of op de hoofdsteun van de taxi’s berichten plakken waaruit duidelijk wordt dat mensen zich daar kunnen melden.
Conclusies en aanbevelingen Concrete stappen die vanuit de gemeente en/of taxibedrijven gezet kunnen worden op basis van de documentenanalyse, diepte-interviews en focusgroepen: • Investeer in de ketensamenwerking tussen taxibedrijven, KNV/TX-Keur, MDRA, College voor de Rechten van de Mens, de politie en de gemeente. De gemeente kan regie voeren op de ketensamenwerking; • Maak gezamenlijk een heldere rolverdeling tussen de ketenpartners met concrete (en meetbare) afspraken over taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden; • Borg de ketensamenwerking op strategisch, tactisch en operationeel niveau door middel van een gezamenlijke missie, visie met concrete/meetbare doelstellingen om discriminatie op de taximarkt tegen te gaan en inclusie te stimuleren; • Standaardiseer en uniformeer daar waar het kan met de ketenpartners een antidiscriminatiebeleid (normen- en waardenprotocol en maatregelenprotocol), werkprocessen (klachtprocedures) en kennis- en informatie-uitwisselingen (klachtregistratie). Zowel in het normen- en waardenprotocol als in het maatregelenprotocol, klachtprocedures en registratiesystemen moet de verschillende gronden en vormen van discriminatie expliciet benoemd worden.
Werkwijze MDRA zou hierin leidend kunnen zijn; • Onderzoek samen met de ketenpartners welke preventieve, curatieve en repressieve maatregelen genomen kunnen worden tegen taxibedrijven, chauffeurs en passagiers, die zich schuldig maken aan discriminatie; • Stel een meer uitgebreid gezamenlijk convenant en/of pact (sociale norm) op. Een onderdeel van de sociale norm zou kunnen zijn dat de taxibedrijven en hun ketenpartners naar de chauffeurs en passagiers uitdragen dat racisme en discriminatie niet getolereerd wordt. Het is belangrijk dat duidelijk wordt gemaakt wat het (on)gewenste gedrag is en hoe de taxibedrijven en ketenpartners daarin tegen optreden. Het is cruciaal dat de directie van de taxibedrijven hier ook vierkant achter staan en het helpt als een taxibedrijf jaarlijks verantwoording afgeeft (aan een onafhankelijk organisatie); • Organiseer als gemeente de toezicht op de taximarkt beter. Neem dit ook uitdrukkelijk mee in de verdere uitwerking en implementatie van het nieuwe taxistelsel. Er zijn zorgen met betrekking tot of de gemeente die rol wel in de toekomst gaat kunnen vervullen gezien het nieuwe taxistelsel; • Verplicht bij het afgeven van een vergunning voor de taxichauffeurs een (jaarlijkse of eenmalige) (online) training en/of cursus over discriminatie, omgangsvormen en inclusief taalgebruik; 19 Alle rechten voorbehouden.
Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs.
• •
• •
•
•
Pas naming and shaming van taxibedrijven toe die schuldig bevonden worden van discriminatie. Trek daar waar kan vergunningen in dan wel zet opdrachten stop; Richt een fysiek en online meldpunt in bij het MDRA voor discriminatie waar zowel passagiers als chauffeurs terecht kunnen. Zorg dat het meldpunt breed onder de aandacht wordt gebracht. Naast het taxinummer op het daklicht kan er ook een QRcode op de taxi’s geplaatst worden; Stimuleer taxibedrijven om tijdens de inwerkprogramma’s bij indiensttreding van nieuwe chauffeurs aandacht te besteden aan het (h)erkennen, voorkomen, tegengaan van en omgaan met discriminatie; Stimuleer publieke en private aanbieders van chauffeurs- en transportopleidingen om aandacht te besteden aan het (h)erkennen, voorkomen, tegengaan van en omgaan met discriminatie; Uniformeer het screeningsproces van chauffeurs en vindt een oplossing voor het privacy gedeelte. Momenteel kan alleen een rapport van bevindingen opgevraagd worden indien een chauffeur eerder bij een ander taxibedrijf heeft gereden. Echter als de chauffeur ontslagen is vanwege ongewenst gedrag zoals discriminatie, dan wordt dit niet gedeeld. Als voorbeeld werd gegeven dat indien de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een chauffeurskaart intrekt, het betekent dat de chauffeur nergens mag rijden binnen de taximarkt.