Bijlage 7 Nota van Beantwoording.pdf
Tekst van het document
Eis dilatatie / terugliggende tussenvloer Reactie: OS134 Samenvatting reactie(s): Van Wijnen – Rockfield verzoekt de dilatatie eis / een terug liggende tussenvloer op 20 meter hoogte te laten vervallen. Deze is ook niet gehanteerd in fase 1. Antwoord: Meer dan in fase 1 wordt er in fase 2 gestreefd naar een geleding van de verschillende gebouwdelen, die
23
aansluit bij de kenmerkende vormentaal van AUP-architectuur. De architecten/ontwikkelaars worden hierin uitgedaagd. De betreffende beeldkwaliteitsregels zijn gehandhaafd, de vormgevingsmogelijkheden om dit te bereiden zijn enigszins verruimd. Wijzigingsvoorstel: De tekst in H10 Beeldkwaliteitsplan is gewijzigd naar: Geleding gebouwdelen, tussenlaag Er wordt gestreefd naar een geleding van de verschillende gebouwdelen, die aansluit bij de kenmerkende vormentaal van AUP-architectuur. De hoogteaccenten of toren van maximaal 41,7 meter hoogte (en drie toren van mogelijk 60 meter hoogte) zijn zo ontworpen dat ze ruimtelijk duidelijk een eigen gebouwdeel vormen in relatie tot de gebouwdelen van 21 meter hoog. Dit kan op twee wijzen: • de hoogteaccenten of torens zijn leesbaar als autonome, verticaal vormgegeven gebouwdelen die zich door een tussenlaag, een dilatatie of op andere wijze ruimtelijk losmaken van de naastgelegen 21 meter hoge gebouwdelen, of • Het gebouwdeel van het hoogteaccent of torendeel boven de 21 meter hoogte wordt onderscheiden met de gebouwdelen tot 21 meter hoogte door een terug liggende tussenvloer van één verdieping of op een alternatieve manier in de architectuur.
Geleding kopgevels diepe bouwstroken Bebouwing met een diepte van boven de 15 meter (maximaal 20 meter) zullen over het algemeen éénzijdig georiënteerde woningen herbergen, ontsloten via een midden corridor. Deze gebouwen zijn noord-zuid gericht zodat de woningen in ieder geval ofwel ochtendzon dan wel middagzon krijgen. De dikte van deze gebouwen dient op de kopgevels gerelativeerd of afgezwakt te worden door ze vorm te geven als twee denkbeeldige volumes, waarbij de midden corridor de transparante dilatatie of de tussenstrook in de kopgevel is. De kopgevels van deze diepe gebouwen of gebouwdelen krijgen zo geleding en krijgen een minder massieve uitstraling.
Luifel Reactie: OS103; OS134 Samenvatting reactie(s): Eigen Haard stelt voor de verplichting van luifel en horizontale band te laten vallen omdat deze elementen zorgen voor minder licht op straat en minder sociale controle en stelt voor deze alleen toe te passen op plekken waar een dergelijk accent past. Ook Van Wijnen – Rockfield verzoekt de luifel-eis voor NWH-A3 te laten vervallen. Deze is in fase 1 waarop qua ambities wordt voortgebouwd, slechts incidenteel toegepast. Ook heeft een uitkragende band invloed op bomen (behoud / aanplant). Antwoord: De gemeente begrijpt de beredenering achter het verzoek en kan hiermee instemmen. Het gaat erom dat de 7 meter hoge plint/pui wordt verbijzonderd ten opzichte van de verdiepingen erboven en architectonische horizontaliteit kent. Een horizontale band, luifel en uitkraging zijn architectonische middelen om de horizontaliteit en eigenheid van de plint als een speciaal onderdeel van de gevel te benadrukken. De horizontale band, luifel en/of uitkraging zijn niet verplicht. Wijzigingsvoorstel: De tekst in het hoofdstuk Beeldkwaliteitsplan van het stedenbouwkundig plan is gewijzigd in: Horizontaliteit plint en luifels De eenheid, gestrektheid en architectonische horizontaliteit van de plint van 7 meter kan aan de bovenzijde worden versterkt met bijvoorbeeld een horizontale band, een luifel, een iets terugliggende
24
plintverdieping of op een andere architectonische wijze. Bij publieke functies en collectieve entrees zijn luifels mogelijk, die een integraal onderdeel van de architectuur dienen te zijn en bijdragen aan de gestrektheid en architectonische horizontaliteit. Luifels hebben een uitkraging van tussen de 2 en 3 meter uit de gevel en hebben géén kolommen in de openbare ruimte staan.
Balkons en erkers Reactie: OS134 Samenvatting reactie(s): Van Wijnen – Rockfield wijst erop dat de bouwregels omtrent balkons en erkers (aan straatzijde maximale diepte van 1 meter en aan binnentuinzijde 3 meter) in strijd zijn met Bouwbesluit 2012 (= minimale bruikbare diepte van 1,5 meter). Van Wijnen- Rockfield stelt voor de maximale diepte ervan te wijzigen naar 1,8 meter. Antwoord: In het Bouwbesluit 2012 wordt gesproken over een minimale breedte van 1,5 meter voor balkons, terwijl in het SP gesproken wordt over de diepte van de balkons. Zo zijn aan alle zijden van het gebouw balkons mogelijk van maximaal 3 meter diep, behalve de gevel aan de noordzijde van de middelhoogbouw met een maximale diepte van 1 meter. Diepte en breedte zijn dus twee verschillende, niet met elkaar te vermengen, zaken. Wijzigingsvoorstel: Geen wijzigingen.
Bouwregels: gebouwdieptes Reactie: OS103 Samenvatting reactie(s): Eigen Haard stelt voor om de voorgestelde maximale gebouwdieptes aan te passen en bij tweezijdige georiënteerde woningen uit te gaan van een woningdiepte van 10 à 11 meter in plaats van 15 meter en bij eenzijdig georiënteerde woningen uit te gaan van 18 meter in plaats van 20 meter. Om geen vertekend beeld te geven van het te realiseren aantal m2 woonprogramma dient het te realiseren bouwvolume hierop te worden aangepast. Antwoord: Op de SP-kaart hebben bebouwingswanden met beoogde tweezijdig georiënteerde woningen een bebouwingsdiepte van 15 meter, omdat binnen die gebouwdiepte meerdere woningplattegronden en typologieën mogelijk zijn (meer flexibiliteit dus) en omdat bijvoorbeeld galerijen of leefgalerijen (van 2 à 3,5 meter) ook binnen dit bebouwingsvlak moeten passen. Bij eenzijdig georiënteerde woningen met bijvoorbeeld een corridorontsluiting wordt in het SP uitgegaan van een gebouwdiepte van 20 meter. Dit geeft de mogelijkheid voor een iets bredere corridor (extra kwaliteit) of iets diepere woningen. De woningdieptes worden daarom niet aangepast in de SPkaart. In het SP wordt gesproken over indicatief potentieel (bouw)programma/volume. Wijzigingsvoorstel: Geen wijzigingen.
25
Bouwregels: daktuinen Reactie: OS103; OS134 Samenvatting reactie(s): Eigen Haard stelt voor de eisen in het SP ten aanzien van dak- en binnentuinen meer te richten op kwaliteitswensen en minder op de hoeveelheid gronddekking. Van Wijnen – Rockfield stelt voor de minimale afmetingen en percentages over de gronddekking in de collectieve groene dak- en binnentuinen te verwijderen, het uitgangspunt van groene daktuinen lijkt hen voldoende. Verder gaan Eigen Haard en Van Wijnen- Rockfield ervanuit dat de wens een groen dak te realiseren niet van toepassing is op de hoogbouw (40 meter). Antwoord: In het SP zijn de kwantiteitseisen voor wat betreft hoeveelheid gronddekking losgelaten, De eisen aan de groene daken zijn genuanceerd en gepreciseerd Wijzigingsvoorstel: De zienswijze geven aanleiding tot de volgende wijzigingen in de tekst van hoofdstuk 5 uit het SP: “12. Groene collectieve dak- en binnentuinen, groene daken en groene gevels De ambitie is om de daken van de gebouwen in Stadscentrum Osdorp groen in te richten. Dit draagt bij aan een groen, duurzaam en klimaatadaptief stadscentrum en aan leefkwaliteit voor mens en dier. Uitgangspunt is dat minimaal 40% van het totale dakoppervlak van de gebouwen groen en natuurinclusief wordt ingericht. Dit is een overall percentage, dat in de uitwerking verschilt, hoe lager gelegen hoe groener.
Het groen op de daken bevindt zich met name op de daken van de parkeergarages, de setbacks en op de basisbebouwing van 6 bouwlagen. De daken worden benut als collectieve groene daktuinen voor de bewoners met diverse gebruiksmogelijkheden. De groene uitstraling van deze daktuinen is vanaf de straat zichtbaar en draagt bij aan de belevingskwaliteit van het verdichte Osdorpplein. Voor de laag gelegen collectieve binnentuinen op de daken van de parkeergarages is het uitgangspunt dat deze voor 60% groen en met weelderige beplanting worden ingericht. Op de hoog gelegen daken van de torens van 41,7 meter (of hoger) kan een sedum- of kruidendak volstaan, mogelijk gecombineerd met zonnepanelen, installaties en een dakterras. Tenslotte worden meer groene gevels - in volle grond geworteld - van gebouwen in het Stadscentrum geambieerd. Deze dragen bij aan de groenbeleving op straatniveau en verminderen hittestress.
Functies in plint Reactie: OS103; OS134 Samenvatting reactie(s): Eigen Haard vraagt om meer flexibiliteit bij de programmatische invulling van de plint en eerste verdieping door een mix aan wonen en niet-wonen toe te staan. Deze mix draagt volgens Eigen Haard ook bij aan meer sociale veiligheid dan een eenzijdig programma van niet-wonen. Dit betekent ook dat het metrage niet-wonen lager dient te zijn, Eigen Haard geeft aan dat het voor hen onmogelijk is om de gewenste ca. 10.375 m2 BVO niet-wonen functies opgenomen voor Eigen Haard projecten te realiseren, verhuren en exploiteren. Ook Van Wijnen-Rockfield vindt het in sommige gevallen optimaler woningen te plaatsen in een deel van de plinten en verzoekt om een tekst die voldoende flexibiliteit biedt. Van Wijnen-Rockfield stelt verder voor om fietsparkeren als (gedeeltelijke) invulling van de plint toe te staan.
26
Antwoord: Bij de ontwikkeling van een centrumgebied is voldoende functiemenging cruciaal. De verhouding tussen wonen en niet-wonen is in de nieuwbouw in Stadscentrum Osdorpplein fase 2a ongeveer twee derde / een derde. Een aanzienlijk deel van het niet-wonen programma komt aan de Meer en Vaart. Om overal in het stadscentrum voor functiemenging te zorgen is de ambitie om in de nieuwe bouwblokken minimaal 10% niet-woon functies (maatschappelijke en commerciële voorzieningen, kleinschalige kantoren en bedrijven, detailhandel en horeca) op te nemen. Bij voorkeur in de plint (waar in sommige gevallen ook gewoond kan worden), maar over meerdere verdiepingen kan ook. Een collectieve fietsenstalling kan op geschikte locaties op de begane grond gesitueerd worden. Wijzigingsvoorstel: In het SP wordt het aandeel niet-woon functies in de plint in met name de ontwikkellocaties SuHa3 en TMZ verlaagd naar minimaal 10% en biedt flexibiliteit in welke functie van niet-wonen of in sommige gevallen wonen mogelijk zijn.
Dichte plinten Reactie: OS098 Samenvatting reactie(s): Deze indiener stelt dat in de huidige situatie veel dichte plinten zijn in de torenflats en bij winkelgebouwen, wat zorgt voor een gevoel van onveiligheid. Antwoord: In het stedenbouwkundig plan voor fase 2a zijn geen dichte plinten voorzien. In de nieuwbouw wordt de plint gevuld met een mix van wonen en niet-wonen (voorzieningen, winkels, bedrijven en horeca). Dit draagt bij aan de gewenste levendigheid én sociale veiligheid op straat. Op sommige plekken in de plint zijn toegangen van een parkeergarage of een expeditiestraat voorzien. Vooralsnog blijven de dichte plinten van de bestaande flats en winkelpanden die nu nog niet worden herontwikkeld bestaan. Een aantal van deze bestaande flats en winkelpanden ligt in het plangebied fase 2b. In het stedenbouwkundig plan wordt voor fase 2b een toekomstperspectief geschetst. Ambitie van de gemeente is om op termijn plannen te maken voor fase 2b, samen met de eigenaren van de panden. De dichte plinten zijn daarbij zeker een punt van aandacht. Wijzigingsvoorstel: Geen wijzigingen.
Verdeling programma: wonen – niet wonen Reactie: OS134 Samenvatting reactie(s): Van Wijnen-Rockfield verwacht dat niet alle bouwplannen in het SP moeten voldoen aan de verhouding van 70% wonen en 30% niet-wonen en dat uitgangspunt 30% niet-wonen toeziet op flexibiliteit naar de toekomst toe. Van Wijnen-Rockfield ziet graag in het SP opgenomen dat er per bouwblok ruimte is om af te wijken en dat het ook mogelijk is dat een bouwblok geheel in een woonprogramma voorziet. Antwoord: In het SP wordt voor het gehele nieuwbouwprogramma in fase 2a van Stadscentrum Osdorpplein uitgegaan van een verhouding tussen woonprogramma en niet-woonprogramma (inclusief twee hotels en de Nieuwe Meervaart) van tweederde om eenderde. (67%-33%). Dit is een kleine wijziging ten opzichte van de verhouding in het concept SP (70%-30%). Per ontwikkellocatie varieert deze
27
verhouding. In het SP is per ontwikkellocatie het gewenste metrage niet-wonen functie(s) aangegeven. Tussen ontwikkelaars en gemeente lopen gesprekken om tot de meest passende invulling van het programma te komen. Wijzigingsvoorstel: In het SP wordt de verhouding tussen woonprogramma en niet-woonprogramma licht gewijzigd ten opzichte van de verhouding in het concept SP, dit was 70-30 en wordt 67-33. In overleg tussen gemeente en ontwikkelaars wordt de meest passende invulling van het programma bepaald..
Woninggrootte Reactie: OS103; OS134 Samenvatting reactie(s): Het voorschrijven van een gemiddelde woninggrootte van 71 m2 GBO maakt voor Eigen Haard de haalbaarheid onzeker. Eigen Haard schrijft dat op basis van eigen ervaring een gemiddelde woninggrootte van 60 m2 GBO zorgt voor een passend woningaanbod. Eigen Haard stelt voor de gemiddelde woninggrootte te laten vervallen en in samenspraak per project de optimale programmaverdeling te bepalen. Van Wijnen-Rockfield sluit hierbij aan (de gemiddelde woninggroottes zijn te beperkend en financieel niet haalbaar) en stelt een andere focus voor: het huisvesten van diverse doelgroepen op basis van het aantal kamers per appartement, op basis van onderstaande mix: studio (1 kamer) (80%), 2-kamer appartement (20%); - Sociaal: - Middelduur: studio (1 kamer) (40%), 2-kamer appartement (40%), 3-kamer appartement (20%); - Vrije sector: geen beperkingen. Verder stelt Van Wijnen-Rockfield voor om op te nemen dat de 71 m2 GBO niet staat voor gemiddelde woninggrootte, maar voor gemiddeld gebruiksoppervlak, waar ook de gemeenschappelijke m2 BVO onderdeel van uitmaken, zoals co-workruimte/woonruimte, gym of gameroom. Antwoord: Gezien de woonvraag vanuit Amsterdam en vanuit het stadsdeel Nieuw-West is er behoefte aan een mix van diverse doelgroepen en woninggroottes in het plangebied.
Met een woninggrootte variërend van 25 tot 120 m2 GBO (gebruiksoppervlak) en een richtinggevend gemiddelde van 60 m2 GBO wordt in deze mix voorzien. Per ontwikkeling/gebouw in fase 2a is maatwerk nodig en wordt een optimale mix van woningen en ander programma nader uitgewerkt en vastgelegd in een overeenkomst met kavelpaspoort. Wijzigingsvoorstel: In het SP wordt de woninggrootte van 71 m2 GBO aangepast naar een richtinggevend gemiddelde van 60 m2 GBO en is per ontwikkeling/gebouw sprake van maatwerk.
Wonen: doelgroepen Reactie: OS134 Samenvatting reactie(s): Van Wijnen-Rockfield stelt voor om de doelgroepen aan te passen waarbij er ook rekening wordt gehouden met de doelgroep eenpersoonshuishouden op zoek naar een betaalbare huurwoning (en niet alleen sociale huur).
28
Antwoord: Het Osdorpplein wordt ontwikkeld als centrummilieu, waar een brede doelgroep op afkomt. Het woningbouwprogramma van fase 2a dient zowel passend te zijn voor woningzoekenden uit de buurt als voor woningzoekenden vanuit elders (stadsdeel Nieuw-West en stad/regio). In het SP wordt de doelgroep daarom zo divers mogelijk omschreven, met naast ouderen, empty nesters (ouders waarvan de kinderen het huis uit zijn), gezinnen en rolstoelgebruikers, ook (jonge) mensen in sociale huur en koopstarters. Daarnaast wordt ingezet op middeldure huur omdat dit segment voor zowel het stadsdeel als de stad en regio een functie heeft voor startende en doorstromende een- en tweepersoonshuishoudens, die meer gericht zijn op een stedelijk woonmilieu. Wijzigingsvoorstel: Geen wijzigingen.
Wonen: verhuurverbod Reactie: OS134 Samenvatting reactie(s): Van Wijnen-Rockfield stelt voor om expliciet te benoemen dat een verhuurverbod toeziet op woningen die worden uitgepond en niet op woonblokken bestemd voor de verhuur aan particuliere huurders. Antwoord: Vanwege de nu nog relatief lage verkoopprijzen voor Amsterdamse begrippen in Stadscentrum Osdorpplein zijn er veel kansen voor de koopstarter en voor doorstromers die een kwaliteitsslag willen maken in de koopsector. Een verhuurverbod voor deze woningen na uitponding heeft als doel om woningen ten goede te laten komen aan deze beoogde doelgroepen en aan de doorstroming die dit oplevert. Dit is ongeacht het type woning, afkomstig van een woningbouwcorporatie of particulier. Wijzigingsvoorstel: Geen wijzigingen.
Parkeren Reactie: OS103; OS134 Samenvatting reactie(s): Eigen Haard wil meer flexibiliteit in de parkeeroplossingen die in het SP zijn opgenomen, bijvoorbeeld parkeren in de plint achter de niet-wonen functies. Deze plekken zouden volgens Eigen Haard in de toekomst getransformeerd kunnen worden naar een andere niet-wonen functie. Verder stelt Eigen Haard voor dat de gemeente de voor niet-wonen functie benodigde parkeerplaatsen realiseert en exploiteert, conform Parkeernorm Auto. Voor de bezoekers van de niet-wonen functie zou de corporatie een publieke garage dienen te realiseren (een garage die, gezien het groot aantal benodigde parkeerplaatsen, meerlaags ondergronds zou moeten zijn). Van Wijnen-Rockfield verzoekt, gezien de kosten voor ondergrondse parkeergarages, om een mogelijkheid/vrijstelling op te nemen om bij projecten met minder dan 25 parkeerplaatsen parkeren op ca. 700 m loopafstand en-/of boven maaiveld toe te staan. Van Wijnen- Rockfield verzoekt om bevestiging dat bezoekers parkeren op straat wordt opgelost. Antwoord: In het SP is opgenomen dat auto parkeren bij de nieuwe bouwblokken inpandig (ondergronds) wordt
29
opgelost, waarbij ook de realisatie en exploitatie van de parkeerplaatsen voor het nietwoonprogramma (conform de Amsterdamse parkeernormen) de verantwoordelijkheid van ontwikkelaar zijn. In de straten komen minder parkeerplaatsen en deze zijn primair bedoeld voor bezoekers en voor bewoners van bestaande flats met een bewonersparkeervergunning. Een afwijking/vrijstelling hiervan kan alleen gehonoreerd worden indien een onderbouwd alternatief wordt aangeleverd door ontwikkelaar passend in het gemeentelijk parkeerbeleid. Wijzigingsvoorstel: Geen wijzigingen.
Publiekrechtelijke en privaatrechtelijke eisen Reactie: OS103 Samenvatting reactie(s): Eigen Haard stelt voor in het SP de publiekrechtelijke eisen te prevaleren t.o.v. het SP. Om zo een goede samenhang tussen privaatrechtelijke wensen t.o.v. publiekrechtelijke eisen te hebben. Antwoord: Het stedenbouwkundig plan is een plan op hoofdlijnen en schetst de kaders. Deze worden nader uitgewerkt in een specifieker kavelpaspoort en een overeenkomst met de gemeente, voor het vastleggen van de privaatrechtelijke voorwaarden omtrent het erfpachtrecht. Vervolgens is de ontwikkelaar verantwoordelijk voor de benodigde planologisch-juridische procedure, met bijbehorende publiekrechtelijke eisen. Zowel publiekrechtelijke als privaatrechtelijke eisen spelen gedurende het transformatieproces een rol. Waarbij het een niet prevaleert boven het andere. Wijzigingsvoorstel: Geen wijzigingen.
Mogelijk eindbeeld / dispensatieregel Reactie: OS103; OS134 Samenvatting reactie(s): Eigen Haard vindt de dispensatieregel in het SP waarbij gesproken wordt over de mogelijkheid af te wijken bij ‘briljante ontwerpoplossingen’ geen afdoende antwoord op de bezwaren van Eigen Haard op het SP. Eigen Haard stelt voor SP zodanig aan te passen dat zowel gemeente als Eigen Haard zich eraan kunnen conformeren. Van Wijnen-Rockfield vindt de zinsnede dat ‘het werkelijke eindbeeld kan variëren als het beter wordt dan hier geschetst’ (SP, pagina 29) niet (objectief) toetsbaar en niet werkbaar. Van WijnenRockfield stelt voor dit punt te nuanceren, waarbij het streven is dat kan worden afgeweken van het eindbeeld als dit (de doelstellingen van) het plan ten goede komen. Daarnaast vindt Van Wijnen-Rockfield dat flexibiliteit gewenst is indien gemeentelijke ambities het (toekomstig) wettelijk kader overschrijden. Antwoord: Het SP is richtinggevend en voorziet in een ruimtelijk-programmatisch kader, waarbinnen initiatiefnemers hun transformatie kunnen opbouwen. Het bevat voldoende flexibiliteit om maatwerk te leveren bij de uitwerking van de verschillende ontwikkelingsvelden. Met name het onderdeel beeldkwaliteit kent de mogelijkheid af te wijken van de regels als initiatiefnemer met een alternatief planvoorstel overtuigend evengoed of meer kwaliteit realiseert.
30
Wijzigingsvoorstel: De dispensatieregel in het SP is geschrapt. Mogelijk wordt naast de bouwplanbegeleiding van het gemeentelijk bouwplanteam/hoofdstedenbouwkundige een supervisor aangesteld om de ruimtelijke kwaliteit van de bouwplannen te bewaken.
5.3.
Bladergroen
Reactie: OS 150 Samenvatting reacties(s): Een indiener geeft aan dat er voor bouwproject Bladergroen, naast de huidige sociale huurwoningen, ook voorzieningen en groen moeten verdwijnen. Voorzieningen verdwijnen: Ruim 100 parkeerplaatsen en de veel gebruikte voetbalkooi zullen verdwijnen. Waar gaan bewoners parkeren en waar gaan kinderen uit omliggende woningen voetballen als deze voorzieningen verdwijnen? Groen verdwijnt: De indiener geeft aan dat er de afgelopen jaren sprake is van een trend waarin steeds minder groenstroken en bomen en steeds meer steen verschijnen, terwijl groen tussen de bebouwing juist belangrijk is door bijvoorbeeld de warmer wordende zomers. Voor bouwproject Bladergroen moeten een flink grasveld, verschillende groenstroken en tientallen bomen verdwijnen, geeft de indiener aan. Er komt weliswaar een buurtparkje terug maar dit vindt de indiener niet te vergelijken met de honderden bomen die op deze locatie stonden in het verleden. Indiener vraagt zich af of het geplande groen bij Bladergroen openbaar toegankelijk wordt? Antwoord: Het klopt dat er 78 openbare parkeerplaatsen verdwijnen in de Don Boscostraat met de ontwikkeling van de nieuwbouw Bladergroen. Hier komt een inpandige parkeergarage voor bewoners van Bladergroen voor terug en openbare parkeerplaatsen in het straatje Geduld.
De twee huidige grasveldjes/plantsoenen en het trapveldje op de locatie Bladergroen verdwijnen. Aan de noordzijde van Bladergroen komt in de nieuwe situatie de Nieuwe Osdorpergracht met natuurvriendelijke zuidoever. Ook komt er groen in de straat Geduld, waar Bladergroen aan ligt. Voor de voetbalkooi wordt een alternatieve locatie gezocht in het nabijgelegen Stadspark Osdorp, mogelijk in de vorm van een groen trapveldje. Daarnaast komt er in het binnenterrein van Bladergroen een collectieve binnentuin voor bewoners. Ook op andere plekken in het projectgebied wordt meer openbaar groen gerealiseerd, zoals een buurtpark bij SuHa3, een groenstrook in de verlegde Martini van Geffenstraat en aan de zuidwestoever van de Sloterplas. Het klopt dat er meer groen in dit gebied was dan in de nieuwe situatie met (stadscentrum) bebouwing in een hogere dichtheid. Met de Nieuwe Osdorpergracht wordt er tegelijkertijd een nieuwe kwaliteit, namelijk water, aan het stadscentrum toevoegt. Daarnaast blijft er aandacht voor een hoogwaardige groene openbare ruimte in dit gebied. Wijzigingsvoorstel: Geen wijzigingen.
Woningbouwprogramma Reactie: OS103
31
Samenvatting reactie(s): Eigen Haard wijst erop dat in het SP bij Bladergroen 1.970 m2 sociale huurwoningen staan. Eigen Haard geeft aan in Bladergroen geen sociale huurwoningen te realiseren, wel middelduur en koopwoningen. Antwoord: De in het SP genoemde ca. 2.100m2 sociale huurwoningen betreft de huidige bebouwing en dus niet de toekomstige. Wijzigingsvoorstel: Het metrage aan huidige bebouwing is aangepast van 1.970 m2 naar 2.100 m2.
Bouwhoogte Reactie: OS103 Samenvatting reactie(s): Eigen Haard stelt voor de maximale bouwhoogtes van Bladergroen te vervangen door 38,45 meter voor de hoogbouw en 14,15 meter voor de laagbouw. Antwoord: Gemeente gaat akkoord met het voorstel van Eigen Haard en past de toren aan naar een max. 38,5 meter hoogte en de laagbouw naar max. 14,5 meter hoog. Wijzigingsvoorstel: Het SP wordt aangepast naar 38,5 meter hoog voor de toren en 14,5 meter voor de laagbouw.
Afwijken bestemmingsplan Reactie: S150 Samenvatting reactie(s): Indiener geeft aan dat de plannen voor Bladergroen fors afwijken van het bestemmingsplan: het aantal geplande woningen is hoger dan toegestaan in het bestemmingsplan. Waar in het bestemmingsplan een hogere bouwhoogte (van 42 meter) is toegestaan voor een accent (700 m2), schiet in het voorstel in het SP de helft van het gebouw de hoogte in. Antwoord: Het stedenbouwkundig plan geeft de stedenbouwkundige randvoorwaarden weer, waarbinnen de gemeente medewerking wil verlenen aan afwijkingen van het huidige bestemmingsplan. Of de voorgestelde afwijking van het bestemmingsplan mogelijk is hangt van meerdere factoren af. Waarbij een initiatiefnemer dient aan te tonen dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en het evenwichtig toedelen van functies aan locaties. Wijzigingsvoorstel: Geen wijzigingen.
5.4. SuHa3 en Tussen Meer Zuid Toewijzing te ontwikkelen percelen en aantal nieuwbouwwoningen Reactie:
32
OS103 Samenvatting reactie(s): Eigen Haard stelt voor dat de ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt door de sloop van de 144 sociale huurwoningen van Eigen Haard, ook aan Eigen Haard worden toebedeeld. Van de drie percelen die worden uitgegeven worden twee percelen aan Eigen Haard toebedeeld. Eigen Haard verwacht op deze twee percelen 330 woningen te kunnen realiseren. Dit aantal nieuwbouwwoningen acht Eigen Haard te weinig om het project financieel haalbaar te maken, mede gezien de esthetische en programmatische eisen in het SP. Uitgaande van 40% sociale huur, leveren de 330 woningen ook te weinig nieuwbouw in de sociale huur op (132 woningen) om het aantal te slopen sociale huurwoningen (144) te vervangen. Eigen Haard wil dat een vertrekpunt van 425 nieuwbouwwoningen wordt gewaarborgd. Antwoord: Uit de zienswijze komt naar voren dat Eigen Haard achter de gemeentelijke ambitie staat om het Stadscentrum Osdorpplein te ontwikkelen tot een hoogwaardig en stedelijk milieu, maar met de voorgestelde verkaveling voor ontwikkelingsveld SuHa3 en Tussen Meer Zuid niet tot (financieel) haalbare plannen voor transformatie kan komen. Gemeente is in het afgelopen half jaar met Eigen Haard en de andere twee betrokken partijen (Tussen Meer C.V. en Lebo Vastgoed) in gesprek gegaan, en er is gezamenlijk een ontwerpend onderzoek gestart.
Dit heeft geresulteerd in een nieuwe en door alle partijen gedragen stedenbouwkundige structuur voor de ontwikkellocaties SuHa3 en Tussen Meer Zuid en omgeving. Hierbij zijn de door Eigen Haard gewenste 425 nieuwbouwwoningen als richtinggevend aantal meegenomen. Wijzigingsvoorstel: In het SP wordt de gewijzigde stedenbouwkundige structuur van ontwikkellocatie SuHa3/TMZ opgenomen
Programma: wonen en niet wonen Reactie: OS103 Samenvatting reactie(s): Indiener constateert dat het in het SP opgenomen woonoppervlak niet overeenkomt met het aantal te verwachten woningen dat gebouwd kan worden. Indiener wil graag dat in het SP het aantal te bouwen woningen wordt opgenomen in plaats van het aantal vierkante meters. Indiener stelt voor om het op deze locatie genoemde oppervlak van 7.600 m2 aan niet-wonen functies als maximum te hanteren. Antwoord: In het SP is een indicatief woonprogramma opgenomen voor SuHa3 met 27.740 m2 bvo (ca. 290 woningen) en voor TMZ 2 en 3 is dit 22.050 m2 bvo wonen (ca. 230 woningen). Het SP gaat uit van 3.080 m2 niet-woonprogramma (mix van maatschappelijke een commerciële voorzieningen, bedrijven en kantoren) in SuHa3 en 2.300 of 3.300 m2 in TMZ 2 en 3. Dit is een bandbreedte van 5.380 -6.380 m2 aan niet-woonprogramma in de bouwblokken van Eigen Haard , voor de gewenste functiemenging in het stadscentrum. Een maximum van 7.600 m2 aan niet-wonen stellen is daarmee niet meer aan de orde. Wijzigingsvoorstel: In het SP wordt zowel het aantal m2 als het aantal woningen in de vorm van een indicatief woonprogramma opgenomen. Het metrage van niet-woonprogramma voor ontwikkelingsveld SuHa3/TMZ wordt verlaagd naar een
33
bandbreedte van 5.380 - 6.380 m2.
Setback en luifel Reactie: OS103 Samenvatting reactie(s): Indiener vraagt om een betere afstemming tussen het voorstel om aan de westzijde van SuHa3 een setback van 2 meter te creëren en de (conflicterende) wens van een band/luifel op 8 meter hoog. Antwoord: In afstemming met vastgoedeigenaren is de setback aan Hoekenes aangepast naar 2 à 4 meter met aanvullende condities. De gemeente houdt vast aan de architectonische horizontale band maar zonder een verplichting van een luifel of uitkraging boven de plint. Deze luifel of uitkraging is vanwege het comfort voor de voetganger en vanuit architectonisch oogpunt wel gewenst. Wijzigingsvoorstel: De zienswijze leidt tot de volgende wijzigingen in de tekst van hoofdstuk 5 uit het SP: “De nieuwe gebouwen aan de oostzijde van de Hoekenes krijgen een setback (terugliggende gevel) van 2 à 4 meter op plintniveau (7 meter). Alle setbacks aan Hoekenes liggen bij voorkeur in één lijn en/of worden nadrukkelijk in ruimtelijke samenhang uitgewerkt. Hiermee wordt ruimtelijk gereageerd op de contrastrijke overgang tussen de villa’s aan de westzijde en de stedelijke nieuwbouw aan de oostzijde van de straat. De setback beperkt ook de windhinder op straatniveau”.
Hoekenes 2 t/m 51 Reactie: OS103 Samenvatting reactie(s): Eigen Haard geeft aan dat de voorgestelde bouwblokken in het SP deels over naburig bestaande bebouwing van andere gebouweigenaren zijn getekend, dit maakt de potentiële ontwikkeling complex. Indien Eigen Haard de ontwikkeling dient te beperken tot haar eigen perceel is dit onvoldoende voor een haalbaar project (sloop 43 woningen - nieuwbouw 80 woningen, een verdichting van 1,8). Wanneer de ontwikkeling inclusief het naburig perceel tot stand komt, verwacht Eigen Haard 140 woningen te kunnen realiseren, wat een verdichting is van 3,2 wat doorgaans afdoende is voor een haalbaar project. Het SP hanteert volgens Eigen Haard als uitgangspunt bij een bouwhoogte van 40 meter een voetprint van 700 m2, en bij een bouwhoogte van 60 meter een voetprint van 500 m2. Eigen Haard wenst meer flexibiliteit in het SP en verzoekt - vanwege de extra bouwkosten bij hoogbouw - de eisen als volgt aan te passen: • tot 40 meter een voetprint van 700 m2 • vanaf 40 meter tot 60 meter een voetprint van 500 m2. Antwoord: Ook op deze locatie wordt uitgegaan van een toren met een maximale bebouwingshoogte van 41,7 meter, met maximale footprint van 700 m2 en lengte van 35 meter, bovenop een ruimtelijke plint van 7 meter.
Indien van het Rijk afgeweken mag worden van het Luchthaven Indeling Besluit (LIB) dan is ook een slanke toren van 60 meter mogelijk met een footprint van maximaal 500 m2. In nader overleg met Eigen Haard zal onderzocht gaan worden wat een haalbaar scenario is voor deze locatie en of hiervoor het naburig perceel benodigd is. Samengevat, op deze locatie komt óf een schijfvormige lagere toren
34
(max. 41,7m hoog) óf en slanke hogere toren (max. 60m hoog) op de plint van het gebouw. Een mengvorm hiertussen is stedenbouwkundig niet gewenst. Wijzigingsvoorstel: Geen wijzigingen.
Inconsistenties SP / discrepantie plankaart en uitwerking Reactie: OS112 Samenvatting reactie(s): Lebo Vastgoed en Tussen Meer CV constateren een discrepantie tussen plankaart en uitwerking ontwikkelingsveld Tussen Meer Zuid: de maximale hoogtes van 21 meter en 40 meter op de plankaarten kloppen niet met de 3D verbeelding van het ontwikkelveld voor Tussen Meer Zuid 3 (TMZ3). Tussen Meer CV wijst er verder op dat: • een ruimere ontwikkeling in zuidelijke richting lijkt toegestaan voor TMZ1 dan andere kaarten (bijv. pag. 110 versus pag. 112). • op pag. 42 is aangegeven dat de hotelkamers Noord-Zuid georiënteerd zijn. Gezien de vorm en richting van de bouwenvelop dienen deze een West-Oost oriëntatie te krijgen; • op pag. 39 en 93 wordt een footprint van 700 m2 aangegeven, terwijl eerder sprake lijkt te zijn van 600 m2. Om tot een hoogwaardig plan te komen lijkt een grotere footprint noodzakelijk; • Op pag. 104 kloppen in de profieltekening bij B-B’ de omliggende gebouwhoogtes niet. Antwoord: In het concept stedenbouwkundig plan staan inderdaad een aantal foutjes. Deze worden in het stedenbouwkundig plan, waar nodig, aangepast, aangezien er inmiddels sprake is van een gewijzigde stedenbouwkundige structuur van ontwikkelingsveld SuHa3/TMZ.
Wijzigingsvoorstel: In het stedenbouwkundig plan wordt de gewijzigde stedenbouwkundige structuur van ontwikkellocatie SuHa3/TMZ opgenomen en de nog resterende foutjes, waar nodig, verbeterd.
Bouwhoogte Tussen Meer Zuid / Martini van Geffenstraat Reactie: OS112 Samenvatting reactie(s): Lebo pleit voor een maximale bouwhoogte van 21 meter aan de Tussen Meer Zuid / Martini van Geffenstraat. De in het SP voorgestelde bebouwing met een hoogteaccent van 40 meter leidt volgens Lebo tot een ontoelaatbare beïnvloeding van het woon- en leefklimaat van de bestaande woningen die op het zuiden zijn georiënteerd door schaduwwerking en mogelijke windhinder. Antwoord Gemeente is in het afgelopen half jaar met Eigen Haard, Tussen Meer C.V. en Lebo Vastgoed in gesprek gegaan, om in de gezamenlijkheid een ontwerpend onderzoek te starten. Door het zuidwaarts verschuiven en rechttrekken van de M. van Geffenstraat ontstaat een grotere afstand tussen de nieuwe bebouwing aan de zuidzijde van Tussen Meer en de nieuwe bebouwing aan de M. van Geffenstraat. Hiertussen komt een collectieve groene binnentuin op een inpandige P-garage en expeditiestraat. De afstand tussen de huidige en nieuwe bebouwing wordt hierdoor groter, wat een belangrijk punt van zorg uit de zienswijze is en die op deze wijze wat kan worden weggenomen.
35
Wijzigingsvoorstel: In het stedenbouwkundig plan wordt de gewijzigde stedenbouwkundige structuur van de ontwikkellocaties SuHa3 en TMZ en het westelijk deel van het Stadscentrum Osdorpplein opgenomen.
Bestaande ensemble Tussen Meer in relatie tot omliggende nieuwbouw Reactie: OS112 Samenvatting reactie(s): Lebo Vastgoed vindt dat het SP onvoldoende rekening houdt met het bestaande ensemble en de ongelijkzijdige bebouwing aan Tussen Meer, waardoor de huidige subtiliteit van de ongelijkzijdige bebouwing ter plaatse niet meer relevant zal zijn. Lebo ziet een ‘verkomming’ ontstaan van Tussen Meer: de huidige lage bebouwing zal aan kop- en achterzijde worden omsloten door (forse) bebouwing. Dit zal volgens Lebo leiden tot afname van lichttoetreding (gederfd woongenot) en tot geluids- en geuroverlast op de gevels van de nieuwbouw vanuit de bestaande horeca uit Lebo plint, wat een negatieve invloed kan hebben op de verhuurbaarheid van het Lebo vastgoed aan Tussen Meer. Antwoord: Gemeente is in het afgelopen half jaar met Eigen Haard, Tussen Meer C.V. en Lebo Vastgoed in gesprek gegaan, om in de gezamenlijkheid een ontwerpend onderzoek te starten. Dit heeft geresulteerd in een nieuwe en door alle partijen gedragen stedenbouwkundige structuur voor de ontwikkellocaties SuHa3 en Tussen Meer Zuid en omgeving, waar bovenstaande zienswijze in is verwerkt. Wijzigingsvoorstel: In het SP wordt de gewijzigde stedenbouwkundige structuur van ontwikkelingsveld SuHa3/TMZ opgenomen.
Bouwblok zuidzijde Tussen Meer (Lebo) meenemen in SP Reactie: OS112 Samenvatting reactie(s): Lebo vindt dat er onvoldoende samenhang is in het stedenbouwkundig ontwerp tussen de bestaande bebouwing en toekomstige nieuwbouw, waardoor frictie ontstaat t.o.v. die delen die buiten het SP worden gehouden. Lebo wil graag dat het bouwblok van Lebo wordt meegenomen in het SP door het vergroten van het bouwvolume en uitbreiding van het aantal appartementen. Bovenstaande argumenten zijn reden voor het indienen van een forse planschadeclaim en procedures over geur- en geluidsoverlast. Dit kan grotendeels voorkomen worden door bouwblok ook mee te nemen. Antwoord: Gemeente is de afgelopen periode met Lebo Vastgoed, Eigen Haard en Tussen Meer C.V. in gesprek gegaan, om in de gezamenlijkheid een ontwerpend onderzoek te starten. Dit heeft geresulteerd in een nieuwe en door alle partijen gedragen stedenbouwkundige structuur voor de ontwikkellocaties SuHa3 en Tussen Meer Zuid en omgeving, waar bovenstaande zienswijze in is verwerkt. Met het voornemen tot sloop/nieuwbouw van het eigendom van Lebo vastgoed aan de zuidzijde van Tussen Meer en realisatie van meer nieuwe woningen (25 woningen nu en ruim 100 woningen in de nieuwe situatie) en behoud van het aantal huidige winkels aan de Tussen Meer.
Wijzigingsvoorstel: In het stedenbouwkundig plan wordt de gewijzigde stedenbouwkundige structuur van ontwikkellocatie
36
SuHa3/TMZ opgenomen.
Uitgangspunten voor hotelfunctie Reactie: OS152 Samenvatting reactie(s): Tussen Meer CV geeft aan dat de vorm van de bouwenvelop en de spelregels voor de plint niet verenigbaar zijn met de hotelfunctie en de genoemde omvang voor het hotel (9.200 m2). Een hoogwaardige ontwikkeling acht Tussen Meer CV praktisch en financieel niet haalbaar op basis van de uitgangspunten uit het SP. Tussen Meer CV komt met een alternatief model, van 2 in hoogte gelijke torens en op de plint een hoogkwalitatieve daktuin, dat huns inziens beter past bij de hoogstedelijke ambitie. Antwoord: Gemeente is in de afgelopen periode met Tussen Meer C.V., Eigen Haard en Lebo Vastgoed in gesprek gegaan, om in de gezamenlijkheid een ontwerpend onderzoek te starten. Dit heeft geresulteerd in een nieuwe en door alle partijen gedragen stedenbouwkundige structuur voor de ontwikkellocaties SuHa3 en Tussen Meer Zuid en omgeving, waar bovenstaande zienswijze deels in is verwerkt. Het door Tussen Meer CV geschetste alternatief model met 2 in hoogte gelijke torens maakt geen onderdeel uit van de nieuwe stedenbouwkundige structuur. Wijzigingsvoorstel: In het stedenbouwkundig plan wordt de gewijzigde stedenbouwkundige structuur van ontwikkelingsveld SuHa3/TMZ opgenomen.
5.5.
NWH-A3
Kleinschalige bedrijfsruimtes in plint Reactie: OS134 Samenvatting reactie(s): Van Wijnen-Rockfield heeft twijfels bij de (ambitie en) voorgestelde bedrijvenfuncties / kleinschalige bedrijfsruimtes in de plint van het blok en ziet grote exploitatierisico’s (leegstand). Volgens Van Wijnen-Rockfield hebben eigenaren van functies in de directe omgeving (wasstraat en parkeergarage) geen voornemens de komende 10 à 20 jaar weg te gaan dan wel te transformeren noch worden de loopstromen in het gebied verbeterd. Van Wijnen-Rockfield stelt voor om in het SP een uitzondering te maken voor bouwblok NWH-A3 en deze kavel aan te merken voor 100% wonen in combinatie met gemeenschappelijke ruimten. In verband met leegstandrisico verzoekt Van Wijnen- Rockfield het aandeel niet-wonen aan te passen naar maximaal 10%. Daarbij stelt Van Wijnen-Rockfield voor om in het SP bij NWH-A3 onder ‘bedrijven’ te verstaan: kinderopvang, gemeenschappelijke ruimten ten dienste van bewoners, sportschool, yogacentrum, etc. Van Wijnen-Rockfield wil daarnaast dat voor blok NWH-A3 ook de bestemming ‘horeca’ wordt toegevoegd. Antwoord: Op de locatie van het voormalige KPN-gebouw wordt beoogd om een stedelijk woongebouw met nietwoonfuncties in de plint te ontwikkelen. Een bouwblok van 100% wonen past niet bij de ambitie om Osdorpplein naar één van de stadscentra van Amsterdam te transformeren.
Daarom is het de ambitie om bij de nieuwe bouwblokken behalve wonen ook minimaal 10% niet-woon functies in de nieuwbouw op te nemen. In de plint van dit bouwblok komen zo veel mogelijke 37
“levendige” functies. In het noordelijke deel van het gebouw komen de entree, foyer en collectieve ruimtes voor bewoners en/of commerciële voorzieningen / kleinschalige kantoorruimtes. In de plint van het zuidoostelijk deel van het gebouw komen ateliers, atelierwoningen en / of de inpandige fietsenstalling. Voor de definitie van ‘bedrijven ‘wordt verwezen naar de generieke invulling van deze begrippen in planologisch juridische plannen van niet alleen de gemeente Amsterdam, maar ook in de rest van Nederland. Horeca wordt geen onderdeel van het niet-woonprogramma. Wijzigingsvoorstel: In het stedenbouwkundig plan wordt het aandeel niet-woon functies in de plint verlaagd naar minimaal 10% en biedt flexibiliteit in welke functie van niet-wonen of in sommige gevallen wonen mogelijk zijn. Per locatie wordt “maatwerk” geleverd.
Grondruil Reactie: OS134 Samenvatting reactie(s): Van Wijnen-Rockfield geeft aan dat de rooilijnverschuiving aan de noordzijde afwijkt van de huidige bebouwing op NWH-A3 en stelt voor om in SP op te nemen dat daar waar de rooilijnen niet overeenstemmen met de huidige bebouwing, met de huidige eigenaren wordt getracht om een grondruil om niet overeen te komen, dan wel voor NWH-A3 bevestigen dat de gemeente hiertoe bereid is. Antwoord: Bij deze kavel gaat het niet om grondruil maar om aan- en verkoop van gronden. Het is niet mogelijk om dit ‘om niet’ overeen te komen. Het beleid is om aan- en verkoop van gronden marktconform te laten plaatsvinden op basis van een taxatie. Wijzigingsvoorstel: Geen wijzigingen.
Programma per bouwblok NWH-A1, NWH-A2 en NWH-A3, bebouwingsvolume en bebouwingsdiepte NWH-A3 Reactie: OS134 Samenvatting reactie(s): Van Wijnen-Rockfield verzoekt voor de NWH-A op te nemen wat het totaal (beoogd) te realiseren programma per bouwblok NWH-A1, NWH-A2 en NWH-A3 is. Met de bevestiging dat voor NWH-A3 in totaal 12.000 m2 BVO (exclusief m2 parkeerkelder) gerealiseerd mag worden. Van Wijnen-Rockfield ontvangt graag de bevestiging dat het uitgangspunt voor de footprint van de toren/hoogteaccent van NWH-A3 maximaal 750 m2 is i.p.v. 700 m2 en verzoekt het volume zoals weergegeven op pag. 42 van het SP hierop aan te passen. Het noordelijk deel van het torendeel wordt dan met 50 m2 uitgebreid, in lijn met eerder met gemeente gemaakte afspraken. Van Wijnen-Rockfield stelt voor dat er geen beperkingen worden opgenomen t.a.v. bebouwingsdiepte voor NWH-A3 tot 15 meter vanwege verlies van te realiseren volume, gebruiksoppervlak woninggrootte. In eerder afstemming met stedenbouwkundige is deze vastgesteld op minimaal 17 meter. Van Wijnen-Rockfield merkt op dat de tekst over onderlinge afstanden op pag. 40 van het SP zich
38
niet geheel verhoudt tot het bebouwingsvolume op pag. 42 van het SP. Van Wijnen-Rockfield verzoekt om bevestiging dat het geschetste bouwvolume leidend is. Antwoord: De ontwikkeling van NWH-A3 door grondeigenaar Van Wijnen- Rockfield is al verder in het planvormingsproces dan de meeste andere ontwikkelingsvelden. Parallel aan het stedenbouwkundig plan wordt er ook aan een anterieure overeenkomst met kavelpaspoort gewerkt. Daarin kan maatwerk worden geleverd. De gemeente ziet ruimte voor een ontwikkeling van maximaal 12.000 m2 bvo. De max. 16,7 meter diepte past binnen de diepte van 20 meter die op de SP-kaart staat. Wijzigingsvoorstel: In het SP worden in hoofdstuk 5 Ontwikkellocaties en bebouwing de afzonderlijke bouwblokken en hun metrages nader geduid.
Kostenverhaal Reactie: OS134 Samenvatting reactie(s): Van Wijnen-Rockfield gaat ervan uit dat de kosten voor infrastructurele aanpassingen worden gedekt door de ontwikkeling op de desbetreffende kavel. Antwoord: Overheden zijn wettelijk verplicht om kostenverhaal plichtige activiteiten op initiatiefnemers te verhalen. Deze kosten worden bij voorkeur gedekt door het afsluiten van een anterieure overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de (bouw)activiteiten en het bevoegd gezag. Voor de NWH-A3 zal er een anterieure overeenkomst gesloten worden om kostenverhaal plichtige activiteiten te dekken. Kostenverhaal plichtige activiteiten zijn: - Aangewezen bouwactiviteiten; - Aangewezen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen Het overzicht van kostenverhaal plichtige activiteiten staat in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. Wijzigingsvoorstel: Geen wijzigingen.
Doelgroep Reactie: OS134 Samenvatting reactie(s): Van Wijnen-Rockfield stelt voor op te nemen dat het voor NWH-A3 is toegestaan om hier youngprofessionals te huisvesten met het woonconcept The Cohesion. Antwoord: In de kavelpaspoorten kan eventueel een nadere specificering van woonprogramma worden opgenomen. Om dit in het SP op te nemen gaat te diep in de details, wat niet wenselijk is. Wijzigingsvoorstel: Geen wijzigingen.
39
5.6. Noordstrook Reactie: OS154 Samenvatting reactie(s): Het programma - Kroonenberg - Montecorona ziet graag dat de kantoorlocaties meer door het gebied worden verspreid, de noordzijde acht ze geschikter voor een multifunctionele invulling dan hoofdzakelijk kantoren. - De impressie op pag. 33 van het SP en de tabel met het indicatieve ontwikkelprogramma, leiden tot verwarring. Uit de tabel blijkt dat in de plandelen NWH-B, OPW & TLL en NOH geen bebouwing gesloopt zal worden terwijl elders in het SP de indruk is gewekt dat dit wel zal gebeuren. - Kroonenberg - Montecorona vraagt of er ruimte voor een afzonderlijke bioscoop wordt gemaakt. - Kroonenberg - Montecorona vraagt of de mogelijkheid tot uitbreiding van hun bestaande hotel ook kan worden onderzocht. - Kroonenberg - Montecorona vraagt zich af of er behoefte is aan kleinschalige kantoorvoorzieningen in de plint en of die behoefte is onderzocht. Ontwikkelingsvelden en bebouwing - Kroonenberg - Montecorona vindt dat niet overal duidelijk is in hoeverre de geplande bebouwing ook past bij en binnen de bestaande bebouwing. MP wenst hun opstal aan Osdorpplein 358, met Huid Medisch Centrum, te behouden. Uit de tekeningen is dit niet op te maken, aan weerszijden van het gebouw zijn torens van 40 meter ingetekend.
- Kroonenberg - Montecorona vindt de wens om van ‘achterkant’ een ‘voorkant’ te maken niet realistisch bij hun eigendom aan de ‘Noordstrook’, met name winkelvastgoed is niet ‘alzijdig’ te maken. Parkeren - Kroonenberg - Montecorona gaat ervanuit dat de bestaande parkeergarages Osdorpplein en AH XL-parking blijven bestaan, ondergronds parkeren is erg kostbaar en staat een rendabele herontwikkeling in de weg. - Een oplossing die in het SP wordt genoemd om de parkeerdruk te verlagen is de capaciteit van de parkeergarages te vergroten, het SP voorziet daarin op dit moment niet. Overig - Kroonenberg - Montecorona brengt een stedenbouwkundige suggestie in: naast en/of deels over de locatie waarop de HEMA is gevestigd een hoogteaccent(en) in woningbouw, geprojecteerd op zichtlijnen van Tussen Meer. Kroonenberg - Montecorona dacht dat deze mogelijkheid zat in eerdere stedenbouwkundige studies? Antwoord: Als vastgoedeigenaar met veel bezit in fase 2b heeft Kroonenberg - Montecorona het plan voor deze fase kritisch becommentarieerd, met name op het punt van de voorgenomen sloop van bovengrondse parkeergarages en de verkaveling ervan. Gezien het voortschrijdend inzicht en de voorgestelde wijzigingen in fase 2a, stelt gemeente voor om fase 2b een minder uitgewerkte plek te geven in woord en beeld in het stedenbouwkundig plan.
Daarom zijn een aantal van de door Kroonenberg Montecorona geplaatste bezwaren niet meer van toepassing.
40
Voor wat betreft de opmerking over een (commerciële) bioscoop wordt de wens ervan door gemeente onderschreven, naast de komst van filmhuis Qxville met 3 filmzalen in het in aanbouw zijnde project Mix. De gemeente houdt voor de toekomst de deur open, als uit onderzoek te zijner tijd blijkt dat er voldoende behoefte en ruimte is voor een bioscoop in Stadscentrum Osdorpplein. Voor uitbreiding van het bestaande hotel geldt dat dit door het huidige Overnachtingsbeleid niet mogelijk is op deze locatie. Gemeente waardeert de inbreng van stedenbouwkundige suggesties in het gebied. De door Kroonenberg – Montecorona voorgestelde bebouwing vindt gemeente inhoudelijk gezien geen goed idee, met name door de schaduwwerking die het heeft op het Lammetjesplein en de aantasting van het stedenbouwkundig ensemble van Tussen Meer. Wijzigingsvoorstel: De zienswijze geeft aanleiding tot wijziging in het stedenbouwkundig plan aangaande fase 2b. In het stedenbouwkundig plan wordt een mogelijk toekomstperspectief voor fase 2b geschetst, een doorkijk naar mogelijke ontwikkelingen op termijn, voor de periode 2028 en verder. Voor mogelijke ontwikkelingen in fase 2b is nader onderzoek en overleg met relevant stakeholders, waaronder Kroonenberg – Montecorona, nodig. Deze fase valt dan ook buiten de scope van het voorliggende Investeringsbesluit fase 2a.
5.7.
Kiosken
Reactie: OS153; Samenvatting reactie(s): Een indiener vraagt wat er gebeurt met de kiosken, die er verouderd uitzien. De in het stedenbouwkundige plan genoemde verplaatsing naar panden zal volgens de indiener leiden tot huren die de ondernemers van de kiosken mogelijk niet kunnen/willen betalen. Ook vernieuwing is mogelijk te duur. Antwoord: Voor de kiosken aan de kop van Tussen Meer wordt nog onderzocht of vervanging en/of verplaatsing naar een andere locatie of naar een pand een mogelijkheid is. Daarbij wordt ook gekeken naar en gesproken over de kosten van een dergelijke verplaatsing. Een van de mogelijkheden is vernieuwing en verplaatsing naar de pleinruimte aan de westzijde van de huidige Meervaart. Dit wordt op termijn nader verkend. Wijzigingsvoorstel: Geen wijzigingen.
5.8. Leegstand en tijdelijkheid Reactie: OS 087 Samenvatting reactie(s): Vanwege de ontwikkeling van het gebied staan sommige panden leeg. Dit is nadelig voor de levendigheid, leefbaarheid en sociale veiligheid in de buurt. Indiener vraagt zich af wat er gebeurt met het oude FEBO-pand aan de Tussen Meer, definitief dan wel tijdelijk. Antwoord: Leegstand voor langere tijd is ongewenst in Stadscentrum Osdorpplein. Het FEBO-pand aan de Tussen Meer is gekocht door een ontwikkelende partij om hier nieuwbouw te gaan realiseren als onderdeel van
41
de ontwikkellocatie TMZ. De gemeente gaat in overleg met de eigenaar over een mogelijk tijdelijke invulling. Wijzigingsvoorstel: Geen wijzigingen.
42
6. De Nieuwe Meervaart Veruit de meeste inspraakreacties gaan over de Nieuwe Meervaart. In dit hoofdstuk zijn de reacties ingedeeld op de thema's: de drie onderzochte opties voor de Nieuwe Meervaart in de Sloterplas (Noord, Midden en Zuid), bouwen in de Sloterplas en de effecten op groen, water en de beleving van de Sloterplas, suggesties voor alternatieve locaties waaronder die van de huidige Meervaart en diverse locaties in het plangebied of elders in Nieuw-West, nut en noodzaak van een Nieuwe Meervaart, de wijze van weergave van de opties in het stedenbouwkundig plan, de (eerdere) besluitvorming over locaties voor de Meervaart en als laatste zienswijzen die betrekking hebben op het gebouw zelf en op de voorgenomen aanwijzing tot beschermd stadsgezicht. In het stedenbouwkundig plan is de keuze voor optie Zuid verwerkt. De omvang van het inpassingsgebied van de Nieuwe Meervaart in relatie tot de Hoofdgroenstructuur is nog onderwerp van besluitvorming. Hiervoor wordt een wensen en bedenkingenprocedure doorlopen. Waar inspraakreacties betrekking hebben op de kwesties die nog onderdeel zijn van deze procedure, wordt in het antwoord naar de nog lopende procedure verwezen. Na afronding van de procedure zullen de resultaten ervan worden verwerkt in de Nota.
6.1. Drie opties voor de Nieuwe Meervaart In het concept stedenbouwkundig plan zijn drie opties voor de Nieuwe Meervaart in de Sloterplas nader verkend: • noordelijke ligging, tegen het horeca-eiland aan (optie Noord) • middenligging, tegenover de huidige Meervaart (optie Midden) • zuidelijke ligging, in uiterste zuidwesthoek van baai (optie Zuid). De optie Zuid is in het concept stedenbouwkundig plan als meest passend aangegeven. Enkele indieners spreken zich uit voor of tegen een bepaalde optie. Er zijn verder vragen en zorgen over logistiek, flexibele footprint. Ook zijn er kanttekeningen geplaatst bij de wijze waarop de opties in het SP zijn weergegeven en de waardering die daaraan is toegekend.
6.1.1.
Voorkeuren voor een optie
6.1.1.1.
Voorkeur voor optie Zuid
Reacties: OS015; OS017; OS019; OS024; OS026; OS029; OS034: OS035/OS040; OS037; OS038; OS049; OS059; OS068; OS070; OS075; OS083; OS094; OS095; OS112; OS121; OS147; Samenvatting reactie(s): Deze indieners onderschrijven optie Zuid als de meest passende optie. Een aantal licht hun voorkeur voor optie Zuid toe als volgt: • dit is altijd een wat rare / treurige hoek geweest, heeft minste impact qua uitzicht / natuurbeleving / recreatie en/of kan een goede voorziening gebruiken; • geeft meer mogelijkheden voor de boulevard: verbeteren verblijfskwaliteit, houden van evenementen; • lijkt de meest gunstige optie voor de infrastructuur, dicht bij kruising Lelylaan, leveranciers, bezoekers e.d. hoeven niet verder het gebied in. 43
•
is de minst erge optie als de Meervaart dan toch in de Sloterplas komt.
Antwoord: Deze reacties onderschrijven de conclusie in het concept stedenbouwkundig plan, dat de optie Zuid van de drie onderzochte opties de meest passende optie is. Ook sluit dit aan bij de adviezen die aan het college van B&W zijn uitgebracht over de keuze tussen de drie onderzochte opties. Optie Zuid raakt wel aan de Hoofdgroenstructuur (HGS), die in het plangebied vanaf de Sloterplas tot aan de Lelylaan loopt. In de plankaart van het concept stedenbouwkundig plan loopt de ontsluiting voor de expeditie van de Nieuwe Meervaart door dit gebied. In het huidige beleidskader voor de Hoofdgroenstructuur (2011) is dat niet toegestaan. Er wordt een zwaarwegend advies gevraagd van de gemeenteraad over de omvang van het inpassingsgebied van de Nieuwe Meervaart en het al dan niet (gedeeltelijk) mogen ontwikkelen in de Hoofdgroenstructuur (wensen en bedenkingenprocedure). Wijzigingsvoorstel: Er is gekozen voor optie Zuid. Opties Midden en Noord zijn uit het stedenbouwkundig plan gehaald. In het SP is toegevoegd dat voor het bepalen van de omvang van inpassingsgebied van de Nieuwe Meervaart (buiten of deels in de Hoofdgroenstructuur) een wensen en bedenkingenprocedure wordt doorlopen.
6.1.1.2.
Voorkeur voor optie Midden of Noord
Reacties: OS124; OS148; OS154 Samenvatting reactie(s): Enkele indieners hebben een uitgesproken voorkeur voor optie Midden of Noord. In hun overwegingen geven ze aan: • er hoeft geen bosachtig stuk park te wijken en is geen ontsluitingsweg nodig die het rondje Sloterplas kruist; • het gebouw is hier meer zichtbaar en is er een enigszins compacte en bruisende parel te realiseren; • er is een veel natuurlijker aansluiting van het theater op het stadscentrum en de horeca die al aan de Sloterplas is gevestigd; • er ligt al een parkeerplaats naast. Antwoord: Bij de opties Noord en Midden hoeft voor het gebouw inderdaad geen groen in de bocht te wijken, zoals wel nodig isbij optie Zuid. Het is echter wel zo dat het groen dat verdwijnt, gecompenseerd moet worden, bij voorkeur in het plangebied. In geval van de bomen die voor de aanleg van de Nieuwe Meervaart worden gekapt, vindt compensatie plaats in het Sloterpark. Dit is op advies van het stadsdeel Nieuw-West. Ook wordt de boulevard vergroend. Dit is onderdeel van de zogenaamde integrale opgave: de Nieuwe Meervaart en de zuidwestoever van de Sloterplas worden in samenhang (integraal) ontworpen. Dit is de nadrukkelijke wens van de gemeenteraad (motie 823). Deze afspraken zorgen er voor dat de Nieuwe Meervaart zorgvuldig wordt ingepast in de omgeving en de groene uitstraling blijft behouden en waar mogelijk wordt versterkt.
Het rondje Sloterplas loopt over de boulevard. Bij een keuze voor optie Noord of optie Midden zal, het expeditieverkeer een stukje over de boulevard moeten rijden. Dat geldt ook als de landtong wordt gebruikt als aanrijroute. Het rondje Sloterplas wordt dus ook in deze opties gekruist door expeditieverkeer. Op de boulevard is de ruimte voor een goede inpassing van het expeditieverkeer beperkt(er). Ook is expeditieverkeer hier niet gewenst vanuit de invulling van de boulevard als aantrekkelijke, groene wandelpromenade.
44
De betere zichtbaarheid van het gebouw in de opties Noord en Midden ziet de gemeente niet als voordeel: de gemeente vindt de ruimtelijke impact van het gebouw op opties Noord en Midden erg groot en wordt hierin ondersteund door de adviezen van het Kwaliteitsteam en de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC). Het gebouw blokkeert hier het zicht op de Sloterplas en daarmee het contact tussen het centrumgebied Osdorpplein en de Sloterplas. De gemeente vindt dit een belangrijk argument tegen deze opties. Het ontwerp van een meer compact gebouw is ook in optie Zuid mogelijk. De aansluiting op het stadscentrum is wellicht in de huidige situatie natuurlijker op de locaties Noord en Midden. Vanuit de verdere ontwikkeling en vergroten van het stadscentrum acht de gemeente het betrekken van de zuidwesthoek bij het stadscentrum een voordeel. Het vergroten van het stadscentrum en het betrekken van de promenade (zuidwestoever) hierbij is dan ook als een van de uitgangspunten in het stedenbouwkundig plan opgenomen. Het parkeren voor de Nieuwe Meervaart vindt plaats in de (in aanbouw zijnde) garage van het gebouw MIX Amsterdam. Wijzigingsvoorstel: Geen wijzigingen.
6.1.2.
Aandachtspunten bij locatie in Sloterplas
Er zijn ook indieners die aandachtspunten meegeven of concrete vragen hebben over de locatie in de Sloterplas. Sommige zijn alleen van invloed op optie Zuid. Deze vragen zijn hieronder per thema gerangschikt.
Afval in de Sloterplas Reacties: OS068; OS084 Samenvatting reactie(s): De indieners hebben zorgen over het schoonhouden van de Sloterplas. Een indiener vraagt hoe gezorgd wordt dat de komst van de Meervaart in de Sloterplas straks niet zorgt voor afval of rioolwater in de plas (waterkwaliteit). Een van de indieners verwijst naar het afval rondom het horeca-eiland: hoe wordt daar de schoonmaak geregeld? Antwoord: Uitgangspunt is dat de Nieuwe Meervaart zich voegt naar zijn omgeving en niet andersom. De realisatie van het gebouw en zijn openbare ruimte zal zo zorgvuldig moeten plaatsvinden dat negatieve effecten op flora en fauna kunnen worden uitgesloten. Zwerfvuil dat in het water beland, zal worden opgeruimd net zoals dat gebeurt bij zwerfvuil op land. De uitbater van het gebouw is verantwoordelijk voor het minimaliseren van de kans dat er zwerfvuil van het terras of het gebouw terecht komt in het water. Rondom het huidige horeca-eiland is Waternet in principe verantwoordelijk voor het schoonmaken van het water van de Sloterplas, en doet dit in samenwerking met Stadswerken van de gemeente Amsterdam. Daarnaast wordt de Nieuwe Meervaart aangesloten op het riool, het rioolwater wordt via het riool afgevoerd dus rioolwater komt niet in Sloterplas. Wijzigingsvoorstel: Geen wijzigingen.
45
Het rondje Sloterplas Reacties: OS059; OS102; OS105; OS109; OS110; OS113; OS116; OS128; OS148 Samenvatting reactie(s): Deze indieners maken zich zorgen dat de bouw van de Nieuwe Meervaart in het water en op optie Zuid, het rondje Sloterplas zal aantasten. Een van de indieners geeft aan dat een balustrade om het gebouw geen alternatief is voor het huidige brede pad waar men nu op wandelt en sport. Daarnaast maken meerdere indieners zich zorgen over de impact van het theatergebouw voor wandelaars. De Meervaart wordt vrijwel onzichtbaar voor verkeer maar wandelaars zullen wel om het gebouw heen moeten lopen, afgesneden van de plas en met alle verkeersrumoer dat straks weerkaatst tegen de eindeloze theatergevel, stelt een van de indieners. Antwoord: Het rondje Sloterplas blijft behouden in de eindsituatie. Dit is een eis aan het plan. Of het rondje Sloterplas via een balustrade om het gebouw zal doorlopen, is niet zeker, het is wel een mogelijkheid. De ontwerpen van het gebouw én van de zuidwestoever moeten nog gemaakt worden. De aanwezigheid van het nieuwe gebouw voor wandelaars van het rondje Sloterplas is onvermijdelijk. Er wordt een integraal ontwerp van gebouw en omgeving gemaakt, waarin het rondje Sloterplas wordt opgenomen, bij voorkeur aan beide zijden van het gebouw, en waarin zorg wordt gedragen voor een goede inpassing van het gebouw in de omgeving.
Wijzigingsvoorstel: Het in standhouden van het rondje Sloterplas wordt nadrukkelijker opgenomen in het SP, zowel in de eindsituatie als gedurende de bouw als onderdeel van het BLVC-plan.
Logistiek Reacties: OS002; OS012; OS026; OS037; OS059; OS080; OS081; OS085; OS088; OS089; OS098; OS101; OS102; OS105; OS108; OS109; OS110; OS113; OS123; OS125; OS131; OS132; Samenvatting reactie(s): Deze indieners maken zich zorgen over de ruimtelijke gevolgen van de logistieke eisen die de voorgestelde optie Zuid zal hebben zoals de aantasting van het groen in de hoek tussen de Lelylaan en de Sloterplas. Indieners vragen zich af of (een deel van) de hoofdgroenstructuur tussen Lelylaan en Sloterplas moet worden geasfalteerd om een aanrijroute voor bevoorrading en laaden losplekken te realiseren? Een aantal indieners maken zich zorgen over het effect van additioneel verkeer en langdurig parkeren van grote voertuigen op laad- en los plekken op het parkkarakter en de wandelpromenade. Daarnaast vragen indieners zich af hoe de bevoorrading, aanrijroutes, parkeren precies geregeld worden en welk effect dit heeft op het verkeerssysteem voor bezoekers en bewoners (voetgangers, fietsers, ov, automobilisten) in de buurt? Twee van de indieners schrijven dat een Nieuwe Meervaart in de zuidhoek zal leiden tot verkeersproblemen op een toch al druk kruispunt. Ook maken twee indieners zich zorgen over het veiligheidsrisico dat aanvoer voor het theater met zich meebrengt op deze optie. De aanvoerroute kruist namelijk een wandel en fietsroute.