Bijlage 6. MER.pdf
Tekst van het document
Blad 54 van 249
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
motoren van een aangemeerd schip) en het laagfrequente geluid dat dit produceert. Voor de voorbijvarende schepen op het IJ is de hinder door laagfrequent geluid tijdelijk van aard. In Hamerkwartier is echter ook de GVB Pontveren aanwezig. De onderhoudswerf ligt naast de Hamerkop. Dit is een categorie 4.2-bedrijf waar ponten van de GVB aanmeren en als onderdeel van de inrichting een forse geluidcontour hebben. Hier is mogelijk sprake van laagfrequent geluid. Overwogen kan worden om voor de nadere uitwerking van de gevel rekening te houden met materialen die in de lagere frequenties een hogere isolatiewaarde hebben. Dit verkleint de kans op laagfrequent geluid hinder op toekomstige woningen. De komende jaren neemt de geluidbelasting als gevolg door technologische ontwikkelingen – zoals een elektrische vloot – af. Hiermee neemt ook de hinder door scheepvaartlawaai naar verwachting af.
Cumulatieve geluidbelasting De cumulatieve geluidbelasting is een geaggregeerde geluidbelasting van alle relevante bronnen bij elkaar. Het is dus een cumulatie van industrielawaai, wegverkeerlawaai en scheepvaartlawaai. Er zijn geen strikt juridische normen waarbinnen deze cumulatieve geluidbelasting moet blijven, maar geeft wel wen beeld van de geluidsituatie.
Figuur 5-16: Cumulatieve geluidcontouren referentiesituatie.
In de huidige situatie en de referentiesituatie manifesteert het meeste geluid zich rond de doorgaande wegen (met name Meeuwenlaan, Johan van Hasseltstraat en Gedempt Hamerkanaal) en aan in het gebied grenzend aan Albemarle. Op leefklimaat (5 meter) zijn geluidluwe plekken waar te nemen tussen de Meeuwenlaan en het Gedempt Hamerkanaal. Vanaf 25 meter waarneemhoogte wordt het industrielawaai dominanter ten opzichte van wegverkeerslawaai,
Blad 55 van 249
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
behoudens rond de Meeuwenlaan en Johan van Hasseltweg. De cumulatieve geluidbelasting ligt boven de doorgaande wegen en Albemarle dan ook boven de 65 dB. Op de meeste gevels komt de cumulatieve geluidbelasting echter niet boven de 65 dB uit. De geluidbelasting op de bestaande woningen rondom het plangebied is vergelijkbaar met het beeld van 5 meter waarneemhoogte: de meeste panden komen namelijk niet boven de 10 meter hoogte uit. De cumulatieve geluidbelasting ligt aan de randen van het plangebied namelijk net op de grens van de 60-65 dB-contour en de 65-70 dB-contour. Trillinghinder Trillingen kunnen op veel verschillende manieren ontstaan. Dit kan door de mens maar ook door natuur (storm of aardbeving). Ook door bepaalde industrie, langs het spoor of langs wegen kunnen trillingen ontstaan. Trillingen kunnen als hinderlijk worden ervaren door het veroorzaken van laagfrequente trillingen in de bodem. In Nederland bestaat er echter geen wetgeving voor het voorkomen van hinder of zelfs schade door trillingen. Wel zijn er richtlijnen vanuit Stichting Bouwresearch (SBR). Ondanks dat is het aspect trillingen bij het opstellen van ruimtelijke plannen wel degelijk een aandachtspunt. Er is echter in de referentiesituatie geen hinder of overlast door trillingen te verwachten.
De enkele zware vrachtwagens die langs of door het gebied rijden, zijn geen continue bron van trilling en hierom ook te verwaarlozen. De impact en maatregelen tegen tijdelijke trillinghinder tijdens de bouwfase komt aan bod in paragraaf 8.3.
Luchtvaartlawaai Hamerkwartier ligt – net als grote delen van de stad Amsterdam – onder een aanvliegroute van Schiphol. Dit kan betekenen dat luchtvaartlawaai een rol van betekenis speelt in het cumulatieve geluid. Om een duiding te geven over de mate van geluidbelasting in Hamerkwartier, is op basis van gegevens van Atlas Leefomgeving hieronder een figuur opgenomen met de geluidbelasting afkomstig van het vliegverkeer. Te zien is dat Hamerkwartier buiten de 48 dB(A)-contour valt. Het geluidklimaat als gevolg van luchtvaartlawaai is dus niet te classificeren als ‘matig’, maar is beter dan dat. Omdat de algehele hinderbeleving in dit deel van Amsterdam hierdoor laag ligt, is luchtvaartlawaai niet verder meegenomen in de beoordeling van het geluidklimaat.
Blad 56 van 249
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
5.2.4
Projectnota-alternatief Het Projectnota-alternatief gaat uit van een volledig getransformeerd Hamerkwartier aan de hand van een stedenbouwkundig voorkeursmodel. Dit model is het uitgangspunt geweest bij het akoestisch onderzoek om door te rekenen welke effecten er optreden door industrielawaai, wegverkeerlawaai en scheepvaartlawaai. Voor wegverkeerslawaai is aangesloten bij hetzelfde verkeersmodel als is gebruikt in paragraaf 5.1 Verkeer en vervoer. Dit betekent dat worst-case is gerekend met een traditioneel verkeersmodel: een hoge verkeersgeneratie, geen snelheidsverlagende maatregelen, etc. Industrielawaai Het industrielawaai verandert niet door de transformatie van Hamerkwartier. Wel worden nieuwe woningen toegevoegd en is door de nieuwe gebouwen meer afscherming dan in de huidige situatie/referentiesituatie aanwezig. Effecten op woningen in het Hamerkwartier In figuur 5-15 zijn de industrielawaaicontouren voor het Projectnota-alternatief te zien. In tabel 56 staan de percentages per geluidsklasse. Hieruit blijkt dat bij volledige transformatie de geluidbelasting op leefniveau/straatniveau (tot 5 meter) circa 76% van het plangebied een geluidbelasting heeft onder de voorkeursgrenswaarde. Dit is een positieve verandering ten opzichte van de referentiesituatie.
Ruim 80% van het Hamerkwartier valt op deze hoogte in het gebied waar geen dove gevels of bouwkundige maatregelen getroffen hoeven te worden. Met name op de kavels direct nabij Albemarle (o.a. Zamenhofterrein en de Hamerkop) is de geluidbelasting significant hoger. Hier zijn waarden berekend boven 60 dB(A) op 5 meter hoogte. Ook op 25 meter hoogte heeft het grootste gedeelte van het Hamerkwartier (78%) een geluidbelasting lager dan de voorkeursgrenswaarde. Dit percentage is een ruime verdubbeling ten opzichte van de referentiesituatie. Dit komt omdat in de referentiesituatie er geen bebouwing van 25 meter aanwezig is. De nieuwe bebouwing is dit wel en zorgt voor een afschermende werking naar het westen van het plangebied toe. Circa 92% van het Hamerkwartier kan op 25 meter gebouwd worden zonder dove gevels. Op grotere hoogten wordt met name het gebied tussen 50 en 55 dB(A) groter. Hiervoor zijn hogere waarden nodig. Ook neemt het oppervlak tussen > 55 dB(A) toe. Dit betekent dat in dit gebied woningen een dove gevel (aan de zijde van Albemarle) moeten krijgen. Dit geldt met name dus voor de hoogbouwaccenten en het meest oostelijke deel van het Hamerkwartier. Omdat dove gevels van uit stedenbouwkundig oogpunt in beginsel niet wenselijk zijn, is het zinvol nader te onderzoeken wat de mogelijkheden hiertoe zijn. Dit is opgenomen in hoofdstuk 6.
Blad 57 van 249
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
Figuur 5-17: Industrielawaai Projectnota-alternatief op diverse hoogten (van linksboven naar rechtsonder, 5, 25, 50, 100 meter hoogte). Tabel 5-6: procentuele verdeling geluidklassen in referentiesituatie en volgens Projectnota-alternatief (PNA). Lden 5m 25 m 50 m 100 m Ref. PNA Ref. PNA Ref. PNA Ref. PNA < 50 dB 85,4 90,6 34,2 78,8 24,1 55,8 12,1 21,3 50-55 dB 6,6 3,5 39,3 7,5 42,8 19,6 54,5 45,8 55-60 dB 3,7 2,4 14,2 5,6 17,8 13,6 17,4 17,2 60-65 dB 4,0 3,2 10,7 6,8 13,6 9,5 14,1 14,1 > 65 dB 0,2 0,3 1,6 1,3 1,7 1,5 1,9 1,6
Op basis van de effecten van het Projectnota-alternatief en de gestelde criteria geldt een negatieve score (-): vanaf 25 meter geldt dat meer dan 25% van het plangebied geluidbelastingen hoger dan 55 dB(A) heeft. Dit percentage ligt hoger op de grotere hoogten. In dit gebied zijn op grotere hoogten (50 meter en hoger) bouwkundige maatregelen nodig op in ieder geval de gevel aan de zijde van Albemarle. Effecten op bestaande woningen Op bestaande woningen – in het Vogeldorp, maar ook de bedrijfswoningen met verleende hogere waarden aan de Aambeeldstraat – neemt de geluidbelasting door industrielawaai af bij volledige transformatie. De transformatie van het Hamerkwartier heeft door haar afschermende werking een positief effect op het woon- en leefklimaat bij deze woningen.
Blad 58 van 249
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
Tabel 5-7: Absolute waarden referentiesituatie en Projectnota-alternatief bij bestaande woningen. Lden 5 meter hoogte Referentiesituatie Projectnota-alternatief Gemiddelde geluidbelasting bij Vogelkade 40-44 dB(A) 37-42 dB(A) Gemiddelde geluidbelasting bij de Meeuwenlaan 40-48 dB(A) 32-43 dB(A) Gemiddelde geluidbelasting bij de Motorwal 34-44 dB(A) 28-40 dB(A)
Op basis van de effecten van het Projectnota-alternatief en de gestelde criteria geldt een zeer positieve score (++): op de meeste toetspunten wordt een (ruime) afname van tenminste 3 dB(A) berekend. Wegverkeerlawaai Door de transformatie is er een toename van verkeersintensiteiten in en rond het Hamerkwartier te verwachten. Dit resulteert in een andere geluidbelasting dan in de referentiesituatie. Effecten op woningen in het Hamerkwartier In figuur 5-15 zijn de geluidcontouren opgenomen. In tabel 5-8 staat de procentuele verandering op de hoeken van de bouwvlakken ten opzichte van de referentiesituatie.
Figuur 5-18: Wegverkeerlawaai Projectnota-alternatief op diverse hoogten. Tabel 5-8: procentuele verdeling geluidklassen in referentiesituatie en Projectnota-alternatief (PNA). Lden 5m 25 m 50 m 100 m Ref. PNA Ref. PNA Ref. PNA Ref. PNA < 48 dB 72,9 35,0 42,8 43,7 29,1 25,3 35,2 12,6 48-63 dB 26,8 60,7 57,2 56,3 70,9 74,7 64,8 87,4 63-68 dB 0,3 4,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 > 68 dB 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Blad 59 van 249
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
De relevante wegen voor geluid blijven de Meeuwenlaan, Johan van Hasseltweg en het Gedempt Hamerkanaal. De geluidbelasting op de eerstelijns bebouwing aan het Gedempt Hamerkanaal en de Johan van Hasseltweg zal op sommige plekken boven de 63 dB uitkomen op 5 meter hoogte. Dit komt mede door de klinkerverharding op deze wegen. Dit betekent dat hier dan dove gevels nodig zijn (bij bouw van woningen of andere geluidsgevoelige objecten). Op grotere hoogten is dit niet het geval. Op de overige wegen blijft de geluidbelasting voor de eerstelijns bebouwing onder de 63 dB, ook bij de bestaande bebouwing. Dit is een geluidsniveau dat gebruikelijk is in stedelijke gebieden. De binnengebieden (dus niet grenzend aan een hoofdweg) blijven onder de maximale ontheffingswaarde. Ruim een derde van het Hamerkwartier krijgt een geluidbelasting onder de voorkeursgrenswaarde voor wegeverkeerslawaai. Deze geluidsituatie voor wegverkeerslawaai komt op basis van de gestelde criteria overeen met een effectbeoordeling van licht negatief (0/-). Effecten op bestaande woningen Op bestaande woningen, met name langs de Meeuwenlaan, neemt de geluidbelasting toe. Het verschil met de referentiesituatie is op sommige woningen circa 2 á 3 dB. Op de meeste woningen (zowel aan de noordzijde buiten het plangebied als aan de zuidzijde binnen het plangebied) is het effect echter wel beperkt tot maximaal 1,5 dB.
Op de Johan van Hasseltweg (buiten het plangebied richting de s116) zal een vergelijkbare toename van de geluidbelasting zijn: het verkeer neemt toe, maar verdubbelt niet. (N.B. Een verdubbeling van het aantal verkeersbewegingen leidt tot grofweg een toename van 3 dB wegverkeerlawaai). Ook op de bestaande woningen aan de Vogelkade wordt een toename van 3 tot 5 dB berekend. Motorwal zal ook een hogere geluidbelasting krijgen, veelal onder voorkeursgrenswaarde (behoudens op de hoek met de Meeuwenlaan), maar wel toenames van meer dan 5 dB. De tabel hieronder toont de bandbreedtes waarbinnen de geluidbelasting door wegverkeerlawaai op bestaande woningen valt. Tabel 5-9: Absolute waarden referentiesituatie en Projectnota-alternatief bij bestaande woningen. Lden 5 meter hoogte Referentiesituatie Projectnota-alternatief Gemiddelde geluidbelasting bij Vogelkade 40-49 dB 44-52 dB Gemiddelde geluidbelasting bij de Meeuwenlaan 54-58 dB 56-60 dB Gemiddelde geluidbelasting bij de Motorwal 31-38 dB 39-53 dB
Vanwege deze toenames geldt een zeer negatieve (- -) beoordeling voor dit aspect. Deze toename is deels te mitigeren door optimalisaties door te voeren (zie hoofdstuk 6). Scheepvaartlawaai Effecten op woningen in het Hamerkwartier De contouren van scheepvaartlawaai staan in figuur 5-16. De effecten op het Hamerkwartier zijn beperkt qua omvang, zeker in vergelijking met de andere geluidsbronnen.
Blad 60 van 249
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
Figuur 5-19: Scheepvaartlawaai Projectnota-alternatief op diverse hoogten.
Het geluid van scheepvaart is, net als in de referentiesituatie, met het ontwikkelen van het Projectnota-alternatief, enkel relevant voor de nieuwe bebouwing direct langs het IJ wordt. Op leefniveau/straatniveau (5 meter) zijn de geluidbelastingen lager dan 50 dB(A). Op 25 meter ligt deze 50 dB contour ongeveer op grotere hoogten ligt deze grens rond de Ketelstraat. Op grotere hoogten ligt de grens rond het Gedempt Hamerkanaal. Tabel 5-10: procentuele verdeling geluidklassen in referentiesituatie en volgens Projectnota-alternatief (PNA) bij scheepvaartlawaai. Lden 5m 25 m 50 m 100 m Ref. PNA Ref. PNA Ref. PNA Ref. PNA < 50 dB(A) 96,2 98,1 60,4 87,3 48,5 75,9 45,8 52,7 50-55 dB(A) 3,8 1,9 31,9 11,5 43,1 21,9 48,2 45,9 55-60 dB(A) 0,1 0,0 7,8 1,2 8,4 2,2 6,0 1,5 60-65 dB(A) 0 0 0 0 0 0 0 0 > 65 dB(A) 0 0 0 0 0 0 0 0
Op basis van de effecten van het Projectnota-alternatief en de gestelde criteria geldt een licht negatieve score (0/-): op 5 meter en 25 meter geldt dat gemiddeld 1,2% van het plangebied geluidbelastingen hoger dan 55 dB(A) heeft. Echter, dit percentage (2,2%) ligt hoger op de grotere hoogten. Effecten op bestaande woningen Op de bestaande woningen langs Motorwal, de Meeuwenlaan en de Vogelkade neemt de geluidbelasting als gevolg van scheepvaartlawaai nagenoeg overal af. Alleen langs de Motorwal zijn enkele toetspunten die een kleine toename van 1 dB(A) laten zien. Op de Meeuwenlaan zijn afnames van 1 tot 9 dB(A) mogelijk, en aan de Vogelkade 2 tot 5 dB(A). Dit betekent dat op sommige plekken het effecten zeer positief is en op sommige locaties (licht-)positief. Er wordt op dit onderdeel daarom gemiddeld positief (+) gescoord.
Blad 61 van 249
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
Cumulatieve geluidbelasting De cumulatieve geluidbelasting bij het Projectnota-alternatief, is in het Hamerkwartier lager dan in de referentiesituatie. Dit komt door de afschermende bebouwing van nieuwe bebouwing. Met name de westelijke en zuidwestelijke delen van het plangebied.
Figuur 5-20: Cumulatieve geluidbelasting Projectnota-alternatief.
In figuur 5-17 is te zien dat de hoogste cumulatieve geluidbelasting enkel op 5 en 25 meter waarneemhoogte rondom de Meeuwenlaan en Johan van Hasseltweg ligt. De cumulatieve geluidbelasting is iets hoger aan de oostzijde van het plangebied nabij Albemarle. Positief is dat een aanzienlijk deel van het plangebied een cumulatieve geluidbelasting heeft van minder dan 60 dB(A) op leefmilieuhoogte (5 meter) en 25 meter. Op de grotere hoogten is de cumulatieve geluidbelasting met name aan de oostzijde hoger dan 60 dB(A). De veranderingen in cumulatieve geluidbelasting zijn overall echter marginaal ten opzichte van de referentiesituatie (+/- 2 dB). De beoordeling is hierom neutraal (0). Trillinghinder Door de transformatie van Hamerkwartier neemt de trillinghinder niet toe. De activiteiten in het Hamerkwartier leiden tot meer autoverkeer, maar deze leveren geen trillinghinder op. Ook leidt de transformatie er niet toe dat er in het Projectnota-alternatief sprake van een toename van vrachtbewegingen is. De beoordeling is hierom neutraal (0). De mogelijke impact van trillingen door bouwverkeer is echter tijdelijk en goed te bundelen en te handhaven op enkele wegen in Hamerkwartier. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 8.3.
Blad 62 van 249
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
Gevoeligheidsanalyse trillingen van Albemarle In de aangevraagde uitbreiding van de Wm-vergunning van Albemarle is gesteld dat de uitbreiding niet meer transportbewegingen teweeg brengt buiten de inrichting (en op gelijk aantal van 90 verladingen blijft). Dit komt doordat de hoeveelheid tussenproduct die in de huidige situatie wordt aangevoerd, door de voorgenomen verandering wordt vervangen door de aanvoer van eenzelfde hoeveelheid grondstoffen, nodig om het tussenproduct aan te maken. Extra trilling kan met een gelijk aantal transportbewegingen dus worden uitgesloten.
5.2.5
Beoordeling Toetsing van het Projectnota-alternatief De effectbeschrijving in de voorgaande paragrafen leidt tot de volgende scores op het thema geluid. Tabel 5-11: Beoordeling geluid. Aspect Beoordelingscriteria Industrielawaai Geluidbelasting in plangebied op basis van oppervlakte (in %) per geluidklasse Verandering in absolute geluidbelasting bij bestaande woningen Wegverkeerslawaai Geluidbelasting in plangebied op basis van oppervlakte (in %) per geluidklasse Verandering in absolute geluidbelasting bij bestaande woningen Scheepvaartlawaai Geluidbelasting in plangebied op basis van oppervlakte (in %) per geluidklasse Verandering in absolute geluidbelasting bij bestaande woningen Cumulatieve Geluidbelasting in plangebied op basis van oppervlakte (in %) per geluidbelasting geluidklasse Verandering in absolute geluidbelasting bij bestaande woningen Trillingen Mate waarin trillinghinder optreedt
Beoordeling ++ 0/-0/+ 0 0 0
Toetsing aan ambities De ambities op het gebied van leefbaarheid worden niet overal in het plangebied van Hamerkwartier gehaald. Met name in het oostelijk deel van het plangebied is als gevolg van de geluidbelasting afkomstig van gezoneerd industrieterrein Johan van Hasseltkanaal Oost sprake van een minder positief leefklimaat (met name op grotere hoogten). Dit nadeel heeft ook een voordeel: hierdoor is meer afschermende werking voor het centrale en westelijke gedeelte van het Hamerkwartier. Ten aanzien van wegverkeerslawaai geldt dat langs de ontsluitingswegen de geluidbelasting hoog is, maar niet anders dan op andere plaatsen in Amsterdam langs stedelijke wegen. Door de afwaardering van de wegen in het plangebied zelf, is de geluidbelasting hier lager en voldoet op veel plaatsen aan de voorkeursgrenswaarde. De effecten van scheepvaartlawaai zijn beperkt op de leefbaarheid en hoort ten dele ook bij de beleving van het waterfont van het IJ. De impact op de ambitie ‘leefbaarheid’ wordt samengevat als negatief beoordeeld. Door de hoge geluidbelasting, met name van industrielawaai in het oostelijk deel, is ook sprake van een negatieve impact op de ambitie ‘stedelijkheid’. Op de plekken waar de hoogste geluidbelasting is (>60 dB(A)), is woningbouw wellicht niet wenselijk of zijn extra maatregelen gewenst. Op de overige ambities zijn de scores neutraal.
Blad 63 van 249
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
Op basis van deze effectbeoordeling en toetsing aan ambities is het wenselijk om varianten te beschouwen die een minder grote impact hebben op de geluidbelasting op nieuwe woningen voor industrielawaai. Hiertoe zijn in hoofdstuk zes meerdere varianten beschouwd. Op basis daarvan is een voorkeursvariant beschouwd waar spelregels uit komen. Echter, er zijn vooruitlopend al meerdere spelregels en maatregelen opgesteld die, los van de nader te beschouwen varianten, een positieve bijdrage leveren aan de mitigatie van de hoge geluidbelasting. Deze zijn in de volgende paragraaf benoemd.
5.2.6
Nadere keuze en spelregels Nadere keuze Industrielawaai blijkt een prominente bron van geluidbelasting in Hamerkwartier te zijn. Een groot deel van het oppervlak van het plangebied komt sowieso boven de voorkeursgrenswaarde, maar ook een significant deel komt zelfs boven de maximale ontheffingswaarde (55 dB(A)) uit. Voor het thema geluid zijn wettelijk verplichte maatregelen nodig op plaatsen waar niet met hogere waarden aan de Wet geluidhinder kan worden voldaan. Dove gevels zijn dan noodzakelijk (hierbij geldt dat in ieder geval een zijde geluidsluw moet zijn). Dit geldt voornamelijk voor het oostelijke gedeelte van Hamerkwartier bij industrielawaai. Mogelijke opties om de geluidsituatie hier te verbeteren, worden in hoofdstuk zes nader beschouwd. Hieronder zijn al enkele spelregels opgesteld die op voorhand, zonder de resultaten van de nadere keuze in hoofdstuk zes, opgesteld kunnen worden. Spelregels Maatregelen door de gemeente Informeren toekomstige bewoners over geluidbelasting Zorgdragen voor actief informeren van toekomstige bewoners over de geluidsbelasting als deze hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en hier afspraken over te maken met ontwikkelaars en corporaties. Reduceer de snelheid van diverse wegen naar 30 km/uur Een maatregel om de verkeersveiligheid te verbeteren, is om de snelheid op het Gedempt Hamerkanaal te verlagen naar 30 kilometer per uur.
Dit geldt ook voor de Johan van Hasseltweg vanaf de kruising met de Meeuwenlaan richting de G.T. Ketjenweg. Voor de wegen in het centrale deel van het Hamerkwartier kan deze snelheid ook gehanteerd worden (of conform volgende paragraaf).
Blad 64 van 249
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
Maak enkele kleine wegen autovrij Van de wegen die nu op het Gedempt Hamerkanaal uitkomen, is het wenselijk één of meerdere autovrij te maken. Naast een bescheiden winst op de leefbaarheid langs de weg, heeft het vooral positieve effecten op de verkeersveiligheid, gezondheid (spelen op straat door kinderen) en sociale cohesie (meer ontmoeting mogelijk op straat). Groenstructuren als effectief middel om geluid te verstrooien Bomen en beplanting kunnen windsnelheden reduceren en op die manier de geluidoverlast op afstand door de wind helpen voorkomen. Ook zorgen bomen en beplanting voor een lichte verstrooiing van het geluid. Stil asfalt op de Meeuwenlaan en Johan van Hasseltweg Om de geluidbelasting op bestaande woningen langs de Meeuwenlaan (en de Johan van Hasseltweg) naar beneden te krijgen, is het toepassen van stil asfalt (dunne deklagen B) een mogelijkheid. Dit asfalt beperkt het rolgeluid van de autobanden, hetgeen boven de 30 km/u het maatgevende geluid is dat van motorvoertuigen komt. De geluidreductie als gevolg van stil asfalt is 2 tot 3 dB. De (financiële) doelmatigheid hiervan dient wel nader onderzocht te worden. Ook kan dit niet worden toegepast op plaatsen waar sprake is van veel optrekkend en afremmend verkeer (bij kruisingen en/of oversteekplaatsen).
Geluidschermen Hoewel geluidschermen zeer effectief kunnen zijn om de geluidbelasting terug te dringen, is het in binnenstedelijk gebied zeer moeilijk en onwenselijk om dergelijke schermen in te plaatsen, onder andere vanwege openbare orde- en stedenbouwkundige aspecten. Dergelijke maatregelen worden dan ook niet aanbevolen. Uitzonderingen zijn kunstmatige verhogingen in het landschap die groen uitgevoerd zijn. Deze hebben een beperkt positief effect op de geluidbelasting, maar kunnen in de beleving wel een grotere rol spelen.
Algemene spelregels Per bouwblok toetsen aan de Wet geluidhinder Voor elke ontwikkeling wordt ten behoeve van het bestemmingsplan een geluidonderzoek uitgevoerd waarin getoetst wordt aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Op basis hiervan kan vastgesteld worden of per relevante geluidbron wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde of dat het nodig is om hogere waarden vast te stellen. Tijdelijk afwijken onder de Crisis- en Herstelwet Het toevoegen van geluidgevoelige functies in een gebied waar de milieuhinder feitelijk te groot is, kan op basis van de Crisis- en Herstelwet worden toegestaan. Voorwaarde is wel dat binnen het plan waarvoor de afwijking geldt, geborgd is dat de milieuhinder na maximaal 10 jaar is afgenomen tot wettelijk acceptabele normen. Het afwijken op basis van de Crisis- en Herstelwet dient daarom zorgvuldig en in beperkte mate te worden toegepast. Slaapkamers aan de stille zijde Conform Amsterdams beleid situeren ontwikkelaars de slaapkamer van woningen waarbij de geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde komt aan de stille zijde. Dit ter bevordering van de nachtrust in geluidbelast gebied.
Blad 65 van 249
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
Extra gevelisolatie aan het IJ Op basis van eerdere adviezen van TAVGA met betrekking tot o.a. Sluisbuurt op Zeeburgereiland zijn aanvullende maatregelen tegen scheepvaartlawaai gewenst. Waar nodig is het wenselijk vanwege dit scheepvaartlawaai boven de 55 dB(A) extra gevelisolatie aan te brengen, zodat een binnenniveau van maximaal 35 dB(A) bereikt wordt. Voor de stille zijde wordt geadviseerd een geluidbelasting op de gevel van maximaal 50 dB(A) toe te staan. Indien nodig geldt als uitgangspunt dat hiervoor aanvullende gebouwmaatregelen getroffen worden. Voorkomen/beperken geluidsweerkaatsing van gebouwen In bebouwde gebieden kan door het toepassen van geluidsabsorberende materialen een sterke weerkaatsing van het geluid voorkomen worden. Door een gevel waar dit van toepassing op kan zijn uit te voeren met dempend materiaal, of niet te vlak of schuin hellen naar boven toe, wordt het geluid respectievelijk gedempt, verstrooid of naar boven weerkaatst. Positioneren niet-woonfuncties De positionering van de niet-woonfuncties dient nader onderzocht te worden ter beperking van het wegverkeerlawaai en het industrielawaai.
Omdat het gebied direct grenzend aan Albemarle het meest geluidbelaste gebied is, zou dit de ideale plek zijn om niet-woonfuncties (kantoren, bedrijvigheid etc.) te vestigen om zo een buffer te creëren tussen het industrielawaai en de (toekomstige) geluidgevoelige bestemmingen in het gebied. Geluidluwe plekken realiseren De realisatie van nieuwe gebouwen/ heeft een groot effect op de geluidbelasting in een specifiek deelgebied. Zo kan een bepaalde stedenbouwkundige vormgeving voor geluidsluwe plekken rondom het gebouw/kavel realiseren. Door hier bij de realisatie expliciet aandacht voor te vragen, bijvoorbeeld door dit als aandachtspunt mee te geven bij de architectonische uitwerking, kunnen meer van dergelijke plekken ontstaan. Deze uitgangspunten worden geborgd in de kavelpaspoorten.
Blad 66 van 249
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1
Wettelijk kader Ten grondslag aan de toetsing en handhaving van een bepaalde luchtkwaliteit, ligt de Wet milieubeheer (Wm). In de Wet milieubeheer zijn grenswaarden gesteld voor zeven stoffen en richtwaarden voor vijf stoffen met betrekking tot de concentraties in de buitenlucht. In Nederland zijn NO2 en PM10 het meest kritisch. Daarnaast is per 1 januari 2015 ook voor zeer fijn stof (PM2,5) een jaargemiddelde grenswaarde van kracht. In het algemeen geldt dat bij voldoen aan de normen voor deze stoffen, een overschrijding van de normen voor de overige stoffen redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Deze grenswaarden vertegenwoordigen het niveau waaronder geen onacceptabele gezondheidseffecten of onaanvaardbare nadelige milieueffecten optreden als gevolg van de heersende concentraties aan luchtverontreiniging. De normen voor de stoffen NO2, PM10 en PM2,5 zijn opgenomen in de tabel. Richtlijn gevoelige bestemmingen In Amsterdam is de lokale Richtlijn gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit van kracht. Met deze richtlijn wordt gepoogd de potentiële gezondheidseffecten van luchtverontreinigende stoffen op gevoelige bestemmingen te beperken. Onder gevoelige bestemmingen worden verstaan: scholen (voor minderjarigen), kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen.
Het voor Hamerkwartier relevante uitgangspunt uit deze richtlijn is dat er - ongeacht de luchtkwaliteit - geen nieuwe gevoelige bestemmingen mogen worden gerealiseerd in de eerstelijns bebouwing bij stedelijke wegen met meer dan 10.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal binnen een afstand van 50 meter van de rand van de weg. Het gaat hier om de Johan van Hasseltweg en de Meeuwenlaan. Actieplan Schone Lucht De diesel- en benzineauto heeft in Amsterdam de langste tijd gehad. De gemeente wil in 2030 voldoen aan de adviesnormen van de World Health Organization. Het Actieplan Schone Lucht omschrijft hoe de gemeente dat aanpakt. Amsterdam is koploper in elektrisch vervoer. Dit wordt de komende jaren uitgebreid. Wie een elektrische auto koopt, kan een laadpaal aanvragen voor de buurt. Afhankelijk van vraag en aanbod plaatst de gemeente laadpalen bij. Laden op eigen terrein en in parkeergarages wordt belangrijker. E-rijders krijgen privileges bij parkeren en laad- en losplaatsen. En bewoners en bedrijven die overstappen op elektrisch vervoer worden met advies en/of subsidies ondersteund. Amsterdam heeft momenteel 6 milieuzones. Zij weren de meest vervuilende oude voertuigen. De milieuzones worden uitgebreid en strenger. Tabel 5-12: Normen lucht verontreinigde stoffen.
Stof Norm Grenswaarde NO2 Jaargemiddeld Maximaal 40 μg/m3 PM10 Jaargemiddeld Maximaal 40 μg/m3 PM10 Etmaalgrenswaarde Maximaal 35 maal per jaar meer dan 50 μg/m3 PM2,5 Jaargemiddeld Maximaal 25 μg/m3
Blad 67 van 249
WHO Advieswaarde Maximaal 10 μg/m3 Maximaal 15 μg/m3 Maximaal 5 μg/m3
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
5.3.2
Beoordelingskader De beoordelingscriteria voor het thema luchtkwaliteit staan in tabel 5-14. In bijlage 5 is het onderzoek naar luchtkwaliteit opgenomen. In deze paragraaf staan de effecten samengevat. Tabel 5-13: Beoordelingscriteria luchtkwaliteit. Aspect Beoordelingscriteria Stikstofdioxide (NO₂) Verandering in concentraties Fijn stof (PM₁₀ en PM₂,₅) Verandering in concentraties
Methodiek Kwantitatief Kwantitatief
Het onderzoek vergelijkt de referentiesituatie 2030 met het Projectnota-alternatief. Als grens is de zogeheten NIBM-grens aangehouden: dit is een rekenmethode waarbij tussen de -1,2 en +1,2 μg/m3 de bijdrage als ‘niet in betekende mate’ (NIBM) wordt gedefinieerd en daarmee neutraal (0) scoort. Vervolgens is in stappen van deze 1,2 μg/m3 de score positiever of negatiever. Het gaat hierbij om een gemiddelde van de verschillende toetspunten tezamen. Tabel 5-14: Nadere detaillering beoordeling effecten op de luchtkwaliteit. Bijdrage Beoordeling > -3,6 μg/m3 ++ -2,4 en -3,6 μg/m3 + -1,2 en -2,4 μg/m3 0/+ -1,2 en +1,2 μg/m3 0 +1,2 en +2,4 μg/m3 0/+2,4 en +3,6 μg/m3 > +3,6 μg/m3 --
De toetspunten waarop in het luchtkwaliteitsonderzoek de effecten zijn bepaald staan in figuur 518. Het studiegebied is iets groter dan het plangebied. Zo is ook rondom enkele toeleidende wegen van en naar het plangebied de luchtkwaliteit in beeld gebracht. Er is specifiek gebruik gemaakt van de verkeerscijfers van de huidige situatie en van het Projectnota-alternatief. De bedrijfsemissies zijn meegenomen in de achtergrondconcentraties.
Figuur 5-21: Toetspunten luchtkwaliteitsonderzoek.
Blad 68 van 249
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
5.3.3
Huidige situatie en referentiesituatie Voor het thema luchtkwaliteit is sprake van significante verschillen tussen de huidige situatie en de referentiesituatie. Dit komt voornamelijk door de autonome groei van het verkeer in en rondom het plangebied, maar ook door investeringen vanuit de EU, het Rijk en de gemeente om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt onder andere door maatregelen voor schonere auto’s en minder uitstoot in de industrie en landbouw. Hierdoor dalen de concentraties fijn stof en stikstofdioxide de afgelopen jaren sterk. Ook is de verwachting dat de luchtkwaliteit tot 2030 nog schoner wordt. Dit is in de wettelijk voorschreven rekenmodellen dan ook als autonome ontwikkeling opgenomen. Huidige situatie De luchtkwaliteit in een gebied wordt bepaald door het verkeer dat erover rijdt, maar ook door de bijdrage van andere uitstootbronnen, zoals industrie, huishoudens en landbouw: de zogenaamde achtergrondconcentraties. Ook Albemarle en andere grote bedrijven in Amsterdam en omgeving zijn opgenomen in de achtergrondconcentraties. Op sommige plaatsen is deze achtergrondconcentratie circa 70 – 80 procent van de totale concentratie. Dit is ook goed te zien in figuur 5-19 waar de opbouw van de concentratie zeer fijn stof (PM2,5) is weergegeven.
Figuur 5-22: Opbouw concentratie zeer fijn stof.
Stikstofdioxide (NO2) Om inzicht te krijgen in de huidige kwaliteit van de lucht in en rondom het Hamerkwartier, is in het luchtkwaliteitonderzoek de jaargemiddelde concentratie NO2 in beeld gebracht op basis van monitoringstool NSL. Hiervoor is het peiljaar 2017 gehanteerd. De rekenpunten in de NSL liggen op de Meeuwenlaan aan de rand van het plangebied. Hieruit blijkt dat in de huidige situatie er nul overschrijdingen van de grenswaarde van 40 µg/m3 wordt berekend. Langs de Meeuwenlaan ligt de concentratie NO2 in de huidige situatie tussen de 26,2 µg/m3 en 29,1 µg/m3. Net op de Johan van Hasseltweg richting de s116 is de concentratie 30,2 µg/m3. Op de overige plaatsen in Hamerkwartier is deze concentratie lager. Fijnstof (PM10) Op basis van de Atlas voor de Leefomgeving kan (indicatief) aangegeven worden wat de concentratie van fijnstof in Hamerkwartier is in de huidige situatie. Ook hiervoor is het peiljaar 2017 voor gebruikt. Zoals uit figuur 5-20 is op te maken, ligt de gemiddelde concentratie fijnstof in het plangebied rond de 18-19 µg/m3. Dit betekent dat in de huidige situatie wordt voldaan aan zowel de wettelijke grenswaarde van 40 µg/m3, maar ook aan de WHO-streefwaarde van 20 µg/m3.
Blad 69 van 249
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
Zeer fijnstof (PM2,5) Op basis van de Atlas voor de Leefomgeving is ook inzichtelijk gemaakt wat de concentratie zeer fijnstof in Hamerkwartier is, zie figuur 5-21. Ook hiervoor is peiljaar 2017 gebruikt. De gemiddelde concentratie zeer fijnstof ligt op 11-12 µg/m3. Dit is in de huidige situatie ruim onder de wettelijke grenswaarde, maar net boven de WHO-streefwaarde voor een gezonde leefomgeving.
Figuur 5-23: Concentratie fijnstof, 2017 (PM10).
Figuur 5-24: Concentratie zeer fijnstof, 2017 (PM2,5).
Tot slot wordt nog opgemerkt dat de ‘witte rook’ vanuit Albemarle waterstof betreft en dat dit geen impact heeft op de leefomgevingskwaliteit en luchtkwaliteit. Voor eventuele andere stoffen
Blad 70 van 249
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
en emissies is Albemarle gebonden aan de eisen uit de milieuvergunning die ervoor zorgen dat er geen te hoge concentraties optreden (zie paragraaf 5.4). Referentiesituatie Stikstofdioxide (NO2) In de referentiesituatie liggen de concentraties voor stikstofdioxide (NO 2) tussen de 15 en 17 µg/m3. Dit is een daling van de concentraties ten opzichte van de huidige situatie met ruim 12 microgram per kubieke meter. Dit komt vooral door de maatregelen op Europees, landelijk en lokaal niveau. De concentraties van de verschillende toetspunten liggen dicht bij elkaar qua waarden. De hoogste waarden zijn echter niet meer berekend langs de Meeuwenlaan, maar langs de Hamerstraat en het oostelijke deel van de Johan van Hasseltweg. Dit komt omdat hier bebouwing dicht op de weg staat en daardoor de concentraties zich enigszins ‘ophopen’. Fijnstof (PM10) In de referentiesituatie (2030) liggen de concentraties fijn stof tussen de 17,3 en 17,9 µg/m3. Dit is circa 1 á 2 microgram lager dan in de huidige situatie. De concentraties zijn het hoogst bij toetspunt 13, omdat hier de bebouwing dicht bij de weg gelegen is. Zeer fijnstof (PM2,5) In de referentiesituatie (2030) liggen de concentraties fijn stof tussen de 9,4 en 10,3 µg/m3. Dit is circa 1 á 2 microgram lager dan in de huidige situatie. De concentraties zijn het hoogst bij toetspunt 13, omdat hier de bebouwing dicht bij de weg gelegen is.
De WHO-streefwaarden worden net wel/net niet gehaald in het plangebied.
5.3.4
Projectnota-alternatief Door de transformatie van het Hamerkwartier neemt het verkeer toe. Er is worst-case gerekend met de traditionele wijze van verkeersgeneratie zonder aanvullende maatregelen. De bedrijvigheid die mogelijk wordt gemaakt is mengbaar met wonen. Hiervoor is het uitgangspunt gehanteerd dat milieu-categorie 3.1 nog mengbaar is met woonfuncties. De resultaten van het luchtkwaliteitonderzoek zijn hieronder in de tabel weergegeven. Tabel 5-15: Concentraties luchtverontreinigende stoffen diverse situaties Hamerkwartier. Component Ref. 2030 Plan 2030 Plan 2030 (1,5 meter) (1,5 meter) (50 meter) NO2 Concentratie 20,18 20,12 19,98 µg/m3 Aantal 0 0 0 overschrijdingen normuur Fijnstof PM10 Concentratie 16,77 16,77 19,99 µg/m3 Aantal 7 7 21 overschrijdingen normuur Zeer fijnstof PM2,5 Concentratie 9,13 9,11 11,36 µg/m3
Blad 71 van 249
Norm 40 18
40 35
25
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
In bovenstaande tabel is de hoogste berekende concentratie gegeven ter hoogte van alle beoordelingspunten. Uit de berekeningen blijkt duidelijk dat de normen voor luchtkwaliteit niet worden overschreden door de activiteiten. Tevens blijkt uit de berekening op 50 meter hoogte de bijdrage door hoger gelegen stofemissiepunten van Albemarle: de concentratie fijn stof is daar ongeveer 3,2 µg/m3 hoger dan op leefniveau (voor zeer fijn stof is dat ca. 2,3 µg/m3). Op 50 meter hoogte is de blootstelling aan stikstofdioxide lager dan op leefniveau. Dit wordt verklaard doordat de bijdrage van verkeer in het plangebied op deze hoogte lager is (het verkeer rijdt ten slotte op leefniveau). Wat verder opvalt is dat de totale berekende concentratie op leefniveau, en ook de totale bronbijdrage op leefniveau in de plansituatie lager is dan de referentiesituatie. Dit komt doordat de emissies van de bedrijvigheid hoger is in de referentiesituatie dan in de plansituatie. Dit heeft netto meer effect dan de verkeerstoename in de plansituatie. N.B. Deze vergelijking is op 50 m hoogte niet uitgevoerd: hiervoor is alleen berekend wat de plansituatie is, aangezien er in de referentiesituatie geen hoogbouw is. Het effect op de concentratie NO2 ten gevolge van de plansituatie ten opzichte van de referentiesituatie is een afname van maximaal 0,06 µg/m3.
Er is geen effect op de concentratie PM10 ten gevolge van de plansituatie ten opzichte van de referentiesituatie: deze blijft op leefniveau gelijk. Het effect op de concentratie PM2,5 ten gevolge van de plansituatie ten opzichte van de referentiesituatie is een afname van maximaal 0,02 µg/m3. Op basis van de beoordelingscriteria geldt dat deze in niet-betekende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit en daarom een neutrale (0) beoordeling krijgen. Toetsing aan de WHO Advieswaarden De hoogte van de concentraties voldoet overal aan de waarden vanuit de Wet milieubeheer. Echter, de concentraties voldoen niet overal aan de in 2021 geactualiseerde WHO-advieswaarden vanuit gezondheidsperspectief. De grenswaarde van 10 µg/m3 voor stikstofdioxide wordt overschreden aangezien op de meeste rekenpunten de concentraties boven de 17 µg/m3 liggen. Voor fijnstof ligt de WHO-advieswaarde op 15 µg/m3, maar wordt op de rekenpunten net overschreden met waarden rond de 16 µg/m3. Zeer fijnstof heeft een WHO-advieswaarde van 5 µg/m3, maar ook deze wordt ruim overschreden door gemiddeld rond de 9 µg/m3 uit te komen. Deze overschrijdingen van de WHOadvieswaarden is niet direct te relateren aan ofwel verkeer of aanwezige bedrijvigheid: ook op afstand van deze bronnen wordt WHO-advieswaarde niet gehaald. Dit is in een hoogstedelijke omgeving lastig te bewerkstelligen door alle aanwezige bronnen.
Hamerkwartier is hiermee dus ook niet ongezonder dan andere transformatiegebieden in Amsterdam. Uitstoot (zeer) fijnstof en stikstofdioxide door Albemarle De concentraties fijn stof en stikstofdioxide door Albemarle zijn opgenomen in de achtergrondconcentratie. Door LBP Sight is in Bijlage 6 daarnaast inzichtelijk gemaakt wat het effect van de uitstoot van deze stoffen is op grotere hoogten. Uit deze analyses blijkt het effect van Albemarle toeneemt met de hoogte. Het effect is echter beperkt tot maximaal 2,0 µg/m3 voor fijn stof op 50 meter hoogte. De hoogste concentraties zijn het meest relevant voor de dichtstbijzijnde gesitueerde hoogbouw. Voor stikstofdioxide is deze bijdrage iets hoger, namelijk tussen de 2,0 en 5,0 µg/m3 op 50 meter hoogte. Echter, in beide gevallen wordt ruim aan de wettelijke grenswaarden voldaan.
Blad 72 van 249
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
Overige luchtverontreinigende stoffen Voor een beoordeling van de overige luchtverontreinigende stoffen waarvoor in de Wet milieubeheer grenswaarden zijn opgenomen is in het luchtkwaliteitonderzoek aangetoond dat de grenswaarden voor die stoffen niet worden overschreden. Het gaat hier dan om roet, ozon, koolmonoxide, zwaveldioxide en benzeen. Hierbij kan eveneens worden opgemerkt dat de activiteiten die het plan mogelijk maken geen relevante bijdrage hebben aan de concentraties van deze overige luchtverontreinigende stoffen. Zoals uit ook uit bijlage 5 blijkt, spelen deze stoffen op grotere hoogten (boven de 50 meter) speelt ook geen rol van betekenis.
5.3.5
Beoordeling Toetsing van het Projectnota-alternatief De effectbeschrijving in de voorgaande paragraaf leidt tot de volgende scores op het thema luchtkwaliteit. Tabel 5-16: Beoordeling luchtkwaliteit. Aspect Beoordelingscriteria Stikstofdioxide (NO₂) Verandering in concentraties Fijn stof (PM₁₀ en PM₂,₅) Verandering in concentraties
Beoordeling 0 0
Toetsing aan de ambities Binnen het plangebied voldoet de transformatie aan alle grenswaarden. Ook zijn de toenamen van de concentraties voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen zeer beperkt: verkeer heeft een grotere (maar nog steeds beperkte) bijdrage dan de bedrijfsemissies. Hiermee zorgen deze effecten voor een neutrale bijdrage aan de ambities op het gebied van leefbaarheid. Ook aan de andere ambities levert dit thema geen negatieve of positieve bijdrage.
5.3.6
Nadere keuze en spelregels Nadere keuze Voor luchtkwaliteit hoeft geen nadere keuze gemaakt te worden. Spelregels Algemene spelregel Toepassing Richtlijn gevoelige bestemmingen Als gevolg van de intensiteiten op de Johan van Hasseltweg en de Meeuwenlaan (boven de 10.000 motorvoertuigen per etmaal), zijn gevoelige bestemmingen in de eerste lijn niet toegestaan, tenzij deze op 50 meter van de betreffende wegen worden gesitueerd. Onder gevoelige bestemmingen
Blad 73 van 249
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
worden scholen (voor minderjarigen), kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen verstaan. Aanmoediging gebruik elektrische auto conform Actieplan Schone Lucht Bij nieuwe ontwikkelingen dient minimaal 25 procent van de autoparkeerplaatsen geschikt te zijn voor elektrische auto’s door aanwezigheid van oplaadpalen.
Blad 74 van 249
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
5.4
Externe veiligheid en nautische veiligheid
5.4.1
Wettelijk kader Externe veiligheid Externe veiligheid gaat in op de kans en de bijbehorende effecten van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Hierbij kan het gaan om opgeslagen stoffen bij o.a. bedrijven en LPGtankstations, maar ook stoffen die worden getransporteerd over de weg, het water, per spoor of door buisleidingen en luchthavens. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en voor transport het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen de risicobronnen (zoals een inrichting of een bedrijf, een weg waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd of een hogedruk aardgastransportleiding) en (beperkt) kwetsbare objecten, waar veel mensen gedurende enige tijd verblijven. Kwetsbare objecten zijn in ieder geval ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, scholen en burgerwoningen (meer dan twee woningen/hectare), ook kantoren groter dan 1.500 m2 en gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn vallen onder kwetsbare objecten.
Beperkt kwetsbare objecten zijn nagenoeg alle niet kwetsbare objecten die bedoeld zijn voor menselijk verblijf, zoals kantoren kleiner dan 1.500 m 2, gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn en woning (maximaal twee woning/hectare). Voor de effecten van risicobronnen op deze (beperkt) kwetsbare objecten gelden twee criteria: • Het ‘Plaatsgebonden Risico’ (PR): dit wordt weergeven met een contour, die aangeeft tot waar het risico groter is dan 1 op een miljoen (10-6) per jaar om te komen te overlijden als een fictief persoon het hele jaar zich binnen deze contour bevindt. Binnen deze contour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn of worden geprojecteerd. •
Het ‘Groepsrisico’ (GR): Dit wordt weergeven in een grafiek waarin de kans op een ongeval wordt afgezet tegen het potentieel aantal dodelijke slachtoffers. Voor het berekenen van de hoogte wordt gekeken hoeveel mensen en op welke afstand tot de risicobron er aanwezig zijn binnen het invloedgebied van de risicobron. Het invloedgebied is een contour vanaf de risicobron, die aangeeft tot waar nog 1% van de mensen komt te overlijden bij een calamiteit. Voor het groepsrisico geldt geen harde normering, maar wel een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag bepaalt of de kans op ongeval en het potentieel aan slachtoffers voor haar acceptabel is. Hierbij worden ook aspecten als de mogelijkheid om jezelf in veiligheid te brengen (voldoende vluchtwegen) en voldoende bluswatervoorzieningen meegewogen in dit besluit.
Als binnen een invloedsgebied een activiteit plaatsvindt, zoals het toestaan van objecten, moet de mogelijke verandering van het groepsrisico verantwoord worden. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag het groepsrisico te berekenen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht, bijvoorbeeld door maatregelen die de zelfredzaamheid bij ongevallen met gevaarlijke stoffen kunnen bevorderen. Ook als het groepsrisico niet of nauwelijks verandert, wordt deze beperkt verantwoord.
Blad 75 van 249
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
Uitvoeringsbeleid Externe Veiligheid Amsterdam De gemeente Amsterdam wil haar burgers een veilige leefomgeving bieden. Het uitvoeringsbeleid geldt voor centraal stedelijke besluiten en draagt bij aan een ontwikkeling van Amsterdam als duurzame stad en biedt extra bescherming aan minder zelfredzame personen. Daarnaast voorkomt het dat in gemeentelijke besluiten op verschillende wijze met risico’s wordt omgegaan. Om de risico’s voor kwetsbare, minder zelfredzame groepen(kinderen, ouderen, zieken) te verminderen moet worden voorkomen dat deze groepen al te dichtbij risicobronnen verblijven. Deze groepen zijn minder zelfredzaam in geval van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit is in lijn met de richtlijn gevoelige bestemmingen in het kader van luchtkwaliteit. Concreet betekent dit dat in nieuwe ruimtelijke plannen een strook langs transportassen met structureel vervoer van gevaarlijke stoffen (rijkswegen (80 meter), enkele spoortrajecten (100 meter)), hogedruk aardgastransportleidingen (ca 25 tot 175 meter) en rond risicobedrijven wordt vrijgehouden van nieuwe bestemmingen die specifiek bestemd zijn voor deze groepen. Belevingsonderzoek RIVM De gemeente is ervan op de hoogte dat het RIVM in 2018 een pilot heeft uitgevoerd om de beleving van veiligheid te onderzoeken door middel van een zogenoemde belevingsthermometer.
In de pilot is onderzocht welke factoren samenhangen met de veiligheidsbeleving van omwonenden van activiteiten met gevaarlijke stoffen, zoals het vertrouwen in risicobeheersing of het vertrouwen in zelfredzaamheid. Gedurende de ontwikkeling van Hamerkwartier wordt gemonitord of nog steeds voldaan wordt aan de doelstellingen wordt voldaan. Nautische veiligheid Nautische veiligheid heeft betrekking op de mate van een vlotte en veilige doorvaart voor de beroeps- en reactievaart op het IJ. Het IJ valt in CEMT-klasse VIb, is onderdeel van de zeehaventoegang en daarnaast is het plangebied gelegen nabij een vaarwegsplitsing of havenuitvaart. Conform het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) betekent dit een vrijwaringszone van 50 meter aan weerszijden van de Rijksvaarweg, gemeten vanaf de begrenzing van de vaarweg. De vrijwaringszone heeft met name als doel de doorvaart van de schepen te bevorderen en zichtlijnen te behouden en daarmee de nautische veiligheid te bevorderen.
5.4.2
Beoordelingskader In tabel 5-17 staat het beoordelingskader voor externe veiligheid en nautische veiligheid. In bijlagen 7 en 8 zijn deze onderzoeken opgenomen. In deze paragraaf staan de effecten samengevat. Tabel 5-17: Beoordelingscriteria externe veiligheid. Aspect Beoordelingscriteria Plaatsgebonden risico Omvang plaatsgebonden risico Groepsrisico Omvang groepsrisico en impact Nautische veiligheid Vlotte en veilige doorvaart op het IJ (zicht, radarverstoring, lichthinder op schepen)
Blad 76 van 249
Methodiek Kwantitatief/kwalitatief Kwantitatief/kwalitatief Kwalitatief
Milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier projectnummer 0436879.100 23 december 2021 revisie v7 Gemeente Amsterdam
5.4.3
Huidige situatie en referentiesituatie Voor externe veiligheid en nautische veiligheid is de huidige situatie gelijk aan de referentiesituatie. Enkel voor Albemarle is een aparte beschouwing in de vorm van een gevoeligheidsanalyse gegeven met het zicht op dat zij mogelijk uitbreiden tussen de huidige situatie en de referentiesituatie (zie ook het kader in paragraaf 3.1). Externe veiligheid In figuur 5-23 staan de relevante risicobronnen en de bijbehorende grootste EV-zones in en rondom het plangebied.
Figuur 5-25: Risicobronnen en hun grootste EV-zones (paars), vervoer van gevaarlijke stoffen van en naar Albemarle (blauwe pijl). (Bron: Signaleringskaart EV 2019)
De volgende risicobronnen zijn relevant voor het plangebied: Tabel 5-18: Relevante risicobronnen met plaatsgebonden risicocontour (10-6/jaar) en groepsrisico. Risicobron Plaatsgebonden risicocontour Groepsrisico relevant? relevant? Het IJ – vervoer van gevaarlijke stoffen Nee Beperkt Albemarle – Brzo-inrichting Ja Ja Hogedruk aardgastransportleiding Nee Ja Route gevaarlijke stoffen (spoor) Nee Beperkt Route gevaarlijke stoffen (weg) Nee Beperkt
Blad 77 van 249