Bijlage 6.Geo93-algemene bepalingen amsterdam verzameld a5-toegankelijk
Tekst van het document
2
3
4
5
120
e uitgifte geschiedt bij akte, te verlijden ten overstaan van een van D gemeentewege, na overleg met de wederpartij, aan te wijzen hier ter stede gevestigde notaris. In de akte, bedoeld in het bepaalde onder 1, wordt melding gemaakt van: a. het gebruik, dat van het terrein en de daarop te stichten opstallen, met inachtneming van de krachtens wettelijke voorschriften daaraan gegeven bestemming, mag worden gemaakt; b. de jaarlijkse pachtsom (canon) zomede de vervaldagen van de halfjaarlijkse termijnen, waarin deze moet worden betaald; c. de Algemene Bepalingen, welke met betrekking tot het erfpachtsrecht van toepassing zullen zijn, benevens die bepalingen, welke van deze toepasselijkheid worden uitgezonderd, en voorts de bijzondere bepalingen, welke worden gesteld; d. de grenzen van het bouwblok, waarin het in erfpacht uit te geven terrein is gelegen; e. de datum, waarop het eerste terrein in dat bouwblok gelegen, werd uitgegeven. Een door partijen voor echt erkende en ten bewijze daarvan door haar gewaarmerkte kaart van het in erfpacht uit te geven terrein, gelijk het is gelegen in het bouwblok, in het bepaalde onder 2, sub d, bedoeld, wordt aan de akte van uitgifte vastgehecht.
Burgemeester en Wethouders kunnen, alvorens een voorstel tot uitgifte in erfpacht van een terrein in behandeling te nemen, storting van een waarborgsom vorderen tot ten hoogste het bedrag van de vermoedelijke canon, onder door hen nader te bepalen voorwaarden, betreffende het eventueel vervallen van de waarborgsom ten bate van de Gemeente en betreffende eventuele terugbetaling of verrekening van die som. Na de schriftelijke aanbieding door of namens Burgemeester en Wethouders
van een in erfpacht uit te geven terrein kan storting van een jaarlijkse reserveringsvergoeding worden gevorderd tot het bedrag van de vermoedelijke canon, onder door Burgemeester en Wethouders nader te bepalen voorwaarden. II Vast te stellen de volgende Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht:
artikel 1 - Vrijwaring door de Gemeente De Gemeente is bij de uitgifte van het goed jegens de eerste erfpachter tot vrijwaring gehouden in de gevallen en met de gevolgen, als in het Burgerlijk Wetboek ten aanzien van de verkoper is bepaald.
artikel 2 - Hoofdelijkheid Indien het erfpachtsrecht aan meer personen toekomt, is ieder van hen hoofdelijk aansprakelijk voor de naleving van de bepalingen, welke ingevolge de akte van uitgifte voor die erfpacht gelden, behoudens het bepaalde in art. 7, 2de lid, en in art. 32.
artikel 3 - Wijziging canon en voorwaarden 1 2
3
4
5
6
e Algemene Bepalingen kunnen te allen tijde door de Gemeenteraad worden D herzien. Wijzigingen, overeenkomstig het bepaalde in het voorgaande lid tot stand gekomen, treden bouwbloksgewijze in werking telkenmale op het tijdstip, waarop een tijdvak van 50 jaar is verlopen, sinds het eerste terrein in dat bouwblok in voortdurende erfpacht werd uitgegeven. Ten minste vier jaar vóór de afloop van een tijdvak, als in het voorgaande lid bedoeld, wordt de erfpachter en de hypotheekhouders op het erfpachtsrecht en de opstallen - de laatsten aan het door hen ingevolge art. 1231 juncto art. 1234 van het Burgerlijk Wetboek gekozen domicilie - kennis gegeven van de wijzigingen in de bepalingen, welke gedurende het volgende tijdvak voor het erfpachtsrecht van kracht zullen zijn. Ten aanzien van een erfpachter, aan wie een kennisgeving, als in het voorgaande lid bedoeld, niet is gedaan, wordt geacht in de bepalingen geen wijziging te zijn gebracht. De canons, waarvoor de in één bouwblok gelegen terreinen zijn uitgegeven, worden herzien telkenmale in het jaar, voorafgaande aan het laatste jaar van een tijdvak, in het 2de lid bedoeld. Herziening van de voorwaarden en van de canons kan voorts worden gevorderd, indien verandering in het gebruik van de grond en de opstallen en/ of in het op de grond gebouwde krachtens vergunningen, als bedoeld in art. 6
Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam
121
ALGEMENE BEPALINGEN VOOR VOORTDURENDE ERFPACHT 1966
7
8
9
10
11
12
onder a en b, daartoe naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders aanleiding geeft. Hetgeen in het 7de lid is bepaald omtrent de vaststelling van de canons door deskundigen, is op de herziening van de canons op grond van verandering in het gebruik en/of in het gebouwde niet van toepassing. De herziening van de canons geschiedt, indien daaromtrent tussen partijen geen overeenstemming is verkregen, door deskundigen, die daarbij rekening zullen houden met de wijziging van de bepalingen, opgenomen in de kennisgeving, bedoeld in het 3de lid; de deskundigen zullen van de overwegingen, welke hebben geleid tot hun herzieningsbesluit een rapport zenden aan Burgemeester en Wethouders. De nieuwe canons worden, indien tussen partijen geen overeenstemming is verkregen, bij de akte, bedoeld in art. 4, 1ste lid, vastgesteld op het door deskundigen bepaalde bedrag. Het bedrag van de canon, volgens het in het 6de lid, dan wel volgens het in het 7de lid bepaalde vastgesteld, wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de erfpachter en van de hypotheekhouders op het erfpachtsrecht en de opstallen, aan het door deze ingevolge art. 1231 juncto 1234 van het Burgerlijk Wetboek gekozen domicilie. De nieuwe canons zijn verschuldigd telkenmale bij de aanvang van een tijdvak, bedoeld in het 2de lid, tenzij de herziening heeft plaatsgevonden op grond van het in het 6de lid bepaalde.
De inwerkingtreding valt alsdan samen met het tijdstip, waarop de vergunningen geacht worden te zijn ingegaan. Onverminderd het in de leden 1 tot en met 10 bepaalde, wordt binnen een tijdvak van 50 jaar, als bedoeld in het 2de lid, de canon na verloop van 5, 10, 15, 20, 25, 30, 35, 40 en 45 jaar sinds de datum, waarop het tijdvak is ingegaan, bouwbloksgewijze aangepast bij het verloop van het algemeen prijsniveau. De aangepaste canon wordt gevonden door de geldende canon te vermenigvuldigen met een voor elk kalenderjaar vast te stellen aanpassingscoëfficiënt. De aangepaste canon wordt naar boven afgerond op hele euro’s; deze canon wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de erfpachter en de hypotheekhouders. Te late kennisgeving kan de erfpachter noch ontslaanvan zijn verplichting tot bijbetaling, noch zijn recht op terugbetaling teniet doen. Het in de leden 7, 8, 9 en 10 bepaalde is ten aanzien van de aanpassing van de canon niet van toepassing. De voor een kalenderjaar geldende aanpassingscoëfficiënt, als bedoeld in lid 11, wordt berekend door toepassing van de formule
a c — : — b d
122
de letter a: de waarde van het binnenlands product (netto, marktprijzen) in lopende prijzen, in het tweede jaar, voorafgaande aan het in dit lid bedoelde kalenderjaar, zoals die waarde wordt bekendgemaakt door het Centraal Bureau voor de Statistiek; de letter c: de overeenkomstige waarde in het zevende jaar, voorafgaande aan het in dit lid bedoelde kalenderjaar; de letter b: de waarde van het binnenlands product (netto, marktprijzen) in constante prijzen, in het tweede jaar, voorafgaande aan het in dit lid bedoelde kalenderjaar, zoals die waarde wordt bekendgemaakt door het Centraal Bureau voor Statistiek; de letter d: de overeenkomstige waarde in het zevende jaar, voorafgaande aan het in dit lid bedoelde kalenderjaar. Indien door enige oorzaak een of meer waarden in dit lid voorgesteld door de letters a, b, c en d, niet of niet tijdig bekend zijn, wordt de in dit lid bedoelde aanpassingscoëfficiënt door de Gemeenteraad bepaald op een wijze, die zoveel mogelijk overeenkomt met de wijze van berekening, die in dit lid is omschreven. 13 De voor een kalenderjaar geldende aanpassingscoëfficiënt, bepaald zoals aangegeven in lid 12, wordt door Burgemeester en Wethouders vastgesteld en in het jaar, dat aan het in lid 12 bedoelde kalenderjaar voorafgaat, in het Gemeenteblad afdeling 3, bekendgemaakt.
14 Indien het bedrag van de vijfjaarlijkse canonaanpassing in procenten uitgedrukt uitgaat boven het totale percentage van de wettelijk toegestane huurverhogingen voor het op de grond gebouwde sinds het tijdstip van ingang van de geldende canon, wordt het percentage van de canonaanpassing gelijkgesteld met het percentage van bedoelde wettelijk toegestane huurverhogingen.
artikel 4 - Notariële akte van wijzigingen 1
2
artikel 5 - Verplichtingen van de erfpachter 1
, waarin voorstelt:
innen 6 maanden na dagtekening van de kennisgeving, bedoeld in het 9de B lid van art. 3, worden de herzieningen van de canon en van de bepalingen bij akte, te verlijden ten overstaan van een van gemeentewege, na overleg met de wederpartij, aan te wijzen hier ter stede gevestigde notaris, geconstateerd. Tot het opmaken van deze akte zal de erfpachter medewerking verlenen; de kosten van die akte zullen voor de helft door hem, voor de andere helft door de Gemeente worden gedragen.
e erfpachter is verplicht: D a. binnen de tijd, bij de akte van uitgifte bepaald, de grond te bebouwen en deze nadien bebouwd te houden; b. indien de grond met de daarop gebouwde opstallen bij de akte van
Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam
123
ALGEMENE BEPALINGEN VOOR VOORTDURENDE ERFPACHT 1966
2
uitgifte is bestemd tot de uitoefening van een bedrijf, dit bedrijf binnen drie jaar na de datum van akte in werking te stellen; c. indien de grond bij de akte van uitgifte is bestemd voor woningbouw, het niet door bebouwing en door bij die bebouwing behorende schuren, tuinhuizen en dergelijke ingenomen gedeelte van de uitgegeven grond, binnen de onder a bedoelde termijn, als tuin aan te leggen en vervolgens als tuin aangelegd te houden, een en ander ten genoegen van Burgemeester en Wethouders; d. bijaldien het onder c bedoelde gedeelte van de uitgegeven grond in verschillende tuinen mocht worden verdeeld, deze onderling af te sluiten op de door Burgemeester en Wethouders te bepalen wijze; e. de uitgegeven grond, voor zover de afsluiting niet plaatsheeft door gevelmuren, binnen de onder a bedoelde termijn van de openbare weg en van de overige belendingen af te sluiten op de door Burgemeester en Wethouders te bepalen wijze en vervolgens daarvan afgesloten te houden; f. de onder d en e bedoelde afsluitingen te vernieuwen, zodra en voor zover Burgemeester en Wethouders zulks nodig achten, en wel binnen een door hen te stellen termijn; g. de overeenkomstig het bepaalde onder d en e gemaakte alsmede de eventueel vernieuwde afsluitingen in goede staat te onderhouden ten genoegen van Burgemeester en Wethouders; h.
de uitgegeven grond en de zich daarop bevindende opstallen, ten genoegen van Burgemeester en Wethouders, behoorlijk te onderhouden; i. te gedogen: •• dat aan hetgeen op de uitgegeven grond zich bevindt worden aangebracht zovele elektrische geleidingen, draden, isolatoren, muurrozetten, schakelkasten, steunijzers en dergelijke (een en ander met toebehoren), als door Burgemeester en Wethouders nodig wordt geacht; •• dat deze geleidingen, draden, isolatoren, muurrozetten, schakelkasten, steunijzers en dergelijke (een en ander met toe behoren) worden hersteld of vernieuwd, wanneer dit door Burgemeester en Wethouders zal worden gelast; j. al hetgeen ingevolge het bepaalde onder i is aangebracht bevestigd te laten. Alle schade, welke een onmiddellijk gevolg is van het aanbrengen, bestaan, herstellen of vernieuwen van de elektrische geleidingen, draden, isolatoren, muurrozetten, steunijzers en dergelijke (een en ander met toebehoren), zal door de Gemeente, naar haar keuze, op haar kosten worden hersteld of aan de rechthebbende worden vergoed.
artikel 6 - Verbodsbepalingen Het is de erfpachter niet geoorloofd: a. in het gebruik van het goed en van de daarop te stichten opstallen verandering te brengen zonder voorafgaande schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders, welke vergunning ook voor bepaalde tijd of tot wederopzegging kan worden verleend; b. in het op de grond gebouwde verandering te brengen, zonder voorafgaande schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders; c. het bedrijf, tot de uitoefening waarvan de grond met de daarop gebouwde opstallen bestemd is, langer dan drie achtereenvolgende jaren buiten werking te laten; d. de op de grond bij de aanvang van zijn recht aanwezige of daarop later gebouwde opstallen, hetzij geheel hetzij gedeeltelijk, te slopen zonder voorafgaande schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders, aan welke vergunning de door dat College nodig geachte voorwaarden kunnen worden verbonden; e. op de grond en in hetgeen daarop is of zal worden gebouwd werkzaamheden te verrichten of een bedrijf uit te oefenen, waarvan, naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders, gevaar, schade of hinder dan wel bezwaar uit een oogpunt van welstand of aantasting van de hygiëne van het milieu te duchten is, zonder voorafgaande schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders, welke vergunning ook voor bepaalde tijd of tot wederopzegging kan worden verleend; f.
de grond mede te gebruiken voor het plaatsen of aanbrengen van dode voorwerpen, waarvan, naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders, gevaar, schade of hinder dan wel bezwaar uit een oogpunt van welstand te duchten is; g. het hem in erfpacht uitgegeven goed te splitsen en zijn recht op een gedeelte daarvan over te dragen zonder medewerking en voorafgaande schriftelijke goedkeuring van Burgemeester en Wethouders; h. het erfpachtsrecht en het op het hem in erfpacht uitgegeven goed gebouwde te splitsen in appartementen, zonder voorafgaande schriftelijke goedkeuring van Burgemeester en Wethouders; i. van het erfpachtsrecht afstand te doen.
artikel 7 - Vaststelling canon bij splitsing 1
2
124
Indien een erfpachtsrecht wordt gesplitst, stellen Burgemeester en Wethouders dat gedeelte van de tot het moment van de splitsing geldende canon vast, hetwelk voor elk van de nieuw te vormen erfpachtsrechten als canon zal gelden. Indien een splitsing in appartementen plaatsvindt, stellen Burgemeester en
Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam
125
ALGEMENE BEPALINGEN VOOR VOORTDURENDE ERFPACHT 1966
Wethouders desgevraagd en zo daartoe naar hun mening termen bestaan, in afwijking van het bepaalde bij art. 2, vast, voor welk gedeelte van de canon iedere medegerechtigde tot het erfpachtsrecht aansprakelijk zal zijn.
5
artikel 8 - Betaling van de canon 1
2
3
e betaling van de canon geschiedt zonder enige korting uit welken hoofde D ook, bij vooruitbetaling in halfjaarlijkse termijnen, op de vervaldagen en ter plaatse, door Burgemeester en Wethouders aan te wijzen. Alle rijks-, provinciale, Gemeente-, of waterschapsbelastingen alsmede alle andere lasten, welke op of ter zake van de eigendom van de grond worden geheven, komen ten laste van de erfpachter. De lasten, die de Gemeente voor de erfpachter mocht hebben betaald, komen in meerdering van de eerstvolgende te betalen termijn van de canon en worden geacht daarmede één geheel uit te maken. Heeft een betaling van het aan de Gemeente verschuldigde niet plaatsgehad binnen 14 dagen na de vervaldag, dan zal een boete verschuldigd zijn ten bedrage van 1/2% van de verschuldigde termijn met een minimum van ƒ 1. Deze boete zal voor elke volle maand, waarmede de betaling wordt uitgesteld na verloop van bedoelde 14 dagen, genoemd in de voorgaande zin, met 1/2% van de verschuldigde termijn worden verhoogd.
artikel 10 - Vrijwaring door de erfpachter De erfpachter vrijwaart de Gemeente voor alle vergoeding van kosten, schade en interessen, waartoe zij ingevolge het bepaalde bij art. 1405 van het Burgerlijk Wetboek wegens de gehele of gedeeltelijke instorting van de, op de in erfpacht uitgegeven grond staande, opstallen mocht worden veroordeeld.
artikel 11 - Bezwaring en overgang, enz. van het erfpachtsrecht 1
artikel 9 - Vooruitbetaling en terugbetaling canon 1
2
3
4
126
urgemeester en Wethouders kunnen met de erfpachter overeenkomen, B dat de nog niet verschenen erfpachtstermijnen, behoudens een bedrag van ƒ 1 per jaar over het lopende tijdvak, als bedoeld in art. 3, door betaling van een bedrag ineens worden voldaan. De vooruitbetaling wordt geconstateerd bij onderhandse akte, welke de Gemeente doet overschrijven in de openbare registers. Tegen een weigering van Burgemeester en Wethouders om een overeenkomst aan te gaan als bedoeld kan de erfpachter binnen twee maanden schriftelijk in beroep gaan bij de Gemeenteraad. Dit beroep houdt in de gronden, waarop het steunt. Het bedrag van de vooruitbetaling, als bedoeld in het vorige lid, wordt door Burgemeester en Wethouders in overleg met de erfpachter bepaald op een zodanig bedrag, als nodig is om de Gemeente schadeloos te stellen wegens derving van canon. Tussentijdse beëindigingvan het erfpachtsrecht geeft geen recht op terugbetaling van een gedeelte van het vooruitbetaalde bedrag, behoudens in geval van beëindiging van het recht, als bedoeld in art. 14. Het bedrag, hetwelk in het geval, voorzien in het voorgaande lid, zal worden terugbetaald, zal worden berekend met gebruikmaking van dezelfde factoren,
als voor het bepalen van het bedrag, bedoeld in het 2de lid, hebben gegolden. Indien het erfpachtsrecht en de opstallen met hypotheek zijn bezwaard, zullen de hypotheekhouders een zelfstandig vorderingsrecht hebben op de terugbetaling, bedoeld in het vorige lid, tot een bedrag als aan ieder van hen zou toekomen, indien het gold een verdeling van de koopprijs in geval van executie van het erfpachtsrecht en de opstallen, gelijk dit bedrag door Burgemeester en Wethouders zal worden vastgesteld. De erfpachter zal op het overblijvende bedrag recht hebben.
2
3
4
De erfpachter is verplicht, zich te onthouden van al datgene, wat: a. ten gevolge kan hebben, dat derden op de grond en op de opstallen zakelijke of persoonlijke rechten verkrijgen, welker voortbestaan niet afhankelijk is van het bestaan van het erfpachtsrecht; b. een overgang van het erfpachtsrecht kan veroorzaken of ten gevolge hebben, waardoor de bepalingen van het erfpachtscontract op dat erfpachtsrecht niet van toepassing zouden zijn. Overdracht van het erfpachtsrecht in zijn geheel of voor een onverdeeld aandeel, splitsing van het erfpachtsrecht, verdeling van de canon bij splitsing in appartementen, inbreng in een vennootschap alsmede scheiding van dat recht tussen gezamenlijke rechthebbenden moet bij authentieke akte geschieden. Van overgang van het erfpachtsrecht, waaronder voor de toepassing van deze voorwaarden mede begrepen wordt overgang ten gevolge van inbreng in een vennootschap en van scheiding, wordt binnen zes maanden aan Burgemeester en Wethouders kennis gegeven met overlegging van bewijsstukken, waaruit die overgang blijkt, alsmede van een behoorlijk ingevulde en ondertekende verklaring, opgemaakt volgens formulier A, behorende bij deze bepalingen, en een authentiek afschrift of uittreksel van de in de openbare registers overgeschreven titel, hetwelk ook de dagtekening, het deel en het nummer van de overschrijving vermeldt.
Zolang een kennisgeving, als bedoeld in het voorgaande lid, niet is gedaan, alsmede indien het voorschrift, vervat in het tweede lid, niet in acht is genomen, kan de erfpachter aan het feit van de overgang generlei rechtsgevolg tegenover de Gemeente ontlenen.
Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam
127
ALGEMENE BEPALINGEN VOOR VOORTDURENDE ERFPACHT 1966
5
e erfpachter is verplicht, bij splitsing in appartementen van het erfpachtsrecht D en het op het hem in erfpacht uitgegeven goed gebouwde aan de Gemeente een afschrift van de splitsingsakte te verstrekken.
artikel 15 - Vervallenverklaring 1
artikel 12 - Hypotheken 1
2
Indien het erfpachtsrecht en/of de opstallen met hypotheek zijn bezwaard, zal de hypotheekhouder aan Burgemeester en Wethouders toezenden een gewaarmerkt afschrift van het in de openbare registers ingeschreven borderel en een verklaring, opgemaakt volgens formulier B, behorende bij deze bepalingen, waarbij de hypotheekhouder verzoekt, het te zijnen behoeve in de artikelen 3, 3de en 9de lid, 9, 5de lid, 15, 4de en 8ste lid, 16, 3de en 4de lid, 21, 2de lid, 22 en 23 bepaalde te zijnen aanzien van toepassing te achten. De in het voorgaande lid genoemde artikelen zullen niet van toepassing zijn ten opzichte van hypotheekhouders, die de in het vorige lid genoemde stukken niet hebben ingeleverd.
artikel 13 - Doen eindigen van het erfpachtsrecht door de erfpachter 1
2
3
e erfpachter kan aan het erfpachtsrecht een einde maken op het tijdstip van D afloop van een tijdvak, aangegeven in het 2de lid van art. 3, door opzegging aan Burgemeester en Wethouders binnen één jaar na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in het 3de lid van dat artikel. Bij gebreke van een kennisgeving van de zijde des erfpachters, als bedoeld in het vorige lid, zal het erfpachtsrecht worden geacht voort te duren onder de ter kennis van de erfpachter gebrachte bepalingen tegen een canon, als zal worden vastgesteld ingevolge het 8ste lid van art. 3. Bij het doen eindigen van het recht, ingevolge het bepaalde in het 1ste lid, zal binnen 1 maand na afloop van het lopende tijdvak het in erfpacht uitgegeven goed met de opstallen ter vrije beschikking van de Gemeente moeten worden gesteld.
artikel 14 - Doen eindigen van het erfpachtsrecht door de Gemeente 1
2
128
an het erfpachtsrecht kan te allen tijde bij raadsbesluit een einde worden A gemaakt, indien de Gemeenteraad zal hebben bepaald, dat het algemeen nut de beëindiging tegen een in het desbetreffende besluit genoemde datum wenselijk maakt. Tussen die datum en de datum van het raadsbesluit zal een termijn van ten minste 18 maanden moeten liggen.
2
3
4
5
6
nverminderd de bijzondere straffen, gesteld op nietvoldoening aan een van O de bepalingen, welke voor het erfpachtsrecht gelden, kan het erfpachtsrecht bij besluit van de Gemeenteraad worden vervallen verklaard: a. indien de erfpachter gedurende een tijdsverloop van 6 maanden in gebreke is gebleven, het door hem ter zake van de erfpacht verschuldigde te voldoen, en hij tot betaling bij deurwaardersexploit is aangemaand; b. indien de erfpachter, na bij deurwaardersexploit te zijn aangemaand, nalatig blijft: •• 1° de grond, indien deze ter bebouwing is aangewezen, te bebouwen, met inachtneming van de bepalingen van de akte; •• 2° bij sloping of bij het geheel of gedeeltelijk te niet gaan van de opstal, deze te herbouwen, met inachtneming van de bepalingen van de akte; c. ingeval een gebruik van de grond en de opstal in strijd met hetgeen voorgeschreven is, wordt voortgezet, niettegenstaande bij deurwaardersexploit is aangezegd, zodanig gebruik te staken; d. indien het erfpachtsrecht is gesplitst of het erfpachtsrecht en het op het in erfpacht uitgegeven goed gebouwde zijn gesplitst in appartementen zonder inachtneming van het bepaalde in art. 6 en op die splitsing goedkeuring niet alsnog wordt verkregen, nadat de overtreding van genoemd voorschrift bij deurwaardersexploit is aangezegd; e.
indien overgang van het erfpachtsrecht heeft ten gevolge gehad, dat de bepalingen van het erfpachtscontract niet op het erfpachtsrecht van toepassing zijn en deze na een aan de erfpachter bij deurwaardersexploit betekende sommatie daarop niet alsnog van toepassing zijn verklaard. De exploiten, bedoeld in het voorgaande lid, geschieden op kosten van de erfpachter, tenzij de erfpachter bij het verzet, bedoeld in het 5de lid, in het gelijk wordt gesteld. Een voordracht, strekkende tot vervallenverklaring, zal aan de Gemeenteraad niet kunnen worden gedaan binnen een termijn van 3 maanden na betekening van een exploit, als bedoeld in het 1ste lid. Van de betekening van zodanig exploit wordt binnen 8 dagen kennis gegeven aan de hypotheekhouders op het erfpachtsrecht en de opstallen, aan het door hen, ingevolge art. 1231 juncto art. 1234 van het Burgerlijk Wetboek, gekozen domicilie. Tegen zodanig exploit kan de erfpachter binnen 14 dagen schriftelijk bij Burgemeester en Wethouders in verzet komen. Dit verzet houdt in de gronden, waarop het steunt. Burgemeester en Wethouders lokken op dit verzet een voor partijen bindend advies van deskundigen uit. Wordt daarbij de erfpachter in het ongelijk gesteld, dan begint de termijn van drie maanden, bedoeld in het 3de lid, te
Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam
129
ALGEMENE BEPALINGEN VOOR VOORTDURENDE ERFPACHT 1966
7 8
9
10
lopen van de dag, waarop het advies ter kennis van de erfpachter is gebracht. De voordracht, in het 3de lid bedoeld, wordt door de Gemeenteraad in behandeling genomen binnen 2 maanden, nadat deze bij hem is ingekomen. Indien de grond van de voorgenomen vervallenverklaring door de erfpachter, door een der ingeschreven hypotheekhouders of door derden wordt weggenomen vóór de dag, voorafgaande aan die, waarop de Raad de voordracht in behandeling neemt, en tevens zijn voldaan de kosten van de exploiten en die, welke zijn verbonden aan het uitbrengen van een advies door deskundigen, zullen Burgemeester en Wethouders hiervan kennis geven aan de Gemeenteraad, die de in het 3de lid bedoelde voordracht alsdan buiten verdere behandeling zal stellen. Het raadsbesluit, waarbij de vervallenverklaring wordt uitgesproken, stelt de datum vast, waarop het goed en de opstallen ter vrije beschikking van de Gemeente moeten worden gesteld, en wordt geacht volledig bewijs op te leveren van het bestaan van een der feiten, genoemd in het 1ste lid, alsmede van het vervuld zijn van alle formaliteiten ten deze gesteld. In het geval, dat splitsing in appartementen, als bedoeld in art.
6, onder h, heeft plaatsgevonden, zal vervallenverklaring van het gehele erfpachtsrecht wegens het in het 1ste lid, onder c, genoemde gebruik slechts plaatsvinden, indien het daarbedoelde gebruik betrekking heeft op een, blijkens de akte van splitsing in appartementen, gemeenschappelijk gedeelte.
overeenkomst of vervallenverklaring van het erfpachtsrecht, in kracht van gewijsde zal zijn gegaan, mits dan tevens aan de Gemeente alle kosten zullen zijn vergoed, welke deze, in verband met de inroeping van rechterlijke tussenkomst, mocht hebben belopen.
artikel 17 - A antekening in openbare registers van einde erfpachtsrecht Indien het erfpachtsrecht op één der wijzen als bedoeld in de artikelen 13, 14, 15 en 16, is geëindigd, zal de Gemeente daarvan aantekening laten doen in de openbare registers.
artikel 18 - Hernieuwde uitgifte na vervallenverklaring 1
2
artikel 16 - Rechterlijke tussenkomst 1
2 3
4
130
nverminderd het bepaalde in het voorgaande artikel heeft de Gemeente te O allen tijde het recht, in de gevallen, in het 1ste lid van het voorgaande artikel omschreven, de ontbinding van de overeenkomst of de vervallenverklaring van het erfpachtsrecht met of zonder schadevergoeding in rechte te vragen. In het geval, in het voorgaande lid omschreven, is art. 1302, 4de lid, van het Burgerlijk Wetboek toepasselijk. Een vordering tot ontbinding van de overeenkomst of tot vervallenverklaring van het erfpachtsrecht, als in het 1ste lid bedoeld, zal niet kunnen worden ingesteld binnen een van 3 maanden na betekening van een exploit, als bedoeld in het Ie lid van art. 15, gedurende welke termijn de erfpachter van de bevoegdheid, hem toegekend in het 5de lid van art. 15, kan gebruik maken. De kosten van een exploit, als bedoeld in dit lid, worden gedragen overeenkomstig de bepaling van het 2de lid van art. 15, terwijl aan de hypotheekhouders, in het 4de lid van dat artikel bedoeld, een kennisgeving zal worden gedaan, als aldaar nader is omschreven. De grond van de voorgenomen ontbinding of vervallenverklaring zal onder de in het 8ste lid van art. 15 gestelde bepalingen kunnen worden weggenomen tot op de dag, waarop het vonnis, strekkende tot ontbinding van de
Indien het erfpachtsrecht ingevolge het bij art. 15 bedoelde besluit of ingevolge de bij art. 16 bedoelde rechterlijke uitspraak is geëindigd, zal de Gemeente naar haar keuze, in openbare veiling of bij publieke inschrijving, een - ook wat de duur betreft - in alle opzichten gelijk recht op de grond en de opstal verkopen, als door de erfpachter, wiens recht is geëindigd, daarop kon worden uitgeoefend. De opbrengst van deze verkoop zal strekken tot schadeloosstelling van de erfpachter, zulks met inachtneming van het bepaalde in art. 20. Indien zich in de openbare veiling of bij publieke inschrijving voor zodanig recht geen koper opdoet, zal de Gemeente van de verplichting tot hernieuwde uitgifte zijn ontheven zonder tot enige vergoeding gehouden te zijn.
artikel 19 - B epaling van de schadeloosstelling bij einde van het recht 1
2
Indien de erfpachter gebruik maakt van zijn bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid van art. 13, zal de Gemeente vergoeden de schade, welke het gevolg is van het eindigen van het recht, met dien verstande, dat niet zal worden vergoed de waarde van hetgeen zonder schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders is gesticht in strijd met de voorwaarden, vervat in de akte van uitgifte van erfpacht, noch zal worden vergoed de bedrijfsschade. Indien aan het erfpachtsrecht een einde wordt gemaakt krachtens het bepaalde in art. 14, zal de Gemeente vergoeden de schade, welke het gevolg is van het eindigen van het recht, met dien verstande, dat niet zal worden vergoed de waarde van hetgeen zonder schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders is gesticht in strijd met de voorwaarden, vervat in de akte van uitgifte in erfpacht, noch zal worden vergoed de bedrijfsschade, geleden ter zake van een bedrijf, dat zonder schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders in strijd met de voorwaarden, vervat in de akte van uitgifte in
Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam
131
ALGEMENE BEPALINGEN VOOR VOORTDURENDE ERFPACHT 1966
3
4
erfpacht, op de grond of in de daarop gestichte opstallen wordt uitgeoefend. Wordt ten aanzien van de vergoeding, als bedoeld in lid 1 en lid 2, geen overeenstemming tussen partijen verkregen, dan wordt het bedrag van de schadeloosstelling bepaald door deskundigen, wier uitspraak voor partijen bindend is. Bij de bepaling van het bedrag van de schadeloosstelling, als bedoeld in lid 2, wordt geen rekening gehouden met een nieuwbouw, verbouw of herbouw, welke heeft plaatsgevonden, nadat ter kennis van de erfpachter is gebracht, dat bij besluit van de Gemeenteraad het voornemen is uitgesproken, ten aanzien van zijn recht gebruik te maken van de bevoegdheid, aan de Gemeente gegeven bij art. 14.
artikel 20 - Verrekening Het bedrag, te vergoeden ingevolge het bepaalde bij art. 18 of bij art. 19, wordt verminderd met hetgeen verschuldigd is wegens achterstallige canon en daarop gevallen boeten, met alle kosten, verbonden aan de in art. 18 bedoelde verkoop, alsmede met de kosten, voorafgaande aan en in verband met de vervallenverklaring of gerechtelijke ontbinding van de erfpachtsovereenkomst gemaakt.
erfstelling of legaat, waarin een door haar verleend erfpachtsrecht begrepen is, niet verwerpt.
artikel 23 - Afwijking van bepalingen bij onderling goedvinden Slechts bij onderlinge overeenstemming tussen Gemeente en erfpachter alsmede de hypotheekhouders, van welke overeenstemming schriftelijk moet blijken, kan: a. een wijziging in de Algemene Bepalingen in werking treden zonder inachtneming van het tijdvak, bedoeld in art. 3; b. een wijziging worden gebracht in de overige inhoud van het desbetreffende erfpachtsrecht; c. een schadeloosstelling, als bedoeld in art. 19, worden bepaald zonder tussenkomst van deskundigen.
artikel 24 - Deskundigen 1 2
artikel 21 - Betaling vergoedingen 1
2
3
e betaling van de vergoedingen, bedoeld in art. 20, geschiedt, onder D voorbehoud nochtans van het bepaalde in het 2de lid, tegen volledige kwijting aan de erfpachter, wiens recht is geëindigd. Indien het erfpachtsrecht en de opstallen met hypotheek zijn bezwaard, zullen de hypotheekhouders een zelfstandig vorderingsrecht hebben op de vergoedingen, bedoeld in art. 20, tot een bedrag, als aan ieder van hen zou toekomen, indien het gold een verdeling van de koopprijs in geval van executie van het erfpachtsrecht en de opstallen, gelijk dit bedrag door Burgemeester en Wethouders zal worden vastgesteld. De erfpachter zal op het overblijvende bedrag recht hebben. Geen betaling, als in dit artikel bedoeld, zal geschieden, alvorens het terrein en de opstallen geheel vrij ter beschikking van de Gemeente zijn gesteld.
artikel 22 - Vermenging 1
2
132
Indien de Gemeente, uitgezonderd in de gevallen bij de artikelen 13, 14, 15 en 16 voorzien, tot een overeenkomst medewerkt of een rechtshandeling verricht, waardoor het erfpachtsrecht ten nadele van hypotheekhouders eindigt, is zij tegenover dezen gehouden tot vergoeding van de kosten, schaden en interessen, voortspruitende uit het eindigen van het erfpachtsrecht. De Gemeente is tot bedoelde vergoeding eveneens gehouden, indien zij een
3
4
5
6
7
o dikwijls in de bepalingen, waaronder een goed in erfpacht is uitgegeven, Z sprake is van deskundigen, wordt daaronder verstaan een aantal van drie. De aanwijzing van deskundigen geschiedt op aanzegging van Burgemeester en Wethouders, zo mogelijk in eenstemmigheid tussen Burgemeester en Wethouders enerzijds en de erfpachter, ten behoeve van wiens goed de aanwijzing plaatsvindt, anderzijds. Indien, terzake van de aanwijzing van deskundigen, partijen niet tot overeenstemming kunnen geraken binnen één maand na dagtekening van de aanzegging, bedoeld in het vorige lid, zal binnen 6 weken na genoemde dagtekening één deskundige moeten zijn aangewezen door ieder der partijen. De beide aldus aangewezenen zullen binnen 3 maanden na dagtekening van de aanzegging, in het 2de lid genoemd, een derde deskundige hebben aan te wijzen. De aanwijzing van een deskundige door de Gemeente wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de erfpachter. De aanwijzing van een deskundige door de erfpachter wordt schriftelijk ter kennis van de Gemeente gebracht. Van de aanwijzing van de derde deskundige wordt schriftelijk kennis gegeven gelijktijdig aan de Gemeente en aan de erfpachter.
Indien binnen de termijn, gesteld in het 3de lid, de erfpachter de aanwijzing van de deskundige niet schriftelijk ter kennis van de Gemeente heeft gebracht, geschiedt diens aanwijzing, alsmede die van de derde deskundige, zo spoedig mogelijk door de Gemeenteraad. Indien binnen de termijn, gesteld in het 4de lid, de aanwijzing van de derde deskundige niet ter kennis is gebracht overeenkomstig de laatste alinea van het 5de lid, geschiedt de aanwijzing van de derde deskundige zo spoedig mogelijk door de Gemeenteraad.
Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam
133
ALGEMENE BEPALINGEN VOOR VOORTDURENDE ERFPACHT 1966
8
9 10
11
12
13
Indien de aanwijzing van deskundigen wordt vereist ter bepaling van het bedrag van de schadeloosstelling, bedoeld in het 2de lid van art. 19, zal de Gemeente, in afwijking van het bepaalde in het 6de en 7de lid, de President van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam verzoeken, de derde deskundige zo spoedig mogelijk aan te wijzen. Het advies c.q. rapport van de deskundige moet ter kennis van partijen worden gebracht binnen zes maanden na de aanwijzing van de derde deskundige. Zo dikwijls aan het bepaalde in het voorgaande lid niet is voldaan, benoemt de Gemeenteraad zo spoedig mogelijk na afloop van de aldaar gestelde termijn nieuwe deskundigen. Indien echter de benoeming van de deskundigen is vereist ter bepaling van het bedrag van de schadeloosstelling, bedoeld in het tweede lid van art. 19, zal de Gemeente de President van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam verzoeken, zo spoedig mogelijk nieuwe deskundigen te benoemen. De kosten, op een advies van deskundigen vallende, worden gedragen: voor de helft door de Gemeente en voor de andere helft door de erfpachter in de gevallen, bedoeld in art. 3, 7de lid, en art. 19; overeenkomstig een daartoe strekkend advies van de deskundigen, die zullen beslissen volgens het beginsel ‘op kosten van ongelijk’, in het geval, bedoeld in art. 15, 6de lid.
Indien een aanwijzing van deskundigen wordt vereist tot beoordeling van feiten of omstandigheden, welke meer erfpachters, wier goederen in één bouwblok zijn gelegen, gezamenlijk betreffen, zullen deze erfpachters door Burgemeester en Wethouders worden opgeroepen ten einde hun medewerking te verlenen tot de benoeming van één deskundige van de zijde van de erfpachters. De wijze, waarop in het bij het voorgaande lid bedoelde geval de medewerking wordt verleend en de benoeming alsmede de verdeling van de kosten geschieden, wordt door Burgemeester en Wethouders geregeld bij besluit, hetwelk in het Gemeenteblad afdeling 3 zal worden geplaatst.
artikel 25 - Executie Indien na het eindigen van het erfpachtsrecht de in erfpacht uitgegeven gronden en de daarop staande opstallen niet vrijwillig worden ontruimd, zal de Gemeente de ontruiming uit krachte van de grosse der akte van uitgifte kunnen doen bewerkstelligen.
134
artikel 26 - Nalatigheid Voor zover in de bepalingen, waaronder een erfpachtsuitgifte heeft plaatsgevonden, een termijn is gesteld of naar een termijn wordt verwezen, zal de Gemeente nimmer tot enige ingebrekestelling of gerechtelijke aanmaning gehouden zijn, doch zal de erfpachter steeds in gebreke zijn enkel door het verloop van de termijn.
artikel 27 - Inlevering van stukken 1
2 3
o dikwijls volgens de bepalingen, welke voor het erfpachtsrecht gelden, Z stukken aan Burgemeester en Wethouders moeten worden ingeleverd, wordt van die inlevering door of namens hen een bewijs afgegeven. Indien zodanig bewijs van ontvangst niet kan worden getoond, zal aan de Gemeente de inlevering van stukken niet kunnen worden tegengeworpen. In bijzondere gevallen, waarin daartoe naar hun oordeel termen zijn, kunnen Burgemeester en Wethouders verlenging van de bepaalde termijnen voor inlevering van stukken of afwijking van de bij deze bepalingen behorende formulieren toestaan.
artikel 28 - Boete 1
2
3
ij elke niet-nakoming van een der verplichtingen, welke de erfpachter ter zake B van de hem verleende erfpacht zijn opgelegd, verbeurt deze, hetzij hij de erfpachter is, aan wie oorspronkelijk het erfpachtsrecht door de Gemeente is verleend, hetzij hij deze krachtens algemene of bijzondere titel in dat recht is opgevolgd, een door Burgemeester en Wethouders op te leggen en te bepalen boete tot een maximum van tienmaal het bedrag van de canon ten bate van de gemeentekas, te betalen binnen één maand na daartoe strekkende aanmaning van Burgemeester en Wethouders. Een boete, als in het 1ste lid bedoeld, kunnen Burgemeester en Wethouders kwijtschelden of, indien deze reeds is betaald, teruggeven, indien daarvoor naar hun mening reden aanwezig is. Tegen de oplegging van een boete, als bedoeld in het 1ste lid, kan de erfpachter in beroep komen bij de Gemeenteraad. De Gemeenteraad is bevoegd, bij zijn beslissing op dit beroep wijziging te brengen in het bedrag van de opgelegde boete. Wordt de erfpachter in zijn beroep in het ongelijk gesteld, dan begint de termijn van één maand, gesteld in het 1ste lid, te lopen van de dag der beslissing door de Gemeenteraad af.
Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam
135
ALGEMENE BEPALINGEN VOOR VOORTDURENDE ERFPACHT 1966
FORMULIER A* artikel 29 - Samenloop van rechtsmiddelen of vorderingen van de Gemeente Voor zoveel in de bepalingen, waaronder de erfpachtsuitgifte heeft plaatsgevonden, aan Burgemeester en Wethouders enige bijzondere bevoegdheid is toegekend, laat deze bevoegdheid onaangetast het recht van de Gemeente, alle andere rechtsmiddelen of vorderingen, welke haar ten dienste staan of toekomen, aan te wenden of in te stellen, voor zover deze bevoegdheid niet uitdrukkelijk is beperkt.
artikel 30 - Domicilie
De ondergetekende(n)
(naam, beroep, woonplaats) verklaart het erfpachtsrecht , verklaart het erfpachtsrecht, dat , verklaren, een onverdeeld gedeelte in het erfpachtsrecht (appartement kad. bekend gem.
, sectie
, no.
Ter zake van de erfpacht moet de erfpachter bij de akte van uitgifte domicilie kiezen binnen de Gemeente Amsterdam. Het staat de erfpachter steeds vrij, in de plaats van een vroeger gekozen domicilie een ander binnen de Gemeente Amsterdam te kiezen. Van deze keuze moet alsdan aan de Gemeente kennis worden gegeven bij deurwaardersexploit, tenzij die keuze geschiedt bij authentieke akte, waarvan een afschrift aan de Gemeente wordt verstrekt.
verleend op het onroerend goed, bij het kadaster bekend als
artikel 31 - Kosten der akte
en overgeschreven ten kantore van de Hypotheken en het Kadaster te
Alle kosten en rechten, vallende op een uitgifte of een splitsing van een erfpachtsrecht of verdeling van de canon bij splitsing in appartementen, waaronder begrepen die van het aan de Gemeente te verstrekken, op zegel gestelde afschrift der akte, en alle kosten en rechten van de kadastrale opmeting van het onroerende goed zullen door de erfpachter worden gedragen.
Gemeente
, sectie
)
no.
,
no.
,
verleend op het onroerend goed, bij het kadaster bekend als Gemeente
, sectie
aan
door de Gemeente Amsterdam bij
akte, verleden de
voor notaris
Amsterdam, de
in deel
, no.
,
, no.
,
, no.
,
ten aanzien van welk recht laatstelijk een akte van wijziging is opgemaakt de
voor notaris
overgeschreven ten kantore van de Hypotheken en het Kadaster te Amsterdam, de
in deel
uit krachte van: (omschrijving van de titel)
artikel 32 - Toepasselijkheid van de bepalingen De bepalingen, waaronder de erfpachtsuitgifte heeft plaatsgevonden, zullen mede van toepassing zijn op de onverdeelde aandelen in het erfpachtsrecht afzonderlijk, voor het geval, dat splitsing in appartementen, als bedoeld in art. 6, onder h, heeft plaatsgevonden, voor zover deze bepalingen niet uitsluitend van toepassing zijn op het erfpachtsrecht in zijn geheel.
overgeschreven ten kantore van de Hypotheken en het Kadaster te Amsterdam, de , in deel hem ondergetekende is overgegaan op onder dezelfde bepalingen, hen ondergetekenden als daarop ten tijde van de overgang ingevolge de bepalingen van de akte van uitgifte van toepassing waren, zodat alle rechten en verplichtingen, welke uit de gemelde akte van uitgifte voor de erfpachter voortvloeien, sedert de hem ondergetekende. komen ten bate en ten laste van hen ondergetekenden. Amsterdam, de
136
*
Behoort bij art.11 der Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht.
Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam
137
ALGEMENE BEPALINGEN VOOR VOORTDURENDE ERFPACHT 1966
FORMULIER B* De ondergetekende(n)
(naam, beroep, woonplaats) uit kracht der akte van hypotheekverlening, verleden de voor notaris
, ingeschreven ten
kantore van de Hypotheken en het Kadaster te Amsterdam, de in deel
, no.
, houder(s) van een hypotheek op
het erfpachtsrecht een onverdeeld aandeel in het erfpachtsrecht (appartement kadastraal bekend als als Gemeente
, sectie
, no.
)
verleend door de Gemeente Amsterdam bij akte, verleden de voor notaris
Algemene Bepalingen voor tijdelijke erfpacht voor de tuinbouw 1956 Deze Algemene Bepalingen zijn vastgesteld door de Raad van de Gemeente bij zijn besluit van achtentwintig maart negentienhonderd zesenvijftig, nummer 323, en gehecht aan een notarieel verleden akte van depot en met die akte overgeschreven ten hypotheekkantore te Amsterdam op dertien juni negentienhonderd zesenvijftig in deel 3808, nummer 10.
, aan
op het onroerend goed bij het kadaster bekend, als Gemeente , sectie
, no.
overgeschreven ten kantore van de Hypotheken en het Kadaster te Amsterdam, de
no.
, ten
aanzien van welk recht laatstelijk een akte van wijziging is opgemaakt de
voor notaris
,
overgeschreven ten kantore van de Hypotheken en het Kadaster te Amsterdam, de , in deel de op dat goed staande opstallen en op het bij dat onverdeelde aandeel behorende aandeel in het gebouw verzoekt, met overlegging van de stukken, genoemd in art. 12, verzoeken,
, no.
,
de bedingen ten behoeve van hypotheekhouders, vervat in de art. 3, 3de en 9de lid, 9, 5de lid, 15, 4de en 8ste lid, 16, 3de en 4de lid, 21, 2de lid, en 22 en, voor zover hij eerste hypotheekhouder is, art. 23 der Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht, vastgesteld bij besluit van de Gemeenteraad van te zijnen (hunnen) aanzien van toepassing te achten.
Amsterdam, de
*
138
Behoort bij art. 12 der Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht. Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam
139
ALGEMENE BEPALINGEN VOOR TIJDELIJKE ERFPACHT VOOR DE TUINBOUW 1956
ALGEMENE BEPALINGEN VOOR TIJDELIJKE ERFPACHT VOOR DE TUINBOUW 1956 artikel 1
artikel 5 Indien het erfpachtsrecht aan meer personen toekomt, is ieder van hen hoofdelijk aansprakelijk voor de naleving der bepalingen, welke ingevolge de akte van uitgifte voor die erfpacht gelden.
artikel 6 1
Het onroerende goed wordt in erfpacht uitgegeven voor een tijdvak, dat als regel op 50 jaren wordt gesteld.
artikel 2 1
2
e uitgifte geschiedt bij akte, te verlijden ten overstaan van een van D gemeentewege, na overleg met de wederpartij, aan te wijzen notaris. In de akte wordt bepaald: a. het gebruik, dat van het goed en van de daarop te stichten opstallen, met inachtneming van de krachtens wettelijke voorschriften daaraan gegeven bestemming, mag worden gemaakt; b. de jaarlijkse pachtsom (canon); c. welke algemene bepalingen op het erfpachtsrecht niet van toepassing zijn en de bijzondere bepalingen, welke worden gesteld. Een door partijen voor echt erkende en ten bewijze daarvan door haar gewaarmerkte kaart van het uit te geven goed wordt aan de akte van uitgifte gehecht.
3
4
artikel 3
5
De Gemeente is bij de eerste uitgifte van het goed jegens de erfpachter tot vrijwaring gehouden in de gevallen en met de gevolgen, als in het Burgerlijk Wetboek ten aanzien van de verkoper is bepaald.
6
artikel 4
7
Burgemeester en Wethouders kunnen, indien daartoe naar hun mening aanleiding bestaat, alvorens een voorstel tot uitgifte in behandeling te nemen, storting van een waarborgsom vorderen tot ten hoogste het bedrag van de vermoedelijke jaarlijkse pachtsom, onder door hen nader te bepalen voorwaarden, betreffende het eventueel vervallen van de waarborgsom ten bate van de Gemeente en betreffende eventuele terugbetaling of verrekening van die som.
140
2
e canon kan telkens na een tijdvak van tien jaren worden herzien. Van de D wens tot zodanige herziening wordt, hetzij door de erfpachter, hetzij vanwege de Gemeente ten minste zes maanden vóór het verstrijken van een tienjarig tijdvak bij aangetekend schrijven aan de wederpartij mededeling gedaan. De herziening van de canon geschiedt door drie deskundigen, die worden aangewezen op de wijze, als in art. 22 ten aanzien van de aanwijzing van scheidslieden is bepaald. De deskundigen zenden van hun bevindingen binnen twee maanden na de aanwijzing van de derde deskundige een gemotiveerd rapport in aan Burgemeester en Wethouders. Bij de herziening van de canon wordt geen rekening gehouden met de waarde van de door de erfpachter op de grond gestichte opstallen, noch met de door hem in en op de grond aangebrachte drainering, bruggen, paden, schoeiingen en soortgelijke werken. Het bedrag van de canon voor het eerstvolgende tienjarige tijdvak, door de deskundigen vastgesteld, wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de erfpachters en de hypotheekhouders op het erfpachtsrecht en de opstallen, aan het door deze ingevolge art. 1231, juncto art. 1234 van het Burgerlijk Wetboek gekozen domicilie. De nieuwe canon treedt in werking telkenmale bij de aanvang van een nieuw tienjarig tijdvak.
De herziening van de canon wordt vastgelegd in een akte, te verlijden ten overstaan van een van gemeentewege, na overleg met de wederpartij, aan te wijzen notaris. De kosten, aan de herziening van de canon verbonden, waaronder begrepen die van het aan de Gemeente te verstrekken afschrift der desbetreffende akte, zullen worden gedragen door de partij, die deze herziening aanhangig heeft gemaakt.
artikel 7 1 2
e Gemeenteraad is bevoegd, de duur van het erfpachtsrecht te verlengen. D Hij neemt op het verzoek om verlenging geen beslissing, dan nadat ter zake het advies is ingewonnen van een uit zijn midden benoemde commissie van drie personen, welke commissie zich zo nodig doet voorlichten door de Rijkstuinbouwconsulent te Amsterdam, dan wel, ingeval het rijkstuinbouwconsulentschap in zijn huidige vorm mocht zijn opgeheven, door
Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam
141
ALGEMENE BEPALINGEN VOOR TIJDELIJKE ERFPACHT VOOR DE TUINBOUW 1956
3
een door de President van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam aan te wijzen rijksambtenaar, die ter zake van de tuinbouw een adviserende taak heeft. Ten aanzien van de bepaling van de canon ingeval van verlenging van de duur van het erfpachtsrecht is het bepaalde in art. 6, 3de lid, van overeenkomstige toepassing.
artikel 8
2
De erfpachter is verplicht, het bedrijf, tot de uitoefening waarvan de grond met de daarop gebouwde opstallen krachtens de akte van uitgifte bestemd is, binnen een jaar na de datum van die akte in werking te stellen.
artikel 9 Het is de erfpachter niet geoorloofd: a. in het gebruik van het goed en van de daarop gebouwde opstallen verandering te brengen zonder voorafgaande schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders, welke vergunning ook voor bepaalde tijd of tot wederopzegging kan worden verleend; b. het bedrijf, tot de uitoefening waarvan de grond met de daarop gebouwde opstallen bestemd is, uit te oefenen op een wijze, welke niet voldoet aan de eisen van goed vakmanschap, ter beoordeling van Burgemeester en Wethouders, na ingewonnen advies van de Rijkstuinbouwconsulent te Amsterdam, dan wel, ingeval het rijkstuinbouwconsulentschap in zijn huidige vorm mocht zijn opgeheven, door de in art. 7, 2de lid, bedoelde rijksambtenaar. c. het bedrijf, tot de uitoefening waarvan de grond met de daarop gebouwde opstallen bestemd is, langer dan een jaar buiten werking te laten; d. het hem in erfpacht uitgegeven goed te splitsen en zijn recht op een gedeelte daarvan over te dragen zonder medewerking en voorafgaande schriftelijke goedkeuring van Burgemeester en Wethouders, die alsdan de pachtsom zullen vaststellen, welke voor elk der gedeelten zal moeten worden voldaan.
artikel 10 1
142
De erfpachter heeft het recht, een beslissing van de Gemeenteraad te vragen: a. indien Burgemeester en Wethouders op een verzoek om vergunning, als bedoeld in art. 9, onder a, niet hebben beslist binnen drie maanden nadat dit bij het Gemeentebestuur is ingekomen, indien de vergunning door Burgemeester en Wethouders wordt geweigerd, of indien de erfpachter zich bezwaard gevoelt door de aan een vergunning verbonden termijn of door de daaraan verbonden voorwaarden;
3
b. indien Burgemeester en Wethouders op een verzoek om medewerking en goedkeuring, als bedoeld in art. 9, onder d, niet hebben beslist binnen drie maanden na de indiening van het verzoek, indien de gevraagde medewerking door Burgemeester en Wethouders wordt geweigerd, of indien de erfpachter bezwaar heeft tegen de voor elk der gedeelten vastgestelde pachtsom. De Gemeenteraad beslist omtrent het verlenen van de vergunning of medewerking en de daaraan te verbinden voorwaarden, na ingewonnen advies van een uit zijn midden benoemde commissie van ten minste drie personen, welke commissie zich zo nodig doet voorlichten door de Rijkstuinbouwconsulent te Amsterdam, dan wel, ingeval het rijkstuinbouwconsulentschap in zijn huidige vorm mocht zijn opgeheven, door de in art. 7, 2de lid, bedoelde rijksambtenaar. De adviezen van de commissie worden ter kennis van de betrokken erfpachter gebracht.
artikel 11 1
2
3
e betaling der pachtsom geschiedt zonder enige korting, uit welken hoofde D ook, bij vooruitbetaling in halfjaarlijkse termijnen, op de vervaldagen, in de akte van uitgifte te bepalen, en ter plaatse, door Burgemeester en Wethouders aan te wijzen. Alle rijks-, provinciale, gemeente- of waterschapslasten, alsmede alle andere lasten, welke op of ter zake van de eigendom van de grond worden geheven, komen ten laste van de erfpachter. De lasten, die de Gemeente voor de erfpachter mocht hebben betaald, komen in meerdering van de eerstvolgende te betalen termijn der pachtsom en worden geacht daarmede één geheel uit te maken. Heeft een betaling van het aan de Gemeente verschuldigde niet plaats gehad binnen 14 dagen na de vervaldag, dan zal een boete verschuldigd zijn ten bedrage van 1/2 % van de verschuldigde termijn. Deze boete zal voor elke volle maand, waarmede de betaling wordt uitgesteld na verloop van bedoelde 14 dagen, genoemd in de voorgaande zin, met 1/2 % van de verschuldigde termijn worden verhoogd.
artikel 12 De erfpachter vrijwaart de Gemeente voor alle vergoeding van kosten, schade en interessen, waartoe zij, ingevolge het bepaalde bij art. 1405 van het Burgerlijk Wetboek, wegens de gehele of gedeeltelijke instorting van de, op de in erfpacht uitgegeven grond staande, opstallen mocht worden veroordeeld.
Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam
143
ALGEMENE BEPALINGEN VOOR TIJDELIJKE ERFPACHT VOOR DE TUINBOUW 1956
artikel 13
artikel 15
1
Indien het erfpachtsrecht eindigt door het verstrijken van de termijn, waarvoor het recht is verleend, kan de Gemeente vorderen, dat het terrein alsdan wordt opgeleverd, ontdaan van opstallen en zoveel mogelijk in de toestand, waarin het werd uitgegeven.
2
3
4
e erfpachter is verplicht, zich te onthouden van al datgene, wat: D a. ten gevolge kan hebben, dat derden op de grond en op de opstallen zakelijke ofpersoonlijke rechten verkrijgen, welker voortbestaan niet afhankelijk is van het bestaan van het erfpachtsrecht; b. een overgang van het erfpachtsrecht kan veroorzaken of ten gevolge hebben, waardoor de bepalingen van het erfpachtscontract op dat erfpachtsrecht niet van toepassing zouden zijn. Overdracht van het erfpachtsrecht in zijn geheel of voor een onverdeeld aandeel, splitsing van het erfpachtsrecht, inbreng in een vennootschap, alsmede scheiding van dat recht tussen gezamenlijke rechthebbenden, moet bij authentieke akte geschieden. Van overgang van het erfpachtsrecht, waaronder voor de toepassing dezer voorwaarden mede begrepen wordt overgang ten gevolge van inbreng in een vennootschap en van scheiding, wordt binnen zes maanden aan Burgemeester en Wethouders kennis gegeven onder overlegging van bewijsstukken, waaruit die overgang blijkt, alsmede van een behoorlijk ingevulde en ondertekende verklaring, opgemaakt volgens formulier A, behorende bij deze bepalingen, en een authentiek afschrift of uittreksel van de in de openbare registers overgeschreven titel, hetwelk ook de dagtekening, het deel en het nummer der overschrijving vermeldt.
Zolang een kennisgeving, als bedoeld in het voorgaande lid, niet is gedaan, alsmede indien het voorschrift, vervat in het 2de lid, niet in acht is genomen, kan de erfpachter aan het feit van de overgang generlei rechtsgevolg tegenover de Gemeente ontlenen.
artikel 16 1
2
artikel 17 1
artikel 14 1
2
Indien het erfpachtsrecht en/of de opstallen met hypotheek zijn bezwaard, zal de hypotheekhouder een gewaarmerkt afschrift van het in de openbare registers ingeschreven borderel aan Burgemeester en Wethouders inzenden, te zamen met een verklaring, opgemaakt volgens formulier B, behorende bij deze bepalingen, waarbij de hypotheekhouder verzoekt, het te zijnen behoeve in de artt. 17, 4de lid en 8ste lid, 18, 3deen 4de lid, 25, 2de lid, 26 en, voor zover hij eerste hypotheekhouder is, het in art. 27 bepaalde te zijnen aanzien van toepassing te achten. De in het voorgaande lid genoemde artikelen zullen niet van toepassing zijn ten opzichte van hypotheekhouders, die de in het vorige lid genoemde stukken niet hebben getoond en ingeleverd.
2
3
4
144
an het erfpachtsrecht kan te allen tijde bij raadsbesluit een einde worden A gemaakt, indien de Gemeenteraad zal hebben bepaald, dat het algemeen nut de beëindiging tegen een in het desbetreffende besluit genoemde datum wenselijk maakt. Tussen die datum en de datum van het raadsbesluit zal een termijn van ten minste drie jaren liggen.
nverminderd de bijzondere straffen, gesteld op niet-voldoening aan een der O bepalingen, welke voor het erfpachtsrecht gelden, kan het erfpachtsrecht bij besluit van de Gemeenteraad worden vervallen verklaard: a. indien de erfpachter gedurende een tijdsverloop van zes maanden in gebreke is gebleven, het ter zake van de erfpacht verschuldigde te voldoen en hij tot betaling per deurwaardersexploit is aangemaand; b. in geval een gebruik van de grond en de opstal in strijd met hetgeen voorgeschreven is, wordt voortgezet, niettegenstaande bij deurwaardersexploit is aangezegd, zodanig gebruik te staken; c. indien het erfpachtsrecht is gesplitst zonder inachtneming van het bepaalde in art. 9, onder d, en op de splitsing goedkeuring niet alsnog wordt verkregen, nadat de overtreding van genoemd voorschrift bij deurwaardersexploit aan de erfpachter is aangezegd; d. indien overgang van het erfpachtsrecht heeft ten gevolge gehad, dat de bepalingen van het erfpachtscontract niet op het erfpachtsrecht van toepassing zijn en deze na een aan de erfpachter bij deurwaardersexploit betekende sommatie daarop niet alsnog van toepassing zijn verklaard. De exploiten, bedoeld in het voorgaande lid, geschieden op kosten van de erfpachter, tenzij de erfpachter bij het verzet, bedoeld in het 5de lid van dit artikel, in het gelijk wordt gesteld.
Een voordracht, strekkende tot vervallenverklaring, zal aan de Gemeenteraad niet kunnen worden gedaan binnen een termijn van 3 maanden na betekening van een exploit, als bedoeld in het 1ste lid van dit artikel onder a, b, c en d. Van de betekening van zodanig exploit wordt binnen 8 dagen kennis gegeven aan de hypotheekhouders op het erfpachtsrecht en de opstallen, aan het door hen, ingevolge art. 1231 juncto art. 1234 van het Burgerlijk Wetboek, gekozen domicilie.
Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam
145
ALGEMENE BEPALINGEN VOOR TIJDELIJKE ERFPACHT VOOR DE TUINBOUW 1956
5
6
7
8
9
egen zodanig exploit kan de erfpachter binnen 14 dagen schriftelijk bij T Burgemeester en Wethouders in verzet komen. Dit verzet houdt in de gronden, waarop het steunt. Burgemeester en Wethouders lokken op dit verzet een voor partijen bindend advies uit van de commissie, nader omschreven in art. 7, 2de lid. Wordt daarbij de erfpachter in het ongelijk gesteld, dan begint de termijn van drie maanden, bedoeld in het 3de lid van dit artikel, te lopen van de dag, waarop het advies ter kennis van de erfpachter is gebracht. De voordracht, in het 3de lid van dit artikel bedoeld, wordt door de Gemeenteraad in behandeling genomen binnen twee maanden, nadat deze bij hem is ingekomen. Indien de grond van de voorgenomen vervallenverklaring door de erfpachter, door een der ingeschreven hypotheekhouders of door derden wordt weggenomen vóór de dag, voorafgaande aan die, waarop de Raad de voordracht in behandeling neemt, en tevens zijn voldaan de kosten van de exploiten, zullen Burgemeester en Wethouders hiervan kennis geven aan de Gemeenteraad, die de in het 3de lid van dit artikel bedoelde voordracht alsdan buiten verdere behandeling zal stellen.
Het raadsbesluit, waarbij de vervallenverklaring wordt uitgesproken, stelt de datum vast, waarop het goed en de opstallen ter vrije beschikking van de Gemeente moeten worden gesteld, en wordt geacht volledig bewijs op te leveren van het bestaan van een der feiten, genoemd in het 1ste lid van dit artikel, alsmede van het vervuld zijn van alle formaliteiten, ten deze gesteld, welke feiten ieder voor zich zullen gelden als ontbindende voorwaarden voor de erfpachtsovereenkomst.
4
artikel 19 Indien het erfpachtsrecht op een der wijzen, als bedoeld in de artt. 15, 16, 17 en 18, is geëindigd, zal de Gemeente daarvan aantekening laten doen in de openbare registers.
artikel 20 1
2 3
4
artikel 18 1
2 3
146
nverminderd het bepaalde in het voorgaande artikel heeft de Gemeente te O allen tijde het recht, in de gevallen, in het 1ste lid van het voorgaande artikel, onder a, b, c en d omschreven, de ontbinding der overeenkomst of de vervallenverklaring van het erfpachtsrecht met of zonder schadevergoeding in rechte te vragen. In het geval, in het voorgaande lid omschreven, is art. 1302, 4de lid, van het Burgerlijk Wetboek toepasselijk. Een vordering tot ontbinding van de overeenkomst of tot vervallenverklaring van het erfpachtsrecht, als in het 1ste lid van dit artikel bedoeld, zal niet kunnen worden ingesteld binnen een termijn van 3 maanden na betekening van een exploit, als bedoeld in het 1ste lid van art. 17, onder a, b, c en d, gedurende welke termijn de erfpachter van de bevoegdheid, hem toegekend in het 5de lid van art. 17, kan gebruik maken. De kosten van een exploit, als bedoeld in dit lid, worden gedragen overeenkomstig de bepaling van het 2de