CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6.Geo93-algemene bepalingen amsterdam verzameld a5-toegankelijk

RAAD 10 maart 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadres van een burger inzake herziening van het erfpachtstelsel. Nr. VN 2021-00648163.322 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 7

Voor de toepassing van lid 5 wordt ervan uitgegaan dat het perceel waarop de erfpacht is gevestigd, een bouwblok vormt waarvan de grenzen zullen worden gevormd door de kadastrale grenzen van het perceel. Tussentijdse beëindiging van de erfpacht geeft geen recht op terugbetaling van de afkoopsom, behoudens in geval van beëindiging van de erfpacht om

Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam

91

ALGEMENE BEPALINGEN VOOR VOORTDURENDE ERFPACHT 1994

redenen van algemeen belang. De verlenging van het aan te vangen of lopende tijdvak door vooruitbetaling van de canon door de erfpachter wordt geconstateerd bij notariële akte; in de akte worden daaromtrent in ieder geval vermeld: a. de kadastrale aanduiding, de oppervlakte van het perceel en, waar mogelijk, de plaatselijke aanduiding; b. het bedrag van de canon; c. de door de erfpachter verschuldigde toeslag; d. de afkoopsom, alsmede het percentage waartegen dit bedrag is berekend; e. de datum waarop de afkoopsom aan de Gemeente is voldaan; f. de periode waarop de vooruitbetaling betrekking heeft; g. de datum waarop de eerstvolgende herziening van de canon zal plaatsvinden. De kosten van de notariële akte en de inschrijving daarvan in de openbare registers, alsmede de verschuldigde belastingen en andere gewone en buitengewone lasten zijn voor rekening van de erfpachter. 8

artikel 12 - Wijzigingen in de erfpacht bij het einde van het tijdvak 1

2

3

4

92

 ij de aanvang van een nieuw tijdvak vindt herziening van de canon plaats. De B canon wordt door de Gemeente vastgesteld op basis van een opnieuw berekende grondwaarde en het canonpercentage, geldende in het jaar van kennisgeving als bedoeld in lid 3. Bij de berekening van de grondwaarde wordt uitgegaan van: a. de bij de aanvang van het nieuwe tijdvak toepasselijke algemene en bijzondere bepalingen; b. een redelijke toedeling van een deel van de gezamenlijke waarde van het perceel en de opstallen aan het perceel; c. de onderhandse verkoopwaarde van normaal onderhouden percelen en opstallen in verhuurde of gebruikte staat. Ten minste drie jaar vóór de aanvang van een nieuw tijdvak geven Burgemeester en Wethouders schriftelijk aan de erfpachter kennis van de toepasselijkheid van eventuele nieuwe Algemene Bepalingen en de op basis van het bepaalde in de leden 1 en 2 door de Gemeente berekende nieuwe grondwaarde en nieuwe canon. Indien de erfpachter zich niet kan verenigen met de nieuwe grondwaarde en nieuwe canon, doet hij hiervan binnen drie maanden na ontvangst van de kennisgeving schriftelijk mededeling aan Burgemeester en Wethouders. In dat geval worden de grondwaarde en de canon met inachtneming van het bepaalde in de leden 1 en 2 vastgesteld door deskundigen.

De door deskundigen vastgestelde grondwaarde en canon worden zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de Gemeente en de erfpachter ter kennis gebracht.

5

 ijzigingen, overeenkomstig het bepaalde in voorgaande leden tot stand W gekomen, treden bouwbloksgewijze in werking telkenmale op het tijdstip waarop een tijdvak is verlopen. 6 Herziening van de canon wordt binnen zes maanden na de kennisgeving als bedoeld in lid 3, respectievelijk binnen zes maanden na de kennisgeving van deskundigen als bedoeld in lid 4, geconstateerd bij notariële akte; in de akte worden daaromtrent in ieder geval vermeld: a. de kadastrale aanduiding, de oppervlakte van het perceel en, waar mogelijk, de plaatselijke aanduiding; b. het bedrag van de canon; c. de bestemming en het toegestane gebruik; d. de maximaal toegestane bebouwing. De kosten van de notariële akte en de inschrijving daarvan in de openbare registers, alsmede de verschuldigde belastingen en andere gewone en buitengewone lasten zijn voor rekening van de erfpachter. 7 Indien Burgemeester en Wethouders tweeëneenhalf jaar vóór de aanvang van een nieuw tijdvak nog niet hebben voldaan aan het bepaalde in lid 3, is de erfpachter bevoegd, de Gemeente schriftelijk te verzoeken dat hem alsnog wordt medegedeeld, of eventuele nieuwe Algemene Bepalingen na het lopende tijdvak van toepassing zullen zijn, alsmede of de canon wordt herzien. Aan het verzoek van de erfpachter dient de Gemeente binnen drie maanden te voldoen.

8 Niet-inachtneming van de termijn, vermeld in lid 3, doet het recht van de Gemeente tot van toepassing verklaren van nieuwe Algemene Bepalingen met herziening van de canon, respectievelijk het recht tot opzegging van de erfpacht door de erfpachter niet teniet, zelfs niet indien de kennisgeving geschiedt na het verstrijken van het lopende tijdvak. Tenzij de erfpachter hierdoor wordt benadeeld, heeft te late kennisgeving tot gevolg dat voor de toepassing van dit artikel en art. 4, lid 1, het lopende tijdvak geacht wordt te eindigen drie jaar na verzending van de kennisgeving. Tot de aanvang van het nieuwe tijdvak blijven de geldende canon, de algemene en de bijzondere bepalingen van toepassing.

artikel 13 - H  erziening van de canon in geval van wijziging van het gebruik of de bebouwing 1

 erziening van de canon kan voorts plaatsvinden in de volgende gevallen: H a. indien een met toestemming van Burgemeester en Wethouders veranderd gebruik van het perceel en/of opstallen, gelet op de door deze gebruiksverandering tot stand gekomen waardevermeerdering van het perceel, daartoe redelijkerwijs aanleiding geeft, zulks met ingang van de datum waarop het veranderd gebruik is aangevangen. Indien niet met

Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam

93

ALGEMENE BEPALINGEN VOOR VOORTDURENDE ERFPACHT 1994

2

zekerheid is vast te stellen met ingang van welke datum het veranderd gebruik tot stand is gekomen, stellen Burgemeester en Wethouders die datum bij benadering vast in het besluit waarbij toestemming wordt verleend; b. indien een met toestemming van Burgemeester en Wethouders gerealiseerde wijziging van de bestaande opstallen en/of met toestemming van Burgemeester en Wethouders gestichte nieuwe bebouwing, gelet op de door deze wijziging en/of bebouwing tot stand gekomen waardevermeerdering van het perceel, daartoe redelijkerwijs aanleiding geeft, zulks met ingang van de datum waarop de wijziging van de bestaande opstallen en/of gestichte bebouwing is gerealiseerd. Indien niet met zekerheid is vast te stellen met ingang van welke datum de wijziging van de bestaande opstallen en/of gestichte bebouwing is gerealiseerd, stellen Burgemeester en Wethouders die datum bij benadering vast in het besluit waarbij toestemming wordt verleend. De nieuwe canon wordt berekend door toepassing van de formule:

c. de bestemming en het toegestane gebruik; d. de maximaal toegestane bebouwing. De kosten van de notariële akte en de inschrijving daarvan in de openbare registers, alsmede de verschuldigde belastingen en andere gewone en buitengewone lasten zijn voor rekening van de erfpachter.

artikel 14 - Inrichting en ingebruikneming van het perceel 1

A + ( (B - C) x D ) , waarin voorstelt: 2 A de op het moment van de herziening geldende canon; B de op het moment van de herziening geldende grondwaarde met het oog op het gewijzigd gebruik en/of de gewijzigde bebouwing; C de op het moment van de herziening geldende grondwaarde met het oog op het volgens de akte van vestiging toegestane gebruik, respectievelijk de toegestane bebouwing; D het op het moment van de herziening van toepassing zijnde canonpercentage. 3 Indien de berekening, bedoeld in lid 2, resulteert in een lagere canon, wordt de canon niet herzien en blijft de erfpachter de geldende canon verschuldigd. 4 Herziening van de canon op de voet van dit artikel vindt ook plaats op dezelfde wijze, indien op basis van art. 10 de canon bij vooruitbetaling is voldaan. 5 Indien met toepassing van art. 9 de canonaanpassing is uitgesloten, wordt de met inachtneming van de voorgaande leden berekende verhoging vermeerderd met het toeslagpercentage als bedoeld in art. 9, lid 1, en zal ten aanzien van de verhoging de canonaanpassing zijn uitgesloten zoals voor de geldende canon. 6 Herziening van de canon wordt geconstateerd bij notariële akte; in de akte wordt in ieder geval vermeld: a. de kadastrale aanduiding, de oppervlakte van het perceel en, waar mogelijk, de plaatselijke aanduiding; b. het bedrag van de canon en de ingangsdatum;

94

 e erfpachter is verplicht, onder de voorwaarden en binnen de termijnen D daartoe in de akte van vestiging gesteld: a. het perceel te bebouwen overeenkomstig het door de Gemeente goedgekeurde bouwplan; b. het perceel op behoorlijke wijze van de belendende percelen en/of de openbare weg af te scheiden en afgescheiden te houden; c. het onbebouwde gedeelte van het perceel op behoorlijke wijze overeenkomstig de in de akte van vestiging aangegeven bestemming in te richten en ingericht te houden; d. het perceel en de eventuele opstallen overeenkomstig de in de akte van vestiging aangegeven bestemming in gebruik te nemen. Burgemeester en Wethouders kunnen op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de erfpachter vrijstelling verlenen van een of meer van de in lid 1 genoemde verplichtingen en/of van de ter zake in de akte van vestiging gestelde voorwaarden en termijnen. Burgemeester en Wethouders kunnen aan een vrijstelling voorwaarden of een tijdsbepaling verbinden, waaronder herziening van de canon als bedoeld in art. 13.

artikel 15 - Overdracht voor ingebruikneming 1

2

 e erfpachter is, zonder toestemming van Burgemeester en Wethouders, niet D bevoegd, zijn erfpacht geheel of gedeeltelijk over te dragen of toe te delen dan wel een beperkt recht te vestigen waardoor het gebruik van het perceel door derden wordt verkregen, alvorens hij heeft voldaan aan zijn verplichtingen ingevolge art. 14, lid 1. Burgemeester en Wethouders kunnen, indien zij toestemming verlenen, aan de toestemming voorwaarden en/of een tijdsbepaling verbinden, waaronder herziening van de canon als bedoeld in art. 13.

artikel 16 - Gebruik overeenkomstig de bestemming 1 2

 e erfpachter is verplicht, het perceel en de opstallen overeenkomstig de in de D akte van vestiging aangegeven bestemming te gebruiken. Het is de erfpachter in ieder geval niet geoorloofd: a. het perceel en de opstallen geheel of gedeeltelijk langer dan een jaar niet of nagenoeg niet te gebruiken;

Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam

95

ALGEMENE BEPALINGEN VOOR VOORTDURENDE ERFPACHT 1994

3

4

5

b. het  perceel en de opstallen zodanig te gebruiken dat zulks uit een oogpunt van welstand bezwaar oplevert; c. handelingen te verrichten die kunnen leiden tot vermindering van de waarde van het perceel; d. op of aan het perceel en/of opstallen werkzaamheden of handelingen te verrichten of na te laten dan wel een bedrijf uit te oefenen waardoor gevaar, schade of hinder dan wel aantasting van de volksgezondheid en/of het milieu, waaronder de bodem, wordt veroorzaakt. Indien de erfpachter in strijd handelt met het bepaalde in lid 1 en/of lid 2, zijn Burgemeester en Wethouders bevoegd, van de erfpachter onmiddellijk opheffing van de overtreding en ongedaan maken van de daardoor ontstane schade te vorderen. Alle schade die door handelen of nalaten in strijd met het in de vorige leden bepaalde door of vanwege de erfpachter ontstaat waaronder de kosten van eventueel noodzakelijke bodemsanering is voor rekening van de erfpachter. Burgemeester en Wethouders kunnen op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de erfpachter vrijstelling verlenen van de in de leden 1 en 2 vermelde verplichtingen en verboden. Burgemeester en Wethouders kunnen, indien zij vrijstelling verlenen, aan de vrijstelling voorwaarden en/of een tijdsbepaling verbinden, waaronder herziening van de canon als bedoeld in art. 13.

artikel 17 - Instandhouding van de opstallen 1

2 3 4

96

 e erfpachter is verplicht, het perceel en de opstallen in zodanige staat te D houden dat deze de in de akte van vestiging aangegeven bestemming en het daarin vermelde gebruik op behoorlijke wijze kunnen dienen. Daartoe dient de erfpachter het perceel en de opstallen in alle opzichten goed te onderhouden en, waar nodig, tijdig te vernieuwen, voor zover in verband met het onderhoud noodzakelijk. Het is de erfpachter niet geoorloofd, de opstallen geheel of gedeeltelijk te slopen of het bouwvolume van de opstallen te wijzigen. De erfpachter is verplicht tot gehele of gedeeltelijke herbouw van de opstallen over te gaan indien deze door welke oorzaak ook zijn teniet gegaan. Burgemeester en Wethouders kunnen op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de erfpachter vrijstelling verlenen van de in de leden 1 tot en met 3 vermelde verplichtingen en verboden. Burgemeester en Wethouders kunnen, indien zij vrijstelling verlenen, aan de vrijstelling voorwaarden en/of een tijdsbepaling verbinden, waaronder herziening van de canon als bedoeld in art. 13.

artikel 18 - Gedoogplichten 1

 e erfpachter is verplicht, op, in, aan of boven het perceel en de opstallen de D aanwezigheid van door of vanwege de Gemeente aangebrachte leidingen, kabels, vezels en andere inrichtingen voor communicatieve doeleinden, palen, rioleringen, drainagebuizen en andere soortgelijke voorzieningen ten behoeve van openbare doeleinden te gedogen en toe te laten dat deze voorzieningen worden aangebracht, onderhouden en vernieuwd wanneer dit door Burgemeester en Wethouders zal worden gelast. 2 Alle schade welke een onmiddellijk gevolg is van de uitvoering van de in het vorige lid vermelde werkzaamheden en de aanwezigheid van krachtens het vorige lid na de uitgifte aangebrachte voorzieningen, zal na overleg met de erfpachter door de Gemeente en op haar kosten worden hersteld dan wel aan de erfpachter worden vergoed. Kunnen partijen niet tot overeenstemming komen over de aard en de hoogte van de schadeloosstelling, dan zal deze op verzoek van de meest gerede partij worden vastgesteld door deskundigen.

artikel 19 - Lasten en belastingen 1

2

 lle gewone en buitengewone lasten, waaronder begrepen alle belastingen A die ter zake van het perceel en de opstallen worden geheven, komen ten laste van de erfpachter met ingang van de datum van het verlijden van de akte van vestiging of, indien ingebruikneming voordien geschiedde, vanaf de datum van ingebruikneming. Indien de Gemeente enige betaling heeft verricht die krachtens de algemene of bijzondere bepalingen ten laste van de erfpachter komt, moet de erfpachter deze aan de Gemeente vergoeden binnen een maand na ontvangst van een schriftelijk betalingsverzoek van Burgemeester en Wethouders.

artikel 20 - Vrijwaring door de erfpachter. De erfpachter vrijwaart de Gemeente voor alle aanspraken van derden op vergoeding van schade die na de ingangsdatum van de erfpacht is ontstaan als gevolg van zodanige verontreiniging van de bodem door of vanwege de erfpachter dat gevaar bestaat voor de volksgezondheid en/of het milieu en van ander handelen of nalaten van de erfpachter in verband met het perceel die kunnen leiden tot aanspraken of schade van derden.

artikel 21 - Overdracht erfpacht De erfpachter is verplicht, in geval van overdracht, toedeling of splitsing van de erfpacht, in de desbetreffende akte op te nemen hetgeen is vermeld met betrekking tot het bepaalde in art. 3, lid 2, onder a tot en met g.

Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam

97

ALGEMENE BEPALINGEN VOOR VOORTDURENDE ERFPACHT 1994

artikel 22 - Splitsen van de erfpacht 1

2

3 4

 e erfpachter is tot splitsing van de erfpacht, tot splitsing in D appartementsrechten of tot samenvoeging van erfpachten slechts bevoegd na voorafgaande schriftelijke toestemming van Burgemeester en Wethouders. Voor de toepassing van dit artikel wordt met de in de eerste zin bedoelde handelingen gelijkgesteld het door de erfpachter scheppen van rechten van lidmaatschap van verenigingen of coöperaties of het verlenen van deelnemingen of participaties indien in die rechten is begrepen het recht op uitsluitend gebruik of nagenoeg uitsluitend gebruik van het perceel en/of de opstallen of van een gedeelte daarvan dat blijkens de inrichting is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt. Burgemeester en Wethouders kunnen aan het verlenen van de toestemming als bedoeld in lid 1 voorwaarden verbinden, waaronder herziening van de canon als bedoeld in art. 13. Indien Burgemeester en Wethouders toestemming verlenen tot splitsing in appartementsrechten, stellen zij tevens de verdeling van de canon vast. Indien de erfpacht is gesplitst in appartementsrechten, is de vereniging van appartementseigenaren hoofdelijk verbonden voor de door één of meer appartementseigenaren verschuldigde canon.

artikel 23 - Hypotheekhouder(s)

4

5

artikel 25 - Gevolgen van de beëindiging in het algemeen belang 1 2

De Gemeente zal de hypotheekhouder(s) tijdig in kennis stellen van haar voornemen tot beëindiging van de erfpacht.

artikel 24 - Beëindiging van de erfpacht om redenen van algemeen belang 1

2

3

98

 e Gemeente kan de erfpacht beëindigen om redenen van algemeen belang. D De beëindiging geschiedt door opzegging van de erfpacht nadat de Gemeenteraad een daartoe strekkend besluit heeft genomen. Burgemeester en Wethouders doen een voorstel tot beëindiging van de erfpacht aan de Gemeenteraad. In dit voorstel wordt gemotiveerd uiteengezet welke de redenen zijn die beëindiging van de erfpacht in het algemeen belang rechtvaardigen. Burgemeester en Wethouders geven de erfpachter, de hypotheekhouder(s) en eventuele derde-belanghebbenden schriftelijk kennis van het voorstel. Tevens maken Burgemeester en Wethouders het voornemen tot beëindiging algemeen bekend. Omtrent het voorstel tot beëindiging van de erfpacht neemt de Gemeenteraad geen besluit zolang niet ten minste twee maanden sedert dagtekening van het in lid 2 bedoelde schrijven zijn verstreken. Gedurende deze termijn kunnen de erfpachter, de hypotheekhouder(s) en eventuele derde-belanghebbenden bezwaren tegen het voorstel bij Burgemeester en Wethouders inbrengen. De

Gemeenteraad besluit met meeweging van de eventueel ingebrachte bezwaren. Indien de Gemeenteraad niet binnen een jaar na dagtekening van het in lid 2 bedoelde schrijven besluit tot beëindiging van de erfpacht, wordt het in lid 2 bedoelde voorstel geacht niet te zijn gedaan. Het besluit van de Gemeenteraad bepaalt de dag waarop de erfpacht uiterlijk moet worden opgezegd. Opzegging vindt vervolgens plaats bij exploit en met inachtneming van een termijn van ten minste één jaar. Deze opzegging moet op straffe van nietigheid binnen acht dagen worden betekend aan de hypotheekhouder(s) en aan anderen die als beperkt gerechtigde of beslaglegger(s) op de erfpacht in de openbare registers zijn ingeschreven. De opzegging wordt door de Gemeente ingeschreven in de openbare registers. Indien op de dag dat de erfpacht eindigt, het perceel en de opstallen niet zijn ontruimd, kan de Gemeente zonder nadere ingebrekestelling ontruiming doen bewerkstelligen, met inachtneming van door derden rechtmatig verkregen gebruiksrechten en het eventuele retentierecht van de erfpachter.

3

4

5

Indien de erfpacht eindigt op de wijze als bedoeld in art. 24, vindt schadeloosstelling plaats op basis van de Onteigeningswet. Niet zal worden vergoed de waarde van hetgeen in strijd met enige bepaling of voorwaarde in de akte van vestiging in erfpacht of in een akte houdende wijziging van de erfpacht is gesticht, noch zal worden vergoed de schade ter zake van het beëindigen van een activiteit die in strijd met enige bepaling of voorwaarde in de akte tot vestiging in erfpacht of in een akte houdende wijziging van de erfpacht op het perceel en in de opstallen wordt uitgeoefend, tenzij Burgemeester en Wethouders daartoe schriftelijk toestemming hebben verleend. Indien de erfpachter zich niet kan verenigen met de door de Gemeente aangeboden vergoeding, doet hij hiervan binnen twee maanden na ontvangst van de schriftelijke kennisgeving van de vergoeding schriftelijk mededeling aan Burgemeester en Wethouders. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over de hoogte van de vergoeding, wordt deze vastgesteld door deskundigen. De Gemeente keert de aan de erfpachter toekomende schadevergoeding uit na aftrek van al hetgeen haar met betrekking tot de erfpacht, het perceel en de opstallen nog verschuldigd is.

Indien de erfpacht ten tijde van het eindigen van de erfpacht met hypotheek was bezwaard, is de Gemeente krachtens deze Algemene Bepalingen gemachtigd om, in afwijking van lid 4, de schadevergoeding, na aftrek van al hetgeen aan de Gemeente met betrekking tot de erfpacht, het perceel en de opstallen nog verschuldigd is, aan de hypotheekhouder(s) uit te keren tot een door Burgemeester en Wethouders vast te stellen bedrag, gelijk aan het

Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam

99

ALGEMENE BEPALINGEN VOOR VOORTDURENDE ERFPACHT 1994

6

bedrag dat aan de hypotheekhouder(s) zou toekomen indien het een verdeling gold van de koopprijs in geval van executoriale verkoop van de erfpacht. Een daarna overblijvend bedrag van de schadevergoeding wordt uitgekeerd aan de erfpachter. Generlei uitkering ingevolge dit artikel heeft plaats zolang het perceel en de opstallen niet ter vrije beschikking van de Gemeente zijn gesteld, behoudens door derden rechtmatig verkregen gebruiksrechten en het eventuele retentierecht van de erfpachter.

artikel 26 - Gevolgen van de opzegging door de erfpachter 1

2

3

4

5

Indien de erfpacht eindigt door opzegging vanwege de erfpachter, mag de erfpachter de opstallen noch geheel noch gedeeltelijk wegnemen, onverminderd het recht van de Gemeente van de erfpachter te vorderen dat de opstallen geheel of gedeeltelijk worden weggenomen en het perceel vóór het einde van het tijdvak ook voor het overige wordt teruggebracht in de oorspronkelijke staat waarin het zich bevond ten tijde van uitgifte in erfpacht. De Gemeente dient binnen drie maanden na opzegging vanwege de erfpachter aan de erfpachter schriftelijk kennis te geven, of zij van dit recht gebruik maakt. Bij het einde van de erfpacht dient de erfpachter in elk geval het perceel af te leveren vrij van stoffen welke naar op dat moment gangbare opvattingen gevaar voor het milieu of de volksgezondheid opleveren. Indien de Gemeente geen gebruik maakt van haar recht ingevolge lid 1, is de erfpachter gerechtigd tot vergoeding van de waarde van de bij het einde van de erfpacht nog aanwezige opstallen. Niet zal worden vergoed de waarde van hetgeen in strijd met enige bepaling of voorwaarde in de akte tot vestiging in erfpacht of in een akte houdende wijziging van de erfpacht is gesticht of aangebracht. Vanaf de datum waarop de erfpacht ingevolge het bepaalde in art.

4, lid 1, is geëindigd, is de Gemeente gerechtigd tot alle opbrengsten en tot het gebruik van het perceel en komen alle gewone en buitengewone lasten, waaronder begrepen alle belastingen die ter zake van het perceel en de opstallen worden geheven, ten laste van de Gemeente. De leden 3 tot en met 6 van art. 25 zijn van overeenkomstige toepassing.

artikel 27 - Niet-nakoming van verplichtingen door de erfpachter 1

100

 nverminderd de aan de Gemeente krachtens de wet toekomende O bevoegdheden kan de Gemeente, indien de erfpachter zijn verplichtingen niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomt, te harer keuze en, zo nodig, naast of na elkaar gebruikmaken van de in deze algemene of de bijzondere bepalingen genoemde bevoegdheden.

2

3

4

5

 lvorens Burgemeester en Wethouders gebruik maken van een van de in de A wet, de algemene of de bijzondere bepalingen vermelde bevoegdheden, stellen zij de erfpachter schriftelijk in gebreke en wordt hem alsnog een termijn gegund om aan zijn verplichtingen te voldoen. Indien de erfpachter een in de wet, een in deze algemene of een in de bijzondere bepalingen gestelde termijn binnen welke hij een verplichting moet nakomen, ongebruikt laat voorbijgaan, is hij door het enkel verloop van de termijn in verzuim, zonder dat daartoe een nadere ingebrekestelling is vereist. Met het oog op de handhaving van de aan de erfpachter in deze algemene of in de bijzondere bepalingen opgelegde verplichtingen is de Gemeente te allen tijde gerechtigd na overleg met de erfpachter het perceel met apparatuur te betreden en de zich daarop bevindende opstallen en werken, zowel in- als uitwendig, te inspecteren. Ingeval de niet-nakoming door de erfpachter betreft het niet voldoen aan enige betalingsverplichting, zijn de kosten van de invordering voor rekening van de erfpachter.

artikel 28 - Boete 1

2 3

4

5

 egens het niet, niet tijdig of niet behoorlijk voldoen aan enige verplichting uit W de algemene of de bijzondere bepalingen, kunnen Burgemeester en Wethouders besluiten de erfpachter een boete op te leggen van ten hoogste tienmaal het bedrag van de alsdan geldende canon. De boete moet worden betaald binnen een maand na ontvangst van het schrijven waarin de boete is opgelegd. Indien de canon is vooruitbetaald, wordt voor de toepassing van het vorige lid uitgegaan van de canon alsof deze niet was vooruitbetaald. Naast de bedoelde boete kunnen Burgemeester en Wethouders een extra boete vorderen voor elke dag of gedeelte van een dag dat de niet, niet tijdige of niet behoorlijke nakoming voortduurt. Deze extra dagboete zal ten hoogste drie procent (3%) van de canon bedragen. Een boete kan door Burgemeester en Wethouders geheel of gedeeltelijk worden kwijtgescholden of, indien deze reeds is betaald, teruggegeven indien daarvoor naar hun mening reden aanwezig is. De kosten van de invordering van de boete zijn voor rekening van de erfpachter.

artikel 29 - Herstel door de Gemeente 1

Indien de erfpachter enige verplichting, voortvloeiende uit de algemene of de bijzondere bepalingen, niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomt, kunnen Burgemeester en Wethouders deze verplichting op kosten van de erfpachter doen uitvoeren. Krachtens deze Algemene Bepalingen zijn Burgemeester en

Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam

101

ALGEMENE BEPALINGEN VOOR VOORTDURENDE ERFPACHT 1994

2

3

4

4

5

6

het in lid 2 bedoelde schrijven besluit tot beëindiging van de erfpacht, wordt het in lid 2 bedoelde voorstel geacht niet te zijn gedaan. Het besluit van de Gemeenteraad bepaalt de dag waarop de erfpacht wordt opgezegd. Opzegging vindt vervolgens plaats bij exploit en met inachtneming van een termijn van ten minste zes maanden. Deze opzegging moet op straffe van nietigheid binnen acht dagen worden betekend aan de hypotheekhouder(s) en aan anderen die als beperkt gerechtigde of beslaglegger(s) op de erfpacht in de openbare registers zijn ingeschreven. De opzegging wordt door de Gemeente ingeschreven in de openbare registers. Indien vóór de dag waarop de erfpacht eindigt, de oorzaak van de beëindiging wordt weggenomen en vóór die dag bovendien aan de Gemeente worden vergoed alle kosten, schade en rente als bedoeld in lid 1, zijn aan het besluit van de Gemeenteraad en aan de aan de erfpachter gedane opzegging geen verdere rechtsgevolgen meer verbonden. Indien op de dag waarop de erfpacht eindigt, het perceel en de opstallen niet zijn ontruimd, kan de Gemeente zonder nadere ingebrekestelling ontruiming doen bewerkstelligen, met inachtneming van door derden rechtmatig verkregen gebruiksrechten en het eventuele retentierecht van de erfpachter.

artikel 30 - Beëindiging wegens tekortkoming van de erfpachter

artikel 31 - Beëindiging wegens wanbetaling van de canon

1

1

2

3

102

Wethouders tot zodanige uitvoering jegens de erfpachter uitdrukkelijk gemachtigd. Tevens zijn Burgemeester en Wethouders gemachtigd, op kosten van de erfpachter al datgene ongedaan te maken dat in strijd met enige verplichting door de erfpachter is verricht. Burgemeester en Wethouders geven van hun voornemen gebruik te maken van de bevoegdheid als bedoeld in lid 1, schriftelijk kennis aan de erfpachter en de hypotheekhouder(s). Zij doen de kennisgeving vergezeld gaan van een opgave van het vermoedelijke bedrag van de kosten die met de uitvoering gemoeid zullen zijn. De erfpachter is verplicht, op eerste aanzegging van Burgemeester en Wethouders de kosten die gemoeid zijn geweest met het herstel, te voldoen. Burgemeester en Wethouders doen de aanzegging vergezeld gaan van een gespecificeerde opgave van de kosten. Kan de erfpachter zich niet met de hoogte van het bedrag verenigen, dan geeft hij daarvan binnen twee maanden na ontvangst van bedoelde aanzegging schriftelijk kennis aan Burgemeester en Wethouders. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over de hoogte van dit bedrag, wordt dit op verzoek van de meest gerede partij vastgesteld door deskundigen.

Indien de erfpachter in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van enige verplichting, voortvloeiend uit de algemene of de bijzondere bepalingen, en in de gelegenheid is gesteld te presteren, kan de Gemeente de erfpacht beëindigen. Beëindiging geschiedt door opzegging en, behoudens het geval, bedoeld in art. 31, nadat de Gemeenteraad een daartoe strekkend besluit heeft genomen. De Gemeente is in dat geval tevens gerechtigd van de erfpachter vergoeding te vorderen van kosten, schade en rente. Burgemeester en Wethouders doen een voorstel tot beëindiging van de erfpacht aan de Gemeenteraad. In dit voorstel wordt gemotiveerd uiteengezet welke de redenen zijn die beëindiging van de erfpacht rechtvaardigen. Burgemeester en Wethouders geven de erfpachter, de hypotheekhouder(s) en de eventuele derde-belanghebbenden schriftelijk kennis van het voorstel. Tevens maken Burgemeester en Wethouders het voornemen algemeen bekend. Omtrent het voorstel tot beëindiging van de erfpacht neemt de Gemeenteraad geen besluit zolang niet ten minste twee maanden sedert dagtekening van het in lid 2 bedoelde schrijven zijn verstreken. Gedurende deze termijn kunnen de erfpachter, de hypotheekhouder(s) en de eventuele derde-belanghebbenden bezwaren tegen het voorstel bij Burgemeester en Wethouders inbrengen. De Gemeenteraad besluit met meeweging van de eventueel ingebrachte bezwaren.

Indien de Gemeenteraad niet binnen een jaar na dagtekening van

2

3

4

Indien de erfpachter in verzuim is, de canon te betalen over twee achtereenvolgende jaren, kan de Gemeente de erfpacht door opzegging beëindigen. Beëindiging geschiedt in dat geval na een daartoe strekkend besluit van Burgemeester en Wethouders. Burgemeester en Wethouders geven de erfpachter, de hypotheekhouder(s) en de eventuele derde-belanghebbenden schriftelijk kennis van hun voornemen tot beëindiging. Tevens maken Burgemeester en Wethouders het voornemen algemeen bekend. Burgemeester en Wethouders bepalen de dag waarop de erfpacht uiterlijk moet worden opgezegd. Opzegging vindt vervolgens plaats bij exploit niet eerder dan nadat ten minste twee maanden zijn verstreken na de kennisgeving, bedoeld in het vorige lid, en met inachtneming van een termijn van ten minste drie maanden. Deze opzegging moet op straffe van nietigheid binnen acht dagen worden betekend aan de hypotheekhouder(s) en aan anderen die als beperkt gerechtigde of beslaglegger(s) op de erfpacht in de openbare registers zijn ingeschreven. De opzegging wordt door de Gemeente ingeschreven in de openbare registers. Het bepaalde in de leden 5 en 6 van art. 30 is van overeenkomstige toepassing.

Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam

103

ALGEMENE BEPALINGEN VOOR VOORTDURENDE ERFPACHT 1994

artikel 32 - Gevolgen van de beëindiging wegens tekortkoming en wanbetaling 1

2

3

4

5

6

7

 e erfpachter kan uitsluitend van de Gemeente vergoeding van de waarde van D de erfpacht, waarin begrepen de opstallen, vorderen op basis van het in dit artikel bepaalde. Vanaf de datum waarop de erfpacht ingevolge het bepaalde in art. 30 en art. 31 is geëindigd, is de Gemeente gerechtigd tot alle opbrengsten en tot het gebruik van het perceel en komen alle gewone en buitengewone lasten, waaronder begrepen alle belastingen die ter zake van het perceel en de opstallen worden geheven, ten laste van de Gemeente. Tenzij met de erfpachter en hypotheekhouder(s) anders is overeengekomen, is de Gemeente verplicht, binnen zes maanden na de dag waarop de erfpacht is geëindigd, in het openbaar, ten overstaan van een bevoegde notaris en onder de alsdan gebruikelijke veilingvoorwaarden, dan wel onderhands op de wijze als voorzien in art. 3:268 van het Burgerlijk Wetboek, te verkopen een op het perceel en de opstallen te vestigen erfpacht. De erfpacht zal worden gevestigd onder de algemene en bijzondere bepalingen en tegen een canon die voor de opgezegde erfpacht heeft gegolden, zulks met inachtneming van door derden rechtmatig verkregen gebruiksrechten. De opbrengst van de verkoping wordt uitgekeerd aan de erfpachter, na aftrek van al hetgeen aan de Gemeente met betrekking tot de erfpacht nog is verschuldigd en van de te harer laste komende kosten van de openbare verkoping.

Indien de erfpacht ten tijde van het eindigen van de erfpacht met hypotheek was bezwaard, is de Gemeente krachtens deze Algemene Bepalingen gemachtigd om, in afwijking van lid 4, de opbrengst, na aftrek van al hetgeen aan de Gemeente met betrekking tot de erfpacht, het perceel en de opstallen nog is verschuldigd en van de te harer laste komende kosten van de openbare verkoping aan de hypotheekhouder(s) uit te keren tot een door Burgemeester en Wethouders vast te stellen bedrag, gelijk aan het bedrag dat aan de hypotheekhouder(s) zou toekomen, indien het een verdeling gold van de koopprijs in geval van executoriale verkoop van de erfpacht. Een daarna overblijvend bedrag van de opbrengst wordt uitgekeerd aan de erfpachter. Generlei uitkering ingevolge dit artikel heeft plaats, zolang het perceel en de opstallen niet ter vrije beschikking van de Gemeente zijn gesteld, behoudens door derden rechtmatig verkregen gebruiksrechten en het eventuele retentierecht van de erfpachter. Indien bij de openbare verkoping geen bod wordt gedaan, wordt de vergoeding vastgesteld door deskundigen.

artikel 33 - Deskundigen 1 2

3

4

5

104

 anneer in deze bepalingen sprake is van deskundigen, wordt daaronder W verstaan een aantal van drie. Indien de Gemeente voornemens is een geschil ter beslissing voor te leggen aan deskundigen en een verzoek tot aanwijzing van deskundigen uit te brengen, geven Burgemeester en Wethouders de erfpachter schriftelijk kennis van dit voornemen. Burgemeester en Wethouders stellen gedurende een maand na dagtekening van gemeld schrijven de erfpachter in de gelegenheid voor geschilbeslechting door de bevoegde rechter te kiezen. Laat de erfpachter deze termijn ongebruikt voorbijgaan, dan wordt hij geacht in te stemmen met beslechting van het geschil door deskundigen. a. Indien, ter zake van de aanwijzing van deskundigen, partijen niet tot overeenstemming kunnen geraken binnen een maand na dagtekening van het schrijven, bedoeld in het vorige lid, zal binnen zes weken na vermelde dagtekening een deskundige moeten zijn aangewezen door ieder der partijen. b. De beide aldus aangewezen deskundigen zullen binnen drie maanden na dagtekening van het schrijven, vermeld in lid 2, een derde deskundige hebben aan te wijzen. c. De aanwijzing van een deskundige door de Gemeente geschiedt door Burgemeester en Wethouders en wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de erfpachter. De aanwijzing van een deskundige door de erfpachter wordt schriftelijk ter kennis van de Gemeente gebracht.

Van de aanwijzing van de derde deskundige wordt schriftelijk kennis gegeven gelijktijdig aan Burgemeester en Wethouders en aan de erfpachter. d. Indien binnen de termijn, gesteld onder a, de erfpachter de aanwijzing van de deskundige niet schriftelijk ter kennis van Burgemeester en Wethouders heeft gebracht, geschiedt diens aanwijzing, alsmede die van de derde deskundige, zo spoedig mogelijk door Burgemeester en Wethouders. e. Indien de aanwijzing van deskundigen wordt vereist ter bepaling van het bedrag van de schadeloosstelling als bedoeld in art. 25, lid 3, zal de Gemeente, in afwijking van het bepaalde onder d, de president van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam verzoeken de derde deskundige zo spoedig mogelijk aan te wijzen. De deskundigen beslissen niet dan nadat beide partijen, al dan niet bij gemachtigde, in de gelegenheid zijn gesteld te worden gehoord. De deskundigen beslissen met inachtneming van de toepasselijke algemene en bijzondere bepalingen en de door de Gemeente ontwikkelde beleidslijnen ter zake. De beslissing van de deskundigen wordt binnen zes maanden na aanwijzing van de derde deskundige gemotiveerd en schriftelijk ter kennis van partijen

Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam

105

ALGEMENE BEPALINGEN VOOR VOORTDURENDE ERFPACHT 1994

6

gebracht en heeft de kracht van een bindend advies. De kosten, op een advies van deskundigen vallende, worden voor de helft gedragen door de Gemeente en voor de andere helft gedragen door de erfpachter.

artikel 37 - Woonplaatskeuze 1 2

artikel 34 - Hoofdelijke verbondenheid en ondeelbaarheid 1

2 3

Indien de erfpacht aan twee of meer personen toekomt, is ieder van hen tegenover de Gemeente hoofdelijk verbonden voor de nakoming van de verplichtingen die uit de erfpacht voortvloeien. De verplichtingen die voor de erfpachter uit de erfpacht voortvloeien, zijn steeds ten opzichte van de Gemeente ondeelbaar. De gezamenlijke rechthebbenden dienen één hunner als vertegenwoordiger aan te wijzen en de Gemeente daarvan schriftelijk in kennis te stellen. De Gemeente kan alle kennisgevingen, aanzeggingen en vorderingen met betrekking tot de erfpacht rechtsgeldig aan respectievelijk tegen deze vertegenwoordiger doen dan wel instellen.

artikel 35 - Ontruiming

3

4

 e erfpachter of de vertegenwoordiger als bedoeld in art. 34, lid 3, dient D ervoor te zorgen dat zijn adres bij de Gemeente bekend is. De erfpachter zonder werkelijke of gekozen woonplaats binnen Nederland is verplicht, met betrekking tot de erfpacht woonplaats te kiezen binnen de Gemeente Amsterdam ten kantore van een aldaar gevestigde notaris. Van de woonplaatskeuze moet de erfpachter aan de Gemeente schriftelijk kennis geven. Bij vestiging, overdracht, toedeling of splitsing van de erfpacht dient de woonplaatskeuze in de desbetreffende akte te worden opgenomen. Zolang de keuze van een andere woonplaats binnen Nederland of de Gemeente Amsterdam niet ter kennis van Burgemeester en Wethouders is gebracht, blijft de oude woonplaats gelden en wordt ook de nieuwe erfpachter geacht aldaar woonplaats te hebben gekozen.

artikel 38 - Citeertitel Deze Algemene Bepalingen kunnen worden aangehaald als: Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht 1994 Amsterdam.

Indien na het eindigen van de erfpacht het perceel en de opstallen niet vrijwillig zijn ontruimd, zal de Gemeente de ontruiming uit krachte van de grosse van de akte tot vestiging kunnen doen bewerkstelligen.

artikel 36 - Inlevering van stukken In geval van vestiging, overdracht, toedeling of splitsing van de erfpacht is de (nieuwe) erfpachter verplicht om binnen een maand na de verkrijging of splitsing daarvan aan Burgemeester en Wethouders kennis te geven door overlegging van een authentiek afschrift van de desbetreffende akte met het relaas van inschrijving in de openbare registers en, in geval van overdracht of toedeling, ook een behoorlijk ingevulde en ondertekende verklaring, opgemaakt volgens een door Burgemeester en Wethouders vast te stellen formulier, behorende bij deze bepalingen.

106

Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam

107

ALGEMENE BEPALINGEN VOOR VOORTDURENDE ERFPACHT 1994

FORMULIER A*

Algemene Bepalingen voor tijdelijke erfpacht voor woningcorporaties 1985

Hierbij verklaart notaris te de erfpacht dat, een onverdeeld gedeelte in de erfpacht (appartement) plaatselijk bekend: kad. bekend: gem.

, sectie

, no.

Deze Algemene Bepalingen zijn vastgesteld door de Raad van de Gemeente bij zijn besluit van achttien september negentienhonderdvijfentachtig, nummer 1385 en gehecht aan een notarieel verleden akte van depot en met die akte overgeschreven ten hypotheekkantore te Amsterdam op dertig oktober negentienhonderdvijfentachtig in deel 8088, nummer 39.

door de Gemeente Amsterdam bij akte verleden de dato voor notaris en ingeschreven ten kantore van de Openbare Registers te Amsterdam, de dato

, in deel

, no.

in erfpacht uitgegeven, en laatstelijk gewijzigd bij akte verleden voor notaris

de dato

en ingeschreven in

de Openbare Registers te Amsterdam in deel

, no.

,

uit krachte van: (omschrijving titel) ingeschreven ten kantore van de Openbare Registers te Amsterdam, de dato

, in deel

, no.

is overgegaan op, naam: adres: woonplaats: correspondentie/faktuuradres (zaakwaarnemer) naam: adres: woonplaats: bankrekening: Amsterdam, handtekening

*

108

stempel

Behoort bij artikel 36 van de Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht 1994, Amsterdam

Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam

109

ALGEMENE BEPALINGEN VOOR TIJDELIJKE ERFPACHT VOOR WONINGCORPORATIE 1985

ALGEMENE BEPALINGEN VOOR TIJDELIJKE ERFPACHT VOOR WONINGCORPORATIES 1985

artikel 5 - Verplichtingen van de erfpachter 1

artikel 1 - Akte van uitgifte 1

2

 e uitgifte geschiedt bij akte, te verlijden ten overstaan van een van D gemeentewege, na overleg met de wederpartij, aan te wijzen notaris. In de akte wordt bepaald: a. het gebruik, dat van het goed en van de daarop te stichten opstallen, met inachtneming van de krachtens wettelijke voorschriften daaraan gegeven bestemming, mag worden gemaakt; b. de jaarlijkse pachtsom (canon); c. de Algemene Bepalingen welke op het erfpachtrecht van toepassing zijn, alsmede de bepalingen, welke van deze toepasselijkheid worden uitgezonderd, en voorts de bijzondere bepalingen welke worden gesteld; d. de ingangsdatum en de einddatum van het erfpachtrecht. Een door partijen voor echt erkende en ten bewijze daarvan door haar gewaarmerkte kaart van het in erfpacht uit te geven goed wordt aan de akte van uitgifte gehecht.

artikel 2 - Vrijwaring door de Gemeente 1

2

 e grond wordt bij de uitgifte geleverd vrij van stoffen welke naar gangbare D opvattingen gevaar voor het milieu of de volksgezondheid opleveren en voorts behoorlijk ontwaterd en, voor zover nodig, opgehoogd. De Gemeente is overigens bij de uitgifte van het goed jegens de erfpachter tot vrijwaring gehouden in de gevallen en met de gevolgen, als in het Burgerlijk Wetboek ten aanzien van de verkoper is bepaald.

artikel 3 - Hoofdelijkheid Indien het erfpachtrecht aan meer personen toekomt, is ieder van hen hoofdelijk aansprakelijk voor de naleving van de bepalingen, welke ingevolge de akte van uitgifte voor die erfpacht gelden.

artikel 4 - Vooruitbetaling canon Burgemeester en Wethouders kunnen, indien naar hun oordeel het gemeentebelang zich daartegen niet verzet, met de erfpachter overeenkomen, dat de nog niet verschenen erfpachttermijnen door betaling van een bedrag ineens worden voldaan.

110

2

 e erfpachter is verplicht: D a. binnen de tijd, bij de akte van uitgifte bepaald, de grond te bebouwen en deze nadien bebouwd te houden; b. het niet door bebouwing en door bij die bebouwing behorende schuren, tuinhuizen en dergelijke ingenomen gedeelte van de uitgegeven grond, binnen de onder a bedoelde termijn en op behoorlijke wijze als tuin aan te leggen en aangelegd te houden; c. indien het onder b bedoelde gedeelte van de uitgegeven grond in verschillende tuinen mocht worden verdeeld, deze onderling op behoorlijke wijze af te sluiten en afgesloten te houden; d. de uitgegeven grond, voorzover de afsluiting niet plaats heeft door gevelmuren, binnen de onder a bedoelde termijn en op behoorlijke wijze van de openbare weg en van de overige belendingen af te sluiten en afgesloten te houden; e. de uitgegeven grond en de zich daarop bevindende opstallen, ten genoegen van Burgemeester en Wethouders, behoorlijk te onderhouden; f.

fte gedogen: -- dat aan hetgeen zich op de uitgegeven grond bevindt, worden aangebracht zovele elektrische geleidingen, draden, isolatoren, muurrozetten, schakelkasten, steunijzers en dergelijke (een en ander met toebehoren), als door Burgemeester en Wethouders nodig wordt geacht; -- dat deze geleidingen, draden, isolatoren, muurrozetten, schakelkasten, steunijzers en dergelijke (een en ander met toebehoren) worden hersteld of vernieuwd, wanneer dit door Burgemeester en Wethouders zal worden gelast; g. al hetgeen ingevolge het bepaalde onder f is aangebracht, bevestigd te laten. Alle schade, welke een onmiddellijk gevolg is van het aanbrengen, bestaan, herstellen of vernieuwen van de elektrische geleidingen, draden, isolatoren, muurrozetten, schakelkasten, steunijzers en dergelijke (een en ander met toebehoren), zal door de Gemeente, naar haar keuze, op haar kosten worden hersteld of aan de rechthebbende worden vergoed.

artikel 6 - Verbodsbepalingen Het is de erfpachter niet geoorloofd: a. in het gebruik van het goed en van de daarop te stichten opstallen verandering te brengen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Burgemeester en Wethouders, welke toestemming ook voor bepaalde tijd of tot wederopzegging kan worden verleend;

Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam

111

ALGEMENE BEPALINGEN VOOR TIJDELIJKE ERFPACHT VOOR WONINGCORPORATIES 1985

b. in  het op de grond gebouwde verandering te brengen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Burgemeester en Wethouders; c. op de grond en in hetgeen daarop is of zal worden gebouwd werkzaamheden te verrichten of een bedrijf uit te oefenen, waarvan gevaar, schade of hinder dan wel bezwaar uit een oogpunt van welstand of aantasting van de hygiëne van het milieu te duchten is, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Burgemeester en Wethouders, welke toestemming ook voor bepaalde tijd of tot wederopzegging kan worden verleend; d. de grond mede te gebruiken voor het plaatsen of aanbrengen van dode voorwerpen, waarvan gevaar, schade of hinder dan wel bezwaar uit een oogpunt van welstand te duchten is; e. het hem in erfpacht uitgegeven goed te splitsen en zijn recht op een gedeelte daarvan over te dragen zonder medewerking en voorafgaande schriftelijke goedkeuring van Burgemeester en Wethouders; f. het erfpachtrecht en het op het hem in erfpacht uitgegeven goed gebouwde te splitsen in appartementsrechten, zonder voorafgaande schriftelijke goedkeuring van Burgemeester en Wethouders.

artikel 9 - Bezwaring en overgang van het erfpachtrecht 1

2

3

artikel 7 - Betaling van de canon 1

2

3

4

5

artikel 8 - Vrijwaring door de erfpachter

artikel 10 - Hypotheken

1

1

2

112

 e betaling van de canon geschiedt zonder enige korting uit welken hoofde D ook, bij vooruitbetaling in halfjaarlijkse termijnen, op de vervaldagen en ter plaatse, door Burgemeester en Wethouders aan te wijzen. Alle belastingen alsmede alle andere lasten, welke op of ter zake van de eigendom van de grond worden geheven, komen ten laste van de erfpachter. De lasten, die de Gemeente voor de erfpachter mocht hebben betaald, komen bij de eerstvolgende te betalen termijn van de canon en worden geacht daarmee één geheel uit te maken. Heeft een betaling van het aan de Gemeente verschuldigde niet plaatsgehad binnen 14 dagen na de vervaldag, dan zal vanaf de vervaldag de wettelijke rente over bedoeld bedrag verschuldigd zijn.

De erfpachter is verplicht zich te onthouden van al datgene, wat: a. ten gevolge kan hebben, dat derden op de grond en de opstallen zakelijke of persoonlijke rechten verkrijgen, welker voortbestaan niet afhankelijk is van het bestaan van het erfpachtrecht, tenzij bedoelde handelingen voortvloeien uit of worden verricht in het kader van de normale bedrijfsuitoefening van de erfpachter; b. een overgang van het erfpachtrecht kan veroorzaken of ten gevolge kan hebben, waardoor de bepalingen van het erfpachtcontract op dat erfpachtrecht niet van toepassing zouden zijn. Overdracht van het erfpachtrecht in zijn geheel of voor een onverdeeld aandeel, splitsing van het erfpachtrecht, verdeling van de canon bij splitsing in appartementsrechten, inbreng in een vennootschap alsmede scheiding van dat recht tussen gezamenlijke rechthebbenden moet bij authentieke akte geschieden.

Van overgang van het erfpachtrecht, waaronder voor de toepassing van deze voorwaarden mede begrepen wordt overgang ten gevolge van inbreng in een vennootschap en van scheiding, wordt binnen zes maanden aan Burgemeester en Wethouders kennis gegeven met overlegging van bewijsstukken, waaruit die overgang blijkt, alsmede van een behoorlijk ingevulde en ondertekende verklaring, opgemaakt volgens formulier A, behorende bij deze bepalingen, en een authentiek afschrift of uittreksel van de in de openbare registers overgeschreven titel, hetwelk ook de dagtekening, het deel en het nummer van de overschrijving vermeldt. Zolang een kennisgeving, als bedoeld in het voorgaande lid, niet is gedaan, alsmede indien het voorschrift, vervat in het tweede lid, niet in acht is genomen, kan de erfpachter aan het feit van de overgang generlei rechtsgevolg tegenover de Gemeente ontlenen. De erfpachter is verplicht, bij splitsing in appartementsrechten van het erfpachtrecht en het op het hem in erfpacht uitgegeven goed gebouwde aan de Gemeente een afschrift van de splitsingsakte te verstrekken.

 e erfpachter vrijwaart de Gemeente voor alle vergoeding van kosten, schade D en interessen, waartoe zij ingevolge het bepaalde bij art. 1405 van het Burgerlijk Wetboek wegens de gehele of gedeeltelijke instorting van de, op de in erfpacht uitgegeven grond staande, opstallen mocht worden veroordeeld. De erfpachter vrijwaart de Gemeente voor alle aanspraken van derden op vergoeding van schade die is ontstaan als gevolg van verontreiniging van het onroerend goed met chemische en/of giftige stoffen, welke verontreiniging aan zijn schuld is te wijten. De kosten van het opheffen van zodanige verontreiniging van de grond zijn voor rekening van de erfpachter.

2

Indien het erfpachtrecht en/of de opstallen met hypotheek zijn bezwaard dient de hypotheekhouder aan Burgemeester en Wethouders toe te zenden een gewaarmerkt afschrift van het in de openbare registers ingeschreven borderel en een verklaring, opgemaakt volgens formulier B, behorende bij deze bepalingen. De artikelen, vermeld in het formulier B, zullen niet van toepassing zijn ten opzichte van hypotheekhouders, die de in het vorige lid genoemde stukken niet hebben ingeleverd.

Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam

113

ALGEMENE BEPALINGEN VOOR TIJDELIJKE ERFPACHT VOOR WONINGCORPORATIES 1985

artikel 11 - Eindigen erfpachtrecht De erfpacht eindigt: a. na het verstrijken van het tijdvak waarvoor de erfpacht is aangegaan; b. door onderlinge overeenstemming tussen Gemeente en erfpachter; c. na opzegging door de erfpachter, op de wijze en in de gevallen als in de akte voorzien; d. door een besluit van de Gemeenteraad bedoeld bij artikel 12; e. door vervallenverklaring als bedoeld bij artikel 780 Derde Boek van het Burgerlijk Wetboek.

artikel 12 - Beëindigen erfpacht bij raadsbesluit 1

2

 an het erfpachtrecht kan te allen tijde bij raadsbesluit een einde worden A gemaakt, indien de Gemeenteraad zal hebben bepaald, dat het algemeen nut de beëindiging tegen een in het desbetreffende besluit genoemde datum wenselijk maakt. Tussen die datum en de datum van het raadsbesluit zal een termijn van ten minste 18 maanden moeten liggen.

artikel 16 - Afwijking van bepalingen bij onderling goedvinden Slechts bij onderlinge overeenstemming tussen Gemeente en erfpachter alsmede de hypotheekhouders, van welke overeenstemming schriftelijk moet blijken, kan: a. een wijziging worden gebracht in de Algemene Bepalingen, welke bij de uitgifte van toepassing zijn verklaard; b. een wijziging worden gebracht in de overige inhoud van het desbetreffende erfpachtrecht.

artikel 17 - Ontruiming Indien na het eindigen van het erfpachtrecht de in erfpacht uitgegeven gronden en de daarop staande opstallen niet vrijwillig worden ontruimd, zal de Gemeente de ontruiming uit krachte van de grosse van de akte van uitgifte kunnen doen bewerkstelligen.

artikel 18 - Inlevering van stukken 1

artikel 13 - Aantekenen in openbare registers van einde erfpacht Indien het erfpachtrecht op één der wijzen als bedoeld in artikel 11 is geëindigd, zal de Gemeente daarvan aantekening laten doen in de openbare registers.

artikel 14 - Vergoeding bij einde erfpachtrecht Indien het erfpachtrecht is geëindigd op één der wijzen als bedoeld in artikel 11, zal de Gemeente aan de erfpachter vergoeden de volgens de dan geldende overheidsvoorschriften ter zake van de exploitatie van woningen van toegelaten instellingen in de zin van de Woningwet berekende boekwaarde van de opstallen, dan wel, indien deze voorschriften niet of niet meer van toepassing zijn, de naar analogie daarvan en vervolgens volgens goed koopmansgebruik berekende boekwaarde.

artikel 15 - Beëindiging erfpacht en hypotheek 1

2

114

Indien de Gemeente, uitgezonderd in de gevallen, bij artikel 11 onder c, d en e, voorzien, tot een overeenkomst medewerkt, of een rechtshandeling verricht, waardoor het erfpachtrecht ten nadele van hypotheekhouders eindigt, is zij tegenover deze gehouden tot vergoeding van de kosten, schaden en interessen, voortspruitende uit het eindigen van het erfpachtrecht. De Gemeente is tot bedoelde vergoeding eveneens gehouden, indien zij een erfstelling of legaat, waarin een door haar verleend erfpachtrecht begrepen is, niet verwerpt.

2

 o dikwijls volgens de bepalingen, welke voor het erfpachtrecht gelden, Z stukken aan Burgemeester en Wethouders moeten worden ingeleverd, wordt van die inlevering door of namens hen een bewijs afgegeven. In bijzondere gevallen, waarin daartoe naar hun oordeel termen zijn, kunnen Burgemeester en Wethouders verlenging van de bepaalde termijnen voor de inlevering van stukken of afwijking van de bij deze bepalingen behorende formulieren toestaan.

artikel 19 - Beroep Tegen besluiten van Burgemeester en Wethouders voortvloeiende uit de erfpacht kan de erfpachter binnen één maand na dagtekening van de brief, waarbij de erfpachter van dat besluit in kennis is gesteld, in beroep komen bij de Gemeenteraad.

artikel 20 - Boete 1

2

 ij elke niet-nakoming van een der verplichtingen, welke de erfpachter ter zake B van de hem verleende erfpacht zijn opgelegd, verbeurt deze, hetzij hij de erfpachter is, aan wie oorspronkelijk het erfpachtrecht door de Gemeente is verleend, hetzij hij deze krachtens algemene of bijzondere titel in dat recht is opgevolgd, een door Burgemeester en Wethouders op te leggen en te bepalen boete tot een maximum van tienmaal het bedrag van de canon ten bate van de gemeentekas, te betalen binnen één maand na daartoe strekkende aanmaning van Burgemeester en Wethouders. Een boete, als in het 1ste lid bedoeld, kunnen Burgemeester en Wethouders geheel of gedeeltelijk kwijtschelden of, indien deze reeds is betaald, geheel of

Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam

115

ALGEMENE BEPALINGEN VOOR TIJDELIJKE ERFPACHT VOOR WONINGCORPORATIES 1985

FORMULIER A* 3

gedeeltelijk teruggeven, indien daarvoor naar hun mening reden aanwezig is. De Gemeenteraad is bevoegd, bij zijn beslissing op een beroep van de erfpachter tegen oplegging van een boete wijziging te brengen in het bedrag van de opgelegde boete. Wordt de erfpachter in zijn beroep in het ongelijk gesteld, dan begint de termijn van één maand, gesteld in het 1ste lid, te lopen van de dag, waarop de beslissing van de Gemeenteraad ter kennis van de erfpachter is gebracht.

artikel 21 - Samenloop van rechtsmiddelen of vorderingen van de Gemeente Voor zoveel in de bepalingen, waaronder de erfpachtuitgifte heeft plaatsgevonden, aan Burgemeester en Wethouders enige bijzondere bevoegdheid is toegekend, laat deze bevoegdheid onaangetast het recht van de Gemeente alle andere rechtsmiddelen of vorderingen, welke haar ten dienste staan of toekomen, aan te wenden of in te stellen, voor zover deze bevoegdheid niet uitdrukkelijk is beperkt.

artikel 22 - Domicilie

De ondergetekende(n)

(naam, beroep, woonplaats) verklaart het erfpachtsrecht dat verklaren, een onverdeeld gedeelte in het erfpachtsrecht (appartement kad. bekend gem.

, sectie

no.

)

verleend op het onroerend goed, bij het kadaster bekend als Gemeente

, sectie

no.

aan

,

door de Gemeente Amsterdam bij

akte, verleden de

voor notaris

en overgeschreven ten kantore van de Hypotheken en het Kadaster te Amsterdam, de

in deel

, no.

,

, no.

,

, no.

,

ten aanzien van welk recht laatstelijk een akte van wijziging is opgemaakt

Ter zake van de erfpacht moet de erfpachter bij de akte van uitgifte domicilie kiezen binnen de Gemeente Amsterdam. Het staat de erfpachter steeds vrij, in de plaats van een vroeger gekozen domicilie een ander binnen de Gemeente Amsterdam te kiezen. Van deze keuze moet alsdan aan de Gemeente kennis worden gegeven bij aangetekend schrijven, tenzij die keuze geschiedt bij authentieke akte, waarvan een afschrift aan de Gemeente wordt verstrekt.

de

artikel 23 - Kosten van de akte c.a.

overgeschreven ten kantore van de Hypotheken en het Kadaster te

Alle kosten en rechten, vallende op een uitgifte of een splitsing van een erfpachtrecht of verdeling van de canon bij splitsing in appartementsrechten, waaronder begrepen die van het aan de Gemeente te verstrekken afschrift van de akte, en alle kosten van de kadastrale opmeting van het onroerend goed, kadastrale rechten en de kosten van de kaarten, zullen door de erfpachter worden gedragen.

,

voor notaris

overgeschreven ten kantore van de Hypotheken en het Kadaster te Amsterdam, de

in deel

uit krachte van: (omschrijving van de titel)

Amsterdam, de

, in deel

is overgegaan op hem (hen) ondergetekende(n) onder dezelfde bepalingen, als daarop ten tijde van de overgang ingevolge de bepalingen van de akte van uitgifte van toepassing waren, zodat alle rechten en verplichtingen, welke uit de gemelde akte van uitgifte voor de erfpachter voortvloeien, sedert de

artikel 24 - Toepasselijkheid van de bepalingen De bepalingen, waaronder de erfpachtuitgifte heeft plaatsgevonden, zullen mede van toepassing zijn op de onverdeelde aandelen in het erfpachtrecht afzonderlijk, voor het geval, dat splitsing in appartementsrechten, als bedoeld in art. 6, onder f, heeft plaatsgevonden, voor zover deze bepalingen niet uitsluitend van toepassing zijn op het erfpachtrecht in zijn geheel.

komen ten bate en ten laste van hem (hen) ondergetekende(n). Amsterdam, de

*

116

Behoort bij art. 9 van de Algemene Bepalingen voor tijdelijke erfpacht voor woningcorporaties.

Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam

117

ALGEMENE BEPALINGEN VOOR TIJDELIJKE ERFPACHT VOOR WONINGCORPORATIES 1985

FORMULIER B* De ondergetekende(n)

(naam, beroep, woonplaats) uit kracht der akte van hypotheekverlening, verleden de voor notaris

, ingeschreven ten

kantore van de Hypotheken en het Kadaster te Amsterdam, de in deel

, no.

Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht 1966 Deze Algemene Bepalingen zijn vastgesteld door de Raad van de Gemeente bij zijn besluit van 18 augustus 1966 nummer 407A en gehecht aan de notariële akten van depot en met die akten overgeschreven ten hypotheekkantore te Amsterdam op 19 april negentienhonderdzevenenzestig in deel 4300 nummer 27.

, houder(s) van een hypotheek op

het erfpachtsrecht een onverdeeld aandeel in het erfpachtsrecht (appartement kadastraal bekend als als Gemeente

, sectie

, no.

)

verleend door de Gemeente Amsterdam bij akte, verleden de voor notaris

, aan

op het onroerend goed bij het kadaster bekend, als Gemeente , sectie

, no.

overgeschreven ten kantore van de Hypotheken en het Kadaster te Amsterdam, de

no.

, ten

aanzien van welk recht laatstelijk een akte van wijziging is opgemaakt de

voor notaris

,

overgeschreven ten kantore van de Hypotheken en het Kadaster te Amsterdam, de , in deel de op dat goed staande opstallen en op het bij dat onverdeelde aandeel behorende aandeel in het gebouw verzoekt, met overlegging van de stukken, genoemd in art. 10, verzoeken,

, no.

,

de bedingen ten behoeve van hypotheekhouders, vervat in art. 15 en, voor zover hij eerste hypotheekhouder is, art. 16 van de Algemene Bepalingen voor tijdelijke erfpacht voor woningcorporaties, vastgesteld bij besluit van de Gemeenteraad van te zijnen (hunnen) aanzien van toepassing te achten. Amsterdam, de

*

118

Behoort bij art. 10 van de Algemene Bepalingen voor tijdelijke erfpacht voor woningcorporaties.

Algemene Bepalingen voor erfpacht in Amsterdam

119

ALGEMENE BEPALINGEN VOOR VOORTDURENDE ERFPACHT 1966

ALGEMENE BEPALINGEN VOOR VOORTDURENDE ERFPACHT 1966 Burgemeester en Wethouders van Amsterdam brengen ter algemene kennis, dat de Gemeenteraad in zijn vergadering van 18 augustus 1966, onder no. 407A, heeft besloten: I te bepalen, dat met betrekking tot de uitgifte van terreinen in voortdurende erfpacht de volgende bepalingen zullen worden in acht genomen: 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9856309/1