CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5. Monitor Uitvoering Energietransitie 2025.pdf

RAAD 12 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Voortgangsrapportage Onze stad van morgen (VN2025-014305)12.646 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Monitor Uitvoering Energietransitie 2025

Voorwoord

Voorwoord De energietransitie is een van de grootste en meest urgente uitdagingen voor onze stad. We willen dat mensen betaalbaar en duurzaam hun huis kunnen verwarmen. We willen uitstoot van verkeer in onze stad drastisch verminderen. En we willen de industrie verduurzamen om zo de CO₂ uitstoot terug te brengen. Dat betekent een grote en complexe verbouwing van onze stad.

Deze monitor maakt ook duidelijk wat we te doen hebben in de aanpak van netcongestie. Hoe meer we overgaan op gebruik en lokale opwek van elektriciteit, hoe meer het netwerk daarop aangepast moet worden. Dat vraagt grote investeringen vanuit energiebedrijven en gebruikers. De onzekerheden rondom de nodige investeringen en de draagkracht van alle partijen maken dit een complexe opgave.

Hoewel dat ingrijpend is, zijn we ook trots dat we bouwen aan een groenere en schonere stad die minder afhankelijk is van buitenlandse energie­ bronnen en die haar verantwoordelijkheid neemt in de klimaatcrisis. We investeren in een toekomstbestendige stad waar iedereen kan profiteren van schone lucht, een lagere energie­ rekening en een goed geïsoleerd huis. Om ervoor te zorgen dat álle Amsterdammers op een eerlijke manier mee kunnen doen in de transitie investeren we waar nodig ongelijk.

Bij het uitvoeren van de energietransitie zijn we in afhankelijk van anderen: de netbeheerders voor de infrastructuur, bewoners en ondernemers voor het verduurzamen van hun panden en bedrijven en het rijk voor landelijke wetgeving (met name rond warmte), en financiële onder­ steuning en maatregelen voor een betaalbare transitie.

Deze tweede monitor Uitvoering Energietransitie laat zien dat ons energieverbruik langzaam maar zeker afneemt mede door betere isolatie van de woningvoorraad en dat een steeds groter deel van de energie die we gebruiken, afkomstig is uit hernieuwbare bronnen. Tegelijkertijd staan we nog voor forse uitdagingen, zoals het betaalbaar maken en houden van energie en warmte voor alle Amsterdammers. De energiearmoede neemt gelukkig af maar blijft een groot probleem voor veel huishoudens in Amsterdam.

De Monitor Uitvoering Energietransitie laat de voortgang van de uitvoering van de energie­ transitie zien aan de hand van drie pijlers: energiegebruik, energie-infrastructuur en duurzame energiebronnen. Hiermee geven we jaarlijks inzicht in onze voortgang richting een fossielvrij energiesysteem met genoeg groene en betaalbare energie voor alle Amsterdammers. De energietransitie is, met de circulaire- en groentransities, onderdeel van onze aanpak om de klimaatcrisis te bestrijden. In de rapportage ‘Onze stad van morgen’ laten we zien welke aan­ vullende maatregelen we als gemeente nemen om de doelen binnen bereik te houden. Zita Pels Wethouder Duurzaamheid, Energietransitie, Circulaire Economie

Drie duurzame transities voor

Brede welvaart binnen de grenzen van onze planeet Reductie Co₂-uitstoot in de stad.

Reductie grondstoffenverbruik in de stad.

Groene, biodiverse, gezonde en klimaatadaptieve stad. Uitvoering Energietransitie

2

Energiesysteem

Energiegebruik in Amsterdam De figuur op deze pagina geeft schematisch weer welke energiebronnen op welke manier worden ingezet. De dikte van de lijnen geeft ongeveer aan om hoeveel energie het gaat. In Nederland was in 2023 ongeveer 17% van alle gebruikte energie hernieuwbaar. Zo wordt biomassa verbrand voor de opwekking van warmte en elektriciteit. Andere hernieuwbare bronnen van elektriciteit zijn wind- en zonneenergie, en biobrandstoffen zoals biodiesel.

Indicatief energiestromendiagram Amsterdam, 2023

In Amsterdam wordt ook afval gebruikt als energiebron. Afval bevat zowel hernieuwbare als fossiele materialen. In de afvalverbrandingsinstallatie van de AEB wordt elektriciteit en warmte opgewekt. Organisch afval kan via een vergistingsproces worden omgezet in biogas. Dit wordt verbrand in energiecentrales, of ingevoerd op het gasnet. Het grootste deel van energie in Amsterdam komt nog uit fossiele bronnen. Aardgas voor stroom en warmte, en olie voor voertuigbrandstoffen. Amsterdam heeft als doel om CO₂ neutraal te worden in 2050. Dat betekent dat (bijna) alle fossiele energie moet worden vervangen door energie uit hernieuwbare bronnen. Deze energie zal vooral als elektriciteit worden opgewekt, vervoerd, gebruikt. Hiervoor moet het stroomnet flink worden uitgebreid. Een kleiner deel van de energie kan worden geleverd in andere vorm, zoals warmte of waterstof. Bron: CBS, Klimaatmonitor, AEB, Orgaworld, bewerking O&S (zie bijlage voor meer informatie)

Uitvoering Energietransitie

3

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave 1. Energiegebruik6 1.1 Gebouwde omgeving

1.2 Uitstootvrije mobiliteit

1.3 Verduurzamen van de industrie

2. Energie-infrastructuur22 2.1 Elektriciteitsinfrastructuur

2.2 Warmte-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

36

3.1 Duurzame energiebronnen

Bijlagen42

Uitvoering Energietransitie

4

Leeswijzer

Voortgang van de energietransitie in Amsterdam in het kort We boeken vooruitgang

Maar er is nog veel nodig om de doelen te halen

We verbruiken 25% minder energie dan in 2010, ondanks dat de bevolking met 20% is gegroeid.

Van ons energieverbruik is 17% afkomstig van hernieuwbare bronnen. Vijf jaar geleden was dat nog maar 7%.

Dit komt mede door betere isolatie. 63% van de woningvoorraad heeft energielabel A-D in 2024. Vijf jaar geleden was dit nog 47%.

Van de geschikte daken in Amsterdam heeft 27% zonnepanelen, tegenover 21% in 2023.

Ook wordt er meer elektrisch gereden. 12% van verkeers­ bewegingen is uitstootvrij. Vijf jaar geleden was dit maar 3%.

Aardgasvrij verwarmen van de bestaande gebouwde omgeving vergt grote investeringen in infrastructuur met onzekere opbrengsten en onzekerheden rondom betaalbaarheid. We doen een haalbaarheidsonderzoek naar deelname aan een publiek warmtebedrijf. Met name door de elektrificering van mobiliteit, verwarming, en industriële processen wordt de vraag naar elektriciteit naar verwachting

3 tot 4,5 keer zo groot

* Huishoudens met een laag inkomen en hoge energiekosten en/of met een woning van lage energetische kwaliteit (TNO, 2023). ** Lage energetische kwaliteit woning, weinig investeringsmogelijkheden (TNO, 2023).

in 2050 t.o.v. 2020. Op dit moment is er al een wachtlijst om aan te sluiten op het stoormnet voor bedrijven.

Ruim 80% van onze energie

komt nog uit fossiele bronnen. In Amsterdam is 76% van de gebouwde omgeving nog aangesloten op het gasnet. Landelijke wetgeving moet er voor zorgen dat de gemeente hier meer op kan sturen. In 2023 verkeerden nog zo’n 7% van de huishoudens in Amsterdam in energiearmoede* en 17% heeft een slecht geïsoleerde woning en weinig investeringsmogelijkheden**. Volgens het UWV is er een landelijk tekort aan uitvoeringscapaciteit. In 2024 waren er ongeveer 50.000

openstaande vacatures

voor vakkrachten in de bouw en de energietransitie. Uitvoering Energietransitie

5

Doelen voor 2030 en 2050

Energiegebruik Er wordt veel energie gebruikt in de stad om gebouwen te verwarmen, voertuigen te laten rijden en om industriële processen mogelijk te maken. Door te isoleren en het gebruik van efficiëntere apparaten te stimuleren verminderen we de hoeveelheid benodigde energie. Industriële bedrijven gaan steeds slimmer om met de energie die zij gebruiken en produceren. Voor de energie die niet bespaard kan worden, wordt er door verschillende partijen in Amsterdam en daarbuiten aan hernieuwbare alternatieven gewerkt.

Voertuigbrandstoffen

Energieverbruik in TJ

Elektriciteit Stadswarmte Aardgas

2019

2020

2021

2022

2023

Ondanks de groei van de stad - het aantal inwoners en banen - laat de figuur zien dat het energieverbruik afneemt. Ten opzichte van 2019 gebruiken we per Amsterdammer circa 12% minder energie. Deze daling komt door een lager aardgasverbruik (-22%) en een lager verbruik van voertuigbrandstoffen (-13%).

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

1

Uitvoering Energietransitie

6

1.1 Gebouwde omgeving Om energie te besparen, moet het verbruik van elektriciteit en warmte omlaag. Energie is schaars, zeker duurzame elektriciteit en duurzame warmte als alternatief voor aardgas. Energiezuinige gebouwen zijn vaak comfortabeler en hebben lagere kosten voor bewoners en gebruikers. In de gebouwde omgeving wordt energie bespaard door woningen te isoleren en het gebruik van efficiëntere installaties te stimuleren. Bedrijven die oog hebben voor energiebesparing en duurzame opwek kunnen hun kosten drukken én een bijdrage leveren aan een klimaatneutraal Amsterdam. Daarom stimuleren we dat eigenaren van alle gebouwen in de stad, woningen, maatschappelijke gebouwen en gebouwen voor de zakelijke markt, maatregelen kunnen treffen om verspilling tegen te gaan en het gebruik van duurzame energie te bevorderen.

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

De rol van de gemeente Amsterdam We sturen op het versneld isoleren en verbeteren van woningen en we helpen bij de verduurzaming in maatschappelijke- en zakelijke gebouwen. Waar we zelf eigenaar zijn van een gebouw, zijn we zelf aan zet. Bij gebouwen in eigendom van andere partijen hebben we een ondersteunende en regulerende rol. Eigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor het verduurzamen van hun gebouwen.

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

7

Samenvatting voortgang energiebesparing gebouwen Aardgasverbruik

Energielabels

Aardgasverbruik door woningen en utiliteiten in Amsterdam

Aantal woningen met energie label E, F, G of onbekend

2021

In 2024 is het gasverbruik door woningen en kleine utiliteitsgebouwen met 2% gestegen ten opzichte van 2023. Dit betreft zowel woningen als kleine winkels (aansluiting voor minder dan 40 m3 aardgas per uur). De stijging in verbruik kan te maken hebben met een lagere gasprijs. De stijging is echter minimaal, en het verbruik blijft nog steeds aanzienlijk lager dan in 2022 en de jaren daarvoor. Bij grootverbruikers (aansluiting voor 40 m3 aardgas per uur of meer) is een daling in het aardgasverbruik te zien. Het gasverbruik van grootverbruikers is 6% lager dan in 2023. Het staafdiagram hierboven toont het geschatte standaardjaarverbruik (peildatum december).

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

2022

2023

2024

2030

Het energielabel voor woningen bestaat sinds 2007. Bij verkoop of verhuur van een woning is een geldig energielabel verplicht. Dat betekent dat steeds meer woningen een energielabel krijgen. Het aantal woningen waarbij het energielabel onbekend is, is in 2024 met 8 duizend gedaald tot 130 duizend woningen. Dat is 27% van de woningvoorraad. Een deel van deze woningen zal een E, F, of G label toegekend krijgen. In het Klimaatakkoord is afgesproken om tot 2030 alle woningen met een E, F, of G label te verbeteren. In Amsterdam zijn er nog 49 duizend woningen bekend met zo’n label, ofwel 10% van de woningvoorraad. Dat is een daling van 1400 ten opzichte van 2023. De toename van het aantal onbekende energie labels tussen 2021 en 2022 komt door de fusie van de Gemeente Amsterdam en de Gemeente Weesp.

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

8

Samenvatting voortgang energiezuinige gebouwen Zakelijke markt

Maatschappelijke en zakelijke gebouwen

Aantal controlebezoeken

Aantal uitgevoerde energiescans

2019

2020

2021

2022

2023

2024

In 2024 heeft de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied in totaal 1.378 controles uitgevoerd bij bedrijven met een besparingsverplichting. Er is geen streefwaarde bepaald.

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

In 2024 zijn 64 energiescans uitgevoerd bij maatschappelijke organisaties en 144 bij zakelijke gebouwen. Daarnaast hebben de advies- en fixteams in 2024 1.333 mkb’ers in een kwetsbare positie geholpen.

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

9

Energiezuinig wonen Doelen • In 2030 willen we in Amsterdam 123.000 woningen geïsoleerd hebben, in lijn met de landelijke doelstellingen voor energiebesparing. • In 2030 wordt energiearmoede niet meer veroorzaakt door slecht geïsoleerde of tochtige huizen. • In 2030 zijn alle corporatiewoningen met een E, F of G label verduurzaamd.

Aanpak • De gemeente zet advies en (financiële) ondersteuning in om eigenaren en bewoners te stimuleren tot verbetering en verduur­ zaming van woningen in de 169 buurten waar de bewoners dit het hardst nodig hebben. In overige buurten stimuleert de gemeente eigenaren om te verduurzamen door goede informatievoorziening. Er zijn verschillende doelgroepen. • Voor bewoners in energiearmoede is in 2024 de nieuwe energiebespaarservice gestart, w.o. de Stadspashouders voucheractie en een nieuwe witgoedregeling voor een energie­ zuinige wasmachine of koelkast.

“Voor bewoners in energie­ armoede is de nieuwe energiebespaarservice gestart.”

1. Energiegebruik

• Tot 2026 ondersteunen we ruim 1.700-2.000 vve’s bij de uitvoering van maatregelen en bieden we aan 400-500 vve’s advies; tot en met 2030 verstrekken we aan ruim 10.000 huishoudens binnen vve’s een subsidie. Er worden verduurzamingscursussen, adviezen of haalbaarheidsonderzoeken aan vve’s verstrekt. • Voor eigenaar-bewoners van eengezinswoningen (in voorrangsgebieden) worden maatwerkadviezen voor isolatie met bege­ leiding aangeboden. Tot 2026 adviseren we 4.000 eigenaar-bewoners. • Bewoners van slecht geïsoleerde woningen en met een lage WOZ-waarde kunnen Extra Isolatie Subsidie van €2.500 per woning krijgen. • Huurders: tot 2026 helpen we 60.000 huishoudens met kleine, niet-bouwkundige maat­regelen die bewoners kunnen (laten) installeren zonder tussenkomst van de eigenaar.

Voortgang Bewoners in energiearmoede • In 2024 zijn 3.600 zijn huishoudens geholpen met energieadvies en installatie­ hulp (De Energiebespaarservice (EBS)). • Er zijn 9.252 vouchers verstrekt aan huishoudens met een stadspas voor energiebesparende producten. • Eind 2024 is een nieuwe witgoedregeling gestart met 1.000 deelnemers in één maand.

2. Energie-infrastructuur

Verenigingen van eigenaren (vve’s) • In 2024 zijn in Zuidoost en Nieuw-West ruim 500 vve’s benaderd met advies en informatie; aan 50 vve’s (1.710 woningen) zijn haalbaar­ heidsonderzoeken verstrekt; 67 vve’s hebben een cursus verduurzamen bijgewoond; aan zo’n 40 vve’s is energieadvies verleend en er zijn buurtbijeenkomsten en netwerkbijeen­ komsten (>100 vve’s) georganiseerd. • Er hebben 18 vve’s (totaal 1.300 woningen) gebruik gemaakt van rentekortingsregeling bij het Warmtefonds; 4 vve’s (1.509 woningen) hebben de Volkshuisvestingsfonds Zuidoost subsidie aangevraagd en 4 vve’s hebben de Extra Isolatie Subsidie Amsterdam aangevraagd. Eigenaar-bewoners in eengezinswoningen • Eind 2024 zijn er 200 isolatieadviezen aan huis gegeven. • Een financiële adviesdienst is geïntroduceerd en bouwkundig adviseurs worden ingezet om drie energie label stappen te maken met maatregelen. Verhuurders: Corporaties en particuliere verhuurders • Nieuwe afspraken voor 2024-2027 met woningcorporaties en huurderskoepels om 27.000 tot 33.000 corporatiewoningen, w.v. 13.500 tot 16.500 woningen met een EFG label te verbeteren en verduurzamen. • In 61 projecten (3.418 huurwoningen) zijn huurders ondersteund bij het afdwingen van verduurzamingsmaatregelen bij hun verhuurder.

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Doorkijk 2025 • Over de voortgang van het isolatieoffensief wordt jaarlijks gerapporteerd in een afzonder­ lijke rapportage. • De aanpak energiearmoede gaat zich komende jaren richten op het bereiken van die Amsterdammers waarvoor de energierekening nog steeds knelt. • Begin 2025 wordt het vernieuwde online duurzaam wonen loket gelanceerd. Hier kunnen alle bewoners en eigenaren informatie, webinars en stappenplannen vinden. • Met isolatie- en renovatieadvies en subsidies worden nog meer eigenaar-bewoners in 2025 ondersteund. • Initiatiefrecht van huurder wordt voortgezet met doel om 30 nieuwe projecten op te starten in 2025.

Aandachtspunten • Tekort aan arbeid, kennis voor goede adviezen, grondstoffen en materialen. • Stijgende bouwkosten en rentelasten, zelfs met subsidie of lening. • Isoleren van huurwoningen dat onder de verantwoordelijkheid van de verhuurder valt. • Onzekerheid rond subsidies en finan­ cieringsinstrumenten vanuit het Rijk. • Lange opstart en uitvoeringstijd t.o.v. wens om doelen (snel) te behalen.

Besparing: Door woningen te isoleren en efficiëntere apparaten te gebruiken, is minder energie nodig.

Uitvoering Energietransitie

10

Uitgelicht

Energiehelden: bewoners energie én zorgen besparen In de stadsdelen Noord, Nieuw-West en Zuidoost konden Amsterdammers die leven in energiearmoede zich afgelopen jaar aanmelden voor energieadvies op maat. Als de maandelijkse energielasten hoger dan 10% van het netto maandinkomen zijn, spreken we van energiearmoede. Energiehelden geeft advies waardoor er direct minder energie gebruikt wordt. Voor veel Amsterdammers is energie een moeilijk, en vaak stressvol onderwerp. Door de tijd te nemen in een persoonlijk gesprek, worden mensen vaak beter geholpen. Ismail Canga van Energiehelden vertelt: “De rust die het de deelnemers geeft: dát is de belangrijkste impact.” Samen met de deelnemers werd gekeken waar de energiekosten vandaan kwamen. Het huidige energiecontract werd bekeken en ze maakten meteen een overstap als dit nodig was. Dit leverde bij 258 huishoudens een gemiddelde besparing van 429 euro per jaar op. Ook keek de Energieheld of de bewoner met

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

kleine maatregelen nog meer kon besparen. Zoals met het plaatsen van tochtstrips of radiatorfolie. Zo ja? Dan werd een partij ingezet die dit kwam plaatsen. Door Energiehelden konden de deelnemers daarna ook zelf aan de slag. Zo hadden ze, nadat er een Energieheld langs was geweest, meer kennis van de Nederlandse energiemarkt. Ook begrepen ze de jaarafrekening beter en werd duidelijk hoe ze contracten kunnen vergelijken. Ontstonden in de maanden daarna toch nog onverwachte problemen? Dan stonden de Energiehelden zes maanden lang klaar voor nazorg. Energiehelden maakt duidelijk dat de energietransitie niet alleen om techniek draait, maar vooral om mensen. Het project liet zien dat door educatie en persoonlijke ondersteuning bewoners niet alleen geld besparen, maar zich ook zekerder voelen over hun energietoekomst. Een heldendaad met een blijvend effect.

Uitvoering Energietransitie

11

Energiezuinige maatschappelijke organisaties Doelen

Aanpak

• In 2050 willen we dat alle gebouwen op Amsterdams grondgebied klimaatneutraal zijn. • In 2030 willen we een CO₂-neutrale organisatie zijn. Onze bedrijfsvoering is CO₂-neutraal als we al onze CO₂ uitstoot door energieverbruik vermijden of compenseren. • In 2030 willen we dat de gemeentelijke organisatie 37% minder energie (in TJ) verbruikt t.o.v. 2018. • In 2030 willen we dat de CO₂-uitstoot van de gemeentelijke vastgoedportefeuille met 55% is afgenomen ten opzichte van 1990. • Er moeten nog ruim 300 gemeentelijke panden verduurzaamd worden; de eigen huisvesting moet in 2030 energieneutraal zijn, de overige gemeentelijke panden moeten in 2030 minimaal energielabel A krijgen. • In 2024 willen we minimaal 350 energiescans aanbieden aan eigenaren en/of gebruikers van maatschappelijke of zakelijke gebouwen.

• Onze rol varieert bij verduurzamen van maatschappelijke gebouwen. Eigenaren zijn zelf verantwoordelijk maar we ondersteunen waar we kunnen. • Van de 3.000 maatschappelijke gebouwen zijn er 800 eigendom van de gemeente; 65 voor medewerkershuisvesting, de rest wordt verhuurd. • De focus ligt op energiebesparing door isolatie, energiezuinige installaties (goed afgesteld en met warmteterugwinning) en duurzame opwekking. • Voor eigen gebouwen nemen we zelf maat­ regelen. Voor overige gebouwen bieden we gratis energieadvies/besparingsinventarisatie en hulp bij verduurzamingsplannen en financiering. • We ondersteunen, maar eigenaren en gebruikers zijn zelf verantwoordelijk en moeten een plan maken om energieverbruik te verminderen.

Voortgang

“Zo'n 70 gemeentelijke panden in 2024 aardgasvrij.”

1. Energiegebruik

• Zo’n 70 gemeentelijk panden is aardgasvrij in 2024 t.o.v. zo’n 30 in 2018. • In 2024 is het aandeel gemeentelijke panden (eigendom en in beheer van de gemeente) met energie labels A-C ong. 4o%; dit was rond 30% in 2018. Van de panden die alleen voor gemeentelijke huisvesting gebruikt worden heeft 54% een A-C label.

2. Energie-infrastructuur

• De CO₂-uitstoot door energieverbruik uit aardgas van alle gemeentelijke panden (niet alleen huisvestingspanden) is in 2024 met 23% gedaald ten opzichte van 2023. Zo is 1,08 kton CO₂-reductie behaald. • In 2024 hebben 64 maatschappelijke organi­ saties een energiescan via de gemeente laten uitvoeren. De meeste aanvragen zijn gedaan door onderwijs- en zorginstellingen. In een aantal gevallen betrof het een aanvraag voor meerdere gebouwen. • In gebouwen zoals sporthallen vindt o.a. door efficiëntiemaatregelen reductie van aardgas- (5%) en warmteverbruik (8%) plaats. Door installatie van warmtepompen gaat elektriciteitsverbruik licht omhoog. • De pilot nieuwe werkwijze leidde ertoe dat vier nieuwe/aangekochte voorzieningen binnen twee jaar gasloos en energieneutraal worden. Drie grote maatschappelijke voor­ zieningen, zoals de Jaap Edenbaan, volgen als netcongestie dit toelaat. Nieuwe maat­ schappelijke gebouwen worden standaard BENG en gasloos, tenzij fysiek onmogelijk. • In 2024 is samen met een klankbordgroep een routekaart voor de verduurzaming van schoolgebouwen opgesteld, met maatregelen en oplossingen. Urgentie wordt erkend, maar ook obstakels zoals hoge investeringskosten.

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Doorkijk 2025 • Over de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed wordt jaarlijks afzonderlijk gerapporteerd. • We werken de werkwijze duurzaamheid (o.a. verankering in budgetten) verder uit in 2025 met meerdere directies. • De in 2024 opgestelde routekaart verduur­ zaming schoolgebouwen zal in 2025 verder worden uitgewerkt met de schoolbesturen. • De voortgang op CO₂-reductie en energie­ besparing van de eigen organisatie wordt gemonitord en jaarlijks gerapporteerd in de verduurzamingsrapportage. • De ruim 60 projecten die binnen het Uitvoeringprogramma Duurzaam Gemeentelijk Vastgoed in 2024 zijn gestart leveren naar schatting 5 kton CO₂ reductie op komende jaren.

Aandachtspunten • Netcongestie. • Hoge investeringskosten in relatie tot knellende begroting. • Verschillen in motieven verhuurder en huurder om te verduurzamen. • Tekort aan uitvoeringscapaciteit en stijgende materiaalprijzen.

Besparing: Energie die gebouwen niet nodig hebben, hoeft niet opgewekt te worden. Door de verwarming beter in te stellen, voorkomen we dat bedrijven in avonden, weekenden en vakanties onnodig energie gebruiken. Uitvoering Energietransitie

12

Energiezuinige bedrijven Doelen • We willen dat alle zakelijke gebouwen op Amsterdams grondgebied in 2050 klimaatneutraal zijn. • We willen dat voor 2027 alle bedrijven die wettelijke verplichtingen hebben rondom energiebesparing, minimaal 1 keer gecontroleerd zijn.

Aanpak • We informeren en ondersteunen het nietindustriële bedrijfsleven in Amsterdam (denk hierbij aan kantoren, horeca, winkels en bedrijfshallen) bij verduurzaming. Dit doen we o.a. in samenwerking met brancheorganisaties. • We bieden gratis energiescans aan ondernemers, waarbij we adviseren over verduurzamingsmogelijkheden en informeren over wettelijke verplichtingen, subsidies, leningen etc. • Voor mkb'ers in een kwetsbare positie worden advies- en fixteams ingezet. Deze teams voorzien mkb'ers van energieadvies, installeren gratis energiebesparende maatregelen (tot maximaal €800) én bieden 1 jaar gratis nazorg en begeleiding bij verdere verduurzaming.

“Voor mkb’ers in een kwetsbare positie worden advies- en fixteams ingezet.”

1. Energiegebruik

• Er worden gebieds- en branchegerichte projecten opgesteld om ondernemers (collectief) te laten verduurzamen. • Voor veel bedrijven gelden wettelijke verplichtingen. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en stadsdelen houden toezicht op het naleven hiervan. Wanneer bedrijven niet voldoen kan gehandhaafd worden en kunnen boetes uitgeschreven worden.

• Gestart met voorbereidingen website duurzaamondernemen.amsterdam, waarop informatie voor ondernemers over verduurzaming overzichtelijk op één plek wordt aangeboden. • Landelijke bijeenkomst georganiseerd over split incentive. Kennis, ervaringen, knelpunten en mogelijke oplossingsrichtingen rondom het verduurzamen van bedrijfshuurpanden zijn gedeeld.

Voortgang

Doorkijk 2025

• Bij 208 organisaties is in 2024 een gratis energiescan opgeleverd. De verwachting (op basis van ervaringscijfers) is dat bij in 2024 bezochte bedrijven in totaal €693.000 zal worden bespaard én 1.005 ton CO₂ reductie zal worden gerealiseerd. • De advies- en fixteams hebben in 2024 1.333 mkb’ers in een kwetsbare positie geholpen. Hiermee is circa 1.170 ton CO₂ bespaard. • De Omgevingsdienst heeft in 2024 1.378 controles uitgevoerd bij bedrijven met een energiebesparingsverplichting. • Op bedrijventerreinen hebben we actief ingezet op het versterken van de onderlinge samenwerking tussen ondernemers op gebied van verduurzaming. Daarnaast hebben we o.a. ondernemersbijeenkomsten georganiseerd en meegewerkt aan gebiedsgerichte informatiesessies over verduurzamingsmaatregelen. • Eind 2024 is een social mediacampagne over gratis energiescans gelanceerd.

• Continueren lopende projecten; gebiedsen branchegerichte projecten zoals de inzet van duurzaamheidsambassadeurs op bedrijventerreinen en aanpak horeca gaan na voorbereidende werkzaamheden in 2024 naar de volgende (uitvoerings)fase. • Lancering website ­ duurzaamondernemen.amsterdam. • Resultaten draagvlakonderzoek verduurzaming onder ondernemers.

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Aandachtspunten • Netcongestie vertraagt elektrificeren. • Split incentive: voor het nemen van (grotere) maatregelen zijn besluiten en investeringen van een pandeigenaar nodig, terwijl deze niet (altijd) direct profiteert van de opbrengsten. • Uitdagend om bedrijven op trans­ formatie­gebieden te motiveren om te investeren in verduurzaming omdat de bedrijven waarschijnlijk op een bepaald moment moeten verplaatsen naar een ander gebied of andere gebouwen. • In sectoren zoals horeca hebben bijvoor­ beeld de consument en leverancier invloed op de (mate van) verduurzaming. • Generieke tekorten aan uitvoerings­ capaciteit en stijgende materiaalprijzen.

We willen dat alle zakelijke gebouwen op Amsterdams grondgebied in 2050 klimaat­ neutraal zijn.

Uitvoering Energietransitie

13

1.2 Uitstootvrije mobiliteit Ook in het verkeer worden nog veel fossiele brandstoffen gebruikt. Door de transitie van fossiele naar uitstootvrije mobiliteit wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het verminderen van de CO₂-uitstoot in de stad. De transitie naar hernieuwbare energie in door mobiliteit zorgt ook voor schonere lucht dat van groot belang is voor de gezondheid van de bewoners van de stad. Door luchtvervuiling hebben ouderen meer kans om hart- en vaatziekten te krijgen en kinderen hebben een hoger risico op astma. Uitstootvrij vervoer draagt bij aan verbetering van de luchtkwaliteit. Tegelijkertijd komen er steeds meer inwoners, bezoekers en banen bij in Amsterdam. We vragen aan iedere voertuigbezitter of -bestuurder om een steentje bij te dragen. Als gemeente stimuleren, faciliteren en waar nodig reguleren we de overstap naar actieve en duurzame alternatieven, zoals het openbaar vervoer, de fiets of deelvervoer.

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

De transitie naar uitstootvrije mobiliteit kan ook helpen om de congestie op het energienet aan te pakken. Batterijen in elektrische voertuigen kunnen worden gebruikt als opslagmedium/ energiebron. Hiermee kunnen pieken in vraag en aanbod op het energienet worden gedempt.

De rol van de gemeente Amsterdam We stimuleren, faciliteren en reguleren de overstap naar duurzame vormen van vervoer. De overstap naar uitstootvrij verkeer vraagt een bijdrage van bedrijven, bewoners en bezoekers.

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

14

Samenvatting voortgang uitstootvrije mobiliteit Uitstootvrij verkeer

Uitstootvrij verkeer

Publieke laadpunten

Aandeel uitstootvrije vervoersbewegingen

Aandeel uitstootvrije vervoersbewegingen per modaliteit

Totaal aantal publieke laadpunten in Amsterdam

Percentage uitstootvrij

50%

40%

30%

20%

10%

0% 3 2 0 2 7 0 1 0

3 2 0 2 5 0 1 0

3 2 0 2 3 0 1 0

3 2 0 2 1 0 1 0

2 2 0 2 1 1 1 0

2 2 0 2 9 0 1 0

2 2 0 2 7 0 1 0

2 2 0 2 5 0 1 0

2 2 0 2 3 0 1 0

2 2 0 2 1 0 1 0

1 2 0 2 1 1 1 0

1 2 0 2 9 0 1 0

1 2 0 2 7 0 1 0

1 2 0 2 5 0 1 0

1 2 0 2 3 0 1 0

1 2 0 2 1 0 1 0

0 2 0 2 1 1 1 0

0 2 0 2 9 0 1 0

0 2 0 2 7 0 1 0

0 2 0 2 5 0 1 0

0 2 0 2 3 0 1 0

0 2 0 2 1 0 1 0

9 1 0 2 1 1 1 0

9 1 0 2 9 0 1 0

9 1 0 2 7 0 1 0

9 1 0 2 5 0 1 0

1. Energiegebruik

3 2 0 2 9 0 1 0

Uitstootvrij wegverkeer groeit en dit is zichtbaar in de vervoersbewegingen. In 2024 is 12% van alle vervoersbewegingen uitstootvrij. Personenauto's zijn veruit de grootste groep: circa 75% van het wegverkeer. De verschoning van taxi's, brom- en snorfietsen en ov-bussen verloopt het snelst.

3 2 0 2 1 1 1 0

2024

4 2 0 2 1 0 1 0

2023

4 2 0 2 3 0 1 0

2022

4 2 0 2 5 0 1 0

2021

4 2 0 2 7 0 1 0

2020

4 2 0 2 9 0 1 0

2019

Het aandeel uitstootvrije vervoersbewegingen neemt voortdurend toe. De verschillen tussen de modaliteiten zijn echter groot. Het loopt uiteen van 2% voor motoren tot circa 30% voor taxi's en brommers en scooters, en tot 44% voor autobussen (vooral openbaar vervoer). Personenauto's zijn de grootste groep en 12% van de verkeersbewegingen van personenauto’s waren uitstootvrij in september 2024.

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

januari 2024

januari 2025

Doel 2030

Vooralsnog is het doel om in 2030 18.000 publieke laadpunten te realiseren. Er wordt gewerkt aan een nieuwe prognose waarin rekening wordt ­gehouden met netcongestie, landelijke regelgeving, de beschikbaarheid van alternatieven voor verschillende voertuigtypen, de hoogte van de investeringskosten, beschikbaarheid van laadvoorzieningen en beper­ kingen in range of vermogen voor de uitvoering.

Uitvoering Energietransitie

15

Samenvatting voortgang uitstootvrije mobiliteit Uitstootvrij wagenpark Aandeel uitstootvrije voertuigen van het gemeentelijk wagenpark

100%

80%

60%

40%

20%

0% Bestelwagens klein (incl. veegvuilwagens) n=354

Personenauto’s n=321

Vracht- & Vuilniswagens n=177

Tweewielers n=155

Veegmachines n=85

Heftrucks n=26

Boten n=21

In totaal is vier op de tien voertuigen van het gemeentelijke wagenpark elektrisch of emissievrij. De doelstelling voor tweewielers en personenauto’s zijn nagenoeg gehaald. Voor de andere voertuigtypen wordt er gewerkt aan de doelstellingen maar er wordt ook rekening gehouden met zaken als: is voor alle voertuigtypen wel een alternatief beschikbaar op de markt? De hoogte van de investeringskosten, beschikbaarheid van laadvoorzieningen en beperkingen in range of vermogen voor de uitvoering.

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

16

Uitstootvrije mobiliteit Doelen • In 2030 willen we overal in Amsterdam voldoen aan de in 2024 aangescherpte Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. • In 2030 willen we dat ons eigen wagenpark het volledig emissievrij is. • Tot en met 2025 willen we in totaal 7.000 tot 10.000 parkeerplekken een andere invulling geven. • In 2030 willen we een dekkend publiek laad­ netwerk hebben voor uitstootvrije mobiliteit in Amsterdam. De prognose is vooralsnog dat er 18.000 laadpunten nodig zijn in 2030. Een nieuwe prognose van benodigde laadpunten is nog in de maak.

• We creëren ruimte door het opheffen van parkeerplaatsen op straat en benutten de vrijgekomen ruimte voor o.a. voetgangers, fietsers, OV, groen en spelen. • We ontwikkelen hubs waar de overstap naar OV en/of deelmobiliteit makkelijk wordt gemaakt. • Stap voor stap verduurzamen we alles wat rijdt en vaart in Amsterdam. Dat doen we met bewustwordingscampagnes, laadinfrastruc­ tuur, privileges voor uitstootvrij vervoer en het realiseren van milieu en uitstootvrije zones. • Het publieke laadnetwerk wordt data-ge­ stuurd uitgebreid zodat laadpunten worden aangelegd op plaatsen waar daadwerkelijk laadbehoefte is.

Aanpak

Voortgang

• We verminderen de ruimte voor gemotori­ seerd vervoer en maken ruimte voor schone en actieve verplaatsingen. Dat doen we door de ruimte voor autoritten en parkeerplaatsen te verminderen.

• Sinds 2020 voldoen we aan de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit en sinds 2023 aan de WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit uit 2005. • Tussen 2019 en 2023 zijn in totaal 7.108 parkeerplekken vrijgemaakt door minder parkeervergunningen uit te geven en inpandige parkeerruimte te creëren. • Voor alle voertuigcategorieën stijgt het aantal uitstootvrije voertuigen. De verschoning van taxi's en brom- en snorfietsen gaat het snelst. • Amsterdam heeft nu een uitstootvrije zones voor nieuwe bestel- en vrachtauto's binnen de S100, voor nieuwe brom- en snorfietsen in de hele bebouwde kom, en voor pleziervaart in het Centrum.

“Netcongestie beperkt de mogelijkheden voor zwaardere laadinfrastructuur aansluitingen.”

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

• De milieuzone van Amsterdam weert de meest vervuilende diesel personenauto’s, taxi’s, bestel en vrachtauto’s en autobussen. • Ongeveer vier op de tien van de gemeente­ lijke voertuigen is uitstootvrij. • Eind 2024 zijn er meer dan 8.600 publieke laadpunten in Amsterdam. • Om uitstoot van luchtverontreinigende stoffen en gezondheidsrisico’s te beperken is er een ontwerp Beleidskader Houtstook Amsterdam gemaakt waarop Amsterdammers inspraak konden geven.

Doorkijk 2025 • In 2025 wordt de Uitvoeringsagenda Schone Mobiele Werktuigen 2025-2026 geïntroduceerd. • Het college van burgemeester en wethouders neemt het definitieve besluit over het Beleidskader Houtstook. • Er wordt gewerkt aan lange-termijn-strategie voor het verduurzamen van personenauto´s. Onderdeel hiervan is een participatietraject in 2025 om bij bewoners en bezoekers op te halen hoe zij de transitie zien. Denk hierbij aan extra steun voor bewoners met een laag inkomen, de uitstootvrije zone en landelijke regelgeving, laadinfrastructuur en communicatie

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Aandachtspunten • Netcongestie beperkt de mogelijkheden voor zwaardere laadinfrastructuur aansluitingen. • Voor de uitbreiding van de uitstootvrije zone is landelijke regelgeving nodig. Er komt een aanpassing van het doeljaar voor volledig uitstootvrij. • Zorgen voor mandaat voor de zero emissie zone taxi’s o.a. door lobby bij het Rijk.

Besparing: We stimuleren energiezuinige en actieve verplaatsingen. Zo verminderen we de negatieve impact van ons verplaatsings­ gedrag.

Uitvoering Energietransitie

17

1.3 Verduurzamen van de industrie Het Amsterdamse Noordzeekanaalgebied is een belangrijke internationale zeehaven en één van de zes industrieclusters in Nederland. De Amsterdamse Haven is bekend om sectoren zoals brandstofopslag, voedsel- en staalindustrie, de maakindustrie en het gebied heeft een cruciale rol in het nationale energiesysteem. Het Havenbedrijf beheert, exploiteert en ontwikkelt het gebied, waarbij gemeente Amsterdam als aandeelhouder de transitie ondersteunt. Het havengebied speelt een sleutelrol in vitale stads- en regionale systemen en ondergaat een transformatie van fossiele industrie naar duurzame industriezone. Het wordt een innovatief gebied met bedrijven, werkgelegenheid en duurzame economische groei, met focus op duurzame energie, windenergie, energieopslag, duurzame goederen en circulaire productverwerking.

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

De rol van de gemeente Amsterdam Naast het terugdringen van de CO₂ uitstoot van de industrie heeft de gemeente een sterke focus op de verduurzaming van het energiesysteem, importstromen en de maaken voedselindustrie. Wij werken aan de randvoorwaarden en bedrijfsoverstijgende ontwikkelingen voor de industrie van de toekomst. Het uitgangspunt is het creëren van een competitief en gezond vestigings­ klimaat voor de duurzame industrie.

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

18

Samenvatting verduurzamen van de industrie Omzet

Opslagcapaciteit

Aandeel totale omzet van Havenbedrijf Amsterdam niet gerelateerd aan fossiele brandstoffen

Aandeel opslagcapaciteit in het havengebied ingezet voor duurzame brandstoffen

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Het aandeel van de omzet van het Havenbedrijf dat niet gerelateerd is aan fossiele brandstoffen stijgt, van bijna 60% in 2020 naar 69% in 2024. Het aandeel non-fossiele omzet wordt berekend op basis van financiële gegevens. Hierbij is vooraf vastgesteld welke inkomsten gecategoriseerd zijn als fossiel en welke als nonfossiel. Het doel om in 2025 tenminste 65% van de totale omzet van het Havenbedrijf dat niet gerelateerd is aan fossiele brandstoffen te laten zijn is reeds in 2024 bereikt.

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Het aandeel van de opslagcapaciteit in het havengebied dat wordt ingezet voor duurzame brandstoffen neemt de afgelopen jaren toe. Informatie over de opslagcapaciteit voor duurzame brandstoffen wordt jaarlijks opgevraagd bij de terminal operators. In de loop van 2023 zijn de marktomstandigheden voor biobrandstoffen verslechterd. De veranderde markt heeft tot een afname van handelskansen geleid, waardoor sommige grote handelaren in 2024 besloten hun positie in biobrandstoffen te verkleinen. Als gevolg is er eind 2024 een kleiner aantal tanks ingezet voor biobrandstoffen dan op het meetmoment 1 jaar eerder. De verwachting is dat dit een tijdelijk effect is.

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

19

Verduurzamen van de industrie Doelen • Het Amsterdamse havengebied en het industriële cluster NZKG worden de komende decennia omgevormd tot een duurzame haven- en industriezone. Volgens het EU Emissions Trading System (ETS) moet de industrie in 2040 uitstootvrij zijn. • Voor 2030 heeft Afval energiebedrijf (AEB) een CO₂ afvanginstallatie gerealiseerd die jaarlijks minimaal 480 kiloton CO₂-emissies kan afvangen. • Duurzame infrastructuur realiseren t.b.v. elektriciteit, waterstof, CCUS (opvang CO₂), stoom en industriewater. • Sluiten van kolenterminals in 2030, voor olieterminals geldt 2050 als uiterst sluitingsmoment. • Het havenbedrijf richt zich op het verminderen van fossiele opslag en inkomsten, met focus op toegevoegde waarde in plaats van tonnage. • Opbouwen van duurzame waardeketens in de MRA: duurzame brandstoffen, circulaire industrie, offshore, eiwittransitie en duurzame maakindustrie zoals duurzame bouw en groen staal. • Meer duurzame innovatie in de regio stimuleren. • Voldoende talent voor de energietransitie.

• We werken samen met partners in het Noordzeekanaalgebied, waaronder het PB NZKG, de provincie, het Rijk, en netbeheer­ ders aan het verduurzamen van de industrie. • Vergunningsprocedures voor nieuwe technologieën worden vereenvoudigd met vergunningsregisseurs. • We stellen ruimtelijke contouren (fysiek, milieu, risico) vast voor de regio en het rijk om voldoende ruimte te vinden voor de energie-infrastructuur. • We zijn betrokken bij landelijke verduur­ zamingsprogramma’s (CES, NPVI, (p) MIEK, VAWOZ) en het initiatief ‘waterstof naar Amsterdam’ (H2A) voor groene waterstofimport. • We lobbyen samen met NZKG-partners voor wetgeving en financiële impuls voor de verduurzaming van de industrie. • We benutten de kansen van de Clean Industrial Deal en trekken subsidiegeld aan via het Project Development programma. • Er wordt gewerkt aan het verbeteren van de innovatieketen voor duurzame industriële innovaties in de regio. • We werken samen met kennisinstellingen en innovatiecentra zoals ROM InWest om te zorgen voor voldoende talent voor de energietransitie door omscholing, instroom en opleiding.

Aanpak

Voortgang

• De meeste Amsterdamse industrie bevindt zich in het havengebied. Als 100% aandeel­ houder werken we nauw samen met het Havenbedrijf en hebben we een sturende rol.

• Er zijn nieuwe stappen gezet in het lokale en landelijke waterstofnetwerk. Er is een definitief voorkeursalternatief en een tijdelijke (1,5 jaar) reservering voor de aanleg van de waterstof infrastructuur.

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

• AEB heeft de engineering fase succesvol afgerond van het Aurora CCS project (afvang van 480 kton CO₂) en werkt nu toe naar een investeringsbeslissing dat naar verwachting begin 2026 wordt genomen. • De aanleg van de CO₂ infrastructuur in het Noordzeekanaalgebied is aangemerkt als officieel Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) project. • Het VAWOZ programma onderzoekt de aanlanding van windenergie opgewekt op zee (6.8GW) in het NZKG en heeft de eerste onderzoek ronde (Integrale Effect Analyse (IEA)/plan MER ronde 1) afgerond. • In 2024 is voor het eerst de LeapSprong Innovatie Challenge georganiseerd met regionale partners. • Voor de ontwikkeling van het nieuwe Beleid Omgevingsveiligheid Westpoort is een studie afgerond naar benodigde risicoruimte voor potentiële nieuwe vestigingen/activiteiten t.b.v. de energietransitie. • Er zijn gesprekken gevoerd met de 10 meest energie-intensieve bedrijven over hun mogelijkheden tot verduurzaming en het terugdringen van hun CO₂-uitstoot.

Doorkijk 2025

• In 2026 wordt de investeringsbeslissing voor CCS bij AEB genomen. • In 2025 wordt het energie systeem van het havengebied in kaart gebracht om maatre­ gelen inzichtelijk te maken die ruimte creëren op het elektriciteitsnet.

Aandachtspunten • Voor grootzakelijke klanten zit het stroomnet de komende jaren vol. Investeringen in verduurzamings­processen kunnen daardoor vertragen want bedrijven kunnen hun capaciteit niet uitbreiden en nieuwe bedrijven kunnen geen capaciteit op het net krijgen. • Vertraging aanleg waterstofnet door hoge kosten en langzaam opkomende markt. • Niet alle industriële processen die nu op aardgas lopen, kunnen omschakelen naar elektriciteit. Onder andere investeringen in stoomleidingen zijn noodzakelijk. • Innovatie, kundig personeel en lobby richting het Rijk en de EU nodig om de concurrentiepositie van de industrie in de Haven te bewaken.

Besparing: In gesprek met industriële bedrijven zoeken we naar slimme gebruiksvormen, zodat minder energie nodig is voor de industrie.

• Het maken van afspraken met energie-inten­ sieve bedrijven over verduurzaming worden voortgezet. • Er wordt een visie op de industrie van de toekomst uitgewerkt. • De ontwikkeling van het stoomnet wordt voortgezet.

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

20

Uitgelicht

LeapSprong Amsterdam: aanjager van energietransitie in de haven LeapSprong Amsterdam vormt een belangrijke schakel in het versnellen van de energietransitie in onze stad. Dit innovatieprogramma, waarin de gemeente Amsterdam samen met Rockstart en ETCA participeert, helpt veelbelovende startups en scale-ups bij het ontwikkelen en opschalen van hun duurzame oplossingen. De Amsterdamse haven is bewust gekozen als focus voor het programma. Met haar grote energievraag en uitgebreide infrastructuur biedt dit gebied goede kansen voor het testen en implementeren van nieuwe technologieën. De haven fungeert als een proeftuin waar innovatieve concepten in praktijk kunnen worden gebracht voordat ze breder worden uitgerold. LeapSprong biedt deelnemers gerichte begeleiding. Zo hielp het programma CarbonOrO, een scale-up die een slimme oplossing bedacht om CO₂ op te vangen uit industriële rookgassen,

1. Energiegebruik

aan connecties in de haven om hun innovatieve oplossing te onderzoeken en in de praktijk te brengen. Zo veranderen ze CO₂ in een bruikbare bouwstof zoals in 'groen' cement. Een ander voorbeeld is Accu't, dat batterijen uit elektrische auto's hergebruikt in mobiele batterijsystemen. Deze oplossing biedt stroom voor festivals, bouw en infrastructuurprojecten zonder uitstoot of geluidsoverlast, en helpt bij het verminderen van netcongestie. Hun project werd bekroond tijdens de Leapsprong Startup Challenge. Door de betrokkenheid van de gemeente wordt de afstand tussen innovatieve ondernemers en relevante stakeholders verkleind. Dit versnelt de ontwikkeling van nieuwe technologieën die aansluiten bij de uitdagingen van het havengebied en de bredere metropoolregio Amsterdam het bestaande elektriciteitsnet beter kan worden benut.

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

21

Energie-infrastructuur De huidige energie-infrastructuur heeft onvoldoende capaciteit om aan de energievraag van de toekomst te voldoen. Om van duurzame energiebronnen gebruik te kunnen maken, is uitbreiding en aanpassing van de infrastructuur hard nodig. We werken samen met bedrijven en netbeheerders aan het uitbreiden van het elektriciteitsnet en de realisatie van warmtenetten. In het havengebied wordt gewerkt aan stoom- en waterstofinfrastructuur.

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

2

Uitvoering Energietransitie

22

2.1 Elektriciteitsinfrastructuur Elektrificatie is een belangrijk onderdeel van de energietransitie. Dat betekent een transitie naar elektrisch koken, elektrisch autorijden, elektrisch verwarmen, en ook het elektrificeren van industriële processen. Door elektrificatie neemt het gebruik van fossiele brandstoffen af. Tegelijkertijd neemt de vraag naar elektriciteit toe. Ook door het groeiende aantal inwoners in de stad groeit de vraag. De vraag naar elektriciteit zal in Amsterdam in 2050 naar verwachting 3,5 tot 5 keer zo groot zijn als nu. Zonder voldoende capaciteit op het stroomnetwerk is een klimaatneutrale stad in 2050 onmogelijk. Daarom wordt gewerkt aan het uitbreiden van de capaciteit op het stroomnetwerk.

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

De rol van de gemeente Amsterdam We werken samen met Liander, TenneT en het Havenbedrijf aan het uitbreiden van het stroomnetwerk. De gemeente Amsterdam stuurt en toetst op de ruimtelijke inpassing van deze infrastructuur. We verlenen benodigde vergunningen, hebben een actieve rol in participatie en acteren ook als regisseur in de planvorming om werkzaamheden slim te combineren.

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

23

Netuitbreiding in kaart Om al die elektriciteit naar de juiste plek te brengen, zijn kabels nodig. Via het hoogspanningsnet van TenneT komt elektriciteit van buiten Amsterdam aan bij een elektriciteitsstation. Hier wordt de stroom omgezet naar het lokale distributienet van Liander. Via ondergrondse kabels wordt de stroom vervoerd naar een elektriciteitshuisje in de wijk, waar de stroom wordt omgezet naar laagspanning en verdeeld wordt over de buurt. TenneT laat weten in het congestieonderzoek dat voor heel de provincie Noord-Holland code rood is afgekondigd. Dat betekent dat hoogspanningsnet van TenneT de maximale capaciteit bereikt. Deze netcongestie heeft als gevolg dat de wachtlijst voor nieuwe of verzwaarde aansluitingen voor grootverbruikers oploopt tot zo’n 10 jaar. Om aan de vraag te kunnen voldoen willen TenneT en Liander 30 nieuwe elektriciteitsstations bouwen, en bestaande stations vergroten. Ook op distributienet is sprake van netcongestie en zijn veel nieuwe kabels en elektriciteitshuisjes nodig om aan alle huidige en toekomstige gebruikers voldoende stroom te kunnen leveren.

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

24

Samenvatting voortgang elektriciteitsinfrastructuur Elektriciteitshuisjes

Elektriciteitsstations

Totaal aantal elektriciteitshuisjes in Amsterdam

Totaal opgesteld vermogen elektriciteitsstations Amsterdam (MVA)

4050

1986

2157

2321

1750

2021

Het aantal elektriciteitshuisjes in de stad neemt toe. Op basis van het hoge scenario dat is geschat en opgenomen in het Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam (OP) is een ruime verdubbeling van het aantal elektriciteitshuisjes, ook wel middenspanningsruimtes (MSR’s), nodig voor een toekomstbestendig stroomnetwerk. Om aan de verwachte behoefte te voldoen moeten er tot 2050 circa 2.600 MSR’s worden bijgebouwd, waarvan 1.200 in de bestaande stad.

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

2022

2023

2024

2030

Het totale vermogen in mega-volt-ampère (MVA) van elektriciteitsstations neemt toe. Op basis van het Ontwikkelkader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035 moeten er 30 nieuwe elektriciteitsstations gebouwd worden. Daarnaast moeten 13 bestaande stations worden verbouwd en uitgebreid om aan de verwachte behoefte te voldoen.

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

25

Een toekomstbestendig elektriciteitsnet Doelen • Om netcongestie op te lossen op het hoogspanningsnet willen TenneT en Liander 30 nieuwe elektriciteitsstations bouwen, wat het totaal brengt op 54. 13 bestaande stations moeten worden uitgebreid of vernieuwd. • Het midden- en laagspanningsnet van Liander zit in een deel van Amsterdam (Noord, Nieuw West, West) aan de maximale capaciteit en moet ook worden uitgebreid. Liander verwacht in 2050 in totaal 5.100 elektriciteitshuisjes nodig te hebben om aan de vraag te kunnen voldoen. Dat betekent een verdubbeling van het huidige aantal.

Aanpak • De gemeente maakt samen met netbeheer­ ders scenario's om de elektriciteitsvraag in verschillende delen van de stad te voor­ spellen. De Themastudie Elektriciteit 3.0 die in juli 2024 is opgeleverd schat dat de vraag naar elektriciteit in 2050 3 tot 4,5 keer hoger zal zijn dan in 2020. • Programma Elektriciteitsvoorziening Amsterdam (EVA) faciliteert TenneT en Liander in de aanleg van de infrastructuur, door onder andere ondersteuning bij het (vergunningen-) proces, het opzetten van participatie in de buurten, het zoeken naar locaties, en het helpen met afstemmen binnen stedelijke programmering. • De gemeente werkt samen met netbeheer­ ders, en Port of Amsterdam in de Taskforce Congestie Amsterdam.

1. Energiegebruik

• Wanneer er ruimte op het net komt door (flexibele) verlaging van aansluitingen van grootverbruikers wordt er voorrang verleend aan gebruikers met een groot maatschappelijk belang, zoals scholen en veiligheidsdiensten • Liander heeft een standaard werkwijze, om zo efficiënt mogelijk te kunnen werken en hinder voor de omgeving te minimaliseren. Buurtbewoners kunnen meedenken over het uiterlijk van de nieuwe elektriciteitshuisjes.

Hoe bereiken we deze doelen? • De gemeente maakt samen met netbeheer­ ders scenario's om de elektriciteitsvraag in verschillende delen van de stad te voor­ spellen. De Themastudie Elektriciteit 3.0 die in juli 2024 is opgeleverd schat dat de vraag naar elektriciteit in 2050 3 tot 4,5 keer hoger zal zijn dan in 2020. • Programma Elektriciteitsvoorziening Amsterdam (EVA) faciliteert TenneT en Liander in de aanleg van de infrastructuur, door onder andere ondersteuning bij het (vergunningen-) proces, het opzetten van participatie in de buurten, het zoeken naar locaties, en het helpen met afstemmen binnen stedelijke programmering. • De gemeente werkt samen met netbeheer­ ders, en Port of Amsterdam in de Taskforce Congestie Amsterdam. • Wanneer er ruimte op het net komt door (flexibele) verlaging van aansluitingen van grootverbruikers wordt er voorrang verleend aan gebruikers met een groot maatschappelijk belang, zoals scholen en veiligheidsdiensten.

2. Energie-infrastructuur

• Liander heeft een standaard werkwijze, om zo efficiënt mogelijk te kunnen werken en hinder voor de omgeving te minimaliseren. Buurtbewoners kunnen meedenken over het uiterlijk van de nieuwe elektriciteitshuisjes.

Voortgang • De bouw van de nieuwe elektriciteitsstations Oostzaan en Noord Papaverweg, en de verzwaring van het station Ijpolder zijn begonnen. Verder is voor in totaal 13 stations al een locatiebesluit genomen, en wordt de bouw voorbereid. • Op basis van de ervaringen bij elektricteits­ stations Zeeburgereiland en Nieuwe Meer II heeft Taskforce Congestie Amsterdam het protocol ‘hoe kom ik tot een elektriciteitssta­ tion’ opgesteld. Dit protocol dient als landelijk voorbeeld en is opgenomen in het Landelijk Actieprogramma Netcongestie. • De gemeente heeft het vestigingsbeleid voor datacenters herzien. Door alleen nog lopende initiatieven in overweging te nemen wordt de groei in vermogensvraag naar verwachting beperkt tot 350 MVA tot 2030. • Er is besloten dat de traditionele ‘peperbus’ transformatorzuil gebruikt zal blijven worden in het Unesco Werelderfgoed-gebied (grachtengordel).

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Doorkijk 2025 • Het nieuwe elektriciteitsstation aan de Sextantweg met een vermogen van 40 MVA wordt in gebruik genomen. De bouw van de stations Nieuwe Meer 2 en Zeeburgereiland begint. • De gemeente heeft in de begroting voor 2025 extra geld vrijgemaakt voor de aanpak van netcongestie (€4 miljoen structureel en circa €13 miljoen incidenteel). • In 2025 worden voor een aantal nieuwe hoogspanningsprojecten voorkeursbesluiten genomen door de provincie Noord-Holland. Dan zal ook duidelijk zijn of de tracés en de onderstations op Amsterdams grondgebied komen of niet

Het toekomst­ bestendig maken van het stroomnetwerk is cruciaal voor de transitie naar duurzame energie en de groeiende vraag naar elektriciteit

Aandachtspunten • Voor de teruglevering van (zonne-)stroom is er geen congestieprobleem. • Er is voldoende netcapaciteit ­gereserveerd voor woningbouw. • Beperkte capaciteit voor realisatie ­infrastructuur bij aannemers.

Uitvoering Energietransitie

26

Uitgelicht

Elektriciteitsstation Zeeburgereiland: een goede buur in de buurt De start bouw van het nieuwe elektriciteitsstation op Zeeburger­ eiland is een mijlpaal in het versterken van het stroomnet in de stad. Het is namelijk een van de eerste elektriciteitsstations van in totaal 30 nieuw te bouwen stations in onze stad. Het station levert straks stroom aan de stadsdelen Oost en Centrum en zal de woningbouw in de Sluisbuurt ondersteunen. Ook ontlast het straks bestaande stations, zoals op de Hoogte Kadijk. De omgeving zal het een en ander van de aanleg merken. Gedurende

1. Energiegebruik

de bouw, die zo'n drie jaar zal duren. Bij het aanleggen van de benodigde kabelverbindingen. En daarna wanneer het station eenmaal in bedrijf is. Daarom wordt de omgeving in een vroeg stadium betrokken met zorgvuldige participatie en communicatie. Maar ook door te investeren in de relatie met de nieuwe buren. In dit geval is de nabijgelegen basisschool De Optimist de betrokken. Leerlingen van deze school hielpen bij de openingshandeling rond de start van de bouw. In de dagen vooraf kregen ze een gastles over stroom.

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

27

2.2 Warmte-infrastructuur Een groot deel van de gebouwen wordt nu nog verwarmd op basis van aardgas en is aangesloten op het aardgasnet. Deze gebouwen moeten op een andere manier van warmte worden voorzien. Dit doen we door wijk voor wijk een alternatief te creëren, zoals duurzame stadswarmte, lokale restwarmte, bodemenergie of aquathermie. Amsterdam beschikt over een groeiend stadswarmtenet. Ook zien we kleinere warmtenetten in wijken ontstaan. De bouw van deze netten is een grote opgave in de openbare ruimte van onze stad, zowel boven als ondergronds.

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

De rol van de gemeente Amsterdam We voeren regie, ondersteunen en investeren. We subsidiëren het onrendabele deel van de businesscases van initiatiefnemers en we investeren in de infrastructuurprojecten die nodig zijn om aardgasvrij te worden. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden voor een (in meerderheid) publiek warmtebedrijf, na aankondiging van de Wet collectieve warmte (Wcw).

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

28

Stadswarmtenetten In Amsterdam bestaan 2 stadswarmtenetten. Het net van Westpoort Warmte (WPW) levert stadsverwarming in Noord en West aan zo’n 53.500 woningequivalenten. Het Diemenwarmtenet levert warmte aan delen van Amsterdam Oost en Zuidoost, maar ook aan Almere en een klein deel aan Ouder-Amstel en Diemen. In 2020 zijn de twee netten aan elkaar verbonden via de South Connection om de betrouwbaarheid van de netten te verhogen. Er is besloten om beide netten te verduurzamen en om in 2040 volledig CO₂-vrije warmte te leveren. Sommige nieuwe warmtebronnen kunnen op het huidige warmtenet worden aangesloten. Andere bronnen, zoals datacentra en de rioolzuivering, leveren warmte van een lagere temperatuur. Deze bronnen moeten opgewaardeerd worden met een warmtepomp voor toepassing in de huidige warmtenetten, of kunnen gebruikt worden in warmtenetten op lagere temperaturen (bijvoor­ beeld geschikt voor gebiedsontwikkelingen). Naast de twee stadswarmtenetten bestaan er ook lokale, decentrale netten, zoals die op het Oosterdokseiland, of het Centrumeiland. Deze netten bestaan uit één of meerdere gebouwen die een centrale warmtevoorziening delen. Vaak word er gebruik gemaakt van een Warmte- en Koudeopslag (WKO). De WKO tool (wkotool.nl) biedt een overzicht van deze projecten.

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

29

Uitgelicht

Samenwerking maakt warmtenet K-torens Zuidoost mogelijk Bestaande woningen aansluiten op een warmtenet is een complexe opgave die alleen kan slagen door nauwe samenwerking tussen alle betrokken partijen. Het project K-torens in Zuidoost is hiervan een mooi voorbeeld, waar Lieven de Key, Vattenfall, Liander en de gemeente Amsterdam de handen ineenslaan bij het aansluiten van de Torens en op het warmtenet. Lieven de Key zorgt direct ook voor isolatie van de gebouwen. Na de beëindiging van het Warm Amsterdam-samenwerkingsverband begin 2024 bleef de ambitie om projecten door te zetten waar dat kan. Voor de K-torens in Zuidoost resulteerde dit in een concreet project.

Draagvlak onder bewoners

De plannen zijn door Lieven de Key samen met de bewoners ontwikkeld, met een belangrijke rol voor stichting Hart voor de K-buurt. Samen met bewoners organiseerde zij informatiebijeenkomsten en ging huis-aan-huis in gesprek met bewoners. Met resultaat: 70% van de bewoners stemde in met de plannen.

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Samenwerking

Het project kenmerkt zich door een nauwe afstemming tussen alle partijen. Lieven de Key coördineert de bewoners­ communicatie, Vattenfall de vergunningsprocedures en Liander organiseert de technische infrastructuur. De gemeente onder­ steunt waar mogelijk. We kijken actief waar we bewoners kunnen ondersteunen die plotseling voor hoge kosten komen te staan of problemen hebben met het stopzetten van het contract met de gasleverancier.

Vier torens

De eerste toren, Kouwenoord, gaat begin 2025 van het gas af. De woningen worden aangesloten op het warmtenet van Vattenfall en individueel voorzien van een meter. De verwachting is dat alle vier torens in 2027 volledig aardgasvrij zullen zijn. Door slim samen te werken en de belangen van alle betrokkenen te behartigen, laat dit project zien hoe complex stedelijke verduurzaming stap voor stap kan worden gerealiseerd.

Uitvoering Energietransitie

30

Nieuwe stadswarmtebronnen De stadwarmtenetten worden nog grotendeels verwarmd met gas. Er is afgesproken om deze netten in 2040 CO₂-vrij te verwarmen. Daarvoor zijn andere warmtebronnen nodig. Datacenters, aardwarmte, E-boilers en rioolzuivering zijn mogelijke nieuwe bronnen.

Datacenters

Aardwarmte

E-boiler

Rioolzuivering

Datacenters produceren restwarmte tussen de 25°C en 35°C. Dit is een bijproduct van het koelen van de servers die continu draaien. Nu wordt de restwarmte vaak in de lucht uitgestoten. Maar de warmte kan ook geleverd worden aan lokale warmtenetwerken of aan het stadswarmtenetwerk. Daar hebben zowel de datacenters als de warmtegebruikers voordeel van. De temperatuur kan met een industriële warmtepomp worden verhoogd, of de warmte kan worden ingezet op een lage temperatuurwarmtenet.

Hoe dieper in de aarde, hoe warmer het is. Deze energie kan worden gewonnen door warm water uit doorlatende gesteentelagen naar boven te pompen. Winning van warmte dieper dan 500 meter heet aardwarmte of geothermie. In Amsterdam blijkt uit onderzoek dat een zandsteenlaag op ongeveer 2 kilometer diepte technisch geschikt is voor de winning van aardwarmte. De temperatuur in deze laag is ongeveer 82C, en is daarmee geschikt als warmtebron voor het stadswarmtenetwerk. Aardwarmte is lokaal en niet weers- of seizoensafhankelijk. De ontwikkeling van een aardwarmtebron is wel kostbaar en kan zeker 5 tot 10 jaar duren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16177513/1