Bijlage 5. DPO Voorzieningen Nieuw West Amsterdam_20241212.pdf
Tekst van het document
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West Amsterdam Definitief
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
1
colofon
projectnaam DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West datum 12 december 2024 projectnummer P07613 opdrachtgever Gemeente Amsterdam BRO projectleider RvL projectteam IBo, RKo bron kaft BRO review DGo
Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
2
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding Conclusies BSP 2019 Doel en gebiedsindeling Methode Definities
5 5 6 6 7
Samenvatting en conclusies
8
2.1
Conclusies marktruimte
9
2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5 2.1.6
Toedeling marktruimte tot 2030 Toedeling marktruimte na 2030 tot 2040 Advies Schinkelkwartier Advies Sloterdijk-centrum (Stationskwartier) Toelichting Westpoort, Akerpoort en Schinkel Toelichting overige wijkcentra versus nieuwe ontwikkelingen Kwaliteit boven kwantiteit Verschil met onderzoek van BSP uit 2019 Toelichting marktruimtetabellen
10 11 11 11 11
Samenvatting gesprekken winkelgebieden
16
2.1.7 2.1.8 2.1.9
2.2
3
4
12 12 12 13
Vraag en aanbod
18
3.1 3.2
19 23
Bevolkingsgroei- en ontwikkeling Voorzieningenstructuur
Context en kaders
27
4.1 4.2
Trends voorzieningen Beleids- en onderzoekskaders
28 29
4.2.1 4.2.2
29
4.2.3 4.2.4
4.3
Detailhandelsvisie Amsterdam 2018-2022 (2018) Ruimtelijk-economische verkenning GeuzenveldSlotermeer (2022) Toekomstperspectief winkelgebieden Nieuw-West (2019). Marktruimteonderzoek detailhandel provincie NoordHolland (2022)
Plannen en initiatieven voorzieningen
5
6
Resultaten per functie
34
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
35 38 40 41 43 44 46 49 51
Dagelijks winkelaanbod Behoefteraming dagelijks Recreatief winkelaanbod Behoefteraming recreatief Doelgericht winkelaanbod Behoefteraming doelgericht Horeca Diensten Cultuur en ontspanning
Advies
53
6.1 6.2 6.3 6.4
54 58 60 61
Leidende principes (advies BRO) De ideale voorzieningenstructuur Toelichting hoofdstructuur Randvoorwaarden hoofdstructuur
29 29 30
30
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
3
1
Inleiding
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
4
1.1
Aanleiding
Stadsdeel Nieuw-West groeit naar een bevolking van 200.000 inwoners. Tot 2035 worden bijna 15.000 nieuwe woningen gerealiseerd en ook tot 2050 is sprake van veel groeiambitie. Denk aan woningbouwontwikkelingen bij Sloterdijk, Geuzenveld-Slotermeer, het Schinkelkwartier en de ringspoorzone. Meer woningen en inwoners heeft ook impact op de be-
Tabel 1: BSP 2019, Indicatieve marktruimte naar sector, 2019)
Deelgebied Totaal
Detailhandel dagelijks
Detailhandel mode en vrije tijd
Horeca
Leisure
11.400
2.800
10.300
2.500
hoefte aan detailhandel en andere voorzieningen. In 2019 had Bureau Stedelijke Planning (BSP) een DPO gemaakt met daarin een indicatie marktruimte voor verschillende sectoren in de detailhandel, horeca, diensten en leisure. Op basis van dit onderzoek was een toetsingskader gemaakt waaraan nieuwe initiatieven werden getoetst. De resultaten van dit DPO zijn uitgewerkt in de notitie ‘Toekomstperspectief winkelgebieden Nieuw-West’. In tabel 1 zijn de indicatieve marktruimtes weergegeven die destijds door BSP zijn berekend. Vanuit een aantal gebieden zijn signalen gekomen dat het DPO uit 2019 niet up-to-date meer is. Door de bovengemiddelde en boven verwachting sterke bevolkingsgroei is meer marktruimte voor de ontwikkeling van voorzieningen dan eerder werd voorspeld. Op basis hiervan is de volgende centrale onderzoeksvraag geformuleerd. Wat is de huidige en toekomstige (2035 en 2050) totale marktruimte voor detailhandel, horeca en leisure in stadsdeel Nieuw West en wat is een wenselijke spreiding van die marktruimte over deelgebieden en voorzieningenclusters in Nieuw West?
1.2
Conclusies BSP 2019
Tabel 1 geeft de uitkomst van de marktruimteberekeningen die BSP in 2019 heeft berekend. Dit was inclusief de destijds bekende plannen en initiatieven (van met name supermarkten), maar exclusief de plannen voor toevoeging van wijkcentra voor Schinkelkwartier en Sloterdijk centrum.
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
5
1.3
Doel en gebiedsindeling
Doel is niet alleen inzicht in de marktruimte, maar ook het bieden van input voor het toetsingskader. Deze input wordt gebruikt voor beleidsstukken die vervolgens worden gebruikt als toetsingskader. Het onderzoek is tevens een ruimtelijk economische onderlegger voor het omgevingsplan van (deel) Nieuw West. De adviezen in het DPO helpen om de balans te vinden en behouden tussen de spreiding van bewoners en andere doelgroepen enerzijds en voorzieningen anderzijds.
1.4
Methode
Gehanteerde bronnen De hoofdvraag is primair beantwoord via de methodiek van het distributieplanologisch onderzoek (DPO). Voor een nadere toelichting op deze methode verwijzen we naar de Notitie Omzetkengetallen 2023 (Retailinsiders, 2024). Als input van de berekeningen is gebruik gemaakt van: Demografie en woningbouw: op basis van input projectleiders gemeente Amsterdam, verschillende datasets van O&S en het CBS. Verschillende bronnen en peildata zijn gehanteerd om een zo compleet en genuanceerd beeld te krijgen van de woningbouwplannen
en de bijbehorende bevolkingsgroei. Doelgroepen: op basis van input van Whize doelgroepen zijn levensstelen op buurtniveau weergegeven. Peildatum is 1 januari
2024. Prognoses zijn niet beschikbaar. Aanbod- en leegstand: op basis van Locatus, met peildatum juli 2024. Locatus is de landelijke standaard voor aanbod- en leegstanddata. Deze data wordt ook door de gemeente Amsterdam toe-
gepast in bijvoorbeeld de Detailhandelsmonitor van O&S. Omzetkengetallen: op basis van de Notitie Omzetkengetallen 2023, met peildatum augustus 2024. Hierin is de winkelomzet per hoofd per sector weergegeven, evenals de gemiddelde vloerproductiviteit. Voor de horeca is gebruik gemaakt van CBS omzetkengetallen die we zelf hebben vertaald naar omzet per hoofd en per zaak. Figuur 1: Gebiedsindeling onderzoek.
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
6
Koopstromen: de binding en toevloeiing voor Nieuw West is geba-
Van kwantiteit naar kwaliteit
Horeca
seerd op het Koopstromenonderzoek 2021 (I&O Research, BRO,
De aan- of afwezigheid van marktruimte per gebied is niet de enige indi-
Bedrijfstak gericht op eet- en drinkgelegenheden en logiesverstrekkende
Sweco). Dit is anno 2024 het meest recente onderzoek.
cator die van belang is bij het afwegen van nieuwe plannen en initiatie-
bedrijven. Het woord is een samentrekking van de woorden hotel, res-
ven. Kwalitatieve overwegingen zijn minstens zo belangrijk, zoals reisaf-
taurant en café. In dit onderzoek betreft uitsluitend het ‘-reca’ gedeelte,
Toepassing berekeningen
stand tot voorzieningen, noodzaak tot modernisering en het toekomst-
dus koffiezaken, lunchrooms, cafés, restaurants, etc.. Hotels zijn geen
De marktruimte is berekend voor drie sectoren in de detailhandel (dage-
perspectief. In sommige gebieden kan om kwalitatieve redenen gekozen
onderdeel van dit onderzoek.
lijks, recreatief en doelgericht) en de horeca. Diensten en leisure zijn
worden meer aanbod toe te voegen dan waarvoor marktruimte bestaat
meer indicatief berekend op basis van benchmarking. Aangezien de
en vice versa. Dit is uiteindelijk alleen te verantwoorden als de ruimte-
Cultuur en leisure:
nauwkeurigheid van distributieve berekeningen sterk samenhangt met
lijke effecten aanvaardbaar zijn vanuit het oogpunt van een goede ruim-
Publieksgerichte cultuur en leisure. Denk aan theaters, bioscopen,
de beschikbaarheid van inputgegevens, is gekozen uitsluitend ‘somme-
telijke ordening.
sauna’s, sportscholen, arcade hallen, etc..
tjes’ te maken op niveau van Nieuw West totaal. Dit heeft met name te maken met het feit dat koopstroomgegevens niet op kleiner schaalni-
1.5
Definities
veau (betrouwbaar) in beeld zijn. De berekende marktruimte op stads-
We maken in het onderzoek onderscheid in verschillende sectoren. On-
deelniveau is vervolgens naar rato van de bevolkingsgroei verdeeld over
derstaand de begrippen met definities:
de verschillende deelgebieden in Nieuw West. Marktruimte volgt immers vooral de bevolkingsgroei. De marktruimte is berekend op basis van het
Detailhandel: dagelijkse sector
momenteel feitelijk aanwezige aanbod en het feitelijke koopgedrag.
Voedings- en genotmiddelen (vgm) en artikelen op het gebied van persoonlijke verzorging. In de praktijk gaat het hierbij om supermarktaan-
Van de uitkomst van de feitelijk huidige en toekomstige marktruimte
bod, aanbod in vgm-speciaalzaken, drogisterij- en parfumeriezaken.
moet de plancapaciteit worden afgetrokken. In dit onderzoek is gekozen in elk geval de harde plannen af te trekken van de meters. Dit zijn voor-
Detailhandel: Niet-dagelijkse sector
ziene plannen in planologische besluiten die concreet en bekend zijn.
Winkels die artikelen verkopen met een doorgaans lagere koopfrequen-
Zachte plannen, zoals voornemens van marktpartijen die nog niet juri-
tie dan dagelijkse artikelen. In de praktijk gaat hierbij om winkels in huis-
disch zijn verankerd, zijn niet meegenomen. Deze moeten nog worden
houdelijke artikelen, kleding, mode, schoenen, sport, rijwielen, bruin- en
getoetst (aan dit nieuwe toetsingskader). Leegstand is een vorm van on-
witgoed, rijwielen, doe-het-zelf, wonen, tuinartikelen en dierenartikelen.
benutte (juridische) plancapaciteit. Deze is niet afgetrokken van de me-
Binnen deze sector maken we vaak onderscheid in sub sectoren. Doelgericht: geredeneerd vanuit het bezoekmotief met winkels in de
ters, omdat dit niet gebruikelijk is. Wel is het tekstueel als nuance benoemd.
De uitkomsten van distributieve berekeningen zijn in winkelverkoop-
branches behorende tot van in/om het huis en overige detailhandel. Recreatief: geredeneerd vanuit het bezoekmotief met winkels in de branches mode, luxe, huishoudelijke artikelen en vrije tijd.
vloeroppervlak (wvo). Omdat veel plannen en initiatieven in bruto vloeroppervlak worden gecommuniceerd, is het wvo omgerekend naar bvo met een standaard factor van 80:100.
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
7
2
Samenvatting en conclusies
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
8
2.1
Conclusies marktruimte
Stadsdeel Nieuw West groeit! In totaal wonen er per 1 januari 2024 in stadsdeel Nieuw West 164.789 mensen. Tot 2030 komen er 14.838 nieuwe woningen bij. Dit betekent een groei naar 198.000 inwoners in 2030. Ook na 2030 zijn plannen voor toevoeging woningbouw, met name in het Schinkelkwartier en in Sloterdijk Centrum. De bevolking zal na 2030 doorgroeien tot circa 225.000 inwoners. Meer inwoners betekent meer economisch draagvlak voor voorzieningen. Beperkt voorzieningenaanbod, maar met uitdagingen In alle sectoren die we onderzocht hebben blijkt dat Nieuw West een relatief beperkt voorzieningenaanbod kent ten opzichte van het huidig aantal inwoners. Dit betekent ook dat het aanbod redelijk tot goed functioneert op dit moment. Er zijn echter wel meerdere opgaven.
In sommige verzorgingsgebieden is sprake van veel overlap tussen de wijkcentra en stadsstraten. Dit is positief voor de consument die dicht bij huis boodschappen kan doen, maar zet het functioneren van de wijkcentra wel onder druk.
Parkeren en bereikbaarheid zijn randvoorwaarden voor succesvolle boodschappencentra. Op meerdere plekken staat dit echter onder druk door woningbouw en beperkte parkeercapaciteit. Het handhaven en/of (opnieuw) invoeren van blauwe zones helpt bij het vrijhouden van parkeercapaciteit voor bezoekers.
Diverse supermarkten zijn toe aan moderniseren en uitbreiding. Hiervoor is in principe marktruimte, maar er dienen wel keuzes gemaakt te worden waar dit het beste kan plaatsvinden.
Ons advies, vergelijkbaar met het advies van BSP in 2019, is in te zetten op de wijkcentra in een hoofdstructuur (zie figuur 2). Er dient binnen deze hoofdstructuur ruimte te zijn voor modernisering van aanbod en er dient aandacht te zijn voor parkeren en andere randvoorwaarden, zoals schoon, heel, veilig en de kwaliteit van de openbare ruimte.
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
Figuur 2: Voorzieningenstructuur Nieuw West.
9
Toedeling marktruimte tot 2030 en tussen 2030 en 2040
Detailhandel – recreatief winkelaanbod
Horeca
Tabel 2 geeft een indicatief en globaal overzicht van de toedeling van
De marktruimte die tot 2030 in Nieuw West ontstaat, wordt volledig afge-
Tot 2030 ontstaat er in Nieuw West marktruimte voor horeca, namelijk
marktruimte aan de verschillende centrumgebieden tot 2030, na aftrek
circa 38 zaken, met een totale omvang van circa 5.500 m² bvo, na aftrek
bestaande harde plannen (tabel 5 en 6). NB: toevoeging van aanbod in
dekt met bestaande harde plannen (paragraaf 4.3). Dit betekent dat er naast de bestaande harde plannen geen extra marktruimte meer is op
het Schinkelkwartier en Sloterdijk centrum, evenals diverse supermarkt-
stadsdeelniveau voor extra toevoeging van recreatief winkelaanbod. In
reca is in tegenstelling tot detailhandel minder goed kwantitatief te ra-
plannen zijn dus al afgetrokken. Tabel 3 geeft de extra marktruimte weer
de bestaande plannen wordt uitgegaan van met name onbenutte plan-
men, omdat goed aanbod een eigen vraag creëert. Ook zijn de verschil-
na 2030, tot 2040, na aftrek bestaande harde plannen in tabel 5 en 6.
capaciteit in bestaande bestemmingsplannen en leegstand. Ook is reke-
len tussen horecaconcepten veel groter dan in de detailhandel. Ons ad-
De leegstand is nog niet afgetrokken van de marktruimte, omdat dit niet
ning houden met realisatie van een (klein) wijkcentrum in zowel het
vies is de marktruimte voor horeca te verdelen over de verschillende
gebruikelijk is. Leegstand kan voor veel verschillende functies worden
Schinkelkwartier en Sloterdijk Centrum. In deze nieuwe wijkcentra zal
wijkcentra in de hoofdstructuur. Osdorpplein en Plein ’40-45 zouden iets
ingevuld, maar is in de praktijk niet altijd geschikt voor elke type functie.
ook een beperkt aandeel recreatief winkelaanbod aanwezig zijn.
meer marktruimte kunnen opvangen dan andere wijkcentra, vanwege de
Let op: alle meters zijn bruto vloeroppervlak (BVO), terwijl de berekeningen zijn uitgedrukt in winkelverkoopvloeroppervlak (WVO). 2.1.1
Toedeling marktruimte tot 2030
harde plannen. We benadrukken dat deze marktruimte indicatief is. Ho-
wijkoverstijgende verzorgingsfunctie. De groei van horeca zal deels auDetailhandel – doelgericht winkelaanbod
tonoom plaatsvinden, zoals het afgelopen jaren ook ging. Winkelpanden
Tot 2030 ontstaat er in Nieuw West marktruimte voor doelgericht win-
worden ingevuld door horeca. Ook de leegstand kan worden ingevuld
kelaanbod, namelijk ruim 34.000 m² bvo (27.500 m² wvo) na aftrek
met horeca. Terughoudend voor toevoeging van solitaire horeca is ver-
Detailhandel – dagelijks winkelaanbod
harde plannen. Dit is substantieel, maar winkels in deze sector zijn vaak
standig om de hoofdstructuur te beschermen. Binnen de bestaande
De marktruimte die tot 2030 in Nieuw West ontstaat, wordt volledig afge-
ook grootschalig van aard. Deze behoefte is een logisch gevolg naar
plannen is rekening gehouden met toevoeging van horeca in het Schin-
dekt met bestaande harde plannen (paragraaf 4.3). Deze kunnen dus op
aanleiding van de bevolkingsgroei en woningbouw. Ons advies is deze
kelkwartier en Sloterdijk centrum, evenals enkele andere locaties zoals
basis van de marktruimte doorgang vinden. Dit betekent dat er na realisatie van de bestaande harde plannen geen extra marktruimte meer is
marktruimte grotendeels in te zetten om de bestaande perifere concen-
genoemd in paragraaf 4.3.
op stadsdeelniveau voor extra toevoeging van dagelijks winkelaanbod.
bod aan de Anthony Fokkerweg in het Schinkelkwartier te versterken.
Diensten
In de bestaande plannen wordt uitgegaan van modernisering/uitbreiding
Dit kan bijvoorbeeld door intensivering en vernieuwing. Een beperkt deel
Tot 2030 ontstaat er in Nieuw West marktruimte voor commerciële
van enkele bestaande supermarkten, toevoeging van enkele kleinscha-
(circa 3.000 m² bvo) kan worden gereserveerd voor andere winkelgebie-
diensten, namelijk circa 230 zaken, met een totale omvang van circa
lige supermarkten én realisatie van een (klein) wijkcentrum in zowel het
den, met name de grotere wijkcentra, zoals Osdorpplein en Plein ’40-45.
16.500 m² bvo, na aftrek harde plannen. We benadrukken dat deze
Schinkelkwartier en Sloterdijk Centrum. Nuance is dat de bestaande
Wel dient aandacht te blijven voor de complementariteit in branchering,
marktruimte indicatief is. Diensten zijn in tegenstelling tot detailhandel
leegstand ook nog in uitbreiding kan voorzien. Dit is onbenutte planca-
oftewel het huidige detailhandelsbeleid van de gemeente Amsterdam
én horeca (nog) minder goed kwantitatief te ramen, omdat kengetallen
paciteit. Als dit ook daadwerkelijk wordt ingevuld met dagelijkse winkel-
omtrent PDV/GDV (zie toelichting hierna). Ook geldt er in deze centra
ontbreken. De marktruimte is berekend op basis van benchmarking. Ad-
meters onderstreept dat het advies om geen nieuwe (planologische) da-
sprake is van onbenutte plancapaciteit in de bestemmingsplannen. Dit is
vies is deze marktruimte te verdelen over de wijkcentra. Ook in de kleine
gelijkse winkelmeters elders toe te voegen in Nieuw-West.
nog niet afgetrokken van de hierboven genoemde marktruimte. Deze
winkelstrips buiten de hoofdstructuur zal een deel van de horeca en de-
meters dienen eerst te worden benut alvorens nieuwe planologische
tailhandel kunnen verkleuren naar diensten. Dit is ook vanuit het ge-
meters worden toegevoegd.
meentelijk detailhandelsbeleid wenselijk. Diensten hebben meestal een
traties Westpoort, Koopcentrum Akerpoort1 en het perifere winkelaan-
zeer lokaal verzorgingsgebied en worden doelgericht bezocht. Denk aan
1
We bedoelen het hele Bedrijvencentrum Osdorp, inclusief Koopcentrum Akerpoort.
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
10
een kapper of sportschool. De planologische situatie biedt in veel geval-
rato toebedeeld over deze drie gebieden. Alleen de extra marktruimte
als het Schinkelkwartier een nieuw voorzieningencluster. In eerste in-
len al de mogelijkheid voor transformatie/verkleuring, aangezien er
na 2030 voor het doelgerichte winkelaanbod is verdeeld over de drie pe-
stantie tot 2030 is het programma van een ‘buurtcentrum’ het meest
veelal sprake is van gemengde bestemmingen. Daarmee is juridisch
rifere concentraties, omdat die een functie hebben voor heel Nieuw
passend, conform de branchering zoals opgenomen in de infographic in
sprake van veel (onbenutte) plancapaciteit. Ook de leegstand kan wor-
West. Opgemerkt moet worden dat de marktruimteraming na 2030 indi-
hoofdstuk 6. Dit betekent één moderne supermarkt en enkele buurtge-
den benut om in te vullen met deze marktruimte voor diensten.
catief is. Woningbouwplannen kunnen wijzigen, evenals kengetallen en
richte voorzieningen. Als de ambities met betrekking tot woningbouw
koopstromen. 2040 ligt eigenlijk te ver in de toekomst om dit goed te
daadwerkelijk worden gerealiseerd is een ‘wijkcentrum klein’ passend.
Cultuur en ontspanning
kunnen voorspellen. Desalniettemin geeft het wel een indicatie van de
Dit betekent, conform dezelfde randvoorwaarden als het Schinkelkwar-
Tot 2030 ontstaat er in Nieuw West marktruimte voor cultuur en ont-
orde van grootte.
tier. Zoals ook is aangegeven in de plannen voor het Stationskwartier
spanning, namelijk circa 34 zaken, met een totale omvang van circa
zijn wij ook kansen om het voorzieningenaanbod te voorzien van een
marktruimte indicatief is. Cultuur en ontspanning is in tegenstelling tot
De toevoeging van één wijkcentrum in het Schinkelkwartier zit in de be-
wijkse verzorgingsfunctie voor (toekomstige) inwoners in Haven-Stad.
detailhandel én horeca (nog) minder goed kwantitatief te ramen, omdat
staande plannen. Zowel kwantitatief als kwalitatief ligt er een behoefte
Uitgangspunt is dan wel dat de woningbouw in Haven-Stad ook daad-
kengetallen ontbreken. De marktruimte is berekend op basis van bench-
om een wijkcentrum toe te voegen. Hier is ook voldoende marktruimte
werkelijk gerealiseerd wordt, anders raakt het de overkoepelende ver-
marking. Advies is deze marktruimte te verdelen over de wijkcentra, met
voor. Hier komen immers veel nieuwe inwoners te wonen. Advies is om
zorgingsfunctie van Centrum Nieuw-West (Osdorpplein). Het ‘plusje’ kan
een focus op de centra die een meer overkoepelende verzorgingsfunctie
tot 2030 in te zetten op één ‘wijkcentrum klein’, conform de branchering
onder meer bestaan uit meer leisure, maatschappelijke voorzieningen
hebben. In de bestaande plannen van Sloterdijk centrum en Schin-
zoals opgenomen in de infographic in hoofdstuk 6. Gedacht wordt aan
en diensten.
kelkwartier is geen duidelijk metrage opgenomen voor cultuur en ont-
een totaal voorzieningenprogramma van circa 7.500 m² bvo (6.000 m²
spanning. Om die reden is ook een substantieel deel van de marktruimte
wvo), waaronder twee moderne supermarkten. Na 20230 kan dit wijk-
2.1.5
toegewezen aan deze gebieden. Dit moeten idealiter in de nieuwe wijk-
centrum verder doorgroeien naar ‘wijkcentrum groot’, kortom met een
De drie perifere concentraties, Westpoort, Akerpoort (bedrijvencentrum
centra landen om concentratie te bereiken. Ook voor leisure geldt dan
ruimer aanbod en breder profiel, maximaal circa 10.000 m² bvo. Wel
Osdorp) en de ‘hoek’ Anthony Fokkerweg / Schinkelkwartier vervullen
de planologische situatie al veel mogelijkheden biedt. De meer groot-
maximaal twee moderne supermarkten in het Schinkelkwartier. Het cen-
momenteel en in de toekomst een belangrijke functie in de structuur
schalige leisure is echter niet goed inpasbaar in bestaand vastgoed. Er
trum groeit dan mee met de bevolkingsgroei. Een alternatief is dat voor
voor doelgerichte winkelvoorzieningen op het gebied van ‘in/om huis’.
ligt een kans om deze grootschalige leisure te combineren op de peri-
de lange termijn wordt ingezet op twee kleinere voorzieningenclusters in
Dit geldt niet alleen voor inwoners in Nieuw West, maar ook voor inwo-
fere concentraties.
het Schinkelkwartier, in plaats van één groot wijkcentrum. Voordeel is
ners elders in Amsterdam en de regio. Er komt door de bevolkingsgroei
dat je niet één supercluster krijgt, waar ook de auto dominanter zal zijn,
en woningbouw een forse extra behoefte op Nieuw West af voor doelge-
maar meer spreiding kunt bereiken. Dit is bevorderlijk voor fietsers en
richt winkelaanbod. De bestaande capaciteit aan winkelvastgoed en
Tabel 3 geeft de extra marktruimte weer per sector tussen 2030 en
voetgangers en sluit beter aan bij de 10-minutenstadprincipes van de
leegstand kan deze behoefte niet afdekken. Hierdoor is het advies in elk
2040, na aftrek harde plannen (tabel 5 en 6). Dit is extra marktruimte die
gemeente Amsterdam. Per cluster moet dan gedacht worden aan één
geval de huidige perifere concentraties te behouden en waar mogelijk te
bovenop de marktruimte komt tot 2030. Zoals aangegeven is in dit on-
moderne supermarkt en enkele overige voorzieningen. Per centrum to-
versterking in kwantiteit (meters) als kwaliteit (uitstraling, samenhang in
derzoek op basis van input van de gemeente uitsluitend in de gebieden
taal circa 5.000 m² bvo.
branchering, compactheid, modern en marktconform vastgoed, etc.).
2.1.2
Toedeling marktruimte na 2030 tot 2040
Advies Schinkelkwartier
extra ‘plusje’. Dit plusje kan dan gemotiveerd worden vanuit de boven-
16.000 m² bvo, na aftrek harde plannen. We benadrukken dat deze
2.1.3
Osdorp, Schinkelkwartier en Sloterdijk Centrum rekening met extra be-
Toelichting Westpoort, Akerpoort en Schinkel
Met name voor de perifere detailhandel aan De Anthony Fokkerweg is
volkingsgroei na 2030. In de andere gebieden van Nieuw West zal ook
2.1.4
enige bevolkingsgroei zijn, maar daar is geen substantiële woningbouw
De extra marktruimte na 2030 tot 2040 komt ook grotendeels terecht in
mogelijk moeten verplaatsen. Er dient in of nabij het Schinkelkwartier
gepland na 2030. Om die reden is de extra marktruimte na 2030 naar
Sloterdijk centrum (Stationskwartier). Het Stationskwartier verdient net
ruimte gereserveerd te worden voor een perifeer winkelcluster, naast het
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
Advies Sloterdijk-centrum (Stationskwartier)
dit relevant, aangezien deze op basis van de huidige gebiedsplannen
11
wijkcentrum (of de kleinere wijkcentra). In deze ‘hoek’ moet in elk geval
van nieuwe (planologische) meters voor commerciële voorzieningen bui-
ruimtelijke ordening nooit onaanvaardbaar zijn. Dit is ook vaste jurispru-
een PDV-cluster behouden blijven.
ten de bestaande centrumgebieden is op z’n plaats. Het is verleidelijk
dentie van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
om in gebiedsontwikkelingen ‘levendige plinten’ te programmeren met Opgemerkt moet worden dat de bestaande bestemmingsplannen onbe-
commerciële voorzieningen, maar de marktruimte is zoals blijkt uit dit
2.1.8
Verschil met onderzoek van BSP uit 2019
nutte plancapaciteit bieden die in deze extra behoefte kan voorzien. De
onderzoek niet ongelimiteerd. Bovendien leert de ervaring dat met name
Ten opzichte van het BSP onderzoek uit 2019 hebben we veel meer
markt maakt hier echter op dit moment nog geen gebruik van. Maar dat
solitaire winkels niet goed functioneren. Voor horeca, diensten en cul-
marktruimte berekend. Dit komt met name door het feit dat de bevol-
kan, op basis van de berekende marktruimte, wel veranderen en dat zou
tuur ligt wel meer bestaansrecht bij solitaire vestigingen op goed bereik-
kingsgroei sterker groeit dan eerder gedacht. De prognoses en woning-
dus positief zijn. Wel dient aandacht te blijven voor de branchering van
bare plekken, omdat ze meer doelgericht bezocht worden. Desalniette-
bouw valt hoger uit. Tegelijkertijd zijn er ook al veel bestaande plannen
deze clusters. De gemeente Amsterdam stuurt momenteel op de bran-
min is het advies zoveel mogelijk in te zetten op de hoofdstructuur en
die op deze bevolkingsgroei anticiperen. Los van de bestaande plannen
chering in deze gebieden om de complementariteit met de reguliere cen-
verdere versnippering van voorzieningen te voorkomen, met uitzonde-
is er daardoor geen extra marktruimte tot 2030 voor dagelijkse en recre-
trumgebieden te borgen (PDV en GDV). Dit blijft belangrijk. Niet al het
ring van de bestaande harde plannen zoals genoemd in paragraaf 4.3.
atieve winkels. Wél is veel meer marktruimte voor doelgericht winkel-
doelgerichte winkelaanbod is daardoor wat betreft uitbreiding wenselijk
Dit sluit ook aan bij het eerdere advies van BSP in 2019.
aanbod dan eerder gedacht (meer bevolkingsgroei én hogere bestedingen). Ook de horeca, diensten en cultuur en ontspanning doen het sinds
op deze plekken. Ons advies is, in het verlengde van het gemeentelijk detailhandelsbeleid, om bij uitbreiding vooral te focussen op ‘klassiek
2.1.7
PDV’, oftewel detailhandel in ‘volumineuze goederen’. Dit komt in de
Marktruimteberekeningen zijn per definitie indicatief. De kwaliteit van
creet zijn de volgende adviezen gewijzigd ten opzichte van 2019.
praktijk neer op winkels in woninginrichting, doe-het-zelf en tuin en alles
ontwikkelingen dient altijd leidend te zijn. Ook als theoretisch geen
wat daar mee samenhangt. Het GDV-aanbod binnen de reguliere bran-
marktruimte bestaat, kan om kwalitatieve redenen aanleiding zijn om
één supermarkt. Dit is verstandig tot 2030. Wij adviseren echter in te
ches, zoals bruin- en witgoed, grootschalige sportwinkels en grootscha-
meters toe te voegen. Modernisering van supermarktaanbod in de vorm
zetten op een klein wijkcentrum met twee supermarkten en een iets
lige rijwielzaken, zou vooral moeten kunnen landen in de grotere
van schaalvergroting is daar een goed voorbeeld van. Een gebrek aan
ruimer voorzieningenprogramma na 2030. Wij delen het advies van
(wijk)centra, zoals Osdorpplein en Plein ’40-45. Belangrijk is dan dat het
marktruimte kan ook komen doordat er momenteel aanbod zit op ver-
BSP dat, afhankelijk van de ontwikkeling van Haven-Stad, Sloterdijk
vestigingsklimaat in deze centra versterkt wordt voor grootschalige de-
keerde plekken. Herstructurering en/of relocatie kan bijdragen aan een
centrum verder kan doorgroeien in programma met een wijkoverstij-
tailhandel. Dit betekent grootschalige units met een goede bereikbaar-
betere voorzieningenstructuur, ook als daar beperkte uitbreiding van
gende functie.
heid en parkeren (vanwege het doelgerichte bezoek van deze winkels).
meters bij komt kijken. Hetzelfde geldt voor horeca, leisure en diensten.
Tegelijkertijd zijn er signalen vanuit deze centra dat juist de grotere units
Hiervoor geldt dat uniek en kwalitatief goed aanbod ook eigen vraag
keling van een buurtcentrum naar een wijkcentrum klein. Wij delen
moeilijk verhuurbaar zijn. Mogelijk gaat dit verbeteren, doordat de be-
creëert. Strikt sturen op marktruimte is voor deze functies niet aan te be-
het advies voor een gefaseerde ontwikkeling, maar dan van wijkcen-
hoefte aan deze voorzieningen toeneemt, mits de branchering van de
velen. Tot slot moet benadrukt worden dat er in specifieke (kleinere) ver-
trum klein naar wijkcentrum groot. Twee supermarkten zijn richting
perifere concentraties streng bewaakt blijft.
zorgingsgebieden wél marktruimte bestaat en/of kwalitatieve aanleiding
2030 al denkbaar, maar dit is wel afhankelijk van hoe snel de wo-
is om aanbod toe te voegen. Ook kan er marktruimte zijn in specifieke
ningbouw daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Alternatief is twee klei-
Toelichting overige wijkcentra versus nieuwe ontwikkelingen
branches binnen de door ons berekende hoofdsectoren. Ons advies is
nere voorzieningenclusters met per cluster één supermarkt en ove-
om initiatieven altijd op kwalitatieve meerwaarde te toetsen en rekening
rig voorzieningenaanbod. Dit is beter voor de spreiding.
Binnen bestaande bestemmingsplannen en leegstand ligt in alle wijk-
te houden met maatwerk. De aan- of afwezigheid van kwantitatieve be-
centra een mogelijk om marktruimte in te vullen. In planologische zin is
hoefte zou nooit het uitgangspunt moeten zijn. Bij een gebrek aan kwan-
programmeren een risico als alle woningbouwambities daadwerke-
er daardoor vaak nog veel mogelijk. Deze flexibiliteit is ook goed voor de
titatieve behoefte dient wél meer aandacht te zijn voor de leegstandsef-
lijk gerealiseerd worden. Tegelijkertijd moet ook niet ‘te ruim’ worden
verhuurbaarheid en marktwerking. Terughoudendheid met toevoeging
fecten (in de hoofdstructuur). Deze mogen in het kader van een goede
2.1.6
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
Kwaliteit boven kwantiteit
2019 beter dan gedacht, met meer uitbreidingsruimte als gevolg. Con-
BSP ging voor Sloterdijk centrum uit van een klein buurtcentrum met
BSP ging voor het Schinkelkwartier uit van een gefaseerde ontwik-
Voor zowel Sloterdijk centrum als het Schinkelkwartier is ‘te krap’
12
geprogrammeerd op woningen die er niet gaan komen (voorlopig).
2.1.9
Toelichting marktruimtetabellen
Dit motiveert de gefaseerde aanpak.
Tabel 2 geeft de marktruimte tot 2030 weer per sector en per gebied.
De marktruimte die BSP berekende voor de Ringspoorzone wordt
Tabel 3 geeft de extra marktruimte weer na 2030. Deze marktruimte
momenteel al inzet in bestaande plannen. Denk aan Jan Evertsen-
komt dus bovenop de marktruimte tot 2030 en is dus aanvullend. Alle
straat-West, het Fashion Center en aan de Schipluidenlaan (bij sta-
meters zijn in bruto vloeroppervlak (bvo), niet te verwarren met de uit-
tion Lelylaan). Er is geen marktruimte voor nóg meer toevoeging
komsten in de tabellen in hoofdstuk 5. Die zijn immers in winkelverkoop-
van supermarktaanbod in dit gebied. Het beleidsmatige voornemen
oppervlak (wvo). De gepresenteerde marktruimte is inclusief bestaande
om meer te clusteren in dit gebied lijkt met de huidige plannen niet
plannen, zoals opgenomen paragraaf 4.3, maar exclusief leegstand en
te gaan gebeuren.
onbenutte plancapaciteit in bestemmingsplannen.
Wij delen het advies van BSP om beleidsmatig niet in te zetten op de kleinere winkelgebieden. Soms gaat het om een min of meer solitaire supermarkt (Caleido, Dijkgraafplein en Aalbersestraat), soms om een plein of straat onder de rook van Centrum Nieuw-West (Tussenmeer en Osdorperban) en soms om een “half” winkelplein dat juist tussen twee clusters van de hoofdwinkelstructuur is gesitueerd (Confuciusplein). Meer winkel- en horecameters zijn hier niet gewenst. Wel is behoud van publieksfuncties wenselijk, maar dan in de sfeer van werken, maatschappelijke voorzieningen en diensten. Gezien de druk op de publieksfuncties en behoefte aan dit soort niet-winkelfuncties, is transformatie naar wonen in de plint hier niet aan te bevelen. BSP adviseerde nog wel transformatie naar wonen.
BSP noemde de kansen voor grootschalige horeca op bijvoorbeeld Akerpoort. Gezien de ambitie op de autoluwe stad, en het feit dat grootschalige horeca sterk met de auto wordt bezocht, kan je je afvragen of nieuwe grootschalige horeca wel wenselijk is. Als dit wenselijk is, zou dit wat ons betreft vooral in de grotere wijkcentra moeten kunnen landen (op verdieping). Wel zien we kansen voor grootschalige leisure, omdat dit momenteel écht gemist wordt.
BSP adviseerde het perifere detailhandelsaanbod vooral te concentreren in Westpoort. Gezien de substantiële marktruimte zouden wij meer spreiding adviseren in de drie (bestaande) concentraties. Voor alle drie ligt een intensiveringsopgave. Spreiding zorgt er ook voor dat inwoners dichter bij huis doelgerichte aankopen doen. Dit beperkt ook verkeersbewegingen met de auto.
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
13
Tabel 2: Toedeling marktruimte tot 2030 in m² bvo
Centrumgebied
Dagelijks
Recreatief
Doelgericht
Horeca
Diensten
Cultuur & ontspanning
Osdorpplein
-
-
2.000
1.150
2.500
2.500
Plein 40-45
-
-
2.000
1.150
1.000
1.000
Sierplein
-
-
-
400
1.000
250
Delftlandplein
-
-
-
400
1.000
250
August Allebéplein
-
-
-
400
1.000
250
Lambertus Zijlplein
-
-
-
400
1.000
250
Nieuw Sloten
-
-
-
400
1.000
250
Dukaat
-
-
-
400
1.000
250
Centrum Sloterdijk
-
-
-
-
-
5.000
Schinkelkwartier
-
-
10.000
-
-
1.000
Koopcentrum Akerpoort
-
-
10.000
400
1.000
250
-
-
10.000
400
1.000
250
-
-
-
-
5.000
4.500
Geen
Geen
34.000
5.500
16.500
16.000
Westpoort 2
Overige centra Nieuw West Totaal
2
De overige centra in Nieuw West zijn alle buurtcentra en wijkwinkelcentra klein. Dit gaat om Osdorper Ban, Tussenmeer, Slotermeerlaan, Delflandplein, Confuciusplein, Calandlaan Caleido, Johan Huizingalaan, Dijkgraafplein, Pieter Calandlaan en Sam van Houtenstraat
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
14
Tabel 3: Toedeling marktruimte na 2030 tot 2040 in m² bvo
Centrumgebied
Dagelijks
Recreatief
Doelgericht
Horeca
Diensten
Cultuur & ontspanning
1.000
600
-
1.100
650
750
Plein 40-45
-
-
-
-
Sierplein
-
-
-
-
Delftlandplein
-
-
-
-
August Allebéplein
-
-
-
-
Lambertus Zijlplein
-
-
-
-
Nieuw Sloten
-
-
-
-
Dukaat
-
-
-
-
Centrum Sloterdijk
2.050
1.200
-
2.150
400
1.600
Schinkelkwartier
3.700
2.200
6.250
4.000
3.250
2.850
Koopcentrum Akerpoort
-
-
6.250
-
Westpoort
-
-
6.250
-
Overige centra Nieuw West3
-
-
-
-
6.750
4.000
18.750
7.250
4.300
5.200
Osdorp
Totaal
3
De overige centra in Nieuw West zijn alle buurtcentra en wijkwinkelcentra klein. Dit gaat om Osdorper Ban, Tussenmeer, Slotermeerlaan, Delflandplein, Confuciusplein, Calandlaan Caleido, Johan Huizingalaan, Dijkgraafplein, Pieter Calandlaan en Sam van Houtenstraat
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
15
2.2
Samenvatting gesprekken winkelgebieden
ambachten en (vers)speciaalzaken. Ook kledingwinkels zijn eentoniger
maar ook om commerciële ontmoetingsplekken. Zo is er een grote be-
Wat vinden stakeholders in algemene zin?
geworden. Daarvoor in de plaats komt in de beleving van veel onderne-
hoefte aan een bioscoop in het stadsdeel. Momenteel is er geen grote
Onderdeel van de analyse was het voeren van (online) gesprekken met
mers (te) veel eentonige horeca met een lage kwaliteit.
bioscoop gevestigd in Nieuw West. Hiervoor moet een bewoner nu uit-
kleine groepjes vertegenwoordigers per winkelgebied in Nieuw-West.
wijken naar een ander stadsdeel in Amsterdam. Er is een behoefte van-
Op basis van de input van de gemeente Amsterdam hebben we de vol-
Parkeren en bereikbaarheid staat onder druk
uit de bewoners om dit soort functies meer te faciliteren in het gebied.
gende stakeholders gesproken:
Voldoende parkeervoorzieningen en een goede bereikbaarheid zijn
Dit zou ook kunnen bijdragen aan de overlast die wordt veroorzaakt
Ondernemersvereniging Westpoort;
randvoorwaarden voor goed functionerend winkelaanbod. Nieuw West
door jeugd. Door meer ontmoetingsplekken te faciliteren is de kans min-
Winkeliersvereniging Plein 40-45;
heeft een hoger autobezit en –gebruik dan andere delen van Amster-
der groot dat er op straat overlast wordt veroorzaakt.
Ondernemersvereniging Osdorpplein BIZ;
dam. De toename van de bevolking zorgt in de beleving van veel onder-
De Vereniging Ondernemerskring Bedrijvencentrum Osdorp;
nemers voor nog meer parkeerdruk. Hoewel meer inwoners zorgen voor
Samenvatting interviews per winkelgebied/deelgebied
Winkeliersvereniging de Dukaat;
meer economisch draagvlak (positief), zorgt het ook voor meer parkeer-
Westpoort
Winkeliersvereniging Nieuw-Sloten;
druk voor bezoekers aan winkelgebieden (negatief). Met name de win-
BIZ Rieker Business Park;
kelgebieden met een groter verzorgingsgebied, zoals de grotere wijk-
Projectmanagementbureau Amsterdam.
centra, trekken meer bezoekers aan die met de auto komen. Deze men-
Tijdelijke investeringen zouden het gebied kunnen helpen.
sen komen immers van verder weg en de loop- en fietsafstand is dan
Er is behoefte aan een duidelijke visie voor het gebied.
Bij enkele gesprekken waren ook de gebiedsmakelaars van de ge-
vaak te groot. Er zijn zorgen over invoering van betaald parkeren. Het
Het gebied heeft potentie, maar er zijn diverse uitdagingen op het
meente Amsterdam aanwezig. Doel van de gesprekken was input opha-
behoud van de blauwe zone is voor veel winkelgebieden essentieel.
Juridische beperkingen belemmeren het aantrekkelijker maken van de buitenruimte.
vlak van openbare ruimte, horeca, parkeermogelijkheden en de sa-
len over hoe het huidig functioneren beoordeeld wordt en hoe men te-
menhang tussen wonen en werken. Er is een duidelijke noodzaak
gen de toekomst aankijkt. Navolgend gaan we eerst op in de belangrijk-
Zorgen over ‘tijdelijkheid’ van gebieden
voor tijdelijke en structurele verbeteringen om het functioneren van
ste thema’s die in alle gesprekken terugkwamen. Daarna zijn de belang-
Amsterdam Nieuw West is op diverse plekken in ontwikkeling. Denk aan
het gebied en de aantrekkelijkheid voor ondernemers te waarbor-
rijkste aandachtspunten per winkelgebied/deelgebied genoemd die in de
het Schinkelkwartier, Sloterdijk-centrum en Ringspoorzone. Vanuit deze
gen.
gesprekken aan de orde kwamen.
gebieden wordt gepleit om ook op korte en middellange termijn aandacht te hebben voor het functioneren van het bestaande aanbod. Veel
Schinkelkwartier
Veiligheid als randvoorwaarde
plannen gaan over de lange termijn, maar ook tot die tijd moeten onder-
Veiligheid is een essentiële randvoorwaarde voor een succesvol winkel-
nemers kunnen functioneren. Door flexibel gebruik te maken van de
centrum. Een veilige omgeving verhoogt de klanttevredenheid en draagt
ruimte, oog te hebben voor een aantrekkelijke openbare ruimte en te ex-
bij aan de aantrekkingskracht van het winkelcentrum. Stakeholders be-
perimenten met creatieve concepten krijgen deze gebieden in transitie
beterde infrastructuur, en extra voorzieningen, terwijl tijdelijke initia-
nadrukken de negatieve effecten van criminaliteit op de winkelgebieden
in de tussentijd een betere uitstraling. Dit kan ook een positief effect
tieven de leefbaarheid in de tussentijd moeten vergroten.
en het economische functioneren. Zo werd er aangegeven dat winkeltij-
hebben op de beleving en veiligheidsgevoel van het gebied.
den worden aangepast om ’s avonds eerder te kunnen sluiten.
voor belangrijke transformatieopgaven.
Er zijn plannen om het gebied te ontwikkelen met woningbouw, ver-
Bereikbaarheid en openbare ruimte blijven belangrijke aandachtspunten, evenals het bevorderen van veiligheid en activiteiten, vooral
Creëren van ontmoetingsplekken Winkelaanbod is minder divers geworden: monocultuur
Uit meerdere gesprekken kwam naar voren dat ontmoetingsplekken van
In diverse gebieden zijn geluiden dat het aanbod in de afgelopen jaren
groot belang zijn voor de verschillende gebieden in het stadsdeel. Dit
minder divers is geworden. Zo zijn er bijvoorbeeld in gebieden minder
gaat om ontmoetingsplekken in de openbare ruimte zoals pleintjes,
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
Het Schinkelkwartier heeft een divers economisch profiel en staat
in de avond.
16
Rieker business park en omgeving
Toekomstige plannen voor herinrichting zijn gericht op het verbete-
Gebied staat voor een grote transformatie richting een gemengd
ren van de infrastructuur, het verhogen van de veiligheid voor fiet-
woon-werkgebied, met een sterke nadruk op bereikbaarheid, veilig-
sers, en het behoud van parkeermogelijkheden, wat bijdraagt aan
heid, en duurzaamheid.
de leefbaarheid van het gebied.
De toevoeging van woningen, onderwijsinstellingen, horeca, en culturele voorzieningen moet het gebied aantrekkelijker maken voor
Osdorp
bewoners, werknemers en bedrijven.
Het gebied van Akerpoort en Dijkgraafplein laat een positieve ont-
Bereikbaarheid en voetgangersvriendelijkheid blijven echter belang-
wikkeling zien met een toename van diversiteit in functies en een af-
rijke uitdagingen die opgelost moeten worden om het succes van
name van leegstand.
deze transformatie te waarborgen.
Echter, er zijn nog zorgen over overlast door opvanglocaties en verkeerssituaties. De toekomstvisie richt zich op het creëren van een
Osdorpplein
breder aanbod van voorzieningen, waaronder meer culturele en so-
ciale functies, met plannen voor nieuwe projecten zoals een multi-
Het stadscentrum heeft veel potentieel door de grote ketens en de aantrekkingskracht van supermarkten en hotelbezoekers, maar kampt met eenzijdig winkelaanbod, veiligheidsproblemen en een ne-
plex theater en herinrichting van Dijkgraafplein.
De samenwerking met lokale ondernemers en aandacht voor veilig-
gatief imago.
heid zijn cruciaal voor de verdere ontwikkeling en aantrekkelijkheid
Toekomstige ontwikkelingen zoals de komst van nieuwe winkels,
van het gebied.
kunnen het gebied aantrekkelijker maken, maar dit hangt af van politieke keuzes en investeringen in de tijdelijke fase.
Bereikbaarheid, parkeervoorzieningen en een betere samenwerking tussen BIZ en de gemeente zijn cruciale factoren om het gebied verder te ontwikkelen.
Nieuw sloten
Het winkelcentrum van Nieuw Sloten functioneert momenteel goed, met geen leegstand, maar de diversiteit van het aanbod is verminderd. Het is te veel van hetzelfde.
Bereikbaarheid is een belangrijk aandachtspunt, vooral door verkeersmaatregelen die de omzet beïnvloeden.
Men voelt zich redelijk veilig in het winkelgebied en de groene uitstraling van de wijk is een pluspunt.
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
17
3
Vraag en aanbod
In dit hoofdstuk is de voorzieningenstructuur van Nieuw West in algemene zin beschouwd, evenals een blik op de woningbouwplannen, bevolkingsgroei en –samenstelling. De analyse bevat ook een doelgroepanalyse van Whize.
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
18
3.1
Bevolkingsgroei- en ontwikkeling
Veel nieuwe woningen In distributieplanologisch onderzoek (DPO) is het gebruikelijk een scope aan te houden van circa 5-10 jaar, omdat deze periode te overzien is. Het toevoegen van nieuw voorzieningenaanbod volgt meestal de bevolkingsgroei. Deze groei is echter afhankelijk van de daadwerkelijke woningbouw. Gezien de lange tijdshorizon van veel woningbouwplannen en –ambities hanteren we, net als in onderzoeken in andere stadsdelen, twee bevolkingsscenario’s. Laag scenario: gebaseerd op de woningbouwplannen die feitelijk in uitvoering zijn en waarvan zeker is dat deze voor 2030 worden gerealiseerd. De woningbouwplannen zijn gebaseerd op basis van input van de gemeente Amsterdam via het Gebiedsprofiel Nieuw West. De toedeling naar de deelgebieden is verfijnd met input van ver
schillende projectleiders binnen de gemeente. Hoog scenario: gebaseerd op de woningbouwplannen die in plannen en visies staan genoemd en zullen spelen na 2030 richting 2040-2050. Sommige plannen hiervan zijn redelijk concreet, andere zijn meer ambities/wensen.
Gebiedsontwikkeling Schinkelkwartier De concentratie woningbouw ten zuidoosten van het stadsdeel wordt aangeduid als het Schinkelkwartier. Schinkelkwartier verandert van een geïsoleerd werkgebied tot een inclusieve, levendige en groene stadswijk. Goed verbonden met de omgeving door doordachte routes voor openbaar vervoer en fiets. Er komen 11.000 woningen bij in verschillende soorten en maten (tot 2050). Verder biedt Schinkelkwartier ruimte aan 450.000 vierkante meter maatschappelijke en commerciële voorzieningen zoals scholen, sportvoorzieningen, winkels en horeca. Een gebied waar anno 2050 circa 22.000 mensen kunnen wonen en 45.500 mensen kunnen werken. Figuur 3: Belangrijkste woningbouwplannen en –ambities (bron: Gebiedsprofiel Nieuw West, bewerking BRO, 2024).
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
19
Veel nieuwe inwoners In totaal wonen er per 1 januari 2024 in stadsdeel Nieuw West 164.789 mensen. Op basis van de input van projectleiders van de gemeente Amsterdam via het Gebiedsprofiel Nieuw West is voorzien in 14.838 nieuwe woningen tot 2030. De grootste woningbouwplannen zijn weergegeven in figuur 3. Dit zijn zowel harde plannen (start bouw). Op basis van de prognose van de gemiddelde woningbezetting in Nieuw West (2,24 inwoners per woning), betekent dit een groei van 33.237 inwoners tot 2030 stijgt het aantal inwoners in Nieuw West dus naar circa 198.000 inwoners. Ook na 2030 zijn plannen voor toevoeging woningbouw, met name in het Schinkelkwartier en in Sloterdijk Centrum. Op basis van de ambities gaat het om aanvullend ruim 12.000 woningen tot 2040-2050. Dit staat gelijk aan nog eens bijna 27.000 inwoners, waarmee het stadsdeel tussen 2040 en 2050 totaal 225.000 inwoners zal tellen. Tabel 4: Bevolkingsprognose Nieuw West
Aantal inwoners
Woningbouw
2024
164.789
-
2030
198.000
14.838
2040-2050
225.000
12.000
De woningbouwplannen zijn vertaald naar bevolkingsgroei, op basis van een gemiddelde (toekomstige) woningbezetting van 2,24 conform de prognose van de gemeente Amsterdam. Figuur 4 geeft de bevolkingsgroei per gebied weer tot 2030 en (indien van toepassing) tot 20402050.
Figuur 4: Bevolkingsgroei Nieuw west per deelgebied (bron: gemeente Amsterdam, Gebiedsprofiel Nieuw West, bewerking BRO, 2024).
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
20
Diversiteit in migratieachtergrond Nieuw West kenmerkt zich door de diverse bevolkingssamenstelling, wat ook terugkomt in het unieke en diverse voorzieningenaanbod. In Nieuw West is rond 1 op de 3 inwoners (32%) van Nederlandse herkomst. Meer dan de helft van de inwoners (53%) in Nieuw West is van niet-westerse herkomst. Dit zijn met name inwoners van Marokkaanse en Turkse herkomst. Ten opzichte van andere stadsdelen zijn deze doelgroepen ook bovengemiddeld sterk aanwezig. Diversiteit in leeftijd en huishoudenssamenstelling Het aantal 65-plussers zal in Nieuw West stijgen naar 15% in 2035. Dit is relatief laag vergeleken met andere stadsdelen en het landelijk gemiddelde. Nieuw West kent in 2035 relatief veel jongeren tot 24, namelijk 29%. Dit zijn veel eenpersoonshuishoudens, maar ook veel (grotere) gezinnen met kinderen. Diversiteit in doelgroepen Op basis van de Whize doelgroepen valt op dat Nieuw West relatief veel inwoners heeft in de categorieën ‘Dromen en Rondkomen’, ‘Jong en Hoopvol’ en ‘Volks en Uitgesproken’. Deze groepen kenmerken zich door een lager welvaartsniveau en praktisch gericht werk. Deze mensen doel vooral lokaal aankopen en zijn sterk gebonden aan de eigen buurt/wijk voor sociale ontmoetingen.
Figuur 5: Doelgroepen Nieuw West (bron: Whize 2024).
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
21
Gemiddeld besteedbaar inkomen Nieuw West Het afgelopen decennium is op basis van cijfers van de gemeente Amsterdam het gemiddelde besteedbaar huishoudensinkomen in Nieuw West achteruitgegaan ten opzichte van de gemeente Amsterdam. Inmiddels ligt dit voor Nieuw West op € 42.300 per gezin, terwijl dit in Amsterdam op € 48.700 per gezin ligt. Dit is 13% lager. Uit cijfers van het CBS blijkt dat het gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden in de gemeente Amsterdam bijna 4% beneden het landelijk gemiddelde ligt, met name door de hogere woonlasten. Afgerond betekent dit dat het besteedbaar inkomen in Nieuw West circa 15% benen het landelijk gemiddelde ligt. Het is in een DPO gebruikelijk de landelijke bestedingen per hoofd te corrigeren op het inkomensniveau. Dit betekent het volgende: Dagelijks winkelaanbod: € 2.671 per hoofd per jaar;
Recreatief winkelaanbod: € 908 per hoofd per jaar;
Doelgericht winkelaanbod: € 1.108 per hoofd per jaar;
Horeca:
Figuur 6: Besteedbaar inkomen Nieuw West per deelgebied (bron: gemeente Amsterdam, 2021).
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
22
3.2
Voorzieningenstructuur
Fijnmazige voorzieningenstructuur De voorzieningenstructuur van Nieuw West bestaat uit verschillende typen winkelgebieden met ieder een eigen profiel en verzorgingsfunctie. Nieuw West kenmerkt zich door de fijnmazige structuur. Naast de concentratiegebieden in figuur 7, is er ook veel voorzieningenaanbod verspreid buiten deze centra. In totaal gaat het om circa 25% van de totale winkelruimte. Hiervan heeft het grootste deel echter betrekking op detailhandel in volumineuze goederen, zoals tuincentra, doe-het-zelf en woninginrichting. Slechts 2,5% van de totale winkelruimte heeft betrekking op regulier winkelaanbod. Dat is vergelijken met andere steden beperkt. Dit verspreide winkelaanbod bestaat vooral uit minisupermarkten en gemakswinkels tussen de 25 en 400 m² wvo. Alleen de Lidl aan de Aalbersestraat is met 910 m² wvo groter. Veel stadsstraten Een ander kenmerk van de voorzieningenstructuur van Nieuw West dat samenhangt met de fijnmazigheid is het feit dat sprake is van veel ‘stadsstraten’ met ‘baanbewinkeling’. In veel plinten aan of rondom winkelcentra zijn voorzieningen geprogrammeerd, aan de wegenstructuur. Deze plinten faciliteren veel lokale economie met zelfstandige ondernemers. De kwaliteit en uitstraling van deze plinten wisselt sterk en is vaak matig. Vaak kan hier nog aan de straat geparkeerd worden, waardoor deze voorzieningen kort en doelgericht bezocht worden.
10-minutenstad redelijk op orde in Nieuw West Reguliere supermarkten zijn in Nieuw West redelijk goed verspreid. Dit betekent dat de meeste inwoners binnen 10 minuten lopen een supermarkt kunnen bereiken. Dit is goed voor leefbaarheid. Momenteel moeten alleen inwoners aan de randen van sommige wijken, zoals De Aker, Nieuw Sloten en Slotermeer verder reizen. Voor nieuwe inwoners in het Schinkelkwartier en rond Sloterdijk-centrum wordt de afstand tot bestaande reguliere erg groot. Dit impliceert een kwalitatieve behoefte aan
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
Figuur 7: Voorzieningenstructuur Nieuw West.
23
toevoeging van reguliere boodschappenaanbod om de reistijd voor deze nieuwe inwoners te beperken. Leegstand is beperkt en stabiel In stadsdeel Nieuw West staan 53 verkooppunten leeg, met een totale omvang van 13.000 m² wvo. Opgemerkt moet worden dat hierbinnen één grootschalig pand leegstaat van 6.920 m² wvo in grootschalige concentratie Westpoort. Met uitzondering van dit grootschalige leegstaande pand, is de gemiddelde grootte circa 117 m² wvo. Dit betekent dat de leegstand relatief kleinschalig is. De leegstand concentreert zich vooral in de grotere winkelgebieden, zoals Osdorpplein en Plein 40-45. Het leegstandspercentage ten opzichte van het totale voorzieningenaanbod bedraagt 4,5% van het aantal verkooppunten en 5,1% van het aantal m² wvo. Dit ligt beneden het landelijk gemiddelde van 6,5%.
Figuur 8: 10-minuten lopen tot reguliere supermarkten Nieuw West.
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
24
Figuur 9: Leegstand Nieuw west (bron: Locatus, 2024).
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
25
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
26
4
Context en kaders
In dit hoofdstuk zijn de relevante landelijke trends in winkelgebieden weergegeven, de beleidskaders en relevante onderzoeken en de plannen en initiatieven in Nieuw West.
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
27
4.1
Trends voorzieningen
Op de volgende pagina staat een infographic met relevante trends en ontwikkelingen, van invloed op het DPO stadsdeel Nieuw-West:
Specifiek voor stadsdeelcentra is relevant dat er een nieuw evenwicht ontstaat. Aan de ene kant nam het niet-dagelijkse winkelaanbod de afgelopen jaren af door veranderd consumentengedrag. Mogelijk neemt dit de komende jaren nog wat verder af. Aan de andere kant blijft het dagelijks winkelaanbod de kurk waar andere retailvoor-
zieningen op drijven. Dat betekent goede bereikbaarheid (te voet, fiets, OV en auto) en voldoende parkeergelegenheid. Als dat niet op orde is wijken consumenten voor de boodschappen uit naar de omliggende buurt- en wijkwinkelcentra. Ook komen er andere voorzieningen bij, zoals horeca, dienstverleners, maatschappelijke voorzieningen maar ook
woningen (verdichtingsopgave). Er is sprake van ‘blurring’ van functies. Vooral horeca wordt meer en meer gemengd met bijvoorbeeld winkels of werkfuncties. Goede horeca op de juiste plek is het smeermiddel van levendige gebie-
den. Transformatie havengebieden tot stedelijke woon-, en werkmilieus. Op landelijk niveau zijn er meerdere voorbeelden te benoemen waar cultuurhistorische havengebieden worden getransformeerd tot
woon-, werk gebieden. Binnen dagelijks aanbod worden doelgroepgerichte winkels steeds populairder. Denk aan biologische winkels.
Figuur 10: Algemene trends en ontwikkelingen winkelgebieden.
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
28
4.2
Beleids- en onderzoekskaders
Voor het gebied Amsterdam Nieuw-West zijn de volgende ambities ge-
4.2.2
4.2.1
Detailhandelsvisie Amsterdam 2018-2022 (2018)
formuleerd: Optimaliseren structuur van wijkcentra.
Er is voor specifiek het gebied Geuzenvel-Slotermeer gekeken naar het
De belangrijkste uitgangspunten zijn als volgt: Er zijn twee centrale doelstellingen binnen het beleid: -
Boodschappen dichtbij voor bewoners. De gemeente Amster-
Ruimte voor functietransformatie in minder kansrijke centra.
Bestaande kansrijke winkelgebieden moeten eerst worden ver-
dam streeft in de eerste plaats dat bewoners op redelijke afstand van de woning (maximaal 750 meter loopafstand) dage-
stadsstraat wanneer het bestaande winkelgebied (vrijwel) aanslui-
Meerdere aantrekkelijke winkelgebieden, ook buiten de binnen-
tend is op de stadsstraat en de deze een belangrijke verbindings-
stad. Amsterdam wil meerdere aantrekkelijke winkelgebieden,
functie of een langzaam verkeersfunctie heeft naar de centrumzone. Er zijn mogelijkheden voor nieuwe winkels in een potentiële
Meer diversiteit in het winkelaanbod. Geen losstaande winkels, maar een clustering van het winkelaan-
stadsstraat bij voldoende verdichting, dus extra woningbouw. Bij
bod in winkelgebieden.
-
treerd in een zogenaamd clusterpunt in de (potentiële) stadsstraat.
winkelleegstand. Versterken van winkelgebieden met potentie, toekomstbestendige
onderdeel van een brede, gemengde bestemming te realiseren.
of kansrijke winkelgebieden. Behoud, vernieuwing of uitbreiding van supermarkten als belangrijke trekkers is mogelijk in kansrijke winkelgebieden. Winkels in dagelijkse artikelen worden in stadstraten geclusterd
woord door te geleiden in de stadszone.
-
Het is mogelijk om in de rest van de stadsstraat detailhandel als Deze verruiming is nodig om het hoogstedelijk milieu verant-
rondom de supermarkt(en).
De komende jaren ziet Amsterdam mogelijkheden om in de stads-
Ruimte voor horeca en mengformules in winkelgebieden.
zone nog kansen. Zo is er marktruimte voor één aantrekkelijk stadsdeelcentrum in de stadszone met bovenlokale aantrekkings-
Amsterdam ziet ruimte voor één voldoende onderscheidend
kracht.
Eén aantrekkelijk stadsdeelcentrum kan versterkt worden met de
dan in wijkwinkelcentra. Omzetten van winkelpanden naar ruimere en andere functies is
mogelijk in aanloopstraten in minder kansrijke gebieden. Maatwerk voor kleinschalige winkels in winkelkwartier.
Op termijn streeft de gemeente naar minder perifere detailhan-
deelcentra (Osdorpplein, Boven ‘t Y en Amsterdamse Poort48) tot
delsvestigingslocaties.
een bijzonder centrum met regionale aantrekkingskracht.
Amsterdam vermindert het aantal grootschalige detailhandelsvestigingslocaties.
DPO voorzieningenstudie Amsterdam Nieuw-West
dienstverlenend.
aanwezigheid van voorzieningen zoals een bioscoop, horeca, thea
ter of zorg-/ maatschappelijke voorzieningen. Amsterdam heeft een positieve grondhouding voor doorontwikkeling en/of opschaling van één van de bestaande grootste stads-
Ondanks de lichte toename van het aantal winkels en horeca is er in de praktijk sprake van ontmenging in Geuzenveld-Slotermeer, met name doordat er veel bedrijfs- en kantoorruimten verdwijnen. Vraag is er voldoende: zowel vanuit de wijk (groeiend) als vanuit de rest van de stad is er interesse. De vraag is breed en zodanig groot dat er nauwelijks sprake is van leegstand en er wordt gepleit
Nieuwe detailhandel met als basis een supermarkt is geconcen-
Selectieve groei van het aantal winkel(meter)s ter voorkoming van
In een groeiende wijk als Geuzenveld-Slotermeer is de ambitie en verwachting dat er ook meer economische voorzieningen kunnen komen, zowel consumptief (winkels en horeca) als productief of
beide geldt dat:
hoofdwinkelcentrum per stadsdeel, waarbij een breder aanbod is
Er zijn mogelijkheden voor nieuwe winkels in een bestaande
lijkse boodschappen kunnen doen.
ook buiten de binnenstad, ook voor niet dagelijks aanbod.
vraag en aanbod van economische functies. Hieruit blijkt het volgende:
sterkt (in plaats van nieuwe winkelcentra ontwikkelen).
Ruimtelijk-economische verkenning GeuzenveldSlotermeer (2022)
voor selectiviteit in de toewijzing van ruimten, door bijvoorbeeld
branchering. De economische ruimte draagt maximaal bij aan de leefbaarheid en levendigheid van de buurten. Kansen liggen bijvoorbeeld in de
ICT, game- en technologie en in kunst en cultuurfuncties. Er zijn relatief weinig third places (ontmoetingsplekken) en plekken voor startende bedrijvigheid. Hier liggen ook kansen.
De ruimtelijke mogelijkheden voor uitbreiding voor economische functies zien we vooral in plintruimte aan het hoofdnet, op kruispunten en in solitaire gebouwen.
4.2.3
Toekomstperspectief winkelgebieden Nieuw-West (2019).
Het beleidsstuk toekomstperspectief winkelgebieden Nieuw-West is gebaseerd op bevindingen en aanbevelingen in het onderzoek naar marktruimte uitgevoerd door Bureau Stedelijke Planning uit 2019. In de periode tussen 2019 en nu is het nodige veranderd. Een overzicht van de bestaande situatie en de marktruimte destijds is niet meegenomen voor dit onderzoek, aangezien dat verouderd is. Er is gekeken naar de belangrijkste uitgangspunten van de visie die nog steeds relevant zijn en
29
aansluiten op de ontwikkelingen van het stadsdeel en op de strekking
poort.
In de Doelgerichte sector zal naar verwachting richting 2030 nog sprake zijn van groei in het fysieke winkelaanbod. Voor het groot-
Karakter buurtstrips transformeren naar ontmoetingsplaatsen voor
ste deel van de gemeenten is echter behoud van het huidige aan-
Visie op winkelstructuur
bewoners in de buurt. Dit betekent deels winkelfuncties in buurts-
bod toe het devies. Omdat deze sector sterk conjunctuurgevoelig is
1. Winkelstructuur en toekomstperspectief winkelfunctie
trips actief of passing laten verkleuren naar andere functies.
dient ook in gemeenten met ruimte voor groei van de winkelruimte
van dit onderzoek.
Focus op clustering van winkelfuncties, in een compact winkelge-
tot 2030 voorzichtig om te gaan met de uitbreiding van de Doelge-
bied met noodzakelijke basisvoorzieningen.
3. Prioriteitsgebieden voor ontwikkeling van de winkelstructuur
In de toekomst toewerken naar een winkelstructuur die is opge-
bouwd uit een hoofdwinkelstructuur, aangevuld met een beperkt aantal kleinere, ondersteunende winkelcentra.
Marktruimte in Nieuw-West voor PDV dirigeren naar WBC West-
Uitgangspunt bij de ontwikkeling van nieuwe winkelgebieden is dat de nieuwe (dagelijkse) clusters bijdragen aan de voorzieningenbe-
hoefte van de huidige en ook nieuwe bewoners de komende jaren. Er moet geen afbreuk worden gedaan aan bestaande clusters.
Publieke investeringen in de winkelgebieden primair richten op winkelgebieden in de hoofdwinkelstructuur.
4.3
Hoogste prioriteit voor doorontwikkeling winkelgebieden Centrum