CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Advies van de SARA en de reactie daarop.pdf

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 23 maart 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de voorbereiding van een Programma Windenergie Amsterdam (PWA) en hiervoor de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) vrij te geven voor inspraak en het inwinnen van adviezen. (VN2023-003053)13.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl

Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam

Stedelijke Adviesgroep RES Amsterdam (SARA) Per Adres: Natuur en milieufederatie Noord-Holland Kleine Tocht 4A 1507 CB Zaandam

Datum Behandeld door

19 januari 2023 Ruimte en Duurzaamheid, resamsterdam@amsterdam.nl

Kopie aan Bijlage(n)

Reactie overzicht advies SARA

Onderwerp

Advies Stedelijke Adviesgroep RES Amsterdam (SARA) op concept NRD

Geachte leden van de Stedelijke Adviesgroep RES Amsterdam, Op 15 december 2022 heb ik uw advies op de concept Notitie Reikwijdte & Detailniveau (NRD) in goede orde ontvangen. Ik wil mijn waardering uitspreken voor uw betrokkenheid en het brede en grondige advies dat door leden van de SARA met verschillende perspectieven is samengesteld. Het geeft inzicht in wat binnen de SARA en uw achterban leeft. In lijn met de werkafspraken tussen gemeente en SARA is afgelopen tijd gewerkt aan het opstellen van een volgende versie van de NRD die ter visie wordt gelegd. Onderdeel van dit proces is het toelichten op welke wijze uw adviezen wel of niet zijn meegenomen. In uw begeleidende brief van 15 december licht u vijf punten van uw advies specifiek uit. Hieronder ga ik daar kort op in. Op alle andere vragen en adviezen is puntsgewijs gereageerd in extra kolommen in uw overzicht. Het overzicht is als bijlage toegevoegd aan deze brief. 1) “Geef veel duidelijker aan wat is gedaan met de adviezen van de klankbordgroepen en de andere adviezen uit de reflectiefase.” In de bijlage van deze brief reageer ik puntsgewijs op uw adviezen. Ik heb daar verder invulling aan gegeven door in de bijlage van de NRD te verbijzonderen op welke wijze de expert adviezen, het document ‘signalen uit de stad’ en de moties zijn verwerkt.

In het document ‘signalen uit de stad’ zijn ook adviezen van klankbordgroepen verwerkt. Bij het opstellen van de NRD zijn álle adviezen bekeken, ook als deze niet één-op-één zijn overgenomen of verbijzonderd zijn. 2) “Hoe gaat u de maximale capaciteit in de haven voor windmolens bepalen?” In de NRD wordt de haven specifiek benoemd in een aparte alinea. De reden dat het havengebied in de NRD een 'status aparte' heeft is juist om te zorgen dat er geen mogelijkheid onbenut wordt

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 19 januari 2023 Pagina 2 van 2

gelaten. De haven is qua aard van het gebied afwijkend van de andere zoekgebieden. Mogelijk kunnen daardoor net andere uitgangspunten (bijv. afwijkende belemmeringen-afstanden) gehanteerd worden om maximale invulling mogelijk te maken. 3) “Maak de natuur- en landschapscategorieën en andere milieueffecten in en rond de zoekgebieden zichtbaar met recente (digitale) stapelbare detailkaarten.” Het planMER presenteert de kaarten als onderdeel van een schriftelijke rapportage. Ik zal daarnaast de kaarten uit de Plan MER ook digitaal toegankelijk en stapelbaar maken. 4) “Breng de geluidseffecten ook in de Plan MER-fase ruimer dan nu voorgesteld in door de 47-45-4240-37 dB Lden én 24 uur Lden in kaart te brengen en naast de aantallen voor ernstig gehinderden ook de gehinderden op te nemen in de Plan MER.” In het planMER wordt aangesloten op het advies van de expertgroep. De expertgroep beveelt een standaardwaarde van 42 dB Lden aan en heeft een geluids-grenswaarde van 45 dB Lden geadviseerd. Ik vind dat de genoemde beoordelingscriteria (aantal objecten binnen 42, 45 en 47 dB Lden en toename van het aantal ernstig gehinderden) voldoende milieu-informatie bieden om een onderbouwde beleidskeuze te maken. Daarnaast zal het MER kaarten bevatten met de geluidscontouren 37, 40, 42, 45 en 47 dB Lden.

5) “Vraag de onderzoekers om in de Plan MER de onderbouwing van de keuze om te komen tot plussen en minnen per onderwerp zo expliciet en geobjectiveerd als mogelijk inzichtelijk te maken.” Deze vraag is aan de onderzoekers gesteld. De wijze van beoordeling wordt in het planMER nader uitgewerkt. Op 26 januari 2023 staat onze afspraak ingepland om het advies en de wijze van verwerking met elkaar te bespreken. Ik kijk uit naar een constructief gesprek en vervolg van onze samenwerking. Tot slot dank ik u nogmaals voor de inzet van u en uw netwerk voor de verduurzaming van onze mooie gemeente! Met vriendelijke groet,

Zita Pels Wethouder Duurzaamheid

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Van: Aan: Betreft: Datum:

SARA Wethouder Pels, Advies NRD 15 december 2022

Beste mevrouw Pels, Graag biedt de SARA u haar advies aan over de Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor de Plan MER voor de zoekgebieden voor wind in de gemeente Amsterdam. Volgens de SARA is de Concept NRD een goede basis voor het opstellen van de Plan MER. Tegelijk zijn er vanuit de verschillende perspectieven nog een aantal aanvullende vragen gesteld en opmerkingen gemaakt. Alle leden van de SARA complimenteren de gemeente met de concept NRD. Enkele leden hebben nog een aantal vragen. Een ander deel van de leden heeft nog meerdere vragen of mist nog een aantal punten. Een ander deel van de SARA heeft nog veel opmerkingen en vragen. Alle vragen en opmerkingen tezamen vindt u in de Excel sheet opgenomen in de bijlage. Doordat er verschillende perspectieven bestaan, kan de Excel ook tegenstrijdige opmerkingen bevatten. De SARA zou het op prijs stellen als de gemeente Amsterdam per vraag/opmerking zou willen reageren. Daarnaast stellen we het op prijs om begin januari 2023 met u en uw deskundigen te overleggen over onze vragen en opmerkingen, voordat de NRD voor inspraak wordt gepubliceerd. Voordat ons advies wordt gepubliceerd en na ontvangst van uw reactie wil de SARA per onderwerp zichtbaar maken vanuit welke perspectieven of perspectief het punt is ingebracht. U ontvangt hiervoor half januari een nieuwe versie van de Excel.

Naast de lijst van vragen en opmerkingen in de Excel sheet, brengt de SARA de volgende vijf punten in het bijzonder onder uw aandacht: 1) We adviseren u veel duidelijker aan te geven wat is gedaan met de adviezen van de klankbordgroepen en de andere adviezen uit de reflectiefase. In de NRD behandelt u wel punt voor punt de rapporten die de gemeente zelf liet opstellen, maar niet expliciet de adviezen en input die een deel van de inwoners tijdens de reflectiefase gaf. Dit zou het werken vanuit twee verschillende films, zoals beschreven in de evaluatie van de participatie in de gemeente Amsterdam, kunnen bevestigen. Een schriftelijk reactie op onze Excel, waar de belangrijkste punten uit de reflectiefase in terug komen, zou dit issue inhoudelijk grotendeels kunnen oplossen. 2) Uit de NRD blijkt in de ogen van de SARA niet duidelijk hoe u de maximale capaciteit in de haven voor windmolens gaat bepalen. Doet u dat op basis van het aantal dat het havenbedrijf aangeeft of op basis van een feitelijk belemmeringenonderzoek uitgevoerd voor Bosch en van Rijn? De SARA adviseert u eerst een feitelijk belemmeringenonderzoek uit te voeren en op basis daarvan de maximale capaciteit vast te stellen, en dat vervolgens te vergelijken met het scenario dat door het havenbedrijf wordt vastgesteld (zie ook rij 141 in de Excel sheet).

3) De SARA adviseert de gemeente natuur- en landschapscategorieën en andere milieueffecten in en rond de zoekgebieden zichtbaar te maken met recente stapelbare detailkaarten (op vergelijkbare schaal) in het rapport zelf, maar mogelijk ook in de RES-Viewer.

4) Binnen een deel van de SARA is er veel discussie over de geluidsnormen en de effecten van windmolengeluid op de gezondheid. De SARA adviseert derhalve om de geluidseffecten ook in de Plan MER-fase ruimer dan nu voorgesteld in kaart te brengen door de 47-45-42-40-37 dB Lden én 24 uur Lden in kaart te brengen en naast de aantallen voor ernstig gehinderden ook de gehinderden op te nemen in de Plan MER. 5) Tot slot adviseert de SARA de gemeente Amsterdam de onderzoekers te vragen om in de Plan MER de onderbouwing van de keuze om te komen tot plussen en minnen per onderwerp zo expliciet en geobjectiveerd als mogelijk inzichtelijk te maken. We vertrouwen erop met dit advies bij te dragen aan een complete NRD en een evenwichtige uitvoering van de Plan MER. Graag zien we uw reactie voor 20 januari 2023 tegemoet. Met vriendelijke groet, De leden van de SARA

pagina

paragraaf

onderwerp/zin

vraag/opmerking

3

1

management samenvatting

Doel van de NRD en MER is betrokkenen en belanghebbenden te informeren. Kan er een management samenvatting komen? Niet iedere burger is in staat 70 pagina’s te lezen.

3

1.1

6

Voorgestelde opvolging

Toelichting NRD door gemeente

Geen aanpassing in NRD

Er komt een publiekssamenvatting

bij zoekgebieden lijkt het alsof er Paragraaf 4, startend met “Daarnaast heeft prioritering”’ is niet correct vanaf “prioriteit is al prioritering is gemaakt gegeven aan”, deze analyse is nl nog niet gemaakt en deze overwegingen zijn nog niet meegenomen in de vaststelling van de 7 zoekgebieden. Een Quick Scan van de gebieden is gemaakt, maar dat heeft nog niet geleid tot uitsluiting van gebieden. Nu alle gebieden (dus ook reserve en extra reserve) meegaan in de Plan MER analyse, is dit zeker van belang te corrigeren. Kunt u dit in tekst verhelderen? “Voorkeurszoekgebieden werden vastgesteld op basis van een quick scan”’ en PlanMER en afwegingskader moeten verder richting geven aan keuzes, door het inzichtelijk maken van effecten en het stellen van randvoorwaarden en condities waaronder windenergie in Amsterdam kan worden uitgevoerd”‘. Dit staat op pg 10/11 van concept NRD al wel, maar zou ook in aanleiding helder kunnen staan

Gedeeltelijk tekstueel aangepast in NRD

n.v.t.

1.3

NIJP en NDSM in het plan MER)

De gebieden 2A NIJP en 2B NDSM zijn al in uitvoering, de project-MER is nagenoeg afgerond. Hoe worden de resultaten uit het project-MER meegenomen in het plan-MER?

Aangepast in NRD

De gebieden Noorder Ijplas en Cornelis Douwesterrein vallen niet onder de zoekgebieden die meegenomen worden in de planMER, omdat hier al een separaat projectMER voor is uitgevoerd. De resultaten van de projectMER worden derhalve niet meegenomen in de planMER. Wel worden de onderzoeksmethodes op elkaar afgestemd.

6

1.3

reikwijdte plan MER

Omgevingswet is uitgesteld

Geen aanpassing in NRD

Nog geen officieel bericht van Rijksoverheid

7

1.4.1

Start Omgevingswet aanpassen.

Geen aanpassing in NRD

Nog geen officieel bericht van Rijksoverheid

8

1.4

Omgevingswet (naar alle waarschijnlijkheid) per 1 januari 2024 Bevoegd gezag: ….

Het uitgangspunt dat de provincie altijd bevoegd gezag is klopt wellicht niet? Het is mogelijk dat op sommige plaatsen slechts één of twee windturbines worden geplaatst, die alleen of samen onder de 5 MW zijn, dan blijft Amsterdam wel zelf bevoegd gezag?

Geen aanpassing in NRD

In NRD staat aangegegeven dat gemeente bevoegd gezag is voor de omgevingsvergunning tot 5 MW en dat provincie bevoegd gezag is bij windparken met een vermogen tussen 5 en 100 MW.

8

1.4 2.2 2.2

Verheldering: Is voor grote wateren i.p.v. de provincie niet het rijk bevoegd gezag qua vergunningverlening? MER=planMER Kunt u uitputtend onderzoek doen naar mogelijkheden in de Haven? Dit niet beperken tot het vinden van 25 MW uit de RES. Er is extra ruimte nu de regels van de provincie zijn versoepeld, geen lijnopstelling is verplicht en de regel dat voor iedere nieuwe wts er twee moesten vervallen is losgelaten.

Aangepast in NRD

10 10

Inleiding, bevoegd gezag, vergunningverlening Het feit dat in het MER… Zoekgebieden

Voor de grote wateren, zoals het Marker- en Ijmeer is Rijkswaterstaat bevoegd gezag en niet de provincie Noord-Holland. n.v.t. Voor de gehele gemeente Amsterdam wordt een belemmeringsanalyse uitgevoerd, zodat er zeker geen geschikte locaties over het hoofd worden gezien. Daarnaast heeft het Havengebied een afwijkend karakter, waardoor de belemmeringen in het gebied anders zijn dan in de rest van de gemeente. De potentie in het havengebied wordt bepaald aan de hand van maatwerk; de bedrijvigheid kan namelijk onverenigbaar zijn met windturbines, terwijl het aan de andere kant wenselijk is om het havengebied goed te benutten. Dit wordt niet beperkt tot het vinden van 25 MW uit de RES.

10

2.2

Zoekgebieden

Bereken een alternatief scenario waarin in het Havengebied geen rekening gehouden hoeft te worden met (een deel van) de hoogtebeperkingen door Schiphol.

Geen aanpassing in NRD

De bouwhoogtebeperkingen van Schiphol zijn 'harde' belemmeringen. Het uitwerken van een alternatief waarbij de bouwhoogtebeperkingen van Schiphol niet zijn meegenomen geeft geen reprensatief beeld, gezien de haalbaarheid en uitvoerbaarheid.

10

2.2

Zoekgebieden

Onderzoek naar mogelijkheden in de metropoolregio.

Geen aanpassing in NRD

Voor de gehele gemeente Amsterdam wordt een belemmeringsanalyse uitgevoerd, zodat er zeker geen geschikte locaties over het hoofd worden gezien. Het planMER beperkt zich tot het grondgebied van de gemeente Amsterdam, aangezien de gemeente ook de opsteller is van het Programma en daarmee optreedt als initiatiefnemer voor het planMER.

11

2.2

Tekstueel aangepast

n.v.t.

11

2.3

Hier dient bij de uitwerking van Aangeven dat er voor de concrete gebieden waar turbines worden gedacht een project-MER concrete windenergie pro- jecten zal worden opgesteld rekening mee te worden gehouden. ZOEKGEBIEDEN Het MER vergelijkt de milieueffecten. Graag opsommen welke wel en welke milieueffecten niet worden meegenomen (stikstof, fijnstof, bisfenol, lichthinder voor mens en dier).

Geen aanpassing in NRD

In paragraaf 3.2 van de NRD worden de milieuthema's genoemd die uitgewerkt worden in de planMER.

12

2.4

pag. 12 par 2.4

Geen aanpassing in NRD

Het planMER gaat inderdaad uit van het hoogst mogelijke windturbine type binnen de hoogtebeperkingen van Schiphol.

Verduidlijking: wordt de plan-MER uitgevoerd met het hoogst mogelijke type windturbine binnen de hoogtebeperking van Schiphol om de gevolgen (worst case) te presenteren?

overig

Aangepast in NRD Geen aanpassing in NRD

12

2.4

Referentie-windturbinetypes, productie

Er ontbreekt welke productie met de verschillende referentie windturbine types mogelijk is

Onderzoek welke productie Geen aanpassing in NRD er met de verschillende referentie windturbine types mogelijk is

In het planMER wordt per locatiealternatief een inschatting gemaakt van de energieopbrengst en het opbrengstverlies als gevolg van maatregelen. Zie paragraaf 3.11 van de NRD.

13

2.5

referentie WT's

Er is nog weinig ervaring met tiphoogte 240 meter op 350 meter van bewoning, hoe gaat u dit onderzoeken?

Geen aanpassing in NRD

Het MER zal in de vorm van een gevoeligheidsanalyse inzicht bieden in de geluidsbelasting en slagschaduwduur van windturbines van verschillende afmetingen. Ten behoeve van de vergelijking en beoordeling van de onderzoekslocaties rekent het MER met representatieve referentiewindturbinetypen, waaronder 240 meter.

13

2.5.1

verblijfsobjecten

Bij verblijfsobjecten wordt nu uitgegaan van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Geplande nieuwbouw, zoals het Strandeiland, is nog niet opgenomen in de BAG maar dient wel in de beoordeling meegenomen te worden

Geen aanpassing in NRD

Voorzienbare ruimtelijke ontwikkelingen worden meegenomen als autonome ontwikkeling. De huidige situatie en de autonome ontwikkelingen tezamen vormen de referentiesituatie, waarvan de milieueffecten in kaart worden gebracht.

14

2.5

Tabel - Activiteiten en alternatieven

NRD stelt al: tiphoogte van 240 meter nog vrijwel niet gezien in Nederland- Kunt u het ruimtelijk effect op Amsterdamse landschappen en stadsgezichten in te schatten?

Geen aanpassing in NRD

Voor het planMER wordt een landschappelijke analyse uitgevoerd, waarin een uitgebreide kwantitatieve beoordeling wordt gedaan. Het ruimtelijke effect van verschillende windturbine typen (en afmetingen) wordt objectief beoordeeld aan de hand van landschappelijke beoordelingscriteria. Zie ook paragraaf 3.9 van de NRD.

14

2.5

referentie WT's

Geluidseffecten / hinder wordt berekend in modellen, niet specifiek gemeten. Hoe verhouden deze twee verschillende methodes zich tot elkaar?

Geen aanpassing in NRD

In het planMER kunnen enkel berekeningen worden uitgevoerd op basis van modellen, gezien de windturbines nog niet gerealiseerd zijn. Het uitvoeren van daadwerkelijke metingen vallen buiten de reikwijdte van een planMER. Het verplicht uitvoeren van geluidsmetingen na realisatie zou een onderwerp kunnen zijn in het PWA.

14

2.5

gevoelige objecten

Waar is de opgenomen 350 meter op gebaseerd rekening houdend met dag, avond en nachtsituaties (en buurgemeenten)? Wij verwijzen naar het voorzorgbeginsel in het expertadvies en aanvullende adviezen irt gezondheid

Geen aanpassing in NRD

14

2.5

gevoelige objecten

onderbouwing "rotor diameter"' en werkwijze ontbreekt

Geen aanpassing in NRD

De grens van 350 meter is overgenomen uit de RES, die zich op zijn beurt baseert op onderzoek van adviesbureau Antea Group. Zij stellen dat een windturbine binnen deze afstand tot een geluidsgevoelige bestemming onwaarschijnlijk is gezien de daarmee gepaard gaande geluidsbelasting. De minimale afstanden van de harde belemmeringen voor windenergie volgen uit wet- en regelgeving. De werkwijze bestaat uit het omtrekken van buffers rondom deze belemmeringen. Tabel 2 in de NRD geeft per belemmering aan wat deze afstand betreft met een nadere toelichting waarop deze afstand gebaseerd is.

15

2.5.2

Argumentatie mist waarom belemmering anders zijn

Tekstueel aangepast

Kort tekstueel aangepast

16

2.5

Uitzondering havengebied Westpoort belemmeringenanalyse

Graag aangeven welke effecten van windparken op bijvoorbeeld recreatieve functies in beeld worden gebracht (alleen milieu of ook rustverstoring, verharding groen, aantallen bezoekers, ..?)

Geen aanpassing in NRD

In het planMER wordt de ligging ten opzichte van Hoofgroenstructuur en recreatiebestemmingen, zoals (stads)parken, volkstuinen, wandel-, fiets- en gebieden voor waterrecreatie in kaart gebracht. Daarnaast wordt gekeken naar de aantasting van het oppervlak van recreatiegebieden. Ook wordt de slagschaduwduur berekend voor recreatiegebieden. Rustverstoring, verharding groen, aantallen bezoekers vallen buiten het detailniveau van de planMER.

16

2.5

belemmeringenanalyse

Volkstuincomplexen waar overnacht mag worden moeten worden gezien als kwetsbare en geluidgevoelige objecten (Motie Provinciale Staten 5 juli 2021 en in overeenstemming met de algemene voorwaarde door de SARA geformuleerd). Dit betekent dat de volkstuinen ook moeten worden meegenomen in de belemmeringsanalyse (tabel 2)en ook anders moeten worden meegenomen in de beoordeling; zeker ook in de tabel 5 op pagina 24

Geen aanpassing in NRD

volkstuinders worden behandeld net als andere inwoners, dus hun objecten ook (advies SARA).

Geen aanpassing in NRD

16

2.6

locatiealternatieven

Het effect op volkstuinen wordt in kaart gebracht. Hierbij wordt o.a. inzicht geboden in geluidsbelasting en slagschaduwduur. Zie ook hoofdstuk 3.3 en 3.4 van de NRD. De belemmeringenanalyse kijkt enkel naar wettelijke beperkingen en volkstuincomplexen vallen daarbij niet onder gevoelige objecten. In het PWA kan mogelijk nadere invulling gegeven worden aan de genoemde motie door gebieden in de omgeving van volkstuincomplexen uit te sluiten, maar dat gebeurt pas na de effectbeoordeling, en niet op voorhand bij de belemmeringenanalyse. Het effect op volkstuinen wordt in kaart gebracht. Hierbij wordt o.a. inzicht geboden in geluidsbelasting en slagschaduwduur. Zie ook hoofdstuk 3.3 en 3.4 van de NRD.

16

2.6.1

In de omgevingsvisie Weesp Blijft Weesp uitgesloten ook bij nieuwe zoekgebieden? Dit is strijdig met het intro in 2.5 2050 (vastgesteld 14 oktober Mogelijke locaties in Weesp moeten wel worden meegenomen voor het totale overzicht 2021) heeft de toenmalige voor Amsterdam. Het punt gaat om het totaal overzicht in de NRD. Daar staat dat de gemeenteraad uitgesproken belemmeringsanalyse wordt uitgevoerd om tevens andere locaties in beeld te brengen die dat zij geen windturbines in uit milieutechnisch oogpunt ook moeten worden meegenomen in het milieuonderzoek. Weesp wil. De locaties zijn ook niet opgenomen in de RES 1.0 NHZ en vallen daarmee buiten provinciaal beleid (waarin de RES’en leidend zijn gemaakt). De milieueffecten van windturbines in dit deel van de gemeente Amsterdam worden daarom niet inzichtelijk gemaakt.

Geen aanpassing in NRD

De belemmeringenanalyse beslaat het gehele grondgebied van de gemeente Amsterdam, dus ook de voormalige gemeente Weesp. Mogelijke locaties in gemeente Weesp worden wel in kaart gebracht, maar de milieueffecten van windturbines in dit deel worden niet in kaart gebracht. Dit is een bestuurlijke afspraak.

16

2.6.2

N.B. Een aantal bestemmingen is MER=planMER; Beoordeel ook de effecten op sportvelden en de volkstuincomplexen niet meegenomen in de belemmeringenanalyse, omdat er geen wettelijke strijdigheid geldt. Denk bijvoorbeeld aan sportvelden en volkstuinencomplexen. De indicatieve opstellingen die in het MER geformuleerd worden zullen wel met deze zaken rekening houden, zodat geen indicatieve opstellingen onderzocht worden die niet realiseerbaar zijn. Daarnaast worden de effecten van windparken op (bijvoorbeeld) recreatieve functies in beeld gebracht. Zie ook de beoordelingscriteria in Hoofdstuk 3.

Geen aanpassing in NRD

Het effect op volkstuinen wordt in kaart gebracht. Hierbij wordt o.a. inzicht geboden in geluidsbelasting en slagschaduwduur. Zie ook hoofdstuk 3.3 en 3.4 van de NRD. Daarnaast is er ook aandacht voor de ligging van windturbines ten opzichte van sportvelden. Daarbij dient wel opgemerkt te worden dat windturbines de gebruiksfunctie van dergelijke gebieden niet beïnvloeden.

16

2.6.2

N.B. Een aantal bestemmingen is SARA heeft als voorwaarde geformuleerd dat de effecten op volkstuinen op een niet meegenomen in de gelijkwaardige manier moeten worden gewogen als voor woningen. belemmeringenanalyse, omdat er geen wettelijke strijdigheid geldt. Denk bijvoorbeeld aan sportvelden en volkstuinencomplexen. De indicatieve opstellingen die in het MER geformuleerd worden zullen wel met deze zaken rekening houden, zodat geen indicatieve opstellingen onderzocht worden die niet realiseerbaar zijn. Daarnaast worden de effecten van windparken op (bijvoorbeeld) recreatieve functies in beeld gebracht. Zie ook de beoordelingscriteria in Hoofdstuk 3.

Geen aanpassing in NRD

Het effect op volkstuinen wordt in kaart gebracht. Hierbij wordt o.a. inzicht geboden in geluidsbelasting en slagschaduwduur. Zie ook hoofdstuk 3.3 en 3.4 van de NRD.

17

2.8

Ten behoeve van het ‘Optimalisatiealternatief Natuur’ …

Het is voor de vergelijking tussen gebieden ook relevant om te onderzoeken welke plekken zich meer of minder lenen voor mitigatiemaatregelen en compensatiemaatregelen op het vlak van landschap, natuur en ecologie. Kan daarvan op hoofdlijnen een inschatting gegeven worden?

Geen aanpassing in NRD

17

2.8

optimalisatiealternatieven

niet genoemd wordt het maken en publiceren van een overzicht van gezondheidseffecten

Geen aanpassing in NRD

In het MER wordt met behulp van de twee Optimalisatiealternatieven onderzocht of eventuele milieuknelpunten op het gebied van geluid en ecologie oplosbaar zijn met mitigerende maatregelen, waar mogelijk worden hierbij aanbevelingen gedaan voor onderzoek bij nadere planuitwerking. Mitigerende maatregelen voor andere milieuaspecten worden niet meegenomen in het planMER. Binnen de optimalisatiealternatieven compensatiemaatregelen vallen buiten de reikwijdte en het detailniveau van een planMER, maar kunnen worden meegenomen bij het projectMER van concrete windenergieprojecten.

De locatiealternatieven in deze twee optimalisatiealternatieven worden beoordeeld op alle milieuthema’s. Gezondheidseffecten worden in kaart gebracht volgens beoordelingscriteria gegeven in paragraaf 3.3.4 van de NRD. Het thema gezondheid komt daarnaast aan uitgebreid aan bod in Optimalisatiealternatief Gezondheid. 17

2.8

optimalisatiealternatieven

Verheldering: Deze term is wellicht gebruikelijk in plan MERs. Maar het gebruik is verwarrend als alle zoekgebieden worden onderzocht, en dat “basis alternatief” vormt, en de rest op basis van alleen enkele normen “optimalisatie” wordt genoemd. Is optimalisatie niet daar inzetten waar minst effect te verwachten is? Mogelijk een verwarring rond de term? Omdat lezen van rapport ook door Raad en belanghebbenden belangrijk is: dank voor opheldering dat “binnen deze alternatieven nog (on)geschikte en (minder) optimale plekken moeten worden bepaald”

Verhelderd in publiekssamenvatting

17

2.8

optimalisatiealternatieven

Correctie: Er dient niet alleen naar cumulatie-effecten vanwege andere windparken gekeken te worden maar ook naar cumulatie-effecten vanwege andere plannen en projecten: woningbouw, andere verstedelijking, aanleg energie-infrastructuur, voorzieningen vaarrecreatie/havens etc. Art. 6 lid 3 Habitatrichtlijn vereist dat niet alleen naar de cumulatie- gekeken moet worden maar ook naar mogelijke combinatie-effecten

Geen aanpassing in NRD

Voor wat betreft cumulatie-effecten hoeft er enkel rekening te worden gehouden met projecten waarvoor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is afgegeven en die nog niet (volledig) zijn gerealiseerd. Zie uitspraak Afdeling Raad van State: ECLI:NL:RVS:2014:1312. Dit geldt alleen voor projecten met eenzelfde soort effect op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen waar windturbunes effecten op hebben. Cumulatie-effecten van andere projecten/plannen dan windturbines hoeven derhalve niet te worden meegenomen.

17

2.8

Optimalisatie alternatief gezondheid

Geen aanpassing in NRD

17

2.8

Verzoek meerdere contouren ( 35-37- 40-42-45-47 dB) zichtbaar te maken om een genuanceerd beeld te krijgen. Het effect hiervan op ernstige hinder en hinder weer tegen en naast een Lden, ook voor 24 uur. Optimalisatie alternatieven en ad Bij 2.8 en 3.3.1 een belangrijke opmerking uit het expertrapport niet benoemd. De experts 3.3.1. Toetsingskader schrijven namelijk op pagina 24 “Om de gezondheidseffecten in de stad maximaal te beperken adviseert de expertgroep bij de afweging van locaties voor de plaatsing van windturbines uit te gaan van een standaardwaarde van 42 dB Lden. Bij plaatsing van windturbines boven deze standaardwaarde dient de gemeente dat te motiveren vanuit een ruimtelijke afweging van relevante maatschappelijke factoren.” en herhalen dit op pagina 38: “Nabij wijken met grote bevolkingsconcentraties geeft de expertgroep in overweging om vast te houden aan de standaardwaarde zodat het aantal ernstig gehinderden verder beperkt blijft”. Als er dan al met een Lden norm zou worden gewerkt, dan zou het de 42 dB Lden moeten zijn zoals het expertrapport stelt voor grote bevolkingsconcentraties i.p.v. overal uit te gaan van de 45 dB Lden. Kunt u de contouren van 35, 37, 40, 42 ,45, 47 Lden in beeld brengen en de effecten hiervan wat betreft hinder, ernstige hinder en hoeveelheid inwoners blootgesteld?

In het planMER wordt aangesloten op het advies van de expertgroep. De expertgroep beveelt een streefwaarde van 42 dB Lden aan en heeft een geluids-grenswaarde van 45 dB Lden geadviseerd. In het optimalisatiealternatief gezondheid zal ook per zoekgebied worden onderzocht in hoeverre voldoen aan de standaardwaarde van 42 dB Lden tot de mogelijkheden behoort.

18

2.9.2

Stadsontwikkelingen

Beoordeel ook de effecten op toekomstig te ontwikkelen sportvelden en de volkstuincomplexen

Tekstueel aangepast

Toekomstig te ontwikkelen sportvelden en volkstuincomplexen worden meegenomen in de effectbeoordeling, hetzij als autonome ontwikkeling (indien de ontwikkeling reeds bestemd en/of vergund is), hetzij als stadsontwikkeling. Stadsontwikkelingen worden gekoppeld aan de Omgevingsvisie Amsterdam 2050.

18

2.9

referentiesituatie

Aangepast in NRD

Tekstueel aangepast in 2.9.1 en 2.9.2

18

2.9.1

Autonome ontwikkelingen

onbenoemd is of woningbouwprogramma's van Amsterdam en omliggende gemeenten worden meegenomen Correctie: Ook autonome ontwikkelingen dienen te worden meegenomen in de cumulatie/combinatietoets Natura2000

Geen aanpassing in NRD

19

3.2.1

effectbeoordeling

In geval van het zetten van plussen en minnen is het van belang een toetsbaar wegingskader te hebben en dus te verwijzen naar het nog ontbrekend afwegingskader

Geen aanpassing in NRD

In het planMER worden de milieueffecten onderzocht ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie wordt gevormd door de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. Ecologische effecten op beschermde gebieden worden dus ook beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie, waarbij de autonome ontwikkelingen worden meegenomen. De wijze van beoordeling wordt in het planMER nader uitgewerkt.

Tekstueel aangepast

19

3.3

20

20

20

trillingen vs geluid

Geen aanpassing in NRD

Ter kennisname

3.2.2

Leefomgeving: Geluid & gezondheid verlichting

Correctie: Het onderdeel verlichting is wel degelijk van belang in verband met effecten op natuur (vogels, vleermuizen en andere fauna), landschap en landschapsbeleving

Geen aanpassing in NRD

Lichthinder vormt een beoordelingscriterium in het planMER voor het aspect landschap (zie paragraaf 3.9). Het onderzoeken van effecten op specifieke soorten past niet bij het detailniveau van dit planMER, maar is wel iets dat bij vervolg-onderzoek aan bod kan komen.

3.2.2

niet beschouwde aspecten

In deze sectie wordt gemeld dat het effect van windturbines op fijnstofconcentraties buiten beschouwing wordt gelaten omdat dit effect verwaarloosbaar zou zijn. Het punt is niet dat windturbines fijnstof produceren, maar de verspreiding van fijnstof van wegverkeer door de “wake” achter windturbines. De wake achter windturbines is, vanwege rendementsverlies, een belangrijk onderwerp van onderzoek vanuit de windindustrie zelf. De theoretische vertaalslag van de bestaande kennis naar de invloed van de turbulentie op verspreiding van aanwezig fijnstof zou daarom wel beschouwd moeten worden, aangezien Amsterdammers in de buurt van snelwegen al blootgesteld worden aan hogere fijnstofconcentraties (wat het geval is in Amsterdam door o.a. de Ring A10) en de Amsterdamse luchtkwaliteit al de slechtste van Nederland is.

Geen aanpassing in NRD

gewacht wordt op de rijksnormen?

Geen aanpassing in NRD

3.3.1

toetsingskader

De stelling uit de NRD dat windturbines een verwaarloos effect hebben op fijnstofconcentraties heeft ook betrekking op de invloed van windturbines op (verspreiding van) fijnstof, bijvoorbeeld van wegverkeer of uit schoorstenen.

21

3.3.1

De expertgroep beveelt een In 2023 zal het rijk met een aangepaste norm komen als gevolg van het Nevele arrest. Hoe streefwaarde van 42 dB Lden aan wordt daar rekening mee gehouden? en heeft een geluidsgrenswaarde van 45 dB Lden geadviseerd. Het advies van de expertgroep is bedoeld voor de tijdelijke situatie dat er geen algemene landelijke milieunormen voor nieuwe windturbineparken van toepassing zijn.

Geen aanpassing in NRD

21

3.3.1

geluid

Geen aanpassing in NRD

21

3.3.2

nb gerelateerd aan 42 45 maar twijvels WHO BR? Meten! relatieAlgemeen - berekening (ernstig) gehinderden

Wordt bij de toetsing rekening gehouden met de toepassing van windsnelheids-afhankelijke regelingen of andere geluidmitigerende maatregelen? Het expertrapport gebruikt het blootstellings-response model uit TNO onderzoek uit 2009 voor de berekeningen van de aantallen (ernstig) gehinderden. Het WHO-rapport uit 2018 (waarnaar het Expertrapport en dus ook deze NRD verwijzen) is echter zeer kritisch over de bewijskracht van dit onderzoek (zie hieronder) in de geluidsrange waarover hier wordt gesproken. Gesteld wordt bovendien ook, dat voor de berekeningen van aantallen (zwaar) gehinderden moet worden uitgegaan van hinder buitenshuis – en dus niet binnenshuis zoals in de op p. 22 aangehaalde tabel gebeurt. Dan over het TNO-onderzoek uit 2009 zelf: dit onderzoek is een samenvoeging van 1 Nederlands (2008) en 2 Zweedse onderzoeken (2000, 2005) met kleinere windturbines (3180m ashoogte), in landelijke setting en niet altijd vlak. TNO voegt deze drie onderzoeken samen tot een model om Lden te berekenen. De grafiek hiernaast laat de grote mate van spreiding zien tussen de 2 Zweedse, het Nederlandse en een Japans onderzoek. Maar de onderzoeken verschillen veel van elkaar en hebben lagere windturbines en een andere omgeving en hebben dus verschillende resultaten. Zie grafiek.

Het WHO-rapport uit 2018 noemt deze zéér uiteenlopende onderzoeksbevindingen en spreekt om deze reden van een in dit onderzoek niet aangetoonde relatie tussen geluid en aantallen (zwaar)gehinderden tussen 42,5 en 47,4 Lden. De Blootstellings-Respons relatie die hiervan is afgeleid voor het berekenen van het aantal (ernstig) gehinderden buitenshuis kan daarom niet gebruikt worden voor Amsterdam, de NRD en de planMER.

Geen aanpassing in NRD

Er wordt niet gewacht op de landelijke normen. De gemeente houdt de ontwikkelingen rondom de landelijke milieunormen nauwgezet bij. Lokale normen kunnen een plek krijgen in het PWA. De wijze waarop de normen anticiperen op nieuwe landelijke normen is in deze fase nog onduidelijk. Ten tijde van publicatie van het PWA zal er meer informatie zijn over nieuwe landelijke normen. Eind 2022 of begin 2023 worden het landelijke planMER en de concept nieuwe regels verwacht. Deze informatie zal worden meegenomen in het MER voor het PWA en biedt de benodigde informatie voor de onderbouwing van gemeentelijke normen, voor als nieuwe rijksnormen nog niet in werking zijn getreden op het moment dat het programma wordt vastgesteld en/of de gemeente strengere normen wil hanteren.

Ten behoeve van het Optimalisatiealternatief gezondheid worden ook geluidmitigerende maatregelen beschouwd. De dosis-effectrelatie die de gemeente voornemens is om in het planMER te gebruiken is inderdaad op basis van het Nederlandse onderzoek uit 2008. Deze zelfde dosis-effectrelatie is door de WHO gebruikt om te komen tot een advieswaarde van 45 dB Lden. Hoewel verschillende onderzoeken tot verschilende dosis-effectrelaties kunnen komen is de trend (logischerwijs) hetzelfde: hoe meer geluid, des te meer hinder. Daarmee is een dosiseffectrelatie een nuttig instrument om verschillende zoekgebieden binnen de gemeente Amsterdam met elkaar te vergelijken.

21

3.3.2.

Leefomgeving: Geluid & gezondheid

Specificeer de methodiek van de gezondheidseffectscreening (GES). Dit is onbekend, waardoor wij hier nu geen advies over kunnen geven.

Geen aanpassing in NRD

Tabel 4 van de NRD gaat in op de totstandkoming van de GES-scores. De cumulatieve geluidsbelasting (dB Lden) wordt in de tabel uiteengezet tegen het verwachte percentage aantal gehinderden. Op basis van de curve wordt de GES-score bepaald. De scores lopen van GES-0 (zeer goed) tot GES-8 (zeer onvoldoende).

22

3.3.2

grafiek

Tekstueel aangepast

22

3.3.2

rekenrgels

wordt rekening gehouden met gewijzigde stijg- en landingsroutes Schiphol bij de luchtruim herziening? De NRD refereert op pagina 22 aan het “Reken- en meetvoorschrift Windturbines”. https://mp.nl/sites/default/files/201908/reken%20en%20meetvoorschrift%20windturbines_0.pdf Deze rekenregels horen bij het Activiteitenbesluit dat door de Raad van State buiten werking is gesteld en zou dus niet mogen worden gebruikt voor deze NRD. De NRD komt in 3.3.2 nog met een dosis-response model in Figuur 4 voor een percentage ernstig gehinderden binnenshuis – terwijl het expertrapport het over buitenshuis heeft. Dit is appels met peren vergelijken. Daarnaast gaat dit blootstellings-response model in Figuur 4 terug op hetzelfde TNO onderzoek dat we hierboven al aanhaalden en dat niet gebruikt kan worden voor Amsterdam. De NRD maakt hier overigens - naast wat genoemd werd - een derde fout in de voorgestelde wijze van berekenen van aantallen (zwaar)gehinderden: de % in de TNO-studie uit 2009 zijn gevonden met ándere rekenregels die in het genoemde Reken- en meetvoorschrift.

In het MER-onderzoek moet dus worden gekozen: -ófwel er wordt gerekend met de % (zwaar)gehinderden uit TNO (2009), maar dan dienen bij de vaststelling van geluidscontouren ook de rekenregels worden gevolgd die in dát onderzoek werden aangehouden -ófwel er wordt gerekend volgens het Reken- en meetvoorschrift, maar dan dient bij de berekening van aantallen (zwaar)gehinderden worden uitgegaan van een onderzoek waarin geluidscontouren met diezelfde rekenregels zijn bepaald. Voor zover wij weten is zulk onderzoek niet beschikbaar.

Indien geluidsinformatie over de nieuwe routes bekend is wordt deze meegenomen in het planMER. Alleen de windturbinebepalingen in het Activiteitenbesluit zijn buiten werking gesteld. Het reken- en meetvoorschrift is nog steeds van kracht (net als de windturbinebepalingen voor windprojecten van 1 of 2 windturbines). De rekenregels voor de cumulatie van windturbinegeluid zijn opgenomen in de Activiteitenregeling milieubeheer en worden voor deze planMER niet ter discussie gesteld.

Ad 3.3.2 Gezondheids Effects Screening (GES) en de cumulatieve geluidsbelasting De GGD GHOR had sinds 2002 een ‘tool’ voor de zogenaamde GES. GGD GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) is echter nu van mening dat het instrument GES niet meer voldoet en heeft het iunstrument teruggetrokken (https://www.gezondeleefomgeving.nl/instrument/GES), omdat de toepassing om drie redenen achterhaald is: -sluit niet aan bij de verbrede invulling die GGD’en aan een gezonde leefomgeving geven . -de inhoud van de GES komt op een aantal thema’s niet meer overeen met de GGD richtlijnen -ook blijkt de GES vaak op een onjuiste manier te worden toegepast in projecten. De NRD noemt in 3.3.2 een GES, maar beschrijft niet hoe deze tot stand komt, geeft geen referentie aan en maakt daarom niet duidelijk waarom toepassing in dit geval verantwoord is. Wel staat er dat het een berekende cumulatieve geluidsbelasting weergeeft die dan een bepaald percentage ernstig gehinderden geeft. Hoe de cumulatie wordt berekend, hoe het percentage ernstig gehinderden wordt berekend en hoe/wanneer een GES score wordt toegekend wordt allemaal niet beschreven. Hier wordt de indruk gewekt van een wetenschappelijk onderbouwde aanpak, met een dosis (Lden) – effect (ernstig gehinderd) model, maar daar is hier geen sprake van.

Wij adviseren dat de cumulatieve geluidsbelasting meegenomen wordt, maar: -de uitgangspunten voor de berekening voor ernstig gehinderden door windturbinegeluid kloppen niet; -de uitgangspunten voor de berekeningen van ernstig gehinderden voor de cumulatie zijn niet beschreven -de GES scores zijn niet onderbouwd beschreven -er wordt alleen gekeken naar “ernstig gehinderd” en niet ook naar “gehinderd” -alles gaat op basis van – zoals hierboven aangeduid - aanvechtbare berekeningen. De cumulatieve geluidsbelasting zou in ieder geval nu al moeten worden gemeten voordat windturbines geplaatst worden. Die kan dan al vergeleken worden met de berekening voor een eerst indicatie van berekend vs gemeten in de situatie zonder windturbines.

Geen aanpassing in NRD

22

3.3.2

Gezondheids Effect Screening (GES) en de cumulatieve geluidsbelasting

Tekstueel aangepast

Het toepassen van een andere rekenwijze zou mogelijk (licht) andere resultaten kunnen geven, maar dat zal niet leiden tot een ander inzicht bij het vergelijken van de zoekgebieden. Het detailniveau van deze vraag past niet bij het abstractieniveau van een gemeentebreed planMER.

Het in beeld brengen van de gezondheidseffecten door geluid verloopt niet via de GESmethode (die door de GGD'en niet meer wordt ondersteund). Maar volgens de stappen en indicatoren die in paragraaf 3.3 Geluid en gezondheid beschreven staan. Wel wordt voor 1 beoordelingscriterium (cumulatie geluidsbelasting) gebruik gemaakt van een GES-score met kleurcodering. Dit criterium toont het 'aantal woningen waar de GES-score als gevolg van de plaatsing van windturbines stijgt naar >6'. Hier kan (cf. tabel 4 van de NRD) ook worden gelezen: 'aantal woningen waar de cumulatieve geluidsbelasting stijgt naar meer dan 67 dB Lden door toevoeging van windturbines'. De rekenregels voor de cumulatie van windturbinegeluid zijn opgenomen in de Activiteitenregeling milieubeheer en worden voor deze planMER niet ter discussie gesteld. De gemeente stelt zich op het standpunt dat een berekening van het aantal omwonenden in samenhang met het verwachte aantal ernstig gehinderden voldoende milieuinformatie oplevert om een goede beleidskeuze te maken.

23

3.3.2

woningen, ernstig gehinderden, gehinderden

Allereerst wordt in de NRD voorgesteld om alleen het percentage en aantal “ernstig gehinderden” te berekenen. Het aantal “gehinderden” wordt niet berekend. Wij adviseren om zowel de aantallen als percentages “ernstig gehinderd” als “gehinderd” te laten zien, in combinatie met het aantal woningen. Niet bij de ene evaluatie plek alleen woningen, op een andere plek alleen ernstig gehinderden, maar altijd woningen EN ernstig gehinderden EN gehinderden. Daarnaast moeten ook volkstuinders worden meegenomen als (ernstig) gehinderden zoals omschreven in de motie Vink en de voorwaarden van de SARA.

Geen aanpassing in NRD

Zowel het aantal als het percentage ernstig gehinderden wordt in kaart gebracht. De (geluiden slagschaduw)effecten op o.a. volkstuinen worden inzichtelijk gemaakt (paragraaf 3.3.4 en 3.4.2). De impact op de 'groene beleving' is te subjectief om een plaats te kunnen krijgen in een planMER.

23

3.3.3

nav stiltegebieden

Geen aanpassing in NRD

Indien de kernkwaliteit stilte/rust niet is vastgelegd in vastgestelde stiltegebieden is het te subjectief om rekening mee te houden in het planMER.

23

3.3.4

beoordelingscriterium, dubbel

Vraag: Zijn er ook gebieden die niet per se zijn aangewezen als stiltegebied maar waar stilte/rust wel een beschermde kernkwaliteit is of anderszins een kwaliteit is om rekening mee te houden? Bij 47 dB staat dat het de norm is voor 1 - 2 Windturbines. Wat is de waarde en reden van het vermelden (en gebruiken? ) van deze achterhaalde norm? Het Expertgroep-advies, hoe wankel ook, spreekt van een grenswaarde van 45 dB.

Geen aanpassing in NRD

Dit is de landelijk geldende norm cf. het Activiteitenbesluit milieubeheer.

23

3.3.4

beoordelingscriterium, dubbel

Geen aanpassing in NRD

Op dit moment is er geen landelijke geluidsnorm voor windparken van tenminste 3 windturbines. Voor windparken van 1 of 2 windturbines gelden nog steeds de 47 dB Lden en 41 dB Lnight uit het Activiteitenbesluit. De gemeente kan er voor kiezen om (onderbouwd) strengere normen voor te schrijven. Het planMER kan helpen bij de benodigde onderbouwing.

Geen aanpassing in NRD

Onduidelijk om welke specificatie wordt gevraagd.

Daarnaast bestaat ook de vraag waarom de 42 Lden-norm niet ook geldt voor alleenstaande windmolens, kunt u deze keuze toelichten? svp specificatie meenemen

23

3.3.4

effectbeoordeling

24

3.3.4

Leefomgeving: Geluid & gezondheid

Aan het beoordelingscriteria geluid: 40 dB Lden toevoegen; het RIVM adviseerde uit gezondheidsoverweging in 2009 een lagere voorkeurswaarde van 40 dB Lden en een maximale waarde van 45 dB Lden. Lijkt verstandig om ook de 40 dB mee te nemen in de analyse, zodat daar in ieder geval zicht op de effecten is.

Geen aanpassing in NRD

De hinder bij een geluidsbelasting van 40 dB Lden is dermate gering dat het niet doelmatig is om hier in het planMER onderzoek naar te doen.

24

3.3.4

Leefomgeving: Geluid & gezondheid

Aan het beoordelingcriteria geluid: De geluidscontouren per 1 dB stijging inzichtelijk maken, binnen de scope met stappen van van 37, 40, 42, 45 en 47dB Lden.

Tekstueel aangepast

In het planMER wordt aangesloten op het advies van de expertgroep. De expertgroep beveelt een standaardwaarde van 42 dB Lden aan en heeft een geluids-grenswaarde van 45 dB Lden geadviseerd. De gemeente stelt zich op het standpunt dat de genoemde beoordelingscriteria (aantal objecten binnen 42, 45 en 47 dB Lden) voldoende milieu-informatie bieden om een onderbouwde beleidskeuze te maken. Wel zal het MER kaarten bevatten met de geluidscontouren 37, 40, 42, 45 en 47 dB Lden.

24

3.3.4

24

3.3.4

Leefomgeving: Geluid & gezondheid gevoelige objecten

24

3.3.4

beoordelingscriterium

24

3.3.4.

Leefomgeving: Geluid & gezondheid

24

3.3.5.

Leefomgeving: Geluid & gezondheid

Bij de beoordelingscriteria geluid en gezondheid zowel de aantallen als percentages ernstig gehinderden en gehinderden tonen.

Aangepast in NRD

n.v.t.

Geen aanpassing in NRD

Volkstuincomplexen waar overnacht mag worden moeten worden gezien als kwetsbare (en geluidgevoelige) objecten (Motie Provinciale Staten 5 juli 2021)! Daarnaast/daarover heeft de SARA ook een aantal voorwaarden meegegeven aan de wethouder, waarin onder andere wordt gesteld dat bewoners van volkstuinen gelijk gesteld moeten worden aan inwoners van Amsterdam. ook nog te bouwen woningen (ook buiten Amsterdam) worden niet benoemd

Het effect op volkstuinen wordt in kaart gebracht. Hierbij wordt o.a. inzicht geboden in geluidsbelasting en slagschaduwduur. Zie ook hoofdstuk 3.3 en 3.4 van de NRD. De belemmeringenanalyse kijkt enkel naar wettelijke beperkingen en volkstuincomplexen vallen daarbij niet onder gevoelige objecten. In het PWA kan mogelijk nadere invulling gegeven worden aan de genoemde motie door gebieden in de omgeving van volkstuincomplexen uit te sluiten, maar dat gebeurt pas na de effectbeoordeling, en niet op voorhand bij de belemmeringenanalyse.

Geen aanpassing in NRD

Voorzienbare ruimtelijke ontwikkelingen, zowel binnen als nabij Amsterdam, worden meegenomen als autonome ontwikkeling. De huidige situatie en de autonome ontwikkelingen tezamen vormen de referentiesituatie, waarvan de milieueffecten in kaart worden gebracht.

Neem bij de effecten van de gezondheid de metingen buitenshuis mee.

Geen aanpassing in NRD

In het kader van de planMER worden geen metingen buitenshuis uitgevoerd. De keuze voor het uitvoeren van metingen (monitoring) en de wijze waarop dit eventueel wordt uitgevoerd, zal in het PWA worden toegelicht. Onduidelijk om welke specificatie wordt gevraagd

ook op andere pagina's v.a. pag. 14

Specificeren op welke manier

Geen aanpassing in NRD

25

3.3.5

laag frequent geluid

Het expertrapport adviseert (pagina 25) om voor laagfrequent geluid een norm zoals in Denemarken te gebruiken “Voor laagfrequent geluid een aparte norm te hanteren vergelijkbaar met die in Denemarken”. Dit lijkt ons vanuit het voorzorgsprincipe verstandig en moet dus in de NRD en planMER al bekeken worden – niet pas in een projectMER. Laag Frequent Geluid (LFG) wordt namelijk niet goed meegenomen binnen de Lden systematiek, maar LFG heeft wel gezondheidseffecten Het NRD gaat hier echter totaal aan voorbij. De NRD valt terug op het achterhaalde RIVM rapport uit 2020; reduceert de gezondheidseffecten van laagfrequent tot hinder en beschrijft niets anders te doen m.b.t. laagfrequent geluid dan “Gegeven de uitkomsten van deze recente onderzoeken wordt laagfrequent geluid niet kwantitatief meegenomen in de effectbeoordeling van de locatiealternatieven. Wel zal het geluidsrapport een representatieve berekening bevatten waarin voor de Amsterdamse situatie wordt berekend welke laagfrequente immissie optreedt bij verschillende Lden-belastingen (bv. 42, 45 en 47 dB Lden) op een voorbeeld-woning.”

Geen aanpassing in NRD

Het planMER maakt op basis van een representatieve voorbeeldberekening inzichtelijk welke geluidsbelasting van windturbines leidt tot welke laagfrequente geluidsniveaus. Omdat laagfrequent geluid bij toepassing van een strenge norm (van ca. 45 dB Lden) geen significante effecten veroorzaakt wordt dit thema niet als beoordelingscriterium meegenomen. Eventueel kan de laagfrequente immissie wel voor concrete projecten inzichtelijk worden gemaakt (projectMER). Het eventueel stellen van een specifieke norm voor laagfrequent geluid past niet bij het planMER (waarin de effecten beschreven worden), maar kan wel een plaats vinden in het PWA.

Deze geplande berekening (dus geen metingen), op basis van Lden (wat geen goede maat is voor windturbine geluid), voor een voorbeeld-woning (die niet verder gedefinieerd is – wat is een Amsterdamse voorbeeldwoning?) is niet onderbouwd en niet acceptabel. Een aparte norm zoals de Deense zou moeten worden gebruikt (Danish Regulation of Low Frequency Noise from Wind Turbines https://journals.sagepub.com/doi/10.1260/02630923.31.4.239 ) zoals bepleit in het expertrapport. Wij adviseren dus om inzichtelijk te maken wat deze Deense norm betekent voor de Amsterdamse zoekgebieden.

25

3.3.5

laag frequent geluid

Kunt u ook de effecten van tonaal geluid onderzoeken in de Plan MER?

Geen aanpassing in NRD

Moderne windturbines produceren geen tonaal geluid, tenzij er een technisch mankement optreedt, waar in de planMER-fase geen rekening mee gehouden kan worden. Het hinderlijke karakter van windturbinegeluid is reeds meegenomen bij het kiezen voor een strenge norm. Het PWA kan eventueel regels voorschrijven om te voorkomen dat bij het optreden van technische mankementen niet handhavend kan worden opgetreden.

25

3.4.2

slagschaduw

onderbouwing norm 340 minuten per jaar ontbreekt

Geen aanpassing in NRD

Expertgroep Advies Gezondheid adviseert voor slagschaduw een grenswaarde van maximaal 17 dagen per jaar 20 minuten op gevoelige objecten, ook wel vereenvoudigd naar een maximale slagschaduwbelasting van 17 x 20 minuten oftewel 340 minuten per jaar.

26

3.5.1

toetsingskader en externe veiligheid

Geldt veiligheid alleen bij onafgebroken aanwezigheid? Hoe in geval zwemmen/ spelen/ (water) sporten/ /fietsen/ wandelen/honden uitlaten/tuinieren?

Geen aanpassing in NRD

De risicocontouren waar bij externe-veiligheid mee wordt gerekend gaan uit van een persoon die jaarrond op een specifieke plek verblijft.

27

3.6

Ecologie

Bij ecologie wordt aangegeven hoe in Natura 2000 gebieden, NNN-gebieden en anderszins beschermde gebieden voor de oprichting van windturbines aparte vergunningen en/of mitigerende en/of compenserende maatregelen nodig zijn. Belangrijk om hier aan te geven dat voor een natuur-inclusieve aanpak van de oprichting van windturbines in dergelijke beschermde gebieden, als ook daarbuiten, specifieke toolboxen en checklijsten beschikbaar zijn zoals van de gezamenlijke Natuur en Milieu Federaties. Deze zijn gericht op het koppelen van duurzame energiebronnen aan juist het versterken van natuur en landschap in dergelijke gebieden. Het zou goed zijn om dergelijk gereedschap in de NRD mee te nemen. In veel handreikingen voor de omgang van (nieuwe) windturbines en natuur en landschap wordt bovendien expliciet gepleit voor verder onderzoek naar de mogelijkheden van een ‘plus’ op natuur en landschap, dus van de meerwaarde voor natuur en landschap. Wilt u dit meenemen en onderzoeken voor de plan-MER en later op project-MER schaal, en aangeven in de NRD hoe dit wordt meegenomen?

Geen aanpassing in NRD

Effecten op natuur en landschap worden in de planMER onderzocht, zie hiervoor 3.6 en 3.9 van de NRD. Onderzoek naar de mogelijkheden voor natuurinclusieve aanpak van de realisatie van windturbines past niet bij het detailniveau van dit planMER en daarbij geldt dat dit niet doorslaggevend kan zijn voor effecten en vaststelling van zoekgebieden. Wel kan dit in een nadere fase worden meegenomen in de projectMER's.

27

3.6

soortenbescherming

Aandacht ook voor rode lijstsoorten, trekvogels, weidevogels, en kenmerkende soorten voor de diverse NNN-gebieden (behoud- en ontwikkeldoelen). Bijvoorbeeld IJmeerzone, vogeltrekroutes Holendrechterpolder en omstreken en Waterland zijn o.a. van groot belang inzake vogelbewegingen: voor- en najaarstrek, foerageren, vluchten tussen foerageer en rust- of broedgebieden voor diverse soorten, broedgebieden, overwinteren.Met waarschijnlijke komst van zeearend zullen vliegbewegingen alleen maar belangrijker worden om goed mee te nemen in dit onderzoek. De gebiedsbeschermingen (N2000, NNN, …) gaan uit van gebiedsgebonden fauna en te weinig van overvliegend/overtrekkend. Adviseren om ook trektellen.org mee te nemen in onderzoek

Geen aanpassing in NRD

In de effectbeoordeling van het planMER worden de Rode Lijstsoorten van kwetsbare vogels meegenomen, omdat deze gevoelig zijn voor windenergie. De impact op beschermde gebieden (Natura 2000-gebiedenn, Natuurnetwerk Nederland en weidevogelgebieden) en beschermde soorten (met name kwetsbare vogel- en vleermuissoorten) wordt in het planMER onderzocht (zie paragraaf 3.6 van de NRD). Data van trektellen.org is puntgebonden en op basis van netwerk aan punten ontstaat een grof beeld van vliegbewegingen. Op basis hiervan zijn door SOVON landelijke kaarten voor vliegbewegingen opgesteld. In opdracht van gemeente Amsterdam, Diemen en provincie Noord-Holland heeft UvA opdracht gekregen vliegbewegingen van vogels middels radartechnieken 3D inzichtelijk te maken. Eerste resultaten hiervan worden Q3 2023 verwacht; oplevering Q1 2024. Vliegbewegingen zullen hiermee nauwkeuriger in beeld worden gebracht, dan het huidige kaartmateriaal van SOVON. Dit zal in ieder geval worden meegenomen in opvolgende ProjectMER’s. Trektellen kan (i.c.m. uitkomsten radaronderzoek) inzicht geven in tijds-/ seizoensgebonden vlieggedrag, dat meegenomen kan worden in uitwerking mitigerende maatregelen (projectMER's).

28

3.6

Algemeen (pg. 28, 31, 32) Framing ecologische condities voor ontwikkeling

Verzoek de urgentie van biodiversiteitsbehoud als conditie voor de ontwikkeling van de PWA helderder neer te zetten in begeleidende /inleidende tekst en verderop (zie pg 28, algemene zorgplicht).Voorbeeld: NRD stelt “er moet getoetst worden of ingreep leidt tot overtreden verbodsbepalingen ((…) en “of flora en fauna toestemming verleend kan worden” (onderaan pg 31), maar is het gezien biodiversiteitscrisis ook wenselijk hierop te koersen? RES Expert groep natuur Amsterdam maakt bv melding van gebrek aan compensatiemogelijkheden, dat is dus niet eenvoudig te realiseren. Compensatie is in de mitigatie hiërarchie tevens een last resort. Algemene zorgplicht vraagt voorzorg, bv inzake de Amsterdamse gedragscode flora en fauna (concept NRD pg 3.6.1 pg 32)

https://www.bing.com/ck/a? Geen aanpassing in NRD !&&p=50087ccaba62b856Jm ltdHM9MTY3MDE5ODQwM CZpZ3VpZD0zYWU0NTRjMi0 1NDk2LTYyODQtM2JjZC00N GRiNTUxMjYzNTkmaW5zaW Q9NTE2MQ&ptn=3&hsh=3& fclid=3ae454c2-5496-62843bcd44db55126359&psq=expertg roep+natuur+amsterdam&u =a1aHR0cHM6Ly9hc3NldHM uYW1zdGVyZGFtLm5sL3B1Y mxpc2gvcGFnZXMvOTc2NzI4 L2Fkdmllc19leHBlcnRncm9lc F9lbmVyZ2llX2VuX25hdHV1c l9hbXN0ZXJkYW1fZGVmaW5 0aWVmXy1fNV9hcHJpbF8y MDIyLnBkZg&ntb=1%20

De impact op beschermde natuurgebieden en soorten wordt in het MER onderzocht (zie paragraaf 3.6 van de NRD). Hierbij worden de aangewezen soorten uit de Amsterdamse gedragscode flora en fauna meegenomen in de effectbeoordeling. Randvoorwaarden ter bescherming van biodiversiteit worden in het planMER meegenomen. Het in beeld brengen van kansen voor biodiversiteit en het stimuleren van (projectgerelateerde) natuur past echter beter bij het detailniveau van een projectMER, omdat dit afhankelijk is van de specifieke locaties van windturbines. Daarnaast is ook meer gebiedsspecifieke informatie benodigd, zoals bijvoorbeeld de groeiplaatsen van bescherme florasoorten en/of verblijfplaatsen van grondgebonden zoogdieren. Dit zal onderdeel zijn van een projectMER, aangezien het een vereiste is dat met de realisatie van windenergie ook de natuur erop vooruitgaat. De compensatieopgave gaat uit van daadwerkelijke aantasting en/of verstoring en is mede afhankelijk van de hoeveelheid windturbines en de specifieke windturbineposities. Deze informatie wordt pas in een nader stadium uitgewerkt en pas daarom beter bij het detailniveau van een projectMER.

28

3.6.1.1

NNN en N2000

relatie met andere provincies ontbreekt

Geen aanpassing in NRD

29

3.6.1.1

Weidevogels directe en externe werking

Naast directe werking kan bij weidevogels ook sprake zijn van externe werking > vermijdingseffecten t.a.v. leefgebied zowel binnen als buiten de begrenzing van een weidevogelgebied (leefgebied verlies bruto), verstoringseffecten, aanvaringseffecten e.d

Geen aanpassing in NRD

33

3.6.2

Ecologie

Toevoegen aan het beoordelingscriteria ecologie BPL in zijn totaliteit als beschermd gebied, niet alleen weidevogel- en ganzenfoerageergebieden

Geen aanpassing in NRD

33

3.6.2

Ecologie

Toevoegen aan het beoordelingscriteria ecologie de effecten op stiltegebieden. Nu wordt alleen in 3.3.4. de ligging t.o.v. stiltegebieden onderzocht.

Geen aanpassing in NRD

33

3.6.2

Ecologie / Scheggen

Tekstueel aangepast

33

3.6.2

Vogels en aanvaringen

Effecten op scheggenstructuur in kaart brengen door o.a. wijzigende biodiversiteit, barrière windturbinesysteem, wijziging in verbindende structuur scheggen, aantasting ruimtelijke verbinding tussen platteland en stad. Toevoegen verwijzing naar gevoeligheidskaarten SOVON voor broed- en niet broedvogels en hoogvliegende roofvogels in verband met mogelijk aanvaringen en overige effecten

Geen aanpassing in NRD

De ligging van alle omliggende Natura 2000-gebieden en NNN gebieden worden in kaart gebracht, dus ook wanneer deze in andere provincies gelegen zijn. Ligging t.o.v. weidevogelgebieden is onderdeel van de ecologische effectenbeoordeling. Daarnaast worden de effecten door verstoring, vermijding, verlies leefgebied en aanvaringsslachtoffers voor beschermde soorten in gebruiksfase in kaart gebracht. In het planMER wordt Bijzonder provinciaal Landschap (BPL) in zijn totaliteit beoordeeld binnen het onderdeel landschap en cultuurhistorie. Om toch de ecologische effecten binnen BPL te beoordelen, is voor de ecologisch aangewezen weidevogel- en ganzenfoerageergebieden een apart beoordelingscriteria in het onderdeel ecologie opgenomen. Indien de kernkwaliteit stilte/rust niet t.o.v. van ecologie is vastgelegd in vastgestelde stiltegebieden is het te subjectief om rekening mee te houden in het planMER. Wel kan dit eventueel worden meegenomen in een projectMER. Het effect op de scheggenstructuur wordt toegevoegd als beoordelingscriterium bij het milieuthema landschap De gevoeligheidskaarten broedvogels, niet-broedvogels en (gestuwde) trek worden meegenomen in de effectbeoordeling voor het aspect ecologie.

33

3.6.2

ecologie, bronnen

33

3.6.2

beschermde dieren

33

3.7

bodem en water

33

3.7

34

Mogelijk al voorzien, maar verzoek opname bronnen en kaarten ook van (a) de vogeltrekroutes (cf informatie Vogelwerkgroep Amsterdam, maar dan uitgebreid met grensoverschrijdende trekroutes), (b) trektellen.org (c) Vogel gevoeligheidskaart SOVON (d) kaart informatie habitats en routes vleermuizen (e) SOVON raadt aan verdere lokale kennis toe te voegen (we verwijzen door SARA leden nog nader aan te leveren gebiedspecifieke info Onderzoek uit eerdere MERs van voorkomen van beschermde dieren (waaronder gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, meervleermuis, laatvlieger, tweekleurige vleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis) dienen ook in beschouwing genomen te worden.

https://www.vogelsamsterd Geen aanpassing in NRD am.nl/wat-doet-devogelwerkgroepamsterdam/werkgroepwindturbines/

In het planMER wordt gebruikt gemaakt van de beschikbare literatuur en data, zoals o.a. de data van de Vogelatlas Amsterdam (opgesteld door de Vogelwerkgroep Amsterdam).

Geen aanpassing in NRD

In het planMER wordt gebruikt gemaakt van de (tijdens het onderzoek beschikbare) literatuur en data, zoals o.a. data uit de fietstransecttellingen, batloggers voor vleermuizen en NDFF.

Effecten trilling ook meenemen

Geen aanpassing in NRD

onderdeel bodem en water

Toevoegen boringsvrije zones

Geen aanpassing in NRD

3.7.2

Water

Geen aanpassing in NRD

35

3.8

archeologie ca

35

3.9

Landschap

Toevoegen: effect op waterstroming effecten op waterkwaliteit effecten op beroepsvaart, visserij effecten op aqua flora en fauna ( Wordt in de beschrijving voorzien dat ingegaan wordt op: verlies of aantasting van (cultuur) historische en archeologische structuren en elementen Aanvullend bij landschap: Onderzoek ook de impact op de openheid van het landschap kwantitatief. (zie Toolbox natuur-inclusieve energietransitie en Checklijst natuurbelangen bij windenergie op land van de NMF's) En maak ook een landschapsbiografie, naast de voorgenomen landschapsanalyse.

Trillingen van windturbines in de bodem hebben een kleine effectafstand van enkele meters. Geofysisch onderzoek past niet bij het detailniveau van een planMER, maar kan wel onderdeel zijn van de vervolg-onderzoeksopgave ten behoeve van de vergunningprocedure (projectMER) bij gevoelige locaties. Boringsvrije zones zijn niet opgenomen in de Omgevingsverordening van provincie NoordHolland en passen niet bij detailniveau van een planMER. Genoemde onderwerpen omtrent het onderdeel water passen niet bij het detailniveau van een planMER, omdat deze afhankelijk zijn van de specifieke locaties van windturbines. Wel kunnen deze onderwerpen in een later stadium (projectMER) worden onderzocht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12496860/1