Bijlage 4_Witboek Anti-zwart racisme in Amsterdam. Actieonderzoek TBA.pdf
Tekst van het document
120 Met de Wet Eindtoetsing PO van Kracht die in 2013 werd aangenomen, werd beoogd de overgang tussen
basisonderwijs en het voortgezet onderwijs te verbeteren. Tot 2013 was de uitslag van de eindtoets leidend. Met de nieuwe wet is niet de momentopname van de eindtoets, maar het oordeel van de leerkracht op basis van een meerjarig beeld van de leerling leidend. Scholen zijn verplicht om het schooladvies te heroverwegen wanneer de score van de eindtoets ten minste een half schoolniveau hoger is dan het eerder gegeven schooladvies, om onderadvisering te voorkomen. Krijgt een leerling bijvoorbeeld een havo-advies, maar haalt de leerling een havo/vwo-score op de eindtoets, dan dient de school het schooladvies te heroverwegen.
72
afgerond en zijn moeder had de middelbare school afgemaakt. In Nederland moest hij een intelligentietest doen die voor hem ‘raar’ was, waarna hij als ‘zwakbegaafd’ werd bestempeld: “Hij was de beste in de klas en leerde in anderhalf jaar vloeiend Nederlands. De Eritreeër Nahom Andeberham (16) is volgens taalcoach Arpad Bremer bovengemiddeld intelligent, leergierig, pikt snel nieuwe dingen op en heeft een goed gevoel voor taal. Toch belandde Nahom Andeberham op de praktijkschool Luca in Amsterdam. Dat is een school voor 12- tot 18jarigen die langzaam leren. Het onderwijs is er niet gericht op een diploma halen, maar op zelfstandig wonen en werken. De leerlingen hebben een intelligentiequotiënt tussen 55 en 80, veel lager dan het gemiddelde IQ rondom 100. Taalcoach Bremer, verbonden aan Boost, Figuur 35 Screenshot van artikel NRC handelsblad een centrum voor nieuwkomers: “Hij is veel te slim voor de praktijkschool.””121 Daarnaast spelen culturele verschillen, net als eerder beschreven bij Ghanese ouders, een rol bij de ouders. In de Eritrese cultuur is het de norm dat de docent weet wat goed is voor het kind en heeft de leerkracht autoriteit. In de Nederlandse context wordt verwacht dat ouders meer betrokken zijn. Docenten denken hierdoor dat ouders niet geïnteresseerd zijn in de ontwikkeling van hun kind.
Daarnaast is Nederland een sterk geïndividualiseerde samenleving, terwijl mensen in Eritrea gewend zijn dat de familie, de buren en kennissen ook een rol spelen in de opvoeding van een kind.
121 “Volgens de test was Nahom zwakbegaafd,” NRC, geraadpleegd 7 maart 2021,
https://www.nrc.nl/nieuws/2018/03/21/volgens-de-test-was-nahom-zwakbegaafd-a1596425.
73
Binnen asielzoekerscentra (AZC’s) De experts merken ook een verschil op tussen de behandeling van Eritreeërs en Syriërs. In de recente stroom vluchtelingen zijn deze groepen ongeveer in dezelfde periode naar Nederland gekomen. Hierdoor worden ze vaak met elkaar vergeleken. Eritrese nieuwkomers hebben volgens de experts regelmatig het gevoel dat Syriërs bevoordeeld worden, ook al zijn het allebei groepen met andere cultuur. Ze denken dat vooroordelen over Zwarte of Afrikaanse vluchtelingen hierbij een rol spelen. Daarnaast speelt het mee dat veel Syriërs Engels spreken en vanuit hun cultuur wat spraakzamer zijn dan Eritreeërs, die vanuit hun cultuur wat meer timide zijn. Hierdoor kunnen Syriërs zich over het algemeen iets beter bewegen binnen de Nederlandse samenleving vergeleken met Eritreeërs. Zo wijzen ze op het verschil in aandacht in media voor vluchtelingen in Moria ten opzichte van vluchtelingen in Libië, waar met name Zwarte Afrikaanse vluchtelingen verhandeld worden. De positie van vluchtelingen in Amsterdam is een lokale consequentie van nationaal en Europees beleid dat erg restrictief is ten opzichte van vluchtelingen. De dehumaniserende situaties aan de grenzen van fort Europa, waarbij Afrikaanse vluchtelingen met geweld buiten de grenzen van Europa worden gehouden is een ernstige vorm van geinstitutionaliseerd anti-zwart racisme.
Geïnternaliseerd racisme en empowerment De Eritrese experts gaven verder aan dat geïnternaliseerde beelden van witte suprematie ook een rol spelen. Net als bij andere groepen heerst bij vele Eritrese statushouders het beeld dat de Westerse cultuur beter is en dat ‘witte mensen het beter weten’. Volgens hen is het van belang dat ze leren dat hun eigen cultuur niet minderwaardig is ten opzichte van de Westerse of Nederlandse cultuur en dat ze hun eigen vaardigheden beter leren waarderen. Middels een cultuursensitieve benadering waarin de culturele verschillen worden erkend zonder ze te essentialiseren en de statushouders tools en vaardigheden mee te geven waarbij ze hun eigen cultuur leren waarderen en tegelijkertijd hun weg vinden binnen de Nederlandse samenleving, kan een vorm van empowerment ontstaan.De gemeente Amsterdam heeft een speciaal programma ontwikkeld waarin extra aandacht is voor zelfstandigheid en het ontwikkelen van zelfvertrouwen. Hierbij worden organisaties betrokken waarin mensen met een Eritrese achtergrond hun kennis en expertise over de Eritrese cultuur inzetten om een brug te slaan naar de nieuwkomers, zoals stichting Sedrabet en stichting Ykeallo.122 Aanbevelingen ●
● ●
Investeer in culturele sensitiviteit bij medewerkers die met Eritrese nieuwkomers werken, zodat zij zich ontdoen van eurocentrische en stereotiepe beelden over Eritrese, en Afrikaanse vluchtelingen en vluchtelingen in het algemeen, door onder andere kennis over hun cultuur en achtergrond te verspreiden en de zichtbaarheid van deze groep te stimuleren. Betrek Eritrese en andere Afro-Nederlandse professionals met een vluchtelingenachtergrond bij het ontwikkelen en implementeren van vluchtelingenbeleid op alle niveaus, niet alleen op het niveau van de uitvoering. Doe vervolgonderzoek naar de ervaringen met racisme van ongedocumenteerden, Somalische Amsterdammers en andere Zwarte of Afrikaanse moslims
122 “Semhar Is 3 Jaar in Nederland En Helpt Nu Kwetsbare Eritrese Vrouwen | Het Parool,”geraadpleegd 7 maart
2021, https://www.parool.nl/nieuws/semhar-is-3-jaar-in-nederland-en-helpt-nu-kwetsbare-eritresevrouwen~b4404ec0/.
74
10. Anti-zwart racisme en Zwarte LHBTQ+gemeenschappen Nederland, en Amsterdam in het bijzonder, profileert zich als tolerant land, als ‘veilige haven’ voor LHBTQIA'ers.123 In lijn met dit beeld werd in de LHBT-monitor geconcludeerd dat er weinig verschillen zijn tussen de objectieve leefsituatie, een indicator die het SCP gebruikt om de leefsituatie in kaart te brengen van heteroseksuele individuen enerzijds en lesbische, homoseksuele en biseksuele individuen anderzijds. Echter, het principe van een ‘veilige haven’ geldt niet voor alle LHBTQIA'ers. Uit een onderzoek van het SCP blijkt dat het gevoelens van onveiligheid gemiddeld hoger liggen bij LHBT’ers .124 Verder is het opmerkelijk dat in het rapport van SCP geen rekening wordt gehouden met de intersectie tussen seksuele oriëntatie, gender en ras of etniciteit. Zwarte LHBTQIA’ers kampen bijvoorbeeld ook met anti-zwart racisme op basis van hun huidskleur, zowel binnen als buiten de LHBTQIA+ gemeenschap in Nederland. Daarnaast kunnen ze binnen Zwarte gemeenschappen ook homofobie en transfobie ervaren. 125 Zwarte LHBTQIA’ers zijn vaak hyperzichtbaar vanwege hun huidskleur, maar ook door hun genderexpressie en de zichtbaarheid van hun seksuele oriëntatie. De verschillende vormen van onderdrukking waar Zwarte LHBTQIA’ers mee te kampen hebben, zijn vaak niet uit elkaar te houden, omdat ze elkaar ook beïnvloeden.
Zo zei een belangrijk sleutelfiguur uit de Zwarte LHBTQIA+ gemeenschap: “Zwart, vrouw en lesbisch zijn stond niet los van elkaar”.126 Daarom moet de intersectie tussen ras, gender en seksualiteit in acht genomen worden bij het onderzoeken de onderdrukking die Zwarte LHBTQIA'ers ervaren. Naast het ervaren van antizwart racisme homofobie en/of transfobie, ervaren Zwarte LHBTQIA’ers ook uitsluiting binnen de verschillende gemeenschappen waartoe zij behoren. Ze voelen dan een strijd tussen hun verschillende identiteiten. Naomie Pieter, een andere belangrijke sleutelfiguur uit de Zwarte LHBTQIA+ gemeenschap, vertelde in een interview: “Of je bent als Zwarte queer persoon "niet zwart genoeg", want binnen de Zwarte gemeenschap bestaat een LHBTQI+-identiteit vaak niet, want dat is een taboe. Of je kleur als Zwart queer persoon wordt binnen de queer gemeenschap ontkend, doordat racisme wordt ontkend want "we worden toch allemaal gediscrimineerd". Er is in beide gemeenschappen een tekort aan gevoeligheid voor wat het betekent om zwart én queer te zijn. Er is in beide gemeenschappen een tekort aan gevoeligheid voor wat het betekent om Zwart én queer te zijn.”127
123
De LHBTQIA+-gemeenschap vertegenwoordigt verschillende identiteiten, waaronder lesbische, homo, biseksuele, trans, queer, intersekse en ook aseksuele individuen. 124 Gabriël van Beusekom and Lisette Kuyper, LHBT-monitor 2018: de leefsituatie van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender personen in Nederland (Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, 2018), https://www.scp.nl/publicaties/monitors/2018/11/21/lhbt-monitor-2018. 125 “‘Het verwijt was: jij bent niet zwart genoeg,’” NRC, geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.nrc.nl/nieuws/2020/07/24/het-zijnmijn-broeders-die-zich-tegen-mij-keren-a4006895. 126 “Hoe de antiracisme- en queerbeweging elkaar (opnieuw) vinden,” OneWorld, 31 juli 2020, https://www.oneworld.nl/lezen/seksgender/lhbti/hoe-de-antiracisme-en-queerbeweging-elkaar-opnieuw-vinden/. 127 Door Jan Hürxkens, “In gesprek met Naomie Pieter: waarom Pride en anti-racistisch activisme onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.,” Vogue, 10 juni 2020, https://www.vogue.nl/cultuur/cultuur-interviews/a32756961/pride-anti-racistisch-activismenaomie-pieter-interview/.
75
Er is vaak slechts ruimte voor een deel van hun identiteit: het Zwart zijn of het queer 128 zijn. Door enerzijds het queer zijn of het Zwart zijn te erkennen, worden realiteiten van Zwarte LHBTQIA'ers ontkend en buiten beschouwing gehouden. Dit komt volgens Zwarte activisten onder meer tot uiting in het feit dat er veel geweld is jegens Zwarte queer en trans personen, maar dat er vanuit Zwarte gemeenschappen en activisten vaak minder ophef is als een Zwart queer persoon slachtoffer is van (politie)geweld. Een voorbeeld hiervan is in het geval van Tony McDade. In juni 2020 ontstonden wereldwijd Black Lives Matter-protesten en er was veel publieke verontwaardiging over de dood van George Floyd in de VS. Er was daarentegen weinig aandacht voor de dood van Tony McDade, een Zwarte trans man die ook door politiegeweld om het leven was gekomen.129 Tijdens de Black Lives Matter-protesten in Amsterdam werd daarom ook “Black Trans Lives Matter” en “Black Queer Lives Matter” gechant om aandacht te tonen voor verschillende intersecties van identiteiten die ook binnen Zwarte gemeenschappen bestaan.
Figuur 36 Bron: Johan Janssen
Anti-zwart Racisme binnen de LBHTQIA+-beweging in Amsterdam In Amsterdam is de LHBTQIA+-gemeenschap overwegend wit. Daarnaast is het dominante beeld van de LHBTQIA+-gemeenschap in de media, en ook bijvoorbeeld in voorlichtingen op 128
Queer wordt vaak als overkoepelende term gebruikt voor iedereen dit niet heteroseksueel en/of cisgender is. “Naomie Pieter Organiseert de Eerste Black Pride: ‘Anti-Racisme Is Continu Werken,’” npo3.nl, geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.npo3.nl/brandpuntplus/naomie-pieter. 129
76
scholen over seksualiteit en gender, vaak gecentreerd rondom de cisgender witte homoman.130 Daardoor is er weinig representatie van Zwarte LHBTQIA’ers en LHBTQIA’ers van kleur. Veel Zwarte LHBTQIA'ers voelen zich niet thuis binnen de LHBTQIA+-gemeenschap en organisaties die zich inzetten tegen discriminatie jegens LHBTQIA'ers in Amsterdam. Uit de ervaringen van de geïnterviewden lijkt er weinig ruimte te zijn voor Zwarte LHBTQIA'ers binnen deze organisaties en worden de acties die vanuit deze organisaties ondernomen worden om diversiteit, inclusie en racisme aan te pakken als oppervlakkig ervaren. Een participant deelt tijdens het rondetafelgesprek haar ervaring: “Er is racisme maar het is heel subtiel maar je voelt het wel. Bijvoorbeeld als je naar Pride gaat: ik heb geteld, ik telde letterlijk 3 tot 5 personen van kleur. Als je een queer organisatie ziet, maar je ziet alleen maar witte mensen, dan vraag ik me af: hoe komt dat?” De allereerste Pride is ontstaan nadat Marsha P Johnson, een Zwarte trans vrouw, naast andere trans personen (van kleur) protesteerde tegen politiegeweld tijdens de Stonewall Riots in New York in 1969. Echter, deze geschiedenis van Pride wordt vaak vergeten of niet benoemd. Dit reflecteert een trend waarbij geschiedenissen van met name trans personen en genderfluïde personen van kleur buiten beschouwing gelaten worden.
In 2019 werd Pride in Amsterdam gevierd met het thema: ‘Remember the past, create the future’. Hierbij werden de Stonewall Riots voor het eerst herdacht tijdens de Pride-viering in Amsterdam. Tijdens de Canalparade waren echter weinig boten bestemd voor organisaties van Zwarte LHBTQIA’ers en LHBTQIA’ers van kleur. In 2018 werd vanuit de organisatie Pride Amsterdam gepoogd om een inclusievere Pride te organiseren. Er werd aangekondigd dat een Pride of Colour georganiseerd zou worden, onder andere door Naomie Pieter, waarbij verschillende Pride-activiteiten bestemd voor LHBTQIA’ers van kleur georganiseerd zouden worden. De organisatie van Pride vond dat echter ‘te politiek’: “Mijn doel was om een echte Black Pride te organiseren, maar dat vond de reeds afgetreden voorzitter van Pride Amsterdam te politiek. Pride of Color, als onderdeel van Pride Amsterdam, was iets waar hij zich meer in kon vinden. Dat was heel moeilijk: opnieuw botste ik met een systeem dat mijn bestaansrecht ontkent.”131 Het racisme binnen de LHBTQIA+-gemeenschap kwam tot uiting toen de inmiddels afgetreden voorzitter van de Gay Pride Amsterdam, Frits Huffnagel, discriminerende uitspraken deed tijdens een programma op NPO Radio 1. Over de vluchtelingenproblematiek van de grens van Turkije en Griekenland zei hij:
“Racisme En Witheid in de Queer Wereld: Tussen Fetisj En Uitsluiting | ZIZO,” geraadpleegd 7 maart 2021, https://zizomag.be/opiniestukken/racisme-en-witheid-de-queer-wereld-tussen-fetisj-en-uitsluiting. 131 “Naomie Pieter Organiseert de Eerste Black Pride: ‘Anti-Racisme Is Continu Werken’ - NPO3.Nl,” geraadpleegd 8 maart 2021, https://www.npo3.nl/brandpuntplus/naomie-pieter. 130
77
“Wij zien een kind en denken dan 'oh wat zielig', terwijl we niet die vader die daarachter staat zien die misschien oorlogsmisdaden heeft gepleegd en een moeder die daarachter staat die dat heeft gefaciliteerd. Die mensen moeten hier niet naartoe.” 132 Er ontstond veel discussie binnen de LHBTQIA+-gemeenschap naar aanleiding van de uitspraken. In een open brief die door meer dan negentig organisaties was ondertekend, werd het opstappen van Huffnagel opgeëist: “Het is onacceptabel dat Pride Amsterdam wordt geleid door een voorzitter die een xenofobe kijk heeft op vluchtelingen. Racisme, xenofobie en islamofobie zijn geen persoonlijke meningen waar u zich als organisatie van kunt distantiëren. Het zijn institutionele systemen die onderdrukking in stand houden waartegen Pride Amsterdam juist zou moeten strijden, of het nu lhbti+-vluchtelingen betreft of niet. Door een voorzitter als Frits Huffnagel aan te houden laat u zien dat Pride Amsterdam zich niet houdt aan haar eigen ‘Guiding Principles’.”133 Deze gebeurtenissen bevestigden het gevoel van Zwarte LHBTQIA'ers dat er geen veilige plek voor mensen van kleur gemaakt wordt en dat er weinig ruimte is voor intersectionaliteit. Het anti-immigrantendiscours heeft ook betrekking op de LHBTQIA+-gemeenschap, omdat er ook binnen de LHBTQIA+-gemeenschap mensen met een vluchtelingen- of migratieachtergrond zijn.
Weinig representatie Zwarte LHBTQTIA’ers Tijdens het actieonderzoek kwam tevens naar voren dat er structureel weinig Zwarte LHBTQIA'ers op machtsposities zijn in organisaties die voor sociale verandering kunnen zorgen. Zo zijn er bijvoorbeeld vaak geen Zwarte LHBTQIA’ers in het bestuur van LHBTQIA+organisaties, in beleidsposities bij de overheid of in subsidiecommissies. Uit de ervaringen van Zwarte LHBTQIA'ers worden ze vaak gevraagd om kennis aan te dragen aan organisaties maar worden zelden aangenomen om een vaste functie te vervullen binnen deze organisaties. Op deze manier worden ze structureel uitgesloten en vinden ze dat hun bijdragen te weinig erkend en op prijs gesteld worden. Een voorbeeld hiervan is de tentoonstelling over de geschiedenis van veertig jaar LHBT-activisme in Nederland die door de erfgoedorganisatie Internationaal Homo/Lesbisch Informatiecentrum en Archief (IHLIA) gemaakt werd. IHLIA is een organisatie die informatie over de cultuur, geschiedenis en leefwereld van LHBTQIA-mensen verzamelt. Zwarte LHBTQIA’ers werden gevraagd om vanuit een externe positie informatie bij te dragen over de rol van Zwarte LHBTQIA’ers in de emancipatiebeweging van de bredere LHBTQIA+gemeenschap. Zo was filmmaker Andre Reeder in de jaren ‘80 actief bij het Zwarte queer collectief Strange Fruit dat een belangrijke rol speelde in de emancipatie van Zwarte queers.
Ook de Surinaamse LHBTQIA+-organisatie SUHO heeft een baanbrekende rol gespeeld in Nederland. Deze geschiedenis werd echter niet meegenomen in de expositie van IHLIA. Reeder zei in een interview dat een “vreselijk ongemakkelijk, bijna misselijkmakend gevoel van
132 Het Parool, “95 organisaties eisen aftreden Frits Huffnagel als voorzitter Pride Amsterdam,” Het Parool, 6 maart
2020, https://www.parool.nl/gs-ba4f80af. 133 “Open brief: Amsterdam Gay Pride, stuur Frits Huffnagel weg,” OneWorld, 6 maart 2020, https://www.oneworld.nl/lezen/opinie/open-brief-amsterdam-gay-pride-stuur-frits-huffnagel-weg/.
78
witheid” hem bekroop omdat Zwarte perspectieven vrijwel waren uitgewist.134 Als reactie hierop werd kritiek geleverd op deze exhibitie en hieruit kwam een exhibitie over de bijdragen van Zwarte queers en queers van kleur genaamd ‘Nos tei!’ (vertaling vanuit het Papiaments: ‘We zijn er!’).135 Enerzijds vonden ze dat ze IHLIA ter verantwoording geroepen moest omdat het met publiek geld – onder andere van de gemeente Amsterdam – wordt gefinancierd. Anderzijds wilden ze hun eigen archief opzetten zodat ze meer controle konden hebben over de inhoud. Naomie Pieter, die hierbij betrokken was, zei in een interview: “We wilden een losstaand archief omdat we ook onze eigen geschiedenis wilden snappen en kennen om het weer verder te kunnen vertellen. Het is belangrijk dat we het zelf doen, want IHLIA heeft nog te weinig sensitiviteit voor de geschiedenis van Zwarte queers. Je kan ook niet verwachten dat witte mensen jouw geschiedenis op de juiste manier vertellen. Vooral als je onderdeel uitmaakt van een geschiedenis die nooit verteld wordt, en gewhitewasht wordt. Dus het archiveren ervan wordt daarmee ook een politieke actie.” Zwarte LHBTQIA’ers hebben daarop besloten om hun eigen archief op te zetten. Daarnaast is een andere veelvoorkomende vorm van anti-zwart racisme binnen de LHBTQIA+-gemeenschap de exotisering en objectivering van Zwarte LHBTQIA’ers.
Dit uit zich in stereotypen en microagressies. Vanuit koloniale beeldvorming over seksualiteit van Zwarte mensen is er een beeld dat Zwarte mensen hyperseksueel zijn en dat hun seksualiteit dierlijker en ongeremd is. Reeder zei in een interview: “De stereotypen gaan bijvoorbeeld over seksueel gedrag en geslachtsdelen van Zwarte LHBTQIA’ers, die veel groter en uitbundiger zouden zijn dan van andere mensen.”
134
“De rijke geschiedenis van de zwarte queerbeweging in Nederland,” geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.vice.com/nl/article/wjvvjw/de-rijke-geschiedenis-van-de-zwarte-queerbeweging-in-nederland. 135 “Nos Tei – IHLIA LGBTI Heritage,” geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.ihlia.nl/portfolio-items/nos-tei/.
79
Figuur 37 Anne Krul tijdens Black Pride demonstratie juli 2020, bron: Martine Kamara
80
Zwarte LHBTQIA’ers binnen Zwarte gemeenschappen Binnen Zwarte gemeenschappen ervaren veel Zwarte LHBTQIA’ers uitsluiting. Hierbij worden religieuze opvattingen vaak gebruikt als reden om Zwarte LHBTQIA'ers uit te sluiten. Een van de geïnterviewden zei: “Of je bent als Zwarte queer persoon "niet zwart genoeg", want binnen de Zwarte gemeenschap bestaat een LHBTQI+ identiteit vaak niet, want dat is een taboe. Christendom werd opgedrongen en daarin was homoseksualiteit verboden, het is een white man's disease.” Binnen het Christendom zou homoseksualiteit als verboden worden gezien. Dit gedachtegoed heeft echter ook koloniale wortels. Tijdens de koloniale overheersing werden aan de hand van religieuze opvattingen ideeën over gender en seksualiteit verspreid vanuit Europa naar plekken waar grote Zwarte gemeenschappen woonden. Met het kolonialisme is bijvoorbeeld het heteronormatieve idee verspreid dat romantische relaties uitsluitend tussen man en vrouw horen plaats te vinden.136 In verschillende pre-koloniale Afrikaanse culturelen werden relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht getolereerd. Tijdens het koloniale bewind werd homoseksualiteit echter strafbaar gesteld. In een artikel over seksualiteit en het koloniale verleden stond: “In de zestiende eeuw al werden homoseksuele relaties in Afrika door missionarissen en kolonisten ontdekt.
Zij stuitten op Soedanese vrouwen uit polygame huishoudens die seks met elkaar hadden, Congolese mannen in seksuele relaties, of Ghanese strijders die met elkaar trouwden. Dat werd door Europeanen als ‘seksueel afwijkend gedrag’ gezien dat door, uiteraard, de christelijke god gereinigd diende te worden.”137 Op basis hiervan hebben velen in voormalige gekolonseerde landen en binnen Zwarte gemeenschappen de opvatting dat homoseksualiteit vanuit Europa geïmporteerd is. 138 Deze opvatting wordt versterkt door het ‘homonationalistisch discours’ in Europa. Dit houdt in dat het dominante discours over seksualiteit in Europa vaak een positieve houding heeft ten opzichte van homoseksualiteit en Nederland zich ziet als voortrekker op gebied van homorechten. Ditzelfde discours wordt echter ook gebruikt om religieuze en etnische groepen binnen Europa uit te sluiten, omdat hun normen en waarden niet overeen zouden komen met Europese normen en waarden, in het bijzonder met betrekking tot homoseksualiteit.139 Op deze manier ontstaat een gespannen relatie tussen religie en etniciteit enerzijds en homoseksualiteit anderzijds en worden Zwarte LHBTQIA’ers uitgesloten. Het eerder genoemde voorbeeld van
“Africa: Homophobia Is a Legacy of Colonialism | World News | The Guardian,” geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.theguardian.com/world/2014/apr/30/africa-homophobia-legacy-colonialism. 137 Clarice Gargard, “Seksualiteit is niet wat je bent, maar wat je doet,” De Correspondent, 5 juli 2016, https://decorrespondent.nl/4861/seksualiteit-is-niet-wat-je-bent-maar-wat-je-doet/1369190938214-8d48f96b. 138 The Guardian, “Africa: Homophobia”. 139 “Homofobie is een probleem van de patriarchale samenleving,” 21maartcomite (blog), 11 mei 2020, https://21maartcomite.nl/?p=2064. 136
81
xenofobe uitspraken van de voormalige voorzitter van Gay Pride Amsterdam Huffnagel waren hier een goed voorbeeld van. Binnen de westerse blik op homoseksualiteit wordt de nadruk sterk gelegd op zelfacceptatie en het onthullen van de seksualiteit door ‘uit de kast te komen’. ‘Uit de kast komen’ wordt als norm en rite-de-passage gezien voor een LHBTQIA+-persoon om zichzelf echt te accepteren. Door cultuurverschillen, religie en andere opvattingen over het queer zijn, behoort de norm van ‘uit de kast komen’ echter niet tot de gewoonten binnen Zwarte gemeenschappen. Zo deelde een geïnterviewde dat hij niet uit de kast zou kunnen komen bij zijn vaders kant van de familie die Zwart is: “Ik ken ‘uit de kast komen’ niet. Ik ken niet dat als ik er over ga praten, dat daar begrip op volgt. [..] Bij mijn witte moeder misschien wel. Mijn broer is meer femme, ik heb de homofobie van mijn vaders kant (familie) zien komen. “Het was slecht, je bent een Zwarte man, hoe kan je dit erbij ‘kiezen’?” Voorbeelden zoals het bovengenoemde geval tonen hoe Zwarte LHBTQIA’ers vaak te kampen hebben met homofobie en transfobie, maar ook met andere opvattingen, normen en waarden binnen Zwarte gemeenschappen waar zij onderdeel van zijn. Veiligheid In Nederland hebben trans personen veel te maken met (fysiek of psychisch) geweld.
Volgens onderzoek van het Transgendernetwerk voelen 6 op de 10 trans personen zich weleens onveilig.140 Zwarte trans personen kunnen zowel geweld ervaren gebaseerd op ras als op basis van hun genderidentiteit. Geweld tegen trans personen en genderfluïde personen heeft een lange geschiedenis met wortels in de koloniale periode.141 Net als heteronormativiteit komt het binaire denken in termen van man en vrouw voor een deel voort uit Westers kolonialisme en imperialisme. Het idee dat gender fluïde is, is eeuwenoud. Op vele plekken in de hele geschiedenis van de mensheid werd gender benaderd als een spectrum. Net als ‘ras’ is gender een sociaal construct. Zo is de taal van de Yoruba in West-Afrika niet-genderspecifiek en kennen de Navajo uit Noord-Amerika vier genders. Onder de invloed van Westers kolonialisme en imperialisme is het binaire denken op vele plekken dominant geworden: “Volgens sommige historici was het een reactie op het kolonialisme. De Europese vrouw werd bijvoorbeeld beschouwd als een ‘echte’ vrouw. Vrouwen die er anders uitzagen dan een witte Française, om maar wat te noemen, werden als ‘onnatuurlijk’ of ‘dierlijk’ gezien. (...) Soms werden zij zelfs tentoongesteld voor witte Europeanen, zoals de ZuidAfrikaanse slaafgemaakte Saartjie Baartman overkwam. Zij werd vanwege haar grote
140 Erik van Oosterhout, Overal op je hoede: Geweld tegen transgenderpersonen in Nederland (Amsterdam 2019,
herziende versie) n.d., 32. 141 “Gender Is Geen Modern Gedoe. Kijk Maar Naar Deze Fascinerende Geschiedenissen - De Correspondent, geraadpleegd 7 maart 2021, https://decorrespondent.nl/12012/gender-is-geen-modern-gedoe-kijk-maar-naar-dezefascinerende-geschiedenissen/4814155822476-15ab196e.
82
billen en lange schaamlippen in 1810 tentoongesteld op Piccadilly Circus in Londen. Na haar dood werden haar hersenen en schaamlippen op sterk water gezet.” Slaafgemaakten werden vaak als spektakels verbeeld en gerepresenteerd omdat zij volgens dit koloniale beeld niet voldeden aan de westerse standaard van gender. Mensen die zich buiten dit binaire denken van gender bevonden, werden als ‘onnatuurlijk’ gezien. Het binaire denken dat voor een deel uit het koloniale denken voortkomt, is nog sterk aanwezig binnen de Nederlandse samenleving, ook binnen Zwarte gemeenschappen. Binnen sommige delen van Amsterdam, zoals in Amsterdam-Zuidoost, waar er voornamelijk Zwarte mensen en mensen van kleur gevestigd zijn, voelen Zwarte LHBTQIA'ers, met name Zwarte trans personen, zich niet veilig. Een van de geïnterviewden zei: “Als een Zwarte trans vrouw voel ik mij niet veilig in dit Stadsdeel [Amsterdam-Zuidoost]. Het zijn mijn eigen mensen die trans vrouwen bedreigen. Ik vind dat heel erg. Ik denk dan wel: ‘Ik sta wel op de Dam om jouw Zwarte reet te verdedigen, maar wat doe jij voor ons?’ Er is nog veel werk om daar iets aan voorlichting te doen.” Ook binnen andere plekken, zoals binnen asielzoekerscentra, worden Zwarte trans personen en trans personen van kleur geconfronteerd met geweld gebaseerd op ras en genderidentiteit: “Als je het over racisme hebt zijn het vooral AZCs.
Wij zijn trans organisatie, bij azc’s zijn mensen gevlucht, trans mensen zijn uit het kamp geterroriseerd door mensen uit de eigen regio. Nederland lijkt veilig of tolerant, maar na assault, ook verkrachting, worden daders niet uit het azc gehaald, maar de trans persoon wel. [...] Hoe durf je nadat je zulke erge dingen hebt meegemaakt zelf dit te doen.” Grassroots als alternatief Zwarte LHBTQIA’ers hebben historisch gezien vaak een voortrekkersrol gehad binnen emancipatiebewegingen. Naast het voorbeeld van Marsha P. Johnson is de Black Lives Matterbeweging onder andere gestart door twee Zwarte queer vrouwen: Patrisse Cullors en Alicia Graza. Ook in Nederland is er een lange geschiedenis van Zwarte LHBTQIA+-bewegingen. Collectieven zoals SUHO, Sister Outsider, Zami en Strange Fruit streden decennia geleden zowel tegen racisme als tegen homofobie. Mikel Haman organiseerde jarenlang ‘Roze Kwaku’ op het Kwaku-festival, dat het grootste evenement voor de Zwarte LHBTQIA+-gemeenschap in Europa werd.142 De Zwarte geschiedenissen zijn bij velen echter onbekend. Tegenwoordig zijn het organisaties zoals Black Queer & Trans Resistance en TransUnited die zich inzetten voor Zwarte LHBTQIA’ers.
Grassroots-organisaties vormen een belangrijke pilaar binnen de Zwarte LHBTQIA+ gemeenschap: “Doordat er onvoldoende geluisterd wordt naar de stemmen van personen van kleur, creëren we onze eigen organisaties, onze eigen acties en onze eigen veilige havens.
142 “Mikel Haman (1963-2018): Een Diplomatieke Homoactivist | Het Parool,” geraadpleegd 7 maart 2021,
https://www.parool.nl/nieuws/mikel-haman-1963-2018-een-diplomatieke-homoactivist~b8967650/.
83
Hierin kunnen we onze ideeën centraal stellen, en zijn we niet langer een nevenfiguur binnen het dominante narratief.”143 In 2020 werd de eerste Black Pride demonstratie georganiseerd, onder andere door activist Naomie Pieter. Voor veel Zwarte LHBTQIA+’ers zijn grassroots-organisaties en evenementen zoals Black Pride een belangrijk ‘safe haven’ geweest: “Black Pride een protest waar de queerbeweging en de anti-racismebeweging samenkomen. Black Pride wil aandacht vragen voor geweld, racisme en discriminatie tegen zwarte queer en trans mensen. Het protest vraagt ook om beleidsveranderingen, bijvoorbeeld de dekolonisatie van het onderwijs en de inclusie van (Zwarte) queergeschiedenis, veiligere azc’s voor queer migranten, meer sociale woningbouw en een vermindering van inkomensongelijkheid. Met Black Pride wil Naomie bovendien een plek opeisen voor Zwarte queer mensen die zich niet altijd thuis voelen in de queerbeweging omdat ze van kleur zijn, of zich niet altijd welkom voelen in de antiracismebeweging omdat ze queer zijn.”144 Aanbevelingen Aan de gemeente: 1. Betrek Zwarte LHBTQIA’ers op alle niveaus binnen instituties (beleid, bestuur, commissies) om racisme en discriminatie te bestrijden. 2. Ondersteun bestaande Zwarte LHBTQIA+ grassroots-organisaties zoals Black Pride zonder met hun beleid te bemoeien. 3.
Vergemakkelijk het proces om evenementen en demonstraties te organiseren. Zwarte LHBTQIA+-grassroots-organisaties ervaren veel bureaucratische rompslomp en tegenwerking vanuit de gemeente. 4. Stimuleer meer intersectionele representatie in voorlichting en educatie. Bevorder hierbij het bewustzijn over de maatschappelijke ladder waarin de witte cis man bovenop de maatschappelijke ladder staat en de Zwart trans vrouw onderaan. 5. Ondersteun de ontwikkeling van zelfredzame organisaties door bijvoorbeeld vastgoed beschikbaar te stellen. 6. Faciliteer de ontwikkeling van ‘safe spaces’ voor en door Zwarte LHBTQIA'ers. Voor binnen de Zwarte en LHBTQIA+-gemeenschappen: 1. Werk aan intergenerationele samenwerking binnen de eigen gemeenschap. 2. Werk aan strategieën voor de lange termijn: hoe gaat de Zwarte LHBTQIA+gemeenschap zich de komende vijftien jaar bewegen? 3. Stimuleer coaching vanuit de community voor Zwarte mensen die rollen binnen witte instituten vervullen, zodat sprake is van overdracht van kennis en sociaal kapitaal. Vrije Tribune, “Racisme in de Queerwereld: ‘Onze Niet-Witte Lichamen Worden Gereduceerd Tot Een Fetisj,’” SiteKnackWeekend-NL, 21 maart 2018, https://weekend.knack.be/lifestyle/maatschappij/racisme-in-de-queerwereld-onze-niet-wittelichamen-worden-gereduceerd-tot-een-fetisj/article-opinion-980159.html.
144 “Black Pride: De Dubbele Strijd van Naomie Pieter - VICE Video: Documentaries, Films, News Videos,” geraadpleegd 7 maart 2021, https://video.vice.com/nl/video/black-pride-de-dubbele-strijd-van-naomie-pieter/5f2d54d1f488254680685933. 143
84
Hierdoor kunnen Zwarte LHBTQIA’ers op een authentieke en strategische manier bijdragen aan de Zwarte LHBTQIA+-gemeenschap en de Zwarte gemeenschap als geheel. 4. Stimuleer bewustwording over homofobie en transfobie binnen Zwarte gemeenschappen. 5. Werk aan het opbouwen van kapitaal en investeer in vastgoed zodat de gemeenschap minder afhankelijk wordt van subsidies.
85
86
Figuur 38 Moeder en kind tijdens #BlackLivesMatter demonstratie Bijlmer 10 juni 2020, Foto: Martine Kamara
11.
Anti-zwart racisme in het onderwijs
Figuur 39 totstandkoming basisschooladvies, bron: Dienst Onderzoek en Statistiek
Uit onderzoek van het SCP (2014a) blijkt dat discriminatie in het onderwijs een grote rol speelt. Ongeveer een kwart van de Surinaamse studenten en scholieren gaf zonder twijfel aan een of meerdere keren gediscrimineerd te zijn gedurende de opleiding. Bij de meeste scholieren was een onvriendelijke of te lage beoordeling van een docent of begeleider de oorzaak, maar ook pesterijen door medestudenten speelden een rol. Met name in de grote steden neemt de diversiteit in het onderwijs toe. Meer dan de helft van de kinderen heeft een niet-westerse achtergrond in steden als Amsterdam en Rotterdam. Hoewel op basis van onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs in 2015 werd gesteld dat er geen sprake zou zijn van systematische onderadvisering van leerlingen met een migrantenachtergrond, wijst recent onderzoek op het tegendeel.145 Uit recent onderzoek van de Dienst Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam blijkt dat vier op de tien wordt overgeadviseerd en 16% wordt ondergeadviseerd. Hierbij wordt vastgesteld dat leerlingen met lageropgeleide ouders vaker worden ondergeadviseerd dan leerlingen met hoogopgeleide ouders. Hoe meer leerlingen met hoogopgeleide ouders op een school zitten, hoe groter de kans dat er sprake is van overadvisering.
Ook wordt vastgesteld dat er aanzienlijke verschillen zijn tussen de verschillende stadsdelen: “Bij leerlingen op basisscholen in Zuidoost zien we, rekening houdend met de leerlingpopulatie, dat leerlingen vaker worden ondergeadviseerd dan in Centrum en Zuid als zij een vmbo theoretisch of havo-toetsadvies hebben behaald.”146 Hoewel de wet scholen verplicht om het schooladvies te heroverwegen, blijkt dat het advies bij onderadvisering zelden – slechts in 36% van de gevallen in de jaren 2014 en 2015 – werd bijgesteld. Uit het onderzoek bleek tevens dat de culturele achtergrond van leerlingen effect heeft op de mate van over- of onderadvisering: “Leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond hebben een kleinere relatieve kans op overadvisering indien zij op de eindtoets een vmbo basis/kader, vmbo kader of vmbo theoretisch advies hebben gehaald en een grotere relatieve kans op onderadvisering indien zij een vwo-toetsadvies hebben gehaald.”
145
Gemeente Amsterdam, Het basisschooladvies en doorstroom in onderbouw vo. Factsheet, december 2019: https://www.onderwijsconsument.nl/wp-content/uploads/2019-12-OIS-Factsheet-doorstroom-basisschool-onderbouw-voortgezetonderwijs_compressed.pdf. 146 Gemeente Amsterdam, Het basisschooladvies, 5.
87
Onderwijskundigen stellen dat verschillende factoren ten grondslag kunnen liggen aan lage verwachtingen en lagere onderwijsprestaties van leerlingen met een migrantenachtergrond. Onderzoek toont aan dat lage verwachtingen en vooroordelen van leerkrachten ongelijkheid kunnen reproduceren. Leerlingen kunnen zich gaan gedragen naar de lage verwachtingen die leerkrachten en het schoolsysteem van ze hebben en daarmee vooroordelen en stereotiepe beelden die over hen bestaan bevestigen. Onderadvisering kan daardoor een ‘self-fulfilling prophecy’ worden.147 Volgens onderwijskundigen speelt kleurenblindheid ook een rol in het in standhouden van ongelijkheid.148 Kleurenblindheid houdt in dat leerkrachten en andere mensen in het onderwijsveld een kleurenblind perspectief hanteren waarin ze niet erkennen dat de huidskleur of culturele achtergrond van een kind invloed kan hebben op de ervaringen van leerlingen of op de manier van werken van docenten. Onderzoek van onderwijskundigen toont echter aan dat negatieve stereotiepe beelden, ofwel vooroordelen, die leerkrachten over bepaalde groepen hebben, invloed kunnen hebben op de verwachtingen van leerkrachten van hun leerlingen en op de leerprestaties van leerlingen met een migratieachtergrond.
Hoe negatiever de houding van een leraar over een groep in het algemeen, hoe lager zijn verwachtingen van de leerlingen.149 Daarnaast kunnen culturele conflicten ontstaan wanneer de cultuur, normen, gedragspatronen en verwachtingen uit de schoolomgeving verschillen van de thuisomgeving. De mythe van meritocratie houdt in dat sociaaleconomische factoren invloed hebben op de onderwijsprestaties van een leerlingen in tegenstelling tot het heersende idee dat schoolprestaties slechts gebaseerd zijn op het gedrag van leerlingen. Zoals eerder is aangetoond, is er in Amsterdam-Zuidoost bovengemiddeld veel sprake van onderadvisering. Een aanzienlijk deel van de bevolking heeft een Surinaamse, Afro-Caribische of Afrikaanse achtergrond en komt uit de lagere sociaaleconomische klasse.150 Amsterdam-Zuidoost staat in Nederland bekend als ‘de Zwarte wijk van Amsterdam’. 151 Het is dan ook aannemelijk dat al dan niet onbewuste stereotype beelden over Zwarte mensen die historisch geworteld zijn in het koloniale en slavernijverleden een rol spelen in de structurele onderadvisering van Zwarte jongeren in Zuidoost. Onderadvisering Onderadvisering impliceert dat leerlingen op een lager niveau van onderwijs terechtkomen dan ze daadwerkelijk aankunnen.
Uit onderzoek blijkt dat dit kan leiden tot een blijvende achterstand in het onderwijs en ondermaats presteren in het onderwijs en dat de talenten en competenties van leerlingen onderbenut blijven. Om inzicht in de verhalen en mechanismen achter ongelijkheid en anti-zwart racisme in het onderwijs te verkrijgen, heeft The Black Archives interviews en rondetafelgesprekken georganiseerd met experts uit de onderwijssector en met sleutelfiguren uit verschillende Zwarte gemeenschappen. Onder deze experts waren docenten, studenten, een pedagogisch medewerker en een persoon actief bij een schoolbestuur in Amsterdam. Uit de gesprekken en interviews blijkt dat er sprake is van anti-zwart racisme op alle niveaus van onderwijs. Uit de rondetafelgesprekken over onderwijs met sleutelfiguren uit L. van den Bergh et al., “The implicit prejudiced attitudes of teachers: Relations to teacher expectations and the ethnic achievement gap”, American Educational Research Journal, 47(2) (2010), 497-527 https://doi.org/10.3102/0002831209353594. en; Esajas Roses From The Concrete, https://nucnet.nl/wp-content/uploads/2014/02/Mitchell-Esajas-Roses-from-the-Concrete-Storiesof-Successful-Educational-Achievement-of-Migrant-Youths-from-Amsterdam-Southeast-Msc-thesis-June-28th.pdf 148 H.R.M.
Milner, “Beyond a test score: explaining opportunity gaps in educational practice”, Journal of Black Studies 43(6) (2012) 693-718. 149 Lectorale Rede Van den Bergh, geraadpleegd 7 maart 2021, https://fontys.nl/Over-Fontys/Nieuws-tonen-op/Lectorale-rede-Vanden-Bergh-2018-1.htm 150 Centraal Bureau voor de Statistiek, “Vijftig jaar Bijlmer,” webpagina, Centraal Bureau voor de Statistiek, geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/50/vijftig-jaar-bijlmer. 151 “Hoe een zwarte wijk nog zwarter werd,” De Groene Amsterdammer, geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.groene.nl/artikel/hoe-een-zwarte-wijk-nog-zwarter-werd. 147
88
verschillende Zwarte gemeenschappen kwam onderadvisering bij vrijwel elk gesprek als een van de meest belangrijke vormen van anti-zwart en institutioneel racisme naar voren. Meester Kwame geeft huiswerkbegeleiding aan circa 110 kinderen uit het basis- en voortgezet onderwijs in Amsterdam-Zuidoost. Daarnaast geeft hij juridisch advies aan leerlingen en ouders als er geschillen zijn op school. De stichting is ooit door zijn vader opgericht en Kwame heeft het werk overgenomen omdat de behoefte groot is. De leerlingen – veelal met een Ghanese en Surinaamse achtergrond – krijgen na schooltijd en in de weekenden huiswerkbegeleiding in verschillende vakken en op verschillende niveaus. Kwame, wiens ouders uit Ghana naar Nederland migreerden, heeft zelf ook te maken gehad met lage verwachtingen toen hij VWO deed op de middelbare school. Toen het even niet zo goed ging in de vijfde klas van het VWO wilde de leerkracht hem laten blijven zitten. Zijn ouders stemden hier in eerste instantie mee in, omdat ze vanuit de Ghanese cultuur gewend waren de autoriteit van de leerkracht altijd te respecteren en niet tegen diens advies in te gaan. Dit sluit aan op het onderzoek van onderwijskundigen over culturele conflicten en hoe deze ongelijkheid in stand wordt gehouden.
Kwame was het echter niet eens met het oordeel van de school, werkte hard en maakte uiteindelijk zijn VWO en een universitaire studie in de Rechten af. Kwame geeft al jarenlang huiswerkbegeleiding aan scholieren en gaat op regelmatige basis mee met kinderen en ouders om te bemiddelen met scholen. Hij zei hierover: “Wat ik de afgelopen jaren heb vastgesteld is dat de scholen en de docenten vanuit vooroordelen advies geven. Ze vragen vaak aan ouders wat voor beroep ze doen. Bijvoorbeeld: docenten vragen, what kind of job do you do? Hoeveel dagen ook? Ze willen bevestigen dat de ouders geen begeleiding kunnen geven die ze nodig zouden hebben bij een hoger schooladvies. De afgelopen vier jaar heb ik veel gemerkt dat kinderen niet alleen op basisschool maar ook op de middelbare school onderadvisering ondergaan. Een kind is bijvoorbeeld op kader begonnen, in de tweede klas deed het VMBO-T. In de derde klas werd door de goede cijfers duidelijk dat de leerling op een hoger niveau zou kunnen functioneren maar de leerling mocht van de docent geen havo doen. Na drie gesprekken werd er pas vanuit school pas gevraagd of ze dat niveau wilde doen. Nu doet ze havo en haalt goede cijfers.
Hij ziet vanuit de organisatie dat ze vaak naar school moeten gaan om het niveau van de citoscores af te dwingen.” Een onderwijsconsulent die al langer dan vijf jaar als onderwijsconsulent en pedagoog op basisscholen in Amsterdam Zuidoost heeft gewerkt en ouders pedagogisch advies geeft, herkent de patronen van onderadvisering en anti-zwart racisme ook. Ze krijgt op regelmatige basis vragen om advies van ouders wiens kinderen met onderadvisering te maken hebben en ziet hoe vooroordelen vaak gekoppeld worden aan de sociaaleconomische positie en taalvaardigheid van ouders. Zo noemde ze het voorbeeld van een Franstalige peuter met een Congolese achtergrond die nog geen jaar in Nederland woonde en nog geen Nederlands sprak, maar wel volledige zinnen in het Frans kon formuleren. Het kind werd naar een logopedist gestuurd en kreeg een aantekening in het leerlingvolgsysteem dat het een taalachterstand zou hebben. De leerlingen worden hiermee al op jonge leeftijd gestigmatiseerd als leerlingen met een ‘achterstand’, terwijl het goed te verklaren is dat de leerling de Nederlandse taal nog niet machtig was. Een dergelijke aantekening kan de leerling in diens schoolcarrière blijven achtervolgen, terwijl het spreken van een andere taal in deze context niets zegt over de intelligentie en capaciteit van een kind.
De onderwijsconsulent merkte daarnaast het volgende op: “Sommige ouders gaan bijvoorbeeld niet met kinderen mee naar binnen. Na met hun in gesprek te gaan kwam ik erachter dat sommigen bijvoorbeeld geen status hadden en
89
allerlei klusjes moesten doen om meer dan 40 euro per week binnen te krijgen. De leraren gaan vaak niet op zoek naar de redenen erachter en signaleren alleen een probleem. Er wordt uitgegaan van het slechte bij ouders van kleur.” Kleurenblindheid en alledaags racisme In het onderzoek van de gemeente Amsterdam en in onderzoeken van de overheid wordt de nadruk vooral gelegd op de sociaaleconomische status van ouders als factor die bijdraagt aan onderadvisering. Zo reageerde een directrice van een middelbare school in AmsterdamZuidoost in een artikel van lokale nieuwszender AT5 getiteld ‘Kinderen van laagopgeleide ouders vaak onderschat bij schooladvies’ met de woorden: ‘'Leerlingen die uit gezinnen komen waar er minder geld is, moeten het van de school hebben. Maar op een gegeven moment zijn onze middelen natuurlijk ook beperkt.” 152 De manier waarop over onderadvisering wordt geschreven, laat de factor ‘ras of etniciteit’ achterwege. Het is een kleurenblind perspectief en past binnen het dominante narratief van witte onschuld. In de stad Amsterdam is er een overlap tussen de sociaaleconomische positie en ‘ras’ of etniciteit. In de historische context van stereotiepe beelden die over Zwarte mensen en mensen van kleur bestaan, is het zeer aannemelijk dat racisme een rol speelt in het in stand houden van ongelijkheid in het onderwijs.
Een Zwarte docent die op een school in Amsterdam werkt, zei: “Een docent gebruikte het n-woord in een gesprek tussen een docent en een leerling. Ik ben dan de go to persoon als dit soort dingen gebeuren om het brandje te blussen. Meestal worden woorden gebruikt als ‘kinderen met een lastige achtergrond of een lastige thuissituatie’ als codewoord voor Zwart.” De docent noemde hoe tijdens informele gesprekken in de docentenkamer op regelmatige basis op een denigrerende manier over leerlingen wordt gesproken. Ze is een van de weinige Zwarte docenten op de school en ziet hoe collega’s stigmatiserende opmerkingen maken over kinderen, wat ook tot uiting kan komen in hun gedrag naar leerlingen toe. Ook valt het haar op dat er een gebrek aan sensitiviteit is om het schoolmateriaal op een manier in te vullen zodat het herkenbaar is voor de leerlingen: “Kinderen hebben een migratieachtergrond maar niks van hun migratieachtergrond is terug te vinden op school. Ik vroeg eens aan een collega die geschiedenis geeft om Zwarte geschiedenis mee te nemen. Zijn reactie was: “Nee, dankje. Racisme is er, was er, en zal er altijd zijn”. Leraren blijven comfortabel in hun privilege. Dit zijn dan de leraren die roepen: “ja maar het gedrag, zet het alstublieft in het register”.
Zowel docenten als mensen in de directie snappen [niet] wat de geschiedenis is, snappen niet waar “vervelend gedrag” vandaan komt.” Uit de ervaringen en analyse van deze onderwijsexperts valt te herleiden dat vooroordelen en lage verwachtingen van leerkrachten jegens Zwarte leerlingen en hun ouders kunnen leiden tot een ‘self-fulfilling prophecy’.153 Onderadvisering kan leerlingen in een vicieuze cirkel brengen, wat hen ervan kan weerhouden om hun talent ten volle te benutten. Een docent die op een andere scholengemeenschap in Amsterdam (Zuidoost) lesgeeft, waar een groot aantal “Kinderen van laagopgeleide ouders vaak onderschat bij schooladvies: ‘Daar schrik ik van,’” geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.at5.nl/artikelen/199647/kinderen-van-laagopgeleide-ouders-vaak-onderschat-bij-schooladvies-daar-schrik-ik-van. 153 Van den Bergh, “The implicit prejudiced attitudes”. 152
90
leerlingen met een Surinaamse, Afro-Caribische of Afrikaanse achtergrond onderwijs volgt, ziet wat voor impact dit op leerlingen kan hebben: “Veel kinderen zijn veel verder dan anderen in de klas. In de derde of vierde klas zijn velen helemaal uitgeblust. Ze moeten stapelen, dit houdt in dat ze een omweg hebben moeten nemen dat niet nodig is geweest.” Good practice: cursus anti-racisme voor leerkrachten Fawaka Wereldburgerschap organiseert i.s.m. docenten van de Universitire PABO curcussen anti-racisme met ondersteuning van de gemeente Amsterdam: “Het doel van dat programma is dat alle Nederlandse scholen aandacht besteden aan wereldburgerschap. Daar horen ook aandacht voor racisme, ongelijkheid en niet-westerse perspectieven bij.”154 “Het hebben van racistische vooroordelen is niet natuurlijk, maar aangeleerd. Racistische vooroordelen zijn door de eeuwen heen gecreëerd en gereproduceerd door alledaagse uitwisselingen via media (bij. krant, tv en internet) onderwijs (bijv. geschiedenis- en maatschappijleerboeken) en via het dagelijkse gesprek met anderen (bijv. de leraar en de opvoeders). Dit houdt in dat wij racistische vooroordelen aangeleerd en geïnternaliseerd hebben en deze tegelijk ook (vaak onbewust en onbedoeld) doorgeven. Hiermee spelen wij dus ook een rol in het reproduceren van racistische structuren.
De kansen van mensen niet behorend tot de dominante groep worden daardoor in verschillende domeinen van het leven zoals het onderwijs, de arbeids- en de huizenmarkt systematisch en structureel beperkt.”155
Figuur 40 Fadie Hanna, Inti Soeterink en Miguel Heilbron, Bron: Chaves van den Born
“Zij geven docenten een spoedcursus ‘racisme,’” OneWorld, 5 augustus 2020, https://www.oneworld.nl/lezen/discriminatie/racisme/zij-geven-docenten-n-spoedcursus-racisme/. 155 Inti Soeterik, “Expliciete scholing rondom racisme,” n.d., 4, geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.fawakaondernemersschool.nl/wp-content/uploads/2020/06/22Expliciete-scholing-rondom-racisme22-Soeterik-HannaO%CC%88ztemir-Zorg-primair-2019-p2-5-Achtergrond-document-Training-Inclusief-Onderwijs-Fawaka-WereldBurgerschap.pdf. 154
91
Anti-zwart racisme in het mbo, hbo en WO Onderadvisering is zichtbaar in de overrepresentatie van Zwarte studenten en studenten van kleur op het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en onderrepresentatie in het hbo en WO. Uit onderzoek van de Dienst Onderzoek, Informatie en Statistiek blijkt dat het overgrote deel van de mbo-studenten in Amsterdam een migratieachtergrond (60%) heeft, in tegenstelling tot het gemiddelde in de rest van het land en de metropoolregio Amsterdam (14% en 9%). 156 Een veelvoorkomende vorm van discriminatie in het mbo-onderwijs is stagediscriminatie.157 Stages vormen een belangrijk onderdeel van de opleiding in het mbo, in tegenstelling tot academisch onderwijs, waar een stage vaak geen verplicht onderdeel is van de opleiding. Uit onderzoeken van het Kennisplatform Integratie en Samenleving (KIS) en Research Center for Education and Labour Market (ROA) blijkt dat mbo-studenten met een ‘niet-westerse’ migratieachtergrond minder kans hebben om een stageplek te vinden ten opzichte van mbo-studenten zonder migratieachtergrond. Dit heeft voor een deel te maken met stagediscriminatie. Aangezien het hierbij om een structureel probleem vanuit instituten zoals werkgevers gaat die effect hebben op de onderwijsloopbaan van jongeren met een migratieachtergrond, is dit een vorm van institutioneel racisme.
Hierbij is het van belang om vanuit een intersectionele blik naar de problematiek te kijken. Tijdens het onderzoek bleek dat bepaalde groepen vaker op het mbo terechtkomen en meer problemen kunnen ervaren om een stageplek te vinden en daarmee hun opleiding succesvol af te ronden. Tijdens het rondetafelgesprek met Afro-Caribische experts werd bijvoorbeeld aangegeven dat jongeren uit de lagere sociaaleconomische klasse minder toegang hebben tot onderwijs waarbij voldoende aandacht wordt gegeven aan de Nederlandse taal. Hierdoor hebben ze minder kans om het hoger onderwijs te bereiken. Studenten uit de voormalig Antillen die in Amsterdam op het mbo terechtkomen, hebben vaak te kampen met het obstakel dat ze Nederlands met een accent spreken en niet foutloos Nederlands spreken, wat extra vooroordelen tijdens de studie en bij werkgevers kan opleveren: “Een mbo’er heeft minder kans om een stageplek te krijgen. Het gaat uiteindelijk vaak over geld, de kosten van huur, zorgverzekering en voeding. Als je misschien een bijbaan hebt, houdt je misschien nog max. €20 over. Dit ervaart een gemiddelde 20-jarige. Mbostudenten veranderen vaak in eerste jaar van opleiding.
Hun bijbaan is vaak slecht vanwege hun ‘slechte’ Nederlands.” Bij deze studenten speelt ook nog mee dat ze op jonge leeftijd voor het eerst in een vreemd land zelfstandig moeten wonen en een bijbaan moeten hebben om rond te komen. Volgens experts is er vaak onvoldoende sensitiviteit voor de situatie waar deze jonge studenten mee geconfronteerd worden. In 2018 heeft de minister van Onderwijs Engelshoven tezamen met de MBO Raad, Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB), Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO) en het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (VNO-NCW), vereniging MKB-NL en het College voor de Rechten van de Mens (CRM) afgesproken om gezamenlijk beleid te ontwikkelen om (stage)discriminatie tegen te gaan.158 Hierbij wordt de “Gemeente Amsterdam: Cohort Onderzoek Arbeidsmarktpositie Amsterdamse Mbo Gediplomeerde Uitstromers uit Onderwijs”, geraadpleegd 7 maart 2021, https://openresearch.amsterdam/image/2019/6/20/2018_mbo_uitstromers.pdf 157 Hanneke Keultjes, “Discriminatie belemmert stagekans allochtone mbo’er,” Het Parool, 28 augustus 2018, https://www.parool.nl/gs-b1a4e6ca.
158 Cultuur en Wetenschap Ministerie van Onderwijs, “Kamerbrief over voortgang aanpak stagediscriminatie mbo - Kamerstuk Rijksoverheid.nl,” kamerstuk (Ministerie van Algemene Zaken, 25 Oktober 2019), https://doi.org/10/25/voortgang-van-de-aanpakstagediscriminatie-in-het-mbo. 156
92
nadruk gelegd op (onbewust)vooroordelen om gelijke kansen te bevorderen. Het SBB heeft onder meer een tipkaart en een online ontwikkeld voor leerbedrijven over sociale en fysieke veiligheid, waarbij discriminatie op basis van achtergrond of bepaalde persoonskenmerken de aandacht krijgt. Opvallend is dat de term racisme in deze rapporten en seminars niet wordt genoemd, waardoor het systematische en institutionele karakter van het fenomeen wordt gebagatelliseerd. Eurocentrische curricula in het mbo Net als in het hiervoor beschreven voorbeeld over het voortgezet onderwijs zijn curricula op mbo-opleiding vaak ook eurocentrisch van aard. Mbo-opleidingen zijn veelal praktische opleidingen zijn, dus komt het gebrek aan diversiteit in curricula in praktische voorbeelden tot uiting. Zo klaagden ROC-studenten over het feit dat ze in hun opleiding om ‘allround’ kapper te worden weinig tot geen aandacht besteden aan black hair. Zwarte mensen hebben verschillende haartypes die daardoor ook andere vormen van onderhoud nodig hebben. Op de opleiding is er echter alleen aandacht voor Europese haartypen. In een artikel op AT5 stond: “'Er wordt alleen gewerkt met Europees haar en daar gaan de examens ook over', zegt Jamila. 'Ik moet nu eigenlijk in mijn eigen omgeving op zoek naar mensen die wel informatie over black hair hebben, terwijl ik het wel interessant vind', vult Leonardo haar aan.
Kadir: 'En dat is toch wel echt jammer. Later op je werk of tijdens je stage kom je er namelijk wel mee in aanraking.'” 159
Figuur 41 Screenshot AT5 Artikel
159 “ROC-studenten balen van ‘allround’ kappersopleiding: ‘Geen les in black hair,’” raadgepleegd 7 maart 2021,
https://www.at5.nl/artikelen/205174/roc-studenten-balen-van-allround-kappersopleiding-geen-les-in-black-hair.
93
Vanwege het gebrek aan aandacht voor black hair heeft kapster Shirley Wijngaarde zelf een black hair-academy opgezet. Zelf heeft ze een opleiding in de Verenigde Staten moeten volgen omdat er in Nederland destijds geen aanbod was. Institutioneel en anti-zwart racisme in het hoger onderwijs Uit onderzoek van EenVandaag bleek dat de meldingen van discriminatie in 2020 meer dan verdubbeld zijn van 42 in 2017 naar 98 in 2019. Ook op hogescholen is het aantal toegenomen van 104 in 2017 naar 142 in 2019. De UvA is ‘koploper’ in het lijstje van discriminatiemeldingen. Lyle Muns noemde dit een zorgwekkende ontwikkeling, omdat het aantal meldingen slechts ‘het topje van de ijsberg’ tonen. Veel studenten weten niet waar ze discriminatie over racisme kunnen melden omdat er vaak geen duidelijke meldprocedures zijn. 160 Uit dit onderzoek is gebleken dat studenten op diverse hogere onderwijsinstellingen zoals de VU, de UvA, InHolland en de AMFI (onderdeel van Hogeschool van Amsterdam) met verschillende vormen van antizwart en institutioneel racisme te maken hebben. Performatief anti-racisme van de AMFI Meerdere Zwarte studenten hebben zich beklaagd over mechanismen van uitsluiting, racisme en eurocentrisme op de Amsterdam Fashion Institute (AMFI).
De AMFI postte net als vele andere instellingen begin juni 2020 een zwart vakje om solidariteit te tonen met Zwarte mensen in het kader van de #BlackLivesMatter-beweging. Er volgde een storm een kritiek onder de post met verhalen van (voormalige) studenten over verschillende vormen van racisme en uitsluiting waar ze op de instelling mee te maken hadden (gehad). Zo schreven studenten dat meerdere studenten uit “gemarginaliseerde groepen waren gestopt simpelweg vanwege het gebrek aan representatie”.161 Dezelfde student gaf aan dat ze vaak “docenten moest onderwijzen over hun terminologie en zelfs onderwijsmateriaal moest aanleveren dat gebruikt kon worden” 162. Een andere student deelde dat een docent vertelde dat haar perspectief ‘te Zwart’ zou zijn en niet bij de mainstream cultuur paste. Een andere student schreef dat ze ‘mentaal onderdrukt’ werd en gedwongen werd om een Westers raamwerk te gebruiken om hogere cijfers te krijgen en niet de ruimte kreeg om Afrikaanse en Mozambikaanse narratieven op duurzame mode in haar werk mee te nemen. De AMFI is het enige mode-instituut in Nederland waar de gehele modeketen wordt behandeld. Er werden klachten geuit over de witheid van het personeel, soms expliciet racistische opmerkingen en de eurocentrische benadering van de mode-industrie waardoor Zwarte studenten werden beperkt in hun creativiteit.
Hieronder staan enkele voorbeelden van klachten van (ex-)studenten van de AMFI:
160 “Meldingen van discriminatie op universiteiten meer dan verdubbeld in 2 jaar tijd,” EenVandaag, 28 November
2020, https://eenvandaag.avrotros.nl/item/meldingen-van-discriminatie-op-universiteiten-meer-dan-verdubbeld-in-2jaar-tijd. 161
Rondetafelgesprek over anti-zwart racisme in het Onderwijs
162 Rondetafelgesprek over anti-zwart racisme in het Onderwijs
94
Een van de studenten die voor dit onderzoek is geïnterviewd, is gestopt met haar opleiding op de AMFI omdat ze de sfeer op het onderwijsinstituut niet fijn vond en het curriculum te eurocentrisch vond. Ze noemde het voorbeeld van een docent die het N-woord gebruikte en het voorbeeld van een opdracht waar ze hard aan gewerkt had, maar waar ze toch een laag cijfer op kreeg. De student heeft een Surinaamse achtergrond en voor de creatieve opdracht wilde ze haar Surinaamse roots laten terugkomen in een ontwerp. Ze ging het gesprek aan met de docent, maar kreeg geen duidelijke reden waarom ze zo’n laag cijfer had; het was erg subjectief. Tijdens het gesprek kreeg ze van de docent te horen dat haar werk ‘te etnisch’ of ‘te Afrikaans’ zou zijn en dat ze ‘niet te veel die kant op moest gaan’. De student interpreteerde dit als dat haar werk niet te veel met ‘Blackness’ te maken zou moeten hebben. In de context van een curriculum dat in haar ogen, en in de ogen van andere studenten, erg eurocentrisch was, werkt dit als een mechanisme van uitsluiting voor Zwarte studenten en studenten van kleur. Dit wordt nader besproken in het hoofdstuk over de culturele sector. In de context van de vele klachten over racisme en discriminatie en het gebrek aan diversiteit kan de post van het zwarte vakje worden gezien als performatief anti-racisme ofwel ‘wokewashing’.
Dit is een fenomeen waarbij een organisatie het op sociale media of in andere communicatie naar buiten toe doet voorkomen alsof het zich actief inzet in de strijd tegen racisme of voor diversiteit, terwijl er binnen het instituut weinig tot geen commitment en concreet beleid is om racisme te bestrijden.163
163 https://hbr.org/2020/07/woke-washing-your-company-wont-cut-it
95
96
97
Good practice: Afro-Nederlandse studies Docent Zawdie Sandvliet ontwikkelde het vak ‘Afro-Nederlandse studies’, mede omdat Nederlanders ‘op school veel te weinig van de koloniale geschiedenis’ leren. Dat is volgend Sandvliet terug te zien in de dagelijkse interacties en de structuren in de samenleving zoals de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst en ongelijkheid in het onderwijs. 164 Het is ontstaan als keuzevak nadat Sandvliet een wedstrijd van de faculteit der Geesterwetenschappen van de Universiteit van Amsterdam won om een eigen vak te ontwikkelen. Het vak werd in eerste instantie aan de UvA gegeven en wordt momenteel via de HvA aangeboden: “Afro-Nederlandse Studies is een interdisciplinair vak dat zich richt op de geschiedenis en de hedendaagse realiteiten van Afro-Nederlanders. Binnen dit vak wordt er vanuit verschillende disciplines naar dit thema gekeken. Denk aan: sociologie, politicologie, geschiedenis, rechten, bestuurskunde, onderwijskunde, filosofie, Nederlandse taal en literatuur en criminologie. Het vak duurde een half semester en de volgende concrete onderwerpen zijn besproken: pre-koloniaal Afrika, trans-Atlantische slavenhandel en plantageslavernij, kolonialisme, migratie, ras, racisme, cultuur en sociale bewegingen.” 165