CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Statutenwijziging Innoord - vergelijkversie.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 11 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de voorgenomen statutenwijziging van Stichting Openbaar Onderwijs Noord (Innoord) en instemmen met de raadsvoordracht (VN2024-010103)10.295 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

15 alinea's met “benoeming”: 12 15 47 48 52 56 57 63 66 67 68 69 84 99 107

‭¶‬ ‭ KTE VAN‬‭VOORSTEL TOT‬‭STATUTENWIJZIGING‬ A ‭¶‬ ‭kenmerk zaak:‬‭2017S14459PS‬‭¶‬ ‭passeerdatum:‬‭1 november 2017‬‭¶‬ ‭¶‬ ‭¶‬ ‭Heden, één november tweeduizend zeventien, verscheen voor mij, mr. Sabine van Suijdam,‬ ‭notaris te Amsterdam:‬‭¶‬ ‭mevrouw mr. Paula Christina‬‭Schouten‬‭, geboren te Noordoostpolder op één februari‬ ‭negentienhonderd zesentachtig, te dezer zake woonplaats kiezende ten kantore van mij,‬ ‭notaris (Antonio Vivaldistraat 66 te 1083 HP Amsterdam),‬‭↵‬ ‭die verklaarde te handelen ter uitvoering van een besluit tot statutenwijziging, op dertig‬ ‭oktober tweeduizend zeventien door het bestuur van de statutair te Amsterdam, en feitelijk‬ ‭te Papaverweg 34, 1032 KJ Amsterdam gevestigde stichting:‬‭Stichting Openbaar‬ ‭Onderwijs Noord‬‭, handelsregisternummer 51366010, buiten vergadering genomen, bij‬ ‭welk besluit de verschenen persoon eveneens werd gemachtigd voornoemd besluit uit te‬ ‭voeren.‬‭¶‬ ‭De verschenen persoon, handelend als vermeld, verklaarde dat als gevolg van voornoemd‬ ‭besluit tot statutenwijziging de statuten van de voormelde stichting in hun geheel komen te‬ ‭luiden als volgt:‬‭¶‬ ‭"‬‭Naam‬‭¶‬

‭Artikel 1‬ ‭¶‬ ‭De stichting draagt de naam:‬‭Stichting Openbaar Onderwijs Noord‬‭.‬‭¶‬

‭ egripsbepalingen‬ B ‭Artikel 2‬‭¶‬ ‭In deze statuten wordt verstaan onder:‬ ‭a.‬ ‭"‬‭Stichting‬‭":‬‭Bevoegd gezag‬‭:‬‭de stichting‬‭'Stichting Openbaar Onderwijs Noord';‬‭als‬ ‭bedoeld in deze statuten;‬ ‭b.‬ ‭"‬‭College van Bestuur‬‭: het orgaan dat belast is met het statutaire bestuur en de‬ ‭vertegenwoordiging van de stichting;‬ ‭c.‬ ‭Gemeenteraad‬‭":‬‭:‬‭de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam, welke door de Wet op het‬ ‭primair onderwijs is aangewezen als extern toezichthouder, onverminderd de bevoegdheid‬ ‭van die toezichthouder om onderdelen van dat toezicht over te dragen aan of te laten‬ ‭uitvoeren door al dan niet zelfstandige onderdelen van die gemeente;‬ ‭d.‬ ‭"‬‭Scholen‬‭":‬‭Medezeggenschapsraad‬‭:‬‭de‬‭openbare‬‭medezeggenschapsraad verbonden aan‬ ‭de school, die de bevoegdheden heeft als toegekend in de Wet medezeggenschap op‬ ‭scholen;‬ ‭e.‬ ‭Raad van Toezicht‬‭: het orgaan dat belast is met de functie intern toezicht als bedoeld in de‬ ‭artikelen 17a, 17b en 17c van de WPO;‬

‭f.‬ ‭School/scholen‬‭: de door de stichting in stand gehouden school/‬‭scholen voor‬ ‭primair‬‭basisonderwijs of speciaal basisonderwijs als bedoeld in de WPO, of een school of‬ ‭instelling voor (voortgezet) speciaal‬‭onderwijs‬‭die door de‬‭als bedoeld in de WEC, waarbij‬ ‭onder school of instelling steeds wordt verstaan een organisatorische eenheid;‬ ‭Stichting in stand worden gehouden;‬‭¶‬ ‭a.‬

‭"‬‭GMR‬‭": de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de Stichting;‬‭¶‬

‭g.‬ ‭"‬‭Schriftelijk‬‭: per post, per e-mail of via enig ander elektronisch communicatiemiddel,‬ ‭waarmee het mogelijk is een bericht te verzenden dat leesbaar en reproduceerbaar is, tenzij‬ ‭uitdrukkelijk anders is vermeld;‬ ‭h.‬ ‭Sector‬‭: de scholen gezamenlijk;‬ ‭i.‬ ‭Stichting‬‭: deze stichting, zijnde‬‭Innoord, Stichting Openbaar Onderwijs Amsterdam-Noord‬‭,‬ ‭statutair gevestigd te gemeente Amsterdam, ingeschreven in het handelsregister van de‬ ‭Kamer van Koophandel onder nummer: 51366010;‬ ‭j.‬ ‭WEC‬‭:‬‭Wet‬‭":‬‭op‬‭de‬‭Expertise Centra;‬ ‭k.‬ ‭WPO‬‭:‬‭Wet op het primair onderwijs.‬ ‭Zetel‬

‭ aam‬‭en‬‭tijdsduur‬‭zetel‬ N ‭Artikel 3‬‭¶‬ ‭Artikel 1‬ ‭1.‬ ‭De‬‭stichting draagt de naam: “‬‭Innoord,‬‭Stichting‬‭is gevestigd in de gemeente‬‭Openbaar‬ ‭Onderwijs‬‭Amsterdam‬‭.‭-‬Noord”‬‭.‬ ‭1.‬ ‭De Stichting is op zesentwintig november tweeduizend tien opgericht voor‬‭¶‬

‭ .‬ ‭onbepaalde tijd.‬‭De stichting heeft haar zetel in de gemeente Amsterdam.‬ 2 ‭3.‬ ‭De stichting gebruikt in het maatschappelijk verkeer de naam: “‬‭Innoord‬‭”.‬ ‭ oel‬ D ‭Artikel 4‬‭¶‬ ‭Artikel 2‬‭De Stichting heeft ten‬ ‭Het‬‭doel‬‭:‬‭¶‬ ‭1.‬ v‭ an de stichting is‬‭het geven van openbaar onderwijs aan de‬‭Scholen,‬‭scholen‬‭die onder haar‬ ‭gezag vallen, met‬‭in achtneming‬‭inachtneming‬‭van het bepaalde in artikel 46 van de Wet, waarin‬ ‭het karakter van het openbaar onderwijs wordt omschreven‬‭;‭.‬‬ ‭2.‬ ‭het daartoe in stand houden -en stichten‬‭De stichting tracht dit doel te verwezenlijken door:‬ ‭a.‬ ‭de instandhouding‬‭van‬‭Scholen‬‭één of meer scholen‬‭voor‬‭primair‬‭openbaar‬‭onderwijs‬‭.‬‭;‬ ‭Organen‬‭¶‬

‭Artikel 5‬‭¶‬ ‭1.‬ ‭De Stichting kent de volgende organen:‬‭¶‬ ‭a.‬ ‭het bestuur;‬‭¶‬ ‭b.‬ ‭de raad van toezicht;‬‭¶‬ ‭2.‬ ‭De raad van toezicht kan commissies instellen en opheffen, die onder‬ ‭verantwoordelijkheid van de raad van toezicht belast kunnen worden met‬ ‭aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de raad van toezicht behoren.‬‭¶‬

‭3.‬ ‭De raad van toezicht stelt in het reglement als bedoeld in artikel 11, achtste lid, nadere‬ ‭regels vast voor de instelling, taken, werkwijze en samenstelling van de commissies.‬‭¶‬ ‭Vermogen‬‭¶‬

‭b.‬ ‭het doen geven en bevorderen van onderwijs in de zin van de WPO en/of andere‬ ‭onderwijswetgeving die op de stichting van toepassing kan zijn.‬ ‭c.‬ ‭De stichting onderkent de gezamenlijke verantwoordelijkheid van schoolbesturen voor‬ ‭een regionaal dekkend, kwalitatief hoogstaand en zo divers mogelijk onderwijsaanbod.‬ ‭De stichting geeft zich bij het nastreven van haa‬‭r statutaire doelen rekenschap van die‬ ‭(mede)verantwoordelijkheid, alsmede van haar maatschappelijke verantwoordelijkheid in‬ ‭meer brede zin. Kernbegrippen bij de vormgeving van de openbare identiteit zijn brede‬ ‭toegankelijkheid, kansengelijkheid, burgerschap, pluriformiteit en participatie‬‭.‬ ‭en al‬‭Artikel 6‬‭¶‬ ‭Het tot verwezenlijking van het doel van de Stichting bestemde vermogen wordt‬‭¶‬ ‭gevormd door:‬‭¶‬ ‭a.‬ ‭rijksbekostiging;‬‭¶‬ ‭b.‬ ‭vergoedingen voor de door de Stichting verleende diensten;‬‭¶‬ ‭c.‬ ‭subsidies, giften en donaties;‬‭¶‬

‭d.‬ ‭hetgeen‬‭verkregen wordt door erfstellingen‬‭met vorenstaande verband houdt‬‭of‬ ‭daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.‬ ‭ arakter openbaar onderwijs‬ K ‭Artikel 3‬ ‭1.‬ ‭Het openbaar onderwijs draagt overeenkomstig artikel 46 WPO bij aan de ontwikkeling van de‬ ‭leerlingen met aandacht voor de godsdienstige levensbeschouwelijke en maatschappelijke‬ ‭waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis‬ ‭van de verscheidenheid van die waarden. De scholen die de stichting in stand houdt, zijn‬ ‭toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing.‬ ‭ eldmiddelen‬ G ‭Artikel 4‬ ‭1.‬ ‭legaten, met dien verstande dat erfstellingen slechts‬‭De stichting hanteert alle wettige‬ ‭middelen die‬‭kunnen‬‭bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstelling, de verwerving van de‬ ‭daartoe benodigde middelen bij overheden, bedrijven, fondsen, financiële instellingen, loterijen‬ ‭en particulieren inbegrepen.‬ ‭2.‬ ‭Erfstellingen‬‭worden‬‭aanvaard‬‭slechts‬‭onder het voorrecht van boedelbeschrijving‬‭;‬‭aanvaard.‬ ‭d.‬ ‭hetgeen op andere wijze verkregen wordt.‬‭¶‬ ‭Bestuur: samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag, belet en‬‭¶‬ ‭ontstentenis‬‭¶‬

S‭ tichtingsorganen‬ ‭Artikel 5‬ ‭Artikel 7‬‭¶‬

‭1.‬ ‭De Stichting wordt bestuurd door het bestuur, bestaande uit één natuurlijke persoon, met‬ ‭de titel bestuurder.‬‭¶‬ ‭2.‬ ‭De bestuurder wordt benoemd door de raad van toezicht, met inachtneming van een door‬ ‭de raad van toezicht vastgestelde profielschets.‬‭¶‬

‭1.‬ ‭De‬‭raad‬‭stichting kent als organen:‬ ‭a.‬ ‭Het College‬‭van‬‭Bestuur;‬ ‭b.‬ ‭De Raad van Toezicht.‬ ‭2.‬ ‭Het College van Bestuur functioneert als stichtingsbestuur. De Raad van Toezicht functioneert als‬ ‭intern toezichthoudend orgaan.‬ ‭3.‬ ‭Zowel het College van Bestuur als de Raad van Toezicht kunnen commissies instellen, indien dat‬ ‭in het belang van de stichting noodzakelijk of wenselijk wordt acht.‬ ‭ ollege van Bestuur - Samenstelling, benoeming en ontslag‬ C ‭Artikel 6‬‭toezicht‬ ‭1.‬ ‭Het College van Bestuur bestaat uit ten minste één lid. Het aantal leden van het College van‬ ‭Bestuur wordt vastgesteld door de Raad van Toezicht.‬ ‭2.‬ ‭Indien het College van Bestuur uit meer dan één persoon bestaat, wordt één van hen door de‬ ‭Raad van Toezicht aangewezen als voorzitter van het College van Bestuur.‬ ‭3.‬ ‭De leden van het College van Bestuur worden benoemd door de Raad van Toezicht.‬ ‭4.‬ ‭Benoeming vindt plaats aan de hand van een door de Raad van Toezicht, vast te stellen openbare‬ ‭werving- en selectieprocedure en op basis van een vooraf openbaar gemaakte algemene‬ ‭profielschets, alsmede in geval van een meerhoofdig College van Bestuur, een profielschets per‬ ‭zetel.

De (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld advies‬ ‭uit te brengen terzake de profielschets(en).‬ ‭5.‬ ‭De Raad van Toezicht‬‭stelt nadere regels vast omtrent de procedure voor de werving en selectie‬ ‭van de‬‭bestuurder‬‭leden van het College van Bestuur met inachtneming van de relevante‬ ‭wettelijke bepalingen en daaruit voortvloeiende rechten voor de (gemeenschappelijke)‬ ‭medezeggenschapsraad‬‭.‬ ‭3.‬ ‭De bestuurder kan te allen tijde worden geschorst door de raad van toezicht. Een‬ ‭schorsing heeft betrekking op het uitvoeren van de bestuurlijke taken en bevoegdheden.‬ ‭De schorsing van de bestuurder vervalt, indien de raad van toezicht niet binnen drie‬ ‭maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of verlenging‬ ‭van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd,‬ ‭ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd‬ ‭genomen. De bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de‬ ‭raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is, te‬ ‭verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman.

Gedurende de‬ ‭schorsing worden de bestuurstaken waargenomen door één persoon die daartoe door de‬ ‭raad van toezicht is of wordt aangewezen en wordt er gehandeld alsof er een vacature is‬ ‭(lid 8 van dit artikel).‬‭¶‬ ‭4.‬ ‭De raad van toezicht is te allen tijde bevoegd de bestuurder te ontslaan in‬‭↵‬ ‭het geval de bestuurder naar het oordeel van de raad van toezicht in‬‭↵‬ ‭ernstige mate door handelen of nalaten de belangen van de Stichting heeft geschaad. De‬

‭bestuurder wordt in staat gesteld zich ten overstaan van de raad van toezicht te‬ ‭verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman.‬‭¶‬ ‭5.‬ ‭De bestuurder wordt benoemd voor een periode gelijk aan de duur van zijn aanstelling.‬‭¶‬ ‭6.‬ ‭De bestuurder defungeert:‬‭¶‬

‭6.‬ ‭Tot lid van het College van Bestuur kan niet worden benoemd een persoon die:‬ ‭a.‬ ‭Middellijk‬‭door zijn overlijden;‬ ‭¶‬ ‭b.‬ ‭door zijn vrijwillig aftreden (bedanken);‬‭¶‬ ‭c.‬

‭door zijn ontslag verleend door de raad van toezicht;‬‭¶‬

‭-‬

‭door het verstrijken‬ ‭of onmiddellijk deelneemt aan of betrokken is bij leveringen aan‬

‭ f aannemingen van de stichting of de school;‬ o ‭d.‬ ‭Lid is‬‭van de‬‭duur‬‭Raad‬‭van‬‭zijn aanstelling;‬‭¶‬ ‭e.‬ ‭door het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd;‬‭¶‬ ‭f.‬

‭door onder bewindstelling van zijn vermogen;‬‭¶‬

‭g.‬ ‭door ondercuratelestelling.‬‭¶‬

‭-‬

‭In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Bij langdurig ontstentenis of‬ ‭belet‬‭Toezicht‬‭van de‬‭bestuurder, worden de bestuurstaken waargenomen door één‬ ‭persoon die daartoe door‬‭stichting of die in de voorafgaande vier jaar lid van‬‭de‬‭raad‬ ‭ an toezicht is of wordt aangewezen. Gaat de raad van toezicht niet binnen vier‬ v ‭weken tot een zodanige aanwijzing over dan wordt de bestuurder waargenomen‬ ‭door de persoon die daartoe door de Gemeenteraad op verzoek van één of meer‬ ‭belanghebbende(n) is of wordt aangewezen.‬‭Raad van Toezicht is geweest;‬

‭7.‬ ‭De raad‬‭Een lid‬‭van‬‭toezicht is belast met‬‭het‬‭vaststellen‬‭College‬‭van‬‭de‬‭¶‬ ‭arbeidsvoorwaarden en bezoldiging van- en kostenvergoedingen aan de bestuurder.‬ ‭Jaarlijks wordt door de bestuurder in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op‬ ‭grond van het bepaalde in de vorige volzin zijn uitgegeven.‬‭¶‬ ‭8.‬ ‭Tenzij de raad van toezicht anders oordeelt, mag de bestuurder evenals zijn‬ ‭levenspartner en/of bloed- en aanverwanten tot en met de tweede graad geen enkel‬ ‭rechtstreeks of zijdelings persoonlijk voordeel genieten uit‬‭leveringen aan of‬ ‭overeenkomsten met de Stichting.‬‭¶‬

‭7.‬ ‭De bestuurder mag‬‭Bestuur vervult‬‭geen nevenfuncties‬‭bekleden‬‭die conflicterend zijn met‬‭-‬‭het‬ ‭doel van de‬‭Stichting. Om een eventueel conflicterend karakter‬‭stichting. Voor aanvaarding‬ ‭van een‬‭betaalde of onbetaalde‬‭nevenfunctie‬‭te kunnen beoordelen,‬‭wordt voorafgaand‬ ‭goedkeuring gevraagd aan de Raad van Toezicht. Aan leden van het College van Bestuur worden‬ ‭geen persoonlijke leningen of financiële garanties namens de stichting‬‭verstrekt‬ ‭de bestuurder‬ ‭aan de raad‬‭.‬ ‭8.‬ ‭De Raad van Toezicht schorst en ontslaat de leden van het College van Bestuur. Een besluit tot‬ ‭ontslag wordt slechts genomen na verkregen advies van de (gemeenschappelijke)‬ ‭medezeggenschapsraad.‬ ‭9.‬ ‭Een lid van het College van Bestuur defungeert voorts:‬ ‭a.‬ ‭door zijn overlijden;‬ ‭b.‬ ‭doordat hij het vrij beheer over zijn vermogen verliest;‬ ‭c.‬ ‭door zijn ondercuratelestelling;‬

‭ .‬ ‭door zijn vrijwillig aftreden (bedanken);‬ d ‭e.‬ ‭door de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst met de stichting;‬ ‭f.‬ ‭door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele‬ ‭herbenoeming;‬ ‭g.‬ ‭door zijn ontslag door de rechtbank;‬ ‭In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.‬‭van toezicht jaarlijks een overzicht van al‬ ‭zijn nevenfuncties.‬‭¶‬

‭10.‬ ‭Bestuur; taken .‬‭In geval van één of meer vacatures in het College van Bestuur vormen de‬ ‭overblijvende bestuursleden niettemin een wettig bestuur. Bij ontstentenis, schorsing of ontslag‬ ‭van het voltallige College van Bestuur, wordt het College van Bestuur waargenomen door de Raad‬ ‭van Toezicht, onverminderd de bevoegdheid van de Raad van Toezicht één of meer personen voor‬ ‭bepaalde tijd als waarnemend bestuurslid te benoemen. De gemeente dient zo spoedig mogelijk‬ ‭nadat deze situatie is ontstaan hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. Gaat de Raad‬ ‭van Toezicht niet binnen vier weken tot een zodanige beslissing over dan wordt het College van‬ ‭Bestuur waargenomen door de persoon die daartoe door de gemeenteraad op verzoek van één‬ ‭of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen.‬ ‭ ollege van Bestuur - Taken‬‭en bevoegdheden‬ C ‭Artikel 7‬ ‭1.‬ ‭Het College van Bestuur is belast met het besturen van de stichting. Het College van Bestuur richt‬ ‭zich bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden naar het belang van de stichting en de‬ ‭door de stichting in stand gehouden scholen.‬ ‭2.‬ ‭Het College van Bestuur draagt er zorg voor dat de Raad van Toezicht tijdig over de informatie‬ ‭beschikt die vereist is voor de uitoefening van het intern toezicht en diens overige taken.

Ook‬ ‭voorziet het College van Bestuur in administratieve ondersteuning ten behoeve van de Raad van‬ ‭Toezicht.‬ ‭3.‬ ‭Het College van Bestuur is bevoegd de stichting te vertegenwoordigen. Indien het College van‬ ‭Bestuur uit meer dan twee personen bestaat, komt de bevoegdheid tot vertegenwoordiging toe‬ ‭aan de voorzitter tezamen met een ander lid van het College van Bestuur. Het College van Bestuur‬ ‭kan een lid of een andere persoon volmacht verlenen de stichting te vertegenwoordigen.‬ ‭4.‬ ‭Het College van Bestuur benoemt, schorst en ontslaat de personeelsleden van de stichting.‬ ‭5.‬ ‭Het College van Bestuur behoeft voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht voor‬ ‭besluiten strekkende tot:‬ ‭a.‬ ‭Vaststelling of wijziging van de (meerjaren)begroting, de jaarrekening en het jaarverslag,‬ ‭alsmede - voor zover van toepassing - het strategisch koers- en/of meerjarenplan;‬ ‭b.‬ ‭Vaststelling en wijziging van het kwaliteitszorgsysteem en het daarbij te hanteren‬ ‭kwaliteitskader;‬ ‭c.‬ ‭Vaststelling en wijziging van de klachtenregeling;‬ ‭d.‬ ‭Verkrijging, vervreemding en bezwaring van onroerende zaken, aandelen en obligaties;‬ ‭e.‬ ‭Aangaan van langlopende geldleningen;‬ ‭f.‬ ‭Aanvaarding van aan de stichting gemaakte erfstellingen, legaten en schenkingen;‬ ‭g.‬ ‭Verkrijging, wijziging of beëindiging van deelneming of zeggenschap in een andere‬ ‭rechtspersoon;‬ ‭h.‬

‭Aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met derden, voor zover van‬ ‭ingrijpende betekenis voor de stichting of de scholen;‬

i‭.‬ D ‭ oorvoeren van belangrijke wijzigingen in de organisatie van de scholen;‬ ‭j.‬ ‭Wijziging van de arbeidsvoorwaarden of ontslag van een aanzienlijk aantal‬ ‭personeelsleden van de stichting in korte tijd;‬ ‭k.‬ ‭Fusie of splitsing van de scholen;‬ ‭l.‬ ‭Vaststelling en wijziging van de reglementen van de stichting, met dien verstande dat de‬ ‭Raad van Toezicht bevoegd is zijn eigen reglement vast te stellen;‬ ‭m.‬ ‭Aanvragen van surseance van betaling of faillissement van de stichting.‬ ‭6.‬ ‭Het College van Bestuur is slechts met voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht‬ ‭bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of‬ ‭bezwaring van registergoederen, tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich‬ ‭als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot‬ ‭zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. Op het ontbreken van goedkeuring van‬ ‭de Raad van Toezicht kan jegens derden een beroep worden gedaan.‬ ‭7.‬ ‭De Raad van Toezicht is bevoegd ook andere besluiten dan in lid 5 en lid 6 van dit artikel genoemd‬ ‭aan zijn goedkeuring te onderwerpen.

Deze andere besluiten dienen duidelijk te worden‬ ‭omschreven en schriftelijk aan het College van Bestuur te worden medegedeeld.‬ ‭8.‬ ‭Het College van Bestuur meldt de Raad van Toezicht mogelijke belangentegenstellingen. Besluiten‬ ‭van het College van Bestuur waarbij tegenstrijdige belangen kunnen spelen, behoeven eveneens‬ ‭voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. In situaties van belangenverstrengeling‬ ‭komt de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de stichting in afwijking van lid 3 van dit artikel‬ ‭toe aan de Raad van Toezicht.‬ ‭9.‬ ‭Het ontbreken van goedkeuring als bedoeld in dit artikel tast de‬ ‭vertegenwoordigingsbevoegdheid van het College van Bestuur niet aan behoudens het bepaalde‬ ‭in lid 6 van dit artikel.‬ ‭ ollege van Bestuur- Besluitvorming‬ C ‭Artikel 8‬ ‭1.‬ ‭De bestuurder is belast met het besturen van de Stichting. Bij de vervulling van zijn taak‬ ‭richt de bestuurder zich naar het belang van de Stichting en naar het belang van de‬ ‭scholen die door de Stichting in stand worden gehouden.‬‭¶‬ ‭2.‬ ‭De bestuurder vormt het bestuur in de zin van het Burgerlijk Wetboek en de Wet en‬ ‭heeft alle taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens deze statuten en de wet aan‬ ‭anderen zijn toegekend.

Ter uitwerking van specifieke taken en bevoegdheden, zomede‬ ‭bepalingen betreffende de werkwijze van de bestuurder, wordt door de bestuurder een‬ ‭bestuursreglement opgesteld. Voordat tot vaststelling van het bestuursreglement kan‬ ‭worden overgegaan dient dit reglement door de raad van toezicht te worden‬ ‭goedgekeurd.‬‭¶‬ ‭3.‬ ‭De bestuurder legt voor de door hem uitgevoerde bestuurlijke taken en bevoegdheden‬ ‭verantwoording af aan de raad van toezicht en draagt zorg voor een goede en tijdige‬ ‭informatievoorziening aan de raad van toezicht, waarbij hij ten minste vier keer per jaar‬ ‭de raad van toezicht informeert over de algemene gang van zaken binnen de Stichting.‬ ‭In het bestuursreglement wordt de wijze waarop dit dient te geschieden vastgelegd. De‬ ‭bestuurder is gehouden (ongevraagd en desgevraagd) alle inlichtingen en gegevens te‬

‭verstrekken die nodig kunnen zijn voor een verantwoord toezicht door raad van toezicht.‬ ‭Tevens wordt in het bestuursreglement aandacht besteed aan de procedure inzake de‬ ‭werving en selectie van de bestuurder.‬‭¶‬ ‭4.‬ ‭De bestuurder formuleert met inachtneming van de doelen van de Stichting als bedoeld in‬ ‭artikel 4 van deze statuten concrete doelstellingen van de scholen die door de Stichting in‬ ‭stand wordt gehouden, daarbij rekening houdend met de belangen van hen die bij die‬ ‭scholen zijn betrokken en rekening houdend met de eisen die de samenleving aan‬ ‭onderwijs stelt. De bestuurder legt in het jaarverslag verantwoording af over de mate‬ ‭waarin de vastgestelde doelstellingen worden gehaald.‬‭¶‬ ‭5.‬ ‭De bestuurder is - met inachtneming van de voorwaarden en beperkingen als gesteld in‬ ‭de Wet en deze statuten - bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen,‬ ‭daaronder met name ook begrepen het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten‬ ‭tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van‬ ‭overeenkomsten waarbij de‬‭Stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich‬ ‭voor een‬‭derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een‬‭↵‬ ‭ander verbindt.

De met name in dit lid genoemde besluiten zijn onderworpen aan de‬ ‭goedkeuring van de raad van toezicht.‬‭¶‬ ‭6.‬ ‭Voorts heeft de bestuurder de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig‬ ‭voor het nemen van besluiten met betrekking tot:‬‭¶‬ ‭a.‬ ‭het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke‬ ‭niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan‬ ‭een door de raad van toezicht vastgesteld en aan de bestuurder meegedeeld bedrag;‬‭¶‬ ‭b.‬ ‭de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers‬ ‭tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek;‬‭¶‬ ‭c.‬

‭ingrijpende wijziging van de interne organisatiestructuur en/of van de‬ ‭arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de‬ ‭Stichting;‬‭¶‬

‭d.‬ ‭een aanvraag tot faillissement of van surseance van betaling;‬‭¶‬ ‭e.‬ ‭het doen van een voorstel aan de Gemeenteraad tot opheffing of afsplitsing van (een‬ ‭deel van) de door de Stichting in stand gehouden scholen;‬‭¶‬ ‭f.‬

‭het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere‬ ‭rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is‬ ‭voor de Stichting of de in stand te houden scholen;‬‭¶‬

‭g.‬ ‭(het doen van een voorstel tot) opheffing van een school als geheel, opheffing van‬ ‭een onderdeel van een school (nevenvestiging of dislocatie) of afsplitsing van een‬ ‭deel van een door de Stichting in stand gehouden school of fusie van een school met‬ ‭een andere instelling;‬‭¶‬ ‭h.‬ ‭de vaststelling of wijziging van een strategisch meerjarenplan;‬‭¶‬ ‭i.‬

‭de vaststelling en wijziging van de (meerjaren)begroting;‬‭¶‬

‭j.‬

‭de vaststelling van de jaarrekening en het jaarverslag, zoals genoemd in artikel 14,‬ ‭vierde lid van deze statuten;‬‭¶‬

‭k.‬ ‭het vaststellen/wijzigen van een bestuursreglement.‬‭¶‬ ‭7.‬ ‭Tegen de achtergrond van de benodigde deskundigheid draagt de bestuurder zorg voor‬ ‭voortdurende persoonlijke ontwikkeling. Het functioneren van de bestuurder wordt‬ ‭minimaal jaarlijks door de raad van toezicht beoordeeld.‬‭¶‬ ‭8.‬ ‭De bestuurder draagt met inachtneming van de Archiefwet 1995 zorg voor de‬ ‭archiefbescheiden.‬‭¶‬ ‭Vertegenwoordiging‬‭¶‬

‭1.‬ ‭In geval van een eenhoofdig College van Bestuur draagt deze zorg voor een schriftelijke‬ ‭vastlegging en bekendmaking van door hem genomen besluiten.‬ ‭2.‬ ‭In geval van een meerhoofdig College van Bestuur vindt besluitvorming plaats bij meerderheid‬ ‭van stemmen, waarbij ieder lid van het College van Bestuur één stem heeft. Bij het staken van‬ ‭stemmen beslist de voorzitter van het College van Bestuur. Een eventuele portefeuilleverdeling‬ ‭binnen het College van Bestuur laat de collectieve verantwoordelijkheid van het College onverlet.‬ ‭Het College van Bestuur regelt de wijze van vergaderen, besluitvorming en verslaglegging in een‬ ‭reglement.‬ ‭ aad van Toezicht - Samenstelling en benoeming‬ R ‭Artikel 9‬ ‭1.‬ ‭De bestuurder vertegenwoordigt de Stichting in en buiten rechte, voor zover uit de wet‬ ‭niet anders voortvloeit.‬‭¶‬ ‭2.‬ ‭De bestuurder kan besluiten tot de verlening van volmacht aan derden, om de Stichting‬ ‭binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.‬‭¶‬ ‭3.‬ ‭Indien sprake is van een tegenstrijdig belang tussen de Stichting en de bestuurder, wordt‬ ‭de Stichting vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van toezicht of een andere‬ ‭door de raad van toezicht aan te wijzen persoon.‬‭¶‬ ‭Toezicht op de Stichting door de Gemeenteraad‬‭¶‬

‭1.‬ ‭De Raad van Toezicht bestaat uit een door de Raad van Toezicht te bepalen aantal leden van ten‬ ‭minste vijf en ten hoogste zeven natuurlijke personen. De benoeming van de leden van de Raad‬ ‭van Toezicht vindt plaats op persoonlijke titel. Is het aantal leden minder dan vijf, dan behoudt de‬ ‭Raad van Toezicht zijn bevoegdheden onverminderd de verplichting om onverwijlde maatregelen‬ ‭tot aanvulling van zijn ledental te nemen.‬ ‭De leden‬‭Artikel 10‬‭¶‬ ‭1.‬ ‭De Gemeenteraad oefent toezicht uit op de Stichting in de zin van de Wet door - wanneer‬ ‭zulks naar het oordeel van de Gemeenteraad geboden is -‬‭↵‬ ‭de bevoegdheden te gebruiken die aan de Gemeenteraad zijn toegekend bij of krachtens‬ ‭deze statuten en de Wet.‬‭¶‬ ‭2.‬ ‭De bestuurder verzendt binnen twee weken na goedkeuring‬‭van de‬‭raad‬‭Raad‬‭van‬‭toezicht‬ ‭het jaarverslag inclusief de jaarrekening aan de Gemeenteraad.‬‭¶‬

‭3.‬ ‭Op verzoek van de Gemeenteraad verschaft de bestuurder aan de Gemeenteraad de‬ ‭gegevens die de Gemeenteraad redelijkerwijs nodig heeft om zijn toezichthoudende taken‬ ‭te kunnen uitoefenen.‬‭¶‬ ‭4.‬ ‭Een besluit tot statutenwijziging als beschreven in artikel 16 behoeft de goedkeuring van‬ ‭de Gemeenteraad voordat de akte van statutenwijziging kan‬‭Toezicht‬‭worden‬‭verleden.‬‭¶‬ ‭5.‬ ‭Een besluit tot ontbinding als beschreven in artikel 17 behoeft de‬‭↵‬ ‭goedkeuring van de Gemeenteraad, waartoe wordt verwezen naar de desbetreffende‬ ‭artikelen uit de wet.‬‭¶‬

‭2.‬ ‭In geval van ernstige taakverwaarlozing door de bestuurder dan wel de raad van toezicht‬ ‭of het functioneren in strijd‬‭benoemd door de gemeenteraad,‬‭met‬‭de wet, is de‬ ‭Gemeenteraad bevoegd te voorzien in het bestuur van de Scholen en zo nodig bevoegd de‬ ‭Stichting te ontbinden.‬‭inachtneming van het hierna bepaalde.‬ ‭Raad van toezicht: taken en bevoegdheden‬‭¶‬

‭3.‬ ‭Bij zeven leden van de Raad van Toezicht worden drie leden benoemd op bindende voordracht‬ ‭van de oudergeledingen van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad en één lid wordt‬ ‭benoemd op bindende voordracht van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad. De drie‬ ‭overige leden worden op voordracht van de Raad van Toezicht benoemd.‬ ‭Bij zes leden‬‭Artikel 11‬‭¶‬ ‭4.‬ ‭Onverminderd het bepaalde ten aanzien‬‭van de‬‭Raad van Toezicht worden twee leden‬ ‭benoemd op bindende voordracht van de oudergeledingen van de (gemeenschappelijke)‬ ‭medezeggenschapsraad en één lid wordt benoemd op bindende voordracht van de‬ ‭(gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad. De drie overige leden worden op voordracht van‬ ‭de Raad van Toezicht benoemd.‬ ‭5.‬ ‭Bij vijf leden van de Raad van Toezicht worden twee leden benoemd op bindende voordracht van‬ ‭de oudergeledingen van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad en één lid wordt‬ ‭benoemd op bindende voordracht van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad. De‬ ‭twee overige leden worden op voordracht van de Raad van Toezicht benoemd.‬ ‭6.‬ ‭De (bindende) voordracht van een lid van de Raad van Toezicht geschiedt aan de hand van een‬ ‭door de Raad van Toezicht vast te stellen kenbare selectieprocedure en openbare profielschets,‬ ‭die ter advisering wordt voorgelegd aan de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad.

Een‬ ‭voorgedragen lid voor de Raad van Toezicht dient principieel voorstander te zijn van het openbaar‬ ‭onderwijs.‬ ‭7.‬ ‭De profielschets bevat de kwaliteiten en deskundigheden, waaraan een lid van de Raad van‬ ‭Toezicht dient te voldoen. Bij het ontstaan van een vacature kan de Raad van Toezicht het profiel‬ ‭desgewenst nader invullen gelet op de in de Raad van Toezicht aanwezige en gewenste‬ ‭deskundigheden en diversiteit in de samenstelling.‬ ‭8.‬ ‭De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaren en zijn - al‬ ‭dan niet aansluitend - eenmaal herbenoembaar. Door de Raad van Toezicht wordt een rooster‬ ‭van aftreden opgesteld. Een lid van de Raad van Toezicht treedt volgens dit rooster, doch uiterlijk‬ ‭vier jaar na zijn benoeming, af. Herbenoeming van een lid van de Raad van Toezicht vindt tevens‬ ‭plaats door de gemeenteraad.‬ ‭9.‬ ‭De Raad van Toezicht benoemt uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter en kan‬ ‭eventuele taken onderling verdelen bij reglement.‬

‭ aad van Toezicht – Schorsing, ontslag, defungeren, belet en ontstentenis‬ R ‭Artikel 10‬ ‭1.‬ ‭Een lid van de Raad van Toezicht defungeert:‬ ‭a.‬ ‭door zijn overlijden;‬ ‭b.‬ ‭doordat hij het vrij beheer over zijn vermogen verliest;‬ ‭c.‬ ‭door zijn ondercuratelestelling;‬ ‭d.‬ ‭door zijn vrijwillig aftreden (bedanken);‬ ‭e.‬ ‭door zijn ontslag verleend door de gemeenteraad.‬ ‭f.‬ ‭door het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele‬ ‭herbenoeming.‬ ‭2.‬ ‭Een lid van de Raad van Toezicht kan door de gemeenteraad worden ontslagen wegens:‬ ‭a.‬ ‭ernstige taakverwaarlozing of functioneren in strijd met de wet;‬ ‭b.‬ ‭onverenigbaarheid van functies of belangen;‬ ‭c.‬ ‭wijziging van de omstandigheden of andere redenen op grond waarvan zijn handhaving‬ ‭als lid redelijkerwijs niet kan worden verlangd.‬ ‭3.‬ ‭De Raad van Toezicht kan wegens de in lid 2 genoemde gronden een lid van de Raad van Toezicht‬ ‭voor maximaal drie maanden schorsen.‬ ‭4.‬ ‭Bij belet of ontstentenis van alle leden van de Raad van Toezicht of van het enige (overgebleven)‬ ‭lid worden de taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht waargenomen door de‬ ‭perso(o)n(en) die daartoe door de gemeenteraad is of wordt aangewezen. De gemeente dient zo‬ ‭spoedig mogelijk nadat deze situatie is ontstaan hiervan schriftelijk op de hoogte te worden‬ ‭gesteld.

Gaat de gemeenteraad niet binnen twee weken nadat hij van de gemelde situatie op de‬ ‭hoogte is gesteld tot een zodanige aanwijzing over, dan wordt de Raad van Toezicht‬ ‭waargenomen door de persoon die daartoe door de voorzieningenrechter van de Rechtbank‬ ‭(bevoegde rechtbank) op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen.‬ ‭ aad van Toezicht - Taken en bevoegdheden‬ R ‭Artikel 11‬‭Gemeenteraad in deze‬‭↵‬ ‭statuten en de wet is het‬

‭1.‬ ‭De Raad van Toezicht houdt‬‭toezicht op het beleid van‬‭de bestuurder‬‭het College van Bestuur‬‭en‬ ‭op de algemene gang van zaken‬‭in de Stichting‬‭binnen de stichting alsmede het uitoefenen van‬ ‭die taken en bevoegdheden die in deze statuten aan de Raad van Toezicht zijn‬‭opgedragen‬‭aan‬ ‭een raad van toezicht.‬‭of toegekend. Hij adviseert naar eigen inzicht het College van Bestuur.‬ ‭1.‬ ‭De raad van toezicht staat de bestuurder met raad ter zijde.‬‭¶‬

‭2.‬ ‭De raad van toezicht‬‭Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de Raad van Toezicht‬ ‭zich naar het belang van de stichting en de scholen.‬ ‭3.‬ ‭De Raad van Toezicht‬‭is belast met‬‭:‬‭c.q. bevoegd tot:‬ ‭a.‬ ‭het goedkeuren‬‭Benoeming, schorsing en ontslag‬‭van de‬‭besluiten, zoals genoemd in‬ ‭artikel 8, lid 5 en lid 6‬‭leden‬‭van‬‭deze statuten;‬‭¶‬

a‭ .‬ ‭het‬‭aanwijzen‬‭College‬‭van‬‭een certificerend‬‭Bestuur;‬ ‭b.‬ ‭Vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de leden van het College van Bestuur;‬ ‭b.‬ ‭Aanwijzing en benoeming - na overleg met het College van Bestuur - van de‬‭accountant‬‭en‬ ‭het vaststellen van de opdracht aan deze;‬‭¶‬

‭c.‬ ‭het goedkeuren van een statutenwijziging, zoals genoemd‬‭als bedoeld‬‭in artikel‬ ‭16‬‭2:393‬‭, eerste lid‬ ‭van de statuten;‬‭, Burgerlijk Wetboek;‬

‭d.‬ ‭het goedkeuren‬‭Het jaarlijks afleggen‬‭van‬‭verantwoording over‬‭de‬‭ontbinding‬‭uitvoering‬ ‭van de‬‭Stichting, zoals genoemd‬‭taken en de uitoefening van de bevoegdheden in het‬ ‭jaarverslag;‬ ‭e.‬ ‭Vaststelling en wijziging van een reglement Raad van Toezicht waarin de wijze van‬ ‭besluitvorming van de Raad van Toezicht is geregeld;‬ ‭f.‬ ‭Vertegenwoordiging van de stichting in geval van belangenverstrengeling bij het College‬ ‭van Bestuur.‬ ‭4.‬ ‭Het toezicht omvat, buiten de‬‭in artikel‬‭17 lid 1‬‭van de statuten;‬‭7 neergelegde‬ ‭goedkeuringsrechten, in ieder geval:‬ ‭a.‬ ‭het toezien‬‭Toezien‬‭op de naleving‬‭door de bestuurder‬‭van de‬‭code goed‬‭wettelijke‬ ‭bepalingen, de regels met betrekking tot governance daaronder begrepen;‬‭bestuur, zoals‬ ‭genoemd in de Wet;‬‭¶‬

‭b.‬ ‭het toezien‬‭Toezien‬‭op de rechtmatige verwerving en‬‭de doelmatige en rechtmatige‬ ‭bestemming en aanwending van de middelen van de‬‭School‬‭verkregen op grond van‬ ‭de wet;‬‭stichting en de school;‬ ‭c.‬

‭het toezien op de naleving door de bestuurder van wettelijke verplichtingen;‬‭¶‬

‭c.‬ a ‭ ndere taken die de Wet aan de raad‬‭Bewaken van het‬‭normatieve kader waarbinnen‬ ‭de stichting en de school opereren, met bijzondere aandacht voor de doelstelling en de‬ ‭continuïteit;‬ ‭d.‬ ‭Toezien op de kwaliteit‬‭van‬‭toezicht toekent.‬‭¶‬ ‭d.‬ ‭Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar‬‭het‬‭belang van‬ ‭de Stichting en‬‭onderwijs, alsmede‬‭het‬‭belang van‬‭de Scholen die door de Stichting‬ ‭in stand wordt gehouden.‬‭karakter van het openbaar‬‭onderwijs;‬ ‭e.‬ ‭De leden‬‭Periodieke beoordeling en evaluatie‬‭van‬‭de‬‭raad‬‭het (onderlinge) functioneren‬ ‭van‬‭bestuur en‬‭toezicht‬ ‭vervullen hun taak zonder‬‭last of ruggespraak‬‭.‬ ‭5.‬ ‭De Raad‬‭van‬‭bij‬‭Toezicht is vrij in de wijze waarop‬‭hij zich laat informeren over‬‭de‬‭Stichting dan‬ ‭wel haar instellingen betrokken deelbelangen.‬‭stichting,‬‭met dien verstande dat hij ten minste‬ ‭tweemaal per jaar met de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad overleg voert.‬ ‭2.‬ ‭De raad van toezicht evalueert jaarlijks zijn functioneren.‬‭¶‬

‭6.‬ ‭De raad van toezicht‬‭De Raad van Toezicht‬‭legt in het‬‭jaarverslag‬‭bestuursverslag‬ ‭verantwoording af‬‭over de uitvoering van haar toezichthoudende‬‭taken.‬‭van de‬ ‭(neven)werkzaamheden van zijn leden, alsook van het door de Raad uitgeoefende toezicht op de‬ ‭stichting en de scholen.‬ ‭7.‬ ‭De‬‭raad van toezicht stelt‬‭Raad van Toezicht regelt‬‭zijn werkzaamheden en al wat zijn‬ ‭functioneren betreft in‬‭een‬‭door de Raad van Toezicht‬‭vast te stellen‬‭reglement‬‭vast ter zake‬ ‭van zijn werkwijze, waar in ieder geval de ontwerpen als‬‭Raad van Toezicht zoals‬‭bedoeld in‬ ‭lid 3 sub e van dit‬‭artikel‬ ‭13 lid 13 van deze statuten‬‭zijn opgenomen‬‭.‬ ‭Raad van toezicht: samenstelling, zittingsduur. benoeming en ontslag‬‭¶‬

‭8.‬ ‭De Raad van Toezicht kan desgewenst een auditcommissie en/of andere commissies instellen. De‬ ‭Raad van Toezicht regelt de samenstelling van deze commissie(s) in een reglement.‬ ‭ aad van Toezicht – Besluitvorming en werkwijze‬ R ‭Artikel 12‬ ‭1.‬ ‭De‬‭raad‬‭Raad‬‭van‬‭toezicht bestaat uit‬‭Toezicht vergadert‬‭ten minste‬‭vijf‬‭natuurlijke personen.‬‭¶‬

‭2.‬ ‭De‬‭maal per jaar en voorts zo dikwijls als nodig is voor de juiste uitoefening van zijn taak.‬

‭Vergaderingen worden voorts gehouden indien de voorzitter dan wel twee andere‬‭leden van de‬ ‭raad van toezicht onderschrijven en respecteren het karakter‬‭Raad‬‭van‬‭het openbaar‬ ‭onderwijs.‬‭¶‬ ‭3.‬ ‭De leden‬‭Toezicht dit wenselijk achten, of indien het‬‭College‬‭van‬‭de raad van toezicht worden‬ ‭benoemd door de Gemeenteraad.‬‭¶‬ ‭4.‬ ‭De raad van toezicht hanteert‬‭Bestuur‬‭een‬‭rooster van‬‭aftreden waarmee gewaarborgd‬ ‭wordt dat de (her)benoeming van bestuurders verspreid over opvolgende jaren‬ ‭plaatsvindt.‬‭¶‬ ‭5.‬ ‭Een lid van de raad van toezicht wordt benoemd voor de duur van vier jaar,‬‭met‬ ‭uitzondering van een lid die wordt herbenoemd voor een kortere periode, zulks geldend‬ ‭voor de eerste lichting van de leden raad van toezicht die per één juli tweeduizend‬ ‭vijftien zijn benoemd en/of ter vervanging van een lid wiens benoeming binnen zijn‬ ‭benoemingsperiode eindigt.

De in een tussentijdse vacature benoemd lid wordt‬ ‭benoemd voor de resterende duur van de zittingsperiode van zijn voorganger en neemt‬ ‭op het rooster van aftreden de plaats in van degene in wiens vacature hij werd‬ ‭benoemd.‬‭¶‬ ‭6.‬ ‭Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk‬ ‭herbenoembaar voor een periode van maximaal vier jaar, rekening houdende met de‬ ‭omstandigheid dat niemand langer dan acht jaar aaneengesloten lid van de raad van‬ ‭toezicht kan zijn. Dit houdt in dat in bepaalde gevallen een lid van de raad van toezicht‬ ‭meer dan één keer kan worden herbenoemd. Ook voor een herbenoeming van een lid‬ ‭van de raad van toezicht is opnieuw een besluit van de Gemeenteraad vereist.‬‭¶‬ ‭7.‬ ‭De benoeming van de leden van de raad van toezicht geschiedt met inachtneming van‬ ‭de voordrachtsrechten als bepaald in het lid 8, lid 9 en lid 10 van dit artikel. Benoeming‬ ‭geschiedt met inachtneming van een door de raad van toezicht opgestelde en openbaar‬ ‭gemaakte profielschets waarin de noodzakelijke competenties van de raad van toezicht‬ ‭en de afzonderlijke leden van de raad van toezicht worden beschreven.

De raad van‬ ‭toezicht gaat met de in dit lid genoemde profielschets aan het werk nadat de‬ ‭Gemeenteraad in de gelegenheid is gesteld advies uit te brengen over de inhoud van de‬ ‭profielschets.‬‭¶‬ ‭8.‬ ‭De benoeming van de leden van de raad van toezicht zijn onderworpen aan het‬ ‭adviesrecht van de GMR.‬‭¶‬ ‭9.‬ ‭De oudergeleding van de GMR wordt door de raad van toezicht uitgenodigd om voor‬ ‭twee zetels in de raad van toezicht een bindende voordracht te doen. De (ongedeelde)‬ ‭GMR wordt voorts in de gelegenheid gesteld om voor één zetel in de raad van toezicht‬ ‭een bindende voordracht te doen.‬‭¶‬ ‭Elke voordracht, ongeacht van welke voordragende partij deze afkomt, wordt‬ ‭opgemaakt met inachtneming van het in lid 7 van dit artikel genoemde profiel.‬‭¶‬

‭Een op voordracht van de oudergeleding van de GMR en van de GMR benoemd lid van de‬ ‭raad van toezicht vervult zijn taak zonder last of ruggespraak en onafhankelijk van bij de‬ ‭Stichting dan wel haar instellingen betrokken deelbelangen.‬‭¶‬ ‭10.‬ ‭Voor een zetel in de raad van toezicht waarvoor de oudergeleding van de GMR en de‬ ‭GMR geen voordrachtsrecht heeft of ten aanzien waarvan zij het aan hen toekomend‬ ‭voordrachtsrecht niet hebben uitgeoefend binnen drie -maanden na daartoe door de‬ ‭raad van toezicht te zijn uitgenodigd, heeft de raad van toezicht een voordrachtsrecht.‬‭¶‬ ‭11.‬ ‭De in de leden 9 en 10 van dit artikel genoemde voordrachten worden voorbereid door‬ ‭een benoemingsadviescommissie. De werkwijze van deze benoemingsadviescommissie‬ ‭wordt in een door de raad van toezicht vast te stellen reglement nader uitgewerkt. De‬ ‭voordracht wordt opgemaakt met inachtneming van het profiel bedoeld in lid 7 van dit‬ ‭artikel.‬‭¶‬

‭1.‬ ‭redenen omkleed‬‭In vacatures wordt zo spoedig mogelijk‬‭voorzien.‬‭Een niet voltallige raad van‬ t‭ oezicht behoudt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad‬ ‭van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de‬‭↵‬ ‭taken en bevoegdheden van de raad van toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die‬ ‭daartoe door de Gemeenteraad wordt of worden aangewezen. Indien de Gemeenteraad‬ ‭niet binnen vier weken, nadat de in -de derde volzin van dit lid beschreven situatie zich‬ ‭voordoet, een waarnemer heeft aangewezen, zal de voorzieningenrechter van de‬ ‭rechtbank van het arrondissement waarbinnen de Stichting statutair is gevestigd, op‬

‭verzoek‬‭↵‬ ‭↵‬ ‭van één of meer belanghebbende(n) de perso(o)n(en) aanwijzen‬‭daartoe aan de voorzitter‬

‭richt‬‭.‬ ‭12.‬ ‭Een lid van de raad van toezicht defungeert:‬‭¶‬ ‭a.‬ ‭De‬‭door zijn overlijden;‬‭¶‬ ‭b.‬ ‭door zijn vrijwillig aftreden (bedanken);‬‭¶‬ ‭c.‬

‭door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden;‬‭¶‬

‭d.‬ ‭door zijn ontslag hem verleend door de Gemeenteraad.‬‭¶‬ ‭e.‬ ‭door onder bewindstelling van zijn vermogen.‬‭¶‬ ‭f.‬

‭door ondercuratelestelling.‬‭¶‬

‭13.‬ ‭De Gemeenteraad is te allen tijde bevoegd een lid van de raad van toezicht te schorsen‬ ‭of te ontslaan. Het betrokken lid van de raad van toezicht wordt in de gelegenheid‬ ‭gesteld zich ten overstaan van de Gemeenteraad te verantwoorden. Daarbij kan hij zich‬ ‭doen bijstaan dooreen raadsman.‬‭¶‬ ‭14.‬ ‭De raad van toezicht kan eveneens een lid van de raad van toezicht‬‭¶‬ ‭schorsen. De schorsing van het lid van de raad van toezicht vervalt, indien‬‭↵‬ ‭de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing‬ ‭besluit tot opheffing of verlenging van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste‬ ‭drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging‬ ‭van de schorsing werd genomen.‬‭¶‬

‭Dit brengt de periode van schorsing op maximaal zes maanden. Het lid van de raad van‬ ‭toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich in een‬‭vergadering van de‬‭raad van toezicht‬ ‭waarin schorsing of verlenging daarvan aan de‬‭↵‬ ‭orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman.‬‭¶‬ ‭15.‬ ‭De raad van toezicht rapporteert het besluit tot schorsing of ontslag onmiddellijk aan de‬ ‭Gemeenteraad.‬‭¶‬ ‭16.‬ ‭Leden van de raad van toezicht kunnen in ieder geval niet zijn personen die:‬‭¶‬ ‭a.‬ ‭in de afgelopen vier jaar in dienst van de Stichting zijn of zijn geweest, dan wel‬ ‭levenspartner en/of bloed- en aanverwant tot de tweede graad zijn van die‬ ‭(gewezen) werknemer, tenzij de raad van toezicht anders oordeelt ten aanzien van‬ ‭de gewezen werknemer of diens levenspartner en/of bloed of aanverwant tot de‬ ‭tweede graad;‬‭¶‬ ‭b.‬ ‭bestuurder van de Stichting zijn of in de afgelopen vier jaar zijn‬‭¶‬ ‭geweest;‬‭¶‬ ‭c.‬

‭lid zijn van het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente‬ ‭Amsterdam;‬‭¶‬

‭d.‬ ‭lid zijn van de raad van de Gemeente Amsterdam;‬‭¶‬ ‭e.‬ ‭lid zijn van de GMR of medezeggenschapsraad van een school die onder het bestuur‬ ‭van de Stichting staat;‬‭¶‬ ‭f.‬

‭als advocaat, gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van‬ ‭Stichting dan wel ten behoeve van de wederpartij van de Stichting;‬‭¶‬

‭g.‬ ‭als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden‬‭¶‬ ‭tot het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten met de Stichting of in die‬ ‭hoedanigheid deelnemen aan het Decentraal Georganiseerd Overleg;‬‭¶‬ ‭h.‬ ‭rechtstreeks betrokken zijn bij het leveren van goederen of diensten aan of door de‬ ‭Stichting die direct vallen onder de doelstelling van de Stichting en daarbij de‬ ‭omvang, aard en vergoeding van de te leveren goederen of diensten kunnen‬ ‭vaststellen of daarop aanmerkelijke invloed kunnen uitoefenen;‬‭¶‬ ‭17.‬ ‭Leden van de raad van toezicht evenals hun bloed- en aanverwanten tot en met de‬ ‭tweede graad mogen geen enkel rechtstreeks of persoonlijk voordeel genieten uit‬ ‭leveringen aan of overeenkomsten met de Stichting. Voor wat betreft de bloed- en‬ ‭aanverwanten kan de raad van toezicht een‬‭¶‬ ‭uitzondering maken als hij van mening is dat dit de toezichthoudende rol van de raad‬ ‭van toezicht niet schaadt.‬‭¶‬ ‭18.‬ ‭De leden van de raad van toezicht melden hun beroeps- of maatschappelijke achtergrond‬ ‭en nevenfuncties aan de raad van toezicht.‬‭¶‬ ‭19.‬ ‭Eventuele vergoedingen aan de leden van de raad van toezicht geschieden op basis van‬ ‭een door de raad van toezicht vastgestelde (en op hoofdlijnen in het jaarverslag‬ ‭openbaar gemaakte) regeling.

Jaarlijks wordt door de bestuurder uitdrukkelijk in de‬ ‭jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van deze regeling zijn uitgegeven.‬‭¶‬

‭20.‬ ‭De raad van toezicht kan zich voor rekening van de Stichting in de‬‭¶‬ ‭uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen.‬‭¶‬ ‭21.‬ ‭De bestuurder verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening‬‭↵‬ ‭van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de‬ ‭raad alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van‬‭↵‬ ‭de Stichting die deze mocht verlangen. De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen‬ ‭en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en‬ ‭correspondentie van de Stichting; het daartoe door de raad van toezicht aangewezen lid‬ ‭van de raad heeft te allen tijde toegang tot alle bij de Stichting in gebruik zijnde ruimten‬ ‭en terreinen. De leden van de raad van toezicht hebben het recht om overleg te voeren‬ ‭met – en‬‭↵‬ ‭informatie in te winnen bij - personen die in dienst zijn van de Stichting.‬‭¶‬

‭Raad van‬‭toezicht: besluitvorming en werkwijze‬‭¶‬ ‭Artikel 13‬‭¶‬ ‭1.‬ ‭In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem. Alle besluiten‬ ‭worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Een blanco‬ ‭uitgebrachte stem geldt als een niet uitgebrachte stem.‬‭¶‬ ‭2.‬ ‭Indien de volstrekte meerderheid niet wordt bereikt bij een stemming (niet een‬ ‭benoeming betreffende), wordt het nemen van een besluit tot een volgende vergadering‬ ‭uitgesteld, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Indien bij herstemming‬ ‭de volstrekte meerderheid niet wordt bereikt, beslist de voorzitter.‬‭¶‬ ‭3.‬ ‭Wordt bij stemming over personen, een benoeming betreffende, de volstrekte‬ ‭meerderheid niet verkregen, dan vindt op een door de voorzitter te bepalen tijdstip‬ ‭herstemming plaats tussen de personen die de meeste stemmen op zich verenigd‬ ‭hebben. Indien bij deze stemming de stemmen opnieuw staken, beslist het lot.‬‭¶‬ ‭4.‬ ‭Elk lid van de raad van toezicht is bevoegd een vergadering van de raad van toezicht‬ ‭bijeen te roepen.‬‭¶‬ ‭5.‬ ‭Een lid van de raad van toezicht kan zich door een ander lid van de raad van toezicht ter‬ ‭vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen.

Een lid van de raad van toezicht kan‬ ‭slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen.‬‭¶‬ ‭6.‬ ‭Indien en voor zover tussen een lid van de raad van toezicht enerzijds en de Stichting‬ ‭anderzijds een tegenstrijdig belang bestaat of een daarop uitlopende ontwikkeling‬ ‭aannemelijk is, onthoudt het betrokken lid van de raad van toezicht zich van de‬ ‭beraadslaging en besluitvorming terzake.‬‭¶‬ ‭7.‬ ‭De vergaderingen van de raad van toezicht zijn‬‭Toezicht‬‭is‬‭openbaar tot een zodanig aantal‬

‭mensen als de vergaderlocatie toelaat.‬‭¶‬ ‭2.‬ ‭De vergadering wordt besloten gehouden, wanneer ten‬‭minste één‬‭van de aanwezige leden‬ ‭hierom‬‭lid hierover‬‭vraagt of wanneer de voorzitter‬‭dit nodig acht. De‬‭raad‬‭Raad‬‭van‬ ‭toezicht‬‭Toezicht‬‭beslist vervolgens op grond van de‬‭aard van de aan de orde zijnde‬

a‭ angelegenheid of met gesloten deuren zal worden vergaderd.‬‭Het vergaderen achter gesloten‬ ‭deuren kan uitsluitend geschieden indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen:‬ ‭8.‬ ‭Het vergaderen achter gesloten deur kan uitsluitend geschieden indien het belang van de‬ ‭openbaarheid niet opweegt tegen:‬‭¶‬

a‭ .‬ ‭het‬‭Het‬‭belang van de eerbiediging van de persoonlijke‬‭levenssfeer;‬ ‭b.‬ ‭de‬‭De‬‭economische of financiële belangen van de‬‭Stichting‬‭stichting‬‭;‬ ‭c.‬ ‭het‬‭Het‬‭belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling‬‭of benadeling van bij de‬ ‭aangelegenheden betrokken natuurlijke personen dan wel derden.‬ ‭9.‬ ‭Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze statuten van overeenkomstige‬ ‭toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van‬ ‭de vergadering.‬‭¶‬ ‭10.‬ ‭De raad van toezicht kan bepalen dat de leden hun vergaderrechten kunnen uitoefenen‬ ‭door middel van een elektronisch communicatiemiddel. Als de raad van toezicht daartoe‬ ‭besluit gelden de volgende cumulatieve vereisten:‬‭¶‬ ‭a.‬ ‭het lid van de raad van toezicht dat op deze wijze aan de vergadering deelneemt,‬ ‭moet via het elektronisch communicatiemiddel kunnen worden geïdentificeerd;‬‭¶‬ ‭b.‬ ‭dit lid moet rechtstreeks kunnen kennisnemen van de beraadslagingen ter‬ ‭vergadering en daaraan kunnen deelnemen;‬‭¶‬ ‭c.‬

‭hij moet het stemrecht kunnen uitoefenen.‬‭¶‬

‭3.‬ ‭De raad van toezicht‬‭De vergaderingen worden geleid‬‭door de voorzitter en bij afwezigheid door‬ ‭de vicevoorzitter dan wel een ander daartoe aangewezen lid van de Raad van Toezicht. Van de‬ ‭vergadering worden notulen gemaakt, die in de eerstvolgende vergadering worden vastgesteld.‬ ‭4.‬ ‭De oproep geschiedt schriftelijk door of namens de voorzitter, ten minste zeven dagen vóór de‬ ‭vergadering zal worden gehouden en met opgave van de onderwerpen die ter vergadering in‬ ‭behandeling zullen komen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de‬ ‭termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur. Over niet in de oproep‬ ‭vermelde onderwerpen kunnen geen besluiten genomen worden, tenzij de voltallige Raad van‬ ‭Toezicht aanwezig is en het besluit met algemene stemmen wordt genomen.‬ ‭De Raad van Toezicht‬‭kan‬‭(verdere) voorwaarden stellen‬‭aan het gebruik van het elektronisch‬ ‭communicatiemiddel. Als de raad van toezicht van deze bevoegdheid gebruik heeft‬ ‭gemaakt, worden de gestelde voorwaarden bij de oproeping tot de vergadering bekend‬ ‭gemaakt. Het lid van de raad van

toezicht dat via een elektronisch communicatiemiddel‬

‭aan een vergadering deelneemt, geldt als in de vergadering aanwezig.‬‭¶‬ ‭11.‬ ‭a.‬ ‭Besluiten van de raad van toezicht kunnen‬‭ook buiten‬‭vergadering‬ ‭worden‬ ‭genomen‬‭besluiten nemen‬‭, mits alle‬‭fungerende‬‭leden‬‭in de gelegenheid worden gesteld hun‬

‭stem uit te brengen en geen‬‭van‬‭de raad van toezicht‬

‭hen‬‭zich‬‭met‬‭tegen‬‭deze wijze van‬

‭besluitvorming‬‭akkoord verklaren en de‬ ‭stemming schriftelijk‬‭geschiedt.‬‭¶‬ ‭b.‬ ‭Daartoe kan onder meer gebruik worden gemaakt van alle vormen van geschreven‬ ‭tekstoverdracht, in de ruimste zin van het woord. Hieronder valt dus ook een langs‬ ‭elektronische weg toegezonden en reproduceerbaar bericht aan het adres dat de‬

‭raad van toezicht voor dit doel heeft vastgesteld en aan alle leden van de raad van‬ ‭toezicht bekend heeft gemaakt.‬‭¶‬ ‭c.‬

‭Bij het aldus te nemen besluit dient in acht te worden genomen hetgeen daaromtrent‬ ‭in deze statuten is bepaald.‬‭¶‬

‭5.‬ ‭verzet.‬‭Van elk buiten vergadering genomen besluit‬‭wordt‬ ‭door de voorzitter een‬ ‭ roces-verbaal opgemaakt waaraan de in lid b. bedoelde reproduceerbare berichten zijn‬ p ‭gehecht. Dit proces-verbaal wordt bewaard ten kantore van de Stichting. Tevens wordt‬ ‭hiervan‬‭mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering,‬‭welke mededeling in de notulen‬

‭van die vergadering wordt‬‭verwerkt‬‭vermeld‬‭.‬ ‭6.‬ ‭De raad‬‭Ieder fungerend lid‬‭van‬‭toezicht stelt‬‭de‬‭Raad van Toezicht heeft recht tot het‬ ‭uitbrengen van één stem.‬ ‭7.‬ ‭Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte geldige‬ ‭stemmen, tenzij de statuten anders bepalen.‬ ‭8.‬ ‭Een stemming over benoeming, schorsing of ontslag van een lid van het College van Bestuur of‬ ‭van de Raad van Toezicht vindt plaats met twee/derde meerderheid van de geldig uitgebrachte‬ ‭stemmen in een vergadering of overleg waar alle fungerende leden van de Raad van Toezicht‬ ‭aanwezig of vertegenwoordigd zijn.‬ ‭9.‬ ‭De Raad van Toezicht evalueert jaarlijks zijn functioneren als zodanig. De wijze waarop deze‬ ‭evaluatie plaatsvindt wordt nader geregeld‬‭in het‬‭reglement‬‭raad‬‭van‬‭toezicht regels vast‬‭de‬ ‭Raad van Toezicht.‬ ‭10.‬ ‭over de wijze‬‭Wanneer een lid‬‭van‬‭oproeping voor een‬‭vergadering,‬‭de Raad van Toezicht een‬ ‭strijdig belang heeft met‬‭de‬‭termijn tussen oproeping‬‭en vergadering,‬‭stichting of de‬ ‭besluitvorming‬‭zijn persoon of positie betreft, neemt‬‭hij daarover niet deel aan het overleg en de‬ ‭besluitvorming binnen de Raad van Toezicht.‬ ‭11.‬ ‭Tenzij de Raad van Toezicht anders besluit, woont het College van Bestuur de vergaderingen van‬ ‭de Raad van Toezicht bij.

Het College van Bestuur heeft in die vergaderingen een adviserende‬ ‭stem.‬ ‭ ergoedingen Raad van Toezicht‬ V ‭Artikel 13‬ ‭1.‬ ‭en werkwijze, intern‬‭De leden van de Raad van Toezicht‬‭hebben recht op vergoeding van de door‬ ‭hen in de‬‭uitoefening van hun functie gemaakte kosten.‬ ‭2.‬ ‭De Raad van Toezicht kan besluiten dat zijn leden tevens bezoldiging ontvangen. De Raad van‬ ‭Toezicht stelt de hoogte van die bezoldiging vast, rekening houdend met de grootte en‬ ‭complexiteit van de stichting en de school en de ter zake voor de onderwijssector geldende‬ ‭regelgeving en richtlijnen.‬ ‭3.‬ ‭In het bestuursverslag van de stichting legt de Raad van Toezicht verantwoording af van‬ ‭de door hem aan zijn leden toegekende bezoldiging.‬ E‭ xtern‬‭toezicht‬‭, zomede de‬ ‭openbaar onderwijs‬ ‭Artikel 14‬ ‭In aanvulling op de taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht en de taken en bevoegdheden‬ ‭van de Inspectie van het Onderwijs‬‭zoals volgt uit‬‭de Wet op het onderwijstoezicht, geldt gelet op het‬ ‭openbaar karakter van het onderwijs voorts het navolgende:‬

‭a.‬ ‭de gemeenteraad kan zich vanuit haar wettelijke‬‭taak‬‭, samenstelling en wijze van door de‬ ‭raad van toezicht ingestelde commissies en de nadere regels ten aanzien van het‬ ‭eigen‬‭en verantwoordelijkheden voor het openbaar onderwijs‬‭wenden tot het College van‬

‭ estuur en de Raad van Toezicht van de stichting. De gemeenteraad ziet daarbij toe vanuit‬ B ‭haar wettelijke verantwoordelijkheid voor het openbaar onderwijs, zij heeft daartoe een‬ ‭Gemeentelijk Toezichtkader op het Openbaar Primair Onderwijs in Amsterdam vastgesteld‬ ‭waar het College van Bestuur en de Raad van Toezicht uitvoering aan verleent;‬ ‭b.‬ ‭de gemeenteraad is bevoegd in geval van ernstige taakverwaarlozing door het College van‬ ‭Bestuur of het‬‭functioneren‬‭.‬‭van het College van Bestuur‬‭in strijd met de‬‭WPO, maatregelen‬ ‭te nemen die zij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen en‬ ‭heeft het recht om - indien en voor zover dat noodzakelijk is - zelf te voorzien in het bestuur‬ ‭van de scholen en zo nodig de stichting te ontbinden.‬ ‭ oekjaar‬‭, begroting,‬‭en‬‭jaarstukken‬ B ‭Artikel‬‭14‬‭15‬ ‭1.‬ ‭Het boekjaar van de‬‭Stichting‬‭stichting‬‭is gelijk aan‬‭het kalenderjaar.‬ ‭2.‬ ‭De bestuurder‬‭Het College van Bestuur‬‭is verplicht‬‭van de vermogenstoestand van de‬ ‭Stichting‬‭stichting‬‭en‬‭↵‬ ‭van‬‭alles betreffende‬‭al hetgeen verder‬‭de‬‭werkzaamheden‬‭financiën‬‭van de‬‭Stichting‬‭stichting‬ ‭betreft‬‭op zodanige wijze‬‭een administratie te voeren‬‭en de daartoe behorende‬‭boek te‬ ‭houden dat daaruit te allen tijde de rechten en plichten van de stichting kunnen worden gekend.‬ ‭3.‬ ‭Uiterlijk vóór 1 juli van ieder

kalenderjaar legt het College van Bestuur aan de Raad van Toezicht‬ ‭rekening en verantwoording af over het verstreken boekjaar, aan de hand van een door het‬ ‭College van Bestuur vastgestelde jaarrekening en jaarverslag.‬ ‭4.‬ ‭De jaarrekening wordt ingericht overeenkomstig de wettelijke bepalingen en de richtlijnen van‬ ‭het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.‬ ‭5.‬ ‭Verder wordt de jaarrekening gecontroleerd door de accountant die door de Raad van Toezicht is‬ ‭benoemd. Deze accountant brengt over zijn onderzoek verslag uit aan de Raad van Toezicht en‬ ‭geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring over de getrouwheid van de in het‬ ‭vorige leden bedoelde stukken.

Hij brengt zijn verslag ter kennis van het College van Bestuur.‬ ‭6.‬ ‭De Raad van Toezicht is bevoegd in een apart besluit de leden van het College van Bestuur‬ ‭décharge te verlenen voor hun bestuur, nadat de jaarrekening door hen is goedgekeurd.‬ ‭7.‬ ‭Het College van Bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde‬‭boeken, bescheiden en‬ ‭andere gegevensdragers‬‭op zodanige wijze te bewaren‬‭dat te allen tijde de rechten en‬ ‭verplichtingen van de Stichting kunnen worden gekend.‬‭gedurende ten minste de wettelijke‬ ‭termijn te bewaren.‬ ‭8.‬ ‭De‬‭bestuurder biedt‬‭jaarrekening en de begroting worden‬‭jaarlijks‬‭vóór één december‬‭ter‬ ‭kennisgeving aan de gemeenteraad toegezonden.‬ S‭ tatutenwijziging‬ ‭Artikel 16‬ ‭1.‬ ‭Het College van Bestuur is met voorafgaande‬‭goedkeuring‬‭een ontwerp van de begroting met‬ ‭toelichting voor het komende jaar‬‭van de‬‭baten en‬‭de lasten‬‭Raad‬‭van‬‭de activiteiten ter‬ ‭Toezicht en de gemeenteraad bevoegd de statuten te wijzigen.‬

‭2.‬ ‭Het besluit van de Raad van Toezicht tot het verlenen van‬‭goedkeuring‬‭behoeft twee derde van‬ ‭de uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin alle leden vertegenwoordigd zijn. Indien‬ ‭niet het vereiste aantal leden van de Raad van Toezicht vertegenwoordigd is, zal binnen veertien‬ ‭dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen,‬ ‭waarin alsdan met meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen een besluit tot‬ ‭statutenwijziging kan worden genomen.‬ ‭3.‬ ‭Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt.‬ ‭4.‬ ‭Het College van Bestuur is bevoegd deze akte te doen verlijden.

Het College van Bestuur is‬ ‭verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de‬ ‭gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden‬ ‭handelsregister.‬ ‭5.‬ ‭Het hiervoor in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op het besluit tot‬ ‭juridische fusie en het besluit tot juridische opsplitsing.‬ ‭ ntbinding en vereffening‬ O ‭Artikel 17‬ ‭1.‬ ‭aan de raad van‬‭De gemeenteraad is bevoegd tot ontbinding‬‭van de stichting in geval van‬ ‭ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet.‬ ‭2.‬ ‭In alle overige gevallen is het College van Bestuur, met goedkeuring van de Raad van Toezicht en‬ ‭de gemeenteraad, bevoegd de stichting te ontbinden.‬ ‭3.‬ ‭De liquidatie geschiedt door het College van Bestuur onder‬‭toezicht‬‭van de Raad van Toezicht.‬ ‭4.‬ ‭De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar‬ ‭vermogen nodig is. Aan haar naam wordt toegevoegd ‘in liquidatie’.‬ ‭5.‬ ‭Indien als gevolg van een bestuursbesluit de stichting is ontbonden, treden als vereffenaars van‬ ‭het vermogen van de ontbonden stichting het lid/de leden van het College van Bestuur op.

Op‬ ‭deze vereffenaars zijn de bepalingen van de wet en deze statuten omtrent de benoeming, de‬ ‭schorsing en het ontslag van het College van Bestuur van toepassing.‬ ‭6.‬ ‭Een vereffenaar heeft dezelfde bevoegdheden, plichten en aansprakelijkheid als een lid van het‬ ‭College van Bestuur.‬ ‭7.‬ ‭Een eventueel batig saldo wordt uitgekeerd‬‭aan‬‭. De‬‭begroting omvat tevens een‬ ‭meerjarenraming van de baten en de lasten van de activiteiten‬‭een door de Raad van‬ ‭Toezicht aan te wijzen algemeen nut beogende instelling die als zodanig in aanmerking komt‬‭voor‬ ‭minimaal de drie jaren volgend op het boekjaar, waarop de goed te keuren begroting‬ ‭betrekking heeft.‬‭een vrijstelling van schenkingsrecht‬‭als bedoeld in de Successiewet 1956 en‬

‭waarvan het doel zoveel mogelijk met dat van de stichting overeenkomt.‬ ‭1.‬ ‭Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de Stichting maakt de‬ ‭bestuurder een jaarrekening en een jaarverslag op over dat boekjaar. Bij het opmaken‬ ‭van het jaarverslag houdt de bestuurder rekening met het bepaalde in artikel 8 lid 4‬ ‭(concrete doelstellingen van de scholen) en legt het bestuur verantwoording af over het‬ ‭bepaalde in artikel 4 sub a (specifieke kenmerken openbaar en algemeen toegankelijk‬ ‭onderwijs). De bestuurder legt tevens verantwoording af over de mate waarin de‬ ‭vastgestelde missie en doelstellingen van de Stichting zijn gehaald en de mate waarin‬ ‭voldaan is aan de - zoals in de Wet bedoelde - code voor goed bestuur. Bij het opmaken‬ ‭van de jaarrekening houdt de bestuurder rekening met het bepaalde in artikel 7 lid 9 en‬

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14461668/1