Bijlage 4. Statutenwijziging Innoord - vergelijkversie.pdf
Tekst van het document
¶ KTE VANVOORSTEL TOTSTATUTENWIJZIGING A ¶ kenmerk zaak:2017S14459PS¶ passeerdatum:1 november 2017¶ ¶ ¶ Heden, één november tweeduizend zeventien, verscheen voor mij, mr. Sabine van Suijdam, notaris te Amsterdam:¶ mevrouw mr. Paula ChristinaSchouten, geboren te Noordoostpolder op één februari negentienhonderd zesentachtig, te dezer zake woonplaats kiezende ten kantore van mij, notaris (Antonio Vivaldistraat 66 te 1083 HP Amsterdam),↵ die verklaarde te handelen ter uitvoering van een besluit tot statutenwijziging, op dertig oktober tweeduizend zeventien door het bestuur van de statutair te Amsterdam, en feitelijk te Papaverweg 34, 1032 KJ Amsterdam gevestigde stichting:Stichting Openbaar Onderwijs Noord, handelsregisternummer 51366010, buiten vergadering genomen, bij welk besluit de verschenen persoon eveneens werd gemachtigd voornoemd besluit uit te voeren.¶ De verschenen persoon, handelend als vermeld, verklaarde dat als gevolg van voornoemd besluit tot statutenwijziging de statuten van de voormelde stichting in hun geheel komen te luiden als volgt:¶ "Naam¶
Artikel 1 ¶ De stichting draagt de naam:Stichting Openbaar Onderwijs Noord.¶
egripsbepalingen B Artikel 2¶ In deze statuten wordt verstaan onder: a. "Stichting":Bevoegd gezag:de stichting'Stichting Openbaar Onderwijs Noord';als bedoeld in deze statuten; b. "College van Bestuur: het orgaan dat belast is met het statutaire bestuur en de vertegenwoordiging van de stichting; c. Gemeenteraad"::de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam, welke door de Wet op het primair onderwijs is aangewezen als extern toezichthouder, onverminderd de bevoegdheid van die toezichthouder om onderdelen van dat toezicht over te dragen aan of te laten uitvoeren door al dan niet zelfstandige onderdelen van die gemeente; d. "Scholen":Medezeggenschapsraad:deopenbaremedezeggenschapsraad verbonden aan de school, die de bevoegdheden heeft als toegekend in de Wet medezeggenschap op scholen; e. Raad van Toezicht: het orgaan dat belast is met de functie intern toezicht als bedoeld in de artikelen 17a, 17b en 17c van de WPO;
f. School/scholen: de door de stichting in stand gehouden school/scholen voor primairbasisonderwijs of speciaal basisonderwijs als bedoeld in de WPO, of een school of instelling voor (voortgezet) speciaalonderwijsdie door deals bedoeld in de WEC, waarbij onder school of instelling steeds wordt verstaan een organisatorische eenheid; Stichting in stand worden gehouden;¶ a.
"GMR": de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de Stichting;¶
g. "Schriftelijk: per post, per e-mail of via enig ander elektronisch communicatiemiddel, waarmee het mogelijk is een bericht te verzenden dat leesbaar en reproduceerbaar is, tenzij uitdrukkelijk anders is vermeld; h. Sector: de scholen gezamenlijk; i. Stichting: deze stichting, zijndeInnoord, Stichting Openbaar Onderwijs Amsterdam-Noord, statutair gevestigd te gemeente Amsterdam, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 51366010; j. WEC:Wet":opdeExpertise Centra; k. WPO:Wet op het primair onderwijs. Zetel
aamentijdsduurzetel N Artikel 3¶ Artikel 1 1. Destichting draagt de naam: “Innoord,Stichtingis gevestigd in de gemeenteOpenbaar OnderwijsAmsterdam.-Noord”. 1. De Stichting is op zesentwintig november tweeduizend tien opgericht voor¶
. onbepaalde tijd.De stichting heeft haar zetel in de gemeente Amsterdam. 2 3. De stichting gebruikt in het maatschappelijk verkeer de naam: “Innoord”. oel D Artikel 4¶ Artikel 2De Stichting heeft ten Hetdoel:¶ 1. v an de stichting ishet geven van openbaar onderwijs aan deScholen,scholendie onder haar gezag vallen, metin achtneminginachtnemingvan het bepaalde in artikel 46 van de Wet, waarin het karakter van het openbaar onderwijs wordt omschreven;. 2. het daartoe in stand houden -en stichtenDe stichting tracht dit doel te verwezenlijken door: a. de instandhoudingvanScholenéén of meer scholenvoorprimairopenbaaronderwijs.; Organen¶
Artikel 5¶ 1. De Stichting kent de volgende organen:¶ a. het bestuur;¶ b. de raad van toezicht;¶ 2. De raad van toezicht kan commissies instellen en opheffen, die onder verantwoordelijkheid van de raad van toezicht belast kunnen worden met aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de raad van toezicht behoren.¶
3. De raad van toezicht stelt in het reglement als bedoeld in artikel 11, achtste lid, nadere regels vast voor de instelling, taken, werkwijze en samenstelling van de commissies.¶ Vermogen¶
b. het doen geven en bevorderen van onderwijs in de zin van de WPO en/of andere onderwijswetgeving die op de stichting van toepassing kan zijn. c. De stichting onderkent de gezamenlijke verantwoordelijkheid van schoolbesturen voor een regionaal dekkend, kwalitatief hoogstaand en zo divers mogelijk onderwijsaanbod. De stichting geeft zich bij het nastreven van haar statutaire doelen rekenschap van die (mede)verantwoordelijkheid, alsmede van haar maatschappelijke verantwoordelijkheid in meer brede zin. Kernbegrippen bij de vormgeving van de openbare identiteit zijn brede toegankelijkheid, kansengelijkheid, burgerschap, pluriformiteit en participatie. en alArtikel 6¶ Het tot verwezenlijking van het doel van de Stichting bestemde vermogen wordt¶ gevormd door:¶ a. rijksbekostiging;¶ b. vergoedingen voor de door de Stichting verleende diensten;¶ c. subsidies, giften en donaties;¶
d. hetgeenverkregen wordt door erfstellingenmet vorenstaande verband houdtof daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord. arakter openbaar onderwijs K Artikel 3 1. Het openbaar onderwijs draagt overeenkomstig artikel 46 WPO bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. De scholen die de stichting in stand houdt, zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. eldmiddelen G Artikel 4 1. legaten, met dien verstande dat erfstellingen slechtsDe stichting hanteert alle wettige middelen diekunnenbijdragen aan de verwezenlijking van de doelstelling, de verwerving van de daartoe benodigde middelen bij overheden, bedrijven, fondsen, financiële instellingen, loterijen en particulieren inbegrepen. 2. Erfstellingenwordenaanvaardslechtsonder het voorrecht van boedelbeschrijving;aanvaard. d. hetgeen op andere wijze verkregen wordt.¶ Bestuur: samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag, belet en¶ ontstentenis¶
S tichtingsorganen Artikel 5 Artikel 7¶
1. De Stichting wordt bestuurd door het bestuur, bestaande uit één natuurlijke persoon, met de titel bestuurder.¶ 2. De bestuurder wordt benoemd door de raad van toezicht, met inachtneming van een door de raad van toezicht vastgestelde profielschets.¶
1. Deraadstichting kent als organen: a. Het CollegevanBestuur; b. De Raad van Toezicht. 2. Het College van Bestuur functioneert als stichtingsbestuur. De Raad van Toezicht functioneert als intern toezichthoudend orgaan. 3. Zowel het College van Bestuur als de Raad van Toezicht kunnen commissies instellen, indien dat in het belang van de stichting noodzakelijk of wenselijk wordt acht. ollege van Bestuur - Samenstelling, benoeming en ontslag C Artikel 6toezicht 1. Het College van Bestuur bestaat uit ten minste één lid. Het aantal leden van het College van Bestuur wordt vastgesteld door de Raad van Toezicht. 2. Indien het College van Bestuur uit meer dan één persoon bestaat, wordt één van hen door de Raad van Toezicht aangewezen als voorzitter van het College van Bestuur. 3. De leden van het College van Bestuur worden benoemd door de Raad van Toezicht. 4. Benoeming vindt plaats aan de hand van een door de Raad van Toezicht, vast te stellen openbare werving- en selectieprocedure en op basis van een vooraf openbaar gemaakte algemene profielschets, alsmede in geval van een meerhoofdig College van Bestuur, een profielschets per zetel.
De (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen terzake de profielschets(en). 5. De Raad van Toezichtstelt nadere regels vast omtrent de procedure voor de werving en selectie van debestuurderleden van het College van Bestuur met inachtneming van de relevante wettelijke bepalingen en daaruit voortvloeiende rechten voor de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad. 3. De bestuurder kan te allen tijde worden geschorst door de raad van toezicht. Een schorsing heeft betrekking op het uitvoeren van de bestuurlijke taken en bevoegdheden. De schorsing van de bestuurder vervalt, indien de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of verlenging van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. De bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is, te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman.
Gedurende de schorsing worden de bestuurstaken waargenomen door één persoon die daartoe door de raad van toezicht is of wordt aangewezen en wordt er gehandeld alsof er een vacature is (lid 8 van dit artikel).¶ 4. De raad van toezicht is te allen tijde bevoegd de bestuurder te ontslaan in↵ het geval de bestuurder naar het oordeel van de raad van toezicht in↵ ernstige mate door handelen of nalaten de belangen van de Stichting heeft geschaad. De
bestuurder wordt in staat gesteld zich ten overstaan van de raad van toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman.¶ 5. De bestuurder wordt benoemd voor een periode gelijk aan de duur van zijn aanstelling.¶ 6. De bestuurder defungeert:¶
6. Tot lid van het College van Bestuur kan niet worden benoemd een persoon die: a. Middellijkdoor zijn overlijden; ¶ b. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken);¶ c.
door zijn ontslag verleend door de raad van toezicht;¶
-
door het verstrijken of onmiddellijk deelneemt aan of betrokken is bij leveringen aan
f aannemingen van de stichting of de school; o d. Lid isvan deduurRaadvanzijn aanstelling;¶ e. door het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd;¶ f.
door onder bewindstelling van zijn vermogen;¶
g. door ondercuratelestelling.¶
-
In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Bij langdurig ontstentenis of beletToezichtvan debestuurder, worden de bestuurstaken waargenomen door één persoon die daartoe doorstichting of die in de voorafgaande vier jaar lid vanderaad an toezicht is of wordt aangewezen. Gaat de raad van toezicht niet binnen vier v weken tot een zodanige aanwijzing over dan wordt de bestuurder waargenomen door de persoon die daartoe door de Gemeenteraad op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen.Raad van Toezicht is geweest;
7. De raadEen lidvantoezicht is belast methetvaststellenCollegevande¶ arbeidsvoorwaarden en bezoldiging van- en kostenvergoedingen aan de bestuurder. Jaarlijks wordt door de bestuurder in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van het bepaalde in de vorige volzin zijn uitgegeven.¶ 8. Tenzij de raad van toezicht anders oordeelt, mag de bestuurder evenals zijn levenspartner en/of bloed- en aanverwanten tot en met de tweede graad geen enkel rechtstreeks of zijdelings persoonlijk voordeel genieten uitleveringen aan of overeenkomsten met de Stichting.¶
7. De bestuurder magBestuur vervultgeen nevenfunctiesbekledendie conflicterend zijn met-het doel van deStichting. Om een eventueel conflicterend karakterstichting. Voor aanvaarding van eenbetaalde of onbetaaldenevenfunctiete kunnen beoordelen,wordt voorafgaand goedkeuring gevraagd aan de Raad van Toezicht. Aan leden van het College van Bestuur worden geen persoonlijke leningen of financiële garanties namens de stichtingverstrekt de bestuurder aan de raad. 8. De Raad van Toezicht schorst en ontslaat de leden van het College van Bestuur. Een besluit tot ontslag wordt slechts genomen na verkregen advies van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad. 9. Een lid van het College van Bestuur defungeert voorts: a. door zijn overlijden; b. doordat hij het vrij beheer over zijn vermogen verliest; c. door zijn ondercuratelestelling;
. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); d e. door de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst met de stichting; f. door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming; g. door zijn ontslag door de rechtbank; In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.van toezicht jaarlijks een overzicht van al zijn nevenfuncties.¶
10. Bestuur; taken .In geval van één of meer vacatures in het College van Bestuur vormen de overblijvende bestuursleden niettemin een wettig bestuur. Bij ontstentenis, schorsing of ontslag van het voltallige College van Bestuur, wordt het College van Bestuur waargenomen door de Raad van Toezicht, onverminderd de bevoegdheid van de Raad van Toezicht één of meer personen voor bepaalde tijd als waarnemend bestuurslid te benoemen. De gemeente dient zo spoedig mogelijk nadat deze situatie is ontstaan hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. Gaat de Raad van Toezicht niet binnen vier weken tot een zodanige beslissing over dan wordt het College van Bestuur waargenomen door de persoon die daartoe door de gemeenteraad op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. ollege van Bestuur - Takenen bevoegdheden C Artikel 7 1. Het College van Bestuur is belast met het besturen van de stichting. Het College van Bestuur richt zich bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden naar het belang van de stichting en de door de stichting in stand gehouden scholen. 2. Het College van Bestuur draagt er zorg voor dat de Raad van Toezicht tijdig over de informatie beschikt die vereist is voor de uitoefening van het intern toezicht en diens overige taken.
Ook voorziet het College van Bestuur in administratieve ondersteuning ten behoeve van de Raad van Toezicht. 3. Het College van Bestuur is bevoegd de stichting te vertegenwoordigen. Indien het College van Bestuur uit meer dan twee personen bestaat, komt de bevoegdheid tot vertegenwoordiging toe aan de voorzitter tezamen met een ander lid van het College van Bestuur. Het College van Bestuur kan een lid of een andere persoon volmacht verlenen de stichting te vertegenwoordigen. 4. Het College van Bestuur benoemt, schorst en ontslaat de personeelsleden van de stichting. 5. Het College van Bestuur behoeft voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht voor besluiten strekkende tot: a. Vaststelling of wijziging van de (meerjaren)begroting, de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede - voor zover van toepassing - het strategisch koers- en/of meerjarenplan; b. Vaststelling en wijziging van het kwaliteitszorgsysteem en het daarbij te hanteren kwaliteitskader; c. Vaststelling en wijziging van de klachtenregeling; d. Verkrijging, vervreemding en bezwaring van onroerende zaken, aandelen en obligaties; e. Aangaan van langlopende geldleningen; f. Aanvaarding van aan de stichting gemaakte erfstellingen, legaten en schenkingen; g. Verkrijging, wijziging of beëindiging van deelneming of zeggenschap in een andere rechtspersoon; h.
Aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met derden, voor zover van ingrijpende betekenis voor de stichting of de scholen;
i. D oorvoeren van belangrijke wijzigingen in de organisatie van de scholen; j. Wijziging van de arbeidsvoorwaarden of ontslag van een aanzienlijk aantal personeelsleden van de stichting in korte tijd; k. Fusie of splitsing van de scholen; l. Vaststelling en wijziging van de reglementen van de stichting, met dien verstande dat de Raad van Toezicht bevoegd is zijn eigen reglement vast te stellen; m. Aanvragen van surseance van betaling of faillissement van de stichting. 6. Het College van Bestuur is slechts met voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen, tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. Op het ontbreken van goedkeuring van de Raad van Toezicht kan jegens derden een beroep worden gedaan. 7. De Raad van Toezicht is bevoegd ook andere besluiten dan in lid 5 en lid 6 van dit artikel genoemd aan zijn goedkeuring te onderwerpen.
Deze andere besluiten dienen duidelijk te worden omschreven en schriftelijk aan het College van Bestuur te worden medegedeeld. 8. Het College van Bestuur meldt de Raad van Toezicht mogelijke belangentegenstellingen. Besluiten van het College van Bestuur waarbij tegenstrijdige belangen kunnen spelen, behoeven eveneens voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. In situaties van belangenverstrengeling komt de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de stichting in afwijking van lid 3 van dit artikel toe aan de Raad van Toezicht. 9. Het ontbreken van goedkeuring als bedoeld in dit artikel tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het College van Bestuur niet aan behoudens het bepaalde in lid 6 van dit artikel. ollege van Bestuur- Besluitvorming C Artikel 8 1. De bestuurder is belast met het besturen van de Stichting. Bij de vervulling van zijn taak richt de bestuurder zich naar het belang van de Stichting en naar het belang van de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden.¶ 2. De bestuurder vormt het bestuur in de zin van het Burgerlijk Wetboek en de Wet en heeft alle taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens deze statuten en de wet aan anderen zijn toegekend.
Ter uitwerking van specifieke taken en bevoegdheden, zomede bepalingen betreffende de werkwijze van de bestuurder, wordt door de bestuurder een bestuursreglement opgesteld. Voordat tot vaststelling van het bestuursreglement kan worden overgegaan dient dit reglement door de raad van toezicht te worden goedgekeurd.¶ 3. De bestuurder legt voor de door hem uitgevoerde bestuurlijke taken en bevoegdheden verantwoording af aan de raad van toezicht en draagt zorg voor een goede en tijdige informatievoorziening aan de raad van toezicht, waarbij hij ten minste vier keer per jaar de raad van toezicht informeert over de algemene gang van zaken binnen de Stichting. In het bestuursreglement wordt de wijze waarop dit dient te geschieden vastgelegd. De bestuurder is gehouden (ongevraagd en desgevraagd) alle inlichtingen en gegevens te
verstrekken die nodig kunnen zijn voor een verantwoord toezicht door raad van toezicht. Tevens wordt in het bestuursreglement aandacht besteed aan de procedure inzake de werving en selectie van de bestuurder.¶ 4. De bestuurder formuleert met inachtneming van de doelen van de Stichting als bedoeld in artikel 4 van deze statuten concrete doelstellingen van de scholen die door de Stichting in stand wordt gehouden, daarbij rekening houdend met de belangen van hen die bij die scholen zijn betrokken en rekening houdend met de eisen die de samenleving aan onderwijs stelt. De bestuurder legt in het jaarverslag verantwoording af over de mate waarin de vastgestelde doelstellingen worden gehaald.¶ 5. De bestuurder is - met inachtneming van de voorwaarden en beperkingen als gesteld in de Wet en deze statuten - bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen, daaronder met name ook begrepen het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij deStichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor eenderde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een↵ ander verbindt.
De met name in dit lid genoemde besluiten zijn onderworpen aan de goedkeuring van de raad van toezicht.¶ 6. Voorts heeft de bestuurder de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot:¶ a. het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de raad van toezicht vastgesteld en aan de bestuurder meegedeeld bedrag;¶ b. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek;¶ c.
ingrijpende wijziging van de interne organisatiestructuur en/of van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de Stichting;¶
d. een aanvraag tot faillissement of van surseance van betaling;¶ e. het doen van een voorstel aan de Gemeenteraad tot opheffing of afsplitsing van (een deel van) de door de Stichting in stand gehouden scholen;¶ f.
het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de Stichting of de in stand te houden scholen;¶
g. (het doen van een voorstel tot) opheffing van een school als geheel, opheffing van een onderdeel van een school (nevenvestiging of dislocatie) of afsplitsing van een deel van een door de Stichting in stand gehouden school of fusie van een school met een andere instelling;¶ h. de vaststelling of wijziging van een strategisch meerjarenplan;¶ i.
de vaststelling en wijziging van de (meerjaren)begroting;¶
j.
de vaststelling van de jaarrekening en het jaarverslag, zoals genoemd in artikel 14, vierde lid van deze statuten;¶
k. het vaststellen/wijzigen van een bestuursreglement.¶ 7. Tegen de achtergrond van de benodigde deskundigheid draagt de bestuurder zorg voor voortdurende persoonlijke ontwikkeling. Het functioneren van de bestuurder wordt minimaal jaarlijks door de raad van toezicht beoordeeld.¶ 8. De bestuurder draagt met inachtneming van de Archiefwet 1995 zorg voor de archiefbescheiden.¶ Vertegenwoordiging¶
1. In geval van een eenhoofdig College van Bestuur draagt deze zorg voor een schriftelijke vastlegging en bekendmaking van door hem genomen besluiten. 2. In geval van een meerhoofdig College van Bestuur vindt besluitvorming plaats bij meerderheid van stemmen, waarbij ieder lid van het College van Bestuur één stem heeft. Bij het staken van stemmen beslist de voorzitter van het College van Bestuur. Een eventuele portefeuilleverdeling binnen het College van Bestuur laat de collectieve verantwoordelijkheid van het College onverlet. Het College van Bestuur regelt de wijze van vergaderen, besluitvorming en verslaglegging in een reglement. aad van Toezicht - Samenstelling en benoeming R Artikel 9 1. De bestuurder vertegenwoordigt de Stichting in en buiten rechte, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.¶ 2. De bestuurder kan besluiten tot de verlening van volmacht aan derden, om de Stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.¶ 3. Indien sprake is van een tegenstrijdig belang tussen de Stichting en de bestuurder, wordt de Stichting vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van toezicht of een andere door de raad van toezicht aan te wijzen persoon.¶ Toezicht op de Stichting door de Gemeenteraad¶
1. De Raad van Toezicht bestaat uit een door de Raad van Toezicht te bepalen aantal leden van ten minste vijf en ten hoogste zeven natuurlijke personen. De benoeming van de leden van de Raad van Toezicht vindt plaats op persoonlijke titel. Is het aantal leden minder dan vijf, dan behoudt de Raad van Toezicht zijn bevoegdheden onverminderd de verplichting om onverwijlde maatregelen tot aanvulling van zijn ledental te nemen. De ledenArtikel 10¶ 1. De Gemeenteraad oefent toezicht uit op de Stichting in de zin van de Wet door - wanneer zulks naar het oordeel van de Gemeenteraad geboden is -↵ de bevoegdheden te gebruiken die aan de Gemeenteraad zijn toegekend bij of krachtens deze statuten en de Wet.¶ 2. De bestuurder verzendt binnen twee weken na goedkeuringvan deraadRaadvantoezicht het jaarverslag inclusief de jaarrekening aan de Gemeenteraad.¶
3. Op verzoek van de Gemeenteraad verschaft de bestuurder aan de Gemeenteraad de gegevens die de Gemeenteraad redelijkerwijs nodig heeft om zijn toezichthoudende taken te kunnen uitoefenen.¶ 4. Een besluit tot statutenwijziging als beschreven in artikel 16 behoeft de goedkeuring van de Gemeenteraad voordat de akte van statutenwijziging kanToezichtwordenverleden.¶ 5. Een besluit tot ontbinding als beschreven in artikel 17 behoeft de↵ goedkeuring van de Gemeenteraad, waartoe wordt verwezen naar de desbetreffende artikelen uit de wet.¶
2. In geval van ernstige taakverwaarlozing door de bestuurder dan wel de raad van toezicht of het functioneren in strijdbenoemd door de gemeenteraad,metde wet, is de Gemeenteraad bevoegd te voorzien in het bestuur van de Scholen en zo nodig bevoegd de Stichting te ontbinden.inachtneming van het hierna bepaalde. Raad van toezicht: taken en bevoegdheden¶
3. Bij zeven leden van de Raad van Toezicht worden drie leden benoemd op bindende voordracht van de oudergeledingen van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad en één lid wordt benoemd op bindende voordracht van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad. De drie overige leden worden op voordracht van de Raad van Toezicht benoemd. Bij zes ledenArtikel 11¶ 4. Onverminderd het bepaalde ten aanzienvan deRaad van Toezicht worden twee leden benoemd op bindende voordracht van de oudergeledingen van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad en één lid wordt benoemd op bindende voordracht van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad. De drie overige leden worden op voordracht van de Raad van Toezicht benoemd. 5. Bij vijf leden van de Raad van Toezicht worden twee leden benoemd op bindende voordracht van de oudergeledingen van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad en één lid wordt benoemd op bindende voordracht van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad. De twee overige leden worden op voordracht van de Raad van Toezicht benoemd. 6. De (bindende) voordracht van een lid van de Raad van Toezicht geschiedt aan de hand van een door de Raad van Toezicht vast te stellen kenbare selectieprocedure en openbare profielschets, die ter advisering wordt voorgelegd aan de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad.
Een voorgedragen lid voor de Raad van Toezicht dient principieel voorstander te zijn van het openbaar onderwijs. 7. De profielschets bevat de kwaliteiten en deskundigheden, waaraan een lid van de Raad van Toezicht dient te voldoen. Bij het ontstaan van een vacature kan de Raad van Toezicht het profiel desgewenst nader invullen gelet op de in de Raad van Toezicht aanwezige en gewenste deskundigheden en diversiteit in de samenstelling. 8. De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaren en zijn - al dan niet aansluitend - eenmaal herbenoembaar. Door de Raad van Toezicht wordt een rooster van aftreden opgesteld. Een lid van de Raad van Toezicht treedt volgens dit rooster, doch uiterlijk vier jaar na zijn benoeming, af. Herbenoeming van een lid van de Raad van Toezicht vindt tevens plaats door de gemeenteraad. 9. De Raad van Toezicht benoemt uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter en kan eventuele taken onderling verdelen bij reglement.
aad van Toezicht – Schorsing, ontslag, defungeren, belet en ontstentenis R Artikel 10 1. Een lid van de Raad van Toezicht defungeert: a. door zijn overlijden; b. doordat hij het vrij beheer over zijn vermogen verliest; c. door zijn ondercuratelestelling; d. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); e. door zijn ontslag verleend door de gemeenteraad. f. door het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming. 2. Een lid van de Raad van Toezicht kan door de gemeenteraad worden ontslagen wegens: a. ernstige taakverwaarlozing of functioneren in strijd met de wet; b. onverenigbaarheid van functies of belangen; c. wijziging van de omstandigheden of andere redenen op grond waarvan zijn handhaving als lid redelijkerwijs niet kan worden verlangd. 3. De Raad van Toezicht kan wegens de in lid 2 genoemde gronden een lid van de Raad van Toezicht voor maximaal drie maanden schorsen. 4. Bij belet of ontstentenis van alle leden van de Raad van Toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door de gemeenteraad is of wordt aangewezen. De gemeente dient zo spoedig mogelijk nadat deze situatie is ontstaan hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld.
Gaat de gemeenteraad niet binnen twee weken nadat hij van de gemelde situatie op de hoogte is gesteld tot een zodanige aanwijzing over, dan wordt de Raad van Toezicht waargenomen door de persoon die daartoe door de voorzieningenrechter van de Rechtbank (bevoegde rechtbank) op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. aad van Toezicht - Taken en bevoegdheden R Artikel 11Gemeenteraad in deze↵ statuten en de wet is het
1. De Raad van Toezicht houdttoezicht op het beleid vande bestuurderhet College van Bestuuren op de algemene gang van zakenin de Stichtingbinnen de stichting alsmede het uitoefenen van die taken en bevoegdheden die in deze statuten aan de Raad van Toezicht zijnopgedragenaan een raad van toezicht.of toegekend. Hij adviseert naar eigen inzicht het College van Bestuur. 1. De raad van toezicht staat de bestuurder met raad ter zijde.¶
2. De raad van toezichtBij de vervulling van hun taak richten de leden van de Raad van Toezicht zich naar het belang van de stichting en de scholen. 3. De Raad van Toezichtis belast met:c.q. bevoegd tot: a. het goedkeurenBenoeming, schorsing en ontslagvan debesluiten, zoals genoemd in artikel 8, lid 5 en lid 6ledenvandeze statuten;¶
a . hetaanwijzenCollegevaneen certificerendBestuur; b. Vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de leden van het College van Bestuur; b. Aanwijzing en benoeming - na overleg met het College van Bestuur - van deaccountanten het vaststellen van de opdracht aan deze;¶
c. het goedkeuren van een statutenwijziging, zoals genoemdals bedoeldin artikel 162:393, eerste lid van de statuten;, Burgerlijk Wetboek;
d. het goedkeurenHet jaarlijks afleggenvanverantwoording overdeontbindinguitvoering van deStichting, zoals genoemdtaken en de uitoefening van de bevoegdheden in het jaarverslag; e. Vaststelling en wijziging van een reglement Raad van Toezicht waarin de wijze van besluitvorming van de Raad van Toezicht is geregeld; f. Vertegenwoordiging van de stichting in geval van belangenverstrengeling bij het College van Bestuur. 4. Het toezicht omvat, buiten dein artikel17 lid 1van de statuten;7 neergelegde goedkeuringsrechten, in ieder geval: a. het toezienToezienop de nalevingdoor de bestuurdervan decode goedwettelijke bepalingen, de regels met betrekking tot governance daaronder begrepen;bestuur, zoals genoemd in de Wet;¶
b. het toezienToezienop de rechtmatige verwerving ende doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van deSchoolverkregen op grond van de wet;stichting en de school; c.
het toezien op de naleving door de bestuurder van wettelijke verplichtingen;¶
c. a ndere taken die de Wet aan de raadBewaken van hetnormatieve kader waarbinnen de stichting en de school opereren, met bijzondere aandacht voor de doelstelling en de continuïteit; d. Toezien op de kwaliteitvantoezicht toekent.¶ d. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naarhetbelang van de Stichting enonderwijs, alsmedehetbelang vande Scholen die door de Stichting in stand wordt gehouden.karakter van het openbaaronderwijs; e. De ledenPeriodieke beoordeling en evaluatievanderaadhet (onderlinge) functioneren vanbestuur entoezicht vervullen hun taak zonderlast of ruggespraak. 5. De RaadvanbijToezicht is vrij in de wijze waarophij zich laat informeren overdeStichting dan wel haar instellingen betrokken deelbelangen.stichting,met dien verstande dat hij ten minste tweemaal per jaar met de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad overleg voert. 2. De raad van toezicht evalueert jaarlijks zijn functioneren.¶
6. De raad van toezichtDe Raad van Toezichtlegt in hetjaarverslagbestuursverslag verantwoording afover de uitvoering van haar toezichthoudendetaken.van de (neven)werkzaamheden van zijn leden, alsook van het door de Raad uitgeoefende toezicht op de stichting en de scholen. 7. Deraad van toezicht steltRaad van Toezicht regeltzijn werkzaamheden en al wat zijn functioneren betreft ineendoor de Raad van Toezichtvast te stellenreglementvast ter zake van zijn werkwijze, waar in ieder geval de ontwerpen alsRaad van Toezicht zoalsbedoeld in lid 3 sub e van ditartikel 13 lid 13 van deze statutenzijn opgenomen. Raad van toezicht: samenstelling, zittingsduur. benoeming en ontslag¶
8. De Raad van Toezicht kan desgewenst een auditcommissie en/of andere commissies instellen. De Raad van Toezicht regelt de samenstelling van deze commissie(s) in een reglement. aad van Toezicht – Besluitvorming en werkwijze R Artikel 12 1. DeraadRaadvantoezicht bestaat uitToezicht vergadertten minstevijfnatuurlijke personen.¶
2. Demaal per jaar en voorts zo dikwijls als nodig is voor de juiste uitoefening van zijn taak.
Vergaderingen worden voorts gehouden indien de voorzitter dan wel twee andereleden van de raad van toezicht onderschrijven en respecteren het karakterRaadvanhet openbaar onderwijs.¶ 3. De ledenToezicht dit wenselijk achten, of indien hetCollegevande raad van toezicht worden benoemd door de Gemeenteraad.¶ 4. De raad van toezicht hanteertBestuureenrooster vanaftreden waarmee gewaarborgd wordt dat de (her)benoeming van bestuurders verspreid over opvolgende jaren plaatsvindt.¶ 5. Een lid van de raad van toezicht wordt benoemd voor de duur van vier jaar,met uitzondering van een lid die wordt herbenoemd voor een kortere periode, zulks geldend voor de eerste lichting van de leden raad van toezicht die per één juli tweeduizend vijftien zijn benoemd en/of ter vervanging van een lid wiens benoeming binnen zijn benoemingsperiode eindigt.
De in een tussentijdse vacature benoemd lid wordt benoemd voor de resterende duur van de zittingsperiode van zijn voorganger en neemt op het rooster van aftreden de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd.¶ 6. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar voor een periode van maximaal vier jaar, rekening houdende met de omstandigheid dat niemand langer dan acht jaar aaneengesloten lid van de raad van toezicht kan zijn. Dit houdt in dat in bepaalde gevallen een lid van de raad van toezicht meer dan één keer kan worden herbenoemd. Ook voor een herbenoeming van een lid van de raad van toezicht is opnieuw een besluit van de Gemeenteraad vereist.¶ 7. De benoeming van de leden van de raad van toezicht geschiedt met inachtneming van de voordrachtsrechten als bepaald in het lid 8, lid 9 en lid 10 van dit artikel. Benoeming geschiedt met inachtneming van een door de raad van toezicht opgestelde en openbaar gemaakte profielschets waarin de noodzakelijke competenties van de raad van toezicht en de afzonderlijke leden van de raad van toezicht worden beschreven.
De raad van toezicht gaat met de in dit lid genoemde profielschets aan het werk nadat de Gemeenteraad in de gelegenheid is gesteld advies uit te brengen over de inhoud van de profielschets.¶ 8. De benoeming van de leden van de raad van toezicht zijn onderworpen aan het adviesrecht van de GMR.¶ 9. De oudergeleding van de GMR wordt door de raad van toezicht uitgenodigd om voor twee zetels in de raad van toezicht een bindende voordracht te doen. De (ongedeelde) GMR wordt voorts in de gelegenheid gesteld om voor één zetel in de raad van toezicht een bindende voordracht te doen.¶ Elke voordracht, ongeacht van welke voordragende partij deze afkomt, wordt opgemaakt met inachtneming van het in lid 7 van dit artikel genoemde profiel.¶
Een op voordracht van de oudergeleding van de GMR en van de GMR benoemd lid van de raad van toezicht vervult zijn taak zonder last of ruggespraak en onafhankelijk van bij de Stichting dan wel haar instellingen betrokken deelbelangen.¶ 10. Voor een zetel in de raad van toezicht waarvoor de oudergeleding van de GMR en de GMR geen voordrachtsrecht heeft of ten aanzien waarvan zij het aan hen toekomend voordrachtsrecht niet hebben uitgeoefend binnen drie -maanden na daartoe door de raad van toezicht te zijn uitgenodigd, heeft de raad van toezicht een voordrachtsrecht.¶ 11. De in de leden 9 en 10 van dit artikel genoemde voordrachten worden voorbereid door een benoemingsadviescommissie. De werkwijze van deze benoemingsadviescommissie wordt in een door de raad van toezicht vast te stellen reglement nader uitgewerkt. De voordracht wordt opgemaakt met inachtneming van het profiel bedoeld in lid 7 van dit artikel.¶
1. redenen omkleedIn vacatures wordt zo spoedig mogelijkvoorzien.Een niet voltallige raad van t oezicht behoudt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de↵ taken en bevoegdheden van de raad van toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door de Gemeenteraad wordt of worden aangewezen. Indien de Gemeenteraad niet binnen vier weken, nadat de in -de derde volzin van dit lid beschreven situatie zich voordoet, een waarnemer heeft aangewezen, zal de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waarbinnen de Stichting statutair is gevestigd, op
verzoek↵ ↵ van één of meer belanghebbende(n) de perso(o)n(en) aanwijzendaartoe aan de voorzitter
richt. 12. Een lid van de raad van toezicht defungeert:¶ a. Dedoor zijn overlijden;¶ b. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken);¶ c.
door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden;¶
d. door zijn ontslag hem verleend door de Gemeenteraad.¶ e. door onder bewindstelling van zijn vermogen.¶ f.
door ondercuratelestelling.¶
13. De Gemeenteraad is te allen tijde bevoegd een lid van de raad van toezicht te schorsen of te ontslaan. Het betrokken lid van de raad van toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich ten overstaan van de Gemeenteraad te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan dooreen raadsman.¶ 14. De raad van toezicht kan eveneens een lid van de raad van toezicht¶ schorsen. De schorsing van het lid van de raad van toezicht vervalt, indien↵ de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of verlenging van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen.¶
Dit brengt de periode van schorsing op maximaal zes maanden. Het lid van de raad van toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich in eenvergadering van deraad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de↵ orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman.¶ 15. De raad van toezicht rapporteert het besluit tot schorsing of ontslag onmiddellijk aan de Gemeenteraad.¶ 16. Leden van de raad van toezicht kunnen in ieder geval niet zijn personen die:¶ a. in de afgelopen vier jaar in dienst van de Stichting zijn of zijn geweest, dan wel levenspartner en/of bloed- en aanverwant tot de tweede graad zijn van die (gewezen) werknemer, tenzij de raad van toezicht anders oordeelt ten aanzien van de gewezen werknemer of diens levenspartner en/of bloed of aanverwant tot de tweede graad;¶ b. bestuurder van de Stichting zijn of in de afgelopen vier jaar zijn¶ geweest;¶ c.
lid zijn van het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Amsterdam;¶
d. lid zijn van de raad van de Gemeente Amsterdam;¶ e. lid zijn van de GMR of medezeggenschapsraad van een school die onder het bestuur van de Stichting staat;¶ f.
als advocaat, gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van Stichting dan wel ten behoeve van de wederpartij van de Stichting;¶
g. als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden¶ tot het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten met de Stichting of in die hoedanigheid deelnemen aan het Decentraal Georganiseerd Overleg;¶ h. rechtstreeks betrokken zijn bij het leveren van goederen of diensten aan of door de Stichting die direct vallen onder de doelstelling van de Stichting en daarbij de omvang, aard en vergoeding van de te leveren goederen of diensten kunnen vaststellen of daarop aanmerkelijke invloed kunnen uitoefenen;¶ 17. Leden van de raad van toezicht evenals hun bloed- en aanverwanten tot en met de tweede graad mogen geen enkel rechtstreeks of persoonlijk voordeel genieten uit leveringen aan of overeenkomsten met de Stichting. Voor wat betreft de bloed- en aanverwanten kan de raad van toezicht een¶ uitzondering maken als hij van mening is dat dit de toezichthoudende rol van de raad van toezicht niet schaadt.¶ 18. De leden van de raad van toezicht melden hun beroeps- of maatschappelijke achtergrond en nevenfuncties aan de raad van toezicht.¶ 19. Eventuele vergoedingen aan de leden van de raad van toezicht geschieden op basis van een door de raad van toezicht vastgestelde (en op hoofdlijnen in het jaarverslag openbaar gemaakte) regeling.
Jaarlijks wordt door de bestuurder uitdrukkelijk in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van deze regeling zijn uitgegeven.¶
20. De raad van toezicht kan zich voor rekening van de Stichting in de¶ uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen.¶ 21. De bestuurder verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening↵ van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van↵ de Stichting die deze mocht verlangen. De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de Stichting; het daartoe door de raad van toezicht aangewezen lid van de raad heeft te allen tijde toegang tot alle bij de Stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen. De leden van de raad van toezicht hebben het recht om overleg te voeren met – en↵ informatie in te winnen bij - personen die in dienst zijn van de Stichting.¶
Raad vantoezicht: besluitvorming en werkwijze¶ Artikel 13¶ 1. In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Een blanco uitgebrachte stem geldt als een niet uitgebrachte stem.¶ 2. Indien de volstrekte meerderheid niet wordt bereikt bij een stemming (niet een benoeming betreffende), wordt het nemen van een besluit tot een volgende vergadering uitgesteld, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Indien bij herstemming de volstrekte meerderheid niet wordt bereikt, beslist de voorzitter.¶ 3. Wordt bij stemming over personen, een benoeming betreffende, de volstrekte meerderheid niet verkregen, dan vindt op een door de voorzitter te bepalen tijdstip herstemming plaats tussen de personen die de meeste stemmen op zich verenigd hebben. Indien bij deze stemming de stemmen opnieuw staken, beslist het lot.¶ 4. Elk lid van de raad van toezicht is bevoegd een vergadering van de raad van toezicht bijeen te roepen.¶ 5. Een lid van de raad van toezicht kan zich door een ander lid van de raad van toezicht ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen.
Een lid van de raad van toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen.¶ 6. Indien en voor zover tussen een lid van de raad van toezicht enerzijds en de Stichting anderzijds een tegenstrijdig belang bestaat of een daarop uitlopende ontwikkeling aannemelijk is, onthoudt het betrokken lid van de raad van toezicht zich van de beraadslaging en besluitvorming terzake.¶ 7. De vergaderingen van de raad van toezicht zijnToezichtisopenbaar tot een zodanig aantal
mensen als de vergaderlocatie toelaat.¶ 2. De vergadering wordt besloten gehouden, wanneer tenminste éénvan de aanwezige leden hieromlid hierovervraagt of wanneer de voorzitterdit nodig acht. DeraadRaadvan toezichtToezichtbeslist vervolgens op grond van deaard van de aan de orde zijnde
a angelegenheid of met gesloten deuren zal worden vergaderd.Het vergaderen achter gesloten deuren kan uitsluitend geschieden indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen: 8. Het vergaderen achter gesloten deur kan uitsluitend geschieden indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen:¶
a . hetHetbelang van de eerbiediging van de persoonlijkelevenssfeer; b. deDeeconomische of financiële belangen van deStichtingstichting; c. hetHetbelang van voorkoming van onevenredige bevoordelingof benadeling van bij de aangelegenheden betrokken natuurlijke personen dan wel derden. 9. Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze statuten van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.¶ 10. De raad van toezicht kan bepalen dat de leden hun vergaderrechten kunnen uitoefenen door middel van een elektronisch communicatiemiddel. Als de raad van toezicht daartoe besluit gelden de volgende cumulatieve vereisten:¶ a. het lid van de raad van toezicht dat op deze wijze aan de vergadering deelneemt, moet via het elektronisch communicatiemiddel kunnen worden geïdentificeerd;¶ b. dit lid moet rechtstreeks kunnen kennisnemen van de beraadslagingen ter vergadering en daaraan kunnen deelnemen;¶ c.
hij moet het stemrecht kunnen uitoefenen.¶
3. De raad van toezichtDe vergaderingen worden geleiddoor de voorzitter en bij afwezigheid door de vicevoorzitter dan wel een ander daartoe aangewezen lid van de Raad van Toezicht. Van de vergadering worden notulen gemaakt, die in de eerstvolgende vergadering worden vastgesteld. 4. De oproep geschiedt schriftelijk door of namens de voorzitter, ten minste zeven dagen vóór de vergadering zal worden gehouden en met opgave van de onderwerpen die ter vergadering in behandeling zullen komen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur. Over niet in de oproep vermelde onderwerpen kunnen geen besluiten genomen worden, tenzij de voltallige Raad van Toezicht aanwezig is en het besluit met algemene stemmen wordt genomen. De Raad van Toezichtkan(verdere) voorwaarden stellenaan het gebruik van het elektronisch communicatiemiddel. Als de raad van toezicht van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt, worden de gestelde voorwaarden bij de oproeping tot de vergadering bekend gemaakt. Het lid van de raad van
toezicht dat via een elektronisch communicatiemiddel
aan een vergadering deelneemt, geldt als in de vergadering aanwezig.¶ 11. a. Besluiten van de raad van toezicht kunnenook buitenvergadering worden genomenbesluiten nemen, mits allefungerendeledenin de gelegenheid worden gesteld hun
stem uit te brengen en geenvande raad van toezicht
henzichmettegendeze wijze van
besluitvormingakkoord verklaren en de stemming schriftelijkgeschiedt.¶ b. Daartoe kan onder meer gebruik worden gemaakt van alle vormen van geschreven tekstoverdracht, in de ruimste zin van het woord. Hieronder valt dus ook een langs elektronische weg toegezonden en reproduceerbaar bericht aan het adres dat de
raad van toezicht voor dit doel heeft vastgesteld en aan alle leden van de raad van toezicht bekend heeft gemaakt.¶ c.
Bij het aldus te nemen besluit dient in acht te worden genomen hetgeen daaromtrent in deze statuten is bepaald.¶
5. verzet.Van elk buiten vergadering genomen besluitwordt door de voorzitter een roces-verbaal opgemaakt waaraan de in lid b. bedoelde reproduceerbare berichten zijn p gehecht. Dit proces-verbaal wordt bewaard ten kantore van de Stichting. Tevens wordt hiervanmededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering,welke mededeling in de notulen
van die vergadering wordtverwerktvermeld. 6. De raadIeder fungerend lidvantoezicht steltdeRaad van Toezicht heeft recht tot het uitbrengen van één stem. 7. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen, tenzij de statuten anders bepalen. 8. Een stemming over benoeming, schorsing of ontslag van een lid van het College van Bestuur of van de Raad van Toezicht vindt plaats met twee/derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering of overleg waar alle fungerende leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 9. De Raad van Toezicht evalueert jaarlijks zijn functioneren als zodanig. De wijze waarop deze evaluatie plaatsvindt wordt nader geregeldin hetreglementraadvantoezicht regels vastde Raad van Toezicht. 10. over de wijzeWanneer een lidvanoproeping voor eenvergadering,de Raad van Toezicht een strijdig belang heeft metdetermijn tussen oproepingen vergadering,stichting of de besluitvormingzijn persoon of positie betreft, neemthij daarover niet deel aan het overleg en de besluitvorming binnen de Raad van Toezicht. 11. Tenzij de Raad van Toezicht anders besluit, woont het College van Bestuur de vergaderingen van de Raad van Toezicht bij.
Het College van Bestuur heeft in die vergaderingen een adviserende stem. ergoedingen Raad van Toezicht V Artikel 13 1. en werkwijze, internDe leden van de Raad van Toezichthebben recht op vergoeding van de door hen in deuitoefening van hun functie gemaakte kosten. 2. De Raad van Toezicht kan besluiten dat zijn leden tevens bezoldiging ontvangen. De Raad van Toezicht stelt de hoogte van die bezoldiging vast, rekening houdend met de grootte en complexiteit van de stichting en de school en de ter zake voor de onderwijssector geldende regelgeving en richtlijnen. 3. In het bestuursverslag van de stichting legt de Raad van Toezicht verantwoording af van de door hem aan zijn leden toegekende bezoldiging. E xterntoezicht, zomede de openbaar onderwijs Artikel 14 In aanvulling op de taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht en de taken en bevoegdheden van de Inspectie van het Onderwijszoals volgt uitde Wet op het onderwijstoezicht, geldt gelet op het openbaar karakter van het onderwijs voorts het navolgende:
a. de gemeenteraad kan zich vanuit haar wettelijketaak, samenstelling en wijze van door de raad van toezicht ingestelde commissies en de nadere regels ten aanzien van het eigenen verantwoordelijkheden voor het openbaar onderwijswenden tot het College van
estuur en de Raad van Toezicht van de stichting. De gemeenteraad ziet daarbij toe vanuit B haar wettelijke verantwoordelijkheid voor het openbaar onderwijs, zij heeft daartoe een Gemeentelijk Toezichtkader op het Openbaar Primair Onderwijs in Amsterdam vastgesteld waar het College van Bestuur en de Raad van Toezicht uitvoering aan verleent; b. de gemeenteraad is bevoegd in geval van ernstige taakverwaarlozing door het College van Bestuur of hetfunctioneren.van het College van Bestuurin strijd met deWPO, maatregelen te nemen die zij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen en heeft het recht om - indien en voor zover dat noodzakelijk is - zelf te voorzien in het bestuur van de scholen en zo nodig de stichting te ontbinden. oekjaar, begroting,enjaarstukken B Artikel1415 1. Het boekjaar van deStichtingstichtingis gelijk aanhet kalenderjaar. 2. De bestuurderHet College van Bestuuris verplichtvan de vermogenstoestand van de Stichtingstichtingen↵ vanalles betreffendeal hetgeen verderdewerkzaamhedenfinanciënvan deStichtingstichting betreftop zodanige wijzeeen administratie te voerenen de daartoe behorendeboek te houden dat daaruit te allen tijde de rechten en plichten van de stichting kunnen worden gekend. 3. Uiterlijk vóór 1 juli van ieder
kalenderjaar legt het College van Bestuur aan de Raad van Toezicht rekening en verantwoording af over het verstreken boekjaar, aan de hand van een door het College van Bestuur vastgestelde jaarrekening en jaarverslag. 4. De jaarrekening wordt ingericht overeenkomstig de wettelijke bepalingen en de richtlijnen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 5. Verder wordt de jaarrekening gecontroleerd door de accountant die door de Raad van Toezicht is benoemd. Deze accountant brengt over zijn onderzoek verslag uit aan de Raad van Toezicht en geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring over de getrouwheid van de in het vorige leden bedoelde stukken.
Hij brengt zijn verslag ter kennis van het College van Bestuur. 6. De Raad van Toezicht is bevoegd in een apart besluit de leden van het College van Bestuur décharge te verlenen voor hun bestuur, nadat de jaarrekening door hen is goedgekeurd. 7. Het College van Bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoeldeboeken, bescheiden en andere gegevensdragersop zodanige wijze te bewarendat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de Stichting kunnen worden gekend.gedurende ten minste de wettelijke termijn te bewaren. 8. Debestuurder biedtjaarrekening en de begroting wordenjaarlijksvóór één decemberter kennisgeving aan de gemeenteraad toegezonden. S tatutenwijziging Artikel 16 1. Het College van Bestuur is met voorafgaandegoedkeuringeen ontwerp van de begroting met toelichting voor het komende jaarvan debaten ende lastenRaadvande activiteiten ter Toezicht en de gemeenteraad bevoegd de statuten te wijzigen.
2. Het besluit van de Raad van Toezicht tot het verlenen vangoedkeuringbehoeft twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin alle leden vertegenwoordigd zijn. Indien niet het vereiste aantal leden van de Raad van Toezicht vertegenwoordigd is, zal binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen, waarin alsdan met meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen een besluit tot statutenwijziging kan worden genomen. 3. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. 4. Het College van Bestuur is bevoegd deze akte te doen verlijden.
Het College van Bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 5. Het hiervoor in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op het besluit tot juridische fusie en het besluit tot juridische opsplitsing. ntbinding en vereffening O Artikel 17 1. aan de raad vanDe gemeenteraad is bevoegd tot ontbindingvan de stichting in geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet. 2. In alle overige gevallen is het College van Bestuur, met goedkeuring van de Raad van Toezicht en de gemeenteraad, bevoegd de stichting te ontbinden. 3. De liquidatie geschiedt door het College van Bestuur ondertoezichtvan de Raad van Toezicht. 4. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Aan haar naam wordt toegevoegd ‘in liquidatie’. 5. Indien als gevolg van een bestuursbesluit de stichting is ontbonden, treden als vereffenaars van het vermogen van de ontbonden stichting het lid/de leden van het College van Bestuur op.
Op deze vereffenaars zijn de bepalingen van de wet en deze statuten omtrent de benoeming, de schorsing en het ontslag van het College van Bestuur van toepassing. 6. Een vereffenaar heeft dezelfde bevoegdheden, plichten en aansprakelijkheid als een lid van het College van Bestuur. 7. Een eventueel batig saldo wordt uitgekeerdaan. Debegroting omvat tevens een meerjarenraming van de baten en de lasten van de activiteiteneen door de Raad van Toezicht aan te wijzen algemeen nut beogende instelling die als zodanig in aanmerking komtvoor minimaal de drie jaren volgend op het boekjaar, waarop de goed te keuren begroting betrekking heeft.een vrijstelling van schenkingsrechtals bedoeld in de Successiewet 1956 en
waarvan het doel zoveel mogelijk met dat van de stichting overeenkomt. 1. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de Stichting maakt de bestuurder een jaarrekening en een jaarverslag op over dat boekjaar. Bij het opmaken van het jaarverslag houdt de bestuurder rekening met het bepaalde in artikel 8 lid 4 (concrete doelstellingen van de scholen) en legt het bestuur verantwoording af over het bepaalde in artikel 4 sub a (specifieke kenmerken openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs). De bestuurder legt tevens verantwoording af over de mate waarin de vastgestelde missie en doelstellingen van de Stichting zijn gehaald en de mate waarin voldaan is aan de - zoals in de Wet bedoelde - code voor goed bestuur. Bij het opmaken van de jaarrekening houdt de bestuurder rekening met het bepaalde in artikel 7 lid 9 en