CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. MER-rapport De Nieuwe Kern.pdf

RAAD 18 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Investeringsvoorstel De Nieuwe Kern en beschikbaar stellen van een bijbehorend uitvoeringskrediet voor fase 1 (VN2025-007399)30.268 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

2.2

Ontwikkeling De Nieuwe Kern

Voor de ontwikkeling van DNK zijn diverse stappen in het planproces te onderscheiden. Deze worden hieronder nader toegelicht.

28/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Structuurvisie Ouder-Amstel 2007 Het eerste door de raad vastgestelde document waarin een visie op DNK (destijds nog Duivendrechtse veld genoemd) wordt gegeven is de structuurvisie Ouder-Amstel 2007. De uitgangspunten die werden meegegeven aan de ontwikkeling waren: • • •

Multifunctionele ontwikkeling Verdichte stadsrand door woningbouw en kantoorontwikkeling Economische functies rond infrastructuur

• • •

Rekening houden met hinder ten aanzien van geluid Verbinding met groen Kleinschaliger bedrijvigheid

•

Station multimodaal overstappunt

Nota van Uitgangspunten 2013 Enkele jaren later (2013) is de Nota van Uitgangspunten (hierna: NvU) door de gemeenteraad vastgesteld. Verschillende onderzoeken op het gebied van geluid, luchtkwaliteit, bodem, externe veiligheid, ecologie en archeologie zijn uitgevoerd om inzichtelijk te maken wat de mogelijkheden zijn voor het plangebied. In de NvU is ook het programma van circa 450.000 m² voor woonfuncties en 250.000 m² voor niet-woon functies (zoals kantoren, hotels en leisure) voor het eerst vastgelegd. Rolverdeling en Samenwerkingsovereenkomst 2017 De NvU is aanleiding geweest om met de verschillende grondeigenaren van het gebied in gesprek te gaan. Gemeente Ouder-Amstel heeft zelf vrijwel geen grond binnen DNK in eigendom. Gezien de totale begroting van de gemeente vond de gemeente het geen optie om actief grondbeleid te voeren en de gronden te kopen. Om die reden is sinds de NvU een intensieve samenwerking opgestart met alle grondeigenaren van het gebied; gemeente Amsterdam, NS Vastgoed, Borchland/VolkerWessels Vastgoed en Ajax N.V (zie figuur 2.1). zodat de visie van Ouder-Amstel voor het gebied ook daadwerkelijk uitgevoerd kan worden.

29/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Figuur 2.1 Overzicht van de grondeigendommen van de verschillende eigenaren

Deze intensieve samenwerking heeft geresulteerd in de Samenwerkingsovereenkomst (hierna: SOK) die in 2017 is geaccordeerd door de gemeenteraad. Hierin zijn afspraken opgenomen over het programma, wijze van samenwerken, de verschillende rollen en verantwoordelijkheden, financiën en randvoorwaarden. Concept structuurvisie 2020 De structuurvisie is een uitwerking van de SOK. Aan de noordwestzijde van het plangebied liggen de volkstuinen van Dijkzicht, Ons Lustoord, de Federatie en Nieuw Vredelust. Deze volkstuincomplexen zijn in de SOK niet opgenomen in verband met de politieke gevoeligheid. De gemeente Amsterdam (grondeigenaar van de volkstuinen) wilde de volkstuinen duidelijkheid geven over hun toekomst. Om die reden zijn de gronden onder alle volkstuincomplexen in de concept structuurvisie meegenomen.

30/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Daarnaast is in dit document de visie van de gemeente Ouder-Amstel meegegeven op verschillende vlakken; groen en water, infrastructuur, voorzieningen en de onderbouwing van het programma. Het maken van de structuurvisie is een samenspel met de grondeigenaren van het gebied. De grondeigenaren zijn met de concept stedenbouwkundige visie aan de slag gegaan binnen de kaders zoals vastgelegd in de concept structuurvisie. Hiermee kijken de grondeigenaren of de kaders uit de structuurvisie ook haalbaar zijn in de ontwikkeling. Verschil in planvorming van 2007 tot 2020/2021 Vanzelfsprekend is de planvorming met de jaren steeds gedetailleerder geworden omdat meer mogelijk- en onmogelijkheden inzichtelijk zijn geworden (zie figuur 2.1). Een groot deel van de uitgangspunten zoals genoemd in de structuurvisie van 2007 zijn ook in 2020/2021 nog relevant.

Figuur 2.2 Planvorming voor DNK door de jaren heen

Wezenlijke verschillen zitten in het woongebied. In 2007 is wonen verspreid door het hele gebied en gemengd met volkstuinen en bedrijvigheid. In 2013 is wonen in één deelgebied voorgesteld, maar bij de SOK en ontwerp structuurvisie 2020 is te zien dat het trainingscomplex De Toekomst van Ajax (in het zuidwesten) op de huidige locatie blijft en daar dus geen woningbouw kan plaatsvinden. De locatie van de werkgebieden is ook gewijzigd in de loop der jaren. Waar deze in 2007 nog verspreid door het plangebied te vinden waren, ligt dit gebied nu rond station Duivendrecht en ten zuiden van het Amstel Business Park.

31/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

In dit gebied is woningbouw namelijk niet mogelijk vanwege regelgeving vanuit Schiphol. Door bedrijven en kantoren in die zone te plaatsen, blijft in de overige gebieden optimaal ruimte beschikbaar ten behoeve van woningbouwontwikkeling. Reeds ontwikkelde initiatieven Na de komst van Endemol zijn nog drie initiatieven gerealiseerd, allen in het noordwesten van het plangebied van DNK. Zo is een postsorteercentrum van PostNL ontwikkeld, is de Joan Muyskenweg doorgetrokken van de Van der Madeweg naar de Holterbergweg en is ten westen van PostNL een kavel ontwikkeld ten behoeve van verkeersschool Nelen (zie figuur 2.3). Gemeente Ouder-Amstel heeft besloten deze vooruitlopend op het vaststellen van de structuurvisie te vergunnen omdat deze twee kavels weinig relatie hebben met DNK, maar functioneel en ruimtelijk eerder aansluiten bij het noordelijk gelegen Amstel Business Park Zuid. Voor de overige gronden waar ‘werken’ is voorzien (blauwe gebied op structuurvisie 2020 kaart) geldt dat de relatie met DNK wel van belang is. Daarnaast wordt de ontwikkeling van de Smart Mobility Hub (hierna: SMH) vooruitlopend op het vaststellen van de ontwerp structuurvisie in gang gezet.

De SMH wordt los gezien van de ontwerp structuurvisie en MER voor DNK aangezien deze niet nodig is voor de ontwikkeling van DNK, maar is bedoeld om het evenementen-parkeren van de Johan Cruijff ArenA, Ziggo Dome en AFAS Live op te lossen.

Figuur 2.3 Reeds ontwikkelde initiatieven

32/92

Kenmerk

2.3

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Beleids- en wettelijk kader

Op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau zijn er diverse (beleids)kaders die relevant zijn voor de ontwikkeling en het plangebied. In onderstaande tabel zijn (niet uitputtend) de belangrijkste randvoorwaarden uitgewerkt. Tabel 2.1 Belangrijkste randvoorwaarden Beleidskader

Relevantie

Europees Natura 2000 (Vogel- en

Het doel van het Natura 2000-beleid is het instandhouden van belangrijke

Habitatrichtlijn)

habitattypes en bedreigde diersoorten. Waar nodig dienen positieve maatregelen getroffen te worden om deze habitats en soorten te behouden en de bescherming te verbeteren. In de nabijheid van het plangebied is het Natura 2000-gebied Botshol gelegen. In dit MER wordt beoordeeld wat de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de instandhoudingsdoelstellingen van dit natuurgebied zijn.

Nationaal Structuurvisie voor de ondergrond

De Structuurvisie voor de ondergrond richt zich op duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond waarbij benutten en beschermen met elkaar in balans zijn.

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt. In deze nieuwe aanpak wordt als uitgangspunt gesteld dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Op deze manier worden in gebieden betere en meer geïntegreerde keuzes gemaakt. In de NOVI worden vier prioriteiten gesteld voor de langetermijnvisie, waarop het Rijk wil sturen in nationaal belang.

Wet Natuurbescherming (Wnb)

•

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

•

Duurzaam economisch groeipotentieel

•

Sterke en gezonde steden en regio’s

•

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

De Wnb beschermt Natura 2000-gebieden, soortbescherming en houtopstanden. De Wnb hanteert het ‘nee-tenzij’-principe. Dit betekent dat de genoemde verbodsbepalingen voor bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden altijd gelden.

Besluit gevoelige bestemmingen

In het besluit gevoelige bestemmingen worden eisen benoemd ten behoeve van de vestiging van gevoelige bestemmingen in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn een gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen.

Wet milieubeheer

Het wettelijke kader waarin de m.e.r. is vastgelegd, en bepaalt welk wettelijk gereedschap kan worden ingezet om het milieu te beschermen, zoals milieuplannen, vergunningen, algemene regels en handhaving.

33/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Beleidskader

Relevantie

Omgevingswet

De inwerkingtreding van de Omgevingswet is op dit moment voorzien op 1 januari 2022. De Omgevingswet bundelt 26 wetten op gebied van de fysieke leefomgeving met elkaar op het vlak van ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Hierbij gaat het om de balans tussen beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving met het oog op duurzame ontwikkeling. De wet moet zorgen voor ruimte voor ontwikkeling en het waarborgen van kwaliteit. Dit motto is vertaald naar twee maatschappelijke doelen: •

Een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit bereiken en in stand houden

•

De fysieke leefomgeving doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen

Het stelsel van de Omgevingswet stelt de gebruikers centraal.

De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s): het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving.

De procedure voor de structuurvisie wordt gestart voor het van kracht worden van de Omgevingswet. Het MER anticipeert op de nieuwe wet, maar deze is nog niet van toepassing uitgaande van de huidige planning. Klimaatakkoord

Het kabinet heeft met het nationale Klimaatakkoord een centraal doel: het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met 49 % ten opzichte van 1990. Het kabinet pleit in Europa voor een broeikasgasreductie van 55 % in 2030. Een belangrijke manier waarop deze doelstelling behaald kan worden is aanpassingen in de gebouwde omgeving. Goed geïsoleerde woningen die door middel van duurzame alternatieven van warmte en elektriciteit worden voorzien vormen een belangrijke manier om aan de doelstelling te voldoen. Het plan van DNK draagt bij aan de wensen met betrekking tot de gebouwde omgeving zoals die in het Klimaatakkoord zijn vastgelegd.

Grondstoffenakkoord

In januari 2017 hebben 180 partijen in Den Haag het Grondstoffenakkoord ondertekend. Hierin staan afspraken om de Nederlandse economie te laten draaien op herbruikbare grondstoffen. Het akkoord is ondertekend door zowel partijen uit de overheid als het bedrijfsleven. Doel van het grondstoffenakkoord is dat Nederland in 2050 volledig circulair is. Hergebruik van materialen, nieuwe productiemethodes en nieuwe circulair ontworpen producten dragen bij aan het behalen van dit doel.

Deltaplan Ruimtelijke adaptatie

Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is een gezamenlijk plan van

2021

gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Het Deltaplan beschrijft de urgentie om te werken aan waterveiligheid, klimaatadaptatie en

34/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Beleidskader

Relevantie beschikbaarheid van zoetwater. In het Deltaplan 2021 is ook veel aandacht voor de verbinding tussen ruimte en water. Niet alleen met het oog op de stijgende zeespiegel, maar ook om beter om te gaan met de toenemende droogte.

Advies met betrekking tot

Het advies is om nieuwe situaties met bovengrondse

hoogspanningslijnen (toenmalig

hoogspanningsverbindingen waarbij kinderen worden blootgesteld aan een

ministerie van VROM)

magneetveld hoger dan 0,4 microtesla (jaargemiddelde) zoveel mogelijk te vermijden. Gevoelige bestemmingen waar kinderen langdurig verblijven worden expliciet genoemd. Naast woningen zijn scholen, crèches en kinderopvangplaatsen aangegeven als gevoelige bestemming. Locaties waar kinderen kort verblijven zijn niet aangemerkt als gevoelige bestemming. Dit zijn bijvoorbeeld sportvelden, speeltuinen, zwembaden. . Het advies betreft bovengrondse hoogspanningslijnen en is niet gericht op ondergrondse tracés of transformatorstations. In DNK ligt geen bovengrondse hoogspanningslijnen, maar wel een 150 kV ondergronds tracé en een transformatorstation. Zie verder paragraaf 4.1.1.

Provinciaal Omgevingsvisie Noord-Holland 2050

Op 19 november 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 vastgesteld, voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. Duurzame economische ontwikkeling is nodig voor de werkgelegenheid en daarmee voor de bestaanszekerheid van de inwoners; de provincie Noord-Holland wil ook in de toekomst een provincie zijn voor iedereen om de provincie sociaal-inclusief te houden. Naast algemene ontwikkelprincipes voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden, zijn 5 samenhangende bewegingen geschetst. De ‘Metropool in ontwikkeling’ gaat in op de Metropoolregio Amsterdam, dat deze steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte groter wordt.

Omgevingsverordening NH2020

In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. De provincie zoekt naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland.

Woonagenda 2020-2025

De Woonagenda is de provinciale uitvoeringsagenda voor de komende vijf jaar met een omschrijving van ambities, uitgangspunten en acties op het gebied van woningbouw. Een van de speerpunten uit de Woonagenda is het aanjagen van de woningbouwproductie. Daarnaast is ook het verduurzamen van de woningvoorraad een belangrijk agendapunt. De

35/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Beleidskader

Relevantie Woonagenda volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal beleid zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie en het coalitieakkoord.

Regionaal Metropoolregio Amsterdam,

De Metropoolregio Amsterdam is het informele samenwerkingsverband van

actieagenda

lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en Raden van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. De samenwerking levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. Om de samenwerking te bevorderen is een actieagenda opgesteld met 7 punten, welke relevant zijn voor De Nieuwe Kern: 1.

Ruimte geven aan wonen en werken

2.

Slimmer en innovatiever werken

3.

De leefkwaliteit verbeteren

4.

Transitie naar een schone economie

5.

Beter verbinden

6.

Klimaatbestendig maken

7.

7. De metropoolregio wendbaarder maken (flexibel)

Concept Regionale Energie

De concept-RES is een uitvloeisel van de afspraak in het Klimaatakkoord

Strategie (RES) Noord-Holland

om regio’s een grote rol te geven in de transitie van fossiele brandstof gebruik naar opwek van hernieuwbare energie. De concept-RES beschrijft de verkenning van de mogelijkheden voor grootschalige opwek van hernieuwbare energie in de regio. Daarnaast is een eerste inventariserende stap gezet om de vraag naar en het aanbod van warmte, en de warmte-infrastructuur in kaart te brengen.

Omgevingsvisie Amsterdam 2050

De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is de visie op de ruimtelijke ontwikkeling van Amsterdam. Het omvat onderwerpen als groen, water, energie, economie, gezondheid, cultuur en sociale voorzieningen. In de omgevingsvisie wordt stilgestaan bij de toenemende vraag naar ruimte voor wonen, werken en recreëren. Door verdichting en functiemenging in de stad ontstaat een compacte stad die beter aansluit bij de behoefte en ontwikkelmogelijkheden van mensen en bedrijven. Daarnaast richt de gemeente zich naar buiten toe waardoor ontwikkelingen zoals De Nieuwe Kern naadloos grenzen aan Amsterdamse projectgebieden in Amstel-Stad en Bijlmer-West. Door als gemeenten samen te werken kunnen ontwikkelingen op elkaar afgestemd worden en elkaar versterken. Op 12 januari 2021 heeft het college van burgemeester & wethouders ingestemd met vrijgave van de ontwerp-omgevingsvisie visie en de bijbehorende

36/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Beleidskader

Relevantie omgevingseffectrapportage. Vanaf donderdag 21 januari ligt de ontwerpomgevingsvisie Amsterdam 2050 voor zes weken ter visie. De planning is om de omgevingsvisie in september 2021 vast te stellen.

Lokaal Nota van uitgangspunten De

De eerste bestuurlijke stap voor ontwikkeling van De Nieuwe Kern is de

Nieuwe Kern 2013

Nota van Uitgangspunten. Samengevat gaat de nota ervan uit dat, rekening houdend met de beperkingen van het gebied (geluid en milieu), zoveel mogelijk ruimte gecreëerd wordt voor woningbouw. De hoofdlijnen zijn als volgt: •

Ruimtelijk: Om ruimte te creëren voor woningbouw wordt een aantal bestaande functies in het gebied verplaatst of opgeheven (o.a. deel van de volkstuinen). Ruimte voor woningen ontstaat zo in het midden en oostelijk deel van het plangebied.

•

Verkeer en vervoer: De Holterbergweg blijft de hoofdontsluiting. Hiervandaan gaan nieuwe straten de wijk in. Waarbij rekening gehouden moet worden met verkeer tijdens evenementen. Het gebied is al goed bereikbaar met metro en trein, ook zijn er goede busverbindingen nodig

•

Groen en water: Op een aantal plekken in het gebied is geen bebouwing toegestaan (b.v. langs het spoor), waar ruimte is voor volkstuinen, groen en water. In het poldergebied is goede waterberging van belang

•

Programma: Naast woningen is ruimte voor andere functies zoals: kantoren, bedrijven, recreatie, sport, detailhandel, horeca, scholen e.d. In de Nota is een maximum van 4.500 woningen benoemd en 250.000 m² niet-woonprogramma

•

Energie en duurzaamheid: Bij de ontwikkeling van DNK wordt aangesloten op het gemeentelijk doel om energieneutraal te zijn. Onder meer door goed geïsoleerde woningen, efficiënt gebruik van energie, gebruik van duurzame energie en toekomstgerichte en flexibele bebouwing

•

Milieubeperkingen: Met name geluid is een beperking bij ontwikkeling van DNK. Uit onderzoek blijkt dat er een goed woon- en leefklimaat kan worden gecreëerd op het gebied van geluid. Als uitgangspunt in de nota wordt met name een geluidsscherm langs de A2 genoemd. Daarnaast zijn diverse mitigerende maatregelen mogelijk om de hinder van geluid te beperken

Structuurvisie gemeente Ouder-

De Structuurvisie Ouder-Amstel 2007 is het eerste door de gemeenteraad

Amstel 2007

vastgestelde document dat de basis heeft gelegd voor de ontwikkeling van De Nieuwe Kern. Door de ontwikkeling van DNK kan een overgangszone geschapen worden tussen Duivendrecht met een meer stedelijk karakter en Ouderkerk aan de Amstel met een meer landelijk karakter. In de

37/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Beleidskader

Relevantie Structuurvisie wordt de ambitie genoemd om (het noordelijk deel van) de A2 in te richten als een stadsboulevard, de A2-boulevard. Door herontwikkeling van deze zone tot multifunctionele 'transparante' stadsrand wordt de samenhang tussen enerzijds het open en landelijke karakter van de Amstelscheg en anderzijds het verstedelijkte gebied in Duivendrecht e.o. versterkt. Voorliggende gebiedsgerichte Structuurvisie voor DNK vervangt betreffende delen uit de Structuurvisie uit 2007.

Samenwerkingsovereenkomst

De gemeente Ouder Amstel en de gemeente Amsterdam alsmede

2017

de directies van NS Vastgoed B.V., AFC Ajax N.V., Borchland Vastgoed B.V. en VolkerWessels Vastgoed B.V. hebben een samenwerkingsovereenkomst opgesteld voor de ontwikkeling van DNK. Het doel van de Samenwerkingsovereenkomst is het vastleggen van afspraken tot het moment van vaststelling van de structuurvisie, van de startnotitie aanpak traject bestemmingsplannen én ondertekening van de anterieure overeenkomsten.

3 Voorgenomen activiteit en alternatieven 3.1

Inleiding

In het MER worden de milieueffecten van de voorgenomen activiteit en de alternatieven van de ontwikkeling van DNK beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen. In dit hoofdstuk wordt eerst een toelichting gegeven op het plan- en studiegebied van de voorgenomen activiteit. Vervolgens wordt in de paragrafen achtereenvolgens ingegaan op de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen. Verder bevat dit hoofdstuk een beschrijving van de voorgenomen activiteit en de alternatieven. Ook wordt ingegaan op de duurzaamheidsambities die gelden voor de ontwikkeling van DNK. Tot slot wordt beschouwd of een specifieke fasering van de bouw leidt tot andere milieueffecten en worden de niet beschouwde alternatieven toegelicht.

3.2

Plangebied en studiegebied

Het plangebied voor De Nieuwe Kern, met een totale omvang van 190 hectare, ligt in de gemeente Ouder-Amstel, aan de zuidoostelijke rand van de stad Amsterdam. Het plangebied kan worden omschreven als een vrij extensief gebruikt en naar binnen gekeerd gebied, met functies als volkstuincomplexen, sport- en parkeerterreinen. De Holterbergweg speelt als hoofdontsluitingsweg een belangrijke rol in de (huidige) beleving van het gebied. Station Duivendrecht valt binnen de plangrenzen en er zijn in de directe nabijheid aansluitingen op het (rijks)wegennet. Het plangebied is daarmee uitstekend bereikbaar. Voor zowel trein, metro, fiets en auto biedt DNK de infrastructurele verbinding tussen de omliggende gebieden van respectievelijk Amsterdam en Ouder-Amstel.

38/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Het gebied wordt omgrensd door het stadsdeel Zuidoost behorende tot de gemeente Amsterdam (zie figuur 1.1), transformatiegebied Amstel Business Park Zuid en het dorp Duivendrecht, die beide onderdeel uitmaken van de gemeente Ouder-Amstel. In het zuidwesten grenst het plan aan agrarische gronden, die eveneens binnen de grenzen van de gemeente Ouder-Amstel vallen. De gebiedsgrenzen aan de zuid- en oostzijde vallen voor een deel samen met de gemeentegrens tussen Ouder-Amstel en Amsterdam. Het studiegebied is het gebied waar effecten van de voorgenomen ontwikkelingen kunnen optreden. Dit betreft het plangebied én de omgeving daarvan. Het is afhankelijk van het milieuaspect tot hoever de grenzen van het studiegebied reiken en kan niet bij voorbaat aangegeven worden. In de milieuonderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van het MER is per milieuthema het studiegebied bepaald.

3.3

Referentiesituatie

In dit MER worden de milieueffecten van de alternatieven beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen. Deze worden in de volgende sub-paragrafen beschreven. 3.3.1

Huidige situatie

Het grootste deel van het plangebied voor DNK wordt in de huidige situatie gebruikt voor sportvoorzieningen en volkstuinen. De sportvoorzieningen liggen verborgen in het plangebied zonder duidelijke samenhang, zie figuur 3.1. De diverse sportfuncties zijn overwegend naar binnen gekeerd waardoor er geen sprake is van één duidelijk sportprofiel. In het gebied is duidelijk de ligging van het trainingscomplex De Toekomst van Ajax en de golfterreinen van zowel Amsterdam Old Course als Amstelborch/Borchland zichtbaar. Net buiten het plangebied ligt de Johan Cruijff ArenA.

39/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Figuur 3.1 Bovenaanzicht van de huidige situatie in De Nieuwe Kern (bron: www.denieuwekern.nl)

Aan de noordwestzijde van het plangebied liggen de volkstuinen van Dijkzicht, Ons Lustoord, de Federatie en Nieuw Vredelust (zie figuur 3.1). De volkstuinen zijn verschillend in aard en omvang en zijn overwegend naar binnen gekeerd. In de volkstuinen mag van maart tot en met oktober overnacht worden. De ruimtelijke hoofdstructuur van deze stedelijke zone wordt voornamelijk bepaald door de aanwezige infrastructuur voor auto- en railverkeer. Het hoofdwegennet bestaat uit de rijkswegen A10, A2 en A9. De Holterbergweg functioneert als de interne hoofdontsluitingsweg en vormt tevens een barrière tussen de verschillende deelgebieden. De uitstraling en vormgeving van de Holterbergweg is erg functioneel en gericht op een snelle doorstroming. Ter hoogte van station Duivendrecht kruisen de treinsporen tussen Amsterdam en Utrecht en tussen Schiphol en Almere elkaar. Station Duivendrecht is momenteel vooral een kruis- en overstapstation wat terug is te zien in de opzet en uitstraling van het stationsgebied. Het station kent momenteel geen heldere toegangen en uitgangen. Daarnaast is er een kleine P&R locatie. Het gebied rondom het station is goed en multimodaal ontsloten. 3.3.2 Autonome ontwikkelingen Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die in en in de omgeving van DNK plaats (zullen) vinden tot aan 2040, ook zonder dat DNK ontwikkeld wordt.

Het gaat daarbij om ontwikkelingen waarvoor al een (ontwerp) ruimtelijk plan is vastgesteld of waarvan een redelijke mate van zekerheid bestaat dat deze doorgang zullen vinden. Dit laatste gaat om ontwikkelingen die aannemelijk zijn vanwege de door de raad vastgestelde ambitie.

40/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

De voor DNK relevante ontwikkelingen waarover al een besluit is genomen of waar op korte termijn een besluit over wordt genomen zijn in onderstaande sub-paragrafen nader toegelicht 4. Per milieuthema kunnen daarnaast nog specifieke autonome ontwikkelingen bestaan, zoals bijvoorbeeld te toename van verkeer in de omgeving. Dergelijke autonome ontwikkelingen zijn beschreven in de achtergrondrapporten van de diverse thema’s. Amstel-Stad Amstel-Stad is de ambtelijke werktitel voor de lange stedelijke zone tussen het Amstelkwartier in het noorden en het AMC in het zuiden. Een strook die in het westen wordt begrensd door de A2 en in het oosten door de Bijlmermeer. In deze zone zijn al enkele jaren ontwikkel- en transformatie-initiatieven gaande in zeven deelgebieden (zie figuur 3.2). Op basis van die ontwikkelingen en de beschikbare ruimte wordt geschat dat Amstel-Stad uiteindelijk ruimte zal bieden aan circa 25.000 tot 50.000 nieuwe woningen. Dat staat gelijk aan 50.000 tot 100.000 nieuwe bewoners met een daarbij passende aanbod van niet-woonfuncties zoals scholen, kantoren, winkels en horeca, zorg en sport. De diverse ontwikkel- en transformatie-initiatieven in de deelgebieden worden in navolgende sub-paragrafen toegelicht.

4

Zie ook website van de gemeente Amsterdam: https://www.amsterdam.nl/projecten/

41/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Figuur 3.2 Overzicht initiatieven Amstel-Stad (bron: gemeente Amsterdam, Deel 1 - Casus Amstel-Stad, Amsterdam, 25 juni 2020)

42/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Amstelkwartier Amstelkwartier is een nieuwe wijk tussen de Spaklerweg en de Duivendrechtsevaart. Hier ontstaat een gevarieerde groene buurt om te wonen, te werken en te recreëren. Kenmerkend aan de wijk zijn het park en de monumentale panden van de voormalige Zuidergasfabriek. Deze krijgen een nieuwe bestemming voor de buurt. De wijk wordt in drie fases gebouwd. In totaal komen er ongeveer 3300 nieuwe woningen in het Amstelkwartier. Het eerste deel van het Amstelkwartier is bijna klaar. De verwachting is dat in het derde kwartaal van 2022 de laatste steen wordt gelegd. Inmiddels zijn de woningen van de tweede fase opgeleverd en in 2020 werd het nieuwe Bella Vistapark geopend, met als middelpunt de monumentale historische watertoren. In 2021 start de bouw in de tweede fase Weststrook. Verder wordt op dit moment gewerkt aan de derde fase van het Amstelkwartier. Dat wordt vanaf 2023 in fases gebouwd. Het Amstelkwartier is naar verwachting in 2030 gereed. Amstel Business park zuid Het Amstel Business Park Zuid is nu een gebied dat voornamelijk bestaat uit een bedrijventerrein met woonboten en enkele bedrijfswoningen. Het gebied ligt ingeklemd tussen Duivendrecht, Amsterdam en Amsterdam Zuidoost. Met het doortrekken van de Joan Muyskenweg tot aan station Duivendrecht en een nieuwe aansluiting op de A2 wordt het gebied beter bereikbaar.

Komende jaren wordt het bedrijventerrein getransformeerd en geïntensiveerd naar een gemengd stedelijk woon- en werkgebied. De beschikbare restruimte wordt opgevuld tot de spoorlijn Duivendrecht-Schiphol. De geplande ontwikkelingen versterken de huidige belangrijke economische rol die het gebied heeft voor de stad Amsterdam. ArenAPoort ArenAPoort is het centrumgebied van Zuidoost en ligt rondom station Amsterdam Bijlmer ArenA. Het gebied bevindt zich tussen het Anton de Komplein en Villa ArenA. Hier bevinden zich onder andere de Johan Cruijff ArenA, de Ziggo Dome, winkelcentrum de Amsterdamse Poort en Cumulus Park met het hoofdkantoor van ING. De gemeente Amsterdam wil het gebied ArenAPoort verder ontwikkelen en ruimte creëren voor nieuwe bewoners, werkplekken en voorzieningen. Om alle ontwikkelingen in goede banen te leiden, is een ontwikkelstrategie voor dit gebied opgesteld. In deze strategie staat wat er tot 2030 gaat gebeuren. Het geeft betrokkenen duidelijkheid over de visie op het gebied en de kaders waar alle ontwikkelingen aan moeten voldoen. De ontwikkelstrategie wordt begin 2021 als onderdeel van het investeringsbesluit ArenAPoort 2020 – 2030 ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. De ontwikkeling van ArenAPoort bestaat uit meerdere deelprojecten. In juli 2017 startte de bouw van het nieuw ING-hoofdkantoor aan de Frankemaheerd.

Dit vormde een belangrijk startpunt van de vele ontwikkelingen in dit gebied. Het hoogtepunt van de ontwikkelingen ligt tussen 2020 en 2025.

43/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Amstel III Amstel III is een groot gebied aan de kant van het spoor tussen de Johan Cruijff ArenA, de A2 en het Amsterdam UMC – locatie AMC. De metrostations Bullewijk en Holendrecht fungeren als toegangspoorten tot het gebied. Midden door het gebied loopt de snelweg A9. Het gebied Amstel III bestaat uit twee delen. Enerzijds bestaat het gebied uit een typisch bedrijventerrein gelegen langs de A2 Hier blijft ruimte voor bedrijven en worden geen woningen ontwikkelt. Anderzijds bestaat het gebied uit een kantorengebied langs het spoor. Daar worden de komende jaren veel woningen bijgebouwd en wordt het gebied verandert in een stadswijk waar men kan wonen, werken en recreëren. Tot 2027 worden hier zo’n 5.000 woningen gebouwd. Ook komen er toegankelijke openbare voorzieningen en ontstaat een mooie openbare ruimte met winkels, veilige routes voor fietsers en voetgangers, meer groen, meer bankjes en ruimte voor sport en recreatie. In de periode 2027-2040 kunnen nog eens 10.000 woningen worden gebouwd in het gebied. Dit gebeurt niet in één keer, maar in verschillende deelprojecten. Smart Mobility Hub (SMH) De SMH wordt een multifunctioneel gebouw waarin plaats wordt geboden aan circa 2.400 parkeervoorzieningen voor auto’s, bussen, kiss&ride en taxistandplaatsen, gecombineerd met sportvelden op het dak, twee sporthallen en kantoorfuncties.

Ondanks dat het plangebied van de SMH is gelegen in het plangebied van DNK wordt dit als autonome ontwikkeling gezien. De SMH wordt geheel zelfstandig ontwikkeld en is voor de realisatie niet afhankelijk van de gebiedsontwikkeling van DNK als geheel of met andere stedelijke ontwikkelingsprojecten. Nieuwe A2-Entree Een nieuwe A2-Entree biedt kansen om de verkeersveiligheid, doorstroming en robuustheid van het snelwegennet rondom knooppunt Amstel te verbeteren. Daarnaast is de nieuwe A2-Entree een voorwaarde voor de ontwikkeling van stedelijke woningbouw ten noorden van knooppunt Amstel 5. De nieuwe A2-Entree wordt dichterbij DNK gesitueerd in het verlengde van de Van der Madeweg. Herinrichting huidig trainingscomplex Ajax Het huidige trainingscomplex de Toekomst van Ajax ligt in het plangebied van DNK, maar buiten de exploitatiegrenzen. Ajax is voornemens hier enkele panden te slopen en elders op het terrein nieuwe voorzieningen te bouwen. Ajax werkt aan een nieuw bestemmingsplan om de plannen mogelijk te maken.

3.4

Voorgenomen activiteit

De gemeente Ouder-Amstel is voornemens om tussen station Duivendrecht, de Johan Cruijff ArenA, de A2 en het Amstel Business Park een nieuwe stadswijk te realiseren. Het plangebied is ongeveer 190 hectare groot. Het beoogde programma bestaat uit circa 450.000 m² aan woonfuncties en circa 250.000 m² aan niet-woonfuncties, zoals bedrijven, horeca,

5

Haalbaarheidsonderzoek Nieuwe A2-Entree, 22 mei 2019 (definitief)

44/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

maatschappelijke voorzieningen kantoren en uitbreiding van sportcomplex de Toekomst van Ajax met een ministadion, twee sportvelden en kantoren voor eigen gebruik. Het plangebied is gelegen in een economisch sterke regio met een grote bevolkingsgroei. Hierdoor neemt de vraag naar woningen in het gebied toe. De ontwikkeling van DNK draagt bij aan de woningvoorraad in de regio. Ook sluit de ontwikkeling van DNK aan bij de toenemende vraag naar bedrijfsruimte in het gebied (kantoren, hotels en short stay accommodaties). Door de ontwikkeling van woningen en bedrijfsruimte is de gemeente Ouder-Amstel voornemens een nieuwe stadswijk te realiseren die groen, bereikbaar en multifunctioneel is. De openbare ruimte speelt een grote rol in het verbinden van de verschillende deelgebieden en het aansluiten van nieuwe gebouwen op de bestaande gebouwen in de omgeving. In de wijk komt veel ruimte voor groenvoorzieningen om een prettig leefklimaat re realiseren. Een groenblauwe ruimte dient het hart te vormen van DNK en loopt van oost naar west door het plangebied. Daarnaast biedt de ontwikkeling van DNK de mogelijkheid om de infrastructuur voor de kernen Duivendrecht en Ouder-Amstel beter op elkaar aan te sluiten, net zoals de aansluiting van Ouder-Amstel, stadsdeel Zuidoost en de stad Amsterdam. Ook biedt het programma ruimte voor zowel commerciële als niet-commerciële functies.

Uitgangspunt hierbij is het realiseren van een kern met passende voorzieningen op wijkniveau. Hierbij kan gedacht worden aan onderwijs, zorg, welzijn, cultuur, sport, horeca en winkels voor dagelijkse boodschappen. In de omgeving van het plangebied is hoogstedelijkheid de norm waarbij veel hoogbouw aanwezig is. Voor de ontwikkeling van DNK wordt uitgegaan van middenstedelijkheid waarbij slechts op enkele plaatsen hoogstedelijke kenmerken zijn terug te zien. In de praktijk betekent dit dat op blokniveau verschillende bouwhoogtes (middelhoogbouw) gemengd worden om een gevarieerde wijk te creëren. Middelhoogbouw bestaat uit vijf tot tien lagen en laagbouw uit drie of vier lagen. Locaties waar hoogbouw komt, zijn nabij OV-knooppunten gelegen zodat veel mensen op korte (woon)afstand hiervan gebruik kunnen maken. Voor de ontwikkeling van DNK zijn twee woonprogramma’s mogelijk, bestaande uit een totaal van 450.000 m2 of 620.000 m2 voor woonfuncties (respectievelijk circa 4.500 of 6.200 woningen). Paragraaf 3.5 gaat nader in op de twee alternatieven. Het verschil in aantal woningen tussen beide programma’s komt voort uit de hoeveelheid midden- en laagbouw die wordt gerealiseerd in het plangebied. In het woonprogramma met 6.200 woningen wordt de midden- en laagbouw opgehoogd ten opzichte van het woonprogramma van 4.500 woningen.

Uitgangspunt is dat er geen toename van het aantal bouwkavels is in de situatie met 6.200 woningen ten opzichte van de situatie met 4.500 woningen. Vanaf het oosten (stationsgebied) naar het westen (buitengebied) is een afname van stedelijkheid (in bouwhoogtes en dichtheid) gewenst. Hierdoor wordt een overgang gecreëerd naar het buitengebied. Als geheel krijgt DNK een middenstedelijk karakter, maar het westen kent suburbane delen om deze overgang te accentueren. Zoals eerder gesteld worden alle leefgebieden met elkaar verbonden via openbaar toegankelijke groengebieden.

45/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Impressies van de voorgenomen activiteit zijn weergegeven in onderstaande figuren.

Figuur 3.3 Het centrale park, kijkend richting het stationsgebied (bron: concept stedenbouwkundige visie De Nieuwe Kern, december 2019)

Figuur 3.4 Impressie van een buurt (middelbouw) in DNK (bron: concept stedenbouwkundige visie De Nieuwe Kern, december 2019)

46/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Figuur 3.5 Impressie van een buurt (hoogbouw) in DNK (bron: concept stedenbouwkundige visie De Nieuwe Kern, december 2019)

Figuur 3.6 Impressie van een buurt plein in DNK (bron: concept stedenbouwkundige visie De Nieuwe Kern, december 2019)

Het verkeersnetwerk verandert ook door de aanleg van DNK. Onderstaand figuur geeft het wegennetwerk in DNK weer. Het autonetwerk bestaat uit de dikgedrukte hoofdstructuur met de Holterbergweg, de ringstructuur van De Nieuwe Kern en de nieuwe aansluiting op de A2 bij de Joan Muyskenweg.

47/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Figuur 3.7 Wegenoverzicht DNK (bron: concept-structuurvisie 2020). Voor gedetailleerde netwerken voor auto- en fietsverkeer, zie concept stedenbouwkundige visie De Nieuwe Kern, december 2019.

Het plan bevat het voornemen van een nieuwe buslijn in het gebied. De buslijn zal via de westelijke ring het gebied van DNK inrijden. In het oostelijk deel van het plangebied zijn geen nieuwe OV-verbindingen meegenomen, omdat dit nabij de OV-knoop van station Duivendrecht gelegen is. 3.4.1

Duurzaamheidsambities De Nieuwe Kern

De ontwikkeling van DNK kent diverse ambities op het gebied van duurzaamheid, waaronder voor klimaatadaptatie, energietransitie en circulariteit, gezondheid en mobiliteit. Deze ambities geleden voor beide planalternatieven. Klimaatadaptatie De ambitie bij de ontwikkeling van De Nieuwe Kern is om een robuuste, klimaatadaptieve ondergrond te realiseren die toekomstbestendig is en flexibiliteit biedt in de verdere planuitwerking en –realisatie. De openbare ruimte dient rain proof te zijn ingericht om een korte heftige regenbui te verwerken zonder dat er overlast optreedt. Concreet betekent dit dat in de openbare ruimte buien van 75 mm in één uur en 90 mm in twee uur verwerkt moeten kunnen worden zonder overlast (conform statistiek van STOWA 6).

6

KNMI en HKV (in opdracht van STOWA), Neerslagstatistiek en -reeksen voor waterbeheer 2019.

(publicatienummer: 2019-19)

48/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Met het oog op toenemende hitte en droogte en de huidige afname van biodiversiteit wordt een variatie aan (lokale en inheemse soorten) groen gerealiseerd, zowel in de openbare ruimte als op de gevels en dakvlakken van de bebouwing. De ambitie voor De Nieuwe Kern is dat op belangrijke langzaam verkeersroutes en verblijfsplekken tenminste 30 % schaduw is door vegetatie tijdens de hoogste zonnestand in de zomer aanwezig. Bomen zorgen voor schaduw en verminderen daarom de hitte. Daarnaast hebben bomen ook effect op de mentale gezondheid door het verlagen van stress en de lichamelijke conditie door het verbeteren van de luchtkwaliteit. Tenminste 50 % van alle daken worden warmte absorberend of verkoelend ingericht/gebouwd om opwarming van de gebouwen en daarmee van het plangebied en het omringende stedelijk gebied te verminderen. Dit kan ook door het gebruik van groene/blauwe daken en/of zonnepanelen. Verkoelende (groene) plekken (minimaal 200 m2) zijn overal binnen 300 m aanwezig. Deze plekken zijn voor iedereen toegankelijk. Energievoorziening De gemeente Ouder-Amstel heeft een beleidsnotitie duurzaamheid 2017-2021 opgesteld. Hierin staat de ambitie dat de gemeente in 2040 energieneutraal moet zijn. Om de nationale en regionale doelstellingen te halen is een versnelling nodig op het gebied van energiebesparing en energieopwekking. Voor De Nieuwe Kern betekent dit: • • •

Een energie neutrale leefomgeving/woonwijk Een duurzame energievoorziening zonder gasaansluiting (restwarmte/all-electric) Benutting van duurzame bronnen en opwek (warmte- en koudenet, zonne-energie)

• •

Alleen no regret maatregelen Aansluiten bij innovaties (smart grids/robuust/toekomstbestendig (opslag)

Het plangebied wordt daarom gasloos gebouwd met kansen voor de energietransitie zoals het gebruik van warmte/koude opslag, energieopwekking op daken en gebruik van restwarmte uit de omgeving. Circulariteit Gemeente Ouder-Amstel heeft de ambitie dat bij nieuwbouw vanaf 2025 minimaal 30 % van de gebouwelementen (vierkante meters) bestaat uit biobased, hergebruikt en/of gerecycled materiaal. Daarnaast worden zoveel mogelijk milieuvriendelijke materialen met een keurmerk gebruikt, zoals DUBO, cradle to cradle en FSC. Met het oog op flexibel bouwen geldt dat een transformatie naar wonen mogelijk moet zijn voor alle kantoorgebouwen in LIB 7 4 gebied en 50 % van de hotels/short stay. De andere 50 % van de hotels/short stay moet gebruikt kunnen worden voor andere werkfuncties of voorzieningen.

7

In het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol (LIB) zijn beperkings- en aandachtsgebieden voor de geluidssituatie opgenomen. Het

gebied aangeduid als LIB 4 betreft een gebied met beperkingen voor geluidgevoelige gebouwen. In beginsel zijn in dit gebied vanuit het oogpunt van geluid geen nieuwe geluidsgevoelige gebouwen (zoals woningen) toegestaan

49/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Dit zorgt ervoor dat op het moment dat wonen mogelijk wordt in LIB4 gebied, dit met kleinere wijzigingen in het gebouw mogelijk is en niet het hele pand gesloopt hoeft te worden. Gezondheid en mobiliteit De Nieuwe Kern wordt fysiek zo ingericht dat alle bewoners uitgenodigd worden tot bewegen, of dit nou bewust of onbewust gebeurd. Die beweging kan door te spelen, te sporten en te recreëren, maar ook doordat bewegingen van A naar B beter lopend of fietsend kunnen worden gedaan in plaats van met de auto. De keuze voor lopen/fietsen wordt ook gestimuleerd door de auto op afstand van de woning te parkeren, bijvoorbeeld in een centrale parkeervoorziening per buurt. Voor bewoners komen er vooral gebouwde parkeeroplossingen. Om het autogebruik voor nieuwe bewoners minder voor de hand liggend te maken dienen fiets, deelauto en OV makkelijker bereikbaar te zijn dan de privéauto. 3.4.2 Tijdelijke initiatieven De ontwikkeling van DNK is een langjarig traject van zo’n 15 jaar. Ook de voorbereiding van de ontwikkeling kost tijd. De gemeente Ouder-Amstel wil goede initiatieven niet blokkeren en werkt daarom mee aan een aantal tijdelijke ontwikkelingen. Om de SMH te kunnen ontwikkelen moeten de functies op die locatie (voetbalvereniging FC Amsterdam en tennisvereniging Strandvliet) tijdelijk elders geplaatst worden.

Hiervoor wordt een tijdelijk sportpark aangelegd op het voormalige slibdepot voor maximaal 10 jaar (het slibdepot is centraal gelegen in het plangebied, grenzend aan de sportvelden van Amstelborch/Borchland). Uiteindelijk is het de bedoeling dat de voetbalvelden terugkomen op het dak van de SMH. Volgens de planning is dit gereed voordat de tien jaar termijn verstreken is.

3.5

Alternatieven

Uit de concept-structuurvisie van de gemeente Ouder-Amstel blijkt dat deze 15 jaar mee moet kunnen. Daarom moet deze flexibiliteit bieden op het gebied van het opgenomen programma. Op die manier ontstaan mogelijkheden om de toekomstige vraag goed te bedienen vanuit de structuurvisie. Bij het bepalen van het mogelijke aantal woningen en het overige programma is de stedenbouwkundige kwaliteit van de wijk leidend. Deze wordt niet zo zeer bepaald door het aantal woningen maar meer door de gemiddelde woninggrootte en het wel of niet stapelen van woningen 8. 3.5.1

Alternatieven in woningbouwprogramma

Het uitgangspunt voor de structuurvisie is een woonprogramma met een totaal van 450.000 m2 voor woonfuncties. Bij een gemiddeld vloeroppervlak van 100 m2 bvo (bruto vloeroppervlak) leidt dit tot circa 4.500 woningen in het gebied. Dit programma is gebaseerd op de Nota van Uitgangspunten, de afspraken die gemaakt zijn in de samenwerkingsovereenkomst en op de gewenste ruimtelijke kwaliteit in het gebied. De ruimte in de regio en in de gemeente OuderAmstel is schaars en de vraag naar woningen groot waardoor er sprake is van enorme ruimtedruk.

8

Concept-structuurvisie De Nieuwe Kern gemeente Ouder-Amstel, BRO (16 oktober 2020)

50/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Het is om deze reden, ook met het oog op de toekomst, van belang te onderzoeken wat de ‘draagkracht’ van het gebied is. Daarom wordt in het MER ook een alternatief onderzocht met een ruimer bouwprogramma. Er worden twee programmatische alternatieven getoetst in het MER: 1. Basisalternatief: het programma dat volgt uit de in de samenwerkingsovereenkomst (SOK) gemaakte afspraken, namelijk een woonprogramma van in totaal 450.000 m2 voor woonfuncties. Bij een gemiddeld vloeroppervlak van 100 m2 bvo (bruto vloeroppervlak) leidt dit tot circa 4.500 woningen in het gebied. Tevens bevat het basisalternatief een bijbehorend programma voor wijkgerichte retail en horeca van circa 5.000 m2 bvo 2.

Alternatief gemaximaliseerd programma: een programma van in totaal 620.000 m2 voor woonfuncties. Bij een gemiddeld vloeroppervlak van 100 m2 bvo (bruto vloeroppervlak) leidt dit tot circa 6.200 woningen in het gebied. Het alternatief gemaximaliseerd programma bevat een bijbehorend programma voor wijkgerichte retail en horeca van 6.500 m2 bvo. In dit gemaximaliseerde woonprogramma blijft de stedenbouwkundige kwaliteit conform de structuurvisie gehandhaafd. Om de realisatie van meer woningen mogelijk te maken wordt in het gemaximaliseerde woonprogramma meer hoogbouw toegepast dan in het basisalternatief. Op deze manier is de bouw van meer woningen mogelijk zonder het aantal bouwkavels uit te breiden

Het wijkoverstijgende programma is in beide alternatieven gelijk gehouden omdat de behoefte hiernaar niet verandert als gevolg van de extra woningen (kantoren, hotels). Bij het alternatief gemaximaliseerd programma is wel een tweede leisure-trekker toegevoegd omdat dit aansluit bij de marktvraag zoals die is uitgezocht dor BSP 9. Een overzicht van beide alternatieven is weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1 Programmatische alternatieven De Nieuwe Kern – in m2 bvo Alternatief

Basisalternatief

Alternatief gemaximaliseerd programma

Woonfuncties

450.000

620.000

Kantoor- en bedrijfsfuncties

110.000

110.000

Kantoorfuncties vanuit quotum Amsterdam

82.000

82.000

Hotels en short stay

40.000

40.000

Leisure

15.000

25.000

Retail en horeca wijkfunctie

5.000

6.500

Maatschappelijke voorzieningen

36.000

50.000

3.5.2 Beschouwing van een andere fasering In beide alternatieven is uitgegaan van dezelfde fasering van de ontwikkeling van de deelgebieden. Voor de aspecten geluid, luchtkwaliteit en stikstofdepositie op

9

Concept-structuurvisie De Nieuwe Kern gemeente Ouder-Amstel, BRO (16 oktober 2020)

51/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Natura 2000-gebieden is in dit MER onderzocht of een specifieke fasering van de deelgebieden kan leiden tot andere effecten. Hiervoor is een kwalitatieve beschouwing uitgevoerd.

3.6

Niet beschouwde alternatieven

3.6.1 Stadspark of natuurpark Een deel van het bestaande groen blijft tijdens en na de ontwikkeling van De Nieuwe Kern behouden. Dit betreft een groot gedeelte van de volkstuinen en het gebied in het oosten van het plangebied, tussen de spoorbogen. In deze gebieden houdt het groen een vooral ecologisch / natuurlijke invulling. Het te ontwikkelen gebied zal overal in meer of mindere mate opgehoogd moeten worden om te zorgen voor een goede waterhuishouding en een robuust watersysteem, ook ter plaatse van het centrale park. Door deze ophoging en waterpeilverandering kan het bestaande groen hier niet behouden blijven. Het centrale park vormt, zowel voor mensen als voor dieren, een verbinding tussen de verschillende gebieden; tussen de groene gebieden (spoorbogen, tuinparken, Amstelscheg) en tussen de verschillende buurten en bebouwde gebieden binnen De Nieuwe Kern. Daarom is ervoor gekozen om het centrale park uit te werken als een stadspark. Vanuit het stadpark worden vervolgens verbindingen gelegd met de omliggende groene gebieden zoals de volkstuincomplexen en de Amstelscheg aan de overzijde van de A2. De Nieuwe Kern is een midden-stedelijk gebied met richting station Duivendrecht hoogstedelijke kenmerken. Dit betekent dat het park intensief gebruikt gaat worden door de nieuwe bewoners.

Aangezien op andere plekken al een ecologische/natuurlijke invulling is voorzien en de groene bufferzone Amstelscheg binnen handbereik ligt, is er voor het park in De Nieuwe Kern gekozen voor een stedelijke invulling waar ook ruimte is voor voorzieningen als kleinschalige sport en recreatie. Op deze wijze zijn beide vormen aanwezig in en in nabijheid van De Nieuwe Kern zodat de bewoners de keuze hebben. Uit een enquête die is uitgevoerd in het kader van het participatieproces rond de concept structuurvisie voor De Nieuwe Kern blijkt dat 70 % van de respondenten liever een stadspark heeft. Hiertegenover staat dat slechts 30 % hier ruige natuur zou willen zien. Dit sluit dus aan bij de keuze in de concept-structuurvisie en de MER. Vanwege bovenstaande redenen is de variant van een natuurpark in plaats van het stadspark centraal in het plangebied niet meegenomen in het MER. 3.6.2 Wel of niet ophogen van het plangebied De ambitie bij de ontwikkeling van De Nieuwe Kern is om een robuuste, klimaatadaptieve ondergrond te realiseren die toekomstbestendig is en flexibiliteit biedt in de verdere planuitwerking en –realisatie. De minimale ontwateringseis is 0,9 m. De grondeigenaren hebben uitgesproken te streven naar een ontwateringsdiepte van 1,20 m om een meer robuuste en toekomstbestendigere ontwatering te garanderen. Dit geeft voldoende ruimte voor flexibiliteit in de nadere

52/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

uitwerking/detaillering van het maaiveldverloop, is toekomstbestendig en geeft meer ruimte aan onder andere ruime groeiplaatsen voor bomen. Om de ambitie te verwezenlijken en ‘droge voeten’ te houden in De Nieuwe Kern is ophoging van een deel van het plangebied nodig. Deze ingreep kent onvermijdelijk een periode van transitie, waarbij bestaande vegetatie en ecologie deels wordt aangetast. Bij klimaatadaptief inrichten is het belangrijk dat bij hevige wateroverlast of (beperkte) overstromingen de kans op schade in gebouwen beperkt worden door het vloerpeil van gebouwen hoog genoeg te maken. Een hoog vloerpeil heeft consequenties voor de hoogte van het maaiveld en daarmee ook voor de drooglegging die gehaald moet worden, zonder aanleg van drainage. Daarnaast heeft het ophogen (inclusief voorbelasten) invloed op de restzetting en K-waarde (de waterdoorlatendheid) van de grond. De ophoging moet worden gedaan met goed waterdoorlatend zand en dat is nodig om de drooglegging te halen zonder gebruik van drainage. Wanneer men deze ambitie loslaat dan behoudt het gebied hoge grondwaterstanden ten opzichte van het bestaande maaiveldniveau, waardoor de gemeente niet voorziet in zijn zorgplicht van grondwateroverlast en daarnaast de ambities vanuit het gemeentelijk rioleringsplan 2018-2022 niet kan waarmaken.

Om die redenen acht de gemeente Ouder-Amstel de variant van het niet ophogen van het plangebied als niet realistisch en daarom is een dergelijke variant niet meegenomen in het MER.

4 Effectbeoordeling 4.1

Beoordelingskader

Het doel van het MER is om de relevante milieueffecten van de verschillende alternatieven voor de beoogde ingreep op een objectieve manier inzichtelijk te maken. In deze paragraaf wordt ingegaan op de te onderzoeken beoordelingscriteria en het detailniveau van het onderzoek. De beoordelingscriteria die worden gebruikt, zijn afgeleid uit de kader- en randvoorwaarden stellende uitspraken uit relevant milieubeleid en -regelgeving.

De milieuonderzoeken in het MER zijn uitgevoerd met als leidraad de Handreiking MIRTverkenning (Rijkswaterstaat 2010) en de Koepelnotitie Zinvol Effecten Bepalen (Rijkswaterstaat 2010) conform het advies van de Commissie Elverding. Dit betekent dat de effectbepaling wordt afgestemd op de te maken keuze: • Zinvolle effectbepaling: alleen de effecten die relevant zijn. Dit zijn effecten voor die aspecten •

die naar verwachting significant en/of duidelijk onderscheidend zijn Effecten zinvol bepalen: niet meer detail dan nodig. Het detailniveau moet een keuze voor een alternatief mogelijk maken

De volgende tabel geeft voor de verschillende relevante milieuthema’s aan de hand van welke criteria de effectbeoordeling is uitgevoerd en of dit kwalitatief (expert judgement) of kwantitatief (berekeningen) is gebeurd.

53/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Tabel 4.1 Beoordelingskader Thema

Aspect

Indicator

Kwalitatief/kwantitatief

Verkeer

Verschuivingen van

Verschuivingen van verkeer

Kwantitatief

Verhouding

Kwantitatief

verkeer Doorstroming

Intensiteit/Capaciteit (I/C) op wegvakken Verkeersafwikkeling op

Kwantitatief

kruispunten Verkeersveiligheid

Functies versus gebruik van

Kwalitatief

de weg (‘verkeer op de juiste plek’) Openbaar vervoer

Bereikbaarheid en

Kwalitatief

verzorgingsgebied Openbaar Vervoer Langzaam verkeer

Aansluiting op bestaand

Kwalitatief

langzaam netwerk Geluid

Wegverkeersgeluid

Aantal geluidbelaste

Kwantitatief

bestemmingen Geluidgehinderden en

Kwantitatief

slaapverstoorder Toe-of afname van de

Kwantitatief

geluidsbelasting met 2 dB of meer als gevolg van de gewijzigde verkeersstomen op wegen in de omgeving Railverkeersgeluid

Geluidsbelasting van het

Kwantitatief

spoor op de nieuw beoogde woningen Luchtverkeersgeluid

Beschouwing van het aantal

Kwalitatief

woningen die binnen de geluidcontouren van luchtverkeer liggen Geluid van

Beschouwing van het aantal

evenementen

woningen die binnen de

Kwalitatief

geluidcontouren evenementlocaties en transformatorstation P2 (ten zuiden van plangebied) liggen Luchtkwaliteit

Luchtkwaliteit

Toe- of afname > 1,2 µg/m3

Kwantitatief

(stikstofdioxide, fijnstof), weergegeven voor

54/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Thema

Aspect

Indicator

Kwalitatief/kwantitatief

maatgevende locatie in en rond het plangebied Ecologie

Soortenbescherming

Kwalitatief

Stikstofdepositie op Natura-

Kwalitatief

2000 gebieden Versterken natuurwaarden Landschap en

Aantasting bestaande

cultuurhistorie

landschappelijke en

Kwalitatief

cultuurhistorische waarden Archeologie

Aantasting van

Kwalitatief

archeologische waarden Externe veiligheid

Plaatsgebonden risico

Kwantitatief

Groepsrisico

Kwantitatief

Invloed (van risicobronnen)

Kwalitatief

vanuit de omgeving op planlocatie Klimaatbestendigheid

Duurzame

Wateroverlast

Kwalitatief

Hittestress

Kwalitatief

Droogte

Kwalitatief

Opwekken duurzame energie

Kwalitatief

Energiebesparing

Kwalitatief

Gezondheidsbevordering

Kwalitatief

Bodemdaling

Kwalitatief

Bodemkwaliteit

Kwalitatief

Waterkwaliteit

Kwalitatief

Waterkwantiteit

Kwantitatief

energievoorziening

Gezondheid en leefkwaliteit Bodem en water

Voor de vergelijking van de alternatieven worden de effecten met plussen en minnen op een vijfpuntschaal beoordeeld (van ++ naar - -, zie tabel 4.2) ten opzichte van de referentiesituatie (zie paragaaf 3.3). Tabel 4.2 Beoordelingsschaal Score

Betekenis

++

Zeer positief effect ten opzichte van de referentiesituatie

+

Positief effect ten opzichte van de referentiesituatie

0

Geen effect ten opzichte van de referentiesituatie

-

Negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie

--

Zeer negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie

55/92

Kenmerk

4.1.1

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Niet verder beschouwd: elektromagnetische velden

Op basis van wetenschappelijke informatie en vanuit het voorzorgbeginsel, heeft het rijk (voormalig ministerie van VROM) met een brief van 3 oktober 2005 gemeenten, provincies en netbeheerders geadviseerd om bij de vaststelling van bestemmingsplannen en van tracés van bovengrondse hoogspanningslijnen zoveel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan, waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is van 0,4 microtesla (de magneetveldzone). Zogenaamde gevoelige bestemmingen waar kinderen langdurig verblijven zijn woningen, scholen, crèches en kinderopvangplaatsen. 10 In DNK wordt het hoogspanningsstation uitgebreid en het ondergrondse hoogspanningstracé gewijzigd. Er komen geen gevoelige bestemmingen te liggen in de magneetveldzones rond het hoogspanningsstation en het ondergrondse hoogspanningstracé. Daarom worden de effecten van de magneetveldzones niet verder beschouwd in dit MER. Hieronder is een toelichting gegeven op de magneetveldzones in DNK. Hoogspanningsstation In het plangebied is een 150/20/10 kV hoogspanningsstation gelegen aan de Borchlandweg 10. Het hoogspanningsstation bestaat uit een 150 kV deel dat in eigendom is van TenneT en een 20 kV deel en 10 kV deel die in eigendom van Liander zijn.

Op onderstaande figuur is een bovenaanzicht van het gebouw weergegeven.

Figuur 4.1 Bovenaanzicht hoogspanningsstation Bijlmer Noord ter hoogte van kruising Holterbergweg – Borchlandweg (bron: Petersburg Consultants b.v., 2020)

10

Beleid - Kenniscentrum InfoMil

56/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Het huidige station wordt uitgebreid met een extra 20/150 kV-transformator en een extra 20 kVschakelinstallatie. Het advies van het rijk rondom magneetveldzones en gevoelige bestemmingen geldt niet voor ondergrondse kabelverbindingen en stations maar wordt mogelijk in de nabije toekomst ook uitgegeven voor dergelijke verbindingen en stations. TenneT TSO heeft vooruitlopend hierop een onderzoek 11 uitgevoerd om inzicht te verschaffen in de magneetveldzone van kabelverbindingen en stations. Uit de magneetveldberekeningen blijkt dat de 0,4 microtesla magneetveldcontour tot circa 20 m buiten het stationsgebouw reikt, zie ook figuur 4.2. Dit geldt zowel voor de west- als oostzijde van het station. Hierbij dient rekening gehouden te worden met het feit dat de 20 kV- en 10 kV-distributiekabels aan de oostzijde niet zijn meegenomen 12 in de berekening. Daarom zal de magneetveldcontour aan de oostzijde feitelijk groter zijn maar de overzijde van de Holterbergweg niet halen. Daarnaast heeft ook de niet-berekende 13 velden van de 20 kV- en 10 kV-installaties enige invloed op de grootte van de magneetveldcontour. De aanname is dat deze invloed relatief klein is en daardoor zal de magneetveldcontour aan de westzijde van het station in feite niet veel groter zijn dan hierboven is gesteld.

11

Peter Consultants B.V. (2020). 0,4 microtesla magneetveldcontour hoogspanningsstation Bijlmer Noord (referentie GE190101-

R01) 12

De distributiekabels zijn niet meegenomen omdat deze lage nominale stroombelastingen hebben en de exacte kabelloop niet ter

herleiden is. Daarnaast liggen de kabels aan de oostzijde van het station waardoor de gemeente heeft aangegeven dat deze zijde niet relevant is voor het plangebied. De aanname is dat de kabels geen bijdrage leven aan de magneetveldcontour aan de westzijde van het station. 13

De velden van de 20 kV- en 10 kV-installaties zijn niet berekend omdat de verwachting is dat deze geen tot een kleine bijdrage

leveren aan de magneetveldcontour van het station. Het zijn complexe installaties waarvan de nominale belasting van het gros van de velden relatief laag is.

57/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Figuur 4.2 Magneetveldcontour 150 kV-station Bijlmer Noord (de rode lijn geeft de magneetveldcontour weer) (bron: Petersburg Consultants b.v., 2020)

Bij de uitwerking van de plannen voor De Nieuwe Kern wordt rekening gehouden met de magneetveldcontour van het hoogspanningsstation. Hierin worden geen gevoelige bestemmingen ontwikkeld. Daarom gelden er geen belemmeringen voor de ontwikkeling van De Nieuwe Kern vanuit dit aspect. Hoogspanningstracé Dwars door het plangebied loopt een 150 kV tracé (meerdere kabels). Het tracé is trillings- en zettingsgevoelig. Aan het tracé is daarom aan weerszijden een zonering van 5 m toegekend waarbinnen geen heiwerkzaamheden mogen plaatsvinden en waarbinnen voor werkzaamheden een vergunning dient te worden verkregen van Liander. Daarnaast moet het tracé geen bovengrondse belemmeringen kennen van bebouwing in verband met beheerbaarheid en veiligheid. Het tracé veroorzaakt een magnetisch veld. De zogenaamde 0,4 microtesla EMcontour heeft in dit geval een straal van 20,6 m 14. Om de ontwikkeling van DNK mogelijk te maken wordt het tracé verlegd naar de zuidrand van het plangebied, tegen de erfgrens met AFC Ajax (zie figuur 4.3). De verlegging van het tracé wordt idealiter in combinatie met de verlegging van de waterkering uitgevoerd. In de elektromagnetische contour van het nieuwe tracé worden geen gevoelige bestemmingen gerealiseerd. Daarmee is er

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15981158/1