CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. MER-rapport De Nieuwe Kern.pdf

RAAD 18 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Investeringsvoorstel De Nieuwe Kern en beschikbaar stellen van een bijbehorend uitvoeringskrediet voor fase 1 (VN2025-007399)30.268 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

m.e.r. De Nieuwe Kern Deel A - Hoofdrapport 11 mei 2021

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Verantwoording Titel

m.e.r. De Nieuwe Kern Deel A - Hoofdrapport

Opdrachtgever

Gemeente Ouder-Amstel

Projectleider

Gerrit Jan Schraa

Auteur(s)

Elza van der Meer

Tweede lezer

Joost de Jong

Projectnummer

1276181

Aantal pagina’s

93

Datum

11 mei 2021

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com

2/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Inhoud 0

1

2

3

Samenvatting............................................................................................................................. 6 0.1

Aanleiding .......................................................................................................................... 6

0.2

De voorgenomen ontwikkeling ........................................................................................... 6

0.3

Waarom een planMER voor de structuurvisie voor De Nieuwe Kern? .............................. 9

0.4

Procedure van de milieueffectrapportage .......................................................................... 9

0.5

Referentiesituatie ............................................................................................................. 10

0.6

Onderzochte alternatieven ............................................................................................... 12

0.7

Effecten van de voorgenomen activiteit ........................................................................... 13

0.8

Mitigerende en compenserende maatregelen .................................................................. 18

0.9

Aandachtspunten voor vervolg ......................................................................................... 22

Inleiding ................................................................................................................................... 24 1.1

Ontwikkeling De Nieuwe Kern .......................................................................................... 24

1.2

M.e.r.-procedure ............................................................................................................... 26

1.3

Opbouw van dit rapport .................................................................................................... 29

Projectbeschrijving .................................................................................................................. 29 2.1

Aanleiding ........................................................................................................................ 29

2.2

Ontwikkeling De Nieuwe Kern .......................................................................................... 29

2.3

Beleids- en wettelijk kader ............................................................................................... 34

Voorgenomen activiteit en alternatieven ................................................................................. 39 3.1

Inleiding ............................................................................................................................ 39

3.2

Plangebied en studiegebied ............................................................................................. 39

3.3

Referentiesituatie ............................................................................................................. 40

3.3.1

Huidige situatie.......................................................................................................... 40

3.3.2

Autonome ontwikkelingen ......................................................................................... 41

3.4

Voorgenomen activiteit ..................................................................................................... 45

3.4.1

Duurzaamheidsambities De Nieuwe Kern ................................................................ 49

3.4.2

Tijdelijke initiatieven .................................................................................................. 51

3.5

Alternatieven .................................................................................................................... 51

3.5.1

Alternatieven in woningbouwprogramma .................................................................. 51

3.5.2

Beschouwing van een andere fasering ..................................................................... 52

3/92

Kenmerk

3.6

4

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Niet beschouwde alternatieven ........................................................................................ 53

3.6.1

Stadspark of natuurpark ............................................................................................ 53

3.6.2

Wel of niet ophogen van het plangebied ................................................................... 53

Effectbeoordeling..................................................................................................................... 54 4.1

Beoordelingskader ........................................................................................................... 54

4.1.1

5

Niet verder beschouwd: elektromagnetische velden ................................................ 57

4.2

Overzicht effecten ............................................................................................................ 60

4.3

Effecten van de alternatieven in hoofdlijnen .................................................................... 63

4.3.1

Verkeer...................................................................................................................... 63

4.3.2

Geluid ........................................................................................................................ 65

4.3.3

Luchtkwaliteit............................................................................................................. 70

4.3.4

Ecologie .................................................................................................................... 70

4.3.5

Archeologie, landschap en cultuurhistorie ................................................................ 75

4.3.6

Externe veiligheid ...................................................................................................... 76

4.3.7

Klimaatbestendigheid ................................................................................................ 77

4.3.8

Duurzame energievoorziening .................................................................................. 79

4.3.9

Gezondheid en leefkwaliteit ...................................................................................... 81

4.3.10

Bodem en water ........................................................................................................ 82

4.4

Mitigatie en compensatie ................................................................................................. 83

4.5

Conclusies ........................................................................................................................ 87

4.6

Aandachtspunten voor vervolg ......................................................................................... 90

Leemten in kennis, evaluatie ................................................................................................... 92 5.1

Leemten in kennis ............................................................................................................ 92

5.2

Aanzet voor monitoring en evaluatie ................................................................................ 92

4/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

0 Samenvatting De gemeente Ouder-Amstel wil samen met grondeigenaren het plangebied De Nieuwe Kern (DNK) ontwikkelen. Daarvoor stelt de gemeente een structuurvisie op. Voor de structuurvisie geldt een plan-m.e.r.-plicht. Voorliggende samenvatting geeft de belangrijkste bevindingen en conclusies weer van het MER.

0.1

Aanleiding

Voor de gemeente Ouder-Amstel was het verzoek van het bedrijf Endemol om een kantoor te realiseren aan de Holterbergweg de aanleiding om na te gaan denken over de gemeentelijke visie voor het gebied tussen station Bijlmer Arena en Station Duivendrecht en tussen de A2 en spoorlijn Utrecht-Amsterdam. De gemeente Ouder-Amstel wilde graag meewerken aan dit initiatief en het kantoor van Endemol is in 2008 daadwerkelijk gekomen. Om te voorkomen dat het plangebied uit losse initiatieven zou bestaan zonder onderlinge samenhang, is het project DNK gestart en is de visievorming hiervoor begonnen. Voor de ontwikkeling van DNK is een (kaderstellende) structuurvisie voorbereid.

0.2

De voorgenomen ontwikkeling

DNK is een gebiedsontwikkeling in de gemeente Ouder-Amstel. Het gebied (circa 190 hectare) ligt tussen Amstel Business Park, het station Duivendrecht, de Johan Cruijff ArenA en de A2 (zie figuur) en vormt daarmee een onderdeel van de Amstelcorridor (van het Amstel Station tot het Amsterdam UMC). El De komende jaren moet het gebied volledig getransformeerd met als doel het gebied te ontwikkelen tot een gemengd stedelijk gebied om te wonen, werken, recreëren en sporten. Hiermee komt het plan tegemoet aan de hoge druk op de woning- en kantorenmarkt in het gebied. Het beoogde programma bestaat uit circa 450.000 m² aan woonfuncties (circa 4.500 woningen) en 250.000 m² aan niet-woonfuncties, zoals bedrijven, horeca, kantoren en uitbreiding van sportcomplex de Toekomst van Ajax.

5/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Figuur 0.1 Plangebied De Nieuwe Kern (bron: www.denieuwekern.nl)

Gemeente Ouder-Amstel heeft slechts een klein deel van het gebied in eigendom en heeft daarom de samenwerking opgezocht met de andere grondeigenaren van het gebied; gemeente Amsterdam, NS Vastgoed, Borchland/VolkerWessels Vastgoed en Ajax N.V. Dit zijn de partijen die De Nieuwe Kern zullen ontwikkelen tot nieuwe woonwijk. De grondeigenaren hebben gezamenlijk gewerkt aan een concept stedenbouwkundige visie waarin staat beschreven hoe zij het gebied willen ontwikkelen binnen de kaders van de structuurvisie. Onderstaande figuren bevatten een impressie van het voorgenomen plan.

6/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Figuur 0.2 Impressie van het plan (bron: concept stedenbouwkundige visie De Nieuwe Kern, december 2019)

Figuur 0.3 Impressie van het plan (van noordoost naar zuidwest met station Duivendrecht op de voorgrond) (bron: concept stedenbouwkundige visie De Nieuwe Kern, december 2019)

Als bevoegd gezag heeft de gemeente Ouder-Amstel een structuurvisie gemaakt waarin de kaders zijn vastgelegd voor de locatie van woningen, kantoren en hotels, groen, sportvoorzieningen en volkstuinparken. De structuurvisie geeft richting aan de transformatie van het gebied.

7/92

Kenmerk

0.3

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Waarom een planMER voor de structuurvisie voor De Nieuwe Kern?

De m.e.r.- procedure heeft als doel het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en besluiten. De verwachte milieueffecten van een plan of besluit worden beschreven in het milieueffectrapport (MER). Het MER geeft daarbij zicht op een vergelijking tussen alternatieven en het beschrijft maatregelen om negatieve gevolgen te beperken of voorkomen. Het ontwikkelen van een gebied met 4.500 à 6.200 woningen met bijbehorende voorzieningen en ontsluitingsstructuur, valt onder categorie D 11.2 uit de bijlage bij het Besluit m.e.r.: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Voor de ontwikkeling van DNK is een (kaderstellende) structuurvisie voorbereid Dit is een plan genoemd in kolom 3 van de bijlage van het Besluit m.e.r. Voor de structuurvisie geldt daarom een plan-m.e.r.-plicht. Omdat de ontwikkeling van DNK die mogelijk wordt gemaakt middels de structuurvisie ook kan leiden tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden, is een Passende Beoordeling voor N2000-gebieden verplicht. Op grond van art. 7.2a lid 1 Wm blijkt dat een structuurvisie waarvoor een passende beoordeling moet worden gemaakt tevens m.e.r.-plichtig is.

Voorliggend planMER (hierna MER) is opgesteld voor het gehele projectgebied, gekoppeld aan de structuurvisie. Daarnaast is het MER ook bruikbaar voor toekomstige ruimtelijke procedures en passend bij de eisen van de Omgevingswet. De effectbeoordeling is van dusdanig detailniveau dat het de juridische grondslag vormt voor het omgevingsplan van eventuele deelontwikkelingen. Als de nadere invulling van de betreffende deelontwikkelingen bekend is, dient bekeken te worden of een aanvulling op of actualisatie van (relevante delen van) de effectbeoordeling noodzakelijk is.

0.4

Procedure van de milieueffectrapportage

Voor het project DNK vervult de gemeente Ouder-Amstel zowel de rol van gemeentelijke initiatiefnemer (GI) als bevoegd gezag (BG). Op bestuurlijk niveau is de gemeenteraad het bevoegd gezag. Deze stelt ook de ontwerp structuurvisie inclusief MER vast. Het college van B&W is in deze initiatiefnemer. De formele m.e.r.-procedure is van start gegaan met de openbare kennisgeving van de NRD. De NRD heeft van 17 september 2020 tot en met 15 oktober 2020 ter inzage gelegen. Tijdens de ter inzagelegging zijn twee zienswijzen ingediend, namelijk door KLM en de Natuur en milieufederatie Noord-Holland (MNH). De zienswijze van KLM had vooral betrekking op de gebruikte onderzoeksmethode voor het thema geluid. De zienswijze van de MNH ging in op het belang van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in relatie tot de aanwezigheid van diverse geluidsbronnen in de nabijheid van het plangebied (zoals Schiphol en de A2). Deze zienswijzen zijn beantwoord in de door de gemeente vastgestelde Nota van Zienswijzen. Hierin is aangegeven op welke wijze een en ander een plek krijgt in dit MER. Ook heeft de Commissie voor de m.e.r. (Cie m.e.r.) een advies over de NRD gegeven. Dit advies is gebruikt bij de verdere uitwerking van het MER.

8/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Het MER wordt samen met de structuurvisie ter inzage gelegd. Een ieder krijgt hierbij de mogelijkheid om gedurende zes weken een zienswijze in te dienen. Ook gaat het MER tijdens de ter inzage legging voor advies naar de Cie m.e.r., de wettelijke adviseurs en de bestuursorganen. De Cie m.e.r. toetst of het MER voldoende milieu-informatie bevat om een besluit te kunnen nemen over de structuurvisie en eventueel onderliggende planologische procedures.

0.5

Referentiesituatie

In het MER worden de milieueffecten van de voorgenomen activiteit en de alternatieven van de ontwikkeling van DNK beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen. De beschrijving van de referentiesituatie moet inzichtelijk maken hoe de milieusituatie in het studiegebied zich zal ontwikkelen indien het project geen doorgang zou vinden (maar andere ontwikkelingen wél). Het grootste deel van het plangebied voor DNK wordt in de huidige situatie gebruikt voor sportvoorzieningen en volkstuinen. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die in en in de omgeving van DNK plaats (zullen) vinden tot aan 2040, ook zonder dat DNK ontwikkeld wordt. Het gaat daarbij om ontwikkelingen waarvoor al een (ontwerp) ruimtelijk plan is vastgesteld of waarvan een redelijke mate van zekerheid bestaat dat deze doorgang zullen vinden. Dit laatste gaat om ontwikkelingen die aannemelijk zijn vanwege de door de raad vastgestelde ambitie. De voor DNK relevante ontwikkelingen waarover een besluit is genomen of waar op korte termijn een besluit over wordt genomen zijn: • Amstel-Stad • Amstelkwartier • • •

Amstel business park zuid ArenApoort Amstel III

• • •

Smart Mobility Hub (SMH) Nieuwe A2-Entree Herinrichting huidig trainingscomplex Ajax

De locatie van deze autonome ontwikkelingen zijn te zien op de volgende afbeelding.

9/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Figuur 0.4 Overzicht initiatieven Amstel-Stad (bron: gemeente Amsterdam, Deel 1 - Casus Amstel-Stad, Amsterdam, 25 juni 2020)

10/92

Kenmerk

0.6

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Onderzochte alternatieven

Het uitgangspunt voor de structuurvisie is een woonprogramma met een totaal van 450.000 m2 voor woonfuncties. Bij een gemiddeld vloeroppervlak van 100 m2 bvo (bruto vloeroppervlak) leidt dit tot circa 4.500 woningen in het gebied. Dit programma is gebaseerd op de Nota van Uitgangspunten, de afspraken die gemaakt zijn in de samenwerkingsovereenkomst en op de gewenste ruimtelijke kwaliteit in het gebied. De ruimte in de regio en in de gemeente OuderAmstel is schaars en de vraag naar woningen groot waardoor er sprake is van enorme ruimtedruk. Het is om deze reden, ook met het oog op de toekomst, van belang te onderzoeken wat de ‘draagkracht’ van het gebied is. Daarom wordt in het MER ook een alternatief onderzocht met een ruimer bouwprogramma. Er worden twee programmatische alternatieven getoetst in het MER: 1. Basisalternatief: het programma dat volgt uit de in de samenwerkingsovereenkomst (SOK) gemaakte afspraken, namelijk een woonprogramma van in totaal 450.000 m2 voor woonfuncties. Bij een gemiddeld vloeroppervlak van 100 m2 bvo (bruto vloeroppervlak) leidt dit tot circa 4.500 woningen in het gebied. Tevens bevat het basisalternatief een bijbehorend 2.

programma voor wijkgerichte retail en horeca van circa 5.000 m2 bvo Alternatief gemaximaliseerd programma: een programma van in totaal 620.000 m2 voor woonfuncties. Bij een gemiddeld vloeroppervlak van 100 m2 bvo (bruto vloeroppervlak) leidt dit tot circa 6.200 woningen in het gebied. Het alternatief gemaximaliseerd programma bevat een bijbehorend programma voor wijkgerichte retail en horeca van 6.500 m2 bvo. In dit gemaximaliseerde woonprogramma blijft de stedenbouwkundige kwaliteit conform de structuurvisie gehandhaafd. Om de realisatie van meer woningen mogelijk te maken wordt in het gemaximaliseerde woonprogramma meer hoogbouw toegepast dan in het basisalternatief. Op deze manier is de bouw van meer woningen mogelijk zonder het aantal bouwkavels uit te breiden

Het wijkoverstijgende programma is in beide alternatieven gelijk gehouden omdat de behoefte hiernaar niet verandert als gevolg van de extra woningen (kantoren, hotels). Bij het alternatief gemaximaliseerd programma is wel een tweede leisure-trekker toegevoegd omdat dit aansluit bij de marktvraag zoals die is uitgezocht dor BSP 1. Een overzicht van beide alternatieven is weergegeven in tabel 0.1. Tabel 0.1 Programmatische alternatieven De Nieuwe Kern – in m2 bvo Alternatief

Basisalternatief

Alternatief gemaximaliseerd programma

1

Woonfuncties

450.000

620.000

Kantoor- en bedrijfsfuncties

110.000

110.000

Kantoorfuncties vanuit quotum Amsterdam

82.000

82.000

Hotels en short stay

40.000

40.000

Leisure

15.000

25.000

Concept-structuurvisie De Nieuwe Kern gemeente Ouder-Amstel, BRO (16 oktober 2020)

11/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Alternatief

Basisalternatief

Alternatief gemaximaliseerd

Retail en horeca wijkfunctie

5.000

6.500

Maatschappelijke voorzieningen

36.000

50.000

programma

In beide alternatieven is uitgegaan van dezelfde fasering van de ontwikkeling van de deelgebieden. Voor de aspecten geluid, luchtkwaliteit en stikstofdepositie op Natura 2000gebieden is middels een kwalitatieve beschouwing onderzocht of een specifieke fasering van de deelgebieden kan leiden tot andere effecten.

0.7

Effecten van de voorgenomen activiteit

In het MER zijn de effecten van zowel het basisalternatief als het alternatief gemaximaliseerd programma in beeld gebracht. Voor de indicatoren waarvoor een (zeer) negatief effect verwacht wordt, is ook een beoordeling gegeven na mitigerende en/of compenserende maatregelen. Voor de vergelijking van de alternatieven zijn de effecten met plussen en minnen op een vijfpuntschaal beoordeeld (van ++ naar - -). In onderstaande tabel is het overzicht opgenomen van alle effecten – ten opzichte van de referentiesituatie - van de voorgenomen activiteit (basisalternatief) en het alternatief gemaximaliseerd programma. Waar relevant is ook de effectbeoordeling na mitigatie/compensatie opgenomen in de tabel. Tabel 0.2 Overzicht effectbeoordelingen Thema

Aspect

Basis-

Na mitigatie /

Alternatief

Na mitigatie /

alternatief

compensatie

gemaximaliseer

compensatie

d programma Verkeer

Verschuivingen van

+

+

0

0

-

-

verkeer Doorstroming wegvakken Doorstroming kruispunten

Geluid

Verkeersveiligheid

0

Openbaar vervoer

+

0

Langzaam verkeer

++

++

Aantal

0

0

0

0

++

+

++

geluidsgevoelige bestemmingen per geluidsklasse Aantal geluidsgevoelige bestemmingen met waarneembare toename geluidsbelasting

12/92

Kenmerk

Thema

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Aspect

Basis-

Na mitigatie /

Alternatief

Na mitigatie /

alternatief

compensatie

gemaximaliseer

compensatie

d programma Aantal ernstig

0

0

0

0

0

0

0

0

Geen

Geen normover-

geluidgehinderden – bestaande woningen Aantal ernstig slaapverstoorden – bestaande woningen Lucht-

Verandering in

kwaliteit

concentratie stikstofdioxide Verandering in concentratie fijn stof PM10 Normen Wet milieubeheer

normover-

schrijdingen

schrijdingen

voldoet aan

voldoet aan

WHO-advies

WHO-advies Ecologie

Soortenbescherming

--

Stikstofdepositie op

-

-/0/+

--

-/0/+

-

Natura-2000 gebieden Versterken

-

0/+

-

0/+

natuurwaarden Archeologie,

Effect op

landschap

archeologische

en

waarden

0

0

cultuurhistorie Effect op bestaande

-

0

-

0

landschappelijke en cultuurhistorische waarden Externe

Invloed (van

veiligheid

risicobronnen)

0

0

0

0

-

-

vanuit de omgeving op planlocatie Plaatsgebonden risico Groepsrisico

13/92

Kenmerk

Thema

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Aspect

Basis-

Na mitigatie /

Alternatief

Na mitigatie /

alternatief

compensatie

gemaximaliseer

compensatie

d programma Klimaat-

Wateroverlast

0

Hittestress

0

+

0

+

bestendigheid 0

Droogte

0

Gezondheid

Gezondheids-

+

+

+

0

en

bevordering

Bodemdaling

0

0

Bodemkwaliteit

+

+

Waterkwaliteit

+

+

Waterkwantiteit

+

+

+

leefkwaliteit Bodem en water

Uit de tabel blijkt dat de twee alternatieven op alle beoordelingscriteria gelijk zijn beoordeeld. Om de realisatie van meer woningen mogelijk te maken wordt in het gemaximaliseerde woonprogramma meer hoogbouw toegepast dan in het basisalternatief. Op deze manier is de bouw van meer woningen mogelijk zonder het aantal bouwkavels uit te breiden. Hierdoor verschilt de effectbeoordeling voor thema’s als ecologie, archeologie, landschap en cultuurhistorie, externe veiligheid, klimaatbestendigheid, duurzame energievoorziening, gezondheid en leefkwaliteit en bodem en water niet. In het alternatief gemaximaliseerd programma worden meer woningen gerealiseerd waardoor de verkeersintensiteiten logischerwijs hoger zijn. Dit heeft echter geen invloed op de verkeerseffecten. Om die reden is er ook geen verschil tussen de alternatieven voor het thema verkeer en de hiervan afgeleide resultaten voor de thema’s geluid en luchtkwaliteit. Hieronder worden de indicatoren beschreven die negatief en zeer negatief beoordeeld zijn. Negatieve effecten Negatieve effecten (-) worden verwacht voor beide alternatieven voor de indicatoren verkeersdoorstroming kruispunten, stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, versterken natuurwaarden en aantasting bestaande landschappelijke en cultuurhistorische waarden. •

Doorstroming op kruispunten De bijdrage van het basisalternatief en het alternatief maximaal programma op de meeste kruispunten is beperkt. Op een aantal kruispunten is wel een relatief hoge bijdrage zichtbaar, maar dit zijn in de meeste gevallen de kruispunten waar nog voldoende restcapaciteit aanwezig is. Op de kruispunten die in de autonome situatie reeds een doorstromingsknelpunt vormen, is de gemiddelde bijdrage vanuit het alternatief gemaximaliseerd programma lager dan 0,07. Tussen beide alternatieven zijn de verschillen in bijdrage minimaal. Omdat de verkeersafwikkeling vooral in geding komt op de kruispunten waar de verzadigingsgraad hoog

14/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

is, en de planbijdrage voor beide daar onder de 0,07 is, hebben beide alternatieven een •

negatief effect (-). Stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden De voorgenomen ontwikkeling leidt zowel in de aanlegfase als de gebruiksfase tot de uitstoot van stikstof. De uitgevoerde berekeningen laten zien dat in de aanlegfase effecten op zeven verschillende Natura 2000-gebieden ontstaan als gevolg van de uitstoot van stikstof op basis van het basisalternatief. Het alternatief gemaximaliseerd programma laat effecten op negen verschillende Natura 2000-gebieden zien tijdens de aanlegfase. In het basisalternatief is de hoogste stikstofdepositie berekend op Natura 2000-gebieden Botshol (0,02 mol/ha/jaar), Naardermeer (0,02 mol/ha/jaar) en Oostelijke Vechtplassen (0,02 mol/ha/jaar). Het basisalternatief komt hierdoor uit op een negatieve beoordeling (-). In het alternatief gemaximaliseerd programma wordt de hoogste depositie berekend op Natura 2000-gebied Botshol (0,03 mol/ha/jaar). en Naardermeer (0,02 mol/ha/jaar). Ook in dit alternatief wordt de

•

beoordeling negatief (-). Bij de gebruiksfase wordt in het basisalternatief een stikstofdepositie van 0,01 mol/ha/jaar berekend voor het Botshol. In het alternatief gemaximaliseerd programma wordt voor zowel het Botshol als het Naardermeer een depositie van 0,01 mol/ha/jaar berekend. Voor beide alternatieven wordt de gebruiksfase dan ook negatief (-) beoordeeld. Het eindoordeel voor wat betreft gebiedenbescherming is dan ook negatief (-) in zowel het basisalternatief als het alternatief gemaximaliseerd programma. Uit de passende beoordeling blijkt dat als gevolg van de geringe depositie in de gebruiksfase geen sprake zal zijn van significante effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Naardermeer en Botshol. Vervolgstappen

•

zoals een ADC-toets zijn daarom niet noodzakelijk. Versterken natuurwaarden Binnen het plangebied komen verspreid over het gebied min of meer algemene natuurwaarden voor. Vrijwel alle soortgroepen zijn daarbij vertegenwoordigd (NDFF). Door het verdwijnen van de golfbaan Old Course Amsterdam, een deel van de volkstuinen en een groot deel van het groen en de bomen in het plangebied gaat een groot deel van het leefgebied voor veel soorten verloren. Gelet op het oppervlak dat heringericht wordt, blijven er weinig natuurwaarden over in de strook waar gebouwd gaat worden. Het is niet mogelijk om het groen en de bomen te behouden omdat een deel van het plangebied opgehoogd moet

•

worden ten behoeve van de waterhuishouding. In beide alternatieven wordt de beoordeling dan ook negatief (-). Door de versterking van natuurwaarden mee te nemen in de planvorming en ontwerp kan op voorhand rekening gehouden worden met het verlies aan natuurlijk oppervlak. Het natuurinclusief inrichten van de delen van DNK die ontwikkeld worden, kan al op korte termijn verzachtend werken voor het verlies aan biodiversiteit. Als daarbij gefaseerd gewerkt wordt, is er een neutraal effect (0) mogelijk. Door gerichte inrichtingskeuzes te maken ten gunste van de biodiversiteit (bijvoorbeeld natuurinclusief bouwen voor vleermuizen, huismus en gierzwaluw) kan het eindoordeel positief (+) worden. Hierbij kan gedacht worden aan groene daken/tuinen en laanbeplanting. Tussen de nieuw te bouwen woningen, wordt een park aangelegd. Gemeente Ouder-Amstel heeft als uitgangspunt gesteld dat het een stadspark wordt. Toch kan, door bijvoorbeeld verbindingen van het stadspark te leggen naar omliggende

15/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

groene zones, een impuls gegeven worden aan met name algemene soorten. Indien bij de inrichting rekening gehouden wordt met deze verbindingen en ook de juiste beplantingskeuzes (inheems materiaal en verschillende typen beplantingen zoals ruigte, kruiden en bloemen) worden gemaakt, kan het stadspark, net als de gebouwen, als •

natuurinclusief worden gezien. Hierdoor wordt het eindoordeel mogelijk positief (+) Groepsrisico Voor het spoortraject route Breukelen – Duivendrecht – Amsterdam is een hoger groepsrisico berekend als gevolg van de ontwikkeling van DNK. Het groepsrisico lag echter al boven de oriëntatiewaarde in de referentiesituatie. De stijging als gevolg van DNK is dermate klein dat deze nauwelijks waarneembaar is. Er is echter sprake van ligging van het groepsrisico boven de oriëntatiewaarde. Om die reden is dit criterium als negatief beoordeeld voor beide alternatieven. Dit oordeel vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van DNK, mits de gemeente in de huidige verantwoording groepsrisico deze nieuwe ontwikkeling meeneemt.

•

Aantasting bestaande landschappelijke en cultuurhistorische waarden De transformatie tot woningbouw leidt tot plaatselijke aantasting van voornamelijk de landschapswaarden in het gebied. De enige structuur in het gebied die een nog zichtbare relatie heeft met de oorspronkelijke veenpolder is het Zwarte Laantje als restant van het oude veen-ontginningsdorp Duivendrecht. Door de woningbouwopgave wordt de golfbaan van Amsterdam Old Course inclusief het Zwarte Laantje getransformeerd tot hoogstedelijk gebied. Daarmee verdwijnt deze landschappelijke en cultuurhistorisch waardevolle structuur uit het landschap. De groene uitstraling rondom het verkeersknooppunt van spoorwegen nabij Duivendrecht verdwijnt. Ook de bomenlaan langs de Passage wordt verwijderd voor de woningbouwopgave. De rij met populieren langs de Buitensingel blijft wel bestaan. Het markante en bouwhistorisch waardevolle clubhuis van Amsterdam Old Course blijft ook behouden en krijgt een plek in het ontwerp. Vanwege de vergelijkbare stedenbouwkundige structuur in beide alternatieven is er geen onderscheid in het effect tussen het basisalternatief en het alternatief gemaximaliseerd programma. Het onderscheid tussen beide alternatieven zit voornamelijk in de hoogte van de hoogbouw en dat heeft voor de bestaande landschappelijke en cultuurhistorische waarden geen onderscheidend effect.

Beide alternatieven worden negatief beoordeeld voor het effect op landschappelijke en cultuurhistorische waarden (-). Voor landschappelijke en cultuurhistorische waarden geldt dat de negatieve effecten na mitigatie en compensatie neutraal (0) zijn.

Zeer negatieve effecten De ecologische effecten van de voorgenomen ontwikkeling op soortenbescherming is zeer negatief (- -). Dit komt omdat in beide alternatieven een verlies aan habitat en essentiële gebiedsfuncties voor een breed scala aan dier- en plantensoorten te verwachten is als gevolg van de ontwikkeling van DNK. Wanneer bij nader onderzoek beschermde soorten worden aangetroffen en de ontwikkeling van DNK een negatief effect heeft op deze soorten is een ontheffing noodzakelijk. De huidige situatie en de gemitigeerde situatie zullen echter nooit dezelfde eigenschappen hebben waardoor de soorten er per saldo op achteruit gaan. Zelfs wanneer overcompensatie wordt toegepast, zal vrijwel altijd een negatief (-) effect overblijven. Op korte termijn is vaak sowieso sprake van een negatief (-) effect. Voor andere niet-beschermde

16/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

soorten (alleen zorgplicht) is wettelijk gezien geen compensatie vereist. Door voor deze soorten de noordelijke en zuidelijke delen van DNK geschikt in te richten is een neutraal (0) effect mogelijk. Door de nieuw in te richten delen van DNK natuurinclusief te maken is het voor algemene soorten zelfs mogelijk een positief eindoordeel te behalen (+). Voor vleermuizen en vogels die in gebouwen broeden, kan het natuurinclusief bouwen ook leiden tot een verbetering van het habitat. De mate waarin de effecten op de indicator soortenbescherming gecompenseerd en/of gemitigeerd zullen en/of kunnen worden in de nadere planuitwerking, zal bepalend zijn voor de daadwerkelijk optredende effecten. Neutrale en positieve effecten Op de overige indicatoren die beoordeeld zijn in dit MER zijn de effecten neutraal (0), positief (+) zoals bijvoorbeeld openbaar vervoer, gezondheidsbevordering en bodem en water. Voor het aspect langzaam verkeer geldt zelfs zeer positief (++).

0.8

Mitigerende en compenserende maatregelen

In de effectstudies zijn de volgende aanbevelingen voor mitigatie en compensatie naar voren gekomen: Verkeer De beoordeling voor openbaar vervoer kan eventueel toenemen naar zeer positief (++) door het verder stimuleren van het OV in het westelijke deel van De Nieuwe Kern. Stimulering van OV kan bijvoorbeeld door het versterken van het aanbod van voor- en natransport, zoals fietskluizen, fietsenstalling en deelfietsen. Geluid Woningbouw in DNK is niet mogelijk zonder mitigerende maatregelen toe te passen. Per geluidsbron dienen mitigerende maatregelen toegepast te worden. Deze worden hieronder nader toegelicht. Wegverkeersgeluid Voor alle wegen in en nabij het plangebied van DNK geldt dat geluidsreducerende maatregelen nodig zijn om woningbouw in DNK mogelijk te maken. Voor geluid afkomstig van de A2 geldt dat een geluidsafschermende constructie van 9 m naar verwachting essentieel is om te voldoen aan de maximale ontheffingswaarde. Om overal in het gebied te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde is een afscherming van meer dan 15 m +NAP benodigd. Naar verwachting is het toepassen van geluidswallen of geluidsschermen langs de Holterbergweg en de nieuwe wegen binnen DNK niet wenselijk vanuit stedenbouwkundig oogpunt.

Voor zowel de A2 als de Holterbergweg en de wegen binnen het plangebied van DNK is het mogelijk om geluidsafscherming te creëren door het realiseren van niet geluidsgevoelige gebouwen tussen de geluidsbron en de woningen. Ook het toepassen van dove gevels (gevels zonder te openen delen) kan op een aantal locaties een optie zijn. Afhankelijk van de gekozen oplossingsrichting zijn naar verwachting ontheffingen voor een hogere waarde nodig. Daarnaast

17/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

dienen eventuele gevelmaatregelen te worden getroffen om te voldoen aan deze maximale binnenwaarde (voor woningen in beginsel 33 dB). Railverkeersgeluid Om de geluidsbelasting van railverkeer te beperken kan worden gedacht aan geluidsschermen langs de diverse spoorverbindingen rond DNK. Met een afscherming van circa 3 m hoog wordt binnen het gehele gebied voldaan aan de maximale ontheffingswaarde. Voor een deel van het plangebied is sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 55 dB (gele gebied). Om voor het gehele gebied te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde is een afscherming van ten minste 6 m hoog nodig. De situatie is weergegeven voor de geluidssituatie op 4,5 m. Op hogere waarneemhoogtes is de geluidsbelasting in beginsel hoger, doordat het geluidsafschermend vermogen dan kleiner is. Afhankelijk van de gekozen oplossingsrichting zijn naar verwachting ontheffingen voor een hogere waarde nodig. Luchtverkeersgeluid – Schiphol Het luchtverkeersgeluid van Schiphol kent een aanzienlijk aandeel in de te verwachten geluidshinder binnen het gebied. Voor luchtverkeersgeluid zijn maatregelen niet eenvoudig te treffen. Een geluidsadaptief ontwerp van gebouwen kan een mogelijke oplossing zijn. Hierbij kan gedacht worden aan het gebruik van absorberende gevelmaterialen en/of het benutten van geluidschaduw rondom gebouwen.

Het luchtvaartgeluid in DNK komt vanuit de noordelijke richting. Door aan de noordzijde van het plangebied hoge (bij voorkeur niet geluidsgevoelige) bebouwing te realiseren, kan voor geluidsafscherming in het achterliggende gebied worden gezorgd. Vanuit het wettelijk kader voor wegverkeersgeluid en railverkeersgeluid zijn naar verwachting aanvullende eisen aan het geluidsreducerend vermogen van de gevels nodig om te voldoen aan de eisen aan de maximale binnenwaarde uit het Bouwbesluit (in geval van ontheffing). Het geluid van de verschillende bronnen, dus ook het luchtvaartlawaai, dient bij deze verdere uitwerking betrokken te worden. Bedrijvengeluid Een mogelijke oplossing voor de overschrijding van de voorkeurswaarde als gevolg van de Smart Mobility Hub is de voorziene parkeergarage uitvoeren met een dichte wand. Afhankelijk van de gekozen oplossingsrichting en de verdere invulling van de plannen voor DNK dient de uiteindelijke situatie te worden getoetst. Ook het Transformatorstation op parkeerterrein P2 is mogelijk van invloed op de geluidssituatie in de omgeving. Ten behoeve van de mogelijke uitbreiding van P2 voert de gemeente Ouder-Amstel akoestisch onderzoek uit. Wanneer de plannen voor De Nieuwe Kern verder uitgewerkt zijn, dient rekening gehouden te worden met de geluidssituatie.

18/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Ecologie Soortenbescherming Vaak is het mogelijk om voor verlies aan habitat, verblijfplaatsen en/of andere essentiële functies van beschermde soorten een ontheffing aan te vragen. Deze ontheffing dient aangevraagd te worden in het kader van DNK en dient daarnaast een wettelijk belang te dienen. Deze belangen zijn per beschermingscategorie (soorten van artikel 3.1, 3.5 of 3.10) verschillend. Als een ontheffing wordt verleend is het nodig om de geleden schade voor beschermde soorten te mitigeren. Dit kan meestal in de omgeving van het plangebied of soms in het plangebied zelf uitgevoerd worden. In dat geval is wettelijk gezien voldoende gemitigeerd. Door in de nieuwe situatie specifieke rekening te houden met bestaande soorten kunnen zeer algemene en nietkritische soorten erop vooruit gaan. Voor de meeste soorten geldt echter dat de nieuwe situatie nooit gelijk zal zijn aan de huidige situatie. Zelfs wanneer het principe overcompensatie toegepast wordt, zal vrijwel altijd een negatief effect overblijven. Op korte termijn is er vaak sowieso een negatief (-) effect. Voor andere niet-beschermde soorten (alleen zorgplicht) is wettelijk gezien geen compensatie vereist. Door voor deze soorten de noordelijke en zuidelijke delen van DNK geschikt in te richten is compensatie hier mogelijk. Deze compensatie kan voor deze soorten mogelijk leiden tot een neutraal effect (0).

Door de nieuw in te richten delen van DNK natuurinclusief te maken is het voor algemene soorten zelfs mogelijk een positief eindoordeel te behalen (+). Voor vleermuizen en vogels die in gebouwen broeden, kan het natuurinclusief bouwen leiden tot een verbetering van het habitat. Voor gebouwbewonende vleermuizen zijn in de huidige situatie namelijk weinig verblijfplaatsen en ook voor huismus en gierzwaluw geldt dit. Indien de gebouwen natuurinclusief worden, kan voor deze soorten dan ook een positieve impuls gegeven worden. Dit heeft echter geen invloed op de eindbeoordeling van het criterium ‘soortenbescherming’. Deze maatregelen kunnen wel in het criterium ‘versterken natuurwaarden’ meegenomen worden. Mitigatie voor de wettelijk strikt beschermde soorten is geborgd via de Wet natuurbescherming. Bij het eventueel aantreffen van strikt beschermede soorten is een ontheffing noodzakelijk waaraan de verplichting tot mitigatie gebonden is. Compensatie of mitigatie voor algemene soorten die alleen via het zorgplichtbeginsel zijn beschermd dient in alle lagen van de planvorming geborgd te worden. Het is hierbij vooral van belang om een ter zake kundige ecoloog mee te nemen bij de inrichtingsvoorstellen. Binnen het plan zijn goede mogelijkheden om passende leefgebieden en verblijfplaatsen in te richten.

Veelal kan door, vooraf overleggen met een ecoloog, compensatie voor algemene soorten in het plan op eenvoudige manieren landen. Denk hierbij aan de juiste inrichtingskeuzen wanneer watergangen vergraven worden, nieuw aan te leggen oppervlaktewater en het maken van de juiste keuzen bij beplantingsschema’s en het beheer daarvan.

19/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Gebiedenbescherming In beide alternatieven is de beoordeling van de effecten van de uitstoot van stikstof op beschermd gebieden negatief (-). Uit de passende beoordeling 2 blijkt dat als gevolg van de geringe depositie in de gebruiksfase geen sprake zal zijn van significante effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Naardermeer en Botshol. Vervolgstappen zoals een ADC-toets zijn daarom niet noodzakelijk. Versterken natuurwaarden Door de versterking van natuurwaarden mee te nemen in de planvorming en ontwerp kan op voorhand rekening gehouden worden met het verlies aan natuurlijk oppervlak. Het natuurinclusief inrichten van de delen van DNK die ontwikkeld worden, kan al op korte termijn verzachtend werken voor het verlies aan biodiversiteit. Als daarbij gefaseerd gewerkt wordt, is er een neutraal effect (0) mogelijk. Door gerichte inrichtingskeuzes te maken ten gunste van de biodiversiteit (bijvoorbeeld natuurinclusief bouwen voor vleermuizen, huismus en gierzwaluw) kan het eindoordeel positief (+) worden. Hierbij kan gedacht worden aan groene daken/tuinen en laanbeplanting. Ook kan de keuze voor bepaalde straatverlichting een gunstig effect hebben voor bepaalde soorten. Door verbindingen van het stadspark te leggen naar omliggende groene zones kan een impuls gegeven worden aan met name algemene soorten.

Indien bij de inrichting rekening gehouden wordt met deze verbindingen en ook de juiste beplantingskeuzes (inheems materiaal en verschillende typen beplantingen zoals ruigte, kruiden en bloemen) worden gemaakt, kan het stadspark, net als de gebouwen, als natuurinclusief worden gezien. Hierdoor wordt het eindoordeel mogelijk positief (+). Archeologie, landschap en cultuurhistorie Zwarte Laantje Het negatieve effect op landschappelijke en cultuurhistorische waarden wordt deels veroorzaakt door het verdwijnen van Het Zwarte Laantje (als cultuurhistorische verwijzing naar het oude bebouwingslint met boerderijen in de oorspronkelijke veenontginning). Dit zou gemitigeerd kunnen worden door het Laantje in het stedenbouwkundige plan terug te laten komen. In de huidige opzet worden er nieuwe gebouwen overheen geplaatst in een Noordoost-Zuidwestelijke oriëntatie. Wellicht kan hier tussen de gebouwen door het laantje in haar oorspronkelijke loop worden teruggebracht. Dit laantje kan geaccentueerd worden met een aantal knotwilgen (passende vegetatie bij het oorspronkelijke veenlandschap en verwijzend naar het bebouwingslint). Wanneer dit wordt aangevuld met een informatiebord wordt de oorspronkelijke relatie met de veenontginning voor bewoners en bezoekers beleefbaar.

2

TAUW (2021) Passende beoordeling. Kernmerk: R013-1276181YKH-V02-pws-NL

20/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Golfbaan Het verdwijnen van de groene zone van de golfbaan Amsterdam Old Course met omliggende bomenlaan kan gecompenseerd worden door elders in het gebied meer aaneengesloten groen te realiseren. Hieraan wordt deels al invulling gegeven met het stadspark. Dit is belangrijk voor de belevingswaarde van bewoners en bezoekers en draagt bovendien bij aan een meer natuurlijke uitstraling van het gebied, biodiversiteit, en vermindering van het stedelijk hitte-effect tussen de hoogbouw. Een verwijzing naar het historische landgebruik en de gebiedsidentiteit kan gemaakt worden door in de groenstrook tussen de gebouwen smalle slootjes te graven in dezelfde kavelrichting van de oorspronkelijke ontginning. Indien beide maatregelen worden doorgevoerd kan de effectbeoordeling veranderen naar neutraal (0) omdat dan vanuit cultuurhistorie een historisch relict wordt teruggebracht en vanuit landschap meer aandacht is voor de groene zones. Klimaat Als de doelstelling van rainproof inrichten wordt bereikt, worden beide alternatieven positief (+) beoordeeld voor het criterium wateroverlast. Dit is afhankelijk van de verdere detaillering van het plan en ontwerp.

Voor het criterium droogte geldt dat een positief effect (+) voor beide alternatieven wordt verwacht indien maatregelen voor beperking van de restzetting, vergroting van de sponswerking van het gebied en voor de waterbeschikbaarheid van beplanting en natuurgrasvelden worden meegenomen.

0.9

Aandachtspunten voor vervolg

Vanuit diverse deelonderzoeken zijn enkele aandachtspunten voor het vervolg benoemd. Deze zijn hieronder nader toegelicht voor de thema’s waarvoor dit relevant is. Verkeer In en nabij het plangebied van DNK zijn een aantal kruispunten gesitueerd die reeds in de huidige autonome situatie sterk belast (verzadigingsgraad 0,9 - 1,0) of overbelast zijn (verzadingsgraad >1,0). Tabel 4.3 laat zien dat kruispunten 7, 9, 14, 15 en 16 overbelast zijn of overbelast raken. De bijdrage van DNK op deze kruispunten is minimaal. De autonome verkeersgroei veroorzaakt de (over)belasting van deze kruispunten. Wel blijven het knelpunten waar een oplossing voor gezocht moet worden. Het is onwenselijk dat deze knelpunten niet worden opgelost, wanneer DNK ontwikkeld is. Dergelijke oplossingen kunnen bekeken worden in het integraal mobiliteitsonderzoek dat uitgevoerd wordt door de betreffende gemeentes naar de maatregelen die nodig zijn voor Amsterdam Zuidoost. Daarin is het raadzaam om te kijken naar capaciteitsuitbreiding bij de kruispunten met de Burgemeester Stramanweg omdat het wenselijk is om evenementen rondom de Johan Cruijff ArenA goed bereikbaar te houden voor autoverkeer. Ook andere maatregelen kunnen een deel van de oplossing bieden door ook verder te sturen op het autobezit.

21/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Geluid Bij de uiteindelijke planuitwerking moet nader akoestisch onderzoek plaatsvinden om inzichtelijk te maken wat mogelijk is. Daarbij dient voortgezet te worden op geluidsadaptief ontwerpen. Ecologie Op basis van de kennis die beschikbaar is, is er nog geen volledige beoordeling te geven van de haalbaarheid van het plan of delen daarvan. Van veel soort(groep)en ontbreekt een recent onderzoek. Hierdoor is niet in te schatten hoe zeer en of de ontwikkeling negatieve effecten op deze soorten heeft. Daarbij komt dat de inrichting van DNK eveneens niet concreet genoeg is. Een uitgewerkt plan en uitgewerkt nader onderzoek naar vleermuizen, broedvogels met jaarrond beschermd nest, boom- en steenmarter, kleine marterachtigen en rugstreeppad is nog nodig. Zo wordt inzichtelijk of en waar negatieve effecten op beschermde en minder strikt beschermde soorten te verwachten zijn. Het is namelijk mogelijk dat DNK op verschillende soorten maar weinig of geen effect heeft. Zo kan ook bepaald worden of de ontwikkeling van DNK ontheffingsplichtig is of niet. Klimaat Een aandachtspunt voor het vervolg, als de structuurvisie wordt uitgewerkt in stedenbouwkundige plannen en inrichtingsplannen, is het bieden van voldoende koele, schaduwrijke, toegankelijke openbare ruimte, buitenruimte en daken voor alle toekomstig bewoners.

Bij het ontwerpen van het gebied dient aandacht te worden besteed aan de wind, zodat de gebouwen die koele werking van de wind niet blokkeren. Door te zorgen voor schaduw op loop- en fietsroutes en verblijfsplekken blijven deze ook aantrekkelijk tijdens warme en hete zomerdagen. Tot slot dienen de nieuwe woningen ook met een hittebestendig binnenklimaat ontworpen te worden. De aanbeveling is om het huidige plan door te rekenen in een computermodel dat de klimaatadaptatie van het plan toetst en optimaliseert op in elk geval wateroverlast en hitte. Duurzame energievoorziening In de verdere planontwikkeling is aandacht nodig op welke wijze energieneutraliteit wordt bereikt. Er dient verder in beeld gebracht te worden hoe aan de energievraag wordt voldaan en hoe de verdeling is tussen warmte- en elektriciteitsvoorziening.

22/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

1 Inleiding 1.1

Ontwikkeling De Nieuwe Kern

De Nieuwe Kern (DNK) betreft een gebiedsontwikkeling in de gemeente Ouder-Amstel. Het gebied ligt tussen Amstel Business Park, het station Duivendrecht, de Johan Cruijff ArenA en de A2 en vormt daarmee een onderdeel van de Amstelcorridor (van het Amstel Station tot het Amsterdam UMC). De gemeente Ouder-Amstel heeft een concept structuurvisie opgesteld voor het plangebied DNK. De komende jaren moet het gebied volledig getransformeerd met als doel het gebied te ontwikkelen tot een gemengd stedelijk gebied om te wonen, werken, recreëren en sporten. Hiermee komt het plan tegemoet aan de hoge druk op de woning- en kantorenmarkt in het gebied. Het beoogde programma bestaat uit circa 450.000 m² aan woonfuncties (circa 4.500 woningen) en 250.000 m² aan niet-woonfuncties, zoals bedrijven, horeca, kantoren en uitbreiding van sportcomplex de Toekomst van Ajax.

Figuur 1.1 Plangebied De Nieuwe Kern (bron: www.denieuwekern.nl)

Gemeente Ouder-Amstel heeft slechts een klein deel van het gebied in eigendom en heeft daarom de samenwerking opgezocht met de andere grondeigenaren van het gebied; gemeente Amsterdam, NS Vastgoed, Borchland/VolkerWessels Vastgoed en Ajax N.V. Dit zijn de partijen die De Nieuwe Kern zullen ontwikkelen tot nieuwe woonwijk. De grondeigenaren hebben gezamenlijk gewerkt aan een concept stedenbouwkundige visie waarin staat beschreven hoe zij het gebied willen ontwikkelen binnen de kaders van de structuurvisie.

23/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Als bevoegd gezag heeft de gemeente Ouder-Amstel een concept-structuurvisie gemaakt waarin de kaders zijn vastgelegd voor de locatie van woningen, kantoren en hotels, groen, sportvoorzieningen en volkstuinparken. In de concept-structuurvisie 3 wordt aangegeven dat de bestaande situatie in het plangebied momenteel een onderbreking is van de stedelijke structuur, zowel op sociaal, ruimtelijk als economisch vlak. De ontwikkeling van DNK draagt bij aan het wegnemen van deze onderbreking door een verbinding te vormen met het omliggende gebied, zowel tussen Duivendrecht, de Amstelscheg (een groene bufferzone aan de andere zijde van de A2) en Ouderkerk aan de Amstel als binnen de corridor Amsterdam-UMC. Daarnaast draagt de ontwikkeling van DNK bij aan diverse doelstellingen en ambities van de gemeente op het gebied van (andere) woningbouw, duurzaamheid, landschap en infrastructuur en mobiliteit. Met de ontwikkeling van DNK wordt beoogd een nieuwe stadswijk te realiseren waar mensen wonen, werken, sporten, recreëren en elkaar kunnen ontmoeten. Een centraal gelegen park zorgt ervoor dat de verschillende buurten en functies in DNK en de volkstuinen onderling met elkaar verbonden worden. Daarnaast breidt Ajax haar trainingscomplex De Toekomst uit.

De ligging van het plangebied nabij station Duivendrecht zorgt voor een goed bereikbare woonwijk waar langzaam en duurzaam verkeer de prioriteit dient te krijgen. De wens van de gemeente is om met de ontwikkeling van DNK een aantrekkelijke en groene stadswijk te realiseren. Onderstaande figuren bevatten een impressie van het voorgenomen plan.

Figuur 1.2 Impressie van het plan (bron: concept stedenbouwkundige visie De Nieuwe Kern, december 2019)

3

Concept-structuurvisie De Nieuwe Kern gemeente Ouder-Amstel, BRO (16 oktober 2020)

24/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Figuur 1.3 Impressie van het plan (van noordoost naar zuidwest met station Duivendrecht op de voorgrond) (bron: concept stedenbouwkundige visie De Nieuwe Kern, december 2019)

1.2

M.e.r.-procedure

De m.e.r. heeft als doel het milieu een volwaardige plaats te geven in de bestuurlijke besluitvorming, zodat met de uitkomst van de m.e.r. een solide en toegespitste onderbouwing kan worden gegeven. In de Wet milieubeheer is in hoofdstuk 7 geregeld dat het bij bepaalde plannen en/of besluiten met mogelijke grote milieugevolgen verplicht is informatie te verzamelen over de als gevolg van de activiteit optredende milieugevolgen. In de bijlage bij het Besluit m.e.r. is bepaald voor welke activiteiten een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden. Dit is mede afhankelijk van de aard en omvang van de activiteit en het soort besluit. M.e.r.-plicht stedelijk ontwikkelingsproject Het ontwikkelen van een gebied met 4.500 à 6.200 woningen met bijbehorende voorzieningen en ontsluitingsstructuur, valt onder categorie D 11.2 uit de bijlage bij het Besluit m.e.r.: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. Een oppervlakte van 100 hectare of meer 2. 3.

Een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer’

Voor de ontwikkeling van DNK is een (kaderstellende) structuurvisie voorbereid, dit is een plan genoemd in kolom 3 van de bijlage van het Besluit. Voor de structuurvisie geldt een plan-m.e.r.-plicht.

25/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Daarnaast heeft de gemeente Ouder-Amstel de wens om het MER en het proces hierbij zodanig vorm te geven zodat deze niet alleen bij de structuurvisie hoort maar tevens benut kan worden bij de juridische grondslag voor: • Een nieuw bestemmingsplan voor DNK of voor een eerste deelgebied binnen DNK • • •

Een andere planologische procedure op basis van de huidige Wet ruimtelijke ordening en Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wro/Wabo) Een procedure tot aanpassing van een deel van het omgevingsplan ten behoeve van DNK Een procedure voor het verlenen van vergunning in afwijking van het omgevingsplan (OPA), daarom worden bepaalde thema’s meer kwantitatief beschreven dan strikt noodzakelijk is voor een structuurvisie

Het kan echter voorkomen dat bij een nadere invulling van een ruimtelijk besluit - voor een van de deelgebieden volgend op de structuurvisie - er aanleiding is om de milieuonderzoeken behorend bij dit MER aan te vullen. Passende beoordeling Wet Natuurbescherming Het dichtst bij het plangebied gelegen Natura-2000 gebied is Botshol (op circa 6 km afstand). De ontwikkeling van DNK heeft mogelijk effect op de stikstofdepositie in dit natuurgebied en mogelijk ook op andere Natura 2000-gebieden. Uit een eerste stikstofberekening blijkt dat de voorgenomen activiteit negatieve effecten kan hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van in ieder geval Botshol. Daarom is een Passende Beoordeling uitgevoerd. In de Passende Beoordeling is onderzocht of de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied door de activiteiten in gevaar komen. Dit kan leiden tot aanscherping van de concept structuurvisie en aanvullende randvoorwaarden voor de toekomstige (deel)Omgevingsplannen. Daardoor kan de toename van stikstofemissie mogelijk in voldoende mate worden verlaagd waardoor de plannen doorgang kunnen vinden.. Uit ad 2. Op grond van art. 7.2a lid 1 Wm blijkt dat een structuurvisie waarvoor een passende beoordeling moet worden gemaakt m.e.r.-plichtig is. Voorliggend plan MER (hierna MER) is opgesteld voor het gehele projectgebied, gekoppeld aan de structuurvisie.

Daarnaast is het MER ook bruikbaar voor toekomstige ruimtelijke procedures en passend bij de eisen van de Omgevingswet. De effectbeoordeling is van dusdanig detailniveau dat het de juridische grondslag vormt voor het omgevingsplan van eventuele deelontwikkelingen. Initiatiefnemer en bevoegd gezag Voor het project DNK vervult de gemeente Ouder-Amstel zowel de rol van gemeentelijke initiatiefnemer (GI) als bevoegd gezag (BG). Vanuit het oogpunt van legitimiteit en draagvlak is het nodig om organisatorisch de uitvoering van de m.e.r.-procedure en het opstellen van bijbehorende producten te scheiden van de beoordeling en besluitvorming (bron: Infomil). Artikel 7.28a Wet milieubeheer schrijft voor dat in dat geval de functies ‘passend gescheiden’ moeten zijn. Dat betekent: • •

De taken van bevoegd gezag voor de m.e.r. en gemeentelijke initiatiefnemer van het project moeten minimaal bij verschillende personen/functies belegd zijn Deze scheiding moet in een beschrijving van procedures en werkprocessen zijn vastgelegd

•

Deze werkprocessen en procedures moeten worden nageleefd

26/92

Kenmerk

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Artikel 7.28a Wet milieubeheer 1.

Als het bevoegd gezag zelf de activiteit wil ondernemen waarvoor een milieueffectrapport moet worden gemaakt, zorgt het bevoegd gezag in ieder geval voor een passende scheiding tussen conflicterende functies bij de ambtelijke voorbereiding van het besluit.

2.

Het bevoegd gezag legt de wijze waarop het zorg draagt voor een passende scheiding als bedoeld in het eerste lid vast in een beschrijving van de werkprocessen en procedures en draagt er zorg voor dat deze werkprocessen en procedures worden nageleefd.

Op bestuurlijk niveau is de gemeenteraad het bevoegd gezag. Deze stelt ook de ontwerp structuurvisie inclusief MER vast. Het college van B&W is in deze initiatiefnemer. Op ambtelijk niveau is het projectteam DNK van gemeente Ouder-Amstel in termen vanuit de Wet milieubeheer initiatiefnemer. Het projectteam stemt af met de opsteller van het MER over de inhoud van de stukken, levert informatie aan en controleert deze voordat deze formeel wordt voorgelegd aan het bevoegd gezag. De afdeling Ruimte treedt op namens het bevoegd gezag. De inhoud van de onderzoeken bij de m.e.r.-procedure (bodem, verkeer, geluid, luchtkwaliteit, stikstof et cetera) wordt gecontroleerd door afdeling Ruimte van Ouder-Amstel, Duo+ en de Omgevingsdienst gezamenlijk omdat niet alle deskundigheden binnen de gemeentelijke organisatie vertegenwoordigd zijn. Teamleider Ruimte heeft hierin een coördinerende rol. Advies Commissie voor de m.e.r. De gemeente Ouder-Amstel heeft de Commissie gevraagd te adviseren over de inhoud van het op te stellen MER. De Commissie beschouwt de volgende punten als essentiële informatie in het MER.

• Programma en ambities: geef een onderbouwing van de onderdelen van de gebiedsontwikkeling en een zo concreet mogelijke beschrijving van de ambities voor de invulling daarvan, op het gebied van leefkwaliteit, gezondheid, klimaatbestendigheid, duurzaamheid (energie, circulariteit), verkeer en bereikbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. Deze onderbouwing is terug te vinden in paragraaf 3.4.1 van dit MER •

•

Randvoorwaarden en uitgangspunten: geef inzicht in de randvoorwaarden voor de gebiedsontwikkeling, zoals geluidcontouren, veiligheidscontouren, bodemgesteldheid en waterhuishouding, en uitgangspunten op basis van ontwikkelingen in het plangebied en de omgeving. De diverse deelonderzoeken (zie MER deel B) bevatten de randvoorwaarden en uitgangspunten per thema dat is onderzocht Alternatieven en varianten: beschrijf en onderbouw mogelijke alternatieven en varianten voor het voornemen waarmee, binnen de randvoorwaarden, de doelen van het programma en de ambities voor de invulling daarvan gerealiseerd kunnen worden. Een beschrijving van de alternatieven is opgenomen in de paragrafen 3.5 en 3.6

•

Effecten en doelbereik: vergelijk alternatieven en varianten op basis van de effecten op verkeer, gezondheid, natuur, landschap, bodem en water en toets deze aan de mate waarin de ambities gerealiseerd worden (doelbereik). Een samenvatting van de effectbeoordelingen is te vinden in paragraaf 4.3. Uitgebreidere informatie is terug te vinden in de diverse deelonderzoeken

27/92

Kenmerk

•

R003-1276181EZM-V03-kzo-NL

Monitoring: geef (een aanzet voor) een monitoringsprogramma waarmee de effecten en het doelbereik tijdens de verschillende fasen van realisatie en daarna en per deelgebied kunnen worden gevolgd en geëvalueerd. Dit is beschreven in paragraaf 5.2

1.3

Opbouw van dit rapport

Dit MER is opgebouwd uit twee delen, deel A en deel B. In voorliggend deel A zijn inleidende hoofdstukken en de hoofdlijnen van de effectstudies opgenomen. In deel B zijn de volledige effectstudies opgenomen. Deel A: hoofdlijnen Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de aanleiding van de ontwikkeling De Nieuwe Kern en een overzicht van het relevante nationale, provinciale, regionale en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 3 is een beschrijving opgenomen van de plannen voor de twee alternatieven waar dit MER de effecten van beschrijft. Hoofdstuk 4 is een samenvatting van de onderzoeksrapporten uit deel B. Tot slot gaat hoofdstuk 5 in op de leemten in kennis binnen de milieueffectrapportage. Ook wordt in dit hoofdstuk een voorstel gedaan voor het monitorings- en evaluatieprogramma. Deel B: effectstudies Deel B van dit MER wordt gevormd door de onderzoeksrapporten op de volgende thema’s: verkeer, stikstofdepositie, geluid, luchtkwaliteit, ecologie, archeologie, landschap en cultuurhistorie, externe veiligheid, klimaatbestendigheid, gezondheid en leefkwaliteit en bodem en water. Deze zijn opgenomen als bijlage bij het MER deel A.

Voor alle thema’s is een vergelijkbare onderzoeksopzet gehanteerd, waarbij ingegaan is op beleid, toetsingskader, huidige situatie, autonome ontwikkelingen, beoordelingskader, effectbeschrijving, effectbeoordeling, mitigerende en compenserende maatregelen en leemten in kennis.

2 Projectbeschrijving 2.1

Aanleiding

Voor de gemeente Ouder-Amstel was het verzoek van het bedrijf Endemol om een kantoor te realiseren aan de Holterbergweg de aanleiding om na te gaan denken over de gemeentelijke visie voor het gebied tussen station Bijlmer Arena en Station Duivendrecht en tussen de A2 en spoorlijn Utrecht-Amsterdam. De gemeente Ouder-Amstel wilde graag meewerken aan dit initiatief en het kantoor van Endemol is in 2008 daadwerkelijk gekomen. Om te voorkomen dat het plangebied uit losse initiatieven zou bestaan zonder onderlinge samenhang, is het project De Nieuwe Kern (DNK) opgestart en is de visievorming hiervoor begonnen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15981158/1