Bijlage 4 Concept Beantwoording reacties advies D'Hooghe
Tekst van het document
Bij de uitwerking van de plannen wordt hier verder bij stilgestaan. De Westbrug biedt voor Haven-Stad een grote kans om deze nieuwe woonwijk beter aan te sluiten op bestaande buurten. De Westbrug verbindt Haven-Stad op de zuidoever rechtstreeks met buurten als NDSM en Buiksloterham. Daarnaast zijn via de Westbrug bestaande buurten in Noord (o.a. De Bongerd en Floradorp) sneller verbonden met bestaande buurten in West (o.a. Spaarndammerbuurt en Bos en Lommer).
Pagina 19
Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam
Omdat met de Westbrug fietsers uit het westelijk deel van de stad straks via de route Transformatorweg - Minervahaven - Westbrug naar Noord kunnen fietsen (en omgekeerd), is de verwachting dat hierdoor de oost/west fietspaden door het Westerpark iets worden ontlast. Daarentegen worden fietspaden in het Westerpark richting Hemknoop en Minervahaven (o.a. het Overbrakerpad) waarschijnlijk belangrijker en drukker met de komst van de Westbrug. In de situatie dat de Ringlijn (metro) is gesloten en de Westbrug is gebouwd, zijn verschillende buurten in Noord per fiets en openbaar vervoer snel en veelal direct verbonden met het metrostation Hemknoop in Haven-Stad. De Westbrug sluit voor fiets en openbaar vervoer optimaal aan op het toekomstige metrostation Hemknoop. Hierdoor worden verschillende buurten in Noord met één overstap op de metro snel verbonden met diverse andere en verder weg gelegen buurten en bestemmingen in de stad. In de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021 en het Integraal Raamwerk voor Haven-Stad komen voorstellen aan bod over de aansluiting van de Westbrug op het bestaande en toekomstige fietsnetwerk in West en Haven-Stad. De Spaarndammerbuurt vormt hierbij een belangrijke schakel tussen Westbrug en Binnenring. Verdere uitwerking van dit fietsnetwerk i.r.t.
de komst van de Westbrug en ook de transformatie van de eerste deelgebieden van Haven-Stad vindt in een volgende fase plaats. Het Haarlemmerplein ligt tussen de projecten Binnenring en fietsverbinding Haarlemmer Houttuinen. Met name de inpassing van de fietsverbinding Haarlemmer Houttuinen en de consequenties van maatregel 17 (Agenda Autoluw) zijn bepalend voor de inrichting van het Haarlemmerplein. De uitvoering van de fietsverbinding Haarlemmer Houttuinen staat gepland na 2026. Wat doet de gemeente met deze reacties? In de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021 worden diverse aandachtspunten opgenomen m.b.t. het verkeer en ontsluiting in de wijken rondom de Westbrug. De bruggen vormen straks een belangrijke schakel voor het openbaar vervoer op beide oevers waardoor de uitwisseling tussen beide oevers wordt bevorderd en de reistijd tussen diverse bestemmingen in de stad wordt verkort. Waar mogelijk en nodig wordt nabij de aanlandingsplekken van de bruggen het lokale verkeer en het doorgaande verkeer over de bruggen gescheiden. Het voorstel van het Dagelijks Bestuur van stadsdeel West om het plusnetwerk fiets (en aantakking daarop) kritisch tegen het licht te houden, aan te passen en te voltooien in aansluiting op de Westbrug, wordt ook als aandachtspunt opgenomen in de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021.
Samenwerking met omliggende projecten blijft ook bij ontwikkeling van de brug onderdeel van het project. Daarbij rekening gehouden met HOV en indien aan de orde samenwerking met dat team gezocht.
2.3.2 Publieke ruimtes en leefbaarheid Vanuit de omwonenden van de Haparandadam blijkt veel weerstand tegen de brug en de bijbehorende aansluitingen en aanlandingen. Omwonenden maken zich zorgen over het vrije uitzicht dat belemmerd wordt en de drukte door het fietsverkeer. Er wordt benoemd dat er geen ruimte is voor meer verkeer in dit deel van de wijk. Zorgen zijn er over mogelijke waardevermindering van de woningen. Ook is de verkeersveiligheid een punt van aandacht.
Pagina 20
Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam
De reacties over publieke ruimtes rondom de aanlandingen van de Westbrug gingen vooral over de aanlanding in de Houthaven, op de Haparandadam. Vanuit de bewoners bij de Haparandadam wordt aangegeven dat er geen behoefte is aan een plein, maar dat het water gehandhaafd moet worden in plaats van nieuwe parken en publieke ruimtes. Nieuwe parken en publieke ruimtes rond de aanlanding van de Westbrug worden echter ook als een kans benoemd. Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel West geeft aan dat de Westbrug een bijdrage kan leveren aan de culturele identiteit van het gebied. Dit biedt kansen wanneer de brug als integraal onderdeel van de gebiedsontwikkeling van Haven-Stad wordt ontwikkeld: realisatie van groen, een hoogwaardige openbare ruimte en voorzieningen rondom de aanlanding van de brug en wellicht zelfs op de brug zelf. Beantwoording Over het gebruik en eventueel toevoegen van groen en water zijn de meningen in de reacties heel verschillend. Dit onderwerp wordt verder uitgedacht bij het uitwerken van de maatregelen (elk een eigen project) en ook onderwerp van gesprek en verdere participatie met omwonenden, nautische partijen en andere betrokkenen zijn. De samenwerking met de projectteams van Haven-Stad en de Houthaven is al opgezocht ten tijde van het formaliseren van het advies "Genereus Verbonden" en wordt ook verder uitgebouwd.
Bij de uitwerking van de maatregelen en in samenwerking met de projectteams van Haven-stad en Houthaven, zal ook gekeken worden naar de inrichting van de openbare ruimte op en om de bruggen. De verkeersveilige vormgeving van de toevoerroutes naar de Westbrug verdient extra aandacht. Ditzelfde geldt voor de spreiding van het (fiets)verkeer van en naar de Westbrug over meerdere routes. De routes voor fiets en openbaar vervoer worden na vaststelling van de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021 verder uitgewerkt. Door meerdere routes voor de fiets te kiezen, ontstaat spreiding van de drukte en meer keuzemogelijkheden voor de gebruikers (c.q. de fietsers). Het uitzicht zal met de komst van de brug veranderen. In de participatie wil de gemeente graag met bewoners praten over hoe dit zo goed mogelijk gedaan wordt. Wat doet de gemeente met deze reacties? Waar mogelijk wordt het (fiets)verkeer van/naar de bruggen gespreid over meerdere routes. De hoofdroute is naar de fietsbinnenring. Dit wordt opgenomen in de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021 en wordt uitgewerkt bij een volgende fase. Het uitzicht van omwonenden zal veranderen. In de participatie willen we graag met hen praten over hoe dit zo goed mogelijk gedaan wordt.
In het vervolgproces wordt, in samenspraak met omwonenden, nautische partijen en andere betrokkenen, gekeken naar invulling van publieke ruimtes rondom de aanlanding van de Westbrug. Verder wordt samenwerking met omliggende projecten ook bij ontwikkeling van de Westbrug, net als bij de Oostbrug en voetgangerspassage, als aandachtspunt opgenomen in de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021. Hetzelfde geldt voor het advies van stadsdeel West: “Westbrug als beelddrager met realisatie van groen, een hoogwaardige openbare ruimte en voorzieningen rondom de aanlanding van de brug en wellicht zelfs op de brug zelf”.
Pagina 21
Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam
2.3.3 Participatie en aansluiting ontwikkeling in omgeving Uit de reacties blijkt een nadrukkelijke wens van omwonenden om betrokken te worden bij de planvorming van de Westbrug. Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel West wijst op de impact van diverse ruimtelijke ingrepen in dit deel van stadsdeel West, zowel lokaal als stedelijk alsook regionaal. Het stadsdeel wijst daarom op het belang van communicatie en samenspraak met belanghebbenden om de adviezen te vertalen naar ruimtelijke ingrepen. Daarbij moet er ook samenhang en afstemming met omliggende projecten zijn, zoals Haven-Stad, NDSM-werf, Houthaven en mogelijk de (toekomstige) HOV-verbinding langs het IJ richting Zaanstad. Bij dit alles worden de stadsdelen als belangrijke speler genoemd. Beantwoording Voor elk van de maatregelen geldt dat bewoners en andere betrokkenen geïnformeerd en betrokken worden wanneer de plannen voor de maatregel verder uitgewerkt gaan worden. Daarbij worden de omgevingsteams van de buurten nauw betrokken bij de participatie en bevraagd op hun kennis. Bij de Westbrug komt in de participatie extra nadruk op het betrekken van de omwonenden bij de aanlandingen in West en Noord, op zowel verkeersveiligheid als inrichting van en rond de aanlandingen.
De samenwerking met de teams van NDSM, Haven-Stad en Houthaven bestond al ten tijde van het formaliseren van het advies "Genereus Verbonden" en zal ook daarna doorgezet worden. Bij de uitwerking van de maatregelen en in samenwerking met Havenstad en NDSM (en indien nog relevant ook Houthavens), zal ook gekeken worden naar de inrichting van de openbare ruimte op en om de bruggen. Hierbij wordt ook rekening gehouden met aansluiting op de HOV-verbinding richting Zaanstad. Wat doet de gemeente met deze reacties? Voor elk van de maatregelen geldt dat bewoners en andere betrokkenen, in samenwerking met de gebiedsteams, meegenomen en betrokken worden wanneer de plannen voor de maatregel verder uitgewerkt gaan worden. Bij de Westbrug komt daarbij extra nadruk op het betrekken van de omwonenden bij de aanlandingen in West en Noord. (Ditzelfde geldt ook voor Oostbrug en voetgangerstunnel met de betreffende stadsdelen.) De samenwerking met NDSM, Houthavens en Havenstad wordt doorgezet en verder opgebouwd naarmate de projecten verder vorderen. Bij de uitwerking van de maatregelen en in samenwerking met Havenstad (en indien nog relevant ook Houthavens), zal ook gekeken worden naar de inrichting van de openbare ruimte op en om de bruggen. Hierbij wordt ook rekening gehouden met aansluiting op de HOV-verbinding richting Zaanstad.
Pagina 22
Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam
2.4 Voetgangerspassage In dit hoofdstuk zijn de reacties beantwoord die specifiek betrekking hadden op de Voetgangerspassage. Naast de beantwoording van deze reacties, is per onderwerp aangegeven wat de gemeente met de reacties heeft gedaan. Elk onderwerp begint met een korte samenvatting van de meest voorkomende reacties in het betreffende onderwerp.
2.4.1 Fiets In veel van de reacties over de voetgangerspassage bij Centraal Station wordt de wens uitgesproken om hier een fietstunnel van te maken. Een centrale oeververbinding voor fietsers wordt genoemd als ontbrekende schakel in het advies “Genereus Verbonden”. Daarnaast wordt de wens uitgesproken om fietsvoorzieningen in de passage te realiseren, zoals een fietsenstalling. Beantwoording De voetgangerspassage is vooral bedoeld voor voetgangers. Met de passage wordt het Buiksloterwegveer ontlast. Daarnaast wordt met de voetgangerspassage op deze centrale plek en mogelijk een fietsenstalling aan de weerszijden, het gebied rondom het Centraal Station ook ontlast. In het advies "Genereus Verbonden" op pagina's 88 en 89 is toegelicht waarom een fietstunnel op deze plek geen geschikte optie is, maar een voetgangerstunnel wel kan. Deze visie wordt door de gemeente onderschreven, dit was ook al onderdeel van het voorkeursbesluit Sprong over het IJ in 2017. Aan de noordzijde van het Centraal Station tussen de pontaanlandingen west en oost komt een fietsparkeerkelder. Bij een vervolgstudie naar de voetgangerspassage kan onderzocht worden of een fietsparkeerkelder aan de noordzijde (al dan niet in het water) een mogelijkheid is.
Wat doet de gemeente met deze reacties? Het onderzoeken van een ondergrondse fietsenstalling in of bij de noordzijde van de voetgangerspassage, wordt als aandachtspunt meegenomen in de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021.
2.4.2 Veiligheid Met betrekking tot veiligheid van de voetgangerspassage is een aantal zorgen geuit in de reacties. De sociale veiligheid is een uitdaging waar aandacht aan gegeven moet worden, bijvoorbeeld door het een brede en uitstekend verlichte tunnel te maken met voortdurend toezicht, zodat gebruikers een veilig gevoel hebben. Ook de bouw van de tunnel wordt als een uitdaging gezien: dit kan navigatie van grotere schepen bemoeilijken. Daarnaast wordt er voorgesteld een loopband voor voetgangers toe te voegen. Beantwoording Er zijn verschillende manieren om de tunnel qua gevoel sociaal veiliger te maken. In de maatvoering uit de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021, is rekening gehouden met een brede loopzone in het midden en twee rolpaden aan de buitenzijde. Deze banen hebben een vrije breedte van 1 tot 1,40 meter. Een voorbeeld zijn de rolbanden van Schiphol. In het ontwerp moet voldoende verlichting verder uitgewerkt worden. Ook toezicht – op de vloer en via camera’s – is heel belangrijk om sociale veiligheid te waarborgen. In het advies “Genereus Verbonden” is voorgesteld om commercieel programma toe te voegen in de passage. Dit kan verder onderzocht worden, met de kanttekening dat winkels ook een negatief veiligheidsgevoel kunnen geven, door openingstijden (de winkels zijn niet altijd open) en
Pagina 23
Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam
leegstand, die vaak voorkomt. Wisselende expositieruimte, die aansluit op de musea in Noord, is een interessant alternatief. Bij de bouw van de voetgangerspassage stelt het Centraal Nautisch Beheer als vaarwegbeheerder een eisenpakket op voor de aannemer, waar deze zich aan moet houden. Dit is gangbaar bij dit soort bouwprojecten. Een deel van vaarweg moet ten alle tijden beschikbaar zijn voor scheepvaart en de Haven moet te allen tijde bereikbaar blijven. Wat doet de gemeente met deze reacties? In de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021 zijn de wensen voor sociale veiligheid meegenomen.
Pagina 24
Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam
2.5 Kabelbaan In de reacties over de kabelbaan zijn grofweg drie type reacties te lezen. Sommigen vinden dat de kabelbaan als een primaire verbinding gezien moet worden en snel gerealiseerd moet en kan worden, het wordt ook genoemd als een mooi cadeau aan de stad bij het 750-jarig bestaan. Ritten zouden dan zo goedkoop mogelijk moeten worden. Anderen zien juist de noodzaak voor de kabelbaan niet en vinden het vooral een toeristische attractie die het uitzicht belemmert. Daartussen zit een groep die het een leuk initiatief vindt, maar het niet als essentieel onderdeel van de stad ziet. Door de kritische groep wordt opgemerkt dat de stad het geld ergens anders aan zou moeten besteden. Beantwoording De kabelbaan is een particulier initiatief waar in principe geen financiële bijdrage door de gemeente aan wordt gegeven. Als de gemeente het advies van commissie D’Hooghe opvolgt, is de kabelbaan niet noodzakelijk als primaire oeververbinding: deze worden gemaakt met twee bruggen, aangevuld met een voetgangerspassage en veren. Uitgangspunt voor de initiatiefnemers van de kabelbaan is een start exploitatie in 2025 bij het 750 jaar bestaan van de stad. De kabelbaan is een particulier initiatief en de gemeente verleent de komende periode medewerking aan onderzoeken die duidelijk moeten maken wat de betekenis is van de kabelbaan voor dit deel van de stad.
De komende periode onderzoeken de gemeente en de initiatiefnemers gezamenlijk of een kabelbaan haalbaar is, op een plek die zoveel mogelijk complementair is aan de Westbrug. De kabelbaan moet betekenis hebben voor dit deel van de stad en niet enkel toeristen trekken. Zowel gemeente als de initiatiefnemers hanteren dit als uitgangspunt. Bij een verdere uitwerking van de plannen voor de kabelbaan moet onder andere worden gekeken naar een zorgvuldige inpassing van de stations en de pijlers waarbij ook de relatie met bestaande en nieuwe bebouwing (incl. onderwerpen als uitzicht) aan bod komt. Inmiddels is er sprake van één alternatief tracé: omgeving Softwareweg – Minervahaven – Isolatorweg. Van dit tracé wordt de komende periode de haalbaarheid onderzocht. Over de ritprijzen van de kabelbaan is - gelet op de fase van het initiatief - op dit moment nog onvoldoende informatie. Wat doet de gemeente met deze reacties? De initiatiefnemer is in samenspraak met de gemeente een alternatief tracé aan het onderzoeken, dat voortvarend gerealiseerd kan worden.
Pagina 25
Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam
3 Deel B Deel B van de beantwoording van de publieke reacties op het advies van commissie D’Hooghe gaat in op de maatregelen en bijvangsten van het advies “Genereus Verbonden” die geen onderdeel uitmaken van de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021, maar die samen met de nieuwe vaste oeververbindingen moeten zorgen voor een robuuste en genereuze oversteek over de Rijkswateren in Amsterdam. Deze maatregelen zijn geen onderdeel van de inspraak op de genoemde nota, maar zijn of worden door andere projecten van de gemeente of de nautische partijen verder uitgewerkt en uitgevoerd. De wijze waarop staat verwoord in de Nota van Uitgangspunten.
3.1 Veren In dit hoofdstuk zijn de reacties beantwoord met betrekking tot de extra pontverbindingen uit het advies “Genereus Verbonden”. Daarbij worden ook de reacties over milieu en duurzaamheid bij de veren behandeld. Naast de beantwoording van deze reacties, is per onderwerp aangegeven wat de gemeente met de reacties heeft gedaan. Elk onderwerp begint met een korte samenvatting van de meest voorkomende reacties in het betreffende onderwerp.
3.1.1 Pontverbinding Sluisbuurt-Sporenburg Met betrekking tot de pontverbinding Sluisbuurt-Sporenburg zijn veel zorgen over de inpassing in de omgeving, de effecten op leefbaarheid van Sporenburg en de verkeersknelpunten aldaar. Er worden alternatieve aanlandingslocaties voorgesteld, zoals bij de Verbindingsdam, ten noorden van of bij Azartplein, bij Kompaseiland of juist westelijker – dichter bij de Piet Heintunnel. Het Dagelijks Bestuur van Stadsdeel Oost vraagt ook aandacht voor het beslag op de Ertskade waar de afgelopen periode land is gemaakt voor meer openbare ruimte. Het Dagelijks Bestuur onderschrijft de noodzaak voor een verbinding met Zeeburgereiland. Ze adviseren zo snel mogelijk te starten met de tijdelijke pontverbinding, zodat ervaring opgedaan kan worden en eventuele aanpassingen gedaan kunnen worden voor de definitieve verbinding. Anderzijds vinden ze de onderbouwing voor een pontverbinding onvoldoende en roept het stadsdeelbestuur op om toch een vaste oeververbinding tussen Sluisbuurt en Sporenburg te realiseren. Daarnaast merken zowel het Dagelijks Bestuur als bewoners van het Oostelijk Havengebied op dat de klankbordgroep Zeeburgereiland al veel inzichten heeft vergaard m.b.t. een fietsverbinding naar de Sluisbuurt. Geadviseerd wordt deze inzichten te gebruiken in de vervolgtrajecten.
Beantwoording Vanuit het mobiliteitsprogramma Zeeburgereiland en IJburg wordt gewerkt aan de fietsbereikbaarheid, waarin het advies van commissie D’Hooghe is opgenomen. Concreet wordt ingezet op een tijdelijke pontverbinding tussen Zeeburgereiland en het Oostelijk Havengebied om het netwerk robuuster en minder kwetsbaar te maken. Deze moet halverwege 2022 gaan varen. Daarnaast is het opwaarderen van de Amsterdamsebrug opgenomen als maatregel om de fietsdoorstroming en verkeersveiligheid te vergroten. Deze maatregel zal onderdeel worden van het project de Verbinding Zeeburgereiland. Hiermee wordt het advies van de commissie opgevolgd. Daarnaast zijn er vanuit het programma nog aanvullende plannen om het fietsnetwerk verder te versterken zoals luie trappen bij de Amsterdamsebrug en Schellingwouderbrug, nieuwe (kleine) fietsverbindingen en extra fietsparkeerplekken. De onafhankelijke adviescommissie D’Hooghe heeft op basis van een nautische en stedenbouwkundige analyse geadviseerd om geen nieuwe fietsbrug te maken tussen het Oostelijk
Pagina 26
Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam
Havengebied en het Zeeburgereiland. Ook op basis van de gemeentelijke onderzoeken (stedenbouwkundig, vervoerkundig en financieel) en de landelijke nautische randvoorwaarden, kan worden gesteld dat de aanleg van een dergelijke nieuwe fietsbrug binnen de huidige regelgeving niet realistisch is. Ook een fietstunnel kan om redenen van inpasbaarheid, comfort, sociale veiligheid en kosten niet als een goede oplossing van het mobiliteitsvraagstuk worden gezien. Om het Zeeburgereiland in de toekomst bereikbaar te houden voor fietsers moet worden ingezet op een verbetering van de fietsroute via de Amsterdamsebrug, mogelijk aangevuld met een pontverbinding naar de Sluisbuurt. De commissie D’Hooghe adviseert een definitieve pont tussen het Zeeburgereiland en het zoekgebied Sporenburg. In de loop van de 7 jaar dat de tijdelijke pont vaart, neemt het stadsbestuur een besluit over een definitieve pont tussen Sporenburg en Sluisbuurt. Het gebruik van de tijdelijke pontverbinding wordt gemonitord en het effect op de verkeersveiligheid in de buurt wordt tussentijds geëvalueerd. Ook de nautische veiligheid van de verbinding wordt frequent geëvalueerd. Voor de definitieve pontverbinding zijn te zijner tijd daarnaast ook nieuwe onderzoeken, nieuwe afspraken met (nautische) partners en Rijkswaterstaat, nieuwe inspraakmomenten met belanghebbenden en nieuwe bestuurlijke besluitvorming nodig.
In de Nota van Uitgangspunten voor de tijdelijke pontverbinding (vastgesteld in door college B&W, maart 2020) is de haalbaarheid van verschillende locaties op het Zeeburgereiland en het Oostelijk Havengebied, op de volgende aspecten: gebruikerspotentie, ruimtelijk, technisch, nautisch, juridisch/ planologie en natuur, financieel. Geconcludeerd is dat de volgende aanlandlocaties haalbaar zijn voor een tijdelijke pontverbinding. In het Oostelijk Havengebied: 1. Azartplein (huidige aanlanding Oostveer) 2. Kop van KNSM 3. Locatie nabij de Steltloper 4. Kop van Sporenburg 5. Kop van Borneo 6. Kop van Cruquius Zeeburgereiland: 7. Sluisbuurt (ten noorden van de bunkerschepen) 8. Baaibuurt (tussen de bunkerschepen in) Uit de opvolgende Variantenstudie is gebleken dat de locatie Kop Sporenburg - Sluisbuurt de beste route is. Daarvan zijn de nautische effecten in de variantenstudie als goed beoordeeld. De variant scoort goed als het gaat om veiligheid voor de scheepvaart en voor recreatievaart vanwege de korte snelle vaarroute, loodrecht op de vaarweg van het Amsterdam-Rijnkanaal. De route naar Sporenburg geeft een betrouwbare dienstregeling en scoort daardoor beter dan de andere routes. Er is een dienstregeling van drie keer per uur mogelijk.
Een aanlanding bij het Azartplein (1) kent een laag aantal gebruikers en daarmee wordt het doel – realiseren van een voorziening die bijdraagt aan de vervulling van de vervoersbehoefte (betere bereikbaarheid van Zeeburgereiland en IJburg) – niet bereikt. Ook op nautische aspecten scoort deze variant slecht. De vaarroute is lang waarbij de vaarweg gekruist wordt, maar ook deels in de vaargeul meegevaren wordt. Dat heeft een negatief effect op de veiligheid en betrouwbaarheid. Er is slechts een dienstregeling van twee keer per uur mogelijk. Een pontaanlanding ten westen van de Piet Heintunnel is vanwege de
Pagina 27
Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam
veiligheid voor de scheepvaart niet mogelijk. Er is te weinig ruimte tussen de bunkerschepen en het zicht is slecht. Een pontaanlanding bij Steltloper is niet de voorkeurslocatie, mede vanwege de recentelijk opgeleverde recreatieruimte. Tijdens de inspraakperiode hebben veel insprekers verzocht om de pontaanlanding op het Tegelbergplein te verplaatsen, zodat de sociale recreatieve functies van het Tegelbergplein zo veel mogelijk behouden kunnen worden. We hebben nader onderzocht op welke manier de pontaanlanding technisch, verkeerskundig en ruimtelijk zo goed mogelijk zou kunnen worden ingepast. De uitkomst is dat de pontaanlanding wordt verplaatst naar de noordzijde van het Tegelbergplein. Hierdoor blijft er aanzienlijk meer ruimte over op het plein en daarmee komen we tegemoet aan de zorgen uit de buurt over het verstoren van de sociale en recreatieve functies van het Tegelbergplein door de komst van de tijdelijke pontverbinding. Verkeersveiligheid van alle verkeerdeelnemers is een randvoorwaarde voor de gemeente. Uit het Verkeerskundig onderzoek blijkt dat de toeloop richting de tijdelijke pontverbinding verkeerskundig en ruimtelijk inpasbaar is op Sporenburg. Door een pontaanlanding op Sporenburg zal het fietsverkeer vooral op de Ertskade toenemen. Er komt drie keer per uur een groep fietsers van de pont en er stromen druppelsgewijs het hele uur fietsers richting de pont.
De aantallen zorgen ervoor dat de oversteekbaarheid niet in het geding komt. Alle verkeersdeelnemers moeten (net als nu) opletten op het verkeer. Op de fietsroute van/naar de pontaanlanding worden een aantal maatregelen genomen om de verkeersveiligheid te vergroten. Ook gaat de gemeente de verkeerssituatie monitoren en evalueren. Dat betekent concreet dat er op verschillende momenten in de zeven jaar dat de pont gaat varen een extern bureau zal worden ingehuurd om de verkeersveiligheid te monitoren. Monitoring van het aantal gebruikers zal plaatsvinden bij de aanlanding, zoals dat ook gebeurt bij andere ponten aan het IJ. Ondanks dat we de pontaanlanding verkeerskundig en ruimtelijk goed kunnen inpassen, zijn er de nodige bezwaren uit de buurt. We beseffen ons dat de komst van de pont, niet voor iedereen een positieve verandering betekent. Om de buurt tegemoet te komen willen we graag samen met de bewoners en belanghebbenden kijken hoe we met betaalbare en eenvoudig te realiseren aanpassingen de buurt verkeersveiliger, leefbaarder en groener kunnen maken. De gemeente gaat brom- en snorfietsers verbieden op de tijdelijke pontverbinding. Hiermee komen we tegemoet aan de zorgen uit de buurt over verkeersveiligheid, geluidsoverlast en luchtvervuiling.
De aansluitingen op de pontaanlandingen worden als fietspad aangewezen, dit betekent dat brom- en snorfietsers niet bij de pont kunnen komen. Ook wordt een verbod van brom- en snorfietsers opgenomen in het huishoudelijk reglement op de pontaanlanding. Een andere mogelijke optie is het aanpassen van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). We onderzoeken nog de preciezere combinatie van maatregelen. De gemeente gaat de verkeerssituatie monitoren en evalueren. Dat betekent concreet dat er op verschillende momenten in de zeven jaar dat de pont gaat varen een extern bureau zal worden ingehuurd om de verkeersveiligheid te monitoren. Monitoring van het aantal gebruikers zal plaatsvinden bij de aanlanding, zoals dat ook gebeurt bij andere ponten aan het IJ. Waar nodig kunnen tijdig maatregelen worden genomen. De inzichten uit de Klankbordgroep zijn bekend en waar mogelijk en relevant meegenomen in het onderzoek naar de tijdelijke pontverbinding. Het projectteam Tijdelijke pontverbinding was ook
Pagina 28
Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam
een aantal keren aanwezig bij de Klankbordgroep bijeenkomsten. Verder heeft het projectteam Tijdelijke pontverbinding destijds nauw en intensief samengewerkt met het projectteam voor de vaste fietsverbinding. De reacties over leefbaarheid en verkeersknelpunten in het Oostelijk Havengebied door komst van de pontverbinding, vallen voor een deel samen met de opmerkingen over de Oostbrug, waarvan de fietsroutes in hetzelfde gebied uitkomen. Een verdere beantwoording van deze is te vinden in Deel A: 2.2 Oostbrug. Wat doet de gemeente met deze reacties? De verkeersknelpunten in het Oostelijk Havengebied worden in de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021 als extra aandachtspunten gemarkeerd. Daarnaast worden de inzichten van de Klankbordgroep Zeeburgereiland meegenomen bij verdere ontwikkeling van de Oostbrug en de pontverbinding.
3.1.2 Pontverbinding Kop Java-Hamerkwartier De reacties op deze pontverbinding zijn wisselend. Zo zijn er reacties waarin vraagtekens worden gezet bij de noodzaak ervan. De verbinding zou alleen succesvol kunnen zijn als deze vaak vaart, anders zouden mensen de brug verderop gebruiken. Ook zou het Javaveer het meest effectief zijn als het een korte, rechte oversteek maakt richting Motorkanaal. Dat maakt een hoge frequentie en hoge vervoerswaarde mogelijk. Aan de zuidkant zal het Javaveer de komende jaren aantrekkelijker worden door de geplande verbeteringen voor fietsers richting Kattenburgerstraat, die aan sluit op het nieuwe fietspad langs de Dijksgracht. In Noord zijn goede fietsvoorzieningen nodig richting Meeuwenlaan en Havikslaan-Hogendoornplein. Er liggen kansen als deze buurt ook aantrekkelijker wordt voor voetgangers naar of van Noord. Beantwoording In het advies "Genereus Verbonden" wordt toegelicht waarom de pontverbinding tussen Javaeiland en IJplein/Hamerkwartier nodig is, op pagina's 88 en 89. Hoe vaak de pont moet en kan varen wordt uitgezocht wanneer de maatregel als project verder wordt uitgewerkt. Er zijn ideeën voor het verbeteren van de fietsroutes in de Nota van Uitgangspunten voor de Kattenburgerstraat. Hier is nog geen besluitvorming over. In Noord is gekeken naar goede routes. Hier wordt nog gewerkt aan de planvorming.
Eind 2021 zal gestart worden met een onderzoek naar de mogelijkheden voor realisatie van de pont Kop Java - Hamerkwartier. De vaarroute en aanlandingslocaties aan beide zijden vormen een belangrijk onderwerp van onderzoek. Belangrijke aspecten hierbij zijn de nautische veiligheid (een gespecialiseerd maritiem onderzoeksbureau zal onderzoeken of de verbinding nautisch gezien haalbaar is) en de ruimtelijke mogelijkheden om de vaarfuiken in te passen op de gewenste locaties. Zowel de Oostbrug als ook het Javaveer vormen belangrijke (nieuwe) schakels in het fietsnetwerk op beide oevers. De bruggen worden ook geschikt gemaakt voor voetgangers. Ook voor deze verkeersdeelnemers vormen de bruggen straks een belangrijke verbinding tussen verschillende buurten op beide oevers. De Kop van het Java-eiland blijft in de voorstellen van de commissie D’Hooghe bereikbaar met het Javaveer. Wat doet de gemeente met deze reacties? De reacties met betrekking tot de Oostbrug zijn in de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021 verwerkt als aandachtspunten zoals hierna beschreven.
Pagina 29
Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam
De bruggen vormen straks een belangrijke verbinding voor voetgangers tussen verschillende buurten en een belangrijke (nieuwe) schakel in het fietsnetwerk op beide oevers. Verdere uitwerking van het advies met betrekking tot het Javaveer worden meegenomen in het Programma Veren van de gemeente.
3.1.3 Milieu en duurzaamheid Over het algemeen wordt er positief gereageerd op meer (milieuvriendelijke) pontverbindingen. In de reacties wordt aandacht gevraagd voor de verbetering van de biodiversiteit, waterkwaliteit, visstand, watervogels en klimaatverandering. De groei van het aantal veren zou duurzaam moeten zijn, met zo min mogelijk schadelijke emissies en lawaai. De ponten moeten groener worden en de CO2-uitstoot verminderen, om de toekomstbestendigheid van de IJ-verbindingen te waarborgen. Beantwoording Sinds 2016 zijn er zeven nieuwe hybride IJ-veer ponten in de vaart genomen. Deze veren zijn al een stuk milieuvriendelijker dan conventionele, diesel aangedreven veren. De komende jaren moet de vloot verder uitgebreid worden naar 18 veren in totaal. Alle nieuw aan te schaffen veren (7 stuks in totaal, waarvan 3 ter vervanging van verouderde veren en 4 voor uitbreiding van de dienstverlening) zullen volledig emissievrij gaan varen. Er wordt einde van dit jaar een kredietbesluit aan de Raad voorgesteld voor de aanschaf van de eerste tranche van vier van de zeven elektrisch varende ponten en laadinfrastructuur. In 2022 dan wel 2023 wordt de tweede kredietaanvraag voor nog eens drie emissievrije veren en laadinfrastructuur verwacht. De ambitie is om voor 2030 de gehele verenvloot uitstootvrij te laten varen. Dit vergt extra investeringen.
Verkend zal moeten worden of dit mogelijk is binnen de huidige financiële condities van de stad.
Pagina 30
Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam
3.2 Andere maatregelen In dit hoofdstuk zijn de reacties beantwoord met betrekking tot de andere maatregelen uit het advies “Genereus Verbonden” die geen onderdeel zijn van de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021, namelijk de Amsterdamsebrug en verbreding van het Amsterdam-Rijnkanaal. Naast de beantwoording van deze reacties, is per onderwerp aangegeven wat de gemeente met de reacties heeft gedaan. Elk onderwerp begint met een korte samenvatting van de meest voorkomende reacties in het betreffende onderwerp.
3.2.1 Amsterdamsebrug Het Dagelijks Bestuur neemt de adviezen van de Stadsdeelcommissie over en ziet een grote kans in het verbreden van de Amsterdamse Brug voor verbetering van de fietsverbindingen en een robuustere ontsluiting voor het openbaar vervoer van IJburg. In de reacties wordt het verbeteren van de brug o.a. als kans gezien: de brug kan fietsvriendelijke gemaakt worden met brede fietspaden. Een uitdaging is om veilige voetgangersverbindingen te realiseren. Er zijn zorgen over de verkeersveiligheid in de tijdelijke situatie bij de aanpak van de brug. In de reacties wordt een aantal alternatieven voor deze maatregel aangedragen, zoals het verdubbelen van de Nesciobrug en een fietsbrug tussen Zeeburgereiland en Sporenbrug. Ook worden er kansen gezien met betrekking tot de routes in de omgeving naar bijvoorbeeld de Oranjesluizen, de Nesciobrug en de Schellingwouderbrug. Een grote uitdaging wordt gezien in het verhogen van alle bruggen over het Amsterdam-Rijnkanaal. De steilheid van de hellingbanen voor fietsers is ook een zorg. Beantwoording De verdichting van de stad vraagt om een verbetering van fietsroutes en heeft voortdurend de aandacht van de gemeente. Commissie D’Hooghe heeft geadviseerd over oeververbindingen over Rijkswateren, waaronder ook het Amsterdam-Rijnkanaal, binnen de ring A10.
Deze commissie adviseert de verbetering van de Amsterdamsebrug en mogelijk een extra pontverbinding. Het aanpassen van de Amsterdamsebrug is onderdeel van de studie van het project Verbinding Zeeburgereiland. Naar verwachting medio 2022 volgt het voorkeursalternatief. Allereerst moet duidelijk zijn wat er precies gaat gebeuren alvorens we de relevante maatregelen voor verkeersveiligheid kunnen bepalen. Dit is onderdeel van onze studie in de planfase en van ons werk tijdens de uitvoering. Voor wat betreft het bredere vraagstuk van de bereikbaarheid van IJburg en het Zeeburgereiland, is er een mobiliteitsplan. In aanloop naar de update van het Mobiliteitsplan Zeeburgereiland en IJburg van dit jaar worden ook de fietsmaatregelen geactualiseerd. De Schellingwouderbrug wordt voorzien van luie trappen. Het realiseren van luie trappen bij de Schellingwouderbrug zorgt dat fietsers uit Noord voortaan van de brug gemakkelijk en veilig door kunnen fietsen naar de Sluisbuurt en verder naar het Oostelijk Havengebied of naar IJburg (in plaats van doorfietsen tot Eef Kamerbeekstraat). In de routes naar de Nesciobrug wordt een aantal knelpunten aangepakt. Onder andere de oversteekbaarheid van de IJburglaan wordt verbeterd. En in het kader van de vernieuwing van het Diemerpark wordt de kruising Nesciobrug – Diemerzeedijk verkeersveiliger gemaakt.
Een fietsroute via de oranjesluizen is besproken als optie, maar is afgevallen. Voor veel mensen is de Schellingwouderbrug een beter alternatief. Bovendien is er weinig ruimte en daardoor is hij niet geschikt voor grotere aantallen fietsers. Alle varianten voor een fietsbrug naar Sporenburg stuiten op nautische, stedenbouwkundige, of financiële bezwaren en zijn daarom als niet realistisch beoordeeld. Hierover is de gemeente in haar eigen onderzoek tot dezelfde conclusie gekomen als de commissie D'Hooghe (zie verder hierboven in dit document).
Pagina 31
Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam
Uit een MKBA van het rijk over de brughoogtes op het Amsterdam-Rijnkanaal blijkt dat de baten niet opwegen tegen de kosten, als alle bruggen zouden moeten worden opgehoogd. Voor nieuwe bruggen geldt dat per geval een afweging moet worden gemaakt. Het maximale hellingpercentage is afhankelijk van veel factoren, waaronder de lengte van de aanbruggen Voor het project Verbinding Zeeburgereiland is een m.e.r.-procedure opgestart. Dat betekent dat er diverse informele en formele momenten zijn voor inspraak om te reageren op de plannen of ze aan te vullen op bepaalde onderdelen. Zo is er een eerste digitale enquête gehouden begin 2021, gaat de Notitie reikwijdte en Detailniveau (NRD) na de zomer ter visie. In de NRD komt ook te staan op welke manier de buurt verder wordt betrokkenen. De genoemde (en andere) aspecten worden conform de MER-systematiek door het projectteam onderzocht en door het bestuur meegewogen in de te maken keuzes voor wat betreft de aanpassingen aan de bestaande brug of realisatie van een nieuwe oeververbinding. Wat doet de gemeente met deze reacties? De eisen voor de hoogtes van de bruggen over het Amsterdam-Rijnkanaal worden afgestemd met Rijkswaterstaat en het hellingspercentage moet afgestemd worden met verkeerskundigen. Dit en het verbeteren van de fietsroute via de Amsterdamsebrug wordt meegenomen in het project 'Verbinding Zeeburgereiland'.
3.2.2 Verbreding Amsterdam-Rijnkanaal Er wordt over het algemeen positief gereageerd op de verbreding van het Amsterdam-Rijnkanaal om de doorstroming voor de scheepvaart te bevorderen. Verbreding van het Amsterdam-Rijnkanaal bij de Amsterdamsebrug) zou een kans zijn, aangezien dit de veilige vaarruimte voor grotere schepen verbetert. Er worden wel financiële vraagtekens gezet bij deze investering, de nut en noodzaak en of middelen niet beter aan de infrastructurele problemen van Amsterdam besteed kunnen worden. Anderzijds wordt ook benoemd dat de verbreding van de Amsterdamse Brug, al dan niet in combinatie met verbreden van het Amsterdam Rijn (Merwede) kanaal een grote impact heeft op de omgeving aan beide kanten het water. Het heeft een belangrijke functie in groen-blauw gebied, onder meer als onderdeel van het Flevopark en kop van de Diemerscheg. Er zal een oplossing gevonden moeten worden voor de aanwezige woonboten, camping Zeeburg, waterberging en andere voorzieningen. Een grote brug heeft ook gevolgen voor de (ervaren) veiligheid onder de brugdelen. Ook hier geldt dat het betrekken van de buurt hierbij cruciaal is. Beantwoording Vanuit nautisch oogpunt is er een wens om het Amsterdam-Rijnkanaal te verbreden. Dit is een afweging die bij Rijkswaterstaat ligt en niet bij de gemeente. De investering hiervoor ligt dan ook bij het Rijk.
De impact van de kanaalverbreding is door het Rijk nog niet onderzocht. Voor het project Verbinding Zeeburgereiland wordt uitgegaan dat de te nemen maatregelen een toekomstige vaarwegverbreding door het Rijk niet onmogelijk mag maken. Het verbreden van het Amsterdam-Rijnkanaal zelf is geen onderdeel van het gemeentelijke project Verbinding Zeeburgereiland.
Pagina 32
Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam
3.3 Nautiek In dit hoofdstuk zijn de reacties beantwoord met betrekking tot de nautische aspecten uit het advies “Genereus Verbonden”. Naast de beantwoording van deze reacties, is per onderwerp aangegeven wat de gemeente met de reacties heeft gedaan. Elk onderwerp begint met een korte samenvatting van de meest voorkomende reacties in het betreffende onderwerp. De reacties over wachtplaatsen en andere nautische functies die nodig zijn voor de bruggen, zijn beantwoord in Deel A: 2.1 Algemeen (2.1.4. Wacht- en ligplaatsen). Reacties over recreatief gebruik van de blauwe ruimte zijn beantwoord in Deel A: 2.1 Algemeen (2.1.5 Recreatief gebruik blauwe ruimte).
3.3.1 Uitbreiding scheepvaart en milieueffecten Ten aanzien van de robuuste vaarweg en nieuwe nautische functies worden er zorgen geuit over de drukte en groei van de scheepvaart en het effect op de doorgang van het fietsverkeer door openstaande bruggen. Er worden ook vragen gesteld over nut en noodzaak van de uitbreiding van de vaarcapaciteit, in sommige gevallen in relatie tot de huidige coronacrisis. Daarnaast zijn er zorgen over het milieu door toename van uitstoot en geluid van scheepvaart. Er worden schonere en slimmere energievormen voor scheepvaartverkeer voorgesteld. Met name nieuwe wacht- en ligplaatsen zijn een zorgpunt vanwege mogelijk overlast door geluid en emissies. Beantwoording Het IJ is onderdeel van de hoofdtransportas van IJmuiden naar het achterland in Nederland en Duitsland en een economisch zeer belangrijke (inter)nationale vaarverbinding. Het is dan ook van belang dat we de groei van scheepvaart in de toekomst blijven faciliteren. Gezien de ontwikkelingen van grotere en hogere vierlaagse high-cube containerschepen en de specifieke locatie van het IJ met veel interactie van kruisend scheepvaartverkeer (denk aan ponten maar ook rondvaartboten, riviercruise en recreatievaart), past een brughoogte van 12,50 meter bij een ‘robuuste toekomst vaste vaarweg’ waar de vlotheid en veiligheid van het scheepvaartverkeer kan worden gegarandeerd.
Bij de uitwerking van de ontwerpen zal Rijkswaterstaat, zoals gebruikelijk, de veiligheidsaspecten toetsen aan de (inter)nationale regelgeving. De maatregelen in het advies zijn bedoeld voor de komende decennia, niet alleen de huidige periode. De aanleiding en reden voor de maatregelen wordt uitgelegd in het advies "Genereus Verbonden op pagina's 16 en 17. Op pagina 20 is toegelicht waarom uitbreiding van de vaarcapaciteit nodig is. In het advies "Genereus Verbonden" is verder toegelicht waarom uitbreiding van de vaarcapaciteit nodig is, op pagina 20. De brugdelen moeten open kunnen voor twee soorten scheepvaart: recreatievaart (zoals zeilschepen met hoge masten) en bijzonder transport dat niet onder de brug door kan. Daar is een “openingsregime” voor. Dit regime is er nu nog niet, daar wordt aan gewerkt wanneer de bruggen als project worden uitgewerkt. Er kan gedacht worden aan periodes dat de brug sowieso niet open gaat (tijdens de spits bijvoorbeeld). Dit regime is gerelateerd aan o.a. de Oranje sluizen en de Schellingwouderbrug. Het bijzonder transport wordt onder begeleiding door het IJ geloodst en vindt vaak 's nachts plaats vanwege de beperkte doorvaartbreedte bij de Schellingwouderbrug. Sinds 2016 zijn er zeven nieuwe hybride IJ-veer ponten in de vaart genomen. Deze veren zijn al een stuk milieuvriendelijker dan conventionele, diesel aangedreven veren.
De komende jaren moet de vloot verder uitgebreid worden naar 18 veren in totaal. Alle nieuw aan te schaffen veren (7 stuks in totaal, waarvan 3 ter vervanging van verouderde veren en 4 voor uitbreiding van de dienstverlening) zullen volledig emissievrij gaan varen. Er wordt einde van dit jaar een kredietbesluit aan de Raad voorgesteld voor de aanschaf van de eerste tranche van vier van de zeven elektrisch varende ponten en laadinfrastructuur. In 2022 dan wel 2023 wordt de tweede
Pagina 33
Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam
kredietaanvraag voor nog eens drie emissievrije veren en laadinfrastructuur verwacht. De ambitie is om voor 2030 de gehele verenvloot uitstootvrij te laten varen. Dit vergt extra investeringen. Verkend zal moeten worden of dit mogelijk is binnen de huidige financiële condities van de stad. Daarnaast heeft Port of Amsterdam het beleid om slimmere walstroomkasten bij ligplaatsen toe te passen. Dit hangt samen met de energie transitie opgave van het Havenbedrijf. Een van de effecten van de walstroomkasten is dat deze stiller zijn en daarmee dus minder geluidsoverlast geven. Wat doet de gemeente met deze reacties? Amsterdam blijft Rijkswaterstaat, Port of Amsterdam en het Centraal Nautisch Beheer in de uitwerking van het advies goed betrekken. In de uitwerking zullen deze partijen het ontwerp en de inrichting van het IJ beoordelen conform de (inter)nationale regelgeving, waaronder de Richtlijnen Vaarwegen, om de nautische veiligheid en toekomstbestendigheid van de Rijkswateren in Amsterdam als internationale corridors te waarborgen. De bedienregimes van de bruggen moeten op elkaar afgestemd zijn om vlotte en veilige doorvaart te bevorderen. Vanwege het (inter)nationale belang van de hoofdvaarweg zal de bediening van de brug een belangrijk onderwerp zijn bij de verdere uitwerking. De bereikbaarheid van deze hoofdtransportas moet op elk moment gegarandeerd blijven.
3.3.2 Veiligheid Uit de reacties blijken zorgen over de veiligheid op het water door o.a. de drukte op het water en de verschillende soorten scheepvaart (zoals beroeps- en recreatievaart, waar de ponten tussendoor moeten). Daarbij leeft de zorg dat de vaarroutes door extra wacht- en ligplaatsen drukker worden wat weer voor gevaarlijke situaties zou kunnen zorgen. De oproep wordt gedaan om onderscheid dan wel evenwicht te creëren tussen beroeps- en recreatievaart en eventuele andere recreatie. Er wordt ook benoemd dat men het voor de binnenvaart van belang vindt dat de nautische veiligheid en brughoogtes worden gewaarborgd. Een ander zorgpunt zijn zwemmers en kleine bootjes, bijvoorbeeld bij het Amsterdam-Rijnkanaal /Sporenburg/KNSM-eiland. Beantwoording De drukte op de Rijkswateren in Amsterdam zal toenemen. Om de veiligheid op het water te bewaken, is het Centraal Nautisch Beheer betrokken in de planvorming. De Richtlijn Vaarwegen ziet toe op de veiligheid en die richtlijn wordt gevolgd. De richtlijn is al gevolgd in het advies van de commissie en zal ook worden gehanteerd in het vervolg. Amsterdam blijft Rijkswaterstaat en het CNB in de uitwerking van het advies goed betrekken.
In de uitwerking zullen deze partijen het ontwerp en de inrichting van het IJ beoordelen conform de (inter)nationale regelgeving, waaronder de Richtlijnen Vaarwegen, om de nautische veiligheid en toekomstbestendigheid van de Rijkswateren in Amsterdam als internationale corridors te waarborgen. Op de door de commissie voorgestelde locaties kunnen bruggen met een hoogte van 12,50 meter de veiligheid en doorstroming van de scheepvaart goed faciliteren. In het advies “Genereus Verbonden” is ook toegelicht hoe een brug veilig in te passen is. In de vaarwegdimensies hebben Rijkswaterstaat en het Centraal Nautisch Beheer voorzien dat er voldoende veilige ruimte is voor recreatievaart en beroepsvaart om gezamenlijk gebruik te maken van de vaarweg. Beroepsvaart en recreatievaart worden van elkaar gescheiden zoals verkeer op een autoweg: de beroepsvaart vaart in het midden (zoals auto’s) en de recreatievaart vaart aan de
Pagina 34
Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam
rechterzijde van de vaarweg (zoals fietsers en voetgangers). De bruggen over het IJ krijgen aan beide zijden van de vaargeul te openen delen, zodat de pleziervaart met de hoge masten hier onderdoor kan. Dit is ook waar de verdere recreatievaart onder de brug door moet. Zo wordt kruisend verkeer voorkomen. Het IJ is een Europese hoofdvaarweg en leent zich niet voor enige vorm van recreatie dan recreatievaart van doorgaande motorboten en zeiljachten. Het kenmerkt zich als een van de drukst bevaren vaarwegen van Europa. In de vaarwegdimensies hebben Rijkswaterstaat en Centraal Nautisch Beheer voorzien dat er voldoende veilige ruimte is voor recreatievaart en beroepsvaart om gezamenlijk gebruik te maken van de vaarweg. Eventuele extra recreatieve functies in en aan het water liggen altijd buiten de vaarweg. Per locatie waar deze eventuele extra functies komen zal dit in samenspraak met de nautische partijen moeten worden bekeken. De meeste andersoortige recreatie ligt momenteel vooral in afgescheiden zones als de IJ-haven of de Houthaven. Het IJ is een Europese hoofdvaarweg en kenmerkt zich als een van de drukst bevaren vaarwegen van Europa. Recreëren in het IJ is als picknicken op de vluchtstrook van een autosnelweg.
Door de grote commerciële vrachtboten die daar door de vaargeul varen, is er een zuigende werking en is zwemmen in het IJ en het Amsterdam-Rijnkanaal levensgevaarlijk en niet toegestaan. In de binnenwateren, zoals bijvoorbeeld tussen Sporenburg en KNSM, zijn ook vaargeulen (voor de recreatievaart). Er zijn ook officiële zwemplekken in Amsterdam, die vindt u op deze pagina: https://www.amsterdam.nl/sport/zwemmen/zwem-veilig/. De gemeente maakt deze officiële zwemplekken zo veilig mogelijk. Zo wordt onder andere de bodem schoon gemaakt, liggen er lijnen waar boten niet binnen mogen komen, wordt er gekeken of er gevaarlijke stromingen zijn en de waterkwaliteit wordt gecontroleerd. Naast deze officiële zwemlocaties zijn er talloze steigertjes, kades, oevers en waterkanten vanwaar u het water in kunt. U kunt daar zwemmen, maar het water wordt daar niet gecontroleerd. Ook kunnen er obstakels op de bodem liggen, zoals fietswrakken. Zwemmen op deze plekken is dan ook voor eigen risico. Wat doet de gemeente met deze reacties? Voor de veerverbindingen die in het advies “Genereus Verbonden” genoemd zijn, moet nog een uitgebreid inpassingsonderzoek gedaan worden. Dit wordt gedaan op basis van onder andere de veren verordening. Het Centraal Nautisch Beheer heeft hierin voor de veren op het IJ een toetsende rol. Waar het niet veilig kan, worden veerverbindingen niet toegestaan.
Een randvoorwaarde voor het bouwen van de bruggen is het afwaarderen van de maritieme toegangsweg. De aanleg van bruggen houdt ook in dat de infrastructuur van de vaarweg aangepast moeten worden. Amsterdam blijft Rijkswaterstaat en het CNB in de uitwerking van het advies goed betrekken. In de uitwerking zal RWS het ontwerp en de inrichting van het IJ beoordelen conform de (inter)nationale regelgeving, waaronder de Richtlijnen Vaarwegen, om de nautische veiligheid en toekomstbestendigheid van de Rijkswateren in Amsterdam als internationale corridors te waarborgen. In de concept Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021 is toegelicht dat de Richtlijn Vaarwegen gevolgd is door commissie D'Hooghe en ook voor het vervolg uitgangspunt is.
3.3.3 Nautische functies In de reacties wordt een aantal nautische kansen benoemd. Zo worden aantrekkelijke aanmeerplaatsen en nieuwe nautische faciliteiten ontwikkelen genoemd, waaronder bij de Pagina 35
Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam
Houthavens en aanlegplaatsen voor binnenschippers aan de kades van het Oostelijk Havengebied (zoals de voorgestelde ligplaatsen bij het Azartplein). Een zorg is dat de nautische functies ten koste gaan van de voorgestelde oeververbindingen. Daarnaast vraagt men zich af er rekening wordt gehouden met de uitkomsten van trioloog over ligplaatsen voor KNSM dat eerder plaatsvond. Beantwoording In het advies "Genereus Verbonden" worden mogelijkheden voor aanmeerplaatsen en nautische faciliteiten benoemd. Deze worden in een later stadium verder uitgewerkt. Het gebied rond de Haparandadam is al ingevuld voor nautiek (ligplaatsen binnenvaart en duwbakken). Door de komst van de brug (en Haparandapark) zal er wel aan de westelijke kant bekeken moeten worden of al de plekken voor duwbakken behouden kunnen blijven. Deze moeten dan een andere plek krijgen de Rijkswateren van Amsterdam. Naast de Oostbrug is een aantal ligplaatsen ingetekend. Dit is een advies wat nog nader onderzocht en uitgewerkt moet worden. Het is goed om een onderscheid te maken tussen wachtplaatsen (waar schepen kunnen wachten als de brug open moet) en ligplaatsen voor beroepsvaart. Wachtplaatsen horen bij de bruggen. Ligplaatsen zijn weliswaar onderdeel van het integrale advies van de commissie maar geen onderdeel van het project van de bruggen zelf.
Het advies van de commissie bevat nieuwe informatie ten opzichte van het eerder doorlopen proces en de trioloog over de ligplaatsen voor KNSM. Op basis van deze nieuwe inzichten worden extra ligplekken geadviseerd, maar niet aan de kade zelf. De ligplekken zijn bedacht verder in het IJ, aan een nieuwe dam. Dit zal onderdeel moeten vormen van nieuwe participatie. De reacties over wachtplaatsen en andere nautische functies die nodig zijn voor de bruggen, zijn beantwoord in Deel A: 2.1 Algemeen (2.1.4 Wacht- en ligplaatsen). Daarnaast zijn er diverse reacties over recreatief gebruik van de blauwe ruimte. Deze zijn beantwoord in Deel A: 2.1 Algemeen (2.1.5 Recreatief gebruik blauwe ruimte). Wat doet de gemeente met deze reacties? De nautische functies die er nu zijn moeten behouden blijven, al dan niet op een andere locatie in de Rijkswateren. Het verplaatsen van huidige nautische functies moet nader onderzocht en uitgewerkt worden in samenwerking met Rijkswaterstaat en Centraal Nautisch Beheer. Nieuwe en/of aanvullende nautische functies worden uitgevoerd door Rijkswaterstaat en Centraal Nautisch Beheer. De ligplaatsen voor KNSM worden onderdeel van nieuwe participatie.
Pagina 36
Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam
3.4 PTA In dit hoofdstuk zijn de reacties beantwoord met betrekking tot de zeecruiseterminal PTA. Naast de beantwoording van deze reacties, is per onderwerp aangegeven wat de gemeente met de reacties heeft gedaan. Elk onderwerp begint met een korte samenvatting van de meest voorkomende reacties in het betreffende onderwerp.
3.4.1 Verplaatsing Uit de reacties blijkt dat sommigen het betreuren als de PTA verplaatst wordt of het zelfs niet nodig vinden. De cruiseschepen worden gezien als een prachtig gezicht. Er wordt ook gesteld dit niet het soort toerisme is dat afgestoten moet worden. Anderen vinden het juist positief om de terminal te verplaatsen, om zo de druk op de binnenstad te verlichten. Het vervoer van de toeristen naar het centrum wordt als een obstakel gezien. Het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum pleit ervoor een openbaar vervoer-knooppunt in de buurt van de zeecruiseterminal als voorwaardelijk te stellen. Vervoer over water zou in deze ook andere manier kunnen ontlasten. Beantwoording De stelling dat de PTA op de huidige plaats gevestigd kan blijven is niet verenigbaar met uitvoering van het advies D'Hooghe. Door aanleg van de geadviseerde verbindingen in het centrale en westelijk deel van het IJ wordt de PTA onbereikbaar voor zeecruise. Verplaatsing is dan onvermijdelijk om het zeecruise toerisme voor Amsterdam en de regio te behouden. De locatie die in aanmerking komt voor een eventuele verplaatsing – de Coen en Vlothaven is in de directe nabijheid van station Sloterdijk en metrostation Isolatorweg.
Wat doet de gemeente met de reacties? Het project PTA is met de besluitvorming door het college op 16 februari jl., waarin de Coenhaven is aangewezen als voorlopige voorkeurslocatie, voorlopig afgerond en wordt pas weer opgepakt als verplaatsing zich daadwerkelijk aandient.
3.4.2 Functie huidige locatie Het dagelijks bestuur van Stadsdeel Centrum stelt dat de druk op de zuidelijk IJ-oever hoog is. Ze opperen om de ruimte die vrijkomt wanneer de zeecruiseterminal verplaatst wordt, te gebruiken voor de riviercruise. Dit biedt daarbij de kans om voor de Ruijterkade Oost een kwalitatief ruimtelijk plan te maken waarbij meer verblijfkwaliteit kan worden toegevoegd aan de hectische IJ-zijde van het CS en de kwaliteit van het waterfront ten bate kan komen van de bewoners van het Oosterdok en omgeving. Het stadsdeel wil in overleg over deze nieuwe invulling. Beantwoording De mogelijkheid om een deel van de riviercruise te verplaatsen naar de huidige PTA-locatie is pas aan de orde om het moment dat de nieuwe PTA in de Coenhaven gereed is. Op dat moment kan worden besloten of de aanlegplaats aan de Veemkade kan worden benut voor een deel (maximaal 10) van de riviercruiseligplaatsen aan De Ruijterkade Oost (7 ligplaatsen) en West (8 ligplaatsen). De Veemkade biedt ruimte voor maximaal 10 riviercruiseschepen. Later kan worden besloten of de aanlegplaats aan de Veemkade kan worden benut voor een deel van de riviercruiseligplaatsen aan De Ruijterkade.
Het tijdpad voor verplaatsing PTA en noodzakelijk nader onderzoek is afhankelijk van de uitvoering van het advies D’Hooghe en wordt bepaald door de het moment waarop de PTA op de huidige locatie onbereikbaar wordt voor zeecruise als gevolg van aanleg van een nieuwe IJ-
Pagina 37
Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam
oeververbinding. Gelet op de keuze om prioriteit te geven aan de Oostbrug - waar de huidige PTA niet door belemmerd wordt- ligt dat moment nog verder in de tijd. Op de korte termijn (2022) is er een concreet plan voor het verbeteren van het overstappen van riviercruise op rondvaartboten bij de locaties Ruijterkade Oost als West. Zie hiervoor: https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/8854838/1#search=%22Uitwerkingsplan Overstaplocaties%22. Het overstapsysteem voorziet in een effectieve overstap tussen verschillende vervoersmodaliteiten (touringcars, rondvaart en riviercruise). Dit plan bevordert de verkeerveiligheid op beide locaties aan De Ruijterkade door het beperken van onnodige vervoersbewegingen en waarbij efficiënt gebruik wordt gemaakt van de schaarse ruimte in de stad. Het overstapstelsel zoals in 2022 wordt beoogd is een stelsel dat voor de komende 10 tot 15 jaar voldoende perspectief moet bieden op een efficiënte overstap tussen rondvaart, touringcar en riviercruise in Amsterdam. Wat doet de gemeente met de reacties? Het project PTA is met de besluitvorming door het college op 16 februari jl. voorlopig afgerond en wordt pas weer opgepakt als verplaatsing zich daadwerkelijk aandient. Indien de verplaatsing van de PTA te zijner tijd concreet wordt zal dat gepaard gaan met het maken van herbestemmingsplannen voor de huidige locatie.
Het spreekt voor zich dat relevante stakeholders en de directe omgeving betrokken zullen worden bij de planvorming.
Pagina 38