CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Concept Beantwoording reacties advies D'Hooghe

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 29 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vrijgeven voor inspraak en advies van de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021 Nr. VN2021-02421517.451 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Bijlage bij Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ

Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam

Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Inhoudsopgave 1 INLEIDING ..................................................................................................................................... 3 2 DEEL A .......................................................................................................................................... 4 2.1 ALGEMEEN ..............................................................................................................................................4 2.1.1 Verkeer .........................................................................................................................................4 2.1.2 Inpassing in omgeving ..................................................................................................................6 2.1.3 Milieu en ecologie.........................................................................................................................6 2.1.4 Wacht- en ligplaatsen ..................................................................................................................7 2.1.5 Recreatief gebruik blauwe ruimte ................................................................................................8 2.1.6 Toegankelijkheid en brughoogtes ................................................................................................9 2.1.7 Haalbaarheid,

planning en financiën ...........................................................................................9 2.1.8 Participatie en bestuurlijk...........................................................................................................11 2.1.9 Alternatieven ..............................................................................................................................12 2.2 OOSTBRUG ............................................................................................................................................14 2.2.1 Verkeer .......................................................................................................................................14 2.2.2 Publieke ruimtes en leefbaarheid ...............................................................................................15 2.2.3 IJ-haven richting Czaar Peterstraat ............................................................................................17 2.3 WESTBRUG............................................................................................................................................19 2.3.1 Verkeer .......................................................................................................................................19 2.3.2 Publieke ruimtes en leefbaarheid

...............................................................................................20 2.3.3 Participatie en aansluiting ontwikkeling in omgeving ...............................................................22 2.4 VOETGANGERSPASSAGE ...........................................................................................................................23 2.4.1 Fiets ............................................................................................................................................23 2.4.2 Veiligheid ....................................................................................................................................23 2.5 KABELBAAN ...........................................................................................................................................25 3 DEEL B.........................................................................................................................................

26 3.1 VEREN ..................................................................................................................................................26 3.1.1 Pontverbinding Sluisbuurt-Sporenburg ......................................................................................26 3.1.2 Pontverbinding Kop Java-Hamerkwartier ..................................................................................29 3.1.3 Milieu en duurzaamheid.............................................................................................................30 3.2 ANDERE MAATREGELEN............................................................................................................................31 3.2.1 Amsterdamsebrug ......................................................................................................................31 3.2.2 Verbreding Amsterdam-Rijnkanaal ............................................................................................32 3.3 NAUTIEK ...............................................................................................................................................33 3.3.1 Uitbreiding scheepvaart en milieueffecten ................................................................................33 3.3.2 Veiligheid

....................................................................................................................................34 3.3.3 Nautische functies ......................................................................................................................35 3.4 PTA .....................................................................................................................................................37 3.4.1 Verplaatsing ...............................................................................................................................37 3.4.2 Functie huidige locatie................................................................................................................37

Pagina 2

Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam

1 Inleiding In september 2020 hadden alle betrokkenen en geïnteresseerden de gelegenheid via een online tool te reageren op het advies “Genereus Verbonden” van commissie D’Hooghe. Hierop zijn in totaal 973 reacties binnengekomen. Deze reacties zijn samengevat in “Publieke reacties op eindadvies ‘Genereus Verbonden: een concept inrichtingsplan voor het IJ als robuust en toekomst vast waterkruispunt’. In juni 2021 zijn gesprekken geweest met omwonenden en ondernemers rond de aanlandingen van de Oostbrug, omdat deze als eerste op de planning staat om uitgevoerd te worden. Deze gesprekken hebben een aanvulling op en verduidelijking van de reacties opgeleverd. In deze nota zijn de reacties zoveel mogelijk beantwoord, parallel aan de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021. De concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten gaat over een deel van het advies, namelijk de vaste oeververbindingen. De reacties gaan echter in op het gehele advies. Daarom is de beantwoording opgedeeld in twee delen. Deel A gaat over de reacties m.b.t. de vaste oeververbindingen: Oostbrug, Westbrug, Voetgangerspassage en het particuliere initiatief de Kabelbaan of IJbaan. Deel B gaat in op de overige maatregelen en bijvangsten van het advies, die samen met de oeververbindingen moeten zorgen voor een robuuste en genereuze oversteek over de Rijkswateren.

Naast de beantwoording van de reacties, is per onderwerp aangegeven wat de gemeente met de reacties heeft gedaan. Naast diverse onderzoeken, zijn ook de publieke reacties op het advies gebruikt om de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021 op te stellen en aan te scherpen. Deze reacties zijn in een apart kader in de hoofdstukken van de begeleidende tekst bij de haalbaarheidsonderzoeken in de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021 geplaatst, zodat de toekomstige projectteams deze mee kunnen nemen in de uitwerking en als onderwerpen voor participatie. De reacties over de andere onderdelen van het advies zijn beantwoord door de betreffende projecten en worden zoveel mogelijk meegenomen in het vervolg. Ook bij die onderdelen is per onderwerp aangegeven wat de gemeente met de publieke reacties doet.

Pagina 3

Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam

2 Deel A In Deel A van de beantwoording van de publieke reacties op het advies van commissie D’Hooghe worden de reacties over de oeververbindingen over het IJ (Westbrug, Oostbrug, en voetgangerspassage) en ook meteen het particuliere initiatief de kabelbaan beantwoord, die zijn gegeven in reactie op het advies “Genereus Verbonden” van commissie D’Hooghe.

2.1 Algemeen Een deel van de reacties ging over het advies in het algemeen en/of hadden betrekking op meerdere oeververbindingen. Dit betreft uiteenlopende onderwerpen als verkeer, milieu en ecologie, bepaalde nautische aspecten en bijvoorbeeld planning. Naast de beantwoording van deze reacties, is per onderwerp aangegeven wat de gemeente met de reacties heeft gedaan. Elk onderwerp begint met een korte samenvatting van de meest voorkomende reacties in het betreffende onderwerp.

2.1.1 Verkeer Er worden vraagtekens gezet bij de ver van het centrum liggende Oost- en Westbrug. De druk ligt nu bij de centrale as en uit reacties blijkt dat sommige mensen zich afvragen of fietsers wel de voorgestelde routes langs de flanken nemen. Een enkeling oppert om de bruggen ook voor auto’s toegankelijk te maken. Anderen zien juist kansen om de gebieden rond de bruggen autoluw te maken. Een kans bij de nieuwe verbindingen over het IJ is om veilige fietsroutes te creëren en het fietsnetwerk te verbeteren. Black-spots, drukke routes en luchtvervuiling zijn daarbij extra aandachtspunten, zo blijkt uit verschillende reacties. Deze komen uit de hele stad, maar in Noord lijkt de vraag hierom het grootst. Hetzelfde geldt voor een tramverbinding naar Noord: dit wordt als een kans gezien om het openbaar vervoer in Noord te verbeteren en de integratie tussen Noord en andere stadsdelen te bevorderen. De oproep wordt gedaan om aan te sluiten op de plannen die hiervoor in ontwikkeling zijn, zoals het ‘Mobiliteitsplan Noord’, ook in de besluitvorming. Volgens sommigen is er te weinig aandacht voor voetgangers in het adviesrapport. Een andere zorg is de brugdelen die opengaan voor de scheepvaart en hoe die het fietsverkeer gaan belemmeren of vertragen.

Er wordt opgeroepen bij het ontwerp van de brug rekening te houden met veranderingen in mobiliteit(sopgaven), bijvoorbeeld in relatie tot pakketdiensten. Beantwoording Verkeersveiligheid van alle verkeerdeelnemers is een randvoorwaarde voor de gemeente. Het klopt dat er veel druk ligt op de centrale as (omgeving Centraal Station). Om die druk te verminderen worden bewust oeververbindingen gemaakt die verder weg gelegen zijn. Daarnaast vinden de komende decennia op beide oevers veel gebiedsontwikkelingen plaats op de “flanken” (bijv. Haven-Stad). De bruggen kunnen een belangrijke functie vervullen in het goed bereikbaar maken van deze nieuwe woon- en werklocaties. Met de bruggen wordt ook de fietsring rond het centrum gesloten. De bruggen zijn een oplossing voor het langzaam verkeer (voetgangers en fietsers) en openbaar vervoer om via een vaste verbinding het IJ over te kunnen steken, iets wat nu nog ontbreekt. Voor auto's zijn er al diverse oversteekpunten. Daarom is bij de bruggen specifiek uitgegaan van langzaam verkeer en openbaar vervoer en geen auto's. Bij de aanlandingsplekken van zowel de Oostbrug als de Westbrug, zijn in de huidige situatie al verschillende verkeersstromen aanwezig,

Pagina 4

Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam

incl. autoverkeer. De eerste inschatting is dat de omgeving van de aanlandingsplekken niet autoluw hoeft te worden gemaakt om de nieuwe stromen naar de bruggen (fiets en openbaar vervoer) veilig toe te kunnen voegen. Waar nodig en mogelijk worden stromen van elkaar gescheiden. De Oostbrug en ook de Westbrug dienen goed aan te sluiten op de fietsnetwerken op beide IJoevers. Beide bruggen vormen straks belangrijke schakels in de (toekomstige) netwerken voor fiets en openbaar vervoer. Zeker in Noord kan het fietsnetwerk versterkt worden. Dat is ook een van de doelen van het Mobiliteitsplan Noord. Bij de uitwerking wordt aangesloten op de voorgestelde netwerken in onder andere het Mobiliteitsplan Noord en het Integraal Raamwerk Haven-Stad. De besluitvorming van de verschillende onderwerpen wordt goed afgestemd maar vindt niet gelijktijdig plaats. Gelet op de te verwachten grote fietsintensiteiten over beide bruggen dienen de verschillende toevoerroutes verkeersveilig vormgegeven te worden. Dit betekent dat ook bestaande fietsverbindingen aangepast moeten worden. Beide bruggen vormen straks belangrijke (nieuwe) schakels in het fietsnetwerk op beide oevers. Voor de Oostbrug zijn goede aansluitingen op de noordoever op onder andere de Johan van Hasseltweg en de Meeuwenlaan belangrijk en op de zuidoever op de Czaar Peterstraat en de Van Eesterenlaan.

Voor de Westbrug zijn goede aansluiting op de noordoever nodig op onder andere de Papaverweg en de Cornelis Douwesweg en op de zuidoever op de fietsroutes door de Spaarndammerbuurt en naar HavenStad. Verkeersveiligheid van alle verkeerdeelnemers is een randvoorwaarde voor de gemeente. De locaties waarvan bekend is dat er in de huidige situatie relatief veel verkeersongevallen zijn, gaat bij de uitwerking van de plannen specifieke aandacht naar uit. Dit geldt ook voor black-spots. Ook voor voetgangers vormen beide bruggen straks belangrijke schakels om buurten rondom de aanlandingen van de bruggen op beide oevers met elkaar te verbinden. Ook in het profiel c.q. het ontwerp van de bruggen wordt rekening gehouden met voldoende ruimte voor voetgangers. De brugdelen moeten open kunnen voor twee soorten scheepvaart: recreatievaart en bijzonder transport. Daar is een “openingsregime” voor. Dit regime is er nu nog niet, daar wordt aan gewerkt wanneer de bruggen als project worden uitgewerkt. Er kan gedacht worden aan periodes dat de brug sowieso niet open gaat (tijdens de spits bijvoorbeeld). Dit regime is gerelateerd aan o.a. de Oranjesluizen en de Schellingwouderbrug. Het bijzonder transport wordt onder begeleiding door het IJ geloodst. Dit vindt vaak 's nachts plaats vanwege de beperkte doorvaartbreedte bij de Schellingwouderbrug.

Het grootste deel van de beroepsvaart kan onder het midden van de brug doorvaren, de brug hoeft daarvoor niet open te gaan. Zie ook Deel B: 3.3 Nautiek (3.3.1 Uitbreiding scheepvaart en milieueffecten). Wat doet de gemeente met deze reacties? De reacties zijn in de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021 verwerkt als aandachtspunten zoals hierna beschreven. Gelet op de grote aantallen fietsers over beide bruggen, dient veel aandacht uit te gaan naar een verkeersveilige inrichting van het aansluitende netwerk. Dit betekent ook dat diverse bestaande fietsroutes worden aangepast. Bij de vormgeving van de toevoerroutes naar de bruggen voor fiets en openbaar vervoer gaat veel aandacht uit naar verkeersveiligheid. Dit geldt ook voor de black-spots. De bruggen en aansluitende netwerken voor fiets en openbaar vervoer, sluiten zo goed mogelijk aan op de voorstellen in het Mobiliteitsplan Noord en het Integraal Raamwerk Haven-Stad. In het profiel van beide bruggen wordt rekening gehouden met voldoende ruimte voor voetgangers. Zo worden

Pagina 5

Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam

beide oevers ook voor voetgangers optimaal met elkaar verbonden. De veranderende mobiliteit(sopgaven) wordt ook meegenomen als aandachtspunt bij de verdere uitwerking.

2.1.2 Inpassing in omgeving Uit een aantal reacties blijkt dat sommige omwonenden het ongewenst vinden dat er water wordt gedempt. Sommige omwonenden maken zich zorgen over de leefbaarheid van de wijk. Bijvoorbeeld door het veranderende uitzicht of het toevoegen van ligplaatsen voor beroepsvaart. Bij het laatste wordt geopperd om deze in het midden van de vaarweg te leggen en niet aan te laten meren bij bewoning. Door bewoners van het Oostelijk Havengebied werd ook de stedenbouwkundige inpassing in de architectuur van Java- en KNSM-eiland als aandachtspunt genoemd. De architectuur van de wijk wordt door bewoners erg gewaardeerd. Beantwoording Voor het inpassen van de bruggen, maar vooral vanuit de gebieden zelf is het nodig extra land te maken. Zo ligt er bij Haven-Stad bijvoorbeeld een opgave in de openbare ruimte om een nieuw park aan te leggen. Hier wordt de aanlanding van de brug geïncorporeerd. Bij de Oostbrug zal ook ten behoeve van een strekdam gedempt moeten worden. Op beide locaties komen hier ook de toegangen voor voetgangers en mensen met een beperking te liggen: voor deze groepen wil je zo hoog mogelijk bij de brug aansluiting vinden zodat ze niet de hele aanlanding op hoeven.

Voor het ontwerp van deze ruimtes is het wel interessant om te bekijken hoe het water beleefd kan worden: waterpartijen, steigers op uitzichtplekken, water als belangrijk onderdeel van de openbare ruimte. Dit is een ontwerpopgave voor een evt. vervolgstudie: de openbare ruimte, zoals een park, moeten in samenspraak met de bewoners, belanghebbenden en het Havenbedrijf ontworpen worden. Het klopt dat het uitzicht zal veranderen waar er bruggen of een kabelbaan komen. In de participatie willen we graag met omwonenden praten over hoe dit zo goed mogelijk gedaan wordt. De inpassing binnen de architectuur van de wijken wordt ook meegenomen bij de verdere uitwerking van de oeververbindingen. Wat doet de gemeente met deze reacties? Voor het ontwerp van deze ruimtes is het interessant om te bekijken hoe het water beleefd kan worden: waterpartijen, steigers op uitzichtplekken, water als belangrijk onderdeel van de openbare ruimte. Dit is een ontwerpopgave voor een evt. vervolgstudie: de openbare ruimte, zoals een park, moeten in samenspraak met de bewoners, belanghebbenden en het Havenbedrijf ontworpen worden. Het uitzicht van omwonenden zal veranderen. In de participatie willen we graag met hen praten over hoe dit zo goed mogelijk gedaan wordt.

Architectonische inpassing (ook in de bestaande stedenbouw) van de verschillende aanlandingen wordt meegenomen als aandachtspunt voor de verdere uitwerking.

2.1.3 Milieu en ecologie De nieuwe verbindingen bieden volgens sommigen nieuwe kans om de biodiversiteit en waterkwaliteit te verbeteren. De uitdaging die daarbij genoemd is om de oevers ook ecologisch te laten aansluiten bij wijken en groengebieden. Als aandachtspunt werd genoemd om bij beide brugaanlandingen de effecten op milieu en groen te onderzoeken. Nieuw groen wordt ook genoemd als middel in het rainproof maken van de stad.

Pagina 6

Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam

Beantwoording Bij de uitwerking van de bruggen en de aansluitingen op het netwerk van fiets en openbaar vervoer, worden diverse aspecten onderzocht en betrokken in het ontwerp. Te denken valt hierbij aan bestaande kwaliteiten, verkeersveiligheid, openbare ruimte, groen etc. Via participatie wordt hier nadere invulling aan gegeven. Het rainproof maken van de stad is gemeentelijk beleid dat op alle nieuwe projecten wordt toegepast. Dit wordt dus zeker meegenomen bij de uitwerking van de maatregelen. Wat doet de gemeente met deze reacties? De effecten op en kansen voor milieu en ecologie van de oeververbindingen worden onderdeel van de vervolgstudie om de aanlandingen als integraal onderdeel van de openbare ruimte te ontwerpen. De vervolgstudie wordt gedaan in de volgende fase: wanneer de oeververbindingen als project verder worden uitgewerkt.

2.1.4 Wacht- en ligplaatsen In de reacties is de wens uitgesproken dat het toevoegen van ligplaatsen van beroepsvaart geen invloed heeft op de leefbaarheid van omwonenden. Ook is er verzocht om wacht- en ligplaatsen in het midden van de vaarweg te plaatsen; de schepen niet te laten aanmeren naast bewoonde bebouwing. Beantwoording Wacht- en ligplaatsen zijn onderdeel van het integrale advies van D'Hooghe. Het IJ is onderdeel van de hoofdtransportas van IJmuiden naar het achterland in Nederland en Duitsland en een economisch zeer belangrijke (inter)nationale vaarverbinding. Het is dan ook van belang dat we de groei van scheepvaart in de toekomst blijven faciliteren. Door stedelijke ontwikkeling wordt er steeds meer beslag gelegd op de nautische ruimte, die ook nodig is om de scheepvaartbranche te faciliteren. Voldoende ligplaatsen zijn belangrijke faciliteiten om het vervoer over water te stimuleren, ze zijn een onderdeel van de vaarweginrichting. De ligplaatsen zijn nodig voor veel zaken zoals bevoorrading, uitwisseling van bemanning, reparaties, bereikbaarheid van hulpdiensten, autoafzetplaats, boodschappen doen, huisartsbezoek, etc. Dit hangt samen met de wetgeving rond arbeid en rusttijden. Alle ligplaatsen binnen de stad worden uitgerust met walstroomkasten om overlast te voorkomen.

De ligplaatsen zijn in het advies van commissie D’Hooghe niet aan de walzijde voorzien, maar aan een nog te maken nieuwe dam die verder weg, evenwijdig aan de wal moet komen te liggen. Wachtplaatsen zijn nodig voor het aanmeren van beroepsvaart bij de te openen delen van de bruggen. Deze liggen altijd aan stuurboordzijde van de vaarweg, niet aan de wal maar in het water. Andere reacties over scheepvaart en andere nautische functies, zijn beantwoord in Deel B: 3.3 Nautiek. Wat doet de gemeente met deze reacties? De wacht- en ligplaatsen zijn integraal onderdeel van het advies van commissie D'Hooghe en een belangrijk onderdeel van de vaarweginrichting. Wel is het goed om een onderscheid te maken tussen de wachtplaatsen en de ligplaatsen. Wachtplaatsen horen bij het maken van de nieuwe bruggen. Ligplaatsen zijn geen onderdeel van de projecten van de bruggen. In de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021 wordt opgenomen, dat de bruggen

Pagina 7

Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam

zo gemaakt worden, dat deze ruimte bieden om (later) ook de door commissie D’Hooghe geadviseerde ligplaatsen te maken. Om overlast te voorkomen worden alle ligplaatsen binnen de stad uitgerust met walstroomkasten.

2.1.5 Recreatief gebruik blauwe ruimte Er zijn positieve reacties op het toevoegen van faciliteiten voor de recreatievaart en recreatieve functies (zoals stadsstranden en promenades met terrassen). Suggesties die gedaan worden zijn uitzichtplekken op het water te maken, veilige zwemplekken te creëren en ook om blauwe ruimte te vergroenen door bomen te planten. Anderen willen juist niet dat het water voor de deur van bewoners ten koste gaat van nieuwe parken en publieke ruimtes. Ook zijn er zorgen over meer recreatievaart in de blauwe ruimte die nodig is voor de binnenvaart. Beantwoording Over het gebruik en eventueel toevoegen van groen en water zijn de meningen in de reacties heel verschillend. Parken, uitzichtpunten en andere recreatieve functies bij de aanlandingen, langs het water en op de brug worden verder onderzocht wanneer de maatregelen uitgewerkt worden als projecten. Dit wordt gedaan in samenspraak met omwonenden, nautische partijen en andere belanghebbenden. In de vaarwegdimensies hebben Rijkswaterstaat en het Centraal Nautisch Beheer voorzien dat er voldoende veilige ruimte is voor recreatievaart en beroepsvaart om gezamenlijk gebruik te maken van de vaarweg. Daar heeft commissie D’Hooghe rekening mee gehouden in haar advies. Recreatieve functies in en aan het water liggen altijd buiten de vaarweg.

Voorzieningen voor recreatievaart, zoals jachthavens en aanmeerplekken voor riviercruises, liggen aan de rand van het vaargebied (Motorkanaal, NDSM). De meeste andersoortige recreatie ligt momenteel vooral in afgescheiden zones zoals de IJ-haven of de Haparandadam. Eventuele extra recreatieve functies worden per locatie in samenspraak met de nautische partijen bekeken. Het IJ is een Europese hoofdvaarweg en kenmerkt zich als een van de drukst bevaren vaarwegen van Europa. Recreëren in het IJ is als picknicken op de vluchtstrook van een autosnelweg. Door de grote commerciële vrachtboten die daar door de vaargeul varen, is er een zuigende werking en is zwemmen in het IJ en het Amsterdam-Rijnkanaal levensgevaarlijk en niet toegestaan. In de binnenwateren, zoals bijvoorbeeld tussen Sporenburg en KNSM, zijn ook vaargeulen (voor de recreatievaart). Er zijn ook officiële zwemplekken in Amsterdam, die vindt u op deze pagina: https://www.amsterdam.nl/sport/zwemmen/zwem-veilig/. De gemeente maakt deze officiële zwemplekken zo veilig mogelijk. Zo wordt onder andere de bodem schoon gemaakt, liggen er lijnen waar boten niet binnen mogen komen, wordt er gekeken of er gevaarlijke stromingen zijn en wordt de waterkwaliteit gecontroleerd. Naast deze officiële zwemlocaties zijn er talloze steigertjes, kades, oevers en waterkanten vanwaar u het water in kunt.

U kunt daar zwemmen, maar het water wordt daar niet gecontroleerd. Ook kunnen er obstakels op de bodem liggen, zoals fietswrakken. Zwemmen op deze plekken is dan ook voor eigen risico. Wat doet de gemeente met deze reacties? In het vervolgproces wordt, in samenspraak met omwonenden, nautische partijen en andere betrokkenen, gekeken naar evt. toevoegen en invulling van publieke ruimtes op de brug (zoals uitzichtpunten) en rondom de aanlandingen van de oeververbindingen. Hierbij wordt de Richtlijn Vaarwegen gevolgd.

Pagina 8

Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam

2.1.6 Toegankelijkheid en brughoogtes Zorgen zijn er om de hoogte van de bruggen en de stijgingspercentages voor fietsers. Er blijkt onduidelijkheid over de hoogte van de bruggen en of de brughoogtes in relatie tot de 4-laags containers wel nodig zijn, aangezien deze containerschepen zelden op het IJ varen. Er is een wens om alleen bruggen te bouwen waarvan de toegankelijkheid is gegarandeerd. Harde wind wordt gezien als een uitdaging voor fietsers en voorgesteld wordt om beschutte fietspaden te realiseren. Veiligheid is een zorgpunt in relatie tot de hoogte en eventuele mogelijkheid om van de brug af te springen. Beantwoording De hellingbanen hebben een stijgingspercentage van gemiddeld maximaal 2,7%. De hellingbaan bestaat uit hellende delen met ertussen twee vlakstanden van 25 meter lang. Een vergelijkbare hellingbaan is die van de Nesciobrug aan noordzijde, naar de Diemerdijk toe. Die is ongeveer 2,3%. Aan de zuidzijde is die steiler: 3,2%. Een andere vergelijkbare brug is de Jan Schaeferbrug aan de zijde van Java-eiland met een hellingspercentage van 2,25%, aan de zuidzijde (zijde Piet Heinkade) is de helling 3%. Goede voorzieningen voor voetgangers en mensen met een beperking zijn hierbij een voorwaarde waaraan voldaan moet worden. De brug inclusief aanbruggen zal veel wind vangen: het IJ ligt in de westelijke windstromen.

Onderdeel van een vervolgstudie is varianten te bekijken waarbij de gebruikers van de brug beschut worden tegen deze windstromen. De veiligheid op de brug, toegang voor nood- en hulpdiensten en het voorkomen van mogelijkheden tot springen van de brug worden daarin ook meegenomen. Het Rijk en Centraal Nautisch Beheer (CNB) hebben voor de commissie D'Hooghe eisen opgesteld voor een brug over het IJ. Die zijn opgenomen in het advies "Genereus Verbonden" en zijn in lijn met de Richtlijn Vaarwegen. De eisen gaan ook over de hoogte van een brug. Door de brug geschikt te maken voor vierlaagse containers, wordt er nu al rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen. In het advies van Genereus Verbonden staat op pagina 46: “Een brug met een vrije hoogte van 12,50 meter is dan ook de standaard, mits de aanlandingen ingepast kunnen worden zonder té steile hellingen en ingewikkelde wokkels. […] Met een vrije hoogte van 12,50 meter boven het hoogste waterpeil zijn de grote bruggen van Amsterdam toekomstvast.

Alleen als ontwerpmatig is bewezen dat een dergelijke brug niet inpasbaar is in het fietsnetwerk volgens de eisen die in dit document zijn gesteld aan de kwaliteit daarvan, kan worden afgeweken van deze hoogte-eis - waarbij de minimale vrije hoogte 11,35 meter boven de maatgevende hoogwaterstand is.” De definitieve hoogte van de bruggen worden vastgesteld bij het verder uitwerken tijdens de projectfase. Wat doet de gemeente met deze reacties? Op dit moment wordt als uitgangspunt opgenomen, dat we uitgaan van een brughoogte van 12,5 meter en een helling van gemiddeld maximaal 2,7%. In de volgende fase van het project, waarin verder gewerkt wordt aan het ontwerp, moet worden bekeken of dit haalbaar blijft. Dan wordt ook de wijze van toegankelijk maken van de bruggen verder uitgewerkt, waarbij het een voorwaarde is dat de brug voor fietsers, voetgangers en mindervaliden goed toegankelijk moet zijn. Veiligheid op de brug, zeker met harde wind, is daarbij een extra aandachtspunt, net als de toegang voor nood- en hulpdiensten.

2.1.7 Haalbaarheid, planning en financiën Bij de positieve reacties op het advies zijn er zorgen over lange procedures, besluitvormingsprocessen en mogelijk uitstel, terwijl de maatregelen juist nu hard nodig zijn. Het dagelijks bestuur Centrum wil

Pagina 9

Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam

specifiek benadrukken dat het advies voorziet in een totaalplan dat alleen kan werken bij het volledig uitvoeren van de verschillende onderdelen. Ook zijn er vragen over oplossingen op de korte termijn van verschillende stadsdelen. Naar aanleiding van drukte nu, maar ook gezien de planning van Sprong over het IJ uit 2017 die gedeeltelijk is komen te vervallen. Een goede samenwerking wordt als essentieel gezien voor de (spoedige) realisatie van het advies. Voorgesteld wordt om de Oostbrug snel te realiseren. Ook wordt voorgesteld om de Westbrug in de planning naar voren te halen. Het Dagelijks Bestuur van Stadsdeel West ziet voor de Westbrug een groot risico in de afhankelijkheid van diverse (financieel risicovolle) besluiten, zoals het sluiten van de metroring, het verplaatsen van de PTA en afwaardering van de vaarweg door het Rijk. Uit de reacties blijkt dat sommigen zich afvragen hoe de maatregelen gefinancierd gaan worden. Anderen vragen zich af of de investeringen die nodig zijn wel opwegen tegen de tijdwinst ten opzichte van de huidige verbindingen. Beantwoording De gemeente zal zo doelmatig mogelijk met de procedures proberen om te gaan. Het is nu nog niet duidelijk hoe alle maatregelen gefinancierd gaan worden. Er is een eerste zicht op financiële dekking van de Oostbrug, als de middelen van de Javabrug hiervoor kunnen worden ingezet.

Hiermee is nog niet de hele Oostbrug gefinancierd. Financiële dekking wordt in de komende jaren voor de Oostbrug en ook voor de andere maatregelen per project uitgewerkt. Bij de gemeente werkt het zo dat bij het "investeringsbesluit" duidelijk is hoe het project gefinancierd wordt. Op dit moment is de kans dat het advies "Genereus Verbonden" integraal wordt uitgevoerd groot, omdat er veel draagvlak is bij alle partijen. Mogelijke risico's die dit kunnen verhinderen worden meegenomen in de verdere uitwerking van de projecten, na het raadsbesluit. De veren zorgen voor een goed en veilig systeem voor de oversteek, tot de vaste oeververbindingen gereed zijn (en zullen ook daarna complementair een bijdrage leveren). De drukte op de veren wordt dagelijks gemonitord. Tevens wordt structureel via een update van de Nota Veren (iedere 3 jaar) en een jaarlijkse voortgangsrapportage bestuurlijk besloten, of er aanpassingen nodig zijn. De afgelopen periode laat al zien dat er fors is geïnvesteerd in de veren. Ook voor de komende jaren zijn investeringen in uitbreiding van de vloot - en daarmee de vervoerscapaciteit - voorzien. Na de goede samenwerking met het Rijk in de opdrachtverlening en facilitering van de adviescommissie, wordt deze samenwerking op constructieve wijze vervolgd. Concreet worden afspraken vastgelegd in reguliere directeuren overleggen, die nog steeds plaatsvinden.

Dit advies sluit aan bij hoe we momenteel te werk gaan: vastleggen afspraken met rijk via besluitvorming over de maatregelen via het Directeurenoverleg IJ en een voortvarende planning van de voorbereiding en uitvoering. Om te bepalen of de baten opwegen tegen de kosten is een maatschappelijke kostenbatenanalyse (MKBA) uitgevoerd. Daarin wordt het effect van de oeververbindingen vergeleken met de situatie waarin de huidige situatie met de veren wordt gecontinueerd. Tijdwinst is een belangrijke baat die wordt meegenomen in de MKBA, maar bijvoorbeeld ook de impact op het aantal autoverplaatsingen, klimaat, veiligheid en exploitatie krijgen daarin een plek. De uitgangspunten en resultaten van de MKBA zijn te vinden in bijlage 4 van de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021. Pagina 10

Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam

Wat doet de gemeente met deze reacties? Het college van burgemeesters en wethouders heeft in februari het advies van commissie D'Hooghe integraal omarmd. Een fasering is onderdeel van dit advies. In deze fasering wordt de Westbrug na de Oostbrug gebouwd. Echter, het is mogelijk om onderzoek en voorbereidingen voor de Westbrug al op te starten nog voordat de Oostbrug gereed is, zodat het minder lang duurt voordat ook de Westbrug klaar is. Met de risico’s met betrekking tot het sluiten van de metroring, het verplaatsen van de PTA en afwaardering van de vaarweg door het Rijk worden meegenomen in de verdere uitwerking van de projecten, na het raadsbesluit. Een belangrijke voorwaarde voor het opstarten van de projecten van de vaste oeververbindingen, is zicht op financiële dekking. De te doorlopen procedures zullen zichtbaar worden gemaakt in de planning voor de oeververbindingen en op het voor de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021 benodigde abstractieniveau worden opgenomen. Snelheid is ook vanuit het bestuur een belangrijke wens, dus de gemeente probeert in de planning processen waar mogelijk parallel te laten verlopen. Zo wordt de doorlooptijd van de voorbereiding verkort. De samenwerking met het Rijk en het vastleggen van de afspraken zijn ook in de planning weergegeven.

2.1.8 Participatie en bestuurlijk In de reacties op het advies uit de stad en van de stadsdeelbesturen zaten ook diverse reacties over participatie en het belang ervan. Zo werd geadviseerd om aan te sluiten bij deelvisies die in samenspraak met bewoners zijn gemaakt. Heldere communicatie tijdens participatie over wat ter discussie staat en hoe zwaarwegend de status op een bepaald moment is, is cruciaal. Zeker gezien het traject dat hiervoor al i.r.t. Sprong over het IJ doorlopen is waar veel bewoners tijd in geïnvesteerd hebben. Ook wordt aandacht gevraagd voor het risico dat buurten tegenover elkaar komen te staan door tegengestelde belangen bij maatregelen. Vlotte en transparante besluitvorming kan daarbij helpen. Het Dagelijks Bestuur stelt voor om een bestuurlijke koppel/team te vormen bestaande uit een lid van het Dagelijks Bestuur van Stadsdeel Oost en stedelijke wethouder(s) om, na besluitvorming met het Rijk, gezamenlijk zorg te kunnen dragen voor een goede inpassing in de buurt. Beantwoording De deelvisies voor de ontwikkeling van het IJ worden meegenomen bij de verdere ontwikkeling. Daarbij wordt samengewerkt met de stadsdelen en omliggende projecten. Voor elk van de maatregelen geldt dat bewoners en andere betrokkenen meegenomen en betrokken worden wanneer de plannen voor de maatregel verder worden uitgewerkt.

In de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021 wordt geadviseerd daarbij duidelijk te maken welke keuzes gemaakt moeten worden. Wij zijn ons ervan bewust en zien ook in de reacties op het advies, dat er tegengestelde belangen zijn in de stad, tussen verschillende wijken en tussen bewoners lokaal. Hier wordt rekening mee gehouden in de participatie. In het najaar van 2021 vindt inspraak op de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ plaats. De wens van het DB van Stadsdeel Oost om daarbij de (zwaarwegende) status van de nieuwe voorstellen/maatregelen duidelijk te maken, wordt daarbij ook meegenomen en dus gecommuniceerd.

Pagina 11

Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam

Sprong over het IJ en daarna de projecten moeten blijvend communiceren over de stappen die gezet worden in besluitvorming - ook in periodes van stilte in participatie- en uitleggen wanneer er weer nieuwe informatie is waarop gereageerd kan worden. Reeds in het voorjaar van 2021 is gestart met bestuurlijke teams, waarin de stedelijke wethouders sturen, gezamenlijk met de stadsdeelbestuurders van Noord een Oost (wegens prioriteit Oostbrug). Wanneer relevant worden in het vervolg ook de stadsdeelbestuurders van Centrum en West uitgenodigd. Wat doet de gemeente met deze reacties? De genoemde adviezen worden overgenomen in de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021.

2.1.9 Alternatieven Vanwege het uitzicht dat verandert of deels wordt belemmerd met de komst van bruggen – of vanwege harde wind op de brug, wordt voorgesteld een tunnel in plaats van een brug aan te leggen. Ook wordt als alternatief voorgesteld het Oostveer te intensiveren. Sommigen denken dat de ponten de bruggen overbodig kunnen maken. Anderen stellen dat er de komende jaren geïnvesteerd moet worden in de verhoging van de vaarfrequentie en voldoende verencapaciteit om het groeiende aantal reizigers op te vangen totdat de andere maatregelen gereed zijn. Het voorstel voor de Westbrug bij de Haparandadam betekent geen brug in het deelgebied CoenVlothaven. Het dagelijks bestuur van stadsdeel West stelt dat hiervoor te zijner tijd wellicht andere oeververbindingen noodzakelijk zijn, zoals veerverbindingen en wellicht een kabelbaan. Eenzelfde soort reactie komt van het dagelijks bestuur van Stadsdeel Noord dat stelt dat een extra veerverbinding tussen Buiksloterham en de westelijke binnen flank is gewenst. Beantwoording In het advies "Genereus Verbonden" is de afweging voor een brug of tunnel toegelicht op pagina's 51, 52, 66 en 67. Voor de westelijke verbinding is bijvoorbeeld ook een ondiepe tunnelverbinding ter hoogte van de Pontsteiger bekeken. In het advies is aangegeven dat de commissie heeft geoordeeld dat een brug ter hoogte van de Haparandadam beter inpasbaar is.

Meer over deze afweging kunt u lezen in het advies "Genereus Verbonden". Het klopt dat het uitzicht zal veranderen. In de participatie willen we graag met omwonenden in gesprek over hoe dit zo goed mogelijk gedaan wordt. De bruggen vormen een aanvulling op de bestaande én de nieuwe pontverbindingen. Een extra kwaliteit van de bruggen is dat ook doorgaande openbaarvervoerlijnen hiervan gebruik kunnen maken. De komende jaren zal het aantal reizigers op de veren verder toenemen. Om deze groei in goede banen te leiden, zal geïnvesteerd worden in nieuwe veren en in het vergroten van de vervoerscapaciteit van een deel van de bestaande veren. Recent is een nieuwe Update Nota Veren opgesteld. De vloot zal zich moeten ontwikkelen van in totaal 14 veren in 2021 naar totaal 18 veren in 2030. De uitbreiding van de vloot maakt het mogelijk om de vaarfrequentie en vervoerscapaciteit te verhogen op onder meer de twee centrale veerverbindingen (IJpleinveer en Buiksloterwegveer), op het NDSM-veer en op het gecombineerde Distelweg- en Houthavenveer. Ook zal de nieuwe tijdelijke veerverbinding Zeeburgereiland worden geopereerd vanaf medio 2022. Bij verdere toename van de vraag (na 2030) kan de vlootomvang nog verder uitgebreid

Pagina 12

Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam

worden. Ook onderzoeken we de komende jaren de mogelijkheden voor een verbinding Kop Java Hamerkwartier, een definitieve verbinding Zeeburgereiland en een optimalisatie van het Distelwegveer (bij Buiksloterham). Effecten en samenhang van nieuwe vaste oeververbindingen in relatie tot de veren, worden regelmatig gemonitord. Jaarlijks zal hierover worden gerapporteerd via een dashboard, zoals ook de afgelopen jaren is gedaan voor de Sprong over het IJ. Op basis hiervan is (bij)sturen mogelijk, deze manier van werken noemen we ‘adaptief’. De transformatie van het deelgebied Coen- en Vlothaven als onderdeel van Haven-Stad is pas vanaf 2040 aan de orde. In het Integraal Raamwerk van Haven-Stad wordt rekening gehouden met enkele bruggen naar dit deelgebied (vanuit Minervahaven en de Sloterdijken). Op basis van het advies van de commissie bestaat de IJ-oeververbinding uit de Westbrug en een kabelbaan. In het Integraal Raamwerk Haven-Stad worden ook veren overwogen als aanvullende oeververbinding. Programma veren zet voor de westelijke binnenflank in op het verbeteren en verhogen van de vaarfrequentie van bestaande verbindingen en niet op het toevoegen van extra verbindingen met een lage vaarfrequentie. Het Distelwegveer geldt nu als de veerverbinding op de westelijke binnenflank.

Komende periode zal onderzocht worden of er mogelijkheden zijn om de vaarroute van het huidige Distelwegveer te optimaliseren. Dit kan mogelijk leiden tot verplaatsing van de aanlandlocaties. De kabelbaan kan ook nieuwe kansen bieden. In het advies "Genereus Verbonden" staat beschreven dat dit geen oplossing is voor de voorspelde forenzen dat in de toekomst het IJ wil oversteken. Een kabelbaan sluit wel perfect aan bij een toekomstige cruiseterminal in de Coenhaven. Ook wordt in overleg met de initiatiefnemers van deze ‘IJbaan’ een alternatief tracé onderzocht. Meer uitleg over de kabelbaan, nut en noodzaak en de toepassing staat in het advies "Genereus Verbonden" op pagina 95 en in de Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ, in relatie tot de Westbrug. Wat doet de gemeente met deze reacties? Het uitzicht van omwonenden zal veranderen. In de participatie willen we graag met hen praten over hoe dit zo goed mogelijk gedaan wordt.

Pagina 13

Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam

2.2 Oostbrug In dit hoofdstuk zijn de reacties beantwoord die specifiek betrekking hadden op de Oostbrug. Daarbij worden ook de reacties over de brug over de IJ-haven richting de Czaar Peterstraat behandeld. Naast de beantwoording van deze reacties, is per onderwerp aangegeven wat de gemeente met de reacties heeft gedaan. Elke onderwerp begint met een korte samenvatting van de meest voorkomende reacties in het betreffende onderwerp. Een deel van de reacties over de Oostbrug zijn ook gegeven over de Westbrug. Deze zijn daarom in hoofdstuk 2.1 opgenomen, onder ‘Algemeen’.

2.2.1 Verkeer Een deel van de reacties over de Oostbrug zijn ook gegeven over de Westbrug. Deze zijn daarom beantwoord in 2.1 Algemeen (paragraaf 2.1.1 Verkeer). De volgende reacties gaan specifiek over de verkeerssituatie rondom de Oostbrug. Uit de reacties blijken veel zorgen over de verkeersveiligheid en leefbaarheid als gevolg van extra fietsverkeer van de Oostbrug. De Czaar Peterstraat, de kruising met de Cruquiuskade richting Centrum en Oost en Rietlandpark worden daarbij specifiek genoemd. Er dient aandacht te zijn voor voldoende brede fietspaden en een robuust fietsnetwerk in Oost, dat aantakt op de binnenring (met de oeververbindingen) en de Zeeburgerdijk. Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost vraagt om opnieuw te kijken naar de plannen van de Czaar Peterstraat in het licht van een oostelijke oeververbinding. Een intensivering van verkeer van scooters en fietsers op het traject van de Veemkade via het Rietlandpark naar de Czaar Peterstraat is niet gewenst. De Fred Petterbaan zou te smal zijn voor het aantal fietsers, maar er lijkt toch voldoende ruimte: er liggen bosjes, een fietspad, een voetpad en dubbele tramrails. Maak hier, net als in de Czaar Peterstraat, een enkel spoor van en je hebt ruimte genoeg. De voorstellen hebben grote impact op de verkeersveiligheid en woonkwaliteit van de woonomgeving.

Ook de verkeersveiligheid en bereikbaarheid op en rond de Johan van Hasseltweg is een zorgpunt, onder andere de bereikbaarheid van de zijstraten. De hoop wordt uitgesproken dat de fietspaden van de toevoerroutes richting de brug aangepakt gaan worden. Bedrijven op de Johan Hasseltweg willen graag dat parkeerplaatsen behouden blijven. Beantwoording Verkeersveiligheid van alle verkeerdeelnemers is een randvoorwaarde voor de gemeente. Een aandachtspunt in deze is voldoende brede en verkeersveilige toevoerroutes voor fietsverkeer van/naar de bruggen. De huidige situatie en kwaliteiten in bestaande gebieden worden hierbij zo weinig mogelijk verstoord en goed betrokken bij de vormgeving en uitwerking. De Czaar Peterstraat is onderdeel van de fiets- en openvaar vervoer Binnenring, met meer ruimte voor comfortabel fietsen en goede doorstroming voor het openbaar vervoer. Waar mogelijk wordt op de Binnenring een fietsstraat aangelegd, waar de auto te gast is, op andere delen worden de fietspaden verbreed. De openbaar vervoer-haltes worden breder en hoger gemaakt, voor gelijkvloerse instap in de tram, en looproutes waar mogelijk verbreed. In de plannen voor een nieuwe inrichting van de straat, is verkeersveiligheid altijd een groot aandachtspunt. Voor de Czaar Peterstraat is in 2018 inspraak gevoerd over de concept-Nota van Uitgangspunten.

De besluitvorming hierover is getemporiseerd in afwachting van uitsluitsel over ontwikkelingen zoals de pontverbinding tussen de Sluisbuurt en Sporenburg en de oeververbindingen over het IJ. In het najaar (2021) wordt de aangepaste Nota van Uitgangspunten aan het college aangeboden voor

Pagina 14

Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam

vaststelling. Daarna wordt het ontwerp, in samenspraak met de omgeving, verder uitgewerkt. Een definitief besluit over de herinrichting is voorzien voor 2024, daadwerkelijke uitvoering voor 2026. De Czaar Peterstraat is een belangrijke fietsroute in het huidige fietsnetwerk. Door de groei van de stad en ontwikkelingen in de buurt, wordt al een toename van fietsverkeer voorzien. Het is de verwachting dat door de komst van de pontverbinding en de Oostbrug, meer gebruik gemaakt wordt van de fietsroute door de Czaar Peterstraat. Het is een van de logische routes die fietsers zullen nemen om naar een bestemming in het centrum te komen. In 2018 is er al inspraak gevoerd over de aanpak van de straat, als onderdeel van de Binnenring. Deze aanpak heeft een tijd stilgelegen, maar wordt binnenkort weer opgepakt. In de plannen voor een nieuwe inrichting van de straat, is verkeersveiligheid altijd een groot aandachtspunt. Uit de verkeersberekeningen komt naar voren dat het fietsverkeer van/naar de Oostbrug een oriëntatie heeft op zowel de Binnenring/Czaar Peterstraat als ook op delen van Oost (o.a. Indische Buurt). Dit betekent dat we bij het op orde brengen van het fietsnetwerk vanwege toenemende intensiteiten, niet enkel naar de directere omgeving van de Oostbrug kijken maar ook naar de impact op verder weg gelegen onderdelen.

De aansluiting van de Oostbrug op het Azartplein verdient aandacht, temeer omdat hier in de huidige situatie al meerdere verkeersstromen samenkomen. Ook de omgeving Rietlandpark is nu al een drukke plek in de stad en als gevolg van de Oostbrug neemt deze drukte op deze plek toe. Hetzelfde geldt voor de inpassing van de aanlanding in de Johan van Hasseltweg. De bestaande verkeerssituatie en toekomstige plannen worden meegenomen bij de uitwerking van de Oostbrug en onderdeel van gesprek tijdens de participatie. Wat doet de gemeente met deze reacties? Bij de nadere vormgeving en uitwerking wordt rekening gehouden met bestaande situaties en kwaliteiten in relatie tot de toevoerroute van/naar de bruggen en deze worden zo weinig mogelijk verstoord, zoals bij Rietlandpark. Bij de uitwerking van de fietsroutes van/naar de bruggen kijken we verder dan alleen de directe omgeving van de aanlandingsplekken. Het op een verkeersveilige manier aansluiten van de bruggen op de bestaande netwerken voor fiets en openbaar vervoer verdient veel aandacht. Brede fietspaden en extra aandacht voor (al bestaande) verkeersknelpunten in het Oostelijk Havengebied, zijn daarom als aandachtspunten opgenomen in de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021. De inzichten van de klankbordgroep Zeeburgereiland worden hier ook in meegenomen.

2.2.2 Publieke ruimtes en leefbaarheid In het advies “Genereus Verbonden” zijn rondom de Oostbrug ook publieke ruimtes, al dan niet voor recreatie, voorzien. Er zijn zorgen over mogelijk overlast dat dit geeft. Anderzijds is er de wens om van Kompaseiland een publieke locatie te maken, die dan ook ten goede zou moeten komen aan bewoners, zonder dat dit veel overlast geeft. Anderen vragen zich juist af of dit wel verstandig is, in een druk stuk water dat nog drukker wordt wanneer de Oostbrug en evt. extra ligplaatsen worden gerealiseerd. In de Bogortuin wordt veel gerecreëerd, waar de omwonenden veel overlast van ervaren. Kop Java wordt voorgesteld als alternatieve locatie voor (stedelijke) recreatie, aangezien dit eerder bij de Javabrug ook al als parkgebied is gemarkeerd. Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Oost merkt op dat de in het advies genoemde argument voor een dam als spiegelbeeld van de Haparandadam, voor de buurt niet relevant of overtuigend is.

Pagina 15

Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam

In Noord wordt de oproep gedaan de Oostbrug integraal te ontwerpen: in de omgeving, zodat het de wijk niet in tweeën deelt, in de ontwikkelingen die al spelen en in de grotere omgeving i.r.t. de parken. De bedrijfsvoering en grondeigendommen van Albemarle zijn aandachtspunten bij verdere uitwerking. In veel reacties van bewoners uit stadsdeel Oost worden zorgen geuit over de verandering waar het Oostelijk Havengebied voor staat (en al gedeeltelijk doorheen gaat) en de effecten daarvan op de leefbaarheid en (verkeers)veiligheid. Ook het Dagelijks Bestuur van Stadsdeel Oost vraagt hier aandacht voor. Locaties die daarbij specifiek genoemd worden zijn Sporenburg, Rietlandpark, Azartplein, Bogortuin en de Piet Heijnkade. Ook de extra ligplaatsen worden genoemd in de context van leefbaarheid. Beantwoording De ruimte onder de brug en bij de aanlanding moet zo goed en overzichtelijk mogelijk ontworpen worden. Dit wordt in een volgend stadium verder uitgewerkt. In het advies van commissie D'Hooghe is een kleine parkruimte opgenomen aan de zuidzijde van de Oostbrug. Bij het vervolg kan verkend worden of deze ruimte vergroot kan worden en kan dienen als plek voor recreatie voor het Oostelijk Havengebied. Overlast kan helaas niet geheel uitgesloten worden.

Wel kan er bij verdere uitwerking van de Oostbrug met de buurt gekeken worden waar en op welke manier recreatieve ruimte het best ingepast kan worden. Het spiegelen van de Haparandadam is een voorzet in het advies van commissie D’Hooghe en vergt verder onderzoek. De dam is gedeeltelijk nodig voor toegang tot de brug, voor voetgangers. Qua hoofdmaatvoering (breedte ontsluitingsweg en armen) is het wel leidend. De definitieve vorm kan pas bepaald worden als gemeente, Rijkswaterstaat en Centraal Nautisch Beheer met het Inrichtingsplan en de vervolgstudie aan de slag gaan. Het is van belang om tijdens de vervolgstudie te onderzoeken of de aanlanding van de brug en het Kompaspark gecombineerd kunnen worden met het Kompaseiland. Verbeteren van de recreatieve mogelijkheden van de kop van het Javaeiland vallen buiten de scope van het project van de oeververbindingen. Stadsdeel Oost is hier samen met het gemeentelijke team “Vrije Ruimte” mee bezig. De aansluiting van de Oostbrug op het Azartplein verdient aandacht, temeer omdat hier in de huidige situatie al meerdere verkeersstromen samenkomen. Ook de omgeving Rietlandpark is nu al een drukke plek in de stad en als gevolg van de Oostbrug neemt deze drukte op deze plek toe. Hetzelfde geldt voor de inpassing van de aanlanding in de Johan van Hasseltweg.

De bestaande verkeerssituatie, grondeigendommen van de verschillende bedrijven (waaronder Albemarle) en toekomstige plannen worden meegenomen bij de uitwerking van de Oostbrug en onderdeel van gesprek tijdens de participatie. De enorme verandering van leefomgeving in Oost wordt expliciet meegenomen in de samenwerking tussen het gebiedsteam van het stadsdeel en het projectteam en ook in de participatie. Het wordt ook een aandachtspunt in de verdere uitwerking van de projecten, na het raadsbesluit. Wat doet de gemeente met deze reacties? In het vervolgproces wordt, in samenspraak met omwonenden, nautische partijen en andere betrokkenen, gekeken naar invulling van recreatie rondom de aanlanding van de Oostbrug. Dan wordt onderzoek gedaan naar recreatief gebruik van het parkgebied aan de zuidzijde van de Pagina 16

Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam

Oostbrug. Ook een dam als het spiegelbeeld van de Haparandadam is onderdeel van de verdere uitwerking. Het op een verkeersveilige manier aansluiten van de bruggen op de bestaande netwerken voor fiets en openbaar vervoer verdient veel aandacht. Brede fietspaden en extra aandacht voor (al bestaande) verkeersknelpunten in het Oostelijk Havengebied, zijn daarom als aandachtspunten opgenomen in de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021. De inzichten van de klankbordgroep Zeeburgereiland worden hier ook in meegenomen. Ook het goed bereikbaar houden van de zijstraten van de Johan van Hasseltweg en het behouden van de parkeerplaatsen als aandachtspunt worden op deze manier meegenomen. Woonklimaat (en uitzicht) behouden wanneer er extra ligplaatsen komen is onderdeel van het ontwerpproces in een volgend stadium en wordt ook onderdeel van gesprekken met omwonenden en verdere participatie. In het verdere proces wordt ook gekeken naar de diverse bedrijven rond de aanlandingen en in samenspraak met de bedrijven gekeken naar een geschikte inpassing van de brug.

2.2.3 IJ-haven richting Czaar Peterstraat De brugverbinding van Azartplein naar Rietlandpark zien veel bewoners als onnodig en de sloop van winkels die nodig is voor de verbinding blijkt zeer ongewenst. De weerstand hiertegen is groot en verzocht wordt om deze route te herzien. De bestaande Verbindingsdam en de Jan Schaeferbrug worden bestempeld als voldoende. De huidige Verbindingsdam kan als nodig een upgrade krijgen. Er wordt opgemerkt dat de brug over de IJ-haven ook open zou moeten kunnen voor doorgang van de huidige woonboten. De route richting de Czaar Peterstraat door Rietlandpark wordt ook niet logisch gevonden, door de huidige functie die het nu heeft. Op Rietlandpark komen verschillende parkeergarages en andere ingangen uit op de geplande verbinding. Ook steken groepen scholieren meerdere keren per dag het fietspad over tussen de basisschool en de BSO. Dit is moeilijk inpasbaar met drukke verkeersstromen (zie ook 2.2.1 Verkeer en 2.2.2 Publieke ruimtes en leefbaarheid). Bij winkelcentrum Brazilië werkt het stadsdeel aan een herinrichting van het Lloydplein. Er is afstemming nodig over de toekomst hiervan.

Beantwoording De reden voor de doorgaande verbinding over de IJ-haven, door Rietlandpark, is dat de Commissie niet alleen heeft gekeken naar de verbinding met Noord, maar ook hoe deze brug het beste kan aansluiten op de fietsstructuren in de stad en vooral een snelle aansluiting op de fietsbinnenring. De commissie vindt het kruispunt voor de Albert Heijn te zwaar belast, bovendien is het omfietsen. De gemeente begrijpt de zorgen over een extra brugverbinding tussen Azartplein en Rietlandpark. Het voorstel om de Verbindingsdam te gebruiken lijkt, zeker voor de eerste periode, een goed werkend alternatief. Het voorstel is om eerst het bestaande netwerk aan te passen en te gebruiken als verbinding voor de brug. Pas als de verkeersdoorstroming, verkeersveiligheid en leefbaarheid van de buurt dat noodzakelijk maakt, kan in overleg met betrokkenen een studie opgestart worden naar het mogelijk realiseren van de extra verbinding over de IJ-haven, door Rietlandpark. Dit staat verder toegelicht in de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021. De Czaar Peterstraat is een belangrijke fietsroute in het huidige fietsnetwerk. Door de groei van de stad en ontwikkelingen in de buurt, wordt al een toename van fietsverkeer voorzien.

Het is de verwachting dat door de komst van de pontverbinding en de Oostbrug, meer gebruik gemaakt wordt van de fietsroute door de Czaar Peterstraat. Het is een van de logische routes die fietsers zullen nemen om naar een bestemming in het centrum te komen. In 2018 is er al inspraak gevoerd Pagina 17

Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam

over de aanpak van de straat, als onderdeel van de Binnenring. Deze aanpak heeft een tijd stilgelegen. In september 2021 wordt een informatieavond georganiseerd voor de buurt over de herstart, de vaststelling van de Nota van Uitgangspunten later dit jaar en het vervolg. In de plannen voor een nieuwe inrichting van de straat, is verkeersveiligheid altijd een groot aandachtspunt. Wat doet de gemeente met de reacties? Het voorstel om, in ieder geval de eerste periode, de Verbindingsdam te gebruiken in plaats van een extra brug over de IJ-haven aan te leggen, wordt overgenomen en aan de gemeenteraad voorgelegd. Voorgesteld wordt om eerst het bestaande netwerk aan te passen en te gebruiken als verbinding voor de brug. Pas als de verkeersdoorstroming, verkeersveiligheid en leefbaarheid van de buurt dat noodzakelijk maakt, kan dan in overleg met betrokkenen een studie opgestart worden naar het mogelijk realiseren van de extra verbinding over de IJ-haven, door Rietlandpark. Dit staat verder toegelicht in de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021. Bij elke stap in het proces in de verdere uitwerking wordt samengewerkt met en aansluiting gezocht op omliggende projecten.

Pagina 18

Beantwoording reacties advies Commissie D’Hooghe Gemeente Amsterdam

2.3 Westbrug In dit hoofdstuk zijn de reacties beantwoord die specifiek betrekking hadden op de Westbrug. Naast de beantwoording van deze reacties, is per onderwerp aangegeven wat de gemeente met de reacties heeft gedaan. Elk onderwerp begint met een korte samenvatting van de meest voorkomende reacties in het betreffende onderwerp. Een deel van de reacties over de Westbrug zijn ook gegeven over de Oostbrug. Deze zijn daarom in Deze zijn daarom in hoofdstuk 2.1 opgenomen, onder ‘Algemeen’.

2.3.1 Verkeer Een deel van de reacties over de Westbrug zijn ook gegeven over de Oostbrug. Deze zijn daarom beantwoord in 2.1 Algemeen (paragraaf 2.1.1 Verkeer). De volgende reacties gaan specifiek over de verkeerssituatie rondom de Westbrug. Uit de reacties blijkt dat er veel kansen worden gezien om de verkeerssituatie en bereikbaarheid in stadsdeel Noord en tussen Noord en (Nieuw) West te verbeteren, mede door het sluiten van de fietsring. Ook worden er kansen gezien om het openbaar vervoer over de brug in heel Noord door te trekken en de (fiets)verbinding naar Zaanstad te verbeteren. Bewoners uit West maken zich zorgen over de verkeersveiligheid met komst van de Westbrug. Er wordt bijvoorbeeld voorgesteld om aparte verkeersstromen te realiseren in de Houthavens voor brugen woon/wijkverkeer. Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel West ziet kansen om met de Westbrug Haven-Stad beter te ontsluiten. Daarnaast zorgt de brug waarschijnlijk voor minder druk op de fietspaden van het Westerpark. De kansen voor openbaar vervoer op de brug worden ook in relatie gebracht met het sluiten van de metroring.

Het Dagelijks Bestuur benoemt als aandachtspunten de verkeerssituatie in de Houthaven met komst van de brug, het effect op de Spaarndammerbuurt en Spaarndammerstraat in het bijzonder, en het aanpassen en voltooien van het plusnetwerk Fiets (en aantakking daarop) op basis van de komst van de Westbrug. Stadsdeel Centrum uit zorgen over de effecten van alle verkeersstromen die bij elkaar komen op het Haarlemmerplein. Beantwoording Verkeersveiligheid van alle verkeerdeelnemers is een randvoorwaarde voor de gemeente. Beide bruggen vormen straks een belangrijke schakel in de fietsnetwerken op beide oevers. Onderdelen hiervan zijn de routes naar de binnenring en die naar Zaanstad. Daarnaast bieden beide bruggen kansen voor het openbaar vervoer. Zo kunnen openbaarvervoerlijnen vanaf de zuidoever worden aangesloten op (toekomstig) openbaar vervoer over de Johan van Hasseltweg, de Klaprozenweg en de Cornelis Douwesweg in stadsdeel Noord. Dit bevordert de uitwisseling tussen beide zijden van het IJ en verkort de reistijd tussen verschillende bestemmingen. Waar mogelijk en nodig wordt nabij de aanlandingsplekken van de bruggen het lokale verkeer en het doorgaande verkeer over de bruggen gescheiden. Aandachtspunt hierbij is dat ook bewoners en bezoekers van buurten rondom deze aanlandingsplekken straks gemakkelijk (en zonder omweg) gebruik kunnen maken van de bruggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10585699/1