Bijlage 4 Bijlagenboek stedenbouwkundige visie EGW.pdf
Tekst van het document
BIJLAGEN STEDENBOUWKUNDIGE VISIE ENTREE GULDEN WINCKEL
datum 27 oktober 2020
INHOUDSOPGAVE
In dit document zijn de onderzoeken & adviezen opgenomen die onderdeel zijn van de Stedenbouwkundige Visie voor het Entreegebied Gulden Winckel.
1. ADVIES WONEN (Gemeente Amsterdam, Wonen; 14 oktober 2019)
2. ADVIES ARCHEOLOGIE (Gemeente Amsterdam, Monumenten en Archeologie; 23 juli 2019)
3. ADVIES EXPLOSIEVEN (Ingenieursburesu Amsterdam; 8 augustus 2019)
4. QUICKSCAN FLORA EN FAUNA (Adviesbureau Ecologisch; 13 februari 2020)
5. QUICKSCAN WATERASPECTEN (Ingenieuwsbureau Amsterdam; 7 november 2019)
6. ADVIES PARKEREN (Gemeente Amsterdam, Verkeer en Openbare Ruimte; 4 mei 2020)
7. EXTERNE VEILIGHEID (Adviesgroep AVIV, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied; 6 september 2019)
8. VERKEERSONDERZOEK (uit principenota; 6 juli 2018)
9. ONDERZOEK GELUID EN LUCHTKWALITEIT (uit principenota, M+P; 9 mei 2018)
10. VOLUMESTUDIE AANVULLENDE INFORMATIE (FSI) (Gemeente Amsterdam, Ruimte en Duurzaamheid; 12 augustus 2020)
11. BEZONNINGSSTUDIE (Gemeente Amsterdam en MUST stedenbouw; 11 augustus 2020)
BIJLAGE
1. ADVIES WONEN
Locatie Entreegebied Gulden Winckel Advies Wonen Michiel Mulder Paul Heidecker
24-10-2019 Bijlage 1. advies wonen
Inhoud Op verzoek van de projectorganisatie Gulden Winckel geven wij in bijgaand advies antwoord op de volgende drie gestelde vragen: Waar zit vanuit de woonopgave de grootste behoefte? Deze vraag beantwoorden wij door te kijken naar: Buurt Gebied Stedelijk perspectief Entreegebied Gulden Winckel Bijlage 1. advies wonen
24-10-2019 | 2
Er kan +/- 30.000 m2 bvo* voor wonen toegevoegd worden op de positie van drie woningcorporaties *Stand van zaken oktober 2019
Entreegebied Gulden Winckel Bijlage 1. advies wonen
24-10-2019 | 3
Buurtissues Bewoners ervaren het autoverkeer door de naastgelegen moskee en supermarkt tijdens bezoektijden als een belasting. De supermarkt wil graag nog iets uitbreiden. De nieuwbouwlocatie naast het Elseviergebouw bevindt zich op het huidige parkeerterrein. Dit versterkt de druk op het gebied. Daarnaast is de bereikbaarheid van de locatie verminderd door het opheffen van de nabijgelegen o.v.-halte. Zwerfafval is nog een issue. De capaciteit van afvalinzameling is op dit moment al te klein.
Entreegebied Gulden Winckel Bijlage 1. advies wonen
24-10-2019 | 4
Maps.amsterdam.nl
Entreegebied Gulden Winckel Bijlage 1. advies wonen
24-10-2019 | 5
Buurt voorzieningen In Gulden Winckel is een buurtkamer; vooral ouderen maken hier gebruik van (zie bijlage voor legenda)
Entreegebied Gulden Winckel Bijlage 1. advies wonen
24-10-2019 | 6 Uitvoeringsagenda stadsdeel
Gezondheids centra
Er zijn twee gezondheidscentra in de directe omgeving. Entreegebied Gulden Winckel Bijlage 1. advies wonen
24-10-2019 | 7 Uitvoeringsagenda stadsdeel
Gebied Bos en Lommer
Entreegebied Gulden Winckel Bijlage 1. advies wonen
24-10-2019 | 8
Entreegebied Gulden Winckel Bijlage 1. advies wonen
24-10-2019 | 9
Stedelijk perspectief De locatie kent hoge marktdruk In het dure segment concentreert zich de vraag op woningen met 4 a 5 kamers voor een prijs van 3-6 ton euro Dit segment is lastig te realiseren in nieuwbouw in dit gebied Via de bestaande voorraad gaat steeds een overaanbod in de vrije huursector ontstaan. Entreegebied Gulden Winckel Bijlage 1. advies wonen
24-10-2019 | 10
Wenken voor de nadere uitwerking Voor de nadere uitwerking van de plannen geven wij de volgende wenken mee aangaande een aantal aspecten voor de leefomgeving: Voorkom dat er grootschaligheid en anonimiteit van de openbare ruimte ontstaat die een aantrekkende werking heeft op overlastgevers uit de omgeving. Let op geluidbelasting voor toekomstige bewoners. Probeer te voorkomen dat de optelsom van plannen leidt tot een onaangenaam windklimaat. Let op de risico’s van een te hoge stikstof- en fijnstofbelasting, ondanks dat elk plan apart als niet-in-betekende-mate-bijdragend 24-10-2019 | 11 wordt gekwalificeerd.
Bijlage 1. advies wonen
Entreegebied Gulden Winckel Bijlage 1. advies wonen
24-10-2019 | 12
Entreegebied Gulden Winckel Bijlage 1. advies wonen
24-10-2019 | 13
Woningbouwprogramma Gulden Winckel m2 gemm
Kamers
Gbo Sociaal*
Scenario
Advies
40/40/20
60/40/0
40%
60%
Alleenwonend, kort
25
1
3%
5%
Alleenwonend, regulier
45
2
14%
20%
Ouderen
60
3
6%
10%
Gezin klein
75
3
10%
15%
Gezin groot
95
4+
7%
10%
40%
40%
Midden Alleenwonend, stel z.k. (huur)
50
2
30%
30%
Gezin, empty nester (huur)
80
3
10%
10%
Koop
60
Nvt
0%
0%
20%
0%
Duur Koop
70
3
8%
0%
Koop
90
4
8%
0%
Koop
120
5+
4%
0%
* Wij adviseren 4% van het totale sociale woningbouwprogramma als rolstoelwoning te realiseren om te voorzien in de behoefte Entreegebied Gulden Winckel Bijlage 1. advies wonen
24-10-2019 | 14
Verdichting in combinatie met doelgroep gezinnen Bouwen voor gezinnen kan heel goed samengaan met verdichting. Bijvoorbeeld zoals in het voorbeeld op de volgende sheet: maisonettes op de begane grond en daarboven appartementen; ook dubbele maisonettes zijn mogelijk. Mits met een voldoende groot balkon uitgevoerd en niet te hoog in het gebouw gesitueerd kan ook op hogere verdiepingen goed gebouwd worden voor gezinnen.
Entreegebied Gulden Winckel Bijlage 1. advies wonen
24-10-2019 | 15
Maisonettes en appartementen
Entreegebied Gulden Winckel Bijlage 1. advies wonen
24-10-2019 | 16
Verdichting in combinatie met doelgroep ouderen Een belangrijke behoefte voor de doelgroep ouderen bestaat uit zelfstandige, maar geclusterde woningen met beperkt gebruik van voorzieningen. Deze woningen hoeven evenwel niet op de begane grond, uit oogpunt van sociale veiligheid willen veel ouderen juist ook in hogere verdiepingen.
Entreegebied Gulden Winckel Bijlage 1. advies wonen
24-10-2019 | 17
Bijlage: totaal projecten Bos en Lommer, inclusief lopende projecten. In aantal Sociaal Midden Duur
Lopende projecten* 242 410 411 1063
Gulden Winckel** 240 160 0 400
Totaal Bos en Lommer 482 570 411 1463
Lopende projecten 23% 39% 39%
Gulden Winckel 60% 40% 0%
Totaal Bos en Lommer 33% 39% 28%
In percentage Sociaal Midden Duur
* Exclusief een project in de Kolenkitbuurt waar vanwege de vorming van een wooncoöperatie waarschijnlijk een afwijkend programma wordt gebouwd ** Uitgegaan is van 400 woningen totaal; dit aantal moet nog worden vastgesteld. 24-10-2019 | 18 Bijlage 1. advies wonen
Entreegebied Gulden Winckel Bijlage 1. advies wonen
24-10-2019 | 19
Legenda voorzieningen
Entreegebied Gulden Winckel Bijlage 1. advies wonen
24-10-2019 | 20
BIJLAGE
2. ADVIES ARCHEOLOGIE
Bezoekadres Herengracht 482 1017 CB Amsterdam Postbus 10718 1001 ES Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl/erfgoed
Retouradres: Postbus 10718, 1001 ES Amsterdam
Ingenieursbureau De heer R. de Fouw Postbus 12693 1100 AR Amsterdam
Datum Ons kenmerk
23 juli 2019 19-111
Uw kenmerk Behandeld door B. Vissers, Monumenten en Archeologie, b.vissers@amsterdam.nl Bijlage Onderwerp
Entree Gulden Winkel
Geachte heer De Fouw, Hierbij ontvangt u een vrijstelling van archeologisch onderzoek ten behoeve van de planlocatie Entree Gulden Winkel, stadsdeel West. Op basis van het bureauonderzoek voor plangebied Bosleeuw (BO 12-064, Monumenten en Archeologie 2012) geldt voor de planlocatie een lage verwachting en daarmee een vrijstelling van archeologisch onderzoek bij alle bodemingrepen. Er hoeft daarom geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Wel is conform de Erfgoedwet een meldingsplicht van kracht. Indien tijdens de uitvoering van werkzaamheden vondsten worden gedaan, waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat deze van archeologische waarde zijn, wordt dit aan Monumenten en Archeologie gemeld zodat in overleg met de opdrachtgever maatregelen getroffen worden tot documentatie en berging van de vondsten. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet,
Jerzy Gawronski Hoofd afdeling Archeologie Monumenten en Archeologie
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl.
Bijlage 3. advies archeologie
BIJLAGE
3. ADVIES EXPOSIEVEN
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 1 van 31 Bezoekadres Weesperstraat 430 1018 DN Amsterdam Postbus 12693 1100x AR Amsterdam Telefoon 251 1111 ingenieursbureau.amsterdam.nl
Notitie Aan Van
Ron de Fouw Alfred Bakker
Kopie aan
Bijlage(n)
8 augustus 2019 28403 --
Onderwerp
Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
Datum Ons kenmerk
Opsteller
Goedgekeurd en vrijgegeven
A.Bakker
Paraaf
Datum 08-08-2019
Inleiding In het kader van de ontwikkeling van de Entree Gulden Winkel wordt onder andere een gestuurde boring gepland. Volgens de CE bodembelastingkaart van de gemeente Amsterdam is een deel van de locatie verdacht van de mogelijke aanwezigheid van luchtafweergranaten uit de Tweede Wereldoorlog. Er is inzicht gewenst in de eventuele risico’s ten gevolge om de mogelijke aanwezigheid van explosieven. In deze notitie worden de ophogingshistorie van het gebied, gebeurtenissen uit de periode 1940-1945 en naoorlogse werkzaamheden nagegaan. Eventuele risico’s ten gevolge van aanwezige explosieven worden benoemd, specifiek voor de gestuurde boring en ontgravingswerkzaamheden. Huidige situatie en onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied ligt tussen de Admiraal de Ruijterweg en de A10.
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 2 van 31
Figuur 1: Situatie in 2019
Bron: Atlas Amsterdam
Meer specifiek ligt het onderzoeksgebied tussen de afrit van de A10 naar de Haarlemmerweg en de Krelis Louwenstraat (figuur 2). Aan de zuidzijde ligt de Wiltzanghlaan. Op het adres Krelis Louwenstraat 1-3 bevindt zich een voormalig ROC schoolgebouw (1.500 m2) “met karakteristieke jaren ’50 architectuur” (amsterdam.nl), dat voorheen als technische school diende (amsterdamsecompagnie.nl). Architect Dudok ontwierp in 1964 het Elseviergebouw (Krelis Louwenstraat 5, westzijde Sara Burgerharstraat 19-21). Het gebouw heet nu “Dutchies Hostel”. In het pand Sara Burgerharstraat 80-82 is een Lidl-supermarkt gevestigd. Voorheen was het een Gamma bouwmarkt en daarvoor het ANP-gebouw (Beeldbank).
Toekomstige situatie In verband met de herontwikkeling van een gebouw ter plaatse van een huidige gestuurde boring is het voornemen om een nieuwe gestuurde boring uit te voeren. De boringen zijn weergegeven met respectievelijk een ononderbroken en een onderbroken lijn in onderstaande figuur.
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 3 van 31
Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
Figuur 2: Perceelnummers en toekomstige situatie
SB 80-82
SB 19-21
KL 5A-M
Dubbele GLO school in 1952
KL 1
Bron: Ruimte en Duurzaamheid. Team Zuid en West
Bronnen Voor de (civieltechnische) geschiedenis van de onderzoekslocatie is in het Stadsarchief Amsterdam het Centraal Tekeningenarchief de aangewezen bron. Het CTA bevat onderstaande ‘folders’: Tabel 1: Aantallen treffers Beeldbank Sara Burgerhartstraat Coentunneltra cé Einsteinweg Krelis Louwenstraat Multatulliweg Sloterdijkermeerweg
47
CTA 31 4 40
Delpher
6 21 6
Noot: Multatuliweg in CTA betreft meestal Sportpark Multatuliweg
De militaire geschiedenis kan getraceerd worden in het SAA (rapporten van de Luchtbeschermingsdienst en politiebureaus), aangevuld met het Nationaal Archief, het Nederlands Instituut voor Militaire Historie en het NIOD-instituut.
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
Tabel 2: CTA nummer 27062 27157
1
28760 29416 35150 45997
jaar
omschrijving
1941-1942 1943 rev.
Het ophogen van gronden in 't plan 'Bos en Lommer' tussen de Haarlemmerweg, de Sloterdijkermeerweg en de Ringspoorbaan alsmede achter perceel Admiraal de Ruijterweg, tussen de Willem Leevendstraat en de Wiltzanghlaan met duikers... Aanleggen Van Wegen. Gelegen tussen Wiltzanghlaan, Bos en Lommerweg en Multatuliweg Het leggen van riolering in de Sara Burgerhartstraat en Krelis Louwenstraat ten behoeve van dubbele G.L.O. school
1950 1952
R
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 4 van 31
1957 1966
Groenvoorziening van Coentunneltracee tussen Haarlemmerweg en Bos en Lommerweg
Bron: Stadsarchief Amsterdam; inventaris 10057
Historie tot 1940 De locatie lag tot de jaren 1930 in de Sloter-Binnen en Middelveldsche gecombineerde Polder, waar een oppervlaktewaterpeil van NAP -2 ,10 m [in 1921-1929 en 1943] werd gehandhaafd. Ten westen van de locatie lag de Sloterdijkermeerweg. Figuur 3: Situatie in 1900
Bron: www.topotijdreis
In het begin van de twintigste eeuw is een baan aangelegd voor de Electrische spoorweg Amsterdam-Haarlem volgens het tracé van de latere Admiraal de Ruijterweg. Een aftakking van de Sloterdijkermeerweg doorkruiste de locatie en sloot aan op de Prinses Julianastraat, een zijstraat van de Admiraal de Ruijterweg.
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 5 van 31
Figuur 4: Situatie in 1921
Prinses Julianastraat
Bron: Blad G1; gedrukt juni 1921, herdrukt april 1928, febr. 1929
De Prinses Julianastraat is later herdoopt tot Willem Leevendstraat Het gebied ten oosten van de Sloterdijkermeerweg is opgehoogd in de jaren 1930, 1931 en 1933 (waaronder een deel van de locatie). De dikte van de ophooglaag zand is onbekend.
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 6 van 31
Figuur 5: Ophogingen in de jaren dertig en voormalige Sloterdijkermeerweg
Bron: DPW – DOW 1990; ophoging kaart G Terr
Van het gebied ten noordoosten van de Admiraal de Ruyterweg, dat opgehoogd is in 1933 volgens bestek no. 16, zijn de prestedelijke maaiveldhoogten en de toekomstige maaiveldhoogte bekend. Beide niveaus geven een indicatie van de dikte van de zandlaag die aangebracht is. Het oorspronkelijke maaiveld lag onder andere op een niveau van NAP -0,96 m. Er is opgehoogd met zand tot NAP +0,70 m. De zetting van het veen zal tot een uiteindelijke laag zand van circa drie meter hebben geleid.
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
Figuur 6a: Ophoging in 1933
Bron: SAA 5180 / 11454 (bestekken 12-32)
De doorsneden 1, 2 en 3 zijn in onderstaande figuur 6b weergegeven. Figuur 6b: Doorsneden
Bron: SAA 5180 / 11454 (bestekken 12-32)
Bijlage 4. advies explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 7 van 31
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 8 van 31
Volgens het in 1935 vastgestelde Algemeen Uitbreidingsplan zou het Bos en Lommerplan, het gebied tussen de Admiraal de Ruijterweg en de Ringspoordijk, bebouwd worden in een stramien dat gespiegeld was rondom een centrale noordzuid-as, de Multatuliweg. Op onderstaande figuur 5 zijn die as, de prestedelijke Sloterdijkermeerweg en de (tijdelijke) Hoofdweg weergegeven. Figuur 7: Kaart uit 1938
Bron: Schoenmaker & De Pater 2005
In 1939 stelden B. en W. de volgende nieuwe straatnamen voor (Algemeen handelsblad 4-4-1939): -Sara Burgerhartstraat (Roman van Wolff en Deken, 1782); -Willem Leevendstraat (Roman van Wolff en Deken, 1785); -Krelis Louwenstraat (Klucht van Langendijk, 1715); [ ]” Tweede Wereldoorlog De Courant Het Nieuws van den Dag meldde op 29 oktober 1941 dat de zandophoging afgedekt was met veen om verstuiving tegen te gaan. In 1942 is in de “Ophooging “Bosch en Lommer” een riool aangelegd tussen de Willem Leevendstraat en de oostelijke bermsloot langs de Hoofdweg.
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 9 van 31
Figuur 8a: Aanleg riool in 1942
Bron: CTA 27062 Figuur 8b: Aanleg riool in 1942; lengteprofiel
Bron: CTA 27062
De terreinen die opgehoogd zijn in de jaren dertig, zijn weergegeven op een aggregatie van twee kaarten. Op de onderste kaart is de te vervallen Hoofdweg nog ingetekend, samen met de geplande Jaromie-, Willem Leevend- en Krelis Louwenstraat.
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 10 van 31
Figuur 9: Situatie in 1943
Bron: City Data DPW 1943
In maart 1944 is een tekening gereviseerd van het ophogen van gronden voor het plan “Bos en Lommer”. Ten westen van de Willem Leevendstraat waren de streefhoogtes NAP +0.70 en +0.80 m. Figuur 10: Revisietekening ophoging in 1944
Bron: CTA 27157-1
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 11 van 31
“Spoormateriaal, afkomend van de voor een groot deel, gereedgekomen werken van bestek 21. ’39, aangevoerd en begonnen met het leggen van een zijtak vanaf de hoofdroute voor zandaanvoer op de Bosch en Lommerweg, nabij de Egidiusstraat in noordelijk richting, voor ophooging van het terrein nabij de Willem Leevendstraat”(dagboek mei 1941, CTAA00042002201).[ ] “N.V. Amst. Ball. Mij” (idem –2202). 11 Dec. 1941 “Hiermee zijn de werken gereed.” Verzetskaarten
Het verzet heeft op een Cito-kaart van Amsterdam diverse objecten ingetekend. Nabij de onderzoekslocatie gaat het om een onderkomen voor Duitse militairen: School aan de Willem Leevendstraat (batterij staf) (nr. 7) Figuur 11: school aan de Willem Leevendstraat
school
Bron: Stadsarchief Amsterdam
De batterijstaf in de school voerde het bevel over luchtafweergeschut, waarvan de stellingen verlaten werden na Dolle Dinsdag. Het Nationaal Archief beheert een serie kaarten 1:2.500 van Amsterdam, waarop de Ordedienst zijn observaties heeft vastgelegd.
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 12 van 31
Figuur 12: Kaart met markeringen van de Ordedienst
Bron: NA 2.13.137 OD NBS
Bij de school aan de Willem Leevenstraat zijn prikkeldraadversperringen en een loopgraaf ingetekend. Op blad D4 ten zuiden van blad C4 heeft de OD geen observaties bij de onderzoekslocatie gemarkeerd. Kennelijk was het gebied aan weerszijden van de Hoofdweg Spergebied. Figuur 13: Verdedigingswerken in en om Amsterdam
Bron: Collectie 575; verdedigingswerken A’dam noordwest; 241 Vlag IV 26-10-44
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 13 van 31
In het NIMH bevat de collectie 575 (E 76/44) een detail van de verdedigingswerken ter plaatse van de onderzoekslocatie. Vermeld zijn mitrailleurnesten, AP, K en VS. De afkortingen betekenen autoparkeerplaats (gecamoufleerd), kabelbunker en verlaten stellingen. De gebruikte symbolen bij de verlaten stellingen ten noorden van Sloterdijk hebben betrekking op opstellingen voor luchtdoelgeschut (anders dan luchtdoelmitrailleurs, dus 37, 88 of 105 mm). Op de kaart zijn verder nog vermeld: A (aarden bunker), BA (versperring met stalen asperges) en luchtdoelmitrailleur op de kop van de Ringspoorbaan.
NIOD-instituut
In een portefeuille met diverse kaarten van de verzetsgroep Albrecht is een kaart van Amsterdam aangetroffen. Op de kaart zijn diverse objecten met nummers vermeld. Helaas ontbreekt een legenda. [in combinatie met de andere verzetskaart uit het SAA: 69 = school (batterijstaf)) Figuur 16: Kaart van Amsterdam 1:25.000 met aantekeningen Groep Albrecht
school
Bron: NIOD-instituut Groep Albrecht 190a / 125
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 14 van 31
Vermeld is een ‘oefenplaats’. Voorts worden autoparkeerplaatsen en de barak voor 30 a 40 man genoemd, die ook op andere verzetskaarten voorkomen. Het politiebureau Admiraal de Ruijterweg rapporteerde op 9 september 1944 over de vondst van 20 mm patronen, een gebruikelijk kaliber voor een type luchtafweermitrailleur, de zogenaamde Vierling. De waren gevonden bij de verlaten stelling. Tabel 4: Mutaties in rapport politiebureau Admiraal de Ruijterweg datum tijd mutaite 9 sept Scholier FRITS HENDRIKS wonende JOHN FRANKLINSTRAAT 82 hs vindt 20 patronen van 2,0 1944 cm afweerkanon op zandterrein bij Hoofdweg 11 sept 14:30 Politieagenten rapporteren “dat op het zandterrein tusschen Hoofdweg en Ringspoor bij Bosch en Lommerweg, in een verlaten stelling van de Duitsche Weermacht, een 20 tal kisten met munitie zijn achtergelaten. Officier van dienst H.B. in kennis gesteld, die Feldgendarmerie in kennis heeft gesteld. Post geplaatst. Te 19.30 uur door de Feldgendarmerie afgehaald.” Bron: Stadsarchief Amsterdam; 5225/5879
Agenten troffen er twee dagen later zelfs kisten met munitie aan, waarna de locatie bewaakt werd. Op luchtfoto’s zijn in de zandvlakte aan weerszijden van de Hoofdweg witte stipjes zichtbaar. Er zijn granaten ontploft. Figuur 17a: Luchtfoto 7 april 1945
Bron: #4036 4/2184 7APR45
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 15 van 31
Figuur 17b: Luchtfoto 7 april 1945
Bron: #4037 4/2184 7APR45
Ook zijn er structuren zichtbaar, die wijzen op stellingen van luchtdoelmitrailleurs (zie interpretatie). Het Stadsarchief Amsterdam heeft zeven Rapportenboeken van de Luchtbescherminsdienst gearchiveerd. Op 10 oktober 1040 kwam bij de Commandopost van de LBD een melding binnen van de uitkijkpost Markthallen van “voortdurend proefschieten met licht infanteriegeschut achter de Hoofdweg “ Tabel 5: Mutatie in Rapportenboek Dinsdag 10 October 1944 55
14
M.H. meldt: voortdurend proefschieten met li. Inf. Geschut achter Hoofdweg
Bron: Stadsarchief Amsterdam; inventaris 5227
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 16 van 31
Na 1945 B. en W. stelden in 1948 voor om het gedeelte van de Hoofdweg tussen Bos en Lommerpleoin en Haarlemmerweg Multatuliweg te noemen (Het Parool 22-05-1948) De verslaggever van het AH (11-5=1950) signaleerde dat rondom de Multatuliweg steeds nieuwe straten en huizenblokken ontstonden. De contouren van de vooroorlogse ophoging zijn zichtbaar op een kaart 1:25.000 uit 1950. Figuur 18: Situatie in 1950 met voormalige Sloterdijkermeerweg
Bron: www.topotijdreis
Op 8 januari “is aan de Saraburgerhartstraat de eerste paal geslagen voor een schoolgebouw, de eerste permanente school, die na de oorlog in Amsterdam gebouwd wordt.”(De Waarheid 8-1-1952). Koningin Juliana en prins Bernhard bezochten op 10 september 1953 (AH 9-10-1953) de Prinses Beatrixschool, Krelis Louwenstraat 2. (Beeldbank, afbeeldingsgestand OSIM00007004818)
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 17 van 31
In 1954 is de U.T.S. Hendrick de Keyserschool gebouwd op het adres Krelis Louwenstraat 1 (zoeken.hetnieuweinstituut.nl). De Uitgebreide Technische School betrok het door Arno Nicolaï ontworpen gebouw in 1960 (bonas.nl en amsterdam.nl/jonge monumenten). Figuur 19a: Multatuliweg (1954, UTS in aanbouw ?)
Bron: Stadsarchief Amsterdam. Beeldbank, afbeeldingsbestand 1009A000424
Uit de foto kan opgemaakt worden dat de Multatuliweg voorzien was van een klinkerverharding. Het fietspad bestond uit betontegels. Figuur 19b: Multatuliweg; detail verharding
Bron: Stadsarchief Amsterdam. Beeldbank, afbeeldingsbestand 1009A000424
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 18 van 31
Het Grondbedrijf verkocht in de periode 1954-1961 een terrein tussen de Multatuliweg (Einsteinweg) en de Krelis Louwenstraat aan de NV H. Berghaus (SAA 5370/ VB D1874). De inventaris 5370 bevat ook stukken over de “MTS gelegen aan de Multatuliweg, heden onderdeel van de Ringweg A10 1954-1959” Figuur 20: Riolering in 1957
Bron: CTA 35150
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 19 van 31
Figuur 21: Situatie in 1958 met Multatuliweg
Bron: Kaart van Amsterdam 1:1.000, blad F1
“Binnenkort zal een begin worden gemaakt met [ ] de technische school Hendrick de Keyser in de Krelis Louwenstraat” (Het Parool 19-11-1959). Figuur 22: Situatie in 1961
Bron: www.topotijdreis
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 20 van 31
Het Parool berichtte in september 1962 dat Rijkswaterstaat binnenkort een begin ging maken met de bouw van het viaduct over de Haarlemmertrekvaart en –weg. De Multatuliweg werd op 22 april 1963 afgesloten (Het Parool 4-4-1963). “Een grondverzetbedrijf is vandaag nabij de Multatuliweg aan het werk gegaan. Daar waar afsluitbomen de weg hebben versperd, is nu al te zien, hoe de tunneltraverse zal lopen: alles [ ] is weggebroken. Een stuk braak land ligt gereed om opgehoogd en geplaveid te worden.” (De Telegraaf 23-04-1963). Frits Weeda maakte in november 1963 een foto van de Multatuliweg tijdens het opbreken om plaats te maken voor de Einsteinweg. Er lagen toen nog plaatselijk betontegels van het fiets- en voetpad. Figuur 23: Opbreken van Multatuliweg november 1963
Bron: Beeldbank, afbeeldingsbestand 010116000778 Noot: Gefotografeerd tussen Wiltzanghlaan en Leeuwendalersweg, gezien naar het zuiden
In 1963 was het gedaan met het spelen voor de stadsjeugd van Bos en Lommer in de groene bermen tussen en langs de rijbanen van de Multatuliweg. De weg moest wijken voor de aanleg van het Coentunneltracé of Einsteinweg. Vanuit het noorden werd tot aan het Bos en Lommerplein eerst de bestrating van de Multatuliweg
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 21 van 31
opgebroken, daarna werd het terrein opgehoogd tot het dijkniveau, waarop vervolgens de Einsteinweg werd gelegd.” (Het Parool, 9-9-2009 “Stadsgezichten: Max Havelaarflats” Staatssecretaris Grosheide opende 0p 7 februari de uitgebreid technische school van de Vereniging Hendrick de Keyserschool aan de Krelis Louwenstraat 1 (Het Parool 8-2-1964). Figuur 24: UTS aan de Krelis Louwenstraat in 1964
Bron: Algemeen Handelsblad 7-2-1964 Figuur 25: Aanleg Einsteinweg en viaduct, foto 1 september 1964
Bron: Beeldbank, afbeeldingsbestand A04139000300
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 22 van 31
Figuur 26: Maquette en onderzoeksgebied
Bron: Algemeen Handelsblad 13-07-1964
In september 1964 startte de bouw van kantoorflat West, naar een ontwerp van W.M. Dudok en R. M. H. Magne te Hilversum (Het Parool 23-09-1964). De Amsterdamsche Ballast Maatschappij N.V. vroeg in 1965 betontimmerlieden voor de bouw van het Westkantoor. Sollicitanten konden zich aanmelden “in de keet op het werk, Sara Burgerhartstraat, hoek Krelis Louwenstraat” (De Telegraaf 2-7-1965). Figuur 27: Viaduct in aanbouw in 1965
Bron: Foto Frits Weeda in Algemeen Handelsblad 13-01-1965
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 23 van 31
“Op de voorgrond het betonnen dek, dat de Haarlemmerweg en de Haarlemmervaart overbrugt. Links de gebouwen van de Wereldbibliotheek en drukkerij Lindenbaum. Het hoge gebouw achter de bomengroep is de pas gebouwde UTS Hendrik de Keijser. Op de ruimte tussen bomengroep en UTS wordt thans een veertig meter hoog kantoorgebouw (het Westerkantoor) opgetrokken.” (AH 13-01-1965) Figuur 28: Atoomvrije schuilkelders
Bron: Algemeen Handelsblad 31-07-1965
In aanbouw zijn de volgende kelders. Zij zijn voor een belangrijk deel reeds bijna voltooid 25. UTS a.d. Multatuliweg (140). [ ] 30. Brandweerkazerne Jan v. Schaffelaarplantsoen (95). 32. Coentunneltracé Leeuwendalersweg (800). Het eerste deel van de Einsteinweg, tussen de Coentunnel en het Bos en Lommerplein, is in juni 1966 bij de opening van de tunnel opengesteld voor het verkeer De afdeling beplanting van DPW maakte in 1966 een tekening voor de groenvoorziening van het Coentunneltracé. Op de tekening staan de tracé’s van een riool- en een gasleiding.
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 24 van 31
Figuur 29: Beplanting Coentunneltracé in 1966
Bron: CTA 45997R Noot: riool (blauw) en gas (oranje)
Een fotograaf van het ANP maakte op 23 juli 1967 een foto van het “pand in de Willem Leevendstraat te Amsterdam waar ANP-foto met ingang van maart 1968 gevestigd zal zijn.” Figuur 30: Foto 24 juli 1967
Bron: www.geheugenvannederland.nl/um-gvn-ANP01-13380740
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 25 van 31
Figuur 31: Situatie in 1969
Bron: Kaart van Amsterdam 1:1.000, blad F1
In 1974 werden kabels en leidingen vernieuwd, gevolgd door het verstraten van de rijweg en de voetpaden van de Sara Burgerhartstraat en de Willem Leevendstraat (De Waarheid 16-09-1974).
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 26 van 31
Figuur 32: Situatie 1977-1978
Bron: Kaart van Amsterdam 1:1.000, blad F1
Gamma Bouwmarkt vroeg in 1979 een magazijnbediende voor de vestiging Sara Burgerhartstraat 80-82 (Het Parool 3-10-1979). “In diezelfde hoek van Bos en Lommer ligt aan de Krelis Louwenstraat de “openbare [ ]school Multatulli” (De Volkskrant 22-11-1986) Stadsdeel Bos en Lommer bereidde in 1992 een bestemmingsplan voor. Het plangebied werd ongeveer begrensd door de Krelis Louwenstraat, de Wiltzanghlaan en de Sara Burgerhartstraat. (Het Parool 8-4-1992). In de 21ste eeuw ………
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 27 van 31
Interpretatie herkomst explosieven In september 1944 werd gerapporteerd (politiebureau Admiraal de Ruijterweg) over de vondst van patronen met een kaliber van 20 mm en van munitiekisten bij een verlaten luchtafweerstelling. Tabel 6: Kalibers van Duits luchtafweergeschut
Bronnen: Griel (2008) en Müller (1988) in: Bakker (2015)
Patronen van 20 mm wijzen op de zogenaamde Vierling. Dergelijk luchtafweergeschut bestond uit een combinatie van vier mitrailleurs. Figuur 33: Vierling met acht man personeel
Bron: Griehl, M. (2003)
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 28 van 31
De brancheorganisatie van explosievenopsporingsbedrijven heeft een norm opgesteld voor het afbakenen van verdachte gebieden. In onderstaande tabel zijn voor het onderzoeksgebied de uitgangspunten in het Werkveldspecifieke Certificatieschema Opsporen Conventionele Explosieven weergegeven. Tabel 7: Militaire objecten en afbakening Indicatie Algemene omschrijving Geschutsopstelling Locatie van geschut, niet zijnde (statisch en mobiel) onderdeel van een verdedigingswerk Munitieopslag in Locatie van munitievoorraad in het open veld open veld, niet zijnde binnen een verdedigingswerk Loopgraaf Militaire loopgraaf
Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebeid 25 meter rondom het hart van de geschutsopstelling, maar niet verder dan een eventueel aangrenzende watergang Locatie van de veldopslaglocatie
Het gebied binnen de contouren van de loopgraaf is verdacht, bij boorkeur bepaald aan de hand van geogerefereerde luchtfoto’s
Bron: Staatscourant 2012 nr. 4230, 16 maart 2012, p. 140
In het WSCS OCE zijn geen uitgangspunten voor de verticale afbakening opgenomen. Bekend is dat voor luchtafweergeschut de dagvoorraad granaten opgeslagen werd in een nis, uitgegraven in de wand van een soort loopgraaf. Het loopvlak van een loopgraf lag op een niveau van circa 1,5 m –m.v. Een dergelijke diepte is het maximum niveau van de van CE verdachte bodemlaag. Voor de luchtafweermitrailleurs op de locatie bestaat een aanwijzing dat de patronen in het veld op maaiveldniveau opgeslagen waren, in munitiekisten. In dat geval is alleen de locatie van de veldopslag verdacht, die uiteraard onbekend is. Contra-indicaties De gemeente stelde in 1939 de straatnamen vast in het onderzoeksgebied. De eerste bebouwing aan de Krelis Louwenstraat en de Sara Burgerhartstraat zou echter pas in de jaren vijftig gerealiseerd worden.
Op het gebied van civiele techniek en utiliteitsbouw vonden na 1945 op en nabij de locatie de volgende werkzaamheden plaats: -verwijderen van laag veen uit 1941 die verstuiving moest tegengaan -plaveien van Saraburgerhartplein -aanleg Multatuliweg (ten westen van de locatie) -aanleg rijwielpad langs Multatuliweg -bouw UTS op Krelis Louwenstraat 1 (of 1-3); inclusief (atoom)kelder -bouw Beatrixschool in 1953 -amoveren van Multatuliweg en rijwielpad -ophogen voor A10-West met op- en afrit -bouw Elseviergebouw (ontwerp 1964) -vernieuwen kabels en leidingen Sara Burgerhart- en Willem Leevendstraat in 1974 Het aanbrengen van de elementenverharding voor het Saraburgerhartplein, de Multatuliweg en het ernaast gelegen rijwielpad kon plaats vinden op de ophoging uit de jaren dertig. Er is geen cunet gegraven. Evenmin is de grond uitgekist; er lag al een zandlaag die geschikt was als wegfundering. .
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 29 van 31
Figuur 35: Onderzoeksgebied, geplande boring en enkele hoogtematen
5.843 0.623
0.636
Bron: Bewerkt naar F1 1978-1979, AHN
Bodemopbouw Het voormalige maaiveld lag op een hoogte van circa NAP -1,60 m (bij een oppervlaktewaterpeil van NAP -2,10 m). Het zand waarmee de locatie is opgehoogd tot een niveau van NAP +0,70 m in de jaren dertig heeft een laagdikte van naar schatting 3,5 à 4,0 meter. De diverse ophogingen werden begrensd door de voormalige Sloterdijkermeerweg. De ophoging van de Einsteinweg in de jaren zestig (huidige kruinhoogte ruim 6 m + NAP) heeft ter plekke tot (nog meer) zetting geleid. Er ligt naar schatting ruim tien meter zand.
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 30 van 31
Figuur 36: Schematische bodemopbouw aan weerszijden van de A10 en vermoedelijk veldopslag 20 mm-granaten
Ophoging A10 1963-1966
Veldopslag 20 mm
Ophoging interbellum
Sloterdijkermeerweg en bermsloot
Conclusie In het best case scenario is alleen het toenmalige maaiveld verdacht van 20 mm-granaten (veldopslag). Door naoorlogse werkzaamheden (grondwerk voor bestratingen van fiets- en voetpaden, wegen, beplantingen, kabels en leidingen en opnemen van elementenverhardingen) is dat maaiveld niet meer verdacht. In het worst case scenario kunnen eventueel nog aanwezige 20 mm-granaten liggen in het traject 0-1,5 m onder het maaiveld in de periode 1940-1945. Aan weerszijden van de A10 betekent dat het traject NAP +0,6 tot -0,9. Onder de A10 is de verdachte zone onder het toenmalige maaiveld ten gevolge van de ophoging in de jaren 1963-1966 gezet naar het traject NAP 0 tot -1,5 m. Een gestuurde boring onder de genoemde trajecten kan uitgevoerd worden zonder aanvullend onderzoek op het gebied van explosieven.
Bijlage 4. advies explosieven
Gemeente Amsterdam Entree Gulden Winkel; risicoanalyse conventionele explosieven
8 augustus 2019 Kenmerk 28403 Pagina 31 van 31
Bronnen
Abrahamse, J.E., Kosian, E. Schmitz (2012), Het militaire landschap – Vestingwerken, schansen en stellingen. In: Abrahamse, J.E. et al. (2012). Armaex B.V., Bombs Away B.V. & Gemeente Amsterdam (2016), Conventionele Explosieven Bodembelastingkaart gemeente Amsterdam. Kenmerk: 15P046 Armaex B.V., Bombs Away B.V. & Gemeente Amsterdam (2018), Conventionele Explosieven Bodembelastingkaart gemeente Amsterdam. Kenmerk: 15P046 (actualisatie november 2018) Bakker, A. (2015), Duitse caissons en kanonnen op de Sniep. Bouw, bezetting en bombardement van de Schipholbrug 1939-1945-1996. Historische Kring Diemen 2015-2 Bakker, M. et al. (2006), Stadsatlas Amsterdam. Straatnamen en brugnamen verklaard. Amsterdam Publishers Boer, J.F.M. den & S. Duparc (1948), Kroniek van Amsterdam 1940-1945. Amsterdam: Uitgeverij J.H. de Bussy Dienst der Publieke Werken (1943-1977), Kaart van Amsterdam 1:1.000. Diverse bladen Griehl, M. (2003), Das Groβe Buch der Flak. Eggolsheim: Nebel Verlag Hameleers, M. (2013), Kaarten van Amsterdam 1866-2012. Bussum: Thoth Müller, W. (1988), Die Geschütze, Ortungs- und Feuerleitgeräte der schweren Flak. Dörfler Zeitgeschichte. Eggolsheim: Nebel Verlag GmbH Pater, B.C. de & B. Schoenmaker (2005), Grote Atlas van Nederland 1930-1950. Zierikzee: Atlas Maior Stigter, B. (2005), De bezette stad. Plattegrond van Amsterdam 1940-1945.
Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep WSCS OCE (2016). Staatscourant. Den Haag: SDU,
Bijlage 4. advies explosieven
BIJLAGE
4. QUICKSCAN FLORA EN FAUNA
QUICKSCAN “ENTREE GULDEN WINKEL” TE AMSTERDAM Definitief rapport
Bijlage 5. quickscan flora en fauna
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Leimuiden, 13-2-2020
VERANTWOORDING
Opdrachtgever: Contactpersoon: Adres: Tel: E-mail: Uitvoering: Adres:
Gemeente Amsterdam Dhr. S.D. Fiaschi-van der Est Weesperstraat 432 1018 DN AMSTERDAM +31611656452 s.d.fiaschi.van.der.est@amsterdam.nl
Tel: E-mail:
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Waaier 64 2451 VW Leimuiden 0172 576072 algemeen@eco-logisch.com
Auteur: Kwaliteitscontrole:
J.I. Andringa, MSc. ing. S. van Lieshout
Projectcode: Status: Datum:
IBNA1921 Definitief 13-2-2020
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. werkt volgens de kwaliteitsnormen van het Netwerk Groene Bureaus. Dit netwerk werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte. De deskundigen werkende bij Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. voldoen hierdoor aan de volgens het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gestelde eisen. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. is ISO 9001:2015 gecertificeerd.
Adviesbureau E.C.O Logisch B.V. is aangesloten op de Nationale Databank Flora en Fauna en heeft daarmee toegang tot de meest volledige natuurgegevens in Nederland.
2
Bijlage 5. quickscan flora en fauna
SAMENVATTING De gemeente Amsterdam is voornemens het projectgebied “Entree Gulden Winkel” in de wijk Bos en Lommer in Amsterdam te herinrichting. Deze ingreep wordt gezien als een ruimtelijke ontwikkeling. Onderzocht is of deze ontwikkeling in het projectgebied niet strijdig is met de Wet natuurbescherming. De effecten in deze rapportage dienen nog generiek beschouwd te worden, omdat het stedenbouwkundig plan momenteel nog niet bekend is. De bebouwing in het projectgebied kan mogelijk fungeren als verblijfplaats voor vleermuizen. De bebouwing in het projectgebied is geschikt door de aanwezigheid van open stootvoegen in spouwmuren, gaten bij dakranden, kieren bij kozijnen en openingen bij regenpijpen aanwezig die kunnen fungeren als invliegopening voor vleermuizen. De bomen en het struweel zorgen voor luwte en insecten waardoor de zones langs deze groenstructuren door vleermuizen als foerageergebied kan worden gebruikt. De bomenrijen en lijnvormige elementen in het projectgebied kunnen mogelijk als vliegroute door vleermuizen worden gebruikt. Met de werkzaamheden kunnen er verblijfplaatsen van vleermuizen verloren gaan. Het projectgebied is geschikt voor jaarrond beschermde nesten van de huismus en de gierzwaluw. De begroeiing bij de bebouwing in het projectgebied biedt mogelijkheden voor nestlocaties en functioneel leefgebied van de huismus.
De gebouwen met een dakoverstek bieden mogelijkheden voor nestlocaties van de huismus. Kieren tussen het dakoverstek en de gevels kunnen als invliegopening door gierzwaluwen worden gebruikt en bieden mogelijkheden voor nestlocaties van de gierzwaluw. Andere beschermde soorten worden door het ontbreken van geschikt habitat niet verwacht voor te komen. In het geval van bomenkap kunnen mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen in boomholtes en jaarrond beschermde nestlocaties van vogels verloren gaan. Indien deze werkzaamheden plaats zullen vinden is het aan te bevelen om in de winterperiode een bomencheck uit te voeren om de aanwezigheid van boomholtes en potentieel jaarrond beschermde nesten zonder belemmering van zicht door bladeren vast te stellen dan wel uit te sluiten. Eventueel benodigd nader onderzoek zal op basis hiervan worden vastgesteld. Op voorhand kan niet worden uitgesloten of de ontwikkelingen negatieve effecten zullen hebben op beschermde natuurgebieden. De ruimtelijke ontwikkelingen in het projectgebied kunnen een toename in stikstofemissie tot gevolg hebben. Een berekening van de stikstofdepositie met behulp van de “AERIUS Calculator” kan uitsluitsel geven of de werkzaamheden een effect hebben op de nabij gelegen beschermde natuurgebieden.
Er is aanvullend onderzoek naar jaarrond beschermde nestlocaties van de huismus en de gierzwaluw en verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen nodig alvorens men met de geplande werkzaamheden kan beginnen. Het aanvullend onderzoek naar vleermuizen zal gericht zijn op de te verwachte vleermuissoorten de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis en de tweekleurige vleermuis. Er vinden vooralsnog geen kapwerkzaamheden plaats. Zodoende is toetsing aan de bepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van houtopstanden niet noodzakelijk.
3
Bijlage 5. quickscan flora en fauna
INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding ...................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding en doel.................................................................................................................... 5 1.2 Natuurbeschermingswetgeving ................................................................................................. 5 1.2.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................................ 5 1.2.2 Soortbescherming ................................................................................................................. 6 1.2.3 Ontheffing en gedragscode ................................................................................................... 7 1.3 Leeswijzer................................................................................................................................ 7 2 2.1 2.2
Projectgebied en ontwikkelingen ............................................................................................... 8 Projectgebied ........................................................................................................................... 8 Ontwikkelingen......................................................................................................................... 9
3 Soortbescherming .................................................................................................................... 10 3.1 Bronnenonderzoek ................................................................................................................. 10 3.2 Habitatscan............................................................................................................................ 10 3.2.1 Zoogdieren ......................................................................................................................... 10 3.2.2 Vogels ................................................................................................................................ 11 3.2.3 Amfibieën ........................................................................................................................... 12 3.2.4 Reptielen ............................................................................................................................ 12 3.2.5 Vissen ................................................................................................................................ 12 3.2.6 Ongewervelden...................................................................................................................
12 3.2.7 Vaatplanten ........................................................................................................................ 12 3.2.8 Mogelijk aanwezige beschermde soorten en functies ........................................................... 12 3.3 Effecten ................................................................................................................................. 12 3.3.1 Effecten ontwikkelingen....................................................................................................... 13 3.4 Aanbevelingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming .................................................... 13 3.4.1 Aanvullende inventarisaties projectgebied............................................................................ 13 3.4.2 Mitigerende maatregelen ..................................................................................................... 13 3.4.3 Ontheffing Wet natuurbescherming ...................................................................................... 14 4 4.1 4.2 4.3 4.4
Gebiedsbescherming ............................................................................................................... 15 Natura 2000 en NNN .............................................................................................................. 15 Hoofdgroenstructuur en Ecologische structuur Amsterdam ...................................................... 15 Japanse duizendknoop........................................................................................................... 16 Natuurkansen......................................................................................................................... 16
5 5.1 5.2
Conclusies en aanbevelingen .................................................................................................. 18 Conclusies ............................................................................................................................. 18 Aanbevelingen ....................................................................................................................... 18
6 Literatuur .................................................................................................................................. 19 Bijlage 1: Foto-impressie .................................................................................................................... 20 Bijlage 2: Tabel mogelijk aanwezige soorten ....................................................................................... 21
4
Bijlage 5. quickscan flora en fauna
1
INLEIDING
1.1
AANLEIDING EN DOEL De gemeente Amsterdam is voornemens het projectgebied “Entree Gulden Winkel” te herontwikkelen. Het stedenbouwkundig plan voor het projectgebied is nog niet bekend. Met de herontwikkeling worden de panden in het projectgebied mogelijk geamoveerd en getransformeerd. Er worden daarnaast potentieel 300 tot 600 nieuwe woningen in het projectgebied gerealiseerd. De initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling dient er zorg voor te dragen dat de Wet natuurbescherming niet wordt overtreden. Om deze reden is een toetsing van de geplande ontwikkeling aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Hiervoor dient te worden onderbouwd of er door de beoogde ontwikkeling geen beschermde soorten of natuurgebieden negatief worden beïnvloed. Indien overtreding niet zonder meer kan worden uitgesloten, is mogelijk aanvullend onderzoek en/of een ontheffing noodzakelijk. In deze quickscan wordt geadviseerd over de vervolgstappen en of de ontwikkeling redelijkerwijs uitvoerbaar is. De effecten in deze rapportage dienen nog generiek beschouwd te worden, omdat het stedenbouwkundig plan momenteel nog niet bekend is. Er vinden vooralsnog geen kapwerkzaamheden plaats. Zodoende is toetsing aan de bepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van houtopstanden niet noodzakelijk.
In de toekomst kunnen de kap van bomen en herinrichting van de groenstructuren onderdeel van de werkzaamheden uit gaan maken.
1.2
NATUURBESCHERMINGSWETGEVING De Wet natuurbescherming beslaat soortbescherming, gebiedsbescherming en in specifieke gevallen de bescherming van houtopstanden. Daarnaast is gebiedsbescherming in Nederland geregeld via beleid uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Voor wat betreft de soortbescherming in de Wet natuurbescherming zijn er verschillende beschermingsregimes. Het gaat om soorten die op basis van Europese wetgeving beschermd zijn vanuit Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en soorten die nationaal als beschermde soort zijn aangewezen. Middels een provinciale verordening kunnen deze nationaal beschermde soorten worden vrijgesteld van de verbodsbepalingen uit de wet. De vrijgestelde soorten kunnen verschillen per provincie. 1.2.1
GEBIEDSBESCHERMING
Natura 2000-gebieden Het is conform artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Natuurnetwerk Nederland (NNN) De regels omtrent NNN gebieden zijn door het Rijk en de provincies met elkaar afgesproken. De afspraken zijn vastgelegd in het document 'Spelregels EHS'. Het ruimtelijke beleid voor de NNN is gericht op behoud en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied. In het NNN geldt daarom het ‘nee, tenzij’regime. Of een ingreep mag worden uitgevoerd in de NNN, hangt naast de instandhouding van de omvang van het NNN, in eerste instantie af van de mate van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied.
5
Bijlage 5. quickscan flora en fauna
1.2.2
SOORTBESCHERMING
Zorgplicht De zorgplicht is opgenomen in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Artikel 1.11 Wnb (zorgplicht) Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: 1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, 2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of; 3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. Europees beschermde soorten - Vogels De verbodsbepalingen voor wat betreft vogels zijn opgenomen in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Artikel 3.1 Wnb. 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2.
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Europees beschermde soorten - Overige soortgroepen De verbodsbepalingen voor wat betreft Europees beschermde soorten zijn opgenomen in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Artikel 3.5 Wnb. 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5.
Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Nationaal beschermde soorten De verbodsbepalingen voor wat betreft nationaal beschermde soorten zijn opgenomen in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Artikel 3.10 Wnb. 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of; c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
6
Bijlage 5. quickscan flora en fauna
1.2.3
ONTHEFFING EN GEDRAGSCODE
Voor het overtreden van de verboden uit de bovengenoemde artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming kan een ontheffing worden aangevraagd. Een ontheffing wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing. 2. Er is sprake van een in de wet genoemd belang voor de betreffende soort of soortgroep. 3. De ontwikkeling leidt niet tot een aantasting van de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort. Ook kan er mogelijk middels een door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit goedgekeurde gedragscode worden gewerkt. Dit is enkel mogelijk indien de handelingen niet van wezenlijke invloed zijn op de aanwezige beschermde soorten. De huidige gedragscodes zijn nog niet afgestemd op dan wel goedgekeurd door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor handelingen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen met effecten op Europees beschermde soorten.
1.3
LEESWIJZER In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van het projectgebied gegeven, met huidige ecologische waarden. In hoofdstuk 3 worden de resultaten van het bronnenonderzoek en de habitatscan weergegeven waarbij de effectanalyse ten aanzien van de onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten is opgenomen. Hoofdstuk 4 geeft weer welke middels de Wet natuurbescherming beschermde gebieden in de omgeving van de projectgebieden voorkomen. Tevens zal hier worden aangegeven in welke mate de geplande ontwikkeling van invloed zal zijn op deze gebieden.
7
Bijlage 5. quickscan flora en fauna
2
PROJECTGEBIED EN ONTWIKKELINGEN
2.1
PROJECTGEBIED Het projectgebied is gelegen in de gemeente Amsterdam in kilometerhok: 118: / 488 (Rijksdriehoekscoördinaten). Afbeelding 1 geeft de globale ligging van het projectgebied weer.
Afbeelding 1: Ligging projectgebied
Het projectgebied is gelegen in de wijk “Bos en Lommer” in Amsterdam en betreft de panden aan de Admiraal de Ruijterweg, Krelis Louwenstraat, Sara Burgerhartstraat, Willem Leevendstraat en Wiltzanghlaan. Admiraal de Ruijterweg Het pand van de oude drukkerij en het kantoorpand zijn opgebouwd uit bakstenen en hebben een spouwmuur met open stootvoegen en een plat dak. Op de hoek van de Admiraal de Ruijterweg en Willem Leevendstraat staat een woonhuis zonder open stootvoegen in de gevel. Het huis heeft een schuin dak dat bedekt is met dakleer. Willem Leevendstraat De woningen aan de Willem Leevendstraat zijn opgebouwd uit bakstenen en hebben een spouwmuur met open stootvoegen. De woningen met een oneven nummer hebben vier verdiepingen en een plat dak. De woningen met een even nummer hebben drie verdiepingen en een schuin dak dat bedekt is met dakleer. Krelis Louwenstaat Langs de Krelis Louwenstaat staat een flatgebouw met tien verdiepingen. Het gebouw is opgebouwd uit beton en de zijkanten zijn bedekt met tegels. De studio’s aan de Krelis Louwenstraat 3 zijn gedeeltelijk opgebouwd uit bakstenen en gedeeltelijk uit beton en hebben een plat dak. In een aantal gevels zijn open stootvoegen aanwezig. Sara Burgerhartstraat Het pand met de supermarkt heeft twee verdiepingen en een plat dak. Op de eerste en tweede verdieping zijn bovenwoningen aanwezig.
De moskee heeft een bakstenen gevel met open stootvoegen en een plat dak. Langs de Sara Burgerhartstraat staan appartementencomplexen met vier verdiepingen. Deze gebouwen zijn opgebouwd uit bakstenen en hebben een plat dak met een dakoverstek. Krelis Louwenstaat - Sara Burgerhartstraat - Wiltzanghlaan Het gebouw aan de Krelis Louwenstraat 4 en de basisschool aan de Sara Burgerhartstraat 5 zijn opgebouwd uit bakstenen en hebben geen open stootvoegen. Deze gebouwen hebben een schuin overhangend dak dat bedekt 8
Bijlage 5. quickscan flora en fauna
is met dakleer. Het kinderdagverblijf aan de Krelis Louwenstraat 2 is circa drie meter hoog en heeft een plat dak. Langs een gedeelte van de dakrand zijn metalen punten aanwezig. Het gebouw aan de Wiltzanghlaan 38 is opgebouwd uit beton en heeft een plat dak. Het gebouw aan de Wiltzanghlaan 42 betreft een laag gebouw met een schuin dak met dakleer en houten betimmering aan de zijkant. Het laatste pand in het projectgebied is gevestigd aan de Sara Burgerhartstraat 1. Het plaatwerk, de kozijnen en de dakrand van het bakstenen gebouw verkeren in een slechte staat. Het gebouw met drie verdiepingen staat momenteel leeg en meerdere ramen zijn gebroken. Rondom de gebouwen is gazon en struweel aanwezig. In het projectgebied zijn langs de straten rijen met lindebomen aanwezig. In bijlage 1 is een sfeerimpressie van het projectgebied weergegeven.
2.2
ONTWIKKELINGEN De werkzaamheden betreffen de herinrichting van het projectgebied. Het stedenbouwkundige plan voor het projectgebied is nog in ontwikkeling. Met de herontwikkeling zullen er mogelijk panden worden geamoveerd en getransformeerd. In het projectgebied wordt er daarnaast nieuwbouw gerealiseerd.
9
Bijlage 5. quickscan flora en fauna
3
SOORTBESCHERMING
3.1
BRONNENONDERZOEK Om een goede inschatting te kunnen maken welke beschermde soorten mogelijk gebruik maken van het projectgebied heeft een literatuurstudie plaatsgevonden. Hierbij zijn diverse bronnen met verspreidingsgegevens geraadpleegd. De geraadpleegde bronnen zijn onder andere: verspreidingsatlassen van de verschillende soortgroepen, eerder in de regio uitgevoerde onderzoeken, in de regio actieve werkgroepen en PGO’s, databanken met verspreidingsgegevens (waaronder de NDFF) en het aanwijzingsbesluit Natura 2000-gebieden. Daarnaast zijn alle beschermde natuurgebieden in de omgeving van het projectgebied in kaart gebracht. Uit het bronnenonderzoek volgt een lijst met beschermde soorten welke mogelijk in het projectgebied voor kunnen komen. De geraadpleegde bronnen zijn doorgaans op uurhok-niveau, waardoor ook soorten welke bekend zijn uit de wijdere omgeving van het projectgebied zijn inbegrepen. Deze soorten hoeven niet direct in het projectgebied te worden verwacht. In bijlage 2 wordt een overzicht gegeven van alle beschermde soorten die bekend zijn voor te komen in de omgeving van het projectgebied. Provinciale vrijstelling De ‘Verordening vrijstellingen soorten’ betreft een vrijstelling van het verbod op doden en verstoren bij bestendig beheer en gebruik en ruimtelijke ingrepen.