CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Analyse Riekerhaven Crisislab

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 12 april 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van raadsinformatiebriefd.d. 13-03-2023 inzake het Evaluatierapport d.d. 06-03-2023 Brandweer Amsterdam-Amstelland ‘Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven’Nr. VN2023-00924518.251 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Een analyse van de brandveiligheidssituatie in wooncomplex Riekerhaven De vluchtveiligheid en gebouwcontinuïteit van wooncomplex Riekerhaven en de implicaties daarvan voor andere complexen met modulaire wooneenheden van Lieven de Key

Ira Helsloot Rene Hagen Koen Heijndijk

1

Deze analyse is uitgevoerd in opdracht van Amsterdamse woonstichting Lieven de Key.

In deze rapportage zijn de drie delen van de analyse samengevoegd tot een geheel: Deel 1: vluchtveiligheid van wooncomplex Riekerhaven. Deel 2: brandontwikkeling en rookverspreiding in unit 6 van wooncomplex Riekerhaven. Deel 3: implicaties andere complexen met modulaire wooneenheden van Lieven de Key.

Auteurs prof. dr. Ira Helsloot ing. Rene Hagen MPA Koen Heijndijk MSc

Maart 2023.

Afbeelding voorblad: gemeente Amsterdam.

Crisislab is de onderzoeksgroep die het onderzoek van de leeropdracht Besturen van Veiligheid van de Radboud Universiteit Nijmegen ondersteunt. De doelstelling van Crisislab is de ontwikkeling en verspreiding van kennis op het domein van crisisbeheersing en veiligheidszorg. Voor Crisislab is een kernactiviteit het verrichten van empirisch gefundeerd onderzoek op het veiligheidsdomein, omdat feiten vaak ontbreken bij beleidsvorming en discussies op het terrein van het besturen van veiligheid.

Crisislab Dashorsterweg 1 3927 CN Renswoude www.crisislab.nl

2

Inhoudsopgave

Managementsamenvatting

5

1 1.1 1.2 1.3

Inleiding Aanleiding Het onderzoek Leeswijzer

7 7 7 9

2 2.1 2.2 2.3

Wooncomplex Riekerhaven Inleiding Indeling en units Constructieve opbouw en materiaal

10 10 10 14

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Feitelijke beschrijving brandverloop unit 6 Inleiding De gebeurtenissen tot aankomst brandweer De gebeurtenissen tot terugtrekking brandweer uit unit 6 De gebeurtenissen na terugtrekking brandweer uit unit 6

15 15 15 16 18

4 4.1 4.2 4.3

Het wettelijk vereiste brandveiligheidsniveau voor vluchtveiligheid Inleiding Niveaus in het Bouwbesluit 2012 Implicaties voor wooncomplex Riekerhaven

20 20 20 21

5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10

Analyse van vluchtveiligheidssituatie in wooncomplex Riekerhaven Inleiding Ontstaan van brand Ontdekken en alarmeren Vluchten Bouwkundige uitvoering van de vluchtroute Zelfredzaamheid Mogelijkheid tot ondersteuning door brandweer Object-specifieke factor Overige voorzieningen De vluchtveiligheidssituatie overziend

22 22 22 26 26 27 28 28 29 29 30

6 6.1 6.2 6.3 6.4

Analyse van brandontwikkeling en rookverspreiding in unit 6 Inleiding Het initiële brandverloop Branduitbreiding naar het dak Branduitbreiding naar andere woningen

32 32 32 32 34

3

6.5 6.6

Rookverspreiding Toets aan de bouwregelgeving

35 35

7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5

Conclusie en aanbevelingen Inleiding Conclusies Te nemen maatregelen vluchtveiligheid Te nemen maatregelen gebouwcontinuïteit Over het eerste advies van de brandweer

37 37 37 38 40 40

8 8.1 8.2 8.3 8.4

Implicaties voor andere wooncomplexen van Lieven de Key Inleiding Conclusies die van belang zijn voor andere (tijdelijke) wooncomplexen Aanbevelingen voor andere (tijdelijke) wooncomplexen Onderzoek van de gemeente Amsterdam

42 42 42 43 43

Bijlagen B1 Noodzakelijke voorzieningen voor vluchtveiligheid van wooncomplexen 45 B2 Referentieniveau voor toetsing van vluchtveiligheid van wooncomplexen 49 B3 Checklist vluchtveiligheidsschouw voor wooncomplexen 58

4

Managementsamenvatting

In de ochtend van zondag 13 november 2022 is een brand ontstaan in één van de negen woonblokken (unit 6) van het wooncomplex Riekerhaven, gelegen in Amsterdam Nieuw-West en eigendom van woonstichting Lieven de Key. Het woonblok is uiteindelijk geheel afgebrand. Lieven de Key heeft Crisislab gevraagd om een analyse van de brandveiligheid in het complex en de betekenis daarvan voor de brandveiligheidsbeoordeling van andere soortgelijke complexen in het bezit van de woonstichting. In ons onderzoek maken we onderscheid tussen vluchtveiligheid (waarvoor wettelijke eisen bestaan) en gebouwcontinuïteit dat wil zeggen ‘behoud van het bouwwerk’ bij brand (dit is geen doelstelling van het Bouwbesluit 2012). Voor de beoordeling van deze aspecten maken we gebruik van een wetenschappelijk onderbouwd analysekader dat deels bovenwettelijke eisen bevat. De exacte analyse van de brandontwikkeling vroeg natuurlijk tijd, onder meer vanwege de dataverzameling waarvoor afstemming met de brandweer Amsterdam-Amstelland noodzakelijk was. De analyse van de vluchtveiligheid voor de overige bewoners van wooncomplex Riekerhaven kon daar echter niet op wachten. Deze spoedeisende rapportage hebben we eerder opgeleverd zodat Lieven de Key de noodzakelijke maatregelen in gang kon zetten. Vluchtveiligheid Uit ons onderzoek blijkt dat wooncomplex Riekerhaven bouwkundig voldoet aan de wettelijke eisen.

Bewoners blijken echter in grote mate niet of nauwelijks rekening te houden met brandveilig gebruik van het complex. Het huidige beheer door Lieven de Key compenseert de resulterende brandonveiligheid niet. De vluchtveiligheid kan volgens ons analysekader met name verbeterd worden door als Lieven de Key rekening te houden met het voorspelbare gebruik ervan: • Bewoners slaan objecten met een grote brandlast op in de vluchtroute (zoals bankstellen) en laten zelfsluitende deuren in de gangen structureel open staan. Voortdurende instructie en controle is hiervoor noodzakelijk maar kan redelijkerwijs niet op zichzelf dit risico voldoende beheersen. Daarom bevelen wij het gebruik van gekoppelde rookmelders in woning en gang aan. De eigen verantwoordelijkheid van de bewoner betekent dat een koppeling van gang naar woning volstaat. • De rookwerendheid van de deuren van de woningen is deels niet op orde omdat de deuren niet-zelfsluitend zijn uitgevoerd (bovenwettelijke eis) en deuren (mogelijk

5

•

door gebruik) aan de bovenzijde kromgetrokken zijn. Risicogericht beschouwd is dit een beperkt risico. De combinatie van ontstekingsbronnen (zoals tenminste een wasmachine) en veel brandlast in gemeenschappelijke ruimten levert een serieus risico op voor een onbeheersbare brand en, als de deuren niet gesloten zijn, ook voor de vluchtveiligheid. Wij bevelen aan hier een proportionele beheersmaatregel te nemen zoals het aanleggen van een (niet-gecertificeerde) woningsprinkler of het verwijderen van alle ontstekingsbronnen (wasmachines en keukenvoorzieningen) uit de gemeenschappelijke ruimten.

Zolang de aanbevolen structurele maatregelen voor de vluchtveiligheid niet gerealiseerd zijn, is (tijdelijk) extra inspanning voor beheer en instructie noodzakelijk. Gebouwcontinuïteit Verder blijkt uit ons onderzoek dat het brandverloop in unit 6 van wooncomplex Riekerhaven voldeed aan de prestatie-eisen die het Bouwbesluit 2012 stelt voor branduitbreiding vanuit het perspectief van vluchtveiligheid (en zelfs aan eisen die gelden voor nieuw te bouwen woongebouwen). De brandontwikkeling die leidde tot het verlies van unit 6 had ook in andere niet-tijdelijke complexen kunnen plaatsvinden. Voor unit 6 gold dat de combinatie van een schildak met een brandbare dakbedekking eronder én een uitslaande brand (door een bank direct onder een opengeslagen raam en een opengelaten woningtoegangsdeur) leidde tot een onvermijdbaar verlies van het gebouw. Als Lieven de Key de schade aan het gebouw en (tijdelijk) verlies aan woningen wil voorkomen, zijn voorzieningen nodig die de gebouwcontinuïteit beter waarborgen: • Door de combinatie van schildak en brandbare dakbedekking is het aanbrengen van een droge sprinkler in de ruimte tussen het dak en het schildak een proportionele maatregel.

Deze maatregel biedt geen 100% zekerheid op de beheersing van brand op het dak, maar geeft bij snelle aankomst van de brandweer en (dus) snelle aankoppeling van de droge sprinkler wel een goede kans op brandbeheersing. • Ook door het verwijderen van de overstek van het schildak kan de kans op een brandontwikkeling als die unit 6 heeft verwoest worden verkleind, maar niet tot nul worden gereduceerd. • Een structurele oplossing moet gezocht worden in of het verwijderen van het schildak of het onbrandbaar maken van de dakbedekking. Beide mogelijkheden zullen alleen bij nieuwbouw proportioneel zijn.

6

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

In de ochtend van zondag 13 november 2022 is een brand ontstaan in één van de negen woonblokken (unit 6) van het wooncomplex Riekerhaven, gelegen in Amsterdam Nieuw-West en eigendom van woonstichting Lieven de Key. Het woonblok is uiteindelijk geheel afgebrand. Wooncomplex Riekerhaven bestaat uit 565 tijdelijke woningen, verdeeld over negen woonblokken met zelfstandige studio’s en met drie- en vierkamerappartementen. Voorheen (sinds 2004) werden de woningen van het complex elders in Amsterdam gebruikt voor een project voor studentenwoningen. Toen dat project ten einde kwam bleken de woningen elders zeer gewenst Vanwege de vele asielaanvragen die Nederland in 2015 kreeg in combinatie met de woonvraag onder jongeren ontstond een idee voor een sociaal woonproject. Dat woonproject heeft geresulteerd in ‘Startblok Riekerhaven’, bewoond door jongeren (waaronder voor de helft statushouders) onder de leeftijd van 33 jaar. Op 1 juli 2016 hebben de eerste bewoners hun sleutel gekregen van hun woning op complex Riekerhaven. De brand van 13 november 2022 is uitgebroken in een woning op de eerste verdieping van unit 6 van wooncomplex Riekerhaven. De brand is ontstaan door het opzettelijk in brand steken van een bank. De politie was al ter plekke geroepen vanwege overlast en was dus snel ter plaatse.

De politie heeft nog een bluspoging ondernomen maar is vervolgens direct overgegaan tot ontruiming van het complex. De brandweer was 4 minuten na de eerste melding ter plaatse en heeft vrijwel meteen opgeschaald naar grote brand. Vervolgens is de brandweer van buitenaf begonnen met blussen waardoor de initiële brandhaard in de betreffende woning werd geblust. Inmiddels was de brand echter al naar het dak uitgebreid, waarna niet voorkomen kon worden dat de volledige unit is uitgebrand. Omdat de bewoners mede door de alarmering door (eerst) de politie en (later) brandweer het pand tijdig hebben kunnen verlaten, zijn er bij de brand geen slachtoffers gevallen. Wel zijn er 75 woningen verloren gegaan en enkele huisdieren omgekomen. 1.2

Het onderzoek

Lieven de Key heeft Crisislab gevraagd om een analyse van de brandveiligheid in het complex en de betekenis daarvan voor de brandveiligheidsbeoordeling van andere soortgelijke complexen in het bezit van de woonstichting.

7

In het bijzonder hebben we daarbij aandacht voor de wettelijke vereisten, de volgens de vergunning noodzakelijke en de feitelijk aanwezige brandveiligheidsvoorzieningen, en het wel of niet nemen van aanvullende (proportionele) tijdelijke en/of structurele brandveiligheidsmaatregelen. Voor de brandveiligheidsmaatregelen maken we onderscheid tussen enerzijds maatregelen die gericht zijn op veilig kunnen vluchten (vluchtveiligheid) en anderzijds op maatregelen die gericht zijn op het beïnvloeden van de brandontwikkeling en rookverspreiding vanuit het perspectief ‘behoud van het bouwwerk’ (gebouwcontinuïteit). De exacte analyse van de brandontwikkeling vroeg natuurlijk tijd, onder meer vanwege de dataverzameling waarvoor afstemming met de brandweer Amsterdam-Amstelland noodzakelijk was. De analyse van de brandveiligheidssituatie voor de overige bewoners van wooncomplex Riekerhaven kon daar echter niet op wachten. Wij hebben ons onderzoek daarom in drie delen verdeeld: •

als eerste hebben we bepaald wat een voldoende niveau van vluchtveiligheid is van wooncomplex Riekerhaven op basis van eerste inzichten in het brandverloop. Deze spoedeisende rapportage hebben we eerder opgeleverd zodat Lieven de Key de noodzakelijke maatregelen in gang kon zetten. Dit is grosso modo deel 1 van deze rapportage met enkele detailactualisaties naar aanleiding van het voortgaande onderzoek naar de brandontwikkeling en -oorzaak. De onderzoeksvraag voor deel 1 is daarmee: Welke (tijdelijke en structurele) brandveiligheidsmaatregelen moeten er zo spoedig mogelijk genomen worden voor de vluchtveiligheid, gelet op de (voorlopige) inzichten in de brandontwikkeling en rookverspreiding bij de brand in unit 6 van wooncomplex Riekerhaven?

•

daarna hebben we preciezer geanalyseerd hoe de brandontwikkeling en rookverspreiding in unit 6 van wooncomplex Riekerhaven heeft plaatsgevonden. Deze analyse is gebaseerd op de feiten uit het brandonderzoek1 van de brandweer Amsterdam-Amstelland. We hebben op basis van die analyse aanbevelingen geformuleerd vanuit het perspectief ‘behoud van het bouwwerk’, waarbij deze aanbevelingen zoals altijd wel proportioneel moesten zijn (deel 2). De onderzoeksvraag voor deel 2 is daarmee: Welke brandveiligheidsmaatregelen moeten er genomen worden voor de gebouwcontinuïteit, gelet op de inzichten in de brandontwikkeling en rookverspreiding bij de brand in unit 6 van wooncomplex Riekerhaven?

1 Brandweer Amsterdam-Amstelland (2023). Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven.

8

•

ten slotte hebben we de implicaties van deel 1 en deel 2 voor andere (tijdelijke) complexen met modulaire wooneenheden in het bezit van Lieven de Key geformuleerd (deel 3). De onderzoeksvraag voor deel 3 is daarmee: Welke implicaties hebben onze bevindingen uit deel 1 en deel 2 van de deze analyse voor het nemen van maatregelen in andere (tijdelijke) complexen met modulaire wooneenheden in het bezit van Lieven de Key?

1.3

Leeswijzer

We hebben onze analyse opgebouwd aan de hand van de volgende onderdelen die elkaar logischerwijs opvolgen. We: • beschrijven de voor de vluchtveiligheid en gebouwcontinuïteit relevante bouwkundige aspecten van wooncomplex Riekerhaven (hoofdstuk 2). • beschrijven de brand in unit 6 van wooncomplex Riekerhaven (hoofdstuk 3). • onderbouwen het wettelijk vereiste brandveiligheidsniveau voor de vluchtveiligheid van wooncomplex Riekerhaven (hoofdstuk 4). • stellen (op basis van wetgeving en een wetenschappelijk onderbouwde risicogerichte benadering) vast welke voorzieningen noodzakelijk zijn voor de vluchtveiligheid van wooncomplexen (bijlage 1). • combineren wetgeving en deze risicogerichte benadering tot een referentieniveau voor de vluchtveiligheid van wooncomplex Riekerhaven (bijlagen 2 en 3). • analyseren het vluchtveiligheidsniveau van wooncomplex Riekerhaven op basis van dit (deels bovenwettelijke maar proportionele) referentieniveau (hoofdstuk 5). • analyseren het niveau van de gebouwcontinuïteit van wooncomplex Riekerhaven op basis van de brandontwikkeling en rookverspreiding in unit 6 (hoofdstuk 6). • stellen vast welke maatregelen acuut (tijdelijk en structureel) noodzakelijk zijn om het complex veilig te kunnen blijven gebruiken (hoofdstuk 7).

• analyseren welke implicaties onze bevindingen hebben voor andere complexen met modulaire wooneenheden van Lieven de Key (hoofdstuk 8).

9

2

Wooncomplex Riekerhaven

2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk gaan we kort in op de bouwkundige situatie van wooncomplex Riekerhaven, voor zover van belang is voor een goed begrip van de actuele brandveiligheidssituatie van de vluchtveiligheid en de brandontwikkeling en rookverspreiding van de brand in unit 6. 2.2

Indeling en units

Wooncomplex Riekerhaven bestaat uit 9 woonblokken of units (zie afbeelding 2.1 voor een indeling op het terrein). De units 1 t/m 7 bestaan uit individuele woningen met eigen keuken en sanitair. Units 8 en 9 zijn groepswoningen met twee slaapkamers en een gemeenschappelijke woonkeuken en sanitair.

Afbeelding 2.1: indeling woonblokken Riekerhaven.

De indeling van de twee verschillende soorten units (individuele en groepswoningen) is verschillend. Kortweg is het grootste verschil dat units 1 t/m 7 lange gangen hebben aan de binnenzijde van de units en dat units 8 en 9 op de eerste en tweede verdieping een soort oversteek hebben tussen de kortere gangen die door de buitenlucht loopt. Zie afbeeldingen 2.2 t/m 2.11 hieronder voor het buitenaanzicht en plattegronden van de twee verschillende soorten units.

10

Afbeelding 2.2: buitenaanzicht, unit met lange gang.

Afbeelding 2.3: begane grond, unit met lange gang.

Afbeelding 2.4: eerste verdieping, unit met lange gang.

Afbeelding 2.5: tweede verdieping, unit met lange gang.

11

Afbeelding 2.6: dakaanzicht, unit met lange gang.

Afbeelding 2.7: buitenaanzicht, unit met oversteek in buitenlucht.

Afbeelding 2.8: begane grond, unit met oversteek in buitenlucht.

12

Afbeelding 2.9: eerste verdieping, unit met oversteek in buitenlucht.

Afbeelding 2.10: tweede verdieping, unit met oversteek in buitenlucht.

Afbeelding 2.11: dakaanzicht, unit met oversteek in buitenlucht.

13

2.3

Constructieve opbouw en materiaal

Wooncomplex Riekerhaven bestond (vóór de brand in unit 6) uit 9 prefab units met in totaal bijna 600 modulaire wooneenheden. Alle 9 units hebben een constructie die bestaat uit elementen van houtskelet, bestaande uit twee typen van twee fabrikanten: ‘Ursem’-units (woonblokken 3, 5, 6, 7, 8 en 9) en ‘Uniko’-units (woonblokken 1, 2 en 4). De units zijn onderling ter plaatse van de vloeren gekoppeld met een stalen strip en gestapeld op losse funderingsbalken. Iedere modulaire wooneenheid bestaat uit twee elementen die in elkaar geschoven zijn en ‘aan kunnen klikken’ op andere elementen en dus eenheden. Beide soorten units (Ursem en Uniko) hebben vergelijkbare plattegronden en buitenafmetingen. Wel zitten er verschillen in het gebruik van materiaal. De woningscheidende wanden van Ursem-units 3, 5, 6, 7 en 8 zijn bijvoorbeeld opgebouwd uit 12,5 mm glasvezelversterkende gipskartonplaat, 9,5 mm OSB/3-plaat, dubbel hout met daartussen minerale wol, 40 mm luchtspouw, dubbel hout met daartussen minerale wol, 9,5 mm OSB/3-plaat, en 12,5 mm glasvezelversterkende gipskartonplaat. De woningscheidende wanden van Uniko-units 1, 2 en 4 zijn opgebouwd uit dikkere glasvezelversterkende gipskartonplaat met dubbel metaal in plaats van dubbel hout.

De gevels van de units zijn overigens wel hetzelfde opgebouwd en bestaan uit 12,5 mm glasvezelversterkende gipskartonplaat, 9,5 mm OSB/3-plaat, stijl- en regelwerk met vulling van minerale wol, WDO-folie, en gevelbekleding. De opdeling van de units is verschillend. Bij de Ursem-units bestaat een woning precies uit één unit, waarbij de gangvloer tussen de woonunits is geplaatst. Bij de Uniko-units geldt de woonkamer als één unit, waar tegenaan een volgende unit ‘badkamer-gangbadkamer’ is geplaatst.

14

3

Feitelijke beschrijving brandverloop unit 6

3.1

Inleiding

In dit hoofdstuk geven we een feitelijke beschrijving van het brandverloop in unit 6 van wooncomplex Riekerhaven (Voetbalstraat 87) op 13 november 2022. We maken onderscheid in de gebeurtenissen tot aankomst van de brandweer, gebeurtenissen tot terugtrekking van de brandweer uit unit 6, en gebeurtenissen na deze terugtrekking van de brandweer uit unit 6. Een analyse op basis van deze feiten geven we in hoofdstuk 6. Omdat wij zelf geen onderzoek hebben gedaan naar het brandverloop, maken we gebruik van de resultaten van het onderzoek2 naar de brand door de Brandweer Amsterdam-Amstelland. In dit hoofdstuk behandelen we logischerwijs slechts de onderdelen die relevant zijn voor ons ‘eigen’ onderzoek naar de brandveiligheid in wooncomplex Riekerhaven. Onze feitelijke beschrijving is daarom aanzienlijk korter dan de beschrijving van de Brandweer Amsterdam-Amstelland. 3.2

De gebeurtenissen tot aankomst brandweer

Op zondag 13 november om 08.21 kreeg de politie een melding van een bewoonster van unit 6 dat er vanuit een woning schuin onder die van haar sprake was van geluidsoverlast, ook zou een deur door het raam van deze woning naar buiten zijn gegooid. Om 08.28 betrad de politie de betreffende woning op de eerste verdieping van unit 6. De politie zag dat er voor het raam een bank stond waar een deken op lag, beiden stonden in brand. Volgens de politie was de vlamhoogte toen ongeveer 20 tot 30 centimeter. Ook constateerde de politie dat het glas van het raam van de woning er niet meer in zat (veroorzaakt door de deur die eerder door het raam gegooid was). Twee van de vier aanwezige agenten hebben de bewoner afgevoerd en twee andere agenten hebben geprobeerd de brand te blussen. Toen dit niet lukte (de agenten gaven aan dat de vlam toen al ongeveer 2 meter hoog was) hebben zij de meldkamer verzocht de brandweer te alarmeren (om 08.30) en zijn ze direct overgegaan tot ontruiming. In eerste instantie begonnen zij met het bonzen op de deuren van de woningen die op de gang van de eerste verdieping uitkwamen. Over het vaststellen van het moment van ontstaan van de brand De brandweer heeft in haar onderzoek het tijdstip van alarmering van de brandweer om 08.30 gedefinieerd als ‘T = 0’, dat wil zeggen dat alle tijden ten opzichte van 08.30 worden weergegeven door de brandweer.

Het exacte tijdstip van ontstaan van de brand was door de brandweer niet precies vast te stellen. Merk op dat om 08.28 (T = -2) de politie de woning betrad en al een brand met vlammen van 20 tot 30 centimeter hoog waarnam. Op T = 0 2 Brandweer Amsterdam-Amstelland (2023). Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven.

15

waren er dus al 2 meter hoge uitslaande vlammen aanwezig, wel beperkte de brand zich nog alleen tot (een deel van) de bank.

Na de alarmering om 08.30 is de brandweer om 08.31 uitgerukt en kwam zij om 08.34 ter plaatse. Ondertussen was de politie bezig met het ontruimen van de woningen. Na 2 minuten (om 08.32) staakte de politie deze ontruiming omdat de rook op de gang zodanig was dat het volgens de agenten onverantwoord was de ontruiming voort te zetten. De politie verklaarde later dat binnen 30 tot 60 seconden de hele gang onder de rook stond. Toen de politie het gebouw verliet stond de deur van nummer 87 (de woning van de brand) nog steeds open. Alle andere woningtoegangsdeuren op de eerste verdieping waren volgens de agenten wel gesloten. Op afbeelding 3.1 is te zien dat de brand om 08.33 uitslaand was (mogelijk was de brand al eerder uitslaand). Tijdlijn gebeurtenissen tot aankomst brandweer 08.21 T = -9 Melding geluidsoverlast aan politie 08.28 T = -2 Politie betreedt woning (nr. 87) 08.30 T=0 START BRAND (referentiewaarde) 08.30 T=0 Bluspoging politie gestaakt 08.30 T=0 Alarmering brandweer 08.30 T=0 Politie start ontruiming eerste verdieping 08.31 T=1 Uitruk brandweer 08.32 T=2 Politie staakt ontruiming vanwege rookverspreiding 08.33 T=3 Uitslaande brand zichtbaar 08.34 T=4 Brandweer ter plaatse

Afbeelding 3.1: uitslaande brand (08.33, T = 3).

3.3

De gebeurtenissen tot terugtrekking brandweer uit unit 6

Om 08.34 kwam de brandweer ter plaatse bij de toen al uitslaande brand. Omdat er nog bewoners in unit 6 aanwezig waren schaalde de brandweer meteen op naar grote brand. De brandweer begon om 08.37 met het van buitenaf blussen van de brandende woning en het (verder) ontruimen van unit 6. Om 08.38 is de brand in de woning geblust (zie afbeelding 3.3). Echter, de brand is om 08.36 al (ongezien voor en dus

16

onopgemerkt door de brandweer) uitgebreid naar het dak, waar deze zich heeft verspreid over het dakoppervlak (zie afbeelding 3.2). Toen de brandweer de uitgebrande woning direct na het blussen controleerde, zagen ze dat de gipsplaten van het plafond hadden losgelaten en dat de vloer was ingebrand. Ook was de toegangsdeur van de woning aan de andere kant van de gang ingebrand. Tijdens de brand heeft de rook zich in unit 6 op meerdere verdiepingen verspreid. Om 08.32 was de rook op de gang van de eerste verdieping al zodanig dat de politie deze moest verlaten. Om 08.38 werd door de brandweer gemeld dat er flinke rook op de gang van de tweede verdieping stond. De zichtlengte nam in de minuten daarna af tot ongeveer 5 meter. Om 08.44 werd door de brandweer gemeld dat er lichte rook was op de gang van de begane grond. Nadat de brand in de woning om 08.38 geblust is, nam de rookdichtheid op de gang op de eerste verdieping af. Omstreeks 08.41 liep een bevelvoerder van de brandweer over de loopbrug tussen unit 5 en unit 6, waarna er druppels gesmolten kunststof op zijn helm en vielen3. Toen de bevelvoerder naar boven keek nam hij een enorm zware rookontwikkeling tegen het lichtmetalen schildak waar. Daarna (rond 08.43) zag hij dat de brand al was uitgebreid over een groot gedeelte van het dak.

Niet lang daarna (om 08.45) besloot de brandweer zich terug te trekken uit unit 6 en dus het gebouw te verlaten. Tijdlijn gebeurtenissen tot terugtrekking brandweer uit unit 6 08.34 T=4 Brandweer ter plaatse 08.36 T=6 Brand heeft zich uitgebreid naar dak 08.37 T=7 Brandweer start vanaf buitenzijde blussen brandende woning 08.38 T=8 Brandende woning geblust 08.41 T = 11 Brandweer ziet brandende druppels nabij unit 6 (schatting) 08.45 T = 15 Brandweer trekt zich terug uit unit 6

Afbeelding 3.2: brand heeft zich uitgebreid naar dak (08.36, T = 6).

3 De bevelvoerder van de brandweer vermoed dat de brandende druppels waarschijnlijk EPS-druppels zijn

geweest (in het dak is een EPS-laag verwerkt). Wat ons betreft is dat onwaarschijnlijk omdat druppels (van EPS of bitumen) niet zomaar over de dakrand kunnen komen. Wij denken daarom dat de druppels bestaan uit brandende delen bitumen en/of condensatie van het water in de rook. Een andere mogelijkheid is dat de druppels afkomstig zijn van de coating van het schildak.

17

Afbeelding 3.3: brandende woning geblust (08.38, T = 8).

3.4

De gebeurtenissen na terugtrekking brandweer uit unit 6

Omdat door de brandweer was waargenomen dat het dak in brand stond, er brandende ‘druppels’ naar beneden vielen en ook al uit andere woningen rook naar buiten geperst werd (met name bij de raamkozijnen en de dakrand), trok de brandweer zich vanaf 08.45 terug uit unit 6 en schaalde toen verder op naar zeer grote brand. De inzet was vanaf dat moment gericht op het blussen van de dakbrand en op het voorkomen dat de brand zich verder uit zou breiden naar (in eerste instantie) unit 5 en andere units. De opschaling was met name gericht op het realiseren van voldoende bluswater. Op afbeelding 3.5 is te zien dat om 09.09 een groot deel van het dak in brand stond en dat rook was waar te nemen vanuit woningen op de derde verdieping. De brand breidde zich daarna uit naar de andere woningen in unit 6. Om 09.54 werd door de brandweer voor de eerste keer gemeld dat er afstand genomen moest worden van het gebouw vanwege instortingsgevaar. Vervolgens werd om 10.32 gemeld dat het gebouw begon in te zakken en te bewegen, waarna het dak om 10.36 is ingestort. Om 12.43 werd brand meester gegeven. Tijdlijn gebeurtenissen na terugtrekking brandweer uit unit 6 08.45 T = 15 Brandweer trekt zich terug uit unit 6 09.09 T = 39 Rook waarneembaar in woningen op 3e verdieping 10.36 T = 126 Dak stort in 12.43 T = 253 Brand meester

Afbeelding 3.5: rook uit woningen 3e verdieping (09.09, T = 39 en 09.24, T = 56).

18

Afbeelding 3.6: situatie dakbrand (09.30, T = 60).

19

4

Het wettelijk vereiste brandveiligheidsniveau voor vluchtveiligheid

4.1

Inleiding

Het Bouwbesluit 2012 omvat onder meer de wettelijke eisen en daaruit volgende voorschriften voor het veilig (ver)bouwen, gebruiken en slopen van gebouwen. Met het Bouwbesluit worden dus kwaliteitseisen gesteld aan een gebouw in relatie tot de functie waar dat gebouw voor wordt bestemd. In dit hoofdstuk gaan we kort in op de verschillende typen van bouwen en de implicaties daarvan voor het wettelijk vereiste brandveiligheidsniveau voor de vluchtveiligheid van wooncomplex Riekerhaven. 4.2

Niveaus in het Bouwbesluit 2012

In het Bouwbesluit 2012 kunnen vijf niveaus van voorschriften van toepassing zijn: het nieuwbouwniveau, een specifiek verbouwniveau, het rechtens verkregen niveau, het niveau voor tijdelijke bouw, en het niveau voor bestaande bouw. Het rechtens verkregen niveau is het actuele kwaliteitsniveau van een bouwdeel voor zover dat legaal is verkregen en ligt tussen het niveau bestaande bouw en het nieuwbouwniveau. De kwaliteit van een bouwwerk mag na een verbouwing dus niet slechter zijn dan voor deze verbouwing. Voor onze analyse is relevant dat op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk voor de meeste hoofdstukken van het Bouwbesluit 2012 de voorschriften voor een bestaand bouwwerk van toepassing zijn. Bij enkele voorschriften is bij een tijdelijk bouwwerk het nieuwbouwniveau van toepassing. Bij een tijdelijk bouwwerk geldt dat wanneer deze in ongewijzigde samenstelling wordt verplaatst, het rechtens verkregen niveau van toepassing is (mits het bouwwerk na verplaatsing nog steeds een tijdelijk bouwwerk is). Een tijdelijk bouwwerk mag dan op dezelfde plaats 15 jaar in stand gehouden worden. Naast het beoordelen of een tijdelijk gebouw voldoet aan de betreffende voorschriften van het Bouwbesluit 2012, kan het bevoegd gezag op basis van artikel 13 van de Woningwet ook verplichten om een hoger voorzieningenniveau te treffen tot maximaal het nieuwbouwniveau.

Hieraan zijn volgens de memorie van toelichting wel zware eisen verbonden: het bevoegd gezag moet in een specifieke situatie beargumenteren waarom deze aanvullende maatregelen noodzakelijk en redelijk zijn om het brandveiligheidsniveau dat door de wetgever is beoogd te bereiken. Ook geldt volgens het Bouwbesluit 2012 een zorgplicht voor de verhuurder, relevant voor de discussie over de verantwoordelijkheid voor brandveiligheid in het gebruik.

20

Deze plicht houdt in dat installaties functioneren overeenkomstig de voorschriften, deze beheerd, onderhouden en gecontroleerd worden, en zodanig gebruikt worden dat deze geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid opleveren. 4.3

Implicaties voor wooncomplex Riekerhaven

Op 6 juli 2004 heeft de gemeente Amsterdam een bouwvergunning afgegeven aan Lieven de Key voor het oprichten van een tijdelijk gebouw bestaande uit modulaire wooneenheden, die toentertijd ook geplaatst zijn aan de Gevleweg in Amsterdam Oud-West. De vergunning is toen verleend voor 14 woonblokken waarbij de instandhoudingstermijn van de eenheden was toegekend voor maximaal 5 jaar. De vergunning is (onder meer) verleend onder de voorwaarde dat het bouwwerk zou worden gebouwd overeenkomstig de bepalingen van het Bouwbesluit 2003. Na een verlenging van de vergunning zijn (een deel van) de woonblokken blijven staan tot 2015. In 2015 was een deel van de woonblokken al gesloopt, werd een ander deel verplaatst naar Zeeburgereiland en werden 9 woonblokken verplaatst naar Riekerhaven. Op 17 november 2015 werd daarom een nieuwe omgevingsvergunning verleend aan Lieven de Key voor het tijdelijk plaatsen van 9 bestaande complexen met 578 modulaire wooneenheden. Hoewel de vergunning verleend was voor 9 jaar, is deze inmiddels verlengd tot 2027. Het project om de woningen te verplaatsen is bij het verkrijgen van deze vergunning onder meer getoetst aan de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012. Deze toetsing was niet noodzakelijk alleen vanwege de verplaatsing.

Het tijdelijke bouwwerk werd immers verplaatst en voldeed al aan de voorschriften uit het Bouwbesluit 2003, ook zou het na de (ver)plaatsing nog steeds een tijdelijk bouwwerk zijn. Navraag levert op dat Lieven de Key vermoedt dat vanwege veranderingen aan de gevels bij het (ver)plaatsen van de bestaande complexen het rechtens verkregen niveau niet van toepassing is geweest. Over tijdelijke bouw Zowel in de regelgeving als de praktijk wordt de definitie van tijdelijke bouw steeds verder opgerekt. In de regelgeving wordt een steeds langere tijdelijke gebruiksperiode toegestaan en in de praktijk worden tijdelijke bouwwerken regelmatig verplaatst waarbij het oorspronkelijke brandveiligheidsniveau als rechtens verkregen niveau mag worden gehandhaafd. Wij zien dit als tegen de geest van de bouwregelgeving ingaand: tijdelijke bouw is nu de facto semi-permanent. We bevelen daarom aan dat (a) de verplaatsing van tijdelijke bouw beschouwd moet worden als het moment waarop opnieuw aan het dan vigerende niveau tijdelijke bouw moet worden getoetst en (b) als voorzien wordt dat tijdelijke bouw voor meer dan 10 jaar gebouwd wordt, wordt ontworpen op het nieuwbouwniveau.

In bijlagen 1 en 2 van deze rapportage gaan we verder in op de betekenis van het wettelijk vereiste brandveiligheidsniveau voor de vluchtveiligheidssituatie in wooncomplex Riekerhaven.

21

5

Analyse van vluchtveiligheidssituatie in wooncomplex Riekerhaven

5.1

Inleiding

In dit hoofdstuk beschrijven we de door ons aangetroffen actuele vluchtveiligheidssituatie in wooncomplex Riekerhaven. Dat doen we aan de hand van tekeningen en andere documenten, gesprekken met medewerkers van Lieven de Key en DVTadvies en een inspectie ter plaatse. De vluchtveiligheidssituatie analyseren we op basis van een (deels bovenwettelijk maar proportioneel) toetsingskader dat we voor Lieven de Key hebben opgesteld. Dit toetsingskader is conform de doelstelling van de wetgeving, gericht op het waarborgen van voldoende vluchtveiligheid. Het toetsingskader is wetenschappelijk onderbouwd, risicogericht en garandeert het wettelijk bedoelde niveau van brandveiligheid. In bijlagen 1 en 2 wordt dit verder onderbouwd. De daaruit volgende checklist voor een vluchtveiligheidsschouw die gebruikt kan worden voor complexen met modulaire wooneenheden is als bijlage 3 opgenomen. We beschrijven en analyseren de vluchtveiligheidssituatie daarom aan de hand van de zeven factoren die we in dit toetsingskader hebben vastgesteld: ontstaan van brand, ontdekken en alarmeren, vluchten, bouwkundige uitvoering van de vluchtroute, zelfredzaamheid, de mogelijkheid tot ondersteuning door de brandweer, en brandveilig gebruik en beheer. Ook gaan we in op een aantal overige voorzieningen die we in het wooncomplex hebben aangetroffen.

We sluiten het hoofdstuk af met een overkoepelend beeld van de actuele vluchtveiligheidssituatie. Omdat unit 5 vanwege waterschade geheel leeg is en er deels destructief onderzoek plaatsvindt (waaronder in brandwerende scheidingen) om te bepalen hoe veel schade het bluswater in het gebouw heeft veroorzaakt, is de beoordeling van de huidige toestand van unit 5 niet zinvol. Om die reden houden we unit 5 buiten onze beoordeling. De actuele vluchtveiligheidssituatie is dus gebaseerd op units 1 t/m 4 en units 7 t/m 9. 5.2

Ontstaan van brand

Actuele brandveiligheidssituatie Bij de inspectie ter plaatse zijn de woningen niet van binnen bezocht (afgezien van een enkele blik naar binnen wanneer de toegangsdeur van de woning open stond). Voor het scenario brand in woning is (mede op basis van informatie van Lieven de Key) een

22

inschatting gemaakt op de kans op brand op basis van de inrichting van de woningen, mede in relatie tot het type bewoners (jongeren (waaronder statushouders)). Wij zien geen extra risico boven op het gemiddelde risico op het ontstaan van brand in een woning. Dat neemt niet weg dat het ontstaan van een brand in een woning voor een (te) snelle brandontwikkeling en rookverspreiding (ook buiten de ruimte) kan zorgen. Onderzoek en praktijk hebben meermaals uitgewezen dat met name branden in bankstellen en matrassen ervoor zorgen dat de (wettelijk voorgeschreven) brand- en rookwerende voorzieningen in een gebouw maar beperkt werken, door de grote productie van hitte en rook van deze producten. Voor het scenario brand in vluchtweg hebben we gekeken of er brandgevaarlijke voorwerpen of objecten in de vluchtroute aanwezig waren die ofwel een ontstekingsbron kunnen zijn, ofwel die in geval van een eenmaal ontstane brand een bijdrage kunnen leveren aan de brandontwikkeling en rookverspreiding. In de vluchtroutes zijn geen ontstekingsbronnen aangetroffen. Wel is een beperkte hoeveelheid voorwerpen en objecten aangetroffen, maar die leveren niet direct een substantiële bijdrage aan brandontwikkeling of rookverspreiding. De enige uitzondering hierop is een in aangetroffen bank en stoelen in één van de units (zie afbeelding 5.1).

Afbeelding 5.1: bank en stoelen in vluchtroute.

De beperkte hoeveelheid aangetroffen voorwerpen en objecten beschouwen we als een momentopname. Twee maanden geleden is namelijk een grote hoeveelheid objecten en voorwerpen uit de vluchtroutes verwijderd. We constateren daarmee dan ook dat de hoeveelheid voorwerpen en objecten in de vluchtroute weer aan het toenemen is (zie afbeelding 5.2 ter illustratie). Risicogericht beschouwd vormen objecten met een beperkte brandlast zoals kleine versieringen gericht op meer leefbaarheid geen bezwaar, maar objecten met een grote brandlast wel. Afval in de gangen duidt op een risico op beperkte naleving van elementaire brandveiligheidsmaatregelen zoals het gesloten houden van brandwerende deuren.

23

Afbeelding 5.2: voorwerpen in de vluchtroute.

Voor de kans op brand in de vluchtroute hebben we geconstateerd dat er in de gemeenschappelijke ruimten (huiskamers) een kans op brand is die ook snel kan leiden tot brand- en rook in de vluchtroute. Er zijn in de meeste van deze gemeenschappelijke huiskamers ontstekingsbronnen aanwezig zoals apparatuur en een kookgelegenheid. In een enkel geval kwamen we een actieve ontstekingsbron tegen zoals een onbeheerd gloeiend verhittingselement dat gebruikt kan worden voor een waterpijp (zie afbeelding 5.3).

Afbeelding 5.3: ontstekingsbron in gemeenschappelijke ruimte.

In de gemeenschappelijke huiskamers is sprake van een hoge vuurlast (soms wel zeven bankstellen in de ruimte, zie afbeelding 5.4) en staan de brandwerende en zelfsluitende deuren tussen deze ruimten en de vluchtroutes in vrijwel alle gevallen open (zie afbeelding 5.5). Ook hebben we (door bewoners niet-onderhouden) wasmachines (ontstekingsbron) aangetroffen in dit soort gemeenschappelijke ruimten.

24

Afbeelding 5.4: hoge vuurlast in gemeenschappelijke ruimten.

Afbeelding 5.5: brandwerende en zelfsluitende deuren staan open.

Toets aan referentieniveau Ten aanzien van het ontstaan van brand voldoet het complex niet aan het referentieniveau op de volgende punten: • een bankstel en stoelen (brandlast) staan opgeslagen in de vluchtroute. • de deuren van de gemeenschappelijke ruimten die op de vluchtroute uitkomen staan vrijwel zonder uitzondering in geopende stand. Hoewel het bankstel en de stoelen aanzienlijk kunnen bijdragen aan de rookverspreiding, is er geen ontstekingsbron in de buurt. Als de brand vanuit een woning deze brandlast kan aansteken, zorgen de hitte en rook er toch al voor dat de vluchtgang geblokkeerd is.

25

5.3

Ontdekken en alarmeren

Actuele brandveiligheidssituatie Alle woningen zijn volgens Lieven de Key voorzien van werkende stand-alone rookmelders die gevoed worden door een batterij. Na de stormschade aan het complex door storm Eunice begin 2022 zijn volgens Lieven de Key alle woningen hierop gecontroleerd en waar nodig zijn rookmelders opnieuw geplaatst of weer werkend gemaakt. Ook dit beschouwen we als een momentopname, omdat na de brand bij onze inspectie bleek in unit 5 dat rookmelders in woningen soms niet meer aanwezig waren of niet meer functioneerden. Ook de vluchtroutes en gemeenschappelijke ruimten zijn voorzien van stand-alone batterij-gevoede rookmelders. Deze rookmelders in de vluchtroutes zijn na de brand als tijdelijke maatregel aangebracht. Tijdens de inspectie waren op enkele plaatsen signalen te horen dat de batterij van een rookmelder op korte termijn vervangen moet worden. De rookmelders zijn onderling niet gekoppeld. Toets aan referentieniveau Ten aanzien van het ontdekken van en alarmeren bij brand voldoet het complex wel aan het referentieniveau. 5.4

Vluchten

Actuele brandveiligheidssituatie Het vluchten hebben we beoordeeld op de volgende aspecten: • de indeling van de vluchtroute. • de uitvoering van de vluchtroute. • de bruikbaarheid van de vluchtroute. • de herkenbaarheid van de vluchtroute. Er is overal in het complex sprake van 2 vluchtroutes, zodat geen sprake is van doodlopende einden en er niet langs andere deuren gevlucht hoeft te worden. De loopafstanden vallen ruim binnen de eis van 70 meter. Datzelfde geldt voor de eisen aan de minimale breedte en hoogte van de vluchtroutes (gangen en trappenhuizen). Verder zijn alle deuren op de vluchtroutes eenvoudig te openen (zonder sleutel o.i.d.) en komen deze uit op een veilige plaats (buiten, op een plaats waar de openbare weg bereikt kan worden). Wel vindt er opslag plaats in de vluchtroutes die, wanneer de vluchtroute onder rook staat, het snel en veilig vluchten kan beperken.

26

Verder zijn de vluchtroutes logisch ingericht en gelijk aan de routes die voor de dagelijkse toegang tot de woningen gebruikt worden. Op een aantal plaatsen in het complex is vanaf de vluchtroute ook een toegang naar een dakterras. Dit is geen reguliere vluchtroute en hoeft dus ook niet als zodanig herkenbaar te zijn. Maar als er zich een situatie voordoet dat de vluchtroute (ondanks het voldoen aan alle eisen) door de rookverspreiding te lang blijkt te zijn om snel en veilig uitgang te bereiken, kunnen deze dakterrassen wel een tijdelijk veilige plaats bieden van waar de brandweer voor verdere ondersteuning bij het bereiken van een veilige plaats kan zorgen. Deze mogelijkheid kan in de voorlichting en instructie aan bewoners worden meegenomen. Toets aan referentieniveau Ten aanzien van het vluchten voldoet het complex niet aan het referentieniveau op het volgende punt: • in de vluchtroutes worden spullen opgeslagen die snel en veilig vluchten (met name bij rook op de vluchtweg) kunnen belemmeren. 5.5

Bouwkundige uitvoering van de vluchtroute

Actuele brandveiligheidssituatie De bouwkundige uitvoering van vluchtroutes hebben we beoordeeld op de volgende punten: • de staat van de scheidingsconstructie. • de zelfsluitende deuren en het vastzetten van de zelfsluitendheid. • de overige ruimten die uitkomen op de vluchtroute of het trappenhuis. De scheidingsconstructie tussen de woningen en de vluchtroutes en tussen de vluchtroutes onderling, heeft volgens het referentieniveau een wbdbo van tenminste 20 minuten. Door Lieven de Key is voor deze scheidingen het niveau tijdelijke bouw gehanteerd. De wbdbo hebben wij zelf niet vastgesteld, maar Lieven de Key heeft aangegeven dat de deuren in deze scheidingen geen wbdbo van 30 minuten halen en dat deze nog aangepast moeten worden aan deze wbdbo (deuren zijn besteld). Wel is geconstateerd dat veel deuren aan met name de bovenzijde een flinke kier hebben (mogelijk door wasrekken van bewoners), waardoor rook sneller vanuit de woning naar de vluchtroute kan verspreiden dan wenselijk is. Woningtoegangsdeuren zijn niet (bovenwettelijk) zelfsluitend uitgevoerd. Wel zijn alle deuren tussen vluchtroutes onderling en tussen gemeenschappelijke ruimten en vluchtroutes zelfsluitend uitgevoerd. Echter, er is tijdens de controle geconstateerd dat vrijwel alle toegangsdeuren tussen de gemeenschappelijke ruimten (gemeenschappelijke huiskamers) en de vluchtroute in geopende stand staan.

Deurdrangers waren onklaar gemaakt of er waren spullen geplaatst om de deur in geopende stand te houden. Dit is zorgelijk omdat in de gemeenschappelijke ruimten verreweg de meeste

27

ontstekingsbronnen aanwezig zijn alsmede een zeer hoge vuurlast van veel rook-producerend meubilair. Toets aan referentieniveau Ten aanzien van de bouwkundige uitvoering van de vluchtroute voldoet het complex niet aan het referentieniveau op de volgende punten: • toegangsdeuren tot woningen zijn niet (bovenwettelijk) zelfsluitend uitgevoerd en hebben voor een deel aan met name de bovenkant grote kieren. • de zelfsluitende deuren tussen de gemeenschappelijke ruimten en de vluchtroutes staan vrijwel allemaal in geopende stand. 5.6

Zelfredzaamheid

Actuele brandveiligheidssituatie We hebben Lieven de Key gevraagd naar de leeftijdsopbouw van de bewoners en naar hun mogelijke immobiliteit, omdat beide factoren de zelfredzaamheid negatief kunnen beïnvloeden. De bewoners bestaan volgens Lieven de Key uit jongeren (waaronder statushouders) tot 33 jaar. Lieven de Key geeft aan dat er afgezien van een wellicht onbekend geval van tijdelijke immobiliteit (zoals een gebroken been) iedere bewoner zelfredzaam is. Navraag bij de gemeente Amsterdam geeft eenzelfde beeld. Referentieniveau Ten aanzien van de zelfredzaamheid voldoet het complex wel aan het referentieniveau. 5.7

Mogelijkheid tot ondersteuning door de brandweer

Actuele brandveiligheidssituatie Alle gebouwen van het complex zijn ofwel vanaf de openbare weg, ofwel vanaf een verharde verbindingsweg binnen 10 meter te bereiken door brandweervoertuigen. Redvoertuigen kunnen op een aantal plaatsen binnen 5 meter van tenminste een gevel opgesteld worden. Op een aantal plaatsen is deze afstand ongeveer 8 meter, maar gelet op de geringe hoogte van het gebouw (3 bouwlagen) is de inzet van een redvoertuig mogelijk. Balkons zijn niet aanwezig, wel is op een aantal plaatsen een dakterras bereikbaar. Toets aan referentieniveau Ten aanzien van de mogelijkheden tot ondersteuning door de brandweer voldoet het complex wel aan het referentieniveau.

28

5.8

Object-specifieke factor

Brandveilig gebruik en beheer Uit zowel informatie van Lieven de Key, het eerder aangehaalde quick-scan rapport van DVTadvies en het bezoek ter plaatse, blijkt dat de bewoners in grote mate niet of nauwelijks rekening houden met een brandveilig gebruik van het complex. Tijdens de quick-scan bleken rookmelders niet meer te functioneren of onklaar gemaakt te zijn en stonden de vluchtroutes vol met spullen. De genoemde quick-scan is uitgevoerd in februari 2022, mede naar aanleiding van gesprekken die Lieven de Key met bewoners heeft gevoerd na stormschade aan het complex door storm Eunice. Na de quick-scan zijn de door DVTadvies geconstateerde gebreken van de brandveiligheidssituatie verholpen (met uitzondering van het aanbrengen van de brandwerende deuren, die al wel besteld zijn). Lieven de Key heeft onder meer rookmelders geplaatst en vervangen en de vluchtroutes vrijgemaakt van spullen. Maar tijdens ons bezoek aan het complex bleken niet alle rookmelders te functioneren, stonden brandwerende deuren open, waren deurdrangers onklaar gemaakt, en stonden er weer spullen in de vluchtroutes. Het gebruik van het wooncomplex maakt op dit moment dat niet voldoende aan de eisen voor brandveiligheid wordt voldaan. Het huidige beheer door Lieven de Key kan dat brandonveilige gebruik niet compenseren.

Lieven de Key dient daar daarom enerzijds intensiever toezicht op te houden en anderzijds de bewoners beter voor te lichten en te instrueren om het complex brandveilig te gebruiken. Op dit ogenblik ontvangen nieuwe bewoners alleen maar een algemene folder over brandveiligheid. Overigens onderkennen we dat instructies slechts van een beperkte waarde zijn, maar bijvoorbeeld geen garanties bieden. Ten aanzien van de object-specifieke factor ‘brandveilig beheer en gebruik’ voldoet het complex niet aan het gewenste niveau. 5.9

Overige voorzieningen

In het complex hebben we tijdens ons bezoek brandblussers en nood- en transparantverlichting aangetroffen. Beide voorzieningen zijn bovenwettelijk (en dus niet verplicht). Ook hebben wij deze twee voorzieningen niet opgenomen in de zes factoren om de vluchtveiligheid bepalen. Enerzijds blijkt bij woongebouwen namelijk dat het effect van brandblussers nagenoeg nul is (als ze al gebruikt worden mislukt vaak de bluspoging,), anderzijds kan het gebruik juist averechts werken om veilig vluchten mogelijk te maken. Immers, bij een bluspoging begeeft de bewoner zich juist naar de brand toe, die dan al (soms

29

onzichtbare) schadelijke rook en koolmonoxide produceert. En bij een mislukte bluspoging vangt de vluchttijd later aan dan gewenst, wat weer een negatief effect heeft op het veilig kunnen vluchten. Ook voor nood- en transparantverlichting geldt dat wij deze niet noodzakelijk achten omdat de vluchtroute bij de bewoners een bekende route is die ze dagelijks gebruiken. Onderzoek heeft ook uitgewezen dat de vluchtwegaanduiding geen toegevoegde waarde heeft bij het vluchten. 5.10

De vluchtveiligheidssituatie overziend

De actuele brandveiligheidssituatie van de vluchtveiligheid hebben we getoetst aan de referentieniveaus. Deze niveaus zijn gebaseerd op het Bouwbesluit 2012 (niveau bestaande bouw of het nieuwbouwniveau). Waar het Bouwbesluit 2012 geen eisen geeft hebben we een alternatief onderbouwd referentieniveau aangehouden. Wooncomplex Riekerhaven voldoet wel aan de referentieniveaus op de factoren ‘ontdekken en alarmeren’, ‘zelfredzaamheid’ en ‘mogelijkheden tot ondersteuning door de brandweer’. Op deze factoren voldoet wooncomplex Riekerhaven daarmee aan een voldoende niveau voor de vluchtveiligheid. Wooncomplex Riekerhaven voldoet niet aan de referentieniveaus op de factoren ‘ontstaan van brand’, ‘vluchten’, ‘bouwkundige uitvoering van de vluchtroute’ en ‘brandveilig beheer’. Specifiek op de volgende punten voldoet wooncomplex Riekerhaven dus niet aan een voldoende niveau voor de vluchtveiligheid: • een bankstel en stoelen (brandlast) staan opgeslagen in de vluchtroute die significant kunnen bijdragen aan ontwikkeling van een brand. • de deuren van de gemeenschappelijke ruimten die op de vluchtroute uitkomen staan vrijwel zonder uitzondering in geopende stand. • in de gemeenschappelijke ruimten staan wasmachines.

• in de vluchtroutes worden spullen opgeslagen die snel en veilig vluchten (met name bij rook op de vluchtweg) kunnen belemmeren omdat deze spullen een deel van de vluchtroute blokkeren. NB Hieronder vallen dus risicogericht niet de kleine versieringen die gericht zijn op meer leefbaarheid. • woningtoegangsdeuren zijn niet (bovenwettelijk) zelfsluitend uitgevoerd. • woningtoegangsdeuren hebben deels aan met name de bovenkant grote kieren, mogelijk door het gebruik van wasrekken. Bij brand in een matras of bankstel in een woning ontstaat veel overdruk. Dan kan rook snel in flinke hoeveelheden door deze hoge kieren heen geperst worden. • bewoners blijken in grote mate niet of nauwelijks rekening te houden met brandveilig gebruik van het woongebouw.

30

•

brandveilig beheer van het complex door Lieven de Key is niet in staat de genoemde tekortkomingen veroorzaakt door het gebruik door huurders te voorkomen.4

De implicaties van deze bevindingen bespreken we in hoofdstuk 7.

4 Merk op: wij beschouwen hier de situatie tijdens onze inspectie na de brand. Het rapport dat in opdracht

van Lieven de Key is opgesteld na de stormschade schetste een somberder beeld van de brandveiligheidssituatie. Dat heeft tot serieuze inspanningen geleid van Lieven de Key maar toch volstaan de inspanningen in het beheer niet, zo blijkt relatief kort na de brand.

31

6

Analyse van brandontwikkeling en rookverspreiding in unit 6

6.1

Inleiding

In dit hoofdstuk analyseren we op basis van de feitelijke beschrijving van het brandverloop (in hoofdstuk 3) de brandontwikkeling en rookverspreiding en lopen we waar mogelijk vooruit op een aantal conclusies over het verloop daarvan De inzichten uit dit hoofdstuk en uit andere hoofdstukken gebruiken we om in het volgende hoofdstuk 7 conclusies en aanbevelingen te formuleren. 6.2

Het initiële brandverloop

Feiten De brand is ontstaan op de eerste verdieping van unit 6, door het opzettelijk ontsteken van een bank of van de deken die op de bank lag (die op zijn beurt de bank tot ontsteking heeft gebracht). Het is onbekend waarmee de brand is aangestoken. De brand in de bank ontwikkelde zich zeer snel. Kort na het ontstaan van de brand sprak de politie al over vlammen van ongeveer 2 meter hoog. Analyse Dat brand in een bank zich snel ontwikkeld is bekend op basis van testen en praktijksituaties.5 Vulling van banken bestaat namelijk uit zeer brandbaar PU-schuimvulling, wat overigens ook geldt voor matrassen.6 De snelheid van de brandontwikkeling in de bank is hiermee dus eenvoudig te verklaren. Echter was ook sprake van andere omstandigheden die hebben bijgedragen aan de snelheid van de brandontwikkeling. Omdat er geen raam meer in de woning zat en de woningtoegangsdeur open bleef staan na aanwezigheid van de politie, was sprake van een onbeperkte toevoer van zuurstof. Daardoor kon de brand zich onbelemmerd (en dus met grote snelheid) ontwikkelen. 6.3

Branduitbreiding naar het dak

Feiten De brand sloeg snel uit door het open raam (dat eerder was vernield door de bewoner) en de vlammen reikten na enkele minuten al tot aan de dakrand, waar de vlammen en 5 Bijvoorbeeld: IFV (2017). Impression tests upholstered furniture and mattresses. En: IFV (2020). The burn-

ing behaviour of sofas during smoke propagation experiments. 6 Momenteel wordt werkt het ministerie van VWS aan wetgeving om banken en matrassen in de toekomst minder brandbaar te laten zijn.

32

de rook tegen het overstek van het schildak aan sloegen. Op filmmateriaal was de brand binnen 6 minuten na het ontstaan van de brand op het dak waarneembaar, die zich daarna echter ongezien voor (en dus onopgemerkt door) de brandweer verder uitbreidde over het dak. Analyse Omdat de bank direct onder het raam stond, de woningtoegangsdeur geopend was en het raam eruit lag, was de brand zeer snel uitslaand. Vanwege deze omstandigheden heeft er waarschijnlijk ook snel vlamoverslag in de woning plaatsgevonden, waardoor de gehele inventaris in de woning is gaan branden. Zoals de Brandweer Amsterdam-Amstelland in haar rapportage ook aangeeft, zijn er in theorie meerdere branduitbreidingstrajecten mogelijk die hebben geleid tot uitbreiding van de brand vanuit de brandende woning naar het dak. Mogelijke branduitbreidingstrajecten die de brandweer noemt zijn: • brandoverslag via de buitenlucht naar het dak. • branddoorslag via de gevel naar het dak (achter de gevelbeplating langs). • branddoorslag via de wanden, vloeren en doorvoeringen van en in de woning. Uit foto’s en filmbeelden is duidelijk te zien dat de brand zich in ieder geval langs de buitenzijde heeft verplaatst richting het dak. Ongeveer 3 minuten na het ontstaan van de brand was de brand namelijk uitslaand en reikten de vlammen al tot de dakrand.

Weer 3 minuten later was de brand (op foto’s en filmbeelden) waar te nemen op het dak. Omdat er direct vlamcontact is geweest met de rand van het dak, is op die plaats het dak gaan branden. Het overstek van het schildak werd vervolgens vanaf de onderkant geraakt door vlammen en hete rook, waarna de brand zich onder het schildak verder kon verspreiden. Omdat het schildak bestaat uit plaatstaal warmt deze door de vlammen en de hete rook snel op, waarna de hitte uitstraalt naar het onderliggende dak van de modulaire wooneenheden. Het onderliggende dak bestaat (van boven naar beneden) uit bitumen, isolatiemateriaal (EPS) en een underlayment. De intensiteit van de stralingswarmte kan het bitumen snel en eenvoudig doen ontbranden, hetgeen ook gebeurd is. Nadat het bitumen vlam heeft gevat is ook direct de EPS-isolatie gaan branden. De vraag die wat ons betreft over blijft is of dit branduitbreidingstraject het enige traject is dat heeft gezorgd voor het in brand raken van het dak, of dat een van de andere twee mogelijke trajecten hier aan hebben bijgedragen. Wij achten dit onwaarschijnlijk, om de volgende redenen: •

Branddoorslag via de gevel naar het dak (achter de gevelbeplating langs) is vanaf de woning op de eerste verdieping binnen 6 minuten niet waarschijnlijk vanwege

33

de opbouw van de gevel (houtconstructie, onbrandbare isolatie en dampremmer) en het ontbreken van een (doorlopende) luchtspouw. Er zijn ook geen foto’s of filmbeelden waarop aanwijzingen te zien zijn van dit traject. •

Als sprake zou zijn geweest van branddoorslag via de wanden, vloeren en doorvoeringen van en in de woning, zou er in een eerder stadium branduitbreiding of rookontwikkeling zichtbaar geweest moeten zijn naar (en in) de naast- en bovengelegen woningen. Na het blussen van de brand in de woning heeft de brandweer gezien dat gipsplaten van het plafond hebben losgelaten en dat de vloer was ingebrand. Deze losgelaten gipsplaten zijn waarschijnlijk het resultaat van het blussen en de ingebrande vloer is waarschijnlijk het resultaat van brandende druppels PU-schuim van de bank. De ingebrande woningtoegangsdeur van de woning tegenover de brandende woning is te verklaren doordat de deur van de brandende woning heeft open gestaan.

6.4

Branduitbreiding naar andere woningen

Feiten De brand breidde snel uit over het dakoppervlak. Om 08.45, ongeveer 9 minuten nadat het dak is gaan branden, trok de brandweer zich terug uit unit 6 en richtte zich op het blussen van de dakbrand en op het voorkomen dat de brand zich verder zou uitbreiden naar andere units. 23 minuten nadat het dak is gaan branden stond het grootste deel van het dak van unit 6 in brand. Weer 10 minuten later is te zien dat er rook uit woningen op de derde verdieping komt, wat er op duidt dat de brand zich via het dak naar deze woningen heeft uitgebreid. De brand breidt zich daarna uit naar de andere woningen in unit 6. Om 09.54 werd door de brandweer voor de eerste keer gemeld dat er afstand genomen moest worden van het gebouw vanwege instortingsgevaar. Vervolgens werd om 10.32 gemeld dat het gebouw begon in te zakken en te bewegen, waarna het dak om 10.36 is ingestort. Analyse Vanwege de brandbare bitumen en EPS-isolatie in het dak kon de brand zich snel uitbreiden over het dakoppervlak. Een bijkomend nadeel was dat de brandweer het dak niet goed kon blussen vanwege het schildak.

Het exacte moment van branduitbreiding vanaf het dak naar andere woningen is moeilijk vast te stellen, maar omdat op foto’s te zien is dat de brand zich eerst verspreidde naar woningen op de derde verdieping, is het aannemelijk dat de brand zich vanaf het dak door de underlayment (en eventuele doorvoeringen) heeft uitgebreid naar deze woningen. Vanuit die woningen is de brand vervolgens weer uitgebreid naar andere onder- en naastgelegen woningen. Merk nogmaals op dat deze uitbreiding na meer dan

34

een half uur plaatsvond en het dak daarmee heeft voldaan aan de wettelijke eisen voor nieuwbouw. 6.5

Rookverspreiding

Feiten De deur van de brandende woning is na de aanwezigheid van de politie open blijven staan, waardoor de rook snel en eenvoudig kon verspreiden naar de gang. Na 2 minuten was er alleen nog zicht laag bij de grond. De rook verspreidde zich vervolgens naar de gang op de tweede verdieping en even later (in mindere mate) ook naar de gang op de begane grond. Ongeveer 7 minuten na het ontstaan van de brand is dichte rook waarneembaar uit het raam van de naastgelegen woning (nr. 89). De bewoner heeft verklaard het raam geopend te hebben en bij het verlaten van de woning de woningtoegangsdeur naar de gang niet gesloten te hebben. De rook die uit het raam stroomt is dus rook vanaf de gang. Analyse Zoals eerder genoemd is het bekend dat banken (en matrassen) zorgen voor een grote hoeveelheid rookproductie bij brand. Brand- en rookwerende deuren houden deze rook vaak, maar niet in alle gevallen tegen. Wat bij deze brand ‘hielp’ qua rookverspreiding was dat er geen raam meer in de brandende woning zat, waardoor grote hoeveelheden rook naar buiten kon stromen. Echter, omdat de woningtoegangsdeur van de brandende woning open bleef staan, heeft de rook zich toch snel kunnen verspreiden naar de gang wat het vluchten voor de overige bewoners heeft belemmerd.

De toegevoegde waarde van zelfsluitende woningtoegangsdeuren (die we noemen in ons referentiekader) is hier wat ons betreft dan ook mee aangetoond. De rookdichtheid op de tweede verdieping en de begane grond was aanzienlijk minder en heeft het zelfstandig vluchten van bewoners niet onmogelijk gemaakt. De rook kan op verschillende wijzen verspreid zijn naar de andere bouwlagen: via de trappenhuizen, openstaande deuren (door wiggen, onklaar gemaakte deurdrangers of door vluchtende bewoners), of kieren e.d. in de constructie-onderdelen. 6.6

Toets aan de bouwregelgeving

Wetgeving De brandveiligheidseisen in de bouwregelgeving hebben twee doelen: (1) in het gebouw aanwezige personen kunnen deze bij brand veilig verlaten (vluchtveiligheid) en (2) brand in een gebouw breidt zich niet uit naar andere gebouwen. De

35

bouwregelgeving stelt dus geen verdere eisen aan branduitbreiding binnen een gebouw of aan het beperken dan wel voorkomen van (financiële) schade. In het Bouwbesluit 2012 worden wel eisen gesteld aan bijvoorbeeld de aanwezigheid van brandcompartimenten in een gebouw, maar ook deze eisen zijn uitsluitend bedoeld om de twee doelen te realiseren. Zo zorgen brandcompartimenten er in een gebouw voor dat delen van het gebouw langere tijd gevrijwaard blijven van rook en brand, zodat aanwezigen meer tijd hebben het gebouw veilig te verlaten (vluchtveiligheid). Ook heeft de brandweer meer kans om de brand te blussen voordat het gehele gebouw in brand staat. Daarmee kan de kans verkleind worden dat de brand overslaat naar andere gebouwen. Analyse Allereerst stellen we vast dat beide doelen uit het Bouwbesluit 2012 bij deze brand zijn gehaald. Iedereen heeft het gebouw veilig kunnen verlaten en de brand is niet overgeslagen naar andere gebouwen. Uiteraard heeft de snelheid waarmee de politie en brandweer ter plaatse waren het veilig vluchten bij de brand ondersteund, maar er is niet vast te stellen dat veilig vluchten zonder deze hulp niet mogelijk zou zijn geweest. Overigens gaat de bouwregelgeving ook uit van de mogelijkheid dat aanwezigen door de rook moeten vluchten. Verder stellen we vast dat het gebouw voldeed aan de eisen van brandcompartimentering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12604533/1