CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Zienswijze gezondheid Windwiki februari 2022

RAAD 20 april 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadres van een aantal ex-leden van de Klankbordgroep Gezondheid inzake commentaar op het eindrapport van de Expertgroep Gezondheid over de gezondheidseffecten van windturbines VN2022-01076519.246 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Zienswijze van Windwiki op de

‘Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMER Windturbinebepalingen Leefomgeving’

Februari 2022 Drs. Erich Taubert, functioneel en reconstructief uroloog Drs. Ronald Melieste, cardioloog n.p., voorzitter Nederlandse Reanimatie Raad Drs. Simone Brands, psychiater kind en jeugd Drs. Sylvia van Manen, huisarts, kaderarts ggz Prof. Dr. Thomas Maal, hoogleraar 3D in de gezondheidszorg, Radboud UMC

INHOUD

PAGINA

I NLEIDING & LEESWIJZER

3

ONDERZOEKSVOORSTELLEN 1. W INDTURBINEGELUID EN GEZONDHEIDSGEVOLGEN VOOR KINDEREN 2. BISFENOL A EN MICROPLASTICS UIT WIEKENMATERIAAL 3. I NFRASOON EN LAAGFREQUENT GELUID : EFFECTEN OP HET HARTVAATSTELSEL 4. CUMULATIE VAN MILIEU -/ GEZONDHEIDSEFFECTEN OP OMWONENDEN

6 8 11 13

1.

DE BRADFORD HILL CRITERIA TOEGEPAST OP WINDTURBINEGELUID EN GEZONDHEIDSEFFECTEN

16

2.

DE OMGEKEERDE BEWIJSLAST OMGEKEERD …

17

3.

GEZONDHEIDSEFFECTEN VAN LAWAAI BIJ KINDEREN

20

4.

GEZONDHEIDSEFFECTEN VAN LAWAAI BIJ DE VOLWASSEN BEVOLKING 4.1 Inleiding 4.2 Hart- en vaatziekten 4.3 Geluidshinder 4.4 Slaapstoornissen 4.5 Kwaliteit van leven/ welzijn/ psychiatrische stoornissen

23

5.

CUMULATIE VAN NEGATIEVE GEZONDHEIDSEFFECTEN 5.1 Windturbines naast snelwegen 5.2 Windturbines als bron van epoxyharsen met bisfenol A 5.3 Windturbinegeluid in kombinatie met ‘annoyance’

26

6.

ZIENSWIJZE OP DE VRAGEN VAN DE NRD 6.1 Wat wij missen 6.2 De onjuistheden

30

6.3 De aandachtspunten

BIJLAGE 1

37

BIJLAGE 2

42

LITERATUURLIJST

45

2

•

“Wat mist u als belangrijk aandachtspunt voor het milieueffectrapport? • Bevat de Notitie Reikwijdte en Detailniveau onjuistheden? • Welke aandachtspunten heeft u voor het verdere proces?”

U stelt deze vragen in relatie tot de ‘Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMER Windturbinebepalingen Leefomgeving’ van december 2021.

Wij starten dit document met een aantal onderzoeksvoorstellen om op te kunnen nemen in het plan m.e.r. Daarna schetsen wij de actuele stand van zaken met betrekking tot de medische kennis over windturbinegeluid en de gezondheidsgevolgen daarvan in 4 hoofdstukken. Wij beantwoorden bovenstaande drie vragen in ons laatste hoofdstuk. In twee bijlagen is een overzicht van het wetenschappelijk onderzoek opgenomen.

INLEIDING Onze algemene indruk van de ‘Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMER Windturbinebepalingen Leefomgeving’: men wil gewoon dóór met de bouw van turbines zoals dit nu gebeurt, en liefst op zo kort mogelijke termijn, op zo’n groot mogelijke schaal. De doelen van de energietransitie worden boven het belang van omwonenden gesteld. Vooruitlopend op de uitkomsten van ‘mogelijk’ onderzoek, zonder dat enige garantie wordt ingebouwd dat nieuwe inzichten, bijvoorbeeld over gezondheidseffecten op omwonenden, van cumulatie van gezondheidsgevolgen, of ten aanzien van de gevolgen van verlies van wiekenmateriaal of verspreiding van fijnstof, zullen leiden tot aanpassing van de normen. Onze algemene indruk vanuit het gezondheidsperspectief van omwonenden: In deze versie van de NRD missen wij zelfs maar het begin van een geïntegreerde visie op de waarborg van gezondheid van omwonenden van windturbineparken. Pas in het laatste hoofdstuk (6) wordt ingegaan op de gezondheidsgevolgen, alleen voor wat betreft de impact van geluid (en dan nog met ontkenning van de gevolgen van infrasoon en laagfrequent geluid (ILFG) omdat men dit niet ‘hoort’ en er ‘geen aanwijzingen zijn voor gezondheidsgevolgen’. Al daarvóór, in hoofdstuk 5 van de notitie, worden alle te toetsen items voor een plan m.e.r.

in grafieken verwerkt, zónder dus de toetsing van de te verwachten gezondheidsgevolgen te noemen. Dit betekent in feite dat de gezondheidsaspecten níet zijn opgenomen in de te toetsen onderdelen in het plan m.e.r. en dit is ONACCEPTABEL. Wij zijn zo vrij geweest om de tabellen 14 en 15 aan te vullen met de ontbrekende, te onderzoeken onderwerpen met betrekking tot hinder en gezondheidseffecten bij omwonenden. Deze tabellen hebben wij opgenomen in hoofdstuk 5.

3

Leeswijzer Wij starten met de uitwerking van een aantal op te nemen specifieke onderzoeksvragen in het plan m.e.r. Dit betreft onderzoek naar de gezondheidsgevolgen van windturbinegeluid voor kinderen, de gevolgen voor het hart- en vaatstelsel, de gevolgen van cumulatie van negatieve gezondheidseffecten en de milieu en gezondheidsgevolgen van het vrijkomen van epoxydeeltjes van de wiekenranden. In hoofdstuk 1 gaan wij in op het bewijs van de causale relatie tussen windturbinegeluid en gezondheidsgevolgen via de toepassing van de Bradfort Hill criteria. In 1965 stelde de Engelse statisticus Sir Austin Bradford Hill een reeks van negen criteria voor, om epidemiologisch bewijs te leveren van een causaal verband tussen een veronderstelde oorzaak en een waargenomen effect. Pas met behulp van de toepassing van deze criteria is in de jaren ’90 de causale relatie aangetoond tussen roken en longkanker. Eind 2021 is op vergelijkbare wijze als bij het bewijzen van het verband tussen roken en longkanker, de causale relatie aangetoond tussen windturbine geluid (WTG) en gezondheidsklachten bij omwonenden door Anne Dumbrille, Robert McMurtry en Carmen Krogh in hun artikel ‘Wind turbines and adverse health effects: Applying Bradford Hill's criteria for causation.’1 Aan alle negen criteria wordt voldaan. Dit valt niet te ontkennen.

In hoofdstuk 2 gaan wij in op het weer omkeren van de ‘omgekeerde bewijslast’. Momenteel ligt de bewijslast bij omwonenden en kritische wetenschappers, om aan te tonen dat zij hinder en dus gezondheidsschade ervaren. Feitelijk zou -net als bij de ontwikkelingen van nieuwe voedingsmiddelen, bestrijdingsmiddelen, geneesmiddelen- vóóraf moeten zijn aangetoond door de industrie zélf dat de plaatsing van industriële installaties in de nabije omgeving van omwonenden veilig is. Wij sommen de vragen met betrekking tot de veiligheid op, die in feite nog niet beantwoord zijn. In hoofdstuk 3 beschrijven wij de gevolgen van omgevingslawaai voor de ontwikkeling en gezondheid van kinderen. Kinderen beneden de 18 jaar worden gewoonlijk geëxcludeerd uit het onderzoek naar de gevolgen van WTG, hoewel juist zij een kwetsbare groep zijn. Er zijn nog geen, dan wel onvoldoende gegevens bekend van het tijdelijke, laat staan het blijvende effect, van ILFG op de ongeboren vrucht (!) en op kinderen van 0-18 jaar. Dit is de reden dat wij uitwijken naar de -vele- wetenschappelijke onderzoeken die zijn verricht naar de gevolgen van omgevingslawaai voor het welzijn en de gezondheid van kinderen.

Dit betreft onderzoek naar verkeerslawaai in al zijn verschijningsvormen (vliegtuig-, trein-, en autolawaai) waarbij er inmiddels ruim voldoende bewijs is voor de nadelige effecten van omgevingslawaai op de cognitieve ontwikkeling van kinderen, en een aantal lichamelijke gevolgen. Op deze -afgeleide- wijze maken wij aannemelijk dat in de leef- en schoolse omgeving van kinderen extra strenge geluids-/ afstandsnormen moeten gelden voor bouw van windturbineparken.

4

Voor ieder windturbinepark zou een analyse moeten worden gemaakt van locaties met veel kinderen (scholen, gezinsvervangende tehuizen) en van woonvormen met ouderen, inclusief de te verwachten gevolgen voor deze kwetsbare groepen. In hoofdstuk 4 bespreken wij de conclusies uit wetenschappelijke onderzoeken naar de effecten van windturbinegeluid ten aanzien van gezondheidseffecten voor de volwassen bevolking. In hoofdstuk 5 gaan wij in op de gevolgen van cumulatie van andere milieufactoren met negatieve gezondheidsgevolgen én windturbines. Dit betreft onder andere de verspreiding van fijnstof van wegverkeer in de wake achter windturbines, het verlies van wiekenmateriaal door de Leading Edge Erosion (LEE) en de gevolgen van cumulatie met ‘hinder’. Ten slotte geven wij in hoofdstuk 6 onze beantwoording van de drie in de NRD gestelde vragen: wat wij missen als belangrijke aandachtspunten voor het milieueffectrapport, welke onjuistheden wij signaleren in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau onjuistheden en welke aandachtspunten wij belangrijk vinden voor het verdere proces. Vanwege de hoeveelheid aan medisch onderzoek en de invloed daarvan op de leesbaarheid van onze zienswijze hebben wij een deel van de informatie in twee aparte bijlagen ondergebracht.

Een bijlage met alle onderzoeken naar de invloed van omgevingslawaai op de ontwikkeling van kinderen en een bijlage met onderzoek onder volwassenen. Wij starten, zoals gezegd, met onze aanbevelingen voor onderzoek naar gezondheidsgevolgen om op te nemen in de verdere uitwerking van het plan m.e.r. In deze aanbevelingen voor onderzoek gebruiken wij voetnoten, in de navolgende hoofdstukken zijn eindnoten geplaatst. Wij zijn ons overigens bewust van de hoeveelheid aan onderzoeksvragen waar wij op in gaan, en hoeveel dit van u vraagt. Dit komt voort uit het feit dat er inmiddels zoveel meer wetenschappelijke informatie beschikbaar is over dit onderwerp dan waar de tot nu toe geldende geluidsnormen op zijn gebaseerd. Maar het komt ook voort uit de nog vele openstaande vragen.

5

Onderzoeksvoorstel 1. Windturbinegeluid en gezondheidsgevolgen voor kinderen Introductie - probleemschets Er is veel onderzoek gepubliceerd naar de effecten van lawaai op de gezondheid van kinderen. Het meeste onderzoek is verricht met wegverkeer, treinverkeer en vliegtuigen. Daarbij zijn duidelijk schadelijke effecten aangetoond. 1 Wij noemen de gevonden relaties met laag geboortegewicht en vroeggeboorte 2, met verhoogde systolische bloeddruk, verhoogde catecholamineconcentraties in de urine, verminderde leerprestaties en geheugenstoornissen, verminderde kwaliteit van leven door het ervaren van hinder. Uit andere onderzoeken komt nog naar voren dat blootstelling van jonge kinderen aan geluid bijzonder nadelige effecten heeft op taal-, spraak- en leerontwikkeling.3 4 In een review van de WHO2 is enig bewijs gevonden voor een associatie tussen blootstelling aan lawaai (gedurende de beroepsuitoefening en/of binnen de leefomgeving), en het optreden van een lager geboortegewicht en vroeggeboorte. Ook vonden deze onderzoekers in dierproeven bewijs voor een associatie tussen blootstelling aan omgevingsgeluid en ongewenste zwangerschapsuitkomsten. De effecten van slaapstoornissen zijn beschreven in een overzichtsartikel.

Vastgesteld wordt dat dit gepaard gaat met neuronenverlies in de kleine hersenen.5 Ondanks de voortgaande bouw van windturbines, waarvan bekend is dat het geluid bij gelijke sterkte meer hinder geeft dan transportgeluid6, en waarbij met name ’s nachts meer geluid wordt gegenereerd vanwege thermische effecten7, wordt geen onderzoek gedaan naar de gevolgen voor (de slaap van) kinderen. Ergo, kinderen (en ouderen) worden geëxcludeerd uit onderzoeken.8 In de recente RIVM-rapporten 9 10 zijn de schadelijke effecten op de (hersen)ontwikkeling van kinderen niet meegenomen. In de rapporten van het RIVM worden conclusies getrokken die op basis van de literatuurreviews niet te verantwoorden, en dus ongegrond, zijn.11 Het heeft de hoogste urgentie dat er een goede onderzoek agenda wordt opgesteld voor de gevolgen van windturbinegeluid (en laagfrequent geluid in het algemeen) voor kinderen, met name voor de gevolgen van blootstelling gedurende de ‘eerste 1000 dagen’, welke een aanvang nemen bij de conceptie. Wij pleiten daarom voor het volgende onderzoek: •

Onderzoeksvragen: 1. Wat is de nachtelijke expositie aan infrasoon en laagfrequent geluid (ILFG), gemeten in dB(C), in de slaapkamers van kinderen en zwangeren in de omgeving van windturbineparken? Gemeten op afstanden van 200, 600, 1000, 1500 tot 2000 meter bij de meest gangbare typen windturbines. Met speciale aandacht voor de huidige generatie windturbines van 240-270 meter hoogte; 2. Bepalen van het percentage ernstig gehinderden dat geaccepteerd wordt; bepalen of Nederland zich aanpast aan het (naderende) WHO-advies van maximaal 5% ernstig gehinderden, en of dit percentage ook wordt geaccepteerd voor kinderen en zwangeren; 3. Het onderzoeken van de slaapkwaliteit bij de diverse geluidsexposities, uitgedrukt in slaapdiepte, en -duur en slaapopbouw (stadia); 4. De invloed van de slaapkwaliteit op fysieke parameters? (gewicht, systolische bloeddruk, hartritmevariabiliteit, catecholaminewaardes in de urine);

5. De invloed van de slaapkwaliteit op mentale- en gedragsparameters (stemming, concentratie, geheugen, leerproblemen, reactietijden); 6. In welke mate wordt er door kinderen hinder van windturbinegeluid aangegeven bij de diverse afstanden, waarbij de tiphoogte van de turbines als variabele wordt meegenomen; 7. Het identificeren van kwetsbare objecten waar het risico op gezondheidsgevolgen van windturbinelawaai voor kinderen speelt (scholen, woonvormen voor kinderen); 8. Bij een (extra) negatieve invloed op de slaap van zwangeren, is er een associatie met relatief lagere geboortegewichten of vroeggeboortes. •

Onderzoeksopzet: 1. De metingen in de slaapkamers vinden plaats met betrekking tot SPL in dB (zonder toepassing van een dB(A) filter, daar deze niet geschikt is voor meting van ILFG); 2. De metingen vinden plaats in de slaapkamers van kinderen en zwangeren, gedurende een voldoende aantal (meerderheid van de) nachten waarin de windrichting vanuit de windturbines naar de woning toe is gericht. Het gaat erom de absolute geluidsdrukken van windturbines in de slaapomgeving te meten; 3. De kinderen en eventuele zwangeren dragen een geschikte wearable voor de slaap- en hartritmeregistraties, welke direct de resultaten centraal opslaat; 4. De geluids- en slaapregistraties worden gekoppeld aan de gemeten prestaties van de turbines; waarbij gekeken wordt of er aanwijzingen zijn voor (micro-)arousals in relatie tot amplitudemodulatie; 5. Op scholen wordt het leerlingvolgsysteem benut, op anonieme basis, om veranderingen te meten na het in werking treden van windturbineparken 6. Kinderen kunnen met behulp van de ORS aangeven hoe ze zich voelen; 7. Als afgeleide van slaapproblematiek kan de reactietijd gemeten worden. Dit kan in de vorm van minimaal 15 single-case studies. Iedere 4 maanden wordt met behulp van een gevalideerd reactietijdenspelletje (zoals bijvoorbeeld Braingame Brian) gemeten wat de reactietijd van het betreffende kind is. De selectie vindt plaats a.d.h.v.

de afstand van de woning tot turbines (waarbij de tiphoogte als variabele wordt meegenomen), maar ook een groep op basis van afstand van de school tot windturbines.

Voetnoten: 1 Stansfeld S, Clark C. Health effects of noise exposure in children. Curr Environ Health Rep 2015; 2:171-8. DOI 10.1007/s40572-015-0044-1 2 Nieuwenhuijsen M, et al. WHO Environmental Noise Guidelines for the European Region: A Systematic Review on Environmental Noise and Adverse Birth Outcomes. Int. J. Environ. Res. Public Health 2017, 14, 1252; doi:10.3390/ijerph14101252 3 Bures Z, Popelar J, Syka J. The effect of noise exposure during the developmental period on the function of the auditory system. Hear Res 2017; 352:1-11. doi:10.1016/j.heares.2016.03.0 4 Erickson, Newman RS. Influences of background noise on infants and children. Curr Dir Psychol Sci 2017; 26:451-7. https://doi.org/10.1177/0963721417709087 5 Ascone et al. A longitudinal, randomized experimental pilot study to investigate the effects of airborne infrasound on human mental health, cognition, and brain structure. Sci Rep 11, 3190 (2021). https://doi.org/10.1038/s41598-021-82203-6. 6 Janssen SA. A comparison between exposure-response relationships for wind turbine annoyance and annoyance due to other noise sources. 2011 Acoustical Society of America. DOI: 10.1121/1.3653984 7 Berg, G.P. van den. (2006). The sound of high winds: The effect of atmospheric stability on wind turbine sound and microphone noise. 8 Michaud, D.S.

Exposure to wind turbine noise: Perceptual responses and reported health effects J. Acoust.Soc.Am. 139 (3), March 2016 9 Kamp, I. van, e.a. Review of evidence relating to environmental noise exposure and annoyance, sleep disturbance, cardio-vascular and metabolic health outcomes in the context of ICGB. 2019. DOI 10.21945/RIVM-2019-0088 10 Kamp, I. van, Berg, G.P. van den. Health effects related to wind turbine sound: an update. 2020. DOI 10.21945/RIVM-2020-0150 11 https://www.windwiki.nl/wp-content/uploads/2021/11/Gezondheidseffecten-van-windturbinegeluid-D.-Bijl-2021.pdf

7

Onderzoeksvoorstel 2. Bisfenol A en microplastics uit wiekenmateriaal Introductie - probleemschets Uit de wetenschappelijke literatuur komt naar voren dat het meest voorkomende technische probleem bij windturbines de slijtage van de wieken is. Als gevolg van erosie door regendruppels, stof en als secundaire schade door blikseminslag, wordt de snijdende kant van de wieken ruw door leading edge erosion (LEE), met toenemende luchtweerstand als gevolg. Naast opbrengstverlies (tot 25% wordt gerapporteerd 1), leidt dit proces tot meer schade aan de wieken. Als gevolg van de steeds groter wordende turbines en wieken neemt de omtreksnelheid van de wieken toe, waardoor het fenomeen steeds dringender wordt. Problemen van opbrengstverlies, onkosten door stilstand en kosten van reparaties zijn voor de exploitanten reden voor verder onderzoek. Echter verontreiniging van de omgeving met de afgesleten kunststofdeeltjes is een -nog- niet onderzocht aspect. Windturbinewieken worden meestal gemaakt van met glas- en koolstofvezel versterkte epoxyharsen. Deze harsen worden gefabriceerd door twee componenten met elkaar te laten polymeriseren. Een van deze componenten bestaat uit bisfenol A (BPA), of een chemisch verwante vervanger. Recent zijn er aanwijzingen gevonden dat BPA al bij lage blootstelling mogelijk een schadelijk effect kan hebben op het immuunsysteem van ongeboren en jonge kinderen.

Daardoor hebben kinderen meer kans om voedselintoleranties te ontwikkelen en kunnen ze gevoeliger worden voor infectieziekten. Deze aanwijzingen zijn gevonden in dierstudies bij een lager blootstellingsniveau dan het niveau waarop de huidige Europese norm voor veilige blootstelling is gebaseerd. De bescherming van jonge kinderen en zwangere vrouwen verdient daarom bijzondere aandacht. 2 Op grond van deze eigenschappen is het vóórkomen van vrije bisfenolen in verpakkingen en het milieu aan strikte regulering onderhevig, die in de nabije toekomst strenger zal worden. Bisfenol A uit wiekenmateriaal In het gepolymeriseerde epoxy van de wieken is altijd een kleine hoeveelheid niet gebonden bisfenol aanwezig. De industrie zelf geeft aan dat er per kg epoxy ongeveer 65 mg vrij bisfenol aanwezig is. Zolang de wiek intact blijft is dit geen probleem omdat de diffusie in het polymeer erg langzaam verloopt waardoor er heel erg weinig bisfenol vrijkomt. Echter, wanneer het polymeer door erosie slijt, worden kleine fragmentjes vrijgemaakt, met afmetingen van slechts 0,1 tot tientallen micrometer diameter.

Vanuit deze deeltjes komt het bisfenol heel veel sneller vrij dan vanuit de wiek: halfwaardetijden nemen af van honderden jaren naar een paar dagen of zelfs uren.3 4 Ondanks de hoge frequentie waarin LEE tot het stilzetten van turbines leidt en er een complete reparatie-industrie is opgetuigd om dit zo snel als mogelijk te repareren in verband met opbrengstderving, is er in de wetenschappelijk literatuur zo goed als

Noten: Sareen, A et al. Effects of leading edge erosion on wind turbine blade performance. 2014. Wind energy, 1531-1542. https://doi.org/10.1002/we.1649 2 https://www.rivm.nl/bisfenol-a-bpa 3 Feng, S. Modeling Releases of Polymer Additives from Microplastics into the Aqueous Environment. Department of Civil and Environmental Engineering Duke University. Thesis 2020. 4 Gigault. J. Nanoplastics are neither microplastics nor engineered nanoparticles; Nature Nanotechnology, 2021. https://doi.org/10.1038/s41565-021-00886-4 1

8

niets te vinden over de kwantitatieve omvang van het verlies aan epoxy-materiaal gedurende de werking van de windturbine. Op grond van modelstudies met teststukjes epoxy in een regensimulator is een berekening gemaakt van de hoeveelheid epoxyverlies per wiek per jaar. Dit leidt tot een schatting van ongeveer 150 kg epoxyverlies per jaar bij een windturbine met 60 m wieklengte. Dit vertaalt zich naar een vrijkomende hoeveelheid van bijna 10 gram (10.000 mg) zuiver, niet gepolymeriseerd bisfenol per jaar per windturbine, in de omgeving van de windturbine in het milieu. (zie berekening onderaan de volgende pagina). Op dit moment is het onmogelijk om een inschatting te maken van het risico dat mens en dier lopen door dit fenomeen. Wij pleiten daarom voor het volgende onderzoek: •

Onderzoeksvragen: 1. Het in kaart brengen van de hoeveelheid epoxymateriaal die per windturbine per jaar vrijkomt, in relatie tot het oppervlak van de wieken en de seizoensinvloeden; 2. Het onderzoeken in welke vorm en afmetingen dat epoxy versnipperd wordt (microplastics); 3. Lokalisatie van de depositie in de omtrek van de windturbine; 4. Analyse van de vrijgekomen stoffen uit de (micro)partikels en kwantificering van bisfenolen; 5. Risicoanalyse van de hoeveelheden vrijgekomen microplastics en bisfenolen voor (aquatische) organismen in de omgeving van de windturbine; 6. Risicoanalyse van het risico door opname in de humane voedselketen; 7. Indien nodig, opstellen mitigerende maatregelen, zoals bijvoorbeeld het opnemen van een meldingsplicht van wiekbeschadiging in de omgevingsvergunning; 8. Het identificeren van omgevingen waar het risico van wiekenverlies een te grote belasting van het leefmilieu oplevert.

•

Onderzoeksopzet: 1. Dit kan via een enquête bij windturbine eigenaren en/of reparatiebedrijven plaatsvinden. (Doorgaans worden dit soort data als bedrijfsgeheim gezien); 2. Veldwerk bij al langer bestaande windturbines waarvan een langere registratie van uitgevoerde reparaties en herstelwerkzaamheden bekend is; 3. Gedetailleerd veldwerk in combinatie met data uit het SCADA-systeem van de windturbine; 4. Chemische en fysische laboratoriumanalyse van de in 2 en 3 verkregen samples; 5. Epidemiologische studie op grond van de resultaten van 1 t/m 4; 6. Op grond van de resultaten uit 5; 7. Op grond van regelgeving en resultaat uit 1 t/m 6; 8. Op grond van de aanwezigheid van kwetsbare objecten als scholen, kinderdagverblijven, dichtbevolkte wijken met eventuele lage SES binnen een nog te bepalen afstand.

9

Dit onderzoek is toegespitst op bisfenolen en microplastics uit epoxyharsen. Omdat er een groot aantal verschillende polymeren en plastics gebruikt worden bij de productie van windturbinewieken en de samenstelling niet openbaar beschikbaar is, is het niet mogelijk om een concretere onderzoeksvraag te formuleren. Eigenlijk zou er een apart vooronderzoek uitgevoerd moeten worden om vast te stellen welke andere polymeren nader onderzocht zouden moeten worden. •

Een aanvullende onderzoeksvraag zou dan zijn: 1. Welke polymeren, plastics of andere kunststoffen zijn mogelijk relevant voor opname in een risicoanalyse van microplastics die vrijkomen als gevolg van wiekbeschadiging?

Aan de hand van de uitkomst van dit onderzoek kan een gedetailleerde onderzoeksvraag of vragen, zoals hierboven in de onderzoeksvragen 1 t/m 8 geformuleerd worden voor elke ander potentieel risicovolle categorie.

Gebruikte literatuur voor de berekening van 2,5 gram bisfenol A per wiek per jaar: [1] [2] [3] [4]

Uit 1: Uit 2: Uit 3: Uit 4:

A. S. Verma, S. Di Noi, Z. Ren, and Z. Jiang, “Minimum Leading Edge Protection Application Length to Combat Rain-Induced Erosion of Wind Turbine Blades,” pp. 1–26, 2021. S. Groucott, K. Pugh, I. Zekos, and M. M. Stack, “A Study of Raindrop Impacts on a Wind Turbine Material : Velocity and Impact Angle Effects on Erosion MAPS at Various Exposure Times,” 2021. T. N. O. Restricted, “Literature review of structural and non- structural wind turbine blade damage,” 2020. Epoxy Resin Committee - July 2015 www.epoxy-europe.eu

Figuur 16 b en c: 10 meter gerekend vanaf de tip met zware erosie, oppervlak geschat op 5 m 2; Figuur 5: Materiaalverlies na expositie is ong. 1 mg voor 9 cm2, omgerekend 1111 mg/m2. Bij 5 m2 dat aan erosie onderhevig is, komt er 5.5 gram per uur per wiek vrij, dat is 48 kg per jaar; De verliezen variëren van 3% bij lichte tot 25% bij ernstige beschadigingen; 10 tot 60 ppm vrij bisfenol gehalte in epoxy.

Hieruit volgt de schatting van 2.5 gram BPA per wiek per jaar.

10

Onderzoeksvoorstel 3. Infrasoon en laagfrequent geluid: effecten op het hartvaatstelsel Introductie - probleemschets Uit diverse recente publicaties komt naar voren dat er een direct causaal verband lijkt te bestaan tussen het wonen en/of werken in de directe nabijheid van windturbines en het ontwikkelen of verergeren van (ernstige) cardiovasculaire klachten.1 De effecten op het functioneren van het harten vaatstelsel lijken met name door het laagfrequente geluid te worden veroorzaakt. Een recente studie uit 2018 van Poulsen et al2 laat associaties zien tussen de sterkte van de expositie aan laagfrequent geluid in de woning en een verhoogd risico op het krijgen van een myocardinfarct (MI) of een beroerte. Uit een analyse van deze studie blijkt dat relatief vaker de geluidsdrukken in de drie nachten voorafgaand aan opname of overlijden door MI of beroerte hoger dan 15 dB waren geweest. Bij de controlegroep was de geluidsdruk < 5 dB. Wanneer over langere tijd werd gekeken naar associaties, bleken deze niet aanwezig, 3 de associatie verdween in de grotere hoeveelheid data. Een wetenschappelijk onderzoek uit Nature uit 20214 laat zien dat het leven in de nabijheid van windturbines een vermindering van de hartritme variabiliteit geeft.

De blootstelling aan het voor het lichaam storende laagfrequente geluid, en daardoor direct of indirect verkregen stressbeeld, wordt gezien als oorzaak van de verslechtering van de cardiale condities. Poulsen vond een associatie in de Deense populatie tussen het verblijf nabij windturbines en het gebruik van antihypertensiva.5 Boezemfibrilleren bleek in een studie van Bräuner et al6 vaker voor te komen bij mensen die langere tijd in de nabijheid van windturbines woonden. Andere studies laten zien dat bij frequente blootstelling aan omgevingslawaai de cardiovasculaire biomarker MR-proANP (MidRegional pro-Atrial Natriuretic Peptide) significant stijgt. (Zie illustratie op pagina 23).7 Als laatste hart- en vaatziekte, welke lijkt te worden beïnvloed door geluidsoverlast, noemen wij pre-eclampsie (in de volksmond ‘zwangerschapsvergiftiging’, hypertensie met eiwitverlies in de urine) met een hoge morbiditeit voor moeder en kind. Pre-eclampsie ontstaat bij 1 -3 % van de zwangerschappen. Een studie uit 2021 in Canada onder 269.263 zwangeren laat zien dat vooral de ernstiger en vroege vormen van pre-eclampsie geassocieerd waren met geluidsoverlast.

8 Een Deense prospectieve cohortstudie onder 72.745 vrouwen toonde, dat een stijging met 10 dB in verkeerslawaai was geassocieerd met een 10% hoger risico op pre-eclampsie.9 Al in 2017 verscheen een WHO-rapport waarin wordt gewezen op studies die de blootstelling aan geluidsoverlast en het effect ervan op de ontwikkeling van de placenta evalueren.10 “Er wordt verondersteld dat lawaai, door een aanhoudende stressreactie, kan leiden tot overmatige afscheiding van stresshormonen, bijvoorbeeld cortisol, wat nadelige effecten op de baarmoeder en de foetus veroorzaakt. Bovendien activeren stressreacties de afgifte van catecholaminen, met daaruit voortvloeiende verhoging van de bloeddruk en aantasting van de placentafunctie die leidt tot zuurstoftekort bij de foetus. Deze eerste studies suggereren dat blootstelling aan omgevingslawaai geassocieerd kan zijn met pre-eclampsie, met name pre-eclampsie met vroege aanvang. Verdere studies zijn nodig om deze bevindingen te bevestigen.”

11

Wij adviseren om op korte termijn verder onderzoek te verrichten naar de effecten van het wonen en/of werken in de nabijheid van windturbines op het cardiovasculaire systeem, inclusief de effecten op zwangerschappen. En tot de uitkomsten van dit onderzoek bekend zijn het voorzorgsbeginsel toe te passen, dan wel vrouwen voor te lichten over de mogelijke negatieve effecten op de zwangerschap Wij pleiten voor het volgende onderzoek: •

Onderzoeksvragen: 1.Wat is de invloed van de blootstelling aan laagfrequent geluid en infrasoon geluid (ILFG) van windturbines op het optreden van MI en beroerte? Zijn er differentiaties te vinden wanneer men verder weg woont van windturbines en/of bij verschillende hoogten. 2.Wat is de invloed van ILFG op de algehele cardiale conditie van de bevolking die leeft in de nabijheid van windturbines, zoals deze tot uiting komt in de hartvariabiliteit? Zijn er differentiaties te vinden wanneer men verder weg woont van deze turbines en/of bij verschillende hoogten. 3.Wat is de invloed op het ervaren van stress veroorzaakt door het wonen in de nabijheid van windturbines? Spelen de hoogte van de turbines, afstand tot de turbines en tijdstippen waarop deze turbines in gebruik zijn hier een significante rol bij? Welke indicatoren kunnen hierbij het best worden gebruikt. 4.Is er een significant verhoogd risico op cardiale afwijkingen zoals atriumfibrilleren, MI, beroerte en hypertensie te vinden bij de bevolking die dicht in de nabijheid van windturbines woont. 5.Is er een verhoogde aanwezigheid van de biomarker MR-proANP te vinden bij de bevolking die dicht in de nabijheid van windturbines woont. 6.Wat zijn de zwangerschapsuitkomsten van vrouwen die in de nabijheid van windturbines wonen en/of werken, ten aanzien van tensies, optreden van pre-eclampsie, vroeggeboorte, dysmaturiteit.

•

Onderzoeksopzet: 1.Retrospectieve analyse van de incidenties van MI en beroerte bij omwonenden van windturbines vanaf het moment van plaatsing. Afstand op te delen per 250 m. Daarbij verdere differentiatie aanbrengen in leeftijd, geslacht, evt. daarvoor aanwezige cardiale klachten en hoelang de periode was tussen het verkrijgen van een MI of beroerte en het wonen in de nabijheid van of het plaatsen van de turbines. 2.Bevolkingsonderzoek naar de cardiale conditie (tensie, hartritme, evt. ECG, MR-proANP) bij 2 groepen: de populatie die in de nabije afstand van turbines leeft (< 500 meter en < 1000 meter afstand) en bij die populatie die verder van turbines afwonen (2000+ meter). Daarbij kijkend naar leeftijd, geslacht, evt. cardiale historie en hoe lang zij al in de nabijheid van windturbines leven; 3.Onderzoek naar het ervaren van stress veroorzaakt door het (te) dicht leven op windturbines. Ook dit kan in de twee groepen, zoals vermeld onder punt 2. Gemeten zou moeten worden of de stress wordt veroorzaakt door het constant zien van de turbines, het last hebben van het geproduceerde lawaai en laagfrequent geluid, het ervaren van trillingen en op welke tijdstippen van het etmaal deze stress het hevigst is. Meten kan o.a. door het constant meten van de hartslagfrequentie, als indicator van stress; hierdoor is ook de hypothese van vermindering van de hartvariabiliteit te toetsen.

12

4.Bevolkingsonderzoek naar de ontwikkeling en incidentie van atriumfibrilleren in de populatie die in de nabije afstand van turbines leeft (< 500 meter en < 1000 meter afstand) en bij die populatie die verder van turbines afwonen (2000+ meter). 5.Bij bloedonderzoek kan de biomarker MR-proANP onderzocht worden en of deze bij deze twee groepen wel of niet in een verhoogde staat aanwezig is. Voor het onderzoek van het hartritme zijn wearables in te zetten. 6. De zwangerschapsuitkomsten zijn retrospectief te onderzoeken in de data van verloskundigen en gynaecologen, die in de omgeving van windparken hun praktijk voeren. Hierbij kunnen de uitkomsten gerelateerd worden aan de afstand tot windturbines, rekening houdend met de grootte van de turbines.

Voetnoten: 2 Poulsen, AH. Short-term nighttime wind turbine noise and cardiovascular events: A nationwide case-crossover study from Denmark. 2018. https://doi.org/10.1016/j.envint.2018.02.030 3 Poulsen, AH. Long-Term Exposure to Wind Turbine Noise and Risk for Myocardial Infarction and Stroke: A Nationwide Cohort Study. 2018. https://doi.org/10.1289/EHP3340 4 Chun-Hsiang et al. Effects of low-frequency noise from wind turbines on heart rate variability in healthy individuals. 2021. https://doi.org/10.1038/s41598-021-97107-8 5 Poulsen, AH. Long-term exposure to wind turbine noise and redemption of antihypertensive medication: A nationwide cohort study. 2018. https://doi.org/10.1016/j.envint.2018.08.054 6 Bräuner, EV et al. Long-term wind turbine noise exposure and the risk of incident atrial fibrillation in the Danish Nurse cohort. 2019. DOI: 10.1016/j.envint.2019.104915 7 Hahad, O. Midregional pro atrial natriuretic peptide: a novel important biomarker for noise annoyance induced cardiovascular morbidity and mortality? 2021. https://doi.org/10.1007/s00392-020-01645-6 8 Gómez-Roig, MD. Environmental Exposure during Pregnancy: Influence on Prenatal Development and Early Life: A Comprehensive Review. 202. Fetal Diagn Ther 2021;48:245–2571. DOI: 10.1159/000514884 9 Auger N, Duplaix M, Bilodeau-Bertrand M, Lo E, Smargiassi A. Environmental noise pollution and risk of preeclampsia.

Environ Pollut. 2018 Aug 1 [cited 2020 Mar 16];239: 599–606 10 Nieuwenhuijsen MJ, Ristovska G, Dadvand P. WHO environmental noise guidelines for the European region: a systematic review on environmental noise and adverse birth outcomes. Int J Environ Res Public Health. 2017 Oct 19; 14:1252.

13

Onderzoeksvoorstel 4. Cumulatie van milieu-/ gezondheidseffecten op omwonenden Introductie - probleemschets De cumulatie van verschillende negatieve gezondheidseffecten (NGE’s) heeft geleid tot de toename van een aantal ‘welvaartsziektes’ en neurologische ziektebeelden. Nederland heeft de hoogste incidentie van borstkanker bij vrouwen van Europa, en de op één na sterkste groei van ziekten van het zenuwstelsel ter wereld, die niet verklaarbaar zijn met de veroudering van de Nederlandse bevolking (ALS, MS, Parkinson, M. Alzheimer - WHO). 1 Dit betekent dat de wet- en regelgeving die de bevolking dient te beschermen tekortschiet, óf de handhaving daarvan. Voor ieder milieu/gezondheids-item apart wordt een norm vastgesteld. De invloed van cumulatie van én hinder, én hormoon- en immuniteit verstorende stoffen (o.a. Bisfenol A, zie eerder), én fijnstof, én licht- en lawaaiverontreiniging, én bestrijdingsmiddelen in brede zin, én junkfood, énzovoort, wordt onvoldoende in samenhang onderzocht en gecontroleerd. Daarbij komt, dat het RIVM een basishouding heeft waarbij het gezondheidseffect van een factor ‘bewezen’ moet zijn voordat deze wordt erkend, in plaats van een basishouding die vanuit het voorzorgsbeginsel acteert bij voldoende vermoeden van een relatie. Beleidsmakers varen blind op deze adviezen.

De handhaving op overlast door windturbinelawaai kan niet plaatsvinden met gebruik van de L den, omdat deze niet geschikt is voor windturbinegeluid vanwege het onregelmatige karakter daarvan (WHO 2018, pag. 862), en het verhullende effect op de soms vérgaande overschrijdingen door de uitmiddeling. Het dB(A) filter is niet geschikt voor correcte meting van het aandeel ILFG in windturbinelawaai, hierdoor worden omwonenden met hoge waarschijnlijkheid aan te hoge expositie WTG blootgesteld. Idealiter zou een woning die al onder invloed staat van andere NGE’s, worden ontzien waar het toevoeging van windturbine -annoyance, -lawaai, -lichtflikkeringen, en -slagschaduw betreft. Mogelijk komen hier nog bij de verspreiding van wiekenmateriaal (zie het betreffende onderzoeksvoorstel) en verspreiding van fijnstof en de versterking van het geluid van eventuele snelwegen door de turbulentie van de wake achter de turbines. Ten aanzien van de mogelijk cumulerende NGE’s door windturbines zijn wij op de hoogte van: • ‘Annoyance’, als vaststaand. Zie paragraaf 3.3 en paragraaf 4.3 • Een aantal fysiologische effecten op de mens van infrasoon en laagfrequent geluid, als vaststaand uit laboratoriumonderzoek en getuigenissen. Gevolgen nog te onderzoeken, zie hoofdstuk 3 en o.a. onderzoeksvoorstel cardiale gevolgen van ILFG; • Verspreiding van wiekenmateriaal in het leefmilieu.

Al aangetoond op zee (Rijksdienst voor de Mijnbouw, 2021). Aard en gevolgen op land nog te onderzoeken, zie onderzoeksvoorstel wiekenmateriaal & Bisfenol A; • Verspreiding van fijnstof door de turbulentie van de wake. Het bestaan van de wake is vaststaand. Mate en gevolgen van de wake op fijnstofverspreiding zijn nog te onderzoeken. Zie onderzoeksvoorstel hieronder; • Versterking van de geluidsoverlast van o.a. snelwegen. Dit fenomeen wordt gemeld door bewoners. Bestaan van dit fenomeen, mate en gevolgen voor omwonenden (en mogelijk regelgeving en vertaling in MER nog te onderzoeken. Zie onderzoeksvoorstel hieronder.

14

Wij pleiten voor het volgende onderzoek: •

Onderzoeksvragen: 1. Wat zijn de aerodynamische kenmerken van de wake van windturbines, hoeveel en waar treedt er turbulentie op, en over welke afstand is deze meetbaar; 2. Bestaat er een effect van de wake op de verspreiding van de met wegverkeer samenhangende fijnstofvorming. Hoe sterk is dit eventuele effect, en over welke afstand is dit meetbaar. In hoeverre moet dit de minimale afstand tussen turbines en snelwegen bepalen. Heeft dit consequenties voor de maximaal te accepteren hoogte van turbines naast snelwegen. Heeft dit gevolgen voor de keuzes om aan de rand van steden te bouwen? 3. In hoeverre worden er reactieve mengsels/deeltjes gevormd door het wiekenmateriaal dat vrijkomt in de omgeving met het fijnstof van snelwegverkeer. Vindt dit plaats en zo ja, over welke afstand worden deze deeltjes verspreid. 4. Zijn de meldingen van omwonenden van sterkere geluidsoverlast bij draaiende turbines objectiveerbaar. Neemt de hinder van de snelweg toe bij draaiende turbines. Wat is de verhouding tussen ILFG en hogere frequenties. Wordt het aandeel ILFG hoger naarmate de turbines hoger zijn. Worden de geluidsnormen overschreden op de locaties waar de combinatie snelweg/ windturbinepark aanwezig is.

•

Onderzoeksopzet: 1. De wake achter windturbines is, vanwege rendementsverlies, een belangrijk onderwerp van onderzoek vanuit de windindustrie zelf. De theoretische vertaalslag van de bestaande kennis naar de invloed van de turbulentie op verspreiding van aanwezig fijnstof, als ook van de epoxyharsen die van de wieken vrijkomen, kan vanuit een onafhankelijke Universiteit plaatsvinden; zie onderzoeksvoorstel epoxyharsen voor de nadere invulling van dit onderzoek; 2. De mate van verspreiding van fijnstof is met meetstations te meten, waarbij een vergelijking kan worden gemaakt tussen snelwegtrajecten waar geen windturbines naast staan en trajecten waar deze wel staan/ geplaatst gaan worden; 3. De mate waarin reactieve deeltjes ontstaan uit de epoxyharsen en fijnstof blijkt uit de chemische en fysische laboratoriumanalyse van de samples uit het onderzoeksvoorstel wiekenmateriaal. Dit behoeft speciale aandacht in de vraagstelling; 4. Het onderzoek naar de versterking van geluidsoverlast voor omwonenden door de combinatie snelweg/ turbinepark is met Citizen Science in te vullen: • De bewoner gebruikt een app.

waarop kan worden aangegeven hoeveel geluidshinder er is op dat moment (op een 5-puntsschaal), • Deze registraties worden samengevoegd met de centraal bekende gegevens over de windrichting en -sterkte op 8 meter hoogte én op de hoogte van de mast, • De bewoner verricht een geluidsmeting met dB(C) filter op een vaste locatie, waarbij ook de verhouding ILFG/ geluid met hogere frequenties wordt gemeten. Dit kan op een aantal momenten van de dag en avond plaatsvinden, gedurende een voldoende lange periode en op voldoende locaties in verband met wetenschappelijke zeggingskracht, • De gegevens uit de hinderregistratie en de geluidsmeting worden simultaan geregistreerd in een centrale database. De gegevens over de windsterkte en windrichting worden permanent vanuit het KNMI in de database opgenomen.

15

Hoofdstuk 1

De negen criteria van Bradford Hill toegepast op de relatie windturbinegeluid en gezondheidseffecten bij omwonenden

In de jaren ’90 van de vorige eeuw is uiteindelijk het bewijs, dat roken kan leiden tot longkanker, geleverd door de statisticus Austin Bradford Hill. Net als jarenlang ten aanzien van het vaststellen van een causale relatie tussen windturbinegeluid en gezondheidseffecten, was tot dan toe met epidemiologisch- en laboratoriumonderzoek de relatie roken - longkanker nog niet bewezen, ondanks de 50 jaar die waren verstreken sinds het eerste vermoeden was ontstaan. Bradford Hill heeft 9 criteria opgesteld, met de eis dat pas bij het geldig blijken van ál deze criteria de causaliteit zou zijn aangetoond. De negen criteria omvatten • De sterkte van de associatie, • Consistentie, • Specificiteit, • Temporele volgorde, • Biologische gradiënt, • Aannemelijkheid, • Samenhang, • Experimenteel bewijs en • Analogie. Deze criteria zijn als geheel in feite strenger dan de criteria die de WHO hanteert om het voorzorgsbeginsel te adviseren bij vermoeden van milieu- of gezondheidsschade. Deze 9 criteria zijn recent toegepast op blootstelling aan windturbinegeluid (WTG) en gerapporteerde negatieve gezondheidseffecten (NGE's) met behulp van peer-reviewed gepubliceerde literatuur over klinische, dier- en laboratoriumstudies, getuigenissen en gerapporteerde ervaringen en internetbronnen.

1 Toepassing van de Bradford Hill criteria op WTG-gerelateerde klinische, biologische en experimentele gegevens toont aan dat de blootstelling aan WTG gepaard gaat met een verhoogd risico op NGE's. De analyse met behulp van de criteria leidt tot de conclusie dat wonen/ leven of werken in de buurt van industriële windturbines (IWT's) kan leiden tot NGE's bij zowel mensen als dieren. De bevindingen leveren overtuigende argumenten dat het risico van negatieve gezondheidseffecten moet worden overwogen vóór de goedkeuring van windenergieprojecten en tijdens het vaststellen van de minimale afstanden van voorgestelde en operationele projecten. In analogie met de aangekondigde verscherping van de normen van de WHO mag daarbij bij maximaal 5% van de omwonenden ernstige hinder optreden (in plaats van de huidige 9%).2

16

Hoofdstuk 2

De omgekeerde bewijslast omgekeerd…

Binnen de geneeskunde en milieukunde is het verplicht om vóóraf wetenschappelijk onderzoek te doen naar de veiligheid van interventies, medicatie of b.v. bestrijdingsmiddelen. De producent of medicus initieert zelf onderzoek om de veiligheid aan te tonen. Pas daarna kan een middel of interventie worden toegepast. Bij een grootschalige en potentieel schadelijke ‘interventie’ als de bouw van industriële windturbines in de nabijheid van omwonenden is hiervan geen sprake geweest. Er heeft daardoor een omdraaiing van bewijslast plaatsgevonden: de omwonende/ kritische wetenschapper moet aantonen dat turbines schadelijke gezondheidsgevolgen hebben, in plaats van dat de windindustrie vooraf heeft aangetoond dat de Nederlandse norm voldoende ‘veilig’ is voor omwonenden. Zo zijn er een groot aantal onbeantwoorde vragen:

17

•

Is voldoende aangetoond dat kinderen jonger dan 18 jaar oud geen gezondheid en ontwikkeling schade ondervinden van het wonen in de nabijheid van windturbines.

•

Is aannemelijk gemaakt of uitgesloten dat windturbine geluid een vergelijkbaar effect heeft op de gezondheid en de ontwikkeling van kinderen als andere geluid producerende bronnen in de nabijheid van kinderen < 18 jaar.

•

Is voldoende bekend hoeveel kinderen jonger dan 18 jaar en kwetsbare ouderen in de nabijheid wonen van windturbines in Nederland. Is voldoende bekend of hier gezondheid schade is opgetreden ten opzichte van kinderen en kwetsbare ouderen die niet worden blootgesteld aan windturbine geluid;

•

Windturbine geluid veroorzaakt hinder. Is voldoende bekend wat de effecten van deze hinder zijn op de ontwikkeling en leerprestaties (zoals begrijpend lezen, geheugen en andere cognitieve functies) van kinderen die deze hinder ervaren;

•

Is er een inventarisatie gedaan waarbij kinderen die blootgesteld zijn aan windturbinegeluid presteren, ontwikkelen en gedijen ten opzichte van kinderen die hieraan niet zijn blootgesteld.

•

Is voldoende bekend hoe windturbines andere milieuvervuilende factoren beïnvloeden. Hierbij moet worden gekeken naar fijnstof dispersie in de wake van de turbines in de buurt van wegen.

•

Het aantonen van een causale relatie tussen een noxe (windturbinegeluid) en de effecten op de gezondheid van mensen die aan deze noxe zijn blootgesteld is een epidemiologische zware opgave. Het kostte meer dan 50 jaar onderzoek om de relatie roken en longkanker vast te stellen. Met de 9 criteria van Bradford Hill is deze relatie voldoende aannemelijk gemaakt. Wordt de uitkomst dat deze criteria ook gelden voor windturbinegeluid en gezondheidsschade al meegewogen in het beleid.

•

De causale relatie tussen roken en gezondheid schade is door de markt lang genegeerd en vanwege belangenverstrengeling gemanipuleerd. Is voldoende onderzocht of dergelijke inmenging uitgesloten is bij de uitkomsten van onderzoek van de risico’s op de gezondheid van windturbines op omwonenden.

18

•

Er zijn vele wetenschappelijk studies die de invloed van omgevingslawaai aantonen op fertiliteit, conceptie, zwangerschap, geboortegewicht en andere factoren die met de voortplanting te maken hebben. Is er voldoende bewijs geleverd dat windturbinegeluid geen negatieve effecten op deze processen veroorzaakt.

•

Is er voldoende onderzoek gedaan om met zekerheid uit te sluiten dat er geen fysiologische veranderingen of pathologische processen plaatsvinden bij blootstelling aan windturbinegeluid.

•

Is er voldoende onderzoek gedaan om een mogelijke dosis-effect relatie vast te stellen van windturbine geluid op verschillende orgaansystemen.

•

Is er voldoende onderzoek gedaan naar de stress effecten van windturbines en windturbine geluid op omwonenden. Is er voldoende inzicht in de stressreactie en het gevolg hiervan op gezondheid en functioneren van omwonenden.

•

Is er voldoende onderzoek gedaan om vast te stellen wat het psychologische effect op mensen is bij blootstelling aan windturbine geluid

•

Is er voldoende onderzoek gedaan om vast te stellen of windturbine geluid leidt tot slaapverstoring in de ruimste zin des woord.

•

Is voldoende onderzoek gedaan om te objectiveren hoe de zorgvraag van omwonenden van windturbines afwijkt van de standaard zorgconsumptie in de Nederlandse populatie.

•

Is te objectiveren hoe het functioneren van omwonenden van windturbines is veranderd na de plaatsing van de turbines. Is voldoende onderzoek gedaan om dit effect te kwantificeren.

•

Er zijn aanwijzingen dat onhoorbaar geluid zoals dit geproduceerd wordt door windturbines fysiologische en pathologische effecten kunnen hebben op het functioneren van de hersenen. Worden deze hypotheses meegenomen in de risicoanalyses bij het plaatsen van windturbines in de omgeving van mensen.

•

Omgevingsgeluid heeft een negatief effect op de uitkomst van zwangerschappen. Is voldoende onderzocht dat dit niet voor windturbinegeluid zou gelden.

•

Is er voldoende onderzoek gedaan naar de pathofysiologie bij infrageluid afkomstig van IWT’s op het functioneren van de hersenen en de effecten op de kwaliteit van leven en het functioneren van omwonenden.

•

Is voldoende bekend wat het geluid spectrum van hoorbaar, en niet hoorbaar geluid is gedurende dag en nacht in wisselende omstandigheden zodat de blootstelling van een individu binnen de veronderstelde veilige kaders kan worden gegarandeerd.

•

Is bekend hoe windturbines de fijnstof verdeling in hun omgeving beïnvloeden en is er bekend hoe hiervan de risico’s veranderen op de omwonenden en het milieu.

•

Er wordt veel onderzoek gedaan naar het verlies van het epoxymateriaal van de wieken. Is voldoende onderzocht waar dit materiaal neerslaat en wat de gevolgen zijn voor het (aquatisch) milieu. Komt er ruim 25.000 mg bisfenol A vrij per turbine per jaar, zoals berekeningen aantonen.

•

Hoe verhoudt de plaatsing van steeds grotere turbines zich tot de bevolkingsdichtheid van Nederland.

•

Is er misschien prioriteit gegeven aan de transitiedoelen in plaats van aan welzijn en gezondheid van omwonenden.

•

Is het bestaande onderzoek wel geldig voor de huidige generatie turbines van 270 meter hoogte.

•

Is de Lden inderdaad niet geschikt voor de normering van windturbine geluid, zoals de WHO stelt.

•

Klopt het dat het dB(A) filter geen recht doet aan de meting van het aandeel laagfrequent geluid.

•

Wat is de waarheid ten aanzien van de toename van het aandeel infrasoon en laagfrequent geluid bij grotere, stillere turbines.

•

Zou Nederland niet ook voor een ‘vangnet’ moeten kiezen van een tweede norm van maximaal 20 dB binnen de woning, zoals de Denen sinds 2011 hanteren.

De beantwoording van deze vragen is noodzakelijk, voordat verdere uitrol van turbines zou mogen plaatsvinden. Hier moet het voorzorgbeginsel worden toegepast. In feite is men bezig met een risicovol experiment zonder meting van de beginsituaties, zonder controles op effecten op mens en milieu tijdens de exploitatiefase en zonder zicht op lange termijn gevolgen.

19

Hoofdstuk 3

Gezondheidseffecten van lawaai bij kinderen

EXPRESINFORMATIE : OMGEVINGSLAWAAI EN DE GEVOLGEN VOOR DE ONTWIKKELING VAN KINDEREN LAAG GEBOORTEGEWICHT EN VROEGGEBOORTE

Op basis van deels dierproefonderzoek, deels op de algemene populatie gebaseerd cohortonderzoek en ander prospectief onderzoek is er een vermoeden van een associatie tussen negatieve zwangerschapsuitkomsten. Hinder door omgevingsgeluid kan leiden tot een significant lager geboortegewicht. H ORMONALE REACTIES Er zijn aanwijzingen uit prospectief onderzoek dat chronische blootstelling aan vliegverkeergeluid is geassocieerd met verhoogde systolische bloeddruk, verhoogde catecholamineconcentraties in de urine, verminderde leerprestaties en verminderde kwaliteit van leven. B LOEDDRUKVERHOGING Op basis van het literatuuronderzoek kan worden gesteld dat er sprake lijkt van een positieve associatie tussen blootstelling aan geluid en systolische bloeddruk bij kinderen. H INDER Van Kempen et al40 vonden aanwijzingen dat het percentage ernstig gehinderde kinderen op school door geluid van vliegverkeer omhooggaat van 5,1% bij 50 dB naar 12,1% bij 60%. De conclusie van het prospectieve cohortonderzoek van Seabi et al. 45 is verontrustend. Chronische blootstelling aan vliegverkeergeluid heeft een langdurig effect op de door kinderen ervaren hinder, wat overigens niet doorwerkt in de subjectief ervaren gezondheid.

KWALITEIT VAN LEVEN / WELZIJN/ PSYCHIATRISCHE STOORNISSEN Prospectief onderzoek toont een associatie aan tussen chronisch vliegverkeergeluid en uiteenlopende lichamelijke en psychische stoornissen. Daarnaast kan dit leiden tot verhoogde systolische bloeddruk, verhoogde catecholamine concentraties in de urine, verminderde leerprestaties, waaronder gestoord begrijpend lezen, en verminderde kwaliteit van leven. LEERPRESTATIES Chronische blootstelling aan vliegverkeergeluid is geassocieerd met geheugenstoornissen en andere cognitieve problemen.

Zie bijlage 1 voor de gedetailleerde weergave van de onderliggende wetenschappelijke literatuur.

20

Er is veel wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd over de effecten van lawaai op de gezondheid van kinderen. Het meeste onderzoek richt zich op wegverkeer, treinen en vliegtuigen. Daarbij zijn duidelijk schadelijke effecten aangetoond.3 Ondanks de voortgaande bouw van windturbines, waarvan bekend is dat het geluid bij gelijke sterktes als (veel) hinderlijker wordt ervaren dan transportgeluid 4, en waarbij met name ’s nachts meer geluid wordt gegenereerd dan blijkt uit de opgaves van de fabrikanten5, wordt nauwelijks onderzoek gedaan naar de gevolgen hiervan voor (de slaap van) kinderen. Ergo, kinderen (en ouderen) worden geëxcludeerd uit onderzoeken.6 De wetenschappelijk onderzoeken die wél zijn uitgevoerd geven aanleiding tot ernstige zorg en aangepaste, strengere afstandsnormen bij scholen en kinderrijke omgevingen. Het heeft de hoogste urgentie dat er een goede onderzoeksagenda wordt opgesteld voor de gevolgen van windturbinegeluid voor kinderen, met name voor blootstelling gedurende de ‘eerste 1000 dagen’, welke een aanvang nemen bij de conceptie. Tot de tijd dat deze onderzoeken zijn afgerond, pleiten wij voor toepassing van het voorzorgsbeginsel bij kwetsbare objecten als scholen en woonvormen voor kinderen, en een keuze voor een zeer ruime afstands-/ geluidsnorm tot windturbineparken, op basis van het onderzoek dat binnen het plan m.e.r. door ons geadviseerd wordt.

Wij onderbouwen deze urgentie met een korte weergave van de bevindingen uit het wél bekende onderzoek naar de gevolgen van (verkeers)lawaai op de ontwikkeling en gezondheid van (jonge) kinderen. In bijlage 1 wordt een uitgebreid overzicht gegeven van de wetenschappelijke literatuur. 1. In een belangrijk overzichtsartikel wordt het volgende geconcludeerd 2: ‘Omgevingslawaai heeft meerdere effecten op de gezondheid van kinderen. Sommige van deze effecten, zoals verhoogde bloeddruk en cognitieve stoornissen, kunnen ook gevolgen hebben voor de gezondheid op volwassenen leeftijd. Er bestaat voldoende bewijs voor de effecten van omgevingslawaai bij kinderen op de catecholamine-secretie, op mate van ergernis en op welzijn. In de schoolsituatie worden negatieve cognitieve effecten gezien, zoals verslechtering van begrijpend lezen, het langetermijn geheugen en prestaties op gestandaardiseerde testen.’ Er moet nog verder onderzoek gedaan worden naar hormoonreacties op lawaai bij kinderen, welke verband kunnen houden met de gevonden verhoogde bloeddruk in relatie tot lawaai. De bevindingen over verhoogde bloeddruk zijn niet eenduidig, en verdere studies met betere metingen van de blootstelling aan lawaai zijn nodig. Evenzo verdient de impact van omgevingslawaai op een laag geboortegewicht en prematuriteit verder onderzoek vanwege recente suggestieve bevindingen.

De herhaalde bevinding dat vliegtuiglawaai verband houdt met symptomen van hyperactiviteit vereist systematischer onderzoek. Er is behoefte aan studies in de toekomst met een levensloopperspectief, deels omdat blootstelling aan lawaai verschillende effecten kan hebben in verschillende ontwikkelingsstadia. Deels omdat zo rekening gehouden kan worden met de effecten van cumulatieve blootstelling aan schadelijke fysische en chemische bronnen en hoe deze de ontwikkeling en de gezondheid in het volwassen leven kunnen beïnvloeden.’

21

2. De WHO concludeert in 2020 dat er geen onderzoek is naar de effecten van windturbinegeluid bij kinderen. Er blijkt echter wel een artikel gepubliceerd over dit onderwerp.7 Ook zijn er zorgen over gehoorverlies, met gevolgen voor de cognitieve ontwikkeling. 8 In een review van de WHO9 is enig bewijs gevonden voor een associatie tussen blootstelling aan lawaai (gedurende de beroepsuitoefening en/of vanuit de leefomgeving) en het optreden van vroeggeboorte en laag geboortegewicht. Ook vonden deze onderzoekers in dierproeven bewijs voor een associatie tussen blootstelling aan omgevingsgeluid en ongewenste zwangerschapsuitkomsten. Uit proefdieronderzoek vindt men aanwijzingen dat intra-uteriene blootstelling aan overmatig geluid het gehele auditore systeem kan beïnvloeden en beschadigen. Deze effecten kunnen blijvend zijn.10 Zoals bekend is proefdieronderzoek de basis voor toxiciteits- en bijwerkingenonderzoek. Uit andere wetenschappelijke onderzoeken komt naar voren dat blootstelling van jonge kinderen aan geluid bijzonder nadelige effecten heeft op taal-, spraak- en leerontwikkeling.11 De effecten van slaapstoornissen zijn beschreven in een overzichtsartikel.

Vastgesteld wordt dat dit gepaard gaat met neuronenverlies.12 In de recente RIVM-rapporten 13 14 zijn de schadelijke effecten op de (hersen)ontwikkeling niet meegenomen, hetgeen een aanpassing van de momenteel in Nederland gehanteerde norm noodzakelijk maakt. Op diverse locaties in Nederland bestaan plannen om windturbines te plaatsen naast grote woonwijken (Amsterdam, Eindhoven), ook met scholen op een paar honderd meter afstand (Den Bosch), hetgeen leidt tot een onacceptabel gezondheidsrisico voor grote groepen kinderen.

22

Hoofdstuk 4 4.1

Gezondheidseffecten van lawaai in de volwassen bevolking

INLEIDING

In dit hoofdstuk bespreken wij de resultaten van recent wetenschappelijk onderzoek naar de gevolgen van windturbinegeluid voor de volwassen bevolking. Wel past hier de kanttekening, dat deze studies allemaal gedaan zijn met (veel) lagere turbines, en ook op (veel) grotere afstand van bewoning dan in de Nederlandse situatie. Wij noemen hier de hoofdlijnen, in bijlage 2 is de korte bespreking van het betreffende artikel opgenomen. In 2020 en 2021 is belangrijk onderzoek verschenen naar de mogelijke relatie tussen geluidshinder en het optreden van hart- en vaatziekten. 4.2 H ART- EN VAATSTELSEL Uit diverse onderzoeken blijken aanwijzingen voor een effect van LFG op het risico op beroerte, op acuut myocardinfarct15, op het optreden van atriumfibrilleren16 en op een vermindering van de hartvariabiliteit. 17 Een daling van deze variaties in het hartritme is geassocieerd met een hoger overlijdensrisico. Ook is gebleken dat een indicator voor verhoogd risico op hart- en vaatziekten, het MR-proANP, stijgt bij blootstelling aan omgevingslawaai. 18 zie figuur 1. Poulsen et al.19 vonden aanwijzingen voor effectmodificatie door leeftijd, waar bij mensen ouder dan 65 jaar de risico’s op hypertensie door omgevingsgeluid toenamen met de leeftijd. Ook vonden zij statistisch significante associaties bij de groep mensen met myocardinfarct en hoge windturbinegeluid blootstellingsniveaus.

Daarnaast vonden zij een associatie tussen hogere geluidsniveaus van meer dan 15 dB LFG binnen de woning gedurende de 3 nachten voorafgaand aan een opname voor, of overlijden aan, beroerte (relatief risico van 2.3) en hartinfarct (relatief risico van 1.66) ten opzichte van een controlegroep met minder dan 5 dB LFG gedurende de nacht binnen de woning. 15

Figuur 1. De combinatie van lawaai en stress vergroot via diverse interactiemechanismen de kans op hart- en vaatziekten, met MR-proANP als marker

23

Bräuner et al. 16 stellen vast dat een groep omwonenden van windturbineparken, die gedurende 11 jaar was blootgesteld aan de effecten van nachtelijke WTG, in vergelijking met een groep met de laagste blootstelling aan WTG, een 30% hoger risico had op het ontwikkelen van atriumfibrilleren (HR 1,30 [95%BI=1,05-1,61]). Chun-Hsiang et al. 17 vonden aanwijzingen voor een vermindering van de variaties in het hartritme door blootstelling aan LFG van windturbines 4.3

GELUIDSHINDER

Guski et al. stellen vast dat het duidelijk is dat het niveau van WTG systematisch gerelateerd is aan annoyance, ook bij geluidsniveaus onder 40 dB. Een kwantitatieve analyse levert inconsistente resultaten op. 20 Freiberg et al. vonden naast heterogene uitkomsten ten aanzien van slaapverstoringen, kwaliteit van leven, en geestelijke gezondheidsproblemen een ‘extensive and diverse body of evidence around health impacts of wind turbines in residential settings, that increased sharply since 2010, showing particularly noise consequences concerning increased noise annoyance with its complex pathways; Future research needs thorough high-quality and prospective study designs. 21 Michaud et al.5 concluderen dat de mogelijkheid dat windturbinegeluid de menselijke gezondheid beïnvloedt controversieel blijft. Michaud heeft jonge en oudere mensen uitgesloten van het onderzoek. Botelho et al. 22 noemen als belangrijkste bevinding dat blootstelling aan windturbinegeluid een significante invloed heeft op het welzijn van omwonenden. Haac et al. 23 bevelen een meer holistische benadering van annoyance aan waarin perceptie (hoorbaarheid), persoonlijke evaluatie van geluid (zelf-gerapporteerde annoyance) en symptomen (stressindicatoren, gezondheidseffecten, invloed op slaap) worden meegenomen. Davy et al.

42, leden van een onafhankelijke wetenschappelijke adviescommissie voor windenergie in Australië, stellen op basis van hun review dat uiteindelijk ‘hinder’ de primaire maat is om de afstand tussen turbines en bewoning te bepalen. Zij volgen hierin de toenmalige WHO norm van maximaal 9% ernstige hinder ten tijde van hun publicatie (inmiddels sorteert de WHO voor op maximaal 5% ernstige hinder). Zij stellen dat dit percentage wordt bereikt bij een geluidsnorm van 34-40 dB LAeq (10 min) buiten de woning, met een gemiddelde waarde van 37 dB LAeq (10 min). 4.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11382638/1