CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3. Rapportage Tussenevaluatie Kansenaanpak VO 2019-2020_def3.pdf

Raadscommissie Werk Inkomen en Onderwijs 23 juni 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsbrief en Evaluaties Kansenaanpak PO en VO 2019-2020 en de afhandeling van motie 006 d.d. 20 januari 2021 van raadslid Van Velthuijzen (BIJ1) inzake de Inzet van de klassenassistent inzake kansenongelijkheidsbestrijding. (ZD2021-00720.829 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

8.1 Conclusie evaluatie van de interventies De eerste set onderzoeksvragen betreft een evaluatie van de interventies: 1. In hoeverre en op welke manier dragen de interventies van de scholen bij aan de ambities van de Kansenaanpak VO? a. Welke interventies zijn ingezet en op welke manier? b. Wat zijn de (gepercipieerde) effecten van de interventies? c. Wat zijn de werkzame principes en succesfactoren? d. Wat zijn belemmerende factoren? Uitvoering van de interventies De interventies van 32 deelnemende scholen richten zich op de volgende vier thema’s: 1) cognitieve ontwikkeling van leerlingen, 2) sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen, 3) 85

professionalisering van het schoolteam ten behoeve van ondersteuning leerlingen en 4) ouderbetrokkenheid. Het zwaartepunt van de interventies op de scholen ligt bij thema 1, cognitieve ontwikkeling van leerlingen. De meeste scholen besteden daarnaast ook aandacht aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen, professionalisering van het schoolteam ten behoeve van de ondersteuning van leerlingen en/of ouderbetrokkenheid. Professionalisering van het schoolteam ten behoeve van de ondersteuning van leerlingen is een ondersteunend element en is nooit een zwaartepunt van de interventie. De interventies die zich richten op het eerste thema bestonden uit het bieden van extra taalonderwijs, ondersteuning bij studievaardigheden, extra rekenonderwijs, huiswerkbegeleiding, bijles en het ontwikkelen van een nieuw taal- of rekenbeleid. Interventies die zich richten op sociaal-emotionele vaardigheden bestonden uit het bieden van coaching, ondersteuning bij studievaardigheden, het versterken van de persoonsvorming, zelfvertrouwen en sociale vaardigheden, loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB) en het versterken van de motivatie van leerlingen.

Interventies die ook aandacht besteden aan professionalisering van het schoolteam ten behoeve van ondersteuning leerlingen richten zich op het versterken van de kennis en kunde van het schoolteam, zodat zij gerichte extra ondersteuning kunnen bieden die leerlingen nodig hebben. De interventies gericht op ouderbetrokkenheid bestonden met name uit driehoeksgesprekken tussen docenten/mentoren, leerlingen en ouders, thema- of voorlichtingsavonden en sociale bijeenkomsten. Effecten van de interventies Scholen geven aan dat de interventies gericht op de cognitieve ontwikkeling van leerlingen hebben bijgedragen aan betere taal86

en/of rekenvaardigheden van de leerlingen, een verbetering van de schoolresultaten (doorstroom en examens), een vergroting van de (lees)motivatie van de leerlingen, meer zelfvertrouwen/zelfbewustzijn bij leerlingen en de ontwikkeling van nieuwe leerlijnen. De interventies gericht op het versterken van de sociaal-emotionele vaardigheden van leerlingen hebben volgens de scholen positief bijgedragen aan het klassenklimaat en de zelfstandigheid en het zelfvertrouwen van leerlingen. Door de interventies die zich ook richten op professionalisering van het schoolteam ten behoeve van ondersteuning leerlingen is er volgens de scholen meer aandacht binnen het team gekomen voor (het belang van) taalonderwijs, is de werkwijze van het schoolteam verbeterd, wordt er meer onderling gesproken over kansengelijkheid, hebben docenten het gevoel dat ze iets ondernemen wat van betekenis is voor leerlingen en zetten de docenten de kennis en creativiteit uit de interventies ook in bij reguliere lessen. Wat betreft de interventies gericht op ouderbetrokkenheid geven scholen aan dat er door de interventie een intensievere communicatie met ouders is, de relatie tussen ouders en school verbeterd is, ouderavonden een hogere opkomst hebben en de ouderraad actiever is geworden. Volgens de scholen waren zowel leerlingen als ouders (zeer) tevreden over de interventies.

Werkzame principes en succesfactoren De belangrijkste factoren die bijgedragen hebben aan het bereiken van doelen van de interventies zijn volgens de scholen de beschikbaarheid van voldoende tijd en middelen, gevolgd door een goede samenwerking en voldoende draagvlak binnen het team en het feit dat de doelen passen bij de visie van de school. Draagvlak herkennen scholen aan de hand van verschillende kenmerken in de school, bijvoorbeeld wanneer er een gedeelde visie is en wanneer docenten zich eigenaar voelen van het project. Daarbij is het van belang dat er sprake is van een gedeelde visie 87

zowel onder de schoolleiding, docenten, leerlingen en ouders en dat zij allemaal worden meegenomen in het proces. Belemmerende factoren De belangrijkste belemmerende factor in het bereiken van de doelen van de interventies was uiteraard de sluiting van de scholen als gevolg van COVID-19. De meeste scholen geven daarnaast aan dat weerstand/geen draagvlak onder docenten voor de geplande interventies, geen goede organisatie en problemen in de houdingen van leerlingen belangrijke belemmerende factoren zijn. Een klein aantal scholen geeft aan dat het jaarlijkse karakter van de subsidie een belemmerende factor is, scholen zouden liever een interventie op lange termijn inzetten. Ook geeft een klein aantal scholen aan dat er te weinig subsidie is om alle leerlingen hulp te bieden en dat de interventie arbeidsintensief is. Bij de start van de Kansenaanpak VO heeft de gemeente Amsterdam drie ambities geformuleerd waarop scholen subsidie konden aanvragen, namelijk: 1) tegengaan onderwijsachterstanden op taal en rekenen, 2) vergroten ouderbetrokkenheid, en 3) bevorderen opstroom en voorkomen afstroom van individuele leerlingen.

Op basis van de interviews concluderen we dat de interventies van de scholen hebben bijgedragen aan de ambities van de Kansenaanpak VO, namelijk: het tegengaan van onderwijsachterstanden door taal- en rekenvaardigheden te verhogen en meer aandacht binnen het team voor het belang van taalonderwijs dragen bij aan ambitie 1; aandacht voor de thuisbetrokkenheid en verhoging van de ouderparticipatie dragen bij aan ambitie 2; en betere schoolresultaten en een hogere motivatie leiden tot resultaten op ambitie 3. Daarnaast concluderen we dat de subsidie heeft bijgedragen aan het op de agenda zetten van kansengelijkheid binnen het vo, en van kansengelijkheid buiten het vo. Op scholen is door het inzetten 88

van de subsidie meer aandacht gekomen voor kansengelijkheid onder leerlingen (o.a. meer taalondersteuning en vergroten zelfvertrouwen), onder ouders (o.a. verbetering toegankelijkheid van de school) en binnen het team. Ook is door de subsidie meer aandacht voor kansengelijkheid in het vervolgonderwijs (leerlingen krijgen de mogelijkheid om te kiezen door te stromen naar een vervolgopleiding die bij hen past), op de arbeidsmarkt (leerlingen krijgen de mogelijkheid een baan te vinden die bij hen past) en en in de maatschappij (leerlingen krijgen de mogelijkheid zich te ontwikkelen tot actieve, kritische burgers in de maatschappij).

8.2 Conclusie monitoring door scholen De tweede set onderzoeksvragen gaat over de monitoring van scholen zelf: 2. Hoe evalueren scholen zelf hun interventies? a. Op welke wijze meten scholen de resultaten die zij beogen, volgens hun maatwerkplan? Wijze van monitoring en evaluatie Door de situatie rondom COVID-19 hebben scholen de geplande monitoring en evaluatie (deels) niet uit kunnen voeren. Scholen hebben twee- of eenmaal toetsen afgenomen om de ontwikkeling van leerlingen in relatie tot de interventie te meten. Dit zijn deels toetsen die specifiek zijn ingezet om de resultaten van de interventies in het kader van de Kansenaanpak te toetsen en deels toetsen die de school normaal gesproken ook afneemt. Naast toetsen om gegevens van leerlingen te verzamelen over hun ontwikkeling op het gebied van taal, rekenen en sociaalemotionele ontwikkeling, hebben scholen gegevens verzameld en geanalyseerd over doorstroom, opstroom en afstroom. Scholen hebben ook gesprekken gevoerd, leerlingen geobserveerd en enquêtes afgenomen onder het schoolteam, ouders en leerlingen, 89

om zicht te krijgen op hun ervaringen en tevredenheid met de interventie.

8.3 Discussie Door de gevolgen van COVID-19 heeft slechts een selectie van scholen de interventie in zijn geheel uitgevoerd. Het is echter niet zo dat de scholen die de interventie deels uitgevoerd hebben geen opbrengsten rapporteren, maar wel dat deze scholen voorzichtig waren met het doen van uitspraken over opbrengsten. De scholen hadden bijvoorbeeld geen nameting uitgevoerd of hebben de interventie niet af kunnen ronden. In dit onderzoek is aan scholen gevraagd wat de opbrengsten zijn van de uitgevoerde interventie. Het was niet mogelijk om harde effecten vast te stellen. Er is een grote variëteit in de ingezette interventies zowel tussen als binnen de verschillende ambities en thema’s. Scholen moeten maatwerk leveren, passend bij de eigen populatie en context van de school. Daarnaast varieert ook de manier waarop de opbrengsten worden gemonitord en gerapporteerd sterk tussen scholen. Een gevolg hiervan is dat er onvoldoende vergelijkbare interventies en contexten zijn om betrouwbare/valide uitspraken te doen over de effectiviteit van de interventies.16 Uit de huidige evaluatie blijkt wel dat de scholen blij zijn dat de gemeente aandacht heeft voor kansengelijkheid en de subsidie beschikbaar stelt.

Daarnaast hebben ze de interventies in het kader van de subsidie als waardevol ervaren en geven ze aan dat deze gedurende het schooljaar hebben bijgedragen aan de bevordering van kansengelijkheid.

16 Deze beperkingen van het onderzoek komen in grote mate overeen met de beperkingen die worden beschreven in de evaluatie van de Kansenaanpak PO (2020).

90

8.4 Aanbevelingen 

Scholen De gevolgen van COVID-19 blijken een belangrijke belemmering voor het effectief uitvoeren, monitoren en evalueren van een interventie. Een advies is om als school op zoek te gaan naar mogelijkheden voor het uitvoeren van de interventie, monitoring en evaluatie in een digitale leeromgeving. Draagvlak is een zeer belangrijke factor bij het opzetten en effectief uitvoeren van een interventie. Een advies voor scholen is daarom ook om te zorgen voor voldoende draagvlak onder schoolleiding, docenten, leerlingen en ouders. Als leraren en schoolleiders werken volgens een gedeelde visie, leren ze meer van elkaar en wordt iedereen betrokken. Motiveer leerlingen door ze vroeg te betrekken bij het nadenken over en het opzetten van de interventie. Op deze manier ontwikkelen de leerlingen eigenaarschap wat betreft de interventie en zullen zij de interventie eerder positief benaderen. Zorg dat er sprake is van goede organisatie, zoals voldoende tijd en middelen. Ook moeten de docenten zich competent voelen om de leerlingen te begeleiden. Zorg dat de docenten over de juiste kennis beschikken. Zorg dat er in de interventie voldoende sprake is van aandacht voor de individuele leerling en ouder.

Als leerlingen het gevoel hebben dat er aandacht voor hen is zullen ze meer hun best doen en betrokkenheid tonen waardoor de leerlingen uiteindelijk betere (cognitieve of sociale) resultaten zullen boeken. Gemeente Amsterdam Een advies voor de gemeente is om samen met scholen na te denken hoe de geplande interventies aangepast kunnen worden zodat de interventies, ook als de school gebruik moet 91

92

maken van thuisonderwijs, wel in zijn geheel uitgevoerd en ook gemonitord en geëvalueerd kunnen worden. Scholen gaven aan dat er niet altijd voldoende tijd was om de interventie succesvol uit te voeren. De gemeente zou na moeten gaan of er sprake zou moeten zijn van een meerjarige subsidie indien de interventie voortgezet zou moeten worden. Daarnaast zijn er een paar scholen die aangaven te weinig middelen te hebben om de interventie succesvol uit te kunnen voeren. Met hen kan de gemeente in gesprek gaan om in beeld te krijgen wat deze scholen nodig hebben. De gemeente zou de timing van de verantwoording kunnen aanpassen. Sommige scholen gaven aan dat een deel van de resultaten nog niet gemeten/getoetst was op het moment dat de verantwoording moest worden ingevuld. Het is belangrijk om goed te kunnen monitoren welke interventies wel en niet de gewenste uitkomsten hebben bij de leerlingen. De diversiteit aan interventies maakt het lastig om een eenduidig beeld te geven van de opbrengsten. Zorg daarom dat er voldoende tijd is in de voorbereiding van de interventies om met de scholen in gesprek te gaan over de manier van monitoren en hen hierin te ondersteunen indien wenselijk.

Referenties Glazenborg, A. M., Thieme, A. M. M., Andringa, S. J., & Kuiken, F. (2020). Evaluatie Kansenaanpak Primair Onderwijs Amsterdam. Schooljaar 2019-2020. Universiteit van Amsterdam. Lectoraat Ouders in Rotterdam Zuid, Hogeschool Rotterdam (2016). Gereedschapskist voor beter samen werken met ouders. Ledoux, , G., Roeleveld, J., Veen, A., Karssen, M., Van Daalen, M., Blok, H., Kuiper, E. Dikkers, L., Mulder, L., & Driessen, G. (2015). Het onderwijsachterstandenbeleid onderzocht: Werkt het zoals bedoeld? Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Ledoux, G. & Veen, A. (2009). Beleidsdoorlichting onderwijsachterstandenbeleid: Periode 2002-2008. Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Meijnen, W., Blok, H., & Karsten, S. (2004). Onderwijsachterstanden: Update van een review. Recente ontwikkelingen inzake onderwijsachterstanden. Amsterdam: Kohnstamm Instituut. OIS (2018). ‘Zo’n subsidie mobiliseert de energie’ Een kwalitatief onderzoek naar de Voorziening Ouderbetrokkenheid in het voortgezet onderwijs van de gemeente Amsterdam’ Van de Werfhorst, H. & Van Hest E., (2019). Gelijke kansen in de stad. Amsterdam: Amsterdam University Press. Van de Werfhorst, H. Elffers, L., Karsten, S. (2015). Onderwijsstelsels vergeleken: Leren, werken en burgerschap. Didactief onderzoek.

93

94

Bijlagen Bijlage 1: Verantwoordingsformulier Scholen die in schooljaar 2019-2020 een Amsterdamse subsidie Kansenaanpak VO hebben ontvangen, verantwoorden deze door een online vragenlijst in te vullen. De gemeente wil weten hoe de scholen de Amsterdamse subsidie Kansenaanpak VO hebben ingezet en of het hun heeft opgeleverd wat ze hadden verwacht. De antwoorden op de online vragenlijst gelden als inhoudelijke verantwoording van de subsidie.

Velden met een  zijn verplicht. Algemeen  1. Aantal doelgroepleerlingen 2019-2020: (automatisch, uit importbestand)  2. Hoeveel (doelgroep)leerlingen hebben middels deze subsidie extra aandacht gekregen? Positief geheel

getal

95

 3. Op welk leerjaar was de interventie gericht? Meerdere antwoorden mogelijk. 

leerjaar 1

leerjaar 2

leerjaar 3

leerjaar 4

leerjaar 5

leerjaar 6

 4. Hoeveel extra onderwijstijd (uur) en/of begeleiding heeft de leerling gemiddeld per week ontvangen? positief getal, een decimaal

toegestaan Activiteiten en resultaten Met de Kansenaanpak VO richt de gemeente zich op het vergroten van de ontwikkelkansen van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Deze subsidie biedt scholen met veel leerlingen met een risico op onderwijsachterstanden ruimte om in te zetten op drie ambities: 

Onderwijsachterstanden op taal en rekenen tegengaan

Ouderbetrokkenheid vergroten

Opstroom bevorderen en afstroom voorkomen van individuele leerlingen

De volgende vragen gaan over de activiteiten die u heeft ingezet om de ontwikkelkansen van leerlingen te vergroten. Op basis van de ingevulde maatwerkplannen heeft de gemeente de verschillende activiteiten in vier categorieën gegroepeerd, te weten activiteiten op het gebied van cognitieve vaardigheden (o.a. taal en rekenen), sociaal-emotionele vaardigheden, ouderbetrokkenheid, huiswerkbegeleiding en bijles.

96

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10249260/1