CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Raadsvoordracht UKB.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit, Water (MLW) 21 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het uitvoerings- en kredietbesluit van € 224,7 miljoen voor Bruggen en Straten corridor Raadhuisstraat – Mercatorplein Oranje Loper inclusief de voorbereiding van het terugleggen van de kabels en leidingen. (ZD2021-014420)11.974 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

CCC geeft aan dat P50 ook kan, maar dat dan bij eventuele overschrijding van het budget er dekking gevonden moet worden vanuit de fysieke programma/portfolio van de gemeente; - de systematiek om te egaliseren op programmaniveau sluit aan op het portfoliomanagement dat, na invoering van het gewijzigde investeringsstelsel in de begroting 2023, in de begrotingsprogramma’s wordt ontwikkeld; - dat dekking vinden binnen programma 2, mocht zich onverhoopt tegenvallers voordoen, een flinke opgave is gezien de momenteel beperkte financiële ruimte in programma 2 en gaat ten koste van andere projecten. - met een keuze voor P50 wordt de aannemer (én de gemeente) uitgedaagd om fors te sturen op het budget. Voor het project de Oranje Loper zijn er twee scenario’s doorgerekend. Een met de waarde P50 en een met de waarde P85: Probabilistische raming De raming voor bruggen (€ 143,2 miljoen) en straten (€ 66,5 miljoen, waarvan al € 1,6 miljoen eerder krediet is verstrekt) is probabilistisch doorgerekend en komt totaal uit op € 209,7 miljoen. Dat is exclusief het deel voor functievrijmaken (€ 14,4 miljoen), omdat hiervoor reeds inschrijvingsbedragen bekend zijn en exclusief het voorbereidingsbudget voor het terugleggen van de kabels en leidingen (€ 2,5 miljoen), omdat het daarbij alleen

nog gaat om voorbereidingswerkzaamheden. Dat houdt in dat op de hoeveelheden en prijzen in de raming een bandbreedte is meegenomen. Door middel van een zogenaamde Monte Carlo Simulatie worden er 10.000 mogelijke uitkomsten van de raming berekend, op basis van die bandbreedtes. De probabilistische raming is het gemiddelde van die 10.000 trekkingen: een waarde die dicht tegen de P50 norm aanzit (dat is een waarde met een kans van 50% op een onder- of overschrijding). Dit is de standaardnorm voor projecten in de openbare ruimte. De logica er achter is dat onder- en overschrijdingen zich over de hele projectenportfolio in evenwicht houden. Op een enkele grote uitzondering na is dat de afgelopen jaren ook uitgekomen. Deze werkwijze is in 2017 met de gemeenteraad afgestemd. Scenario P50 Dit komt voor de bruggen en straten neer op € 209,7 miljoen inclusief € 35,5 miljoen aan risicoreservering (exclusief functievrij maken). Indien er zich niet geraamde kosten voordoen, wordt dit eerst opgevangen binnen de risicoreservering van het uitvoeringskrediet. Als er vervolgens behoefte blijkt aan aanvullende dekking, zou dat uit het egaliseren van financiële resultaten van de hele projectenportefeuille moeten komen.

Afhankelijk van de hoogte van die eventuele dekking is dat bij een financieel omvangrijk project als de Oranje Loper, mocht die situatie zich voordoen, wellicht niet geheel mogelijk. Eén van de oorzaken daarvan is dat in de verstrekte middelen voor het Programma Bruggen en Kades er geen mogelijkheid ligt om een programmareservering aan te brengen. Dit komt doordat het programma vooralsnog alleen voor 2021 en 2022 middelen heeft toegewezen gekregen voor het uitvoeringsprogramma. In het kader van het investeringsplafond is er nu nog geen zicht op meer financiële middelen. Dit is aan een volgend college van B&W en raad om mee te nemen. Scenario P85 Met deze P-waarde wordt ca € 25 miljoen meer gereserveerd dan bij de P50 raming van 209,7 miljoen inclusief € 35,5 miljoen aan risicoreservering. Hiermee is een grotere zekerheid dat de Oranje Loper afgerond wordt binnen het budget (85% versus 50%) en voorkom je het risico dat onvoorziene tegenvallers last minute moeten worden opgevangen. Deze reservering van € 25 miljoen moet gedekt worden en onder het door het college vastgestelde investeringsplafond vallen van € 239 miljoen per jaar. Een keuze voor P85 betekent dat dit ten koste gaat van andere projecten die nu richting uitvoering gaan. Bijkomend effect is dat het bouwteam minder wordt uitgedaagd de opgave tegen een marktconforme prijs op te leveren.

We gaan ervan uitgaan dat het bouwteam met een beperkter maar realistisch taakstellend budget beter wordt uitgedaagd te komen tot kosten-efficiënte oplossingen. Adviezen audit project De Entree en Projectcommissariaat Civiele Constructies In de adviezen van Duff&Phelps en AT Osborne naar aanleiding van de audit op het project De Entree (zoals weergegeven in de raadsbrief van 24 juni 2021) en vanuit het Projectcommissariaat Civiele Constructies zijn aanbevelingen gedaan om bij grote projecten te overwegen een extra reserve in te bouwen. In de audit van de Entree is één van de aanbevelingen “Verleen bij het uitvoerings- en kredietbesluit een budget met een hogere kans van slagen, bijvoorbeeld een kans van 85% (P85)”. Het Projectcommissariaat Civiele Constructies (CCC) geeft aan vertrouwen te hebben in de gezamenlijke aanpak met aannemers in een bouwteam en adviseert de gemeente

gezonde marges op te nemen voor onvoorziene omstandigheden, een robuuste risicoreservering die maakt dat het project beheerst de uitvoering in kan. Meer specifiek over de vraag van P50 of P85 zegt CCC het volgende: Om voldoende buffer te hebben voor de spreidingen, de voorziene risico’s en onvoorziene risico’s is het bij projecten gebruikelijk om de P85-waarde te hanteren. Dat wil zeggen dat met een betrouwbaarheid van 85% de planning gehaald kan worden en het budget niet wordt overschreden. Vanzelfsprekend is er nog een kans van 15% dat er wel een overschrijding optreedt. De onderstaande overwegingen hebben geleid tot ons advies t.a.v. het project Oranje Loper:  Het project bevindt zich op dit moment nog niet in de DO-fase maar de Voorontwerp Plus fase (VO+);  Het project is geen nieuwbouwproject, maar een renovatieproject (je weet niet wat je tegen kunt komen);  Er zijn nog allerlei onbekende omstandigheden;  Er zijn nog diverse technisch onbekende factoren (bestaande infrastructuur);  Er zijn veel interacties met de nutsbedrijven;  De corridor heeft te maken met een gevoelige omgeving. Een alternatief is om het project P50 budget mee te geven en dat zij voor overschrijdingen terecht kan bij de ‘bank’ (lees: risicobuffer op programma- of portfolioniveau) met een goede argumentatie dat het een voorzien risico van de lijst is.

Dat heeft twee voordelen: 1) een rem op uitgaven 2) een leerproces hoe het komt dat het fout gaat. Instemmen met scenario 1 (raming met grondslag P50), inclusief risico’s en onzekerheden Voor de corridor Oranje Loper zijn de opgenomen buffers in de raming toereikend met een P50 norm. De raming voor de corridor Oranje Loper is samen met de beoogde aannemers in een bouwteam gemaakt (voor onderdelen op basis van eerste offertes) en daarmee realistisch. Bovendien is de op normpercentages opgenomen risicoreservering in de raming aanzienlijk hoger dan een risicoreservering op basis van de gekwantificeerde risico’s. De verwachting is dat de risicoreservering meer tegenvallers kan opvangen dan verwacht op basis van de risico-inventarisatie plús de opslag voor onvoorziene risico’s. Afhankelijk van de benadering is de extra buffer bovenop de gekwantificeerde risico’s (benoemd en onbenoemd) circa € 12 miljoen. Voorstel is daarom voor om het krediet voor de Oranje Loper nu te verlenen op basis van de probabilistische (P50) waarde. Daarbij komt dat het bouwteam met een P50 waarde meer uitgedaagd wordt te komen tot kosten-efficiënte oplossingen. Ten slotte zou de kostenraming van de corridor Oranje Loper bij een P85 waarde met ca € 25 miljoen verhoogd moeten worden. Dat past niet binnen de afspraken rond het investeringsplafond van € 239 miljoen per jaar.

En dat zou ten koste gaan van de uitvoering van andere projecten of van onderdelen van de Oranje Loper zelf. Op deze manier zetten we de schaarse middelen op de meest efficiënte wijze in. Indien er zich in een latere fase toch financiële tegenvallers voordoen, wordt dit in eerste instantie opgevangen binnen de risicoreservering van het uitvoeringskrediet. Als dit onvoldoende blijkt, is de eerste stap het onderzoeken van de mogelijkheid dit te

compenseren door het egaliseren van over-en onderschrijdingen: voor de maaiveldprojecten binnen het Stedelijk Mobiliteits Fonds en de bijdrage van de Vervoerregio; en voor de bruggen binnen het programmakrediet van programma Bruggen en Kademuren. Voor die laatste bron is het dan noodzakelijk dat er verstrekte middelen langjarig beschikbaar zijn. Voor nu is er dekking tot eind 2022 voor het programma Bruggen en Kademuren. Er is nu daarom geen mogelijkheid om een programmareservering aan te brengen in dat programma. Het college heeft het voornemen om op programmatisch niveau financiële tegenvallers van de Oranje Loper en andere grote projecten te kunnen vereffenen door het ontwikkelen van portfoliosturing. Dit is aan een volgend college van B&W en raad om mee te nemen. 12. Kennis te nemen van vervolg ontwerpproces, contractering, uitvoeringsvoorbereiding en planning voor de uitvoering. In het reikwijdtebesluit van 2019 (Gemeenteraad 3/4 april 2019) is geconcludeerd dat de opgave alleen kan worden gerealiseerd in samenwerking met de markt, waarbij de kennis en uitvoeringsexpertise van de markt betrokken wordt bij de belangrijkste keuzes in de voorbereiding, zoals ten aanzien van werkmethodieken, fasering en risicobeheersing. Dit is conform aanbevelingen uit onderzoek Cloo.

In januari 2017 heeft het Tenderboard Fysiek zich positief uitgelaten over de keuze voor een bouwteam in de inkoopstrategie van het project. De belangrijkste argumenten hiervoor zijn: behoefte aan snelheid en flexibiliteit en de omvang en complexiteit van de opgave. Ook de lessen uit de audit Entree vinden hun weg naar de Oranje Loper. De beide projecten Entree en Oranje Loper werken inmiddels nauw samen om de lessen te borgen in de processen en de projectorganisatie van de Oranje Loper. Twee lessen in het bijzonder lichten we er even uit. Ten eerste het advies om bij het uitvoerings- en kredietbesluit een budget met een hogere kans van slagen, bijvoorbeeld een kans van 85% (P85), mee te nemen. Er is nauwkeurig gekeken naar de robuustheid van de raming van de Oranje Loper op P50waarde en beoordeeld dat door het inbrengen van de uitvoeringservaring de raming realistisch is en er voldoende ruimte voor risico’s en onzekerheden meegenomen is. Daarbovenop wordt voorgesteld om op programmatisch niveau de financiële ruimte om financiële tegenvallers op te vangen moet worden gecreëerd. Ten tweede stemmen beide projectorganisaties af hoe financiële tekorten door scopewijzigingen op het niveau van de contracten en op het niveau van het project kunnen worden voorkomen.

Daarbij gaat de aandacht met name uit naar de ondersteunende systemen en de afstemming tussen de verschillende rollen in de projectorganisatie, zowel bij de opdrachtgever als de opdrachtnemer. De voorliggende plannen zijn tot stand gekomen in bouwteamverband, een samenwerking tussen de aannemers, adviseurs en de gemeente Amsterdam. De plannen voor de bruggen en de straten hebben de status van een voorlopig ontwerp. Het uitwerkingsniveau en detailniveau kent voldoende zekerheid om een uitvoeringsbesluit op te baseren, zoals al eerder is beargumenteerd. Parallel aan het bestuurlijke proces rond het uitvoeringsbesluit werken we verder aan het definitief ontwerp en het uitvoeringsontwerp. Op basis van het definitief ontwerp vinden contractonderhandelingen plaats met de beoogde realisatie aannemers uit het bouwteam. Bij een positief resultaat van die onderhandelingen wordt de realisatieovereenkomst afgesloten met de aannemers, dat gebeurt gefaseerd in twee of drie batches, waarbij de eerste batch in ieder geval brug 108 betreft. Op basis van het

uitvoeringsontwerp worden de werkplannen gemaakt voor de uitvoering en start de uitvoering. Bij het voorlopig ontwerp van de bruggen en straten en de fasering van het uitvoeringswerk is een uitvoeringsplanning opgesteld voor al het werk aan de bruggen, de straten en de kabels en leidingen. De huidige uitvoeringsplanning gaat ervan uit dat twee bruggen in een keer worden vernieuwd en dat de overige 7 bruggen in delen worden vernieuwd, zodat altijd een deel gebruikt kan worden voor afwikkeling van verkeer. Daarbij zijn alle stukjes werk als een enorme puzzel in elkaar gezet. De puzzelstukjes bestaan onder andere uit het inrichten van de bouwplaatsen, weghalen van de monumentale onderdelen, afbreken van de bruggen, aanbrengen van de nieuwe fundering, bouwen van landhoofden, pijlers, vleugelwanden en brugdek, afbouwwerkzaamheden. Ook het maaiveld wordt in delen aangepakt waarbij het werk zich als een treintje door de straten beweegt. Dat werk bestaat uit opbreken trambaan, trottoir, rijbaan en fietsstrook en vervolgens aanbrengen trambaan, trottoir, rijbaan en fietsstrook.

De kabels en leiding werkzaamheden gaan deels vooraf (aanleggen hulpbruggen, functievrijmaken van de bruggen door de kabels en leidingen te verleggen naar de hulpbruggen) en deels na de vernieuwing van de bruggen en parallel aan het werk aan de straten (verleggen, onderhoud en terugleggen van de kabels en leidingen). Al deze activiteiten zijn op een logische wijze naast en achter elkaar gezet en er is aan alle activiteiten een realistische uitvoeringstijd gekoppeld. De activiteiten zijn ook voorzien van een buffer voor risico’s. Daarmee is een realistische uitvoerbare planning gemaakt. Deze planning is intern en extern gereviewd. De waardevolle inzichten zijn verwerkt in de definitieve “voorlopig ontwerp” planning. Deze planning is ook de basis geweest voor de raming van alle tijdsgebonden kosten zoals bijvoorbeeld projectmanagement, stafkosten uitvoeringsorganisatie, BLVC kosten (verkeersmaatregelen) en keetkosten. Voor het openbaar vervoer op het projecttracé is het van belang hoe lang de werkzaamheden duren die een tijdelijke buitengebruikname van het tramspoor vereisen (TBGN). Als er gewerkt wordt aan brugdelen waarover het spoor loopt, dan moet de tram er een lange tijd af. Uit de planning blijkt dat daarvoor een periode van circa 15 maanden TBGN noodzakelijk is.

Om tijdig te kunnen communiceren over een alternatief vervoerplan wordt aangestuurd op start van deze TBGN periode tussen het eerste en tweede kwartaal van 2023. Vooruitlopend aan de TBGN periode vindt de vernieuwing van brug 108 en mogelijk ook de start van de uitvoering van brug 135 plaats, deze werkzaamheden zijn onafhankelijk van de TBGN. In het vervolgproces wordt het ontwerp uitgewerkt tot een definitief ontwerp en een uitvoeringsontwerp. In die ontwerpslagen wordt ook de uitvoeringsplanning weer geactualiseerd. In de volgende fase wordt op basis van het definitief ontwerp ook een probabilistische planning gemaakt waarbij de onzekerheden en risico’s via een Monte Carlo Simulatie informatie geven over de betrouwbaarheid van de uitvoeringsplanning. Op de huidige deterministische planning is een risicobuffer opgenomen. Daarbij is het werk eind 2025 naar verwachting afgerond, maar houden we rekening met een uitloop tot en met het eerste kwartaal van 2026. De benodigde buffer die uit de probabilistische planning volgt zal met de “deterministische buffer” worden geconfronteerd, dat leidt mogelijk tot nieuwe inzichten over de planning, dan wel tot maatregelen om de vertragingsrisico’s te beheersen. Dat betekent dat tot het uitvoeringsontwerp klaar is, in 2022, er nog wijzigingen kunnen komen in de uitvoeringsplanning.

In de halfjaarlijkse voortgangsrapportages wordt u op de hoogte gehouden van de actuele planning en eventuele wijzigingen daarop.

13. Kennis te nemen van het voorstel om het Uitvoeringsplan als de 3e Voortgangsrapportage Oranje Loper te beschouwen Aangezien de inhoud van het Uitvoeringsplan overeenkomt met de inhoud die in de 3e Voortgangsrapportage Oranje Loper zou worden opgenomen beschouwen we het Uitvoeringsplan als de 3e Voortgangsrapportage Oranje Loper. .________________________________________ Financiële onderbouwing

Financiële onderbouwing: Ja Investeringsvoorstel Tabel 1a: Basisgegevens investering Bruggen Investeringssom

€ 154,8 miljoen

Rentepercentage

0,7 %

Afschrijvingstermijn (jaar)

50

Kapitaallasten

€ 4.179.316

Aanvang kapitaallasten

2026

MIP nummer

70.19.0002

Tabel 1b: Basisgegevens investering Straten Investeringssom

€ 33,3 miljoen

Rentepercentage

0,0%

Afschrijvingstermijn (jaar)

25

Kapitaallasten

€ 1.333.396

Aanvang kapitaallasten

2026

MIP nummer

70.17.0037

Toelichting: In deze financiële tabellen zijn de investeringen in de bruggen en straten apart weergegeven. Immers de bruggen kennen een andere richtlijn t.a.v. kapitaallasten dan de straten. De bruggen worden afgeschreven in 50 jaar en in de kapitaallasten wordt rekening gehouden met een rente component tegen 0,7%. De straten worden in 25 jaar afgeschreven en, aangezien de reeds beschikbare dekking uit het Stedelijk Mobiliteitsfonds in een financieringsreserve wordt gestort, worden de kapitaallasten van de straten niet met een rente-opslag belast. De kapitaallasten worden vanaf 2026 of 2027 genomen, na afronding van het project. Voor bruggen is in het eerste jaar de afschrijving € 3.095.790 en de rente component € 1.083.526, samen € 4.179.316 gedekt uit SMF structureel. Voor de straten is de afschrijving in het eerste jaar € 1.333.396 en de rente component € 0 gedekt uit financieringsreserve.

In de tabel financiële consequenties staan alleen de bijdragen van derden vermeld als incidentele baten en lasten, omdat de kapitaallasten (structureel) pas vanaf 2026 of 2027 worden verrekend. De tabel geeft dus niet de cash flow van de hele investering weer. Tabel: Financiële consequenties van de beslispunten

BATEN Product

I/S

Bijdrage K&L Bruggen Bijdrage K&L Maaivelden Bijdrage VRA Maaivelden Bijdrage MET / MVP Maaivelden

Jaar T (’22)

I

Jaar T+1

Jaar T+2

3.000.000

2.000.000

I

Jaar T+3

500.000

510.991

I

12.400.000

12.266.100

I

3.500.000

2.410.000

18.900.000

17.176.100

510.991

Jaar T+1

Jaar T+2

Jaar T+3

3.000.000

2.000.000

SMF structureel

S

Onttrekking Financieringsreserve

S

Totaal LASTEN Product

I/S

Afschrijving

Br 2121

S

Rente

Br 2121

S

Afschrijving

MV 2112

S

Vervanging K&L Vervanging K&L Herinrichting MV VRA Vervanging spoor MET

I

Jaar T

I

500.000

I

12.400.000

12.266.100

I

3.500.000

2.410.000

18.900.000

17.176.100

Totaal

510.991

510.991 I=Incidenteel S=Structureel

Consequenties gedekt?

Ja

Overige toelichting: De dekking die in dit krediet is opgenomen past binnen het investeringsplafond. Conclusie: De genoemde beslispunten in de voordracht hebben financiële consequenties en zijn gedekt in de begroting.

Geheimhouding

nvt Welke stukken treft u aan? Registratienr.

Naam

< automatisch >

< Bestandsnaam >

< automatisch >

< Bestandsnaam >

< Bijlagen moeten aan het volgende voldoen: - Lever bijlagen zoveel mogelijk in PDF aan. - Bekendmakingsbesluit van de gemeenteraad moeten in Word aangeleverd worden. - Geheime bijlagen moeten in de bestandsnaam beginnen met GEHEIM. In de bijlage zelf moet een duidelijke markering opgenomen worden waardoor de gebruiker meteen ziet dat het document geheim is. Bijvoorbeeld een KABINET of GEHEIM stempel of een watermerk met GEHEIM. > Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Verkeer en Openbare ruimte, Diana van Loenen, ambtelijk opdrachtgever, 06-1459 1142, d.van.loenen@amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10941566/1