CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage_3 Participatieplan MIRT-verkenning OVSA DEF.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 17 april 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de 1e halfjaarrapportage MIRT-verkenning OV-verbinding Sloterdijk-Amsterdam Centrum (VN2025-004663)9.532 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Check jij ook in?

Participatieplan MIRT-verkenning OV-verbinding Sloterdijk – Amsterdam centrum 9 januari 2025

COLOFON Uitgegeven en vastgesteld door Gemeente Amsterdam, Vervoerregio Amsterdam en Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Informatie www.ovsloterdijkamsterdam.nl info@ovsloterdijkamsterdam.nl Contactpersoon Omgevingsmanager Marije Mooij Auteurs Brechtje Schildkamp Machteld Beekhuis Datum 9 januari 2025

2

Voorwoord De gemeente Amsterdam, de Vervoerregio Amsterdam en het Ministerie

van Infrastructuur en Waterstaat vinden het belangrijk dat ieder-

een zich betrokken voelt bij de toekomst van de stad en de regio.

Dit participatieplan nodigt je uit om actief mee te denken over toekomstige openbaar vervoer oplossingen in het gebied tussen Sloterdijk en Amsterdam centrum, ofwel de MIRT-verkenning OVverbinding Sloterdijk – Amsterdam centrum.

Tot 2050 komen er 250.000 nieuwe Amsterdammers

mogelijk invulling aan geven? Alleen samen kunnen

en 200.000 nieuwe banen bij. Een deel hiervan komt

we ervoor zorgen dat we klaar zijn voor de uitdagingen

wonen en/of werken in het nieuw te ontwikkelen ge-

van de toekomst.

bied Haven-Stad. Deze groei zorgt ervoor dat we ook het openbaar vervoer moeten blijven door ontwikkelen.

Dus check jij ook in bij deze MIRT-verkenning?

Daarom werken de 3 bovengenoemde organisaties samen aan deze MIRT-verkenning. Maar dit kunnen we

Namens de 3 opdrachtgevende partijen,

niet alleen, samen met jou en met onze partners willen we deze opgave tot een succes maken. Dit doen we in

Marieke Hietbrink (projectdirecteur)

het belang van de bereikbaarheid en leefbaarheid van

Projectorganisatie MIRT-verkenning OVSA

de stad, voor onze regio en ons land. De beste oplossingen komen tot stand met de kennis en creativiteit vanuit verschillende perspectieven. Wat vind jij belangrijk? En, hoe kunnen we daar zo goed

3

Inhoud 1

Samenvatting

5

2

Inleiding

9

Leeswijzer

9

3

De opgave

10

3.1

Wat is een MIRT-verkenning?

10

3.2

MIRT-verkenning OVSA

11

3.3

Participatie en communicatie; de samenhang

12

3.4

Vertrekpunt participatie

13

4

Participatie - Doelen, doelgroepen en strategie

14

4.1

Kaders voor participatie

14

4.2

Participatiedoelstellingen OVSA

15

4.3

Participatiedoelgroepen

17

4.4

Niveaus van participatie

17

5

Participatie verder uitgewerkt

19

5.1

Duurzame betrokkenheid

19

5.2

Participatiemiddelen per fase

19

5.2.1

Opstartfase

19

5.2.2

Analytische fase (a): Verrijken longlist en trechteren naar shortlist

20

5.2.3

Analytische fase (b): Van shortlist naar kansrijke oplossingsrichtingen

21

5.2.4

Beoordelingsfase: Van kansrijke alternatieven naar voorkeursalternatief

23

5.2.5

Besluitvormingsfase: Van voorkeursalternatief naar voorkeursbeslissing

23

5.3

Participatie van ondervertegenwoordigde groepen

25

5.4

Terugkoppeling en verslaglegging

25

5.5

Aanpak voor het ophalen van meekoppelkansen en klanteisen

25

5.6

Communicatie

26

6

Kalender

27

4

1. Samenvatting We zijn bezig met een zoektocht naar nieuw, verbeterd openbaar vervoer (OV) tussen

Check jij ook in?

Sloterdijk en Amsterdam centrum. In dit

Denk mee over nieuw

andere inwoners, ondernemers, reizigers

tussen Sloterdijk en

participatieplan leggen we uit hoe we jou, en belanghebbenden graag betrekken bij

deze zoektocht. We vinden het belangrijk

openbaar vervoer

Amsterdam centrum.

om jou en anderen goed te informeren

over deze verkenning en vanaf het begin

mee te laten denken. Jij kent je eigen buurt en

werkomgeving als geen ander. En die kennis is voor

ons erg waardevol. Denk vanaf het begin mee en oefen

zelf invloed uit op de toekomstige OV-verbindingen. Nieuwe OV-verbindingen nodig Amsterdam en de regio krijgen in hoog tempo steeds

Daarom onderzoeken de gemeente Amsterdam,

meer inwoners. Nu al reizen mensen vaak in volle trei-

de Vervoerregio Amsterdam en het Ministerie van

nen, trams, metro's en bussen. Die drukte zal alleen

Infrastructuur en Waterstaat de mogelijkheden

maar toenemen. We willen dat de stad en regio leef-

voor nieuwe OV-verbindingen in het gebied tussen

baar en bereikbaar blijven. Als er niets verandert, raakt

Sloterdijk en Amsterdam centrum. Dit onderzoek

het OV overbelast en wordt Amsterdam onbereikbaar.

noemen we de MIRT-verkenning OV-verbinding

In de stad zelf is de ontwikkeling van Haven-Stad

Sloterdijk - Amsterdam centrum (OVSA).

een belangrijke aanleiding om het OV te verbeteren. In dit deel van de stad komen 40.000 tot 70.000

Wat een MIRT-verkenning is

nieuwe woningen en 45.000-58.000 banen, vergelijk-

MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur,

baar met een stad zo groot als Leiden.

Ruimte en Transport. Hieronder vallen alle investeringen die de Rijksoverheid samen met andere overheden doet aan wegen, bruggen en openbaar vervoer. In de MIRT-verkenning bekijken we stap voor stap verschillende OV-oplossingen. Zo kunnen we uiteindelijk een keuze maken voor de beste oplossing, waar aan het eind van de MIRT-verkenning een besluit over wordt genomen (de zogenaamde voorkeursbeslissing). Goede OV-verbindingen ontwikkelen De opdracht voor deze MIRT-verkenning is om in fases goed werkende OV-verbindingen te ontwikkelen tussen Sloterdijk en Amsterdam centrum. Deze verbindingen moeten Haven-Stad goed aansluiten op het nationale en regionale OV-netwerk, in zowel oostwestelijke en noord-zuidelijke richting. Het bestaande

5

OV-netwerk mag hierbij niet te zwaar belast worden.

} Middelen: Een vragenlijst via de OVSA-app, een in-

We kijken daarbij naar alle mogelijkheden voor het OV,

loopbijeenkomst, kennismakingsgesprekken en for-

zoals bus, metro, tram en trein.

mele inspraak op het Participatieplan.

De belangrijkste vraag in deze MIRT-verkenning is:

Analytische fase

Wat is de beste oplossing voor de OV-verbindingen

In de Analytische fase vragen we je de lijst met

in de eerste fase van de ontwikkeling van Haven-Stad

mogelijke OV-oplossingen aan te vullen. Ook kun je

(vanaf 2035) en voor de lange termijn (2050)?

reageren op de voorgestelde oplossingsrichtingen. Wat

We kijken naar de verbindingen in zowel oost-

vind je belangrijk voor een mogelijke OV-oplossing?

westelijke én noord-zuidelijke richting.

Welke kansen zie je? Waar moeten we echt rekening mee houden? We leggen uit hoe we de verschillende

De vraag gaat over zowel de eerste fase als de lange

oplossingen beoordelen en vragen je mee te denken

termijn. Maar in deze MIRT-verkenning nemen we

over factoren die in de beoordeling komen.

alleen een besluit voor de beste oplossing voor de

} Participatieniveau: Informeren, luisteren, reageren

OV-verbindingen in de eerste fase.

en adviseren. } Hoofdvragen: Hebben we oplossingen gemist?

Jouw invloed

Wat vind jij belangrijk bij het maken van keuzes?

We betrekken jou en anderen bij deze verkenning

Welke vervoersopties kunnen gecombineerd worden

zodat jij jouw kennis, expertise en ervaring kunt in-

en hoe?

brengen. Je kunt adviseren door ideeën en sugges-

} Middelen: Diverse inloopbijeenkomsten (op loca-

ties over de mogelijke oplossingsrichtingen te delen.

tie en online), klankbordgroep bijeenkomsten, ge-

Dit helpt ons om oplossingen te vinden die beter aan-

sprekken met belanghebbenden in de omgeving

sluiten bij de behoeften en belangen van mensen

en andere projecten die ook spelen in dit gebied en

in de omgeving. We willen je actief en zorgvuldig

formele inspraak op de Notitie Reikwijdte en Detail-

betrekken. Daarom communiceren we op tijd, open

niveau.

en duidelijk, zodat je weet wanneer en hoe je invloed ­ kunt uitoefenen.

Beoordelingsfase In de Beoordelingsfase kun je meedenken in de beoor-

Hoe en wanneer kun je meedoen

deling van het kleine aantal oplossingen die zijn over-

Deze MIRT-verkenning duurt ongeveer 3 jaar en

gebleven. Dat noemen we de kansrijke alternatieven.

bestaat uit 4 verschillende fases. In elke fase kun

Daarnaast informeren we je over de uitkomsten van

je meedoen. Om je goed op de hoogte te houden,

andere onderzoeken, bijvoorbeeld naar de effecten op

hebben we een projectwebsite, een OVSA-app en een

het milieu, techniek en impact op de omgeving.

digitale nieuwsbrief. Ook organiseren we in elke fase

} Participatieniveau: Informeren, luisteren, reageren

van de verkenning bijeenkomsten, waar je vragen kunt stellen en ideeën kunt aandragen.

en adviseren. } Hoofdvragen: Welke van de voorliggende alternatieven zie je als meest kansrijk en waarom? Wat vind

Opstartfase

je belangrijk in de beoordeling van de overgebleven

In de Opstartfase informeren we je over het MIRT-proces

kansrijke alternatieven?

en vragen we hoe je verder wilt meedoen (participeren)

} Middelen: Diverse bijeenkomsten (op locatie en

in deze MIRT-verkenning.

online), klankbordgroep bijeenkomsten, een fiets­

} Participatieniveau: Informeren, luisteren, reageren

tour en gesprekken met belanghebbenden in de

en adviseren. } Hoofdvraag: Op welke manier wil je participeren in

omgeving en met andere projecten die ook spelen in dit gebied.

deze verkenning?

6

Besluitvormingsfase In de Besluitvormingsfase informeren we je over het voorkeursalternatief (de beste OV-verbindingen) en de voorkeursbeslissing. We beslissen wat de beste oplossing is voor de OV-verbindingen in de eerste fase van de ontwikkeling van Haven-Stad (vanaf 2035). } Participatieniveau: informeren en luisteren. } Hoofdvragen: Wat is je reactie op het gekozen alternatief? Hoe wil je betrokken blijven bij de volgende

Check in!

En werk met ons mee

aan een bereikbare en leefbare stad en regio

fase van dit project? } Middelen: Een inloopbijeenkomst, gesprekken met belanghebbenden in de omgeving en met andere projecten die ook spelen in dit gebied en formele inspraak op de ontwerp Voorkeursbeslissing. Wat gebeurt er met jouw inbreng? We houden je tussentijds op de hoogte via de website, de OVSA-app en digitale nieuwsbrieven. Verslagen van bijeenkomsten delen we met de deelnemers. We laten weten welke adviezen we hebben ontvangen en hoe we deze in de verkenning verwerken. Dit leggen we vast in een participatieverslag, zodat dit voor iedereen open en duidelijk is.

7

Maak met ons de stad bereikbaar met

Check jij ook in? MIRT voorbereidingsfase

toekomstbestendige OV-verbindingen

tussen Sloterdijk en Amsterdam centrum MIRT verkenningsfase

MIRT planning- en studiefase

MIRT aanlegfase

Sloterdijk Centraal

Zuid

We geloven dat we samen tot betere besluiten komen 1

Opstarten

Analyseren

Opstarten Analyseren

We starten de participatie met het delen van informatie over

Beoordelen

het proces aan het brede publiek. We halen actief input op bij de omgeving en belanghebbenden voor een participatieplan op maat.

Besluiten

Dit plan leggen we ter inzage en stellen we vast.

2

We leggen de mogelijke OV-oplossingen aan je voor en vragen je om hierop te reageren en deze eventueel aan te vullen. Ook leggen we uit hoe we de verschillende oplossingen beoordelen en vragen jou mee te denken over de factoren die in de beoordeling moeten komen. Op basis van die beoordelingscriteria vallen de eerste oplossingen af.

Hoofdvraag:

Op welke manier wil jij participeren in deze verkenning?

Hoofdvragen:

Participatieniveaus: Informeren, luisteren, reageren en adviseren.

3

Hebben we OV-oplossingen gemist? Wat vind je belangrijk voor de OV-oplossingen?

Waar moeten we rekening mee houden? Participatieniveaus:

Informeren, luisteren, reageren en adviseren.

Beoordelen

Besluiten

4

We vragen je om mee te denken over de beoordeling van het kleine aantal

We informeren je over het voorkeursalternatief en de voorkeursbeslissing.

overgebleven kansrijke alternatieven. Daarnaast informeren wij je over de

We nemen een beslissing over wat het beste alternatief is voor de OV-verbin-

uitkomsten van het planMER, de integrale effectenstudie en het beoogde

dingen in de eerste fase van de ontwikkeling van Haven-Stad (vanaf 2035).

voorkeursalternatief. Hoofdvragen:

Welke van de voorliggende alternatieven zie je als meest kansrijk en waarom? Wat vind je belangrijk in de eindbeoordeling van de overgebleven OV-alternatieven?

Participatieniveaus:

Informeren, luisteren, reageren en adviseren.

www.ovsloterdijkamsterdam.nl

info@ovsloterdijkamsterdam.nl

085 333 2317

Hoofdvragen:

Wat is je reactie op het gekozen alternatief? Hoe wil je betrokken blijven bij de volgende fase van dit project?

Participatieniveaus: Informeren en luisteren.

2. Inleiding In dit participatieplan beschrijven wij hoe we inwoners, reizigers, maat-

schappelijke organisaties en overheden/bestuursorganen betrekken bij en

informeren over de MIRT-verkenning OV-verbinding Sloterdijk - Amsterdam centrum (OVSA). Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een projectorgani-

satie die namens de gemeente Amsterdam, Vervoerregio Amsterdam en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is samengesteld. Onze participatieaanpak is erop gericht om omgevingspartijen tijdig, transparant en open te betrekken in de verkenning.

Bewoners, bedrijven en andere omgevingspartijen die te maken krijgen met de aanleg van nieuwe OV-verbindingen kennen hun directe omgeving als geen ander. De projectorganisatie betrekt belanghebbenden en belangstellenden daarom zorgvuldig bij de planvorming (en in de toekomst bij de aanleg). Participatie gaat in brede zin over het betrekken van belanghebbenden en belangstellenden bij het project. Door participatie al vroegtijdig te organiseren, kan iedereen zelf informatie, oplossingen of kansen aandragen. Participatie brengt zo de effecten van het project in beeld en zorgt dat argumenten voor alternatieven goed worden afgewogen, waardoor het project beter aansluit bij maatschappelijke behoeften.

deze verkenning is. Hoofdstuk 4 behandelt het doel, de

Leeswijzer

In hoofdstuk 5 wordt nader beschreven hoe participatie

Dit participatieplan is als volgt opgebouwd: hoofdstuk

georganiseerd wordt binnen de verschillende fasen

3 biedt inzicht in de achtergrond, context en opgave

van de MIRT-verkenning. Tot slot biedt hoofdstuk 6 een

van de MIRT-verkenning OVSA. Ook wordt uitgelegd

participatie- en communicatiekalender voor het eerste

wat een MIRT-verkenning is en wat het vertrekpunt van

halfjaar van 2025.

doelgroepen en de participatiestrategie in grote lijnen.

9

3. De opgave Amsterdam is een populaire stad om te wonen, werken en verblijven, en dat willen we zo houden, ook nu de stad snel groeit. Een belang-

rijk onderdeel van die groei is de ontwikkeling van Haven-Stad. Hier komen uiteindelijk 40.000 tot 70.000 woningen en 45.000 tot 58.000 nieuwe arbeidsplaatsen.

De ontwikkeling van Haven-Stad helpt om te voldoen

(bevolkings)groei in Nederland, de groei van de MRA

aan de toenemende vraag naar woningen en werk-

en de groei van Amsterdam effectief op te vangen.

gelegenheid. De groei brengt ook uitdagingen met zich mee voor de bereikbaarheid en leefbaarheid van

In het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving (BOL) van

de stad. We willen dat de stad en regio leefbaar en

15 juni 2023 hebben de bestuurders van Rijk en

bereikbaar blijven. Het openbaar vervoer in de regio

regio het Startdocument voor de MIRT-verkenning

staat nu al onder druk met volle bussen, trams,

OV-verbinding Sloterdijk - Amsterdam centrum vast-

treinen en metro’s en een steeds minder betrouwbaar

gesteld. Daarmee is in overeenstemming met de

OV-netwerk tot gevolg. De verwachte bevolkings-

bestuurlijke afspraak uit het BO MIRT 2022 van het

groei, de verstedelijkingsopgave en internationaal

Rijk en de regio de formele Startbeslissing voor

treinverkeer

opvoeren.

de MIRT-verkenning genomen. Dit participatieplan

Daarom is er een aanpak nodig om de noordwest-

zullen

deze

druk

verder

beschrijft hoe participatie wordt georganiseerd binnen

kant van de stad goed te verbinden met de stad, regio

deze MIRT-verkenning. Voor de Planning- en studiefase

en het land.

en Aanlegfase, die na deze MIRT-verkenning volgen, worden separate participatieplannen opgesteld.

Deze opgave staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van een grotere opgave voor het waarborgen van een goed

3.1

Wat is een MIRT-verkenning?

werkend OV-systeem in Amsterdam, de Metropoolregio

MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur,

Amsterdam (MRA) en landelijk. Nieuwe OV-verbindingen

Ruimte en Transport. Hieronder vallen alle investerin-

tussen Sloterdijk en Amsterdam centrum brengen

gen die de Rijksoverheid samen met andere overhe-

maatschappelijke meerwaarde. Ze maken de stad en

den doet aan wegen, bruggen en openbaar vervoer.

de hele regio toegankelijker, zorgen dat vervoersknel-

Een MIRT-traject is opgedeeld in 4 fasen, waarvan de

punten niet verslechteren en soms zelfs verbeteren, en

MIRT-verkenning fase 2 is (zie afbeelding 3.1).

ondersteunen de ontwikkeling van nieuwe woningbouw. Daarnaast zorgen deze verbindingen voor betere toegang tot werkgelegenheid. Dat is cruciaal om de

Voorbereidingsfase

opgave in beeld brengen

oplossingen verkennen en onderzoeken

Planning- en studiefase

de schop gaat in de grond

Verkenningsfase

gekozen oplossing in detail uitwerken

Aanlegfase Afbeelding 3.1: MIRT-traject

10

Een MIRT-verkenning heeft als doel om samen met de

3.2 MIRT-verkenning OVSA

omgeving een slimme, duurzame en klimaatbestendi-

De opgave voor deze MIRT-verkenning is:

ge oplossing te vinden voor de knelpunten op een bepaald traject passend binnen het financiële kader. Dit wordt gedaan door de opgave breed te onderzoeken

Het gefaseerd ontwikkelen van robuuste

en een integrale afweging te maken. Dit gebeurt in de

en hoogwaardige OV-verbindingen tussen

vorm van een trechteringsproces, waarbij stap voor

Sloterdijk en Amsterdam centrum met daar-

stap wordt toegewerkt naar de voorkeursbeslissing.

bij een efficiënte manier van aansluiten van het gebied van Haven-Stad op de nationale en lokale/regionale OV-netwerken, zowel in oost-westelijke en noord-zuidelijke richting. Hierbij mogen de bestaande OV-netwerken niet worden overbelast.

Het doel en plangebied van de MIRT-verkenning Het doel van de MIRT-verkenning is te komen tot één toekomstvast

voorkeursalternatief,

bestaande

uit

meerdere OV-verbindingen, om invulling te geven aan de noodzakelijke schaalsprong van het openbaar vervoer aan de noordwestkant van Amsterdam. Het gaat daarbij zowel om de oost-west- en noordzuidverbinding. In de Besluitvormingsfase vindt besluitvorming plaats over het voorkeursalternatief voor Afbeelding 3.2: De 4 verkenningsfasen en het

de eerste fase van de OV-verbindingen.

trechteringsproces van een MIRT-verkenning

Dit trechteringsproces van de MIRT-verkenning bestaat ook weer uit 4 fasen. In de Startfase wordt de MIRTverkenning gestart. In de Analytische fase wordt een lijst met mogelijke oplossingen gemaakt (longlist van oplossingsrichtingen) en getrechterd door middel van beoordelingscriteria naar een shortlist van oplossingsrichtingen (ook wel bekend als zeef 0). Vervolgens wordt de shortlist van oplossingsrichtingen opnieuw afgewogen door middel van een uitgebreider beoordelingskader, resulterend in een select aantal kansrijke oplossingsrichtingen (ook wel bekend als zeef 1). Vervolgens worden in de Beoordelingsfase de overgebleven alternatieven in meer detail onderzocht en afgewogen (de afsluitende zeef 2). Dat resulteert in een advies voorkeursalternatief (VKA). In de Besluitvormingsfase wordt het voorkeursalternatief voorgelegd

Afbeelding 3.3:

aan bestuurders die vervolgens de voorkeursbeslissing

Plangebied aan de noordwestkant van Amsterdam

(VKB) nemen.

met 2 onderzoeksrichtingen

11

Het plangebied is het geografische gebied waarin het bereikbaarheidsvraagstuk wordt bekeken en waarbinnen

Kernwoorden bij

naar oplossingen wordt gezocht (zie afbeelding 3.3).

participatie en

In deze MIRT-verkenning staat de volgende onder-

communicatie zijn:

zoeksvraag centraal:

tijdig, transparant

} Wat is de beste oplossing voor de OV-verbindingen

en open

van de eerste fase van de planontwikkeling Haven-Stad (vanaf 2035) (‘eerste fase’) en voor het

eindbeeld (2050) (‘eindbeeld’)? Voor beide

onderzoeken wordt onderscheid aangebracht in oost-westelijke en noord-zuidelijke richting. Met daarbij behorende subvragen: } Hoe verhoudt de oplossing voor de eerste fase zich tot de oplossing voor het eindbeeld? Hoe kan de

langrijke pijlers onder de MIRT-spelregels en ruim-

fasering eruitzien als rekening wordt gehouden met

telijke procedures (zoals de Omgevingswet). Onze

de beste oplossing voor de eerste fase en het eind-

participatieaanpak sluit aan bij de Code Maatschap-

beeld? Hoe is dit te verenigen?

pelijke Participatie bij MIRT-projecten, de Participatie-

} Wat is de interactie tussen de oost-west-, noordzuid- en aansluitende OV-verbindingen? } Hoe (en in hoeverre) kan voor de verschillende OV-

verordening vanuit de gemeente Amsterdam en de Omgevingswet. Kernwoorden hierbij zijn: tijdig, transparant en open.

verbindingen invulling worden gegeven aan de randvoorwaarden die nodig zijn voor een werkend vervoer-

Bij de vormgeving van het participatieproces is ener-

systeem? Denk hierbij bijvoorbeeld aan de noodzakelijke

zijds sprake van een vrij vorm te geven proces en

energievoorziening, onderhoudsvoorziening, parkeer-

anderzijds van wettelijk verplichte stappen om de

voorzieningen (o.a. opstelsporen), verkeersleiding, etc.

omgeving te betrekken. Zoals bijvoorbeeld de inspraakprocedure bij de ontwerp Voorkeursbeslissing.

De centrale onderzoeksvraag richt zich op zowel de

Gezien de lange doorlooptijd van het project (tot in-

'eerste fase' als het 'eindbeeld'. Maar in de Besluit-

dienststelling van de nieuwe OV-verbindingen) is dit

vormingsfase van deze MIRT-verkenning wordt al-

participatieplan gericht op de MIRT-verkenningsfase.

leen een voorkeursbeslissing genomen voor de beste

Wij evalueren continu. Op basis van deze evalua-

oplossing voor de OV-verbindingen van de eerste fase

ties doen we aanscherpingen, zodat we goed blijven

van de planontwikkeling Haven-Stad (vanaf 2035).

aansluiten op de participatie- en communicatievoorkeuren van de omgeving.

Bevoegd gezag Het bevoegd gezag voor deze voorkeursbeslissing is af-

Onze aanpak bestaat uit 2 sporen die parallel aan

hankelijk van het voorkeursalternatief en wordt bepaald

elkaar lopen en elkaar versterken:

door de OV-oplossingen die uit deze verkenningsfase

1. Het eerste spoor is de participatie-aanpak met de

komen. Dit kan de gemeente Amsterdam of het Ministerie

verschillende partijen waarbij we ons richten op het be-

van Infrastructuur en Waterstaat zijn. Tot het nemen van

trekken van de omgeving bij het trechteren van de long-

de voorkeursbeslissing worden besluiten genomen door

list naar shortlist, naar kansrijke oplossingsrichtingen,

beide bevoegde gezagen, waarbij gemeente Amsterdam

naar één voorkeursalternatief voor de nieuwe OV-

de rol van coördinerend bevoegd gezag op zich neemt

verbindingen tussen Sloterdijk en Amsterdam centrum.

en daarmee de zienswijzenprocedure coördineert.

Wij halen input van de omgeving vroegtijdig op en zijn transparant en open over de manier waarop we deze

3.3 Participatie en communicatie; de samenhang

input verwerken in de oplossingen.

Participatie en communicatie zijn een essentieel

2. Het tweede spoor is de communicatie-aanpak.

onderdeel van de verkenningsfase van OVSA en be-

Hierin duiden we, naast het bekendmaken van de

12

participatiemogelijkheden, de nut en noodzaak van (deels) nieuwe en goede OV-verbindingen. Zo krijgt de participatie meer betekenis en inspireren en enthousiasmeren we een zo groot mogelijke doelgroep om mee te doen met participatie. Ook draagt de communicatie bij aan meer bewustwording, een gedegen beeldvorming en open en eerlijke informatievoorziening rondom de bereikbaarheid van Amsterdam en de regio. En wat de Amsterdammer, forens en andere gebruiker hier zelf aan kan bijdragen.

3.4 Vertrekpunt participatie

Longlist

Het vertrekpunt van participatie is dat de omgeving

Er is vooruitlopend op de verkenningsfase dus al veel

input kan geven op de aanpak en daarmee op dit

onderzoek verricht naar mogelijke oplossingsrich-

participatieplan. We stemmen de participatie af op de

tingen voor het volledige traject tussen Sloterdijk en

behoeften van de omgeving. Op deze manier kan de

Amsterdam centrum. De hierbij tot stand gekomen

omgeving meedenken over de voorliggende opgaven

longlist van mogelijke oplossingsrichtingen is het

op een manier die bij hen past.

vertrekpunt voor de participatie van het eindbeeld. We weten dat deze longlist niet volledig is, niet voor

Aan deze MIRT-verkenning is een fase voorafgegaan

het eindbeeld maar al helemaal niet voor de eerste

waarin voorbereidend onderzoek is gedaan. De uit-

fase. Tijdens deze MIRT-verkenning zal de bestaan-

werking van de verschillende onderzoeken heeft in

de longlist daarom aangevuld worden met andere

samenwerking plaatsgevonden tussen het Ministerie

oplossingsrichtingen en verder gespecificeerd worden

van Infrastructuur en Waterstaat, gemeente Amster-

op de eerste fase met een doorkijk naar het eind-

dam en Vervoerregio Amsterdam. Ook is in deze fase

beeld.

samenwerking gezocht met NS, ProRail, GVB, Projectorganisatie Haven-Stad en Ministerie van Volkshuisves-

Buurtvariant 4b en ´Samen Haven-Stad maken’

ting en Ruimtelijke Ordening (voorheen Ministerie van

Eén van de aanvullingen op de longlist is de zoge-

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). De samen-

noemde ‘buurtvariant 4b’. Deze buurtvariant 4b is door

werking met deze partijen continueren we tijdens de

omgevingspartijen als oplossingsrichting aangedragen

verkenningsfase. Ook de informatie die we hebben op-

en via een motie van de gemeenteraad1 toegevoegd

gehaald tijdens het voorbereidend onderzoek nemen

aan de longlist voor deze verkenning. Tijdens de

we mee en gebruiken we in de vervolgfasen.

Analytische

fase zal buurtvariant 4b zorgvuldig

worden uitgewerkt, afgewogen en beoordeeld als één De kern van het participatieproces in de verkennings-

van de oplossingsrichtingen. Daarnaast hebben de

fase is informeren en het betrekken van de omgeving

verenigde ‘Buren van Westerparkhaven’, een samen-

bij het aanvullen van de longlist en het trechteren van

werkingsverband van een aantal verenigingen en be-

verschillende oplossingsrichtingen vanuit de longlist

trokkenen in Haven-Stad, gewerkt aan een Schetsboek

naar de shortlist, naar kansrijke oplossingsrichtingen

als aanvulling op het Integraal Raamwerk Haven-Stad.

en naar één voorkeursalternatief. Het voorkeursalter-

In dit Schetsboek is de visie van ‘De Buren’ op de ruim-

natief betreft meerdere OV-verbindingen, in ieder ge-

telijke invulling van Haven-Stad opgenomen, inclu-

val de beste oplossing voor openbaar vervoer tussen

sief hun ideeën over het openbaar vervoer. Ook deze

Sloterdijk en Amsterdam centrum in oost-westelijke

ideeën over openbaar vervoer worden meegenomen

richting en in noord-zuidelijke richting.

in deze MIRT-verkenning.

1

Aangenomen motie van lid Biemond (raadsvergadering op 17 februari 2022) waarbij is toegezegd dat de buurtvariant (4b) onderzocht

gaat worden op haalbaarheid en meerwaarde.

13

4. Participatie - Doelen, doelgroepen en strategie Bewoners, bedrijven en andere omgevingspartijen die te maken krijgen

met de aanleg van nieuwe OV-verbindingen kennen hun eigen omgeving als geen ander. De projectorganisatie betrekt belanghebbenden en

belangstellenden daarom zorgvuldig bij de planvorming (en in de toekomst bij de aanleg).

Participatie gaat over het betrekken van belang-

belanghebbenden bij de plan- en besluitvorming, met

hebbenden en belangstellenden bij het project. Door

een focus op transparantie, toegankelijkheid en de

participatie al vroegtijdig te organiseren, kan ieder-

kwaliteit van het besluitvormingsproces.

een informatie, oplossingen of kansen aandragen. Participatie brengt zo de effecten van het project in beeld en zorgt dat argumenten voor oplossingen

Code Maatschappelijke Participatie voor MIRTprojecten2

goed worden afgewogen, waardoor het project beter

De Code Maatschappelijke Participatie voor MIRT-

aansluit bij maatschappelijke behoeften. In dit partici-

projecten bevat richtlijnen voor de betrokkenheid

patieplan beschrijven we hoe we omgevingspartijen

van burgers, bedrijven en maatschappelijke organi-

(bewoners, bedrijven, maatschappelijke organisa-

saties bij het beleids- en besluitvormingsproces van

ties en overheden/bestuursorganen) betrekken bij

MIRT-projecten. De code is bedoeld om participatie te

en

OVSA.

bevorderen en ervoor te zorgen dat maatschappelijke

De participatieaanpak is erop gericht om bewoners,

informeren

over

de

MIRT-verkenning

partijen actief kunnen bijdragen aan de ontwikkeling

bedrijven en maatschappelijke organisaties te be-

van infrastructuurprojecten. Deze Code is opgedeeld

trekken in de verschillende fases van de verkenning.

in 3 hoofduitgangspunten:

Daarbij maken we onderscheid in een vrij vorm te geven

1. Inbreng vanuit de maatschappij wordt gedurende

participatieproces om de omgeving te betrekken en in zogenaamde ‘inspraakprocedures’.

het gehele planproces meegenomen. 2. Maatschappelijke initiatieven worden met dezelfde zorg als overheidsinitiatieven behandeld.

4.1

Kaders voor participatie

3. Participatie is transparant.

Dit participatieplan voldoet aan de spelregels uit landelijke wetgeving, Code Maatschappelijke Participatie

Participatieverordening Amsterdam 20243

voor MIRT-projecten en de Participatieverordening

In de participatieverordening van de gemeente

Amsterdam 2024. Hieronder zijn deze kaders kort

Amsterdam staan spelregels voor de manier waarop

samengevat.

de omgeving invloed kan uitoefenen op plannen en projecten. Bij de start van een project stelt het verant-

Landelijke wetgeving

woordelijke bestuursorgaan een participatieplan vast.

De belangrijkste landelijke wet- en regelgeving voor

Het participatieplan wordt opgesteld op basis van de

participatie zijn de Wet versterking participatie op

volgende uitgangspunten:

decentraal niveau, de Omgevingswet en de Wet open

} De manier waarop het geplande besluit inwoners en

overheid. Deze wetten zijn allemaal gericht op het ver-

belanghebbenden beïnvloedt, wordt zichtbaar in de

beteren van de betrokkenheid van burgers en andere

voorbereiding en uitvoering van het participatieproces.

2 Bron: Code maatschappelijke participatie MIRT | Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) 3 Bron: Participatieverordening gemeente Amsterdam 2024

14

} Als een beleidsvoornemen of project specifieke groe-

en zo goed mogelijk aan te sluiten bij de behoeften

pen raakt, wordt er een gerichte strategie ontwikkeld

en belangen. Het moet voor inbrengers duidelijk zijn

om deze groepen te betrekken.

wat er met hun input wordt gedaan.

} De gemeente zet zich extra in om ondervertegenwoor-

} We inventariseren het draagvlak voor de verschil-

digde groepen bij participatieprocessen te betrekken.

lende oplossingsrichtingen om de haalbaarheid

} De beschikbare beleidsruimte is indicatief voor de

en uitvoerbaarheid te onderbouwen en eventuele

mate van invloed van inwoners en andere belanghebbenden. } Participatie vindt zo vroeg mogelijk in het proces plaats.

obstakels te identificeren. } We benaderen participatie vanuit het kennen van belangen en wegen deze zorgvuldig af. Kortom: samen met omgevingspartijen komen we tot

Er is een aantal randvoorwaarden voor geslaagde

kwalitatief betere besluiten.

participatie: } Commitment bestuurders: dit participatieplan moet goedgekeurd zijn door de bestuurders en ze moeten daarbij aangeven dat ze bereid zijn resultaten uit participatie mee te nemen in hun afwegingen. } Participatieruimte: er moet voldoende ruimte zijn voor participatie, oplossingen mogen niet vooraf al vastliggen. Het moet voor publiek voldoende duidelijk zijn binnen welke kaders ze kunnen meedenken en wat de randvoorwaarden zijn waaraan bijvoorbeeld

Samen met

omgevingspartijen komen we tot

kwalitatief betere besluiten.

ingebrachte ideeën of alternatieve oplossingsrichtingen moeten voldoen. } Tijd en geld: er moet voldoende tijd, budget en menskracht beschikbaar zijn vanuit de projectorganisatie om de participatie en communicatie goed vorm te geven.

Met deze overkoepelende doelstelling sluiten we aan

} Kennis, ervaring en betrokkenheid in de organisatie:

bij het participatiedoel ‘kwaliteit’ uit de participatie-

er moet voldoende kennis, ervaring en betrokken-

verordening (zie afbeelding 4.1) van de gemeente

heid in de organisatie zijn om het participatieproces

Amsterdam. ´Kwaliteit: Kennis, expertise en ervaring

te laten slagen.

(collectieve wijsheid) laten inbrengen waarmee het project of beleid inhoudelijk en kwalitatief beter wordt’.

4.2

Participatiedoelstellingen OVSA

Later in het proces van de MIRT-traject, tijdens de Plan-

De participatiedoelstellingen voor de MIRT-verkenning

ning- en studiefase en de Aanlegfase is ruimte voor

OVSA zijn:

eigenaarschap. De MIRT-verkenning OVSA bestaat uit

} We betrekken de maatschappij actief en handelen

verschillende fasen waarin participatie plaatsvindt.

zorgvuldig. Dit doen we door tijdig, transparant en

Het participatiedoel verschilt per fase.

open te handelen en communiceren. } We informeren de omgeving over de opgave en

Opstartfase4:

laten deze kennisnemen van onze aanpak en de

Hierin vindt de participatie over participatie plaats.

mogelijkheden voor participatie.

We werken aan de participatieaanpak en scherpen deze

} We bieden helderheid over de besluitvormingsprocedures en maken deze begrijpelijk. } We halen ideeën, wensen en alternatieven op vanuit de omgeving om oplossingsrichtingen te verrijken

aan in samenwerking met de omgeving om aan te sluiten bij wensen en behoeften van de omgeving. Daarmee brengen we belangen ten aanzien van participatie in beeld en verbeteren we de kwaliteit van de participatieaanpak.

4 Ten behoeve van het zorgvuldig opstarten en uitrollen van participatie en communicatie gebruiken we in dit participatieplan de term Opstartfase. Deze Opstartfase loopt daarmee langer door dan de gebruikelijke Startfase van een MIRT-verkenning.

15

Analytische fase a:

van omgevingspartijen op te halen over de verschil-

In deze fase verrijken we de longlist en trechteren we naar een shortlist. De doelen van participatie in deze

lende oplossingsrichtingen van de shortlist. } Kwaliteit

door:

inhoudelijke,

omgevingsgerichte,

ronde zijn het creëren van bewustwording, het in beeld

kennis en expertise op te halen en de omgeving te

brengen van verschillende belangen en daarmee het

raadplegen. Om zo een betere afweging te kunnen

verbeteren van de kwaliteit van de oplossingsrichtingen

maken voor de trechtering richting kansrijke oplos-

(zie afbeelding 4.1).

singsrichtingen. En door de omgeving mee te laten

} Bewustwording door: informeren over de opgave,

denken over het beoordelingskader van shortlist

het proces en de totstandkoming van de longlist.

naar kansrijke oplossingsrichtingen (NKO).

} Belangen in beeld door: verschillende belangen en behoeften op te halen, zodat er een juiste afweging

Beoordelingsfase:

gemaakt kan worden voor de oplossingsrichtingen.

In deze fase gaan we van kansrijke oplossingsrichtin-

} Kwaliteit

door:

inhoudelijke,

omgevingsgerichte

gen naar één voorkeursalternatief. In deze ronde ligt de

kennis en expertise op te halen en de omgeving

focus op het verbeteren van kwaliteit, maar ook hier

te raadplegen, zodat er geen oplossingsrichtin-

brengen we de belangen in beeld. Daarnaast maken

gen over het hoofd worden gezien. Het samenstel-

we het beoordelingskader inzichtelijk hoe we komen

len van combinaties van oplossingsrichtingen. En

tot één voorkeursalternatief. En in deze fase staat het

door de omgeving mee te laten denken over het

informeren over de uitkomsten van het planMER, de

beoordelingskader waarmee we komen van longlist

integrale effectenstudie en het voorkeursalternatief

naar shortlist.

centraal.

Analytische fase b:

Besluitvormingsfase:

In deze fase trechteren we van shortlist naar kansrijke

Hier gaan we van voorkeursalternatief naar voor-

oplossingsrichtingen. De doelen van participatie zijn

keursbeslissing. In deze fase staat het informeren over

gelijk aan de Analytische fase a, maar met een andere

het voorkeursalternatief gevolgd door de voorkeurs-

invulling.

beslissing centraal. Ook wordt door middel van het

} Bewustwording door: informeren over de opgave,

participatieverslag teruggekoppeld hoe er met input

het proces en terugkoppeling van het tot nu toe

en opmerkingen van omgevingspartijen is omgegaan.

doorlopen trechteringsproces.

En vragen we hoe belanghebbenden betrokken willen

} Belangen in beeld door: meningen en standpunten

Zeggenschap

blijven in de volgende fase van het project.

Bevorderen van democratisch proces; Amsterdammers kunnen meebeslissen over eigen leefwereld.

Eigenaarschap

Het stimuleren van eigenaarschap en actief burgerschap. Kennis, expertise en ervaring (collectieve wijsheid) laten inbrengen waarmee het project of beleid inhoudelijk en kwalitatief beter wordt.

Belangen in beeld

Verzamelen van perspectieven, belangen en

Doel Participatie

Kwaliteit

behoeften rond een onderwerp voor beter inzicht en gelegitimiteerde keuzes. Bewustwording

Helderheid scheppen, kennis opdoen en onduidelijkheden wegnemen.

Afbeelding 4.1: Participatiedoelen uit Participatieverordening Amsterdam 2024

16

4.3

Participatiedoelgroepen

} Inwoners Amsterdam (huidig en toekomstig), ook

Gezien de scope van de opgave hebben we te ma-

wel reiziger/forens

ken met een groot en gevarieerd aantal doelgroepen.

} Verenigingen/stichtingen

Partijen werkend aan beleidsvorming en partijen werkend

} Weggebruikers (huidig en toekomstig)

in de uitvoering (realisatie, beheer, onderhoud, vervan-

} Ondernemers

ging en renovatie). Deze kunnen onderdeel zijn van het Rijk,

} Buurtverenigingen

decentrale overheden, maatschappelijke organisaties en

} Bedrijfsverenigingen

private partijen. Er vindt ook continu communicatie plaats met relevante omgevingspartijen en stakeholders van de MIRT-verkenning.

2. Professioneel (stakeholders, maatschappelijke organisaties) } Vervoersmaatschappijen en beheerders van OV

We vinden het van belang alle belanghebbenden

} Nood- en hulpdiensten

(omgevingspartijen) de mogelijkheid te bieden input

} Maatschappelijke voorzieningen

te leveren aan deze verkenning. We zetten ons in om

} Belangenverenigingen

een zo breed mogelijke groep mensen/organisaties te

} Onderwijs

betrekken. Daarbij leveren we extra inspanning om de

} Media

belanghebbenden te betrekken voor wie de impact van de verkenning het grootst is.

3. Overheid } Openbaar bestuur

Deze opgave heeft impact op een groot aantal doelgroe-

} Opdrachtgevers

pen. Inwoners en ondernemers in de directe omgeving,

} Adviserende partijen

maar ook (toekomstige) reizigers, toekomstige inwo-

} Raakvlakprojecten

ners van Haven-Stad, bedrijven, verenigingen, etc. Om al

} Politiek(e partijen)

deze betrokkenen zo goed mogelijk in beeld te hebben, hebben we een stakeholderanalyse uitgevoerd.

4.4 Niveaus van participatie Naast de participatiedoelen, onderscheidt Amsterdam

We onderscheiden 3 type hoofddoelgroepen:

5 participatieniveaus: informeren en luisteren; reageren;

1. Publiek  (inwoners en bedrijven)

adviseren; samenwerken (co-creatie) en meebepalen

} Inwoners directe omgeving (huidig en toekomstig),

(zie afbeelding 4.2).

ook wel reiziger/forens Samenwerken

Reageren Inwoners geven een mening of reactie op een voorstel van de projectorganisatie.

Adviseren

Inwoners en de

Inwoners

projectorganisatie

geven (gezamenlijk)

werken samen als

advies aan de

gelijkwaardige

projectorganisatie en

partners aan

delen nuttige ideeën

het project.

Meebepalen Inwoners beslissen binnen kaders over het project. Gelijkwaardige partners.

of suggesties.

Informeren en luisteren Informeren gaat altijd gepaard met luisteren. Mensen moeten op de hoogte (kunnen) zijn van lopende trajecten. En terecht kunnen bij het projectteam voor onduidelijkheden en signalen.

Afbeelding 4.2: Participatieniveaus

17

Bij deze MIRT-verkenning ligt de nadruk op de niveaus

We organiseren participatie in alle fasen van de

informeren en luisteren, reageren en adviseren. Maar er

MIRT-verkenning. Het participatieplan zit met name

is ook ruimte voor het niveau van samenwerken

op de niveaus 1) informeren en luisteren 2) reageren

en meebepalen. Op een goede manier informeren en

en 3) adviseren. Op basis van de stakeholderanalyse,

goed luisteren naar de omgeving zien wij als basis.

en de 3 type hoofddoelgroepen, ziet de indeling naar participatieniveau er op hoofdlijnen als volgt uit.

Niveau van participatie

Wie?

Rol

1. Informeren en luisteren

Alle omgevingspartijen:

Actief informatie brengen

Met een focus op publieke

en ophalen

en professionele omgevingspartijen 2. Reageren

Alle omgevingspartijen:

Behoeften en beleving

Met een focus op publieke

inbrengen

en professionele omgevingspartijen 3. Adviseren

Alle omgevingspartijen

Kennis delen

4. Samenwerken (co-creatie)

Overheid (adviseurs)

Expertise en samenwerking -

} NS

adviseurs

} GVB } Prorail } Ministerie van Volks huisvesting en Ruimtelijke Ordening } Projectorganisatie Haven-Stad 5. Meebepalen

Overheid (opdrachtgevers):

Besluitvorming -

} Ministerie van Infrastructuur

medeopdrachtgever

en Waterstaat } Vervoerregio Amsterdam } Gemeente Amsterdam

Tabel 4.1: Niveaus van participatie

18

5. Participatie verder uitgewerkt 5.1

Duurzame betrokkenheid

5.2

Participatiemiddelen per fase

Deze MIRT-verkenning duurt circa 3 jaar. Direct vanaf

Onderstaand de aanpak, zoals wij die nu voor ogen

de Opstartfase worden inwoners, bedrijven en maat-

hebben. De continue evaluatie gedurende het proces

schappelijke organisaties uitgenodigd om geïnfor-

kan inzichtelijk maken dat tussentijdse aanpassingen

meerd te worden over het project (inhoud), de besluit-

nodig zijn. Waar mogelijk doen wij aanpassingen en

vormingsprocedure (proces) en de manier waarop zij

aanvullingen om goed aan te blijven sluiten op de par-

invloed kunnen hebben op die besluitvorming (par-

ticipatiebehoefte tijdens het verloop van het project.

ticipatie). Iedereen heeft zo zijn eigen voorkeuren om betrokken te zijn bij ontwikkelingen in zijn directe omge-

5.2.1

Opstartfase (vanaf najaar 2024)

ving. Daarom bieden we verschillende momenten en

We informeren de omgeving over het MIRT-proces

manieren aan om betrokken te raken bij het proces.

en we stemmen de participatie, waar mogelijk, af op de behoeften van de omgeving, door naar hun

We organiseren participatie in alle fasen van deze

participatievoorkeuren te vragen.

verkenning. Hierbij maken we gebruik van incidentele participatie, waarbij partijen eenmalig of zonder vaste

Middelen/instrumenten

regelmaat geïnformeerd worden of mee kunnen

} Projectwebsite: de website (in huisstijl van de

denken over de opgave waar we op dat moment voor

MIRT-verkenning OVSA) geldt als informatiedrager

staan. Daarnaast organiseren we structurele betrok-

van dit proces. De website bevat onder andere:

kenheid, waarbij partijen met een vaste regelmaat en

• Een toelichting op nut en noodzaak van het

samenstelling deelnemen aan het participatieproces. Actief omgevingsmanagement draagt bij aan deze

MIRT-proces. • De verschillende fasen van het MIRT-proces met

structurele betrokkenheid. Met diverse stakeholders

daarbij de mogelijke participatiemomenten.

vinden daarnaast op regelmatige basis afstemmings-

• De meest up-to-date informatie (nieuwsitems).

gesprekken plaats. Ook werken we aan structurele

• Overzicht van verzonden digitale nieuwsbrieven.

betrokkenheid

• Veelgestelde vragen.

door

middel

van

klankbordgroep

bijeenkomsten.

• Een digitale koppeling/verwijzing naar de OVSA-app. • Contactgegevens (emailadres en telefoonnummer

In dit deel beschrijven we welke partijen we op welke

waar mensen vragen kunnen stellen).

manier betrekken. De nadruk in dit document ligt op de omgevingspartijen. Er vindt ook participatie plaats met de adviserende partijen en opdrachtgevers (zie tabel 4.1, in hoofdstuk 4).

19

} OVSA-app5: we ontwikkelen een OVSA-app. We no-

En we leggen de bredere vraag voor: wat vinden

digen de omgeving actief uit om deel te nemen aan

omgevingspartijen belangrijk? Wat zijn hun ideeën,

deze OVSA-app. Via de app houden we de omge-

wat willen zij meegeven en welke kansen zien zij?

ving actief op de hoogte van de ontwikkelingen. Bij

We informeren de deelnemers over de volgende

de lancering van de app starten we direct een enquête,

fase en vragen hen of en op welke manier zij willen

waarin de omgeving op eigen gelegenheid hun

meedenken over extra oplossingsrichtingen. En of zij

communicatie en participatievoorkeuren kan opgeven.

willen meedenken over de manier waarop we op-

Dit kan betekenen dat er extra participatiemiddelen

lossingsrichtingen gaan beoordelen. De bijeenkomst

worden ingezet, als blijkt dat de vraag daarnaar

is bedoeld voor stakeholders en belangenorgani-

groot is. Ook is met behulp van de OVSA-app ruimte

saties (doelgroep professioneel) en voor inwoners en

om vragen of opmerkingen met daarbij een afbeel-

ondernemers (doelgroep publiek).

ding of locatie eenvoudig met ons te delen. Formeel inspraakmoment Opstartfase } (Kennismakings)gesprekken: We maken graag ken-

Het participatieplan wordt in het begin van 2025 ter

nis met alle stakeholders, hierdoor krijgen we beter

inzage gelegd nadat deze door bestuurders is vastgesteld6. Belanghebbenden en de omgeving hebben

inzicht in hun belangen, ideeën en verwachtingen. Deze input helpt om het participatieproces verder af te stemmen op de werkelijke behoeften van de betrokken partijen. Zo zorgen we ervoor dat het participatieplan niet alleen inclusiever, maar ook effectiever wordt in het ophalen van waardevolle inzichten.

zo ook formeel de mogelijkheid te reageren (zienswijze) op het participatieplan. Met behulp van een reactienota koppelen we terug op welke manier de zienswijze wordt meegenomen in de participatiestrategie van deze MIRT-verkenning.

• Inmiddels hebben we op basis van de stakeholderanalyse met een aantal stakeholders kennismakingsgesprekken gevoerd. Naast kennismaken, hebben we deze partijen/personen geïnformeerd over het proces en gevraagd hoe zij verder betrokken willen worden bij deze MIRT-verkenning. De input uit de kennismakingsgesprekken is gebruikt bij het maken van dit participatieplan. • Stakeholders kunnen, als zij vragen of opmerkingen hebben, contact opnemen met de omgevings-

5.2.2

Analytische fase (a): Verrijken longlist en trechteren naar shortlist (2025-20267)

De participatie is gericht op het informeren en luisteren. Daarnaast kunnen omgevingspartijen de lijst met mogelijke oplossingsrichtingen aanvullen (de longlist verrijken) met oplossingen die nu nog niet zijn opgenomen (adviseren). Vervolgens kan men input leveren op het beoordelingskader om van longlist naar shortlist te komen.

manager via info@ovsloterdijkamsterdam.nl.

Naast de omgevingspartijen betrekken we ook de

} Bijeenkomst: We starten de participatie van de

VRO, Projectorganisatie Haven-Stad). Hiervoor organi-

MIRT-verkenning met een inloopbijeenkomst. Tijdens de bijeenkomst leggen we uit wat een MIRT-verkenning is. Daarnaast kunnen deelnemers aangeven welke vorm van participatie aansluit bij de behoefte.

partners (adviespartijen: NS, GVB, Prorail, Ministerie van seren we werkgroepen, waarin we samenwerken aan mogelijke oplossingsrichtingen. Waarmee moeten we rekening houden en wat zijn belangrijke beoordelingscriteria voor de eerste selectie (zeef 0).

5 Communicatie speelt een essentiële rol in het succes van de OVSA-app. Naast communicatie op de geijkte kanalen, zetten we ons in om de OVSA-app bekend te maken bij onderwijsinstellingen en geloofsinstellingen.

6 Als onderdeel van de Kennisgeving voornemen en participatie OV-verbinding Sloterdijk – Amsterdam centrum.

7 De genoemde jaartallen bij de verschillende fasen van de MIRT-verkenning zijn zo zorgvuldig mogelijk ingeschat, maar zijn indicatief.

20

Middelen/instrumenten

Het gaat in deze fase om inhoudelijke vragen als8:

} Projectwebsite: de website biedt de mogelijkheid

} Beoordelingskader eerste selectie (zeef 0): welke,

om stakeholders steeds mee te nemen in de ver-

van de voorliggende onderwerpen vind je belangrijk

schillende stappen. Wat is de doelstelling van deze

in het maken van keuzes voor oplossingen?

fase en op welke manier kan men meedenken?

} Hebben we oplossingsrichtingen over het hoofd gezien?

} OVSA-app: omgevingspartijen kunnen via de app

} (H)erken je de geschetste situatie en oplossings-

aangeven wat zij belangrijke onderwerpen vinden,

richtingen?

waarop de oplossingsrichtingen beoordeeld kunnen

} Waar moeten we op letten bij de verdere uitwerking?

worden. Ook kunnen zij via de app extra mogelijke

} Welke verschillende vervoersopties kunnen samen ge-

oplossingsrichtingen aandragen. Daarnaast heb-

schikte OV-verbindingen vormen en op welke manier?

ben zij hier mogelijkheid om aan te geven waar in de

} Welke aandachtspunten en kansen zie je?

verkenning rekening mee moet worden gehouden. raakvlakprojecten. Vanuit de stakeholderanalyse en

Analytische fase (b): Van shortlist naar kansrijke oplossingsrichtingen (2025-2026)

behoefte uit de omgeving blijkt met welke partijen

In deze fase vragen we meningen en standpunten van

we in gesprek gaan in deze fase.

omgevingspartijen bij de uitwerking van de kansrijke

• Tijdens deze gesprekken vragen we partijen actief

oplossingsrichtingen. Omgevingspartijen en inwoners

naar mogelijke initiatieven die in samenhang ge-

krijgen ruimschoots de mogelijkheid om meningen en

} Structurele gesprekken met omgevingspartijen en

5.2.3

realiseerd kunnen worden (meekoppelkansen).

ideeën over thema’s en andere zaken te delen. De na-

} Bijeenkomst: tijdens de inloopbijeenkomst leggen

druk van deze fase ligt op het reageren en adviseren.

we uit hoe het proces er de komende jaren uitziet

Ook tijdens deze fase organiseren we werkgroepen

en welke oplossingsrichtingen we gaan onder

met de partners (adviespartijen: NS, GVB, Prorail,

zoeken. Daarnaast kunnen deelnemers mogelijke

Ministerie van VRO, Projectorganisatie Haven-Stad).

aanvullende

oplossingsrichtingen

aandragen.

En we leggen de bredere vraag voor: wat vinden

Middelen/instrumenten

omgevingspartijen belangrijk? Wat zijn hun zorgen?

} Projectwebsite: de website biedt de mogelijkheid om

Welke kansen zien zij? Ook geven we een toelichting

stakeholders steeds mee te nemen in de verschil-

op het beoordelingskader voor de eerste selectie

lende fasen. Wat is de doelstelling van deze fase en

(zeef 0) en vragen we partijen om input op dit be-

op welke manier kan men meedenken?

oordelingskader. De bijeenkomst is bedoeld voor

} OVSA-app: in de OVSA-app kan men reageren op

stakeholders en belangenorganisaties (doelgroep

de gecombineerde oplossingsrichtingen en later

professioneel) en voor inwoners en ondernemers

in deze fase over de kansrijke oplossingsrichtin-

(doelgroep publiek).

gen. Dit kan in enquêtevorm met open of gesloten vragen en/of door op de kaart locatiespecifieke aandachtspunten aan te geven.

8 Deze vragen geven de inhoudelijke richting van de vraagstelling weer. De definitieve vraagstelling (vorm en inhoud) wordt bepaald op het moment dat participatie plaats gaat vinden. Gezien de complexiteit van het onderwerp, leggen we deelnemers geen compleet open vragen voor. Maar vragen wij hen bijvoorbeeld verschillende opties te rangschikken.

21

} Klankbordgroep: we organiseren klankbordgroep bijeenkomsten om omgevingspartijen en experts (zoals milieukundigen, verkeerskundigen en andere specialisten) structureel te informeren en laten meedenken over de verschillende thema’s binnen

} Wat zie je als belangrijkste voordelen van de verschillende oplossingsrichtingen? } Wat zie je als belangrijkste nadelen van de verschillende oplossingsrichtingen? } Welke effecten op de omgeving voorzie je?

deze MIRT-verkenning. In deze fase vragen we de klankbordgroep om hun kennis en ideeën in te brengen,

De Analytische fase wordt afgerond met een notitie

zodat we een selectie kunnen maken in meest kans-

kansrijke oplossingsrichtingen, een bestuurlijk afge-

rijke oplossingsrichtingen.

stemde keuze voor de kansrijke oplossingen (zeef 1).

Aanmelden voor de klankbordgroep kan tijdens de inloopbijeenkomst in de voorgaande fase en via de

Om aan te blijven sluiten bij de wensen en behoeften

website. De projectorganisatie maakt een selectie

van de omgeving, kiezen we ervoor om participatie

uit de aanmeldingen om ervoor te zorgen dat de

continu te evalueren. Aan het eind van de Analytische

klankbordgroep goed in balans is wat betreft het

fase herijken we het participatieplan en scherpen we

type deelnemers (bijvoorbeeld de inhoudelijke- en

de participatie voor de Beoordelingsfase in samen-

geografische achtergrond). Daarnaast benade-

spraak met betrokkenen, aan. Hierin nemen we de lessen

ren we belanghebbende partijen actief om deel te

uit de Opstartfase en Analytische fase mee.

nemen aan de klankbordgroep. We nodigen mensen uit die een collectief belang vertegenwoordigen

Formeel inspraakmoment Analytische fase

vanuit maatschappelijke organisaties en belangen-

Aan het eind van deze fase wordt de concept Notitie

groeperingen. We betrekken partijen/mensen die al

Reikwijdte en Detailniveau (NRD) ter inzage gelegd.

initiatieven ontplooien in het gebied en veel kennis

Belanghebbenden en de omgeving hebben zo inspraak

hebben van wat er leeft en speelt in het gebied. De

op het onderzoek naar reikwijdte van milieueffecten

klankbordgroepen vervullen een centrale rol gedu-

(welke milieueffecten worden onderzocht) en het

rende het vervolg van de MIRT-verkenning en zijn

detailniveau van het onderzoek. De ter inzage legging

ook voorzien tijdens de Planning- en studiefase. De

van de NRD geeft tevens de laatste formele mogelijk-

klankbordgroep komt niet alleen samen in een zaal-

heid voor omgevingspartijen om te reageren op op-

tje met een kaart. Als het nuttig is, gaat de klank-

lossingsrichtingen die resultaat zijn van de Analytische

bordgroep het gebied in.

fase.

} Bijeenkomst: we organiseren een inloopbijeenkomst op locatie in het plangebied en/of online voor

We

publieke en professionele partijen.

deze bijeenkomst informeren we omgevingspartijen

organiseren

een

inloopbijeenkomst.

Tijdens

} Structurele gesprekken met omgevingspartijen en

over de onderzoeksopzet. Daarnaast is er ruimte om

raakvlakprojecten. De omgevingsmanager organi-

vragen te stellen en te reageren op de concept NRD.

seert structurele betrokkenheid met stakeholders in

Ook geven we aan op welke manier belanghebbenden

het gebied.

hun zienswijze formeel kenbaar kunnen maken. Vervolgens start de zienswijzenprocedure, waarbij

Vragen die aan de orde komen in deze fase:

de ingediende zienswijzen worden beoordeeld en

} Beoordelingskader tweede selectie (zeef 1): welke

verwerkt in een nota van beantwoording. In deze nota

onderwerpen vind je belangrijk in het maken van

wordt toegelicht wat er met de zienswijzen is gedaan,

keuzes voor kansrijke oplossingsrichtingen?

waarna de NRD wordt vastgesteld.

22

5.2.4

Beoordelingsfase: Van kansrijke alternatieven naar voorkeursalternatief (2026-2027)

aandachtspunten meegeven t.b.v. de volgende fase van de MIRT-verkenning (de Planning- en studiefase).

In deze fase gaan we van kansrijke alternatieven9, naar één voorkeursalternatief (zeef 2). De focus in deze fase ligt op de beoordeling van de kansrijke alternatieven. We vragen omgevingspartijen hun mening en advies over wat zij belangrijke beoordelingscriteria vinden voor zeef 2. En in deze fase staat het informeren over de uitkomsten van het planMER, de integrale effectenstudie en het voorkeursalternatief centraal.

We denken in deze fase aan vragen als: } Wat vind je belangrijk in de beoordeling van de kansrijke alternatieven (naar het voorkeursalternatief)?10 } Welke, van de voorliggende, alternatieven zie je als meest kansrijk en waarom? } Welke thema's vind je in de volgende fase van de MIRT-verkenning (Planning- en studiefase) belangrijk om op te participeren?

Middelen/instrumenten

Bijvoorbeeld: • Aan welke wensen moeten stationslocaties en

} Projectwebsite

haltes voldoen?

} OVSA-app

• Wat zijn je suggesties ter verbetering van de

} Structurele gesprekken met omgevingspartijen. } Thematische klankbordgroep bijeenkomsten: in deze

ruimtelijke kwaliteit?

fase gaan we met de klankbordgroep in gesprek betrekking tot het voorkeursalternatief. En we vragen

Besluitvormingsfase: Van voorkeursalternatief naar voorkeursbeslissing (2027)

wat zij belangrijke beoordelingscriteria vinden voor

Hier gaan we van voorkeursalternatief naar voor-

zeef 2. De thema's zijn in deze fase nog op hoofdlijnen.

keursbeslissing. In deze fase staat het informeren over

Tijdens de Planning- en studiefase vragen we de

het voorkeursalternatief gevolgd door de voorkeurs-

klankbordgroep meer over specifieke (nader te

beslissing centraal. Tevens wordt door middel van het

bepalen) thema's mee te denken.

participatieverslag teruggekoppeld hoe er met input

De thema’s die worden onderzocht zijn inhoudelijk

en opmerkingen van omgevingspartijen is omgegaan.

complex en het participatieproces moet strak worden

En vragen we hoe belanghebbenden betrokken willen

georganiseerd om de inhoudelijke kant zo goed

blijven in de volgende fase van het project.

over de thema's die van belang kunnen zijn met

5.2.5

mogelijk te kunnen dienen. Het is van belang dat alle belanghebbenden de inhoudelijke besluiten die

We organiseren een inloopbijeenkomst. Tijdens deze

worden genomen en het proces dat wordt gevolgd

bijeenkomst informeren we omgevingspartijen over

kunnen begrijpen.

de gemaakte keuzes. Ook informeren we belang-

} Fietstour voor stakeholders (open inschrijving): met een georganiseerde fietstour door het gebied,

hebbenden over de manier waarop zij hun zienswijze formeel kenbaar kunnen maken.

maken we de kansrijke alternatieven fysiek inzichtelijk. Door ter plekke met elkaar in gesprek te gaan, is

Formeel inspraakmoment Besluitvormingsfase

een betere voorstelling te maken van de kansrijke

Ter afronding van de MIRT-verkenning wordt de ontwerp

alternatieven in de praktijk.

Voorkeursbeslissing (VKB) gepubliceerd. Op dit ontwerp

} Bijeenkomst: tijdens deze inloopbijeenkomst voor

VKB is inspraak mogelijk, waarmee belanghebbenden

publieke en professionele partijen (online en/of off-

en de omgeving kunnen reageren op het besluit. Na ont-

line) informeren wij belanghebbenden over de ge-

vangst van een reactie (zienswijze) beoordelen we of een

maakte keuzes en de onderliggende onderzoeken.

besluit moet worden aangepast. In de nota van beant-

Belanghebbenden krijgen inzicht in de beïnvloeding

woording wordt toegelicht wat er met de ingediende ziens-

van de plannen op hun dagelijks leven en kunnen

wijzen is gedaan, waarna het VKB wordt vastgesteld.

9 Aansluitend bij het trechteringsproces dat we vanuit de Verkenningsfase doorlopen, spreken we vanaf de Beoordelingsfase niet meer over kansrijke oplossingsrichtingen maar over kansrijke alternatieven.

10 Ook hierbij leggen we deelnemers verschillende opties voor, die zij kunnen rangschikken.

23

Participatie per fase Opstartfase (vanaf najaar 2024) Kennismakingsgesprekken

Inloopbijeenkomst Formeel inspraakmoment: Participatieplan ter inzage

Analytische fase (a): Verrijken longlist en trechteren naar shortlist (2025-2026) Structurele gesprekken met omgevingspartijen en raakvlakprojecten

Inloopbijeenkomst Analytische fase (b): Van shortlist naar kansrijke oplossingsrichtingen (2025-2026) Klankbordgroepbijeenkomsten

Inloopbijeenkomsten

Formeel inspraakmoment: Concept NRD ter inzage

Beoordelingsfase: Van kansrijke alternatieven naar voorkeursalternatief (2026-2027) Klankbordgroepbijeenkomst

Fietstour Inloopbijeenkomsten Besluitvormingsfase:

Van voorkeursalternatief naar voorkeursbeslissing (2027) Inloopbijeenkomst

Formeel inspraakmoment: Concept VKB ter inzage Doorlopend (basis) Projectwebsite

OVSA-app

Digitale nieuwsbrief

Afbeelding 5.1: Overzicht van participatie per fase. De jaartallen in afbeelding 5.1 zijn indicatief.

24

5.3

Participatie van ondervertegenwoordigde groepen

We weten dat niet iedereen direct enthousiast is mee te denken over een onderwerp zoals een MIRT-

Hierin staat: } Hoe de participatie is verlopen. } Welke bijeenkomsten en één-op-één gesprekken zijn georganiseerd?

verkenning. We vinden het belangrijk om zoveel

} Wanneer lagen stukken ter inzage?

mogelijk partijen en mensen de mogelijkheid te geven

} Zijn de diverse doelgroepen bereikt?

om mee te denken. Dit vraagt specifieke inzet om ook

} Welke inspanningen zijn gedaan om hen te bereiken?

ondervertegenwoordigde groepen te bereiken en

} Wat is er gedaan met de inbreng vanuit participatie?

te betrekken. Wij zullen hier in communicatie extra

} Welke evaluatie en reflectie, ook samen met stake-

aandacht voor hebben, waar logisch vertalen we

holders, heeft plaatsgevonden.

informatie bijvoorbeeld voor Amsterdammers met een niet-westerse achtergrond. We stemmen af met sociale partners in de wijken, om zoveel mogelijk aan te sluiten bij evenementen die plaatsvinden.

5.5

Aanpak voor het ophalen van meekoppelkansen en klanteisen

In de MIRT-verkenning is aandacht voor meekoppelkansen. Daarmee bedoelen we het benutten van kansen

Ook werken we zoveel mogelijk samen met scholen en

die zich aandienen om meerwaarde te creëren of om

het verenigingsleven in het gebied. De OVSA-app is bij-

werk-met-werk te kunnen maken. Kansen die geen

voorbeeld geschikt voor de doelgroep jongeren, om-

directe bijdrage leveren aan de projectdoelstellingen,

dat de informatie direct toegankelijk is op hun telefoon.

maar wel aansluiten bij een of meerdere wensen van-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15371642/1