CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Nota van beantwoording inspraak IB Centrumplein (anoniem) 5-11-2024

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 27 november 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Investeringsnota Centrumplein (Buikslotermeerplein in Amsterdam Noord) inclusief Stedenbouwkundig Plan Centrumplein, herziening van de grondexploitatie en het beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet (VN2024-016034)26.621 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

23

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

Vastgesteld 5 november 2024

Dat neemt niet weg dat de gemeente gedurende de gebiedsontwikkeling wel in overleg is met deze initiatieven en de kansen en mogelijkheden voor huisvesting in de nieuwbouw op het Buikslotermeerplein verkent. 2,3 en 4: Bescherm de pleinwaarden en Wees duidelijk over de locaties waar de Modestraat gesitueerd zal worden - 0ok in de tijdelijke situatie Het deel van het gebouw ’t Warderschip waar de Modestraat in is gehuisvest, is dringend toe aan een grondige opknapbeurt. De gemeente heeft in een eerder stadium besloten om een nieuwe eigenaar te zoeken voor het pand die dit gebouw wil opknappen. Omdat het gebouw wordt verbouwd zal de Modestraat (tijdelijk) ergens anders moeten huisvesten. De gemeente ziet de wens van de Modestraat om te blijven in het gebied waar het al jaren bouwt aan een gemeenschap en is in overleg met de stichting naar de mogelijkheden – ook voor de tijdelijkheid. Dit plan bevat mogelijke aanknopingspunten voor functies zoals de Modestraat in nieuwbouw. De exacte invulling van deze functies wordt op een later moment bepaald. Deze investeringsnota gaat niet over investeringen in broedplaatsen en of culturele en maatschappelijke functies. Hiervoor bestaan andere middelen vanuit de gemeente, waarover op een later moment wordt besloten. Dit is verduidelijkt in het stedenbouwkundig plan.

5 Pak tijdelijkheid op als kans In het kader van placemaking wil de gemeente ruimte bieden aan (tijdelijke) initiatieven die een impuls zijn voor de levendigheid en leefbaarheid. Om dit in goede banen te leiden maakt de gemeente een placemaking kader. Aan de hand van dit kader vervolgt de gemeente graag het gesprek over tijdelijke voorstellen in de openbare ruimte. 6. Verzoek gesprek met de verantwoordelijke wethouder Het verzoek is voorgelegd aan de verantwoordelijke wethouder. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de Investeringsnota en/of Stedenbouwkundig Plan Centrumplein.

24

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

Vastgesteld 5 november 2024

9. vve Dijkwater Samenvatting zienswijze:

Het plan lijkt vooral geschreven vanuit het perspectief van de toekomstige gebruiker op het Centrumplein. De vve ziet dat -op de bowling na - zeker als een aantrekkelijk plan, ook voor de bewoners van de omgeving zoals appartementengebouw Dijkwater. De randen van het plan worden echter beduidend minder gedetailleerd beschreven en het lijkt voor bewoners van omliggende bestaande bouw tot aanzienlijke afname in woongenot/comfort te leiden. De zorgen voor appartementengebouw Dijkwater zijn te verdelen in de volgende punten: 1. Het verdwijnen van veel bomen langs de IJdoornlaan. Met als nadelige gevolgen: minder luchtfiltering, toename van (verkeers-)geluid en voor velen vermindert het groene uitzicht 2. Verslechtering van het uitzicht, vanwege achterzijden en blinde gevels 3. Bezonning 4. Parkeren 5. De Bowling 6. Cultuurgebouw 7. Onduidelijke plangrens 8. Inpassing buitensport bij de Wieden 9. Groen en groennormen Antwoord: 1. Het verdwijnen van veel bomen langs de IJdoornlaan. Met als nadelige gevolgen: minder luchtfiltering, toename van (verkeers-)geluid en voor velen vermindert het groene uitzicht. Om de gewenste bebouwing te kunnen realiseren moeten er in het talud inderdaad tientallen bomen verwijderd worden.

De geplande bouwblokken aan de noordzijde van het Centrumplein zijn A6 (Cultuurgebouw) en A2 (met gemengde functies zoals wonen en bedrijvigheid, commerciële en maatschappelijke voorzieningen). De vorm en positie van deze blokken komen voort uit stedenbouwkundige keuzes die hun basis vinden in de projectnota en uitgewerkt zijn in dit stedenbouwkundig plan. Daarin is de ambitie neergelegd een voorwaardig stadscentrum te maken, in een hoge dichtheid en met een veelheid aan functies. Tegelijk is er de ambitie om te vergroenen, in de vorm van groene openbare ruimten binnenin het gebied, maar óók aan de randen van het Buikslotermeerplein. Specifiek aan deze noordzijde moet groen wijken, om plek te bieden aan al de andere ambities die onderdeel zijn van het plan. De gemeente heeft ook naar alternatieven gezocht.

25

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

Vastgesteld 5 november 2024

Er is onderzocht of het talud inclusief bomenrij kon blijven staan en de gebouwen op de schuiven naar het zuiden of de gebouwen te verkleinen. Deze optie is stedenbouwkundig niet wenselijk om de volgende redenen. Wanneer het groen en talud blijft behouden sluit de overige bebouwing niet meer aan op de bioscoop en er ontstaat een onbestemd en doodlopend gebied tussen talud en de noordgevel van de gebouwen. De bebouwing kan niet opschuiven naar het zuiden vanwege de toegankelijkheid van het gebied en omdat hier een plein gewenst is voor het cultuurgebouw. De kap van de bomen in het talud is al lange tijd voorzien, dat is de reden dat er bovenaan het talud een rij bomen is geplant, deze zijn nog jong en kunnen worden behouden naast de nieuwe bebouwing. In de voorgestelde variant blijft een deel van de bomen aan de IJdoornlaan behouden. Deze strook kan verder worden vergroend als de bebouwing A6/A2 voltooid is. Ondanks dat er dus groen verdwijnt als gevolg van de nieuwbouw, blijft de laanstructuur overeind van een autoweg met aan weerszijden bomen en groen. In het stedenbouwkundig plan is een doorsnede opgenomen waarop de aansluiting tussen gebouw en openbare ruimte te zien is. De vve vreest voor minder schone lucht, verkeersdrukte en verminderde luchtkwaliteit. Deze aspecten zijn onderzocht. Vanwege de toename van functies zal het verkeer op de IJdoornlaan inderdaad toenemen.

De toename is echter beperkt (tot 4%) en de toename van de geluidbelasting vanwege wegverkeer ter plaatse van de bestaande omliggende woningen in de omgeving is ook beperkt (toename tot 0,2 dB). De luchtkwaliteit voldoet ruimschoots aan de rijksomgevingswaarden. 2. Verslechtering van het uitzicht, vanwege achterzijden en blinde gevels De 28 m hoge basement van de nieuwbouw lijkt nu te resulteren in een afschuwelijk uitzicht op de achterzijde hiervan omdat er geen aantrekkelijke plint voor wordt beschreven. Hier wordt volstaan met de duiding ‘geen blinde gevels’. De VVE vreest voor een betonnen muur in plaats van verbinding Ref. 1 Blz. 31; In het kader van de ‘ongedeelde wijk’ is voorgesteld (het merendeel van) deze voorzieningen niet aan het plein maar aan de buitenranden van het Centrumplein te situeren om de zichtbaarheid en toegankelijkheid te vergroten voor de bewoners van de omliggende buurten. Betekent dit een aangezicht, zichtbaarheid en toegankelijkheid vergelijkbaar met bijvoorbeeld de achterzijde van de bioscoop? (Zie foto’s) Onacceptabel, zeker in combinatie met de afwezigheid van bomen. Dus graag bij de ontwikkeling aandacht voor dit punt. Ref. 1 Blz. 32; Plintzones (heel interessante toelichting overigens); Er bestaat ook langs de IJdoornlaan een plint die niet ter sprake komt. Ref. 1 Blz.

36; De plint vormt de fysieke verbinding tussen het gebouw en de omliggende openbare ruimte. Een zorgvuldig ontwerp van plinten draagt bij aan een prettige

26

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

Vastgesteld 5 november 2024

leefomgeving. De levendigheid van de openbare ruimte wordt voor een groot deel bepaald door het functioneren van de gebouwplint. Waarom lukt dit zo vaak niet, zie foto’s? Omdat er alleen echt goed wordt nagedacht over de voorkant van een gebouw? Ref. 1 Blz. 42; Zone specificatie van stadsblok A2 IJdoornlaan zijde: geen blinde gevels. ‘Geen blinde gevels’ is natuurlijk een heel onduidelijk beschrijving van wat er komt en daarom vrezen wij het ‘ergste’ aanzicht. Ref. 1 Blz. 35; Voor de woningen in de hoogteaccenten moeten de plattegronden, de raamindeling en de onderlinge afstand en positie van de torens die bij elkaar in de buurt staan op elkaar afgestemd worden zodat het uitzicht optimaal benut kan worden. Constatering: En blijkbaar mag dit desnoods ten koste gaan van het uitzicht vanuit bestaande omliggende woningen.

Antwoord Het stedenbouwkundig plan schrijft op een aantal plekken een ‘levendige plint’ voor. Dit zijn plekken aan de openbare ruimte waar publieksfuncties gewenst zijn. De gevels aan de IJdoornlaan hebben deze kwalificatie niet omdat de IJdoornlaan alleen gebruikt wordt voor gemotoriseerd verkeer. Dit betekent echter niet dat de noordzijde van de bouwblokken A6 en A2 als achterzijde worden ontworpen. Hoewel er geen (publieks-)ingangen zijn voorzien aan deze zijde, zijn er andere manieren om te voorkomen dat hier een dode gevel ontstaat. Deze locatie leent zich goed voor functies die gebaat zijn bij daglicht maar niet direct een ingang aan de IJdoornlaan vereisen, zoals bedrijfsruimtes en kantoren. Het is niet de intentie dat de noordgevels van de kavels A2 en A6 een uitstraling krijgen met blinde gevels. Op pagina 35 van het stedenbouwkundig plan is een tekst toegevoegd met een beschrijving van de plint langs de IJdoornlaan. Inherent aan de verdichtingsopgave voor het Buikslotermeerplein en de gekozen typologie van torens op een basement is het onvermijdelijk dat dit deels ten koste gaat van het huidige uitzicht van de bestaande bewoners. De spelregels voor de hoogbouw -onderlinge afstand van de torens, het aantal torens en de slankheid van de torens- garanderen echter voldoende uitzicht voor de bestaande bewoners in de omringende wijken.

Hiermee wordt niet ontkend dat het huidige vrije uitzicht van de bewoners van het appartementengebouw Dijkwater serieus afneemt door de plannen voor het Buikslotermeerplein. Dit wordt echter niet veroorzaakt door de geplande torens maar door het basement waar ze op staan.

3. Bezonning In de winter zal voor veel appartementen door de nieuwbouw in de huiskamers en op de balkons veel minder direct zonlicht komen, voor sommige locaties zelfs een meer dan 6 uur afname waardoor er een onacceptabele (volgens TNO-norm) minder dan 1.5 uur

27

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

Vastgesteld 5 november 2024

directe bezonning per dag overblijft. In december zal het gebouw nagenoeg de hele dag in de schaduw liggen. Dit is niet acceptabel en vereist wijzigingen van het plan. Ref. 1 Blz. 38; De voorlopige resultaten uit de bezonningsstudie. Ref. 2 Blz. 10 Figuur 3.8 toont de resultaten aan de voor- en achtergevels van de woningen te Dijkwater 125-197 (moet zijn 297). Het aantal zonuren vermindert met maximaal 6.5 uur tot minimaal 1.25 uur op de zuidgevel. De onderschrijding van de TNO-norm op vier meetpunten wordt veroorzaakt door de bouwvolumes op perceel A2. Dit is dus niet acceptabel en vereist wijzigingen van het plan. Ook als het gaat om de hoogbouw graag bij de plaatsing rekening houden met deze zonstudie. Met andere woorden, zoveel mogelijk weg van ons gebouw heeft, mede gezien de bezonning, de voorkeur. Antwoord: In het concept-stedenbouwkundig plan Centrumplein is voor het A2 kavel een zoekgebied voor de twee beoogde torens aangegeven. De grootte van de torens is bepaald door de maximale diagonaal, die is vastgesteld op 40 meter. Een vierkante toren is bijvoorbeeld derhalve maximaal ca. 28,3 meter bij ca. 28,3 meter. De schuifruimte is vele malen groter. De reden om deze schuifruimte te bieden is om die toekomstige architect van het gebouw ontwerpvrijheid te bieden.

De bezonningsstudie die bij het concept-stedenbouwkundig plan is toegevoegd is gebaseerd op het volledige zoekgebied van de twee torens – als ware het volledige zoekgebied bebouwd als ‘toren’. Hoewel de eisen uit het stedenbouwkundig plan een dergelijk scenario niet toestaan, biedt het onderzoek inzicht in de schaduweffecten van de bebouwing op de omgeving. De vve verzoekt de gemeente om op basis van deze uitkomsten eisen qua bezonning op te nemen, waardoor de bezonning verbetert. De gemeente heeft nader onderzoek gedaan naar de effecten van het inperken van de schuifruimte, zodanig dat de afname in zonuren op gebouw Dijkwater beperkt wordt. Op basis van het vervolgonderzoek is het zoekgebied van de twee torens op kavel A2 ingeperkt. Daarmee kan de afname in bezonning op Dijkwater worden beperkt. Leidend bij de aanpassing van het blok is of de stedenbouwkundige principes nog steeds overeind blijven, zoals of het gewenste hoogtes en programma kan worden gerealiseerd. Verspringing van torens (dus niet op één lijn) in hetzelfde blok heeft de voorkeur. En er is gekeken naar de mogelijke effecten op de transformatie van het winkelcentrum. Vve Dijkwater stelt dat de onderschrijding van de TNO-norm niet acceptabel is. Amsterdam kent geen beleid voor bezonning. Er is ook geen wet- en regelgeving voor bezonning.

De TNO-norm biedt houvast maar is niet het uitgangspunt voor deze ontwikkeling. De bezonning is in dit stedenbouwkundig plan één van de vele aspecten die meegenomen wordt om te komen tot ‘goede’ stedenbouw.

28

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

Vastgesteld 5 november 2024

De gemeente kiest in dit geval om een afweging te maken tussen de leidende stedenbouwkundige uitgangspunten en de effecten op de omgeving. Door de aanpassing van de schuifruimtes wordt de afname in zonuren beperkt. Daarbij moet opgemerkt worden dat ook in dit geval de (aangepaste) schuifruimte als uitgangspunt is genomen voor de aanvullende bezonningsstudie. Het daadwerkelijke ontwerp moet passen binnen deze schuifruimte en kent z’n eigen specifieke bezonningsstudie. Het wooncomplex Dijkwater heeft nu vrij zicht in het zuiden, en op de bioscoop na geen bebouwing in de zuidelijke directe omgeving. Door de ontwikkeling van het centrumgebied zullen er effecten zijn op het gebied van uitzicht en bezonning. Als gevolg van de nieuwbouw zal er minder bezonning zijn op de gevels van Dijkwater. De effecten zijn in de winter wanneer de zon het laagst staat - het grootst. De effecten zijn passend bij een grootschalige ontwikkeling en verdichting tot stadskern, zoals op het Buikslotermeerplein is voorzien. Door de schuifruimte van de torens in te perken kan de situatie verbeteren ten opzichte van de eerder getoonde resultaten (zie bezonningsstudie mei 2024). Verdere aanpassingen aan het blok A2 zijn niet wenselijk omdat deze leiden tot aantasten van de stedenbouwkundige principes of beperkend zijn voor de transformatie van het winkelcentrum.

De zienswijze leidt tot aanpassing van het stedenbouwkundig plan Centrumplein. De schuifruimte van beide torens op kavel A2 wordt ingeperkt, waardoor de effecten van bezonning verbeteren voor Dijkwater. 4. Parkeren Er wordt geen uitspraak gedaan over het aantal auto parkeerplaatsen in de nieuwbouw. Het lijkt nu waarschijnlijk dat door de nieuwbouw parkeerproblemen in de omliggende straten ontstaan. De kans bestaat dat er op- en afritten naar parkeervoorzieningen vanaf de IJdoornlaan worden aangelegd naar de nieuwbouw waardoor nog meer groen (gras, bomen, struiken) verdwijnt en het uitzicht nog onaantrekkelijker wordt. Ref. 1 Blz. 40-42; auto en fiets parkeren: n.t.b. (parkeerbeleid). Hier willen we natuurlijk getallen zien. Ontstaat er in de bestaande buurt (o.a. de Kleine Wereld) een parkeerprobleem omdat er veel te weinig parkeerplaatsen komen in de nieuwbouw? Ook v.w.b. de plannen betreffende uitstootvrije voertuigen (waar op te laden, wel/niet toegankelijk voor niet-bewoners) blijft onduidelijk. Antwoord: Het uitgangspunt voor zowel auto- als fietsparkeren is dat de parkeeropgave op eigen kavel en in dit geval binnen de nieuwbouw wordt opgelost door de ontwikkelaar. De parkeervraag kan dus niet afgewenteld worden op de omgeving.

In het stedenbouwkundig plan staat de aanduiding ‘nog te bepalen’ omdat het aantal parkeerplaatsen afhankelijk is van het (definitieve) programma dat wordt gerealiseerd. Om toch een beeld te schetsen van de mogelijke parkeervraag per kavel is een parkeerbalans opgenomen bij de stukken. Daarin is te

29

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

Vastgesteld 5 november 2024

lezen dat op kavel A2 een mogelijke parkeerbehoefte van 99 autoparkeerplaatsen heeft. Het parkeerbeleid schrijft verder voor dat er voldoende laadplekken in nieuwbouw moet worden opgenomen. In de parkeerbalans is ook een overzicht opgenomen van het verwachte aantal bezoekers van de commerciële functies in het winkelcentrum. De gemeente verwacht niet dat er ten gevolge van de ontwikkelingen op het Buikslotermeerplein een parkeerprobleem ontstaat in de Kleine Wereld of andere omringende buurten. Ref. 1 Blz. 40, 42, 47; Zone entree parkeergarage. Constatering: nergens is er een toegang tot een parkeergarage vanaf de IJdoornlaan, alleen bij de bestaande bomengarage? Ref. 1 Blz. 67; Mochten er grootschalige parkeervoorzieningen op de kavels A2 en A6 komen, dan worden deze ontsloten van de IJdoornlaan. Een laad- en losvoorziening voor de kavel A6, het Cultuurgebouw, wordt ook vanaf de IJdoornlaan ontsloten. Dit is vaag geformuleerd en betekent dat er dus ‘misschien’ OOK NOG op- en afritten tegenover ons gebouw worden aangelegd om tegenaan te kijken. Ref. 1 Blz. 68; (zie foto). Hoe anders wordt ons uitzicht! Antwoord: In het stedenbouwkundig plan zijn uitgangspunten opgenomen voor de entrees van de parkeergarages van kavel A6 en A2. Afhankelijk van de precieze plannen en de verkeersintensiteiten kunnen de uitgangspunten nog worden aangescherpt of aangepast.

Hieronder is een en ander verduidelijkt: •

•

A6 kavel: het uitgangspunt voor ontsluiting van de A6 kavel is via de IJdoornlaan, aan de noordzijde van het gebouw. Hier is de laad- en losvoorziening voorzien, die net als de bioscoop aan de noordzijde wordt gerealiseerd. Het autoparkeren verloopt tevens via de noordzijde, vanwege de te verwachten bezoekersaantallen van deze cultuurfunctie. Van deze voorwaarde kan worden afgeweken en is afhankelijk van de daadwerkelijke parkeerbehoefte/ mobiliteitsvisie van het initiatief. Verdere uitwerking volgt in het kavelpaspoort. A2 kavel: ontsluiting van de parkeergarage verloopt via de zuidzijde, via de weg ‘Buikslotermeerplein’. Het laden en lossen vindt bij voorkeur in het gebouw (via de parkeergarage) plaats, of via de zuidzijde. Verdere uitwerking volgt in het kavelpaspoort.

5. De Bowling De Bowling is een controversieel gebouw, omstreden maar ook geliefd en wordt een laagdrempelig buurtcentrum. Waarom, tegen de wil van omwonenden, toch het behoud hiervan (zie foto) doordrukken? Woningen heeft Amsterdam dringend nodig! Ref. 1 Blz. 48; omdat het momenteel bekend staat als één van de lelijkste gebouwen van Nederland. Waarom gaat de overheid dan toch hiermee verder? Dit is onbegrijpelijk.

30

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

Vastgesteld 5 november 2024

Antwoord: De Bowling is een karakteristiek gebouw voor het Buikslotermeerplein, maar is in zijn huidige vorm weinig aantrekkelijk. De gemeente heeft de intentie uitgesproken dat dit gebouw een tweede kans verdient als buurtcentrum. In mei 2023 is er een exclusiviteitsovereenkomst gesloten tussen de gemeente en Coöperatie 5711 voor de herontwikkeling van de Bowling. Coöperatie 5711 bestaat uit uiteenlopende organisaties in stadsdeel Noord. Dit lokale samenwerkingsverband heeft de juiste connecties in de buurt om invulling te geven aan de bestuurlijke wens om in de toekomst op sociaal-maatschappelijke basis een programmering te realiseren die aan een behoefte van de buurt op deze locatie tegenmoet komt. De Coöperatie biedt ruimte voor de ontwikkeling van circulair ambacht, culturele expressie en gastvrijheid voor bewoners, ondernemers en andere gebruikers van het gebied. Een veel gehoorde klacht is dat bij grootschalige ontwikkelingen zoals de transformatie van het Buikslotermeerplein er vaak te weinig aandacht is voor bestaande bewoners, voorzieningen en instellingen. Dat deze vaak 'vergeten' worden omdat alle aandacht uitgaat naar de toekomstige nieuwe bewoners en voorzieningen. Middels de herontwikkeling van de Bowling, in samenwerking met Coöperatie 5711 beoogt de gemeente een plek te creëren voor bestaande Noordse organisaties op het nieuwe Buikslotermeerplein.

Onderdeel van de planvorming is tevens een architectonische upgrade van het gebouw met als doel een meer aantrekkelijk, uitnodigend gebouw dat zich duidelijk manifesteert als laagdrempelig, toegankelijk buurtcentrum.

6. Cultuurgebouw De ambitie is dat op het Centrumplein een Cultuurgebouw gerealiseerd wordt dat enerzijds aantrekkingskracht heeft op alle Amsterdammers en tegelijkertijd stevig geworteld is in Noord, middels samenwerkingsverbanden met bestaande culturele organisaties in Noord. Wie (in Noord) zitten er te wachten op een cultuurgebouw? Overleeft dit met de afbouw van subsidies? (Zie Cobramuseum in Amstelveen). Waarom worden er hier niet meer woningen gebouwd om het grootste probleem, de woningnood, te beperken. Dat lijkt een betere ambitie! Ref. 1 Blz. 26 en Ref. 1 Blz. 46; Toekomst cultuur 16% van ca 160.000 m2 vloeroppervlak. Veel bewoners van Dijkwater hebben vrede met de voor hun negatieve gevolgen van nieuwe woningen op (te) kleine afstand. Maar NIET als zoiets als een ‘cultuurgebouw’ het uitzicht gaat verstoren. Antwoord: Op pagina 27 - 28 van de concept-investeringsnota wordt nader ingegaan op de culturele ambities voor het Buikslotermeerplein. Een belangrijk uitgangspunt, vastgelegd in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 en de projectnota Buikslotermeerplein is het creëren van een centrumstedelijk gebied op het Buikslotermeerplein. Voor de beoogde stedelijke dynamiek is een mix van functies nodig, waaronder ook cultuur.

Een groot cultuurgebouw op het Buikslotermeerplein past binnen de ambities van zowel de gemeente als het stadsdeelbestuur om culturele functies meer en beter te spreiden over geheel Amsterdam en Noord. Een belangrijke culturele functie op het Buikslotermeerplein is goed voor het imago van Noord, draagt bij aan de ambitie om een volwaardige stadskern te maken en trekt

31

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

Vastgesteld 5 november 2024

bezoekers (zowel lokaal als op regionaal niveau en daarbuiten). De culturele ambitie gaat samen met de ambitie op het gebied van woningbouw. In dit planvoorstel zijn beide ambities tastbaar gemaakt.

7. Onduidelijke plangrens Ref. 1 Blz. 19; Plangrens duiding. De IJdoornlaan maakt geen deel uit van de opgave. Blijkbaar vallen de bomen langs de IJdoornlaan toch wel in de plangrens? Antwoord Correct, de plangrens wordt gevormd door de zuidelijke trottoirband langs de IJdoornlaan. 8. Inpassing buitensport bij de Wieden Ref. 1 Blz. 23; Hoofdopzet; Openbare ruimte; Deze moet uitnodigen tot verblijven in uiteenlopende vormen, sport en spel, terrassen, bijwonen van (kleine) evenementen of gewoon op een bankje zitten in de zon in een prettige groene omgeving. Hopelijk geen ‘openbaar’ tennis, squash of padel veld i.v.m. de geluidsoverlast dag en nacht (o.a. gepland naast A2, zie plankaart Ref. 1 Blz. 24). Ref. 1 Blz. 66; Beschrijving van de invulling lijkt in tegenspraak met de tekening op Ref. 1 Blz. 24. Antwoord De uiteindelijke invulling van het sportplein bij de Wieden zal in een latere fase bepaald worden. In de begeleidende tekst op pagina 66 staat beschreven dat gedacht wordt aan urban sports zoals freerunnen en skaten. In de plantekening is een andere mogelijkheid opgenomen in de vorm van een meer traditioneel sportveld. Het betreft nadrukkelijk nog mogelijke invullingen voor de sportopgave. De uiteindelijke invulling van de sportopgave moet afgestemd worden met de toekomstige gebruikers en omgeving via een participatieproces.

De opmerking dat sommige sporten mogelijk leiden tot overlast neemt de gemeente mee in de uitwerking van de sportopgave.

9. Groen en groennormen Ref. 1 Blz. 31; Gebaseerd op het programma van het Centrum- plein zou conform de groennormen ca. 19.000 m2 groen in dit plandeel gerealiseerd moeten worden. Op het Centrumplein is nu ruim 23.000 m2 groen in de plannen opgenomen. Met andere woorden, op het Centrumplein wordt meer groen gerealiseerd dan volgende de norm nodig is, ter compensatie voor het lastig te vergroenen winkelcentrum. Wij, op een vaste locatie in het plan, hebben niets aan getallen opgenomen in ambities, doelstellingen programma’s en normen als er veel bestaand groen wordt gesloopt en misschien op een ander plek over 20 jaar er enigszins vergelijkbaar uitziet. Zie de

32

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

Vastgesteld 5 november 2024

‘stenenmassa’ bij het stationsgebied, zie de IJdoornlaan richting het NH-kanaal waar een ware kaalslag heeft plaatsgevonden (zie foto), dit is toch ook conform al die doelstellingen en normen? Overigens is deze misleiding al (aangetoond? en) aan de orde geweest rondom het referendum Hoofdgroenstructuur. Ref. 1 Blz. 15: De gebouwen & het marktplein ogen sleets, mede door achterstallig onderhoud. Ref. 1 Blz. 18; Tegenwoordig maakt het een sleetse en gedateerde indruk. Kenmerkende eigenschappen zijn: Ontbreken van groen in het winkelcentrum en de directe omgeving. Dit is niet waar, zie foto’s. In de directe omgeving ontbreekt geen groen. Doen alsof er groen ontbreekt maakt het wellicht makkelijker om het weg te halen? Antwoord De groennormen zijn een gemeentelijke ontwerpleidraad over de gewenste verhouding tussen bebouwing en groen. Naast deze cijfermatige benadering is ook een kwalitatieve groenvisie opgenomen in het plan. De ambitie om te vergroenen is, mede op basis van inspraak tijdens de projectnota, stevig opgenomen in de plannen. Deze ambitie is duidelijk zichtbaar in de schetsmatige inrichting voor de openbare ruimte. Het Centrumplein kan meer groen huisvesten dan de norm voorschrijft en biedt daarom mogelijkheden om het tekort aan groen in het winkelcentrum deels te compenseren.

De omschrijving dat het Buikslotermeerplein een stenige indruk maakt, moet gelezen worden als een zeer algemene omschrijving van het plein, die deels gebaseerd is op input uit de participatie. Uiteraard zijn er lokaal plekken op het plein waar wel veel groen is. Het SP is transparant over het huidige groen en groen dat mogelijk kan blijven, of groen dat moet wijken vanwege toekomstige bebouwing. Er is een bomeninventarisatie gedaan en een bomenbalans is onderdeel van het plan. De indruk van gekantelde beeldvorming van de vve deelt de gemeente dan ook niet. De specifieke locatie in het talud langs de IJdoornlaan met een aantal grote, volwassen bomen is nader onderzocht. Alternatieve opties zijn bekeken. Dat heeft echter niet geleid tot aanpassing van het plan, zie hiervoor de eerdere toelichting in deze nota, bij punt 1. Conclusie: De reactie van de vve Dijkwater leidt tot enkele aanpassingen van het Stedenbouwkundig Plan Centrumplein: •

De bouwvlakken A1, A2 en A5 zijn nader onderzocht op bezonning. Torenposities en zoekgebieden zijn aangepast waardoor nadelige effecten worden beperkt;

•

Kwaliteitseisen ten aanzien van de noordelijke plint kavel A5 zijn toegevoegd;

33

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

•

Vastgesteld 5 november 2024

Een doorsnede is toegevoegd ter hoogte van kavel A2/ IJdoornlaan.

10. Adressant J Zienswijze Ik vind het onacceptabel dat er aan de kant vanaf het winkelcentrum met de rug naar sportschool Lidl er gebouwd gaat worden op het parkeerterrein. Ik heb op Dijkwater een prachtig appartement gekocht voor een hoop geld en dan krijg ik een flat voor mijn neus. Dus geen vrij uitzicht meer en geen zon. Terwijl ik daarop de flat gekocht heb. En min. Waarde verminderd en dan. Dan is mijn woongenot naar de klote. Betalen jullie dan het ongemak??? Antwoord: Amsterdam heeft een omgevingsvisie waarin de keuze is gemaakt om op deze plek een levendig en aantrekkelijk stadscentrum te maken voor Noord en een groot deel van de stedelijke woningbouwopgave te realiseren. Effecten op de omgeving, zoals het veranderen van het uitzicht en bezonning zijn niet helemaal uit te sluiten bij een grootschalige opgave zoals die van het Buikslotermeerplein. Ten aanzien van bezonning en uitzicht wordt verwezen naar de antwoorden bij nummer 9, vve Dijkwater. De verwachting is dat de gebiedsontwikkeling van CAN c.q. het Buikslotermeerplein zal bijdragen aan een sterker stadsdeel Noord, omdat Noord hiermee een levendig en gemengd stadscentrum krijgt. Het Buikslotermeerplein zal daarmee een aantrekkelijkere locatie worden om te bezoeken, uitgaan, werken en wonen. Toch kan het zo zijn dat het ruimtelijke plan leidt tot (financiële) schade.

U kunt hiervoor terecht bij Bureau Nadeelcompensatie Amsterdam. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de Investeringsnota en/of Stedenbouwkundig Plan Centrumplein.

34

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

Vastgesteld 5 november 2024

11. Adressant K

Zienswijze: Opmerkelijk dat er op korte termijn geen duidelijk plan is om de oost-west fietsroute aan de zuidzijde, de belangrijkste fietsverbinding te verbeteren. Dat die fietsroute ooit zal verbeteren, veel slechter kan het moeilijk, zegt weinig. Nog steeds staat de autobereikbaarheid voorop en is de fietsbereikbaarheid hieraan ondergeschikt. Antwoord: De verbetering van de Buikslotermeerplein weg, zuidzijde wordt als een apart infra project uitgevoerd. Een deel van de kosten wordt uit de gebiedsontwikkeling gedekt, zoals de verlaging van de rotonde die nodig is om kavel A1 te maken. Voor het overige deel zijn middelen in het Stedelijk Mobiliteitsfonds gereserveerd. De weg wordt zelfstandig project uitgevoerd, wat betekent dat het de gemeentelijk Plan- en Besluitvormingsproces Infrastructuur volgt. Het project bevindt zich momenteel in de uitgangspuntenfase wat inhoudt dat er een nota uitgangspunten wordt opgesteld, die naar verwachting in 2025 aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de Investeringsnota en/of Stedenbouwkundig Plan Centrumplein.

12. Red Amsterdam Noord Zienswijze: Wat doen jullie met “Ons grote”?! Het Buikslotermeerplein is in ogen van beleidsmakers en mensen van buiten Noord misschien altijd al een lelijk en slecht functionerend plein geweest. Een plein waar hetgeen wat er nu is het liefst wordt uitgegumd, zodat er een wit papier ontstaat waar de tekenaars van de gemeente al hun ambities voor de toekomst kwijt kunnen. Maar voor ons, Noorderlingen, ligt dat anders. Noorderlingen uit alle dorpen binnen Noord zijn het erover eens dat het Buikslotermeerplein ‘ons grote’ is. We komen er graag. Zowel in het winkelcentrum als op het grote marktplein met de Bowling. Het idee van de meerkernige stad heeft ook de beleidsmakers doen inzien dat er meer is dan de Dam. Iets dat bewoners al jaren zo ervaren. Het Buikslotermeerplein is onze kern. En ja, het is een kern die wel een opknapbeurt kan gebruiken. Zo snakken bewoners al tijden naar een aansprekend winkelaanbod, naar voorzieningen als een bibliotheek of een café, naar goede betaalbare woningen en naar schaduw en groen. De herontwikkeling van het gebied biedt dus een grote kans om, na jaren van verwaarlozing, het gebied tot een fijne plek te maken voor de huidige en toekomstige bewoners van het Buikslotermeerplein en de omringende buurten. Eerlijke informatie Als we naar de brochures kijken lijkt het plan ook prachtig.

We zien op de plaatjes een levendig gebied met enorm veel groen. Maar schijn bedriegt, want als we de plannen echt goed lezen is er weinig

35

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

Vastgesteld 5 november 2024

ruimte voor groen en bestaat een groot deel van het groen uitsedumdaken, natuurlijk mooi, maar het voetbalt lastig. Er zou ‘veel ruimte voor groen en bomen’ komen; maar het enige groene plein dat er nu is (tussen het stadsdeelkantoor en het marktplein) verliest een derde van zijn omvang door het bouwen van een groot blok. In de plannen staat dat 100 bomen erbij komen. Maar zijn dit 100 bomen meer dan er nu in totaal in het Centrumgebied staan? Of is het 100 bomen erbij na het kappen van bijna alle bomen in dit gebied? Waarom kiest de gemeente consequent voor informatiefolders die mooier zijn dan de realiteit? Beeld is sterker dan woorden wordt regelmatig gezegd. Naast eerlijke informatie vinden we het een plicht voor de gemeente om haar burgers ook in beeld correct te informeren. Waarom wordt niet openlijk aangegeven dat het vernieuwde Buikslotermeerplein ook bedoeld is voor toeristen? Er komt immers ook een hotel terwijl er ook op het stationsgebied al een hotel is. Daarnaast bevatten de plannen en beelden alleen informatie over hoe het gebied eruitziet na afronding van de gehele ontwikkeling. Dat kan tientallen jaren duren.

Maar hoe ziet het gebied eruit tijdens de ontwikkeling? Wat doet de gemeente om het Buikslotermeerplein een aantrekkelijke plek te houden in de tussentijd? Het maken van een plan om het gebied leefbaar te houden in de tussentijd zou wat ons betreft verplicht onderdeel moeten zijn in deze fase van investeringsnota’s en ontwikkelkaders. Bouwen van een leefbaar gebied We hebben al talloze gesprekken gevoerd met de gemeente over het bouwen van leefbare buurten. Buurten die nu net gebouwd zijn, zijn vaak het resultaat van investeringsnota’s en ontwikkelplannen van tien jaar geleden. Een tijd waarin er blijkbaar gedacht werd dat hitte geen probleem is en een balkon een overbodige luxe is. De gemeente geeft nu ook toe dat de plannen van 10 jaar geleden niet meer bij deze tijd passen en zien de noodzaak tot het bouwen van een leefbare buurt. Toch zien we het oude gedachtegoed terug in de plannen voor het Buikslotermeerplein. Veel dure, kleine huizen - daar wonen mensen gemiddeld 2 jaar en bouw je geen buurt mee op. Weinig toegankelijk groen, waardoor het gebied een stenen massa blijft en enorm zal opwarmen. In deze tijd van klimaatverandering is er meer nodig in een nieuw te ontwikkelen gebied. Wat ons betreft zou de gemeente ook in deze fase al moeten onderzoeken en communiceren hoe een nieuw gebied toekomstbestendig gemaakt wordt.

Normen loslaten? Ook het loslaten van de norm wat betreft aantal sociale huurwoningen baart ons grote zorgen. Amsterdam als geheel en Noord in bijzonder heeft grote behoefte aan betaalbare woningen. Wij merken ook dat bij andere projectgebieden de gehanteerde norm niet gehaald wordt. Wij vinden het onbegrijpelijk en onacceptabel dat de norm in deze fase is losgelaten bij een deel van het project. Het argument dat Noord in verhouding veel sociale huurwoningen heeft is geen acceptabel argument als niet nu direct aantoonbaar elders in de stad grote hoeveelheden sociale huur wordt bijgebouwd. Waar blijven de mensen uit de huidige sociale huurwoningen na sloop en verkoop als er minder teruggebouwd wordt? De vraag naar sociale huurwoningen is onverminderd groot. Het is van groot belang dat de nieuwbouwprojecten ook rekening houden met de huidige bewoners van Noord. Er is geen behoefte aan een centrumgebied met hoge flats die het karakter van de buurt veranderen. Het streven moet zijn om een evenwichtige verdeling van woningtypen te behouden en ervoor te zorgen dat er voldoende betaalbare woningen beschikbaar zijn. Voor wie wordt het gebied echt ontwikkeld?

36

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

Vastgesteld 5 november 2024

Een meerkernige stad zou in eerste plaats zijn voor bewoners; het is een vervolg op het architectonisch gedachtegoed, de ‘15 minuten stad’ waarin alles op korte afstand te vinden is, inclusief voorzieningen en cultuur. Maar in de plannen voor het Buikslotermeerplein lezen we over een grote nachtclub, een grote attractie (zoals seaworld), hotels, dure woningen en weinig groen. Niet echt een gebied dat aantrekkelijk is voor bewoners. Dat roept de vraag op voor wie het Buikslotermeerplein eigenlijk een kern wordt? In de Toerisme visie* van de gemeente, geschreven om oplossingen te bieden tegen de overlast van toerisme in de binnenstad, lazen we een antwoord: “In een meerkernige stad kan de bezoekerseconomie in 2 nieuwe stadskernen bijdragen aan een betere werkgelegenheid, bereikbaarheid en een goed voorzieningenniveau … Ook deze delen van de stad (nb: Buikslotermeerplein en Sloterdijk) zullen aantrekkelijker worden voor Amsterdammers én bezoekers”. *“Visie bezoekerseconomie in Amsterdam 2035 https://www.google.com/url?sa=t&source=web&rct=j&opi=89978449&url=https://assets.amst erdam.nl/publish/pages/908914/visie_toerisme_in_amsterdam_2035_wrt.pdf&ved=2ahUKE wi32bKVu8mHAxXFk_0HHSF2AOIQFnoECBsQAQ&usg=AOvVaw0S7sVwQUeaNQc9D5O QHSIA Het ontwikkelen van het Buikslotermeerplein tot een aantrekkelijk gebied voor toeristen moet ervoor zorgen dat de druk in het centrum wordt verlicht.

Daarmee vervalt de gemeente in oude denkpatronen, waarvan we hoopten dat deze nu echt tot het verleden behoorde. De gemeente dumpt dus nog steeds het liefst haar problemen over het IJ. Mogelijk nog zorgelijker in deze context is dat het gebied dus niet voornamelijk voor bewoners wordt ontwikkeld, maar ook heel aantrekkelijk moet worden voor toeristen. Dat vraagt totaal andere voorzieningen. In de wandelgangen gaat het zelfs over een Sea World-achtige trekpleister. Daar zitten bewoners natuurlijk niet op te wachten. Participatie In de plannen zitten veel dingen waarvan wij ons ernstig afvragen wie erop zit te wachten. We zetten onze vraagtekens bij de participatie in het voortraject. Zo viel het ons op dat bewoners een online enquête konden invullen in de zomerperiode. Daarmee kun je inderdaad het vinkje bij participatie zetten, maar echt niet spreken van zorgvuldige participatie en laat staan van de term die de gemeente graag gebruikt: samen stad maken. In sectie 5.2.3 Signalen uit de participatie in het Investeringsnota lezen wij het volgende: De verschillende bijeenkomsten voor bewoners, ondernemers en eigenaren heeft een aantal duidelijke signalen opgeleverd voor de ontwikkeling van het Centrumplein. Deze zijn in de plannen verwerkt: Vergroenen en zorgvuldig omgaan met het bestaande groen. Er is zoveel mogelijk groen in het plan voor de openbare ruimte opgenomen.

De norm wordt behaald en er is een onderbouwing opgesteld. Daarnaast is er aandacht besteed aan de kwalitatieve aspecten van groen in het SP. Het huidige groen is in kaart gebracht door middel van een bomeninventarisatie. Deze is als bijlage bij het SP opgenomen. Ondanks dat er veel groen terugkomt in het plan ligt het kappen van bomen erg gevoelig. Betrokkenen vanuit de participatie vragen om alternatieve maatregelen. In het SP zijn een aantal plekken aangewezen waar verdere studie nodig is om te bekijken of bestaande bomen een plek kunnen krijgen in de nieuwe situatie. Dat de duidelijk signalen – zorgvuldig omgaan met het bestaande groen, en geen/minder bomen kappen, zijn in de plannen verwerkt, zien wij niet. De zorgen worden benoemd maar leiden niet tot wezenlijke veranderingen in de plannen. Zo is het weer participatie oude-stijl. We merken ook op dat er achter de schermen met partijen wordt onderhandeld over het invullen van bijvoorbeeld het cultuurcluster. Ook dat is zonde. Laat bewoners hierover meepraten en geef lokale initiatieven de kans om de invulling op zich te nemen.

37

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

Vastgesteld 5 november 2024

Samen stad maken Wij zouden graag samen, bewoners, lokale initiatieven en de gemeente, een stadskern ontwikkelen die aantrekkelijk is voor de huidige bewoners, de nieuwe bewoners, ondernemers en toeristen. Zodat iedereen het ook in de toekomst over “ons grote” heeft. Laten we echt samen de stad maken. Niet pas na het vaststellen van alle kaders, maar juist in deze fase. De gemeente mag daarbij de bewoners zelfs de opdracht geven om na te denken vanuit de visie van nieuwe bewoners. De komende jaren wil de gemeente 60.000 nieuwe woningen erbij in Noord. Een stad in een stad. Dat heet extreme verdichting. En de bestaande buurten? Die raken ingeklemd tussen nieuwe, drukke wegen en hoge nieuwbouw. De plannen maken alles vooral makkelijk voor nieuw Noord. Maar er is geen geld en aandacht voor de buurten die ernaast liggen. Daar is –tenzij een groep actieve buurtbewoners er hard en onbetaald voor knokt – geen onderhoud, geen goede publieke ruimte en geen perspectief op werk, hulp of een nieuwe woning. Daar krijgen mensen het gevoel er niet bij te horen. En: er ontstaat geen gezonde stad omdat er te weinig plek overblijft voor groen. Iedereen moet de vrijheid hebben om in Amsterdam te komen wonen. Maar dat mag niet ten koste gaan van de mensen die er al zijn. Voor veel Noorderlingen wordt de huur te hoog en nieuwbouw onbetaalbaar.

Ze zitten vast in slecht onderhouden woningen of kiezen tegen hun zin voor iets buiten de stad. Voor wie bouwen we dan al die nieuwe woningen? En wie zorgt er voor de mensen, huizen en buurten die er al waren? Dit alles in overweging genomen, geeft Red Amsterdam Noord het volgende advies: 1. Pas de informatie en beelden in de investeringsnota aan; gebruik realistische beelden en/of geef aan als de beelden een schets laten zien van een eindresultaat tientallen jaren in de toekomst. Wees eerlijk! Hoeveel procent van het groen in het plan is niet openbaar sedumdak, water en berm? Antwoord: De tekst van het SP is naar aanleiding van deze zienswijze op dit punt aangepast. In het SP wordt aangegeven dat de sfeerimpressies en doorsneden een mogelijk eindbeeld schetsen van het Centrumplein, Marktplein en winkelcentrum na transformatie. De getoonde bomen zijn volgroeide exemplaren van circa 10 – 15 meter of hoger. De hoogte van de boom hangt mede af van de boomkeuze en de groeicondities. De boomkeuze wordt gemaakt in het ontwerptraject van de openbare ruimte. Het budget voor vergroening van de openbare ruimte laat ruimte om meer volgroeide exemplaren aan te planten. Vervolgens zal het 12 – 15 jaar duren voordat de boom volwassen is en 10 – 15 meter hoog met een volle kruin. De afbeeldingen laten dus een beeld zien van het Centrumplein in de toekomst.

Zoals aangegeven zal het langere tijd duren voordat dit bereikt is. Zowel het SP als het Ontwikkelkader volgt de eisen ten aanzien van groen zoals beschreven in de Amsterdamse Referentienorm. Onder groen wordt zowel gebruiksgroen als ecosysteem groen verstaan. Gebruiksgroen zorgt voor stedelijk attractief groen waarin men kan verblijven en recreëren. De oppervlakte dient minimaal een 0,5 ha aaneengesloten te zijn en dient voor 60% te

38

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

Vastgesteld 5 november 2024

bestaan uit levend groen. De resterende oppervlakte is bedoeld voor paden, water en andere voorzieningen als sport en spel. De norm voor Ecosysteemgroen heeft als belangrijkste doel de buurt klimaatadaptief te maken, maar draagt ook bij aan de beleving en gezondheid van de Amsterdammer. Het groen draagt bij aan het programma Rainproof en natuurinclusief maken van de buurt, ook het gebruiksgroen draagt bij aan deze doelen. Van deze norm mag maximaal 25% op de kavel of het dak worden gerealiseerd. Bij zowel het gebruiksgroen als het ecosysteem groen gaat het om oppervlakte groen. Bij gebruiksgroen gaat het om plantsoenen, moestuinen, buurt- en wijkparken , etc. Ecosysteem groen betreft groen in de straat en kavel als plantvakken, hagen, wadi’s en groene daken. Het toe te passen groentype als bomen, hagen, vaste planten etc. worden bepaald door de inrichtingsprincipes zoals beschreven in de Puccinimethode Groen. 2. Hanteer de norm voor het aantal sociale huurwoningen. Noorderlingen – nu en in de toekomst – hebben deze betaalbare woningen hard nodig. Met de verkoop van sociale woningen en het bouwen van nieuwe wijken waar de norm 40% sociale huur– 40% middenhuur – 20% vrije huur niet gehaald wordt, ontstaat er snel een tekort aan sociale huurwoningen in Noord. Amsterdam wordt zo onbetaalbaar voor haar eigen bewoners.

Een recente gemeentelijke studie laat zien dat jonge mensen in hun 20's en 30's nu al de stad verlaten. Antwoord: In deelgebied Centrumplein houden we vast aan de norm 40% sociaal, 40% middeldure huur en 20% vrije sector. Voor deelgebied winkelcentrum wijken we hier vanaf naar een segmentatie die bestaat uit minimaal 20% sociale huur, minimaal 40% middeldure huur en minimaal 20% en maximaal 30% vrije sector. Aanleiding voor deze afwijkende verhouding is de haalbaarheid van de transformatie, de bij transformatie benodigde flexibiliteit en de aanpassing aan het reeds bestaande woningbouwbestand in de directe omgeving. De erfpachters die willen overgaan tot transformatie hebben te maken met de hoge inbrengwaarde van het bestaande vastgoed, dit maakt het financieel complexer om met name in het betaalbare segment ook grotere woningen te realiseren. Iedereen ontwikkelt op zijn eigen kavel, de omvang van de kavels varieert, in sommige gevallen gaat het om een kleine plot. Realisatie van 40/40/20 op kavelniveau is lastig gebleken. Verder is een analyse gemaakt van de woningbouw in de omliggende wijken. De wijk heeft een bovengemiddeld aandeel (alleenstaande) ouderen én jongeren. Het percentage sociale huurwoningen in de wijk Buikslotermeer ligt met tenminste 56% redelijk hoog en het percentage koopwoningen ligt met 29% laag.

Regelmatig wordt bij participatiebijeenkomsten de vraag gesteld naar meer betaalbare koopwoningen. Ook zijn de woningen in de wijk relatief groot: zo heeft 75% de woningen een gebruiksoppervlak van groter dan 70 m². Een kwart van de bestaande woningen is zelfs groter dan 90 m². Meer middeldure huurwoningen en vrijesectorwoningen toevoegen verbreedt het woningaanbod. Bovendien is de verwachting dat de middeldure huurwoningen op het Buikslotermeerplein relatief kleine woningen (40-60 m²) worden en daardoor geschikt zijn voor zowel de jongere als oudere doelgroep.

3. Verminder het aantal hoge torens. Elf torens zijn geen ‘accenten’ meer. Geen Noorderling zit te wachten op een centrumgebied met 11 hoge flats! Hoge torens zijn goed voor

39

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

Vastgesteld 5 november 2024

projectontwikkelaars, maar minder goed voor leefbare buurten. Ook windoverlast en schaduw nemen toe met hoge torens. Antwoord: Het Buikslotermeerplein is één van de plekken waar binnen Amsterdam een nieuw centrum wordt ontwikkeld met bijbehorende verdichting. In deelgebied winkelcentrum worden 14 torenposities mogelijk gemaakt (naast de 8 hoogteaccenten op het Centrumplein). Hiervan is er voor 9 van deze plekken al een concreet initiatief voor transformatie. Hoogbouw is op plekken met hele hoge dichtheden een manier om kwalitatieve buurten te maken met voldoende ruimte voor groen en licht in de straten en tuinen. We maken in Amsterdam de hoogste dichtheden mogelijk, en daarmee ook hoogbouw, op plekken die goed bereikbaar zijn met het OV. Rondom de stations en in de centra van de stadsdelen dragen de clusters bij aan de meerkernige ontwikkeling van de stad, door de toevoeging van een gemengd programma en de markering van deze plekken. Hoogbouw zorgt inderdaad voor meer schaduw en het windklimaat wijzigt. Beide aspecten zijn meegenomen in de ontwikkeling en onderzocht. Het windklimaat wordt windrijker maar blijft goed voor een voetgangersgebied. Er zijn enkele aandachtspunten in de doorgangen tussen hoge accenten die aandacht verdienen. Door ingrepen in de bebouwing kan het windklimaat op deze plekken worden verbeterd.

Het windhinderonderzoek is openbaar en onderdeel van de stukken die ter inzage lagen. Ook de bezonning is onderzocht door middel van een bezonningsstudie waarbij is onderzocht wat de effecten van de nieuwbouw op de bestaande omgeving is. De geplande hoogbouw heeft, vooral aan de noordkant van het plangebied, invloed op de bestaande bebouwing. Hierin is getracht de juiste afweging te maken. 4. Investeer ongelijk in de omliggende buurten, zodat achterstanden worden ingehaald, gelijk met de ontwikkeling van de nieuwe wijken. Alleen zo kan de genoemde ambitie dat het Buikslotermeerplein aansluit op de wijken eromheen worden waargemaakt. Antwoord: Amsterdam heeft het programma Aanpak Noord ontwikkeld voor het versterken van de omliggende buurten. Deze investeringsnota richt zich op de ontwikkeling van het Buikslotermeerplein en de verdeling van de opbrengsten en investeringen binnen het projectgebied. De volgende aspecten zijn gericht om het Buikslotermeerplein beter aan te laten sluiten op de omliggende wijken: • De ontwikkeling naar een centrumstedelijk gebied met bijbehorende functies betekent ook meer aanbod voor bewoners in de directe omgeving. Op het gebied van wonen, winkelen en uitgaan maar ook op het gebied van maatschappelijke voorzieningen. Zo is er op het Centrumplein een buurtkamer, cultuurvoorziening, broedplaats en dagbestedingslocatie.

• Nieuwe pleinen vormen nieuwe verblijfsplekken voor iedereen. De nu nog verhoogde rotonde wordt naar beneden gebracht en aan de zuidkant van het plangebied wordt de

40

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

• •

Vastgesteld 5 november 2024

Buikslotermeerpleinweg zuidzijde aangepakt. Langs deze weg komen een aantal blokken die zich niet alleen naar de pleinkant richten maar juist ook een goede voorkant vormen aan de zuidkant. Verbindingen met de omliggende buurten worden verbeterd, groener en toegankelijker. De groen- en sportnormen die niet binnen het plangebied kunnen worden opgen0men zullen buiten het plangebied worden gerealiseerd. Dat betekent extra groen- of spelvoorzieningen in de directe omgeving van het plangebied en een bijdrage aan een sportvoorziening op waarschijnlijk het groene veld.

5. Behoud een deel van de woningen voor Noorderlingen. Maak hier concrete afspraken over. Antwoord: Middels stadsdeelvoorrang is het mogelijk om 25% van de eerste verhuringen van nieuwbouwwoningen in de sociale en middeldure huur met voorrang toe te wijzen aan de inwoners van Noord met binding met het stadsdeel. Zowel op het Centrumplein en het winkelcentrum is er de ambitie om stadsdeelvoorrang toe te passen. 6. Maak een participatieplan voor het hele traject dat de leefbaarheid tijdens de ontwikkeling echt kan waarborgen. Stel hiervoor een buurtteam/samenwerkingsverband op, zodat bewoners proactief meedoen/ zelf ook onderwerpen kunnen agenderen en niet alleen reageren, zoals nu vaak bij participatie gebeurt. Antwoord: Jaarlijks wordt er een nieuw participatieplan opgesteld, net als de afgelopen jaren. In de gesprekken met RAN heeft RAN voorgesteld een buurtteam samen te stellen met vertegenwoordigers uit de buurten rondom het plangebied. Dit is een goed voorstel en wanneer RAN hierin samen op wil trekken dan gaat de gemeente deze samenwerking graag aan. 7.

Trek bewoners actief in de discussie en besluitvorming rond branchering. Noorderlingen wachten al heel lang op een winkelcentrum met een gevarieerd aanbod van winkels. Neem bewoners vanaf het begin mee.

Antwoord: Deze aanpak wordt gehanteerd. Al bij de start van de Projectnota is er heel uitgebreid gesproken met de omgeving. Het “begin” ligt in die zin al achter ons, het vaststellen van het Ontwikkelkader is een volgende stap in het ontwikkelproces. En ook bij volgende stappen worden bewoners betrokken. 8. Stel hogere ambities als het gaat om groen. Wees niet tevreden met de helft van de laagste groennorm (8m2 voor hoogstedelijk gebied). Van deze helft van de behaalde groennorm is dan ook nog eens 30% sjoemelgroen; Dan kom je op 2,7m2 per huishouden verblijfs-groen in plaats van de minimale 8m2. Antwoord:

41

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

Vastgesteld 5 november 2024

In de deelgebieden Centrumplein en Olof Palmeplein worden de groennormen gehaald (niet de helft van de groennormen). In deelgebied winkelcentrum niet. De toepassing van groennormen bij transformaties, zoals het winkelcentrum is lastig, omdat de verhouding tussen bebouwing en openbare ruimte al vastligt. Dit betekent dat inpassen van de groenopgave hier maar beperkt binnen het deelgebied winkelcentrum opgelost, voornamelijk op de daken. Daarnaast vindt er compensatie vanuit plangebied Centrumplein plaats. Na aftrek hiervan blijft er bij 1.000 woningen een tekort over van 6.023 m2 gebruiksgroen, bij benutting van de volledige plancapaciteit is het tekort 18.076 m2 gebruiks- en ecologisch groen. Om aan de totale groennorm te voldoen wordt rekening gehouden met een bovenplanse investering vanuit de grondexploitatie winkelcentrum. Dit scenario doet zich pas voor wanneer de transformatie van het winkelcentrum flink op stoom is gekomen. Qua locatie zal er in eerste instantie worden gekeken naar de omliggende wijken en het Baanakkerspark. Aandachtspunt hierbij is het aansluiten op de bestaande groen- en ecologische structuur rondom het plein en hierbij aan te sluiten. Vanuit de concept-ontwikkelstrategie wordt aangestuurd op een netwerk van groene schakels die bestaande groengebieden beter met elkaar verbinden. 9. Maak naast een stedenbouwkundig plan voor de bouw ook een groenplan.

Groots en ambitieus. Maak het waar dat er rigoureus vergroend wordt. Antwoord: Het groenplan is onderdeel van de planvorming: • Voor deelgebied winkelcentrum wordt een visie voor de nieuwe openbare ruimte opgesteld. Op basis van deze visie kan een maaiveldontwerp worden gemaakt. • Voor het Centrumplein wordt op basis van de uitgangspunten in het Stedenbouwkundig Plan een inrichtingsplan voor het openbaar gebied opgesteld. Dit plan begint met een schetsontwerp en wordt via een voorlopig en definitief ontwerp uiteindelijk het bestek voor de aannemer. Dit plan zal gefaseerd worden opgesteld en uitgewerkt. 10. Maak het nu, voor de start van de bouw concreet. De groenambitie nu zijn vooral losse woorden zonder concrete uitwerking, doelen of termijnen. Garandeer de kwaliteit van leven in de lange bouwjaren. Antwoord: Zie onder 9. Dit wordt concreet gemaakt.

11. Niet aan het eind, maar aan het begin en in elke fase van de ontwikkeling beginnen met permanent vergroenen. Antwoord: Dit advies wordt gedeeld. Op de volgende manier wordt dit opgepakt: •

Samen met RAN wordt een pilot vooruitlopend vergroenen op het Horecaplein (oostkant plangebied) onderzocht en uitgevoerd.

42

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

•

•

Vastgesteld 5 november 2024

Op het Centrumplein zal er onderzocht worden of er delen van het openbaar gebied zijn die eerder kunnen worden uitgevoerd. Mogelijkheden hiertoe zijn complex gezien ondergrondse infrastructuur en de integraal benodigde ophoging, bouwruimte, bouwlogistiek en ruimte voor tijdelijke winkels en parkeren. Desalniettemin zullen we de kansen, voornamelijk aan de westkant van het Centrumplein verkennen. Deze ambitie is opgenomen in het stedenbouwkundig plan. In het winkelcentrum stelt de gemeente samen met de CV een visie op het openbaar gebied vast. Ook hier zal worden verkend of er, in samenhang met de eerste transformaties, mogelijk een locatie is waar al kan worden gestart met vergroenen.

12. Kap geen volwassen bomen. Behoud de bomen op de Talud van de IJdoornlaan – de enige bomenrij van formaat in het gehele plangebied. Pas de voetafdruk en de omvang van de kavels aan zodat de IJdoornlaan een groene laan wordt waar de huidige bewoners aan de noordkant, de toekomstige bewoners aan de zuidkant, en alle doorgaande verkeer nu en in de toekomst profijt van kunnen hebben. Dit geldt ook voor de bomen rond de rotonde Werengouw/Waddenweg die verlaagd zal worden, en ook de bomen langs de Werengouw aan de kant van Het Plan van Gool, waar er sprake is van verbetering van de rijweg voor fietsers en auto's. Dit verzoek is in een eerder stadium van planontwikkeling ontvangen en onderzocht. Dit heeft niet geleid tot aanpassing van het plan. Aan de noordkant van het plangebied zijn twee kavels gepland, de A6 (cultuurgebouw) en de A2 kavel (gemengd programma). Ten behoeve van de ontwikkeling van deze kavels dienen ca. 35 bomen te worden weggehaald. Onderzocht is wat de effecten zijn van het behoud van deze bomen zouden zijn. De stedenbouwkundige analyse is als volgt. De opbouw van het Centrumplein gaat uit van een groot groen plein in het midden van het plangebied. De bouwblokken staan zo veel mogelijk richting de randen van het gebied zodat er in het midden veel ruimte overblijft.

Bij behoud van de bomen zouden de bouwblokken meer naar het zuiden schuiven, ten opzichte van bestaande bebouwing zoals de bioscoop. Behoud van de bomen (en daarmee ook het talud) zou betekenen dat kavel A2 en A6 met ca. 30% in programma afnemen (ca. 10.000 m2 en ca. 100 woningen) met bijbehorende beperking van het programma. Ophogen van de bebouwing (om programma te compenseren) wordt als niet wenselijk beschouwd in verband met de effecten op de omgeving. De gebouwen verhouden zich in deze configuratie met behoud van het talud minder goed tot elkaar en de omgeving. Onderzocht is of de betreffende bomen kunnen worden verplant. Dat blijkt niet mogelijk. De kap van deze bomen is al lange tijd voorzien, daarom is er bovenaan het talud een rij bomen geplant. Deze bomen zijn nog jong en kunnen worden behouden naast de nieuwe bebouwing. Binnen het plangebied wordt veel groen toegevoegd, uiteindelijk is de verwachting dat er in de eindsituatie circa 100 bomen meer zijn dan nu. De groennorm in dit plangebied wordt gehaald. Het thema vergroening blijft een gespreksonderwerp met RAN en Team Aanpak Noord, waarbij de vergroening van het horecaplein op korte termijn wordt verkend.

43

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

Vastgesteld 5 november 2024

13. Onderzoek bij andere steden hoe zij omgaan met groen, leefbaarheid en klimaatbestendigheid in Nederland en in het buitenland. Antwoord: Dit is een goede suggestie. Bij het uitwerken van ontwerpen is het gebruikelijk om gebruik te maken van kennis en best practices uit andere steden of andere landen. We staan open voor het gesprek met ontwerpers, architecten, stedenbouwkundigen of andere deskundigen die werkzaam zijn in andere steden/gebieden. 14. Gebruik daken maximaal als openbare ruimte. Maak aaneengesloten, openbaar groen op de daken. Situeer hier sportvoorzieningen/ velden. Antwoord: Het openbaar gebruik van daken is een goed idee voor verder vergroening van het gebied. In het geval waarbij het gaat om daken van publieke gebouwen, in eigendom bij de overheid, zijn hier al enkele voorbeelden van in Amsterdam. Denk aan een parkeergebouw en school. Bij de transformatie van het winkelcentrum en het Centrumplein zijn er geen publieke gebouwen gepland. Daarmee is de inschatting nu dat het volledig openbaar gebruik van de daken lastig te regelen is. In bijna alle gevallen gaat het om woongebouwen met publieke functies op de lagere verdiepingen. Eigendom, toegankelijkheid en beheer voor een openbare/gemeentelijke sportvoorziening is hiermee lastig en hier zijn dan ook nog geen voorbeelden van.

Wel kunnen de daken worden ingezet door gebruik door de bewoners van het betreffende blok of bezoekers van de betreffende voorzieningen/

15. Maak voor dit alles concrete plannen en heldere afspraken. In het plan staan nu te veel vage beloften. Antwoord: Het investeringsbesluit wat nu voorligt bestaat uit een Ontwikkelkader en ruimtelijke Vuistregels. Het betreft een gebiedsbreed kader waarin ruimtelijke randvoorwaarden staan die concreet aangeven wat wel en niet mag. In het ontwikkelkader zijn de uitgangspunten voor de ontwikkeling van het gebied opgenomen. Verdere concretisering van de plannen vindt per kavel plaats bij de ontwikkeling van de individuele kavels. Wanneer een initiatiefnemer een initiatief tot transformatie heeft wordt er gestart met het maken van een schetsontwerp en het vastleggen van concrete afspraken over planning, programma en ontwerp van de betreffende kavel. Stap voor stap wordt het ontwerp verder uitgewerkt en getoetst aan de gemaakt afspraken. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning is het plan volledig uitgewerkt. De aanvraag is in te zien voor de omgeving. De ambities voor de openbare ruimte in het winkelcentrum zijn inderdaad nog erg op hoofdlijnen. Zoals in het ontwikkelkader omschreven is het gebied voor het overgrote deel in erfpacht uitgegeven aan de coöperatieve vereniging van eigenaren van het winkelcentrum en zal de

44

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

Vastgesteld 5 november 2024

gemeente samen met hen een visie opstellen. Uitvoering hiervan is sterk afhankelijk van de voortgang van transformatie van het gebied. In het Stedenbouwkundig Plan voor het Centrumplein zijn uitgangspunten zo concreet mogelijk opgenomen. Het is voor dit gebied uitgewerkt wat voor type gebied hier gerealiseerd moet worden, welk programma – binnen bandbreedtes – hier wenselijk is en hoe groot en groen de openbare ruimte moet worden en welk gebruik hier plaatsvindt. Na vaststelling van het Stedenbouwkundig plan worden zowel gebouwen als openbare ruimte stapsgewijs verder ontworpen en uitgewerkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14840297/1