CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Massastudie Slangen en Koenis.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 9 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Tussenrapportage haalbaarheidsstudie nieuwe Sporthallen Zuid (ZD2021-016658)13.063 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wanneer de extra vrije hoogte in de kelder wordt losgelaten en de hele kelder een vrije hoogte van 3m krijgt, kan de kelderbak deels minder diep worden uitgevoerd. Het split level van de begane grond (om aan te sluiten op het maaiveld) wordt dan ook toegepast in de kelder.

De meest eenvoudige optie is om geen split level toe te passen, zowel op de begane grond als in de kelder. De begane grond sluit aan de oostzijde aan op het maaiveld (+ 2.0m) en aan de oostzijde kan een trappenpartij met een bordes voor het terras van de horeca voor aansluiting zorgen naar het lager gelegen fietspad. Wat betreft het budget is deze optie de meest voordelige aangezien de kosten die worden gemaakt om het hoogteverschil in het landschap te overbruggen, nu ook vallen onder het budget van het landschapsontwerp. Bij de andere twee opties wordt het probleem van de hoogteverschillen opgelost in het gebouw, waardoor het ook terug komt in het budget van het gebouw.

Sporthallen Zuid 54

03. potenties kelder.

variant 4 zalen 128 -> +3 parkeerplaatsen -1 variant 3 zalen 139 -> +19 parkeerplaatsen

+ extra laag kelderbak

variant 2 zalen

-2

160 -> +13 parkeerplaatsen

04. kelderbak verdiepen

05. inrit verplaatsen

Om meer parkeerplaatsen te creëren kan er worden overwogen om een extra verdieping aan de kelderbak toe te voegen. Naast de gevraagde aantal parkeerplaatsen kan er dan ook voldoende ruimte worden gecreëerd voor de fietsenstalling en techniekruimte (inclusief waterbuffer).

Om een efficiëntere indeling van de kelder te maken kan de inrit in de zone tussen het gebouw en de A10 worden geplaatst. De kelder kan dan volledig worden ingedeeld met parkeerplaatsen. Vooral voor de variant met 3 zalen en de variant met 2 zalen op een verdieping levert dit significant meer parkeerplaatsen op.

Sporthallen Zuid 55

03. potenties dak.

stedenbouw

constructie/programma

installaties

ecologisch

activering van dak t.b.v. buitensport

minimale belasting op grote overspanningen

benodigde ruimte installaties en evt. opwekking van duurzame energie

groendaken en wateropvang

mogelijkheden voor beschikbaar dakoppervlak

ontmoetingsplek met speeltoestellen

overkapping lager gelegen daken

buitensportfaciliteiten zoals een skatepark (niet inbegrepen in budget)

opwekking duurzame energie met waterberging en/of groendak

groendak met waterberging Sporthallen Zuid 56

04. samenvatting ABT.

04. samenvatting ABT algemeen In deze haalbaarheidsstudie is gekeken naar de haalbaarheid voor het bouwtechnisch ontwerp voor de nieuwbouw van Sporthallen Zuid te Amsterdam op gebouwmassaniveau. Hiervoor zijn een drietal modelvarianten samen met Slangen+Koenis architecten ontwikkeld waarbij voor de modelvarianten wordt uit gegaan van 2 sporthallen per laag, 3 sporthallen per laag of 4 sporthallen per laag. Deze modellen gaan allen uit van een compact gebouw met gestapelde sportvoorzieningen met grote vrije overspanningen met bijbehorende faciliteiten en een verdiepte ondergrondse parking. Het doel van deze studie is om vanuit bouwtechnisch perspectief een aantal ruimtelijk functionele modellen te ontwikkelen voor de functiestapeling van het sportcomplex, ten behoeve van zowel de technische als financiële haalbaarheid van het plan. Door in een vroegtijdig projectstadium bouwtechnische kennis in te brengen kan dit tijdig worden geïntegreerd in de planvorming. Hierdoor ontstaat er meer zekerheid over de technische beheersbaarheid en de financiële haalbaarheid van het plan. Dit is gebeurd op het niveau gebouwmassa.

De aanpak is er op gericht om in een ontwerpteam voor de cruciale bouwtechnische onderdelen in het ontwerp, als gevolg van de stapeling van functies, bouwtechnisch advies te geven, die kan worden gebruikt als input voor het ontwerp. Hierbij worden mogelijke oplossingen verkend en geanalyseerd ten behoeve van de technische haalbaarheid, om te komen tot bouwstenen voor het ontwerp. Als resultaat van deze studie zien wij de ontwikkeling van een drietal modellen vanuit bouwtechnisch en ruimtelijk functioneel perspectief op gebouwmassaniveau in nauwe samenwerking en afstemming met de architect Slangen+Koenis architecten. De haalbaarheid van de scenario’s kan worden gesplitst in technische haalbaarheid en financiële haalbaarheid. In dit rapport zijn aanbevelingen gedaan en adviezen gegeven hoe met bovenstaande kan worden om gegaan ten gunste van de technische haalbaarheid. In onderstaande paragrafen volgen voor de verschillende disciplines de conclusies en aanbevelingen. De volledige rapportage is als bijlage toegevoegd aan dit document.

Sporthallen Zuid 58

04a. constructie

Technische haalbaarheid constructief ontwerp

Constructief concept onderbouwconstructie:

De stapeling van functies leidt tot een boeiend gebouwensemble voor alle modelvarianten. Tegelijkertijd kan dit tot een hoge mate van complexiteit leiden in het gebouwontwerp. Geadviseerd wordt om voor alle modelvarianten te streven naar een constructief ontwerp met heldere draaglijnen met een rechtstreekse krachtsafdracht voor zo ver mogelijk binnen de opgave. Dit om projectrisico’s op zowel technisch als financieel vlak beheersbaar te houden. In het ontwerp dient rekening te worden gehouden met stijve vloerconstructies met hoge eigenfrequenties in verband met trillingen als gevolg van springende en dansende mensen bij de sportfuncties (eigen frequentie > 5 Hz). Door de grote overspanningen resulteert dit in liggers met een hoge constructiehoogte. Zowel gestapelde als niet gestapelde sportfuncties zullen aan dezelfde stijfheidsals trillingseisen dienen te voldoen. In het geval van een grote overspanningen wordt het moeilijker om aan deze eis te voldoen. (vervormingen gaan tot de 3e macht van de oversapnning, 2 keer zo grote overspanning is 8 keer zo grote vervorming). In de modelvarianten is gewerkt met een tussenlaag als overgangsconstructie waarin ondergeschikte ruimtes zijn ondergebracht. Door een zoektocht kan de meest optimale configuratie van de stapeling worden verkend en geoptimaliseerd rekening houdend met de vrijheden te verkennen in de randvoorwaarden (p.v.e.).

--

Constructief ontwerp:

---

Heldere opzet draagconstructie met rechtstreekse krachtsafdracht om wille van beheersbaarheid complexiteit van de opgave; Gebruik maken van tussenlagen met ondersteunende functies door het inpassen van verdiepingshoge liggers voor reductie en efficiënt gebruik van de gebouwhoogte;

--

Constructief concept bovenbouwconstructie:

--

---

--

Ter plaatse gestorte betonnen keldervloer en wanden d=300mm; Prefab betonskelet (relatief zwaar belast door bovenbouw) met kanaalplaatvloeren;

Vanuit kostenoogpunt heeft toepassing van kanaalplaatvloeren sterk de voorkeur. Hiermee is een maximale vloeroverspanning van 12,2m haalbaar voor de sportvloeren met trillingscriterium van 5Hz. Geen mogelijkheid tot het instorten van leidingen; Opzet met stalen vakwerkspanten is constructief haalbaar. Ritmes van beukmaten kunnen variëren. Aandachtspunt is te grote vloeroverspanningen (zie boven) Alternatieve constructieopzet is draagstructuur met betonnen wandliggers;

Fundering en bouwkuip:

Vanuit het oogpunt van kostenbeheersing streven naar een concept van lichte stalen damwand met ontlastsleuf en steunberm. Het maken van een extra diepe parkeerkelder dan wel het maken van een extra laag parkeren op -2 draagt bij aan het vergroten van het risicoprofiel en daarmee de kosten van het gebouw. Belangrijke kostenaspecten zijn: -- Aanlegniveau keldervloer: hoe hoger het aanlegniveau hoe gunstiger (ankerrij voorkomen); -- Afstand tot belendingen: het risicoprofiel neemt toe hoe dichter nabij belendingen. Aan de zijde van Tripolis rekening houden met het bestaande kantorenpark. Dit geldt ook voor de steunberm voor de nog te realiseren oprit van de A10. Om interactie hiermee te voorkomen is het aanbevelenswaardig i.v.m. afstemmingsprocedure Rijkswaterstaat om voldoende afstand te houden tot deze steunberm;

Ruimte op bouwkavel: voor het realiseren van een bouwkuip onder talud is relatief veel ruimte wenselijk op het kavel. Dit voorkomt een verankering met zware uitvoering van de damwand. Advies om dit in een vroegtijdig stadium te onderzoeken;

Aanbevelingen en opmerkingen:

--

------

Afstemming functioneel programma van eisen op inpasbaarheid in constructief ontwerp om onnodige dure specifieke oplossingen te voorkomen voor specifieke sportzalen; (zie rapportage in bijlage voor voorbeelden) Eenheid sporthalafmetingen nastreven voor uniforme inpassing; De dimensies van sportzalen 3 en 4 passen niet goed in de constructieve structuur i.v.m. de afmetingen van de zaal (13,4m breedte > beukmaat 12,2m); De sprintbaan is moeilijk eenvoudig inpasbaar op het dak door haar afmetingen; Tribuneconstructie en capaciteit afstemmen op constructieve mogelijkheden; Onderbouw- en bovenbouwconstructie vroegtijdig op elkaar afstemmen met helder eenduidig grid als basis;

Sporthallen Zuid 59

04b. installatie

Technische haalbaarheid installatietechnisch ontwerp (BENG)

Het PVE bepaalt voor een groot deel de technische invulling voor SHZ. De bezetting in combinatie met de sportfunctie is doorslaggevend voor het ruimtebeslag en het energieverbruik. Het energieverbruik is van belang omdat dit in het bouwbesluit via de BENG en de aangescherpte Amsterdamse BENG een sterke invloed heeft op de bouwfysica, de te gebruiken techniek, het ruimtebeslag en de kosten. Het blijkt dat de gekozen vorm volgens een van de drie varianten slechts van beperkte invloed is op de techniek en het resultaat van de BENG. Het programma van eisen met daarin de functie en het benodigde oppervlak is doorslaggevend. De modellen hebben ieder een andere verschijningsvorm met andere mogelijkheden tot integratie van de techniek. Het verschil tussen de modellen ontstaat door de positionering van de functies en de relatie met de techniek die bij die functie hoort. De modellen met voldoende ruimte op kelderniveau, een heldere infrastructuur en voldoende opstellingsruimte voor de techniek op de verdiepingen zullen in een verdere uitwerking tot een beter resultaat leiden. Ten aanzien van duurzaamheid zijn verlichting en opwekking van warmtapwater de leidende technische componenten. Met de relatief compacte modellen is daarmee ook goed te voldoen aan de bouwbesluit eisen. De aangescherpte eisen, Amsterdamse BENG, zijn te realiseren met extra PV op het dak en eventueel aan de gevel.

Sporthallen Zuid 60

04c. brandveiligheid

Technische haalbaarheid brand

Gezien de omvang en de opzet van het gebouw is een brandveiligheidsconcept met een sprinklerinstallatie een logisch uitgangspunt. Dit concept biedt meerdere voordelen ten aanzien van restrisico’s, het ontwerp (on-ingedeelde sportzalen, atrium en parkeergarage) en technische uitvoering (lagere brandwerendheden etc.). Vanwege de hoge bezetting van personen is het vluchtprincipe gebaseerd op horizontale ontruiming naar een naastgelegen veilige ruimte (trappenhuis of ander compartiment) die vervolgens via de trappenhuizen naar buiten leiden. Van belang is dat voldoende vluchtwegen beschikbaar zijn. Op basis van de vereiste trapbreedte en een effectieve indeling van de plattegrond zijn circa 5 trappenhuizen noodzakelijk. In de ontwerpvariant met 2 hallen per verdieping betekent dit dat vanuit het centrale atrium ook via de zalen moet kunnen worden gevlucht. In de compactere varianten (3 en 4 hallen per verdieping) is dit niet geval maar betekent dit wel dat vluchttrappenhuizen vanuit meerdere kanten bereikbaar moeten zijn.

Ten aanzien de dimensionering van vluchtwegen is de piekbezetting in het gebouw van bepalend. Vanwege een hogere piekbelasting in de compactere varianten (3 en 4) is de vereiste opvangcapaciteit en de vereiste trapbreedte het hoogst. De dimensionering van de vluchtwegen is echter ruimte technisch in alle ontwerpen haalbaar. Ook in het geval van hoge piekbelastingen (bv. alle zalen gelijktijdig in gebruik). Ten aanzien van externe veiligheid ligt het gebouw in de buurt van een plasbrandaandachtsgebied van de snelweg A10. Daarom is het van belang dat het gebouw buiten de 30 meter contour van de buitenste hoofdrijbaan is gelegen. Indien dit stedenbouwkundig niet haalbaar of wenselijk is, dient rekening gehouden te worden met de effecten van een plasbrand. Om deze risico’s te verkleinen zijn kostenverhogende maatregelen in de gevel noodzakelijk zoals onbrandbare en brandwerende gevels. Op dit moment is er geen stedenbouwkundige plattegrond beschikbaar waar alle rijbanen op staan. Het is dus niet met zekerheid te zeggen op welke afstand het kavel is gelegen. Op basis van een doorsnede/profiel tekening van de snelweg lijkt het kavel echter buiten de 30 meter contour te vallen. In de raming is daarom op dit moment ook geen rekening gehouden met een brandwerende en onbrandbare zuidgevel.

Sporthallen Zuid 61

05. bevindingen & advies

05a. bevindingen & advies. variant 4 hallen per laag

stedenbouw

constructie / installatie / brandveiligheid

--

de footprint van het gebouw ligt binnen het kavel, maar de projectie van de gebouwvorm niet. de gebouwvorm die volgt uit de stapeling van de functies is al dynamisch en uitgesproken zonder daar verder aan te hebben ontworpen het overstek creëert een beschutte plek voor het terras van de horeca

--

deze variant is met haar 6 bouwlagen het laagst en sluit daarmee het minst goed aan bij het Tripolis-complex Het gebouw komt met ruim 40m boven de minimaal gestelde 35m (stedenbouwkundig uitgangspunt). In welke mate dit geluid weert zal berekend moeten worden. het overstek steekt uit over het fietspad er is weinig ruimte tussen het sportcentrum en de woonblokken waardoor de promenade versmalt ter plaatse van het sportcentrum

--

---

--

---

programma ---

de indeling met vier zalen op een verdieping geeft veel interactie tussen de verschillende sporters en toeschouwers op de tussenverdieping ontstaat een kruisvormige publieke ruimte die als tribunelandschap tussen de sporthallen ligt

------

-------

---

er is geen ruimte voor een verticale verbinding tussen de verdiepingen zoals een atrium (die wel in de andere twee varianten zit) het aantal zitplaatsen op de tribune van de topsporthal is lager (750) dan het gevraagde aantal uit het p.v.e. (1000) de bergingen van de sporthallen en algemeen bergingen voldoen niet aan de gevraagde oppervlaktes uit het p.v.e.

sportzaal 3 en 4 hebben een afwijkende beukmaat waardoor ze niet goed inpasbaar zijn in de constructieve structuur met kanaalplaten gebouwuitkraging aan zijde Piet Kranenbergpad benodigd lastige inpasbaarheid sprintbaan in hoofddraagconstructie daglichttoetreding onder overstek kritisch grote schacht nodig t.b.v. luchtkanalen door centrale technische ruimte op de vierde verdieping hoge bezettingsgraad en slechts vier trappenhuizen per verdieping eist grotere noodtrappenhuizen

potenties --

--

potentie in concept voor constructieve tussenlaag op slechts 1 verdieping; dit is gunstig vanui het oogpunt maakbaarheid groter bouwplot kan voordelen opleveren in de bouwfase trappenhuizen hoeven minder hoog doorgezet te worden centrale technische ruimte maakt onderhoud en akoestische maatregelen eenvoudiger voldoende ruimte in kelderbak voor technische ruimte meerdere noodtrappenhuizen zijn bereikbaar via het centrale atrium waardoor vluchten via de zalen niet noodzakelijk is de trappenhuizen zijn tot en met de bovenste verdieping boven elkaar gelegen

---

de gebouwvorm zorgt voor een groot dakoppervlak dat op verschillende manieren kan worden geactiveerd, bijvoorbeeld t.b.v. buitensport de gebouwmassa geeft aanleiding om een expressief gebouw te ontwerpen en de verschillende sporten toont aan de omgeving door de grote verdiepingsvloeren komen veel sporten met elkaar in contact, zowel op topsportniveau, amateurniveau en sportonderwijs, wat inspireert en motiveert Sporthallen Zuid 63

05a. bevindingen & advies. variant 3 hallen per laag

stedenbouw

constructie / installatie / brandveiligheid

---

----

--

de footprint van het gebouw valt binnen het kavel de sprintbaan ligt op een prominente plek parallel aan de A10 de westgevel ligt in lijn met de woonblokken

------

de tektoniek in de gevel kan niet worden gecreëerd door een groot diepteverschil in de gevel vanwege de beperkte ruimte op het kavel weinig ruimte tussen het sportcentrum en de woonblokken het volume is volledig uitgevuld, er zijn weinig inkepingen, uitstulpingen of dynamiek in de massa vanwege de volledige opvulling van het kavel is er geen ruimte om de hellingbaan van de parkeergarage buiten het gebouw te plaatsen, waardoor er ruimte verloren gaat op de begane grond

----

voldoende technische ruimten door decentrale installaties heldere opzet draagstructuur meerdere noodtrappenhuizen zijn bereikbaar via het centrale atrium waardoor vluchten via de zalen niet noodzakelijk is de trappenhuizen zijn tot en met de bovenste verdieping boven elkaar gelegen

lastige inpasbaarheid sprintbaan in hoofddraagconstructie sportzaal 3 en 4 hebben een afwijkende beukmaat waardoor ze niet goed inpasbaar zijn in de constructieve structuur met kanaalplaten infrastructuur voor techniek lastiger te combineren met overige infrastructuur zoals trappen en liften

programma

potenties

--

--

---

--

--

een beperkt atrium geeft ruimte voor verticale ontsluiting en interactie tussen de verschillende verdiepingen de indeling met 3 zalen op een verdieping maakt interactie mogelijk tussen sporters het gebouw heeft een duidelijke indeling: op de 1e verdieping liggen de breedtesporthallen en twee sportzalen; op de 3e verdieping liggen de overige sportzalen; op de 4e verdieping liggen de topsporthallen en op de 7e verdieping de sprintbaan. als gevolg van het plaatsen van de drie topsporthallen op dezelfde verdieping zijn alle hebben alle topsporthallen een vrije hoogte van 9m.

---

de gebouwmassa kan gevormd worden tot een interessant volume door een deel van de massa op te knippen en te verdraaien waardoor het atrium een prominentere rol kan spelen in de gevel en het volume minder log oogt tektoniek in vlakke gevel kan bereikt worden door te spelen met vlakken en materialen het atrium met de verticale verkeersontsluiting brengt lucht in het gebouw en verbindt de verdiepingen visueel

het atrium is te beperkt om hier ook sociale plekken in te ontwerpen, het is puur voor de verticale ontsluiting Sporthallen Zuid 64

05a. bevindingen & advies. variant 2 hallen per laag

stedenbouw

constructie / installatie / brandveiligheid

---

----

---

---

het gebouw valt ruim binnen het kavel de sprintbaan ligt op een prominente plek parallel aan de A10 de hoge gebouwmassa sluit aan bij het Tripolis complex en fungeert zo als geluidsbarrière voor de A10 deze variant houdt het meeste afstand van de woonblokken waardoor een brede promenade ontstaat

de hoge gebouwmassa van het sportcentrum staat in contrast met de lagere woonblokken en de kleinschaligheid van het fietspad aan het Piet Kranenbergpad deze variant heeft de kleinste footprint waardoor de sprintbaan het verst buiten het gebouw steekt

---

-----

programma

----

--

--

--

----

een groot atrium centraal tussen de sporthallen zorgt voor verticale verbindingen en heeft voldoende ruimte voor sociale plekken heldere indeling van het gebouw

met maar 2 sporthallen per verdieping is er minder interactie tussen sporters er zit een overmaat in de tussenlagen, hier zou extra programma aan kunnen worden toegevoegd sporters en toeschouwers moeten veel verdiepingen omhoog worden getransporteerd om bij de bovenste sporthallen te komen (waaronder topsporthal 3 met de tribune voor 1000 toeschouwers)

voldoende technische ruimten door decentrale installaties heldere opzet draagstructuur sportzaal 3 en 4 hebben een afwijkende beukmaat en zijn in dit concept het meest eenvoudig inpasbaar overzichtelijke structuur met korte lijnen waardoor een eenvoudige techniek met weinig infrastructuur mogelijk is kleinere noodtrappenhuizen mogelijk door lagere bezettingsgraad per verdieping

dojo’s steken uit gebouwmassa veel tussenlagen in de constructie lastige inpasbaarheid sprintbaan in hoofddraagconstructie door hogere stapeling meer voorzieningen benodigd t.b.v. bouwveiligheid in uitvoeringsfase en meer hijsbewegingen kleine kelderbak om alle techniek te plaatsen techniek is verspreid door het hele gebouw op diverse verdiepingen slechts één noodtrappenhuis bereikbaar via het centrale atrium waardoor vluchten via de zalen noodzakelijk is de trappenhuizen lopen niet structureel door naar de bovenste verdieping

potenties ----

het hoge gebouwvolume kan een landmark worden langs de A10 en het Piet Kranenbergpad en sluit daarbij aan bij het Tripolis complex de kleinere footprint zorgt voor meer ruimte op het kavel waardoor er met diepte kan worden gespeeld in de gevel het grote atrium heeft de potentie om meer dan een verkeersruimte te zijn met ruimte voor sociale plekken en wordt zo het centrale en verbindende hart van het gebouw

Sporthallen Zuid 65

05b. bevindingen horeca. review horeca advies 4Msupport

In het rapport van 4Msupport zijn een aantal uitgangspunten genoemd waar het vaste horecapunt aan zou moeten voldoen. Een groot aantal van deze punten komt overeen met de uitgangspunten van S+K die ook zijn verwerkt in de variantenstudie. Dit gaat bijvoorbeeld over de open, uitnodigende en laagdrempelige structuur, de opbouw en indeling van het volledig zelfstandig opererend verkooppunt met ondersteunende functies en de beschikbaarheid van het verblijfsgedeelte indien de horeca gesloten is.

Het punt waar het op verschilt is het uitgangspunt dat de horeca op gelijk niveau van de breedtesporthallen èn de vergaderruimten moet liggen. Het rapport gaat uit van een commerciele invulling op de begane grond met de horeca op de 1e verdieping. In het huidige p.v.e. is er een beperkt hoeveelheid m² als commerciele programma voorzien (SMC). In de S+K varianten richt de horeca zich, naast de gebruikers van het sportgebouw, ook naar buiten met de mogelijkheid voor een buitenterras en de horeca op de begane grond aan de gevel. De plint van het gebouw krijgt

Om beide opties open te houden is hieronder gekeken wat de inpasbaarheid van het horecaconcept van 4Msupport op de drie varianten is en wat het doet met de interne infrastructuur.

BVO: 3625m²

BVO: 500m²

BVO: 700m²

berging sporthal 1+2

topsporthal 2 (2 zaaldelen)

daarmee aan meerdere zijden een commerciële functie en heeft zo meer interactie met de omgeving.

sporthal 1

sporthal 2 (2 zaaldelen)

berging sporthal 1

werkkast

SPORTZAAL 1 berging breedtesporthal 1 zaaldeel 2+3

SPORTZAAL 1

SPORTZAAL 2 TOPSPORTHAL 1

berging topsporthal 1

berging breedtesporthal 1

BREEDTESPORTHAL 1

berging breedtesporthal 1

wedstrijdleidingruimte

werkkast

berging breedtesporthal 1 zaaldeel 1

berging breedtesporthal 1 zaaldeel 2

berging topsporthal 2

berging breedtesporthal 1 zaaldeel 3

berging breedtesporthal 1 zaaldeel 1

berging breedtesporthal 2 zaaldeel 1

werkkast

berging breedtesporthal 2 zaaldeel 2+3

wedstrijdleidingruimte

wedstrijdleidingruimte

berging TA/TeamNL

BREEDTESPORTHAL 1

wedstrijdleidingruimte

topsporthal 1 (2 zaaldelen)

wedstrijdleidingruimte

berging rolstoelen

TOPSPORTHAL 2

SPORTZAAL 2

breedtesporthal 1 (3 zaaldelen)

werkkast

berging TA/TeamNL

TOPSPORTHAL 2

BREEDTESPORTHAL 2

BREEDTESPORTHAL 1

berging sporthal 2

werkkast

berging topsporthal 1

onderwerp plattegrond 1e

breedtesporthal

huidige horeca

fase SO

datum 2021.04.30

4e verdieping 19000+ BVO: 3605m²

1e verdieping 7000+ BVO: 4800m²

1e verdieping 7000+ BVO: 6060m²

onderwerp plattegrond 1e

schaal 1:350

mogelijke horeca

breedtesporthal

huidige horeca

fase SO

datum 2021.04.30

schaal 1:350

mogelijke horeca

onderwerp plattegrond 4e

breedtesporthal

huidige horeca

fase SO

datum 2021.04.30

schaal 1:350

mogelijke horeca

01. variant 4 hallen inpasbaarheid concept

02. variant 3 hallen inpasbaarheid concept

03. variant 2 hallen inpasbaarheid concept

De plattegrond van de variant met vier sporthallen op één verdieping geeft weer wat de uitdaging is bij deze variant: de verdiepingen met sporthallen en sportzalen zitten vol. Op deze verdiepingen is net voldoende ruimte voor verkeersruimte en bergingen, een horecariumte is niet inpasbaar. Daarnaast liggen de twee breedtesporthallen in deze variant op verschillende verdiepingen, waardoor één centrale horeca bij de breedtesporthallen niet mogelijk is.

Ook bij de variant met drie sporthallen op één verdieping is het niet eenvoudig om de horeca te verplaatsen naar de verdieping waar de breedtesporthallen liggen. Wel is bij deze variant het voordeel dat de breedtesporthallen op dezelfde verdieping liggen. Hierdoor kan er een centraal horecapunt gecreeërd worden in de tussenlaag boven de breedtesporthallen met zicht op de sporters. Zoals bij variant 4 hallen zal een deel van de programma van de tussenlaag en de begane grond moeten worden uitgewisseld.

Bij de variant met twee sporthallen per verdieping is er een mogelijkheid om het horecaconcept van 4Msupport toe te passen in de ruimte van de centrale atrium. Echter liggen de breedtesporthallen in dit model op hogere gelegen verdiepingen waardoor de horeca ook hoger in het gebouw gesitueerd zou worden.

Een mogelijkheid is om op de tussenlagen de horeca te plaatsen. Hierdoor zal de horeca nabij een groot aantal sporthallen zijn, echter wel op de 4e verdieping. Hiervoor zal een deel van het programma nu voorzien op de tussenlaag naar de begane grond moeten verplaatsen.

Bij alle varianten ontstaat door het positioneren van de horeca nabij de breedtesporthallen een aantal aandachtspunten; - afstand tot entree met de horeca op relatief hogere verdiepingen, - zeer beperkt relatie naar de omgeving - afstand in het gebouw tussen aanvoer goederen tot horeca en bijbehorende keukens en magazijnen

Sporthallen Zuid 66

05c. bevindingen bvo / nvo. vergelijking bvo / nvo verhouding

Als aanvulling op de ruimtestaat die is toegevoegd in de bijlage is een vergelijking gemaakt met twee projecten. Het Sportcomplex De Beuk kan als uitgangspunt worden genomen als “standard” grotere sportcentrum. Het Indoor Sportcentrum in Leiden is een gestapelde sporthal en daarom interessant om te vergelijken.

Bij de onderstaande verhoudingen hebben we de NVO’s van de functionele ruimten vergeleken met de resulterende BVO. Dit is gedaan omdat het p.v.e. is opgesteld o.b.v. functionele ruimten met een % voor verkeersruimten. In de studie is naar voren gekomen dat de hoge mate van stappeling een aanzienlijk verhoging vraagt aan verkeersruimten t.o.v. een standard sportcomplex. In De Beuk en het ISC Leiden zit deze factor op circa 25%. Voor het SHZ varianten zie je dat dit oploopt naar 7485%!

Het is goed om te realiseren dat het stapelen van sporthallen meer complexiteit met zich mee brengt dan in eerste instantie lijkt. Als het gebouw efficiënt is wat betreft bvo’s, zal het een complexere constructie/vorm hebben wat leidt tot een hoge vierkante meter prijs (zoals de variant met 4 sporthallen). Andersom kan het startpunt een efficiënt systeem zijn met een lagere vierkante meter prijs, maar resulteert dit in extra vierkante meters bvo (zoals de variant met 2 sporthallen).

01. Sportcomplex De Beuk Purmerend

02. Indoor Sport Centrum Leiden

03. massastudie sportcomplex Amsterdam Zuid

gelijkvloers sportcomplex met twee sporthallen, turnhal, horeca en ondersteunende functies.

gestapeld sportcomplex met een topsporthal met tribune voor 2000 toeschouwers, een breedtesporthal, horeca, multifunctionele ruimten voor o.a. onderwijs, SMC en ondersteunende functies.

sportgebouw met 5 sporthallen, 7 sportzalen, horeca, leslokalen onderwijs, SMC, ondersteunende faciliteiten voor topsport en kantoren met vergaderzalen.

bvo/nvo: 1,26

bvo/nvo: 1,25

bvo/nvo variant 4 sporthallen: 1,66 bvo/nvo variant 3 sporthallen: 1,69 bvo/nvo variant 2 sporthallen: 1,73

Sporthallen Zuid 67

overzicht bijlagen. 01. ruimtestaat 02. bouwtechnisch rapport ABT 03. kostenraming BBN

Sporthallen Zuid 69

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11092707/1