Bijlage 3. DNA Kbuurt A4 4Kraaien (dv)(1)
Tekst van het document
MEERVOUDIG PERSPECTIEF : 4KRAAIEN WOUTER POCORNIE
K-MIDDEN /F
AUTEUR
HET DNA VAN DE K-BUURT
COLOFON
K-MIDDEN (F) HET DNA VAN DE K-BUURT Wouter Pocornie | 26H/Bijlmer Believers 3.0 info@26H.eu wpocornie@bijlm3r.amsterdam bijlm3r.amsterdam Met dank aan Gemeente Amsterdam (G&O/R&D/Stadsdeel Zuidoost); Hart voor de K-buurt; de betrokkenen, (oud-)bewoners; ondernemers; vrijwilligers; en jongeren uit Zuidoost. IN OPDRACHT VAN Gemeente Amsterdam (G&O) | Hart voor de K-buurt www.amsterdam.nl | 1104enzo.nl VERSIE UPDATE
2
2020 Q1 08-08-2021
VERSIE: 2019 Q4
08-08-2021
DNA (F) K-BUURT
VOORWOORD
VOORWOORD VAN DE AUTEUR Het DNA van de K-buurt helpen definiëren is een mooie opgave, en een nodige. Het is mooi omdat de buurt in de voorhoede staat van een nieuwe Amsterdamse aanpak in stadsontwikkeling waar meer zeggenschap en betrokkenheid ligt bij lokale gemeenschappen. Het is nodig omdat er zoveel mensen, jong en oud, van binnen en buiten, vrijwillig en professioneel, met Zuidoost bezig zijn. De kennis over de buurten, verhaald uit de buurten, kunnen significant bijdragen aan projecten en programma’s. Het is een type opgave wat aandacht vraagt op detailniveau. Het gaat over identiteit/identificatie. Het is riskant en wellicht controversieel maar door hier stappen in te zetten kunnen taboes worden doorbroken, miscommunicatie worden aangekaart, sensationele verhaallijnen worden ontkracht, en overig ruis kan worden opgeklaard. Het dient richtlijnen en houvast te geven voor het gehele proces in de stedelijke opgave van K-Midden. Het inkaderen van elementen in ‘DNA’ vereist een analyse vanuit verschillende bronnen waaruit de betrokkenen/ doelgroepen uiteindelijk herkennen dat dit gaat over hun buurt.
Met dank aan: Gemeente Amsterdam (G&O/R&D/Stadsdeel Zuidoost); Hart voor de K-buurt; de betrokkenen, (oud-)bewoners; ondernemers; vrijwilligers; en jongeren uit Zuidoost.
Wouter Pocornie, 26H Januari 2020
26H; HART VOOR DE K-BUURT; GEMEENTE AMSTERDAM
INHOUD
Voorwoord
3
Colofon
2
Introductie
4
DNA als metafoor
6
meervoudig perspectief karakter en plek inhoudelijke groei kracht, kans, karakter, en kwaliteit
6 6 7 7
Ruimtelijk/stedelijk Ruimtelijk/architectonisch Ecologisch Religieus Economisch Politiek Cultuur/semiotiek Cultuur/sociaal Wonen
8 10 12 14 16 18 20 22 24
Infographic DNA K-buurt Het DNA van de k-buurt
26 28
Full Circle (1) Karaktereigenschap: Vier kraaien Positionering: Amsterdams? Karakter van een tegenbeweging
Kaart van de K-buurt
28 28 28 29 30
Aanbevelingen
32
Ruimtelijk/stedelijk Ruimtelijk/architectonisch Ecologisch Religieus Economisch Politiek Cultuur/semiotiek Cultuur/sociaal Wonen
32 33 34 35 36 37 38 39 40
WWW.BIT.LY/KMIDDENCOCREATIE
3
K-buurt proces: K-midden (zoom-in)
INTRODUCTIE
bron: Hart voor de K-buurt www.bit.ly/kbuurtproces V Leren voor de Stad:algemene proces observaties en doorzetten leermomenten
Het DNA van de K-buurt is een bouwsteen (F) dat een onderdeel vormt voor een alternatief in plan-/
L Just City Index > gebiedsplan make
procesvorming voor de stedelijk ontwikkeling van
K-Midden (Kraaiennest/K-buurt).
C Uitgangspunten (Menno vd veen) met medenemen aanbeveligen HvA en UvA
B Bestuurslijk / SDC akkoord voor vervolgproces
C Afspraken Deel A
INVULLING OPGAVE Het DNA dient te worden gezien als metafoor voor een kern binnen identiteitsvorming. De invulling is net anders dan een ruimtelijke- of een historische analyse. Het is een analyse naar lokale patronen en tendensen die iets zeggen over de collectieve geest en invulling/gebruik van ruimte. Het kan worden geïnterpreteerd in een model. Deze volgt een ordening naar kracht, kans, karakter en kwaliteit. Het is de taak om het werk te concentreren op bijzondere en uitzonderlijke kwaliteiten/karaktereigenschappen van de K-buurt. Hieruit volgen proposities die helpen om de oorsprong van het karakter en de kracht in te kaderen.
A Verkenningsronde over proces en afspraken
AANLEIDING OPGAVE Na de participatiestaking zijn er verschillende nieuwe processen gestart. De vraag om meer input en diepgang vanuit de buurt in te brengen is vertaald in een proces. Het DNA is hierin een bouwblow (F). Het vertrekpunt voor deze opgave is dat betrokkenen zich kunnen vinden in een analyse over de K-buurt die richting geeft aan de ruimtelijke ontwikkeling. Het bouwblok vormt hiervoor een fundament.
D Bestaande info, wat weten we al ● Review en extractie, deelbaar met de buurt maken ● en eerste opzet plan op basis daarvan E Ophalen extra info Robbert Doelwijt Henk vd Belt Jenny van Dalen Marjo visser Kantershof Openwerken Metrostation Sturingsinstrumentarium Algemene open sessie
● ● ● ● ● ● ●
F DNA DNAvan VAN DE K-BUURT F de K-buurt kracht, ● ● Kracht ● ● Karakter kans; ● ● Kansen karakter; ● kwaliteit. G Tijdelijke invullingen vooraf aan finale bouw ● experimenteer ● Ontwikkelbuurt kansen
M Presentaties aan oa toetsings commissies / directies, wooncorp’s etc
De keuze voor deze invulling legt de nadruk op een benadering: een stellingname over identiteit. Daarmee zullen niet alle wensen van alle betrokkenen in volledigheid of naar tevredenheid worden vervuld. Het is een stellingname die niet absoluut is. Het dient juist flexibel genoeg te zijn om te kunnen evolueren in overzicht, diepgang en complexiteit.
N Deep Democracy (minderheidsbelangen meeneme O Bewoners kernen
P Stak Panel
R Buurt communicatie herstarter: uitlaatkl PROCES K-MIDDEN Het alternatieve proces wordt gecoördineerd door een S Buurt gemeente samenwerking tussen de gemeente en deenHart voor communicatie KbuurtTV, bewoners brieven, Kbuurtuurtje e de K-buurt. In deze vorm werken de gemeente enin de Bewonerskernen kracht, Media Zuidoost, Het DNA voorschrijft aandachtspunten die in toekomstige buurt samen. Naast het bouwblok DNA (F) lopen parallel projecten en programma’s op de voorgrond zullen treden. andere projecten die Took bouwblokken vormen projectmanagement die deze Resource pool en algemene opze OOK:vertrouwenspersoon Het doel is dat dit werk wordt meegenomen in toekomstige samenwerking invullen. In bouwblokken D voor en Eproces wordttussen buurt en gem OOK: capability development buurtbewoners stedelijke ontwikkelingen. Stakeholders; de gemeente, informatie opgehaald uit eerdere plannen en (buurt) de buurt, ontwikkelaars en nieuwkomers (bewoners/ initiatieven. In bouwblok G ligt de focus op strategievorming/ U Maak t ook v comité www.bit.ly/kbuurtproces ondernemers), kunnen hiermee voortbouwen op de lokale tactieken voor Tijdelijkheid. kracht en het karakter, en daarmee corresponderend met het DNA van de K-buurt.
In deze opgave zijn centrale vragen: Deze drie bouwblokken, parallel aan het bouwblok • Wat is het DNA van de K-buurt? DNA leveren proposities en aanbevelingen voor de • Welke aanbevelingen kunnen worden herleid uit ontwikkelstrategie en een nieuw Stedenbouwkundig Plan. de analyse voor het Stedenbouwkundig Plan/ ontwikkelstrategie?
4
VERSIE: 2019 Q4
08-08-2021
DNA (F) K-BUURT
voor bredere delen met de stad
en / meten / volgen implicaties invoegen
De aanbevelingen zijn (deel)conclusies. Hier kan een breed team feedback en input aan bijdragen. Het is een flexibel product omdat de invulling dynamisch is.
J Uitwerkingen in eindbeelden
Dit document levert richting en inzicht aan overige blokken
I Concept Stedenbouwkundig plan (SP) H Ontwikkelstrategie Kbuurt (kader : ontwikkelbuurt K-buurt )
K Vaststellen SP (zoals Ontwikkelstrategie). De dynamische invulling wordt en investeringen Bestemmingsplan
gedeeld op een transparante werkwijze: Tender Digitaal via Google Drive; www.bit.ly/kmiddencocreatie • Fysiek: in overleg op locaties in de K-buurt en bij Bouw/realisatie faciliteiten van de Gemeente/Stadsdeel
●
interne toetsing • bij gemeente
●
Pitch meerwaarde / kosten bij gemeenteraad
C:Afspraken Deel B ●
BuurtbetrokkenVrijgave SP voor heid en invloed LEESWIJZER BOEKWERK inspraak borgen
•
De kern van dit document is samengevat in een CPO? infographic (blz. 26-27) en in tekst (blz. 28-29). De etc introductie en beschrijving van DNA (blz. 4-7) geven de nodige achtergrondinformatie.
•
De inhoud is onderverdeeld in twee delen. Het eerste gedeelte (blz. 8 t/m 26) spitst zich toe op betrokkenen/geïnteresseerden die het verhaal en de gedachtevorming achter de aanbevelingen/proposities willen lezen. Hier zijn verschillende perspectieven uiteengezet en de aanbevelingen zijn aan het einde per onderdeel opgesomd. Het tweede gedeelte (blz. 30 t/m 38) spitst zich toe op stadsmakers en ambtenaren als lezers. Hierin zijn de aanbevelingen meer analytisch geformuleerd en gericht op een korte samenvatting beschreven vanuit de aanbevelingen.
en/Borgen)
keholder
Q Buurt solidariteit sessies historie etc
•
lep, vangnet, antenne AANBEVELINGEN VOOR STADSONTWIKKELING
De aanbevelingen vormen een brug tussen de K-buurt (actiegroepen) en Ruimte & Duurzaamheid/Grond & en buurtberaad, TamTam, Social Media, Ontwikkeling (stedenbouw van de Gemeente Amsterdam), Etalage Bontekraai, vertalers met aandachtspunten voor: • Planvorming; ontwikkelstrategie; et meente • Pandocumenten zoals het Stedenbouwkundig Plan (SP); Bestemmingsplan (BP); Beeldkwaliteitsplan (BKP); uiteindelijke Bouwenveloppen (BE) en Tenders; vooral Leuk • Thematiek/onderwerpen in samenwerking/participatie; • Programmering: proposities voor invulling en nuance voor openbare ruimte, voorzieningen/faciliteiten; • Stakeholders: doelgroepen en partijen/ belanghebbenden.
26H; HART VOOR DE K-BUURT; GEMEENTE AMSTERDAM
WWW.BIT.LY/KMIDDENCOCREATIE
5
Meervoudig perspectief
DNA ALS METAFOOR
Meerdere perspectieven, naast stedenbouwkundig en sociaal (vraag), zijn toegevoegd om bevindingen en complexiteit te kunnen benoemen en in te kaderen. Samen geven de aanbevelingen/ proposities een invulling en orde via een 4K-model: ‘kracht, kans, karakter en kwaliteit’.
‘DNA’ is een metafoor voor het et element, of een serie aan elementen, dat grotendeels voorschrijft wat-en-hoe toekomstige ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Het DNA van de buurt bevat informatie, een karakter/persoonlijkheid, dat in verschillende aspecten tot uiting zal komen. Een serie van elementen vormt een alfabet (taal). Het verhaalt de K-buurt in fysieke en in gemeenschappelijke zin. MEERVOUDIG PERSPECTIEF De stedelijke opgave vraagt om een integrale aanpak. Het sociale domein is gekoppeld aan het fysieke domein. De DNA-opgave reflecteert een integrale aanpak. Het DNA in stedenbouw gaat bijvoorbeeld over hoe de infrastructuur bouwvoorschriften en kavelregels voorschrijft. De vraag vanuit Hart voor de K-buurt was juist om de opgave vanuit een sociale lens te zien. Om hier gehoor aan te geven maar daarnaast ook de complexiteit vanuit andere perspectieven te integreren is er gekozen voor een meervoudig perspectief: Een pluraliteit van beschouwende perspectieven wat samen het DNA van de buurt opmaakt. De volgende perspectieven helpen het project om het de juiste diepgang te geven en te lokaliseren op verschillende schaalniveaus: • • • • • • • • •
Ruimtelijk / Stedelijk Ruimtelijk / Architectonisch Ecologisch Religieus Economisch Politiek Cultuur / Semiotiek Cultuur / Sociaal Wonen
De perspectieven dekken grotendeels de onderwerpen die veel naar voren komen tijdens gesprekken. Hier is nu een invulling aan gegeven maar het balans en de totaliteit is flexibel. Gevraagde feedback: • Welke perspectief weegt zwaarder? Met andere woorden: kunnen de perspectieven ten opzichte van elkaar in een hiërarchie worden geplaatst? • Welk onderwerp zit nog meer geworteld in Zuidoost/Kbuurt en vanuit welk (nieuw/alternatief ) perspectief is dat onderwerp het beste te begrijpen? 6
VERSIE: 2019 Q4
KARAKTER EN PLEK In essentie geeft een analyse van het DNA van de K-buurt een benadering en omschrijving van een karakter. Het identificeert een gevoel, een persoonlijkheid van de buurt. Deze veelal immateriële opvattingen hoeven dus niet meteen een ruimtelijke behoefte te definiëren. Het gaat er vooral om dat het een stijl/gevoel wordt benoemd die lokale bewoners en overige betrokkenen herkennen in/van de buurt. Het zijn kenmerken die in toekomstige stedelijke ontwikkelingen zou moeten worden meegenomen, beschermd, of zelfs mag worden versterkt/verminderd. Plek refereert naar lokale plaats (vernacular); het is de connotatie (culturele, lokale opvatting) over een specifieke ruimte. Veel aspecten van het DNA zijn toepasselijk op een grotere schaal (Bijlmer; Zuidoost). Het is niet de bedoeling om deze aspecten plaatselijk te maken door uitsluitend 08-08-2021
DNA (F) K-BUURT
KRACHT, KANS, KARAKTER, EN KWALITEIT Elke perspectief krijgt een (voorlopige) conclusie in de vorm van een aanbeveling/propositie. Deze wordt t.b.v. overzicht onderverdeeld in vier categorieen (vier K’s): • Kracht is een samenvatting van de sterke eigenschappen van de K-buurt binnen het desbetreffende perspectief (strength in een SWOT-analyse). Kracht beschrijft een bestaand element waar het DNA tot recht komt. • Kans is een omschrijving van een gewenst toekomstscenario, uitgaande van kracht (opportunity in een SWOT-analyse). Kans gaat over doelstellingen die kunnen worden bereikt in een ideale situatie die kracht(en) benut. • Karakter is een stilistisch kenmerk met betrekking tot de identiteit van de K-buurt. Karakter geeft gevoelsmatige opvattingen over de buurt wat emoties, herkenbaarheid en een buurtgevoel kan oproepen. • Kwaliteit correspondeert sterk met kans maar gaat over toekomstige stedelijke ontwikkeling en geeft daarmee een aandachtspunt voor de ruimtelijke behoeften en aanbevelingen. Om de kwaliteit van de K-buurt te bevorderen kan vanuit het DNA aan dit aandachtspunt extra aandacht worden besteed: een propositie.
de unieke kenmerken van de K-buurt te benoemen. De opvattingen worden niet geforceerd binnen elk perspectief. Het lokaliseren, ongeacht schaalniveau (Zuidoost, Bijlmer, K-buurt) zal in de opsomming van conclusies van alle perspectieven uitwijzen wat-en-waar het DNA een plek kenmerkt. Dit is waar het DNA van de K-buurt een ruimtelijke, specifieke plek betreft.
26H; HART VOOR DE K-BUURT; GEMEENTE AMSTERDAM
Deze beschrijvingen helpen met het bepalen van richtlijnen, randvoorwaarden, signalen en eisen voor het vervolg in het proces. Welke aandachtspunten kunnen worden meegenomen in de ontwikkeling van de ontwikkelstrategie, het stedenbouwkundige plan, documenten zoals het Beeldkwaliteitsplan, e.d.? Deze aanbevelingen vormen samen de conclusie(s) van het DNA-project en zijn verzameld op blz. 26-27 van dit boekwerk.
WWW.BIT.LY/KMIDDENCOCREATIE
7
K-plein
RUIMTELIJK/STEDELIJK
foto: W. Pocornie (2019) De dreven, groen- en water, hoogbouw, en de metrobaan zijn allen kenmerken van de K-buurt. Het K-plein, in relatie tot overige componenten, is klein maar vormt een centrum waar voorzieningen en knooppunten in verkeersstromen samenkomen.
INFRASTRUCTUUR Wat is het ruimtelijke DNA van de K-buurt? Vanuit het stedelijke perspectief en op de schaal van Bijlmer-Oost gaat het over (infra)structuur. Dit is bepalend voor wat er aan bouwvolumes, openbare ruimte en netwerk mogelijk is. Standaardbehoeften binnen een ruimtelijke structuur in de stad zijn een verzameling van mogelijkheden voor economische handel en het creëren van kansen, een dichtheid onder de voorwaarde dat mobiliteit en openbaar vervoer infrastructuur toegankelijk is/blijft, en een openbare ruimte/mobiliteitsnetwerk dat deze bewegingen faciliteert. Stedelijke patronen met een gridstructuur stimuleren bijvoorbeeld bedrijvigheid (efficiëntie). Patronen met een ringweg stimuleren connecties op grote/regionale schaal en biedt optimale ontsluiting voor decentrale stedelijke centra. Wat zijn dan kenmerkende componenten in het stedelijk patroon van de K-buurt? Welke open, publieke ruimtes zijn ingekaderd door de bestaande bebouwing en netwerken? VERLOREN PRINCIPES Amsterdam Zuidoost was ooit de ‘Stad van de Toekomst’. Het plan was een Modernistische droom met gescheiden functies, gescheiden vormen van transport, en veel ‘licht, lucht en ruimte’ in architectuur. Door transformaties is de infrastructuur niet meer consistent volgens deze originele principes. Desondanks is de structuur grotendeels hetzelfde gebleven.
Ter illustratie: de Karspeldreef, de Groesbeekdreef, en de Kromwijkdreef zijn deels verlaagd en variëren nu in hoogteniveau. De ‘s Gravendijkdreef is wel volledig verlaagd. De fietspaden, die volgens het originele plan scenische routes dienen, zijn nu op meerdere punten opgebroken. De focus in nieuwe planvorming is het verbeteren van dit netwerk. Een voorbeeld hiervan is de fietsverbinding rondom het kruispunt aan het stationsgeboed (K-plein).
8
VERSIE: 2019 Q4
KLOPPEND HART Het ophalen van ervaringen met infrastructuur (sociale invalshoek) kan nog plaatsvinden. In werksessies zullen componenten naar voren komen die kunnen worden onderverdeeld in categorieën: zones, paths, borders, nodes, en landmarks. Dit model komt voort uit de theorie Image of the City (K. Lynch). Welke componenten komen dan vaak voor? Hoe worden deze gewaardeerd? Zijn deze kenmerkend en zegt dit in het verlengde iets over het karakter en daarmee over de identiteit van de K-buurt? Uit dergelijke sessies kan bijvoorbeeld blijken dat het stationsgebied; de uitgang, de markt en de doorgang, als een knooppunt (node) wordt ervaren maar functioneert als grens (border). Het perspectief van T.O.D. (Transit Oriented Development) kan voorschrijven om dit gebied te benaderen als een hub met gewaardeerde, publieke functies.
08-08-2021
DNA (F) K-BUURT
IMPULS VOOR HET HART De dreven zijn belangrijke wegen die de buurt verbinden maar het centrale verbindingselement, de hub, is het (station Kraaiennest). Het stationsgebied is gevoelsmatig het centrum met K-plein als hart. Voor het DNA van de K-buurt, vanuit een perspectief van ruimte/stedelijk, is het volgende voorlopig te definiëren: +Impuls voor het hart: opwaarderen stationsplein De lokale netwerken komen op buurtniveau samen rondom het stationsplein. Herkenningspunten van dit gebied zijn: een markt, een gezondheidscentrum, supermarkt, sport- en speelfaciliteiten, en een buurthuis. Het plein heeft onduidelijke grenzen en richting. Het is onduidelijk gefragmenteerd. Met aandacht voor overgangen met voorruimtes kunnen publieke voorzieningen meer aandacht krijgen voor ontmoetingen. • • • •
Uit de gesprekken komt tot nu toe veel naar voren hoe het K-plein functioneert. Het wordt opgevat als het hart van de buurt. Echter voldoet deze nog niet aan de volle potentie en beantwoord het niet genoegde behoeften van uitgesproken bewoners. Dit gebied is dan ook een belangrijke focus voor het nieuwe Stedenbouwkundige Plan van K-Midden. Opmerkelijk zijn ook de ervaringen op een kleinere schaal en op verschillende, generieke locaties. Het gaat in de kern om de overgang van publiek naar privé. De verschillende werelden (zie ook perspectief Cultureel/Sociaal, op blz. 23) hebben een type ‘voor-ruimte’ nodig op de grens tussen openbare ruimte/het publieke domein en het privé domein/ gebouwen.
26H; HART VOOR DE K-BUURT; GEMEENTE AMSTERDAM
Kracht: Centralisatie/concentratie van de hele buurt Kans: Onbenutte potentie van een groot(s) plein; toegankelijk(er) voor meer groepen. Karakter: Rauw en onoverzichtelijk/toezicht. Kwaliteit: Knooppunten in een lokaal netwerk die verband leggen met stationsgebied.
AANBEVELINGEN • Zichtlijnen op het plein • Verblijfplaatsen op strategische plekken op en rondom plein. • Verblijfsplaatsen langs langzaam verkeersnetwerk (fietsen voetpaden). • Open/fluïde manier van fragmenteren openbare ruimte. • Zoeken naar uniformiteit in materiaal, stijl en/of expressie maar geen eentonigheid (BKP). • Accentueren iconische kwaliteiten van infrastructuur en openbare ruimte (bijv. metrobaan).
WWW.BIT.LY/KMIDDENCOCREATIE
9
Garage Kempering, vanaf station Kraaiennest
RUIMTELIJK/ARCHITECTONISCH
foto: W. Pocornie (2019) De helft van de hoogbouw ging tijdens de tranformatie tegen de vlakte. Ook na de sloop blijven de waarderingen voor deze bouwstijl wezenlijk. De maakbaarheid; idealisme uit het originele plan, maakt onderdeel uit van het DNA.
LIVED SPACE (ERVARING) De Modernistische tijdsgeest die de stedenbouw en architectuur in planvorming bepaalde (perceived space) is met aanpassingen ten opzichte van het originele plan tot stand gekomen en later (eind jaren ‘90) voor een groot deel getransformeerd (conceived space). De ervaring, hoe men dagelijks gebruik maakt van de ruimte en bouwwerken (lived space) biedt niet alleen een inzicht in hoe men de huidige bouwwerken ervaart en wel/niet waardeert maar kan ook inzichten bieden in hoe men de translatie van de bedoelingen uit het originele Bijlmerplan naar de opgeleverde bouwwerken heeft ervaren. In hoeverre draagt de architectuur -in plan, bouw, en in gebruik- bij aan de DNA van de buurt? Ziet men een kans om hierin betrokken te zijn? Hier is een groep betrokkenen centraal: De ‘Bijlmer Believers’ van destijds geloofden in de idealen van het plan. Tot op heden zijn dit bewoners die zich hard maken voor het behoud van deze principes in het grijs (infrastructuur/bouwwerken) en groen (landschap/ecologie). HOGE CONCENTRATIE BOUWSTIJLEN Amsterdam Zuidoost heeft een specifieke architectuur. Door de plannen die tot realisatie kwamen eind jaren ‘60 en ‘70 is het Brutalisme (Modernisme) een dominerende stijl: veel beton, ruw materiaal en voor die tijd aanzienljik hoog. De architectuur wordt in beeldvorming gedomineerd door hoogbouw maar is een mix.
Naast de markante hoogbouw zijn er ook andere typologieën zoals de laagbouwwijk Kantershof. Het Modernistische concept van ‘lucht, licht en ruimte’ weergeeft de tijdsgeest van het originele plan. Dit concept is (wellicht onbewust) nog steeds een mantra. Het is deels geborgen in het Bijlmermuseum (K- en G-buurt). De transformaties in de jaren ‘90 en rond de eeuwwisseling vertonen een andere tijdsgeest en daarmee gingen andere bouwstijl(en) gepaard. De recente bouwwerken De Kameleon, het (tijdelijke) jongerencomplex Sayhaey, Switi en Mi Oso aan de Karspeldreef hebben een hele andere signatuur. Er is daarom sprake van een verschuiving in architectuur: van uniformiteit naar expressieve individualistische bouwwerken. 10
VERSIE: 2019 Q4
Hoe wordt de architectuur beleefd? Staan de individuele gebouwen enkel op zichzelf? Welke zijn wel/niet cultureel erfgoed? Wat kan er gebeuren met het erfgoed? Het voorbeeld van de garage Kempering illustreert een verschil in opvatting. Zou het totaal gesloopt moeten worden? Zou het geconserveerd moeten worden? Laten staan als een ruïne? Een transformatie met een nieuw, ander programma? Of moet er een symbolische verwijzing komen naar het gesloopte culturele erfgoed zoals de verwijzing naar de gesloopte honingraatflat in de getransformeerde wijk Nieuw Kempering? Eén ding is zeker voor de K-buurt: Er staan veel markante bouwwerken. De K-buurt heeft dus veel landmarks in één buurt. Het huidige gebouwenbestand is toenemend hetorogeen en zijn expressies van een tijdsgeest die aangeeft hoe idealen zijn veranderd in de afgelopen vijftig jaar. 08-08-2021
DNA (F) K-BUURT
LICHT, LUCHT EN RUIMTE 2.0 De architectuur en de bijbehorende tijdsgeest(en) zijn kenmerkend voor de K-buurt. De symbolische verwijzing naar Kempering, het Bijlmermuseum, de transformatie van Kleiburg, en de vele andere individualistische bouwwerken zijn inmiddels herkenningspunten voor de buurt. In het DNA van de K-buurt zit via architectuur een collectief geheugen geborgen in grijs (beton) en groen (natuur). Voor het DNA van de K-buurt geldt voor het architectonische perspectief het oude mantra in hededaagse vorm. +Licht, lucht en ruimte 2.0 De huidige architectuur is een combinatie van historie x heden: architectonisch erfgoed x hedendaagse, eigenzinnige expressie. De idealen van het Modernistisch denken, samengevat in ‘licht, lucht en ruimte’ heeft meerdere updates gekregen. De update (2.0) vertelt iets over de manier waarop tijdsgebonden architectonisch erfgoed verandert door invloed van lokale ervaring. Het leidt tot behoud, transformatie, en zelforganisatie. • • •
BEPALEN VAN ERFGOED Aan de ene kant kan worden gesteld de architectuur van de beginjaren cultureel erfgoed is. Het definieert het erfelijke deel van het architectonische DNA. Aan de andere kant dient er te worden gekeken naar hoe de transformaties en nieuwbouw een plek innemen. Het DNA van de architectuur van K-buurt gaat over een uitgesproken eigenheid. Het varieert in de hoogte en in schaal. Er lijkt te zijn afgestapt van de ooit dominante bouwstijl en materialisatie (Brutalisme) en het is nu vooral een mix aan verschillende typen woongebouwen. Eén van de meest markante publieke bouwwerken is de moskee (Taibah) en dat is voor vele een referentiepunt. Het is kenmerkend en indicatief voor het karakter van de K-buurt dat er een grote diversiteit aan bouwwerken is. Het architectonische erfgoed in de K-buurt is inmiddels veelzijdig in bouw(stijl) maar consequent eigenzinnig, individualistisch, en vaak iconisch. 26H; HART VOOR DE K-BUURT; GEMEENTE AMSTERDAM
•
Kracht: Uniforme architectuur/taal; tijdsgebonden bouwstijl(en), heterogeniteit. Kans: Ruimtelijke opzet, hoogteaccenten, collectieve ruimte in gebouwen. Karakter: Rauw, symbolisch, historisch. Kwaliteit: Zichtlijnen, betrokken gemeenschap (Bijlmer Believers); draagvlak/onverschilligheid (opinie).
AANBEVELINGEN • Definiëren van aspecten die bij nieuwbouw dienen te worden geïntegreerd (BKP: Beeldkwaliteitsplan). • Verdichten met nieuwe hoogbouw met behoud van zichtlijnen en landschap/openbare ruimte. • Materialisatie i.r.t. rauw karakter, referentie: Kleiburg. • Ontwikkelstrategie met mogelijkheden voor betrokkenen, bijv. bouwgroepen in tenders. • Supervisor met feeling/besef van sociaal-culturele koppeling met cultureel- en architectonisch erfgoed. • Componenten en specifieke typologieën op tussenschaal, bijv. ‘voor-ruimte’ op de grens tussen publiek en privé domein.
WWW.BIT.LY/KMIDDENCOCREATIE
11
Kervelplantsoen K-buurt
ECOLOGISCH
foto: W. Pocornie (2019) Een groene strook verwijst naar de originele bouwstructuur van honingraatflats met de herkenbare 120° hoek. Groen oppervlakte wordt in de Bijlmer op verschillende schaalniveaus en met verschillende doeleinden toegepast .
INTERACTIE/OVERGANG LANDSCHAPPEN Waar kan/zal er gebouwd worden, en waar niet? Het perspectief vanuit ecologie helpt ons om de K-buurt in te kaderen vanuit de eigenschappen van het landschap; groenvoorzieningen, bodem, en biodiversiteit. ‘Groen’ is net als infrastructuur een structurerend element: interactie en overgang tussen stad en landschap. Vanuit biodiversiteit kunnen symbolen/karakters worden ontleend voor de identiteit van de K-buurt (zie ook perspectief Cultuur/Semiotiek). Bijvoorbeeld: type vogels, type planten en boomsoorten. DE GROENE BELOFTE Amsterdam Zuidoost is een groen stadsdeel met een diversiteit aan groenvoorzieningen: parken, sport en recreatie, grasvelden, tuinen, (voedsel)bossen, e.d. De K-buurt, als onderdeel van Bijlmer-Oost, grenst aan het ommeland (Driemond) en heeft aan de oost- en zuidzijde een groene overgang met respectievelijk de Bijlmerweide en Gaasperpark (Gaasperplas). Dat is op de (grote) schaal van de buurt. Op de schaal van wijkjes is er sprake van binnenhoven, tuintjes en groene oevers. De tussenschaal en waarschijnlijk de meest herkenbare groene voorzieningen in de collectieve geest zijn het Bijlmermuseum en de groene velden rondom het K-plein (Kraaiennest). Voordat er sprake was van de Bijlmermeer werd het gebied Bijlmermeerpolder genoemd, en daarvoor de Bylemer Meer. Voor de bouw van het stadsdeel is een laag zand gebruikt.
De bodem, het ‘groen’ inclusief grote biodiversiteit en de toenemde variatie in ecologie, het ‘blauw’ inclusief grote plassen water en de daarbij horende vegetatie/ecologie, zijn sinds oudher onlosmakend onderdeel van de buurt. De bodem is structurerend voor de verticale, bovengrondse bouwstructuur van de Bijlmer. Ondergrondse garages en bergingen zijn niet wenselijk (haalbaar).
12
VERSIE: 2019 Q4
DIE GROENE BEWONERS In eerdere fases van de planvorming van de Bijlmer was er een uitgebreid groenplan met flinke investeringen die aansloten bij hoge ambities. Deze zijn niet tot dat niveau gerealiseerd. Kenmerkend is dat er onder de bewoners bewegingen zijn om terug te keren naar dit originele ambitieniveau. Sinds het begin van de oplevering (eind jaren ‘60) zijn er sociale bewegingen geweest vanuit- en met de bewoners om de Bijlmer een groene(re) wijk te maken. De wensen echoën de behoeften van grassroots organisaties die wereldwijd kansen zien in urban agriculture: in een stedelijk milieu agricultuur stimuleren. Bewoners zijn op zoek naar groene kavels en velden waar voedselbossen mogelijk zijn. Deze initiatieven distantiëren zich van bijv. privé moestuintjes, die er ook zijn. In deze bewegingen gaat het vaak gepaard met collectieve belang en worden sociale programma’s gekoppeld: Educatie voor schoolgaande 08-08-2021
DNA (F) K-BUURT
GROEN ACTIVISME Het groen is niet weg te denken uit het beeld van de buurt. Het landschap van het ommeland schept kaders; de verstedelijking van K-buurt vindt inwaarts plaats (centraal) en richting het westen/noorden. De bodem voorschrijft bouwen boven de grond. De bewoners hebben in de buurt meerdere opties om zich te oriënteren op landschap, water, en stad. Historisch gezien zetten zij zich in voor een groene buurt. Voor het DNA van de K-buurt, vanuit een perspectief van ecologie, is het volgende te benoemen: +Groen activisme De behoefte aan zeggenschap, beheer en onderhoud, wordt ook geuit in groen (ecologie). Het is karakteriserend dat de betrokken bewoner, te typeren als Groene Bijlmer Believer, zich mobiliseert om op het raakvlak van het sociale- en het fysieke domein acties te ondernemen die teruggrijpen naar de idealen van de planvorming met middelen en organisatievormen van nu. • •
•
Kracht: Veel groen en biodiversiteit (ruimte); veel betrokkenheid van onderop (sociaal). Kans: Groenvoorziening als instrument voor andere thematische aandachtspunten, zoals geluidsoverlast. afval, e.d. Karakter: Raakvlak sociaal/fysiek domein; activisme in de geest van collectiviteit; betrokkenheid; educatief. Kwaliteit: Toepasbaar en symbolisch met betrekking tot bevorderen van gezondheid.
kinderen, eten voor voedselpakketten, bewustzijn rondom platic afval, consumptie van (bron)water, e.d.
•
Een ander typerend voorbeeld van de interactie tussen biodiversiteit en bebouwing zijn vogels. Uit de meeste gesprekken komt het zorgpunt van afval naar voren. Kenmerkend voor de Bijlmer is de aanwezigheid van verschillende vogels. Met name de meeuwen verspreiden losslingerend afval in de directe omgeving. Open vuilnixbakken of als er slecht wordt omgegeaan met afval door mensen kan dit verergeren door vogels.
AANBEVELINGEN • De actiegroepen inzetten/in staat stellen in de ontwikkelstrategie; incl. beheer. • Voorwaarden definiëren voor Rainproof (water/’blauw’). • Voorwaarden definiëren voor Natuurinclusief bouwen. • Aandacht voor duurzaamheid, incl. biodiversiteit en sociale duurzaamheid in tenders.
Het ultieme symbool voor de K-buurt blijft de kraai. Deze vogel zit in naamgeving (Kraaiennest, de Bonte Kraai). Daarnaast is de groen-gele Halsbandparkiet is regelmatig te spotten en zijn er veel ganzen rondom het water. 26H; HART VOOR DE K-BUURT; GEMEENTE AMSTERDAM
WWW.BIT.LY/KMIDDENCOCREATIE
13
Moskee El Taibah in K-buurt
RELIGIEUS
foto: W. Pocornie (2019) Het zijn werelden, met internationale banden, die naast elkaar bestaan en soms concurreren voor politieke steun. Het metafoor van een kralenketting/mozaïek, illustreert de samenhang met behoud van eigenheid.
GENIUS LOCI Een onmisbaar perspectief van het DNA is die vanuit levensbeschouwing. Op welke manier laat de K-buurt tastbaar zien dat religie onderdeel is van de samenleving? Bijvoorbeeld, door de unieke bouwstijl/architectuur van geloofshuizen. Vervolgens is de vraag: Op welke manier laat de K-buurt op een immateriële manier zien/voelen dat de lokale plaats (buurt) een collectief belang heeft bij een focus op religie? Is er sprake van samenhang en/of hegemonie? Is er samenwerking tussen verschillende religies en wellicht met seculiere mensen? VOORZIENING WAAR HET KAN De demografische diversiteit in Bijlmer kenmerkt zich ook in verschillende geloofsovertuigingen. Sinds het begin van de Bijlmer vinden religieuze groepen een fysieke plek in huizen en in openbare voorzieningen. Het belang van geloof en de sociale functie van religieuze gemeenschappen vormen een onderdeel van het DNA. De gemeenschappen zijn een voorbeeld van sociaal kapitaal en de netwerken zijn een verlengstuk van families en buurt. Tevens is er sprake van institutioneel kapitaal zoals ae El Taibah-moskee die hulpverlening biedt aan (nieuwe) immigranten. Door de jaren heen hebben verschillende religieuze groepen op verschillende, soms onverwachte, plaatsen een ruimte gevonden. In de K-buurt staan enkele geloofshuizen die op wijk- en stadsdeelniveau een significante representatie vormen, o.a.
de El Taibah-moskee (Kraaiennest 125), de Pinkstergemeente (Kraaiennest 120), en de EBG-kerk (Kortvoort 73). Dit zijn vrijstaande gebouwen maar er zijn ook gemeenschappen die ruimte hebben gevonden in flats en garages zoals de Church of Pentecost (Garage Kempering) en Kleiklooster in de gerenoveerde flat Kleiburg. De religieuze gemeenschappen in K-buurt hebben veelal een fysieke uiting langs de Karspeldreef. Dit is een uniek kenmerk voor de buurt. Het zit in de DNA van de buurt dat religie een prominente, fysieke plek vindt in de buurt en het representeert een manifestatie van (immaterieel) sociaal kapitaal. 14
VERSIE: 2019 Q4
MOZAÏEK ALS SAMENHANG Wat geldt voor de vrijwilligers van K-buurt, geldt ook voor de leden van religieuze gemeenschappen: Het is kenmerkend dat enkeling(en) zich inzetten voor een grotere groep buiten hun directe familie of vriendenkring. Dit collectieve bewustzijn is in sociale zin onderdeel van het DNA van de K-buurt. Opmerkelijk is het Kleiburg Klooster. Deze wordt in de media-rapportages veelal naar voren gehaald als een unieke voorziening van de klusflat. Kleiburgers worden in de gevoerde gesprekken voornamelijk gezien als nieuwkomers. Vanuit het DNA gezien kan er worden gesteld dat een religieuze, kleinschalige gemeenschap in een flatgebouw de patronen volgt van de begintijden van de Bijlmer. Religieuze huisvesting is van oudsher een onderdeel van de buurt.
08-08-2021
DNA (F) K-BUURT
KRALENKETTING KARSPELDREEF Vanaf het begin van de Bijlmer tot aan nu blijft religie/ levensbeschouwing een belangrijke rol spelen in de gemeenschap(pen). Hoe dit samenvalt lijkt organisch, ofwel ongestructureerd. Dit, de collectieve samenhang, in combinatie met de hoge concentratie van fysieke manifestaties zegt iets belangrijks over het DNA: Het is (altijd) aanwezig. Voor het DNA van de K-buurt, vanuit een perspectief van religie, is het volgende benoemt: +Kralenketting Het is een samenhang van verschillende werelden. In de K-buurt is er een hoge concentratie van diverse religies zichtbaar in de fysieke ruimte. Het is dan ook karakteriserend voor de K-buurt dat er verschillende geloofshuizen staan. De Karspeldreef vormt hierin een ketting; een verbindend element die kleinschalige en grote(re) geloofshuizen vereenigd. De cultuur van religie is zichtbaar en ook in sociale organisatie/sociaal kapitaal kan er worden gerekend op dit relgieuze deel van het DNA van de buurt. Deze voorschrijft dat religie een pilaar is van de collectieve gemeenschap. • • • •
De religieuze gemeenschappen van de K-buurt, met alle eigenheid en verschillende oriëntaties/werelden, kunnen worden beschouwd als sociaal kapitaal. Dit uit zich in zorg, communicatie, en in bepaalde mate ook in ondernemerschap. Maar het is vooral een verlengstuk van buurt en familie. Alle (kleine) fragmenten van levensbeschouwing in de K-buurt creëren samen een coherent plaatje van collectieve deugd en organisatie. Het bestaat naast elkaar en is niet direct organisatorisch verbonden maar vormt wel een fysiek en sociaal deel van de lokale infrastructuur.
26H; HART VOOR DE K-BUURT; GEMEENTE AMSTERDAM
Kracht: Sociaal kapitaal en vertrouwen. Kans: Samenwerking vanuit deugd en organisatie. Karakter: Aanwezig (in fysieke uitingen en als groepen). Kwaliteit: Zorg voor een ander; het collectief; natuur/ gezondheid en omgeving.
AANBEVELINGEN • Focus op publieke ruimte/verzamelplaatsen in de buurt, bijv. voor de ingang van religieuze geloofshuizen. • Sociale programma’s voor de K-buurt i.s.m. de religieuze gemeenschappen (vertrouwen als vertrekpunt). • Dubbel-, multifunctioneel gebruik van maatschappelijk voorzieningen. • Religieuze organisaties betrekken in beheer/onderhoud voor sociale programma’s (zelforganisatie/governance).
WWW.BIT.LY/KMIDDENCOCREATIE
15
Marktplaats/parkeerterrein onder het metrospoor
ECONOMISCH
foto: W. Pocornie (2019) Paradox in perceptie: Een collectieve focus voorschrijft in deze context een inclusieve benadering. De succesmodellen voorschrijven een individualistische focus.
INFORMEEL Het perspectief vanuit economie helpt om de K-buurt in te kaderen vanuit economische kansen en problematiek. Stedelijke centra zijn belangrijk voor commercie/uitwisseling van goederen en de K-buurt bevindt zich in een woonmilieu met één winkelcentrum. In de monofunctionele opzet van de Bijlmer zijn aanvullende economische voorzieningen een gevolg. Die komen voor in kleinschalige en (in)formele mate. Welke vormen van (in)formele economie zijn typerend voor de K-buurt? Hoe is in generieke termen de socioeconomische situatie te beschrijven? Waar ziet men kansen voor economische groei? Het gaat met name over ondernemerschap en inkomen/ verdienmodellen. Om dit perspectief te specificeren rondom het DNA van de buurt weerleggen we de bestaande context, samengevat in dominerende gedachtes rondom de socioeconomische situatie (met name armoede) met de perceptie van ondernemerschap. Dit perspectief (DNA) gaat daarom in dit geval over perceptie. VOORMALIG MONOFUNCTIONEEL Amsterdam Zuidoost is een stadsdeel dat kampt met serieuze socio-economische problematiek, met name: armoede/werkloosheid. Dit creeërt een contrast met de welvaart in andere delen van Zuidoost. De (economische) scheiding tussen het groot kapitaal generende ArenA-gebied en de hoge werkloosheid aan de andere kant van het spoor in o.a.
Bijlmer-Oost leidt tot de centrale vraag: Hoe kunnen de ontwikkelingen aan beide kanten van het spoor gaan corresponderen? Kunnen de ontwikkelingen bijvoorbeeld leiden tot werkgelegenheid in de K-buurt? Zijn er kansen voor het bevorderen van bedrijvigheid en werkgelegenheid in een woonmilieu? Informele bedrijvigheid kenmerkt de Bijlmer van vroeger en van nu. Het is een component van het DNA en het uit zich vooral op het kleinere schaalniveau: de eenmanszaak/kleine collectieve groepen (incl. vrijwilligers). Het zijn ondernemers die in monofunctionele buurten de nodige voorzieningen creëerden maar op een hoger schaalniveau liggen er econmische kansen die, uitgaande van de plaatselijke historie, niet eerder succesvol tot stand zijn gekomen: Een impuls aan werk in een woonmilieu. 16
VERSIE: 2019 Q4
PARADOX: INDIVIDUEEL/COLLECTIEF Zowel de collectieve geest als beleid richt zich vaak op economische aandachtspunten: armoedebestrijding, werkgelegenheid, en ondernemerschap. De open marktplaats rondom het station (Kraaiennest) is een karaktiserende voorziening in de openbare ruimte. Deze ruimte concentreert uitwisseling op buurtniveau. Uit meerdere gesprekken blijkt dat deze ruimte beter zou moeten worden benut. Economisch gezien is er ook een sterke focus op jeugd. Kunst en cultuur zit in het DNA van Zuidoost en de recente succesverhalen van vooral jonge muziekartiesten (rap, zang en muziekproductie) is voor veel jongeren een hedendaags voorbeeld. Dat geldt ook nog steeds voor sport. Muziekstudio’s en sportfaciliteiten zijn logische faciliteiten die hier gehoor aan geven, zowel bestaande als toekomstige. 08-08-2021
DNA (F) K-BUURT
KLEINSCHALIGE INFORMEEL Het economische perspectief met name in de huidige periode waarin er in Zuidoost grote ontwikkelingen plaatsvinden. Deze economische groei biedt kansen maar op buurtniveau dient er vooral te worden geconcludeerd hoe armoede en de perceptie op welvaart elkaar tegenspreken. Een collectieve focus voorschrijft een inclusieve benadering. De succesmodellen voorschrijven een individualistische focus. Daarnaast is er een huidige tweedeling in kapitaalkrachtigere nieuwkomers en oud-bewoners die vooral zijn aangewezen op vertrouwen/steun uit eigen netwerk en gesubsidieerde programma’s. Voor het DNA van de K-buurt, vanuit een perspectief van economie, is het volgende te aan te raden:
Tijdens een presentatie aan de Hart voor de K-buurt kerngroep kwam naar voren hoe belangrijk het is om het gros van de mensen in de buurt te benoemen vanuit het economische perspectief: Wat vroeger nog als collectief werd opgevangen, is nu verloren gegaan door individualisme. De socio-economische problemen van velen; werkloosheid/ armoede, blijft een gegeven. Dit schetst een paradox: De succesvoorbeelden gaan over individueel succes terwijl de programmering en faciliteiten zijn ingericht op collectief belang en deze vraagt om een inclusieve benadering. Dit paradox waarin de economische focus op armoedebestrijding ligt en de oplossing vaak in de richting van ondernemerschap wijst is bepalend voor het economische perspectief van het DNA.
26H; HART VOOR DE K-BUURT; GEMEENTE AMSTERDAM
+Kleinschalig informeel De focus op armoedebestrijding, door middel van werkgelegenheid en begeleiding hierin, komt sterk naar voren in o.a. het gebiedsplan (gemeente). De behoefte aan (creatief ) ondernemerschap komt veel naar voren in gesprekken met jongeren. Er is zeker meer behoefte aan (economische) uitwisseling in de buurt en meer bedrijvigheid. Er is ook behoefte aan (educatieve) uitwisseling in de vorm van begeleiding, talentontwikkeling en algemeen ondernemerschap. De behoeftes zijn kenmerkend voor een monofunctionele buurt met een tekort aan voorzieiningen: Dit zit in het DNA. • • • •
Kracht: Wens naar ondernemerschap (onder jongeren). Kans: Jongerencultuur/Afrikaanse- en Caraïbische. Karakter: Problematisch (armoede/werkloosheid) en individualistsch (eigen belang voorop). Kwaliteit: Informele start; internationaal/multicultureel karakter.
AANBEVELINGEN De plannen voor het aanpakken van armoede/ werkloosheid en ondernemenschap/talentontwikkeling zijn veelomvattend (duurzaamheid; educatie; commons, e.d.) en vragen een breed en divers aanbod aan faciliteiten voor diverse doelgroepen. • Leren van het World Of Food-initiatief: Hoe vanuit informele economie opschalen naar formeel? •
WWW.BIT.LY/KMIDDENCOCREATIE
17
Verzamelplaats afval bij Kleiburg
POLITIEK
foto: W. Pocornie (2019) Kleiburg, opgevat als nieuwkomers, zijn bij veel inspraak en participatie sterk(er) vertegenwoordigd. Afval en overlast zijn terugkomende aandachtspunten in relatie tot invloed op lokale politiek.
PROCES VAN SAMENWERKING In de K-buurt speelt politiek een belangrijke rol. Op buurtniveau verschilt de politieke invloed van lokale organisaties. Hart voor de K-buurt is bijvoorbeeld invloedrijk. Hierdoor voelen andere organisaties/individuen zich minder gehoord. Ook de representatie van buurtbewoners schetst een verschil. Er zijn ‘nieuwkomers’ zoals de bewoners van Kleiburg. Zij zijn frequent vertegenwoordigd in het publieke domein (inspraak, debatten, media, e.d.). De focus van bovenaf is eveneens verdeeld. Er is meer focus op bepaalde doelgroepen en daardoor weer minder/geen op anderen. Er zijn winnaars en verliezers. Dit beeld is onderdeel van het DNA van de buurt. Er moet rekening worden gehouden met een karakteriserend verschil in betrokkenheid, vormen van verdeeldheid, en wantrouwen/vertrouwen. Het politieke perspectief voor het inkaderen van het DNA is niet bedoeld om de politieke representatie (anders) te kleuren. Tevens gaat de propositie vanuit dit perspectief ook niet over de mate van betrokkenheid van alle bewoners.
Het is wél nodig om te contextualiseren welke opvattingen leven in de collectieve geest: Er komen geregeld initiatieven van onderop (bottom-up) maar waar slagen of stranden deze? En, hoe bereikt het bestuur/Stadsdeel haar buurtbewoners? Het voorstel om het politieke perspectief in te kaderen gaat daarom over het proces van samenwerking tussen bottomup organisaties en top-down bestuur/beleid. SOCIAAL BELEID Het stemgedrag illustreert de diversiteit in de Bijlmer. De resultaten van de laatste Gemeenteraadsverkiezingen (2018) tonen in andere stadsdelen een duidelijke voorkeur in één of enkele politieke partij(en). In de Bijlmer is het echter enorm divers. In de K-buurt zijn de grootste partijen op dit moment Groenlinks en ChristenUnie maar ook de PvdA en SP zijn vertegenwoordigd in aangrenzende buurten. Er valt te concluderen, zeker gezien de lokale geschiedenis, dat het politieke klimaat links/sociaal georiënteerd is. In de collectieve geest, met betrekking tot het DNA van de K-buurt, schets dit de context waarin de betrokkenheid en focus in projecten voornamelijk gericht is op links/sociaal beleid. 18
VERSIE: 2019 Q4
WANTROUWEN ONDERLING/SYSTEEM Er zijn organisaties in de buurt actief. Buurtambassadeurs en vrijwilligers zetten zich in voor het verbeteren van de buurt. Dit is karakteriserend. Zij richten zich vooral op thema’s binnen dit sociale beleid: overlast, armoe, afval, jongeren, etc. Uit gesprekken komt één punt, ongeacht groep of onderwerp, regelmatig naar voren: Er is een obstructie. Er heerst een gevoel dat de buurtinitiatieven ergens stranden. Dit wordt geïnterpreteerd als het niet serieus nemen van de potentie van ideeën, lokale plannen, en buurtorganisaties. De samenwerking lijkt de lokale capaciteit niet op institutioneel niveau te verwezenlijken. Maar uitgaande van de samenwerking tussen Stadsdeel en betrokkenen zou dit een voorbarige conclusie moeten zijn. Het gebiedsteam benoemt op te komen voor iedereen en overstijgt daarmee de belangen van de usual suspects (individuen en groepen 08-08-2021
DNA (F) K-BUURT
REGIE (BOTTOM-UP) Het DNA wordt op de oppervlakte gedefinieerd door een (terugkerend) gevoel van wantrouwen. Wantrouwen ten opzichte van het politieke/bestuurlijk systeem in het doorvoeren van lokale buurtinitiatieven maar ook wantrouwen bij verschillende bewoners(groepen) en buurtorganisaties onderling. Het doorbreken van de obstructie gaat dan om het faciliteren van regie met aandacht voor transparantie. Voor het DNA van de K-buurt vanuit een perspectief van politiek gaat het over: +Regie De cultuur van betrokkenheid in de vorm van vrijwilligers en buurtambassadeurs dient te evolueren naar zeggenschap over processen. Het gaat om regie. Vooral in sociale programma’s (bijv. afval/festiviteiten) kunnen lokale organisaties worden gefaciliteerd in planvorming, uitwerking en beheer. Het gaat over alternatieve vormen van samenwerken tussen gemeente en buurt. • • •
die de politieke infrastructuur goed kennen). Het gevoel van wantrouwen zegt misschien iets over een obstructie in het proces waarin buurtinitiatieven (van onderop) en het implementeren van sociale programma’s (van bovenaf ) elkaar mislopen. De conclusie gaat daarom uit van samenwerking tussen bestuur en buurt en focust zich op de implementatie van initiatieven. De voorlopig propositie gaat daarom over de obstructie die herkenbaar is in het wantrouwen.
26H; HART VOOR DE K-BUURT; GEMEENTE AMSTERDAM
•
Kracht: Behoefte aan zelf-organisatie/regie. Kans: Faciliterende rol voor gemeente/samenwerking. Karakter: Vrijwilligers en betrokkenheid vanuit deugd, maar ook wantrouwen vanuit verwachtingen. Optimistisch over zelfregie (eigen groep/belang), maar pessimistisch over samenwerkingsverbanden op grotere schaal (groepoverstijgend). Kwaliteit: Vrijwilligers die zich inzetten voor een groter collectief (K-buurt): groter dan hun directe groep/ individu.
AANBEVELINGEN Publieke voorzieningen, zoals een (vernieuwd) buurthuis, die hegemonie ontkrachten waardoor verschillende doelgroepen faciliteiten kunnen benutten. • Behoeften van de buurt (mede-)bepalen door buurtorganisaties, buurtambassadeurs en gebiedsteam. • Vanuit de openbare ruimte het Stedenbouwkundig Plan benaderen: volgorde(s) in ontwerpmethodiek. •
WWW.BIT.LY/KMIDDENCOCREATIE
19
Sticker kunstplatform Smib, Nieuw-Kempering
CULTUUR/SEMIOTIEK
foto: W. Pocornie (2019) Er is een (beeld)taal die opvallend op de voorgrond treedt. Het gebeurd vooral vanuit jongerencultuur (1104, K-Zone). De houding die deze (symbolen)taal naar de voorgrond heeft gebracht zegt iets over het DNA van de buurt: 1104 wilt gezien worden.
KIJKEN NAAR SYMBOLEN Door het perspectief van cultuur onder te verdelen in sociaal en semiotiek (tekenleer), is er een onderscheid aangebracht tussen cultuur die een sociale groep als collectief ervaart/ (on)bewust produceert en cultuur die opzichtelijk naar de voorgrond treed in de vorm van beeldentaal. Het laatste, het perspectief vanuit cultuur/semiotiek, is het beste te illustreren vanuit jongerencultuur. De beeldtaal is voornamelijk herkenbaar in lokale (in)formele economie/ schaduweconomie, branding, en de artistieke (kunst)scene/ muziek. Welke symbolen en beeldtaal spreken de K-buurt (K-zone) aan? Wat zegt het gebruik van specifieke, lokale symboliek over de collectieve houding van de buurt? BRANDS IN K-BUURT Amsterdam Zuidoost verdient ten alle tijden een culturele lens: Er zijn hier veel culturen samengekomen en over de jaren heen zijn hier verschillende (nieuwe) culturen gevormd. De K-buurt lijkt sterk naar voren te treden o.a. door jongeren (muziek) en ondernemende/representatieve (nieuwe) bewoners zoals Kleiburg. Deze twee groepen worden nu gebruikt als voorbeeld omdat het culturele producties zijn die zijn verankerd in de buurt en niet zijn geïmporteerd of overgenomen. Ze dragen lokale culturen met zich mee. Voorbeelden zijn symbolen zoals ‘1104’, ‘quatro’ (4) en ‘Brouwerij Kleiburg’.
De termen ‘1104/quatro’ komt terug in taalgebruik met name in straattaal en muziek. ‘Brouwerij Kleiburg’ is een merk en staat symbool voor een lokale onderneming gekoppeld aan een buurtflat. Deze voorbeelden illustreren dat de K-buurt zichzelf weet te branden. Welk karaktereigenschap voor DNA schuilt hierachter? De commons, zoals de symbolen/titels ‘1104’ en ‘quatro’ worden geadopteerd. Onder de jongere generatie gebeurd dit organisch. Het is dan ook raadzaam om deze bottom-up/ underground beweging niet toe te eigenen in formele processen maar om het eerder te faciliteren of een podium te geven. De houding, die deze (symbolen)taal naar de voorgrond heeft gebracht, zegt iets over het DNA van de buurt: De buurt wilt gezien worden. 20
VERSIE: 2019 Q4
WIJ/ZIJ De Bijlmer wordt eigenlijk altijd als multicultureel beschreven; “swingend”, “smeltkroes”, en “kleurrijk” zijn voorkomende termen die insueren dat de Bijlmer een migrantenwijk/’zwarte’ wijk is. Het aantal culturen beschrijft hoge diversiteit maar specificering duidt op een dominante aanwezigheid van mensen met een Surinaamse, Carribische en West-Afrikaanse afkomst: ‘Afro-Carribisch’ of simpelweg ‘zwart’. In het begin kwamen alle Bijlmerbewoners binnen als nieuwkomers. Veel van hen waren outcasts. De wijk was oorspronkelijk bedoeld voor bewoners van saneringsbuurten en voor te klein gehuisveste gezinnen. Uiteindelijk belandden er nieuwkomers: Mensen afkomstig van het platteland en zij die elders geen huis konden vinden, buitenlanders, en vooral immigranten uit Suriname (jaren 70). Ook nu zijn huidige nieuwkomers veelal mensen zijn die geen huis kunnen vinden in het centrum of andere stadsdelen. De situatie is 08-08-2021
DNA (F) K-BUURT
ONVERWACHTE ASSERTIVITEIT De houding (wij/zij) heeft ook iets weg van een onverwachte boodschap: 1104/K-buurt laat zich horen. K-buurt wilt gezien worden. Het doel is om via specifieke doelgroepen, vanuit branding, een collectief standpunt te bepalen. Voor het DNA van de K-buurt vanuit cultuur/semiotiek is het volgende geformuleerd: +Onverwachte asseritiviteit De gemeenschap van K-buurt heeft een attitude van gezien willen worden en op een creatieve onverwachte manier naar voren te komen. Originaliteit is belangrijk. Symbolen zoals 1104 zijn een common waar hedendaags op verschillende manieren invulling aan wordt gegeven. Ongeacht de verzender, de toon en de stijl, de boodschap komt voort uit assertiviteit. • Kracht: Collectieve identiteit als (on)bewust gevoel. • • •
voor hen wel anders want de oudbewoners zijn nog bewust van uitsluitingsmechanismen die er toe hebben geleid dat zij in de Bijlmer terecht kwamen. Ten opzichte van het Centrum (Amsterdam), “de stad”, zit in het DNA een wij/zij gevoel. Degenenen die zich niet als ‘nieuwkomers’’ identificeren zijn met name jongere generaties die in Zuidoost zijn geboren en getogen. Zij zijn opgegroeid en tijdens hun formatieve versmolten met de aanwezige culturele superdiversiteit. Hun migrantenachtergrond, het stedelijke (urban) en het multiculturele als dominante aanwezigheid vormt een jongerencultuur die aansluiting vind met internationale gemeenschappen zoals die te vinden zijn in migrantenwijken van steden als Londen en New York City. De culturele expressie/productie die dit oplevert is in positieve zin een originele en authentieke vertaling van een realiteit die qua publiek Amsterdam/Centrum overstijgt. 26H; HART VOOR DE K-BUURT; GEMEENTE AMSTERDAM
Kans: Ondernemerschap/marketing. Karakter: Competitief; ruig; straat/’urban’. Kwaliteit: Onbenut narratief over eenunieke Amsterdamse cultuur vanuit gevormde gemeenschappen, met name vanuit de jeugd.
AANBEVELINGEN • Beeldentaal in de publieke ruimte: publieke kunst, streetart/murals, branding met aandacht voor 1104 of ‘K’; op verschillende schaalniveaus (van speelplaats t/m rioolputdeksel). • Werkvoorzieningen en creatieve bedrijvigheid op zichtbare plekken (plinten; langs primaire routes; ter hoogte van dreef/metrolijn; e.d.). • Jongeren en starters als doelgroep benaderen in ontwikkelstrategie. • Diversiteit van jongeren(cultuur) erkennen en bijv. ook uitgaan van professionaliteit binnen deze doelgroep: Professionele kunstenaars/muziekartiesten; Jongeren die naast sport, kunst & cultuur ook faciliteiten, programmering, en samenwerking in andere vormen van ondernemerschap nodig hebben.
WWW.BIT.LY/KMIDDENCOCREATIE
21
Buurtcentrum Bonte Kraak
CULTUUR/SOCIAAL
foto: W. Pocornie (2019) Het buurtcentrum wordt niet door iedereen als gedeeld eigendom (common) ervaren. Het DNA , schetst een superdiversiteit waarin de samenhang tussen groepen meer lijkt op langs elkaar leven dan mét elkaar.
CULTUREN LOKALISEREN Het definiëren van een cultureel perspectief met de nadruk op de sociale context is een antropologische benadering: Verschillende groepen benoemen, inkaderen en specificeren. Daarnaast is het belangrijk om culturen te lokaliseren. Geïnspireerd door vernacular theory kunnen we stellen dat de culturele productie; bouwwerken, taal, muziek, eten, e.d. ook vanuit een plek kan worden gedefinieerd. Dit houdt in dat bijvoorbeeld de Surinaamse gemeenschap (als sterk vertegenwoordigde groep) niet enkel als een cultuur uit Suriname (land) wordt beschouwd maar dat er juist ook wordt gekeken naar hoe deze cultuur tot uiting komt in de K-buurt (plaatselijk). Dit lokaliseren kan in twee stappen: Identificeren van culturen die in de K-buurt voorkomen en een analyse van de processen die in de buurt plaatsvinden waardoor culturen evolueren en voelbaar worden. Is er uiteindelijk sprake van één collectieve geest? Is het mogelijk grote gemeenschappelijke delers te vinden of zijn het vooral verschillende werelden die naast elkaar bestaan binnen hetzelfde fysieke domein? SOCIAAL DOMEIN MÉT OF LANGS In Amsterdam Zuidoost ligt de focus van de gemeente op het koppelen van het sociale domein aan het fysieke domein. De Bijlmer wordt doorgaans besproken vanuit de sociale invalshoek en dat geldt ook voor de K-buurt waar de sociale problematiek de boventoon voert.
Het is een ontwikkelbuurt waardoor er middelen en programma’s worden ingezet om sociale problematiek aan te pakken. Welke thema’s/ onderwerpen naar voren komen staan o.a. geformuleerd in het gebiedsplan Bijlmer-Oost. Welke doelgroepen zijn in deze aanpak de primaire focus? De mensen zijn op verschillende manieren te onderscheiden in groepen: naar verschillende culturele achtergronden (Surinaams, West-Afrikaans, en meer); naar verschillende generaties/leeftijden; religieen; culturele expressie; inkomen; huishoudtypen; etc. Om vanuit het DNA tot een onderverdeling te komen wordt er gekeken naar plaatselijke categorieën die zijn verweven met de Bijlmer. De centrale vraag m.b.t. het DNA van de K-buurt: Leven verschillende groepen mét elkaar samen, of langs elkaar? 22
VERSIE: 2019 Q4
DOELGROEPEN IDENTIFICEREN Dominerende thema’s/onderwerpen in gesprekken gaan vooral over hoe bepaalde gemeenschappen hun belangen niet voldoende gerepresenteerd zien of hoe zij zich simpelweg niet gehoord voelen. Het gaat vaak over de spanningsvelden die bestaan tussen de groepen/ individuen zelf. De K-buurt gemeenschap lijkt daarmee sociaal verdeeld. Tijdens de eerste presentatie kwam naar voren dat de grootste doelgroep, i.r.t. (inkomens)klasse; de sociale klasse (huurders)/werkers (minima)/werkzoekenden, vaak niet betrokken zijn bij participatie. Zij vormen echter de massa. Een algemene opvatting is dat zij doorgaans geen tijd hebben om te participeren vanwege de realiteit van het rondkomen (the struggle). Het gaat om een groot gedeelte van totale gemeenschap in de buurt. Om te voorkomen dat dit uitsluitingsmechanisme in stand blijft is het van belang deze groep te benoemen als (primaire) belanghebbende. 08-08-2021
DNA (F) K-BUURT
VERSCHILLENDE WERELDEN De K-buurt kent veel sociale diversiteit en sociale problematiek. De sociale context van wijken verschilt per wijk/flatgebouw. Er zijn uiteenlopenede realiteiten met betrekking tot woonsegmenten, beleving van problematiek (overlast), representatie in de politiek en invloed, etniciteit, inkomen, religie, etc. Kantershof verschilt van Klieverink en Kleiburg weer van Kruitberg. Het spreekt voor zich maar deze verschillen uiten zich in verdeelde politieke representatie, thuis- en buurtgevoeld. Voor het DNA van de K-buurt wordt het volgende geconcludeerd: +Verschillende werelden (langs) Er is nog sprake van een verdeelde buurt; verschillende buurten en groeperingen die onderling langs elkaar leven. Desondanks zijn er (on)zichtbare factoren die de verschillende gemeenschappen delen. Dit zijn ook commons en die komen ook voor in de vorm van doelgroepen zoals plaatselijke vrijwilligers (bijv. ‘buurtmoeders’). •
• •
Het is daarnaast ook belangrijk om de vrijwilligers te benoemen als specifieke doelgroep. Om in deze fase een richting te geven aan commons kan worden geconcludeerd dat op buurtniveau vrijwilligers een belangrijk instrument zijn. De hele buurt profiteert van het werk dat deze groep (on)gevraagd doet. Vanuit een historisch perspectief en met de nadruk op het DNA van de buurt is er nog een derde doelgroep te specificeren: “de blijvers”. Dit zijn de oud-bewoners die de turbulente jaren ‘80 en ‘90 hebben meegemaakt. Zij zijn “niet vertrokken” tijdens of na de transformaties: Zij kennen de Bijlmer van binnenuit en zijn een bron van lokale kennis, netwerk en perspectief. Dit perspectief (DNA) van de buurt definieert deze drie doelgroepen. Er ligt wellicht een rol voor vrijwilligers en lokale expertise (blijvers) voor het nader specificeren. 26H; HART VOOR DE K-BUURT; GEMEENTE AMSTERDAM
•
Kracht: De doelgroepen zijn op meerdere manieren onder te verdelen; de onderverdeling kan de mate van zelforganisatie volgen (impact). Kans: Vrijwilligers inzetten/betrekken. Karakter: Een grote doelgroep zijn de sociale/werkende klasse en werkzoekenden; het sociale karakter van de buurt kent een sterke beeldvorming hierdoor. Kwaliteit: Het koppelen van het fysieke domein (projecten) aan sociale domein (projecten) biedt nieuwe kansen (‘ontwikkelbuurt’).
AANBEVELINGEN In het sociale domein commons definiëren en faciliteren in publieke voorzieningen en processen. • Transparantie in communicatie en faciliteren van buurtinitiatieven tijdens de ontwikkelstrategie en planvorming. • Aandacht voor (nieuwe) sociale huisvesting en mogelijke sociaal segment voor bedrijvigheid/werkplekken. • Samenwerking met gebiedsteam gedurende proces met programmatische uitkomsten voor publieke voorzieningen; faciliterende rol voor de gemeente. •