CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Akoestisch onderzoek Geluidsanering Gemeente Amsterdam MJPG spoor.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit, Water (MLW) 20 januari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Onderzoeken naar de geluidbelasting rond het spoor tussen CS en Amstel - afdoening motie 991 (ZD2021-012811)13.196 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Akoestisch onderzoek Geluidsanering Gemeente Amsterdam Meerjaren Programma Geluidsanering (MJPG)

AO10

Van Auteur

Kenmerk Versie Datum Bestand

Status

ProRail Movares | dBvision MJPG spoor_AO10 Fase 2_Hoofdrapport_20210409_Amsterdam.doc 1.1’ 09-04-2021 MJPG spoor_AO10 Fase 2_Hoofdrapport_20210409_Amsterdam.doc Vrijgegeven

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

1/40

Inhoudsopgave 1. 1.1 1.2 1.3

Inleiding Geluidsanering spoor Onderzoeksgebieden Leeswijzer

3 3 3 5

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Wettelijk kader Scope van de sanering Saneringsobjecten Afweging van geluidmaatregelen Resterende overschrijding streefwaarde (onderzoek geluidwering gevel) Saneringsplan en vastlegging maatregelen

6 6 6 7 8 8

3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Onderzoeksaanpak Vaststellen onderzoeksgebied Rekenmodel (geluidmodel) Eindmeldingslijst Beschrijving van de onderzochte situaties Afweging van geluidmaatregelen Saneringsmaatregelen

9 9 9 10 10 11 12

4.

Gebruikte gegevens

13

5.

Algemene informatie met betrekking tot de resultaten

14

6. 6.1 6.2

Gemeente Amsterdam Samenvatting Specifieke uitgangspunten voor deze gemeente

16 16 24

Bijlage 1. Saneringsmaatregelen en afweging

34

Bijlage 2. Resultaten per adres

35

Bijlage 3. Toelichting afwegingsmethodiek

36

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

2/40

1.

Inleiding

1.1

Geluidsanering spoor In de Wet milieubeheer zijn regels opgenomen voor de aanpak van bestaande geluidknelpunten vanwege spoorverkeer: de geluidsanering. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de geluidsanering ligt bij de beheerder van de spoorinfrastructuur: ProRail. ProRail moet uiterlijk op 31 december 2023 saneringsplannen indienen bij de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (verder IenW). De sanering is opgenomen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) als het Meerjarenprogramma geluid (MJPG). De staatssecretaris heeft de Tweede Kamer in 2016 geïnformeerd dat bijsturing in de aanpak van de sanering nodig is met het oog op een doelmatige besteding van middelen en het vastgestelde taakstellende budget voor de sanering. De bijsturing houdt in dat er is geprioriteerd. In fase 1 wordt gekeken naar bescherming van de hoogst belaste locaties met efficiënte maatregelen. Daarbij gaat het om locaties waar woningen voorkomen met een geluidbelasting van meer dan 75 dB aan de gevel1. In fase 2 wordt gekeken naar de overige saneringslocaties. Dit rapport heeft betrekking op locaties in fase 2 in uw gemeente.

1.2

Onderzoeksgebieden De onderzoeksgebieden uit de gemeenten in dit onderzoek zijn weergegeven in de navolgende figuur. Binnen het project MJPG is dit aangeduid als Akoestisch Onderzoek 10 (AO10), en betreft de gemeenten Amsterdam en Ouder-Amstel.

1 In de kamerbrief van 1 september 2016 (kenmerk IENM/BSK-2016/116737) is onderscheid gemaakt tussen

saneringswoningen van klasse 1 (meer dan 80 dB), klasse 2 (meer dan 75 dB) en klasse 3 (overige gevallen). In fase 1 worden saneringsmaatregelen voor alle woningen van klasse 1 en 2 onderzocht. Omdat (bron)maatregelen moeten worden afgewogen voor clusters van saneringswoningen, worden in fase 1 ook de nabijgelegen saneringswoningen van klasse 3 meegenomen, namelijk als die zouden kunnen profiteren van dezelfde (bron)maatregel.

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

3/40

Figuur 1

Onderzoeksgebied AO10 fase 2.

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

4/40

1.3

Leeswijzer Dit rapport bevat de volgende onderdelen: Hoofdstuk 1, paragraaf 1.1 en 1.2 (hiervoor), geeft een korte inleiding op het MJPG-spoor en de gemeenten waarop dit rapport betrekking heeft. Hoofdstuk 2 betreft een samenvatting van het wettelijk kader. Hoofdstuk 3 beschrijft de onderzoeksaanpak. Hoofdstuk 4 geeft een overzicht van de gebruikte gegevens en de (veld)inventarisaties die voor dit onderzoek hebben plaatsgevonden. Hoofdstuk 5 geeft algemene informatie die van belang is voor het lezen van de volgende hoofdstukken met de resultaten per gemeente. Hoofdstuk 6 betreffen de resultaten van de gemeente Amsterdam. Het betreft onder andere een kaart met de saneringslocaties en een opsomming van de geluidbeperkende maatregelen voor deze locaties. Bijlage 1 gaat per gemeente nader in op de saneringslocaties en de achterliggende afweging inzake de bepaling van de doelmatige maatregelen2. Bijlage 2 bevat per gemeente de adressen van de saneringsobjecten3 en de bijbehorende geluidbelasting zonder de maatregelen en na de saneringsmaatregelen. Per adres is aangegeven of het al dan niet mogelijk is om met maatregelen de geluidbelasting te beperken tot de saneringsstreefwaarde.

Voor de adressen waarvoor dat niet mogelijk is wordt na vaststelling van het saneringsplan4, een bouwakoestisch onderzoek uitgevoerd waarin wordt vastgesteld of de binnenwaarde wordt overschreden en zo, ja welke benodigde geluidisolerende voorzieningen nog nodig zijn. Bijlage 3 geeft een samenvatting van de methodiek bij de afweging van maatregelen. Een meer uitgebreide beschrijving van de uitgangspunten is opgenomen in het rapport ‘Algemene uitgangspunten geluidsaneringsonderzoek spoor (MJPG)’. Leestip voor bewoners Voor bewoners, die specifiek geïnteresseerd zijn in de situatie voor hun adres, gelden de volgende tips: - Zoek als eerste in bijlage 2 naar uw adres. Hier is te zien of uw adres een saneringsobject betreft5. Als uw adres niet is opgenomen in bijlage 2 dan is geen sprake (meer) van een saneringssituatie of ligt uw adres langs een (deel van het) spoor dat in een ander onderzoek is/wordt meegenomen. Voor de volledigheid zijn ook alle adressen van de Eindmeldingslijst opgenomen, waarbij voor een deel van de adressen blijkt dat dit geen saneringsobjecten meer zijn. Zie voor de betekenis van de Eindmeldingslijst paragraaf 2.2. - Als sprake is van een saneringsobject dan is uw adres opgenomen in een cluster. De desbetreffende clusternaam staat achter het adres in bijlage 2.

- Een tweede ‘ingang’ is om in het hoofdstuk van uw gemeente te kijken naar de kaarten met de onderzoeksgebieden en de clusters. Voor de locaties met saneringsobjecten is de clusternaam aangegeven in de kaarten. De achtergrond van de onderzoeksgebieden staat in hoofdstuk 2 en 3. - De onderzoeksresultaten, waaronder de geluidbeperkende maatregelen, zijn op basis van de clusternaam te vinden in bijlage 1. 2 Hierbij zijn de gemeenten alfabetisch geordend en zijn per gemeente de clusters alfabetisch geordend op de

‘clusternamen’. De clusters en de bijbehorende ‘namen’ zijn aangegeven in hoofdstuk 5. 3 Naast de saneringsobjecten zijn in bijlage 2 ook de adressen op de Eindmeldingslijst gepresenteerd die geen saneringsobject (meer) blijken te zijn. De Eindmeldingslijst is per gemeente dus volledig overgenomen in bijlage 2. Een toelichting op de term ‘Eindmeldingslijst’ is opgenomen in het volgende hoofdstuk. 4 Dit bouwakoestisch onderzoek maakt geen deel uit van het voorliggende onderzoek. 5 En is voor de saneringsobjecten de geluidbelasting voor en na de saneringsmaatregelen aangegeven plus waar relevant een aanduiding of nog een bouwakoestisch onderzoek nodig is met betrekking tot de binnenwaarde.

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

5/40

2.

Wettelijk kader Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van het wettelijk kader en een beschrijving van de scope van het onderzoek. Een meer uitgebreide beschrijving van de uitgangspunten en de werkwijze is opgenomen in het rapport ‘Algemene uitgangspunten geluidsaneringsonderzoek spoor (MJPG)’.

2.1

Scope van de sanering De MJPG-sanering geldt voor het deel van het spoor, waarvoor geluidproductieplafonds zijn vastgesteld op grond van artikel 11.45, lid 1 van de Wet Milieubeheer (Wm). Deze informatie is opgenomen in het geluidregister. De geluidproductieplafonds zijn op grond van artikel 11.45, lid 2, Wm6 vastgesteld indien hier recent een project is uitgevoerd. Hierbij is de sanering reeds opgelost, waardoor langs deze trajectdelen geen onderzoek naar saneringswoningen meer nodig is. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de Betuweroute of de HSL-Zuid en ook ‘Sporen in Den Bosch’. Echter in deze projecten is niet altijd rekening gehouden met andere aanwezig sporen. In dat geval zijn er zwaarwegende redenen om toch een onderzoek naar saneringswoningen uit te voeren. Waar dit van toepassing is zal dit worden vermeld. Ook is er geen saneringsplicht voor spoorlijnen met relatief weinig vervoer. Hier is de geluidproductie van het spoor immers gering. Dit betreft spoorlijnen met een geluidproductieplafond op basis van artikel 11.45, lid 3, Wm. Verder is relevant dat voor een deel van het spoor de aanpak van de sanering reeds is voorzien onder de ‘oude’ Wet geluidhinder (voorafgaand aan de wijziging van de Wet milieubeheer van 1 juli 2012). Waar dit leidt tot een wijziging van het geluidproductieplafond is de MJPG-sanering niet meer van toepassing.

2.2

Saneringsobjecten De sanering betreft de volgende gevallen (saneringscategorieën, artikel 11.57, Wm): A. saneringssituaties die door de gemeenten zijn gemeld aan de Minister van IenW (destijds VROM), omdat ze bij invoering van het Besluit geluidhinder spoorwegen in 1987 een te hoge geluidbelasting hadden7 en momenteel nog een geluidbelasting ondervinden van meer dan 65 dB en die nog niet zijn gesaneerd. De melding betreft de zogenoemde ‘Eindmeldingslijst‘ (zie tekstkader op de volgende pagina). B. woningen, ligplaatsen voor woonschepen en standplaatsen voor woonwagens met een geluidbelasting van meer dan 70 dB; C. woningen, ligplaatsen voor woonschepen en standplaatsen voor woonwagens met een geluidbelasting van meer dan 60 dB langs trajecten waar de geluidbelasting meer dan 5 dB is toegenomen sinds de invoering van het Besluit geluidhinder spoorwegen. Deze ‘grote groeitrajecten’ zijn eerder geïnventariseerd en aangegeven in het Besluit geluid milieubeheer.

6 Weliswaar is in artikel 11.56, lid 2, Wm aangegeven dat de sanering nog wel van toepassing kan zijn op spoordelen

met een geluidproductieplafond o.b.v. artikel 11.45, lid 2, Wm voor zover dat is aangegeven in het Besluit geluidmilieubeheer (Bgm). In Bijlage 2, Bgm is de sanering echter voor geen enkel daarin genoemd spoorproject van toepassing verklaard. 7 De referentie daarvoor is de geluidbelasting in het jaar 1987 - het jaar waarin het Besluit geluidhinder spoorwegen is ingevoerd - en betreft o.a. woningen met een geluidbelasting in dat jaar van boven de 65 dB(A). Opgemerkt wordt dat deze geluidbelastingen die zijn bepaald voor het jaar 1987 zijn aangegeven met ‘dB(A)’ en de geluidbelastingen die zijn bepaald onder de Wet milieubeheer met ‘dB’.

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

6/40

Als de saneringswaarde wordt overschreden moet worden bezien of er geluidmaatregelen mogelijk zijn waarmee de streefwaarde kan worden behaald. De saneringswaarden en streefwaarden zijn aangegeven in Tabel 1. Tabel 1 Saneringswaarden en streefwaarden Saneringscategorie

Saneringswaarde

Streefwaarde

A.

65 dB

65 dB

B.

70 dB

65 dB

C.

60 dB

Reductie met 5 dB of 65 dB als dat lager is*

* Het streven bij ‘categorie C’ is om de geluidbelasting met minimaal 5 dB te reduceren tenzij dit tot gevolg heeft dat de geluidbelasting nog steeds hoger is dan de 65 dB. In het laatste geval is 65 dB de streefwaarde.

Eindmeldingslijst Op grond van artikel 4.17 Besluit geluidhinder dienden gemeenten saneringssituaties ten gevolge van railverkeerslawaai voor 1 januari 2007 te melden. Verder aangeduid als “Eindmeldingslijst”. Op deze lijst staan: alle woningen die in 1987 bij de invoering van het Besluit geluidhinder spoorwegen een hogere geluidbelasting hadden van meer dan 65 dB(A); andere geluidgevoelige objecten die in 1987 een geluidbelasting hadden van meer dan 60 dB(A) (zoals scholen, ziekenhuizen of verzorgingstehuizen); geluidgevoelige terreinen van zorginstellingen, die in 1987 een geluidbelasting op de grens van het terrein hadden van meer dan 65 dB(A). Opgemerkt wordt dat ligplaatsen onder het Besluit geluidhinder niet geluidgevoelig waren en derhalve niet zijn c.q. mochten worden aangemeld voor de eindmelding. Daarnaast werden in artikel 4.17 van het Besluit geluidhinder woonwagenstandplaatsen uitgezonderd en mochten ook niet worden aangemeld voor de eindmelding. Tevens zijn geluidgevoelige terreinen binnen de Wet milieubeheer geen potentiële saneringsobjecten. De mogelijkheid voor melding is sinds 1 januari 2007 voor sanering langs spoorwegen beëindigd en de te onderzoeken saneringsvoorraad voor de sanering onder categorie A ligt dus sinds de laatst genoemde datum vast. Deze lijst wordt beheerd door ProRail en is als uitgangspunt aangeleverd voor dit onderzoek.

De actuele status van de adressen op de Eindmeldingslijst is in dit onderzoek nagegaan. Zie hiervoor hoofdstuk 3.

2.3

Afweging van geluidmaatregelen Voor de saneringssituaties wordt afgewogen of er geluidmaatregelen mogelijk zijn om de streefwaarde voor de geluidbelasting te halen. Bij de afweging wordt bezien of er bezwaren kleven aan deze maatregelen. Het kader hiervoor is wettelijk voorgeschreven in de Wet milieubeheer (artikel 11.29 Wm). Het betreft de volgende aspecten: a. Financiële doelmatigheid van de maatregelen (de kosten moeten opwegen tegen de baten). b. Overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard. Hierop wordt in paragraaf 3.5 nader ingegaan.

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

7/40

2.4

Resterende overschrijding streefwaarde (onderzoek geluidwering gevel) Uit het onderzoek kan blijken dat voor een deel van de saneringsobjecten het niet mogelijk is om de saneringstreefwaarde te halen. In dat geval zijn de benodigde geluidbeperkende maatregelen voor het (volledig) bereiken van de streefwaarde, zoals geluidschermen en raildempers, financieel niet doelmatig, technisch niet te realiseren of verkeerskundig of stedenbouwkundig/landschappelijk niet inpasbaar. Voor deze adressen wordt voor zover de 65 dB nog wordt overschreden8, na vaststelling van het saneringsplan, een nader bouwakoestisch onderzoek uitgevoerd, waarin wordt vastgesteld of de binnenwaarde wordt overschreden en zo ja, welke geluidisolerende voorzieningen nodig zijn. De adressen waarvoor dit geldt zijn aangegeven in bijlage 2 (met een ‘G’ of ‘G70+’). Dit bouwakoestisch onderzoek maakt geen deel uit van de studie waarvan voorliggend rapport verslag doet. Voor de saneringsobjecten waarvoor de geluidbelasting hoger blijft dan 70 dB geldt een registratieplicht bij het kadaster.

2.5

Saneringsplan en vastlegging maatregelen Dit onderzoek biedt de basis voor het saneringsplan dat ProRail aanbiedt aan de Minister van IenW en bevat de geluidbeperkende maatregelen. Daarbij wordt ook reeds uitgevoerde of geplande bovenbouwvervanging (aanleg stiller spoortype) meegenomen, voor zover dat (mede) een saneringsknelpunt oplost (o.b.v. artikel 11.29, lid 3 Wet milieubeheer). Saneringsplannen worden door de Minister9 per locatie éénmaal vastgesteld. De geluidmaatregelen alsmede de voornoemde bovenbouwvervanging, worden vastgelegd in het geluidregister bij vaststelling van het saneringsplan (wijzigingsbesluit geluidproductieplafond). Ook worden daarin de geluidproductieplafonds gewijzigd. In het saneringsplan zijn in detail de geluidmaatregelen alsmede de voornoemde bovenbouwvervanging opgenomen. Zie voor een nadere beschrijving paragraaf 2.7 van het rapport ‘Algemene uitgangspunten geluidsaneringsonderzoek spoor (MJPG)’.

8 Dit betekent dat bij saneringscategorie A en B een onderzoek naar de binnenwaarde volgt bij overschrijding van de

streefwaarde van 65 dB (bij de eindvariant met geluidbeperkende maatregelen). Bij saneringscategorie C is onderzoek naar de binnenwaarde van toepassing bij overschrijding van de streefwaarde indien bij de eindvariant ook de 65 dB wordt overschreden (artikel 11.64, lid 1 Wm). 9 Of de staatssecretaris als deze taak gedelegeerd is.

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

8/40

3.

Onderzoeksaanpak

3.1

Vaststellen onderzoeksgebied Bij de voorbereiding van de saneringsplannen is de aanpak opgedeeld in verschillende onderdelen. Het betreft: 1. Saneringsplannen zonder saneringsobjecten en zonder maatregelen: Deze saneringsplannen betreffen de spoordelen waarlangs geen sprake is van een saneringssituatie en geen saneringsmaatregelen nodig zijn. 2. MJPG-sanering al voorzien in projecten: Dit betreft spoorprojecten die een spoorwijziging betreffen, die reeds worden uitgevoerd (besluit genomen) of in voorbereiding zijn, waarbij de MJPG-sanering is ondergebracht. Zoals al is vermeld in het rapport ‘Algemene uitgangspunten onderzoek geluidsanering spoor’ is een deel van de sanering ook reeds aangepakt bij ‘autonome saneringsprojecten’ (zonder spoorwijziging). 3. MJPG-sanering overig: Dit betreft de sanering, die niet valt onder één van de voorgaande twee onderdelen. De scope betreft, zoals aangegeven in paragraaf 2.1, de spoordelen waarvoor (nog) een saneringsplicht geldt. Dit rapport betreft een onderzoek in het kader van het voornoemde derde ‘type’ van de saneringsplannen. Het gaat daarbij om fase 2, zoals in paragraaf 1.1 is aangegeven. Voor deze saneringsplannen zijn meerdere rapporten opgesteld die ieder één of een aantal gemeenten betreffen. Voorliggend rapport is één van deze rapporten. De gemeenten die dit rapport betreft zijn op kaart aangegeven in paragraaf 1.2.

Per gemeente is een kaart van de afbakening van het onderzoeksgebied opgenomen in bijlage 1.

3.2

Rekenmodel (geluidmodel) De geluidbelastingen zijn berekend met een computersimulatiemodel (kortweg rekenmodel of geluidmodel genoemd), conform de standaard rekenmethode II uit het vigerende Reken- en meetvoorschrift 2012 (Rmg2012, bijlage IV en bijlage VI) met het softwareprogramma WinHavik, versie 9.001, met rekenhart versie 16.5.2 (build 0). Het spoor en de bijbehorende akoestisch relevante gegevens, zoals intensiteiten, snelheden en spoortype alsmede de aan het spoor gerelateerde geluidafschermende schermen en wallen zijn overgenomen uit het geluidregister. Dit betreft de zogenoemde situatie met ‘volledig gevuld geluidproductieplafond’, die bepalend is voor de vaststelling van de saneringsobjecten (adressen met een overschrijding van de saneringswaarde). Naast het spoor is de omgeving, waaronder de bebouwing rond het spoor, opgenomen in het geluidmodel. Indien de saneringswaarde wordt overschreden dan zijn geluidbeperkende maatregelen onderzocht. Die zijn doorgerekend met het geluidmodel. Hierop gaan de paragrafen 3.4 en 3.5 nader in. De voor het onderzoek gehanteerde gegevens zijn aangegeven in hoofdstuk 4. Daarbij wordt ook ingegaan op de (veld)inventarisaties die voor dit onderzoek hebben plaatsgevonden. Ook is daar aangegeven op welke wijze de waarneempunten kunnen worden opgezocht.

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

9/40

3.3

Eindmeldingslijst Zoals al aangegeven in paragraaf 2.2 zijn de objecten op de Eindmeldingslijst door de gemeenten gemeld aan de Minister van IenW. Bepalend voor de melding was de situatie in 1987. De actuele status van de adressen op de Eindmeldingslijst is in dit onderzoek nagegaan. Zo is per adres vastgesteld of het binnen de scope van dit onderzoek ligt10. Voor de adressen binnen de scope is beoordeeld of het (nog) een geluidgevoelig object betreft. Als het geen geluidgevoelig object (meer) betreft dan is het geen saneringssituatie. Ook is de Eindmeldingslijst gecorrigeerd voor adressen waarvoor een hogere waarde is verleend, adressen van standplaatsen en ligplaatsen, en adressen van objecten die na 1987 zijn gebouwd11. Deze objecten worden niet behandeld onder saneringscategorie A maar kunnen nog wel vallen onder saneringscategorie B of C. Objecten van saneringscategorie A die later zijn herbouwd zonder hogere waarde procedure vallen nog steeds onder saneringscategorie A 12. Voor de woningen op de Eindmeldingslijst is een (veld)inventarisatie uitgevoerd. De resultaten van deze inventarisatie zijn per gemeente vastgelegd. Zie hiervoor bijlage 2.

3.4

Beschrijving van de onderzochte situaties Om te bepalen of geluidmaatregelen nodig zijn en binnen de definitie van doelmatigheid passen, zijn verschillende scenario’s (situaties) berekend. Het betreft de volgende situaties: 1. Lden,gpp: Een situatie met een geluidbelasting volgens een volledig opgevuld geluidproductieplafond zonder (nieuwe) geluidmaatregelen. Uit deze situatie blijkt of de saneringswaarde wordt overschreden en wat de saneringsobjecten zijn. 2. Lden,SAK: Deze situatie is van belang voor de bepaling van het ‘budget’ aan reductiepunten voor de doelmatigheidsafweging. De basis hiervoor is de Lden,gpp-situatie maar met een bovenbouw (spoortype) die voldoet aan de “Standaard akoestische kwaliteit”. De “Standaard akoestische kwaliteit” is gedefinieerd als een moderne spoorwegbovenbouw met betonnen dwarsliggers en doorgelast spoor, zonder bestaande schermen. De reden om de beoordeling van de doelmatigheid te relateren aan deze situatie ‘zonder maatregelen’ is dat locaties met en zonder bestaande maatregelen gelijkwaardig worden behandeld. 3. Lden,actueel: Deze situatie komt overeen met de werkelijke situatie (ligging spoorlijn en bovenbouw).

Daarbij wordt vooruitgelopen op geplande wijzigingen in de huidige situatie, zoals nog te bouwen geluidschermen die niet in het register zijn opgenomen, met nog aan te leggen raildempers die niet in het register zijn opgenomen (uitgezonderd raildempers in het kader van naleving) en in de nabije toekomst te vervangen bovenbouw. 4. Lden,DMC-varianten: Dit betreft de situatie met oplossingsrichtingen (varianten) voor bronmaatregelen en/of schermvarianten. De basis hiervoor is de Lden,actueel-situatie waaraan mogelijke maatregelen worden toegevoegd. Deze situatie geeft inzicht in het geluidreducerende effect van verschillende geluidmaatregelen en is van belang voor de doelmatigheidsafweging. Hierbij worden zo veel mogelijk de ‘Verkeerskundige, vervoerskundige of technische bezwaren’ meegenomen en worden ook varianten met medeneming van ‘Stedenbouwkundige en landschappelijke bezwaren’ beschouwd. 5. Lden,doelmatig: Dit betreft de situatie met de doelmatige geluidbeperkende maatregelen. Dit volgt uit een beschouwing van de hiervoor genoemde oplossingsrichtingen. 10 Hiervoor zijn de adressen van de Eindmeldingslijst gekoppeld aan het BAG (Basisregistraties Adressen en

Gebouwen) en is nagegaan of de adressen binnen de scope van dit onderzoek liggen. Indien een adres niet aan het BAG te koppelen was is bij de gemeente nagegaan of die nog aanvullende informatie had. 11 Ligplaatsen en standplaatsen hadden niet mogen worden aangemeld (zie definitie in paragraaf 2.2.). 12 Alleen als de afstand tot het spoor hetzelfde is gebleven en de gevel ongeveer gelijk is aan de oude situatie.

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

10/40

6. Lden,eind: Dit betreft de eindsituatie. Veelal is die gelijk aan de hiervoor genoemde doelmatige oplossing. Er kan echter aanleiding zijn voor een bijstelling, bijvoorbeeld door een nadere beschouwing van voornoemde bezwaren. Als de geluidbelasting van een saneringsobject in deze situatie nog steeds hoger is dan de streefwaarde dan is dit aangegeven in dit rapport. 3.5

Afweging van geluidmaatregelen In paragraaf 2.3 is het kader voor de afweging van geluidbeperkende maatregelen benoemd. Hieronder wordt ingegaan op de wijze waarop die in dit onderzoek zijn verwerkt. Geluidbeperkende maatregelen Er worden alleen de maatregelen afgewogen die in de Regeling geluid milieubeheer zijn aangewezen als geluidbeperkende maatregel. Dit betreft vooral raildempers, geluidschermen en –wallen, die voldoen aan bepaalde voorwaarden. Die voorwaarden zijn benoemd in bijlage 3 en nader omschreven in het rapport ‘Algemene uitgangspunten geluidsaneringsonderzoek spoor (MJPG)’. In specifieke gevallen worden ook andere maatregelen afgewogen zoals brugmaatregelen. Financiële doelmatigheid Om financieel doelmatig te zijn, moet het geluideffect van de geluidbeperkende maatregelen voldoende opwegen tegen de kosten. Dit is wettelijk vastgelegd in artikel 11.29, Wm en het Besluit geluid milieubeheer (Bgm) en de Regeling geluid milieubeheer (Rgm). De kosten van de maatregelen worden uitgedrukt in ‘maatregelpunten’ (zoals opgenomen in het Bgm) en de baten in ‘reductiepunten’ (zoals opgenomen in het Rgm). Geluidbeperkende maatregelen zijn niet doelmatig als het aantal benodigde maatregelpunten hoger is dan het aantal beschikbare reductiepunten. Daarnaast zijn er nog diverse andere voorwaarden waaraan wordt getoetst.

Dit is aangegeven in bijlage 3 en nader omschreven in het rapport ‘Algemene uitgangspunten geluidsaneringsonderzoek spoor (MJPG)’. Bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard Bij de gemeente is nagegaan of er stedenbouwkundige c.q. landschappelijke bezwaren zijn met betrekking tot schermplaatsing. Als die er zijn dan is dat aangegeven in bijlage 1. Daarmee is dan bij de bepaling van de geluidbeperkende maatregelen rekening gehouden. Op https://www.mjpgspoor.nl/ zijn de stedenbouwkundige visies te raadplegen waarmee in het onderzoek rekening is gehouden. Bezwaren van verkeerskundige, vervoerskundige en technische aard Voor de beoordeling van de aspecten van verkeerskundige, vervoerskundige en technische aard gelden de ontwerpvoorschriften van ProRail (OVS). Samengevat is op de volgende wijze met deze beperkingen rekening gehouden: - Geluidschermen en –wallen kunnen niet op en direct naast een overweg komen13. Ook gelden er hoogtebeperkingen voor geluidschermen/-wallen, in verband met het benodigde zicht, voor een zone naast de overweg14. - Er geldt een minimum voor de afstand tussen de geluidschermen en het hart van het dichtstbijzijnde spoor. Met een afstand van 4,75 meter, waarvan in dit onderzoek is uitgegaan, wordt daaraan in alle situaties voldaan.

Hierbij zijn de volgende uitzonderingen relevant: 13 Ten minste 2 meter naast de overweg moet vrij worden gehouden. 14 De eerste 10 meter, buiten de voornoemde 2 meter, geldt een hoogtebeperking tot maximaal 1 meter ten opzichte

van de bovenkant spoor.

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

11/40

o o o

o

Bij de aanwezigheid van relaiskasten e.d. moet een nieuw scherm om deze kasten heen lopen. Mocht er al een bestaand geluidscherm aanwezig zijn, op een andere afstand, dan is deze afstand gebruikt in het onderzoek. Als er een hoger scherm voor de sanering nodig is, en het bestaande scherm wordt dan vervangen, dan is het nieuwe scherm gepositioneerd op dezelfde positie als het bestaande scherm. Bij perrons kunnen schermen uiteraard enkel aan de buitenzijde (niet spoorzijde) worden geplaatst.

De randvoorwaarden uit het OVS zijn verdisconteerd in het onderzoek. De positie van de bestaande en nieuwe geluidschermen is aangegeven in bijlage 1. Per cluster is daar een kaart opgenomen met de ‘situatie voor maatregelen’ met daarop de bestaande geluidschermen, en een kaart met de ‘situatie na maatregelen’, met daarop de bestaande én nieuwe geluidschermen voor de sanering. Ook voor raildempers gelden randvoorwaarden. Die worden enkel toegepast op voegloos spoor met betonnen dwarsliggers. De locatie van dit spoortype is per cluster aangegeven in bijlage 1 op de kaart ‘situatie voor maatregelen’. Lokaal kan, ondanks de aanwezigheid van dit spoortype, het toch voorkomen dat er geen raildempers toegepast kunnen worden. Dit geldt bijvoorbeeld bij wissels, kabelaansluitingen op het spoor en lassen in het spoor. Afgezien van de geschiktheid van het spoor voor raildempers is de daadwerkelijke toepassing van raildempers afhankelijk van de noodzaak (zijn er saneringsobjecten?) en de financiële doelmatigheid. Al deze aspecten zijn in dit onderzoek beoordeeld bij de bepaling van de geluidbeperkende saneringsmaatregelen. Indien dit leidt tot een toepassing van raildempers voor een cluster dan is de locatie daarvan aangegeven op de kaart ‘situatie na maatregelen’. 3.6

Saneringsmaatregelen Dit onderzoek resulteert in een pakket aan geluidbeperkende maatregelen. De resultaten hiervan zijn samengevat in hoofdstuk 6 en verder en worden nader onderbouwd in bijlage 1. De geluidbeperkende maatregelen zijn, zoals hiervoor beschreven, aangegeven op kaarten in bijlage 1 (per cluster in de figuur ‘situatie na maatregelen’).

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

12/40

4.

Gebruikte gegevens De gebruikte gegevens voor de vaststelling van het onderzoeksgebied zijn reeds benoemd in paragraaf 2.1 en 3.1. Voor het onderzoeksgebied is een geluidmodel opgebouwd. De basis hiervoor bestond uit digitale bestanden (open-data), zoals het geluidregister (http://www.geluidregisterspoor.nl/), de BAG (Basisregistraties Adressen en Gebouwen) en het AHN2 (Actueel Hoogtebestand Nederland). Bij de start van dit onderzoek is uitgegaan van de versie van het geluidregister van 4 november 2019. Na die datum is het geluidregister nog een aantal keren gewijzigd tot aan de datum van publicatie van dit rapport. Uit controles is gebleken dat die wijzigingen geen betrekking hebben op de modelgebieden van dit onderzoek. Daarom is het geluidregister van 4 november 2019 voor dit onderzoek gelijk aan de actuele versie. Daarnaast is een veldinventarisatie uitgevoerd en gebruik gemaakt van onder andere GoogleStreetView, StreetSmart (Cyclomedia) en baanvakvideo’s in de periode van najaar 2015 tot voorjaar 2020. Voor een aantal gemeenten is nadere informatie van ProRail van belang. Dit is enerzijds aangegeven in het rapport ‘Algemene uitgangspunten geluidsaneringsonderzoek spoor (MJPG)’. Anderzijds zijn specifieke gegevens die per gemeente relevant zijn, aangegeven in het hoofdstuk van de desbetreffende gemeenten.

Een beoordeling heeft plaatsgevonden naar de aanwezigheid van geluidgevoelige bestemmingen, inclusief de actualiteit van de Eindmeldingslijst. Die is beschouwd aan de hand van het BAG en een controle ter plaatse (veldwerk) voor zover het de adressen betreft binnen het onderzoeksgebied.

Het geluidmodel is opgebouwd op basis van deze gegevens. Relevante modelgegevens zijn gepresenteerd op de kaarten in bijlage 1. De in het rekenmodel gehanteerde waarneempunten en rekenresultaten op die punten zijn in te zien op een openbare viewer op https://www.geluidregister.nl/mjpgspoor.

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

13/40

5.

Algemene informatie met betrekking tot de resultaten Dit hoofdstuk betreft algemene informatie die bij het lezen van de volgende hoofdstukken met de resultaten per gemeente van belang is. Per gemeente zijn de volgende onderdelen beschreven: 1. Een samenvatting van de resultaten, met: a) Een omschrijving van de situatie in de gemeente en de onderzoeksgebieden (weergave op kaart) die in deze studie zijn beschouwd. De achtergronden bij de bepaling van de onderzoeksgebieden zijn beschreven in paragraaf 2.1 en paragraaf 3.1. b) De aantallen saneringsobjecten in de gemeente. Saneringsobjecten die samen kunnen profiteren van een aaneengesloten geluidbeperkende maatregel zijn samengevoegd in clusters. De methodiek voor de bepaling van de clusters is beschreven in het rapport ‘Algemene uitgangspunten geluidsaneringsonderzoek spoor (MJPG). c) Een samenvattende tabel met de geluidbeperkende maatregelen per cluster (zie ook ad 1c). Hierbij is per cluster ook aangegeven of de streefwaarde voor alle saneringsobjecten wordt bereikt of niet. Als het niet mogelijk is om de streefwaarde (volledig) te bereiken dan is de reden hiervoor kort benoemd. Voor nadere informatie wordt verwezen naar bijlage 1. In bijlage 1 zijn de geluidbeperkende maatregelen per cluster op kaart aangegeven. d) Indien de streefwaarde niet voor alle saneringsobjecten in de gemeente kan worden bereikt dan is dit benoemd.

De locaties van deze adressen zijn als punten aangegeven op kaart in bijlage 1 (per cluster in figuur ‘situatie na maatregelen’). In bijlage 2 zijn de desbetreffende adressen nader aangeduid met een ‘G’, ‘70+’ of ‘G70+’. Voor deze adressen met ‘G’ en ‘G70+’ wordt, na vaststelling van het saneringsplan, een nader bouwakoestisch onderzoek naar de binnenwaarde en de eventueel nog benodigde geluidisolerende voorzieningen uitgevoerd. Zie hiervoor ook paragraaf 2.4. 2. Specifieke uitgangspunten voor de gemeente, waarbij wordt ingegaan op: a) De Eindmeldingslijst (met verwijzing naar bijlage 2 voor detailinformatie per adres). b) Een stedenbouwkundige visie waaruit blijkt dat er bezwaren zijn van stedenbouwkundige of landschappelijke aard met betrekking tot schermplaatsing (indien beschikbaar). c) Overige relevante gegevens zoals bijvoorbeeld eventueel aanwezige stalen spoorbruggen. Ad 1c. Voor de geluidmaatregelen geldt het volgende: - De aangegeven hoogte van de geluidschermen is ten opzichte van de bovenkant van het spoor (BS), tenzij anders wordt aangegeven. - De geluidschermen worden geplaatst op een afstand van 4.75 meter uit het hart van het buitenste spoor, tenzij anders wordt aangegeven15. - Voor de aangegeven geluidschermen geldt dat de isolatiewaarde moet voldoen aan de bepalingen in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012.

15 Bij schermen onder een hellingshoek betreft de schermafstand de voor de geluidafscherming maatgevende

bovenrand van het scherm (en niet de voet van het scherm).

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

14/40

-

De geluidschermen worden ‘akoestisch absorberend’ uitgevoerd. Ofwel het materiaal absorbeert geluid ofwel het scherm bestaat uit een hard materiaal (zoals beton, kunststof of glas) maar wordt onder een hellingshoek geplaatst, opdat het geen geluid richting de omgeving reflecteert maar het geluid bijvoorbeeld naar beneden in het ‘geluidabsorberende’ ballastbed richt (Reken- en meetvoorschrift geluid 2012).

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

15/40

6.

Gemeente Amsterdam

6.1

Samenvatting Omschrijving situatie en onderzoeksgebied Door de gemeente Amsterdam lopen diverse spoorlijnen: - Aan de noordwestzijde liggen de sporen van Haarlem naar Amsterdam Sloterdijk en van Zaandam naar Amsterdam Sloterdijk. Tevens liggen er diverse industriespoorlijnen in het Amsterdamse havengebied, waarvan een deel binnen de scope van dit onderzoek ligt. - Aan de westzijde ligt het spoor van Amsterdam Sloterdijk naar Schiphol. Langs delen van deze spoorlijn staan al geluidschermen. - In en rondom het centrum ligt de spoorlijn van Amsterdam Sloterdijk via Amsterdam Centraal naar Amsterdam Muiderpoort. o Het spoor tussen Amsterdam Sloterdijk en Amsterdam Centraal, parallel aan de Sloterdijkerweg en de Haarlemmer Houttuinen, valt binnen de scope van dit onderzoek. o Het spoor van Amsterdam Sloterdijk dat via de noordelijke boog langs de Accumulatorweg en de Generatorstraat naar Amsterdam Centraal gaat, valt tussen Sloterdijk en de Spaarndammerdijk grotendeels buiten de scope van dit onderzoek. De sanering van dit stuk spoor is in 2010 uitgevoerd in het project ‘Vrije Kruising Transformatorweg Amsterdam’, of de sanering is er uitgevoerd middels een wijziging van de gpp’s. o Tussen Amsterdam Centraal en het Westerpark staan er aan beide zijden van het spoor al geluidschermen, en ook is er een scherm tussen de sporen ter hoogte van de Haarlemmer Houttuinen.

o Tussen Amsterdam Centraal en Amsterdam Muiderpoort ligt het doorgaande spoor binnen de scope van dit onderzoek. Er staan daar op de meeste locaties geen geluidschermen, behalve tussen station Muiderpoort en de Cruquiuskade. - Bij Amsterdam Muiderpoort splitst het spoor in een spoortak richting Weesp en een spoortak richting Amsterdam Amstel. o Het stuk spoor rondom Amsterdam Muiderpoort valt buiten de scope van dit onderzoek. De sanering is daar al uitgevoerd in het project ‘AmsterdamWatergaafsmeer’, in 2010. De geluidproductieplafonds zijn bij inwerkingtreding van hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer daarom vastgesteld op basis van artikel 11.42, lid 2, van de Wet milieubeheer (zie ook paragraaf 6.2). o Het spoor tussen Amsterdam Muiderpoort en Diemen en Weesp valt (binnen de gemeente Amsterdam) volledig binnen de scope van dit onderzoek. o Het spoor van Amsterdam Muiderpoort naar Amsterdam Amstel en Duivendrecht valt binnen de scope van dit onderzoek. Langs dit spoor staan tussen Muiderpoort en de Mr .Treublaan schermen aan beide zijden van het spoor. Ten zuiden van Amsterdam Amstel staan er eveneens schermen langs het spoor, vanwege diverse nieuwbouwprojecten (zie ook paragraaf 6.2). - In Amsterdam Zuidoost loopt de spoorlijn van Duivendrecht naar Abcoude en verder naar Utrecht. Langs delen van dit spoor staan al geluidschermen.

- Aan de zuidzijde loopt de spoorlijn van Schiphol via Duivendrecht richting Weesp. De sanering is reeds uitgevoerd in het project ‘OV-SAAL’, zodat er voor dit spoor geen saneringsverplichting meer bestaat. De geluidproductieplafonds zijn bij inwerkingtreding van hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer vastgesteld op basis van artikel 11.42, lid 2, van de Wet milieubeheer.

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

16/40

Parallel aan het treinspoor, of tussen de treinsporen, ligt op diverse locaties de bovengrondse metro. Het metrospoor maakt geen deel uit van het hoofdspoor. Daarom is het geluid van de metro geen onderdeel van dit onderzoek. Tot slot wordt opgemerkt dat de emplacementen aan de Zaanstraat, bij de Oostelijke Eilanden en tussen de A10-Oost en de Kruislaan niet vallen onder het hoofdspoor, en daarom geen onderdeel vormen van de spoorsanering. Het emplacement in Watergraafsmeer ten westen van de Kruislaan valt wel onder het hoofdspoor, hoewel er in het geluidregister weinig treinen op deze sporen rijden en de geluidbijdrage van dit emplacement gering is. De onderzoeksgebieden in deze gemeente zijn weergegeven in Figuur 2. De achtergronden bij de bepaling van de onderzoeksgebieden zijn beschreven in paragraaf 2.1 en paragraaf 3.1. Saneringsobjecten Op basis van geluidberekeningen voor de onderzoeksgebieden (resultaat zie bijlage 2) zijn de saneringsobjecten vastgesteld. Het aantal saneringsobjecten in deze onderzoeksgebieden is aangegeven in de volgende tabel. Opgemerkt wordt dat in het Besluit geluid milieubeheer langs de te saneren spoortrajecten in de scope van dit onderzoek geen trajecten in deze gemeente zijn aangegeven waarvoor saneringscategorie C van toepassing is. Tabel 2 Aantallen saneringsobjecten Saneringscategorie A

B

C

Totaal saneringsobjecten

169

161

0

310

De som van het aantal saneringsobjecten in de categorieën A, B en C kan hoger zijn dan het totaal. Dan zitten dezelfde objecten in twee of meer categorieën.

Clusters met saneringsobjecten Saneringsobjecten die samen kunnen profiteren van een aaneengesloten geluidbeperkende maatregel zijn samengevoegd in clusters. De clusters zijn aangegeven in Figuur 3. In bijlage 2 is per saneringsobject aangegeven in welk cluster het object ligt. Buiten de clusters zijn er in de onderzoeksgebieden geen saneringsobjecten (blijkens de geluidberekeningen). Diverse clusters zijn op locaties waar al geluidschermen aanwezig zijn. Er blijkt op die locaties op de hoogste etages nog een overschrijding te zijn van de saneringswaarde. Deze saneringsobjecten zijn opgenomen in de clusters (zie Figuur 3).

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

17/40

Figuur 2

Onderzoeksgebieden in de gemeente Amsterdam.

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

18/40

Figuur 3

Clusters met saneringsobjecten in de gemeente Amsterdam

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

19/40

Geluidbeperkende maatregelen Voor clusters met saneringsobjecten zijn de geluidbeperkende maatregelen bepaald. Het resultaat is aangegeven in de navolgende tabel. De afweging die daaraan ten grondslag ligt is opgenomen in bijlage 1. In bijlage 1 zijn de geluidbeperkende maatregelen per cluster ook op kaart aangegeven. Binnen de scope liggen tal van stalen spoorbruggen. De bijzondere aspecten van de maatregelafweging voor stalen spoorbruggen staan in Bijlage 3 van het Algemeen bijlagerapport. Tabel 3 Overzicht locaties geluidmaatregelen gemeente Amsterdam Cluster

Maatregel

Resterende knelpunten

Nadere uitleg bij de maatregel

Alexander Dumaslaan

Raildempers op het spoor AmsterdamUtrecht *)

Nee

De streefwaarde wordt bereikt met deze raildempers. Extra raildempers langs andere spoortakken zijn niet nodig. Een scherm i.p.v. raildempers is financieel niet doelmatig.

Blokmakerstraat

Raildempers waar technisch mogelijk

Nee

- De knelpunten worden opgelost met deze raildempers. - De zuidelijke twee sporen zijn technisch grotendeels ongeschikt voor raildempers.

Borneostraat

Diverse maatregelen aan drie stalen bruggen (oostelijke twee sporen)

Ja

- Maatregelen aan de overige oostelijke stalen bruggen zijn financieel niet doelmatig. - De bruggen op de westelijke sporen zijn reeds een stille constructie. - Raildempers zijn al aanwezig waar mogelijk - Er zijn al waar mogelijk (geplande) geluidschermen van 4 meter hoog.

Buiten Dommersstraat

Geen (alleen de bestaande schermen)

Ja

- Een verhoging van de bestaande geluidschermen is technisch niet mogelijk. - Raildempers geven onvoldoende geluidreductie.

Burgemeester Röellstraat A

Geen (alleen het bestaande scherm)

Ja

Een verhoging van de bestaande schermen of raildempers is financieel niet doelmatig.

Burgemeester Röellstraat B

Geen (alleen het bestaande scherm)

Ja

Een verhoging van de bestaande schermen of raildempers is financieel niet doelmatig.

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

20/40

Cluster

Maatregel

Resterende knelpunten

Nadere uitleg bij de maatregel

Celebesstraat

- Scherm 1 meter hoog (op de brug over de Bonistraat**) - Scherm 3 meter hoog (ten zuidoosten van de brug over de Bonistraat)

Nee

- De knelpunten worden opgelost met deze schermen. Een hoger scherm op de brug en ten noordwesten van de brug stuit op verkeerskundige bezwaren vanwege zicht vanuit de trein op de seinen. - Met raildempers (zonder nieuwe schermen) zijn er resterende knelpunten, en zijn daarom niet doelmatig.

Conradstraat

Scherm 1 meter hoog

Nee

- Knelpunt wordt opgelost met dit scherm. - Met raildempers (zonder schermen) zijn er resterende knelpunten.

De Ruijterkade A

Scherm 3 meter hoog

Nee

- De knelpunten worden opgelost met dit scherm. - Raildempers kunnen vanwege wissels beperkt worden ingezet en geven daarom onvoldoende geluidreductie. - Een maatregel aan de stalen spoorbrug is financieel niet doelmatig.

De Ruijterkade B

Scherm 5 meter hoog

Ja

- Een hoger scherm dan 5 meter is niet mogelijk volgens de Regeling geluid milieubeheer. - Aanvullende raildempers zijn financieel niet doelmatig vanwege de brede spoorbundel, en op veel sporen vanwege wissels technisch niet mogelijk. - Een maatregel aan de stalen spoorbrug is financieel niet doelmatig.

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

21/40

Cluster

Maatregel

Resterende knelpunten

Nadere uitleg bij de maatregel

De Ruijterkade C

Geen

Ja

- Een laag scherm geeft minder dan 5 dB geluidreductie en is daarom niet doelmatig. - Een hoog scherm is financieel niet doelmatig. - Raildempers zijn financieel niet doelmatig vanwege de brede spoorbundel, en op veel sporen vanwege wissels technisch niet mogelijk. - Een maatregel aan de stalen spoorbrug is financieel niet doelmatig.

Dijksgracht

- Scherm 1 meter hoog - Raildempers op alle sporen

Ja

Vanwege zicht vanuit de trein op de seinen is een hoger scherm verkeerskundig niet mogelijk.

Haarlemmer Houttuinen A

- Raildempers (waar technisch mogelijk) - Een 3 dB- maatregel aan de stalen brug bij de Houtmankade

Ja

- Een verhoging van het bestaande scherm stuit op technische bezwaren. - De zuidelijke twee sporen zijn technisch ongeschikt voor raildempers. - Een 5 dB-maatregel aan de brug is technisch niet mogelijk.

Haarlemmer Houttuinen B

Raildempers (waar technisch mogelijk)

Ja

- Een verhoging van het bestaande scherm stuit op technische bezwaren. - De zuidelijke twee sporen zijn technisch grotendeels ongeschikt voor raildempers.

Linnaeusstraat A

- Raildempers (waar technisch mogelijk)* - Een 5 dB-maatregel aan de stalen brug

Ja

- Met de raildempers worden de knelpunten aan de oostzijde van het cluster opgelost - Voor de woningen nabij de stalen brug aan de westzijde van het cluster geeft een verhoging van de geluidschermen onvoldoende extra geluidreductie. - Aan de stalen brug zijn meer maatregelen niet mogelijk.

Linnaeusstraat B

- Raildempers (waar technisch mogelijk)* - Een 5 dB-maatregel aan de stalen brug

Ja

- Aan de stalen brug zijn meer maatregelen niet mogelijk - Nabij de stalen brug geven meer maatregelen onvoldoende extra geluidreductie.

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

22/40

Cluster

Maatregel

Resterende knelpunten

Nadere uitleg bij de maatregel

Maritzstraat

Geen (alleen de bestaande schermen)

Ja

- Een maatregel aan de brug is financieel niet doelmatig. - Raildempers geven onvoldoende geluidreductie in relatie tot de kosten - Een scherm geeft minder dan 5 dB geluidreductie en is daarom niet doelmatig.

Ooster Ringdijk

Geen

Ja

Maatregelen zijn niet doelmatig. Op andere sporen zijn raildempers technisch niet toepasbaar vanwege wissels of een ongeschikt spoortype.

Oosterspoorplein

Scherm 1,5 meter hoog

Ja

- Hogere schermen geven geen extra geluidreductie - Een maatregel aan de stalen brug is financieel niet doelmatig - Raildempers geven vrijwel geen extra geluidreductie en zijn vanwege de stalen brug beperkt inzetbaar.

Prinseneiland

Geen (alleen de bestaande schermen)

Nee

De streefwaarde wordt bereikt door spoorvernieuwing. Aanvullende maatregelen zijn niet nodig. De woningen profiteren mee van de raildempers die voor het tegenoverliggende clusters komt.

Schakelstraat

Raildempers op één spoor (noordelijke spoor)

Ja

Meer maatregelen zijn financieel niet doelmatig.

Spaarndammerstraat

- Scherm 5 meter hoog (ten westen van de Houtmankade)*** - Raildempers (ten oosten van de Houtmankade) - Een 3 dB-maatregel aan de stalen brug over de Houtmankade

Ja

- Een hoger scherm dan 5 meter is niet mogelijk volgens de Regeling geluid milieubeheer. - Raildempers ten westen van de Houtmankade geven een beperkte extra geluidreductie tegen hoge extra kosten (niet doelmatig). - Ten oosten van de Houtmankade is het technisch niet mogelijk het bestaande scherm te verhogen - Het is technisch niet mogelijk om een zware maatregel te treffen aan de stalen brug.

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

23/40

Cluster

Maatregel

Resterende knelpunten

Nadere uitleg bij de maatregel

Starrenboschstraat

Scherm 1 meter hoog

Ja

- Met dit scherm worden vrijwel alle knelpunten opgelost. Het resterende knelpunt wordt met hogere schermen niet opgelost. - Raildempers zijn technisch niet op alle sporen mogelijk en geven daarom onvoldoende geluidreductie. - Een maatregel aan de stalen brug is financieel niet doelmatig.

*) Voor sporen in dit cluster die in het geluidregister op houten dwarsliggers liggen, maar na afronding van PHS op betonnen dwarsliggers, wordt deze maatregel doorgevoerd als een wijziging van spoor op houten dwarsliggers naar spoor op betonnen dwarsliggers, zie paragraaf 6.2. ** Op de brug over de Bonistraat staat aan de spoorzijde van de Celebesstraat momenteel een geluidreflecterende balustrade van 1 meter hoog. Deze moet aangepast worden zodat het geluid geabsorbeerd wordt, of vervangen worden door een nieuw geluidabsorberend scherm. *** Op de onderdoorgangen van de Spaarndammerstraat, de fietstunnel bij het Westerpark en het betonnen deel van de brug over de Houtmankade komen geen nieuwe schermen en blijven de bestaande schermen van ca. 1,5 meter staan.

Saneringsobjecten boven streefwaarde na maatregelen (onderzoek geluidwering gevel) Voor de saneringsobjecten waarvoor de streefwaarde niet wordt bereikt en de geluidbelasting hoger blijft dan 65 dB, is een nader bouwakoestisch onderzoek naar de geluidwering van de gevel nodig. Daaruit kan volgen dat geluidwerende maatregelen nodig zijn om een eventuele overschrijding van de binnenwaarde ongedaan te maken. Dit onderzoek wordt uitgevoerd na vaststelling van het saneringsplan. De saneringsobjecten, waarvoor een dergelijk onderzoek zal worden uitgevoerd, zijn aangegeven in bijlage 2 (met een ‘G’ of ‘G70+’). Daarbij is ook de resterende geluidbelasting na maatregelen weergegeven. Voor de saneringsobjecten waarvoor de geluidbelasting hoger blijft dan 70 dB geldt een registratieplicht bij het kadaster. De saneringsobjecten waarbij dat speelt zijn aangegeven in bijlage 2 (met ‘70+’ of ‘G70+’). 6.2

Specifieke uitgangspunten voor deze gemeente Voor het onderzoek in deze gemeente zijn de uitgangspunten geïnventariseerd. Uitgangspunten die voor alle onderzoeksgebieden in de gemeente relevant zijn, zijn al aangegeven bij de ‘omschrijving van de situatie’ in de voorgaande paragraaf. Meer specifieke uitgangspunten voor deze gemeente zijn hieronder aangegeven. Daarnaast zijn er ook specifieke uitgangspunten die voor de afzonderlijke clusters gelden. Die zijn vermeld bij het desbetreffende cluster in bijlage 1. Eindmeldingslijst In bijlage 2 zijn de adressen op de Eindmeldingslijst opgenomen inclusief de actuele status c.q. eventuele mutaties. Sommige adressen op de Eindmeldingslijst zijn er nu bijvoorbeeld niet meer en andere adressen zijn van woningen die herbouwd zijn na 1987. Bij een groot aantal woningen is de sanering al afgehandeld binnen de Wet geluidhinder. Bij deze groep woningen staat er ‘HoMa’ of Wgh-sanering’ in Bijlage 2.

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

24/40

De Ruijterkade 120 Op De Ruijterkade 120 zijn volgens het BAG twee adressen: Nummer 120-H en 120-2. Het adres met nummer 120-2 staat op de Eindmeldingslijst en heeft een woonfunctie. Het adres met nummer 120-H heeft een kantoorfunctie. In de praktijk is in dit pand sinds 1995 al geen woning meer aanwezig, maar is het hele pand als kantoor in gebruik. Volgens het bestemmingsplan mag er wel (weer) een woning gerealiseerd worden, mits de zuid-, west- en oostgevel doof worden uitgevoerd (zie onder het kopje ‘dove gevels’ verderop in deze paragraaf.) In dit onderzoek is daarom het uitgangspunt dat nummer 120 wel een woning is, maar met deze dove gevels. Heesterveld Een bijzondere situatie betreft de woningen aan het Heesterveld 162 en 163. Deze woningen liggen op de bovenste etages aan de spoorzijde van de appartementen van het Heesterveld. De woningen hebben in de situatie met een volledig benut geluidproductieplafond (Lden,gpp) een geluidbelasting van 65,5 dB, afgerond 66 dB. De woningen staan, in tegenstelling tot de woningen op lagere etages, niet op de Eindmeldingslijst. Er is daarom geen sprake van sanering bij deze woningen. Bij de woningen op de lagere etages die wel op de Eindmeldingslijst staan, is de geluidbelasting 65 dB of lager, en daarom is er daar ook geen sprake van sanering.

Op een van de spoortakken bij het Heesterveld speelt spoorvernieuwing: de houten dwarsliggers die in het geluidregister staan, zijn hier inmiddels vervangen door betonnen dwarsliggers. Daardoor wordt de geluidbelasting in de actuele situatie lager dan 65,5 dB. Indien de woningen op het Heesterveld 162 en 163 wel op de Eindmeldingslijst hadden gestaan, was in de actuele situatie de streefwaarde bereikt door de spoorvernieuwing en zouden er ook dan geen aanvullende maatregelen getroffen worden. Samenloop met het project Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) De spoortak van Amsterdam Sloterdijk, via Amsterdam Centraal, Muiderpoort en Amstel naar Bijlmer ArenA wordt de komende jaren aangepast en geschikt gemaakt om een betere doorstroming van treinen mogelijk te maken. Treinen kunnen daardoor vaker rijden en met hogere snelheid de stations binnenrijden. Dit is opgenomen in het project Programma Hoogfrequent spoorvervoer Amsterdam16, hierna kortweg PHS genoemd. Behalve het aantal treinen en de rijsnelheid van de treinen, zal in het project PHS de spoorligging wijzigen op met name het spoor rondom Amsterdam Centraal en tussen de stations Amsterdam Centraal en Amsterdam Muiderpoort. Op het moment van schrijven van dit MJPG-rapport ligt het tracébesluit van PHS ter inzage17 (van 28 januari tot en met 10 maart 2021).

Hierna is er nog beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State (ABRvS). Na de behandeling door de ABRvS kan het besluit PHS onherroepelijk worden. Hoewel PHS nog niet onherroepelijk is vastgesteld, is binnen dit project MJPG-spoor wel getracht waar mogelijk rekening te houden met de aanpassingen die vanuit PHS zijn voorzien. Daarmee wordt ervoor gezorgd dat maatregelen die vanwege MJPG-spoor worden getroffen geen impact hebben op PHS, waardoor de uitgangspunten in het project PHS niet worden verstoord. Hieronder staat welke aspecten van PHS zijn onderzocht in MJPG-spoor, en op welke wijze daar in MJPG-spoor mee is omgegaan.

16 https://www.prorail.nl/nieuws/phs-amsterdam-centraal-naar-volgende-fase 17 https://platformparticipatie.nl/phsamsterdamcentraal/default.aspx

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

25/40

Conclusies uit het akoestisch onderzoek van PHS Bij het ontwerp-tracébesluit PHS is een akoestisch onderzoek gevoegd18. Daarin is onder andere onderzocht op welke plekken langs het spoor er sprake is van een overschrijding van de geluidproductieplafonds (gpp’s) nadat PHS Amsterdam is gerealiseerd, inclusief de spooraanpassingen en de verhoging van het aantal treinen en de rijsnelheden. Daaruit blijkt het volgende: - Bij de spoortak van Amsterdam Sloterdijk naar Amsterdam Centraal, en de spoortak van Amsterdam Muiderpoort richting Weesp is er meer dan 3 dB geluidruimte. - Tussen Amsterdam Centraal en Amsterdam Bijlmer ArenA is de geluidruimte doorgaans beperkt tot minder dan 2 dB. - Op twee gpp-referentiepunten is er, binnen de scope van MJPG-spoor, een overschrijding van het gpp, en moet het geluidregister vanwege PHS worden aangepast: o Aan de noordzijde van het spoor nabij de Zouthaven tussen de IJ-tunnel en Blauwhoedenveem. Op deze locatie zijn aan de noordzijde geen woningen aanwezig. Wel zijn er aan de zuidzijde van het spoor, waar geen overschrijding van het geluidplafond wordt verwacht, enkele woonboten aanwezig. Tevens zijn er aan de rand van het spoordeel waar het register wordt aangepast, aan de zuidzijde twee woningen aan de Dijksgracht. o Nabij de Kabelweg en de Dynamostraat in de haven van Amsterdam aan de zuidzijde van het spoor.

Hier zijn geen geluidgevoelige bestemmingen aanwezig. Spoorligging en brongegevens Omdat het geluidregister vrijwel nergens hoeft te worden aangepast, is in MJPG-spoor de sporenlayout en de bijbehorende brongegevens (treinintensiteiten, materieel, rijsnelheid en bovenbouw) van het huidige geluidregister gebruikt voor de bepaling van de geluidbelasting Lden,gpp. Dit is ook gedaan voor de bovengenoemde locaties nabij de Zouthaven en de Kabelweg. Daardoor is het saneringsprogramma van MJPG-spoor robuust, en wordt het niet beïnvloed als PHS Amsterdam in het vervolgproces in de thans gepubliceerde vorm toch niet onherroepelijk wordt. Omdat de wijziging die vanwege PHS in het geluidregister moet worden doorgevoerd tot gevolg heeft dat de geluidbelastingen, bij de geluidgevoelige bestemmingen bij de Dijksgracht ten zuiden van het spoor, lager worden, is op deze wijze bovendien gerekend met een worst-case situatie19. Ook voor de berekening van de geluidbelasting in de actuele situatie (Lden,actueel) is uitgegaan van de sporenlayout en de brongegevens van het huidige geluidregister (met uitzondering van de bovenbouw, zie hierna). Weliswaar is het mogelijk om te rekenen met de PHSsporenlayout20, maar dan gaat geluidruimte voor PHS verloren: dat betekent dat na gereedkomen van het project PHS er direct nieuwe geluidknelpunten kunnen ontstaan.

Wel is er bij de locatie van de maatregelen rekening gehouden met de PHS-spoorligging, zodat de locatie van de maatregelen geen beperking vormt voor de spoorwijziging van PHS. Daarbij 18 PHS Amsterdam Centraal spoorinfra Geluidonderzoek MER en (O)TB, Movares, Projectnummer RA002404, v4.0,

d.d. 14-12-2020 19 Uit een quick-scan blijkt dat de maatregelen die in dit MJPG-spoorproject worden getroffen voor de woningen aan de Dijksgracht niet wijzigen na de aanpassing van het geluidregister vanwege PHS. 20 Daarbij wordt conform het Rmg 2012 art. 5.5 en par 1.4 bijlage VI de plafondcorrectiewaarde aangepast zodat de omzetting voor bewoners akoestisch neutraal verloopt.

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

26/40

is getoetst dat de berekende geluidreducerende werking van de maatregelen (vrijwel) niet wijzigt vanwege de wijziging van de spoorlayout. Bovenbouw In de geluidrapporten van PHS is bij de berekende geluidruimte uitgegaan van de bovenbouw die er na gereedkomen van PHS daadwerkelijk zal liggen. Op vrijwel het hele spoortraject betekent dit dat sporen die in het geluidregister nog liggen op houten dwarsliggers, vervangen zijn (of worden) door sporen op (stillere) betonnen dwarsliggers. Zoals hierboven is aangegeven, blijkt met deze uitgangspunten dat er dan op vrijwel het hele traject geluidruimte is, maar dat deze geluidruimte op het traject Amsterdam Centraal – Bijlmer ArenA op veel plekken minder dan 2 dB is. Als in MJPG-spoor uitgegaan wordt van spoor op betonnen dwarsliggers in de situaties Lden,actueel en in de situaties met maatregelen, en dit wordt, al dan niet in combinatie met raildempers, als saneringsmaatregel opgenomen in het geluidregister, dan is deze geluidruimte van 2 dB direct verdwenen. Dat zou betekenen dat er na het gereedkomen van PHS direct een geluidknelpunt ontstaat dat niet eenvoudig is aan te pakken. Om dit te voorkomen is in dit MJPG-spoorproject de volgende werkwijze gehanteerd voor het spoor tussen Amsterdam Centraal en Bijlmer ArenA: -

-

In de situatie Lden,actueel en de situaties met maatregelen is de bovenbouw in het geluidregister gebruikt. Als er in de actuele situatie, of na het gereedkomen van PHS, spoor fysiek op betonnen dwarsliggers aanwezig is, dan is onderzocht of op deze sporen raildempers doelmatig zijn. Als raildempers doelmatig zijn, dan wordt deze saneringsmaatregel als volgt doorgevoerd: o De raildempers worden aangebracht op de sporen o In het geluidregister wordt de bovenbouw gewijzigd van spoor op houten dwarsliggers naar spoor op betonnen dwarsliggers. De bovenbouwtoeslag van spoor op betonnen dwarsliggers is gelijk aan spoor met houten dwarsliggers met raildempers.

Met bovengenoemde methode wordt aldus voorkomen dat er na het gereedkomen van PHS direct een nieuw geluidknelpunt ontstaat, worden er voor de saneringswoningen daadwerkelijk akoestisch relevante maatregelen getroffen, én wordt de maximaal toegestane geluidproductie teruggebracht door de gpp’s te verlagen.

Akoestisch onderzoek geluidsanering AO 10

27/40

Dove gevels Er is een groot aantal nieuwbouwprojecten nabij het spoor gerealiseerd, of in ontwikkeling. Op grond van de bestemmingsplannen is er waar relevant beoordeeld of er sprake is van een dove gevel. Dit blijkt op de volgende locaties het geval te zijn. - Foppingadreef 26 (westgevels)21 - Julianaplein, Amstel Tower (westgevel Blok D, tot 42 meter hoogte)22 - Funenpark (oostelijke gevel)23 - Grote Bickersstraat 2-6 (vanaf de bouwhoogte van 6 meter)24. - Oosterdokstraat en omgeving (noordzijde)25 - Naritaweg 2 t/m 10 en Barajasweg 2 (noordzijde)26 Daarnaast is in het kader van dit project relevant dat in het bestemmingsplan van de bestaande woningen aan de De Ruijterkade 105 t/m 154 staat dat er alleen geluidgevoelige bestemmingen gerealiseerd mogen worden (en een hogere waarde mag worden vastgesteld) als de zuid, west en oostgevels doof zijn, of voorzien worden van een vliesgevel27. Stalen bruggen In Amsterdam liggen binnen de scope een groot aantal stalen spoorbruggen. Deze zijn hieronder genoemd, waarbij is aangegeven of er een geluidmeting aan de brug heeft plaatsgevonden en of een brugmaatregel doelmatig is. Van de bruggen waar een meting is uitgevoerd, staat de gemeten brugtoeslag onder de beschrijvingen.

Daarnaast is in onderstaande lijst opgenomen als uit veldinventarisatie blijkt dat een brug, die volgens het geluidregister van staal is (voor een deel van de sporen) van beton is. Voor bruggen in de buurt van saneringswoningen, staat de detailafweging of een brugmaatregel doelmatig is in Bijlage 1. Stalen bruggen op de spoorlijn Amsterdam Bijlmer ArenA – Amsterdam Centraal – Amsterdam Sloterdijk (in volgorde vanaf Amsterdam Zuidoost via Amsterdam Centraal naar Sloterdijk) -

Brug nabij de Dalsteindreef, over het metrospoor: De brugtoeslag bedraagt, volgens het geluidregister +10 dB. Het is niet doelmatig om maatregelen aan deze brug te treffen voor de sanering. Er liggen namelijk in de directe nabijheid van de brug geen saneringsobjecten.

-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10968333/1