Bijlage 3 Adviezen stadsdelen en stadsgebied Concept beleidskader Inclusie en antidiscriminatiebeleid 2023-2026.pdf
Tekst van het document
Voor kennisgeving aangenomen.
c. noemen als voorwaarde voor gebiedsgerichte uitwerking van het Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 2023-2026 dat de benodigde huisvesting en de fysieke toegankelijkheid daarvan in het stadsgebied op orde is. -
Voor kennisgeving aangenomen.
2.2.1 Bevorderen van gendergelijkheid in werk
d. geven aan dat het stadsgebied subsidie verstrekt aan De Vrouwen van Weesp om activiteiten voor vrouwen (met een migratieachtergrond) te organiseren, met als doel emancipatie d.m.v. het verkrijgen van inzicht in hun talenten en ontwikkelingsmogelijkheden. Hiernaast worden rondom het thema vrouwenemancipatie voorlichtingen, workshops en trainingen gegeven. -
Voor kennisgeving aangenomen.
e. geven aan dat niet alle vrouwen in het stadsgebied dezelfde kansen hebben. - Voor kennisgeving aangenomen.
18
2.2.2 Bevorderen van de keuzevrijheid en het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen en LHBTIQ+-Personen f.
geven aan dat het niet voor alle bewoners vanzelfsprekend is om zichzelf te kunnen zijn en dat dit kan leiden tot eenzaamheid. -
a.
Voor kennisgeving aangenomen.
geven aan dat het stadsgebied investeert in de zichtbaarheid en acceptatie van lhbtiq+ personen met de jaarlijkse Pride week in augustus. Hiernaast wil het stadsgebied dialoogsessies organiseren om bewustwording te vergroten en denkt het aan het creëren van ontmoetingsplekken waarbij diverse thema’s behandeld worden en waar een luisterend oor geboden wordt bij het delen van ervaringen. -
Voor kennisgeving aangenomen.
Agenderend wethouderschap
a. geven aan dat er zijn signalen in het stadgebied zijn dat discriminatie onder jongeren en in de sport plaats vindt. b.
Wordt geagendeerd bij de wethouder Jeugd en de wethouder Sport.
geven aan antidiscriminatie onder jongeren en in de sport al aandacht te geven in het jongerenwerk en hier aanvullend in te willen investeren met diverse activiteiten waaronder voorlichtingen, dialoogsessies en voorstellingen met als doel meer sociale samenhang versterken en een vergroot bewustzijn van jongeren [m.b.t. discriminatie-thematiek] -
Wordt geagendeerd bij de wethouder Jeugd en de wethouder Sport.
19
Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Adviesaanvraag Beleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid
Inclusie en Antidiscriminatiebeleid Diversiteit, (Onderwijs, Jeugd, Zorg en Diversiteit) Datum behandeling staf WH 10-07-2023 Datum adviesaanvraag: 14-07-2023 Deadline ontvangst advies: 06-10-2023 (reguliere termijn van 6 weken + reces (24 juli - 1 sept)) Advies mailen naar: r.buquet@amsterdam.nl Meegestuurde stukken: Bijlage 1: Concept Beleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 2023-2026 Bijlage 2: Visiedocument Inclusie antidiscriminatiebeleid 2023-2026 “Amsterdam een Stad uit Duizenden” Heeft er consultatie vooraf Ja, bij de totstandkoming van het beleidskader en de hieraan ten grondslag liggende visie plaatsgevonden? zijn de stadsdelen zowel ambtelijk als bestuurlijk op verschillende momenten geconsulteerd. Portefeuille: Directie:
Elk stadsdeel, elk stadsgebied, elke buurt en wijk heeft zijn eigen karakter, problematiek en uitdagingen. De stadsdeelbestuurders en de stadsdeelcommissies weten goed wat de specifieke behoefte zijn. Hierom heeft voorafgaand aan deze formele adviesaanvraag in Q4 van 2022 ieder stadsdeel gebiedsgerichte speerpunten op het gebied van Inclusie en Antidiscriminatie opgesteld die bestuurlijk zijn besproken. In Q1 van 2023 is de visie met de stadsdeelbestuurders gedeeld en in Q1, Q2 en Q3 van 2023 zijn zowel wethouder Meliani (Portefeuille: Inclusie en Antidiscriminatiebeleid) als het afdelingshoofd Diversiteit met de stadsdeelbestuurders afzonderlijk in gesprek gegaan. Hierin is gesproken over de rol van het stadsdeel bij de realisatie van het diversiteitsbeleid en de samenwerking met de directie. Deze gesprekken en de gebiedsgerichte speerpunten zijn naast de gesprekken met Amsterdammers, experts en organisaties in de stad, voedingsbodem geweest voor zowel de visie als het beleidskader. Deze input is vertaald naar beleidsdoelstellingen en beleidsprioriteiten op een hoger abstractieniveau. Om de concept prioriteiten te duiden en te toetsen of de stadsdelen de meegegeven speerpunten hierin terugzien/ hieronder kwijt kunnen, heeft in Q 3 zowel een ambtelijke als bestuurlijk terugkoppeling plaatsgevonden.
Op deze manier is gepoogd zoveel mogelijk input van mee te nemen en de stadsdelen mee te nemen in het proces. Invullen door stadsdeel: Noord Gemma Huizinga Datum weekstart/staf: 4 september Datum stadsdeelcommissie: 20 september Datum dagelijks bestuur: 5 september tkn, 26 september definitief advies Registratienr. (optioneel): … Stadsdeel: Procesbegeleider:
Pagina 1 van 7
Over gevraagde adviezen: conform art. 12 van de verordening op het lokaal bestuur vraagt B&W advies aan een DB over besluiten die (lid 1) betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van het DB of (lid 2) op de belangen van het stadsdeel . Het DB legt deze adviezen voor aan de stadsdeelcommissie (art. 19). Het DB neemt het advies van de stadsdeelcommissie over indien het is vastgesteld met een meerderheid van stemmen en binnen de budgettaire kader past (art. 19 lid 5). Afwijkingen van het advies motiveert het DB.
Adviesvraag B&W Formuleer hier de vraag aan het stadsdeel
Biedt het concept beleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 2023-2026 (bijlage 2) de stadsdelen voldoende ruimte en richting om gebiedsgerichte speerpunten uit te werken die passen bij het nieuwe diversiteitsbeleid? Beleidskader Samengevat beschrijft het beleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 2024-2026 (met achterliggende visie bijlage 1) dat het college wil toewerken naar een inclusievere stad langs twee sporen, twee zijden van dezelfde medaille. 1.) Enerzijds door discriminatie te bestrijden en preventief de voedingsbodem hiervoor weg te nemen, 2.) anderzijds door emancipatie te bevorderen en emanciperende initiatieven in onze stad te ondersteunen. Langs deze twee lijnen richten we onze inzet op: • Normstellen: het signaal dat wij als gemeente geen enkele vorm van discriminatie accepteren. • Agenderen: het op de agenda zetten van onderbelichte thema’s. • Faciliteren van individuen/organisaties/bewegingen in de stad Naar deze ambities wil het college toewerken door binnen de volgende doelstellingen aan de daarbij passende beleidsprioriteiten te werken. Deze beleidsprioriteiten beschrijven hoe we deze doelstellingen denken te realiseren.
AMBITIE 1 - ANTIDISCRIMINATIE: NAAR EEN STAD WAAR JE JE VRIJ EN BESCHERMD VOELT Doelstelling 1.1 Terugdringen van discriminatie en onderliggende vooroordelen 1.1.1 Bevorderen van de kennis over (de effecten) van discriminatie 1.1.2. Bevorderen van inlevingsvermogen en empathie bij groepen die een negatieve houding hebben ten aanzien van groepen die discriminatie ervaren 1.1.3 Als gemeente zijn we normstellend, we dragen actief uit dat elke vorm van discriminatie onacceptabel is Doelstelling 1.2. Sterkere rol en positie voor de anti-discriminatievoorziening (ADV), 1.2.1 Slachtoffers een luisterend oor, erkenning en praktische hulp bieden 1.2.2. In gesprek gaan met daders om herhaling te voorkomen Doelstelling 1.3. Bestrijden negatieve doorwerking van verleden in samenleving van nu 1.3.1 Gedeeld eigenaarschap van het Amsterdamse koloniale verleden en doorwerking daarvan vergroten
AMBITIE 2 - EMANCIPATIE: NAAR EEN STAD MET RUIMTE OM JEZELF TE ZIJN Doelstelling 2.1 Ondersteunen van het zelf-organiserend en emanciperend vermogen in de stad, van individuen en organisaties die zich inzetten voor de emancipatie van verschillende groepen 2.1.1 Verbinden en faciliteren van emanciperende krachten. Doelstelling 2.2 Bevorderen van gelijkheid, met nadrukkelijke aandacht voor mensen in een kwetsbare positie 2.2.1 Bevorderen van gendergelijkheid in werk 2.2.2 Bevorderen van de keuzevrijheid en het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen en LHBTIQ+-Personen Doelstelling 2.3 Betere representatie van- en medezeggenschap voor alle Amsterdammers 2.3.1 Bevorderen van gelijkwaardige representatie en medezeggenschap 2.3.2 Doorbreken van stereotype beeldvorming
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 2 van 7
Binnen deze prioriteiten is gekozen voor een focus op groepen in de samenleving die structureel buiten zijn en worden gesloten, niet in gelijkwaardigheid deelnemen aan de maatschappij of worden benadeeld op basis van gedeelde persoonskenmerken en in het coalitieakkoord zijn benoemd (zwarte, joodse, moslim-, Aziatische en lhbtiq+ gemeenschappen, vrouwen en personen met een (functie)beperking). Met deze focus beoogt het college echt impact te maken met de beperkte middelen en capaciteit die beschikbaar zijn. Dit neemt niet weg dat we ook oog houden voor aandachtspunten bij andere gemeenschappen. Rol van de stadsdelen bij de realisatie van deze doelstellingen De stadsdelen hebben bij het werken aan doelstellingen een belangrijke rol. Bovendien hebben de stadsdelen volgens “de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022”, de taak om op het gebied van Diversiteit uitvoering te geven aan vastgesteld beleid en programma’s op het gebied van: emancipatie, dialoog ontmoeting, herdenken en vieren. Hiervoor ontvangen de stadsdelen jaarlijks middelen waarmee naar eigen inzicht activiteiten ontplooid kunnen worden die bijdragen aan de prioriteiten uit het diversiteitsbeleid en passen bij de couleur locale van de stadsdelen.
Adviesvraag Middels deze adviesaanvraag geeft het college de stadsdeelcommissies, volgens de verordening op de stadsdelen, de gelegenheid te adviseren op het nieuwe beleid, alvorens het kader wordt aangeboden aan het college van Burgemeester en Wethouders en de Raad in het vierde kwartaal van 2023. Middels deze aanvraag wil het college nagaan of het concept beleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 2023-2026 de stadsdelen voldoende ruimte en richting biedt om gebiedsgerichte speerpunten uit te werken die passen bij het nieuwe diversiteitsbeleid?. Winstwaarschuwing Hierbij is het van belang om in acht te nemen dat de meegegeven input en speerpunten uit de stadsdelen zijn vertaald naar een hoger abstractieniveau. Dit betekent dat ze niet (altijd) één op één terug te lezen zijn in het beleidskader. Dit neemt echter niet weg dat er binnen de beleidsprioriteiten ruimte moet zijn voor een gebiedsgerichte uitwerking passend binnen het nieuwe diversiteitsbeleid.
Voorbeeld van hoe een gebiedsgericht speerpunt en de uitwerking daarvan bijdraagt aan de beleidsprioriteiten in het concept beleidskader. Vanuit het Stadsdeel Oost zijn voor de Indische buurt en Oud-Oost gebiedsgerichte speerpunten opgesteld die zich richten op het tegengaan van spanningen tussen verschillende groepen bewoners. Hierbij is onder andere een focus op oudere Amsterdammers uit de lhbtiq+ gemeenschap (Oost refereert naar deze groep met “Roze Ouderen”) en joodse Amsterdammers, groepen wiens verhalen in deze buurten onderbelicht zijn. Het project namenennummers.nl betreft een online herdenkingsmonument waarbij Joodse WOII slachtoffers uit deze buurten worden herdacht door korte verhalen over deze personen te delen. Dit is een voorbeeld van een project dat past onder de beleidsprioriteit ‘Bevorderen van inlevingsvermogen en empathie bij groepen die een negatieve houding hebben ten aanzien van groepen die discriminatie ervaren’. Vooroordelen zijn vaak de basis voor discriminatie en kunnen worden weggenomen door het vergroten van het inlevingsvermogen en empathie. Een project als namenenrugnummers.nl draagt hier aan bij.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 3 van 7
Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies
Algemene reactie: Het dagelijks bestuur kan zich goed vinden in het conceptbeleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 20232026. We onderschrijven de keuze om toe te werken naar een inclusievere stad door enerzijds discriminatie te bestrijden en anderzijds door emancipatie te bevorderen. Reactie op de gestelde vraag: Biedt het concept beleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 2023-2026 (bijlage 2) de stadsdelen voldoende ruimte en richting om gebiedsgerichte speerpunten uit te werken die passen bij het nieuwe diversiteitsbeleid?
Aandacht voor diversiteit blijft in de volle breedte een belangrijk beleidsterrein voor Noord. Noord moet een stadsdeel zijn waar iedereen zichzelf kan zijn, ongeacht geslacht, geaardheid, religieuze of culturele achtergrond. Daarom zetten we als stadsdeel in op activiteiten die ontmoeting en verbinding tussen diverse bewoners bevorderen en om emancipatie en kansengelijkheid te vergroten. In Noord is er een groot belang om te bouwen aan gemeenschappen met betrekking tot inclusie om zo verschillende groepen in het stadsdeel te bereiken, dit komt mede doordat de organisatiegraad binnen de betreffende gemeenschappen nog te laag is. Het beleidskader biedt voldoende ruimte om de volgende gebiedsgerichte speerpunten uit te werken: 1. Vrouwenemancipatie Binnen stadsdeel Noord ligt het percentage economische zelfstandigheid van vrouwen aanzienlijk lager dan in andere delen van de stad. Het bouwen aan het Noordse Vrouwennetwerk draagt bij aan de ontmoetingen tussen en emancipatie van vele verschillende vrouwen in Noord. Belangrijke resultaten hiervan zijn de verschillende netwerkbijeenkomsten, waardoor vrouwen en organisaties elkaar beter kennen en opzoeken, het openen van de vrouwenrechtswinkel begin 2023 en het openen van een meiden- en vrouwencentrum eind 2023. 2.
Sociale veiligheid en acceptatie LHBTIQ+’ers Afgelopen zomer bevestigen een aantal nare incidenten in Noord dat het des te meer noodzakelijk is om extra in te zetten op de sociale veiligheid en acceptatie van LHBTIQ+’ers in het stadsdeel. Hiervoor zijn we reeds in gesprek met scholen, organisaties, gebedshuizen en bewoners. Hiermee bevorderen we de kennis over (de effecten van) discriminatie, het inlevingsvermogen en empathie bij groepen die een negatieve houding hebben ten aanzien van groepen die discriminatie ervaren, waaronder de LHBTIQ+ gemeenschap. De LHBTIQ+érs vormen in Noord een minder zichtbare gemeenschap dan voorheen en in vergelijking met de situatie in andere stadsdelen. Daarom is het in Noord belangrijk om weer in contact te komen met deze doelgroep, het gesprek aan te gaan en te werken aan onderlinge verbondenheid binnen de gemeenschap. Jezelf veilig voelen op straat is in Noord niet vanzelfsprekend voor de LHBTIQ+’ers. Het is belangrijk om alert te zijn op de signalen hierover en in gesprek te blijven met de doelgroep o.a. over wat zij nodig hebben om zich veilig te voelen op straat. Daarnaast werken we aan het vergroten van de zichtbaarheid van de LHBTIQ+ gemeenschap in Noord. 3. Gedeelde geschiedenis In het stadsdeel is een tal van bewoners met mooie verhalen die verteld moeten worden.
Leren van elkaars geschiedenis en de geschiedenis van het stadsdeel draagt bij aan het creëren van een meer inclusieve samenleving. In Noord willen we meer aandacht besteden aan het slavernij verleden, de joodse geschiedenis, waaronder de verborgen verhalen van de Vogelbuurt en de verhalen van de eerste migranten die in Noord onder andere bij Kamp Ataturk gehuisvest waren. 4. Inclusieve participatie Het is goed om te lezen dat voor het aanbrengen van focus in het beleid: gesprekken gevoerd zijn met Amsterdammers en (grassroots) organisaties, gesprekken met stadsdelen en stadsgebied Weesp, kennissessies met experts en ervaringsdeskundigen, actieonderzoeken, verschillende akkoorden en de nieuwste inzichten uit onderzoek. Bewonersbetrokkenheid is tevens het uitgangspunt van Aanpak Noord. Democratisering is van Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 4 van 7
iedereen en nog veelal worden niet alle bewoners bereikt. De participatie kan inclusiever en daarmee representatiever, we blijven hier graag over in gesprek Veranderend Noord: Noord is een stadsdeel dat zich in hoog tempo ontwikkelt waarbij er spanningen ontstaan tussen verschillende groepen bewoners. Toch is er een groot gemeenschapsgevoel, dat wij in Noord graag willen versterken. De verschillende bevolkingsgroepen, zoals oude en nieuwe bewoners, vallen echter niet per se onder de focusgroepen binnen het beleidskader, maar behoeven wel degelijk aandacht. Tot slot wil het dagelijks bestuur meegeven dat de opgaven, zoals genoemd in het beleidskader, gelden voor de hele stad maar in het ene stadsdeel groter zijn dan in het andere stadsdeel. Het is belangrijk om te weten waar verschillende interventies het hardst nodig zijn en daarop ook keuzes te maken in de uitvoering van het beleid. Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB
De stadsdeelcommissie kan instemmen in het conceptbeleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 20232026. We willen daarbij onderstrepen dat we blij zijn te lezen dat het DB ook aandacht in haar advies heeft voor veranderend Noord, ondanks dat dit misschien niet binnen de scope van dit beleidskader past, behoeft dit wel aandacht binnen ons stadsdeel. Daarbij zijn er volgens ons nog extra aandachtspunten nodig: 1. Meer focus op discriminatie bij stages en op de werkvloer van jongeren; 2. Bevorderen van kansengelijkheid in het onderwijs voor de Noordse jeugd. Zoals aanpak onder-advisering in het onderwijs. De vooroordelen bij de leraren wegnemen door leerling gelijke kansen te bieden ongeacht hun culturele achtergrond/afkomst. Meer kijkend naar prestaties, kennis en intelligentie; 3. Wij zijn blij om te lezen dat er aandacht is voor vrouwenemancipatie. Er worden veel activiteiten georganiseerd voor vrouwen maar de gemeente bereikt niet iedereen. De reden hiervoor is de taalbarrière. Veel vrouwen in Noord leven geïsoleerd, er is geen contact met de buitenwereld en niemand kijkt naar hen om. De gemeente moet moeite doen om ze te bereiken. 4. In Noord is armoede een groot probleem, dat voorkomt dat mensen als volwaardig burger kunnen deelnemen aan de samenleving.
Structureel geldgebrek ligt aan de basis van veel problemen: lagere schooladviezen voor kinderen, sociale uitsluiting. Het advies van de commissie is om ook sociaal economische status mee te nemen als in- en uitsluitende categorie binnen het Beleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 5 van 7
Definitief advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders
Stadsdeel Noord kan zich goed vinden in het conceptbeleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 20232026. We onderschrijven de keuze om toe te werken naar een inclusievere stad door enerzijds discriminatie te bestrijden en anderzijds door emancipatie te bevorderen. Reactie op de gestelde vraag: Biedt het concept beleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 2023-2026 (bijlage 2) de stadsdelen voldoende ruimte en richting om gebiedsgerichte speerpunten uit te werken die passen bij het nieuwe diversiteitsbeleid? Aandacht voor diversiteit blijft in de volle breedte een belangrijk beleidsterrein voor Noord. Noord moet een stadsdeel zijn waar iedereen zichzelf kan zijn, ongeacht geslacht, geaardheid, religieuze of culturele achtergrond. Daarom zetten we als stadsdeel in op activiteiten die ontmoeting en verbinding tussen diverse bewoners bevorderen en om emancipatie en kansengelijkheid te vergroten. In Noord is er een groot belang om te bouwen aan gemeenschappen met betrekking tot inclusie om zo verschillende groepen in het stadsdeel te bereiken, dit komt mede doordat de organisatiegraad binnen de betreffende gemeenschappen nog te laag is. Het beleidskader biedt voldoende ruimte om de volgende gebiedsgerichte speerpunten uit te werken: 1.
Vrouwenemancipatie Binnen stadsdeel Noord ligt het percentage economische zelfstandigheid van vrouwen aanzienlijk lager dan in andere delen van de stad. Het bouwen aan het Noordse Vrouwennetwerk draagt bij aan de ontmoetingen tussen en emancipatie van vele verschillende vrouwen in Noord. Belangrijke resultaten hiervan zijn de verschillende netwerkbijeenkomsten, waardoor vrouwen en organisaties elkaar beter kennen en opzoeken, het openen van de vrouwenrechtswinkel begin 2023 en het openen van een meiden- en vrouwencentrum eind 2023. Binnen het thema vrouwenemancipatie is aandacht voor taal, omdat veel vrouwen nog niet bereikt worden, o.a. door de taalbarrière. 2. Sociale veiligheid en acceptatie LHBTIQ+’ers Afgelopen zomer bevestigen een aantal nare incidenten in Noord dat het des te meer noodzakelijk is om extra in te zetten op de sociale veiligheid en acceptatie van LHBTIQ+’ers in het stadsdeel. Hiervoor zijn we reeds in gesprek met scholen, organisaties, gebedshuizen en bewoners. Hiermee bevorderen we de kennis over (de effecten van) discriminatie, het inlevingsvermogen en empathie bij groepen die een negatieve houding hebben ten aanzien van groepen die discriminatie ervaren, waaronder de LHBTIQ+ gemeenschap. De LHBTIQ+érs vormen in Noord een minder zichtbare gemeenschap dan voorheen en in vergelijking met de situatie in andere stadsdelen.
Daarom is het in Noord belangrijk om weer in contact te komen met deze doelgroep, het gesprek aan te gaan en te werken aan onderlinge verbondenheid binnen de gemeenschap. Jezelf veilig voelen op straat is in Noord niet vanzelfsprekend voor de LHBTIQ+’ers. Het is belangrijk om alert te zijn op de signalen hierover en in gesprek te blijven met de doelgroep o.a. over wat zij nodig hebben om zich veilig te voelen op straat. Daarnaast werken we aan het vergroten van de zichtbaarheid van de LHBTIQ+ gemeenschap in Noord. 3. Gedeelde geschiedenis In stadsdeel Noord is een tal van bewoners met mooie verhalen die verteld moeten worden. Leren van elkaars geschiedenis en de geschiedenis van het stadsdeel draagt bij aan het creëren van een meer inclusieve samenleving. In Noord willen we meer aandacht besteden aan het slavernij verleden, de joodse geschiedenis, waaronder de verborgen verhalen van de Vogelbuurt en de verhalen van de eerste migranten die in Noord onder andere bij Kamp Ataturk gehuisvest waren.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 6 van 7
4. Inclusieve participatie Het is goed om te lezen dat voor het aanbrengen van focus in het beleid: gesprekken gevoerd zijn met Amsterdammers en (grassroots) organisaties, gesprekken met stadsdelen en stadsgebied Weesp, kennissessies met experts en ervaringsdeskundigen, actieonderzoeken, verschillende akkoorden en de nieuwste inzichten uit onderzoek. Bewonersbetrokkenheid is tevens het uitgangspunt van Aanpak Noord. Democratisering is van iedereen en nog veelal worden niet alle bewoners bereikt. De participatie kan inclusiever en daarmee representatiever, we blijven hier graag over in gesprek 5. Discriminatie bij stages en op de werkvloer van jongeren; Meer focus op discriminatie bij stages en op de werkvloer van jongeren; Goed te lezen dat hierop samen wordt gewerkt met andere directies als Werk en Inkomen. Veranderend Noord: Noord is een stadsdeel dat zich in hoog tempo ontwikkelt waarbij er spanningen ontstaan tussen verschillende groepen bewoners. Toch is er een groot gemeenschapsgevoel, dat wij in Noord graag willen versterken. De verschillende bevolkingsgroepen, zoals oude en nieuwe bewoners, vallen echter niet per se onder de focusgroepen binnen het beleidskader, maar behoeven wel degelijk aandacht. We zien door deze veranderingen in Noord ook meer een scheiding tussen ‘arm en rijk’ ontstaan.
In Noord is armoede een groot probleem, dat voorkomt dat mensen als volwaardig burger kunnen deelnemen aan de samenleving. Structureel geldgebrek ligt aan de basis van veel problemen: lagere schooladviezen voor kinderen, sociale uitsluiting. De stadsdeelcommissie adviseert om ook sociaal economische status mee te nemen als in- en uitsluitende categorie binnen het Beleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid. Bevorderen van kansengelijkheid in het onderwijs voor de Noordse jeugd. Ook in het onderwijs worden mensen gediscrimineerd en buitengesloten. Een voorbeeld hiervan is de onderadvisering. We adviseren hierom extra aandacht voor realisatie van het beleidskader in het onderwijs, om zo bijvoorbeeld de vooroordelen bij de leraren wegnemen door leerling gelijke kansen te bieden ongeacht hun culturele achtergrond/afkomst. Meer kijkend naar prestaties, kennis en intelligentie; Dit behoort ook bij de wethouder Onderwijs Tot slot wil stadsdeel Noord meegeven dat de opgaven, zoals genoemd in het beleidskader, gelden voor de hele stad maar in het ene stadsdeel groter zijn dan in het andere stadsdeel. Het is belangrijk om te weten waar verschillende interventies het hardst nodig zijn en daarop ook keuzes te maken in de uitvoering van het beleid.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 7 van 7
Stadsdeel Nieuw-West Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies
Inleiding Het dagelijks bestuur ziet de materiële uitsluiting van Amsterdammers van een eerlijk schooladvies, een stageplek, een baan, een woning, zorg of een zorgeloze wandeling op straat met of zonder geliefde en uitgedost in welke modieuze expressie of zichtbare geloofsovertuiging ook als een bedreiging voor al wat de stad “Heldhaftig, vastberaden, barmhartig” maakt. Toch zijn deze vormen van uitsluiting een dagelijkse realiteit voor Amsterdammers, niet in de laatste plaats in Nieuw-West. Het college neemt zelfs een stijging van discriminatie waar, met name op gronden van ras, huidkleur en nationaliteit. Het dagelijks bestuur is daarom ingenomen met de urgentie en energie die doorklinken in het beleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 2023-2026. Het beleidskader biedt het stadsdeel ruimte om de eigen gebiedsgerichte diversiteitsbeleid verder te ontwikkelen en verbreden. Het DB wil specifiek waardering uiten voor de aandacht die uitgaat naar anti-Aziatisch racisme en mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking. Ondanks het beeld dat Oost-Aziaten de “modelminderheid” vormen, heeft het coronavirus blootgelegd dat ook deze groep slachtoffer is van racistische agressie in woord en daad. Het onderzoek naar validisme is belangrijk maar het DB wijst erop dat onderzoek en actie hand in hand kunnen gaan.
Een simpel rondje door de stad met een Amsterdammer die slecht ter been is of rolstoelafhankelijk bewijst dat de straten en stations van Amsterdam, het openbaar vervoer en gebouwen slecht toegankelijk zijn en mensen fundamenteel kunnen beperken in hun bewegingsvrijheid. Het dagelijks bestuur steunt de welkome aandacht van het college in het beleidskader voor woningmarktdiscriminatie van harte. We hebben meer kennis en ondernemen meer actie tegen discriminatie op de stagemarkt, arbeidsmarkt, bij de politie en in het onderwijs dan in dit domein terwijl de gevolgen hiervan minstens zo ingrijpend zijn voor Amsterdammers. Ditzelfde geldt voor discriminatie in de zorg. Het DB roept het college op aan te sluiten bij de recente landelijke aandacht in de Tweede Kamer voor ook deze relatief onderbelichte vorm van discriminatie en het beleidskader hiermee aan te vullen. Het stadsdeelbestuur deelt de overtuiging dat een inclusievere stad dichterbij komt door enerzijds de uitwassen van discriminatie te bestrijden en anderzijds emanciperende bewegingen te versterken. Dat gebeurt, zoals beschreven in het beleidskader, door te normeren, agenderen en ondersteunen. Het DB drukt het college op het hart het onderdeel normeren extra gewicht te geven. Straffeloosheid is de norm als het om discriminatie gaat, consequenties voor plegers van discriminatie blijven structureel uit.
Hieronder volgen per spoor een aantal aandachtspunten. Normeren Het college verwijst naar de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting waarin 2032 wordt genoemd als jaartal waarin intimidatie en discriminatie van huurders niet langer zal plaatsvinden. De urgentie die het DB in het beleidskader treft is allerminst aanwezig in dit voornemen met een tijdsbestek van bijna tien jaar. Hetzelfde geldt voor de verwijzing naar de wet Goed Verhuurderschap van het Rijk. Amsterdam wil zodra de wet in werking treedt verhuurders en bemiddelaars sanctioneren. Het DB roept het college met klem op geen afwachtende houding aan te nemen maar gebruik te maken van de instrumenten die reeds voorhanden zijn. Agenderen Het stadsdeelbestuur is geschrokken van de toenemende online en offline agressie jegens trans Amsterdammers. Deze ontwikkeling manifesteert zich helaas ook in stadsdeel Nieuw-West. Het DB wil zij aan zij met het college optreden de komende tijd uit solidariteit met een kwetsbare groep in de stad. Voorts adviseert het DB het college het MDRA op te roepen extra werk te maken van transhaat. Ondersteunen Het college heeft op verschillende terreinen betekenisvol actie ondernomen als het gaat om het ondersteunen van het zelforganiserend en emanciperend vermogen van de stad.
De Queer & Pride heeft na een langslepende verhitte discussie in de queer en trans gemeenschap vorm gekregen, Keti Koti wordt vormgegeven door de zwarte
gemeenschap en krijgt steeds meer nationaal gewicht in onze gedeelde geschiedenis en verschillende groepen in wat het college de Amsterdamse “minderheidsdemocratie” noemt worden gefaciliteerd. Het stadsdeel is bijzonder positief gestemd over deze resultaten maar ziet ook een groep naar de achtergrond verdwijnen. Dit betreft de eerste generatie migranten die in de recente geschiedenis de blauwdruk hebben gecreëerd voor emancipatoire vereniging en actie. Het DB roept het college op hen te blijven zien en spreken en hen bijvoorbeeld via intergenerationele samenwerkingen te stimuleren. Het stadsdeelbestuur leest in het beleidskader met enige regelmaat beleidsinstrumenten die bekend in de oren klinken zoals adv’s “meer bekendheid” geven, “streefcijfers” hanteren als gemeente om representatief te zijn, “bij inkoop” als gemeente geen zaken doen met discriminerende bedrijven en natuurlijk een nieuwe “publiekscampagne” tegen discriminatie. Zonder in cynisme te vervallen wil het stadsdeelbestuur het college waarschuwen bewezen ineffectief beleid te filteren uit het kader of de genoemde instrumenten meer tanden te geven. Nieuw-West is een thuis voor een bonte verzameling mensen waaronder kwetsbare groepen. Deze inwoners, van oudere zorgbehoevende inwoners tot ongedocumenteerden, zijn gebaat bij toegankelijke voorzieningen en informatie.
Het DB ziet deze bewoners verdwalen in een digitaal doolhof. Informele partijen in het stadsdeel worden druk bezocht door groepen die het college in het beleidskader aanwijst als prioriteit voor online hulp en ondersteuning - ze snappen niet wat DigiD is, ze raken verstrikt in het aanvragen van kortingen en regelingen waar ze recht op hebben en kunnen zich niet op eigen kracht aanmelden voor activiteiten die er juist voor hen zijn. Het dagelijks bestuur verzoekt het college digitale inclusie net als in de vorige bestuursperiode te blijven agenderen. Het stadsdeelbestuur wil het college een terugkerend dilemma ter overweging geven dat in het diversiteitsbeleid besloten ligt. Het beleidskader spreekt over en met een variatie aan minderheidsgroepen – van trans dak -en thuislozen tot Oost-Aziatische inwoners van de stad. Het college benoemt onder andere antisemitisme, validisme, anti-zwart racisme, anti-moslimdiscriminatie, anti-Aziatisch racisme en discriminatie van lhbtiq+ personen. Gewaakt moet worden voor onderlinge concurrentie tussen de minderheidsgroepen om gezien en gehoord te worden. Uiteindelijk moeten Amsterdammers in de verdrukking ongeacht hun vermogen tot lobbyen of activisme en zonder aanziens des persoons bescherming of ondersteuning kunnen vinden in Amsterdam.
Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB
Het advies van D66 is aangenomen met 15 stemmen voor (alle fracties) Zoek contact met de joodse organisaties in Amsterdam die zich bezighouden met de preventie van antisemitisme en vraag hen deze preventieactiviteiten uit te breiden naar de jongerenorganisaties in Amsterdam Nieuw-West. Het advies van GroenLinks is er per punt stemming gebracht Punt 1: Zet extra in op trainingen betreft inclusie en diversiteit voor het gemeentelijke personeel en met name brandweer en politie en laat hierin slachtoffers van discriminatie een belangrijke rol spelen. Aangenomen met 12 voor van de fracties D66, PvdA, GroenLinks, DGBP, VVD en DENK 1 tegen van FVD en 2 onthoudingen van GBW! en het CDA. Punt 3: Onderzoek de mogelijkheid om een masterclass op te starten met sleutelfiguren van de verschillende minderheidsgroepen om zo samenwerking te bevorderen en onwetendheid tegen te gaan. Stimuleer daarmee projecten over de verschillende groepen heen, door samenwerking te versterken. Aangenomen met 14 voor van de fracties D66, PvdA, GroenLinks, DGBP, VVD, CDA en DENK en 1 onthouding van GBW! Punt 4 : Onderzoek de mogelijkheid om de dialoog met de moskeeën over diversiteitsbeleid en inclusie op stadsdeelniveau weer op gang te brengen. Aangenomen met 10 voor van de fracties D66, PvdA, GroenLinks, DGBP en de VVD 3 stemmen tegen van FvD en DENK en 2 onthoudingen van GBW! en het CDA.
Punt 5: De stadsdeelcommissie adviseert de gemeenteraad om jaarlijks de stand van zaken en voortgang te bespreken middels een voortgangsrapportage geleverd door de Wethouder.
Aangenomen met 15 stemmen (alle fracties) Punt 6: De stadsdeelcommissie adviseert om deze “ongewone ontmoetingen” te intensiveren. Hoe vaker hoe beter! Maak het voor bewoners nog makkelijker om zo’n ontmoeting te initiëren. Aangenomen met 15 stemmen (alle fracties) Punt 7: De stadsdeelcommissie adviseert een beslisboom/routekaart voor slachtoffers van uitsluiting of discriminatie. Stel deze in samenwerking met de verschillende organisaties en experts op en verspreidt deze breed middels een campagne. Aangekomen met 14 voor en 1 onthouding van GBW! Punt 8: Vraag advies aan onze jongerenraad om te onderzoeken waar zij nog meer behoefte aan hebben specifiek als het gaat om deze onderwerpen in Nieuw-West. Het advies is aangenomen met 15 stemmen (alle fracties).
Definitief advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders
Inleiding Het dagelijks bestuur ziet de materiële uitsluiting van Amsterdammers van een eerlijk schooladvies, een stageplek, een baan, een woning, zorg of een zorgeloze wandeling op straat met of zonder geliefde en uitgedost in welke modieuze expressie of zichtbare geloofsovertuiging ook als een bedreiging voor al wat de stad “Heldhaftig, vastberaden, barmhartig” maakt. Toch zijn deze vormen van uitsluiting een dagelijkse realiteit voor Amsterdammers, niet in de laatste plaats in Nieuw-West. Het college neemt zelfs een stijging van discriminatie waar, met name op gronden van ras, huidkleur en nationaliteit. Het dagelijks bestuur is daarom ingenomen met de urgentie en energie die doorklinken in het beleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 2023-2026. Het beleidskader biedt het stadsdeel ruimte om de eigen gebiedsgerichte diversiteitsbeleid verder te ontwikkelen en verbreden. Het DB wil specifiek waardering uiten voor de aandacht die uitgaat naar anti-Aziatisch racisme en mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking. Ondanks het beeld dat Oost-Aziaten de “modelminderheid” vormen, heeft het coronavirus blootgelegd dat ook deze groep slachtoffer is van racistische agressie in woord en daad. Het onderzoek naar validisme is belangrijk maar het DB wijst erop dat onderzoek en actie hand in hand kunnen gaan.
Een simpel rondje door de stad met een Amsterdammer die slecht ter been is of rolstoelafhankelijk bewijst dat de straten en stations van Amsterdam, het openbaar vervoer en gebouwen slecht toegankelijk zijn en mensen fundamenteel kunnen beperken in hun bewegingsvrijheid. Het dagelijks bestuur steunt de welkome aandacht van het college in het beleidskader voor woningmarktdiscriminatie van harte. We hebben meer kennis en ondernemen meer actie tegen discriminatie op de stagemarkt, arbeidsmarkt, bij de politie en in het onderwijs dan in dit domein terwijl de gevolgen hiervan minstens zo ingrijpend zijn voor Amsterdammers. Ditzelfde geldt voor discriminatie in de zorg. Het DB roept het college op aan te sluiten bij de recente landelijke aandacht in de Tweede Kamer voor ook deze relatief onderbelichte vorm van discriminatie en het beleidskader hiermee aan te vullen. Het stadsdeelbestuur deelt de overtuiging dat een inclusievere stad dichterbij komt door enerzijds de uitwassen van discriminatie te bestrijden en anderzijds emanciperende bewegingen te versterken. Dat gebeurt, zoals beschreven in het beleidskader, door te normeren, agenderen en ondersteunen. Het DB drukt het college op het hart het onderdeel normeren extra gewicht te geven. Straffeloosheid is de norm als het om discriminatie gaat, consequenties voor plegers van discriminatie blijven structureel uit.
Hieronder volgen per spoor een aantal aandachtspunten. Normeren Het college verwijst naar de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting waarin 2032 wordt genoemd als jaartal waarin intimidatie en discriminatie van huurders niet langer zal plaatsvinden. De urgentie die het DB in het beleidskader treft is allerminst aanwezig in dit voornemen met een tijdsbestek van bijna tien jaar. Hetzelfde geldt voor de verwijzing naar de wet Goed Verhuurderschap van het Rijk. Amsterdam wil zodra de wet in werking treedt verhuurders en
bemiddelaars sanctioneren. Het DB roept het college met klem op geen afwachtende houding aan te nemen maar gebruik te maken van de instrumenten die reeds voorhanden zijn. Agenderen Het stadsdeelbestuur is geschrokken van de toenemende online en offline agressie jegens trans Amsterdammers. Deze ontwikkeling manifesteert zich helaas ook in stadsdeel Nieuw-West. Het DB wil zij aan zij met het college optreden de komende tijd uit solidariteit met een kwetsbare groep in de stad. Voorts adviseert het DB het college het MDRA op te roepen extra werk te maken van transhaat. Ondersteunen Het college heeft op verschillende terreinen betekenisvol actie ondernomen als het gaat om het ondersteunen van het zelforganiserend en emanciperend vermogen van de stad. De Queer & Pride heeft na een langslepende verhitte discussie in de queer en trans gemeenschap vorm gekregen, Keti Koti wordt vormgegeven door de zwarte gemeenschap en krijgt steeds meer nationaal gewicht in onze gedeelde geschiedenis en verschillende groepen in wat het college de Amsterdamse “minderheidsdemocratie” noemt worden gefaciliteerd. Het stadsdeel is bijzonder positief gestemd over deze resultaten maar ziet ook een groep naar de achtergrond verdwijnen. Dit betreft de eerste generatie migranten die in de recente geschiedenis de blauwdruk hebben gecreëerd voor emancipatoire vereniging en actie.
Het DB roept het college op hen te blijven zien en spreken en hen bijvoorbeeld via intergenerationele samenwerkingen te stimuleren. Het stadsdeelbestuur leest in het beleidskader met enige regelmaat beleidsinstrumenten die bekend in de oren klinken zoals adv’s “meer bekendheid” geven, “streefcijfers” hanteren als gemeente om representatief te zijn, “bij inkoop” als gemeente geen zaken doen met discriminerende bedrijven en natuurlijk een nieuwe “publiekscampagne” tegen discriminatie. Zonder in cynisme te vervallen wil het stadsdeelbestuur het college waarschuwen bewezen ineffectief beleid te filteren uit het kader of de genoemde instrumenten meer tanden te geven. Nieuw-West is een thuis voor een bonte verzameling mensen waaronder kwetsbare groepen. Deze inwoners, van oudere zorgbehoevende inwoners tot ongedocumenteerden, zijn gebaat bij toegankelijke voorzieningen en informatie. Het DB ziet deze bewoners verdwalen in een digitaal doolhof. Informele partijen in het stadsdeel worden druk bezocht door groepen die het college in het beleidskader aanwijst als prioriteit voor online hulp en ondersteuning - ze snappen niet wat DigiD is, ze raken verstrikt in het aanvragen van kortingen en regelingen waar ze recht op hebben zich niet op eigen kracht aanmelden voor activiteiten die er juist voor hen zijn.
Het dagelijks bestuur verzoekt het college digitale inclusie net als in de vorige bestuursperiode te blijven agenderen. Het stadsdeelbestuur wil het college een terugkerend dilemma ter overweging geven dat in het diversiteitsbeleid besloten ligt. Het beleidskader spreekt over en met een variatie aan minderheidsgroepen – van trans dak -en thuislozen tot Oost-Aziatische inwoners van de stad. Het college benoemt onder andere antisemitisme, validisme, anti-zwart racisme, anti-moslimdiscriminatie, anti-Aziatisch racisme en discriminatie van lhbtiq+ personen. Gewaakt moet worden voor onderlinge concurrentie tussen de minderheidsgroepen om gezien en gehoord te worden. Uiteindelijk moeten Amsterdammers in de verdrukking ongeacht hun vermogen tot lobbyen of activisme en zonder aanziens des persoons bescherming of ondersteuning kunnen vinden in Amsterdam. Het dagelijks bestuur gaat in gesprek met scholen over de Anne Frank Stichting om bezoeken van scholieren naar het Anne Frank Huis te stimuleren. Preventie van antisemitische zal een onderdeel zijn van dialoog bijeenkomsten en de toekomstige ongewone ontmoetingen. Het dagelijks bestuur zal het verbinden van sleutelfiguren, professionals en bewoners uit verschillende bewonersgroepen verder versterken, onder meer door middel van de ongewone ontmoetingen en de Denktank met het programma jezelf kunnen zijn.
Het dagelijks bestuur is blij met de unanieme steun hiervoor vanuit de stadsdeelcommissie. Deze nieuwe traditie zal ieder jaar met steeds meer verschillende groepen bewoners plaatsvinden. Het dagelijks bestuur neemt de aangenomen motie van D66 over in het definitieve advies. Het stadsdeel zal in samenwerking met joodse organisaties op de daartoe behorende pedagogisch verantwoorde plekken preventieve activiteiten organiseren tegen antisemitisme en andere vormen van uitsluiting.
Het dagelijks bestuur spreekt waardering uit voor de aangenomen moties van GroenLinks. De moties sluiten volledig aan bij de geest van het definitieve advies maar begeven zich in deze fase net teveel op uitvoeringsniveau. De moties zullen betrokken worden bij de jaarlijkse uitvoeringsplannen.
Stadsdeel Zuidoost Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies
Het dagelijks bestuur kan zich vinden in de ambitie van het college dat wil toewerken naar een inclusievere stad langs de twee sporen: bestrijden van discriminatie en bevorderen van emancipatie. Daarnaast ondersteunt het dagelijks bestuur de wens van het college voor de noodzaak van een herziening van het diversiteitsbeleid met als doel een betere positie voor alle Amsterdammers, met nadruk op extra inzet voor groepen die al jarenlang te kampen hebben met achterstand en uitsluiting. Het dagelijks bestuur is zich ook ervan bewust van de grote opgave om tegemoet te komen aan de wensen van de bewoners van het stadsdeel Zuidoost. Stadsdeel Zuidoost is van meet af een kleurrijk en divers stadsdeel. Inwoner zijn van Zuidoost betekent dat je in alle opzichten volwaardig, geaccepteerd en gerespecteerd burger bent van Amsterdam. In het coalitieakkoord staat bij het hoofdstuk antidiscriminatiebeleid: “Iedereen moet zichzelf kunnen zijn en zich veilig voelen in de stad, ongeacht gender, leeftijd, geloof, culturele identiteit of seksuele oriëntatie.” In Zuidoost willen we ons de deze bestuursperiode richten op de lhbtiq+ gemeenschap, mindervaliden en mensen van kleur. Daarbij zetten we in op culturele en gender sensitiviteit met als doel dat iedereen zich welkom en veilig voelt. We dragen daarmee bij aan een inclusieve samenleving.
Dit sluit tevens aan bij de eerste ambitie van het Masterplan gericht op inclusie en diversiteit. Vanuit Zuidoost willen we ons met name richten op de volgende speerpunten uit het coalitieakkoord: 1. Doorwerking Slavernijverleden 2. Antidiscriminatie 3. Netwerken 4. Mannen aan zet In algemene zin staan wij achter de beleidsvoornemens van het college, maar vinden de uitwerking van de maatregelen en de vertaalslag naar de lokale situatie nog niet concreet genoeg. Het dagelijks bestuur ziet graag, dat de ambitie van het college om de extra inzet voor groepen die stelselmatig achterblijven en worden uitgesloten, verzilverd wordt door hier toereikende middelen voor beschikbaar te stellen. We zouden graag zien dat bijvoorbeeld meer aandacht is voor de doorwerking van het slavernijverleden.
Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB
Regelgeving en normstelling In artikel 1 van onze Grondwet staat dat allen die zich in Nederland bevinden gelijk moeten worden behandeld en dus recht hebben op een gelijke rechtsbehandeling/rechtsbedeling. Deze norm heeft veelal geen rechtstreekse werking maar is door de wetgever in uiteenlopende wetgeving wel verwerkt of opgenomen waaronder ook het strafrecht. In een zogeheten lex specialis zijn onder artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) de verschillende vormen van discriminatie strafbaar gesteld. In artikel 137g Sr is specifiek uitsluitingsdiscriminatie strafbaar gesteld. Onder discriminatie moet volgens artikel 90quater Sr worden verstaan “elke vorm van onderscheid, elke uitsluiting, beperking of voorkeur, die ten doel heeft of ten gevolge kan hebben dat de erkenning, het genot of de uitoefening op voet van gelijkheid van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch of sociaal of cultureel terrein of op andere terreinen van het maatschappelijk leven, wordt tenietgedaan of aangetast.” Onder onderscheid naar ‘ras’ moet volgens de wetgever met verwijzing naar het oordeel van de Hoge Raad onder vermelding
van artikel 1 van het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie mede worden verstaan onderscheid naar: huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming. In de Algemene wet Gelijke Behandeling (AwGB) heeft de wetgever nadere invulling en doorwerking van artikel 1 Grondwet gegeven. Door internationale verdragen of conventies is de Nederlandse overheid, en dus ook de gemeente Amsterdam, gebonden aan tal van bepalingen aangaande mensenrechten. Voorbeelden hiervan zijn het EVRM, het Kinderrechtenverdrag (IVRK) en het Internationaal Verdrag voor Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR). Handboek Burgerzaken Amsterdam (HBA) De gemeente gaat er vanuit dat de eigen gemeentelijke organisatie voldoet aan de normstelling die in het beleidskader is opgenomen. De gemeente Amsterdam is bijna een zelfverklaarde “inclusie en antidiscriminatiekampioen”. De werkelijkheid is helaas anders, want de gemeente maakt zichzelf schuldig aan de meest ernstige vorm van exclusie en discriminatie die denkbaar is. Exclusie of uitsluitingsdiscriminatie kan voor slachtoffers bijzonder schadelijk zijn. In Nederland kan een man, onder bepaalde voorwaarden, een kind erkennen. Artikel 1:204 van het Burgerlijk Wetboek bevat een limitatieve opsomming van gronden waarop een erkenning kan worden geweigerd.
De voorwaarden zijn onder andere dat het betrokken kind nog geen 2 juridische ouders heeft, dat de man wilsbekwaam dient te zijn, en mag er tussen de man en de moeder van het kind geen huwelijksbeletsel bestaan. Alle voorwaarden komen voort uit een hele duidelijke ratio. De erkenner hoeft niet noodzakelijk de biologische vader te zijn. Uiteraard dient de moeder haar instemming te verlenen. Er wordt ook wel eens gesteld dat de moeder in erkenningszaken in de “drivers seat” zit; zij kan de juridische vader van haar kind zo ongeveer zelf aanwijzen. Enkele gemeenteambtenaren, allen werkzaam bij Basisinformatie, hebben gemeend de limitatieve opsomming uit artikel 1:204 BW van voorwaarden die gelden bij de erkenning van een kind, te moeten aanvullen of anderszins te moeten verruimen. Zij hanteren hiervoor een “factsheet”. Het betreft hier dus buitenwettelijke voorwaarden. Op het moment dat bij een verzoek tot opmaak van een akte van erkenning de erkenner, de moeder, en/of het betrokken kind een visumplichtige derdelander is dan worden aanvullende voorwaarden gehanteerd. Deze voorwaarden gelden nimmer wanneer alle betrokkenen Nederlander, Burger van de Unie, of tenminste nietvisumplichtige derdelander zijn. In de praktijk zijn visumplichtige derdelanders bijna altijd zwarte derdelanders.
Een erkenning van een kind kan nationaliteitsrechtelijke en/of verblijfsrechtelijke gevolgen hebben. In het Stadsloket Zuidoost wordt aan de visumplichtige derdelander nog wel eens medewerking aan het opmaken van een akte van erkenning geweigerd door ambtenaren juist omdat zij die gevolgen willen voorkomen. Nationaliteitsrechtelijke- en verblijfsrechtelijke gevolgen zijn daarmee onderdeel van de negatieve indicatorenlijst die door de gemeente Amsterdam/stadsloket Zuidoost wordt gehanteerd. Verder wordt er gekeken naar de toekomstige ouderrol die de man naar verwachting zal gaan spelen. Uitsluitend in zaken waarbij minimaal 1 visumplichtige derdelander is betrokken wordt van de man/erkenner verwacht dat deze invulling geeft aan de 7 kenmerken van “goed genoeg ouderschap” zoals door de Staatscommissie Herijking Ouderschap (Wolfsen, 2016) is verwoord. De gemeente Amsterdam heeft bij Rechtbank Amsterdam de uitdrukkelijke suggestie gedaan dat een zwarte man nimmer invulling kan geven aan deze 7 kenmerken van goed ouderschap omdat een zwarte man een inherent slechte ouder zou zijn. Verder mag er een niet te groot leeftijdsverschil bestaan tussen de man en de moeder. Ook leeftijdsdiscriminatie van de visumplichtige derdelander ontbreekt niet op het lijstje van de gemeente Amsterdam.
Niet vastgelegd in de factsheet, maar in de praktijk wel gehanteerd, zijn “culturele” verschillen tussen de man en de moeder als negatieve indicator. Amsterdamse gemeenteambtenaren hadden op dit punt wel al
vroegtijdig het besef dat dit beoordelingscriterium slecht zou landen bij de rechtspraak (Rechtbank en Gerechtshof) en wordt daarom uit dossiers weggelaten. Het college van B&W stelt dat zij geen enkele vorm van discriminatie tolereert. Dit brengt de SDC tot het volgende om te voorkomen dat mensenlevens in de toekomst onnodig ernstig beschadigd raken: Advies 1a Verwijder het factsheet/indicatorenlijst uit het Handboek Burgerzaken Amsterdam (HBA). 1b instrueer alle ambtenaren van de burgerlijke stand (ABS-en) en BRP-ambtenaren overeenkomstig de aanpassing/correctie van het HBA. Reflectie op de gemeentelijke organisatie De gemeente heeft de taak om verdere invulling te geven aan de normen tegen discriminatie, hierbij is het echter essentieel dat zij als eerste kritisch naar zichzelf kijkt. Wie zijn de personen die verantwoordelijk zijn voor het opstellen van deze beleidsstukken? Vormt de organisatie werkelijk een getrouwe weerspiegeling van de diverse gemeenschap die zij dient? Momenteel bevinden veel witte Nederlanders zich in de fase van "onbewust onbekwaam", waar het besef van eigen onbekwaamheid en het inzicht in de diversiteit van perspectieven nog ontbreken. Het is van cruciaal belang dat er een evolutie plaatsvindt naar "bewust bekwaam".
In deze fase erkennen individuen niet alleen de diversiteit en rijkdom van verschillende achtergronden en ervaringen, maar zijn ze ook vaardig in het omgaan met deze diversiteit, waarbij respect en gelijkwaardigheid centraal staan. Deze ontwikkeling vereist reflectie, openheid voor nieuwe inzichten en de bereidheid om van andermans ervaringen te leren en het eigen referentiekader uit te dagen en te verruimen. Discriminatie gaat vaak over de ander: "Henk en Ingrid" moeten het vaak ontgelden. Echter, uit de Burgermonitor 2021 blijkt dat met name theoretisch opgeleide Amsterdammers zonder migratieachtergrond aanzienlijk minder diversiteit in hun netwerk hebben, namelijk 57% tegenover het gemiddelde van 73%. Dus, voordat de gemeente normen en verwachtingen aan de samenleving oplegt, dient zij haar eigen organisatie grondig te evalueren en actief te streven naar een daadwerkelijk inclusieve en representatieve samenstelling. Het Uitvoeringsplan Inclusie & Diversiteit illustreert hoe de veelzijdigheid van onze bevolking niet adequaat terug te zien is in de samenstelling van het gemeentepersoneel. Het Kennisplatform Integratie en Samenleving (KIS, 2021) bevestigt het bestaan van institutioneel racisme, dat ook in deze organisatie aanwezig is, resulterend in ondervertegenwoordiging en ongelijke kansen op doorstroming.
Deze disbalans heeft zijn oorsprong in diepgewortelde vooroordelen, die al vroeg in het onderwijssysteem zichtbaar worden en waar de invloed van iemands postcode een aanzienlijke impact heeft op de carrièremogelijkheden. In het licht van hiervan is het advies om gerichte trainingen in zelfbewustzijn en herkenning van eigen vooroordelen te verzorgen voor medewerkers in salarisschalen 12 en hoger. Een voorbeeld van een effectieve aanpak is 'Het Grote Racisme Experiment', dat zijn fundament vindt in het baanbrekende 'Brown Eyes, Blue Eyes'-concept van Jane Elliott. Historische Context en Ontmenselijking. De familie Frijmersum en de Koloniale Wereld-tentoonstelling van 1883 vormen historische voorbeelden van ontmenselijking en exploitatie. Tijdens deze tentoonstelling werd de familie Frijmersum tentoongesteld op een wijze die parallellen vertoont met het uitstallen van dieren in een dierentuin. Deze pijnlijke episode uit onze geschiedenis staat symbool voor de onderdrukking en dehumanisering die inherent waren aan het koloniale tijdperk. Ontmenselijking werd ingezet om systemen als de slavernij te rechtvaardigen. Dit proces van ontmenselijking stelde de daders in staat om hun morele integriteit ogenschijnlijk te behouden. De schaduw van dit verleden werpt nog steeds zijn donkere schaduw over het heden.
Zo is de manier waarop zwarte mensen en de inheemse bewoners van Noord-Amerika werden afgebeeld in stripreeksen zoals "Sjors en Sjimmie", en de portrettering van Kukluk in Pipo de Clown, ontegenzeggelijk gegrond op racistische vooroordelen. En hoewel de maatschappij inmiddels met een kritischer blik kijkt naar tradities zoals Zwarte Piet, is het cruciaal om te erkennen dat deze voorstellingen tot voor kort als normaal of acceptabel werden beschouwd. Het is van belang om te beseffen dat er ook in het huidige tijdsbeeld mogelijk denkbeelden en representaties bestaan die later als onacceptabel en racistisch zullen worden herkend. Een kritische en reflectieve blik op onze huidige normen en waarden is daarom essentieel, om zo de subtiele en soms onzichtbare uitingen van racisme en ongelijkheid te kunnen identificeren en adresseren.
Het Aangaan van de Dialoog. Voor het aangaan van een volwassen dialoog over discriminatie en inclusie is het essentieel dat er een bewustzijn is van het eigen referentiekader. Alleen door inzicht te krijgen in hoe historische gebeurtenissen ons hedendaagse perspectief vormgeven, kan er een begin worden gemaakt aan het adresseren en ontmantelen van diepgewortelde vooroordelen. Dit bewustzijn en inzicht zijn onmisbare voorwaarden om een betekenisvolle en constructieve conversatie over deze cruciale thema's te voeren. Advies 2a Inventariseer het bestaan van vooroordelen en alle mogelijke vormen van discriminatie, bewust of onbewust, in de eigen gemeentelijke organisatie 2b Geef gerichte trainingen in zelfbewustzijn en herkenning van eigen vooroordelen aan medewerkers van de gemeente in salarisschalen 12 en hoger. 2c Organiseer voor medewerkers van de gemeente informatiegelegenheden waarin zij kennis kunnen nemen van de historische context van hedendaagse discriminatie 2d Bevorder op alle mogelijke manieren de dialoog op het onderwerp van discriminatie omdat alleen het gesprek kan leiden tot bewustzijn en inzicht in diepgewortelde vooroordelen. Beleidskader inclusie en antidiscriminatie Aan de hand van het concept beleidskader inclusie en antidiscriminatie zijn er een aantal punten die de SDC opvallen in de verwachte subsidie activiteiten.
Bijna overal wordt gesproken over een alliantie; hierbij is nodig dat 3 verschillende organisaties zonder winstoogmerk moeten samenkomen onder een contract. Dit sluit verschillende grass roots uit, die uiteenlopende belangen hebben, ook als ze uiteindelijk bijdragen aan anti-discriminatie. Eén van deze subsidies is op 1 Augustus 2023 online gegaan en sluit op 1 oktober 2023. Binnen twee maanden een alliantie vormen met drie partijen is onmogelijk, maar deze subsidies gaan over bedragen van 500.000 euro. De toegankelijkheid van de subsidies is een blijvend probleem in Amsterdam, vooral in Zuidoost. Wij vinden dat de voorwaarden van deze verschillende subsidies grass roots buiten spel zetten. Komt het geld wel terecht bij de mensen die discriminatie ervaren en vanuit die ervaring anderen kunnen bewegen? Daarnaast willen wij dat Stadsdeel Zuidoost een werkgroep en training gaat organiseren die de grass roots binnen Zuidoost samenbrengt en voorbereid op alliantievorming om zodoende sneller kans te maken op de subsidies die ons stadsdeel nodig heeft. Het samenkomen onder een gedeelde ambitie en gedeelde strijd zal leiden tot professionalisering, verspreiding en een grotere, lokale impact. De training moet vorm en begeleiding geven aan het leren te voldoen aan de subsidie voorwaarden het opzetten van activiteiten en onderhouden van langdurige samenwerkingen.
Deze grass roots staan dichterbij de mensen, dan grotere organisaties en hebben daardoor ook meer impact. Kijkend naar het vormgeven van een nieuwe sociale norm, geen nieuw sociaal contract. Wel willen wij in het conceptbeleid een activiteit zien in de vorm van een trainingstraject bij bedrijven. Dit trainingstraject zal ten behoeve zijn van het bereiken van diversiteitsquota die zowel nieuw personeel als de organisatie opleiden, op het gebied van inclusie en werkcultuur. Waardoor de norm binnen die organisatie verandert en de toegankelijkheid van gemarginaliseerde groepen toeneemt. Met een nadruk op ambtelijke functies, grote bedrijven en maatschappelijk representatieve banen We willen dat de arbeidsmarkt van Zuidoost een weerspiegeling is van diens bewoners. Het conceptbeleid faalt ook enigszins educatie te benoemen. Ook jongere kinderen discrimineren. We moeten ons richten op het verschaffen van kennis over ‘discriminatie gerelateerde onderwerpen’ die wetenschappelijk, statistisch en empirisch onderbouwd zijn, zonder een bepaalde ideologie mee te geven. Hiermee zorgen we voor een accurate basiskennis die desinformatie tegen kan gaan, waardoor de jongeren binnen Zuidoost beter bestand zijn tegen het reproduceren van discriminerende denkwijzen en gedrag.
Ook is het nodig dat we meer inzetten op educatie in mediaeducatie en kritische media consumptie, dit is een nieuwe vaardigheid die vele moeten ontwikkelen in deze online maatschappij. Het is kwalijk dat het concept document weinig acties, concrete handelingen, richtlijnen en bepalingen bevat. Het is veel uitleg en ambities, zonder de stappen naar de ambities concreet te maken. De activiteiten zijn vooralsnog redelijk vaag —met woorden zoals ondersteunen, bevorderen, evalueren— en verschuilen de ontoegankelijke eisen van de subsidies. Er ontbreekt een stuk aan zelfbewustzijn van de huidige maatschappij, media en culturele invloeden. Door het verwijzen naar rapportages en onderzoeken wordt de oorzaak en impact van discriminatie steeds abstracter,
terwijl de institutionele aspecten en langdurige impact erkend moeten zijn voordat verandering — en dus ook beleidsvorming— mogelijk is. Onderzoeken en verkenningen kosten geld, geld wat de grass roots goed kunnen gebruiken. We moeten erg voorzichtig zijn met het constant uitvoeren van onderzoeken. Onderzoek is geen actie van antidiscriminatie. We moeten waken dat we de budgetten niet laten eindigen bij grote consultancy bedrijven en onderzoeksbureaus. Sinds 2021 zien we steeds meer discriminatie dat ongestraft uitgevoerd wordt (woningmarkt, educatie, et cetera). Hoe houdt dit voorgestelde beleid mensen daarin tegen? Wat is de straf voor discriminatie? Hoeveel discriminatie moeten we nog meten? Wanneer is het eindelijk tijd om discriminatie te straffen? Wat is de stok achter de deur? Hoe gaat beleid tot verandering leiden als zelfs de wet- en regelgeving mensen niet tegenhoudt om te discrimineren? Beleid moet geen uitleg zijn van de oorzaak maar een stappenplan voor de aanpak van de gevolgen. Veel mensen uit ons stadsdeel hebben te vaak te maken met discriminatie. Van alle benadeelden in het Toeslagenschandaal woont een onevenredig groot aantal in Zuidoost. Onze inwoners zouden kwalitatief hoogwaardige cursussen moeten kunnen volgen ter empowerment. Zij moeten zich beter staande kunnen houden in allerlei situaties waarin zij gediscrimineerd (kunnen) worden.