Bijlage 3_Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+ 2020-2021 final 3.0.pdf
Tekst van het document
Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+
“Het is bij mij begonnen op de middelbare school. Mijn middelbareschooltijd was afschuwelijk, althans ik had geen leuke tijd want mensen dachten dat ik homo was dus ik werd gepest. Dus het begint al bij kinderen. Daarom toen ik gevraagd werd voorlichting te geven: laten we zo vroeg mogelijk beginnen. Voorlichting is belangrijk want kinderen kennen het soms niet in hun omgeving. […] Het is gewoon de onbekendheid. Dat is eigenlijk altijd bij discriminatie. Je ziet het niet in je eigen omgeving, je komt er niet mee in aanraking dus het is anders, het is vreemd, nou dan gaan we erop los.”111
44
Respondenten geven aan te merken dat jongeren nu heel beperkt informatie over de LHBTIQ+ gemeenschap meekrijgen en dat veel scholen daar terughoudend in zijn. Juist in delen van Amsterdam waar het misschien wel het hardst nodig is geven scholen bijzonder weinig voorlichting wegens angst voor zowel de reactie van de kinderen als die van de ouders, vertelt een Marokkaans-Nederlandse transvrouw. Belangrijk is om hier structuur in aan te brengen, bijvoorbeeld door meerdere uren aan te bieden over een bepaalde periode, gegeven door een voorlichter die op locatie komt praten in plaats van een aantal losse uurtjes gegeven door de docent of een informatiefolder. Het is daarbij van belang dat tijdens de voorlichting onderscheid gemaakt wordt tussen de letters ‘LHB’, die gaan over op wie je valt, en ‘TIQ+’ die gaan over wie je bent. Hier zouden dus aparte momenten voor gereserveerd moeten worden. In de interviews werd uitgelegd dat wanneer je alles in een keer wil uitleggen het verwarrend is voor zowel jongeren als volwassenen. Het is daarnaast essentieel dat ook ouders de voorlichting meekrijgen, aangezien zij op het thuisfront invloed uit kunnen oefenen. Er liggen bijvoorbeeld kansen bij ouderavonden voor het vergroten van de bewustwording van het probleem: besteed op die avonden aandacht aan voorlichting en aan het bespreken van (gewelddadige) discriminatie.
Het wordt ook aangeraden dat de voorlichting gegeven wordt door mensen uit dezelfde gemeenschap als de jongeren. Dus mensen met eenzelfde culturele en/of geloofsachtergrond die de jongeren eventueel als rolmodel kunnen zien, of het nu om LHBTIQ+ of cis hetero jongeren gaat. Dit zou ervoor zorgen dat de jongeren zich in de voorlichters kunnen herkennen en wanneer dat gebeurt komt de boodschap heel anders binnen en wordt deze serieuzer genomen. Als het er dus voorlichting gegeven wordt aan een groep die bestaat uit hoofdzakelijk Turkse jongeren, zorg dan dat er ook een LHBTIQ+ persoon met een Turkse achtergrond voor de groep staat. Bij een blanke Nederlandse man blijft de afstand en de onbekendheid voor de jongeren te groot. “Wij werken met bi-culturele LHBT-ers. Als er dan opeens een Mohammed voor de klas staat die zegt ‘Ik ben homo, ik ben Moslim, ik ben Marokkaans’ dan komt het meer
111
Jongere homoseksuele man.
Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+
binnen want dan is het een van hen. En dan krijg je die discussie ook niet meer. Als het iemand uit hun eigen community, dan komt het pas binnen.”112
45
Er blijkt aardig wat animo te zijn voor het geven van voorlichting, echter weten personen niet waar en hoe ze ermee zouden moeten beginnen. Een van de organisaties die momenteel al voorlichtingen geeft op scholen is Pink Marrakesh. Een medewerker geeft aan dat voorlichting vaak veel boosheid losmaakt in de groep, met name als het gaat om religieuze groepen, wat het werk zwaar maakt, maar het blijft het altijd waard volgens hem. Het geven van voorlichtingen gebeurt altijd op vrijwillige basis. Door het financieel ondersteunen van voorlichtingsorganisaties kan de basis van voorlichters uitgebreid worden, op die manier zou het makkelijker worden voor voorlichters om het werk in te passen naast hun eigenlijke baan (daar bijvoorbeeld net iets minder werken en meer tijd besteden aan het geven van voorlichtingen). Belangrijk is wel, de vrijblijvendheid van deelname en niet een actief lid hoeft te zijn van de organisatie. Ook buiten de scholen is het geven van voorlichting aanbevolen. Zo geeft een transvrouw aan dat er in stadsdeel Zuidoost bijvoorbeeld diverse groepen zijn die voorlichting goed zouden kunnen gebruiken. Ze geeft aan sterk het gevoel te hebben dat er personen zijn die goed met LHBTIQ+ personen om willen gaan, maar simpelweg niet weten op welke manier ze dit dan moeten aanpakken.
Een van de respondenten geeft aan zelf wat voorlichtingen te hebben gegeven bij Marokkaans-Nederlandse en Turks-Nederlandse vrouwengroepen. Deze gaven aan meer geleerd te hebben tijdens die sessies dan ze ooit op school hadden meegekregen. Ook wordt aangeraden op de werkvloer meer te doen aan voorlichting aangezien een werkgever kan aangeven LHBTIQ+ vriendelijk te zijn, maar toch kan het er in de praktijk anders aan toe gaan en kunnen werknemers blootgesteld worden aan pesterijen. Het is uitzoeken of hier een rol is weggelegd bij de gemeente. De organisatie Workplace pride probeert hier al een groot verschil te maken113. Mogelijk is een (intensievere) samenwerking van toegevoegde waarde. Ook het belang van voorlichting in AZC’s wordt door een van onze respondenten die ervaring heeft met LHBTIQ+ vluchtelingen en personen uit de gemeenschap die gediscrimineerd zijn door mensen die in een AZC leven. Zo geeft hij aan dat er een groot probleem heerst daar omdat vluchtelingen niet snel genoeg geïnformeerd worden over de leefregels ten opzichte van LHBTIQ+ personen in Nederland. Zodra een nieuw persoon het land binnenkomt zou volgens hem sneller de grondwet uitgelegd moeten worden en de situatie hoe het hier zit met de LHBTIQ+ gemeenschap. “We gaan ervanuit dat iedereen het uit de lucht opsnuift dat we hier zogenaamd tolerant zijn.
Dus op het AZC zijn heel veel conflicten en een speciale afdeling voor LHBT-ers, maar er gebeurt daar naar mijn idee veel te weinig of eigenlijk haast niets naar de
112 113
Marokkaans- Nederlandse transvrouw workplacepride.org
Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+
mensen die discrimineren. En discrimineren is één ding, maar echt gewelddadig… dat gebeurt heel veel. […] Er zal op zich wel LHBT in de inburgeringscursus zitten, maar dan ben je er al een hele tijd en dan zit je al heel erg in het proces. Ook daarin moet het goed geregeld zijn, maar ik zou heel blij zijn als mensen die in de eerste lijnen van het binnenkomen, meteen duidelijker zijn, meteen reageren. Als dat niet gebeurt is het voor de slachtoffers van ‘die moeten het maar uitzoeken en die moeten met z’n allen misschien maar huisvesting krijgen.’ En de daders daar gebeurt zo goed als niks mee. […] Wat ik zou willen is dat mensen ook weten van als je je daar dus ook niet aan houdt, dan heeft dat effect op je verblijfsvergunning. Ik denk dat mensen dan heel anders piepen. Ik denk dat bepaalde groepen zich echt doodlachen om de softheid van hoe Nederlanders hiermee omgaan en allemaal zoiets hebben van ‘ze doen toch niks.’’114
Ten slotte werd met betrekking tot voorlichting het belang niet slechts buiten de LHBTIQ+-gemeenschap, maar ook erbinnen benadrukt. Zoals eerder aangegeven heerst ook binnen de gemeenschap niet altijd even veel begrip voor elkaar, wat te maken heeft met de verschillende lagen van LHBTIQ+ en de eerder besproken gelaagde discriminatie die erbij komt kijken. Het aankaarten en meer bespreekbaar maken van deze vorm van discriminatie zou een hele stap zetten in de goede richting. Een praktische manier om dit te ondersteunen is hier een veilige plek voor creëren. Hier is de gemeente al mee bezig in de vorm van een Regenbooghuis. Dit op een structurele manier ondersteunen is dus een belangrijk aandachtspunt.
4.3 Brede informatiecampagnes Aangeraden wordt de preventie niet te beperken tot voorlichting, maar ook door op een bepaalde manier informatie over de LHBTIQ+ gemeenschap naar het thuisfront te brengen. Op welke manier kan informatie over (en normalisatie van) de LHBTIQ+ gemeenschap in de verschillende thuissituaties overgebracht worden? Volgens een van de respondenten die een onderzoek heeft uitgevoerd naar communicatie in Nederland is er hier sprake van een groot communicatieprobleem waardoor sommige groepen in de maatschappij buiten de gebruikelijke informatiestroom vallen. “We hebben een onderzoek laten doen het afgelopen half jaar naar het mediagebruik onder Nederlanders met een andere achtergrond. […] Tien verschillende achtergronden zijn onderzocht. Ik las dat en toen dacht ik ‘Nou begrijp ik waarom die coronacommunicatie bij bijna drie miljoen mensen, dat is 18% van de bevolking, niet aankomt.’ Die kijken nooit naar Nederlandse media, niet naar de NPO. Als ze al kijken is het naar RTL, SBS6 of Net5 en dan is het naar de films. Maar de inhoudelijke programma’s niet, nieuws niet. […] Wij hebben op veel grotere schaal een communicatieprobleem. Mensen hebben een ander mediapatroon. Coronacommunicatie wordt in tien talen vertaald, de tien meest gebruikte talen die wij kennen hier in Nederland qua omvang van groepen die hier wonen. En nog bereiken we
46
114
Medewerker De Regenbooggroep.
ze niet. […] Hetzelfde gebeurt hier met die jongetjes die denken ‘We gaan de grens opzoeken want we weten toch wel wat wel en niet mag.’ Ik denk dat de cruciale vraag is: Hoe bereik je die in godsnaam?”115
Het is van belang dat er een bredere groep wordt bereikt: iedereen die in Nederland woont moet volgens de respondenten bekend gemaakt worden met de diversiteit en de gelijkheid die in de grondwet is vastgelegd. Het is een punt van discussie in hoeverre dit grondrecht hoog in het vaandel wordt gezet door politie en justitie en bekend is bij de daders. Specifiek als het om de daders van discriminatie gaat maakt een van de respondenten heel duidelijk wat volgens hem zou werken:
Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+
“…veel mensen komen uit landen waarin ze wel hiërarchisch werken, dus veel van die mensen zijn wel hiërarchisch gevoelig. En ik denk ga daar maar voor staan helemaal in uniform en mensen aanspreken van luister mag ik u eens even uitleggen dit is de grondwet, dit is hoe we het nu doen. Ik heb dit van jullie begrepen en als jullie zo verder gaan krijg je een strafblad. Laat wat autoriteit zien naar de daders toe.”116
Wat betreft de daders wordt dus voorgesteld dit op een directieve manier aan te pakken. Voor veel mensen in de bredere samenleving zal dit echter niet werken en hiervoor is toch een aanknopingspunt om naast op scholen, bij de inburgeringscursussen en voor jongerenwerk informatie te delen als het gaat om de grondwet en de regels die hierbij horen. De traditionele media als TV en radio werken daarbij niet meer voldoende: er moet meer aandacht besteed worden aan het online verspreiden van informatie en het geven van voorlichting, ook via social media.
4.4 Zichtbaar maken in de stad Voor gediscrimineerden is het belangrijk dat de stad zichtbaar achter de LHBTIQ+ gemeenschap staat. Het kunnen kleine gebaren zijn: “I moved here and I had the expectation of Amsterdam to be very tolerant, very friendly and so of course this incident (discriminatie) challenged my expectations. It needs time and hopefully I’ll recover that feeling and the expectations. It is good to see that for example stadsdeel Oost has the rainbow flag. I appreciate that.”117
47
Niet alleen voor de gediscrimineerde personen is dit van belang om zich gesteund te voelen, maar ook voor de preventie van discriminatie is het essentieel om zichtbaarheid te vergroten. Een voorstel om hier actief mee aan de slag te gaan is het breed delen van ervaringen van discriminatie. Amsterdam heeft hier al een stap in gezet met de posters die zij wijdt hebben verspreid in hun actie genaamd: Kom op
Oudere homoseksuele man. Medewerker De Regenbooggroep. 117 Italiaanse homoseksuele man, woonachtig in Amsterdam. 115
116
Amsterdam118, een project dat vooral omstanders aanspreekt en aanspoort om meer actie te ondernemen als zij discriminatie waarnemen. Eenzelfde soort project zou gevormd kunnen worden door het delen van ervaringen met discriminatie: de verhalen van gediscrimineerde LHBTIQ+ personen en de mate waarin dit hun leven heeft beïnvloed. ‘Ik durf tussen 17.00-19.00 mijn huis niet uit.’ Of ‘Ik kan niet meer alleen over straat’ zijn concrete berichten die een andere boodschap weergeven dan een regenboogvlag. Ook hier geldt: veel gebruik maken van sociale media, zeker in tijden van lange perioden van lockdown waar Nederland nu mee te maken heeft.
Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+
4.5 Afschrikeffect buiten het strafrecht om Wat betreft strafrechtelijke aanpak kan de gemeente weinig (geen) invloed uitoefenen. Uit de interviews blijkt dat de respondenten nauwlettend volgen welke uitspraken van de rechtbank in de media komen als het gaat om LHBTIQ+ discriminatie. Hoewel er enkele zware straffen worden opgelegd na geweldpleging worden de straffen met betrekking tot verbaal geweld of intimidatie vaak gezien als laag en niet in relatie staand tot het misdrijf. De gemeente kan het strafrechtelijke proces niet direct veranderen maar zij kan wel haar zorgen uiten over het huidige minimale ‘afschrik effect’ en wat dit communiceert richting de gediscrimineerden. Een aanknopingspunt voor de gemeente kan zijn dit onder de aandacht brengen en zich actief uitspreken over uitspraken van de rechter en over waarom meldingen en aangiftes zo belangrijk zijn. Hetzelfde geldt voor de actieve communicatie richting (potentiele) daders. Dat de straf van één van hen niet hoog uitvalt betekent niet dat dit in elk geval zo is. Een verdere manier om een afschrikeffect te bereiken is het actief aangeven van wat de gevolgen van discriminatie voor de gediscrimineerden. Op deze manier kunnen (potentiele) daders erop gewezen worden wat ze teweegbrengen.
Niet alleen op strafrechtelijk niveau, maar juist ook buiten de rechtspraak om moeten daders, aldus de respondenten, actief worden aangepakt. Zo vertelt de Italiaanse homoseksuele man die slachtoffer is geworden van zowel verbaal als fysiek geweld wegens zijn geaardheid hoe de daders al bekend waren bij de politie, maar dat er niet genoeg bewijsmateriaal was om alle daders voor het (verbale) geweld te vervolgen. De respondent geeft aan te willen zien dat de daders op een alternatieve manier worden geconfronteerd met hun daden. “There are ways to ‘fight’ this kind of behavior. Give them something to do or try to include them in some activities. Maybe even some focus groups where you can discuss different topics, one of them being inclusion. It doesn’t all have to be about LHBTIQ+, can also be about other minorities and they are also part of a minority here.’’119
48
Ook een manier is de daders te confronteren met hun daden via gesprekken met de personen die ze gediscrimineerd hebben. Eén van de respondenten heeft van de
118 119
https://www.amsterdam.nl/kom-amsterdam!/ Italiaanse homoseksuele man, woonachtig in Amsterdam
politie vernomen dat sommige daders open zouden staan voor een dergelijk gesprek. De gemeente kan hierbij ondersteuning bieden in bijvoorbeeld het creëren van een locatie, anders dan het politiebureau, waar deze ontmoetingen kunnen plaatsvinden. Ervaringen hiermee zijn al opgedaan bij andere vormen van bijvoorbeeld overlast of geweldpleging door jongeren. Herstelrecht (ofwel restorative justice120) is een gevestigde praktijk, die hoewel dit officieel zich niet beperkt tot het strafrechtelijke domein, het wel deze associatie heeft. Een aantal van de respondenten geeft aan juist het informeler en laagdrempeliger te willen. Hier zou de gemeente, natuurlijk in samenspraak met verschillende betrokken partijen een actieve rol in kunnen spelen.
Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+
4.6 Belang Roze in Blauw en het meldingsproces 4.6.1 Belang aangeven Roze in Blauw Roze in Blauw is volgens de respondenten een ‘voelspriet’ voor de hele LHBTIQ+ gemeenschap en daarmee een essentieel onderdeel van de politie, ondanks de eerdergenoemde frustraties en de knelpunten waar het netwerk mee kampt wegens capaciteitsproblemen. Er wordt aangegeven dat wegens gebrek aan vertrouwen in de reguliere politie deze op zichzelf niet genoeg zou zijn. “Het probleem ligt hem in het feit dat wij een ongelooflijk goede voelspriet zijn in die community en dat niet voldoende kunnen uitvoeren. Daar zit de pijn. […] Als Roze in Blauw wegvalt garandeer ik jullie dat de verbinding met de LHBT-community ongelooflijk snel achteruit zal gaan lopen. Want het vertrouwen is al niet heel hoog in de politie.”121
Het bestaan van Roze in Blauw zorgt ervoor dat de drempel om naar de politie te stappen voor de gediscrimineerde personen aanzienlijk lager wordt, en daarmee gepaard gaat een hogere meldings- en aangiftebereidheid. De reden hiervoor is dat het netwerk een gevoel van veiligheid en begrip creëert, waar dit bij de gewone politie niet het geval is: “Het probleem ontstaat op het moment dat een slachtoffer zich niet veilig voelt om bij die collega zijn of haar verhaal te doen. […] Het kan ook zo zijn dat als ze bij een reguliere collega komen ze niet het achterste van hun tong laten zien, en dus ook voor de opsporing dat we dan niet voldoende weten.”122
49
Eén van de respondenten geeft aan dat het bij LHBTIQ+-discriminatie gerelateerde aangiften en meldingen voor de LHBTIQ+ personen vaak van belang is dat de betreffende agenten weten over zaken zoals Grindr.
http://www.restorativejustice.nl/nl/visie-missie/ Medewerker Roze in Blauw 122 Ibid. 120 121
“Ik vraag dat ook altijd als ik slachtoffers voor me heb die verzocht hebben om Roze in Blauw: ‘Je hebt om Roze in Blauw gevraagd, waarom eigenlijk?’ En dan krijg ik eigenlijk altijd ‘Ja weet je, dan kan ik gewoon onbehouwen mijn verhaal vertellen. Ik hoef niks uit te leggen, ik ben niet bang om beoordeeld of veroordeeld te worden.’’123
De onmisbaarheid van Roze in Blauw geldt niet alleen voor LHBTIQ+ personen, maar ook voor collega’s binnen de politie. Er is daar behoefte aan een netwerk dat specifieke kennis heeft waar die van reguliere agenten uitblijft. Uit de interviews blijkt dat Roze in Blauw een klankbord is waar men intern met vragen terecht kan over de juiste aanpak van een LHBTIQ+ gerelateerde melding.
Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+
“We zijn ook een soort adviesorgaan voor onze leiding en onze collega’s. Zeker als het gaat om transpersonen zijn er best wel vaak vragen. […] Ook bij de politieacademie hebben we het erover gehad: ‘We krijgen een aspirant student binnen die is trans, moet die bij de mannen of bij de vrouwenkleedkamer douchen? En ook juridisch moet diegene de mannentijd of de vrouwentijd lopen met de sporttoets?’’124
Het belang van Roze in Blauw neemt echter niet het totale belang van de reguliere politie weg, zo wordt uitgelegd in een interview. “Een hetero politie kan juist ook heel goed overkomen. […] Ik weet van een andere cliënt die naar Nederland was gekomen want die dacht ik ga zelfmoord plegen. Die zat in een opvang en toen was er een politieagent en die was naar hem toegegaan en die zei ‘Wat is er nou aan de hand?’ Uiteindelijk heeft hij durven zeggen dat het om homoseksualiteit gaat en toen zei die agent ‘Ja jonge toch’ en die heeft hem gehugd en gezegd ik ben blij dat je in Nederland bent, hier kijken we er anders tegenaan. En die jongen zei dat was het moment dat hij dacht ‘Misschien hoed ik toch niet zelfmoord te plegen. […] En juist omdat dit om een heteroman ging die hem accepteerde en zei hier hoef je je geen zorgen te maken. Voor de betreffende man een heel kleine actie en voor deze jongen van levensbelang.”125
De gemeente heeft geen directe inbreng in de inzet van de politie, maar ze kan wel een rol spelen in het benadrukken van het fundamentele belang van Roze in Blauw. Als er via die weg meer prioriteit aan wordt gegeven, kunnen het capaciteitsprobleem en de nodige aanpassingen binnen het netwerk, alsnog worden aangepakt. Hoe duidelijker het belang benadrukt wordt, hoe meer subsidie er mogelijk kan worden vrijgemaakt. 50
4.6.2 Laagdrempeliger proces De aanwezigheid (en verbetering van de werking) van Roze in Blauw is een van de onderdelen die het doen van melding laagdrempeliger maken. Daarnaast is het volgens de respondenten van belang dat het hele aangifte- en meldingsproces van makkelijker
Medewerker Roze in Blauw. Ibid. 125 Medewerker De Regenbooggroep. 123 124
en minder tijdrovend wordt. Zoals aangegeven in hoofdstuk 3 werd in de interviews gemeld dat het proces van melding of aangifte doen nu veel te omslachtig is en te lang duurt. Daarnaast weet men in sommige gevallen ook niet meer wat het nut is van de meldingen.
Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+
“Aangifte doen, melding doen, is een hoge drempel en daarom gebeurt het zo weinig. Ik heb gewoon geen tijd om vier uur vrij te maken om naar een bureau te rijden om daar drie uur te gaan zitten, twee keer door te lezen en handtekeningen te zetten en weer terug te rijden. Dan ben ik een halve dag kwijt en dat kan ik me niet veroorloven. […] Dan kan het vaak pas na een week of 6-8, dan ben je al heel veel details vergeten. Zeker als het emotioneel is geweest.” 126
Meerdere respondenten geven aan dat hetzelfde geldt voor het meldingsproces bij het MDRA en dat het veel beter zou zijn als er melding kan worden gedaan op één centraal punt waarna die aangifte verspreid kan worden naar de relevante partijen inclusief het OM, ook al is het maar om te registreren. Want ook bij het OM, zegt een respondent, is onduidelijk hoe groot het probleem daadwerkelijk is. Hierbij kan de gemeente een rol spelen in de communicatie en afstemming tussen de organisaties. “Er is dus best wel veel behoefte aan informatie, maar al die organisaties hebben hun eigen infrastructuur en protocollen. Het werkt allemaal lang elkaar heen en er is geen enkele structuur die daaroverheen ligt.”127
Als tip wordt gegeven de mogelijkheid tot melding via een app. Er wordt ook aangegeven dat een dergelijke app al bestaat maar dat deze meer bekend gemaakt zou moeten worden. “Gewoon online, via een app ofzo. Er zijn zo veel moderne technieken. Hoe makkelijk zou het zijn als je belaagd wordt: je maakt een paar foto’s met je smartphone, je downloadt ze in een app, beschrijft even waar je bent en wat er aan de hand is, stuurt het door en het komt in de meldkamer terecht. Kijk dan heeft het zin.”128
4.6.3 Betere afhandeling meldingen en aangifte
51
In het vorige hoofdstuk werd duidelijk dat er veel ruimte voor verbetering is als het neerkomt op de feedback die na het doen van aangifte of melding wordt teruggegeven aan de LHBTIQ+ personen. Ook als er niets gedaan kan worden en de meldingen puur gebruikt worden voor statistieken is terugkoppeling met uitleg van belang. Veel respondenten geven namelijk aan te willen melden ook als het doel slechts is de cijfers een goed beeld laten weergeven van de situatie. Hiertegenover staat wel dat
Oudere homoseksuele man. Ibid. 128 Ibid. 126 127
gediscrimineerde duidelijk wordt gemaakt wat er met de cijfers gedaan wordt. Daarnaast worden dragen follow-ups bij aan het gevoel serieus genomen te worden.
Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+
“Maak het makkelijk en zorg dat er feedback op komt. Dat je in ieder geval een telefoontje krijgt van ‘We hebben het geregistreerd. Heeft u nog hulp nodig?’ Ze hebben mij dat toen niet eens gevraagd. […] En ik vrees dat als mij dat gebeurt dan zal het anderen ook gebeuren. Nu is dat voor mij nog heel onschuldig, maar mijn man is pruikenmaker en hij heeft veel transgenders als klant. Ik weet af en toe wel eens wat er gebeurt in die kringen en nou dat is vele malen erger dan wat ik meemaak hoor. […] Bij mij is het niet zo erg, maar als iemand er echt helemaal van ondersteboven is, geestelijk ook, dan heeft iemand echt wel een steuntje nodig kan ik me denken.”129
4.6.4 Rol wijkagent Wijkagenten spelen een rol in het proces na aangifte of melden, een rol die vaak niet zichtbaar genoeg is aldus de respondenten. Tijdens de bijeenkomst voor slachtoffers georganiseerd door stadsdeel Oost in de zomer van 2020 werd duidelijk dat de wijkagenten vaak zelfs na alleen het ontvangen van een melding (niet alleen na aangifte) actie ondernemen. Zo gaan zij bijvoorbeeld vaker door de straat waar zich problemen voordoen en houden ze actiever de zaken in de gaten. Een aantal respondenten geeft aan dat de rol van de wijkagent kan worden uitgebreid. Zo zou deze vaker langs kunnen gaan bij daders en een gesprek aangaan met diens ouders, die zo ook verantwoordelijk gehouden zullen worden voor de daden van hun kinderen. Het belangrijkste aanknopingspunt voor de gemeente, rekening houdend met deze hele paragraaf is wederom communicatie. De zorg dat de gediscrimineerden bijvoorbeeld ook de weg vindt naar het MDRA dat meer tijd en capaciteit heeft om ze op de hoogte te houden en te peilen welke acties de wijkagent onderneemt. Ook is het zaak dat de gemeente zich bekommerd om de ‘best practices’ en de bevordering van een uitwisseling van informatie tussen de wijkagent, MDRA, mogelijk betrokken LHBTIQ+ organisaties en de slachtoffers. Hiernaast om samen tot een communicatiestrategie te komen als het gaat om slachtoffers.
Zij vinden één duidelijk punt om mee te communiceren alleen maar fijn en dit kan ook capaciteit schelen binnen alle verschillende organisaties.
4.7 Naamsbekendheid Meldpuntorganisaties vergroten 52
Uit de interviews blijkt dat veel personen uit de LHBTIQ+ gemeenschap over onvoldoende informatie beschikken met betrekking tot voor hen relevante organisaties. “Ik weet […] dat het soms ook kan helpen om bij zo een instelling te melden omdat ze natuurlijk ook contacten hebben binnen de gemeente, de politie, het OM. Maar voor
129
Oudere homoseksuele man.
veel mensen is dat niet bekend. Dus ik zou dat nu wel doen omdat ik weet hoe het werkt, maar als ik dat niet zou weten, dan weet ik niet of ik het zou melden bij MDRA.”130
Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+
“Ik vind het belangrijk dat dit meldpunt gepromoot moet worden. Het belang ervan in de gemeenschap.” 131
Niet alleen het bestaan van het meldpunt, maar ook waar het toe dient zal meer bekend moeten worden gemaakt. Bijvoorbeeld dat hier anoniem gemeld kan worden en dat er snelle online manieren zijn om een melding te doen, iets wat voor bijna alle respondenten toch nog onbekend was. Wat betreft meldingsbereidheid komen er bij het MDRA-meldingen binnen van mensen die niet bij de politie melding willen doen, onmisbaar als het gaat om het beter in beeld brengen van de discriminatieproblematiek in de stad. Ook kunnen consulenten bij de organisatie een belangrijke rol vervullen voor de gediscrimineerden door een tussenpersoon te zijn die ze wegwijs kan maken in de mogelijkheden binnen het handelingsrepertoire. Daarnaast kunnen ze een luisterend oor bieden, een plek waarbij de gediscrimineerden en zich gehoord en gesteund voelen. Om een zo groot mogelijk publiek te kunnen bereiken zouden dergelijke meldpunten ook in meerdere talen informatie en hulp beschikbaar moeten stellen, aangezien personen met een migratie achtergrond ook discriminatie ondervinden, discriminatie die bij deze personen snel gericht is op meerdere lagen van hun identiteit. De kans is groot dat deze personen de Nederlandse taal niet goed machtig zijn en bijvoorbeeld de website van het MDRA, die alleen beschikbaar in het Nederlands en Engels, niet begrijpen en de informatie die daar verstrekt wordt missen.
Tijdens de verdiepingsbijeenkomst werd benadrukt dat respondenten het van groot belang vinden dat organisaties met elkaar in gesprek blijven. De Veiligheidsalliantie geeft er een opmaat toe, maar het is aan de gemeente om dit te blijven ondersteunen.132 Ook wat betreft organisaties binnen de LHBTIQ+ gemeenschap en slachtoffers van discriminatie moet er meer communicatie zijn en moet de mogelijkheid tot gesprekken altijd open staan. Wat opvalt is dat het Meldpunt Zorg en Woonoverlast niet genoemd worden door de respondenten. Ook hier is veel te winnen als het gaat om naamsbekendheid.
4.8 Bijeenkomsten voor gediscrimineerden “De bijeenkomsten voor de slachtoffers, om die te ondersteunen. Die bijeenkomsten helpen echt.”133
53
Marokkaans- Nederlandse transvrouw. Jongere homoseksuele man. 132 Gemeente Amsterdam gaat met goedkeuring van de Burgemeester het RVA Regenboog Veiligheid Alliantie in het leven roepen waardoor hopelijk de meldingsbereidheid stijgt. 133 Jongere homoseksuele man bij verdiepingsbijeenkomst. 130 131
Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+
Wat voor de respondenten ook van belang is, is de mogelijkheid tot het bijwonen van bijeenkomsten voor gediscrimineerden. Benadrukt wordt dat het veel zou bijdragen als er buiten de zorginstellingen om vanuit de gemeente steun voor dit soort bijeenkomsten zou komen. Er is veel behoefte aan contact met gelijkgestemden en professionals zoals de politie die mee kunnen praten en uitleg kunnen geven. Een verder punt van aandacht is: Hoe vergroot je het gesprek tussen verschillende gediscrimineerde groepen bijvoorbeeld? Een van de respondenten geeft aan dat de daders soms zelf ook gediscrimineerd worden. Dit voelde voor de gediscrimineerde als een niet verenigbare tegenstrijdigheid, als je zelf weet hoe het voelt, waarom doe je het dan een ander aan? Een aanknopingspunt voor de gemeente kan zijn om deze link actiever te laten leggen in voorlichting of activiteiten uitgevoerd door jongerenwerk, de politie, scholen of andere instellingen die hier een rol in zouden kunnen hebben. De gemeente zelf zou dit ook kunnen verwerken in een campagne verwant aan Kom Op. Loop een eens een meter in de schoenen van iemand anders en kijk hoe het voelt. Daarnaast is er de ‘Internationale Dag tegen Homofobie en Transfobie’ in het leven geroepen die jaarlijks plaatsvindt op 17 mei134 om een groter bewustzijn te creëren over de LHBTIQ+ gemeenschap en het geweld waar zij mee te maken krijgen.
Deze dag is in Nederland erg gefocust op transfobie, en de gemeente zou ondersteuning kunnen bieden ook door te zoeken naar een andere meer complete invulling en uitgebreidere vorm. Ook zouden respondenten graag de structurele mogelijkheid zien tot zelfverdedigingslessen. Binnen het Transhuis gaan ze hiermee starten en de gemeente kan dit bijvoorbeeld ondersteunen binnen een RBH.
4.9 Zwaartepunt verschuiven De LHBTIQ+ gemeenschap wordt regelmatig door de gemeente of andere instanties gevraagd mee te denken over oplossingen en over het aandragen van wat er anders kan als het gaat om het terugdringen van discriminatie en het zorgen voor inclusiviteit. Het is van cruciaal belang dat deze groep hierbij betrokken wordt, maar de respondenten geven aan dat het zwaartepunt te sterk bij hen ligt. “Er wordt altijd gezegd: ‘’wat kan je zelf doen’’ en dan denk ik nee gemeente maar wat doen jullie? Er zouden hier vaker mensen door de straat moeten lopen om te kijken of het hier veilig is, ik heb ze niet gezien, ze zullen er vast lopen hoor dan kan. Ook de wijkagent die komen nooit eens vragen van goh hoe gaat het nou in de buurt? Ze weten dat ik hier woon, ze weten van de meldingen maar die komen ook niet even kijken van hoe is het nou? Ik begrijp ook wel dat ze het hartstikke druk hebben maar ja.”135
54
Een manier om dit te veranderen is door de uitkomsten van de samenwerking tussen gemeente, Roze in Blauw, MDRA en andere belangrijke organisaties duidelijker te communiceren richting de gemeenschap. Hierbij gaat het niet alleen om het vragen
134 135
https://idahot.nl/wat-is-idahot/transfobie/ Drag queen.
van input op vrijwillige basis, maar stel hier bijvoorbeeld standaard een vergoeding tegenover of huur zzp’ers uit de gemeenschap in als consultants. Daarbij is het ook van belang dat de resultaten van de inbreng ook teruggekoppeld worden. Gemeente Amsterdam werkt al veel met structureel overleg tussen verschillende partijen, een proces dat voortgezet moet worden, maar er moet duidelijker over gerapporteerd worden richting de LHBTIQ+ gemeenschap. Een ander punt waar de respondenten van dit onderzoek graag een verandering zouden zien is dat ‘Out and Proud’ minder het doel is zijn van de gemeente. Dit is namelijk niet waar elke laag van de LHBTIQ+ gemeenschap behoefte aan heeft. ‘Veiligheid in de Eigen Leefomgeving’ heeft de voorkeur.
Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+
“Coming out is ook bij ons (bi+ gemeenschap) niet een hoger doel op zich. We willen echt dat je liefde, lust en relaties kan inrichten op de manier die past bij jou, zonder dat dit bepaald wordt door welke normen je hebt aangeleerd en we denken om dat te bereiken moeten die normen opgerekt worden.”136
Wat deze respondent uitduidelijk aangeeft is dat beleid vaak erg identiteit gedreven is en bij bi+ personen gaat het meer om ervaringen en gevoelens in plaats van om het kunnen benoemen van een onderdeel van identiteit. Dit betekent niet dat ‘Out en Proud’ niet een belangrijk speerpunt moet zijn van de gemeente, maar dat het zwaartepunt iets verschuift. “… voor bi+ mensen is het niet zo snel ‘ik ben bi+ en daarom heb je me te accepteren […] Het LHBTI+ beleid zoals het er nu staat dat werkt niet voor bi+ mensen want als het wel zou werken waarom zou het met bi+ mensen zoveel slechter gaan dan met homo en lesbische mensen.”137
Een andere respondent uit de frustratie dat politiek vaak een rol speelt in het contact met de gemeente en dat het veel zou uitmaken als dit zou veranderen. “Toen ik net in de wijk kwam wonen had ik een gesprek met een wethouder van het stadsdeel en die vroeg ook wat ik kon doen om de buurt een fijnere plek te maken. Hebben we een jaarlijks evenement opgezet wat [de respondent] coördineerde. […] wat je ook merkte is dat er vervolgens weer politici bij kwamen die vervolgens weer dan wilde spreken en die dat beestje niet bij hun naam wilde noemen en het werd allemaal heel politiek correct en het werd vooral niet benoemd dat dit voort kwam uit een negatief incident, want oost was zo mooi en ze hadden het zo goed geregeld.”138
55
Het gevoel van voor ‘het karretje gespannen te worden om zetels te krijgen’ overheerst, wat een van de belangrijkste redenen waarom deze respondent incidenten niet meer bespreekt in de media. Een voorstel voor de gemeente is om
Bi+ vrouw. Ibid. 138 Drag queen. 136 137
zodra duidelijk is dat bepaalde personen vaker benaderd worden door wethouders ervoor te zorgen dat er structureel contact met ze wordt onderhouden in plaats van dit te beperken tot na incidenten die in de media komen.
4.10 (inclusief) taalgebruik: normen & waarden
Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+
“…wat we ook in andere landen in de omgeving zien gebeuren, is dat steeds meer die stap naar bi+ gemaakt wordt omdat je het dan meer kan hebben over die gevoelens en ervaringen en seksualiteit nog steeds sterk identiteit gedreven is. Dus als je het hebt over inclusief taalgebruik dan hebben we het altijd over mensen met bi+ gevoelens en ervaringen en we hebben het nooit over biseksuelen.”139
Een volgend aanknopingspunt is dat er in het LHBTIQ+ beleid meer ruimte gemaakt worden voor het meenemen van gevoelens en ervaringen, niet alleen van identiteit. In het verlengde hiervan wordt er een sterke behoefte uitgesproken dat het op het gebied van beleid ook moet gaan over diversiteit met betrekking tot relaties in beleid en wetgeving. De erkenning en verandering van taalgebruik en beleid begint al bij de balies in de stadsloketten van de gemeente. Een van de respondenten geeft aan zelf een tijdlang bij de balie voor burgerzaken van gemeente Amsterdam te hebben gewerkt. Hier zag zij hoe ogenschijnlijk ‘kleine zaken’ grote impact hadden. Voorbeelden zijn het niet goed registreren van een vrouw als ‘moeder’ bij een lesbisch stel, de standaardvraag naar de vader bij de paspoortaanvraag voor een kind, en de omslachtigheid die het niet-samenwonen van een stel met zich meebrengt voor het regelen van bepaalde zaken. Dit heeft niet alleen invloed op personen in een homoseksuele relatie, maar ook degene in een heterorelatie die ervoor kiezen hun leven anders in te richten dan misschien de norm is. Volgens deze respondent kan er in het taalgebruik en de regelgeving nog een grote stap gezet worden met betrekking tot seksuele- en genderdiversiteit.
Ook benoemd als het gaat om representatie zijn de baliemedewerkers is het volgende: “Ik heb nog nooit op een plek gewerkt die zo cultureel divers is als bij de inloop balie van gemeente Amsterdam dus dat doen ze heel erg goed, qua representatie van wie er achter de balie zit maar er kan nog wel een stap worden gezet op seksuele en gender diversiteit.”140
56
Het is dus van belang dat personen zich op meerdere vlakken kunnen identificeren met de medewerkers achter de balies werken. Dit zou ook bijdragen tot het aanpassen van taalgebruik en normen en waarden. In de verdiepingsbijeenkomst werd nog benadrukt dat het woord ‘slachtoffer’ zo veel mogelijk gemeden moest worden. Het plakt een
139 140
Bi+ vrouw. Ibid.
label op personen waar niet iedereen op zit te wachten, al heeft een dergelijk label wel een nut in de rechtspraak. “Het maakt ze zielig terwijl ze dit heel vaak helemaal niet zo voelen.’’141
4.11 Ademruimte, gehoord worden & vertrouwen Waar een laatste rol is weggelegd voor de gemeente is in het creëren van een ‘ademruimte’ voor de LHBTIQ+ gemeenschap.
Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+
“Landelijk of überhaupt is dat wij streven naar meer ruimte, meer ruimte voor mensen om zichzelf te zijn en daarvoor wil je diversiteit zien, wil je ook dat er specifiek aandacht is voor de LHBTIQ+ gemeenschap.” 142
57
Een praktische wens die er bij de bi+ gemeenschap bijvoorbeeld ligt is de creatie van een bi+ commissie binnen Amsterdam Pride, deze wens zou de gemeente kunnen ondersteunen. Een continue wens die door verschillende respondenten wordt uitgesproken, en eerder in dit rapport al naar voren is gekomen is de wens serieus genomen te worden: “Wat ik heel graag zou willen is dat ik het gevoel heb dat er echt naar mijn verhaal geluisterd wordt. Dat ik het gevoel heb er te mogen zijn en als volwaardig mens behandeld kan worden. En dat ik het vertrouwen terugkrijg in de instanties die er voor mijn veiligheid moeten zijn.”143
Een praktische manier van ‘gehoord worden’ die regelmatiger plaats zou moeten vinden volgens de respondenten is het organiseren van een gesprek tussen gediscrimineerde personen waarbij deze niet hoeven te komen met oplossingen, maar waarbij ze naar elkaar kunnen luisteren en de politie en de gemeente ze hoort. Het gaat om een gespreksvorm buiten de ‘officiële’ wegen van hulpverlening of gezondheidszorg. Deelname van verschillende instanties als de politie, zonder dat deze iets komen ‘halen’, kan ertoe leiden dat de respondenten vertrouwen in deze instanties opbouwen. Na de bijeenkomst van slachtoffers in de zomer van 2020 uitten veel van hen dat ze het waardevol vonden om samen te komen, meer informatie te verkrijgen van de politie en te horen waar zij tegenaan lopen en waar de grenzen liggen van hun mandaat. Dit leidde tot meer begrip van de gediscrimineerden tegenover de politie en was tegelijkertijd een bevestiging dat communicatie verbeterd kan worden als het om dergelijke instanties gaat. De informatie gedeeld in deze bijeenkomst hadden ze eerder tegemoet willen zien komen, informatie als uitleg van de politie over onderzoeken na meldingen en het doen van huisbezoeken. Alle aanwezigen waren in
Jongere homoseksuele man bij verdiepingsbijeenkomst. Bi+ vrouw. 143 Syrische statushouder transvrouw. 141
142
Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+
58
de veronderstelling dat dit alleen gebeurde bij aangiftes. Het eerder genoemde Regenbooghuis zou ook een plek kunnen zijn waar deze gesprekken plaatsvinden met ondersteuning en/ of aanwezigheid van de gemeente. Al werd het ook als zeer positief ervaren door de politie en de gemeente uitgenodigd te worden ‘bij hun’. Ook binnen de LHBTIQ+ gemeenschap zelf is op dit vlak nog veel werk te verzetten volgens de respondenten. Het zit ingebouwd in zowel de cultuur van de gemeenschap als in de Nederlandse cultuur om in hokjes te denken. Ze geven aan dat zaken als het programma ‘Prince Charming’ dit bevestigen: homoseksuele mannen die meedoen aan een jacht naar de liefde waarbij hoofdzakelijk blanke mannen meedoen met een modellen-uiterlijk. Geen diversiteit dus. Er moet volgens de groep nog veel doorbroken worden en meer aandacht moet gaan naar discriminatie binnen de gemeenschap, vooral met betrekking tot de meerdere lagen van discriminatie waarbij ook huidskleur, etniciteit en handicaps komen kijken. Het Regenbooghuis kan dus een plek zijn waar door de gemeenschap voor de gemeenschap educatie wordt ondersteund door de gemeente. Ook moeten organisaties binnen het LHBTIQ+ veld beter gemonitord worden om situaties waarin de meest kwetsbare personen gediscrimineerd en misbruikt worden door deze organisaties te voorkomen.
Het wordt aangegeven dat met name vluchtelingen en statushouders hier slachtoffer van worden.
4.12 Conclusie De gedragen voorstellen en aanknopingspunten in dit hoofdstuk bieden mogelijkheden om het gat te helpen dichten tussen het bestaande handelingsrepertoire en het ervaren handelingsperspectief. Dit gat is een grote factor in de totstandkoming van het vertekende beeld over de daadwerkelijke omvang van LHBTIQ+ discriminatie in Amsterdam. Er zijn reeds een aantal manieren waarop de gemeente, samen met verschillende andere organisaties, al actie onderneemt op verschillende terreinen (educatie, veiligheid, diversiteit etc.). Het aanbod is echter nog te onbekend of nog niet toereikend genoeg volgens de respondenten. Met de door hen gedragen voorstellen kunnen bestaande actiepunten worden versterkt en nieuwe voorstellen worden opgepakt, om zo het ervaren handelingsperspectief en het bestaande handelingsrepertoire dichter bij elkaar te brengen en de mogelijkheden uit te breiden waar nodig.
Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+
CONCLUSIE
59
Discriminatie op grond van seksuele geaardheid en genderidentiteit is een duidelijk probleem in Amsterdam en het overgrote deel van de LHBTIQ+ gemeenschap wordt er dagelijks mee geconfronteerd. Dit actieonderzoek naar LHBTIQ+ discriminatie dient ter ondersteuning van het overkoepelende doel van de gemeente de daadwerkelijke omvang van LHBTIQ+ discriminatie in beeld te brengen en er harder beleid tegen te formuleren. Om deze ondersteuning te bieden staan in dit onderzoek drie doelen centraal. Het eerste doel was het onderzoeken van de ervaringen van respondenten met betrekking tot de aard van de discriminatie en de regelmaat waarin ze hiermee geconfronteerd worden. Gebleken is dat de aard van de discriminatie diffuus is maar een structureel aspect heeft. Discriminatie neemt verschillende vormen aan die elk met een andere regelmaat en in andere omgevingen plaatsvinden. Naast incidenten van losse verbale discriminatie vindt het merendeel van de discriminatie plaats in de eigen woonomgeving, waarbij het vooral gaat om verbaal geweld in combinatie met intimidatie, bedreiging en vandalisme. Dit patroon wordt af en toe doorbroken door incidenten die escaleren en een fysiek gewelddadig karakter aannemen. Personen die met verbale discriminatie en discriminatie in de woonomgeving te maken krijgen worden met regelmaat in groepsverband lastiggevallen.
Ook wordt duidelijk dat hoewel seksuele geaardheid of genderidentiteit de dominante discriminatiegrond is, de LHBTIQ+ personen ook worden aangevallen op grond van hun huidskleur, etniciteit, sociale status en handicap. De discriminatoire acties kunnen niet los gezien worden van de effecten die deze hebben op de gediscrimineerde personen. Alle respondenten van dit onderzoek hebben aangegeven een dusdanig laag veiligheidsgevoel in de stad te ervaren dat ze blijvende aanpassingen aan het dagelijkse leven hebben ingevoerd. Het tweede onderzoeksdoel was het in kaart brengen van het ervaren handelingsperspectief van de gediscrimineerde LHBTIQ+ personen. Uit de analyse van de interviews is gebleken dat het merendeel van de respondenten negatief denkt over hun mogelijke stappenplan en het onder andere als te nauw ervaart. Melden, hoofdzakelijk bij de politie of Roze in Blauw behoort zonder twijfel tot het handelingsperspectief van de respondenten, al worden hierbij een zevental frustraties geformuleerd door de respondenten. Andere meldpunten, en waarvoor gediscrimineerden daar terecht kunnen, blijken erg onbekend te zijn. Een verder onderdeel van het handelingsperspectief is te stappen naar instellingen als woningcorporaties, maar ook deze optie wordt als relatief nutteloos ervaren.
De kritiek is dat woningcorporaties te weinig kunnen betekenen voor de gediscrimineerden, hetzelfde wordt gezegd over een organisatie als Slachtofferhulp. Zelforganisaties worden nagenoeg niet genoemd, behalve de kans die er wordt gezien voor COC Amsterdam. Het belang van informele organisaties (bijv. de lokale volleybalclub) en de steun van vrienden en familie zijn groot. Wat blijkt is dat de stappen die de respondenten als productieve mogelijkheden ervaren en wat het daadwerkelijke handelingsrepertoire is (en hoe dit kan worden
Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+
60
uitgebreid) niet met elkaar overeenkomen en dat de frustraties dusdanig groot zijn dat deze leiden tot een erg lage meldingsbereidheid. Hoe lager de meldingsbereidheid ligt, hoe minder zicht op de omvang van discriminatie in de stad, en hoe minder er op preventie en bestrijding ervan wordt ingezet. Er ontstaat dus een vicieuze cirkel die doorbroken moet worden, en dit is waar het laatste doel van het onderzoek toe dient: het aandragen van voorstellen en aanknopingspunten voor de gemeente met betrekking tot acties tegen discriminatie. Via deze aanknopingspunten kan het gat tussen het ervaren handelingsperspectief en de daadwerkelijke mogelijkheden gedicht worden en kan het handelingsrepertoire worden uitgebreid. In het laatste deel van het onderzoek viel op dat het voor veel respondenten niet geheel duidelijk is wat de gemeente onderneemt op dit vlak en waar precies haar verantwoordelijkheid ligt. Wat betreft preventie kan de gemeente nog meer doen aan de stimulatie van voorlichting op scholen en bij de brede groep inwoners van de stad om zo vooroordelen, onbegrip en mogelijke discriminatie te voorkomen of bespreekbaar te maken. Een verder centraal voorstel is ook om meer te investeren in informatiecampagnes, zichtbaarheid van discriminatie en de gevolgen ervan in de stad en duidelijke communicatie op verschillende niveaus.
Daarnaast zijn er acties te ondernemen betreffende het afschrikeffect buiten het strafrecht om, de politie en Roze in Blauw en het aangifte- en meldingsproces. Ook kan de gemeente een rol spelen in het verder vergroten van de naamsbekendheid van verschillende meldpunten en andere relevante organisaties. De laatste aanknopingspunten geopperd door de respondenten: een verschuiving van het zwaartepunt in beleid (minder focus op ‘Out en Proud’) en de verantwoordelijkheid voor verbeteringen, te werken naar een verandering in taalgebruik, normen en waarden in beleid en regelgeving en het creëren van ademruimte voor de gediscrimineerden. Via deze aanknopingspunten kan het gat tussen de ervaren mogelijkheden en het daadwerkelijke handelingsrepertoire gedicht worden en kunnen nieuwe aangedragen acties worden opgepakt. Hierdoor kan de LHBTIQ+ discriminatie in de stad harder wordt aangepakt en de situatie van de LHBTIQ+ gemeenschap, inclusief hun veiligheidsgevoel, in de stad verbeterd worden. Daarnaast kan dit leiden tot een stijging van de meldingsbereidheid wat samengaat met een vollediger beeld over de ware omvang van discriminatie in Amsterdam.
Om een nog inclusiever en completer beeld te krijgen van de situatie en de problemen die spelen rondom discriminatie van LHBTIQ+ gemeenschap is het van belang om niet alleen het aantal respondenten te vergroten, maar ook het type respondenten uit te breiden. Zo missen er in dit onderzoek nog een aantal perspectieven uit de LHBTIQ+ gemeenschap. Daarnaast zouden er meer personen gesproken moeten worden van organisaties die de gediscrimineerden opvangen en is het van groot belang dat ook de daders aan het woord komen wil n er een helder beeld verkregen worden over hun beweegredenen en over of en hoe bepaalde acties aan (zullen) slaan. Welke consequenties heeft de daad gehad? Hoe is het bij hen aangepakt en wat is hun reactie daarop? Wat is het wat de daders ervan kan weerhouden over te gaan op discriminerend gedrag? Daarnaast zal er meer aandacht besteed moeten worden aan de rol die de media in haar verschillende vormen speelt bij het stimuleren, voorkomen en bestrijden van discriminatie tegen de LHBTIQ+ gemeenschap. Deze rol
Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+
is in een aantal interviews aangetipt, maar speelt vermoedelijk een aanzienlijk grotere rol dan we nu kunnen stellen. Ten slotte, kan een vergelijkend onderzoek tussen Amsterdam en andere steden diepere inzichten bieden met betrekking tot LHBTIQ+ discriminatieproblematiek en mogelijke aanknopingspunten.
61
Literatuurlijst Amodio, D. and Devine, P. (2006). ‘’Stereotyping and evaluation in implicit race bias: evidence for independent constructs and unique effects on behavior.’’ Journal of personality and social psychology, 91(4), 652. Argyris, C. and Schön, D.A. (1978). ‘’Organizational Learning: A Theory of Action Perspective.’’ Addison Wesley: Reading, Massachusetts U.S. Argyris, C. and Schön, D.A. (1996). ‘’Organization Learning II: Theory, method and practice.’’ Addison Wesley: Reading, Massachusetts U.S.
Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+
Boss, E. and Meijsen, E. (2016). “Handreiking LHBT-Emancipatie Gratis LHBTBeleid.” Movisie. Bryman, A. (2008). ‘’.Social Research Methods’’. Oxford University Press. College voor De Rechten van de Mens. (2020). ‘’Discriminatie Uitgelegd’’. https://mensenrechten.nl/en/node/4 Cuddy, A., Fiske, S. & Glick, P. (2007). ‘’The BIAS map: behaviors from intergroup affect and stereo-types’’. Journal of personality and social psychology, 92(4), 631. Dewey, J. (1910; 2007). How We Think. Cosimo: New York, U.S. Diversion (2020). ‘’Projecten: Gelijk=Gelijk?’’. https://www.diversion.nl/cases/gelijkgelijk/ Dovidio, J., Evans, N. & Tyler, R. (1986). ‘’Racial stereotypes: The contents of their cognitive representations.’’ Journal of Experimental Social Psychology, 22(1), 22-37. Dovidio, J. F., & Gaertner, S. L. (2000).’’Aversive racism and selection decisions: 1989 and 1999’’. Psychological science, 11(4), 315-319. Dovidio,J.F.,Kawakami,K., and Gaertner,S.L.(2002). ‘’Implicit andexplicit prejudice and interracial interaction.’’ Journal of personality and social psychology, 82(1), 62. 62
Farmer, P. (2004).‘’An Antropology of Structural Violence: Sidney W. Mintz Lecture.’’ Current Anthropology, 2004. 45-3. Feddes, A.R., and Jonas, K.J. (2016). “LGBT Hate Crime, Psychological Well-Being, and Reporting Behaviour: LGBT Community and Police Perspectives.” Universiteit Van Amsterdam. Felten, H., and Boss, E . (2019). “Handreiking LHBT-Emancipatie Feiten En Cijfers Op Een Rij.” Movisie.
Felten, H. Taouanza, I. and Keuzenkamp, S. (2016). ‘Klaar met Discriminatie? Onderzoek naar effectiviteit van sociale media- campagnes tegen discriminatie.’ Kennisplatform Integratie & Samenleving. Felten, H. and Schuyf, J. (2011) “Zoenen Is Gevaarlijk Onderzoek Naar Geweld Tegen LesBische Vrouwen .” Ministerie OCW. Gemeente Amsterdam. (2020). ‘’Kom op Amsterdam!’’. https://www.amsterdam.nl/kom-amsterdam!/
Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+
Gemeente Amsterdam. (2019). ‘’Nota Regenboogbeleid 2019-2022.’’ Gemeente Leiden en Sky Research. (2018). ‘’Onderzoeksverslag Vergroten Aangiftebereidheid LHBTI-slachtoffers van Discriminatoir geweld.’’ Gemeente Leiden. Greenwald, A., McGhee, D. & Schwartz, J. (1998). ‘’Measuring individual differences in implicit cognition: the implicit association test.’’ Journal of personality and social psychology, 74(6), 1464. Groot Wassink, R. (2019) ‘’Raadsbrief: Aanpak discriminatie: stand van zaken en intensivering.’’ Gemeente Amsterdam. IDAHOT. (2020). ‘’Wat is IDAHOT?’’. COC Nederland. Interview. (2020). ‘’Syrische vluchteling homo seksuele man’’. 03-09-2020. Online. Interview. (2020). ‘’Drag queen’’. 23-09-2020. Amsterdam Interview. (2020). ‘’Bi+ vrouw’’. 06-10-2020. Online. Interview. (2020). ‘’Oudere homoseksuele man.’’14-10-2020. Online. Interview. (2020). ‘’Vrijwilliger Roze in Blauw’’. 21-10-2020. Online. Interview. (2020). ‘’Jongere homoseksuele man’’. 21-10-2020. Online.
63
Interview. (2020). ‘’Italiaanse homoseksuele man, woonachtig in Amsterdam.’’ 22-102020. Online. Interview. (2020). ‘’Zwarte homo seksuele man’’. 22-10-2020. Online. Interview. (2020). ‘’Groepsinterview drie medewerkers MDRA.’’ 2-11-2020. Online. Interview. (2020). ‘’Surinaams-Nederlandse Transvrouw.’’ 17-11-2020. Online. Interview. (2020). ‘’Marokkaans-Nederlandse Transvrouw.’’ 19-11-2020. Online. Interview. (2020). ‘’Medewerker De Regenbooggroep.’’ 8-12-2020. Online.
Interview. (2020). ‘Syrische statushouder transvrouw’’. 10-09-2020. Amsterdam. Lewin, K. (1946). ‘’Action Research and Minority Problems. In: Lewin, K. (1997). Resolving Social Conflicts and Field Theory in Social Science.’’ American Psychological Association: Washington D.C. McConnell, A. & Leibold, J. (2001). ‘’Relations among the Implicit Association Test, discriminatory behavior, and explicit measures of racial attitudes.’’ Journal of experimental social psychology, 37(5), 435-442. Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam. (2019).‘’Jaarverslag 2019’’. O’Reilly, K. (2012). ‘’Ethnographic Methods’’. Routledge.
Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+
Overheid.nl. (2018). ‘’Grondwet Artikel 1’’. https://wetten.overheid.nl/BWBR0001840/2018-12-21. Peirce, C.S. (1877). ‘’The Fixation of Belief.’’ Popular Science Monthly. Vol 12, pp. 1-15. Politie Nederland. (2020). ‘’Meldingen’’. vraaghetdepolitie.nl. Politie Nederland. (2020). ‘’Over Roze in Blauw’’. https://www.politie.nl/themas/rozein-blauw.html. Regionale Monitors Discriminatie: Regionale Rapporten 2018.” Discriminatie.nl, Discriminatie.nl, 2019, discriminatie.nl/#/cijfers/regionale-monitors-discriminatie. Restorative Justice. (2020). ‘’Over RJN’’. http://www.restorativejustice.nl Rijksoverheid.nl. (2020). ‘’Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB)’’. https://wetten.overheid.nl/BWBR0006502. Rijksoverheid.nl. (2020). ‘’Discriminatie’’. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/discriminatie. Schön, D.A. and Rein, M. (1994). ‘’Frame Reflection.’’ Basic Books: New York. 64
Segerink, R. (2013) “Anti-Homogeweld in Nederland Analyse Van (Dreiging Van) Fysiek Anti- Homogeweld .” Politie Nederland. Soestenhorst, B. (2020). ‘’Toen hij ernstig ziek werd, raakte Bas verstrikt in een bureaucratisch oerwoud.’’ Het Parool. Stepanikova, I., Triplett, J. and Simpson, B. (2011). ‘’Implicit racial bias and prosocial behavior.’’ Social Science Research, 40(4), 1186-1195.
Talaska, C., Fiske, S. and Chaiken, S. (2008). ‘’Legitimating racial discrimination: Emotions, not beliefs, best predict discrimination in a meta-analysis’’. Social justice research, 21(3), 263-296. Tolman, C.W. [Ed.] (1996). ‘’Problems of Theoretical Psychology.’’ Captus Press Inc.: Ontario, Canada. Van Beusekom, G. and Kuyper, L. (2018). “LHBT-Monitor 2018.” Sociaal en Cultureel Planbureau.
Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+
Workplace Pride. (2020). ‘’What We Do’’. https://workplacepride.org/what-we-do/
65