CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2a TOELICHTING Amsterdam oudZuid.pdf

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 16 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Aanwijzen van drie gebieden tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht (VN2022-031450)22.778 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De zichtas van het Noorder Amstelkanaal wordt afgesloten door het aan de zogenaamde Kom gebouwde hotel (1961-1972) annex sporthalcomplex (1934) (en het daarboven uittorenende voormalige kantoor van de Sociale Verzekeringsbank (1937)), dat als scharnierpunt tussen het oostelijke en westelijke deel van Plan Zuid ingesloten wordt door zowel de vier waterwegen als twee kruisende wegen, de Apollolaan en Stadionweg. Ook het Olympisch Stadion vormt de afsluiting van een zichtas vanuit de Tuyl van Serooskerkenstraat.

Met betrekking tot de bruggen is een hiërarchisch onderscheid gemaakt tussen brede bruggen voor de belangrijke verkeersaders en smallere of voetgangersbruggen van meer lokale betekenis, gericht op de communicatie tussen deelbuurten. In het zuiden liggen de onregelmatigheden direct buiten het beschermd gebied, in het deel van Plan Zuid dat, volgens latere uitbreidingsplannen hoofdzakelijk na de Tweede Wereldoorlog werd ingevuld (President Kennedylaan met Martin Luther Kingpark en Utrechtsebrug), ten zuiden van het Europa-plein, de Wielingenstraat en de Diepenbrockstraat (Rai-complex en Beatrixpark), en ten zuiden van het Zuider Amstelkanaal. Als zodanig versterken deze randeffecten met hun contrasterende structuur en invulling de stedenbouwkundige en architectonische eenheid van het beschermd gebied. Maar ook binnen het beschermd gebied bevinden zich enkele elementen die met het overheersende beeld breken, en dan ook tot de latere invulling behoren. De Beethovenstraat is door de latere wijzigingen in het oorspronkelijke plan een drukkere verbindingsweg geworden dan aanvankelijk de bedoeling was. Het is nu tevens de meest drukke winkelstraat in het westelijk deel van Plan Zuid, terwijl de Rijnstraat een dergelijke functie in het oostelijke gedeelte vervult.

Hoofdvormen en schaal van de bebouwing Het merendeel van het gebied bestaat uit gesloten bouwblokken, terwijl enkele delen van het plan, de noordzijde van de Apollolaan tussen het Olympiaplein en de Boerenwetering, de omgeving van de Richard Wagnerstraat en het gebied rond het Vossius Gymnasium (Stadionweg, Apollolaan, Muzenplein, Haringvlietstraat,

Diepenbrockstraat, Bernard Zweerskade, Schubertstraat) een afwijkend morfologisch karakter hebben, met lage bouwblokken en vrijstaande en geschakelde herenhuizen. Het gebied van het Zuider Amstelkanaal, tussen de Kom en de Parnassusweg heeft, zeer toepasselijk en naar analogie met de zeventiende-eeuwse Gouden Bocht van de Herengracht, de benaming Goudkust gekregen. Tussen en aan weerszijden van de hoofdwegen zijn verschillende complexen van bouwblokken als kleinere eenheden gesitueerd. Dit geldt met name voor de structuur tussen het Victorieplein en de Maasstraat/Scheldestraat, die vanaf het Merwedeplein in westelijke richting een axiale opzet volgt met licht divergerende parallelstraten. Kleinere deelstructuren die in samenhang werden ontworpen terzijde van de hoofdverkeerswegen en kanalen, zijn talrijk. Enkele voorbeelden van eenheden met een sterke integratie van stedenbouwkundige en architectonische waarden: Raphaëlplein en omgeving, de Marathonbuurt (ingesloten door het Noorder Amstelkanaal, het Olympiaplein, de Stadionweg en de Amstelveense weg), de Van Tuyll van Serooskerkenweg en -plein, de Harmoniehof, het P.L. Tak-complex en omgeving, de Diamantbuurt.

De aandacht voor de architectonisch gedetailleerde uitwerking van Plan Zuid is vooral herkenbaar in de articulatie van de straathoeken, die als belangrijke aanvullende elementen in de structuur fungeren en het onderscheid tussen hoofd- en zijstraten verduidelijken. Tevens zijn de overgangen tussen de door verschillende architecten ontworpen geveldelen in een doorlopende straatwand vaak verticaal benadrukt of anderszins plastisch versterkt. De gevelopstanden van de bouwblokken zijn niet overal van eenzelfde kwaliteit. Het bebouwingsbeeld laat 43

hier en daar grote verbrokkeling zien en is daardoor van mindere architectonische waarde binnen het beschermd stadsgezicht. Voor een gedetailleerde inventarisatie van de architectonische waarden in Plan Zuid wordt verwezen naar de toegekende architectonische ordes van de Atlas Gordel 20-40. Over het algemeen is men in de literatuur van mening dat de architectonische opbouw van de buurt tot circa 1932 sterk gekleurd is door de invloed van de Amsterdamse School, mede vanwege het stempel dat de vertegenwoordigers hiervan gedurende de jaren twintig en dertig op de Commissie Zuid wist te drukken. De architectonische invulling na 1932 laat een minder uniform beeld zien. In deze periode slaagde men erin op talrijke plaatsen gebouwen en/of bouwblokken te ontwikkelen in een architectuur die afweek van wat de Commissie Zuid sinds 1926 als norm had gehanteerd. Een vroeg voorbeeld hiervan is Jan Duikers Openluchtschool aan de Cliostraat (1930), gelegen op het binnenterrein van een bouwblok met een modernistisch poortgebouw aan de straatzijde.

De meest in het oog springende voorbeelden van een afwijkende architectonische vormentaal zijn te vinden aan de Zomerdijkstraat (atelierwoningen, 1932), de Apollohal met bijgebouwen aan de Apollolaan/Stadionweg op de plaats van het door Berlage voorgestelde kunstenaarshuis, de Montessorischool aan de Albrecht Dürerstraat en de daarnaast gelegen drive-in woningen aan de Anthonie van Dijkstraat (1937), de synagoge aan de Lekstraat (1937), het kantoor van de Rijksverzekeringsbank aan de Apollolaan (1939), het woning-/winkelcomplex aan de eethovenstraat/Apollolaan/Corellistraat, het woningcomplex de Muzenhof aan de eethovenstraat/Stadionweg/Cliostraat

44

(1939), de flatwoningen en het postkantoor van de Zonnehof/Courbetstraat/Michelangelostraat/Milletstraat/ Watteaustraat (1939-1940). Al deze gebouwen leveren door hun afwijkende architectuur, met verschillende verhoudingen en materiaalgebruik, opvallende contrasten op met de bebouwing die onder toezicht en naar voorstellen van de Commissie Zuid tot stand kwamen. Het Plan Zuid is ingevuld met een aantal woningcomplexen, voor het merendeel gerealiseerd in zogenaamde gesloten bouwblokken met veelhoekige plattegronden, die zich langs de hoofdverkeerswegen als langgerekte, min of meer symmetrische wanden vertonen. Hoofd- en zijstraten zijn zowel in breedte, profiel als in hoogte en articulatie te onderscheiden. Deze verscheidenheid is in de vroege fase van de realisatie van het Plan Zuid het duidelijkst aanwezig. In de latere, sinds 1932 ingevulde delen is de architectonische variatie geringer gebleven, zoals de ordekaarten van de Atlas Gordel 20-40 illustreren. Typerend voor het karakter van de straten is de architectonische uitwerking in bakstenen wandvlakken, natuurstenen, houten en smeedijzeren ornamenten, oorspronkelijke houten vensterprofileringen.

Het merendeel van de bebouwing is vijf bouwlagen hoog, waarbij vaak voor een geleding in drieën is gekozen: een onderverdieping als basement, één of twee verdiepingen middenzone en de bovenste verdieping(en) met een daarvan afwijkende detaillering. De variatie die daarbij is gebruikt, is te groot om volledig op te sommen, maar begeeft zich in grote lijnen tussen de uitersten. De bebouwing van het P.L. Takstraat-complex naar ontwerp van Michel de Klerk, toont een gevelwand van vijf bouwlagen ontworpen straat, terwijl de andere kant van

hetzelfde bouwblok op plattelandsarchitectuur geïnspireerde, geschakelde villa’s met voortuinen laat zien, die in werkelijkheid appartementen herbergen. Tegenover deze expressieve architectuur, die ook op talrijke plaatsen langs de hoofdverkeersweg, in de Diamantbuurt en langs de westelijke Amsteloever wordt herhaald, steekt de eenvoudiger bebouwing ten zuiden van de Uiterwaardenstraat af door eenvormigheid en monotonie, die juist daarom zo opvallend is, omdat hiervoor deels dezelfde architecten verantwoordelijk waren. Het monotone karakter van de architectuur versterkt echter de waarde van de stedenbouwkundige ruimtes in dit door C. van Eesteren ontworpen ‘Plan Rijnstraat’ uit 1931. Profiel en openbare ruimte Belangrijk, ook in de bebouwing ten zuiden van de Vrijheidslaan, is de ruime opzet van de buurt zoals die ook tot uitdrukking komt in de vormgeving van de openbare ruimte. Grote pleinen als het Victorieplein, Muzenplein en Minervaplein hebben een belangrijke scharnierfunctie gekregen in het plangebied. Ze zijn ook als besloten ruimtes ontworpen door vernauwing van de er op toe lopende straten. Ook binnen de buurten zijn vele open ruimtes te vinden, zelfs al hebben zij zelden de benaming van plein gekregen zoals bijvoorbeeld bij de Roerstraat, Winterdijkstraat/Hunzestraat/Uiterwaardenstraat/ Kinderdijkstraat of de Anthonie van Dijkstraat.

De kleinere open zones in het gebied, zoals (zijstraat Maasstraat), de IJsselstraat, de Diamantbuurt en het Meerhuizenplein worden beide meer gedomineerd door de gedeeltelijke architectonische invulling en hebben derhalve een veel minder open karakter. Deze variatie van brede verkeerswegen, regelmatige gevelwanden, afgewisseld met ‘onbebouwde blokken’ en kleine openbare gebieden,

verlenen Plan Zuid het unieke open en aangename karakter. De meeste straten hebben een symmetrisch straatprofiel, dat net als elders in Amsterdam, bestaat uit stoeptegels voor de trottoirs en klinkers of asfalt voor de straat. In het plan Rijnstraat heeft Van Eesteren in sommige straten bewust een asymmetrisch profiel aangelegd dat aansluit bij de gevelwanden die in de bewuste straten ook niet gespiegeld zijn. In het oorspronkelijke stedenbouwkundige plan werden de gevels nauwkeurig gecontroleerd. Door de komst van parkeerhavens zijn veel oorspronkelijke straatprofielen verloren gegaan. Zo moet de brede profilering van bijvoorbeeld de Willem Pastoorstraat en de Talmastraat worden verklaard uit de vroegere aanwezigheid van een bestraatte middenberm met bomen. Dat betekent dat op buurtniveau de grote groene middenbermen worden herhaald zoals die aan te treffen zijn in de Apollolaan en Churchilllaan. De verschillende openbare ruimten binnen de stedenbouwkundige structuur van Plan Zuid hebben verschillende gedaanten en functies, al naar gelang hun plaatsing aan de hoofdstructuur of binnen deelbuurten.

Het Victorieplein is in eerste instantie een verkeersplein, evenals het Minervaplein, terwijl het Olympiaplein vrijwel geheel wordt ingenomen door het sportpark en het Van Heutsz-monument, en de andere openbare ruimten tot speelterrein of speeltuin zijn ingericht, decentraal, als open ruimten binnen deelbuurten, omgeven of geflankeerd door huizenblokken en/of schoolgebouwen. Het oorspronkelijk door H.P. Berlage geplande wandelgebied op de westoever van de Boerenwetering en verbonden met het park aan de zuidgrens van het plangebied, werd door latere 45

planwijzigingen anders ingevuld. Vrijwel alle pleinen hebben in recente jaren een eigentijdse nieuwe invulling gekregen, wat ook veroorzaakt kan zijn door het weinig uitgesproken en dwingende karakter van de oorspronkelijke, in het stedenbouwkundige plan opgenomen ontwerpen voor openbare ruimten en groengebieden. De openbare groenvoorzieningen zijn beperkt en dienen, ingevuld als eenvoudige plantsoenen en grasvelden, vooral ter accentuering van de structuur. In een stedenbouw die uitgaat van massawoningbouw en gebaseerd is op gesloten bouwblok verkaveling krijgt het groen vooral de functie van stoffering. Anders echter dan in de negentiende eeuwse wijken waren vanaf het begin voorstellen voor profilering en beplanting meegenomen in de opzet. De als een parkway ontworpen boulevard die loopt van het Olympiaplein, via de Apollolaan en de Churchilllaan naar het Victorieplein, kreeg een ruime middenberm met aan weerszijden hoge bomen. In het westelijk deel wordt het groene karakter nog versterkt door de villabbeouwing die zich aan de noordzijde daarvan bevindt. Haaks daarop staat de brede middenstrook van de Minervalaan en de groene ruimte van het Olympiaplein. In het oostelijk deel zijn de grootste groengebieden verborgen, namelijk die van het Merwedeplein.

De groene randen van de Amstelkanalen vormen groene aders door de wijk, hetgeen bij de zuidelijk Amstelkanaal nog versterkt wordt door de Villabebouwing langs de Bernard Zweerskade en de naoorlogse villabebouwing ten zuiden daarvan. De groenvoorziening in Plan Zuid is gevarieerd maar is behalve de overal aanwezige, solitair geplante bomen in de trottoirs, in hoofdzaak tot enkele straten beperkt en slechts 46

gedeeltelijk oorspronkelijk, of nog in overeenstemming met het oorspronkelijke plan te brengen. Het Beatrixpark, gelegen buiten de zuidelijke begrenzing van het gebied, fungeert als buurtgebonden groengebied. Net als bij de straatprofielen het geval was, werd de groenvoorziening in het oorspronkelijke stedenbouwkundig plan mee ontworpen in de vorm van eenvoudige, geometrische compartimenten, ter ondersteuning van het bebouwingskarakter. De boomsoorten en –hoogten zijn doorgaans gerelateerd aan de hoogte van de bebouwing. De plaatsing van bomen, in groepen of solitair, verschilt aanzienlijk en is aangepast op de straatprofielen. De hoofdwegen zijn langs beide zijden voorzien van bomenrijen die, afhankelijk van de ouderdom, van laag tot zeer hoog boven de bebouwing uitreiken en de monumentale as-werking van de hoofdverkeerswegen versterken. Binnen de deelbuurten ontbreekt deze aswerking maar staan de middelgrote bomen, doorgaans afzonderlijk geplaatste, in het trottoir of in de parkeerstroken opgenomen bomen. Ook komt, met name rond grote open ruimten een combinatie voor van lage of middelhoge struiken en bomen. De kaden langs de kanalen bestaan uit eenvoudige, met gras beplante, licht glooiende taluds waarin op regelmatige afstand van elkaar, verschillende soorten solitaire bomen zijn gepland. Een belangrijk complement van het gesloten bouwblok zijn de binnentuinen en hoven.

Zij vormen een voor veel passanten onzichtbaar onderdeel van de groenstructuur van Plan Zuid. Deze binnenruimtes kunnen een behoorlijk omvang bereiken en worden in dat geval gebruikt als een semi-openbaar gebied. Een goed voorbeeld hiervan zijn de binnentuinen van de twee superblokken van M. de Klerk aan weerszijden van de P.L. Takstraat. Door de toepassing van de toen geldende bouwverordening is de relatie tussen

Nadere typering van te beschermen waarden goothoogte in voor- en achtergevel en breedte van de straat en diepte van het bouwblok overal gelijk. Daardoor is een maximale bezonning ontstaan en kan het daglicht via een zogenaamde belemmeringshoek in de tuinkamer van het tegenoverliggende bouwblok vallen. Bij de bouw van dakkapellen wordt zelden rekening gehouden met deze belemmeringshoek, waardoor de belichting in de binnenhoven en beleving van de binnentuinen sterk is aangetast. Hier en daar heeft de bouw van dakkapellen aan de achterzijde de invalshoek van het zonlicht sterk gewijzigd. Zoals op de meeste plaatsen in Amsterdam zijn de gebruikte materialen van de straatprofielen, alsmede het straatmeubilair (lantaarns, verkeersborden, paaltjes, parkeermeters, anti parkeerbielzen, meterkasten, fietsenrekken, afvalbakken, containers en elektriciteitshuisjes) zonder enige consideratie voor de aanwezige architectonische en stedenbouwkundige kwaliteiten van de buurt vormgegeven en geplaatst. Zij zijn derhalve van indifferente waarde voor het beschermd stadsgezicht en hiervan uitgezonderd.

Plan Zuid is als ruimtelijke eenheid te onderscheiden binnen de Amsterdamse stadsdelen Oud-Zuid en Zuideramstel. Ten noorden van het Noorder Amstelkanaal bevindt zich een zone, die grotendeels volgens het plan van Berlage werd ingevuld. Ten zuiden van het beschermd stadsgezicht is de oorspronkelijke stedenbouwkundige opzet meer gefragmenteerd, terwijl ook de bebouwing hier in verschillende perioden en naar telkens wijzigende inzichten werd ingevuld. De bijgevoegde waarderingskaart verduidelijkt welke hoofdstructuurelementen als dragers van het gebied kunnen worden aangemerkt en op stedenbouwkundig niveau het gebied zijn identiteit verlenen. In het beschermd gebied kunnen de volgende hoofdkarakteristieken worden aangewezen: •

•

•

•

de nadrukkelijke begrenzing van het gebied aan drie zijden door de Amstel (Oost), de Amstelkade en het Zuider Amstelkanaal (Zuid) en de Schinkel (West), de integrerende manier waarop het gebied aan de noordzijde aan de 19e-eeuwse structuur (en bebouwing) is vastgemaakt; de door Berlage ontworpen planmatige structuur die aan het geheel ten grondslag ligt met een netwerk van straten met aan weerszijden bebouwing in de vorm van gesloten woonblokken; de combinatie van een drietal grachten (Amstelkanaal, Noorder en Zuider Amstelkanaal) met een hiërarchisch stelsel van verkeerswegen en openbare ruimtes; de rijke afwisseling tussen brede lanen en smalle bochtige straten en intieme pleinen; 47

•

•

•

•

• •

de als eenheid vormgegeven woonblokken met etageen rijwoningen, soms verspringend in de rooilijn, afgewisseld of onderbroken door vrijstaande woonhuizen; enkele grote pleinachtige openbare ruimten, die als middelpunten van deelgebieden fungeren (Stadionplein, Olympiaplein, Minervaplein, Victorieplein), afgewisseld met kleinere stedenbouwkundige eenheden (bijv. Burgermeester Tellegenplein) en openbare ruimten met buurtgebonden functies (bijv. Vechtstraat; Winterdijkstraat); het contrast tussen de gemiddelde bebouwingshoogte van de bebouwing van drie tot vijf bouwlagen, met verticale accenten in de vorm van torens op hoeken van straten en pleinen; het verschil van bouwhoogtes langs de hoofdwegen en de bebouwing daarachter, dikwijls bepaald door een plan dat aan een bepaalde buurt ten grondslag ligt; de articulatie van straathoeken in materiaalgebruik, kleur en volumes; de kleinere stedenbouwkundige ensembles en experimentele structuren binnen de hoofdopzet van Plan Zuid.

Plan Zuid vormt een ruimtelijke structuur die als eenheid en onderdeel van de ring ’20-’40 rond Amsterdam tussen de 19e-eeuwse ring en de naoorlogse uitbreidingen ligt. Overeenkomstig het oorspronkelijke plan van 1915 zijn in Plan Zuid als meest waardevolle hoofdkenmerken aan te wijzen, waarmee in toekomstige plannen rekening dient te worden gehouden:

48

• •

•

•

•

de stedenbouwkundige structuur van hoofdverkeerswegen en kanalen ontstaan na 1915; de verhouding tussen stedenbouwkundige structuur, de architectonische uitwerking van hoge kwaliteit en de ruim aanwezige openbare ruimte in brede verkeersstraten, pleinen, groenstroken en plantsoenen; de overwegende bebouwing in gesloten bouwblokken van vier à vijf bouwlagen, afgewisseld met enkele hogere, stedenbouwkundig verantwoorde verticale accenten en villagebieden; de grote eenheid in gebruikte materialen (baksteen met onderdelen in natuursteen, smeedijzer en hout) voor zowel de gevelwanden als de in hoge mate geïntegreerde ornamentiek; de gaafheid van het oorspronkelijke stedenbouwkundige concept én de architectonische invulling, met name in relatie tot de gebieden net buiten de begrenzing.

Tevens wordt hier verwezen naar de zogenaamde ordenkaart van de Atlas Gordel 20-40, waarin de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteiten van Plan Zuid tot in de details zijn aangegeven. In deze kaart zijn weergegeven: de morfologische opbouw van Plan Zuid, met daarbij de datering van de bouwblokken, de (hoofd)structuurcomponenten, een typologie van ruimteelementen en een tracering van historisch waardevolle gebouwen die in de zichtas van een plein of straat zijn geplaatst.

Begrenzing Daarbij zijn voor de bebouwing drie architectonische orden aangegeven. Met orde 1 zijn de geregistreerde en beoogde Rijks en Gemeentelijke monumenten in het gebied aangegeven, met orde 2 de aan een monument bijna gelijkwaardige bouwwerken met een nadrukkelijke architectonische verbijzondering en bouwwerken met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Het merendeel van de bebouwing en de gehele stedenbouwkundige structuur zijn in deze twee hoogste categorieën gekwalificeerd. Met orde 3 zijn op de kaart karakteristieke bouwwerken met architectonische en/of stedenbouwkundige meerwaarde aangegeven. De basisorde is gehanteerd voor de, voor de periode kenmerkende bouwwerken. In het beschermd stadsgezicht Plan Zuid vallen hieronder enkele deelinvullingen van straatwanden verspreid over het hele gebied en het merendeel van de bebouwing, die in de loop van de jaren dertig werd gerealiseerd in de zuidoosthoek van het plan waar oorspronkelijk het tuindorp van Repko was voorzien (uitbreidingsplan Rijnstraat, 1931). Hoewel deze bebouwing grotendeels in de jaren dertig in een noord-zuid gericht verkavelingpatroon tot stand, gebeurde dat niet overeenkomstig Berlage’s plan.

Niettemin bezit het deelgebied een karakteristieke eenheid die architectonisch geen nadrukkelijke verbijzonderingen toont (orde 2), echter in stedenbouwkundig en architectonisch opzicht als zeer karakteristiek voor de latere invulling van het plan moet worden gezien.

De grenzen van het beschermd stadsgezicht Amsterdam Zuid - deelgebied PlanZuid zijn: • De noordgrens komt overeen met de zuidgrens van het deelgebied Amsterdam Zuid - Oud Zuid: de Amstel tussen Berlagebrug en Lutmastraat, de Lutmastraat, Cornelis Trooststraat, Ruysdaelkade, Roelof Hartstraat, Roelof Hartplein, Bronckhorststraat, Barth. Roelofsstraat, Jacob Obrechtplein, Jacob Obrechtstraat, Nicolaas Maesstraat, Banstraat, De Lairessestraat, Corn. Krusemanstraat • De oostgrens wordt gevormd door de Amstel vanaf de Lutmastraat tot aan de Kennedylaan. • De zuidgrens wordt van west naar oost gevormd door het Zuider Amstelkanaal, de Diepenbrockstraat, Wielingenstraat, Europaplein waar de begrenzing afbuigt naar de Kennedylaan om te eindigen bij de Amstel. • De westelijke begrenzing begint bij het Haarlemmermeerplein, vervolgt zich naar het zuiden over de Amstelveensweg waarbij de Karperstraat wordt meegenomen, buigt af bij de Stadionstraat en loopt langs de noordzijde van het Olympisch Stadion naar de Stadiongracht om te eindigen bij het Zuider Amstelkanaal. Samen met de begrenzing van deelgebied 1, Oud Zuid, vormt dit de begrenzing van beschermd stadsgezicht Amsterdam Zuid. De exacte begrenzing is weergegeven op de bijgevoegde begrenzingskaart, MSP/32/03.

49

Waardering Het stadsgezicht Plan Zuid is een vroeg 20e-eeuwse stadsuitbreiding met een goed bewaarde planmatige structuur en architectonisch samenhangende bebouwing. Het kreeg internationaal een grote reputatie door de toepassing van esthetische principes en het stedenbouwkundig concept van ‘stadsbouwkunst’. Het stadsgezicht is daarmee van algemeen belang wegens bijzondere stedenbouwkundige, architectuurhistorische en cultuurhistorische waarden. De stedenbouwkundige opvattingen van H.P. Berlage werden in Nederland voor het eerst op grote schaal uitgewerkt in Amsterdam-Zuid. Zowel in theorie, aanpak en uitwerking is Plan Zuid geruime tijd toonaangevend geweest in de Nederlandse stedenbouw voor de Tweede Wereldoorlog. Al sinds het begin van de uitvoering, vanaf 1917, heeft Plan Zuid in de internationale geschiedenis van de stedenbouw een belangrijke rol gespeeld. Het ensemble van stedenbouwkundige structuur en architectonische invulling is dan ook (internationaal) van zeer hoge waarde. Binnen het gebied is een aantal bouwcomplexen inmiddels tot beschermd monument verklaard. Bovendien is de stedenbouwkundige structuur in hoofdzaak zeer goed bewaard gebleven.

Daar staat tegenover dat door verbouwing en verandering van functie, in een aantal gevallen, bijvoorbeeld door sloop, nieuwbouw, het wijzigen van de woonfunctie in kantoor- en winkelfuncties, het bebouwingskarakter voortdurend onder druk staat.

50

Niettemin is het exemplarische karakter van zowel de stedenbouwkundige structuur als de nog bestaande, architectonische samenhang in Plan Zuid onverminderd aanwezig. Daarmee is Plan Zuid een stadsgezicht van internationaal belang. 'Plan Zuid' is als volledig planmatig tot stand gekomen stedelijke uitbreiding de tegenhanger van de aansluitende, grotendeels 19e-eeuwse uitbreiding 'Oud Zuid'. Beide plannen samen geven een uniek overzicht van de Nederlandse stedenbouw tussen 1850-1940.

Rechtsgevolg van de aanwijzing

Ter effectuering van de aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht moet ingevolge artikel 36 van de Monumentenwet 1988 een bestemmingsplan worden opgesteld. De toelichting op de aanwijzing kan daarbij voor wat het beschermingsbelang betreft als uitgangspunt dienen. Doel van de aanwijzing is de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende structuur en ruimtelijke kwaliteit van het gebied te onderkennen als zwaarwegend belang bij de toekomstige ontwikkelingen binnen het gebied. De aanwijzing beoogt op die wijze een basis te bieden voor een ruimtelijke ontwikkeling die inspeelt op de aanwezige kwaliteiten, daarvan gebruikmaakt en daarop voortbouwt. In het aanwijzingsbesluit is bepaald in welke mate de vigerende bestemmingsplannen aan het beschermingsvereiste voldoen.

51

Bronnen

Literatuur Deel 1 • van der Valk, Amsterdam in aanleg. Planvorming en dagelijkse handelen 1850-1900, Amsterdam 1989 • Deelgebied Vondelstrook/Overtoom (stadsdeel West) • J.E. Abrahamse, J. Puister, Stadsbeeldplan Vondelparkstrook – Overtoom, Amsterdam 1999 • J. van Eck, De Amsterdamsche Schans & Buitensingel, Amsterdam 1948 • Oxenaar, ‘Op zoek naar een schilderachtig straatbeeld: de stadswoonhuizen van P.J.H. Cuypers in de Vondelstraat (1867-1871), in: Amsterdam het beschouwen waard, Amsterdam 1993, 75 – 88. • J.W.M. Sickman, F. van Kooij (e.a.), De Overtoom en de Dubbele buurt’, in: Amstelveense Historische Reeks nr. 7 (1999). • Deelgebied Museumplein- en Concertgebouwbuurt • Lubberhuizen (red.), …Naar de Noordpool – een expeditie -, Amsterdam 2000 • Jong Holland (1999), nr 2, • M. Casciato, De Amsterdamse School, Rotterdam 1991 • Driessen, ‘Het duivelseiland’, Ons Amsterdam, 31 (1979) nr. 1, 14-17 • F.F. Fraenkel, Het plan Amsterdam Zuid van H.P. Berlage, Alphen aan de Rijn z.j. • J.M. Guykens, ‘Het Willemspark’, Ons Amsterdam 17 (1965) nr. 9, 299-303

52

• • •

•

•

• • • • •

J.M. Guykens, ‘Van Baerlestraat en omgeving’, Ons Amsterdam 7 (1955) nr. 10. 149-150 F. Kist, ‘Het onstaan van het Willemspark’, Ons Amsterdam, 44 (1992) nr. 5, 132-135 L. Lansink, ‘Het museumplein in Amsterdam. Een historisch overzicht’, Jong Holland, 15 (1999) nr. 2, 629. J.F. Meiners, ‘Het Van Baerlestraatkwartier in het laatste kwart van de 19de eeuw’, Ons Amsterdam 7 (1955), nr. 5, 71-75 Tj. Visser, 'Cultuurhistorische waarden en ruimtelijke kwaliteit’, Jaarboek Rijksdienst voor de Monumentenzorg (1992), Zeist 1993, 8 - 26 Deelgebied de Pijp (stadsdeel Zuid) en Amsteloevers (stadsdeel Oost) J. van Eck, De Amsterdamsche Schans & Buitensingel, Amsterdam 1948 T. Heijdra, De Pijp: monument van een wijk, Amsterdam 1997 T. Heijdra, Stomweg gelukkig in Amsterdam Oost, Alkmaar 2001 Mattie & De Moor, Beeldkwaliteitsplan De Pijp, Amsterdam 1992

Deel 2 • M.M. Bakker, F.M. van de Poll en J.A. van Oudheusden, Architectuur en stedebouw in Amsterdam, 1850-1940, Zwolle/Zeist 1992. • H.P. Berlage, W.M. Dudok, Jan Gratama, A.R. Hulshoff, H. van der Kloot Meijburg, J.F. Staal en J. Luthmann (red.), Moderne bouwkunst in Nederland, ... dln., Rotterdam 1933-19... • M. Bock, J. Collee en H. Coucke, H.P. Berlage en Amsterdam, Amsterdam 1987. • M. Bock, ‘Architectuur: tussen Berlage en de Amsterdamse School’. In: J. de Vries (red.), Nederland 1913; een reconstructie van het culturele leven, s.l. 1988, p. 117-131. • G. Bolhuis et al. (red.), De Atlas Gordel 20-40, Amsterdam 2000. • M. Casciato, De Amsterdamse School, Rotterdam 1991. • J. Derwig en E. Mattie, Amsterdamse School, Amsterdam 1991. • F.F. Fraenkel, Het plan Amsterdam-Zuid van H.P. Berlage, Amsterdam 1976. • K. Gaillard en B. Dokter (red.), Berlage en Amsterdam Zuid, Amsterdam/Rotterdam 1992. • L. van de Garde, ‘Het openbaar groen in het Plan-Zuid van H.P. Berlage’. In: Verslag van de studiedag over het Plan-Zuid van H.P. Berlage, 1990. • Handleiding selectie en registratie jongere stedebouw en bouwkunst (1850-1940). Monumenten selectie project. Monumenten registratie procedure, Zeist 1991. • W. Koerse, Bouwen voor de stad; bouwen van 1900 tot nu, Amsterdam 1982.

• Monumenten Inventarisatie Project Amsterdam, Wijk 6: Plan Berlage: Rivierenbuurt, Zuidelijke Pijp, Nieuw Zuid, Harmoniehof, beschrijving 1990. • E. Luursema en B. Mulder (samenst.), Handboek Renovatie Gordel 20-40; Architectuurherstel in Amsterdam, Bussum 1995.

• •

•

• • •

H. Michel, ‘Nieuwbouw op heilige grond. Victorieplein’, In: De Architect 24 (1993), nr. 4, p. 69-73. V. van Rossem, ‘Architectuur en stad in 1913: de overstap van bouwkunst naar stedebouw’. In: J. de Vries (red.), Nederland 1913; een reconstructie van het culturele leven, s.l. 1988, p. 132-154. V. van Rossem, ‘Een keerpunt in de Nederlandse stedebouw: Plan Zuid’. In: K. Gaillard en B. Dokter (red.), Berlage en Amsterdam Zuid, Amsterdam/Rotterdam 1992, p. 9-25. Monumenten Selectie Project, beschrijving juni 1999. Tj. Visser, ‘Cultuurhistorische waarden en ruimtelijke kwaliteit’. In: Jaarboek Monumentenzorg 1992, p. 826. C. Sitte, De stedebouw volgens zijn artistieke grondbeginselen: een bijdrage aan de oplossing van moderne problemen in de architectuur en de monumentale beeldhouwkunst, speciaal gelet op Wenen; vermeerderd met Het groen in de grote stad, vertaald en van een nawoord voorzien door A. van der Woud, Rotterdam 1991.

53

Kaarten Deel 1 • Oriëntatiekaart • Structuurkaart • Ordekaart 19e-eeuwse ring/gordel ’20-’40, Uit de welstandnota van stadsdeel Zuid, © gemeente Amsterdam, Dienst Basisinformatie / stadsdeel Zuid. Deel 2 • Ontwikkelingskaart • Waarderingskaart I, stedenbouwkundige structuur • Waarderingskaart II, functionele structuur • tekst: ‘Kaart van Amsterdam (detail). Het afgebeelde plan komt overeen met het plan van L.C.M. Lambrechtsen 1898-1899, ’bron: Het Plan AmsterdamZuid van H.P. Berlage, Francis F. Fraenkel, Vis-druk, Alphen a/d Rijn 1976 • tekst: ‘Uitbreidingsplan van Amsterdam-Zuid 1904, H.P. Berlage’, bron: Hendrik Petrus Berlage, het complete werk, Sergio Polano, Uitgeverij Atrium Alphen a/d Rijn 1988 • tekst: ‘H.P. Berlage, Zuidelijk Uitbreidingsplan Amsterdam 1915, goedgekeurd door de Gemeenteraad in 1917’ , bron: Berlage en Amsterdam-Zuid, Gemeentearchief Amsterdam, Uitgeverij 010 Rotterdam 1992 • tekst: ‘Uitbreidingsplan van Amsterdam-Zuid 1915, vogelvluchtperspectief vanuit de richting van het Zuiderstation’ , bron: Hendrik Petrus Berlage, het complete werk, Sergio Polano, Uitgeverij Atrium Alphen a/d Rijn 1988

54

Colofon

Uitgave Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort 2012 Onderzoek en tekst Bureau Monumenten en Archeologie Amsterdam, Jouke van der Werf, 2006 Kaartmateriaal Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, drs. B.A.R.T. Broex Foto omslag Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Redactie • Drs. K. Volkers • Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, drs. L.G.M. van Roij en drs. B.A.R.T. Broex Productie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/Drukkerij Mailfors, Amersfoort.

55

Bijlagen

1. Oriëntatiekaart 2. Structuurkaart 3. Ordekaart 19e-eeuwse ring/gordel ’20-’40 4. Ontwikkelingskaart 5. Waarderingskaart I, stedenbouwkundige structuur 6. Waarderingskaart II, functionele structuur 7. Amsterdam (detail), plan van L.C.M. Lambrechtsen 1898-1899 8. Uitbreidingsplan van Amsterdam-Zuid 1904, H.P. Berlage’ 9. Zuidelijk Uitbreidingsplan Amsterdam 1915 10. Uitbreidingsplan van Amsterdam-Zuid 1915, vogelvluchtperspectief

56

Oriëntatiekaart Amsterdam-Zuid Legenda grens beschermd stadsgezicht Amsterdam-Zuid deelgebieden Amsterdam-Zuid Topografie © Topografische Dienst Kadaster Apeldoorn, 2011

Kaart 1

Oriëntatiekaart

© RCE, e-KS/BB 24 oktober 2012

0

250

´

500 m

Structuurkaart Stratenpatronen Oud Zuid Legenda 0

125

250 m

© RCE, e-KS/BB 26 oktober 2012

Museumpleinbuurt

grens beschermd stadsgezicht

Oude Pijp

Amsteloevers

Overtoom

Concertgebouwbuurt

Strook 1900

Duivelseiland

Vondelbuurt

Frans Halsbuurt

Willemspark

Meerhuizen

N Kaart 2

grens Oud Zuid

Structuurkaart

Ordekaart

19de eeuwse ring / Gordel '20-'40 Orde 1 Orde 2 Orde 3 Basisorde Voor zover op de dag van het van kracht worden van deze welstandsnota de aanduiding op deze kaart niet overeenstemt met - een besluit tot aanwijzing tot rijks monument; - een besluit tot aanwijzing tot gemeentelijk monument; - een sloop-besluit blijft de aanduiding op de kaart buiten toepassing. In plaats daar geldt: -bij een rijks- of gemeentemonument: orde 1 -bij nieuwbouw na sloop: geen orde.

GIS - juni 2009

Kaart 3

Ordekaart 19e-eeuwse ring/gordel ’20-’40

Ontwikkelingskaart Plan Zuid Legenda grens Plan Zuid voor 1917 1917 - 1929 (Amsterdamse School) 1930 - 1940 (Zakelijke periode) na 1947 1958 (ontwerp 1930) 0

125

250 m

© RCE, e-KS/BB 17 oktober 2012

N Kaart 4

Ontwikkelingskaart

Stedenbouwkundige waarderingskaart Plan Zuid

0

N Kaart 5

bijzonder geaccentueerd land- of bruggehoofd structurerend water

Legenda

1 - 2 bouwlagen

grens Plan Zuid

3 - 4 bouwlagen (plat)

“poort”

5 - 7 bouwlagen (plat)

hoofdpleinen

3 - 4 bouwlagen met kap

zichtlijn

5 - 7 bouwlagen met kap

primaire verbindingsas

8 en meer bouwlagen met accentuering

secundaire verbindingsas

afwijkende naoorlogse bebouwing

125

250 m

© RCE, e-KS/BB 17 oktober 2012

Waarderingskaart I, stedenbouwkundige structuur

Functiewaarderingskaart Plan Zuid Legenda grens Plan Zuid bijzondere bebouwing (< 1940) samenhangende verenigingsbouw (< 1940) structurerend groen structurerend water 0

125

250 m

© RCE, e-KS/BB 17 oktober 2012

N Kaart 6

Waarderingskaart II, functionele structuur

Kaart 7

Amsterdam (detail), plan van L.C.M. Lambrechtsen 1898-1899

Kaart 8

Uitbreidingsplan van Amsterdam-Zuid 1904, H.P. Berlage

Kaart 9

Zuidelijk Uitbreidingsplan Amsterdam 1915

Kaart 10

Uitbreidingsplan van Amsterdam-Zuid 1915, vogelvluchtperspectief

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12060260/1