Bijlage 2. Vluchtelingenmonitor 2022.pdf
Tekst van het document
bron: CBS Microdata, bewerking O&S
39
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
4.2 Bijstand in grootstedelijk perspectief Bezien vanuit grootstedelijk perspectief ligt het bijstandsgebruik onder statushouders aan de hoge kant in Amsterdam (figuur 4.4). In Eindhoven, Utrecht en Den Haag ligt dit aandeel lager. Voor Rotterdam ligt het percentage op 1 juli 2021 ongeveer op dezelfde hoogte als voor Amsterdam: respectievelijk 59% (Rotterdam) en 58% (Amsterdam). Hiermee ligt het gebruik van de bijstand onder statushouders in alle grote Nederlandse steden lager dan in de overige Nederlandse (niet-G5-) gemeenten. Van alle statushouders die na 2014 een asielvergunning kregen in Nederland was halverwege 2021 64% ontvanger van een bijstandsuitkering. Figuur 4.4 Aandeel statushouders dat bijstand ontvangt in de jaren 2019, 2020, 2021 jongeren versus 30+, G5steden, (procenten)
bron: CBS Microdata, bewerking O&S
40
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
Tekenend voor de Amsterdamse situatie is dat de bijstandsafhankelijkheid tussen jongeren (18-29 jaar) en ouderen (30-66 jaar) minder sterke verschillen vertoont dan in andere steden en in Nederland. In Amsterdam zien we in 2021 een verschil in bijstandsafhankelijkheid tussen de twee groepen van 14%-punt (jongeren zijn minder vaak bijstandsafhankelijk dan ouderen). Het verschil bedraagt voor de andere steden respectievelijk 26%-punt (Rotterdam), 40%-punt (Den Haag), 36%-punt (Utrecht), en 33%-punt (Eindhoven). Voor Nederland als geheel bedraagt het verschil 33%-punt. In alle vier de grote steden en in Nederland gemiddeld geldt dat de oudere groep (30-plus) even vaak bijstandsafhankelijk is als in Amsterdam, en de jongste groep (18-29 jaar) voor een kleiner deel.
41
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
5 Zorgvoorzieningengebruik
In dit hoofdstuk gaan we in op het zorggebruik van statushouders in Amsterdam. In paragraaf 5.1 presenteren we een benadering van het zorggebruik door statushouders in Amsterdam op basis van gedeclareerde zorgkosten die worden gedekt door de basisverzekering, en in paragraaf 5.2 laten we zien hoe groot het aandeel jongeren is in Amsterdam dat gebruik maakt van jeugdzorg. Dit bekijken we voor de jaren 2019, 2020 en 2021. Daarnaast vergelijken we Amsterdam met de andere steden uit de G5.
Kernpunten
Statushouders in Amsterdam maken ongeveer evenveel gebruik van zorg als in de overige G5steden. Statushouders uit Eritrea en Ethiopië maken in alle G5-steden het minst gebruik van zorg vanuit de eerste lijn. In Amsterdam wordt meer gebruik gemaakt van de GGZ dan in andere G5-steden, met name door statushouders uit Syrië en uit de groep ‘overige herkomstlanden’. Amsterdam verleent na Utrecht de meeste jeugdzorg aan statushouders. In de leeftijdscategorie 0-17 jaar is vanaf 2019 een lichte stijging waar te nemen, in de leeftijdscategorie 18-29 een lichte daling.
5.1 Gedeclareerde zorgkosten naar type zorg Figuur 5.1 geeft informatie over het aandeel statushouders (ouder dan 18, niet woonachtig in een COA-opvanglocatie) in Amsterdam en de overige G5-steden met gedeclareerde zorgkosten die worden gedekt door de basisverzekering naar het type zorg. Het gaat om kosten die daadwerkelijk zijn vergoed door de zorgverzekeraars. Personen kunnen voor meerdere typen zorg kosten hebben gedeclareerd. ‘Overige Zorg’ betreft een restcategorie en omvat kosten voor GGZ, paramedische zorg, multidisciplinaire zorg, fysiotherapie en eerstelijnsondersteuning. Omdat de figuur alleen gaat over zorgkosten die gedekt worden door de basisverzekering, is het een onderschatting van het algehele zorggebruik door statushouders. Statushouders in Amsterdam maken ongeveer evenveel gebruik van zorg als statushouders in de overige G5-steden. Veruit de meeste statushouders in Amsterdam maken gebruik van huisartsenzorg (82%) en de helft maakt gebruik van farmacie (56%) en ziekenhuiszorg (50%). Er wordt het minst gebruik gemaakt van mondzorg, overige zorg, en hulpmiddelen zoals krukken en gehoorapparaten. Hierbij plaatsen we de kanttekening dat kosten uit eventuele aanvullende verzekeringen niet meegenomen zijn in deze rapportage. Dat betekent dat gedeclareerde kosten voor bijvoorbeeld mondzorg in werkelijkheid hoger kunnen zijn dan hier wordt gepresenteerd.
42
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
Figuur 5.1 Gedeclareerde zorgkosten naar type zorg, Amsterdam versus overige G5-steden, 2019 (procenten)
bron: CBS Microdata, bewerking O&S
Figuur 5.2, 5.3 en 5.4 geven het zorggebruik door statushouders uit Eritrea en Ethiopië, Syrië, en overige herkomstlanden weer. Statushouders uit Eritrea en Ethiopië maken minder gebruik van zorg dan statushouders uit Syrië en overige landen. Dit geldt voor vrijwel alle vormen van zorg en voor alle G5-steden. Figuur 5.2 Gedeclareerde zorgkosten naar type zorg, statushouders uit Eritrea en Ethiopië, 2019 (procenten)
bron: CBS Microdata, bewerking O&S
43
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
Figuur 5.3 Gedeclareerde zorgkosten naar type zorg, statushouders uit Syrië, 2019 (procenten)
bron: CBS Microdata, bewerking O&S Figuur 5.4 Gedeclareerde zorgkosten naar type zorg, statushouders uit overige herkomstlanden, 2019 (procenten)
bron: CBS Microdata, bewerking O&S
De grootste verschillen tussen de drie herkomstgroepen zijn waar te nemen bij het aandeel dat gebruik maakt van de GGZ (zie figuur 5.5). In Amsterdam maken statushouders meer gebruik van de GGZ dan in de overige G5-steden (29% in Amsterdam versus 20% in Rotterdam, 20% in Den Haag, 16% in Utrecht en 8% in Eindhoven). Dit komt door relatief grote aantallen statushouders uit Syrië en uit de groep overige landen die GGZ-zorg ontvangen.
44
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
Figuur 5.5 Gedeclareerde GGZ-kosten naar herkomstgroep, G5-steden, 2019 (procenten)
bron: CBS Microdata, bewerking O&S
5.2 Jeugdzorg De figuren hieronder gaan over jeugdzorg. Onder jeugdzorg wordt zowel jeugdhulp, jeugdbescherming als jeugdreclassering verstaan. Figuur 5.6 geeft voor de G5-steden het aandeel jongeren van 0 tot 17 jaar aan, aan wie gedurende (een deel van) 2019, 2020 of 2021 één tot drie vormen van jeugdreclassering, -bescherming of -hulp is verleend in het kader van de Jeugdwet. De meeste jongeren die jeugdzorg ontvangen, krijgen te maken met één vorm daarvan: óf jeugdreclassering, óf jeugdbescherming óf jeugdhulp. In Amsterdam is er over de jaren heen een lichte stijging te zien van het aandeel jongeren dat één vorm van jeugdzorg ontvangt. In 2019 was dit aandeel 7,6%, in 2020 8,2% en in 2021 8,7%. Amsterdam is in zowel 2019 als 2020 na Utrecht de stad waarin de meeste jeugdzorg is verleend. Ook in 2021 is het aandeel jongeren dat één vorm van jeugdzorg ontvangt hoger in Amsterdam (8,7%) dan in Rotterdam (3,9%), Den Haag (5,5%) en Eindhoven (2,7%). Alleen in Utrecht zijn er meer jongeren dan in Amsterdam die één vorm van jeugdzorg ontvangen (15,9%).
45
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
Figuur 5.6 Aandeel 0-17-jarige statushouders dat jeugdzorg ontvangt, naar aantal vormen van jeugdzorg, G5-steden, 2019-2021 (procenten)
bron: CBS Microdata, bewerking O&S
In de leeftijdscategorie 18 tot 29 jaar zijn er in geen van de G5-steden jongeren die meer dan één vorm van jeugdzorg ontvangen. In Amsterdam is het aandeel jongeren dat jeugdzorg ontvangt in 2021 (0,7%) licht gedaald vergeleken met een jaar eerder (1,1%). Deze trend zien we bij alle G5-steden behalve Den Haag, waarbij we in zowel 2020 als 2021 nul jongeren tussen 18 en 29 jaar tellen die een vorm van jeugdzorg ontvingen. In deze leeftijdscategorie zien we dat in Amsterdam na Utrecht én Eindhoven de meeste jeugdzorg is verleend. In 2021 was het percentage jongeren dat jeugdzorg ontving 0,7% in Amsterdam, 0,6% in Rotterdam, 0% in Den Haag, 3% in Utrecht en 1,2% in Eindhoven.
46
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
Figuur 5.7 Aandeel 18-29-jarige statushouders dat jeugdzorg ontvangt, G5-steden, 2019-2021 (procenten)
bron: CBS Microdata, bewerking O&S
47
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
6 Inburgering en onderwijs
In dit hoofdstuk gaan we in op het volgen van onderwijs door statushouders en de status van hun inburgeringstraject.
Kernpunten
Ongeveer 60% van de Amsterdamse statushouders die in de periode 2014-2018 een vergunning kregen heeft medio 2021 het inburgeringsexamen gehaald. Onder jongeren ligt dit lager: circa 30%. Op 1 juli 2021 volgen circa 2.300 statushouders onderwijs, waarvan ongeveer de helft naar het primair onderwijs gaat. Het aandeel statushouders dat onderwijs volgt blijft nagenoeg stabiel tussen 2019 en 2021, enkel binnen de groep 18 tot 26 jaar is een duidelijke toename zichtbaar. 38% van de onderwijsvolgende statushouders is 18 jaar of ouder. Van deze groep gaat het grootste deel naar het mbo.
6.1 Inburgering Wat betreft inburgering vergelijken we drie verschillende peilmomenten: 1 juli 2019, 1 juli 2020 en 1 juli 2021. Deze cijfers (figuur 6.1) hebben enkel betrekking op statushouders die in de periode 2014-2018 een asielvergunning kregen en op 1 juli van ieder peilmoment in Amsterdam woonachtig waren. Mensen die langdurig in Nederland komen wonen en van de buiten de Europese Economische Ruimte (EER), Turkije of Zwitserland komen en tussen de 18 jaar en de pensioengerechtigde leeftijd zijn, moeten een inburgeringsexamen doen. Het inburgeringsexamen moet binnen drie jaar behaald worden. Migranten kunnen een lening afsluiten bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) voor het volgen van inburgeringscursussen en het afleggen van het examen. DUO informeert mensen wanneer hun inburgeringsplicht ingaat. Asielmigranten die binnen de inburgeringstermijn slagen voor hun examen hoeven de lening niet terug te betalen. Door de maatregelen die van kracht waren tijdens de coronapandemie, konden er geen klassikale lessen worden gegeven en is het afnemen van examens vertraagd. Om die reden werd de inburgeringstermijn voor alle inburgeringsplichtigen sinds maart 2020 verlengd met zes maanden. Ruim zes op de tien Amsterdamse statushouders die in de periode 20142018 een vergunning kregen hebben medio 2021 het inburgeringsexamen gehaald.
Onder jongeren ligt dit aandeel met 60% een fractie lager dan onder 30-plus’ers. Drie op de tien jongeren heeft medio 2021 nog niet voldaan aan de inburgeringsplicht. Onder statushouders van 30 jaar of ouder ligt dit aandeel op 17% en is een groep van gelijke grootte niet inburgeringsplichtig. Overschrijding van de inburgeringstermijn komt in een 48
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
kleine minderheid van de gevallen voor: bij 4% van de jongeren en 2% van de groep 30 plus. Figuur 6.1 Aandeel meerderjarige statushouders (cohorten 2014-2018) naar inburgeringsstatus voor jongeren en 30+ afzonderlijk, 1 juli 2019, 1 juli 2020, 1 juli 2021 (procenten)
bron: CBS Microdata, bewerking O&S
Zowel voor jongeren als 30-plus’ers geldt dat een groot aandeel tijdens corona geslaagd is voor het inburgeringsexamen. Voor jongeren nam het aandeel dat het examen haalde toe van 37% in 2019 tot 60% in 2021. Voor de oudere groep had in 2019 een groter deel reeds het diploma in bezit (51%) en was de toename gematigder (63% in 2021).
6.2 Onderwijsdeelname Net als alle andere Nederlanders vallen asielzoekers en statushouders onder de leerplichtwet. Kinderen moeten binnen drie maanden na aankomst in het land van asiel(aanvraag) onderwijs ontvangen, maar beheersen bij aankomst in Nederland de Nederlandse taal vaak nog niet goed. Daarom volgen ze het eerste jaar meestal onderwijs in taalklassen/nieuwkomersonderwijs (primair onderwijs) of internationale schakelklassen (voortgezet onderwijs). Voor kinderen in het primair onderwijs duurt dit meestal enkele weken tot één en maximaal twee jaar, voor leerlingen in het voortgezet onderwijs duurt dit één tot twee jaar. Zij stromen daarna door naar regulier onderwijs. Van de statushouders die in 2014 een verblijfsvergunning hebben ontvangen, volgen er op 1 januari 2021 ongeveer 2.300 onderwijs. Daarvan is 38% achttien jaar of ouder. Er gaan 1.070 kinderen naar de basisschool en 410 statushouders volgen voortgezet onderwijs. Op het mbo zitten in totaal 540 statushouders, 170 statushouders studeren aan het hbo en 130 statushouders volgen een universitaire studie (figuur 6.2). Figuur 6.2 Onderwijsdeelname statushouders naar onderwijssoort, juli 2021 (aantallen)
49
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
bron: CBS Microdata, bewerking O&S
Van de 4 tot 11-jarigen volgt 94% regulier onderwijs, onder 12-17-jarigen ligt dit aandeel op 96%. Van de jongvolwassenen (18-26 jaar) volgt 29% een opleiding. Het grootste deel gaat naar het mbo (17%). Een klein deel studeert aan het hbo (5%) of aan de universiteit (4%). Van de statushouders tussen de 27 en 34 jaar volgt 12% onderwijs, waarvan 6% mbo, 3% hbo en 2% wo. Van de statushouders ouder dan 35 jaar studeert 3%, voornamelijk aan het mbo. Het aandeel statushouders dat onderwijs volgt is tussen juli 2019 en juli 2021 redelijk stabiel gebleven. Wel is er een toename binnen de leeftijdsgroep 18 tot 26 jaar, van 20% tot 29%. Dit komt vooral doordat meer statushouders in deze groep een mbo-opleiding zijn gaan volgen, maar ook het aandeel hbo- en wo-studenten is toegenomen (figuur 6.3).
50
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
Figuur 6.3 Onderwijsdeelname naar leeftijd en onderwijssoort, juli 2019 en juli 2021 (procenten)
bron: CBS Microdata, bewerking O&S
Onder de statushouders zijn er 540 jongens die naar het basisonderwijs gaan en 530 meisjes. Er gaan meer mannen dan vrouwen naar het mbo, het hbo en het wo, maar onder de 18-plussers zijn er dan ook meer mannelijke dan vrouwelijke statushouders (figuur 6.4). Figuur 6.4 Aantallen statushouders die onderwijs volgen naar onderwijssoort en geslacht, juli 2021
bron: CBS Microdata, bewerking O&S
Van een groot deel (90%) van de statushouders van 18 jaar en ouder is het hoogst behaalde diploma niet bekend. Zeven procent van de statushouders is laagopgeleid en een klein deel heeft een middelbaar opleidingsniveau (2%) of hoger (1%).
51
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
7 Draagvlak opvang vluchtelingen
Van 2015 tot en met 2018 onderzocht O&S periodiek het draagvlak onder Amsterdammers voor opvang en huisvesting van vluchtelingen. Sinds eind 2018 zijn deze draagvlakmetingen vervangen door enkele vragen in de Staat van de Stad enquête (even jaren) en in de Burgermonitor (oneven jaren). De meest recente meting betreft de Burgermonitor van 2021. In dit hoofdstuk wordt deze laatste meting, die plaatsvond toen verschillende coronamaatregelen van kracht waren, afgezet tegen de twee voorgaande jaren.
Kernpunten
Het draagvlak voor de opvang van vluchtelingen is bij benadering gelijk gebleven in de periode 2018-2021. Het aandeel Amsterdammers dat het (helemaal eens) is met de stelling ‘ik vind het goed dat er in Amsterdam vluchtelingen worden opgevangen’ is licht gegroeid (van 63% in 2019 tot 67% in 2021). In 2021 geven meer Amsterdammers aan ervaringen met vluchtelingen in de buurt te hebben gehad dan in 2019. Bewoners van Nieuw-West en Zuidoost hebben het vaakst ervaring met de opvang van vluchtelingen. Die stadsdelen kennen het laagste aandeel dat positieve ervaringen heeft met de opvang. In West, Zuid en Centrum is de groep die in aanraking kwam met vluchtelingen in de buurt het kleinst en in het geval van Oost het vaakst positief.
7.1 Steun voor opvang in Amsterdam De afgelopen vier jaar is het draagvlak voor de opvang van vluchtelingen onder Amsterdammers ongeveer gelijk gebleven. In 2021 vond 67% van de Amsterdammers het goed dat er in de stad vluchtelingen worden opgevangen. In de voorgaande metingen lag dat aandeel tussen de 60 en 64%. In de meting van 2021 geven Amsterdammers vaker aan dat zij het er helemaal mee eens zijn dat Amsterdam vluchtelingen opvangt.
52
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
Figuur 7.1 Ik vind het goed dat er in Amsterdam vluchtelingen worden opgevangen, 2018-2021 (procenten)
bron: O&S
Tussen Amsterdammers zijn er wel verschillen in de mate waarin zij positief zijn over de opvang van vluchtelingen in de stad. Amsterdammers die positief staan tegenover de opvang van vluchtelingen in de stad hebben vaak meer algemeen vertrouwen in de politiek dan de Amsterdammers die niet positief over opvang zijn. Ook is er een samenhang tussen hoe men over de ontwikkeling van de stad denkt en de houding ten aanzien van de opvang van vluchtelingen. Amsterdammers die vinden dat het duidelijk de verkeerde kant op gaat met de stad en/of de buurt, zeggen vaker dat zij de opvang van vluchtelingen (helemaal) geen goed idee vinden (27%) Van de Amsterdammers die vinden dat het duidelijk de goede kant op gaat met de stad en/of de buurt staat rond 80% positief tegenover de opvang van vluchtelingen in de stad. Figuur 7.2 Aandeel Amsterdammers dat het (helemaal) eens is met de stelling “Ik vind het goed dat er in Amsterdam vluchtelingen worden opgevangen” naar de mening over de ontwikkeling van hun buurt en de stad 2021 (procenten, n=1.796)
bron: O&S
53
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
7.2 Ervaring met opvang in de buurt Meer Amsterdammers hebben ervaring met van vluchtelingen in de buurt gekregen. In 2019 had 40% hier geen ervaring mee en in 2021 gold dat voor 37% van de Amsterdammers (zie figuur 2.12 voor de verdeling van statushouders over de stad). Bewoners van West en van Zuid hebben het minst vaak ervaring met vluchtelingen in de buurt en bewoners van Nieuw-West en Zuidoost hebben het vaakst ervaring met de opvang van vluchtelingen. In Oost heeft men het meest positieve ervaringen opgedaan (29%). In Nieuw-West en Zuidoost ligt het aandeel dat positieve ervaringen hiermee heeft opgedaan het laagst (Nieuw-West: 21% en Zuidoost: 23%). In deze twee stadsdelen en in West geven bewoners minder vaak dan in 2019 aan dat zij positieve ervaringen hebben met de opvang. In die periode nam in West en Nieuw-West nam het aandeel bewoners met neutrale ervaringen toe, terwijl in Zuidoost het aandeel bewoners met negatieve ervaringen toenam. In de andere stadsdelen nam het aandeel bewoners met positieve ervaringen licht toe. Figuur 7.3 Ervaringen met (andere) vluchtelingen in de buurt per stadsdeel, 2019-2021 (procenten, n 2019= 2.630, n 2021= 2.074)
Bron: O&S
7.3 Context: Draagvlak opvang in Nederland De meest recente Amsterdamse draagvlakmeting (2021) vond plaats voordat de oorlog in Oekraïne uitbrak in februari 2022. Het is dus nog niet bekend hoe Amsterdammers sinds die tijd tegen de opvang van vluchtelingen aankijken. Onderzoek van I&O Research uitgevoerd in de eerste drie maanden van 2022 geeft wel inzicht hoe het draagvlak zich landelijke ontwikkelde. In het eerste kwartaal van 2022 nam het draagvlak voor opvang van asielzoekers toe. Zo geven Nederlanders vaker aan dat ze vinden dat er bij onvoldoende opvangplaatsen in bestaande asielzoekerscentra er in hun gemeente asielzoekers mogen worden opgevangen.
54
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
Conclusie
Op 1 juli 2021 telde Amsterdam iets minder dan 9.000 statushouders die in de periode van 2014 tot medio juli een verblijfsvergunning kregen. Hiermee groeide de omvang van de groep statushouders in de stad aanzienlijk minder hard dan in de voorgaande jaren. De gezinsherenigingen die volgden op de komst van eerste asielaanvragers uit (hoofdzakelijk) Syrië en Eritrea liepen in aantal terug sinds 2018 en ook kwamen er minder nieuwe aanvragen. Er was zelfs een periode waarin COA te maken had met lege bedden en een krimp tot gevolg (VreemdelingenVisie, 2018). De coronapandemie zorgde voor een versterking van deze neerwaartse trend in asielmigratie naar Nederland. Als gevolg van verschillende vrijheidsbeperkende maatregelen daalde het aantal aanvragen naar een (vanaf 2014 bezien) historisch dieptepunt in de eerste helft van 2020. Ook het aantal nieuwe statushouders in Amsterdam bleef beperkt. In twee jaar tijd is dit beeld drastisch veranderd. De beschrijving van de positie van Amsterdamse statushouders in deze rapportage moet worden bezien in het licht van de coronapandemie, een nijpend tekort aan (sociale) huurwoningen en een oorlog die een nieuwe groep asielmigranten heeft voortgebracht. De centrale vraag in dit rapport luidt hoe binnen deze context de positie (demografie, werk, woonsituatie, zorg) van statushouders in Amsterdam eruitziet.
Hieronder verstaan we alle personen die sinds 2014 een verblijfsvergunning kregen en op 1 juli 2021 als statushouder in Amsterdam stonden ingeschreven. Net als in voorgaande jaren, zijn statushouders relatief jong: in vergelijking tot de andere grote steden telt Amsterdam veel alleenstaanden, veel mannen en veel jongvolwassenen onder de statushouders. Verschillende woonvoorzieningen in de stad zijn dan ook specifiek op deze groepen (of een combinatie van de genoemde demografische kenmerken) gericht. De toeleiding van statushouders naar betaald werk blijft een van de belangrijkste instrumenten om participatie en integratie te bevorderen. Een belangrijke vraag hierbij is in hoeverre het verkregen werk duurzaam is en van voldoende kwaliteit. In deze monitor is daarom aandacht besteed aan de ontwikkelingen in werk en de kwaliteit van banen, in een periode waarin coronamaatregelen van kracht waren. Hierbij stelden we vast dat van de statushouders die een baan hadden vóór corona ruim een derde de baan verloor ten tijde van corona. Na een toegenomen werkloosheid, is een stevige daling waarneembaar tussen medio 2021 en maart 2022. Opvallend hierbij is dat hoewel jongeren (18 t/m 29) relatief hard werden geraakt, het herstel voor hen ook eerder en sterker optrad. Recentere cohorten van statushouders werden eveneens relatief hard geraakt.
Oudere cohorten werden weliswaar minder hard geraakt, maar vonden minder vaak op nieuw betaald werk na intrekking van de coronamaatregelen. De arbeidsmarktpositie van Amsterdamse statushouders is dus onmiskenbaar verslechterd, maar laat ook een opverende beweging zien in de tweede helft van 2021 en de eerste maanden van 2022. Met name binnen de horeca is de roep om arbeidskrachten groot, maar
55
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
deze banen lijken niet de voorkeur van statushouders te hebben. Het aandeel statushouders werkend in de horeca neemt af ten bate van de arbeidsbemiddeling en overige sectoren. Toch kan op basis van deze herpositionering wat betreft sector, in combinatie met een toename in gewerkte uren en minder contracten voor bepaalde tijd niet eenduidig worden geconcludeerd dat de arbeidsmarktpositie van statushouders in 2022 kwalitatief verbeterd is. De tijd en de ervaringen van de statushouders zelf kunnen ons dat leren. Daarbij moet ook de vraag worden gesteld of de waargenomen daling van het aandeel statushouders in de bijstand doorzet. Het is denkbaar dat een tijdelijk inkomen vanuit WW uiteindelijk toch nog in bijstand(her-)instroom resulteert. Gezien de relatief jonge populatie van Amsterdamse statushouders die zich veerkrachtig tonen op de arbeidsmarkt is dit niet direct de verwachting. Ook in tijden van corona en een toenemende druk op de woningmarkt blijft een duidelijke meerderheid van de Amsterdammers de opvang van vluchtelingen in de stad steunen. Het aandeel mensen dat het goed vindt dat vluchtelingen worden opgevangen in Amsterdam bleef in de periode 2018-2021 bij benadering stabiel.
Hoe de komst van enkele duizenden vluchtelingen uit Oekraïne dit sentiment heeft beïnvloed is nog ongewis en zal op basis van een volgende meting in de Staat van de Stad kunnen worden vastgesteld. Snel veranderende macrofactoren onderstrepen het belang van blijvend monitoren van de positie van statushouders. Voor de volgende editie van de vluchtelingenmonitor beogen we een ingekorte rapportage op basis van een set basistabellen- en figuren en ruimere aandacht voor twee à drie verdiepingsvragen. Hierbij kan worden gedacht aan analysen omtrent naturalisatie, een verdiepende analyse naar verhuisgedrag van statushouders van en naar Amsterdam, of de veranderende positie van recent gearriveerde Oekraïners in de stad.
56
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
Bijlage I Technische toelichting
Dataselectie: Basisregistratie Personen en CBS De Vluchtelingenmonitor is gebaseerd op data vanuit de cohortstudie van asielmigranten: statistisch onderzoek dat door het CBS in opdracht van verschillende ministeries wordt uitgevoerd en waarin voor een ruim cohort van vluchtelingen registergegevens zijn samengebracht op het gebied van: gezinshereniging, huisvesting, inburgering, onderwijs, arbeidsmarkt, sociale zekerheid, zorggebruik, inkomen en geregistreerde criminaliteit (Dashboard asielmigranten CBS, geraadpleegd op 16 juni 2022). De onderzoekspopulatie bestaat uit twee (grotendeels overlappende) groepen: asielzoekers in COA-opvang en personen met een verblijfsvergunning. De Vluchtelingenmonitor betreft de tweede groep, bestaande uit personen die in de periode januari 2014 t/m januari 2021 een asielvergunning verkregen. Ook nareizigers, familieleden van vergunninghouders die zich in diezelfde periode hebben gevoegd bij de eerste asielaanvrager, maken deel uit van de onderzoekspopulatie. Voor de Amsterdamse Vluchtelingenmonitor zijn enkel personen geselecteerd die op het peilmoment woonachtig zijn in de stad Amsterdam. Dit is exclusief Weesp, omdat de data in deze rapportage de periode vóór de fusie betreffen.
Om de leesbaarheid te bevorderen wordt in deze rapportage met de term ‘statushouders’ verwezen naar zowel personen die op eigen titel asiel verkregen als familie van deze vergunninghouders die zich in de periode 1 januari 2014 tot en met juli 2021 hebben herenigd met deze asielaanvrager. Jaar van vergunningverlening & cohorten Om cohorten van statushouders met elkaar te vergelijken wordt in dit rapport uitgegaan van het jaar waarin de asielvergunning toegekend is. Het jaar waarin de statushouder een asielverzoek indiende komt in sommige gevallen overeen met het vergunningsjaar, maar ligt in de regel verder in het verleden ten gevolgde van de gemiddelde duur van een asielprocedure. Op enkele plekken vormen we een tweedeling tussen enerzijds statushouders die in de jaren 2014-2016 een vergunning kregen en anderzijds statushouders die in de jaren 2017-2020 een vergunning kregen. We spreken ook wel van het ‘recente cohort’ (2017-2020) en het ‘vroege cohort’ (2014-2016), waarbij het recente cohort (n=4.7870) op een meest recente peilmoment (1 juli 2021) 1,5 tot 4,5 jaar een vergunning heeft en het vroege cohort (n=5.510) 4,5 tot 7,5 jaar. Voor beide cohorten is dit de volledige brandbreedte: van minimum verblijfsduur tot maximum verblijfsduur. Alle cijfers in dit rapport zijn afgerond op 10-tallen om onthullingsrisico’s te minimaliseren.
Percentages zijn gebaseerd op deze afgeronde cijfers en tellen daarom niet altijd exact op tot 100%. Peildata De kern van de gegevens die in deze monitor worden gepresenteerd betreffen peildatum 1 juli 2021 en gaan dus over vergunninghouders die op dat moment in Amsterdam 57
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
woonachtig zijn. We refereren naar deze doelgroep met de term ‘Amsterdamse statushouders’. Binnen de groep ‘Amsterdamse statushouders’ maken we nog onderscheid tussen een recent en een ouder cohort (zie jaar van vergunningverlening & cohorten). Figuur B1 geeft de selectie van statushouders schematisch weer.4 In hoofdstuk 5 (ontwikkelingen in werk) wordt in aanvulling op de situatie op 1 juli 2021 gekeken naar de situatie op 1 juli 2019, 1 juli 2020 en 1 april 2022. Hierbij wordt de groep die we volgen grotendeels constant gehouden: we kijken naar de ontwikkelingen onder statushouders die ten laatste op 30 juni 2019 in de gemeente Amsterdam werden geregistreerd en op de opvolgende peilmomenten nog steeds in Amsterdam zijn. Statushouders die ná deze datum werden bijgeschreven blijven dus buiten beschouwing in de beschreven trends. Figuur B1: statushouders vroeg versus recent cohort
Vroeg cohort
Recent cohort
Verblijfsvergunning in
Verblijfsvergunning in
de jaren 2015-2016
de jaren 2017-2020
Woonachtig in Amsterdam
Woonachtig in Amsterdam
en (nog) statushouder op
en (nog) statushouder op
1 juli 2021
1 juli 2021
Land van herkomst In de monitor worden verschillende statushouders ingedeeld naar land van herkomst. Tenzij anders aangegeven wordt hiervoor de herkomstdefinitie van het CBS gebruikt. Daarbij bepalen het geboorteland van de persoon en/of het geboorteland van de ouders het land van herkomst. Deze methode zorgt ervoor dat, in tegenstelling tot wanneer er gekeken zou worden naar nationaliteit, de groep die recent uit Eritrea is gevlucht deels wordt aangemerkt als zijnde van Ethiopische herkomst. Uit nadere analyse blijkt dat een groot deel van de recente vluchtelingen van Ethiopische herkomst de Eritrese nationaliteit heeft. Om deze reden en ter minimalisering van onthullingsrisico’s, zijn Eritrese en Ethiopische statushouders in enkele tabellen en figuren samengevoegd.
4 De BRP registreert alleen de huidige verblijfstitel van Amsterdammers. Of men eerder een asielvergunning
heeft gehad is daarom alleen te achterhalen op basis van BRP registraties uit voorgaande jaren. Mensen die als statushouder ergens anders in Nederland hebben gewoond en ná het verkrijgen van een andere verblijfsstatus naar Amsterdam zijn verhuisd worden daarom noodzakelijkerwijs niet meegenomen in de analyse.
58
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
Bijlage II Oekraïners in Amsterdam
Net als andere Europese gemeenten biedt Amsterdam sinds enkele maanden onderdak aan Oekraïners die na de Russische inval hun land hebben verlaten. Anders dan de meeste mensen die bescherming zoeken en hiertoe een asielaanvraag indienen, was een asielverzoek geen voorwaarde voor regulier verblijf in Nederland; Oekraïners mogen immers visumvrij reizen naar Schengenlanden en hier gedurende 90 dagen verblijven. Bovendien vallen Oekraïners onder de EU-richtlijn Tijdelijke Bescherming (2001/55/EG), waaraan recht op opvang en medische zorg en toegang tot de arbeidsmarkt en onderwijs kan worden ontleend. Met de intentie om deze trend te volgen en een indruk te geven van de aanwezigheid van Oekraïners in Amsterdam, is dit hoofdstuk geschreven. Dit is enerzijds van belang gezien de (gemeentelijke) voorzieningen waartoe de Richtlijn Tijdelijke Bescherming toegang verschaft, omdat ook andere statushouders hierop een beroep doen. Anderzijds is het middellange perspectief een motivatie voor het monitoren van deze groep. Hoewel sommige Oekraïners na kort verblijf terugkeren naar hun dorp of stad van herkomst, is het eveneens denkbaar dat de tijdelijke bescherming ook na 4 maart 2023 wordt verlengd en daarmee resulteert in langduriger verblijf in de stad of elders in Nederland.
Data en populatieafbakening Data afkomstig uit de Basisregistratie Personen (BRP) zijn gebruikt om enkele demografische kenmerken van Oekraïense ontheemden te beschrijven. We selecteren enkel personen die vanaf 24 februari in de registraties zijn opgenomen. Op voorwaarde dat zij over een Oekraïens paspoort of een ander identiteitsbewijs beschikken, of in bezit zijn van een Oekraïense verblijfsvergunning die geldig was op 23 februari 2022, kunnen zij zich sinds die datum via een Nederlandse gemeente inschrijven in de BRP. Na inschrijving bij een gemeente op een (tijdelijk) adres, wordt leefgeld verstrekt. Alle volwassenen en minderjarigen ontvangen €55 euro per maand per persoon, voor kleding en persoonlijke uitgaven. Daarnaast wordt een tegemoetkoming van €205 beschikbaar gesteld wanneer de ontheemde bij particulieren verblijft. Dit ligt nog iets hoger voor degenen die bij een gastgezin verblijven (een toelage van €215). In alle gevallen is er toegang tot de arbeidsmarkt en andere basisvoorzieningen zoals zorg en onderwijs. Het recht op leefgeld vervalt als men betaald werk gaat doen. Op 5 september 2022 telt de gemeente Amsterdam met 5.095 geregistreerde Oekraïners het hoogste aantal ontheemden van alle gemeenten. In relatief opzicht ligt Amsterdam rond het Nederlands gemiddelde met 5,8 ontheemden per duizend inwoners. Dit is 5,1 voor Nederland als geheel.
Den Haag en Eindhoven liggen eveneens rond het Nederlands gemiddelde (5,1 en 4,8). In Rotterdam en Utrecht en Eindhoven ligt het aandeel lager (respectievelijk 3,8 en 3,5). In enkele gemeenten ligt dit relatieve aantal aanzienlijk hoger, zoals in kleinere gemeenten als Renswoude, Gennep en Pekela. Daar worden per duizend
59
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
inwoners ruim 20 ontheemden uit Oekraïne geteld op 1 september. Gemeenten waar zowel in relatieve als in absolute zin (tenminste 1.000) veel ontheemden verblijven zijn Westland, Dordrecht en Haarlemmermeer.
Demografische kenmerken van Oekraïense ontheemden in Amsterdam De figuren in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op informatie uit de BRP betreffende ontheemden uit Oekraïne die sinds 24 februari 2022 in Amsterdam zijn ingeschreven op peilmoment 1 juli 2022. Het gaat om 4.200 personen. Tussen dit moment en peilmoment 1 september zijn hier dus nog ongeveer 900 personen bij gekomen (CBS rapporteerde 5.095 op 1 september). Op het moment van schrijven zijn de data over 1 juli echter de meest recente gegevens die binnen O&S beschikbaar zijn. Op dat moment stond 28% van de ontheemden (n=1.160) ingeschreven op een gemeentelijk verblijfsadres. Bijna driekwart (72%) is in de bevolkingsregisters opgenomen met een particulier verblijfsadres (n=3.040). Figuur B1 toont het aantal ingeschreven burgers vanuit Oekraïne in de Amsterdamse basisregistratie. In week 9 (28 februari t/m 6 maart) vonden de eerste inschrijvingen plaats. In de weken daarop nam het aantal nieuw ingeschrevenen gestaag toe. Hoewel het aandeel mannen in de loop der weken is toegenomen (niet in figuur), blijven vrouwen sterk oververtegenwoordigd: van alle 4.200 inschrijvingen is 65% vrouw en 35% man. Hiermee is de oververtegenwoordiging van vrouwen onder deze nieuw ingezetenen in Amsterdam nog iets groter dan in alle Nederlandse gemeenten samen: 63% van alle inschrijvingen in de periode 24 februari – 1 juli 2022 betrof vrouwen.
Figuur B1 Oekraïners ingeschreven in Amsterdam in de periode 24 februari – 1 juli per week (aantallen)
bron: BRP, bewerking O&S
60
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
De meeste meerderjarige Oekraïners zijn zonder partner en kinderen naar Amsterdam gekomen. Dit geldt vooral voor de vrouwen: van hen is 65% als alleenstaande in Amsterdam ingeschreven, terwijl dit 57% bedraagt voor de mannen uit Oekraïne. Een kleinere groep is als volwassene met één of meerdere gezinsleden ingeschreven. Dit aandeel ligt voor vrouwen (18%) aanzienlijk hoger dan voor mannen (8%). Van alle ontheemden uit Oekraïne ingeschreven in Amsterdam is 15% een kind in een gezin en 8% een minderjarige die zonder ouder(s) is opgenomen in het gemeentelijke bevolkingsregister. Het aandeel kinderen ligt hoger voor mannen, wat deels te schrijven is aan het aan het relatief lage aandeel 18-plus onder mannen. Toch is het opmerkelijk dat er meer jongens (n=350) dan meisjes (n=300) in Amsterdam verblijven. Afgerond stonden op 1 juli 2022 980 minderjarige ontheemden uit Oekraïne ingeschreven in Amsterdam. Van hen verblijven er 650 met tenminste één ouder in Amsterdam. Figuur B2 Oekraïners ingeschreven in Amsterdam in de periode 24 februari – 1 juli, naar samenstelling huishouden per geslacht (vrouwen n=2.750, mannen n=1.460) (percentages)
bron: BRP, bewerking O&S
In figuur B3 is de leeftijdsverdeling van de recente vluchtelingen uit Oekraïne in Amsterdam te zien. Op 1 juli 2022 stonden 500 (12%) ontheemde Oekraïners in de basisschoolleeftijd ingeschreven in Amsterdam. Het aantal met middelbare schoolleeftijd ligt met 310 (7%) aanzienlijk lager. Het aantal 45-plussers is relatief laag. De groep 35 t/m 44-jarigen is 1,8 keer groter dan de groep 45 t/m 54-jarigen.
61
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
Figuur B3 Oekraïners ingeschreven in Amsterdam in de periode 24 februari – 1 juli, naar leeftijdscategorie (percentages, aantallen in labels)
bron: BRP, bewerking O&S
Op 1 juli 2022 hadden relatief veel Oekraïners een onderkomen gevonden in Sloterdijk Nieuw-West (figuur B4 en tabel B5). Ook in Bos en Lommer, de Pijp en de Rivierenbuurt, in Buitenveldert en op de Zuidas is de absolute omvang van deze groep vluchtelingen groot in vergelijking tot andere gebieden in Amsterdam (zie tabel 1 op de volgende pagina). Het hoger aandeel in de Pijp is toe te schrijven aan de plekken die in het Savoy Hotel worden geboden aan vluchtelingen. In Bos en Lommer zijn vluchtelingen uit Oekraïne ondergebracht in het WOW-hostel aan de Wiltzanghlaan. Op Javaeiland in het Oostelijk Havengebied van Amsterdam is een schip en een voormalige basisschool beschikbaar gesteld voor Oekraïners. Aan de Beethovenstraat worden sinds 4 juli 100 Oekraïense vluchtelingen opgevangen. Andere opvanglocaties zijn de Boelelaan 2, Hotel Hart van Weesp, Hotel King’s Court (Nieuw-West), Holiday Inn Express (Noord), en Botel aan de NDSM-pier (Noord). Omdat de huidige (noodopvang)locaties niet allemaal geschikt zijn voor de langere termijn, is de gemeente op zoek gegaan naar locaties waar vluchtelingen voor een periode van één tot drie jaar terecht kunnen. Plantage Muidergracht is zo’n locatie voor 80 vluchtelingen uit Oekraïne en ook in Weesp (het van Houten Industriepark) worden Oekraïense vluchtelingen voor maximaal drie jaar gehuisvest.
Twee semipermanente opvanglocaties zijn per 1 juli geopend in Weesp en Nieuw-West. De spreiding van Oekraïners over de stad zal er in de komende maanden naar verwachting anders uit komen te zien.
62
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
Figuur B4 Aantal personen ingeschreven vanuit Oekraïne (sinds 24 februari) per 1.000 inwoners naar gebied, peilmoment 1 juli 2022
bron: CBS Microdata, bewerking O&S
63
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
Tabel B5. Aantal en aandeel particulier en gemeentelijk gehuisveste ontheemden uit Oekraïne naar gebied Gebied Particulier Gemeente totaal Particulier Gemeente Totaal (per (per (per 1.000) 1.000) 1.000) Centrum-West
350
Centrum-Oost
,
350
8
8
230
230
5
5
Westerpark
140
140
4
4
Bos en Lommer
60
220
280
2
6
8
Oud-West, De Baarsjes
200
40
250
3
1
3
Sloterdijk Nieuw-West
20
20
18
18
Geuzenveld, Slotermeer
100
100
2
2
Osdorp
80
80
2
2
De Aker, Sloten, Nieuw-Sloten
100
100
3
3
Slotervaart
160
220
4
Oud-Zuid
280
280
5
Buitenveldert, Zuidas
150
270
410
5
10
15
De Pijp, Rivierenbuurt
230
100
330
4
2
5
Oud-Oost Indische Buurt, Oostelijk Havengebied
90
90
3
100
350
2
Watergraafsmeer
150
150
4
4
IJburg, Zeeburgereiland
170
170
6
6
Noord-West
70
70
2
2
Oud-Noord
110
300
3
Noord-Oost
80
80
2
2
Weesp, Driemond
40
Bijlmer-West
10
10
4
4
Bijlmer-Centrum
40
40
2
2
Bijlmer-Oost
40
40
1
1
Gaasperdam
60
60
2
2
Amsterdam
1.150
60
250
190
20
3.060
1
5 5
3 6
6
8
9
60
4.210
4
1
5
Bron: BRP, bewerking O&S
64
|
Onderzoek en Statistiek
Vluchtelingenmonitor 2022
Bijlage III sociaal-economische status naar stadsdeel
O&S heeft een aantal gegevens nader uitgesplitst naar stadsdeel ten behoeve van de aanpak statushouders. Deze tabellen laten zien welk aandeel werkt (figuur B6), een uitkering ontvangt (figuur B7), wat de inburgeringsstatus is (figuur B8) en de voornaamste activiteit (figuur B9). Figuur B6 Statushouders in Amsterdam, 18 jaar en ouder, naar werkstatus (n=6.850), juli 2021
0
20
40
60
80
100
Centrum
68
32
West
72
29
Nieuw-West
69
31
Zuid
70
31
Oost
64
36
Noord
70
30
Zuidoost
67
33
Amsterdam
68
32 %
werkt niet
bron: CBS Microdata, bewerking O&S
Figuur B7 Statushouders in Amsterdam, 18 jaar en ouder, naar uitkeringsgerechtigdheid (n=6.850), juli 2021
0
20
40
60
80
Centrum
42
58
West
40
60
Nieuw-West
47
53
Zuid
36
65
Oost
40
60
Noord
37
63
Zuidoost
41
59
Amsterdam
40
60 geen uitkering
uitkering
100
%
bron: CBS Microdata, bewerking O&S
65
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
Figuur B8 Statushouders in Amsterdam, 18 jaar en ouder, naar inburgeringsstatus (n=6.850), juli 2021
0
20
40
60
80
100
Centrum
52
39
10
West
50
37
12 3
Nieuw-West
44
38
Zuid
44
42
11 3
Oost
45
40
11 3
Noord
42
40
13
6
Zuidoost
38
41
16
5
Amsterdam
44
13
40
inburgering niet afgerond
5
inburgering afgerond ontheffing/ vrijstelling/ niet inburgeringsplichtig niet gekoppeld met inburgeringsbestand
12 4
%
bron: CBS Microdata, bewerking O&S
Figuur B9 Statushouders in Amsterdam, 18 jaar en ouder, naar hoofdactiviteit (n=6.850), juli 2021
0
20
40
60
80
100
Centrum
23
West
18
Nieuw-West
18
Zuid
19
56
Oost
20
50
4 7
Noord
17
55
5 6 8 2 9
Zuidoost
17
50
5 7
Amsterdam
18
51
4 6 7 2 12
52 51 45
333
16
3 6 53
16
2 6 6 2
21
4 6 52 8
alleen werk alleen uitkering alleen onderwijs werk en uitkering
8 2 9
9 1 11
werk en onderwijs uitkering en onderwijs overig/ onbekend %
bron: CBS Microdata, bewerking O&S
66
Onderzoek en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2022
67