CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Structuurvisie De Nieuwe Kern.pdf

RAAD 17 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Investeringsvoorstel De Nieuwe Kern en beschikbaar stellen van een bijbehorend uitvoeringskrediet voor fase 1 (VN2025-007399)34.098 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Langzaam verkeer in en om de tuinparken Om de waarde van de tuinparken te behouden en te optimaliseren wordt de recreatieve infrastructuur van het park expliciet ingericht voor langzaam verkeer. Het moet alle ruimte bieden voor wandelaars en fietsers die beleving van de omgeving centraal hebben staan. Het snellere langzame verkeer (o.a. e-bikes, scooters, racefietsen) wordt om het park heengeleid. De exacte loop van het openbare pad door de tuinparken wordt in een latere fase en in overleg met de tuinders bepaald.

51

Relatie MER De adviezen vanuit het MER ondersteunen de gemaakte keuzes en benoemen tevens een aantal aandachtspunten voor de inrichting van de ringweg en de kruisingen met de Holterbergweg:  De ringweg kan verkeersveilig ingericht worden als gebiedsontsluitingsweg waar 50km/u wordt gereden en met fietsstroken of vrijliggende fietspaden worden gerealiseerd.  De kruispunten met de Holterbergweg moeten door middel van verkeerslichten of een ongelijkvloerse kruisingen opgelost worden in verband met de verkeersintensiteiten op die weg.

Smart Mobility Hub De Smart Mobility Hub (SMH) wordt een multifunctioneel gebouw waarin plaats wordt geboden aan ca. 2.300 parkeervoorzieningen voor auto’s, bussen, kiss&ride en taxistandplaatsen, gecombineerd met sportvelden op het dak, twee sporthallen en kantoorfuncties. Door de ligging naast de Johan Cruijff Arena is het SMH ook zeer geschikt voor crewparkeren tijdens evenementen in de JC Arena. Met de ontwikkeling van de SMH wordt ingezet op dubbelgebruik van parkeerruimte (evenementen, kantoor, bezoekers voor DNK, park & ride (los van andere P&R in het gebied), in plaats van de eenzijdige en laaggebruikte parkeerterreinen in de huidige situatie.

Hiermee wordt de SMH een multifunctioneel complex met een efficiënte mobiliteitsvoorzie-

Daarnaast wordt een aantal aandachtspunten voor de inrichting van de langzaam verkeerverbindingen gegeven:  Voor een goede inrichting van het plangebied is het een vereiste dat de langzame verkeersinfrastructuur inclusief ingericht wordt, voor alle verkeersdeelnemers. Dit betekent dat de wegprofielen breed genoeg zijn voor een apart trottoir en dat langzaam verkeerverbindingen apart van het autonetwerk gerealiseerd worden.

ning als knooppunt (‘hub’). Het mobiliteitsprogramma wordt aangevuld met een vastgoedprogramma van ca 20.000 tot max 30.000 m2 bvo en een kleinschalig programma van commercieel en maatschappelijk vastgoed in de plint van het gebouw. Met deze aanvulling van vastgoed in het programma van het SMH, wordt het stedelijke karakter en de dynamiek in het gebied versterkt. Daarmee vormt de SMH een aantrekkelijke en levendige schakel tussen het ArenA-poort-gebied en De Nieuwe Kern.

Door de huidige versnipperde ligging van parkeerterreinen in het gebied vergt de afwikkeling

Het effect van het fijnmazige fietsnetwerk is in de onderzoeksresultaten terug te zien in het fietsgebruik: 28 % van de verplaatsingen vinden plaats per fiets. Dit aandeel is hoger dan het gemiddelde in de omgeving van het plangebied.

van autoverkeer tijdens de evenementen in ArenA-poort grote inspanning, ter voorkoming van een verkeersinfarct op de belangrijke stedelijke aders. De inpassing van de parkeerterreinen leunt op tijdelijke maatregelen, waardoor de infrastructuur tijdens evenementen op een oneigenlijke wijze wordt gebruikt, beheerst door een grote inzet van verkeersregelaars. Door de locatie van de SMH aan de oostzijde van de Holterbergweg en de clustering van functies ontstaat een robuuste afwikkeling van evenementenverkeer, waarmee de druk op het hoofdwegennet wordt gereduceerd.

Het is dan ook het voornemen de SMH zo spoedig mogelijk te realiseren, vooruitlopend op ontwikkeling van het overig deel van DNK, en hiermee de afwikkeling op het hoofdwegennet te verbeteren.

Hoofdstuk 3

52

Hoofdstuk 3

53

4.

THEMAMATISCHE KADERSTELLING

naast milieutechnische, ook nog andere effecten (ruimtelijk, functioneel, kwalitatief, financieel, etc.) die eveneens moeten worden beschouwd voor een integrale beoordeling van de effecten.

4.1 Inleiding

Bij het beoordelen van de effecten van een groter programma per onderwerp (stedenbouw, voorzieningen, sport, woonprogramma & doelgroepen, duurzaamheid, financieel, mobiliteit & bereikbaarheid, milieu) zijn de doelstellingen en ambities voor DNK, die vertaald zijn in de belangrijkste kernwaarden van DNK: groen-stedelijk, gemengd, uitnodigend, verbindend en bereikbaar, als leidend gehanteerd.

Per thema worden in dit hoofdstuk de kaders voor het beoogde programma aan woningen en voorzieningen nader uitgewerkt, evenals de normering qua ruimtegebruik vanuit het vigerende beleid. Als nadere toetsing van het programma is er voor het gebied een Milieueffectrapportage (MER) uitgevoerd.

4.2 Leefbaarheid, woonkwaliteit & gezondheid Uitgangspunten woningbouw DNK De Nieuwe Kern wordt een wijk voor een verscheidenheid aan huishoudens in alle inkomensgroepen, die in principe door elkaar heen wonen. Het uitgangspunt in de Structuurvisie is een woonprogramma van circa 5.000 woningen met een gemiddeld vloeroppervlak van 100m2 bvo. Dat geeft een totaal van circa 500.000 m² voor woonfuncties. De gemeenteraad van Ouder-Amstel heeft eerder ingestemd met een programma van maximaal 4.500 woningen/450.000 m2 wonen en 250.000 m2 niet-woonfuncties. Gezien de grote behoefte aan woningen en om te kijken wat de draagkracht van het gebied is, is in de m.e.r.-procedure ook gekeken naar wat het zou betekenen als er 6.200 woningen zouden worden gerealiseerd. Het MER geeft aan dat voor alle onderzochte milieueffecten de effectbeoordeling van de basisvariant met 4.500 woningen hetzelfde is als voor de maximale variant met 6.200 woningen. Een groter programma heeft echter

Hoofdstuk 4

Doordat uit een eerste analyse duidelijk werd dat een maximaal programma leidt tot nieuwe knelpunten, maar een iets groter programma wel diverse voordelen kan bieden, is een extra variant betrokken bij de afweging. In deze variant wordt een beperkt aantal woningen toegevoegd, waardoor geprofiteerd kan worden van de voordelen van dit extra programma, maar waarbij de knelpunten van het maximale programma niet of minder aan de orde zijn. Het betreft een programma met ca. 5.000 woningen (500.000 m2 bvo voor woonfuncties) en een gelijk voorzieningenniveau als bij de basisvariant. Conclusies vergelijking varianten:  Met de basisvariant conform de SOK kan passend invulling gegeven worden aan de doelstellingen en ambities voor DNK. Binnen de kaders van de structuurvisie is het uitwerken van een economisch haalbaar en ruimtelijk uitvoerbaar plan mogelijk.  Met een iets ruimer woonprogramma van ca. 5.000 woningen zijn diverse voordelen te bereiken ten opzichte van het basisprogramma, zoals een grotere bijdrage aan het woningtekort, ruimtelijk aantrekkelijker en duurzamer ruimtegebruik, zonder dat dit tot nieuwe knelpunten leidt. De extra woningen kunnen worden ingezet om, met

54

name aan de noordzijde van het centrale park, optimaal in te kunnen zetten op het ‘afvangen’ van vliegtuiggeluid en het creëren van meer variatie in bouwhoogtes (4-7 bouwlagen) langs het park. Met dit programma kan (nog) beter invulling gegeven worden aan de doelstellingen en ambities voor DNK. Bij een programma met ca. 6.200 woningen wordt weliswaar een grotere bijdrage geleverd aan de woningbouwopgave, maar worden de doelstellingen en ambities voor DNK beperkter bereikt. Zo verschuift de identiteit meer richting een hoogstedelijk milieu, ontstaat er een eenzijdiger woningaanbod, moet er meer geïnvesteerd worden door de gemeente (scholen) en is er onvoldoende ruimte voor veldsporten.

Op basis van de beoordeling per onderwerp is een integrale afweging gemaakt waarbij de voor- en nadelen per onderwerp tegen elkaar afgewogen zijn. Geconstateerd is dat het mogelijk is om binnen de kwaliteit die wordt beoogd en met de reeds geplande voorzieningen in plaats van ca. 4.500 woningen ook ca. 5.000 woningen te realiseren. Een verruiming van ca. 4.500 naar ca. 5.000 woningen betekent dat (nog) beter invulling gegeven kan worden aan de doelstellingen en ambities voor De Nieuwe Kern, waarbij het gewenste middenstedelijke karakter gewaarborgd blijft en er geen extra financiële risico’s voor de gemeente ontstaan. De Nieuwe Kern wordt een complete woonwijk, die aantrekkelijk wordt voor uiteenlopende groepen bewoners. Een verscheidenheid aan woningen en collectieve woonvormen passen bij een steeds veranderende woonvraag. Het woningaanbod wordt niet louter geschikt voor enkele groepen bewoners die op dit moment de meeste moeite hebben om een passende woning te vinden. De grondeigenaren zorgen voor de ontwikkeling van deze woningen.

Hoofdstuk 4

De gemeente Ouder-Amstel ziet erop toe dat het programma binnen de gestelde kaders ontwikkeld wordt. Leefgebieden met eigen karakter De diversiteit van de omgeving vertaalt zich in verschillende leefgebieden met elk hun eigen karakter waarbij de verbinding tussen de leefgebieden op sociaal, economisch en fysiek niveau goed is. Het totale gebied moet een sterke ruimtelijke samenhang en structuur hebben en ogen als één wijk. De positie van de Holterbergweg is hierin belangrijk. Omdat de wijk wordt doorsneden door de Holterbergweg bestaat het risico dat er twee gescheiden delen ontstaan. De inrichting van de weg en de aangrenzende deelgebieden zijn daarom cruciaal voor de ruimtelijke en functionele verbinding en samenhang binnen de wijk. Het gebied rondom het Station Duivendrecht, met aan de noordkant het Amstel Business Park Zuid dat wordt getransformeerd tot Werkstad OverAmstel, zal richting de Holterbergweg aansluiting vinden op het nieuwe dynamische karakter van het gebied. Dit betekent een concentratie van bebouwing met een diversiteit aan commerciële voorzieningen zoals kantoren, hotels en short-stay voorzieningen en in de toekomst mogelijk wonen. In zuidelijke richting komt aan beide zijden van de Holterbergweg een gemengd leefgebied waar gewoond, gewerkt, gesport en gerecreëerd wordt. De gemengde woningenvoorraad sluit aan bij diverse doelgroepen.

In het deel aan de oostzijde van de Holterbergweg heeft het leefgebied een meer stedelijk karakter, gericht op het OV en met voorzieningen rond de kop van het verbindende stadspark. Het deel aan de westzijde van de Holterbergweg krijgt een meer groen-stedelijke uitwerking waarbij de bebouwing een sterke relatie krijgt met de verschillende groengebieden in en rond DNK: het centrale park, de tuinparken en de Amstelscheg. Een stadspark verbindt het

55

oostelijke en het westelijke deel van het leefgebied met elkaar, over de Holterbergweg heen. Daarnaast zorgen nieuwe routes in noord-zuidelijke richting voor verbindingen tussen de verschillende deelgebieden. Als onderdeel hiervan wordt de hoofdstructuur van de volkstuinen openbaar toegankelijk gemaakt voor langzaam, recreatief verkeer. Aan deze recreatieve route door de tuinparken, die de parken onderling en met de omgeving verbindt, worden nieuwe functies gesitueerd die ontmoeting stimuleren. De Nieuwe Kern krijgt daarmee als geheel een stedelijk karakter, waarbij het westen ook suburbane delen kent. Alle leefgebieden sluiten aan en zijn verweven met grote openbaar toegankelijke groengebieden die het samenleven en verblijven in dit nieuwe stuk stedelijk gebied faciliteren. Enkele hoogte-accenten kunnen de samenhang van het totale plangebied verder markeren en versterken. Gevarieerde wijk in dichtheid en bouwhoogtes Om een gevarieerde wijk te creëren worden op blokniveau verschillende bouwhoogtes gemengd. Voor het woonklimaat in de DNK betekent dit middelhoogbouw 5 tot 10 lagen en laagbouw van 3 of 4 lagen. Zoals gezegd zijn er accenten die hoger gaan, waarbij de hoogte nader te bepalen is in relatie tot de directe omgeving (indicatie tussen ca. 40 en 80 meter). Hogere middelhoogbouw is te gebruiken als markering van stedenbouwkundig belangrijke routes en locaties.

Hoogbouw zal ingezet worden om stedenbouwkundig op een verantwoorde manier te ontwikkelen nabij het spoor en de ArenA (waar hoogte wenselijk is naast deze grootschalige structuren). Dit zal worden geconcretiseerd in een volgende fase van het stedenbouwkundig ontwerp. De bebouwing langs de Holterbergweg zal in minimaal 6 lagen worden vormgegeven, passend bij de functie van deze belangrijke doorgaande, ontsluitende weg alsmede het brede profiel ervan. Een afname van de stedelijk-

Hoofdstuk 4

heid, dus in bouwhoogtes maar met name dichtheden vanaf het oosten (stationsgebied) naar het westen (buitengebied) is gewenst, waarbij er visueel verbinding en overgang wordt gecreëerd naar het buitengebied. Behoefte in alle segmenten Er is onderzoek uitgevoerd naar de lokale en regionale woningbehoefte (zie bijlage Programmatische onderbouwing). De insteek van het onderzoek is om te bezien welk programma gewenst en mogelijk is, zodat aangesloten kan worden op de vraag/behoefte vanuit de lokale en regionale gemeenschap. Het antwoord op de vraag welk programma voorziet in een behoefte voor de locatie van De Nieuwe Kern, is verkregen door middel van ruimtelijkfunctioneel onderzoek, waarbij zowel de kwantitatieve, als kwalitatieve behoefte naar wonen is onderzocht binnen het verzorgingsgebied. Voor het bepalen van het verzorgingsgebied, de trends en ontwikkelingen en de behoefte (kwantitatief en kwalitatief) in vergelijking tot het actuele aanbod is er onder andere gekeken naar het bestaand beleid en onderzoeken op provinciaal, regionaal en lokaal. Voor het beoogde woningbouwprogramma is de ‘Metropoolregio Amsterdam’ de relevante woningmarktregio: 

De grote populariteit van Amsterdam zorgt voor een hoge druk op de woningmarkt, ook in de omgeving. Vooral middeninkomens komen hierbij in de knel. Voor lage inkomens geldt dat de voorraad in de sociale huursector afneemt. Volgens de ‘Verkenning woningmarkt MRA’ legt de grote woningvraag een sterke druk op de woningmarkt, waardoor het in deze regio zoeken is naar manieren om extra betaalbaar aanbod toe te voegen. Het gaat daarbij niet alleen om sociale huurwoningen, maar juist ook om middeldure (huur)woningen. Ongeveer de helft van de huishoudens in de Metropoolregio Amsterdam wil (misschien) verhuizen. Eén op de vijf (22%) huishoudens wil zeker binnen twee jaar verhuizen.

56

Afb. 4.1 Bouwhoogten

Hoofdstuk 4

57

De behoefte om groter of mooier te wonen is een belangrijke reden om te willen verhuizen. Van de verhuisgeneigden geeft 38% aan groter te willen wonen en 35% mooier. Men geeft ook vaker aan een woning te willen kopen. Buiten Amsterdam speelt de vergrijzing een sterkere rol: de gezondheid en de behoefte aan een gelijkvloerse woning komen hier sterker naar voren (ongeveer 15%).

Binnen de Metropoolregio Amsterdam is sprake van een actuele regionale behoefte in alle segmenten, woonmilieus en prijscategorieën. Zowel het aanbod aan eengezinswoningen als meergezinswoningen is ondervertegenwoordigd in de plancapaciteit, ondanks dat het aanbod in plancapaciteit in meergezinswoningen de laatste jaren alweer is gestegen. Daarnaast blijft vooral het aanbod betaalbaar en middelduur ondervertegenwoordigd in de koopsector en de huursector. Binnen De Nieuwe Kern zal daarom een diversiteit in prijscategorieën en woningtypen gerealiseerd worden, waarbij een gemiddelde woninggrootte van 100 m2 bvo het uitgangspunt is. Verdeling sociaal – vrije sector De verdeling sociale huur 30% en vrije sector 70% voor De Nieuwe Kern als geheel staat vast en volgt de uitgangspunten van de Verordening sociale woningbouw van Ouder-Amstel. Hiermee wordt geborgd dat ook binnen de gemeentegrenzen van Ouder-Amstel de sociale sector in de beleidsmatig gewenste verhouding aanwezig is. Voor de 30% sociale huurwoningen geldt:  Zowel ten oosten als ten westen van de Holterbergweg komt minimaal 33% van het totale aantal sociale woningen om menging zeker te stellen.

Hoofdstuk 4

  

De locatie voor de resterende 34% sociale huurwoningen is aan de grondeigenaren vrij te verdelen tussen de woongebieden. Minimaal 15% van de grondgebonden woningen valt onder de sociale huurgrens. Minimaal 5% nieuwe/collectieve woonvormen, waaronder woonvormen waar zorg geboden kan worden.

Met het stellen van deze randvoorwaarden wordt geborgd dat ook gezinnen met lagere inkomens een plek kunnen vinden in de nieuwe wijk. Voor de 70% vrije sector woningen geldt:  De 70% vrije sector woningen is verdeeld in minimaal 40% middensegment en maximaal 30% duur.  De 40% middensegment bestaat uit zowel koop als huur. Voor de bepaling wat wordt verstaan onder middensegment woningen wordt verwezen naar de relevante verordeningen van Ouder-Amstel. Voor het middensegment koop zal het instellen van een zelfwoonplicht noodzakelijk zijn.  Minimaal 5% nieuwe/collectieve woonvormen, waaronder woonvormen met particulier opdrachtgeverschap.  Circa 20 woonbotenligplaatsen. Met het stellen van deze randvoorwaarden wordt geborgd dat gemengde woonmilieus met een diverse typologie aan woningen tot stand zullen komen. De precieze invulling van het woningbouwprogramma kan niet voor 15 jaar vooruit goed worden overzien. Daarom zal het programma in de toekomst nader beleidsmatig worden vormgegeven in relatie tot de ontwikkelingen op de woningmarkt. Het wordt per (deel)ontwikkeling waarvoor een overeenkomst met een of meerdere grondeigenaren wordt gesloten nader gedefinieerd en ingevuld en daarmee vastgelegd in de besluitvorming over deze

58

(deel)ontwikkeling. Uiteraard zijn bij o.a. de huurprijsstelling de woonverordening(en) van de gemeente Ouder-Amstel van toepassing. Bij verdere uitwerking van de plannen wordt gekeken waar en hoe woningcorporaties kunnen worden betrokken. Aanvullende trends & ontwikkelingen in wonen:  Maatschappelijke opvang (huisvesting voor dak- en thuislozen) en beschermd wonen zijn gebaat bij regionale spreiding. Ouder-Amstel staat open voor dergelijke woonvoorzieningen in De Nieuwe Kern. Amsterdam is tot 1-1-2022 als centrumgemeente verantwoordelijk voor beschermd wonen, daarna zal de gemeente Ouder-Amstel dit regionaal organiseren. Maatschappelijke opvang blijft vooralsnog een taak van de centrumgemeente. In de Nieuwe Kern wordt gekeken naar de mogelijkheden voor 1 jeugd-woon-behandellocatie en 1 noodopvang 18- (behandel-/woonlocatie), en wellicht een optie voor winteropvang (ca 1.000m2 bvo).  Collectieve woonvormen zijn in trek onder de groeiende groep alleenstaanden, jong en oud. Voorbeelden zijn hofjes of centraal wonen met gezamenlijke ruimtes, (dakterras, moestuin, buurthuis, huiskamer), collectieve voorzieningen zoals ‘business meeting points’ voor zelfstandigen of een virtueel zorgloket.  Er is vraag naar flexibele woningen die meerdere functies hebben, overdag een kantoor en ’s avonds een woning.

In 2030 vormen de Zelfstandige Professionals naar verwachting bijna 50% van de beroepsbevolking in ons land. Hun woning is ook hun kantoor. Zeker in en rondom Amsterdam wonen veel Young Professionals met behoefte aan flexibele woningen. Zorgvoorzieningen: eerstelijns, tweedelijns en publiek De overheid werkt aan zelfredzaamheid. Ouder-Amstel ambieert voor DNK een gezondheidscentrum, met een breed aanbod van zorgverleners. Binnen

Hoofdstuk 4

de zorg is de gemeente alleen primair verantwoordelijk voor de huisvesting van een consultatiebureau, vanuit de Wet op de Publieke gezondheidszorg. De zogenaamde eerste lijn gezondheidszorg is zelf verantwoordelijk voor haar huisvesting, o.a. huisartsen, apothekers, fysiotherapeuten, tandartsen. De gemeente is gebaat bij efficiënte huisvesting van welzijn- en zorgpartijen, ondersteunt waar mogelijk in het ontwikkelproces en ziet erop toe dat deze partijen voldoende ruimte krijgen binnen De Nieuwe Kern. Ook is een afstemming met de omliggende gebieden (Duivendrecht/Werkstad Overamstel) noodzakelijk om op aanvulling aan te sturen in het medisch aanbod in plaats van op concurrentie. Het behoefteonderzoek in de bijlage beschrijft onder andere de onderbouwing voor de kwalitatieve en kwantitatieve invulling van de medische voorzieningen. Onderwijs in De Nieuwe Kern Voor de behoeftebepaling van maatschappelijke voorzieningen in DNK is overeengekomen dat hiervoor de referentienormen van Amsterdam als uitgangspunt gebruikt worden. In de rapportage ‘Naar een complete stad: ruimte voor voorzieningen in Zuidoost, DNK en ABPZ’ zijn de referentienormen vertaald naar de benodigde voorzieningen voor DNK. De realisatie van woningen in DNK zorgt voor een toename van kinderen en jongeren, waardoor er behoefte ontstaat aan onderwijsvoorzieningen.

De gemeente OuderAmstel heeft de ambitie voor het realiseren van een vernieuwend onderwijsaanbod voor basisonderwijs en eventueel voor voortgezet onderwijs. Indicatief geldt hiervoor het volgende programma.  Primair onderwijs: Uitgaande van 4.500-5.000 woningen (binnen een gemengd stedelijk milieu) in DNK is er op basis van de Amsterdamse referentienormen behoefte aan 3 alles-in-één-basisscholen met een gemiddelde omvang 3.800 m² bvo, wat uitkomt op totaal 11.400 m² bvo aan primair onderwijs. Hierbij is het uitgangspunt voor een alles-in-één-

59

school 400 leerlingen, 32 kindplaatsen BSO, 100 kindplaatsen kinderopvang en 0,7 gymzaal; totaal 3,800 m2 BVO en 1,740 m2 buitenruimte. Omdat de ruimte schaars is, is een uitgangspunt in DNK dat de nieuwe basisscholen minimaal 2 bouwlagen hebben en dat gekeken wordt hoe de benodigde buitenruimte efficiënt gebruikt kan worden. De doelstelling hierbij is slim en waar mogelijk dubbel ruimtegebruik. Dit geldt zowel voor parkeerruimte als voor de speelruimte. Voortgezet onderwijs: In de gemeente Ouder-Amstel is geen voortgezet onderwijs. Leerlingen gaan vooral naar middelbare scholen in Amstelveen (circa 65%) en Amsterdam (35%). Op basis van prognoses krijgt DNK naar verwachting circa 1.000 kinderen in leeftijdscategorie 12 t/m 18. Met de ontwikkeling van DNK kan er eventueel ook middelbaar onderwijs (vmbo, havo en/of vwo) worden gerealiseerd. In de rapportage Naar een complete stad: ruimte voor voorzieningen in Zuidoost, DNK en ABPZ wordt gesproken van twee scholen voor voortgezet onderwijs die uit de Uitvoeringsagenda Zuidoost komen. Voor De Nieuwe Kern ligt een combinatie met sport voor de hand. In de ruimtereservering wordt rekening gehouden met 1 VO school bij de ontwikkeling van ca. 500.000 m² bvo aan woningen op basis van een ruimtebeslag van ca. 7.250 m² bvo. Als zoekgebied voor een middelbare school zijn aangewezen:  Gebied nabij station Strandvliet/ArenA/SMH.

Daar mag niet gewoond worden vanwege de geluidscontouren van de ArenA, daarbij is de locatie is zeer goed bereikbaar.  Gebied nabij station Duivendrecht. Dit brengt levendigheid en ook hier kan geen woningbouw worden gepleegd. De locatie is goed bereikbaar. Hiervoor is wel een ontheffing nodig wanneer de school binnen de LIB-zone gerealiseerd wordt. Maar mogelijk is er een hoek aan de noordkant van het plangebied die net buiten de LIB-zone valt.

Hoofdstuk 4

De locatie van het huidige P2-parkeerterrein. Als onderdeel van de plannen van Ajax (sportcomplex De Nieuwe Toekomst) zal een middelbare school ten behoeve van eigen spelers worden ontwikkeld.

Sportfaciliteiten binnen & buiten Er is een groei van het aantal sporters in de openbare ruimte, een opkomst van stedelijke georiënteerde ‘urban’ sporten (o.a. parcours, freerunning, calisthenics, bootcamp, padel) en wachtlijsten bij veel sportverenigingen. Invulling aan de behoefte tot beweging in DNK is niet beperkt tot sportpark de Toekomst en het sportdak op de SMH. Sport vervult een belangrijke waarde voor de leefbaarheid en gezondheid van De Nieuwe Kern. Net als bij de andere onderwerpen is het voor sport belangrijk dat er een kwalitatief afwegingskader komt waardoor er een integraal samenhangend ontwerp ontstaat voor sport en bewegen, zowel in de openbare ruimte als op velden en in accommodaties. Met speciale aandacht voor de verbinding tussen de faciliteiten en de bereikbaarheid/aansluiting met andere gebieden (zoals Werkstad Overamstel, Amsterdam Zuidoost en Amstel III). Kaderstelling sportvoorzieningen Het uitgangspunt is (sport)locaties waar mogelijk multifunctioneel te gebruiken. Naast de sportfaciliteiten in sportpark De Toekomst, die voornamelijk voor eigen (professioneel) gebruik zijn, moeten er voldoende en passende sportvoorzieningen zijn voor alle (toekomstige) inwoners:  Veld en overdekte sport: De gemeente stelt in het de beleidsnota Mee(r)doen met Sport dat sportvoorzieningen in De Nieuwe Kern gewenst en noodzakelijk zijn.

Daarnaast is het belangrijk dat de toekomstige inwoners voldoende mogelijkheden krijgen om dicht bij huis te sporten. Naast buitensporten moet er ook gedacht worden aan fitnesscentra. In de samenwerkingsovereenkomst is afgesproken om een deel van de (topsport) voorzieningen alsmede een hal voor breedtesport te realiseren

60

op het dak en in de plint van de Smart Mobility Hub (SMH). Ook sportvoorzieningen bij het basis- en voorgezet onderwijs zijn noodzakelijk met een goede (langzaam verkeers) verbinding met andere sportfaciliteiten. Het aandeel sportvoorziening wat niet binnen de wijk kan worden aangeboden zal, in overleg, opgelost worden binnen de regio. Openbare sport: Voor openbare sport wordt volgens het overkoepelende model dat met buurgemeente Amsterdam is benut gerekend met 1 m² per woning. Totaal komt dit voor DNK uit op circa 5.000 m² voor openbare sportvoorzieningen bij 5.000 woningen (1 m² per woning), zoals fitness, squash, padel, crossfit, klimwand e.d. Dit kan gecombineerd worden met de 3% norm van NUSO/Jantje Beton. De belangrijkste doelstelling van deze normering is dat 3% van de bebouwde omgeving gereserveerd wordt voor openbare speelruimte. Voor de verdere ontwikkeling van DNK is een richtlijn om voldoende (buiten)ruimte te geven aan sport & spel, bij voorkeur gecombineerd met scholen en de volkstuinparken (nader te onderzoeken). Ongeveer 10-15% van het openbaar groen zal worden ingevuld met kleinschalige, stedelijke sportfaciliteiten. Het uitgangpunt voor de openbare sporten is dat deze correct worden ingepast in de groen- en waterstructuren door de natuurlijke elementen en toegankelijkheid niet overschaduwen.

Uitgangspunten sport DNK Voorziening

gebruik

aantal

Overdekt Sporthal SMH

Breedtesport

1

Topsporthal SMH

Topsport + breedtesport

1

Gymlokalen BO

Onderwijs, multifunctioneel, ongeorganiseerde sport

3

en beweging (pilates, yoga, aerobics etc.) Overig, markt

Bijv. fitness, squash, klimwand, tennis padel, etc.

ntb

Buiten Sportvelden dak SMH

Voetbalvelden, overig

Openbaar, ongeorgani-

1 m²/woning voor sport en spelen in de openbare

3

seerd

ruimte, bij voorkeur bij scholen en gekoppeld aan

ntb

groenstructuur.

Welzijn en ontmoeten Een voorziening voor jongeren, een huis van de wijk of een dagbestedingslocatie zijn wenselijke welzijnsvoorzieningen voor een wijk met een omvang van DNK. Dit soort voorzieningen kunnen per plek verschillend worden ingevuld (bijvoorbeeld als locatie voor huiswerkbegeleiding, maatschappelijk werk, wijkzorg, samen koken/eten of buurtwerkplaats). Een belangrijke voorwaarde voor succes van een ontmoetingsruimte is nabijheid en laagdrempeligheid. Het idee is om het Huis van de Wijk te clusteren met de multifunctionele ruimte voor sport en multifunctionele ruimten voor cultuur en religie. Kunst en cultuur Kunst en cultuur dragen bij aan de leefbaarheid en identiteit van de wijk en wordt bijvoorbeeld uitgedragen door beeldende kunst in de openbare ruimte. Op basis van de uitgangspunten van de 'verordening percentageregeling kunst en cultuur 2010' is te verwachten dat er geld beschikbaar kan komen

Hoofdstuk 4

61

voor kunst en cultuur in DNK, doordat de gemeente in ieder geval basisscholen zal moeten realiseren en hierop de percentageregeling van toepassing is. In de omgeving van DNK zal een breed aanbod aan kunst en culturele functies beschikbaar zijn. Zo beschikken zowel Duivendrecht als Ouderkerk aan de Amstel over een bibliotheek en is er een breed aanbod aan muziekopleidingen in de bestaande wijken. Daarnaast komt met de ontwikkeling van het Urban Interactive District naast de Arena een groot aanbod aan culture voorzieningen op een hoog niveau, zoals een theater met regionale aantrekkingskracht. In DNK zal het Huis van de Wijk in combinatie met multifunctionele ruimten voor cultuur en religie de belangrijkste invulling geven aan kunst & cultuur. Het is zinvol om deze culturele en maatschappelijke ontmoetingsruimtes te combineren met elkaar en met commerciële voorzieningen (bijvoorbeeld horeca) voor de aantrekkingskracht en verblijfswaarde. De voorzieningen zullen een wijkgerichte aanvulling zijn op de bestaande voorzieningen in de omgeving, waarmee concurrentie en versplintering voorkomen wordt. Kaderstelling maatschappelijke voorzieningen Tussen Amsterdam en Ouder Amstel is de bestuurlijke afspraak gemaakt dat bij de ontwikkellocaties in de Zuidoostflank, inclusief De Nieuwe Kern, voor maatschappelijke voorzieningen de referentienormen van Amsterdam uitgangspunt zijn.

functies is daarbij mogelijk en wenselijk. Het primaire zoekgebied voor commerciële voorzieningen zoals detailhandel en horeca is voorzien rond de oostelijke kop van het park, langs de route tussen de wijk en station Duivendrecht. Hier kunnen ook maatschappelijke functies zoals een medisch centrum een plaats krijgen. Ook in dit zoekgebied is het wenselijk om naar een optimale mix van commerciële en maatschappelijke voorzieningen te zoeken. Uitgangspunten maatschappelijke voorzieningen DNK Voorziening

aantal

m²

totaal m²

(bvo)

(bvo)

Op

Medisch centrum

1

900

900

wijkniveau

Kleinschalig medisch centrum

1

200

200

Alles-in-één-basisschool

3

3.800

11.400

Huis van de Wijk

ntb

500

ntb

Multifunctionele ruimte

ntb

500

ntb

Kunst en cultuur

ntb

1.125

ntb

Woon-behandel jeugd

1

200

200

Noodopvang 18-

1

300

300

ntb

ntb

ntb

1 (evt. 2)

7.250

7.250

1

1.900

Maatschappelijke (winter) opvang Bovenwijks

Voortgezet Onderwijs Onderwijs Ajax (eigen spelers)

Totaal

ca. 20.250 m²

Uitgaande van ca. 500.000 m² bvo aan woningen (binnen een gemengd stedelijk milieu) in DNK zijn er op basis van de Amsterdamse referentienormen in het rapport ‘Naar een complete stad: ruimte voor voorzieningen in Zuidoost, DNK en ABPZ (april 2019)’ de volgende maatschappelijke voorzieningen beoogd. Het primaire zoekgebied voor maatschappelijk voorzieningen is rond het groene hart, centraal in de wijk. Een combinatie met commerciële

Hoofdstuk 4

62

4.3 Economische vitaliteit Bedrijfsfuncties: divers en goed voor levendigheid Vanwege de ligging en het aanbod aan openbaar vervoer is DNK een goede locatie voor bedrijfsfuncties. Hieronder vallen kantoren, andere bedrijfsruimtes, hotels en (extended) short stay6. De omgeving van de stations Duivendrecht en Amsterdam Bijlmer ArenA in DNK bieden kansen, en als alternatief voor wonen in verband met de LIB-zonering. Per functie is het programma onderbouwd binnen een bandbreedte. Een belangrijk uitgangspunt is dat commerciële voorzieningen elkaar (en waar mogelijk maatschappelijke functies) versterken. Om dit te bevorderen en versplintering te voorkomen zijn er twee zoekgebieden aangewezen:  Het gebied rond het groene hart is het primaire zoekgebied voor maatschappelijke functies (combinatie commercieel wenselijk).  Het gebied rond de oostelijke kop van het park en langs de route tussen de wijk en station Duivendrecht is het primaire zoekgebied voor commerciële voorzieningen zoals detailhandel en horeca. Hier kunnen ook maatschappelijke functies zoals een medisch centrum een plaats krijgen. Naast deze twee zoekgebieden zullen ook op sportpark De Toekomst kantoren en commerciële voorzieningen worden gerealiseerd. Deze zijn voor het eigen gebruik van Ajax.

Kantoren en bedrijven De vraag naar kantoren kan onderverdeeld worden in de milieus creatieve wijk, innovatiedistrict, internationaal topmilieu, multimodaal knooppunt en overig. De kantoorlocaties in De Nieuwe Kern bevinden zich direct rondom auto en ov knooppunten (binnen 500 meter) en zijn beide te kenmerken als multimodaal knooppunt.

De Nieuwe Kern – Station Duivendrecht betreft een multimodaal knooppunt. Gezien de ligging aan het treinstation is deze locatie geschikt voor grotere kantoorgebruikers (nationale partijen). Daarnaast kunnen hier flexibele kantorenconcepten gerealiseerd worden waar men elkaar kan ontmoeten en ruimtes gehuurd kunnen worden om te vergaderen of werken. De Nieuwe Kern – Omgeving Arena Poort betreft eveneens een multimodaal knooppunt. Hier zullen met name middelgrote kantorengebruikers met een thematisering richting dienstverlening (media) en sport kunnen worden gefaciliteerd. De Uitvoeringsstrategie Plabeka 3.0 geeft meerdere malen aan dat formele kantoorlocaties bij voorkeur ontwikkeld moeten worden op multimodaal bereikbare plekken. De beoogde locaties voor kantoren in De Nieuwe Kern - bij station Duivendrecht en nabij stations Strandvliet & Bijlmer Arena - voldoen bij uitstek aan het criterium van multimodale bereikbaarheid. Uit het door de gemeente Ouder-Amstel vastgestelde behoefte-onderzoek voor kantoren en bedrijven is voor De Nieuwe Kern als geheel de behoefte geraamd tussen 60.000 m² - 110.000 m² bvo, met een verdeling naar omgeving station Duivendrecht (circa 40.000 tot 70.000 m² bvo) en omgeving ArenAPoort (20.000 tot 40.000 m² bvo).

De zacht-hard procedure conform Plabeka 3.0 is daarbij met goed gevolg doorlopen, waarmee het plan regionaal afgestemd is en planologisch mogelijk kan worden gemaakt. Ouder-Amstel en Amsterdam zijn vervolgens overeengekomen om het kantoorprogramma in DNK te vergroten door 67.000 m² van het Amsterdamse quotum bij station Duivendrecht te realiseren. Dit komt bij de 15.000 m² vanuit de transformatiemeters van Amsterdam die extra worden gerealiseerd bij de SMH. Het kantoorprogramma in DNK gaat hiermee van 110.000 m² naar

6

Shortstay betreft een periode van 1 week tot max 6 maanden, externded stay van 1 week tot max 12 maanden

Hoofdstuk 4

63

192.000 m². Onderdeel van deze afspraak is dat het hoteloppervlak naar beneden wordt bijgesteld naar ca. 40.000 m². Hiervoor is instemming van het Plabeka nodig. In groter verband betreft dit een verschuiving van kantooroppervlak, er worden met deze afspraak dus geen extra m² kantoren toegevoegd binnen deze regio. Omdat het vliegverkeer naar verwachting stiller zal worden is het realistisch om te stellen dat transformatie naar wonen van een deel van de bebouwing in de LIB-4 zone op termijn mogelijk zal zijn. Toekomstige transformatie van niet-wonen naar wonen moet mogelijk zijn in het stedenbouwkundig plan en/of de bouwkundige structuur in de LIB-4 zone. Transformatie naar wonen moet mogelijk zijn voor alle kantoren in LIB-4 gebied en 50% van de hotels/short stay. De andere 50% van de hotels/short stay moet gebruikt kunnen worden voor andere werkfuncties of voorzieningen. Leisure, hotels & short stay In de door de gemeente Ouder-Amstel vastgestelde hotel & leisure visie is voor DNK circa 60.000 tot 70.000 m² bvo voor hotels geraamd en ca. 25.000 m² bvo voor leisurefuncties. In de vorengenoemde afspraak met Amsterdam inzake de verschuiving van kantooroppervlak van Amsterdam naar De Nieuwe Kern, is ook overeengekomen dat er ca. 40.000 m2 hoteloppervlak (inclusief short-stay) gerealiseerd zal worden bij station Duivendrecht.

Deze functie is hier noodzakelijk om het gewenste gemengde en levendige milieu te realiseren bij station Duivendrecht. Wonen is hier immers niet mogelijk i.v.m. luchtvaartgeluid (LIB-4). Vanuit de eerde beschreven mogelijke wijzigingen in de LIB-4 zone moet bij 50% van de hotels/short stay transformatie naar wonen mogelijk zijn in het stedenbouwkundige plan en/of de bouwkundige structuur van elk gebouw in het huidige LIB 4 gebied. De andere 50%

7

van de hotels/short stay moet gebruikt kunnen worden voor andere werkfuncties of voorzieningen. Een lokale bijdrage Van zowel de beoogde kantoren als leisurefuncties wordt verwacht dat deze een bijdrage leveren aan de wijk. Dit kan bijvoorbeeld door het aanbieden van (flex)werkplekken voor lokale ondernemers, van expositieruimten of door het openstellen van multifunctionele ruimten voor diverse activiteiten. Ook kantines, tuinen of dakterrassen alsmede sportfaciliteiten kunnen worden opgesteld voor bewoners. Met name een semi-openbare zwemgelegenheid zou een belangrijke functie in de wijk kunnen vervullen. Detailhandel voor dagelijkse boodschappen Voor detailhandel in DNK is marktruimte berekend tussen 2.600 en 2.900 m² bvo in de dagelijkse artikelensector7. Dit betreft in ieder geval een of meerdere supermarkten, aangevuld met versaanbod en persoonlijke verzorging. Daarnaast kan gedacht worden aan kleinschalig niet-dagelijks winkelaanbod, vooral gemakswinkels. Het primaire zoekgebied voor commerciële voorzieningen zoals detailhandel en horeca is voorzien rond de oostelijke kop van het park, in het noordoosten van DNK. Restaurants en cafés in de buurt Voor horeca in DNK is tussen 1.800 tot 2.300 m² bvo ontwikkelruimte vastgesteld voor restaurants en cafés. Concentratiegebieden voor horeca zijn rond station Duivendrecht en oostelijke kop van het park.

Daarbij is in het leefgebied de buurtfunctie van horeca van doorslaggevend belang. Consumenten willen beleving met meerdere functies. Gemeente Ouder-Amstel maakt mengvormen van detailhandel en horeca (blurring) mogelijk, mits passend binnen het alcoholontmoedigingsbeleid.

Ouder-Amstel, Programmatische onderbouwing De Nieuwe Kern, BRO, april 2021

Hoofdstuk 4

64

Kaderstelling commerciële voorzieningen DNK (in m² bvo) Functie

minimaal maximaal

Kantoren en bedrijven (incl. over te hevelen quotum vanuit Amsterdam)

142.000

192.000

Hotels en short-stay

40.000

40.000

Leisurefuncties

15.000

25.000

Detailhandel in boodschappen

2.600

2.900

Horeca in restaurants en cafés

1.800

2.300

201.400

262.200

Totaal commercieel

Afb. 4.2 Schematische en indicatieve kaart functies en zoeklocaties De Nieuwe Kern

Hoofdstuk 4

65

4.4 Duurzaamheid Duurzaam gemengd gebied met flexibele gebouwen Ouder-Amstel gaat gebieden flexibel bestemmen. De toekomstige omgevingsplannen, laten ruimte voor wijzigen en combineren van functies. Vanwege milieu- en andere wetgeving is het vastleggen van sommige functies onvermijdelijk. In een duurzame wereld is elk gebouw op meerdere manieren te gebruiken zonder dat dit bij de wisseling van het gebruik tot grote problemen en/of hoge investeringen leidt. Dit is de eis voor elk nieuw kantoorgebouw. Extra ruimtebeslag en milieubelasting als gevolg van nieuwbouw wordt hiermee voorkomen. Een andere manier is om te werken met geheel demontabele en/of herbruikbare constructies. Meervoudig ruimtegebruik DNK gaat zuinig om met ruimte, onder meer door deze intensief te gebruiken. Meervoudig ruimtegebruik in tijd, functie en per verdieping levert ontwikkelaars, bouwers en andere initiatiefnemers pluspunten op bij de ontwikkeling en tenders. De gevels en daken van bebouwing worden optimaal ontworpen om (zonne)energie op te wekken of bij te dragen aan de veerkracht van de wijk doormiddel van groen/blauwe toepassingen. De Smart Mobility Hub bij de JC ArenA wordt een toonbeeld van meervoudig ruimtegebruik. Energie Het is de ambitie dat DNK energie-neutraal wordt ontwikkeld. Nader onderzoek wordt verricht naar de mogelijkheden voor één pakket voor warmte en koude.

DNK wordt ook aardgasloos. Het plangebied stimuleert minder consumeren van energie en kent alleen energie-neutrale bebouwing. De woningen hebben een energieprestatiecoëfficiënt met als streven 0,15 of lager. Bedrijfsgebouwen moeten evenredig efficiënt omgaan met energie (aantoonbaar met de GPR-score).

Hoofdstuk 4

Daarbij geldt voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energie-neutrale gebouwen (BENG). Die vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD. Circulair gebruik van grondstoffen Ten aanzien van circulariteit wordt nader onderzocht wat concrete en realistische maatregelen kunnen zijn voor DNK. Onderzoek moet de haalbaarheid uitwijzen van een open grondstoffenhub tijdens de bouwperiode, waarvoor tot die tijd ruimte wordt gereserveerd. Huishoudelijke grondstoffen- en afvalinzameling Het streven is dat bewoners, gebruikers en ondernemers 75% van hun ‘afval’ (eigenlijk vooral grondstoffen) aan de bron scheiden en dat het afval dus gescheiden wordt verzameld en opgehaald. Voor De Nieuwe Kern wordt uitgegaan van het continueren van het inzamelsysteem dat ook elders in OuderAmstel al wordt gebruikt, namelijk ondergrondse inzamelcontainers voor gescheiden inzamelen op vaste locaties in de wijk. Hierbij wordt 125 meter als maximale loopafstand aangehouden, wat betekent dat er ongeveer 85-95 inzamelpunten (plastic, GFT, rest) komen in de wijk en minimaal vier locaties met extra containers voor glas, textiel en mogelijk ook luiers. GPR-scoring Voor alle gebouwen gaat de gemeente werken met de zogenaamde GPRmethode.

GPR meet duurzaamheid van woning- en utiliteitsbouw. GPR is in Nederland de meest gebruikte software die de duurzaamheid van gebouwen meetbaar en bespreekbaar maakt. Duurzaamheid wordt in GPR-software zichtbaar in vijf thema’s: energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde (zie figuur).

66

Per thema verschijnt bij toepassing van het programma een waardering op een schaal van 1 tot 10. Als ambitie voor DNK geldt dat per gebouw, ongeacht de functie, gemiddeld een ‘8’ moet worden gescoord. Hoe deze score wordt bereikt (score per elk van de 5 thema's) is vrij te bepalen aan de ontwikkelaar. Wel wordt uitgegaan van een ‘10’ op het thema Energie, aangezien dit de score is die hoort bij energieneutraal. Uitzonderingen zijn mogelijk voor bijzondere gebouwen met functies zoals parkeren of leisure, waarbij het aantoonbaar niet haalbaar is om gemiddeld een 8 te scoren. Bij dergelijke bijzondere gebouwen zijn wel aanvullende maatregelen wenselijk en kan in overleg bekeken worden hoe wel aan de ambities voldaan kan worden.

Afb. 4.3 De vijf duurzaamheidsthema’s van de GPR-methodiek

4.5 Groen & water Uitgangspunten voor groen Groen is een van de kernwaarden van DNK en komt geïntegreerd terug in de wijk. Kernbegrippen hierbij zijn uitnodigend en toegankelijk groen, maar ook variatie, verrassing en interactie en biodiversiteit. Uitgangspunt is dat er een goede groeiplaats voor bomen gerealiseerd moet worden. In een volgende fase/uitwerking wordt dit nader omschreven en wordt uiteindelijk per type boom en groeiplaats (verhard/onverhard) een oplossing gegeven (in een zogenaamde Boom Effect Analyse). In principe worden er geen bomen toegepast in (straat)verharding, maar wel in middenbermen of in boomvakken. Bomen moeten zowel boven- als ondergronds voldoende ruimte krijgen om tot volle wasdom te kunnen komen. Nader onderzoek is gewenst (in een latere plan fase) om te bezien of beeldbepalende en goed verplantbare inheemse bomen die nu in het gebied staan waar mogelijk in te passen zijn in het nieuw ontwikkelde stedelijk gebied. Wijk van de toekomst Ontwikkelaars en architecten worden uitgedaagd veerkrachtige en gezonde gebouwen te ontwerpen. Dit betekent dat groenstructuren langs, op, aan, en in gebouwen worden vervlochten, hemelwater wordt hergebruikt en verhard oppervlakte wordt geminimaliseerd. Daarnaast wordt er nagedacht over natuur-inclusieve maatregelen en het voorkomen van hittestress.

Het groen wat wordt toepast rond bebouwing is divers en oogt gecultiveerd. Er is ook aandacht voor de effectiviteit, kwaliteit en levensduur van de beplanting. Denk hierbij aan de keuze voor groen/blauwe daken in plaats van groene daken en klim- en hangplanten in plaats van gevelsystemen.

Hoofdstuk 4

67

Richting geven aan waterbeleving Water vormt eveneens een belangrijke waarde in DNK. Doorstroming en opvang van water is belangrijk (zie ook duurzaamheid en klimaatbestendigheid). Daarnaast worden de kansen benut van de veelzijdigheid van het water om er te kunnen spelen, te verkoelen, te wonen aan het water, te vissen, het bevorderen van biodiversiteit enzovoorts. Hierbij zijn natuurvriendelijke oevers van belang. Waterberging en waterlopen De primaire waterlopen en waterkeringen worden onderdeel van het stedenbouwkundig raamwerk en worden zo nodig verschoven om bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit van de woonwijken. De positie van de bestaande duikers in het gebied wordt in principe gehandhaafd, behalve waar zij niet passen in de nieuwe waterstructuur. Om het gebied goed te kunnen ontwateren wordt er sowieso een regelmatig patroon van waterlopen aangelegd. Watercompensatie Door de ontwikkeling van DNK neemt het verhard oppervlak toe en de bergingscapaciteit af. Voor DNK geldt dat 10% van de toe te voegen verharding moet worden gecompenseerd in oppervlaktewater, tot een maximum van 10% van het totale plangebied. Ook moet het huidige wateroppervlak in stand gehouden worden. Bij demping van water geldt 100% compensatieplicht. De watercompensatie moet in hetzelfde peilgebied plaatsvinden en in open verbinding staan met de rest van het watersysteem in hetzelfde peilgebied.

Voor de kavels die grenzen aan - en direct lozen op - het oppervlaktewater kan de eis gesteld worden om hemelwater te bergen op daken en particuliere terreinen. Eventueel disfunctioneren heeft dan geen invloed op de gemeentelijke infrastructuur. De optie om waterberging met andere functies te combineren, zoals met sportvelden of daken, dient nadrukkelijk te worden

Hoofdstuk 4

bekeken. Wel is het van belang dat vuil hemelwater wordt voorgezuiverd alvorens het te lozen op het oppervlaktewater. Ook zijn uitlogende materialen in de buitenschil van gebouwen of in openbare ruimten niet toegestaan. Beperken van wateroverlast De openbare ruimte dient sowieso te zijn ingericht om een korte heftige regenbui te verwerken zonder dat er overlast optreedt (rainproof). Theoretisch gaat het om buien van 75 millimeter in één uur en 90 millimeter in twee uur. De ontwateringseis is minimaal 0,90 meter onder maaiveld, maar vanuit de ambities met betrekking tot toekomstbestendig, robuust en klimaatadaptie gaat de voorkeur uit naar een ontwateringsdiepte van ca 1,3 meter onder maaiveld. Dit geldt overal binnen DNK, ook voor het gebied ter plaatse van P2 dat buiten de nieuwe waterkering zal vallen. Mogelijk zijn (beperkte) ophogingen dus ook in dit gebied noodzakelijk.

Voor het rainproof inrichten van de openbare ruimte dienen in ieder geval de volgende maatregelen beschouwd te worden:  zorgen voor voldoende verschil tussen vloerpeil en straatpeil (vloerpeil minimaal 15 cm hoger dan de as van de weg);  toevoegen tijdelijke waterberging in de openbare en private ruimte, zoals vegetatiedaken, opvangconstructies onder wegen en wadi’s;  groenzones benutten als tijdelijke waterberging;  multifunctioneel ingerichte buitenruimte, bijvoorbeeld spelen combineren met groen en waterberging;  wateroverlast knelpunt van de Holterbergweg verhelpen. Verwerking van stedelijk afvalwater Aansluitend op het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) Ouder-Amstel 20182022) hanteert de gemeente Ouder-Amstel de volgende voorkeursvolgorde voor het maken van keuzes in de verwerking van stedelijk afvalwater:

68

      

ontstaan van afvalwater voorkomen of beperken; verontreiniging van afvalwater voorkomen of beperken; afvalwaterstromen gescheiden houden, tenzij niet scheiden geen nadelige gevolgen heeft; huishoudelijk afvalwater en vergelijkbaar afvalwater gaat naar een zuiverende voorziening; ander afvalwater na retentie en zuivering bij de bron hergebruiken; ander afvalwater na retentie en zuivering lokaal in het milieu brengen; ander afvalwater gaat naar rioolwaterzuiveringsinstallatie.

Peilgebieden en keringen Het plangebied van DNK strekt zich uit over verschillende polders. Door verplaatsing van de waterkering wordt het woon- en werkgebied in één peilvak ontwikkeld (polderpeil -2,5 NAP), met uitzondering van het P2 gebied. Voor de watercompensatie dient dan ook binnen ditzelfde peilgebied het nieuwe oppervlaktewater te worden gerealiseerd. De nieuwe waterkering tussen de Venserpolder en Polder de Toekomst vormt een onderdeel van de toekomstige groenstructuur van de nieuwe wijk. Waardevolle boomplanting/bomen wordt/worden indien technisch en financieel mogelijk herplaatst. Watersysteem en doorvoerroutes De doorvoerroute vanaf station Duivendrecht richting de verbinding bij de Holterbergweg kan verschillende vormen aannemen. Indien bij de uitwerking wordt besloten om doorvoerroutes te verplaatsen moet er rekening gehouden worden met een sluitend watersysteem. Nader onderzoek moet uitwijzen hoe de verbinding onder de Holterbergweg uitgewerkt kan worden. Dit wordt meegenomen als onderdeel van de nadere uitwerking van de waterstructuur in een watergebiedsplan. Een andere mogelijkheid is het realiseren van een oostelijke en westelijk watersysteem. In beide situaties is het uit-

Hoofdstuk 4

gangspunt het afvoeren richting het gemaal van de Venserpolder. In afbeelding 4.4 is een schematische weergave van de voorkeursvariant voor de waterstructuur weergegeven. Waternet De volgende punten met betrekking tot DNK zijn afgesproken met waterbedrijf Waternet:  Het gebied is rainproof en hemelwater wordt vertraagd afgevoerd  Het gebied voldoet aan de grondwaternorm van gemeente Ouder-Amstel en kruipruimteloos bouwen (parkeergarages worden waterdicht uitgevoerd)  Waterkeringen worden gerespecteerd en kademuren zijn grondwater doorlatend.  Bruggen hebben een minimale doorvaarthoogte van 1,50 meter en doorvaarbare breedte van minimaal 6 meter  Bij onderhoud vanaf de kant is een vrije strook langs beide zijden van de watergang van minimaal 5 meter aanwezig.  In DNK kunnen duikers alleen worden toegepast met goede onderbouwing en max. lengte van 30 meter. De Holterbergweg is breder, daarom vraagt dit om nader onderzoek. Dit wordt meegenomen als onderdeel van de uitwerking van de waterstructuur in een watergebiedsplan.  Afvoeren van water gebeurt richting het gemaal van de Venserpolder, met minimaal twee aansluitingen.  PVE-beheer is van kracht.

69

Afb. 4.4 Schematische en indicatieve kaart groen- en waterstructuur De Nieuwe Kern

Hoofdstuk 4

70

4.6 Aantrekkelijkheid & ruimtelijke kwaliteit Volkstuinen als logisch onderdeel van DNK Het uitgangspunt is dat de volkstuinen merendeels blijven bestaan, waarbij een andere indeling zorgt voor meerwaarde en ruimte voor nieuwe functies als verbinding met de wijk. De hoofdroute door de volkstuinen wordt het gehele jaar openbaar toegankelijk voor langzaam, recreatief verkeer, waarbij de inprikkers en tuinen in beheer van de volkstuinders zelf blijven. Dit betreft een recreatieve route waaraan nieuwe functies gesitueerd kunnen worden die ontmoeting stimuleren. Deze route heeft zowel een aansluiting aan de noordzijde (richting de Van der Madeweg en de huidige parkeerplaats op de Buitensingel ten oosten van Tuinpark Ons Lustoord) als aan de zuidzijde (aansluiting met de nieuwe wijk en het centrale park). Langs de route zullen meerdere functies gerealiseerd worden waarbij Ouder-Amstel het belangrijk vindt dat hierbij functies zitten die ontmoeting tussen bewoners en tuinders stimuleren. Hier liggen kansen om in te spelen op de trends en ontwikkelingen van collectieve moestuinen, pluk- en beleeftuinen, theetuinen, moestuinen voor voedselbanken, educatie met betrekking tot flora & fauna, e.d.. Uitwerking in overleg Uitwerking van de plannen voor de tuinparken zal een eigen proces kennen, dat door de grondeigenaar (Amsterdam) wordt opgepakt na vaststelling van de Structuurvisie.

Deze uitwerking dient binnen de kaders van de Structuurvisie plaats te vinden, net als alle andere planuitwerkingen binnen het gebied. (voor de kaders verwijzen we kortheidshalve naar de hoofdstukken 2 en 3). Hierbij zullen ook ontwerpafspraken worden gemaakt over mogelijke aanpassingen van het terrein, voorkomen van overlast van scooters/e-bikes en waarborgen van de veiligheid in de breedste zin (bijvoorbeeld door middel van afsluitbare inprikkers en toegankelijkheid voor nood- en hulpdiensten). Met nieuwe verbindingen en logische routes worden de tuinen op natuurlijke

Hoofdstuk 4

wijze aangesloten op De Nieuwe Kern. Een separate verbinding zal het snelle fietsverkeer om de volkstuinen heenleiden. De gemeente Ouder-Amstel bewaakt de kaders en randvoorwaarden die in de Structuurvisie zijn benoemd. Beeldkwaliteit uitwerken om aantrekkelijkheid te borgen Voor De Nieuwe Kern wordt de beeldkwaliteit nader uitgewerkt om zo de aantrekkelijkheid en uniciteit van de wijk te borgen. De Structuurvisie geeft hiervoor met het ambitiebeeld een aanzet. De beeldkwaliteit is leidend voor de verdere ontwikkeling. Met een kwaliteitsteam wordt hier verder regie op gevoerd (vervolgstap). In hoofdstuk 5 wordt hier nader op ingegaan.

4.7 Bereikbaarheid & mobiliteit Prioriteit langzaam en duurzaam verkeer DNK kent een duurzaam en integraal mobiliteitsconcept, dat voorrang geeft aan langzaam (lopen, fietsen) en duurzaam verkeer. Wijkvoorzieningen komen dichtbij langzaam-verkeer verbindingen. De langzaam-verkeer routes in DNK zijn zoveel mogelijk onderdeel van een regionale route. Zo verbetert ook de onderlinge bereikbaarheid tussen Duivendrecht en Ouderkerk aan de Amstel, met onder meer een verbinding door de Amstelscheg. Het langzaam-verkeernetwerk verbindt daarbij DNK met de ArenAPoort, Zuidoost en via het Amstelkwartier de Amsterdamse binnenstad. De langzaam-verkeer verbindingen met de OV-knooppunten zijn veilig, aantrekkelijk en optimaal te gebruiken voor duurzame mobiliteit. Daarnaast moet de inrichting en positionering van gebouwen fiets- en OV gebruik stimuleren en tegelijkertijd het autoparkeren verminderen.

71

Fiets/voetgangersverbindingen uitgelicht Eén belangrijke nieuwe langzaam-verkeersroute is de route van Duivendrecht via DNK naar Ouderkerk aan de Amstel. Binnen deze route bestaan nu twee grote barrières. 1) Station Duivendrecht: hier komt een nieuwe fiets/voetgangersverbinding onder het spoor door. 2) De A2: Er bestaan ambities voor een verbinding voor langzaam verkeer vanuit De Nieuwe Kern over de A2 door middel van een brug. Deze route sluit aan de westelijke zijde aan op een fietsverbinding richting de Amstel. Bezoekers van de ArenA maken vooral gebruik van station Bijlmer-ArenA. Daarnaast lopen bezoekers naar en van station Duivendrecht, vooral voor de treinverbinding oost-west. Het is belangrijk om deze loop- en fietsroute zo te positioneren en in te richten dat de bewoners van de woonwijk er geen last van hebben én dat de routes aantrekkelijk zijn voor de gebruikers. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat er een uitgebreid netwerk van langzaam verkeersverbindingen komt, zowel oost-west als noord-zuid en dan ook aan beide kanten van de Holterbergweg. Autobereikbaarheid De Holterbergweg krijgt op een drietal punten in DNK een kruising voor het autoverkeer de woongebieden in. Een parallelweg langs de Holterbergweg is onwenselijk.

Indien er langs de Holterbergweg functies gerealiseerd worden waarbij autobereikbaarheid van belang is, moet dat op een andere wijze opgelost worden. Via de Holterbergweg en de Burgemeester Stramanweg is de A2 goed te bereiken. Scheiding evenementen- en bestemmingsverkeer Uitgangspunt is de scheiding tussen evenementen- en bestemmingsverkeer binnen de DNK. Daarvoor worden twee nieuwe wijkontsluitingen voorgesteld

Hoofdstuk 4

die op de Holterbergweg aantakken. Eén aansluiting ligt aan de noordkant, dicht bij de spoortaluds, de andere bij De Passage - Borchlandweg. Daarbij wordt er vanuit de wijken op de verlengde Joan Muyskenweg / Stationsstraat aangesloten via de Buitensingel en Station Duivendrecht. Dit geeft een tweezijdige ontsluiting, waardoor De Nieuwe Kern tijdens evenementen vanuit het noorden ontsloten kan worden. Station Duivendrecht Station Duivendrecht biedt goede OV-verbindingen, zowel noord-zuid als oost-west. Het is nu echter nog vooral een kruis/overstapstation en dat uit zich in de opzet en uitstraling. Dit uit zich op de volgende manieren:  Het gehele station is opgetild en ligt op de eerste verdieping.  De belangrijkste ruimten bevinden zich binnen.  Er is geen stationsgebouw met een herkenbare entree op maaiveld. De capaciteit en de uitstraling (en daarmee het gebruik) van het station kan beter benut worden als Station Duivendrecht ook een in- en uitstap station wordt. Daarbij is vooral een goede verbinding met het maaiveld en de directe omgeving van groot belang. Het verbeteren van de uitstraling en de toegankelijkheid van Station Duivendrecht is van groot belang om een prettige stationsomgeving te creëren en het OV gebruik te stimuleren.

Evenementen parkeren: scheiden auto’s en plek voor bussen ArenAPoort ligt direct ten zuiden van De Nieuwe Kern en is een uitgaansgebied met grootschalige detailhandel, sport en entertainment. Bezoekers komen tegelijk op één avond met tienduizenden auto’s en het openbaar vervoer. Dit geldt in extreme mate tijdens ‘triples’. Uitgangspunt voor de verkeersstructuur is scheiden van bestemmings- en evenementenverkeer. De parkeervoorziening in de SMH is bereikbaar via de Passage. Het huidige terrein voor de risicobussen (ten noorden van de ArenA) blijft op dezelfde plek.

72

De voorkeur voor ontsluiting van de risicobussen gaat achter de ArenA langs naar de Burgemeester Stramanweg. Naast het evenementenverkeer is er bij start en einde van het evenement ook een stroom reguliere gebruikers: bewoners, forenzen, bezoekers van winkels en horeca. Om de verkeersstromen in goede banen te leiden zal ook aan de reguliere gebruikers informatie moeten worden gegeven en regie op moeten plaatsvinden.

behoefte aan parkeren. Zodoende geldt voor DNK een gedifferentieerde normering. De scheiding ligt op de Holterbergweg. Belangrijk is het harmoniseren van het parkeerbeleid en parkeertarieven om uitwijkgedag te voorkomen. Afb 4.5 Schematische en indicatieve kaart hoofdinfrastructuur en langzaam verkeer

Uitgangspunten auto-parkeren algemeen Het parkeren van auto’s is ondergeschikt aan andere functies. Hoe dichter een woon- en werkgebied bij een openbaar vervoerknooppunt ligt, hoe meer dit principe geldt. De eigen parkeerbehoefte voor DNK moet opgelost worden binnen DNK. Bewoners en werknemers in DNK krijgen geen ontheffing/parkeervergunning om elders te parkeren. Voor bewoners komen er vooral gebouwde oplossingen. Een mogelijke oplossing is het parkeren per buurt te centraliseren in buurthubs of wijkhubs. Deze buurthubs kunnen tevens fungeren als aflever- of verzamelpunten voor pakketbezorging. Ook voor maatschappelijke/recreatieve functies, waaronder sportparken en volkstuinparken, gelden restrictieve normen vanwege de uitstekende bereikbaarheid met het openbaar vervoer. Uitgangspunt voor de parkeernormen is de parkeernota van Ouder-Amstel, maar onderstaand zijn een aantal belangrijke uitgangspunten nader toegelicht. Betaald parkeren Ouder-Amstel wil voorkomen dat evenementenparkeerders de bewoners en werknemers hinderen. Daarom komt in DNK betaald parkeren. Bij stations Duivendrecht en Bijlmer-ArenA is de bereikbaarheid per OV zodanig goed dat het parkeren zeer beperkt is. Op grotere afstand van de stations is meer

Hoofdstuk 4

Parkeernormen voor woningbouw Voor woningen zijn de parkeernormen gemiddelden, omdat de normen per woningtype zullen verschillen. Ten oosten van de Holterbergweg komt maximaal 0,5 parkeerplaats per woning. Ten westen van de Holterbergweg is het minimum 0,5 en maximaal 1,5 parkeerplaats per woning. Deze normering is

73

inclusief het bezoekersparkeren. Eén parkeerplaats voor een deelauto vervangt 4 reguliere parkeerplaatsen. Parkeren kantoorlocaties DNK voorziet in twee kantoorconcentratiegebieden, gelegen direct bij de NSstations. De toekomstige kantoren zijn uitstekend met het OV bereikbaar, zodat de parkeernorm laag kan zijn. Als de parkeerplaatsen alleen voor het kantoor zelf zijn bedoeld, geldt een norm van maximaal 1 parkeerplaats per 250 m2 bvo. Er wordt gestuurd op het geven van mobiliteitsadvies bij de ontwikkeling van kantoren en bedrijven. Oplaadmogelijkheden elektrische voertuigen Voor laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen op eigen terrein van bewoners en ondernemers moet de hoofdinfrastructuur aanwezig zijn. Ook in de openbare ruimte zullen mogelijkheden voor opladen van elektrische voertuigen hebben. Deze infrastructuur wordt bij voorkeur geplaatst op strategische zichtlocaties in de nabijheid van woningen / bedrijven van potentiele gebruikers. De voorkeur gaat uit naar centrale, goed bereikbare plekken in de wijken, zoals langs wijkontsluitingswegen of doorgaande wegen. Hiermee wordt voorkomen dat er grote verkeersstromen ontstaan binnen woonwijken wanneer elektrisch vervoer zijn vlucht neemt. Maatwerk gecombineerd parkeren Om het OV-gebruik te stimuleren is er bij de stations behoefte aan Park & Ride (P&R) voorzieningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15946143/1