Bijlage 2: Samenvatting concept OER Schinkelkwartier definitief.pdf
Tekst van het document
0/0/-
0 0
-
0/+
0 0
0 0
0
+
0
+
0/-
0/+
0/-
+
0/+
+
0/+ 0
+ 0
Verandering van veiligheidsrisico’s Verandering in concentraties (toetsing Wm en WHO waarden) Verandering in concentraties (toetsing Wm en WHO waarden)
Figuur 30 – Overzichtstabel effectbeoordeling omgevingsaspecten
28
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
7 Flexibiliteit en monitoring 7.1 Flexibiliteit Ruimte voor flexibiliteit in de planvorming is belangrijk om te kunnen omgaan met onzekerheid. Daarbij gaat het om flexibiliteit ten aanzien van programma en fasering. Om die reden is gekozen voor een dynamisch OER. De effecten, keuzes en spelregels in het OER zijn gebaseerd op de nu aanwezige kennis en het voorspellend vermogen van modellen en experts. Door te monitoren kan ‘vinger aan de pols’ worden gehouden en kan waar nodig worden bijgestuurd. Bijsturen kan door de spelregels aan te passen, bijvoorbeeld om ongewenste effecten te voorkomen. Als de optredende effecten dermate groot zijn, kan dit betekenen dat een nieuwe keuze nodig is. Programmatische veranderingen Een wijziging in het programma kan gevolgen hebben voor diverse aspecten van de fysieke leefomgeving, in het bijzonder voor verkeersintensiteiten, geluid en luchtkwaliteit. Meer of minder programma in Schinkelkwartier zal leiden tot wijziging van verkeersintensiteiten en daarmee van kruispuntbelastingen. Bij een beperkte toename van het programma (circa 10 procent) zijn ook de effecten beperkt en zal hoogstens lokaal een significant effect optreden. Bij een grotere programmatische toename kunnen aanvullende maatregelen nodig zijn of moeten zelfs bepaalde keuzes heroverwogen worden.
Als bijvoorbeeld door een aanzienlijke uitbreiding van het programma het verkeer dermate toeneemt dat diverse kruisingen vastlopen, kan een strenger maatregelenpakket wenselijk zijn om het autogebruik terug te dringen. Een wijziging van het programma en de daarmee samenhangende verkeerseffecten kan ook gevolgen hebben voor geluidbelasting en luchtverontreiniging. Overigens moet deze impact niet worden overschat. De vuistregel is dat 30 procent meer of minder verkeer circa 1 dB en 1 microgram/m3 bijdrage of afname oplevert. Verder leidt een aanpassing van het programma tot meer of minder mensen in milieubelast gebied, en daarmee tot een gewijzigd groepsrisico en een verandering van het aantal geluidgehinderden. Gedurende de transformatie van Schinkelkwartier kan ook sprake zijn van verschuivingen in programma tussen deelgebieden. Een dergelijke verschuiving heeft impact op het aantal auto’s op specifieke kruisingen en wegen. Ook kunnen meer of minder personen in een milieubelast gebied gesitueerd worden. Voor de spelregels maken dergelijke verschuivingen in principe geen verschil. De benodigde maatregelen (bijvoorbeeld ten aanzien van afscherming) veranderen in principe niet. Fasering De transformatie van Schinkelkwartier heeft geen vooraf gesteld eindpunt, maar het gebied zal geleidelijk verkleuren naar een gemengd stedelijk gebied.
Ook de volgorde van de transformatie van de deelgebieden en het uitvoeren van maatregelen zijn niet op voorhand vast te stellen. Op voorhand zijn enkele factoren aan te wijzen die van invloed zijn op de fasering. De gemeente is voor de planning van de transformatie van Schinkelkwartier voor een belangrijk deel afhankelijk van de bereidheid van marktpartijen om te ontwikkelen. Daarom wordt het principe ‘regisseren waar het moet en faciliteren waar het kan’ gehanteerd. Voor de ontwikkeling van deelgebied Riekerpark is de gemeente niet afhankelijk van private initiatieven. Wel geldt dat die ontwikkeling pas kan starten als
29
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
het huidige gebruik eindigt. Hetzelfde geldt voor de aanleg van de geluidswal in de sporendriehoek. Verder is relevant dat eventuele transformatie van de terreinen NLR en Global Switch naar verwachting pas op langere termijn aan de orde is, zodat het daar beoogde programma nog niet wordt gerealiseerd. Uit het OER volgen maatregelen die richtinggevend zijn voor de fasering. In de huidige situatie zijn grote delen van Schinkelkwartier niet geschikt voor woningbouw. Om daar ruimte voor te creëren is het van belang om in een vroeg stadium afschermende geluidsmaatregelen te realiseren en afschermende eerstelijnsbebouwing te stimuleren. Bij voorkeur loopt de realisatie van afschermende geluidsmaatregelen zo veel mogelijk vooruit op woningbouwinitiatieven. Zo ontstaan immers afgeschermde deelgebieden en kunnen kostenverhogende gevelmaatregelen worden voorkomen. In Schinkelhaven zijn gedeeltelijke dezonering en zekerheid over verplaatsing van de zandoverslag belangrijk om ruimte te maken voor woningbouw. De benodigde maatregelen voor mobiliteit worden gefaseerd over een langere periode uitgevoerd. Gelijktijdig met de nadere planuitwerking per deelgebied zullen ook deze maatregelen nader worden uitgewerkt. Autogebruik terugdringen door het aantal parkeerplaatsen te beperken (via een lage maximum parkeernorm) is vanaf het begin van de transformatie noodzakelijk.
Voor andere functies dan wonen kan dat als het openbaar vervoer aanzienlijk is verbeterd. Het verplaatsen van metrostation Henk Sneevlietweg en de aanleg van de centrale fietsroute zijn in een vroeg stadium van belang om de bereikbaarheid te verbeteren en daarmee private initiatieven te faciliteren. Omdat de transformatie van Schinkelkwartier een lange tijd kan duren, kunnen aanleg- en bouwwerkzaamheden tot tijdelijke hinder leiden, zoals hinder door bouwverkeer, heiwerkzaamheden en stof. Om deze hinder te beperken moeten maatregelen worden getroffen. Monitoring is daarbij van belang om waar nodig de maatregelen aan te kunnen scherpen.
7.2 Monitoring Aanleiding Het is op voorhand moeilijk te voorspellen hoe de geleidelijke transformatie van Schinkelkwartier zich de komende decennia ontwikkelt. De ontwikkelingen in die periode hebben invloed op de toekomstige ontwikkelmogelijkheden in Schinkelkwartier. Denk aan maatschappelijke en economische ontwikkelingen (bijvoorbeeld gemiddelde woninggrootte of verplaatsing van bedrijven), veranderende mobiliteit (bijvoorbeeld zelfrijdende auto’s of doortrekking Noord/Zuidlijn), technologische ontwikkelingen (bijvoorbeeld verbeterde technieken bedrijven), klimaatverandering en ontwikkelingen op gebied van energie (bijvoorbeeld geothermie). In het OER zijn omgevingseffecten, nadere keuzes en de mate van doelbereik voor Schinkelkwartier in beeld gebracht. Op basis daarvan zijn spelregels opgesteld waarmee de ambities behaald worden. Om de basis te kunnen bieden voor toekomstige ruimtelijke besluiten is gekozen voor een dynamisch OER, waarbij monitoring essentieel is. Het raamwerk van te monitoren indicatoren wordt in een nader op te stellen monitoringsplan uitgewerkt. Systematiek Om de resultaten van het OER actueel te houden is monitoring van de ontwikkelingen belangrijk. De resultaten van de beoordeling van de omgevingseffecten en de voorkeursalternatieven bieden de
30
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
basis voor monitoring. Na het doorlopen van de m.e.r.-procedure wordt een monitoringsplan opgesteld. Belangrijke onderdelen daarin zijn: Een beschrijving van de context en doelen van het monitoringsplan Een procesbeschrijving van het monitoringsprogramma (waaronder frequentie van monitoring, publicatie en de wijze van betrekken andere partijen) Een overzicht van objectief meetbare indicatoren Een beschrijving van de wijze van dataverzameling Een beschrijving van de wijze van evaluatie Een beschrijving van de wijze waarop bijsturing plaatsvindt Inzicht in de wisselwerking tussen OER, monitoringsprogramma en ontwikkelingen. Uitgangspunt is om tweejaarlijks een monitoringsrapportage op te stellen, waarin een nader vast te stellen monitoringsprogramma wordt gemonitord. Deze rapportage bevat alle relevante informatie over de te monitoren indicatoren en laat zien hoe het met de transformatie gesteld is. Als uit de evaluatie blijkt dat ongewenste effecten optreden of ambities in gevaar komen, kan bijgestuurd worden. Bijsturen kan betekenen dat bijvoorbeeld tussentijds het spelregelkader wordt aangepast of het OER wordt aangevuld. Dit sluit goed aan op de systematiek van de Omgevingswet en geeft bestuurders de mogelijkheid om ‘vinger aan de pols’ te houden.
31