Bijlage 2: Samenvatting concept OER Schinkelkwartier definitief.pdf
Tekst van het document
Samenvatting Concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Colofon Antea Group Tim Artz Just Verhoeven Kjell Spillekom Gemeente Amsterdam Klaas-Jan Dolman (projectleider) Ruben Dijkhof Versie oktober 2020 Contact schinkelkwartier@amsterdam.nl
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Inhoud 1 Inleiding...................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................ 4 1.2 Omgevingseffectrapport (OER)............................................................................................. 4 1.3 Doel van het OER.................................................................................................................. 4 2 Transformatieopgave Schinkelkwartier ........................................................................ 5 2.1 Beschrijving plangebied ........................................................................................................ 5 2.2 Uitgangspunten programma ................................................................................................. 5 2.3 Ambities .............................................................................................................................. 6 2.4 Ontwikkelstrategie............................................................................................................... 6 3 Methodiek OER ...........................................................................................................
7 3.1 Huidige en referentiesituatie ................................................................................................. 7 3.2 Alternatieven voor nadere keuzes ......................................................................................... 8 3.3 Flexibiliteit en monitoring ..................................................................................................... 8 4 Huidige en referentiesituatie ....................................................................................... 9 4.1 Duurzame inrichting ............................................................................................................. 9 4.2 Mobiliteit ........................................................................................................................... 11 4.3 Gezonde leefomgeving ....................................................................................................... 12 4.4 Energie en circulariteit ........................................................................................................ 15 5 Nadere keuzes...........................................................................................................
17 5.1 Uitbreiding groenstructuur...................................................................................................17 5.2 Aanpassing watersysteem .................................................................................................. 18 5.3 Omgang met cultuurhistorische waarden ............................................................................ 19 5.4 Verschuiving mobiliteit ....................................................................................................... 19 5.5 Maatregelen gevoelige functies bij infrastructuur ................................................................. 21 5.6 Woningbouw en vliegverkeer .............................................................................................. 23 5.7 Milieucontouren bedrijven .................................................................................................. 24 5.8 Verduurzaming energiesysteem.......................................................................................... 25 5.9 Circulariteit ........................................................................................................................ 26 6 Overzicht effectbeoordeling ......................................................................................
27 7 Flexibiliteit en monitoring ......................................................................................... 29 7.1 Flexibiliteit ......................................................................................................................... 29 7.2 Monitoring ......................................................................................................................... 30
3
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Om de beoogde groei van Amsterdam mogelijk te maken zijn in Koers 2025 mogelijke woningbouwlocaties aangewezen. Schinkelkwartier is een van die locaties. Lange tijd was Schinkelkwartier een geïsoleerd en gefragmenteerd gebied aan de rand van de stad. Door een voortschrijdende ontwikkeling van de Amsterdamse zuidflank ligt Schinkelkwartier inmiddels op een strategische locatie tussen de Zuidas en luchthaven Schiphol. De transformatie van Schinkelkwartier is kansrijk, aangezien hier nog veel ruimte is voor verdere verdichting, ook op in erfpacht uitgegeven terrein. Hier zijn bij uitstek kansen voor het ontwikkelen van een stedelijk gebied, waar groen, economie en wonen elkaar versterken.
1.2 Omgevingseffectrapport (OER) Voor ontwikkelingen met mogelijke nadelige milieugevolgen is het opstellen van een Milieueffectrapport (MER) wettelijk verplicht. Vanwege de omvang van de beoogde ontwikkeling in Schinkelkwartier geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Omdat belangrijke nadelige milieugevolgen niet op voorhand kunnen worden uitgesloten, is besloten om een MER op te stellen en een m.e.r.procedure te doorlopen. In de geest van de aanstaande Omgevingswet is het MER voor Schinkelkwartier opgesteld als Omgevingseffectrapport (OER). Het OER Schinkelkwartier heeft een brede reikwijdte waarin alle aspecten van de fysieke leefomgeving zijn betrokken.
1.3 Doel van het OER Het doel van een m.e.r.-procedure is om in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen het milieubelang volwaardig mee te nemen. Parallel aan de principenota Schinkelkwartier is als eerste stap in de m.e.r.-procedure de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) MER opgesteld. De m.e.r.procedure, waarmee het OER Schinkelkwartier uiteindelijk bestuurlijk wordt aanvaard, is gekoppeld aan een bestemmingsplan of omgevingsplan voor een concrete ontwikkeling in Schinkelkwartier. Tot het moment van bestuurlijke aanvaarding is daarom sprake van een concept OER. Om Schinkelkwartier tot gemengde stadswijk te kunnen transformeren en het gewenste programma te kunnen realiseren zijn keuzes nodig. Om het milieubelang volwaardig mee te nemen in de besluitvorming is onderzoek naar de omgevingseffecten en mogelijke andere (milieuvriendelijkere) alternatieven voor bepaalde keuzes van belang. In het concept OER hebben we daarom nadere keuzes gedefinieerd, verschillende alternatieven beoordeeld en voorkeursalternatieven benoemd. Om optimaal gebruik te kunnen maken van de uitkomsten is het concept OER tegelijk opgesteld met de projectnota Schinkelkwartier, waarin de haalbaarheid centraal staat.
De uitkomsten van het concept OER vormden, samen met overwegingen over fasering, financiën en draagvlak, de basis voor het stedenbouwkundig kader en de ontwikkelstrategie voor Schinkelkwartier. Het OER is daarmee als inhoudelijke onderlegger richtinggevend geweest voor de projectnota. Via periodieke monitoring wordt het OER actueel gehouden, zodat het ook de basis biedt voor toekomstige ruimtelijke besluiten in Schinkelkwartier.
4
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
2 Transformatieopgave Schinkelkwartier 2.1 Beschrijving plangebied Schinkelkwartier ligt in de zuidwesthoek van Amsterdam en heeft een oppervlakte van circa 175 hectare (figuur 1). Het plangebied grenst aan de oostkant aan de Schinkel en ligt op de kop van de groene scheg die naar de Nieuwe Meer en het Amsterdamse Bos leidt. Schinkelkwartier ligt ingeklemd tussen barrières van water en infrastructuur en wordt doorsneden door de ringspoorbaan en autosnelwegen. De infrastructuur in het plangebied leidt tot een verdeling in zes deelgebieden: Schinkelhaven, Riekerpark, Sloterstrip, Nieuwe Meer Oost, Nieuwe Meer West en De Plantijn.
Figuur 1 – Plangrens en deelgebieden Schinkelkwartier
Schinkelkwartier is van oudsher een vestigingslocatie voor ruimte-extensieve functies zoals bedrijven, kantoren, zorginstellingen en uiteenlopende perifere functies, zoals sportvelden, distributiecentra, opslag en stalling, datacenters en stadsdeelwerven. De meeste grond in Schinkelkwartier heeft de gemeente in erfpacht uitgegeven. Een aantal percelen in de deelgebieden Schinkelhaven en Nieuwe Meer West is eigendom van particulieren. Alleen in deelgebied Riekerpark heeft de gemeente relatief veel eigen grond, die nog uitgegeven kan worden.
2.2 Uitgangspunten programma In de principenota Schinkelkwartier staan de ambities: het transformeren en verdichten van een geïsoleerd werkgebied tot een levendige, inclusieve en duurzame stadswijk die goed verbonden is met de omgeving. Als richtlijn voor het OER Schinkelkwartier is uitgegaan van 11.000 woningen, 1.020.000 m2 werkruimte (ten opzichte van circa 700.000 m2 in de huidige situatie) en 350.000 m2 maatschappelijke en commerciële voorzieningen. Schinkelkwartier wordt daarmee een gebied waar 22.0oo mensen kunnen wonen en 44.500 mensen kunnen werken.
5
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Uitgangspunt voor het wonen is 40 procent sociale huur, 40 procent middelduur en 20 procent vrije sector. Het werkprogramma concentreert zich niet alleen op kenniswerk, maar ook op productieve bedrijvigheid. Daarnaast is er ruimte voor winkels, horeca, leisure en detailhandel, zoals een meubelzaak of compacte bouwmarkt. De wijk krijgt een divers en hoogwaardig voorzieningenpakket met scholen, een huis van de wijk, buurtkamers, zorgvoorzieningen, sportfaciliteiten en veel groen.
2.3 Ambities Voor de transformatie van Schinkelkwartier zijn zes ambities geformuleerd, die de basis vormen voor de beoordeling in het OER. Het gaat om doelen op hoofdlijnen die richtinggevend zijn voor de transformatie en het eindbeeld op de lange termijn. De zes geformuleerde ambities zijn: stedelijkheid ruimtelijke kwaliteit bereikbaarheid gezondheid en veiligheid duurzaamheid sociale inclusiviteit Per ambitie zijn de belangrijkste indicatoren beschreven, waarop het behalen van de ambitie (‘mate van doelbereik’) wordt beoordeeld. Voorbeelden van indicatoren zijn bebouwingsdichtheid, hoeveelheid groen, doorstroming auto’s, milieubelasting, aandeel duurzame energie en sociale samenhang met omliggende wijken.
2.4 Ontwikkelstrategie De mate waarin de gemeente de transformatie van Schinkelkwartier stuurt, is van invloed op het behalen van de zes geformuleerde ambities. Bij de transformatieopgave hanteert de gemeente als algemeen sturingsprincipe ‘uitnodigingsplanologie’. Dit betekent dat de markt invulling geeft aan de ontwikkelingen, via de private partijen in het gebied. De ontwikkelstrategie voor Schinkelkwartier gaat uit van een gefragmenteerd gebied, dat alleen ontwikkeld kan worden als eigenaren, erfpachters en ontwikkelaars investeren. Daarbij wordt op maat de nodige ontwikkelruimte gemaakt: ‘regisseren waar het moet en faciliteren waar het kan’.
6
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
3 Methodiek OER Het OER Schinkelkwartier bestaat uit drie delen (figuur 2). In deel A wordt een beschrijving gegeven van de huidige en referentiesituatie met per omgevingsaspect een effectbeoordeling van transformatie. Deel B bestaat uit een beoordeling van alternatieven voor omgevingsaspecten, waarvoor een nadere keuze nodig is. In deel C volgt een beschrijving van flexibiliteit en monitoring.
Figuur 2 – Schematische weergave methodiek OER
3.1 Huidige en referentiesituatie De huidige situatie van de fysieke leefomgeving in Schinkelkwartier is aan de hand van uitgebreid onderzoek in kaart gebracht en wordt opgenomen in een digitale leefomgevingsfoto. Per omgevingsaspect zijn de relevante waarden, belemmeringen en aandachtspunten in de huidige en referentiesituatie inzichtelijk gemaakt. De referentiesituatie (de huidige situatie aangevuld met autonome ontwikkelingen) is vooral relevant voor omgevingsaspecten waarvoor modelberekeningen worden gebruikt. Voor de overige omgevingsaspecten is er geen significant verschil tussen de huidige en referentiesituatie, omdat autonome ontwikkelingen geen invloed op deze aspecten hebben. Het effect van de transformatie van Schinkelkwartier hebben we per omgevingsaspect op twee niveaus beoordeeld. Ten eerste zijn per aspect de effecten van transformatie ten opzichte van de referentiesituatie in beeld gebracht, waarbij inzichtelijk is gemaakt of sprake is van een verbetering of een verslechtering. Ten tweede is per aspect inzichtelijk gemaakt met scoreborden of sprake is van een positieve of negatieve bijdrage aan de ambities voor Schinkelkwartier. Deze toetsing is gebaseerd op modelberekeningen, onderzoeksresultaten en expert judgement.
7
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Voor sommige aspecten zijn de effecten beperkt of kunnen deze gemitigeerd of geoptimaliseerd worden. In die gevallen volstaat het om spelregels te formuleren. Voor andere aspecten zijn de effecten van dien aard dat het nodig is om alternatieven te beoordelen en een nadere keuze te maken om de ambities voor Schinkelkwartier te behalen en/of ongewenste effecten te voorkomen.
3.2 Alternatieven voor nadere keuzes Voor de omgevingsaspecten waarvoor een nadere keuze nodig is, hebben we verschillende alternatieven (keuzemogelijkheden) geformuleerd die in meer of mindere mate bijdragen aan het behalen van de ambities voor Schinkelkwartier. Per alternatief zijn de scores bepaald op de ambities voor Schinkelkwartier. Op basis daarvan zijn voor deze aspecten voorkeursalternatieven bepaald. Zo is een samengesteld pakket met voorkeursalternatieven ontstaan, dat zo veel mogelijk bijdraagt aan het behalen van de ambities voor Schinkelkwartier. Om de ambities te behalen en effecten te mitigeren of te optimaliseren hebben we per voorkeuralternatief maatregelen en spelregels opgenomen. Op basis daarvan zijn de effecten ten opzichte van de referentiesituatie beoordeeld en is de verbetering ten opzichte van de initiële effectbeoordeling inzichtelijk gemaakt.
3.3 Flexibiliteit en monitoring Om onzekerheid een plek te geven in de planvorming is flexibiliteit belangrijk. Daarbij gaat het om flexibiliteit ten aanzien van de fasering en het programma. Om die reden is gekozen voor een dynamisch OER, dat ook de basis vormt voor toekomstige ruimtelijke besluiten. Het OER bevat een aanzet voor een monitoringsplan, op basis waarvan periodiek kan worden beoordeeld of, en zo ja, in welke mate bijsturing nodig is.
8
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
4 Huidige en referentiesituatie Voor een duidelijk overzicht van de huidige situatie en referentiesituatie zijn de in het OER onderzochte omgevingsaspecten onderverdeeld in vier hoofdthema’s: duurzame inrichting, mobiliteit, gezonde leefomgeving en energie en circulariteit.
4.1 Duurzame inrichting Bodem en ondergrond De bodemopbouw in Schinkelkwartier heeft mogelijk lokaal invloed op de stabiliteit van de ondergrond. Ook is de bodem in delen van het plangebied licht tot zwaar verontreinigd. In deelgebied Riekerpark ligt een vliegtuigwrak uit de Tweede Wereldoorlog en op sommige plekken in het plangebied kan klein kaliber munitie worden aangetroffen. Tot slot geldt in de voormalige bewoningszone van de Sloterweg een hoge archeologische verwachting. Voor deze aspecten volstaan spelregels om de effecten te beperken of te optimaliseren. Nader onderzoek naar bodemopbouw, bodemkwaliteit, explosieven en archeologische waarden moet uitwijzen in hoeverre maatregelen nodig zijn. In Schinkelkwartier liggen diverse belangrijke kabels en leidingen die voor beperkingen zorgen. Het opstellen van een masterplan energie en nutsvoorzieningen is van belang om vroegtijdig gewenste reserveringen voor nieuwe verbindingen en eventuele verleggingen in beeld te brengen. Water Schinkelkwartier bestaat uit drie poldergebieden met verschillende waterpeilen (figuur 3). Doordat diverse watergangen ontbreken en andere watergangen doodlopen, is er geen fijnmazige waterstructuur en is de doorstroming beperkt. Dit vormt een belangrijke beperking voor transformatie, zodat hiervoor een nadere keuze nodig is.
Verder gelden er beperkingen binnen de kern- en beschermingszone van twee waterkeringen in het plangebied.
Figuur 3 – Peilgebieden en watersysteem
9
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Bij hevige regenval ontstaat op diverse locaties in Schinkelkwartier wateroverlast. Daarom geldt de spelregel dat kavels waterneutraal moeten worden ingericht. De toenemende droogte kan leiden tot een lage grondwaterstand en daarmee mogelijk lokaal zorgen voor risico’s op paalrot. Op andere locaties vormt juist een te hoge grondwaterstand een aandachtspunt, met name in deelgebied Riekerpark en rondom begraafplaats Huis te Vraag. In Riekerpark wordt het hemelwater niet goed opgenomen, omdat daar een slecht doorlatende bovenlaag uit de Nieuwe Meer is opgebracht. Het waterpeil in Riekerpark vraagt dan ook om een nadere keuze. Landschap, groen en natuur Schinkelkwartier valt landschappelijk gezien te verdelen in drie typen identiteit en kwaliteit: groene voegen, lange lijnen en gevarieerde enclaves (figuur 4). Voorzien in voldoende kwalitatief en openbaar toegankelijk groen is een belangrijke voorwaarde voor de transformatie van Schinkelkwartier. Daarbij moet worden voldaan aan de Amsterdamse referentienormen voor groen. Om hieraan te kunnen voldoen is meer groen nodig. Groen is van belang voor verblijven, rust, bewegen, ontmoeten, maar ook voor biodiversiteit, 0pvang van hemelwater en tegengaan van hittestress. De uitbreiding van de huidige groenstructuur vraagt om een nadere keuze.
Figuur 4 – Huidige groenstructuur
In Schinkelkwartier zijn geen beschermde natuurgebieden aanwezig. Een aantal groenstructuren in Schinkelkwartier en omgeving is beschermd als onderdeel van de Hoofdgroenstructuur en de ecologische structuur van Amsterdam. Uitgangspunt is dat deze groenstructuren niet worden aangetast en waar mogelijk worden versterkt. Verder geldt dat enkele beeldbepalende bomenrijen in Schinkelkwartier zo veel mogelijk moeten worden ingepast. Bij elke ontwikkeling is onderzoek naar beschermde soorten nodig en moet worden voldaan aan de regels voor natuurinclusief bouwen. Cultuurhistorie Het Jaagpad langs de Schinkel en begraafplaats Huis te Vraag zijn de enige pre-stedelijke elementen in het plangebied. Daarnaast is een aantal monumentale gebouwen aanwezig, waaronder het hoofden tunnelgebouw van het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) en het hoofdkantoor van
10
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
IBM. Deze elementen en monumenten moeten worden ingepast. Naast monumentale gebouwen zijn diverse cultuurhistorisch waardevolle bedrijfsgebouwen uit de naoorlogse periode aanwezig. Een aantal daarvan heeft een orde 2 waardering gekregen op de concept waarderingskaart voor bedrijfsen kantorenlocaties 1965-1985 (figuur 5). Gezien de impact op stedelijkheid en ruimtelijke kwaliteit is voor de omgang met cultuurhistorisch waardevolle bebouwing een nadere keuze nodig.
Figuur 5 – Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing (concept)
Bouwhoogte In de huidige situatie is in Schinkelkwartier relatief hoge bebouwing aanwezig. Volgens het huidige hoogbouwbeleid is er ruimte voor verdichting en toepassing van hoogbouw in de zone rondom infrastructuurbundels. De aanwezigheid van Schiphol zorgt echter voor beperkingen voor de bouwhoogte vanwege vliegveiligheid en radar. Op grond van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) Schiphol gelden beperkingen in de vorm van een maatgevende toetshoogte en toetshoogte radar. Het realiseren van hoogbouw is onder voorbehoud van een verklaring van geen bezwaar door de Inspectie Leefomgeving en Transport, en een positief radaradvies van de Luchtverkeersleiding.
4.2 Mobiliteit Auto Schinkelkwartier is momenteel vooral ingericht op autogebruik. Dit blijkt ook uit de modal split in de referentiesituatie, waarin het aandeel autoverplaatsingen relatief hoog is ten opzichte van de rest van Amsterdam (figuur 6). In de referentiesituatie neemt het autoverkeer op de wegen in en rondom het plangebied sterk toe. Zonder maatregelen leidt de transformatie tot verdere groei van het verkeer. De kruisingen in en rondom het gebied worden dan zwaarder belast en er zullen knelpunten ontstaan. Ook neemt de parkeerdruk sterk toe en wordt de verkeersveiligheid negatief beïnvloed. Dit leidt tot negatieve scores op stedelijkheid, ruimtelijke kwaliteit, bereikbaarheid en gezondheid/veiligheid. Om Schinkelkwartier in de toekomst bereikbaar te houden en een aantrekkelijk verblijfsgebied te realiseren is een nadere keuze nodig voor mobiliteitsmaatregelen.
11
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Figuur 6 – Huidige modal split
Figuur 7 – Huidige dekkingsgraad openbaar vervoer
Openbaar vervoer De ontsluiting per openbaar vervoer laat in grote delen van Schinkelkwartier te wensen over. Het metrostation Henk Sneevlietweg ligt noordelijk in het plangebied en biedt alleen een verbinding via de ringlijn. De huidige dekkingsgraad voor openbaar vervoer laat zien dat vooral deelgebied Schinkelhaven slecht met openbaar vervoer bereikbaar is (figuur 7). Openbaar vervoer naar Schiphol en het centrum van Amsterdam ontbreekt. Verder zijn er ten zuiden van de Vlaardingenlaan en Aletta Jacobslaan geen reguliere bus- en tramlijnen. De locatie van het metrostation Henk Sneevlietweg blijkt een aanzienlijke invloed te hebben op de bereikbaarheid per openbaar vervoer. Om die reden vraagt dat om een nadere keuze. Langzaam verkeer Schinkelkwartier is voor fietsers niet goed te bereiken en de routes zijn, net als voor de voetganger, niet veilig en onaantrekkelijk. Daarbij valt op dat vooral in het centrale gedeelte van het plangebied fietsroutes ontbreken, evenals een verbinding over de Schinkel. De ligging van deze fietsverbinding vraagt gezien de impact op ruimtelijke kwaliteit en bereikbaarheid om een nadere keuze.
4.3 Gezonde leefomgeving Geluid en trillingen Schinkelkwartier wordt sterk beïnvloed door geluid van industrie, wegverkeer, spoor- en metrolijn, luchtvaart en in beperkte mate door scheepvaart. De gezoneerde industrieterreinen Schinkelhaven, hulpwarmtecentrale en Schiphol-Oost hebben invloed op de ontwikkelmogelijkheden (figuur 8). Op industrieterrein Schinkelhaven zijn gevoelige functies zoals wonen niet toegestaan. Daarvoor is dezonering noodzakelijk, wat vraagt om een nadere keuze. Ook is nader onderzoek nodig bij ontwikkeling binnen de richtafstanden voor geluid van individuele bedrijven. Op basis daarvan kan worden beoordeeld in hoeverre maatregelen nodig zijn. Gezien de geluidcontouren van de zandoverslag in Schinkelhaven en datacenter Global Switch zijn voor de toekomst van deze bedrijven nadere keuzes nodig. Schinkelkwartier wordt aanzienlijk belast door geluid van de snelwegen A4 en A10 (figuur 9), de stedelijke wegen Henk Sneevlietweg en Johan Huizingalaan en de spoor- en metrolijn. Vooral het wegverkeersgeluid van de A4 en A10 reikt tot ver in het plangebied en vormt een aanzienlijke beperking voor realisatie van geluidgevoelige functies. Trein, metro en binnenstedelijke wegen
12
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
zorgen alleen aan de randen van de deelgebieden voor een hoge geluidbelasting. Zonder maatregelen is sprake van negatieve effecten voor stedelijkheid en gezondheid. Om die reden is een nadere keuze nodig voor het treffen van afschermende geluidmaatregelen bij infrastructuur.
Figuur 8 – Gezoneerde industrieterreinen
Figuur 9 – Geluidbelasting snelwegen (op 10 meter hoog)
Als gevolg van de ligging nabij Schiphol gelden in Schinkelkwartier de regels van het LIB Schiphol. Binnen de LIB-5 zone (figuur 10) geldt een afwegingsplicht voor woningbouw. Gemeenten kunnen daarbinnen besluiten tot het toevoegen van woningbouw in bestaand stedelijk gebied, maar moeten rekening houden met geluid en veiligheidsrisico’s van het vliegverkeer. Bovendien moeten toekomstige bewoners in een zo vroeg mogelijk stadium (via afspraken in overeenkomsten) worden geïnformeerd over de hinder die zij als gevolg van het vliegverkeer kunnen ondervinden.
Figuur 10 – Afwegingsgebied LIB-5 zone
Figuur 11 – Geluidscontour Schiphol 52 dB(A) Lden
De geluidbelasting in Schinkelkwartier wordt vooral bepaald door startende vliegtuigen vanaf de Zwanenburgbaan en landende vliegtuigen richting de Oostbaan. De jaargemiddelde geluidsniveaus zijn acceptabel (figuur 11), maar de maximale geluidsniveaus zijn hoog. Daarnaast kan grondgeluid vanwege de Aalsmeerbaan in delen van het gebied hinder veroorzaken. Gezien de negatieve impact op stedelijkheid en gezondheid vraagt de omgang met luchtvaartgeluid om een nadere keuze. In de delen direct langs de snelwegen en het spoor is sprake van een hoge cumulatieve geluidbelasting. Voor geluid geldt als spelregel dat bij elke ontwikkeling nader akoestisch onderzoek nodig is, waarbij ook de cumulatieve belasting wordt beoordeeld. Als daaruit blijkt dat de cumulatieve belasting niet aanvaardbaar is en geen stille zijde mogelijk is, dan zijn geluidgevoelige
13
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
functies niet toegestaan. Voor trillingen geldt als spelregel dat bij ontwikkeling binnen een zone van 100 meter van het spoor onderzoek naar mogelijke trillinghinder moet worden gedaan. Omgevingsveiligheid In Schinkelkwartier moet rekening worden gehouden met veiligheidsrisico’s door transport van gevaarlijke stoffen via de snelwegen A4 en A10, en de aardgasleiding ten zuiden van het plangebied (figuur 12). Binnen het invloedsgebied geldt een wettelijke verantwoordingsplicht van het groepsrisico als er (beperkt) kwetsbare functies, zoals woningbouw, worden gerealiseerd. Binnen het aandachtsgebied voor explosiegevaar, 200 meter aan weerszijden van de snelwegen, kunnen aanvullende eisen worden gesteld. Verder gelden binnen 30 meter vanaf deze wegen ook extra eisen voor de brandwerendheid van gevels. Daarbij moet rekening worden gehouden met vluchtroutes, voldoende bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten en voldoende bluswatervoorzieningen. Tot slot moet ook rekening worden gehouden met risico’s rond enkele bedrijven. Binnen de richtafstanden van deze bedrijven is nader onderzoek nodig.
Figuur 12 – Veiligheidscontouren
Figuur 13 – Zone gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit
Luchtkwaliteit De snelwegen A4 en A10, enkele drukke stedelijke wegen en het vliegverkeer hebben invloed op de luchtkwaliteit. De grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) worden nergens overschreden, wel worden lokaal de advieswaarden van de WHO overschreden. In de referentiesituatie is sprake van een aanzienlijke verbetering van de luchtkwaliteit. De transformatie van Schinkelkwartier leidt tot een zeer beperkte bijdrage aan de concentraties. Tot slot geldt dat rond Schiphol sprake is van verhoogde concentraties ultrafijnstof. Binnen een afstand van 300 meter van de snelwegen gelden beperkingen voor gevoelige functies, waaronder kinderdagverblijven en basisscholen (figuur 13). Die beperking geldt ook voor de eerstelijnsbebouwing binnen een afstand van 50 meter tot drukke stedelijke wegen, zoals de Johan Huizingalaan en de Henk Sneevlietweg. Geur en stof Geur en stof spelen een rol rond enkele bedrijven in deelgebied Schinkelhaven. Binnen de richtafstanden van deze bedrijven is nader onderzoek naar feitelijke hinder en eventuele maatregelen nodig. De zandoverslag in Schinkelhaven vraagt om een nadere keuze, niet alleen vanwege de omvangrijke geluidcontour, maar ook vanwege de richtafstand voor stof.
14
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Overige gezondheidsbescherming Schinkelkwartier ligt in een overgangsgebied tussen de dichtbebouwde stad en het omringende landschap, waardoor sprake is van een stedelijk hitte-eilandeffect. Door de hoge mate van verharding en de beoogde bebouwingsdichtheid is Schinkelkwartier een risicogebied voor hittestress. Daarnaast is in Schinkelkwartier sprake van een bovenmatige nachtelijke lichtuitstraling. Tot slot zijn in de nabijheid van onderstations en elektriciteitskabels elektromagnetische velden aanwezig. Voor bovengenoemde omgevingsaspecten kan worden volstaan met het formuleren van spelregels. Om negatieve gezondheidseffecten te voorkomen moeten bij ontwikkelingen hittestress, lichthinder en stralingshinder zo veel mogelijk worden tegengegaan. Gezondheidsbevordering Schinkelkwartier ligt op de grens van de stadsdelen Zuid en Nieuw-West. In Oud-Zuid blijken relatief gezien meer inwoners een goede gezondheid te ervaren dan inwoners van Slotervaart-Zuid in Nieuw-West. Daarnaast blijken bewoners van Nieuw-West, in verhouding tot Oud-Zuid, minder actief aan sport te doen, meer te roken, eenzamer te zijn en meer overgewicht te hebben. Gezondheid kan worden gestimuleerd met voorzieningen en routes die uitnodigen tot sporten en bewegen. In Schinkelkwartier zijn beperkt (openbare) sportvoorzieningen aanwezig.
De benodigde hoeveelheid sportvoorzieningen moet worden getoetst aan de Amsterdamse referentienormen voor sport. Om gezondheid in Schinkelkwartier te stimuleren worden optimaliserende spelregels opgenomen, zoals rookvrije plekken en een beperkte beschikbaarheid van ongezonde eetgelegenheden nabij scholen.
4.4 Energie en circulariteit Energiegebruik Uit een inschatting van het energiegebruik valt op dat datacenter Global Switch, een van de grootste datacenters in Amsterdam, in de huidige situatie verantwoordelijk is voor circa twee derde van de totale elektriciteitsvraag in Schinkelkwartier. Verder wordt ingeschat dat de elektriciteitsvraag als gevolg van de transformatie van Schinkelkwartier totaal 30 procent toeneemt en de warmtevraag met 16 procent (figuur 14). Deze relatief beperkte toename is te verklaren doordat sprake zal zijn van een groot aandeel energiezuinige nieuwbouw. Om energieneutrale nieuwbouw in Schinkelkwartier te stimuleren wordt een lage EPC-norm als spelregel opgenomen.
Figuur 14 – Inschatting toekomstig energiegebruik
Figuur 15 – Concessiegebied stadswarmte
15
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Energiesysteem Nieuwbouw in Schinkelkwartier wordt niet meer aangesloten op aardgas. Voor heel Nieuw-West, dus ook Schinkelkwartier exclusief deelgebied Schinkelhaven, geldt een concessie waarbij alle nieuwbouw in principe moet worden aangesloten op het bestaande stadswarmtenet van Westpoort Warmte (figuur 15). Dit hoge temperatuurnet wordt momenteel in Schinkelkwartier uitgebreid met nieuwe leidingen en een hulpwarmtecentrale in de sporendriehoek. Daar staat tegenover dat de gemeenteraad in 2019 de motie ‘lage temperatuur’ heeft aangenomen, waarin is opgenomen dat alle nieuwbouw aangesloten moet worden op een lage temperatuursysteem. Voor de beoogde functies in Schinkelkwartier is aansluiting op het hoge temperatuur warmtenet niet de meest duurzame oplossing. Een warmteoplossing met warmte van een lagere temperatuur is naar verwachting voor de meeste deelgebieden passender. Daarbij kan mogelijk gebruik worden gemaakt van lokale bronnen (zoals datacenter Global Switch voor warmte en het ziekenhuiscluster voor koude). Gezien de impact op duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit is een nadere keuze nodig voor het toekomstig energiesysteem in Schinkelkwartier. Energiepotentie In de huidige situatie wordt de energie in Schinkelkwartier in beperkte mate duurzaam opgewekt. De transformatie van het Schinkelkwartier leidt tot een grotere energiepotentie.
Voor zonnepanelen zijn diverse mogelijkheden. Windmolens passen echter minder goed in een stedelijk gebied als Schinkelkwartier. De ingeschatte elektriciteitsvraag is veel groter dan de potentie, zodat altijd elektriciteit van elders nodig is om in de behoefte te voorzien. Omdat duurzame elektriciteit niet continu beschikbaar is, zullen ook opslagvoorzieningen nodig zijn. Circulariteit De transformatie van Schinkelkwartier levert kansen op voor circulair bouwen en vermindert het gebruik van primaire grondstoffen. Circulariteit heeft raakvlakken met de ambities duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en (in beperkte mate) gezondheid. Conclusie is dat ten aanzien van circulair bouwen en demonteren binnen de wettelijke kaders kansen onbenut worden gelaten om een veel grotere bijdrage te leveren aan circulariteit. Daarom is een nadere keuze nodig. Voor de inzameling van huishoudelijk afval zijn op hoofdlijnen drie inzamelsystemen te onderscheiden: ondergrondse containers, inpandige inzameling met rolcontainers en ondergronds afvaltransport via een vacuümsysteem. De beoogde dichtheid in Schinkelkwartier geeft in combinatie met de bereikbaarheid voor inzamelvoertuigen vooralsnog geen aanleiding om van de huidige praktijk van ondergrondse containers af te wijken.
Daarbij geldt dat de impact op de openbare ruimte beperkt kan worden, bijvoorbeeld met perscontainers, door vaker in te zamelen of door ruimtelijke spreiding.
16
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
5 Nadere keuzes Sommige omgevingsaspecten zijn een belemmering voor de transformatie van Schinkelkwartier. Andersom kan de transformatie ook negatieve effecten hebben op bepaalde omgevingsaspecten. Naast de effectbeoordeling is de mate van doelbereik (behalen ambities) beschouwd. Op basis van deze twee beoordelingen komen aandachtspunten voor de transformatie naar voren waarvoor een nadere keuze nodig is. Immers, het uitgangspunt is om de gestelde ambities zo veel mogelijk te behalen en om potentiële omgevingseffecten zo veel mogelijk te beperken. In dit hoofdstuk zijn, in lijn met de projectnota Schinkelkwartier, voor de meest prominente keuzes de betreffende scoreborden weergegeven.
5.1 Uitbreiding groenstructuur Schinkelkwartier moet voldoen aan de Amsterdamse referentienormen voor de hoeveelheid gebruiks- en ecosysteemgroen en de afstand tot dit groen. In dat kader zijn meerdere alternatieven voor uitbreiding van de groenstructuur beoordeeld (figuur 16) en gescoord op de ambities.
Figuur 16 – Scorebord alternatieven groenstructuur
Enkele buurtparken en groene routes toevoegen (alternatief 1) is belangrijk voor de hoeveelheid gebruiksgroen, maar blijkt niet voldoende om aan de groennormen te voldoen. Aanvullend zorgen verspreid liggende pocketparks en openbare binnentuinen met voldoende schaduwplekken (alternatief 2) voor meer groen en verkoeling op loopafstand. Daarbij dragen groene daken bij aan klimaatadaptatie en biodiversiteit. Met deze groenstructuur blijkt wel te kunnen worden voldaan aan de groennormen en is het groen op loopafstand te bereiken. Dit alles leidt tot positieve scores op ruimtelijke kwaliteit, gezondheid en sociale inclusiviteit. Het nabijgelegen groengebied de Oeverlanden (alternatief 3) kan een belangrijke rol vervullen voor mensen in Schinkelkwartier en de beoogde buurtparken in Schinkelkwartier ontlasten. Voorwaarde is wel dat geïnvesteerd wordt in de landschappelijke en recreatieve kwaliteit. En dat er goede, groene langzaam verkeerroutes komen vanuit Schinkelkwartier naar de Oeverlanden en de Nieuwe Meer. Het benutten van de Oeverlanden scoort nog beter dan alternatief 2, maar is niet nodig om aan de groennormen te voldoen. Bovendien vallen de Oeverlanden buiten de reikwijdte van het OER, waardoor alternatief 2 het voorkeursalternatief is.
17
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
5.2 Aanpassing watersysteem Watersysteem Het bestaande watersysteem in Schinkelkwartier kent knelpunten ten aanzien van oppervlaktewater, waterbeheer, grondwater, klimaatbestendigheid en waterkwaliteit. Om die te kunnen oplossen en te komen tot een toekomstbestendige waterhuishouding zijn alternatieven beoordeeld voor het huidige watersysteem (figuur 17) en het huidige waterpeil in Riekerpark. Het water in Schinkelkwartier heeft verschillende functies. Het zorgt voor de opvang van hemelwater, het tegengaan van hittestress en een goede verblijfskwaliteit van de openbare ruimte. Om aan die meervoudige functie te kunnen voldoen, zijn maatregelen om hemelwater bij piekbuien op te vangen en af te voeren niet voldoende. Bovendien wordt in het eerste alternatief niet voldaan aan de eisen voor compensatie van verharding. Daarvoor zijn meer structurele ingrepen nodig. Een aantal extra waterverbindingen aanleggen leidt tot een robuust circulair watersysteem. Dit betekent dat deelgebieden tweezijdig worden afgewaterd en doodlopende watergangen worden opgeheven. Daarmee ontstaat een toekomstbestendig watersysteem met meer doorstroming en een betere waterkwaliteit. Een dergelijke circulaire waterstructuur scoort positief op de ambities ruimtelijke kwaliteit, gezondheid en duurzaamheid en vormt daarom het voorkeursalternatief.
Figuur 17 – Scorebord alternatieven watersysteem
Waterpeil Riekerpark Een tweede keuze is nodig over het waterpeil in deelgebied Riekerpark. Dit deelgebied heeft een eigen polderpeil, er ontbreken primaire watergangen en het water wordt afgevoerd via een drainagesysteem. Daarbij wordt het hemelwater niet goed opgenomen door een slecht doorlatende zandlaag, zodat snel wateroverlast ontstaat. Daarom zijn alternatieven onderzocht. Het waterpeil verlagen tot het peil van de overige polder en primaire watergangen toevoegen leidt tot een aanzienlijke ophoging van het maaiveld. Zo kan voldoende hemelwater worden opgevangen en aan de grondwaternorm worden voldaan. Dit scoort echter negatief op ruimtelijke kwaliteit, omdat dit ongunstig is voor de beleving van het water. In een tweede alternatief wordt het waterpeil minder verlaagd, de slecht doorlatende laag vervangen en het maaiveld in een lichte bolling aangelegd. Hierdoor blijft de benodigde maaiveldophoging beperkt en de beleving van het water geborgd, maar is geen toekomstbestendig waterbeheer mogelijk. In een gecombineerd alternatief wordt het peil verlaagd naar het overige polderpeil, maar wordt de ophoging van het maaiveld beperkt door de slecht doorlatende grond te vervangen. Door het
18
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
maaiveld in een lichte bolling aan te leggen blijft het water beleefbaar. Daarbij wordt de beperkte overlevingskans voor enkele beeldbepalende bomen geaccepteerd, aangezien de aanwezige soorten (berken) sowieso minder goed inpasbaar zijn in een stedelijke omgeving. Dit gecombineerde alternatief scoort het beste en vormt daarmee het voorkeursalternatief.
5.3 Omgang met cultuurhistorische waarden De omgang met cultuurhistorisch waardevolle bebouwing in Schinkelkwartier heeft impact op de ambities stedelijkheid en ruimtelijke kwaliteit. De gebouwen met een orde 1-waardering zijn monument(waardig) en worden beschermd. Daarnaast zijn gebouwen (voorlopig) gewaardeerd met orde 2. Voor de omgang met deze orde 2-gebouwen zijn alternatieven ontwikkeld (figuur 18).
Figuur 18 – Scorebord alternatieven omgang cultuurhistorie
De mogelijkheid om orde 2-gebouwen te slopen scoort positief op stedelijkheid, maar negatief op ruimtelijke kwaliteit. Bij het beschermen van orde 2-gebouwen is die score omgedraaid. De voorkeur gaat uit naar maatwerk voor orde 2-gebouwen. Dit houdt in dat nader onderzoek nodig is om te beoordelen in hoeverre deze gebouwen voor behoud of bescherming in aanmerking komen. Op basis van de uitkomst van dit onderzoek kan in bepaalde gevallen een sloopvergunningstelsel worden overwogen om de gebouwen beter te kunnen beschermen. In andere gevallen kan worden besloten om juist elementen te behouden of volledige sloop mogelijk te maken.
5.4 Verschuiving mobiliteit Mobiliteitspakket Om een prettig verblijfsgebied te realiseren en te voorkomen dat het autoverkeer vastloopt, is een verschuiving van auto naar openbaar vervoer en fiets noodzakelijk. Er zijn vier pakketten van mobiliteitsmaatregelen beoordeeld, oplopend in zwaarte (figuur 19). Bij een beoordeling daarvan op de ambities blijken met name pakket 3 en 4 kansrijk. Pakket 3 omvat een combinatie van nieuwe fietsverbindingen, een verbetering van openbaar vervoer en een beperking van het autogebruik via een lage maximum parkeernorm. Door aanvullend in te zetten op ondergronds parkeren, parkeerhubs en autodelen, ontstaan autoluwe deelgebieden. Dit is positief
19
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
voor ruimtelijke kwaliteit en gezondheid. Er is weliswaar nog steeds een toename van autoverkeer ten opzichte van de referentiesituatie, maar van grote knelpunten is geen sprake.
Figuur 19 – Scorebord alternatieven mobiliteitspakket
Uit onderzoek blijkt dat een nieuwe tramverbinding over de Schinkel niet realistisch is, omdat de reizigersaantallen te laag zijn voor tramexploitatie. Daarom is onderzoek nodig naar een alternatieve hoogwaardig openbaar vervoerverbinding naar het centrum. Een toekomstige doortrekking van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol is gunstig voor de ontsluiting van het gebied, maar niet voorwaardelijk voor de ontwikkeling van Schinkelkwartier. Bovendien valt dit buiten de reikwijdte van het OER. Om die reden is pakket 3 het voorkeursalternatief. Ligging metrostation Henk Sneevlietweg De ligging van metrostation Henk Sneevlietweg blijkt een belangrijke factor bij het verbeteren van het openbaar vervoer in Schinkelkwartier. Daarom zijn drie alternatieven onderzocht, namelijk handhaving op de huidige plek, verlenging van het station en verplaatsing naar het zuiden (figuur 20).
Figuur 20 – Alternatieven ligging metrostation Henk Sneevlietweg
Verplaatsen van het station scoort het beste en heeft daarom de voorkeur. Door de centrale ligging van het metrostation in het gebied verbetert de OV-dekkingsgraad, krijgt het aanzienlijk meer instappers en ontstaat bovendien een betere spreiding van de stations op de westelijke ringlijn.
20
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Schinkelverbinding Om Schinkelkwartier beter bereikbaar te maken voor fietsverkeer is een nieuwe verbinding over de Schinkel richting het centrum van groot belang. Voor de locatie van deze brugverbinding en het tracé door het plangebied zijn meerdere alternatieven beoordeeld (figuur 21).
Figuur 21 – Alternatieven Schinkelverbinding
Figuur 22 – Scorebord alternatieven Schinkelverbinding
Een brugverbinding voor fietsers en voetgangers tussen de Laan der Hesperiden en de Generaal Vetterstraat scoort goed (figuur 22). Een brugverbinding volgens alternatief Midden C heeft de voorkeur. Een brug op deze plek ontlast minder aantrekkelijke en minder veilige fietsroutes via de Zeilbrug en de Nieuwe Meersluis, en komt overeen met de locatie voor een verbinding in de Structuurvisie Amsterdam 2040. Wel zullen enkele woonboten moeten worden verplaatst. Vanaf de aanlanding op de westoever van de Schinkel loopt de fietsroute bij voorkeur zo centraal mogelijk door het gebied, via de Luchtvaartstraat richting de Sloterweg (alternatief Zuid D). Het tracé kan dan aansluiten op het verplaatste metrostation Henk Sneevlietweg, wat positief is voor overstapmogelijkheden en bereikbaarheid. Bovendien is het mogelijk om in dit alternatief de negatieve gevolgen voor de aanwezige ecologische en cultuurhistorische waarden te beperken.
5.5 Maatregelen gevoelige functies bij infrastructuur Het is wenselijk om in Schinkelkwartier ontwikkelruimte te bieden voor gevoelige functies zoals wonen. Maar het is ook van belang om rekening te houden met negatieve gezondheidseffecten van geluidhinder, luchtverontreiniging en veiligheidsrisico’s. In tegenstelling tot luchtkwaliteit en veiligheid kan voor geluid niet worden volstaan met spelregels. Voor geluid is afgewogen hoe de geluidbelasting van snelwegen, spoorlijn en metrolijn kan worden beperkt en welke afschermende maatregelen effectief zijn om het woon- en leefklimaat te verbeteren (figuur 23). Eerstelijnsbebouwing langs snelwegen en het spoor blijkt een effectieve maatregel om het geluid af te schermen. Dit is echter niet voldoende om overal tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te komen. Geluidsschermen en een aarden wal zorgen wel voor de benodigde geluidreductie. Daardoor ontstaat er meer ontwikkelruimte in een groter gebied, met minder negatieve gezondheidseffecten. Bovendien kan een verbreding van de geluidswal en een inrichting als park zorgen voor meer landschappelijke en ecologische kwaliteit. Dit zorgt voor een licht positieve score op ruimtelijke kwaliteit.
21
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Figuur 23 – Scorebord alternatieven afschermende geluidmaatregelen
Uit de beoordeling van de alternatieven blijkt dat voor het creëren van ontwikkelruimte voor woningbouw en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat het maximale maatregelenpakket noodzakelijk is (figuur 24). Dit pakket bestaat uit een geluidswal met een scherm langs de A4 (totaal 15 meter hoog), geluidsschermen langs de A10-West (5 meter hoog), langs de A10-Zuid (7,5 meter hoog) en langs de spoor- en metrolijn (2 meter hoog of lager met gelijkwaardig effect). Daarnaast is langs de A10 en de spoor- en metrolijn afschermende eerstelijnsbebouwing van minimaal 20 meter hoog nodig, die bij voorkeur zo veel mogelijk aaneengesloten wordt gebouwd.
Figuur 24 – Geluidbelasting snelwegen na maatregelen (op 1o meter hoog)
Per initiatief is nader akoestisch onderzoek nodig om te beoordelen onder welke voorwaarden een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en een stille zijde gegarandeerd kunnen worden. Zelfs na afschermende maatregelen blijft op sommige locaties de geluidbelasting hoog, zodat daar gevelmaatregelen nodig zijn. Toekomstige bewoners moeten vooraf goed geïnformeerd worden
22
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
over de geluidbelasting en maatregelen in Schinkelkwartier, zodat zij bewust kunnen kiezen voor wonen in een geluidbelast gebied.
5.6 Woningbouw en vliegverkeer Vanwege de ligging in de LIB-5 zone, moet de gemeente per initiatief in Schinkelkwartier een afweging maken over de aanvaardbaarheid van woningbouw en andere geluidgevoelige functies, rekening houdend met luchtvaartgeluid en veiligheidsrisico’s. De gebiedsontwikkeling leidt tot een intensiever ruimtegebruik, waardoor bij een onverhoopt vliegtuigongeval meer slachtoffers kunnen vallen. Gezien de uiterst kleine kans op een ongeval worden de veiligheidsrisico’s aanvaardbaar geacht. Ten aanzien van luchtvaartgeluid zijn verschillende alternatieven beoordeeld om de aanvaardbaarheid van woningbouw in Schinkelkwartier af te kunnen wegen (figuur 25).
Figuur 25 – Scorebord alternatieven omgang luchtvaartlawaai
Gezien de negatieve scores op de ambities stedelijkheid, ruimtelijke kwaliteit en gezondheid, zijn de alternatieven ‘geen woningbouw in de LIB-5 zone’ en ‘geen maatregelen’ onwenselijk. Het hanteren van luchtvaartgeluid als maatgevend principe voor de stedenbouwkundige verkaveling houdt in dat de oriëntatie van gebouwen, met het oog op afscherming, zo veel mogelijk parallel is aan de vliegrichting. Dit leidt tot negatieve scores op stedelijkheid en ruimtelijke kwaliteit. Een gebiedsgericht maatregelenpakket zorgt voor ontwikkelruimte voor woningbouw, zonder voorbij te gaan aan de negatieve gezondheidseffecten van luchtvaartgeluid. Geluidadaptief bouwen blijkt in delen van Schinkelkwartier de blootstelling aan piekgeluiden door vliegverkeer aanzienlijk te kunnen verminderen. Per deelgebied zijn andere maatregelen effectief, afhankelijk van of opstijgende of landende vliegtuigen maatgevend zijn. In delen waar opstijgende vliegtuigen maatgevend zijn, gaat het om afscherming en voorkomen van reflectie door een aangepaste bouwhoogte en een aangepaste afstand tussen de gevels. Direct onder de aanvliegroute blijken luifels, overstekken en poreuze en geluidsabsorberende gevelmaterialen effectief. Ook het toevoegen van groen en water blijkt een positief effect te hebben op geluidsabsorptie, -maskering en -beleving.
Deze maatregelen zijn bovendien gunstig voor klimaatadaptatie en scoren goed op ruimtelijke kwaliteit.
23
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Ondanks bovengenoemde maatregelen blijft in delen van Schinkelkwartier sprake van significante geluidniveaus die tot hinder kunnen leiden. Van ernstige slaapverstoring is echter geen sprake. Bij uitwerking op kavelniveau moet gemotiveerd worden op welke wijze invulling is gegeven aan gebiedsgerichte maatregelen, waarbij ook inzicht wordt gegeven in de cumulatieve geluidbelasting.
5.7 Milieucontouren bedrijven Dezonering Schinkelhaven Om in Schinkelhaven woningbouw en andere geluidgevoelige functies mogelijk te maken moet de omvang van het huidige industrieterrein worden aangepast. In dat kader zijn vier alternatieven beoordeeld: geen dezonering, gedeeltelijke dezonering ‘in ruime zin’, gedeeltelijke dezonering ‘in enge zin’ (alleen NLR is dan nog gezoneerd) en volledige dezonering (figuur 26). Overigens leidt dezonering van het industrieterrein zonder bron- of afschermende maatregelen bij NLR niet tot een verandering van de geluidniveaus.
Figuur 26 – Scorebord alternatieven dezonering
Figuur 27 – Geluidcontouren na dezonering
Op grond van het bestemmingsplan zijn nieuwe zoneringsplichtige bedrijven in Schinkelhaven niet toegestaan. Het NLR is het enige zoneringsplichtige bedrijf en bovendien moeilijk te verplaatsen. Een gedeeltelijke dezonering, waarbij het NLR gezoneerd terrein blijft en een eigen geluidzone houdt, heeft de voorkeur. Daarmee ontstaat ruimte voor woningbouw, waarbij wel beperkingen gelden binnen de contouren van het gezoneerde NLR-terrein (figuur 27). Dezonering vraagt om een facetbestemmingsplan, waarmee ook de 50 dB(A) geluidcontour wordt teruggelegd. In het algemeen is het belangrijk dat Schinkelhaven ruimte blijft bieden voor productieve bedrijven. Dit soort bedrijven hebben naast een stadsverzorgende ook een belangrijke sociaaleconomische functie. De bedrijven moeten mengbaar zijn met wonen en dus maximaal tot milieucategorie 3.1 behoren. In dat opzicht is het dan ook wenselijk om de mogelijkheden te onderzoeken om in Schinkelhaven de huidige maximale milieucategorie 3.2 af te waarderen. Toekomst zandoverslag De zandoverslag in Schinkelhaven heeft omvangrijke geluid- en stofcontouren en beperkt daarmee de ontwikkelruimte. Aan de andere kant heeft de zandoverslag een belangrijke stadsverzorgende functie voor de bouwsector. Bron- en afschermende maatregelen hebben hier nauwelijks effect. Er is wel enige inperking van de vergunde geluidruimte mogelijk.
Verplaatsing van de zandoverslag heeft daarom de voorkeur. Die verplaatsing zou pas op termijn moeten gebeuren, want tijdens de
24
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
gebiedsontwikkeling kan de zandoverslag mogelijk een belangrijke functie vervullen. Daarbij is een tijdelijke afwijking van de milieunormen via de Crisis- en herstelwet mogelijk een acceptabele oplossing, mits de verplaatsing op voorhand zeker is. Toekomst datacenter Datacenter Global Switch in Nieuwe Meer Oost beperkt de ontwikkelmogelijkheden in Schinkelkwartier. In de milieuvergunning van Global Switch is zowel rekening gehouden met een uitbreiding van het datacenter als met de mogelijkheid om aan de zuidzijde op 30 meter afstand woningbouw te realiseren. Het extensieve ruimtegebruik en de geluidbelasting op de omgeving vormen een belemmering voor de gewenste stedelijkheid en ruimtelijke kwaliteit. Bovendien legt Global Switch door het hoge energieverbruik een groot beslag op het elektriciteitsnet. Daar staat tegenover dat de restwarmte van het datacenter in het gebied mogelijk kan worden gebruikt als bron voor een warmtenet op lagere temperatuur. Omdat verplaatsing van het datacenter moeilijk en bovendien erg kostbaar is, heeft op termijn verplaatsen de voorkeur. Het is dan ook van belang om de verplaatsingsmogelijkheden binnen en buiten Schinkelkwartier te verkennen.
5.8 Verduurzaming energiesysteem Voor een energietransitie in Schinkelkwartier is een duurzaam energiesysteem nodig. Dat vraagt om inzicht in de lokale mogelijkheden en een afweging van beschikbare alternatieven. Naast aansluiting op stadswarmte met hoge temperatuur zijn dat aanleg van een warmtenet op lagere temperatuur met gebruik van lokale bronnen en een energiesysteem per bouwblok (figuur 28). Het gebied biedt kansen om gebruik te maken van lokale bronnen en lokaal opgewekte energie. Zo zijn Global Switch (figuur 29) en het bestaande ziekenhuiscluster potentiële leveranciers van warmte en koude.
Figuur 28 – Scorebord alternatieven energiesysteem
Een aansluiting op het hoge temperatuur warmtenet is voor de meeste functies in Schinkelkwartier niet de meest duurzame oplossing. Aansluiting op een retoursysteem of een decentraal net op lagere temperatuur heeft met het oog op duurzaamheid de voorkeur boven een aansluiting op het bestaande warmtenet. In principe kan de energieopgave ook per bouwblok worden opgelost. Dat blijkt echter weinig schaalvoordeel op te leveren, biedt geen zekerheid over de beschikbaarheid van bronnen en kan afbreuk doen aan de ruimtelijke kwaliteit. Aansluiting op een lage temperatuur heeft de voorkeur, maar aanbeveling is om de systeemkeuze per deelgebied nader uit te werken.
25
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Figuur 29 – Verkenning mogelijkheden energietransitie
5.9 Circulariteit Aanvullend op de keuze voor afvalinzameling via ondergrondse containers is een nadere keuze nodig voor de omgang met bouwmaterialen. Om kansen voor circulair bouwen en demonteren beter te kunnen benutten zijn verschillende alternatieven beoordeeld. De alternatieven lopen op in zwaarte van het eisenpakket, waarmee ook de score op duurzaamheid per alternatief positiever wordt. Het is in eerste instantie wenselijk om bouwwerken flexibel en adaptief te bouwen, met open bouwsystemen en extra verdiepingshoogte. Zodoende kunnen gebouwen in de toekomst verschillende functies faciliteren. Verder is voorafgaand aan slopen of demonteren een verplichte inventarisatie van grondstoffen gewenst om de waarde van materialen te bepalen. Een gesloten grond- en materialenbalans is daarbij het uitgangspunt. Dit houdt in dat de bestaande aanwezige materialen in gebouwen, maaiveld en ondergrond in het gebied worden (her)gebruikt. Aanvullend is het gewenst om gebouwen met een lage milieudruk te realiseren, uitgedrukt in een lage MPG (Milieu Prestatie Gebouwen) met een score van maximaal 0,8. Die wordt bereikt door het gebruik van gerecycled beton, hout voor constructie en andere hernieuwbare materialen van biologische oorsprong. De verplichte materialeninventarisatie kan daarbij worden uitgebreid tot producten en componenten.
Tot slot kunnen demontabele tijdelijke bouwwerken een waardevolle bijdrage leveren aan de duurzaamheidsambities. Idealiter zijn alle materialen die gebruikt worden volledig herbruikbaar, inclusief daken, gevels en funderingen. Het huidige afvalinzamelpunt Henk Sneevlietweg kan een belangrijke bijdrage leveren aan de ambities voor circulariteit. Het is echter niet mogelijk om dit afvalpunt op de huidige locatie te behouden. Uitgangspunt is het ontwikkelen van een circulair ambachts- en bouwmaterialencentrum in of dichtbij Schinkelkwartier. Voorwaarde daarbij is wel dat het een modern en compact centrum wordt met een beperkte milieubelasting, zodat de functie inpasbaar is in gemengd stedelijk gebied.
26
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
6 Overzicht effectbeoordeling In deel A van het OER zijn per omgevingsaspect de effecten van transformatie ten opzichte van de referentiesituatie in beeld gebracht, waaruit volgt of sprake is van een positieve of negatieve verandering. Deze initiële effectbeoordeling gaat uit van een situatie zonder mitigerende maatregelen. In deel B van het OER hebben we alternatieven beoordeeld voor die aspecten, waarvoor een nadere keuze nodig is. Op basis van de voorkeursalternatieven en bijbehorende maatregelen en spelregels is de initiële effectbeoordeling veelal geoptimaliseerd. Onderstaande tabel (figuur 30) geeft per omgevingsaspect een overzicht van de score uit deel A en de geoptimaliseerde score op basis van het voorkeursalternatief (VKA) en spelregels uit deel B. In deel A zijn negatieve scores gegeven voor onder andere water, verkeer en geluid. Door mitigerende maatregelen en nadere keuzes zijn de scores veelal verbeterd. Daarbij geldt voor geluid dat het toevoegen van mensen in geluidbelast gebied, ondanks het treffen van maatregelen, nog altijd tot een licht negatieve score leidt. Voor diverse aspecten leidt transformatie van Schinkelkwartier niet tot een verbetering of verslechtering. Ultrafijnstof door luchtvaart houdt een negatieve score, omdat de transformatie van Schinkelkwartier hier geen invloed op heeft.
Thema
Bodem en ondergrond
Aspect
Beoordelingscriterium
Bodemopbouw Bodemkwaliteit Archeologie Niet gesprongen explosieven Kabels en leidingen Oppervlaktewater Waterveiligheid Water
Grondwater Waterkwaliteit Hemelwater Landschap Groen
Landschap, groen en natuur
Gebiedsbescherming Soortenbescherming Bomen
Cultuurhistorie
Cultuurhistorische waarden
Bouwhoogte
Hoogbouw
Initiële beoordeling deel A
Beoordeling o.b.v. VKA en spelregels
Impact van bodemopbouw op bebouwing Mate van bodemverontreiniging Mate van aantasting van archeologische waarden
0 0/-
0 0/+
0
0
Impact van niet gesprongen explosieven
0/-
0/+
Impact van aanwezige kabels en leidingen Mate van doorstroming en kwantiteit van het oppervlaktewater Mate van bescherming tegen overstroming Impact van grondwater op bebouwing en vice versa Mate van verontreiniging van oppervlakteen grondwater Mate van bescherming tegen intensieve regenbuien Mate van aantasting/versterking landschappelijk groen Hoeveelheid groen Mate van aantasting van beschermde natuurgebieden Impact op de instandhouding van beschermde soorten Mate van aantasting/bescherming van beeldbepalende bomen Mate van aantasting/versterking van cultuurhistorische waarden Mogelijkheden tot het realiseren van hoogbouw
0/-
0
-
+
0
0
-
0/+
0/-
+
0/-
+
0
+
0
+
0
0
0/-
0/+
0
0
-
0
0
0
27
Samenvatting concept Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Modal split Verkeer en vervoer
Verkeersafwikkeling Verkeersveiligheid Parkeren Industriegeluid Wegverkeersgeluid Spoorweggeluid
Geluid en trillingen
Metrogeluid Luchtvaartgeluid Scheepvaartgeluid Cumulatief geluid Trillingen Plaatsgebonden risico
Omgevingsveiligheid
Groepsrisico Veiligheidsrisico’s luchtvaart Stikstofdioxide (NO2)
Luchtkwaliteit
Geur Stof Overige gezondheidsbescherming Gezondheidsbevordering
Fijn stof (PM10 en PM2,5) Ultrafijnstof luchtvaart Ultrafijnstof wegverkeer Geurhinder Stofhinder Hittestress Lichthinder Stralingshinder Sport en bewegen Leefstijl Energievraag
Energie en circulariteit
Energiesysteem Energiepotentie Grondstoffengebruik Afvalinzameling
Mate waarin de modal split verandert van auto naar openbaar vervoer/fiets Mate waarin de verkeersafwikkeling wordt beïnvloed Mate waarin het aantal ongevallen verandert Mate van parkeerdruk Geluidbelast oppervlak plangebied per geluidklasse Geluidbelast oppervlak plangebied per geluidklasse Geluidbelast oppervlak plangebied per geluidklasse Geluidbelast oppervlak plangebied per geluidklasse Mate van blootstelling aan luchtvaartgeluid Geluidbelast oppervlak plangebied per geluidklasse Mate van cumulatieve geluidbelasting Mate waarin trillinghinder optreedt Omvang plaatsgebonden risico en impact op transformatie Omvang groepsrisico en impact op transformatie
-
+
-
0
-
0
-
0
--
0/-
--
0/-
-
0/-
-
0/-
-0
0/0
-0
0/0
0
0
0/-
0/-
0
0
0
0
0
0
Verandering in concentraties
-
-
Verandering in concentraties
0/-
0/-
Mate waarin geurhinder optreedt Mate waarin stofhinder optreedt Mate van optreden van een stedelijk hitteeilandeffect Mate van lichthinder Mate van stralingshinder Mate waarin de omgeving sport en bewegen bevordert Mate waarin een gezonde leefstijl wordt gestimuleerd Mate van reductie van gebruik elektriciteit en warmte Mate van toepassing van duurzaam energiesysteem Verandering in mogelijkheden duurzame opwek energie Mate van hergebruik van grondstoffen Duurzame wijze van afvalinzameling