CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage-2-rebel-rode-draden-versnellen-woningbouw

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 15 januari 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de Halfjaarrapportage Woningbouw 2024 (Nr. VN2024-017366)14.486 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

• • •

Doen, deze maatregelen geven snel resultaat Opstarten, deze maatregelen geven resultaat op termijn Ondersteun gemeenten, provincies en andere actoren om de basis op orde te brengen

5.2 Doen, deze maatregelen geven snel resultaat De maatregelen waarop het rijk haar eigen acties met prioriteit zou moeten richten zijn: Personele capaciteit • Expertise regionaal bundelen in regioteams: Formeer regioteams waarin de benodigde expertises gebundeld zijn, en op flexibele basis kunnen worden ingezet ten behoeve van prioritaire projecten in de regio. • Expertise bundelen in een landelijk kenniscentrum of -pool: Verdergaande standaardisatie van best practices op het gebied van inhoud en processen en gebruik/toepassing van wettelijk instrumentarium kan vorm krijgen in een landelijk kenniscentrum dat actief de kennis deelt. Hierbij kan de samenwerking gevonden worden met kennisinstellingen. • Biedt extra expertise aan door middel van flexpools (loopt): snelle beschikbaarheid van flexibele krachten helpt om tekort aan capaciteit (kwaliteit en/of kwantiteit) op te lossen. Prioriteren van inzet • Prioriteer samen met markt en corporaties locaties, projecten, en personele inzet: Het samen stellen van de prioriteiten leidt ertoe dat partijen hun energie richten op dezelfde projecten. Voor het bereiken van snelheid is een effectieve aanpak om te focussen op een beperkt aantal van de belangrijkste projecten. Minder projecten tegelijk, maar fasen sneller doorlopen.

Het gaat hierbij niet alleen om het stellen van prioriteiten voor de projecten waar partijen gezamenlijk aan werken, maar ook om het stellen van prioriteiten binnen bijvoorbeeld gemeentelijke organisaties. Het stellen van kaders • Voorkom te veel stapeling van eisen (vs wensen): Zorg voor duidelijke kaders in de omgevingsvisies en/of programma’s. Stuur op proactieve inzet van het “mengpaneel” voor milieuaspecten en gebruik dit voor prioritering / afweging wensen. Voorkom dat iedere locatie op

28/44

Versnellen proces woningbouwontwikkeling: welke maatregelen eerst? | Status: Definitief

elk aspect een 10 moet scoren, door de weging van belangen / doelen expliciet te maken voor de specifieke locatie. Samenwerking, houding en gedrag • Richt de houding en gedrag van mensen en organisaties veel sterker op het snel overbruggen van verschillen en ‘eens worden’. De drijfveren om het beste resultaat te behalen in projecten voor de eigen organisatie of achterban zijn vaak sterk aanwezig. De gedeelde wens en een productieve houding om een tijdig resultaat te behalen zou in houding en gedrag meer op de voorgrond moeten treden. • Zet adequate mechanismen voor ‘dispute resolution’ in: bied onderhandelende partijen een fair en doorslaggevend mechanisme voor het overbruggen van verschillen. Organiseer dat onderhandelende partijen hier snel gebruik van maken, en niet ‘doormodderen’. RO-instrumenten • Zorg dat gemeenten kunnen dooronderhandelen met indieners beroep bij Raad van State: geef gemeenten de handvatten en de incentive om niet de zitting en uitspraak af te wachten in geval een beroep bij de Raad van State is aangetekend tegen een besluit. Maar direct met indiener beroep in gesprek te gaan en bezwaren / beroepsgronden weg te nemen. Systeemvraagstukken bredere / sectorale wet- en regelgeving • Geef gemeenten helderheid over het kunnen aangaan van één-op-één transacties naar aanleiding van het Didam-arrest. Bijvoorbeeld door middel van een handreiking.

Regie, door Rijk, door anderen • Maak concrete en wederkerige prestatieafspraken als Rijk met gemeenten en woningcorporaties, inclusief systeem van monitoring en verantwoording (loopt grotendeels): Proces loopt al. Borg hierin dat niet alleen woningcorporaties zich verplichten betaalbare woningen te bouwen, maar ook dat gemeenten zich verplichten de daarvoor benodigde locaties te organiseren. Maak de prestatieafspraken art. 44 woningwet wederkerig. Niet alleen voorgenomen werkzaamheden van de toegelaten instelling, maar ook de bijdrage/prestatie die de gemeente levert ten behoeve van die werkzaamheden. • Zet in op flex-woningen (loopt): Neem barrières weg voor het investeren in flexwoningen (max 15 jaar) op korte termijn, bijvoorbeeld door te stimuleren dat in plannen voor de langere termijn

•

(waar dat passend is), ruimte wordt gereserveerd om flexwoningen na 15 jaar tijdelijke plaatsing, permanent te plaatsen op basis van een reguliere omgevingsvergunning. Zet in op transformatie: In recente jaren zijn veel eenvoudig te transformeren panden op geschikte locaties reeds naar wonen getransformeerd. Moeilijkere locaties en panden bieden de komende jaren nog potentieel om bij te dragen aan zowel permanente als tijdelijke woningen. Het Rijk kan dit aanjagen door hier actief regie op te voeren en te stimuleren (Taskforce Versnelling Tijdelijke Huisvesting).

5.3 Opstarten, deze maatregelen geven resultaat op termijn Acties die het Rijk direct zou moeten opstarten of voortzetten, om op termijn de woningbouw te versnellen zijn:

29/44

Versnellen proces woningbouwontwikkeling: welke maatregelen eerst? | Status: Definitief

Personele capaciteit • Opleiden voor instroom (vergroten van de capaciteit van de sector): Ontwikkel samen met het werkveld en onderwijsaanbieders opleidingen t.b.v. instroom van afgestudeerden in de sector. • Opleiden voor zijinstroom (vergroten van de zijinstroom in de sector): Idem, maar specifiek gericht op zijinstroom vanuit andere sectoren. • Zorg voor concurrerende arbeidsvoorwaarden waardoor het aantrekkelijker is om voor de overheid te werken Prioriteren van inzet • Prioriteer inzet binnen de gemeente naar domein woningbouw: Creëer incentives waardoor gemeenten meer nadruk zullen leggen op het domein woningbouw bij het toekennen van resources in hun eigen bedrijfsvoering. RO-instrumenten • Beperk het aantal benodigde onderzoeken: Scan vooraf de noodzaak en noodzakelijke diepgang van onderzoeken gekoppeld aan de fase van het planproces. Gebruik de mogelijkheid om onderzoeken die niet per se noodzakelijk zijn, pas uit te voeren wanneer daar concrete noodzaak toe is. Idem voor het verdiepen van noodzakelijke onderzoeken. Werk met standaarden waar mogelijk. Koppel partijen met een specifieke deskundigheid als de omgevingsdiensten, prorail etcetera aan als meewerkende partijen om zaken mogelijk te maken. Systeemvraagstukken bredere / sectorale wet- en regelgeving • Werk actief aan soepeler wet- en regelgeving rondom aanbesteding / tendering (o.a.

in verband met Didam-arrest). Organiseer meer opties en voorbeelden die direct bruikbaar zijn voor 1-op-1 afspraken die evident niet strijdig zijn met regelgeving, zodat gemeenten tempo kunnen maken zonder dat iedere transactie vraagt om juridisch advies en -discussie. • Stel wetgeving op over toepassen ‘dispute resolution’: Zie beschrijving van ‘dispute resolution’ hierboven. Leg zo’n mechanisme wettelijk vast, bijvoorbeeld in regelgeving rondom grondexploitatie en kostenverhaal. • Stel een handreiking op voor het toepassen van privaatrechtelijke middelen om te komen tot bindende afspraken over bouwtermijnen en bouwplicht. Zodat gemeenten maximaal beschikken over de mogelijkheden om privaatrechtelijke afspraken te maken die ertoe leiden dat woningaantallen daadwerkelijk en tijdig gerealiseerd worden. Het gaat daarbij niet alleen over bouwplichten, maar ook over het inbouwen van incentives om tijdig tot realisatie over te gaan. • Pas wetgeving bezwaar en beroep aan naar één ronde: zorg ervoor dat bij alle besluiten die nodig zijn voor woningbouwprojecten, en die vatbaar zijn voor bezwaar- en beroep, maximaal 1 ronde mogelijk is. • Voorkom vertragende effecten bestaande / nieuwe sectorale / EU- wet- & regelgeving (zoals v/h stikstof i.r.t.

PAS): Onderzoek bestaande en nieuwe wetgeving (inclusief internationale verdragen, zoals bijv Arhus-verdrag) op bepalingen die leiden tot vertraging van woningbouwprojecten (effecttoets). Overweeg aanpassing van die bepalingen. Betrek het effect op snelheid van woningbouw bij advisering over nieuwe wetten en regels. En werk proactief aan oplossingen voor nieuwe problemen die zouden kunnen ontstaan als gevolg van nieuwe gerechtelijke uitspraken met een negatief effect op de woningbouwproductie. Wacht niet tot een

30/44

Versnellen proces woningbouwontwikkeling: welke maatregelen eerst? | Status: Definitief

• •

nadelige uitspraak een feit is met het werken aan een oplossing, maar ga eerder aan de slag om het gevolg te beperken. Anders kunnen we in de toekomst vergelijkbare problemen verwachten als rondom stikstof en PAS zijn opgetreden. Bijvoorbeeld rondom de kaderrichtlijn Water. Zorg dat het maatschappelijk belang van versnellen van de woningbouwproductie veel sterker op de agenda staat bij wetgevende en regelgevende organen, ook op Europees niveau. Zet in op een systeemomslag die industrieel bouwen bevordert: Speur belemmeringen in wet en regelgeving op en neem deze weg. Zet een kennis en datapool op waardoor data en onderzoeken slimmer / effectiever worden uitgevoerd (via data-deling platform, gebruik 3D technieken et cetera)

Regie, door Rijk, door anderen • Organiseer sanctionering bij schending van afspraken: Gebruik inzet van rijksinstrumentarium om het niet nakomen van prestatieafspraken door gemeenten, woningcorporaties of marktpartijen te sanctioneren. Zoals bijvoorbeeld bij correcties op WBI-bijdragen of meer ruimte voor gemeenten om marktpartijen te sanctioneren. • Verruim de werking van de geschillencommissie ex artikel 44 Woningwet ook naar andere partijen: Toepasbaar als ook andere partijen dan toegelaten instellingen prestatieafspraken aangaan. • Voorzie provincies van instrumenten om woningbouw op de juiste plekken te bevorderen. Zorg voor voldoende doorzettingsmacht bij provincies. • Vergroot de capaciteit bij de Raad van State: Laat het criterium van redelijke termijn voor het afdoen van bestuursrechtelijke geschillen los als onderliggende onderbouwing voor de capaciteit van de Raad van State, en stem de capaciteit in plaats daarvan af op het bereiken van minimale vertraging van de woningbouw. (Wordt reeds aan gewerkt)

5.4 Ondersteun gemeenten, provincies, regio’s en andere actoren om sneller tot resultaat te komen Veel van de voorgestelde maatregelen liggen binnen bereik van gemeenten, provincies, en andere actoren Aangezien de publieke planprocessen die leiden tot woningbouwprojecten zich grotendeels afspelen in de RO-praktijk van gemeenten, provincies en regio’s, richten ook veel van de voorgestelde maatregelen zich op versnelling in die context. Het is aan de gemeenten, provincies en regio’s om met deze maatregelen aan de slag te gaan (of daarin door te gaan) om de gewenste versnelling te bereiken. Onderstaand kader bevat een samenvatting van de maatregelen, gericht op gemeente, provincie of regio, die in de literatuur zijn genoemd en hoog scoorden op prioriteit. Het invoeren van deze maatregelen zal de betrokken partijen in grote mate helpen een hogere snelheid te bereiken.

31/44

Versnellen proces woningbouwontwikkeling: welke maatregelen eerst? | Status: Definitief

Project- en procesplanning • Integraler werken binnen gemeentelijke organisatie (sectoren binnen projectteam) • Heldere mandatering projectteam & projectmanager • Publiek ontwikkelproces verhelderen (bijvoorbeeld routekaarten / modellen) • Privaat ontwikkelproces ondersteunen • Hanteer alternatieve werkprocessen (bijvoorbeeld snelkookpanmethode) • Maak vroegtijdig een risicoanalyse (Wat ligt op kritieke pad) • Schakel processen waar mogelijk digitaal • Werk met doorbraaktafels en adequate escalatieprocessen • Betrek proactief en vroegtijdig de gemeenteraad • Zie af van bovenwettelijke besluitvormingsstappen door gemeenteraad (laat college van B&W mandaat gebruiken) • Stem afronden van fasen af op verkiezingsritme • Betrek proactief stakeholders en zorg voor adequaat omgevingsmanagement / participatie Het stellen van kaders • Werk met heldere en eenduidige kaders • Voorkom ontbrekende delen in kaders (die later toegevoegd moeten worden) • Werk met voldoende flexibele kaders, met onderscheid tussen gebieds- (flexibeler) en kavelniveau (strikter) • Pas ‘botsproeven’ toe, leg beleidsknelpunten helder op tafel, inclusief mogelijke maatwerk aanpassingen • Werk compensatie / salderingsprincipes concreet uit • Stuur op consistente beleidskaders, en pas eventueel overgangsrecht toe • Bepaal de momenten waarop afspraken bevroren worden Samenwerking, houding en gedrag • Werk aan

onderling vertrouwen, teambuilding • Inzet op competentiemanagement en teamsamenstelling Onderzoek • Zorg voor onderliggend basisonderzoek waar bestemmingsplan-onderzoeken op kunnen bouwen • Gebruik soortenmanagementplan flora & fauna RO-instrumenten • Schakel procedures waar mogelijk parallel (bijvoorbeeld via coördinatieregeling) • Vermijd door onderhandelen tijdens bestemmingsplanprocedures Regie, door Rijk, door anderen • Neem harde afspraken op over planning in verkoop-, anterieure- en verkoopovereenkomsten • Neem versnelling van de opgave inclusief deadlines op in collegeprogramma’s

32/44

Versnellen proces woningbouwontwikkeling: welke maatregelen eerst? | Status: Definitief

Hoe kan BZK bevorderen dat gemeenten, provincies en andere actoren acties ondernemen om de woningbouw te versnellen? Naast de maatregelen die het rijk kan nemen om de woningbouw te versnellen, die genoemd zijn in 5.1.1 en 5.1.2, kan het rijk ook stappen zetten om de andere actoren ertoe te bewegen de juiste acties in gang te zetten. Wat het rijk kan doen varieert van het stellen van harde randvoorwaarden tot meer coachend optreden en simpelweg ‘voordoen’ (walk the talk) wat efficiënte en snelle werkwijzen zijn. Concreet kan dit inhouden:

• • •

• •

•

Stel voorwaarden op het gebied van proces- & projectplanning, gekoppeld aan het ter beschikking stellen van middelen. Bijvoorbeeld bij de NOVEX-gebieden. Het rijk kan hier als voorwaarde stellen dat projectorganisaties met een ruim mandaat worden ingezet, bijvoorbeeld in de vorm van programmabureaus en/of projectbureaus. Organiseer versnellingstafels op gemeentelijk en regionaal niveau (à la SGE). Aan deze versnellingstafels wisselen partijen ‘best practices’ uit, met als doel dat gemeenten toewerken naar effectievere c.q. snellere processen. Gebruik het Expertteam Woningbouw om kennis en ervaring over versnellende werkprocessen breder te verspreiden (loopt): Het expertteam komt nu regelmatig werkwijzen in processen tegen die tot een snellere doorbraak kunnen leiden. Het zou goed zijn deze doorbraaktechnieken actief breder toepasbaar te maken door ze verder te verspreiden en het gebruik door andere gemeenten te stimuleren. Woningbouwcoach / woningbouwambassadeur: Zet een woningbouwcoach in, die in een bepaalde regio zich tussen de partijen begeeft en verkent waar de knelpunten liggen en welke mogelijkheden voor versnelling er zijn. Dit kan ook een coach specifiek voor B&W/raad zijn. Veranker de juiste proces- en projectplanning, door dit een vast onderdeel te maken van de werkwijze van ambtelijke capaciteit die via regiopools en flexpools ter beschikking komt van gemeenten.

Stel dus niet alleen menskracht ter beschikking, maar geef deze mensen ook de tools en training mee om in de gemeenten waarin ze aan het werk gaan impact te hebben op het versnellen van de woningbouwproductie. Gebruik projecten die op deze wijze tot stand komen als aansprekende voorbeelden. Ontwikkel eenvoudig toepasbare technieken voor het afwegen van beleidsdoelstellingen binnen projecten (mengpaneel), en mechanismen voor afkoop en compensatie. Biedt deze technieken in de vorm van handreikingen aan aan de markt, zodat een bruikbare oplossing laagdrempelig beschikbaar is voor partijen die betrokken zijn in complexe ontwikkelprocessen.

33/44

Versnellen proces woningbouwontwikkeling: welke maatregelen eerst? | Status: Definitief

6. Advies: handreiking voor een actieagenda versnellen 6.1 Een actieagenda versnellen met vier thema’s De geraadpleegde literatuur en de interviews geven een beeld van de oorzaken van traagheid in de woningbouw, de mogelijkheden om te versnellen, en de rol die het Rijk hierin kan nemen. Daaruit blijkt wel dat het een veelzijdig vraagstuk is, dat vraagt om acties vanuit verschillende invalshoeken om daadwerkelijk tot een versnelling te komen. Wij adviseren een samenhangende actieagenda versnellen te maken die inzet op vier hoofdthema’s: 1. Gecoördineerde regie op de woningbouwproductie 2. Het uitbouwen van een centraal expertisenetwerk en het implementeren van de adviezen uit dat netwerk 3. Investeren in innovatieve ontwikkelingen met een versnellingspotentieel 4. Het huiswerk van het rijk: wet- en regelgeving en uitvoeringsorganisatie Van belang is dat we ons bewust zijn dat de uitvoering van deze thema’s geen “of-of” keuze is. Echte versnelling kan pas worden bereikt wanneer de acties uit deze thema’s in samenhang worden uitgevoerd.

6.2 Uitwerking van de thema’s De vier thema’s kunnen in de actieagenda als volgt worden uitgewerkt: 1.

Gecoördineerde regie op de woningbouwproductie (RijkREGIE: Provincies-Regionale samenwerkingen-Gemeenten) is van OVEREENSTEMMING groot belang om sturing te hebben op de OVER HOEVEEL WE woningbouwproductie, zowel naar aantal als naar locatie. Het GAAN BOUWEN EN Rijk heeft met het Programma Woningbouw deze beweging reeds sterk ingezet. De versnelling van de WAAR WE GAAN woningbouwproductie zal erbij gebaat zijn als deze BOUWEN regiefunctie in de komende jaren verder versterkt en inhoudelijk uitgebouwd wordt. 1. Doorwerken van de regiefunctie van het rijk via provincies naar gemeenten, door de doelstellingen in de verschillende bestuurslagen verder gelijk te schakelen, dat wil zeggen: de bestuurslagen hebben een gedeeld beeld over de te maken aantallen en de locaties waar deze aantallen gebouwd worden. Deze locaties (bijv. de NOVEX locaties) krijgen vervolgens de prioriteit. Hier hoort ook bij het standaardiseren en integreren van informatiestromen (monitoring). Als het moeilijk is om overeenstemming te bereiken dan kunnen rijks doorbraakteams hier behulpzaam in zijn. En indien geen overeenstemming wordt bereikt, dan zouden het Rijk en de provincie als ultieme remedie gebruik moeten kunnen maken van hun doorzettingsmacht door middel van een aanwijzing of inzet van het rijks inpassingsplan. 2.

Bevorderen en uitbouwen van de wederkerigheid en onderlinge samenhang in de gevoerde regie. Bijvoorbeeld door gemeenten voor te schrijven dat prestatieafspraken met toegelaten instellingen wederkerig moeten zijn, zodat niet alleen de toegelaten instellingen zich vastleggen op het realiseren van sociale huurwoningen, maar dat de gemeenten zich ook vastleggen op het ter beschikking stellen van locaties. Hetzelfde geldt voor marktpartijen: zij zullen de woningbouwopgave grotendeels moeten realiseren. Tegenover omvangrijk investeringen vanuit het rijk kan niet enkel vrijblijvendheid vanuit de markt

34/44

Versnellen proces woningbouwontwikkeling: welke maatregelen eerst? | Status: Definitief

3.

4.

2.

staan, bijvoorbeeld over wel of niet bouwen. Marktpartijen die zich opstellen als een partner in de gedeelde opgave onder centrale regie verdienen een wezenlijk andere positie bij het selecteren van partners dan marktpartijen die primair voor de eigen doelstellingen gaan. Blijvende inzet van financiële middelen en investeringen in infrastructuur en woningbouw (inclusief de organisatiestructuur) als stimulans en om barrières voor het realiseren van woningen weg te nemen. Het effect van deze maatregelen kan verder versterkt worden door deze te koppelen aan randvoorwaarden die gaan over het gebruik van gedeelde expertise, bewezen effectieve en snelle werkprocessen et cetera. (Zie hierna onder 2). Een structureel sterkere positie voor woningzoekenden in de besluitvorming over woningbouw en woningbouwlocaties. In het krachtenspel rondom toekomstige woningbouwlocaties hebben de beoogde bewoners op dit moment weinig invloed. Er is veel oog voor de gevestigde (en ook gerechtvaardigde) belangen van omwonenden, maar de mensen voor wie de woningen bedoeld zijn hebben nog te weinig een stem. Dit kan worden bevorderd door te stimuleren dat woningzoekenden zich actiever organiseren (een ‘vakbond’ voor woningzoekenden) en door participatieprocessen zo in te richten dat woningzoekenden meer aan bod komen.

Een sterkere YIMBY tegenover de NIMBY-reflex, die in participatieprocessen nog wel eens voorkomt.

Een centraal expertisenetwerk voor gedeelde kennis over uniforme standaarden, effectieve processen, bewezen snelle werkwijzen. De grootste vertraging in de bouw van woningen ontstaat in de fase van initiatief tot aanvraag omgevingsvergunning. Keer op keer blijkt dat niet de procedures de tijdrovende factor zijn in de Nederlandse woningbouw, maar juist de periode die aan de procedures voorafgaat: het bepalen waar en wat er precies gebouwd moet worden, met welke kwaliteiten en onder welke voorwaarden. Dit is een deel van het proces waarop het Rijk geen directe grip heeft. Dit is bij uitstek het domein van gemeenten. Uit de literatuur komt een groot aantal acties naar voren die gemeenten zouden kunnen nemen om processen te versnellen. Het Rijk kan hierin een rol voor zichzelf vormgeven door gemeenten actief te stimuleren en door te bevorderen dat een gedeeld beeld ontstaat wat goede standaarden, effectieve processen en werkwijzen zijn, en hoe die kunnen worden toegepast. Hierdoor kan ervoor gezorgd worden dat gemeenten op een groot aantal aspecten niet “het wiel hoeven uit te vinden”. Daarbij kan worden verder gebouwd op de basis die er al is: het expertteam Woningbouw, de Taskforce Nieuwbouw Woningcorporaties, de flexpools bij Provincies etcetera.

Belangrijk is daarbij dat het expertisenetwerk zich ontwikkelt tot een coproductie van het Rijk, de gemeenten en provincies en kenniscentra en opleidingsinstituten in de sector. In het expertisenetwerk komt een aantal lijnen bijeen die veel genoemd worden in de adviezen over versnellen: 1. Ontwikkelen van uniforme beleidsstandaarden en NIET STEEDS beleidsborging. Dit draagt eraan bij dat gemeenten OPNIEUW HET WIEL sneller en eenvoudiger hiaten in beleid kunnen invullen, UITVINDEN, MAAR strategische doelen kunnen vertalen naar eenduidige KIEZEN UIT EEN beleidsregels, en eenvoudiger met elkaar tot regionale BEPERKT AANTAL afstemming en gelijkschakeling van beleidseisen kunnen komen. En vervolgens kunnen ze ook gemakkelijker STANDAARDEN ontwikkelingen die voortkomen uit dit beleid borgen in Omgevingswetinstrumenten (o.a. Programma en

35/44

Versnellen proces woningbouwontwikkeling: welke maatregelen eerst? | Status: Definitief

2.

3.

4.

Omgevingsplan). Zeker de komende jaren moeten gemeenten en andere partijen wennen aan de Omgevingswet. Door concrete direct toepasbare voorbeelden en aanpakken (die als ‘standaard’ kunnen fungeren) uit te werken hoeven gemeenten niet steeds individueel te ontdekken wat een handige en snelle manier van werken is. Ontwikkelen en documenteren van bewezen ALS WE ECHT aanpakken, snelle werkwijzen en doorbraaktechnieken. Om een daadwerkelijke versnelling te bereiken is het SNELLER WILLEN noodzakelijk dat gemeenten en marktpartijen anders gaan MOETEN WE werken in de fasen voorafgaand aan de ALLEMAAL ANDERS vergunningaanvraag. Een gemeente die een nieuw project GAAN WERKEN opstart, of een gemeentelijk projectmanager die signaleert dat zijn project vertraging dreigt op te lopen, zou laagdrempelig toegang moeten hebben tot alternatieve werkwijzen en doorbraaktechnieken, die hem helpen de vaart erin te houden. Zo begint men niet ieder keer weer met het zoeken naar goede voorbeelden. Het gaat hierbij dus om het verzamelen en gemakkelijk toegankelijk maken van bewezen snelle en effectieve aanpakken en werkwijzen, die vertaald zijn in eenvoudig te verkrijgen, actiegericht advies. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een eenvoudige (getoetste) manier om met het Didam-arrest om te gaan bij grondverkoop door gemeenten.

Opleiden en trainen van de sector: instroom, LAAT ZIEN HOE HET professionals, bestuurders en gemeenteraden. De grote KAN EN STIMULEER woningbouwopgave leidt onvermijdelijk tot een ANDEREN OM HET opleidingsbehoefte in de sector. Deels gaat het om VOORBEELD TE opleiden ten behoeve van instroom en zijinstroom in de sector. Daarnaast gaat het zeker ook om het opleiden en VOLGEN trainen van ervaren professionals, die we dus vragen om sneller tot resultaat te komen. En tot slot verdient het ook aanbeveling om bestuurders en gemeenteraden te onderwijzen over wat zij zelf kunnen doen en nalaten om snelle bouw van woningen te bewerkstelligen. Het Rijk zou deze investering in de mensen in de sector kunnen stimuleren, door via het expertisecentrum, gebruikmakend van bestaande opleidingsinstituten in de sector, opleidingen en trainingen aan te bieden die de hierboven genoemde bewezen snelle werkwijzen en het gebruik van uniforme beleidsstandaarden onderwijzen. Deze opleidingsinspanning zou in samenwerking met de marktsector vorm moeten krijgen, zodat professionals van overheid en marktpartijen vervolgens op basis van gedeelde werkwijzen en een gezamenlijk beeld van een effectief proces aan het werk gaan. Dit proces van trainen en opleiden kan een centrale pijler zijn van het bouwen aan cultuur en houding in de sector, zowel bij de overheid als bij de marktpartijen.

Adviseren en demonstreren van effectieve en snelle HET VEEL SNELLER procesarchitectuur. Tot slot zou er een direct link moeten EENS WORDEN OVER zijn tussen de kennis en instrumenten van het WAT WE GAAN expertisenetwerk, en de plekken waar namens of met geld van het rijk, mensen werken aan de woningbouwopgave. DOEN MET Z’N Anders gezegd: de experts van het expertteam ALLEN woningbouw, accountmanagers in de uitvoering van de WBI-regeling, deels door het rijk gesubsidieerde

36/44

Versnellen proces woningbouwontwikkeling: welke maatregelen eerst? | Status: Definitief

flexkrachten in de Provinciale flexpools et cetera, zouden allen moeten beschikken over kennis en ervaring met de bewezen snelle werkwijzen en doorbraaktechnieken, en dit actief moeten uitdragen in hun betrokkenheid bij projecten. En op die manier bijdragen aan de verdere verspreiding van snelle procesarchitectuur. 3.

Innovatieve ontwikkelingen met een versnellingspotentieel. Ontwikkelingen in digitalisering van de planvorming en industrialisering van de realisatie van woningen, herbergen nog een groot onbenut potentieel aan versnelling. Bij het centraal stellen van de woningbouwopgave als één van de kernvraagstukken in het Nederland van nu past ook een actieve rol van het Rijk bij het stimuleren van de innovatie op deze terreinen, en dan met name op het vlak van het bevorderen van de implementatie van innovatieve werkwijzen. Dit zou kunnen door: 1. Investeren in nieuwe procesarchitectuur bij BEWIJS DAT HET gemeenten en versnelling op basis van verregaande VEEL SNELLER KAN digitalisering en parametrisch ontwerpen. MET VOORBEELDDigitalisering en parametrisch ontwerpen maken het PROJECTEN mogelijk om het proces van eerste initiatief tot aanvraag omgevingsvergunning aanmerkelijk te verkorten. Dit vraagt wel een totaal andere procesarchitectuur, waar de meeste gemeenten geen ervaring mee hebben. Het Rijk zou deze ontwikkeling kunnen versnellen, door een pilotprogramma te starten, waarin gemeenten deels gesubsidieerd (dus met een beperkt financieel risico) ervaring kunnen opdoen met deze werkwijze.

De ervaring leert dat gemeenten die met deze werkwijze ervaring opdoen, vervolgens vaak daarmee doorgaan en gaandeweg meer tijdswinst boeken als gevolg van het gebruik van de mogelijkheden van digitale techniek. Door een pilotprogramma te subsidiëren kan het Rijk bijdragen aan de ontwikkeling van een markt, op basis waarvan nieuwe aanbieders kunnen opstaan die de digitale tools en werkwijzen ontwikkelen die kunnen bijdragen aan de versnelling. 2. Investeren in de totstandkoming van een goed werkende marktplaats waar vraag en aanbod van JAAG DE industrieel gebouwde woningen bijeenkomt. Een INNOVATIEKRACHT tweede domein van innovatie die bijdraagt aan het IN DE BOUW AAN versnellen van de woningbouwproductie is het DOOR TE LEREN VAN conceptueel en industrieel bouwen. Naast de bijdrage DE MAAKSECTOR die industrieel bouwen kan leveren aan de versnelling kan het eveneens bijdragen aan een hogere kwaliteit van het eindproduct, lagere milieubelasting en betere arbeidsomstandigheden en hogere productiviteit in de sector. Het Rijk zou deze ontwikkeling verder kunnen stimuleren door te investeren in de totstandkoming van een goed werkende marktplaats, waar de vrager / opdrachtgever een sterkere positie heeft dan op de huidige markt, doordat het specificeren van kwaliteitseisen die de minimumeisen overstijgen, veel eenvoudiger is geworden.

4.

De huiswerkopgave voor het Rijk. En tot slot heeft het Rijk ook een aantal heel concrete huiswerkopgaven die bij uitstek (en exclusief) tot het domein van het Rijk behoren. Enerzijds gaat het daarbij om het aanpassen van wet- en regelgeving, en anderzijds om noodzakelijke ontwikkelingen in de uitvoerende taken van het Rijk.

37/44

Versnellen proces woningbouwontwikkeling: welke maatregelen eerst? | Status: Definitief

1.

2.

Wet- en regelgeving: HOU DE NOODZAAK 1. Maak voor gemeenten duidelijk hoe ze meer 1-opOM TEMPO TE 1 zaken kunnen doen; KUNNEN MAKEN IN 2. Onderzoek de mogelijkheid van het opleggen van een bouwplicht, met onteigening als uiterste HET OOG BIJ HET consequentie bij niet-realiseren; MAKEN VAN WETTEN 3. Bezwaar- en beroep: zorg dat nooit meer dan één EN REGELS ronde beroep mogelijk is; 4. Overweeg in beroepsprocedures een sneltoets op proportionaliteit en ontvankelijkheid in te voeren, zodat kansloze procedures snel zijn afgewikkeld. 5. Onderzoek de mogelijkheden om het ‘schot hagel’ in RvS-procedures minder te belonen door alleen bezwaargronden te honoreren die daadwerkelijk raken aan het belang van belanghebbende. 6. Voorkom vertraging als gevolg van dossiers als Stikstof/PAS, PFAS et cetera. Door enerzijds bij het maken van sectorale wet- en regelgeving, en internationale verdragen, veel alerter te zijn op het potentiële effect op de woningbouwproductie in Nederland. En anderzijds door bij dossiers die de potentie hebben om uit te groeien tot een probleem voor de woningbouwproductie (bijvoorbeeld de Kaderrichtlijn Water), vroegtijdig te werken aan oplossingen, zodat een oplossing reeds voorhanden is als het probleem ontstaat. 7. Zie af van het reguleren van middenhuren voor zover dit tot vertraging van projecten zal leiden.

Dat wil zeggen: stel verdere regulering van middenhuren uit, of zorg voor een overgangsregeling die voorkomt dat projecten die reeds in gevorderde staat van ontwikkeling zijn plots onhaalbaar worden. 8. Verruim de mogelijkheden voor corporaties om middenhuur en blijvend betaalbare koop te realiseren en hiervoor gunstige financiering aan te trekken. En maak dit vervolgens ook onderdeel van de prestatieafspraken. Verruim de wettelijke mogelijkheden voor corporaties om potentiële ontwikkellocaties te verwerven. Uitvoerende taken van het Rijk: ZET DE 1. Breid de capaciteit van de Raad van State uit EXECUTIEKRACHT 2. Organiseer een Rijksgrondbank, in combinatie VAN HET RIJK IN met een Rijksontwikkelbedrijf. En zet deze WAAR DIT EEN faciliteit en organisatie in om de als eerste genoemde regiefunctie kracht bij te zetten, door BIJDRAGE KAN gemeenten en provincies in staat te stellen de LEVEREN benodigde en aangewezen locaties beschikbaar te maken voor woningbouw. Een financiële ondersteuning vanuit het rijk (via een Rijksontwikkelbedrijf en Rijksgrondbedrijf) maakt inzet van het instrument van de WVG voor meer gemeenten en in meer situaties realistisch.

38/44

Versnellen proces woningbouwontwikkeling: welke maatregelen eerst? | Status: Definitief

Actieagenda Versnellen Regie op de woningbouw • •

• •

Doorwerken van de regiefunctie van het rijk via provincies naar gemeenten Bevorderen en uitbouwen van wederkerigheid en onderlinge samenhang Blijvende inzet van financiële middelen en investeringen Een structureel sterkere positie van woningzoekenden in besluitvorming

Huiswerkopgave voor het Rijk • • • •

Aanpassingen in wet- en regelgeving Preventie van vertraging door toekomstige wet- en regelgeving Vergroot de capaciteit van de Raad van State Versterk de inzet van uitvoerende taken van het Rijk (mede) gericht op woningbouw (rijksgrondbank en rijksontwikkelbedrijf)

Figuur: het advies voor een Actieagenda Versnellen samengevat

Centraal expertisenetwerk • •

• •

Uniforme beleidsstandaarden en beleidsborging Ontwikkelen en documenteren van snelle werkwijzen en doorbraaktechnieken Opleiden en trainen van de sector Adviseren en demonstreren van effectieve en snelle procesarchitectuur

Innovatieve ontwikkelingen met versnellingspotentieel •

•

Investeren in nieuwe procesarchitectuur op basis van digitalisering en parametrisch ontwerpen Doorontwikkelen marktplaats voor vraag en aanbod van industrieel en conceptueel bouwen

39/44

Versnellen proces woningbouwontwikkeling: welke maatregelen eerst? | Status: Definitief

Appendix 1 : Toekennen van scores aan maatregelen Analysestap 2: identificeren van de maatregelen met het grootste probleemoplossend vermogen In deze stap hebben we in beeld gebracht welke maatregelen het grootste probleemoplossend vermogen hebben. Dit is gevisualiseerd in onderstaande afbeelding:

IJ-as Effect van de maatregel

zeer groot X-as De oorzaak van vertraging waarop de maatregel zich richt, levert een kleine / grote bijdrage aan het probleem van groot traagheid. klein

midden

groot

zeer groot

midden

klein

Om te kunnen beoordelen of een bepaalde maatregel aangrijpt op een groot of klein probleem, is per maatregel benoemd op welk probleem deze maatregel zich richt. Van ieder probleem is daarnaast op basis van de literatuur en praktijkervaringen van Rebel en Rho een inschatting gemaakt in welke mate het probleem bijdraagt aan het probleem van traagheid. Omvang van het probleem waarop de maatregel ingrijpt

Bijdrage aan traagheid

Zeer klein

0-1 maand

Klein

2-3 maanden

Middelgroot

3-6 maanden

Groot

6-12 maanden

Zeer groot

Groter dan 12 maanden

40/44

Versnellen proces woningbouwontwikkeling: welke maatregelen eerst? | Status: Definitief

De volgende stap is het toekennen van een score voor de mate waarin de voorgestelde maatregel het probleem kan verhelpen. De literatuur doet weinig concrete uitspraken over de te verwachten effectiviteit van maatregelen, dus deze score is in hoge mate toegekend op basis van beredenering. Oplossend vermogen van de maatregel Klein

0 - 25%

Middelgroot

25% - 50%

Groot

50% - 75%

Zeer groot

75% - 100%

Een voorbeeld van een dergelijke redenering is als volgt: Een genoemde maatregel is “stel doorbraaktafels in om onder tijdsdruk oplossingen en doorbraken te bereiken.” Op basis van praktijkervaringen schatten we in dat dit instrument in meer dan de helft van de gevallen tot een doorbraak en versnelling van het proces leidt. Maar niet in alle gevallen: niet alle doorbraaktafels zijn succesvol. De maatregel krijgt daarom de score ‘groot’ op het criterium ‘oplossend vermogen van de maatregel’. In stap 1 worden dus die maatregelen geselecteerd die een relatief groot effect hebben op de factoren die in relatief grote mate bijdragen aan het probleem van traagheid. Zo ontstaat een pakket van maatregelen waarvan helder is dat het nuttig is deze maatregelen op termijn in te voeren (of tenminste de invoering daarvan af te wegen) met als doel de bouw van woningen te versnellen. Analysestap 3: prioriteren van de maatregelen In de volgende stap brengen we een volgorde aan in de door te voeren maatregelen: welke maatregelen als eerste - , welke maatregelen later - , en welke in het geheel niet doorgevoerd zouden moeten worden. Daarbij maken we gebruik van de volgende criteria:

Lagere prioriteit

kleiner

snelheid van invoeren

groter

groter

kosten van maatregel

negatief

effect op businesscases positief

kleiner

invloed van hoofdactor groter

kleiner

Hogere prioriteit

De hoogste prioriteit wordt gegeven aan maatregelen die snel kunnen worden uitgevoerd, tegen lage kosten, die een positief of neutraal effect hebben op de businesscases van partijen, en waarop de actor die aan de lat staat voor uitvoering van de maatregel, veel invloed kan uitoefenen. Bij het criterium ‘snelheid van invoeren’ wordt onderscheid gemaakt in maatregelen die direct, op korte termijn, op middellange termijn en op langere termijn kunnen worden toegepast. De wijze van scoren is weergegeven in deze tabel.

41/44

Versnellen proces woningbouwontwikkeling: welke maatregelen eerst? | Status: Definitief

Snelheid van invoeren / toepassen van de maatregel Direct

Binnen 1 jaar

Korte termijn

1 tot 2 jaar

Middellange termijn

2 tot 4 jaar

Lange termijn

5 jaar of langer

Vervolgens is het criterium ‘kosten van maatregel’ gescoord, waarbij sommige maatregelen een aanzienlijke investering vragen, terwijl andere juist leiden tot een directe besparing bij het toepassen ervan. De literatuur bevat geen ramingen van kosten van maatregelen of onderbouwingen daarvan, dus deze scores zijn op basis van beredeneerde inschattingen toegekend. Met een zeker abstractieniveau zodat de scores ondanks het ontbreken van een cijfermatige onderbouwing, verifieerbaar correct zijn. Kosten van de maatregel Negatieve kosten, maatregel levert een besparing op

Besparing

Geen kosten

Nihil

Beperkte meerkosten t.o.v. huidig

Laag

Aanzienlijke extra investering

Hoog

Naast de kosten van de maatregel, is ook relevant hoe de maatregel de businesscase beïnvloedt van partijen in het veld. Daarbij speelt mee dat de traagheid van planprocessen leidt tot hoge kosten voor de partijen die in deze processen participeren. In veel gevallen loont het daarom in korte tijd een extra inspanning te leveren en de meerkosten daarvan te accepteren, aangezien deze worden goedgemaakt door besparingen als de versnelling daadwerkelijk wordt bereikt. Het effect op de businesscase van partijen is als volgt gescoord: Effect van de maatregel op de businesscase van partijen Positief, de maatregel leidt per saldo tot lagere kosten

Positief

Neutraal, de meer- en minderkosten van de maatregel heffen elkaar op

Neutraal

Negatief, de maatregel leidt per saldo tot hogere kosten

Negatief

Tot slot is een score toegekend aan de mate waarin de belangrijkste actor die een maatregel kan invoeren of toepassen, kan beïnvloeden dat de maatregel ook daadwerkelijk effectief wordt toegepast. Sommige maatregelen kan een actor voor zichzelf bepalen, en hij heeft daarover dus volledige controle. Zoals bijvoorbeeld “Stel geen bovenwettelijke eisen”. Deze maatregel ligt volledig binnen de

42/44

Versnellen proces woningbouwontwikkeling: welke maatregelen eerst? | Status: Definitief

invloedsfeer van de gemeente. Maar andere maatregelen vereisen de inspanning van meerdere partijen en zijn niet volledig beïnvloedbaar door de actor die de maatregel invoert. Een voorbeeld hiervan is “Werk aan onderling vertrouwen, teambuilding”. Deze maatregel heeft de inzet van alle betrokken partijen nodig, en ligt derhalve veel minder binnen de invloedsfeer van één actor. Mate van invloed van de hoofdactor op het effectief toepassen van de maatregel Geen invloed

0%

Kleine invloed

Tussen 0% en 50%

Grote invloed

Tussen 50% en 100%

Complete invloed

100%

43/44

Versnellen proces woningbouwontwikkeling: welke maatregelen eerst? | Status: Definitief

Damo Holt

Koos Seerden

+31 6 523 11 710 damo.holt@rebelgroup.com

+31 10 201 8502 koos.seerden@rho.nl

Hein Schouwenaars

Leo Snel

+31 6 513 04 874 hein.schouwenaars@rebelgroup.com

+31 10 201 8650 leo.snel@rho.nl

Rotterdam (HQ)

Amsterdam Düsseldorf

Londen Antwerpen Washington D.C.

Mumbai

Nairobi Jakarta

Johannesburg

Wijnhaven 23 3011 WH Rotterdam Nederland +31 10 275 59 95 info@rebelgroup.com www.rebelgroup.com

Manila

44/44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15041728/1