CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Raadsvoodracht Instemmen met het uitvoeringsbesluit en inkoopstrategie aanvullende ondersteuning Amsterdam 2021-2027

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 19 april 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het nieuwe beleid met betrekking tot het persoonsgebonden budget (Pgb) voor Begeleid Thuis.Nr. VN2023-01079120.154 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Geconstateerd is dat meer cliënten dan aanvankelijk werd gedacht in een eigen woning kunnen verblijven in plaats van in een 24-uurs voorziening. Daarom blijft dezelfde inhoudelijke ambitie van kracht. Belangrijke onderdelen die bij deze ambitie horen zijn het stimuleren van de eigen regie van de cliënt in zijn of haar eigen traject en het bevorderen van participatie van Amsterdammers in de wijk en de maatschappij. Daarnaast is het van belang om ook de aandacht te richten op het voorkomen van instroom zodat mensen kunnen blijven wonen waar ze wonen, in plaats van verhuizingen naar MO/BW om mensen daar ondersteuning te bieden. Ondersteuning bieden in de wijk kan. De pilot voor Zelfredzame daklozen heeft dit aangetoond. Met de komst van de Buurtteams Amsterdam kunnen we dit nog beter neerzetten en zorgen voor de juiste expertise en verbindingen in de wijk. Om meer verdieping aan deze inkoopdoelen te geven zijn er een aantal ontwikkelopgaven geformuleerd voor de gecontracteerde aanbieders, al dan niet samen met de gemeente: 1. Resultaatgerichte aanpak: het resultaat voor de cliënt staat centraal en zal bestaan uit meetbare criteria (bijvoorbeeld: in-, door- en uitstroom) en zachte criteria zoals het benoemen, behouden en versterken van zelfregie. 2.

Ontwikkelen respijtvoorzieningen: dit is een nieuwe dienst binnen MO/BW en daarom zal er gedurende de looptijd van het contract met de gecontracteerde aanbieders worden bekeken wat nodig is. 3. Samenwerking Buurtteams Amsterdam en gebiedsgericht organiseren: de Buurtteams zijn een nieuwe entiteit waarvan de gedachte is dat veel cliënten door het Buurtteam geholpen kunnen worden waardoor mogelijk ook de vraag naar MO/BW afneemt. Om dit te kunnen bereiken zijn investeringen nodig, zoals bijvoorbeeld deskundigheidsbevordering en trainingen. Tijdens de contractperiode zal geïnvesteerd worden in de samenwerking tussen de Buurtteams Amsterdam,

20

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

MO/BW en het (O)GGZ netwerk en is het bieden van advies, consultatie en deskundigheidsbevordering door aanbieders een belangrijk onderdeel van de opdracht. Dit vraagt ook dat zorgaanbieders MO/BW zich meer gebiedsgericht gaan organiseren zodat samenwerking met Buurtteams daadwerkelijk tot uiting kan komen in de stadsdelen en buurten. 4. Continuïteit van passende ondersteuning en meer perspectief voor jongvolwassenen: met het toevoegen van MOJ aan de MO/BW kan de continuïteit van ondersteuning voor jongvolwassenen beter georganiseerd worden. Aparte aandacht voor jong volwassenen blijft een belangrijk aandachtspunt. 5. Inzet ervaringsdeskundigheid en versterken van zelfregie van cliënten: de afgelopen jaren is hier een begin mee gemaakt, maar dit moet verder worden geborgd in de gehele keten, bij cliënten, medewerkers en in de processen. E.2 De ketens van Maatschappelijk opvang Volwassenen, Beschermd wonen, Maatschappelijke opvang jong volwassenen en jonge gezinnen en Maatschappelijke opvang Gezinnen worden samengevoegd tot één keten van MO/BW. Op dit moment bestaan er verschillende losse ketens en kan niet altijd de passende zorg geboden worden. Voor de nieuwe inkoopperiode willen we de ketens samenvoegen zodat we meer flexibiliteit creëren in passend aanbod voor cliënten.

Het samenvoegen van de verschillende ketens zal leiden tot het beter kunnen toeleiden van cliënten naar passend aanbod zonder dat er schotten worden georganiseerd en er betere continuïteit van zorg bij de leeftijdsgrens van 18 jaar wordt gerealiseerd. Uiteindelijk hebben alle cliënten ondersteuningsvragen op meerdere leefgebieden en moet het juiste aanbod gedaan wordt wat aansluit op de behoefte van de cliënt. Dit betekent niet dat alle zorgaanbieders van diensten, alle soorten cliënten moeten kunnen begeleiden, er zal diversiteit van aanbod blijven bestaan net zoals in de huidige situatie. Het verschil is dat of een cliënt dakloos of in een kliniek verblijft niet meer leidend is, maar het gaat om het aansluiten van de juiste ondersteuning. E.3 Drie diensten MO/BW Er komen drie diensten: 1. Begeleid thuis: begeleidingstraject voor cliënten die zelfstandig kunnen wonen en (zeer) intensieve begeleiding nodig hebben. Flexibel inzetbare begeleiding is noodzakelijk die dag en nacht op afroep beschikbaar is. 2. Beschermd verblijf: voorzieningen die beschikbaar zijn voor cliënten die (nog) niet zelfstandig kunnen wonen en naast gespecialiseerde begeleiding in een24uursvoorziening een ondersteuningsvraag, benadering en/of setting nodig hebben. 3.

Respijtvoorzieningen: kleine voorzieningen in de wijk waar cliënten tijdelijk kunnen verblijven wanneer het in de eigen woningen even niet lukt. Druk verlichten en rust creëren zodat terugkeer naar de eigen woning mogelijk is. E.4 Ontvlechten van dagbesteding Binnen de huidige budgetten voor beschermd wonen (BW) zit een component voor dagbesteding. Dit is nog het gevolg van de systematiek van de AWBZ. Deze component dagbesteding wordt in de nieuwe contractperiode uit het budget voor verblijf en begeleiding gehaald en ondergebracht in het stedelijk budget voor dagbesteding. Door dagbesteding te ontvlechten wordt beter afgewogen wie er wel of geen dagbesteding nodig heeft. Dit sluit aan bij gemeentelijke herstel- en

21

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

participatiedoelstellingen. Alleen binnen Beschermd verblijf intensief zal dagbesteding onderdeel zijn van het totaalproduct. Beschermd verblijf intensief is voor de meest kwetsbare cliënten die 24-uurs ondersteuning nodig hebben. Een integraal intramuraal aanbod inclusief dagbesteding is daar nog wel een logische keuze. Door dagbesteding te ontvlechten kan de keuze door de cliënt samen met zijn/haar begeleider bewust gemaakt worden. Ook is het totale aanbod van dagbesteding in de stad toegankelijk in plaats van dat de keuze voor dagbesteding beperkt is tot het aanbod van de zorgaanbieder waar een cliënt verblijft of met welke onderaannemers de zorgaanbieder werkt. Het aandeel dagbesteding van Beschermd Wonen wordt hiermee gelijkwaardig georganiseerd aan de reguliere vorm van dagbesteding en daarmee worden de verschillende vormen van dagbesteding ook voor deze groepen herkenbaar gemaakt. F. Inkoopdoelen en ontwikkelopgaven Ondersteuning en Opvang van slachtoffers bij huiselijk geweld F.1 Ondersteuning en Opvang van slachtoffers bij huiselijk geweld als aanvullende Wmo-dienst (scope) Ondersteuning en Opvang van slachtoffers bij huiselijk geweld bestaat uit ondersteuning aan en zo nodig opvang van vrouwen (en eventuele kinderen) en mannen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld.

Het doel is het voorkomen, stoppen en duurzaam oplossen van geweld, zodat iedereen in Amsterdam-Amstelland de kans krijgt om zich te ontwikkelen, te kunnen meedoen en eigen keuzes kunnen maken, nu en in de toekomst. De doelgroep bestaat uit: volwassen mannen en vrouwen en hun eventuele minderjarige kinderen, met de Nederlandse nationaliteit van in elk geval één betrokken slachtoffer of minderjarige. F.2 Regionale aanpak De regioaanpak huiselijk geweld en kindermishandeling ‘op weg naar duurzame veiligheid’ (2015-2020) vormt in combinatie met het landelijke Programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ het beleidskader voor de inkoop, het realiseren van duurzame veiligheid vormde daarbij de kern. De ambitie bestaat uit de volgende doelen en ontwikkelopgaven: - Geweld stoppen en veiligheid duurzaam herstellen: Het stoppen van het geweld, de veiligheid in gezinnen en relaties duurzaam herstellen door de oorzaken hiervan aan te pakken, en daarmee kans op herhaling van geweld en misbruik te verkleinen, het in gang zetten van herstel van opgelopen schade. - Gebiedsgericht werken in aansluiting op het lokale veiligheidsnetwerk, de Buurtteams en OKT’s: Het veld gaat de komende jaren verder veranderen, met de komst van de buurtteams, en de uitkomsten van de pilot Blijvend Veilig in het kader van het transformatieplan Jeugd.

Aanbieders worden gevraagd zich voor het perceel Ondersteuning, in een periode van maximaal drie jaar, gebiedsgericht te organiseren (op stadsdeelniveau, in de vorm van een Veiligheidsnetwerk), zodat deze kan aansluiten bij het buurtteam en het OKT. Ook om bij te dragen aan de toename van de competentie (kennisniveau en handelingsrepertoire) voor het herkennen van of signaleren van (risico’s op) huiselijk geweld en het realiseren van aanbod in de sociale basis, zelforganisaties en de lokale teams. De organisatie draagt daarnaast bij aan de verbinding tussen formele en informele zorg.

22

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

-

-

Inzicht krijgen in en bevorderen van de door- en uitstroom: De inzet van de aanbieder is er op gericht dat slachtoffers niet langer dan noodzakelijk verblijven in de opvang. Op dit moment stagneert de uitstroom om verschillende (externe) factoren. De komende jaren wil de gemeente het inzicht in de door- en uitstroom vergroten en op basis hiervan noodzakelijke interventies inzetten, in samenwerking met de stakeholders. Functioneren van de keten Huiselijk Geweld en Kindermishandeling: Ook is de aanbieder samen met samenwerkingspartners verantwoordelijk voor het functioneren van de keten Huiselijk Geweld en Kindermishandeling.

INRICHTING VAN DE TOEGANG & ORGANISATIEPRINCIPES 3. Inrichting van de toegang tot de aanvullende ondersteuning Wmo De hoofdlijnen voor de toegang tot aanvullende ondersteuning Wmo zijn vastgesteld door de gemeenteraad op 7 november 2019 in de besluiten Uitvraag dienstverlening aanvullende ondersteuning Wmo en Inrichting Buurtteams. Daarin is besloten dat Buurtteams Amsterdam vanaf 2021 een belangrijke rol krijgen in de toegang tot en toeleiding naar aanvullende ondersteuning Wmo (maatwerkvoorzieningen). Toegang tot maatwerkvoorzieningen Een Amsterdammer kan vanaf 2021 met een breed scala aan vragen om ondersteuning terecht bij een buurtteam. In veel gevallen zal dat geen bezoek zijn aan een buurtteam, maar betrekt een verwijzer of hulpverlener een medewerker van een buurtteam. Een Amsterdammer kan informatie en advies ontvangen, ook kan een hulpvraag breed onderzocht worden. Gespecialiseerde expertise is beschikbaar in het buurtteam, zo nodig weet de medewerker van het buurtteam noodzakelijke specialisten bij de vraagverheldering te betrekken. Het buurtteam kan mogelijkheden uit de sociale basis voor de Amsterdammer inzetten, zelf ondersteuning leveren, en/of toegang verlenen tot aanvullende ondersteuning Wmo (maatwerkvoorzieningen). Deze vormen van ondersteuning zijn mogelijk voor zowel Amsterdammers die dit nodig hebben zelf, als ter ondersteuning van hun mantelzorger(s).

Tijdens dat proces maken de medewerker van het buurtteam en de Amsterdammer afspraken en leggen deze vast in een ondersteuningsplan. Bij inzet van aanvullende ondersteuning en/of schuldhulp ontvangt de Amsterdammer een beschikking. Met tenminste jaarlijkse regelmaat wordt gekeken of de gemaakte afspraken nog optimaal zijn voor de Amsterdammer. Hierna volgt een aanvulling/nadere uitwerking van de toegang per Wmo dienst. A. Toegang individuele ondersteuning Nieuwe aanmeldingen voor Individuele ondersteuning lopen via de buurtteams. Meer informatie over die werkwijze is opgenomen in het uitvoeringsbesluit Buurtteams. Soms wordt de inzet van Individuele ondersteuning door een verwijzer (de behandelaar van een cliënt) geadviseerd. Dan wordt door het buurtteam in overleg bepaald of er individuele ondersteuning nodig is, of dat er samengewerkt wordt tussen buurtteam en zorgaanbieder van Individuele ondersteuning. Formele toekenning van Individuele ondersteuning gebeurt altijd via het buurtteam.

23

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

B. Toegang dagbesteding Nieuwe aanmeldingen voor dagbesteding lopen via de buurtteams, maar de aanbieders dagbesteding, verwijzers, Sociale Basis en WPI hebben ook een rol in het toegangsproces. Gecontracteerde aanbieders (en via hen ook verwijzers) kunnen cliënten die zich bij hen melden, aandragen bij buurtteams. De vraagverheldering heeft dan al plaatsgevonden door verwijzer of dagbestedings-aanbieder. Cliënten kunnen meteen aan de slag bij een aanbieder. Het buurtteam doet daarna de formele beoordeling van de toegang tot dagbesteding. Om dit proces zo licht mogelijk te laten verlopen, dragen aanbieders dagbesteding (en verwijzers) bij door relevantie informatie uit eerdere intakes of gesprekken met de cliënt efficiënt over te dragen aan het buurteam waardoor een toegangsgesprek (een heroverweging) door het buurtteam niet nodig is. De toets door het buurteam kan dus licht zijn als mensen bijvoorbeeld in een instelling of beschermd wonen zitten; of de verwijzing via een huisarts of een organisatie als Reade loopt en de behoefte aan de aanvullende dagbestedingsvoorziening duidelijk is omschreven. Dat de buurtteams de regie over het toegangsproces hebben, is belangrijk omdat het buurteam staat voor de brede blik. Het buurtteam beoordeelt of er nog andere ondersteuningsvragen spelen en/of basisvoorzieningen in bijvoorbeeld het Huis van de Wijk ook passend zijn.

Bijvoorbeeld sport- en bewegingsactiviteiten voor ouderen met beginnende dementie die zich melden voor dagbesteding. Voor andere mensen speelt wellicht de vraag of vrijwilligerswerk of een leerwerkstage gericht op betaald werk passend is. In deze gevallen stemt het buurtteam direct af met de aanbieder dagbesteding en WPI, waarna de toekenning volgt. Het precieze proces van aandragen en afstemmen wordt verder uitgewerkt en afgestemd met aanbieders van dagbesteding. Uitgangspunt is een kort, effectief werkproces zonder dubbelingen in informatie, registratie en besluiten. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de ‘motie van de leden Grooten, Van Dantzig, La Rose, N.T. Bakker, De Grave-Verkerk, Ceder, Boomsma, Simons en Kiliç inzake dienstverlening voor aanvullende ondersteuning van Wmo (toegang tot dagbesteding)’ waarin de raad het college van burgemeester en wethouders verzoekt: 1. “De plannen voor de Buurtteams Amsterdam zo uit te werken dat in de toegang tot dagbesteding aanbieders een belangrijke rol hebben, waarbij de rol van aanbieders en verwijzers is dat zij cliënten bij buurtteams kunnen aandragen, inclusief de reeds opgehaalde informatie. Vervolgens bespreken aanbieder en buurtteams de aanmeldingen, waarna het buurtteam besluit. Hiermee hebben Buurtteams de regie over het proces en de uitkomst (rechtmatigheid). 2.

Zorg te dragen dat hiervoor een werkbaar en transparant proces (lees: efficiënt en niet-bureaucratisch) wordt ingericht, waarbij aanbieders dagbesteding en Buurtteams Amsterdam structureel samenwerken. 3. De uitvoering van de motie te verwerken in de definitieve plannen voor de buurtteams en deze voor te leggen aan de raad.” C. Toegang Hulp bij huishouden Voor Hbh kunnen Amsterdammers zowel bij buurtteams als bij Hbh-aanbieders terecht. Als dit via buurtteams loopt, is de werkwijze beschreven in het uitvoeringsbesluit buurtteams.

24

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

Daarnaast blijft rechtstreekse toegang bij de Hbh-aanbieder mogelijk. De buurtteams worden (via ICT) wel geïnformeerd over rechtstreekse aanvragen bij Hbh-aanbieders. Wel kan het buurtteam de regierol van de aanbieder overnemen als zij daar reden toe ziet, ook als de aanbieder er niet om heeft gevraagd. Bij rechtstreekse aanmelding voert de Hbh-aanbieder het brede advies- en vraagverhelderingsgesprek, stelt het ondersteuningsplan op en registreert dit. Mocht daaruit alsnog blijken dat er een bredere, meer complexe ondersteuningsbehoefte is dan alleen hulp bij het huishouden, dan leidt de Hbh-aanbieder de cliënt alsnog toe naar het buurtteam. Het buurtteam neemt in dat geval de regierol over het dossier en overzicht op de ondersteuning over van de Hbh-aanbieder en zal samen met de cliënt het Ondersteuningsplan aanvullen. De Hbh-aanbieder kan in de tussentijd al starten met de levering van Hbh. Samenwerking en gegevensuitwisseling tussen buurtteams en Hbh-aanbieders wordt onder andere gefaciliteerd door het gebruik van dezelfde ICT- en klantinformatiesystemen, formats voor ondersteuningsplannen en (diverse) instrumenten voor advies en vraagverheldering. D. Toegang Logeeropvang De toegang richting logeeropvang loopt via het buurtteam.

Buurtteammedewerkers bepalen of logeeropvang voldoende bijdraagt aan de ondersteuningsdoelen van de mantelzorger en de cliënt, of dat andere ondersteuning beter past. Bijvoorbeeld dagbesteding of mantelzorgondersteuning uit de sociale basis. Ook zoekt het buurtteam naar een geschikte en beschikbare locatie voor logeeropvang bij een aanbieder. In overleg met de betrokken cliënt, mantelzorger(s) en aanbieder bepaalt het buurtteam vervolgens hoeveel etmalen logeeropvang noodzakelijk en mogelijk zijn en met welke frequentie. Het Buurtteam bewaakt de regie en zo nodig het ondersteuningsplan. Aanbieders mogen ook direct logeeropvang starten. Dit kan bij urgente aanvragen waarbij direct logeeropvang nodig is en bij enkelvoudige vragen, waarbij eenmalig of een paar keer verblijf in een loggeropvang per jaar voldoende is. In dit geval wordt er door de aanbieder contact opgenomen met het buurtteam om af te stemmen of de cliënt al andere ondersteuning heeft en de vraag wel of niet enkelvoudig is. Mocht daaruit alsnog blijken dat er een bredere, meer complexe ondersteuningsbehoefte is, dan leidt de aanbieder de cliënt alsnog toe naar het buurtteam. Het buurtteam neemt in dat geval de regie over van de aanbieder en zal samen met de cliënt het ondersteuningsplan aanvullen. De Logeeropvang kan in de tussentijd al starten.

Wanneer er alleen en eenmalig of een paar keer in het jaar behoefte lijkt te zijn aan logeeropvang blijft de regie bij de aanbieder. E. Toegang MO/BW De start van een onderzoekstraject voor nieuwe aanmeldingen lopen, met enkele uitzonderingen, altijd via de buurtteams. Aansluitend daarop zal de Centrale Toegang blijven bestaan voor de toegang tot de keten van MO/BW. Deze centrale toegang is voor de buurtteams bereikbaar voor advies rondom cliënten, formele toekenning van MO/BW en het plaatsen van cliënten op de centrale wachtlijst. Voor cliënten die bij aanvang de lichtste vorm van Begeleid Thuis nodig hebben geldt een uitzondering: deze toekenning kan ook via het buurtteam lopen.

25

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

De Buurtteams Amsterdam kunnen een grote variëteit aan ondersteuningsvragen opnemen, ook voor cliënten met huisvestingsvragen en/of (O)GGZ problematiek. Wanneer de cliënt niet door het buurtteam kan worden ondersteund, vanwege ontbrekende expertise of noodzaak tot bescherming, kan de Centrale Toegang ingeschakeld worden voor de toegang tot MO/BW. Totdat er een plek of ondersteuning aangeboden kan worden kan het zijn dat het buurtteam de regiefunctie blijft vervullen en/of de ondersteuning blijft bieden. Buurteams worden met kennis en kunde over de (O)GGZ doelgroep ondersteund door het (O)GGZ–netwerk. Dit is een bestaand expertisenetwerk in de stad wat wordt gevormd door de gecontracteerde zorgaanbieders MO/BW met deze specifieke kennis. Het (O)GGZ netwerk is aanspreekbaar en ook herkenbaar op stadsdeelniveau. Zij kunnen consultatie en/of advies en/of deskundigheidsbevordering bieden aan de buurtteams. Daarnaast kan het (O)GGZnetwerk ondersteuning van cliënten met complexe problematiek overnemen van of aanvullen op het buurtteam, middels inzet van de lichtste vorm van Begeleid thuis. Hiermee wordt voorkomen dat de cliënten gebruik hoeven maken van de meer intensieve diensten. Dit geldt zowel voor dakloze Amsterdammers, als voor Amsterdammers met psychische kwetsbaarheid.

Aangezien Buurtteams Amsterdam niet per 1 januari 2021 op volle sterkte zullen zijn, zal er gefaseerd worden afgebouwd binnen de Centrale Toegang. Het uiteindelijke doel is dat cliënten via de buurtteams op de juiste plek terecht komen. Dit vergt tijd en aandacht om te voorkomen dat cliënten van het kastje naar de muur worden gestuurd. F. De toegang tot Ondersteuning en Opvang van slachtoffers bij huiselijk geweld De toegang tot Ondersteuning en Opvang van slachtoffers bij huiselijk geweld gebeurt op grond van duidelijke, voor veiligheid noodzakelijke criteria. De aanmelders maken hierbij gebruik van een landelijk gevalideerd risicotaxatie instrument. Aanmelding kan worden gedaan vanuit de vier invalshoeken: (1) Veilig Thuis, (2) Buurtteams Amsterdam en OKT, (3) Zelfmelden en vanuit (4) het landelijk dekkend netwerk. Na binnenkomst vindt triage plaats bij de organisatie zelf. De triage kan vier uitkomsten hebben: (1) opvang, (2) ondersteuning, (3) overdracht naar een professional zoals van een buurtteam, OKT, politie of gecertificeerde instelling. Of er is geen vervolgtraject nodig. Mogelijk vraagt de komst van de buurtteams in de toekomst om verandering in de toegang en kan hier een aanvullende ontwikkelopgave uit voortkomen. 4.

Sterk samenspel tussen Buurtteams Amsterdam, Ouder- en Kindteams, aanvullende ondersteuning Wmo en andere samenwerkingspartners In het nieuwe stelsel per 2021 is het van belang dat er een sterk samenspel ontstaat tussen de buurteams, Ouder- en Kindteams (OKT’s), aanvullende ondersteuning en andere samenwerkingspartners (waaronder huisartsen, behandelaren, de GGZ, Politie, Gecertificeerde Instellingen, reclassering). Beiden kennen de weg naar het buurtteam en OKT en andersom. Noodzakelijke aanvullende ondersteuning dat niet op buurtniveau wordt aangeboden, wordt zoveel mogelijk dichtbij het OKT en het Buurteam georganiseerd, op een schaalniveau dat past bij het aanbod en de

26

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

problematiek. Per dienst zal dat worden uitgewerkt in specifieke samenwerkingsafspraken. Ook de samenwerking met gemeentelijke dienstverleningen op o.a. de gebieden Inkomen en Wonen en de keten van schuldhulpverlening en activering richting werk worden verbeterd. Zo kunnen zowel Buurtteams Amsterdam als de Ouder- en Kindteams eenvoudig en snel aanvullende ondersteuning inschakelen wanneer dat nodig is. STURING 5. Sturing De onderbouwing en uitwerking van de uitgangspunten van de sturing zijn opgenomen in het uitvoeringsbesluit van de Buurtteams Amsterdam. Het doel van het stelsel is dat iedere Amsterdammer daarin de ondersteuning krijgt die hij of zij nodig heeft. Samenwerking binnen het stelsel en kennis van de mogelijkheden in het stelsel is van doorslaggevend belang voor het succes ervan. Daarom is sturing gericht op de afzonderlijke onderdelen van het stelsel niet effectief, maar moet bij de sturing steeds worden uitgegaan van het geheel en worden de partners ook steeds bevraagd en aangesproken op de kwaliteit van hun onderlinge relaties. Specifiek voor de sturing op de diensten die met functiebekostiging (zie ook onder V.

Bekostiging) worden ingekocht, gelden de volgende uitgangspunten: - Het gecontracteerde jaarbudget per aanbieder wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld, afhankelijk van volume ontwikkelingen, indexeringen en besluitvorming over het beschikbare budget in de programmabegroting. - Met aanbieders worden formele voortgangs- en verantwoordingsgesprekken gevoerd aan de hand van kengetallen over cliëntstromen, kwaliteit en financiën en over hun rol en samenwerking in het zorgstelsel - De gemeente houdt zich het recht voor om bij substantiële afwijkingen van het aantal verwachte cliënten, na bespreking met de zorgaanbieder het gecontracteerde jaarbudget bij te stellen, mits passend binnen de kader van de vastgestelde programmabegroting. Voor de afzonderlijke Wmo diensten die niet met functiebekostiging (zie ook onder V. Bekostiging) worden ingekocht, geldt een financiële sturing op budgetplafonds, om de uitgaven goed te kunnen beheersen. Daarbij gelden als voorwaarden een acceptatieplicht van nieuwe cliënten, een minimaal te realiseren uitstroom van cliënten en de bediening van een gemiddeld aantal cliënten per maand. Deze punten worden in het vervolgtraject in de aanbestedingsdocumenten en de overeenkomsten nader in detail uitgewerkt. Buurtteam en aanvullende zorgpartners hebben de verantwoordelijkheid om te zorgen dat er geen of zo minimaal mogelijke wachtlijsten ontstaan.

Dat betekent dat ze in overleg met de cliënt alternatieven moeten zoeken als cliënten niet op acceptabele termijn geholpen kunnen worden. Pas als ze dat hebben gedaan kunnen ze zich melden bij de gemeente, die vervolgens zal toetsen in hoeverre aanbieder of buurtteamorganisatie aan zijn verantwoordelijkheid heeft voldaan en actie kan 27

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

nemen. De gemeente monitort wachtlijsten of –tijden voor de aanvullende ondersteuning Wmo op basis van registratiegegevens. BEKOSTIGING 6. Bekostiging A.1 Bepaling vaste budgetten, volumes en tariefstelling per product De gemeente gaat voor de afzonderlijke producten tarieven vaststellen. De hoogte van deze tarieven voldoen als reële prijs voor de uitvoering van aanvullende ondersteuning Wmo in de gemeente Amsterdam. Dit betekent dat de aanbieders met ingang van 2021 voor dezelfde diensten, dezelfde tarieven ontvangen. Uitzondering hierop is Ondersteuning en Opvang bij Huiselijk Geweld. Voor deze producten wordt, op basis van de ontwikkeling van de vraag en de prijs van afgelopen jaar een productprijs vastgesteld. Dit omdat er in de markt slechts 1 aanbieder actief is waardoor het onvoldoende mogelijk is om door middel van consultatie een tarief te bepalen. Daarnaast is er geen aanleiding om te veronderstellen dat de huidige tarieven onjuist zijn. In de vorige inkoopperiode hebben aanbieders de gemeente zelf een tarief geoffreerd voor de te leveren diensten ambulante ondersteuning, dagbesteding en MO/BW. Deze diensten zijn pas sinds 2015 onderdeel van de gemeentelijke Wmo (voorheen landelijke Awbz, Hbh en Logeeropvang hebben al een gemeentelijk tarief). De gemeente heeft inmiddels beter zicht op reële tarieven.

Bovendien is in 2019 de amvb reële prijs van kracht op deze contracten. In de vorige contractperiode is al toegewerkt naar harmonisatie van tarieven. Voor de contractperiode vanaf 2021 stelt de gemeente de tarieven vast voor alle afzonderlijke Wmo diensten. Dit tarief is gebaseerd op kostprijsonderzoek, benchmark, tarieven van huidige contracten en het huidige aantal cliënten. Daarmee zijn ze naast reëel ook voldoende om het huidige zorgvolume te kunnen blijven inkopen. De manier waarop we de tarieven bepalen, wordt in een marktconsultatie nog voorgelegd aan een aantal zorgaanbieders. De tarieven voldoen daarmee aan de volgende criteria:  Met de tarieven kan binnen het financiële kader van de gemeente begroting een consistent volume aan ondersteuning voor Amsterdammers worden ingekocht.  Met de tarieven wordt voldaan aan de voorwaarden van het inkoopbeleid en kan er effectief ondersteuning worden gerealiseerd voor Amsterdammers met een ondersteuningsvraag.  De gehanteerde tarieven zijn marktconform en verhouden zich dus tot andere tarieven in het Nederlandse zorgstelsel waar de Wmo onderdeel van is. We gebruiken de tarieven voor de verschillende bekostigingsvormen, waarop we de contracten afsluiten. Bij functiebekostiging dienen ze, samen met het verwachte aantal cliënten, om de omvang van het jaarbudget te bepalen.

Dat budget begrenst de uitgaven van de ingekochte producten met de functiebekostiging. Werking en keuze voor functiebekostiging staat in de volgende paragraaf nader toegelicht. Bij periodebekostiging gebruiken we ze voor het bepalen van de periodetarieven.

28

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

A.2 Functiebekostiging Individuele ondersteuning, MO/BW, & Ondersteuning en Opvang van slachtoffers bij huiselijk geweld Per product zijn verschillende bekostigingsmodellen overwogen op basis van de volgende uitgangspunten: - Transformatie Sociaal Domein betreft het ondersteunen van de beweging van specialistische ondersteuning naar de wijk en sociale basis, een zo veel mogelijke integrale aanpak waarin problemen zo veel mogelijk gezamenlijk kunnen worden opgepakt, en het geven van vertrouwen, vrijheid én verantwoordelijkheid aan aanbieders om inzet af te stemmen op individuele cliënten. - Administratieve eenvoud met een beperkte diversiteit aan diensten en een beperkte hoeveelheid sturingsgegevens voor een zo up-to-date mogelijk beeld. - Betaalbaarheid om kosten beheersbaar te houden en financiële risico’s te beperken met voorspelbare en inzichtelijke kostenontwikkeling. Tegelijkertijd is het uitgangspunt dat aanbieders een reële prijs ontvangen voor de werkzaamheden die zij uitvoeren. Bij Individuele ondersteuning, Dagbesteding, MO/BW, en Ondersteuning en Opvang van slachtoffers bij huiselijk geweld heeft deze afweging geleid tot een keuze voor taakgerichte bekostiging in de variant functiebekostiging in plaats van de huidige capaciteits- of periodebekostiging (ook varianten van taakgerichte bekostiging).

Bij functiebekostiging krijgt de aanbieder één vast bedrag om een vooraf bepaald gemiddeld aantal cliënten te helpen in één jaar, bijvoorbeeld het leveren van MO/BW aan gemiddeld 200 Amsterdammers gedurende één jaar. Daarbij zullen aanbieders de mogelijkheid hebben om budget te verschuiven tussen alle functiebekostigde percelen (alleen ná toestemming van de gemeente). Bij functiebekostiging hoeft een zorgaanbieder niet meer iedere cliënt individueel te factureren. Dit heeft voordelen voor de zorgaanbieder: de inkomsten zijn zeer voorspelbaar, wat het beter mogelijk maakt om te investeren in de transformatie van het sociaal domein, en de facturatie is eenvoudiger (bijv. minder fouten, administratieve handelingen). Ook aan de zijde van gemeente wordt de administratie eenvoudiger. Binnen het vaste budget van functiebekostiging heeft de aanbieder een prikkel om zo veel mogelijk in te zetten op lichtere vormen van zorg en kan MO/BW bijvoorbeeld beter aangesloten worden op Individuele ondersteuning. Bij kleine fluctuaties in het afgesproken cliëntenaantal (zowel naar boven als naar beneden) verandert het vaste bedrag niet. Dit zorgt ervoor dat aanbieders gestimuleerd worden om acties te nemen die de zelfredzaamheid van Amsterdammer verhogen en de totale zorgvraag verminderen.

Wel heeft een aanbieder een acceptatieplicht, ook als er wachtlijsten dreigen of zijn kan een aanbieder een cliënt niet weigeren. Pas bij significante fluctuaties ten opzichte van het afgesproken bedrag, kan er worden gesproken over aanpassen van het budget. Dit zal de gemeente dan ook alléén toestaan als de aanbieder dit tijdig heeft gesignaleerd en alle mogelijke maatregelen heeft genomen om de stijging te voorkomen (bijvoorbeeld door meer cliënten te laten uitstromen, in lijn met prestaties van beste aanbieders). Ook zal rekening gehouden moeten worden met het totaal aan beschikbare middelen. Functiebekostiging werkt niet goed als een aanbieder te klein is, omdat kleine fluctuaties in aantallen al een relatief grote invloed hebben op het totaal. Daarom

29

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

kunnen kleine aanbieders binnen deze percelen via inspanningsgerichte bekostiging bekostigd worden. De grens hiervoor is minder dan 30 cliënten binnen één aanvullende Wmo-dienst én/of minder dan € 500.000,- budget voor één aanvullende of gecombineerde aanvullende Wmo-diensten. Deze grens is gebaseerd op ervaringen met functiebekostiging in de gemeente Utrecht. Mocht het aantal cliënten veranderen gedurende de contractperiode, dan kan ieder kwartaal worden besloten in de contractgesprekken om bekostiging om te zetten in functiebekostiging. A.3 Kleinere aanbieders van MO/BW, Individuele Ondersteuning en Dagbesteding worden via periodebekostiging bekostigd, en niet via functiebekostiging. De reden hiervoor is dat er enige schaal nodig is om binnen een vast budget fluctuaties op te kunnen vangen. Een grotere aanbieder kan een tijdelijke hogere zorgvraag en/of toename van cliënten beter opvangen binnen het vaste financiële kader waarin de aanbieder de opdracht moet uitvoeren. Een kleinere aanbieder heeft minder flexibiliteit en capaciteit om verschillende zorgvragen en/of toename van cliënten op te vangen binnen de opdracht, hier past periodebekostiging beter bij. Hierbij declareert de aanbieder per cliënt.

Een kleine aanbieder wordt gedefinieerd als aanbieder met minder dan 30 cliënten binnen één voorziening en/of minder dan €0,5 miljoen budget voor een aanvullende Wmo-dienst of combinatie van aanvullende Wmo-diensten. A.4 Bekostiging Hulp bij Huishouden Voor Hulp bij huishouden (Hbh) blijft inspanningsgerichte bekostiging in de vorm van periodebekostiging gelden. Middelen Hbh kunnen alleen besteed worden voor Hbh. De omvang van de inzet van Hbh wordt bepaald op basis van een onafhankelijke en objectieve maatstaf. Er dienen voldoende middelen beschikbaar te zijn om deze maatstaf te kunnen uitvoeren. Daarbij past niet dat Hbh-aanbieders middelen aan Hbh kunnen onttrekken en kunnen inzetten voor andere voorzieningen. Het ‘oormerken’ van Hbh-middelen voor Hbh draagt bij aan de adequate toepassing van de maatstaf en dient als extra waarborg voor een passende omvang van de inzet. Bij Hbh bestaat er geen mogelijkheid om af te schalen richting de Buurtteams Amsterdam of Sociale Basis (zoals die wel bestaat bij bijvoorbeeld MO/BW). Periodebekostiging heeft een positief effect op betaalbaarheid (vergeleken met afrekenen per uur). In het hoofdlijnenbesluit is al besloten dat voor Hbh de contractuele mogelijkheid van een budgetplafond wordt opgenomen in de contracten van aanbieders. Dit gebeurt om ook bij onverwachte stijgingen het totaalbudget te kunnen beheersen (‘noodremprocedure’).

Bekostiging extra ondersteuning Hbh (‘plusje op de Hbh’) De gemeente wil zicht en grip houden op de ontwikkeling van deze extra ondersteuning. Om die reden wordt niet gekozen voor een generieke verhoging van het Hbh-tarief maar voor een afzonderlijk periodetarief (en facturatie) voor deze extra dienstverlening. Dit zorgt ervoor dat deze dienstverlening beter in beeld kan blijven van zowel het buurtteam als van de gemeente en draagt daarmee bij aan de beheersbaarheid. Het tarief hiervoor is gebaseerd op een gemiddelde omvang van vier uur per cliënt per periode, conform de huidige pilot Obh. Daarbij wordt nadrukkelijk de mogelijkheid opengehouden om de omvang aan te passen naar aanleiding van de ervaringen met de dienstverlening vanuit de buurtteams.

30

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

A.5 Bekostiging Logeeropvang Voor logeeropvang is een algemeen budgetplafond, dus niet een vastgesteld budget per aanbieder. Met aanbieders wordt afgesproken dat het plafond niet overschreden wordt. Mocht er binnen het budgetplafond ruimte zijn, dan kan dit ingezet worden voor innovatie of bijvoorbeeld uitbereiding van plekken. Om te kunnen onderzoeken welke bekostiging werkt, kan dan ook geëxperimenteerd worden met gekozen voor bekostiging zowel per (gebruikt) etmaal als per plek (capaciteit). De bekostiging vindt plaats op basis een vast bedrag per etmaal per cliënt met een maximum aantal etmalen per cliënt per jaar. Bij de bepaling van het tarief en het maximum gebruik wordt gekeken naar de tarieven en bijbehorende ondersteuning van andere vormen van kortdurend verblijf vanuit de ZVW en WLZ, onderzoek en tarieven van onder andere de (G4) gemeenten. INKOOPPROCEDURE 7. Uitvoeringsbesluiten voor de inkoopstrategie In het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) is de gemeente verantwoordelijk om alle Amsterdammers die dat nodig hebben, te ondersteunen om deel te kunnen nemen aan de samenleving, en de eigen regie van mensen te bevorderen.

De gemeente heeft op 1 juni 2017 contracten gesloten met zorgaanbieders voor de levering van deze stedelijke maatwerkvoorzieningen Wmo: Ambulante ondersteuning, Dagbesteding, Hulp bij het huishouden, Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen, Logeeropvang en Hulp en opvang bij huiselijk geweld. A. Keuze voor inkoop De gemeente kiest voor het ‘in concurrentie plaatsten van een overheidsopdracht’, omdat de markt (zijnde zorgaanbieders) het beste in staat is om een zorgvoorziening te leveren. De markt heeft een economisch belang om de voorzieningen te leveren. De gemeente is voornemens om de overheidsopdracht te verstrekken in de zin van de Aanbestedingswet 2012. De gemeente sluit een overeenkomst af met de gegunde zorgaanbieders. Deze overeenkomst biedt de mogelijkheid de uitvoering van de prestatie af te dwingen onder de gestelde voorwaarden. Tegenover de levering van de dienst of product staat een reële economische tegenprestatie in plaats van een tegemoetkoming in de kosten zoals in een subsidierelatie. Met de overheidsopdracht stuurt de gemeente ook op bijkomende inhoudelijke beleidsdoelen. De procedure De opdrachtwaarde (€ 256 miljoen per jaar) voor deze aanbesteding overschrijdt de Europese aanbestedingsgrens waardoor verplicht een keuze gemaakt moet worden uit de diverse Europese aanbestedingsprocedures. De opdracht valt onder sociale en andere specifieke diensten.

Omdat geen gebruik wordt gemaakt van de uitzonderingen die een SAS procedure aanbiedt is gekozen voor een Europese Openbare aanbestedingsprocedure. Uitsluitingsgronden en 31

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

gunningscriteria zijn van toepassing op de opdracht en de termijnen worden niet ingekort. De opdracht wordt gegund op basis van beste kwaliteitsverhouding. Omdat de gemeente de tarieven zelf vaststelt wordt niet gegund op Prijs. Door een openbare procedure krijgen aanbieders die voldoen aan de gestelde eisen en wensen de mogelijkheid om in te schrijven. Gunning vindt plaats op basis van de beoordeling van de gestelde gunningcriteria. Om het Midden en Klein bedrijf (MKB) meer mogelijkheid te geven om in te schrijven op de opdracht is gekozen om onderaannemers en het vormen van combinaties toe te staan. De sub percelen zijn daarom aantrekkelijk voor aanbieders in het MBK. Voor de percelen Individuele ondersteuning en Dagbesteding wordt een maximaal aantal aanbieders gecontracteerd. Voor de Wmo wordt een maximum aantal aanbieders gecontracteerd.

Per perceel (dienst/voorziening) is in het besluit Uitvraag dienstverlening aanvullende ondersteuning Wmo, genomen door de gemeenteraad op 7 november 2019, aangegeven welk aantal aanbieders per product als richtlijn geldt, deze is: - Individuele ondersteuning: maximaal 25 gecontracteerde aanbieders - Dagbesteding: maximaal 30 gecontracteerde aanbieders - Hulp bij huishouden: maximaal 18 gecontracteerde aanbieders - MO/BW: maximaal 19 gecontracteerde aanbieders - Logeeropvang: geen aantal gedefinieerd vanwege ruimte te willen bieden voor innovatieve aanbieders, maar behoef van huidige succesvolle aanbieders B. Looptijd overeenkomst De overeenkomst heeft een looptijd van drie (3) jaar en kan 3x met één (1) jaar worden verlengd. De overeenkomst loopt af op 31 december 2026. Daarmee wordt aangesloten bij de Bijzondere Subsidieverordening Buurtteams Amsterdam, die dezelfde periode van 6 jaar beslaat. Een dergelijke periode biedt de gelegenheid om een partnerschap op te bouwen en tegelijkertijd tussentijds afscheid te nemen van aanbieders die niet goed presteren. De onderbouwing om voor een totale looptijd van 6 jaar te kiezen is: • Investering in de doorontwikkeling van de wijkteams. • Minder belasting voor de markt, het betreft een markt met specifieke zorg.

• Nieuwe toetredende aanbieders op de opdracht voldoende tijd bieden om de organisatie in te richten naar de eisen en wensen van de gemeenten om hier vervolgens ook meer rendement uit te halen. De looptijd van de overeenkomst voor Inloop dagbesteding wijkt af. De overeenkomst Inloop dagbesteding gaat in op 01 januari 2021 en kent een looptijd van twee (2) jaar waarna na evaluatie wordt besloten tot overdracht (inclusief budget) naar de sociale basis, waarbij het budget wordt overgedragen over naar de stadsdelen die de sociale basis subsidiëren. Type overeenkomst Voor Ondersteuning en Opvang van slachtoffers bij huiselijk geweld wordt één aanbieder gecontracteerd. Met deze aanbieder sluit de gemeente een opdrachtovereenkomst.

32

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

De gemeente sluit een raamovereenkomst met alle aanbieders aan wie na doorlopen van de procedures gegund wordt. Daarmee zullen er twee raamovereenkomsten worden gesloten: één raamovereenkomst voor MO/BW en één raamovereenkomst voor de andere diensten binnen de Wmo. Per perceel wordt een nadere overeenkomst afgesloten. Er is gekozen voor een raamovereenkomst om met het afsluiten van een raamovereenkomst afzonderlijke opdrachten aan de gecontracteerde raamcontractpartijen gegund worden. Daarnaast leidt dit tot zo min mogelijk administratieve lasten voor gemeente en aanbieder. C. De opdracht aanvullende ondersteuning Wmo wordt in 5 percelen op de markt gezet  Perceel 1: Aanvullende Individuele ondersteuning  Perceel 2: Dagbesteding  Perceel 3: Hulp bij huishouden  Perceel 4: Logeeropvang  Perceel 5: Ondersteuning en Opvang van slachtoffers bij huiselijk geweld De opdracht voor dagbesteding wordt verdeeld in twee sub percelen.  Perceel 1: Inloop en Meedoen  Perceel 2: Meewerken en Meedoenwerkt D. MO/BW als aparte opdracht De gemeente treedt op als centrum gemeente en is gemandateerd om de opdracht namens regio Amsterdam- Amstelland in te kopen. De regionale gemeenten bestaan uit gemeente Amstelveen, Aalsmeer, Uithoorn, Ouder- Amstel en Diemen. De integrale uitgangspunten voor Wmo gelden ook voor de opdracht MO/BW.

MO/BW wordt uitgezet in 3 percelen:  Perceel 1: Begeleid thuis  Perceel 2: Beschermd Verblijf  Perceel 3: Respijtvoorzieningen E. Gunning gebeurt volledig op kwaliteit De gemeente stelt vooraf tarieven en vast, hanteert een vaste prijs en formuleert subgunningscriteria voor kwaliteit en gunt enkel en alleen op kwaliteit. In een inkoopprocedure zijn kwaliteitscriteria op meerdere momenten onderdeel van de afweging: - bij het vaststellen van de geschiktheid, - bij de gunning (de beoordeling van de inschrijvingen op specifieke kwaliteitsaspecten bepalen welke aanbieders wel/niet een contract krijgen). Net als bij ieder contract dat de gemeente aangaat met een partij, is ook hier de Beleidsregel Integriteit en Overeenkomsten (BIO) van toepassing. Met de toepassing van de BIO kan een inschrijver/partij voor het afsluiten van het contract gescreend worden en gedurende de looptijd van het contract. Het screenen van contractspartijen gebeurt o.a. door de Screeningsunit, onderdeel van Bureau Integriteit. In de aanbestedingsdocumenten werken we de richtlijnen uit die gehanteerd kunnen worden bij deze screening.

33

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

Geschiktheid De te contracteren aanbieders moeten in ieder geval aan een aantal geschiktheidseisen voldoen. Zo moeten zij aantoonbare ervaring hebben met het leveren van de betreffende dienstverlening in het kader van de Wmo (in Amsterdam of elders). Ook het hebben van en werken met een kwaliteitsmanagementsysteem (een erkend landelijk systeem of gelijkwaardig systeem) en een orgaan voor cliëntparticipatie horen bij de geschiktheidseisen. Gunning Als er meer geschikte kandidaten dan contractplekken zijn, zal de gemeente zorgaanbieders selecteren die de beste kwaliteit kunnen leveren voor het door de gemeente bepaalde tarief. De gemeente zal in elk geval de volgende kwaliteitsaspecten laten meewegen: 1. Integraliteit en afgestemde zorgverlening op cliëntniveau: Zorgaanbieders werken constructief samen met anderen, zodat Amsterdammers de op hun specifieke situatie afgestemde ondersteuning ontvangen. Er wordt geselecteerd op hoe goed de aanbieder op cliëntniveau zorg draagt voor afstemming van de ondersteuning tussen verschillende zorgverleners. Onnodige overlap aan ondersteuning, hiaten en overdrachten worden zoveel mogelijk voorkomen.

Het gaat om integraliteit van zorgverlening, zowel binnen de eigen organisatie als met andere zorgverleners/organisaties, bijvoorbeeld wijkverpleegkundigen, behandelaren (GGZ en anderen) en uiteraard ook de buurtteammedewerkers en informele netwerken. 2. Samen werken en leren op organisatie- en netwerk niveau. Er wordt geselecteerd op hoe goed de zorgaanbieder op organisatie- en netwerkniveau constructief bijdraagt aan een lerende houding, en passende en sluitende samenwerking van organisaties van Wmo, Zvw, Wlz en sociale basis. 3. Deskundigheid van het zorgpersoneel. De kwaliteit van zorg staat of valt met de beschikbaarheid van goed opgeleid en kundig personeel. Er wordt geselecteerd op hoe de aanbieder ervoor zorgt dat medewerkers goed worden toegerust en gefaciliteerd op hun taken en blijvend kunnen leren. Dat betreft o.a. de scholing, coaching/begeleiding en deskundigheidsbevordering van zowel nieuw als zittend personeel. En hoe de aanbieder daarbij bijvoorbeeld intervisie inzet zodat medewerkers leren van elkaar, binnen de organisatie en binnen het bredere stelsel. Daarbij wordt ook expliciet gekeken naar het betrekken en inzetten van ervaringsdeskundigheid en behoud diversiteit (zie punt 5). 4. De beweging van zwaardere naar lichtere zorg dicht bij de Amsterdammer.

Eén van de belangrijke doelstellingen van de doorontwikkeling van het sociaal domein is dat er een beweging ontstaat van zwaardere naar lichtere ondersteuningsvormen dicht bij de cliënt. Ondersteuning die zoveel mogelijk aansluit bij het dagelijks leven en die de eigen kracht en zelfregie versterkt. Dat wil zeggen van aanvullende gespecialiseerde ondersteuning, naar buurtteams, naar sociale basis. Bij de selectie wordt gekeken naar hoe de aanbieder de werkwijze inricht voor een zorgvuldige door- en uitstroom van cliënten naar lichtere vormen van zorg dicht bij de beleving én de woon- en leefomgeving van de Amsterdammer en zijn sociale netwerk. 5. Diversiteit. De aanvullende ondersteuning moet aansluiten bij Amsterdammers van verschillende geloven, etnische afkomst, van verschillende sociaaleconomische afkomst en seksuele oriëntatie. Werken aan de diversiteit in

34

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

de Amsterdamse zorg, ondersteuning en dienstverlening betekent dus rekening houden met de verschillen die er zijn tussen mensen en tussen culturen. Van zorgaanbieders wordt daarom verwacht dat zij een heldere visie ten aanzien van diversiteit formuleren die wordt ingebed in het beleid. Hierbij moet aandacht zijn voor intercultureel vakmanschap, het bevorderen en waarborgen van voldoende kennis bij medewerkers van inwoners met verschillende achtergronden en groepen waaronder lhbtiq+ Amsterdammers. In de verschillende diensten van aanvullende ondersteuning moet rekening gehouden worden met de wensen en behoeften van diverse inwoners groepen. Ook dragen zorgaanbieders er zorg voor dat het medewerkersbestand en de samenstelling van teams zoveel mogelijk een afspiegeling is van de diversiteit van Amsterdam is, om zo herkenbaarheid en laagdrempeligheid te vergroten en de ervaringskennis in het team te verbreden.

Hiermee wordt uitwerking gegeven aan de Beleidsbrief Diversiteit en Inclusiviteit van het college van burgemeester en wethouders en aan de motie van lid Kiliç inzake de Voorjaarsnota 2019 Ambulante ondersteuning, waarin de raad het college van burgemeester en wethouders verzoekt: “Bij het terugdringen van het aantal aanbieders van ambulante ondersteuning en dagbesteding in te zetten op behoud van diversiteit aan aanbieders qua omvang, expertise, specialisme en culturele sensitiviteit.” Naast integrale gunningscriteria worden ook per perceel specifieke gunningscriteria geformuleerd. Gemeentelijke inkoopdoelen Voor de opdracht zijn ook de volgende gemeentelijke doelen van toepassing: - Duurzaamheid en milieu - Integriteit - Innovatiegericht aanbesteden - MKB vriendelijk aanbesteden - Social Return - Maatschappelijk verantwoord inkopen actieplannen 8. Kennis te nemen van de kansen, risico’s en beheersmaatregelen voor de uitvoering van deze aanbesteding, met als belangrijke aandachtspunten: 1. Kans: samenhang met Buurtteams en sociale basis De gemeente Amsterdam heeft besloten om ‘Buurtteams Amsterdam’ in te richten die zorg en ondersteuning in de buurt in samenhang organiseren en financieren: eenvoudig en herkenbaar, passend bij de situatie van de Amsterdammer en in combinatie met de bestaanszekerheden wonen, inkomen, schulden en veiligheid.

Dit is belangrijk omdat Amsterdam op dit moment een groot aantal voorzieningen en partijen kent die zorg en ondersteuning bieden. Het is voor Amsterdammers hierdoor niet duidelijk waar zij terecht kunnen met hun vraag. Er zijn (te) veel loketten en Amsterdammers ervaren soms dat zij van het kastje naar de muur gestuurd worden, in plaats van goed en tijdig geholpen te worden. Ook voor professionals is het soms lastig om de benodigde samenwerking met andere professionals te organiseren, omdat het ook voor hen onduidelijk kan zijn wie welke soort ondersteuning biedt. Vanaf 2021 zijn Buurtteams Amsterdam de plek waar volwassenen terecht kunnen met al hun ondersteuningsvragen. Voor ouders en kinderen blijven de Ouder- en Kindteams bestaan. Deze staan stevig en functioneren goed.

35

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

Niet alle dienstverlening Wmo zal verplaatst worden naar de nieuwe buurtteams. Er blijft ondersteuning nodig die zo specialistisch is dat de professionals die werken in Buurtteams Amsterdam deze niet kunnen leveren. De buurtteams krijgen een rol in de toeleiding naar en toegang tot (stedelijke) aanvullende en specialistische ondersteuning. Door de toeleiding en toegang tot aanvullende Wmo-ondersteuning via de buurtteams te organiseren wordt de gewenste beweging richting lichtere vormen van ondersteuning gestimuleerd: van specialistische ondersteuning naar basisondersteuning, van basisondersteuning naar gebruik van de sociale basis in de wijk. 2. Risico: Groter gebruik van aanvullende ondersteuning Wmo en financiële tekorten Als gevolg van beter vindbaarheid van de buurtteams en daarmee de toegang tot ondersteuning voor Amsterdammers, bestaat de mogelijkheid dat het aantal Amsterdammers dat een beroep doet op ondersteuning groeit. Dat toenemende beroep kan een effect hebben op de totale kosten en de toereikendheid van het budget. In het huidige zorgstelsel wordt de toegang tot ondersteuning door de Amsterdammer als onvoldoende ervaren. Dat kan betekenen dat we op dit moment niet alle Amsterdammers bereiken die een ondersteuningsvraag hebben. De positionering van de buurtteams dichtbij en integraal moet een oplossing bieden voor deze tekortkoming.

De mogelijkheid bestaat dat daardoor meer Amsterdammers dan nu worden bereikt en daarmee toegang krijgen tot ondersteuning. Daarmee is een deel van de doelstelling van de buurtteams gerealiseerd, maar lopen we het risico dat de druk op de financiële kaders en de kans op overschrijdingen toeneemt. Om dat te beheersen monitoren we goed hoe de cliëntstromen in het stelsel lopen, en kijken we daarbij niet alleen naar instroom, maar ook naar uitstroom en afschaling en sturen we op de balans daar tussen. Door in te zetten op die afschaling kunnen meer cliënten in het stelsel worden ondersteund. Bij de najaarsnota en de jaarrekening rapporteren we over de ontwikkelingen van de cliëntaantallen en de consequenties daarvan voor het financiële kader. 3. Risico: zorgcontinuïteit in de overdracht van cliënten naar Buurtteams en andere aanbieders De implementatie van Buurtteams Amsterdam zal vanaf 2021 gefaseerd van start gaan. Dit geldt voor de opbouw van de buurtteams, het overdragen van cliënten en voor de dienstverlening die de buurtteams leveren. Belangrijk aandachtspunt is dat de buurtteams een groot deel van de huidige ambulante ondersteuning gaan overnemen en dat Amsterdammers die ondersteuning krijgen niet tussen wal en schip mogen vallen.

De gehele individuele ondersteuning is met circa 9.000 cliënten te omvangrijk om 80% van de cliënten ineens over te dragen aan Buurtteams Amsterdam. Dit zal dan ook gefaseerd plaatsvinden. Buurteams en zorgaanbieders individuele ondersteuning trekken daarbij samen op, waarbij op basis van overlap in het eerste jaar (2021) steeds concreter wordt wanneer cliënten wel en niet door het Buurtteam kunnen worden ondersteund. Deze overlap dient niet alleen om grenzen duidelijk te maken, maar eveneens om elkaar beter te leren kennen en kennisuitwisseling te stimuleren. Door de overdracht gefaseerd en zorgvuldig te doen wordt mede bewaakt dat de

36

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

kwetsbaarste cliënten met een grote ondersteuningsbehoefte de goede ondersteuning behouden. Op langere termijn is de verwachting dat een steeds grotere groep cliënten terecht kan bij het buurtteam. Dit betekent dat de aanbieders aanvullende individuele ondersteuning in 2021 nog een relatief grote rol en aandeel in de ondersteuning aan Amsterdammers hebben. 4. Risico: de stelselverandering die hiermee wordt ingericht is van grote omvang De stelselverandering kent meerdere risico’s: zoals risico’s voor cliënten, onzekerheid bij zorgaanbieders en personeel en een korte implementatieperiode. Ook tijdens het proces en de procedure om te komen tot de subsidieverlening aan en inrichting van Buurtteams Amsterdam en overeenkomsten te sluiten met zorgaanbieders Wmo kunnen er situaties ontstaan die gevolgen hebben voor het stelsel en proces. Bijvoorbeeld als er bezwaar wordt ingediend tegen de publicatie van de subsidie aan Buurtteams Amsterdam of de voorlopige gunning voor zorgaanbieders aanvullende ondersteuning Wmo. Dit betekent dat gedurende de procedure er aanleiding kan ontstaan waardoor moet worden bijgestuurd waarbij steeds de bedoeling van het stelsel leidend zal zijn. 5.

Risico: Stijging van het gebruik van Pgb door de aankomende stelselverandering en nieuwe contractperiode Door de beperking van het aantal zorgaanbieders in de nieuwe contractperiode en de introductie van het Buurtteam dat het merendeel van de ambulante ondersteuning gaat leveren bestaat het risico op een onwenselijk grote stijging van het aantal Pgb aanvragen. De effecten hiervan betreffen een beperkte stuurbaarheid van de Wmokosten, en een risico op cliëntniveau dat er oneigenlijk gebruik van de Pgb regeling gebruik wordt gemaakt door cliënten die hier niet om de juiste redenen zelf voor kiezen of niet budgetvaardig zijn, kortom waarbij een Pgb niet de meest wenselijke oplossing is. Om deze stijging zo veel mogelijk te beperken zal er bij door de betrokken ketenpartners en gemeente in het Pgb proces extra beheersmaatregelen wordt uitgevoerd ten behoeve van een zorgvuldige afweging op cliëntniveau: - Voorlichting aan de voorkant bij Buurtteams Amsterdam ( gedurende 2020 nog de MaDi’s en MEE) en het IAB inlichten over de mogelijkheden en voordelen van zorg in natura. - Monitoren van aantallen cliënten waarvan de Pgb aanvraag bedoeld is om een (voormalig) gecontracteerde zorgaanbieder te bekostigen.

Kansen en risico’s per aanvullende Wmo-dienst Kansen en risico’s aanvullende Individuele ondersteuning Het werken met van tevoren vastgestelde tarieven biedt de gemeente de kans om beter te sturen op het gebied van financiën, waardoor de kosten in de hand kunnen worden gehouden. Bij vaststelling van deze tarieven wordt uiteraard rekening gehouden met de AmvB Reële Kostprijs. Daarnaast biedt het beperken van het aantal aanbieders de gemeente Amsterdam de kans om haar taken op het gebied van contractmanagement beter in te vullen waardoor tussentijdse bijsturing en afstemming met de op te bouwen buurtteams mogelijk wordt.

37

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

Het beperken van het aantal aanbieders heeft het risico in zich dat kleine gespecialiseerde aanbieders niet kunnen of zullen inschrijven of dat zij niet worden gecontracteerd. De diversiteit alsmede de gewenste spreiding over de stad kan hierdoor in het gedrang komen. Dit aanbod en deze kennis kan worden behouden via onderaannemerschap door gecontracteerde partij daar waar het specifiek aanbod betreft wat anders verloren gaat. Wenselijk is het tevens dat (personeel van) zorgaanbieders die niet inschrijven of gegund worden voor aanvullende Individuele ondersteuning aansluiten bij Buurtteams Amsterdam zodat hun kennis en expertise van (ambulante) ondersteuning daar geborgd en ondergebracht wordt. Een tweede risico betreft het gefaseerd overdragen van de nu nog Ambulante ondersteuning naar de buurtteams in de loop van 2021. De verwachting is dat 80% van de ambulante ondersteuning zal landen in de Buurtteams en dat 20% van de cliënten ondersteund zullen blijven worden door zorgaanbieders aanvullende Individuele ondersteuning. De uiteindelijke verdeling zal in de praktijk op basis van inhoudelijke gronden gemaakt worden en is niet geheel vooraf vast te stellen. Daarom wordt er een faseringsplan opgesteld dat de overgang regelt waarop de gemeente stuurt. Cliëntstromen worden gedurende overdrachtsperiode nauwlettend gevolgd.

Kansen en risico’s Dagbesteding De aanbesteding biedt de kans om ontwikkelingen die aanbieders van dagbesteding in de huidige contractperiode al maken, te versterken. Zoals de Inloop dagbesteding buurtgericht (en tegen de sociale basis) aan organiseren en vanuit dagbesteding aansluiting maken naar vormen van betaald werk. Deze ontwikkelingen vragen bovendien samenwerking met andere partijen en partners wat leidt tot een nauwere netwerkvorming van dagbesteding over de stad. Voor het organiseren van dagbesteding met een laagdrempelige toegang (Inloop) gaat het om samenwerking met het Huis van de Wijk en de Sociale basis. In de aansluiting naar betaald werk wordt ingezet op samenwerking met sociale ondernemingen en WPI. Het risico bestaat dat de capaciteit van de verschillende aanbieders om stadsbreed voldoende diverse vormen van dagbesteding aan te bieden niet toereikend zal blijken te zijn, zeker in combinatie met het uitgangspunt om minder aanbieders te contracteren. Daarnaast is het risico aanwezig dat de diverse vormen van dagbesteding onvoldoende verspreid zijn over de diverse stadsdelen. De toegankelijkheid en het gebruik van deze voorzieningen kan daarmee onder druk komen te staan. Deze risico’s worden ondervangen doordat aanbieders met onderaannemers kunnen werken en door met gecontracteerde aanbieders afspraken te maken over de spreiding van het aanbod.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12630337/1