CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Programma Circulaire Economie Lessen en Aanbevelingen 2020 - 2021

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 29 juni 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Publicatie Lessen & Aanbevelingen Innovatie- & Uitvoeringsprogramma Amsterdam Circulair 2020 - 2021 Nr. VN2022-01400424.493 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Inzichten uit de projecten

begint met het voorkomen van materiaal­gebruik door slimmer ontwerp, meer kansen voor levensduurverlenging et cetera. Voorkomen moet worden dat een UPV alleen via het einde van de keten wordt geregeld, dus via het inzamelen en verwerken. Een UPV zou in plaats daarvan moeten leiden tot minder gebruik van primaire grondstoffen, bijvoorbeeld door meer reparatie en hergebruik te stimuleren. Textiel Binnen de waardeketen Consumptiegoederen hebben we veel nadruk gelegd op textiel. Vanwege de hoge milieu-impact die textiel veroorzaakt, maar ook omdat Amsterdam binnen Reflow, een door het EU gefinancierd project waarin diverse materiaalstromen worden onderzocht voor verduurzaming, textiel voor haar rekening nam. In 2021 zijn we als gemeente weer zelf textiel gaan inzamelen. Wij willen méér textiel met zo min mogelijk vervuiling inzamelen. Dit bereiken we bijvoorbeeld door voor te sorteren, voordat het wordt aangeboden voor verwerking. Daarnaast is in 2021 in samenwerking met jeansmerken, de landelijke overheid, textielsor­ teerders, recyclers en internationale producenten de

Wat hebben we bijgedragen aan de transitie? ƒ H  et recyclingpercentage van thuistextiel is verhoogd door herontwerp van inzamelmethoden. ƒ D  e ‘Roadmap Circulair Textiel 2030’ is ontwikkeld. ƒ Er is een bijdrage aan de Denim Deal geleverd. ƒ V  erschillende initiatieven rondom het thema circulair textiel zijn gerealiseerd waaronder zorgschorten, Swapshop en een reparatieservice stadspashouders.

33

Denim Deal gesloten. Deelnemers spannen zich gezamenlijk in om drie miljoen jeans te maken, waarin ten minste 20 procent vezels is verwerkt, afkomstig uit door consumenten afgedankte kleding. Ook zetten ze een nieuwe industriestandaard neer, waarbij in alle denimproducten standaard 5 procent van dergelijke vezels wordt verwerkt. Deze samenwerking laat zien dat een beperkt aantal innovatieve koplopers een hele sector kan inspireren om de industriestandaard te verduurzamen. Zie uitgelicht project REFLOW

In 2020 was The Swapshop onderdeel van het StartUp in Residence-programma: een winkel, en tevens concept, waarmee we een fysiek kledingdeelsysteem hebben weten uit te rollen in de stad. Wekelijks worden tussen de twee à drieduizend kledingstukken geruild en verkocht. Daarnaast kan kleding worden gerepareerd en functioneert The Swapshop als een inpandig inzamelpunt. Van het ingezamelde textiel worden weer nieuwe producten gemaakt, zoals laptopsleeves. Het is de bedoeling dat dit kledingdeelsysteem een franchise­­concept wordt.

ƒ E  ducatieprogramma’s voor scholen zijn ontwikkeld: Textielrace en leskoffer ‘Op weg naar Circulair Textiel’. ƒ M  et verschillende publieksactiviteiten is meer inzicht gegeven in verduurzamingsdoelen voor de textielketen. ƒ M  et de ‘circulaire scan’ zijn bedrijven ondersteund in het concretiseren van hun circulaire ambities met inzicht en handelings­ perspectief om circulaire principes te integreren in het bedrijfsproces.

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Inzichten uit de projecten

Lessons learned - wat ging goed?

Wat kan beter?

ƒ V  anwege Covid-19 was er veel (media)aandacht voor textiel dat niet kon worden afgevoerd: dat resulteerde bij bewoners in bewustwording van de grote impact van textiel.

ƒ D  e werving van ondernemers voor circulaire scans kan beter onder de aandacht worden gebracht via het netwerk van bijvoorbeeld het Havenbedrijf, ORAM en MKB Amsterdam.

ƒ D  e samenwerking tussen textielpartners was constructief met een goede verdeling van rollen en kennis, waarbij commerciële belangen geen rol speelden.

ƒ D  e projecten moeten minder als stand-alone worden uitgevoerd, waardoor meer onderlinge samenhang en kan ontstaan.

ƒ E  r is voortgebouwd op wat er al was (en bewezen succesvol), bijvoorbeeld bij andere gemeenten.

ƒ M  et onze projecten binden we vooral koplopers. Dat zijn ondernemers met duurzame en circulaire ambities. We bereiken de grote groep volgers nog onvoldoende.

Aanbevelingen ƒ E  uropese samenwerking op textiel bleek ingewikkeld door verschillende wet- en regelgeving per deelnemend land. Een vervolg kan daardoor mogelijk beter lokaal worden ingestoken en niet Europees. ƒ O  rganiseer stevige overall projectcoördinatie bij complexe samenwerkingen met verschillende partijen in verschillende landen met bij­ voorbeeld specifieke uitbesteding van taken zoals backoffice.

ƒ B  ij opschaling: blijf voortbouwen op bestaand succesvol instrumentarium om niet te veel te vertragen. ƒ R  icht je ook op ondernemers met minder ervaring op circulair en onderzoek hoe deze te betrekken. Dat vergroot de schaal en versnelt de transitie.

34

35

Uitgelichte projecten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

REFLOW-project

We vinden steeds betere manieren voor het opnieuw inzetten van afgedankt textiel

Amsterdam neemt deel aan het internationale REFLOW-project dat is gefinancierd door de Europese Unie. Het doel is om de eigenschappen van materiaalstromen inzichtelijk te hebben om vervolgens circulaire oplossingen te creëren en te testen op het niveau van bestuur, bedrijf en burger. Als pilotproject koos Amsterdam voor textiel, dat al sinds de Industriële Revolutie geldt als een vervuilende industrie en volgens de ‘Monitor Amsterdam Circulair’ qua milieu-impact op de vierde plek staat van meest vervuilende stromen. Alleen al in onze gemeente wordt elk jaar 14 duizend ton textiel afgedankt. Per hoofd van de Amsterdamse bevolking belandt 10 kg kleding jaarlijks bij het restafval en 4 kg in de textielcontainer. We willen dat deze hoeveelheid bij het restafval omlaag gaat en dat meer wordt hergebruikt. Voor dit project herontwierpen we inzamelmethoden en vonden we manieren om grondstoffen te leveren voor de recyclingindustrie. Dit had de volgende resultaten: ƒ

Samen met merken als Scotch & Soda, Kuyichi en PVH (Tommy Hilfiger en Calvin Klein) en de gehele keten ondertekende de gemeente Amsterdam de Denim Deal om producten van spijkerstof circulair te maken.

ƒ

Tienduizenden wegwerpschorten voor mede­werkers in zorginstellingen werden vervangen door 6000 circulaire schorten.

Amsterdammers krijgen korting op kledingreparatie.

ƒ

In samenwerking met The Swapshop en fysieke winkels is een kledingdeelsysteem opgezet, waar wekelijks 200 kledingstukken worden geruild. Bij The Swapshop is onlangs een pilot gestart om meer emotionele waarde aan kleding toe te kennen door met een track-en-tracesysteem te laten zien door wie en waar het gedragen is.

ƒ

Met de Stadspas krijgen Amsterdammers 40 procent korting als ze hun kleding bij een kleermaker laten opknappen of repareren. Zo’n 4000 mensen met een kleine beurs maakten al gebruik van deze actie. Zij krijgen ook in 2022 en 2023 hierdoor de mogelijk­heid hun kleding te repareren en zo langer met hun kleding te doen.

ƒ

Per april is een duurzame shopping route opgezet door de hele stad. Doel is om bewoners en toeristen gemakkelijk en snel kennis te laten maken met het aanbod van duurzame winkeliers door de hele stad.

In april 2022, tijdens een afsluitend event in Pakhuis de Zwijger, presenteerden we een visie en een roadmap rondom circulair textiel. Deze kunnen dienen als gids richting 2030. De gemeente is enthousiast over de inzichten en resultaten en onderzoekt hoe het vervolg vorm kan krijgen.

terug naar P. 33

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Gebouwde omgeving De gebouwde omgeving bestaat uit gebieden, ge­bouwen en de openbare ruimte, zowel boven- als ondergronds. De focus in het I&UP lag op het ver­minderen van het gebruik van primaire grond­stoffen. Daarmee wordt ook indirect de CO2-uitstoot beperkt. De ambities voor de gebouwde omgeving richten zich daarom op: circulair ontwikkelen op stads- en gebieds­ niveau, circulair opdrachtgeverschap vanuit de ge­ meente en het circulair maken van de bestaande stad.

Gebiedsontwikkeling en transformaties Twee belangrijke instrumenten om in de gebouwde omgeving de circulaire transitie te realiseren, zijn gebiedsontwikkelingen en transformaties. De projectorganisaties van de gemeente besteden steeds meer aandacht aan circulariteit in gebieden, zoals Buiksloterham, Strandeiland en Amstel III. Door toepassing in de praktijk wordt concreet zichtbaar welke praktische uitwerking het stellen van circulaire ambities kan opleveren. Daarbij hebben we geleerd dat circulaire ambities het meeste effect hebben als ze vanaf de beginfase worden meegenomen. Om dat te stimuleren, is de waarde-inventarisatietool ontwikkeld. Zie uitgelicht project Buiksloterham

In de huidige vroege fase van de transitie zien we dat de toepassing van circulaire ambities extra inspan­ ningen en soms ook extra kosten met zich mee­brengt. Des te belangrijker is het om in een vroeg stadium extra budget te begroten en te zorgen voor verankering van de ambities in de projectorganisatie. Deze extra kosten zijn waarschijnlijk van tijdelijke aard en nodig om circulair te leren ontwikkelen. Om circulaire bouw te versnellen, is het van belang om de (soms niet-financiële) baten en andere voordelen een plek te geven in het besluitvormingsproces. Ook kan de gemeente instrumenten ontwikkelen om nieuwe organisaties met expliciete duurzame doelstellingen (zoals sommige wooncoöperaties of een Community Land Trust) aan te trekken. Zie uitgelicht project Community Landtrust

Tenders gronduitgifte Om de gestelde ambities te realiseren, is het essentieel dat er een koppeling is met een van de beschikbare instrumenten, zoals criteria voor tenders bij grond­ uitgifte of realisatie van maatschappelijk vastgoed, een-op-een onderhandelingen en financieringswijze. Zie uitgelicht project Tenders circulaire gronduitgifte

36

Een belangrijke succesfactor vormen de standaard­ teksten voor tenders gronduitgifte. Sinds 2021 zijn daarin circulaire criteria zoals MPG (MilieuPrestatie Gebouwen), indelingsflexibiliteit en materiaalgebruik opgenomen. Marktpartijen worden daardoor nu op prestaties en niet op maatregelen uitgedaagd om met nieuwe circulaire gebouwontwerpen te komen. Zo stijgt het aantal gebouwen met een betere MPG, een hogere indelingsflexibiliteit en meer biobased bouwmateriaal. In de huidige vroege fase van de transitie hebben we nog regelmatig last van het gebrek aan eenduidige definities van circulair. Met de toenemende toepassingsschaal neemt de noodzaak voor meer helderheid toe. De door de gemeente ontwikkelde Circulaire Gereedschapskist legt hiervoor al een basis, waarbij wordt gewerkt met de thema’s en onderwerpen uit het ‘Nieuwe Normaal’ van het landelijke kennisnetwerk Cirkelstad waarin Amsterdam actief participeert. Zie uitgelicht project De Circulaire Gereedschapskist

37

Uitgelichte projecten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Buiksloterham

Buiksloterham: de eerste circulaire stadswijk

In 2015 tekende de gemeente met twintig andere partijen een manifest om van Buiksloterham een circulaire stadswijk in Amsterdam-Noord te maken. We vertaalden deze opgave in een programmatische aanpak, waarmee het projectteam aan de slag ging. Concreet heeft dit onder andere het volgende opgeleverd: ƒ

Buiksloterham zet in op 80 procent circulair materiaalgebruik in de openbare ruimte.

ƒ

Van een aantal straten hebben we een digitale materialeninventarisatie gemaakt, zodat ontwerpers weten wat vrij gaat komen en daarmee kunnen ontwerpen.

ƒ

Diverse delen van de wijk worden ingericht met hergebruikt materiaal. Zo komt er een tweede leven voor de brug achter het Centraal Station en de klinkers van de Passenger Terminal Amsterdam aan de Piet Heinkade. Ook kavel 25 wordt op korte termijn (tijdelijk) ingericht met hergebruikte materialen die het projectteam bij elkaar heeft gezocht in samenwerking met de afdeling Logistiek van Stadswerken.

ƒ

Deze ontwikkelingen passen goed bij de diverse circulaire en energieneutrale gebouwen die al in de wijk staan, zoals Stories, Go Buiksloterham, CiWoCo en de drijvende woonwijk Schoonschip. Andere gebouwen zijn in aanbouw, zoals Poppies. De gemeente maakt de transformatie mogelijk. Bij tenders van de grond selecteren we minimaal 50 procent op circulair en duurzaam bouwen. Daarnaast verzorgt de gemeente grondsanering, de aanleg van openbare ruimte en het bouwrijp maken van gemeentelijke kavels. Met partijen die beschikken over eigen grond of grond die eerder is uitgegeven in erfpacht, maken we afspraken, zodat ook hier circulair en duurzaam wordt ontwikkeld. Onlangs zijn we begonnen met een controletraject. Na oplevering zien we toe op implementatie van de gemaakte afspraken. Buiksloterham is nadrukkelijk opgezet als een proeftuin; we leren door te doen. Deze pragmatische instelling, die wordt gesteund door het management van de gebiedsontwikkeling, helpt om resultaten te boeken. De lessen passen we toe in andere gebiedsontwikkeling, bijvoorbeeld bij het Hamerkwartier en Strandeiland.

Samenwerking met partijen in de wijk is gerea­ liseerd. Dit betreft uiteenlopende projecten, bijvoorbeeld een smart grid voor optimalisatie in energiegebruik, elektrische deelmobiliteit en een nieuwe sanitatie van Waternet, zoals vacuüm­ toiletten die hoogwaardige verwerking van organische afvalstromen mogelijk maken.

Midden in Buiksloterham ligt de drijvende woonwijk Schoonschip.

terug naar P. 36

Uitgelichte projecten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

38

Community Land Trust

Een gemeenschap voor betaalbaar wonen en circulair bouwen

Buiten Nederland is een community land trust (CLT) geen ongebruikelijk model voor gemeenschaps­ tuinen en woningen. Het betekent dat een co­öperatie zonder winstoogmerk de ontwikkeling en het beheer op zich neemt in opdracht van de lokale gemeenschap. Geïnspireerd door enkele steden elders in Europa wil de gemeente het CLT-concept introduceren op het snijvlak van betaalbare huis­ vesting en circulair bouwen. Door de capaciteit van inwoners in ontwikkelbuurten om zichzelf te organiseren te vergroten, kunnen ze meebouwen aan gewortelde, inclusieve communities met een verzekerde collectieve plek voor de toekomst. Zo worden duurzame, betaalbare woningen voor en door de lokale gemeenschap gebouwd en ontstaat ruimte voor bijvoorbeeld stadslandbouw en andere buurtfaciliteiten. De woningen blijven in beheer van de lokale gemeenschap. Als een bewoner vertrekt, dan wordt de woning betrokken door een andere buurtbewoner. Op deze manier werken we aan zowel het duurzame als het sociale aspect van het Donutmodel. Als medeontwikkelaar van het CLT-concept gaf de gemeente opdracht aan een extern bureau (And The People) om de kansen te onderzoeken en betrokken stakeholders te ondersteunen in eerste stappen richting realisatie.

Buurtbewoners uit de H-buurt spannen zich in om zelf te bouwen aan betaalbare en duurzame huisvesting.

Als proeflocatie werd gekozen voor de H-buurt in de Bijlmer, waar een al vijftien jaar actieve gemeenschaps­ organisatie samen met buurtbewoners initiatief toonde om deel te nemen aan gebiedsontwikkelingen in de buurt. Via de nieuw opgezette Vereniging CLT H-buurt krijgen de ruim 140 leden een blijvende stem in gebiedsontwikkelingen. Er wordt gepionierd op het gebied van nieuwe collectieve circulaire vormen van eigenaarschap en zeggenschap over zowel vastgoed (materialenpaspoorten), grond als ‘losgoed’ (spullen, gebouwinstallaties) en diensten (onderhoud,

programmering). Ook worden voor­waarden opgesteld die zorgen voor circulair en sociaal gebruik ervan. Hiermee zijn sociale waarden uit de buurt verankerd. De Vereniging CLT H-buurt staat klaar om zelfstandig mee te doen aan een tender voor wooncoöperaties. Daarnaast wordt met woningcorporatie Rochdale onderzocht of er een beheercoöperatie gesticht kan worden en er samen kan worden getenderd. De vereniging gaat zich – met steun van verschillende fondsen en de gemeente – de komende jaren richten op een programma om de capaciteit van bewoners en ondernemers te versterken en te bestendigen in Donutprojecten. Het bleek uitdagend om het CLT-concept een plek te geven binnen bestaande gemeentelijke beleidskaders. Het heeft veel tijd gekost om ambtenaren inzicht te bieden in de betekenis en de praktische consequenties van het concept. Het is duidelijk gebleken dat dit CLT-concept een verrijkende aanvulling is op het ontwikkelmodel van wooncoöperaties en het huidige gebiedsontwikkelingproces (PLABERUM). Financieel en juridisch is het haalbaar. Conflicterende regelgeving op gemeentelijk, landelijk en Europees niveau is in kaart gebracht.

Ook is begonnen aan een beleidsnotitie en wordt aangegeven hoe de CLT-aanpak in de toekomst breder kan worden toegepast, bijvoorbeeld bij nieuwbouwlocaties, herbestemming van kantoorpanden en transformaties zoals bij uitponding van vastgoed van woningcorporatie. Community Land Trust is een mooi voorbeeld van hoe nieuwe projecten en beleidsinstrumenten ontstaan vanuit de Donutgedachte, en waarbij sociale waarden goed verankerd zijn, evenals circulaire criteria die de milieudruk verlagen.

terug naar P. 36

Uitgelichte projecten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

39

Roadmap

Tenders voor circulaire gronduitgifte

De gemeente geeft grond uit door tenders uit te schrijven voor de markt. In deze tenders kunnen via gunningscriteria extra prikkels worden gecreëerd om circulair te bouwen. Op basis van de evaluaties rondom tenderen is gewerkt aan een aanpak duurzaam tenderen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen standaard tenders en innovatieve tenders. De standaard tender vraagt uit op energie en circulair. De afgelopen periode heeft de gemeente dit instrument zeven keer ingezet om de transitie naar circulair bouwen te versnellen. Er zijn twee keer drie tenders aangewezen waarin is uitgevraagd op basis van circulaire criteria, zoals adaptief en demontabel bouwen. Wat we geleerd hebben, is opgenomen in de inmiddels vastgestelde Roadmap Circulaire Gronduitgifte. Hiermee is een stap gemaakt in het standaardiseren van circulaire criteria binnen grond­ uitgifte. De standaardteksten geven daarbij voldoende ruimte om aan te sluiten bij de specifieke situatie van het gebied waarvoor grond wordt uitgegeven. Wat precies circulair wordt uitgevraagd, kan daardoor per tender nog steeds verschillen. Met deze aanpak is binnen bestaande financiële kaders experimenteerruimte gecreëerd voor zowel gemeente als marktpartijen. Het resultaat van de afgelopen

periode is dat zeven tenders hebben geleid tot gebouwen met circulaire prestaties. Kavel Centrumeiland 14-01, Kavel Buiksloterham 3D en De Koffiefabriek zijn concrete voorbeelden die inspireren en aanzetten tot doorontwikkeling van circulair bouwen. Een van de geleerde lessen is dat het opnemen van circulair als eis tegenstrijdig is met landelijke regel­ geving en daarom op dit moment niet goed functioneert. Ook hebben we geleerd dat circulair realiseren van sociale huur op gespannen voet staat met het finan­cieringsmodel waarbinnen woningcorporaties opereren. Daarnaast zien we een spanningsveld bij marktpartijen tussen realiseren van hoge eisen op het gebied van energieprestatie en materiaalgebruik. Deze punten vergen aandacht in de doorontwikkeling van circulair bouwen. De komende periode begint de evaluatie rondom duurzaam tenderen. Daarin krijgen ook deze knel­ punten aandacht. Het verbreden van de kennisbasis gaat bijdragen aan verdere ontwikkeling van circulaire criteria. Ook is aandacht nodig voor het updaten van financieringsmodellen door bijvoorbeeld het concretiseren van de baten van circulair bouwen in de beheer- en onderhoudsfase.

Aan de entree van Centrumeiland op IJburg komt Robin Wood. Een circulair en energieneutraal gebouw met 1500 woningen erin.

terug naar P. 36

Uitgelichte projecten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

40

Circulaire gereedschapskist

Een kennisbank voor iedereen die circulair wil werken

CO2

Om binnen de gemeente basiskennis rondom circulair bouwen te verbreden, creëerden we een centrale kennisbank. In deze zogenoemde ‘circulaire gereedschapskist’ is informatie gebundeld over technische, financiële, sociale, organisatorische en juridische uitvoerings­ vraagstukken. In toegankelijke taal bieden we gemeentelijke werknemers relevante artikelen, regelgeving, leidraden en ontwerpcriteria.

In een roadshow en bij diverse overleggen met werkgroepen en directies presenteerden we de circulaire gereedschapskist binnen de gemeentelijke organisatie. Aan andere gemeenten binnen en buiten Nederland hebben we inmiddels ook al tientallen presentaties gegeven. De interesse onderstreept de koplopersrol die Amsterdam vervult, maar ook de behoefte om nieuwe kennis op het gebied van circulair bouwen op te doen.

De eerste fase is afgerond. Samen met partners (Copper8 en Metabolic) schreven we tien over­­zichtelijke artikelen. In deze tien bouwgerelateerde onderwerpen lichten we onder meer relevante onderwerpen uit, zoals de milieu-impact van bouwmaterialen, circulaire verdienmodellen en biobased renoveren, die onoverkoombaar zijn voor de nieuwe circulaire bouwnorm. Daarin is onder meer aandacht voor een handelingsperspectief, inhoudelijke verdieping en praktijkvoorbeelden. Deze artikelen – peer-reviewed door experts – behoren tot de meest bezochte pagina’s op Openresearch, het digitale platform waarop de gemeente Amsterdam kennis deelt.

De gereedschapskist heeft een stevige basis. Deze kan nu verder worden aangevuld, bij voorkeur in samenwerking met andere gemeenten, provincies, stichtingen en kennisinstellingen. Daarbij is speciale aandacht nodig voor de vertaalslag naar uitvoering met behulp van verschillende ervaringsdeskundigen en experts. Ook onderzoeken we hoe een educatieve laag over deze basis vorm kan krijgen.

CO2

terug naar P. 36

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

De lange doorlooptijd van bouwprojecten (5 tot 10 jaar) heeft als gevolg dat veel van het werk dat tot nu toe verzet is nog niet als tastbaar object in Amsterdam terug te zien is. Veel projecten met circulaire ambities moeten nog worden gerealiseerd. Daarom is het van groot belang scherp te blijven op realisatie van de vooraf overeengekomen circulaire maatregelen. Zo is bijvoorbeeld gebleken dat de standaardteksten voor gronduitgifte niet altijd worden toegepast, bijvoorbeeld omdat meer bekende onderwerpen als energie en klimaatadaptatie prioriteit krijgen en het thema circulariteit verdrukken. Ook worden circulaire ambities nog vaak gezien als enkel een extra kostenpost, waarbij de baten verderop in het proces niet in beeld zijn of geen prioriteit krijgen. Houtbouw Een belangrijk resultaat in de afgelopen periode is het concrete commitment van Amsterdam aan de woningbouwdoelstelling van de MRA. Vanaf 2025 wordt 20 procent van alle nieuwbouwwoningen binnen de MRA grotendeels in hout en/of biobased materialen gebouwd. Zie uitgelicht project Houtbouw

Op basis van de beoogde woningbouwproductie van zo’n vijfduizend woningen in Amsterdam betekent dat vanaf 2025 duizend houten woningen per jaar. Overigens zien we nu al dat op tenders voor grond­ uitgifte steeds vaker wordt ingeschreven met hout en biobased materialen als uitgangspunt. Dit zien we als een bevestiging vanuit de markt dat we met deze Green Deal op het juiste spoor zitten. Landelijke regie gewenst op doorontwikkeling MPG Als gemeente hebben we geen mogelijkheden tot het verplichten van circulaire criteria. Amsterdam heeft daarom in het kader van de Crisis- en herstelwet het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koningsrelaties gevraagd om de MPG (MilieuPrestatie Gebouwen) te mogen aanscherpen. Dit ministerie heeft mede als gevolg van die aanvraag halverwege 2021 de MPG voor woongebouwen van 1,0 aangescherpt tot 0,8. In de praktijk blijkt echter dat deze aanscherping nog niet leidt tot een grote verschuiving naar het gebruik van materialen met een lagere milieu-impact. Op basis van de Omgevingswet zou Amsterdam een wettelijke aanscherping kunnen invoeren.

41

Tegelijk constateren we dat de methodiek van de MPG op dit moment nog onvoldoende geschikt is om effectief als stimulerend instrument te worden ingezet en op diverse thema’s van circulair gebouwde omgeving te sturen. Zo stuurt de MPG nog niet op het voorkomen van milieu-impact van bouwactiviteiten in de toekomst, zoals het zoveel mogelijk los van de functie te bouwen en flexibiliteit qua indeling (adaptiviteit). Ook ontbreekt sturing op het digitaal vastleggen van waarde en het gebruik van gezonde materialen, en is de waardering van de voordelen van biobased materialen nog niet op orde. Doorontwikkeling van het stelsel waarop de MPG is gebaseerd, is dus nodig. Afgelopen jaar hebben we dit op de agenda gezet met concrete voorstellen voor hoe die aanpassing eruit moet zien. Ook de komende tijd zullen we actief blijven bijdragen aan doorontwikkeling van dit potentieel effectieve instrument. Uit een verkenning van bouwplannen door de directie Ruimte en Duurzamheid (R&D) is gebleken dat minder dan de helft van de ruim 100 onderzochte gebieds­ ontwik­kelingen een MPG-target heeft en dat iets meer dan een derde demontabele onderdelen verwacht te gebruiken.

Uitgelichte projecten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

42

Houtbouw

In Amsterdam bouwen we in 2025 minimaal 20 procent met hout

Meer bouwen met hout vermindert het gebruik van staal en beton en andere primaire, abiotische grondstoffen, ofwel: stoffen van een niet-biologische oorsprong. Houtbouw draagt daardoor direct bij aan de circulaire doelstellingen van de gemeente. De milieu-impact van hout is lager. Met houtbouw kun je zelfs CO2 vastleggen in de constructie. Daarnaast geeft het invulling aan het stapsgewijs en structureel aanscherpen van de huidige wettelijke MPG-norm van 1,0 naar een norm van 0,5 of lager. Amsterdam kiest de vlucht naar voren door houtbouw ook nu al actief te stimuleren. Dat is terug te zien in de stad met schitterende gebouwen, zoals De Vondeltuin, Stories en Juf Nienke.

Zoals elke transitie uitdagingen kent, zijn er uitdagingen genoeg om de transitie van traditioneel bouwen naar houtbouw te realiseren, niet in de laatste plaats vanwege de misverstanden die bestaan rondom bouwen met hout. Met deze MRA-samenwerking hebben we een stevige basis waarin de koplopers gezamenlijk deze uitdagingen aanpakken en laten zien wat al mogelijk is. De komende periode blijft de stevige basis nodig met een goed actieplan, kennisuitwisseling en inspiratiesessies. Vanuit deze basis kan coördinatie plaatsvinden op onder andere het vaststellen van meer geschikte locaties, faciliteren van aanvragen en het afstemmen van beleid rondom gehanteerde certificering.

De weg naar houtbouw als een standaard manier van bouwen krijgt vorm door samenwerking met andere overheden, kennisinstellingen en marktpartijen in MRA-verband. In 2021 heeft dit geleid tot de ‘Green Deal Houtbouw, Duurzaam uit de crisis’. Daarin is de ambitie uitgesproken om in 2025 al 20 procent van de nieuwe woningen met een grotendeels houten draagconstructie te gaan bouwen. Dit document is mede ondertekend door de Gemeente Amsterdam.

De woontoren Stories in Buiksloterham is voor een groot gedeelte opgebouwd uit hout.

terug naar P. 41

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Op weg naar een circulaire gebouwde omgeving waarin hergebruik centraal staat Als gemeente willen we het goede voorbeeld geven, ook in de gebouwde omgeving. Als grootste opdrachtgever en inkoper in de openbare ruimte is focus gelegd op de inkoop van asfalt en beton met een lage milieu­­ impact. Zo is er bij Metro en Tram bijvoorbeeld succesvol geëxperimenteerd met alternatieve, minder belastende betonsamenstellingen en werken Verkeer en Openbare Ruimte en het Ingenieursbureau aan innovatieve inkooptrajecten voor bepaalde productcategorieën.

Het verlengen van de levensduur en het behoud van waarde begint intern te beklijven. Waarom niet eerst gebruiken of opmaken wat we al hebben, voordat we nieuw gaan inkopen? In Buiksloterham zijn de ketens intern en extern onder de loep genomen en is een urgente oproep gedaan om deelgever te worden in plaats van alleen deelnemer. De komende tijd zal de gemeente de dialoog voortzetten met marktpartijen die circulair slopen of materialen opslaan in afwachting van hergebruik. Uitvragende partijen die de MKI of MPG van gebouwen willen verbeteren en partijen die deze ontwikkeling kunnen voorzien van digitale tools, zoals een platform en materiaalpaspoort.

Zie uitgelicht project Duurzaam Beton

In de openbare ruimte bouwen we voort op de nieuwe werkwijze die in Buiksloterham is getest, waarin hergebruik van materialen die vrijkomen centraal staat. Zie uitgelicht project Buiksloterham

Ook bij de directie Sport en Bos laat men zien dat hergebruik van wat al aanwezig is, heel goed kan. Zo is de sportvloer van de Hogendorphal in z’n geheel hergebruikt en heeft de houten vloer van het Velodrome een tweede leven gekregen. Zeker gezien de toenemende volatiliteit van grondstofprijzen en beschikbaarheid heeft deze aanpak de potentie om door te groeien tot een strategie om risico’s af te dekken. Zie uitgelicht project Velodrome

43

Circulaire werven Komende jaren gaat Amsterdam terug van 37 naar 23 werven met vier overslagpunten. Onderdeel van het transitieplan was een vernieuwende aanbestedings­ strategie voor de ingenieursdiensten, waarin voor een derde gegund is op duurzaamheid en circulariteit. Aan de inschrijvende partijen is uitdrukkelijk gevraagd om in hun aanbieding concreet te maken hoe ze samen met de gemeente invulling gaan geven aan circulariteit. Dit grootschalige project kan een uithangbord voor circulariteit worden. De partij die uiteindelijk is geselecteerd, hanteert de aanpak om zo vroeg mogelijk in het traject – nog vóór het ontwerpproces – samen met de gemeentelijke stakeholders duurzaamheid en circulariteit te verankeren. Dit is nog niet eerder gedaan en een mooi voorbeeld hoe de gemeente blijft leren door te doen.

Uitgelichte projecten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

44

Duurzaam beton

Er komt beter beton voor onze metro’s en trams

Beton is overal om ons heen: in gebouwen, bruggen, spoorbielzen, wegdek. De productie van cement, een van de bestanddelen van beton, is goed voor zo’n 5 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Daarom is er sinds 2018 een landelijk Betonakkoord, dat zich onder meer richt op hoogwaardiger hergebruik van beton. Ook Amsterdam ziet de noodzaak om hier actief aan deel te nemen. Dat betekent onder meer dat we aanbestedingen en samenwerkingsovereen­ komsten prioriteren die bijvoorbeeld hergebruik en het gebruik van betere materialen stimuleren. De gemeente vroeg enkele adviesbureaus onderzoek te doen naar betonnen elementen in het areaal van Metro en Tram. De vraag was om die elementen te vervangen met minder belastende alternatieven. Ook werkten ze aan bewustwording onder collega’s binnen Metro en Tram door ze te informeren over duurzame alternatieven. Want betere alternatieven zijn wel degelijk beschikbaar, bleek uit een inventarisatie van de mogelijkheden. Twee voorbeelden zijn:

De aanleg van de nieuwe tramlijn tussen Uithoorn en Amstelveen Westwijk geschiedt met duurzaam beton.

ƒ

geopolymeerbeton heeft een veel lagere CO2-uitstoot, omdat het energieslurpende productieproces van cement wordt vermeden;

ƒ

en het zogeheten CEM III B-beton kent meer gerecyclede stoffen in het mengsel dan de standaard betonsoort die nu vaak wordt toegepast.

Pilots laten tot nu toe zien dat geopolymeren zelfs beter presteren dan het reguliere, minder duurzame alternatief. Zo liggen de droogsnelheid en druksterkte hoger en is er sprake van minder krimp, scheurvorming en slijtage. De bijvangst van duurzame innovatie is een constructief beter materiaal. Intussen zijn meer testen nodig om de toepassingsvoorwaarden verder scherp te stellen. Om deze innovatieve materialen te kunnen toepassen, spelen er veel afwegingen, bijvoorbeeld op gebied van kosten, kwaliteit en veiligheid. Juist bij deze afwegingen was de rol van de duurzaamheids­adviseur van de gemeente essentieel. Deze was opdrachtgever aan ingenieursbureau Royal HaskoningDHV en fungeerde als verbinder naar asset managers van de GVB, de aanbieder van openbaar vervoer in Amsterdam. Zo kwam er een kanteling in het denkpatroon, waardoor Metro en Tram in gesprek is gegaan met betonleveranciers voor een raamovereenkomst over duurzaam beton. Dit voorbeeld laat zien hoe met bewustwording een beweging op gang komt die met behulp van externe expertise en capaciteit ervoor kan zorgen dat duurzame alternatieven een plek krijgen binnen de reguliere processen en onderdeel worden van de standaard manier van werken.

terug naar P. 43

Uitgelichte projecten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

45

Velodrome

We hebben de houten vloer van het Velodrome herbestemd en een tweede leven gegegeven

Veel wielrenners zijn er groot op geworden, maar de hardhouten vloer van de overdekte wielerbaan Velodrome uit 1972 voldeed niet langer aan moderne eisen. Als opdrachtgever voor nieuwbouw en renovatie keek de gemeente verder dan de vervanging van de vloer. Ook hebben we ons bekommerd om de herbestemming. Hergebruik was niet mogelijk, maar het hardhout vertegenwoordigt bijzondere waarde: niet alleen als grondstof, maar ook als immateriële waarde. Daarom konden architecten en belangstellenden stukken hout afnemen in ruil voor een donatie van 5 euro per vierkante meter. Daarmee zijn bijvoorbeeld meubels en wanden gemaakt. Veel mensen hebben warme herinneringen aan het Velodrome en ook zij wilden graag een stukje vloer. Gemeente Amsterdam heeft daarom 500 speciale herinneringsplankjes laten maken van de vloer, als aandenken. De volledige vloer van het Velodrome is herbestemd. Zo hebben we 1300 vierkante meter hout gered van de afvalbak. De opbrengst - bijna 9.000 euro - kreeg een sociale bestemming: het Jeugdfonds Sport van Amsterdam, dat contributie betaalt voor kinderen uit gezinnen die dat niet zelf kunnen betalen, zodat iedereen kan sporten.

Een aantal lessen uit dit succesvolle project: ƒ

Zet een goed proces en duidelijke standaarden op, bijvoorbeeld over hoe je een architect of aannemer selecteert.

ƒ

Neem regie, want gemeentelijk is er nog geen proces voor terugwinning van waarde en toepassing in eigen nieuwbouw- en renovatieprojecten.

ƒ

Wees creatief in de uitdrukking en verrekening van waarde en sta open om die waarde te ‘vermarkten’.

ƒ

Denk niet alleen aan de materiële waarde, maar ook aan de immateriële waarde die materialen hebben voor specifieke groepen mensen.

De nieuwe vloer is in oktober 2021 feestelijk geopend. De goede ervaringen met het Velodrome en een waarde-inventarisatiescan door Insert zijn de basis voor vervolgacties bij andere sportlocaties met plannen voor renovatie of sloop: De Mirandabad, Sporthal Elzenhagen, Sportpark Spieringhorn, Jaap Edenbaan en Sporthallen Zuid.

De houten vloer van de wielerbaan Velodrome wordt gedemonteerd en per vierkante meter verkocht aan particulieren.

terug naar P. 43

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Vergroten van de kennisbasis voor circulair bouwen met de gereedschapkist Op OpenResearch is in 2021 de circulaire gereedschapskist gepubliceerd. In eerste instantie is deze vooral bedoeld voor medewerkers van Amsterdam, maar ook voor geïnteresseerden van buiten de gemeente bevat deze kist relevante informatie. Met dit initiatief faciliteren we vanuit beleid het basiskennisniveau rondom circulair bouwen, zodat collega’s die dagelijks werken in en aan de uitvoering laagdrempelig kennis kunnen maken met thema’s rondom circulair bouwen. Tijdens de eerste fase in 2021 zijn tien onderwerpen uitgelicht. Deze zijn bedoeld als kennismaking met relevante thema’s en geven binnen een overzichtelijke structuur de basis voor circulair bouwen, zowel in de Burgerlijke en Utiliteitsbouw (B&U) als de grond-, weg-, en waterbouw (GWW). Zie uitgelicht project De Circulaire Gereedschapskist

Leren door te doen in fieldlabs Voor het toekomstbestendig maken van de stad werken we al langere tijd in zogeheten fieldlabs. Binnen deze praktijkomgevingen ontwikkelen we samen met kennisinstellingen en de markt nieuwe oplossingen en testen deze uit voor het stedelijk beheer van Amsterdam. Dit is een belangrijk spoor om te laten zien wat al mogelijk is. Bij innovatie zien we geregeld gepercipieerde bezwaren en belemmeringen die in de praktijk erg blijken mee te vallen. Voordoen in een fieldlab helpt om deze weerstand weg te nemen. Overigens lukken de experimenten niet altijd in één keer. Dat vraagt soms om meer tijd of een extra stap. Een goed voorbeeld is circulair asfalt. Het is bekend dat van asfalt een groot deel kan worden hergebruikt. Een deklaag kan vaak wel 50 procent hergebruikt materiaal bevatten en de onderlaag in principe al 100 procent. Een ander voorbeeld is de circulaire aanbesteding voor openbare verlichting en betonelementen. Ook wordt op deze manier ge­ëxperimenteerd met zowel circulaire als klimaat­ adaptieve funderingen. Op de Kromme Mijdrechtstraat zijn klinkers en fundering toegepast van circulair materiaal, die waterdoorlatend en daarmee klimaat­ adaptief zijn.

Dit is een mooi voorbeeld hoe we actief zoeken naar verbinding met andere duurzaam­ heidsdoelstellingen, zodat een integrale aanpak ontstaat voor duurzaamheid waarvan ook circulariteit deel uitmaakt.

46

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Renovatie en transformatie Naast de projectmatige gemeentelijke gebieds­ ontwikkelingen en transformaties voeren marktpartijen en woningcorporaties op verschillende plekken in de stad ook zelf renovaties en transformaties uit. In die gevallen speelt de gemeente een andere rol, bijvoorbeeld als verstrekker van de omgevingsvergunning. Omdat de gemeente daardoor bij deze partijen geen circulaire werkwijze kan afdwingen, is gezocht naar nieuwe instrumenten om circulaire realisatie te beïnvloeden. Mede hierom is in 2019 een prijsvraag uitgeschreven voor woningcorporaties, inclusief een stimuleringstraject voor intensieve samenwerking. Dit bleek een effectief instrument dat heeft geleid tot circulaire beweging en initiatieven bij woning­corporaties. De gemeente speelt hier vooral de rol van initiator en verbinder met als uitgangspunt dat corporaties zelf stappen zetten en verantwoordelijkheid nemen om circulariteit toepassen in concrete projecten op een manier die past bij de situatie. De komende periode stellen we vast of en hoe deze aanpak en methodiek kan worden toegepast voor andere doelgroepen. Zie uitgelicht project Prijsvraag woningcorporaties

Op weg naar standaardisatie Om de circulaire transitie in de gebouwde omgeving verder te versnellen, is schaal essentieel. Dat betekent dat we werken aan het omzetten van geleerde lessen in concrete standaarden voor onder andere gebieds­ ontwikkelingen, bouwprojecten en inkoop. Voorlopig blijft het nog steeds nodig om te experimenteren met minder bekende circulaire thema’s. Denk daarbij bij­voorbeeld aan adaptiviteit en toxiciteit. Goede samenwerking met en dialoog tussen stakeholders uit de gebouwde omgeving is daarbij van groot belang. In de projectgebieden kan bovendien de nog nauwelijks toegepaste waarde-inventarisatietool worden gebruikt om deze dialoog met welwillende partijen in deze gebieden aan te gaan.

47

Uitgelichte projecten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

48

Prijsvraag woningcorporaties

Prijsvraag sorteert woningcorporaties voor op circulaire bouw en renovatie

In 2019 schreef de gemeente een innovatieve prijsvraag uit voor woningcorporaties waarmee we ze wilden uitdagen oplossingen te zoeken om circulair te renoveren. De inzendingen varieerden van het hergebruiken van kozijnen tot het ombouwen van garages tot woningen. De prijs­vraag was een groot succes met een positieve impact. De aanjagende rol van de gemeente werkte goed. Waar we in 2019 begonnen met vijf corporaties is er inmiddels een circulaire coalitie ontstaan van alle Amsterdamse corporaties, plus nog enkele uit de regio. Vanuit de gemeente monitoren we de voortgang van de projecten, bieden we onder­ steuning en verbinden we woningcorporaties met andere marktpartijen. Terwijl circulariteit steeds breder aandacht krijgt binnen woningcorporaties vertaalt zich dat nog niet in stevig verankerde strategieën om daaraan invulling te geven. Reden voor het uitschrijven van de prijsvraag was dat circulaire initiatieven in de praktijk moeilijk van de grond komen. Tijdens lezingen en seminars is er veel interesse, maar de praktische vertaalslag ontbreekt nog vaak.

Bij het onderhoud aan de woonflat aan het Osdorpplein, hergebruiken Stadgenoot en Hemubo sloophout in de vorm van circulaire kozijnen.

De prijsvraag had als doel kennis over circulair bouwen in de organisaties te brengen op zowel strategisch als uitvoeringsniveau en de pilotprojecten op weg te helpen met subsidie in de vorm van prijzengeld. Bij corporaties is de potentie voor opschaling fors. Een pilotproject met bijvoorbeeld circulaire isolatiematerialen kan al snel resulteren in een standaard aanpak voor duizenden renovaties per jaar. Daarmee voorkomen we dat een enorme hoeveelheid primair materiaal wordt gebruikt. Het kan zelfs bijdragen aan de klimaatdoelstellingen, doordat toepassing van bijvoorbeeld biobased isolatiemateriaal zoals lisdodde, CO2 opslaat gedurende het groeiproces. In 2021 ontwierpen we in samenwerking met directie Wonen en alle woningcorporaties een nieuw programma rondom een prioriteitenlijst met uit­dagingen en kansen. Dit programma bestaat uit vier plenaire bijeenkomsten, plus een uitsplitsing in vier werkgroepen die de doelstellingen uitwerken in concrete plannen. Zo is een analyse gemaakt van circulaire kansen en obstakels in de renovatie op basis waarvan het standaard programma van eisen kan worden aangepast om steviger op circulariteit te sturen.

terug naar P. 47

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Inzichten uit de projecten

Wat hebben we bijgedragen aan de transitie? ƒ D  e circulaire opgave heeft een plek gekregen binnen het reguliere proces van kavel­ ontwikkelingen en inrichting van openbare ruimte, waarmee een schaalsprong in de transitie dichterbij is gekomen. ƒ In de standaardteksten voor tenders grond­ uitgifte zijn circulaire criteria opgenomen, waardoor de markt is uitgedaagd om met nieuwe circulaire gebouwontwerpen te komen. ƒ B  ij de aanbesteding voor het Innovatie­ partnerschap schoolgebouwen worden de inschrijvingen beoordeeld op circulariteit. ƒ M  et het vastleggen van een concrete doel­ stelling op houtbouw en biobased bouwen biedt Amsterdam de markt perspectief om te investeren en brengt daarmee een (landelijke) schaalsprong op dit onderwerp dichterbij. ƒ O  nder andere door concreet te laten zien wat er al kan, is op verschillende plekken in de organisatie meer kennis van en draagvlak voor duurzame alternatieven gekomen.

Lessons learned - wat ging goed? ƒ P  ragmatische doe-houding helpt om resultaten te boeken. ƒ P  ublicaties van de Circulaire Gereedschapskist over CO2-voetafdruk en circulair isoleren en renoveren op Open Research zijn veel gedeeld en besproken op LinkedIn en andere kanalen. ƒ W  e hebben op een aantal vlakken de stap weten te maken van experimenten naar structurele inbedding in reguliere processen en manier van werken.

Wat kan beter? ƒ O  p dit moment werken we steeds vaker circulair, maar binnen stedelijke processen die lineair zijn geoptimaliseerd en soms haaks staan op de circulaire ambitie. ƒ C  irculair uitvoeren van werk is nog kwetsbaar en blijft in deze fase nog afhankelijk van financieringsruimte en prioriteit bij de betreffende directies en/of partners. ƒ H  et concreet maken en onder de aandacht brengen van de meerwaarde van circulariteit bij bijvoorbeeld schoolbesturen en asset managers kan beter.

49

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Inzichten uit de projecten

Wat kan beter?

Aanbevelingen

ƒ O  ok in gebiedsontwikkeling is de nadruk op de kostenkant van circulaire oplossingen vaak nog hoog en bij besluitvorming niet in balans met de batenkant (voor zover die al in beeld is).

ƒ Z  org voor een transitiemanager die als trekker en aanjager binnen elke directie collega’s kan helpen door te informeren, overtuigen en verbinden.

ƒ O  mdat definities en begrippen met betrekking tot de circulaire economie nog niet voldoende helder ontwikkeld zijn voor toepassing in gebiedsontwikkeling, ligt nu vaak vooral focus op materiaalgebruik, waarmee hogere R-strategieën buiten beeld blijven.

ƒ ’Zachte’ communicatie in de beginfase van een project levert meer resultaat dan als dat later in het project gebeurt. Luister goed naar de behoeftes. ƒ Z  org voor continuïteit in kennisdeling en kennisopbouw.

ƒ W  aar duurzame of circulaire materialen voorgeschreven en/of overeengekomen zijn (bijvoorbeeld gebruik van FSC-hout), ontbreekt vaak controle of deze daadwerkelijk zijn toegepast.

ƒ Z  org aan de voorkant dat de betrokken opdrachtgevende directies en andere stakeholders voldoende tijd en budget reserveren voor hun circulaire ambities.

ƒ H  ergebruikte materialen zijn niet altijd op het juiste moment en hoeveelheden beschikbaar.

ƒ B  lijf resultaten laten zien om anderen te motiveren, te overtuigen en te laten leren.

ƒ B  ij uitvragen in tenders en aanbestedingen wil de gemeente zo veel mogelijk kwantitatief op circulariteit beoordelen en zo weinig mogelijk kwalitatief, omdat kwalitatief oordelen veel moeite kost. De MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) is wel kwantitatief, maar op dit moment nog onvoldoende geschikt om circulariteit te beoordelen.

ƒ Z  org voor verdere opschaling van de ‘hergebruik tenzij’-werkwijze die in Buiksloterham is ontwikkeld en getest.

ƒ Implementeer de uitkomsten van succesvolle experimenten in reguliere processen en manier van werken, zodat verandering niet vrijblijvend is. ƒ V  olg de (inter-)nationale voortgang met betrekking tot het uitontwikkelen van heldere definities en beoogde resultaten van de circulaire economie en vertaal dat naar toepassing binnen Amsterdam. ƒ C  oncretiseer de baten van circulair bouwen. Kijk voorbij alleen de financiële kant en pas processen aan, zodat deze baten een gelijk­ waardige plek krijgen als afwegingscriterium. ƒ A  nticipeer in een vroeg stadium op vrij­komende secundaire bouwmaterialen en sorteer voor op biobased materialen. ƒ B  lijf de dialoog aangaan met marktpartijen om kwalitatieve en liefst kwantitatieve circulaire indicatoren te bepalen voor de uitvraag bij tenders gronduitgifte en aanbestedingen.

50

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Waardeketenoverstijgende projecten Binnen een aantal branches is samen met partners en bedrijven in de stad gewerkt aan de transitie naar de circulaire economie. Mede door de beperkende maatregelen van de coronapandemie is een over­ koepelende branchegerichte aanpak in 2021 nog niet van de grond gekomen. Wel is aan een aantal over­ koepelende, dwarsdoorsnijdende thema’s gewerkt, zoals het thema wet- en regelgeving. Hierbinnen zijn we begonnen met de ontwikkeling van een tool die beleidsmakers veel gerichter inzicht geeft in kansen voor toepassing van al bestaande wet- en regelgeving om circulaire doelen te versnellen. De belangstelling is groot, waardoor inmiddels meerdere overheden betrokken zijn en cofinanciering voor de verdere ontwikkeling is aangetrokken. Zie uitgelicht project Regelgevingstool

Impact coronamaatregelen Door de coronapandemie zijn verschillende branches hard getroffen. Zo ook de evenementenbranche, aangezien er amper evenementen plaats konden hebben en veel werknemers inmiddels werkzaam zijn in een andere branche. Met betrekking tot deze branche is daarom binnen het programma besloten om voorlopig te volstaan met de criteria die zijn opgenomen in vergunningverlening voor evenementen. De kunst- en cultuursector kent een vergelijkbaar lot. Ondanks een vrijwel volledige lamlegging is het toch gelukt om een aantal panden van culturele instellingen BREEAM-­gecertificeerd – een standaard die de duurzaamheid van het gebouw aangeeft – te krijgen. Uiteraard is ook de zorgsector hard getroffen door de pandemie. Vanwege de absolute prioriteit in de zorg op het bestrijden van de pandemie is ervoor gekozen om tijdens de looptijd van het programma geen projecten op te starten.

51

Horeca De Koplopergroep circulaire hotels is in 2017 begonnen. Omdat hotels een aanzienlijk deel van de looptijd van het programma op last van de overheid gesloten moesten blijven of op minimale capaciteit draaiden, is de nadruk komen te liggen op inspiratie en visie­ ontwikkeling. Dat er draagvlak is bij deze ondernemers om samen te werken aan het realiseren van de circulaire economie, blijkt wel uit de verdere groei van de Koplopergroep circulaire hotels en de blijvende betrokkenheid van de deelnemers. Daarbij heeft de groep zich doorontwikkeld van een focus op het verwaarden van reststromen naar het aanpakken van materiaalstromen aan de voorkant als het gaat om bijvoorbeeld textiel, meubels en voedsel. Ondanks corona is er toch veel geleerd door te doen. Zo blijkt het veel effectiever om elk hotel in z’n eigen keten te laten samenwerken dan om inkoopkracht te bundelen. Met dat inzicht gaan hotels nu bijvoorbeeld met hun leveranciers op zoek naar innovaties die nodig zijn om het linnengoed meer circulair te krijgen. Zie uitgelicht project Koplopergroep circulaire hotels

Uitgelichte projecten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

52

CTO - Regelgevingtool CircuLaw

Handelings­ perspectief in de regelgeving voor de circulaire transitie

Om beleidsmakers te helpen in de transitie naar een circulaire economie, werken we aan een overzicht van de mogelijkheden in het wet- en regelgevingsstelsel. Het CTO Innovatieteam van de gemeente Amsterdam is initiator van het project voor een brede wetsanalyse binnen het publiek-, privaaten fiscaalrecht per circulair thema. Het team ontwikkelt de tool in samen­werking met Climate-KIC en strategisch ontwerp­bureau Dark Matter Labs. Deze telkens geactualiseerde tool wordt niet alleen voor Amsterdam ontwikkeld, maar voor heel Nederland en Europa. Zo kunnen overheden op diverse niveaus van elkaar leren. De uitkomsten zijn vindbaar via een gebruiksvriendelijke interface, waardoor het eenvoudiger wordt om binnen deze complexiteit te navigeren. Succesvolle toepassingen van juridische maatregelen worden uitgelicht. Om tot een goed werkende tool te komen, is samen met universiteiten, de Belastingdienst en andere partners een vernieuwend protocol met methoden voor wetsanalyse ontwikkeld. Zo worden bijvoorbeeld potentiële invloed en afbreukrisico van een maatregel meegewogen, zodat beleidsmakers deze afwegingen kunnen meenemen bij het kiezen van een juridische maatregel. Ook wordt zichtbaar hoe verschillende bevoegdheidsniveaus met elkaar kunnen samenwerken. Dit instrument is daarmee een uiterst belangrijke wegbereider voor de transitie naar een circulaire economie.

Vanwege de bruikbaarheid voor andere overheden ontstond snel een alliantie van publieke partners die wilden mee-investeren in de tool, waaronder RVO, Transitieteam Circulaire Bouweconomie, MRA Kernteam Houtbouw en de Provincies Noord-Holland en Flevoland. Ook andere overheden en verschillende universiteiten werken mee en brengen veel enthousiasme en kennis met zich mee. Het verraste ons dat er nog zoveel mogelijkheden in de wet- en regelgeving bestaan. Zo bleken er uit de wetsanalyse voor het stimuleren van houtbouw 67 juridische maatregelen in bestaande wet- en regelgeving naar boven te komen. Op dit moment zijn verschillende klikbare proto­t ypes gereed met een wetsanalyse rondom twee casussen: houtbouw en circulaire windmolens. Ook wordt binnen de gemeentelijke organisatie een samenwerking opgezet met Juridische Zaken, om te onderzoeken hoe de tool breder binnen de gemeentelijke organisatie voor andere transities kan worden ingezet. Een bèta­versie van de regel­gevingstool zal in 2022 volledig werkend zijn. Per jaar wordt voor verschillende circulaire casussen een wetsanalyse uitgevoerd, waardoor de database steeds verder groeit.

terug naar P. 51

53

Uitgelichte projecten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Koplopergroep circulaire hotels

Steeds meer hotels doen mee aan de circulaire transitie

In 2017 nodigde de gemeente tien hotels uit om te ontdekken hoe de hotelbranche de circulaire economie kan versnellen. Anderhalf jaar later deelde deze Koplopergroep circulaire hotels de inzichten met andere hoteliers in de stad. Sindsdien telt de groep 25 deelnemers, die grote betrokkenheid tonen bij (online) bijeenkomsten. Dat deze groei plaatsvond in een tijd waarin juist hotels zwaar werden getroffen door de corona­ maatregelen is een teken dat deze branche een positieve en invloed­rijke rol wil spelen in de transitie naar een circulaire stad. Aanvankelijk lag de focus op het verwaarden van verschillende reststromen, bijvoorbeeld recycling van sinaasappelschillen tot zeep of het benutten van koffiedik als grondstof. Gaandeweg ontstond het besef dat de grootste impact ligt bij het veranderen van materiaalstromen die de hotels binnenkomen, zoals voedsel, inrichting en textiel. Opgedane kennis plus een overzicht van circulaire maatregelen is gebundeld in de publicatie ‘Tijd voor verandering’. Tijdens de horecabeurs Horecava, in januari 2020, gingen de hoteliers met hun leveranciers in gesprek over circulaire oplossingen voor items als ontbijt­ verpakkingen. De hoge opkomst moest een mooi begin zijn van samenwerkingsprojecten. De corona­ pandemie dwarsboomde die plannen.

Tijdens de coronacrisis werd hygiëne een belangrijk thema. Herbruikbare producten en grootverpakkingen werden vervangen door single-use-items. Om de hotels een steun in de rug te geven, nam de gemeente het initiatief tot een webinar ‘Duurzame hospitality in tijden van corona’ in samenwerking met het Rijkswater­ staat­programma VANG Buitenshuis, dat de kantoor-, winkel- en dienstensector helpt om het restafval te verminderen en meer te recyclen. In de praktijk bleek krachtenbundeling, bijvoorbeeld door gezamenlijk in te kopen, lastig vanwege de grote diversiteit aan hotels, de veelheid aan contracten en de verschillen in beslismodellen. Daarom ligt de focus nu meer op ketensamenwerking: ieder hotel is aan de slag binnen zijn eigen netwerk van leveranciers, met kennis uit de Koplopergroep als bagage. Dat is uitgewerkt in de strategie om hotellinnen meer circulair te krijgen. Hotels zoeken samen met hun eigen linnenleverancier naar innovaties voor een lagere milieu-impact van hotellinnen. Dit is een voorbeeld van circulair partnerschap. Hiervoor is een rekentool ontwikkeld, een beslismodel dat de hotelier ondersteunt bij het maken van duurzame keuzes. De gemeente heeft ondersteuning geboden om de groep te laten groeien. Omdat de ondernemers dit steeds zelfstandiger oppakken, verandert de rol van de gemeente. Samen geven we de toekomst van deze groep verder vorm.

Hotel Jakarta, één van de meest circulaire gebouwen in Amsterdam en lid van de Koplopersgroep circulaire hotels.

terug naar P. 51

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Haven en industrie Een groot deel van de circulaire agenda met betrekking tot de haven en industrie krijgt vorm in het programma Verduurzaming Haven en Industrie, waarin wordt samengewerkt met de directie Economische Zaken. Ook wordt vanuit dit programma nauw de samen­ werking gezocht met het Havenbedrijf Amsterdam dat er stevig op inzet om de circulaire bedrijvigheid en industrie in het havengebied te faciliteren, onder andere door hiervoor ruimte te reserveren. Meer hierover staat in de ‘Strategie 2021-2025 - Het voor­ touw nemen’ dat laat zien dat de strategie van het Havenbedrijf op dit thema in lijn is met de ‘Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025’ en de ‘Gemeentelijke Visie Haven 2020-2040’. Om circulair werken concreet te maken voor ondernemers is in samenwerking met Economische Zaken een circulaire scan voor mkb-maak­ bedrijven ontwikkeld. Vanuit datzelfde perspectief werken we samen met de Omgevingsdienst Noordzee­ kanaalgebied om de kennis, de ervaring en het netwerk van de VTH-praktijk (vergunning­verlening, toezicht en handhaving) gerichter in te zetten en zo bedrijven te ondersteunen bij het realiseren van circulaire doelstellingen. Zie uitgelicht project Circulaire scans voor maakbedrijven

Circulair inkopen De gemeente Amsterdam koopt jaarlijks voor ruim 2 miljard euro in. Via inkoop is verandering af te dwingen en de transitie naar de circulaire economie te versnellen. De afgelopen periode is op verschillende plekken in de organisatie gewerkt aan innovatieve inkooptrajecten. Zo heeft Sport en Bos heel goede resultaten geboekt met kunstgrasvelden, waarvan ook de rest van Nederland profiteert. Als vervolg hierop wordt nu samen met CTO gewerkt aan opschaling en verankering in de reguliere manier van vervanging van kunstgrasvelden. Zie uitgelicht project Kunstgrasvelden In de utiliteitsbouw werkt het Ingenieursbureau van de gemeente met een innovatiepartnerschap waarin negen schoolgebouwen in één keer worden aan­ besteed. Hiermee creëert de gemeente ruimte voor opdrachtnemers om investeringen in een innovatieve aanpak binnen hetzelfde contract terug te verdienen. Bovendien blijft de kennis die bij het eerste pand is opgedaan, behouden totdat het laatste pand is gerealiseerd. Al met al is de verwachting dat hierdoor de gemiddelde kosten van deze negen circulaire scholen waarschijnlijk niet hoger zullen zijn dan bij reguliere bouw. Zie uitgelicht project Innovatiepartnerschap scholen

54

Om de veranderkracht van het inkoopinstrument verder te ontsluiten, is eind 2021 het Team Duurzaam Opdrachtgeven en Inkopen (TDO) van start gegaan. Een team van experts op het gebied van zowel duurzaamheid als inkoop. Het TDO zorgt dat aangenomen beleid, moties en initiatiefvoorstellen, wettelijke voorschriften en kansen worden vertaald naar het inkoopproces. Dit team geeft inhoudelijk advies aan opdrachtgevers en inkopers bij gemeentelijke organisatie­onderdelen zoals Facilitair/ Personeel, Sociaal en ICT. Onder andere met behulp van levenscyclusanalyses (LCA) om duurzaamheid mee te nemen en verschillende opties te kunnen afwegen. Ook kunnen collega’s hier terecht voor de concrete (tekstuele) vertaalslag naar gunningscriteria en eisen. Naast advisering gaat het TDO ook zorgen voor monitoring van duurzaamheid bij inkooptrajecten.

55

Uitgelichte projecten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Circulaire scan

Inzicht in circulaire kansen voor Amsterdamse maakbedrijven

Om Amsterdamse maakbedrijven te stimuleren in hun verduurzaming biedt de gemeente een ‘circulaire scan’ aan. Deze geeft inzicht in de circulariteit van een product of dienst en de economische potentie van een circulair verdien­ model. Hiermee wordt voor de mkb’ers duidelijk waar mogelijkheden voor verbetering liggen. Omdat de kansen voor circulair ondernemen zeer verschillend zijn – denk aan producttype, materiaal­ verbruik of businessmodel – geeft de scan een heel gericht beeld. Zo voorzien we in een behoefte aan inzicht, kennis en handelingsperspectief bij onder­ nemers om concrete maatregelen te nemen. Omdat de scan inzichtelijk maakt wat keuzes op het gebied van materialen, transport of maakprocessen betekenen voor grondstoffen en klimaat, hebben we nu beter zicht op de kansen, belemmeringen en randvoorwaarden voor circulair ondernemen.

Amsterdam Made

De circulaire scan is getest als onderdeel van het duurzaamheidsprogramma van Amsterdam Made, een community van ongeveer 150 maakbedrijven, waaronder sieradenmakers, kledingmerken en bierbrouwers. Een van hun doelstellingen is om het gebruik van primaire grondstoffen voor hun productie in 2030 met de helft terug te dringen. De evaluatie was positief. Ondernemers raden het instrument aan bij anderen. Tot zover hadden vooral de koplopers in circulair ondernemen interesse. In september 2021 begon een vervolgtraject voor een circulaire scan voor zo’n twintig bedrijven. Bij de verdere opschaling werken we samen met de netwerken van bijvoorbeeld Port of Amsterdam, ORAM en MKB Amsterdam.

terug naar P. 54

56

Uitgelichte projecten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Kunstgrasvelden

Ons kunstgras wordt circulair

In een dichtbebouwde stad kunnen we niet om kunstgras heen; het kan tot wel zes keer meer bespeeld worden dan natuurgras. Maar kunstgras heeft ook nadelen. Zo kan het in de zomer hitte­ stress veroorzaken bij sporters, zijn de kunstgrasvelden slecht voor de waterberging en ook nog eens slecht opnieuw te gebruiken. In de Kunstgrasnota heeft de gemeente Amsterdam daarom spelregels opgenomen om velden en parken te verduurzamen en de negatieve impact van kunstgras zo veel mogelijk te verkleinen. Als eigenaar, inkoper en beheerder van kunstgrasvelden heeft de gemeente bij de aanleg en vervanging van kunstgrasvelden ruimte gegeven aan uiteenlopende innovaties met verstrekkende gevolgen: ƒ

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11605400/1