CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Programma Circulaire Economie Lessen en Aanbevelingen 2020 - 2021

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 29 juni 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Publicatie Lessen & Aanbevelingen Innovatie- & Uitvoeringsprogramma Amsterdam Circulair 2020 - 2021 Nr. VN2022-01400424.493 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Programma Circulaire Economie: Lessen en Aanbevelingen 2020 - 2021

Dankwoord | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Dankwoord Het document Programma Circulaire Economie: Lessen en Aanbevelingen 2020 - 2021 is tot stand gekomen met de hulp van diverse collega’s. Onze speciale dank gaat uit naar: Annoesjka Nienhuis, Anita Numan, Arjan Hassing, Bart Bakker, Céline Heldring, Daan Heijnis, Desirée Bernhardt, Dimitri Bak, Erik Koldenhof, Eveline Jonkhoff, Froukje Anne Karsten, Jan Duffhues, Jeroen van der Waal, Johan Kerpershoek, Joost van Barneveld-Biesma, Jorren Bosga,

Jort van Aken, Juan-Carlos Goilo, Karin ter Steege, Maarten de Bruin, Mara van der Kleij, Marie-Louise Gasseling, Mersiha Tepic, Nina van Kranendonk, Renate Heppener, Rene Koop, Roosmarie Ruigrok, Rutger Oorsprong, Salomé Galjaard, Sebastiaan Jacobs, Thieme Hennis en Wies de Jong.

2

Voorwoord | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Voorwoord Amsterdam heeft een sterke economie die ons veel welvaart heeft gebracht en nog altijd brengt. Onze stad behoort tot de internationale top van de meest aantrekkelijke en concurrerende regio’s van Europa. In 2021 boekte de Metropoolregio in Nederland de sterkste groei. Die wordt ook dit jaar weer in Amsterdam verwacht, bleek uit een analyse van de Rabobank. Het is iets waarop we trots mogen zijn. Wel kleeft een groot nadeel aan de economische voorspoed: we gebruiken grondstoffen alsof ze oneindig voorradig zijn. Dat legt een grote druk op de natuur en het klimaat. Om te voldoen aan alleen al de Europese behoefte aan grondstoffen hebben we 2,9 aardes nodig, terwijl we er maar één hebben. Daarnaast blijkt dat Nederland op de allerlaatste (31ste) plaats staat van de Europese ‘spillover-lijst’, waarin de Europese Unie de effecten van de lidstaten op leven en welzijn in andere landen beïnvloedt. Deze druk op de aarde is niet vol te houden. Het gaat ten koste van toekomstige generaties en mensen in andere landen. Bovendien beloven de trends niet veel goeds. We zien ieder jaar meer winning van grondstoffen. Dit is wereldwijd net zo goed zichtbaar als in onze stad; de ‘Monitor Amsterdam Circulair’ laat zien dat het materiaalgebruik in onze gemeente eerder toeneemt dan afneemt.

Ook is er sprake van een hoger energieverbruik en een stijgende uitstoot van broeikasgassen. Er is een fundamentele verandering nodig van de manier waarop we produceren en consumeren. Daarom kiest dit college voor een versnelling van de circulaire transitie. We hebben de overtuiging dat het anders kan. Het is mogelijk om welvarend te leven binnen de grenzen die de aarde ons oplegt. Daarom koos het college van burgemeester en wethouders (2018-2022) voor de circulaire transitie met als doel een duurzame en sociale samenleving te realiseren. Het uitgangspunt hiervoor is het zogeheten ‘Donutmodel’ – ontwikkeld door de Britse econoom Kate Raworth – dat beschrijft hoe samenlevingen en bedrijven kunnen floreren zonder de natuurlijke hulpbronnen te overvragen en op basis van een sociaal fundament.

3

Voorwoord | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Amsterdamse ambities

We hebben afgesproken dat we in 2030 al 50 procent minder primaire – ook wel: abiotische, niet-hernieuwbare – grondstoffen verbruiken. Op zijn laatst in 2050 willen we volledig circulair zijn. Om invulling te geven aan het behalen van deze ambitie, heeft de gemeente Amsterdam op 19 mei 2020 de ‘Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025’ en het ‘Innovatie- & Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2020-2021’ vastgesteld. Ook zijn toen het basisontwerp van de ‘Monitor Amsterdam Circulair’ en de ‘Stadsdonut voor Amsterdam’ aangeboden en besproken. Aan de hand van concrete projecten en activiteiten hebben we ingezet op het creëren van een beweging en draagvlak binnen de gemeente én in de stad, zodat de circulaire transitie overal gaat leven en tastbaar wordt. Sindsdien is in korte tijd behoorlijk veel veranderd. Op wereldniveau hadden we een pandemie en begon Rusland een oorlog in Oekraïne. Ook was er de blok­kade van het Suezkanaal door een groot containerschip, waardoor de aanvoerketen stokte en containerprijzen een aantal malen over de kop gingen. Binnen onze eigen landsgrenzen zagen we extreem weer (hitte, droogte, overstromingen) en won Milieudefensie een historische rechtszaak tegen Shell. Intussen verliep de klimaatconferentie in Glasgow teleurstellend en verscheen een alarmerend nieuw IPCC-rapport over klimaatverandering.

We kunnen onze ogen niet langer sluiten voor de kwetsbaarheid van de moderne wereldeconomie. We ondervinden inmiddels aan den lijve welke ingrijpende gevolgen optreden wanneer we op deze voet verder gaan. De schade is zichtbaar en voelbaar voor iedereen. De transitie naar een circulaire economie vraagt om een systeemverandering. Het is niet voldoende om hier en daar een beetje bij te sturen om de schade te beperken; we zullen het radicaal anders moeten aanpakken. Dat brengt onduidelijkheden en onzeker­ heden met zich mee. Een transitie vergt veel tijd en gaat gepaard met ongemak, frustratie en weerstand. Omdat we ons bevinden in een vroege fase van de circulaire transitie, kunnen we daarmee nu al rekening houden en stappen nemen, zodat niemand achter hoeft te blijven.

4

Stilstaan bij vooruitgang Het ‘Innovatie- & Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2020-2021’ is ten einde. Daarom is met het programmateam Circulaire Economie, projectleiders van circulaire projecten binnen verschillende directies en onderzoekers gekeken naar welke lessen we kunnen trekken en wat deze betekenen voor volgende stappen. Ook zijn de belangrijkste inzichten en uitkomsten van de ‘Monitor Amsterdam Circulair’ over de materiaal­ stromen binnen onze gemeente uitgelicht. Het resultaat ligt voor u. Om een circulaire economie te realiseren, zijn ingrepen nodig in de hele productie- en consumptieketen: anders ontwerpen, anders beheren, anders gebruiken, hoogwaardig hergebruiken. Het programma heeft zich gericht op het opdoen van kennis en ervaring onder de noemer ‘leren door te doen’. We werkten aan de juiste randvoorwaarden om richting een circulaire economie te bewegen. Circulaire methodieken en normen namen we op in de werkwijze van uitvoerende directies. We troffen voorbereidingen om effectieve maatregelen op te schalen. Met deze ‘Lessen en Aanbevelingen’ maken we de leerervaringen uit de afgelopen twee jaar inzichtelijk. Dit moet de bouwstenen opleveren voor een nieuw uitvoeringsprogramma voor de komende periode.

Met grote opgaven voor de boeg – in bijvoorbeeld de woningbouw en energietransitie – zullen we ons extra moeten inspannen om de circulaire koploperspositie van Amsterdam verder te verstevigen. Zo blijven we vormgeven aan een duurzame en sociale stad.

Marieke van Doorninck Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid

Inhoudsopgave | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Inhoudsopgave 1 Inleiding

7

3 Conclusies

8

3.1

Belangrijkste conclusies69  aterialen: impact is groot M en omslagpunt lijkt nog niet bereikt

70

 lechts lichte toename van S circulaire banen

70

3.1.3

Draagvlak voor duurzame verandering

70

3.1.4

 wantificering van ambities K op dit moment nog niet mogelijk

70

L essen uit publicaties: trendbreuk is nodig

70

1.1

Het Donutmodel: de opgave

1.2

 ntwikkeling Strategie Amsterdam Circulair O 2020 - 2025 10

3.1.1

Innovatie- & Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2020 - 2021

3.1.2 13

Monitor Amsterdam Circulair

15

1.3

1.4

2 Lessen en inzichten 2.1

Inzichten uit de ‘Monitor Amsterdam Circulair’

17

3.1.5

18 3.2

2.2

Inzichten projecten en waardeketens23

2.2.1

Inzichten per waardeketen

24

2.3

Inzichten totstandkoming programma

65

2.4

Ontwikkeling van de circulaire transitie

66

2.5

Inzichten uit externe rapporten

67

69

 onclusie: systeemverandering is nodig, C maar ook weerbarstig71

4 Aanbevelingen

73

5

Inleiding | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

1 Inleiding

6

Inleiding | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

1 Inleiding Het document ‘Programma Circulaire Economie: Lessen en Aanbevelingen 2020-2021’ is onderdeel van een reeks documenten waarin de transitie naar een circulaire economie vorm krijgt. Sinds de term ‘circulaire economie’ in 2015 voor het eerst in de agenda ‘Duurzaam Amsterdam’ verscheen, is er binnen dit thema veel gebeurd. In hetzelfde jaar werd een eerste visie en routekaart ‘Amsterdam Circulair’ gepresenteerd, gevolgd door ‘Amsterdam Circulair: Leren door te doen’ en het eerste ‘Circulair Innovatieprogramma 2016-2018’. In de twee daaropvolgende jaren werd zowel in de stad als binnen de gemeente volop geëxperimenteerd met het thema. Zo leerden we de dynamiek van de circulaire economie kennen, kregen we grip op de essentie ervan en ontwikkelden we beter zicht op de rol van de gemeente en anderen. De aanpak had succes. In 2017 ontving Amsterdam de World Smart City Award for circular economy. Voor het vervolgprogramma, ‘Van innovatie naar impact: Innovatie- en uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2019’ werd een inventarisatie gedaan van lopende circulaire initiatieven in Amsterdam. Daarbij kwamen meer dan 120 lopende projecten in de stad in beeld.

Ondertussen was in 2018 een nieuw college van burgemeester en wethouders aangetreden met stevige circulaire ambities. De belangrijkste was de circulaire transitie meer holistisch en inclusief maken en verder kijken dan naar enkel materiaal en de gemeentelijke grenzen. Het college wilde de circulaire transitie zo organiseren dat iedereen mee kan komen en dat rekening wordt gehouden met de effecten van Amsterdams grondstoffengebruik in de rest van de wereld. Niet eerder verenigde een lokale overheid circulaire en sociale ambities met elkaar.

7

Inleiding | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

1.1 Het Donutmodel: de opgave De uitdagingen waarvoor Amsterdam staat, vragen om een systeembrede blik waarbij duurzame, sociale, maar ook fysieke en economische aspecten tegen elkaar worden afgewogen. Het denkkader dat een systeembreed perspectief ondersteunt, is het Donutmodel, dat in 2020 door de gemeenteraad van Amsterdam is omarmd. Dit model bestaat in de kern uit twee concepten: de planetaire grenzen en het sociaal fundament. Hiertussen bestaat een donut­ vormige ruimte voor mens en organismen om veilig in te leven. Het Donutmodel is het fundament voor de ‘Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025’ en de ‘Monitor Amsterdam Circulair’. We willen voor iedereen een goed leven garanderen binnen de natuurlijke grenzen van de aarde, in Amsterdam, maar ook elders in de wereld. Amsterdam moet een stad zijn waarin de welvaart en het welzijn van iedereen centraal staan. In 2050 willen we daarom een volledig circulaire stad zijn. Dat is goed voor de economie, voor de natuur én voor de Amsterdammers. Op dit moment putten we de aarde uit. Door zorg­ vuldiger om te gaan met grondstoffen verkleinen we de impact op klimaat, biodiversiteit en verontreiniging. Ook ontstaat daarmee de kans om de beschikbaarheid van producten minder afhankelijk te maken van kwetsbare internationale aanvoerroutes en geo­ politieke spanningen.

Relatie Donutmodel met andere maatschappelijke opgaven Het is belangrijk dat we niet alleen kijken naar het lokale effect van ons handelen en consumeren, maar ook naar de impact in andere delen van de wereld. We stellen eisen aan het sociaal fundament om te zorgen dat iedereen een menswaardig bestaan kan hebben. Daarnaast zijn er de planetaire grenzen, waardoor een toekomst gegarandeerd is waarin mensen en dieren kunnen leven. Omgekeerd onder­ vinden we ook hier de gevolgen van wat elders gebeurt, zoals nu al zichtbaar wordt in bijvoorbeeld veranderende weerpatronen door klimaatverandering en de sterke afhankelijkheid van energiebronnen en graanproducten uit landen in het oosten van Europa. De Verenigde Naties hanteert sinds 2015 de zeventien zogenaamde ‘sustainable development goal’ (SDG’s) om duurzame ontwikkeling van de aarde en de mensheid te bevorderen. Deze doelen komen grotendeels overeen met de elementen van het Donutmodel. Ook het in opkomst zijnde concept van Brede Welvaart past binnen het concept van de Donut.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) constateerde in zijn voortgangsrapportage begin 2022 dat de circulaire economie een belangrijke rol speelt in de oplossing voor grote maatschappelijke thema’s van nu: klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, lokale milieuvervuiling en leveringszekerheid (zie afbeelding: Positionering circulaire economie ten opzichte van maatschappelijke opgaven en andere beleidsthema’s van het PBL).

8

Inleiding | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Maatschappelijke opgaven

Beleidsthema’s

klimaatverandering

biodiversiteit

milieuvervuiling

leveringsrisico

lucht-, water- en bodembeleid

handelsbeleid

Circulaire economie energie- en klimaatbeleid

natuurbeleid

gebruik

Positionering circulaire economie ten opzichte van maatschappelijke opgaven en andere beleidsthema’s van het PBL.

In mei 2020 is de ‘Stadsdonut voor Amsterdam’ besproken bij de vaststelling van de ‘Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025’. Hierna zijn er veel gerelateerde initiatieven ontstaan: van Donut Deals door partijen in de stad tot Donut-gebiedsontwikkeling door de gemeente zelf. Bij verschillende gemeentelijke onderdelen wordt onderzocht hoe het Donutmodel kan worden toegepast op bijvoorbeeld het mobiliteits­ vraagstuk, voor bedrijventerreinen, circulair textiel, et cetera. Ook lag het Donutmodel aan de basis voor de ‘De Staat van de Stad Amsterdam XI, 2020-2021’. Dit was de eerste keer dat deze rapportage (opgesteld door de gemeentelijke afdeling Onderzoek, Informatie en Statistiek) zich richtte op zowel de ecologische als

substitutie

input verlies

Grondstoffen

de sociale staat van Amsterdam en daarbij ook aandacht besteedde aan de impact die elders wordt gemaakt. Om uiteindelijk te komen tot een circulaire economie zijn veranderingen nodig in elke schakel van de keten. Dat betekent: anders ontwerpen van producten of diensten, ander consumentengedrag, andere financiële prikkels en financieringsvormen, andere vormen van beheer. Het zal leiden tot meer mogelijkheden om de levensduur van producten te verlengen en om effectiever en efficiënter grondstoffen terug te winnen na de gebruiksfase.

Als gemeente is het onmogelijk de beoogde systeemverandering tot stand te brengen. Wel hebben we hierin een rol én een verant­ woordelijkheid. We merken dat Amsterdam in binnen- en buitenland wordt gezien als de stad die het voortouw neemt in de circulaire transitie. Dat schept verwachtingen, maar we moeten beseffen dat een stad op zichzelf niet circulair kan worden wanneer productieketens wereldwijd ongewijzigd blijven.

9

mondiaal

Hoe kan Amsterdam een thuis zijn waar mensen tot bloei komen, op een florerende plek, en tegelijkertijd het welzijn van alle mensen en de gezondheid van de aarde wordt gerespecteerd?

lokaal

Inleiding | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

sociaal

ecologisch

Wat betekent het voor de inwoners van Amsterdam om tot bloei te komen?

Wat betekent het voor Amsterdam om te floreren binnen zijn natuurlijke leefomgeving?

1

2

Wat betekent het voor Amsterdam om het welzijn van mensen wereldwijd te respecteren

Wat betekent het voor Amsterdam om de gezondheid van de gehele planeet te respecteren?

4

3

10

De Stadsdonut illustreert vier lenzen van waaruit een stad als Amsterdam naar sociale en ecologische impact kijkt, zowel dichtbij als ver weg.

1.2 Ontwikkeling Strategie Amsterdam Circulair 2020 - 2025 In mei 2020 werd de ‘Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025’ samen met het daaraan gerelateerde ‘Innovatie- & Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2020-2021’ (I&UP) vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en de gemeente­raad.

De hoofddoelstelling van de Amsterdamse strategie geeft blijk van de brede benadering van het circulair maken van de stad:

Amsterdam wil een bloeiende en rechtvaardige stad zijn. In deze stad willen we voor iedereen een goed leven garanderen binnen de natuurlijke grenzen van de aarde. Een stad waarin de welvaart en het welzijn van iedereen centraal staan. In 2050 willen we daarom een volledig circulaire stad zijn. Dat is goed voor de economie, voor de natuur én voor de Amsterdammers.

Inleiding | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

11

Waardeketens

Gebouwde omgeving

De strategie is in twee fases ontwikkeld. In samen­ werking met econoom Kate Raworth, adviesbureau Circle Economy en C40 Cities (een netwerk van tientallen steden over de hele wereld die klimaatactie combineren met sociale actie) is de ‘Stadsdonut voor Amsterdam’ uitgewerkt. Dit is een holistisch model dat een beeld van onze stad geeft, bekeken vanuit vier zogeheten lenzen: de impact op lokaal niveau vanuit sociaal en ecologisch perspectief en de impact op mon­diaal niveau vanuit sociaal en ecologisch perspectief.

Consumptiegoederen

Op basis van actuele data, maar ook via zogenoemde Donutworkshops met bewoners en instanties zijn de lenzen voorzien van inzichten rondom maatschappelijke thema’s, zowel in de stad (denk aan werkgelegenheid, stijgende huizenprijzen en meer groenvoorziening) als mondiaal (CO2-emissies, excessief landgebruik, arbeidsomstandigheden in andere landen). In de andere fase is samen met interne directies en marktpartijen gewerkt aan een circulaire strategie voor de komende vijf jaar. De ‘Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025’ bevat een groot aantal actierichtingen die zijn getoetst aan het Donutmodel, binnen de waardeketens Voedsel en organische reststromen, Gebouwde omgeving en Consumptiegoederen.

Voedsel en organische reststromen

Deze drie waardeketens zijn gekozen vanwege hun economische betekenis voor de stad, hun impact op milieu en klimaat én de mogelijkheid voor de gemeente Amsterdam om er invloed op uit te oefenen. Ook sluiten ze aan bij het Rijksbreed programma Circulaire Economie ‘Nederland Circulair in 2050’. De strategie kent naast de drie waardeketens ook een zogenaamde waardeketenoverstijgende aanpak met activiteiten die alledrie de waardeketens raken.

Inleiding | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

12

Branches

Sport, onderwijs en jeugd

Zorg

Het gaat daarbij om de aanpak voor: ƒ

branches: maatschappelijke instellingen, midden- en kleinbedrijf in specifieke sectoren en grootzakelijke bedrijven;

ƒ

haven en industrie;

ƒ

en dwarsdoorsnijdende thema’s, zoals communicatie, lobby-agenda, logistiek, data en platforms, (innovatie)netwerk, banen en vaardigheden, en inkoop.

Culturele instellingen

Evenementen

Horeca

Een belangrijk doel bij het ontwikkelen van de nieuwe circulaire strategie was het creëren van een brede beweging. Met zoveel mogelijk urgentie, enthousiasme en mede-eigenaarschap binnen de gemeente en in de stad is vervolgens een cocreatietraject gestart. Hieraan deden meer dan twintig gemeentelijke afdelingen mee, van het Gemeentelijk Managementteam tot beleidsafdelingen en uitvoeringsdiensten. Daarnaast zijn de conceptversies van de strategie en het I&UP met meer dan 250 vertegenwoordigers van bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties tijdens een bijeenkomst in de Zuiderkerk gedeeld en aangescherpt. Voor de ‘Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025’ was direct veel aandacht. De circulaire strategie en de Donutaanpak bleven ook internationaal niet onop­ gemerkt: Time Magazine, The Guardian, PBS Newshour

Haven en industrie

Logistiek

en CNBC zetten de Amsterdamse inspanningen begin 2021 als lichtend voorbeeld op een wereldpodium, gevolgd door een uitzending in CNN’s ‘Tomorrow Transformed’. De lancering kreeg ook navolging in concrete initia­ tieven: meer dan veertig organisaties richtten de maatschappelijke beweging Amsterdam Donut Coalitie op met als missie om “lokale veranderaars met elkaar te verbinden, gezamenlijke inspanningen zichtbaar te maken en zo de regio ‘in de Donut’ te helpen”. De Hogeschool van Amsterdam benoemde Kate Raworth tot Professor of Practice. Zijzelf richtte het Doughnut Economics Action Lab (DEAL) op, dat mede werd gebouwd op de methoden die in Amsterdam waren ontwikkeld.

Inleiding | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

13

1.3 Innovatie- & Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2020 - 2021

Elke grote verandering begint klein. Daarom hanteren we de aanpak ‘leren door te doen’ met experimenten die schaalbaar zijn en leiden tot nieuwe standaarden en een nieuwe manier van werken. Dat is precies wat we nu nastreven, zowel op het gebied van beleid als uitvoering. De ‘leren door te doen’-aanpak hanteren we al sinds we in 2015 zijn begonnen met onderzoek naar en uitvoerings­­programma’s binnen de circulaire economie. We verkennen hoe de langjarige transitie naar een nieuw circulair systeem eruitziet door concreet aan de slag te gaan met projecten. We werken met interne en externe partners aan tal van circulaire uitdagingen. We leren wat werkt en wat niet. Successen implementeren we in de manier van werken, zodat we ‘circulair werken’ kunnen opschalen. Ook leren we hoe we het Donutmodel in de praktijk kunnen toepassen. In de rest van dit hoofdstuk wordt beschreven hoe en welke beleidsproducten de gemeente heeft opgesteld en hoe die tot stand zijn gekomen. In hoofdstuk 2 worden de leerervaringen van de individuele projecten beschreven om vervolgens in hoofdstuk 3 te komen tot conclusies en tot aanbevelingen in hoofdstuk 4.

Amsterdam heeft in 2015 als eerste gemeente ter wereld de potentie van een circulaire economie in beeld gebracht. Op basis hiervan is het programma ‘Leren door te doen 2016-2017’ uitgevoerd. Dit heeft geresulteerd in een evaluatie met aanbevelingen voor de collegeperiode 2018-2022. Op basis daarvan is de ‘Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025’, inclusief het bijbehorende ‘Innovatie- & Uitvoeringsprogramma 2020-2021’ (I&UP) opgesteld. Het I&UP gaf een praktische invulling aan de circulaire strategie. Waar de strategie vijf jaar vooruit keek en duidelijk richting gaf, richtte het I&UP zich op de meer dan tweehonderd projecten die een eerste stap zijn in het behalen van de circulaire ambities uit de strategie. Dat geeft de ruimte om te leren van wat we doen. Tijdens de rit kunnen we bijsturen waar nodig. Dat creëert wendbaarheid in de uitvoering.

Zo kunnen op basis van voortschrijdend inzicht nieuwe initiatieven en maatregelen tijdig worden toegevoegd en kan worden beëindigd of afgebouwd wat niet goed blijkt te werken. Op basis van de lessen en aanbevelingen zal in de komende periode een nieuw programma ter vaststelling aan de raad worden aangeboden, binnen de kaders van de langjarige strategie. Per waardeketen zijn drie ambities geformuleerd. Daarmee is invulling gegeven aan de vragen waar we over vijf jaar willen staan en wat we daaraan kunnen doen. Onder elke ambitie zijn drie tot vijf zogenaamde actierichtingen geformuleerd, 32 in totaal (zie afbeelding p14). De actierichtingen geven aan hoe de beschikbare instrumenten van de gemeente ingezet kunnen worden om de ambities te behalen.

Inleiding | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

14

De ruim 220 projecten, maatregelen en ideeën die zijn opgehaald bij en aangedragen door de afdelingen en partners voor het I&UP zijn per waardeketen onder de ambities en bijbehorende actierichtingen geplaatst. Het programma richtte zich op het opdoen van kennis en ervaring, het creëren van de juiste randvoorwaarden voor een circulaire economie en het opschalen van effectieve maatregelen. Op die manier konden we met het programma een begin maken met een systeemverandering voor de langere termijn. Een groot deel van de projecten die staan beschreven in het I&UP wordt getrokken door partners in de stad. De rol van de gemeente is hier beperkt. In deze ‘Lessen en Aanbevelingen’ ligt de focus daarom op projecten en (beleids)interventies waarbij de gemeentelijke organisatie actief betrokken is. Met deze focus op projecten met een grote invloedssfeer vanuit de gemeente richten we ons op het maken van de stap van geleerde les naar implementatie en opschaling.

Visueel overzicht van relatie tussen de strategie, het uitvoeringsprogramma, de Monitor en de Stadsdonut.

Inleiding | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

1.4 Monitor Amsterdam Circulair

Gelijktijdig met de circulaire strategie werd in 2020 gewerkt aan het basisontwerp van de ‘Monitor Amsterdam Circulair’. Samen met externe onderzoekspartners Centraal Bureau voor de Statistiek, geoFluxus en TNO werden voor het eerst data bijeengebracht om een inschatting te maken van de orde van grootte van materiaalstromen binnen Amsterdam. Met het basisontwerp van de Monitor werd een eerste schets gemaakt van hoe grondstoffen, materialen en producten in, door en uit de stad stromen. Daarnaast is begonnen met het in beeld brengen van de milieu­ effecten van deze stromen en enkele relevante producten. De resultaten hiervan zijn verwerkt en gevisualiseerd in het document ‘Monitor Amsterdam Circulair’, dat in het voorjaar van 2020 samen met de circulaire strategie werd gepubliceerd. Tijdens de afgelopen twee jaar is deze basis uitgebouwd tot de

Monitor die in februari 2022 is gepubliceerd in de vorm van een online dashboard. Hierin is in één oogopslag te zien hoe materiaalstromen door de stad bewegen, weergegeven in exacte hoeveelheden en gewichten. Daarnaast is per materiaalstroom de milieukosten­ indicator (MKI) berekend. Deze geeft weer hoeveel milieu-impact gepaard gaat met de productie en distributie van de materialen. Een uitgebreide toelichting hierop is te vinden in paragraaf 3.1.

15

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

2 Lessen en inzichten

16

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

2 Lessen en inzichten In deze fase van de transitie naar een circulaire economie is nog veel onduidelijk en in ontwikkeling. We krijgen steeds beter zicht op wat wel en wat niet werkt, de effectiviteit van de activiteiten, de kosten en de verschillende typen opbrengsten die bij een circulaire aanpak komen kijken. De opgedane kennis, ervaringen en lessen gebruiken we voor het aanbrengen van focus en voor de door­ ontwikkeling. We leggen daarbij accenten daar waar we als gemeente de grootste impact kunnen maken. De inzichten kunnen helpen om de processen in de gemeentelijke organisatie aan te passen, zodat het materiaalgebruik ieder jaar structureel vermindert, in lijn met de doelstellingen voor 2030 en 2050. Ook willen we de lessen delen met anderen, zodat we maatschappijbreed de transitie versnellen.

In dit hoofdstuk kijken we naar de lessen en inzichten uit de ‘Monitor Amsterdam Circulair’ en uit projecten die zijn uitgevoerd binnen de strategische waarde­ ketens van het (I&UP). Om de inzichten en aanbevelingen in context te kunnen plaatsen en te kunnen valideren, is ook gekeken naar de observaties en conclusies in relevante recente publicaties van onder andere Rekenkamer Amsterdam, het Planbureau voor de Leefomgeving en Rijkswaterstaat.

17

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

2.1 Inzichten uit de ‘Monitor Amsterdam Circulair’ De circulaire economie is belangrijk voor het behalen van de klimaatdoelstellingen en is nodig om de beschikbaarheid van grondstoffen veilig te stellen. Daarom heeft Amsterdam zich tot doel gesteld in 2030 50 procent minder niet-hernieuwbare grondstoffen te gebruiken. Amsterdam streeft daarbij naar een Donutsamenleving, met een economie die een sociaal fundament biedt en binnen de ecologische grenzen van de planeet blijft. Circulaire economie draait om het verbeteren van de ecologische en sociale impact. Die impact houdt zich niet aan landsgrenzen. Een beter inzicht in materiaalstromen is essentieel om de impact van Amsterdam elders ter wereld te kunnen volgen. Zonder dit inzicht kunnen de twee mondiale lenzen van de Stadsdonut niet worden ingevuld en is het niet mogelijk om de voortgang van de beoogde circulaire transitie te volgen.

Donutmodel van Kate Raworth

18

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Materiaalstromen in Amsterdam (miljarden kilo’s), 2019

19

import: 69.7 verwerkte grondstoffen: 75.3

energieverbruik: 3.4

export: 55.8

verlies: 10.6 winning in regio: 3.4 grondstofgebruik: 28.2 kortcyclisch: 6.7 recycling: 2.1

biomassa

voorraad, in 20.5, uit: 1.7

fossiel metalen

afval: 3.6 import afval: 1.8

export afval: 0.8

mineralen onbekend/gemengd

Samen met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de provincies Noord-Holland en Utrecht is een datamodel ontwikkeld dat het mogelijk maakt om op ‘COROP-plusniveau’* inzichten te verkrijgen. Voor zover bekend is inzicht in grondstofstromen door onze stad op dit niveau uniek in de wereld. De ‘Monitor Amsterdam Circulair’ is zodanig uitgevoerd dat andere gemeenten kunnen voortbouwen op het pionierende werk vanuit Amsterdam. Bij de lancering in februari 2022 omvatte de Monitor data van de periode 2015-2019. Actuele datasets worden continu toegevoegd. Alle materialen en producten zijn verdeeld in 24 verschillende goederenstromen, zodat inzichtelijk is hoe de stromen zich tot elkaar verhouden.

Ook zijn de CO2-impact en andere ecologische impact van de materiaalstromen berekend. Dit vormt de basis voor de inschatting in hoeverre de stad opereert binnen de planetaire grenzen. Ook geeft het inzicht en aanknopingspunten in wat nodig is om hierin te verbeteren. Dit is een eerste stap in het inzichtelijk maken van het stedelijk metabolisme van Amsterdam. De Monitor analyseert niet de (project)resultaten van het I&UP, maar geeft een beeld van de totale materiaalstromen in de stad.

* Een COROP-gebied is een regionaal gebied binnen Nederland dat deel uitmaakt van de COROP-classificatie. Deze classificatie wordt gebruikt voor analytische doeleinden. De naam COROP komt van de Coördinatie­commissie Regionaal Onderzoeks­ Programma. De COROP-groep van Amsterdam heet GrootAmsterdam en omvat Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn en Waterland.

30

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Gewicht (x miljard kilogram)

Materiaalgebruik Het materiaalgebruik in Amsterdam neemt de komende jaren alleen maar toe als er geen trendbreuk wordt geforceerd. Klik hier voor meer informatie.

Materiaalgebruik Amsterdam (DMI, primair abiotisch)

20

marge

60 50

40

30

20

Huidige trend (gemiddelde over 2015-2019) Lineair pad naar reductiedoel 2030

10

0 2015

2020

2025

Materiaalgebruik Amsterdam (DMI, primair abiotisch) Huidige trend (gemiddelde over 2015-2019) Lineair pad naar reductiedoel 2030

2.1.1 Inzichten in materiaalstromen

1. Het totale materiaalgebruik van onze stad bedraagt 73,4 miljard kg, waarvan 18,5 miljard kg in Amsterdam wordt geconsumeerd. We constateren dat ons materiaalgebruik juist toeneemt in plaats van dat het afneemt. 2. Zo’n 70 tot 90 procent van de totale CO2-voetafdruk van Amsterdam wordt veroorzaakt door materiaalgebruik. Dat is hoger dan eerder gedacht. Het directe energiegebruik van de Amsterdamse economie veroorzaakt de overige 10 tot 30 procent van de CO2-uitstoot. 3. In 2030 wil Amsterdam het niet-hernieuwbare materiaalverbruik halveren. Ongeveer 70 procent van het materiaalgebruik in de Amsterdamse

economie betreft niet-hernieuwbare grondstoffen. De huidige cijfers over ons materiaalgebruik in de stad laten nog geen dalende trend zien. Ondanks vele initiatieven is de bulk van de Amsterdamse economie nog steeds gebaseerd op intensief primair materiaalverbruik. Als de stad aan de doelstelling wil voldoen, moet het verbruik jaarlijks met 2,3 miljard kg afnemen. Dat staat gelijk aan het gewicht van 15 Johan Cruijff Arena’s per jaar. 4. Het aandeel circulaire banen neemt langzaam toe. De afgelopen tien jaar is dit aandeel met 0,8 procentpunt gestegen, tot zo’n 6,6 procent. Het aandeel circulaire vacatures is met zo’n 10 procent wel hoger, maar onzeker is in hoeverre dit zal leiden tot toename van het aantal circulaire banen.

5. Liefst 89 procent van de Amsterdammers maakt zich zorgen over de gevolgen van menselijk handelen voor natuur en milieu. Uit een recente enquête onder Amsterdammers blijkt dat meer dan de helft van de respondenten (55 procent) zich veel zorgen maakt over klimaatverandering. Daarnaast geeft 84 procent aan het belangrijk te vinden om hun ecologische voetafdruk te beperken.

2030

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Goederengroepen

De grootste gerangschikt op stromen basis van hebben niet vanzelfsprekend de grootste impact –

elektronica, chemische producten, en metaalproducten hebben per kilo veel impact.

milieu-impact en gewicht

Impact top 5

Gewicht top 5

Impact x gewicht top 5

1. Elektronica en apparaten 2. Metaalproducten 3. Farmaceutica en chemische specialiteiten 4. Kleding en textiel 5. Machines voor industrie

Er zijn bepaalde goederenstromen die ofwel een groot deel uitmaken van het materiaalverbruik in de stad ofwel relatief veel effect hebben op het milieu als gevolg van ons verbruik ervan. Deze stromen kunnen dienen als aanknopingspunt om te bepalen op welke terreinen de grootste impact kan worden gemaakt richting de halveringsdoelstelling en/of om de milieuimpact te verkleinen. Hierboven benoemen we de grootste stromen en geven we aan wat hun gewicht is, naast een eerste indicatie van hun milieu-impact*. * Voorlopige inschatting

1. Cokes en aardolieproducten 2. Zout, zand, grind, klei 3. Voedsel 4. Steenkool, aardgas en ruwe aardolie 5. Land- en tuinbouwproducten

1. Cokes en aardolieproducten 2. Metaalproducten 3. Voedsel 4. Elektronica en apparaten 5. Farmaceutica en chemische specialiteiten

21

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

2.1.2 Inzichten in de ambities van de strategie De transitie naar de circulaire economie verkeert nog in een vroege fase. Een van de kenmerken daarvan is dat er nog geen overeenstemming is over eenduidige definities. Binnen de ‘Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025’ zijn negen ambities geformuleerd. Idealiter wordt de voortgang aan de hand van deze ambities gemeten. Omdat circulaire definities nog niet zijn uitontwikkeld, is dat vooralsnog niet zonder meer mogelijk. Om niet alleen (inter)nationale consensus af te wachten, is gedurende de looptijd van het programma in kaart gebracht welke stappen nodig zijn om voortgang van de ambities te kunnen volgen.

Formulering De negen ambities zijn tot stand gekomen in een proces met de gezamenlijke gemeentelijke directies. Waar mogelijk zijn deze zoveel mogelijk ‘SMART’ gemaakt, dus: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden. De ambities geven richting en dienen ter inspiratie. De volgende stap in het meetbaar maken van de voortgang is het verder aanscherpen van deze ambities samen met deze directies. Daarbij valt te denken aan het uitwerken en concretiseren van doelstellingen, vastleggen van referentiejaren, specifieke definities en indicatoren. Gezien de vroege fase van de transitie naar de circulaire economie is te verwachten dat dit proces zich stapsgewijs zal ontvouwen op basis van voort­ schrijdend inzicht en opgedane ervaringen.

Indicatoren De volgende stap is het verder uitwerken van de ambities naar concrete voortgangsindicatoren. Op dit moment is een aantal indicatoren geformuleerd waarmee de ambitie kan worden gemonitord op proces- en milieueffecten. Denk aan minder gebruik van primaire grondstoffen, minder afval, minder watervervuiling en lagere CO2-emissies. Ook is een aantal indicatoren geformuleerd rondom sociale effecten, zoals verbeteringen in de leefomstandig­ heden van Amsterdammers. Procesgerichte ambities gaan over de inspanningen die de overheid en maatschap­pelijke partijen leveren om de gewenste effecten te realiseren. Deze zijn gecompliceerder om meetbaar te maken en vragen eveneens om verdere uitwerking.

Datakwaliteit en dekkingsgraad De kwaliteit van data die op dit moment beschikbaar zijn, blijkt niet voldoende om de voortgang van de ambities te kunnen meten. Naast de eerder genoemde indicatoren zal hiervoor een gestructureerde dataset moeten worden ontwikkeld. Een extra uitdaging daarbij vormt de beschikbaarheid van data. De grootste kans om hier als gemeente een stap te zetten, ligt in de gebouwde omgeving. In deze waardeketen heeft de gemeente genoeg rechtvaardigingsgronden om gegevens te verzamelen en te verwerken.

22

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

2.2 Inzichten projecten en waardeketens

Op het moment van schrijven was het programma zo’n anderhalf jaar onderweg; in mei 2020 werd het vastgesteld en in november 2021 begon het proces om lessen en inzichten op te halen. Een aantal projecten is daardoor nog niet afgerond en in een aantal gevallen zullen lessen pas in een later stadium concreet worden. De leerervaringen zijn opgehaald met behulp van input uit een selectie van de meest in het oog springende activiteiten uit het I&UP waarbij de gemeentelijke organisatie betrokken is. De lessen en inzichten die volgen, zijn tot stand gekomen door een combinatie van zestien interviews en vijf groepssessies met onder andere opdracht­ gevers, beleidsmedewerkers circulaire economie en projectleiders vanuit de hele organisatie. Daarnaast heeft er een reviewronde plaatsgevonden met de betrokken directies. Dit alles verliep digitaal in verband met de toen geldende coronamaatregelen.

23

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

2.2.1 Inzichten per waardeketen Voedsel en organische reststromen Binnen de waardeketen Voedsel en organische reststromen zijn vier hoofdthema’s te onderscheiden waarop resultaten zijn geboekt: Voedselverspilling De afgelopen jaren is de bewustwording over de grote klimaatimpact van voedselverspilling gestegen. In de praktijk blijkt het echter lastig voor de gemeente om haar rol te bepalen en hierop acties te ondernemen. Het bleef vaak bij (kleinschalige) ad-hocprojecten. Om hieraan meer structuur en samenhang te geven, is Amsterdam onder de vlag van Voedsel Verbindt associate partner geworden van het EU-project FOODRUS dat zich richt op het terugdringen van voedselverspilling. In dit kader is in 2021 begonnen met het opstellen van een ‘Routekaart voedselverspilling’. De routekaart is naar verwachting halverwege 2022 concept gereed. Deze routekaart identificeert kansen om impact te maken en toont welke rol de gemeente kan spelen en welke acties de komende jaren kunnen worden gepland.

Amsterdam heeft in 2021 voor het tweede jaar op rij in december een campagne tegen voedselverspilling gelanceerd rond de feestdagen en voor het derde jaar op rij in september meegedaan met de ‘Verspillingsvrije week’. Beide initiatieven waren in samenwerking met Food Cabinet en de Stichting Samen Tegen Voedselverspilling. Met deze campagnes zijn veel Amsterdammers bereikt. De reguliere media (waar­ onder Het Parool en Radio 1) hebben de campagnes opgepikt en ze zijn veel gedeeld op social media en het platform Van Amsterdamse Bodem. De reacties waren zowel live (op straat) als online zeer positief. Een belangrijk inzicht uit deze campagnes is dat voedselverspilling een thema is dat leeft bij bewoners en bedrijven. In hoeverre de campagnes leiden tot gedragsverandering en minder verspilling is echter lastig te bepalen. Uit de ‘Monitor Amsterdam Circulair’ blijkt dat de hoeveelheid huishoudelijk afval sinds 2010 is gedaald met 18 procent, maar ook dat het aandeel vermijdbare voedselverspilling in het huishoudelijk afval al jaren blijft schommelen rond de 20 procent.

24

In opdracht van de gemeente heeft Instock een onderzoek uitgevoerd onder boeren naar de kansen en inzetbaarheid van de door Instock ontwikkelde reststromencalculator. Met dit online programma kunnen verkopende partijen (zoals boeren) voedsel­ overschotten aanbieden aan afnemers (bijvoorbeeld restaurants) om zo voedselverspilling te voorkomen. Wie de calculator invult, ontvangt binnen een uur een financieel voorstel en de te boeken milieuwinst op het gebied van CO2-uitstoot, landgebruik en watergebruik. In de praktijk blijkt dat boeren nu reststromen helaas nog weinig aanbieden. Een applicatie die handig lijkt en ook nog wat oplevert (want boeren krijgen een vergoeding die ze anders niet zouden krijgen), leidt niet vanzelf tot gebruik ervan. Er is vermoedelijk sprake van een combinatie van onbekendheid en gebrek aan sterke prikkels voor bedrijven om actief te zoeken naar opties om reststromen te verwaarden.

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Eiwittransitie Onze consumptie van dierlijke producten heeft een grote ecologische impact. De afgelopen jaren is echter steeds weer gebleken dat de omslag naar een meer plantaardig voedingspatroon gevoelig ligt. Het wordt door mensen al snel als belerend ervaren. De politiek wil geen ‘opgeheven vingertje’ tonen en geeft veelal aan het niet haar taak te vinden zich te bemoeien met wat op het bord van de consument ligt. Toch blijkt uit de ‘Monitor Amsterdam Circulair’ dat er wel degelijk draagvlak bestaat in de stad. Zo geeft 22 procent van de Amsterdammers aan minder zuivel te willen gebruiken en 44 procent geeft aan minder vlees te willen eten. Ook zijn Amsterdammers vaker vegetariër of veganist dan overige Nederlanders. Naar aanleiding van een initiatiefvoorstel van de Partij voor de Dieren heeft Dierenwelzijn het ‘Actieplan Eiwittransitie 2021-2023’ geschreven. Hiervoor zijn kennissessies georganiseerd met verschillende partijen die zich bezighouden met de transitie naar een meer plant­aardig dieet. Hieruit komen kansen naar voren en wordt duidelijk wat de rol van de gemeente kan zijn in de eiwittransitie. Het hieruit voortvloeiende Actieplan dat in februari 2022 is vastgesteld richt zich op zowel de consument als de voedselomgeving, zoals horeca en ondernemers, maatschappelijke voorzieningen en de openbare ruimte.

Het plan wordt uitgevoerd onder de vlag van de Voedselstrategie in samenwerking met CE, met daarin vier pijlers: 1. Kennis, bewustwording en voedselvaardigheden van Amsterdammers en bezoekers wordt vergroot. 2. Een ruimer plantaardig voedselaanbod wordt gestimuleerd. 3. Plantaardig in de openbare ruimte 4. De gemeentelijke organisatie geeft het goede voorbeeld: standaard vegetarisch, vlees als dieetwens.

25

Korte ketens De afgelopen jaren is het besef gegroeid dat voor de transitie naar een duurzamer voedselsysteem Amsterdam de verbinding met de regio moet aangaan. Met de oprichting van het MRA-netwerk Voedsel Verbindt is kennisuitwisseling georganiseerd en zijn mogelijkheden voor samenwerking ontstaan. De schatting is nu dat nog geen 5 procent van het voedsel dat wordt geconsumeerd in Amsterdam uit de regio afkomstig is. Daarnaast blijkt dat het grootste deel van de regionale producten wordt geëxporteerd. Van een verbinding van stad en regio is dus nog weinig sprake. Voedsel Verbindt heeft daarom een ge­zamen­ lijke ambitie gesteld om in de MRA in 2025 het aandeel voedsel dat wordt geconsumeerd in de regio te doen stijgen tot 20 procent. Uit de ‘Monitor Amsterdam Circulair’ blijkt dat hiervoor onder Amsterdammers een sterk draagvlak is. Zo geeft 71 procent aan het liefst groente, fruit en vlees uit de regio te kopen. Maar slechts 21 procent doet dat ook geregeld. Veel mensen zeggen niet te weten waar ze streekproducten kunnen kopen (58 procent) en dat er te weinig streekproducten beschikbaar zijn (46 procent). Een concreet korteketenproject dat is ontstaan in de energie die loskwam aan het begin van de coronapandemie is Boeren voor Buren. Hierin wordt B-klasse groente en fruit uit de regio verkocht aan Amsterdammers met een kleine beurs.

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Dit is een goed voorbeeld van een situatie waarin we ervaring opdoen met het opzetten van regionale voedselketens door groente en fruit uit met name de Flevopolder beschikbaar te maken in de stad. Ook het project Donutboeren richt zich op de korte keten. Amsterdam is deelnemer aan de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving dat is gestart in oktober 2021 en waarin Korte Ketens een van de drie werksporen is, naast gezonde voedselomgeving en voedselcultuur en -gedrag. Zie uitgelicht project Boerendonut Daarnaast participeerde Amsterdam in het EU Interregproject RUMORE, waarin de afgelopen vijf jaar kennis­ deling is georganiseerd op regionaal en Europees vlak tussen voedselondernemers in de korte keten. In een lokale stakeholdergroep is de link met financierings­ mogelijkheden zoals Kansen voor West gelegd, wat heeft geleid tot concrete projecten en subsidieaanvragen.

Organische reststromen Groente-, fruit-, etensresten en tuinafval (gfe/t) worden in Amsterdam nu grotendeels verbrand als onderdeel van het restafval. In 2020 is slechts 3,6 procent van de Amsterdamse huishoudens aangesloten op aparte gfe/t-inzameling. De gemeente heeft als doel om steeds meer hiervan gescheiden in te zamelen om voor 2030 meer dan driekwart van de stad aan te sluiten op inzameling van gfe/t. In de afgelopen periode zijn er daarom pilots geweest met lokale inzameling, waarin de afdeling Afval en Grondstoffen nauw samenwerkte met inwoners. Zie uitgelicht project Gfe/t-inzameling

26

Ook uit ons rioolafvalwater worden momenteel nauwelijks nutriënten teruggewonnen. Het inzicht groeit dat hiermee waardevolle grondstoffen (zoals fosfaat) – grondstoffen die nu veelal worden geïmporteerd uit niet-hernieuwbare bronnen – verloren gaan. Daarom onderzoeken we hoe we organische rest­ stromen kunnen verwaarden en terugbrengen in het voedselsysteem, bijvoorbeeld als compost of als bodemverbeteraar. Zo experimenteert Amsterdam in samenwerking met Waternet met Nieuwe Sanitatie in Buiksloterham. Ook is eind 2021 een haalbaarheids­ onderzoek naar nutriëntenterugwinning begonnen met bureau LEAF. Het resultaat wordt in het eerste kwartaal van 2022 verwacht. Doel is in 2022 een concreet project op te starten waarmee de verwaarding van organische reststromen in gang wordt gezet.

Uitgelichte projecten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

27

Living Lab Donutboeren

Met Donutboeren onderzoeken we hoe we de keten tussen boer en consument circulair kunnen maken

In de transitie naar een meer circulair en regionaal voedselsysteem zullen boeren duurzamer moeten produceren en consumenten duurzamere keuzes moeten maken. Het is een uitdaging hoe de consument in de stad kan worden betrokken bij de in­­spanningen die de boer moet doen. Project Living Lab Donutboeren richt zich op de relatie boer-burger, of: stad-boerenland. Deze relatie is essentieel in een circulair voedselsysteem. In dit kader is een aantal experimentele projecten gedaan. Zo heeft Aeres Hogeschool Dronten de BoerenDonut ontwikkeld, een meetlat die voor de boer inzichtelijk en voor de consument begrijpelijk maakt hoe een product scoort op circulariteit. De BoerenDonut wordt nu toegepast door boeren uit het netwerk en krijgt in 2022 een geactualiseerde online versie. Hierin is de Donut vertaald naar de boerderij en geeft hij aan hoe een agrariër zijn bedrijfsvoering zo kan afstemmen dat er meer inzicht ontstaat waar ecologische en sociale grenzen overschreden worden.

Verder is een Local Food Challenge georganiseerd, waarbij boeren en ondernemers nieuwe food-­ concepten bedachten voor de Amsterdamse markt. De vijf winnaars, gekozen door een vakjury tijdens een evenement in Pakhuis De Zwijger, kregen een begeleidingstraject om hun product verder te ontwikkelen en goed in de markt te zetten. We zien succesvolle samenwerkingen ontstaan tussen regionale boeren en Amsterdamse ondernemers die kennis hebben van een afzetmarkt in de stad en op zoek zijn naar nieuwe verdienmodellen. Living Lab Donutboeren vindt plaats als onderdeel van EU Interreg-project RUMORE, waarin de gemeente een rol heeft als opdrachtgever en facilitator en het project leidt samen met Foodhub, die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling en uitvoering.

Met het oog op de toenemende stroom van apart ingezameld groente, fruit en etensresten/tuinafval heeft het Living Lab een project gelanceerd waarbij compost vanuit Amsterdam door boeren wordt gebruikt. Dit project kan worden opgeschaald en maakt kringlooplandbouw in de regio mogelijk. Daarnaast draagt het bij aan de doelstelling voor 2030 om 73 procent van de Amsterdamse huis­ houdens aan te sluiten op de aparte inzameling van keuken- en tuinafval.

De Groene Griffioen is een biologische melkveehouderij met kaasmakerij en aangesloten bij de Donutboeren.

terug naar P. 26

28

Uitgelichte projecten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Gfe/t-inzameling

Samen met de Amsterdammers zetten we gfe/t-afval om in compost en energie

Minder afval, meer hergebruik: die doelen zijn vertaald naar de ambitie om in tien jaar tijd zo’n driekwart van de stad aan te sluiten op een inzameling van groente-, fruit- en etensresten en tuinafval (gfe/t). Hier valt veel winst te halen. In Amsterdam wordt jaarlijks bijna 80 miljoen kg gfe/t weggegooid, ofwel 37 procent van het huishoudelijk restafval. Aparte inzameling zal resulteren in minder verbranding en dus minder CO2-uitstoot, maar ook in verwerking tot bijvoorbeeld compost of energie. De inzameling doen we samen met bewoners. De gemeente levert de inzamelvoorzieningen, verzorgt de inzameling en regelt de verwerking. Daarnaast ondersteunen en faciliteren we bijvoorbeeld initiatieven voor lokaal composteren. De samenwerking met bewoners verliep goed. Ze vinden het fijn dat de gfe/t-containers er staan en dat ze vanuit hun keuken kunnen bijdragen aan een beter milieu.

Samen met de bewoners in Amsterdam Zuid-Oost zamelen we organisch afval gescheiden in.

We gaven dit jaar aan meer dan duizend huishoudens minicontainers en verzamelcontainers. Verder bezorgden we meer dan duizend toegangspassen, composteerbare zakjes en afvalemmertjes voor gfe/t. Per wijk leverde dat al gauw een bijdrage van 5 procent op aan het scheidingspercentage, plus een goede kwaliteit ingezameld materiaal. De cijfers nu. De verwerking van het opgehaalde gfe/t-afval heeft geresulteerd in 2021 123.215 kg compost, 15.093 kWh elektriciteit, 30.804 m3 biogas en 6160 kg CO2. Ook resulteerde onze pilot met 14 tuinkorven binnen één jaar in liefst 111.220 kg tuin­ afval, waarvan 37.073 kg compost is gemaakt. In 2022 worden nieuwe stadsdelen aangesloten op de gfe/t-inzameling.

terug naar P. 26

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Inzichten uit de projecten

Bijdrage aan de transitie ƒ W  e hebben bijgedragen aan en geleerd van de twee korteketentrajecten Boeren voor Buren en Donutboeren, een netwerk opgebouwd en hindernissen in beeld gebracht. ƒ V  ia Voedsel Verbindt is een regionale samenwerking op voedsel tot stand gebracht. ƒ M  RA-voedselondernemers zijn gekoppeld aan financieringsmogelijkheden en Europese kennisdeling is gerealiseerd binnen het EU-project RUMORE. ƒ M  et twee campagnes is bijgedragen aan initiatieven tegen voedselverspilling. ƒ W  e hebben bijgedragen aan de reststromencalculator van Instock. Zie uitgelicht project Lisdodde

ƒ N  ieuwe verdienmodellen zijn gerealiseerd, doordat succesvolle matches tot stand zijn gebracht tussen Amsterdamse ondernemers en boeren die samen een nieuw foodproduct ontwikkelen voor de Amsterdamse markt in de Local Foodchallenge. ƒ H  et instrument BoerenDonut dat inzicht geeft in de duurzaamheid van een boerenbedrijf aan agrariërs en consumenten, is verder door­ ontwikkeld en getest. ƒ E  r is geëxperimenteerd met lisdodde, een natteteeltgewas dat kan worden verwerkt en afgezet met zowel materiële als maat­ schappelijke opbrengst. ƒ A  anpassing van de wet- en regelgeving omtrent einde afvalstatus is cruciaal om de voedselkringloop te kunnen sluiten met hoogwaardig hergebruik van nutriënten en organische stoffen.

29

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Inzichten uit de projecten

Geleerde lessen ƒ In de korte keten ontbreekt een goede infrastructuur. De internationale keten is grootschalig en zeer efficiënt georganiseerd. Lokaal is meer kennis en netwerk nodig: transport, distributiecentra, boeren die zich richten op de lokale markt, afnemers in de stad. Dit zit in de opbouwfase. Komende jaren kan dit worden uitgebreid met opgedane inzichten. ƒ T  rue pricing is cruciaal: in het huidige mondiale voedselsysteem kan duurzaam lokaal ge­produceerd eten niet op prijs concurreren met de wereldmarkt, waarin negatieve sociale en ecologische impact niet wordt meegenomen in de prijs. ƒ V  oor voedselverspilling en de eiwittransitie is gedragsverandering nodig. Meer onderzoek naar effectieve interventies is nodig. ƒ D  e verwaarding van organische reststromen is nog nauwelijks op gang. Er ligt hier een enorm potentieel dat nog kan worden benut. Experimenteerruimte en onderzoek blijft voorlopig nodig. ƒ O  m de opgedane kennis werkelijk in te zetten, is een vertaalslag nodig van bewustwording en inzichten naar handelingsperspectief en impact.

Wat kan beter? ƒ H  et thema voedsel is versnipperd ge­organiseerd, drijft te veel op ad-­hoc­initiatieven en is te veel gericht op de korte termijn. Visie-ontwikkeling is nodig met oog voor de samenhang in het voedselsysteem tussen sociaal, ecologisch en economisch en de rol van de gemeente hierin. Het netwerk is al sterk verbeterd en tegelijk is intensievere samen­werking nodig tussen de thema’s binnen de gemeente, de stad en de regio. ƒ O  m de gewenste ontwikkelingen in de voedselketen te realiseren, zijn nu met name stimulerende instrumenten voorhanden, zoals kennisopbouw, capaciteitsinzet en lobby. Inzet van instrumenten waarmee meer kan worden afgedwongen, kan de transitie versnellen. ƒ A  msterdammers kunnen de hoeveelheid restafval significant verminderen; 30 tot 40 procent van het restafval bestaat uit gfe/t. Door aparte inzameling van gfe/t verder op te schalen, kan dit nuttig worden verwerkt tot onder andere compost, bodemverbeteraar en andere producten.

30

Uitgelichte projecten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

31

Lisdodde

Met lisdodde meer veen, meer vezels en minder uitstoot

De vele melkveehouderijen in Waterland zorgen voor een flinke uitstoot van broeikasgassen en veroorzaken bodemdaling. Transitie naar een vorm van landbouw met aanmerkelijk minder uitstoot en zonder aantasting van veenbodems kan bijdragen aan realisatie van gemeentelijke doelstellingen rondom onder andere klimaat. Vooralsnog wordt veengrond alleen maar geschikt geacht voor veeteelt. Nu komt lisdodde in beeld als een kansrijk gewas om te diversifiëren. De geoogste vezels kunnen worden verwerkt tot biobased producten, zoals circulair isolatiemateriaal voor in duurzame woningen en panden. Om te verkennen hoe we dit verder kunnen vormgeven, is lisdodde onderdeel van het programma Vitaal Platteland, een programmatische aanpak om de uitstoot van broeikasgassen in de bodem te beperken. De gemeente is betrokken als initiatiefnemer, grond­ eigenaar, aanbesteder en opdrachtgever voor een concessie. Deze diverse rollen zorgen ervoor dat relevante ervaringen een plek krijgen als basis voor het aanpassen of maken van nieuw beleid. We werken daarin samen met provincie, waterschappen, andere gemeenten en stakeholders. Vanuit een gedeelde ambitie wordt gewerkt aan concrete plannen.

Zoals mag worden verwacht bij zo’n radicale transitie blijkt dat de verschillende posities, rollen en op­vat­ tingen het lastig maken om werkelijk stappen te zetten. Zo tonen agrarische partijen wel belangstelling, maar is er terughoudendheid om te investeren in de overstap naar nieuwe vormen van landbouw. Om de kennisbasis te verbreden, vinden intussen verschillende experimenten plaats. Monitoring en modellering trekken daarbij aandacht van weten­ schappelijke onderzoekers. De gemeente is bijvoorbeeld partner in het NWO-onderzoeksproject Veenvitaal van de Vrije Universiteit. Tegelijk zijn er interessante ontwikkelingen in de verwerking, mede dankzij de Amsterdamse bijdrage en het netwerk van de con­cessiehouder in Duitsland en Ierland. Zo blijkt lisdodde een perfect bindmiddel te zijn, waardoor het mogelijk synthetische lijmen en bindvezels in de toekomst kan gaan vervangen. Dit biedt perspec­tieven die we eerder nog niet zagen. We werken toe naar een zichtbaar resultaat met een lisdoddeveld van zo’n 25 hectare. In één jaar zijn daar honderden tonnen te oogsten, waarmee mogelijk baanbrekende toepassingen kunnen worden gerealiseerd die onze economie meer circulair maken.

Aanplant lisdodde in Burkmeer september 2021.

terug naar P. 29

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Consumptiegoederen Van koffiebekers tot kleding en van laptops tot meubelen: consumptiegoederen zijn goederen plus de daarbij horende verpakkingen die door consumenten (burgers en bedrijven) thuis, op het werk en onderweg worden gebruikt. Deze waardeketen bestaat uit het gebruik, de toepassing en het (hoogwaardig) hergebruik van deze producten, hun onderdelen en hun materialen in Amsterdam. Het grootste aandeel van de ecologische voetafdruk van de gemiddelde Nederlander komt voort uit de aankoop, het gebruik en het afdanken van consumptiegoederen. Circulaire scan voor maakbedrijven Om bedrijven te helpen hun producten en diensten meer circulair te maken, biedt de gemeente Amsterdamse maakbedrijven een adviestraject aan met de nodige hulp en tools: de circulaire scan. De scan is beschikbaar voor Amsterdamse maakbedrijven die hun producten circulair willen maken om zo afval te voorkomen en meerwaarde te creëren. De circulaire scan wordt afgestemd op de specifieke kenmerken van maakbedrijven en de producten die zij willen verbeteren. In de circulaire scan wordt de huidige circulariteit en duurzaamheid van een product inzichtelijk gemaakt en worden, samen met de bedrijven, concrete verbeterkansen in kaart gebracht. De scan bestaat uit twee modules.

Een module die inzicht geeft in de circulariteit van een product­ (ontwerp) en de potentie van een circulair verdien­ model en een module die zich richt op het berekenen en verbeteren van de klimaatimpact.

Kringloopwinkels en repairshops De samenwerking met kringloopwinkels en repairshops is voortgezet om te zorgen dat spullen en materialen vaker worden hergebruikt. De regeling voor kringloopwinkels, waarbij zij een vergoeding ontvangen voor de spullen die zij inzamelen ten behoeve van hergebruik, is gecontinueerd. Daarnaast is de gemeente officieel partner geworden van Stichting Repair Café. Op de afvalpunten is een pilot begonnen waarbij herbruikbaar hout via de kringloopwinkels weer een tweede leven krijgt. Met de Stadspas is in 2021 een samenwerking begonnen met 35 kleermakers in de stad Amsterdam en Weesp. Houders van de Stadspas ontvangen 40 procent korting. De actie is succesvol en loopt daarom door tot en met 2023. Uit de ‘Monitor Amsterdam Circulair’ blijkt dat Amsterdammers vooral rekening houden met de prijs en de kwaliteit van aankopen. Ze kopen overwegend spullen nieuw, hoewel meubels, fietsen en auto’s ook geregeld tweedehands worden aangeschaft. Verder blijkt dat ruim 60 procent van het grof huis­ houdelijk afval, inclusief meubels, wordt gescheiden. De verwerking daarvan is redelijk hoogwaardig, omdat het bij meubels veelal gaat om hout dat vaak in originele staat kan worden hergebruikt.

32

Bedrijfsafval In 2021 hebben we gewerkt aan het realiseren van efficiënte en duurzame inzameling van afval van bedrijven. In het project ‘De 9 straatjes’ heeft de gemeente zelf de inzameling ter hand genomen. Dit betekent dat er acht inzamelaars minder in het gebied actief zijn. De gezamenlijke inzameling via een zogenaamde white label-constructie is tijdens de coronapandemie doorgezet, ondanks de geldende beperkingen. In de praktijk bleek dat 50 procent minder voertuigen nodig is om het afval in te zamelen, wat leidt tot minder vervoersbewegingen en een verhoogde leefbaarheid. De gemeente ondersteunde in 2021 wederom twee ondernemerscollectieven in het tot stand brengen van collectieve afvalinzameling en oplossingen voor een schone straat. Alle projecten lopen door in 2022.

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid De rijksoverheid introduceert producentenverant­ woordelijkheid voor onder andere wegwerpplastic, matrassen en textiel. Producenten worden daarmee verantwoordelijk voor de afvalfase van het product, inclusief bijbehorende kosten. De gemeente Amsterdam ondersteunt deze ontwikkeling en draagt inhoudelijk bij in samenwerking met de VNG, NVRD en G4 via zienswijzen en op basis van de ervaringen uit de inzamelpraktijk. Een van de inzichten uit deze intensieve samenwerking is dat bij de nieuw ingestelde uitgebreide producentenverantwoordelijkheden (UPV) de producenten in de praktijk toch niet altijd verantwoordelijk worden voor het gehele afvalaanbod van een stroom. Veelal krijgen ze alleen een doelstelling om een percentage van het geheel te recyclen of opnieuw te gebruiken. Er is daarom nog ruimte om dit instrument effectiever in te zetten. Voor de toekomst wordt aanbevolen om de UPV voor nieuwe productgroepen zo in te richten dat het gebruik van nieuwe grondstoffen zoveel mogelijk wordt voorkomen en dat de hoogst haalbare trede op de R-ladder wordt gerealiseerd. Hierbij horen dus nadrukkelijk niet alleen recyclingsdoelstellingen, want het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11605400/1