CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Nota van Beantwoording uitstootvrije zone pleziervaart .pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 20 maart 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over het besluit invoering uitstootvrije zone pleziervaart Amsterdam 2025 (VN2025-001699)16.324 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Rem op groei Amsterdam zetten Amsterdam wil ruimte bieden aan groei, maar wel op een duurzame wijze. In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 wordt toegelicht onder welke ruimtelijke randvoorwaarden Amsterdam kan groeien, met ruimte voor ten minste 150.000 extra woningen en 200.000 arbeidsplaatsen. De gemeente wil de groei aanwenden om transities te stimuleren en te versnellen: het verduurzamen van gebouwen en de energievoorziening, een omschakeling naar duurzame en gezonde vormen van mobiliteit, een meer circulaire economie en kringlooplandbouw in de kwetsbare landschappen rond de stad. Het college verwijst voor een verdere toelichting op de Omgevingsvisie naar de website.

(Alternatieve) toelatingseisen Meerdere indieners pleiten voor alternatieven voor de uitstootvrije zone. Zij voeren aan dat er gekeken moet worden naar innovatie, zoals uitstootvrije brandstoffen of brandstoffen waarmee je koolstoffen uit de lucht haalt. Ook wijzen zij erop dat als HVO wordt getankt, er verder geen uitstoot meer is. Een indiener doet de suggestie om HVO een kleurtje te geven zodat duidelijk is

27 | Nota van beantwoording Pleziervaart

wie met deze brandstof vaart. Andere indieners menen dat het beter is om de uitstootvrije vrije zone gefaseerd in te voeren aan de hand van het bouwjaar, of eerst te beginnen met vervuilende dieselsloepen. Nog weer andere indieners adviseren om alleen vaartuigen op benzine toe te staan, de maximale afmetingen van bepaalde boten te beperken of alleen vaartuigen met roetfilters toe te staan.

Reactie college In een uitstootvrije zone zijn alleen voertuigen toegestaan die geen schadelijke stoffen uitstoten. Dit zijn elektrische of door waterstof (brandstofcel) aangedreven vaartuigen. HVO 100 zorgt voor een forse CO2-reductie, maar slechts voor een zeer beperkte reductie van fijnstof (PM; -10%) en stikstofoxiden (NOX; -15%) is. Juist fijnstof en stikstofoxiden zorgen voor slechte luchtkwaliteit en daarmee voor een slechtere gezondheid. Daarom vindt het college HVO 100 geen geschikt alternatief voor uitstootvrij varen. Ook vaartuigen met een roetfilter dragen nog steeds in negatieve zin bij aan de aan de slechte luchtkwaliteit en de al in gang gezette klimaatverandering. Het college kiest verder niet voor een uitsterfbeleid (waarmee bedoeld wordt dat bij vervanging van het vaartuig deze elektrisch moet zijn) of het eerst weren van vervuilende dieselsloepen, omdat deze maatregelen te lang duren en de luchtkwaliteit daar niet gebaat is. Een systeem waarbij het bouwjaar van een vaartuig als uitgangspunt wordt aangenomen, is evenmin een geschikt alternatief. Het college heeft er niet voor gekozen om naar het bouwjaar van de motor te kijken bij de overgangsregeling. Anders bij het verkeer op de weg, is er voor motoren van vaartuigen geen registratiesysteem op basis waarvan kan worden gehandhaafd.

Het college meent ten slotte dat een systeem waarbij de maximale afmetingen van boten wordt beperkt, niet voldoende is om bij te dragen aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Ook kleinere boten stoten immers schadelijke stoffen uit.

28 | Nota van beantwoording Pleziervaart

Zienswijzen over communicatie en inspraak Inspraak Indieners geven aan dat zij vinden dat de gemeente Amsterdam regels doordrukt, dat er geen mogelijkheid is geweest tot inspraak en dat de gemeente gaandeweg de regels heeft aangepast. Enkele indieners zijn van mening dat er geen sprake is van een democratisch besluit. Het besluit dat de uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen er gaat komen, is volgens deze indieners van bovenaf al genomen en staat al vast. Daarnaast voeren de indieners aan dat met er niets met zienswijzen niets wordt gedaan.

Reactie college Het college merkt naar aanleiding van de zienswijzen op dat er meerdere momenten zijn geweest waarop Amsterdammers en bezoekers van Amsterdam hun mening over de invoering van de uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen konden geven. Het college heeft op 1 oktober 2019 het Actieplan Schone Lucht vastgesteld. Hierin staat beschreven hoe tot 2030 wordt toegewerkt naar een uitstootvrij Amsterdam. Rond het Actieplan Schone Lucht is in de zomer van 2019 een participatie­traject geweest met een online community platform en een kennismarkt. De input van dat traject is vervolgens zoveel mogelijk verwerkt in het Actieplan. Ook bij het uitkomen van de nota’s varen deel 1 (2019) en deel 2 (2020) hebben indieners zienswijzen kunnen indienen over het invoeren van de uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen. Het college wijst voor deze nota’s en de nota’s van beantwoording naar de website. Recent zijn er nog twee momenten geweest waarop het mogelijk was een mening te geven over de invoering van de uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen. Dit was ten eerste tijdens de inloopavonden die in oktober/november 2023 hebben plaatsgevonden. Naar aanleiding van gesprekken tijdens deze avonden, is besloten om ook doorvaartvignethouders onder de overgangsregeling te laten vallen.

Vervolgens heeft in het voorjaar van 2024 inspraak plaatsgevonden conform de toen nog van toepassing zijnde Algemene inspraakverordening van Amsterdam. Alle ingediende zienswijzen zijn aandachtig gelezen en verwerkt in deze nota van beantwoording. Naar aanleiding van de inspraakprocedure is de overgangsregeling voor doorvaartvignethouders nogmaals aangepast, zodat doorvaartvignethouders nu vanaf begin 2025 drie kalenderjaren, tot uiterlijk 1 januari 2028, de tijd hebben om over te stappen naar uitstootvrij varen. Daarnaast is het mogelijk voor (jacht) havens om bij de realisatie van laadinfrastructuur ondersteuning te krijgen in de vorm van een kosteloze ‘verkennende analyses E-haven’. Deze analyse geeft (jacht)havens inzicht in de huidige en toekomstige walstroombehoefte (laadvoorziening elektrische vaartuigen), in het huidige energiecontract en in de mogelijkheden tot uitbreiding of modernisering van laadvoorzieningen binnen het huidige energiecontract. Ook is er naar aanleiding van een amendement besloten om, ter stimulering van de overstap naar uitstootvrij varen, voor het jaar 2025 nog een korting van 35% op de aanschaf van een BHG-vignet voor uitstootvrije pleziervaartuigen te laten gelden.

Het college onderzoekt ten slotte nog of de aanschaf van een elektrische buitenboordmotor of inombouwmotor na het vervallen van de milieukorting gedeeltelijk gesubsidieerd kan worden, maar kan daar nog geen definitieve uitspraken over doen.

29 | Nota van beantwoording Pleziervaart

Het college deelt daarom niet het standpunt van de indieners dat er geen inspraak heeft plaatsgevonden, of dat er niets met de zienswijzen is gedaan. Het college heeft geluisterd naar de indieners die zich niet kunnen vinden in de uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen, maar is ook verantwoordelijk voor het welzijn en de gezondheid van de inwoners en bezoekers van Amsterdam. Het is uiteindelijk aan het college om een afweging te maken tussen de algemene belangen van de stad, waaronder de verbetering van de luchtkwaliteit, en de individuele belangen van eigenaren van pleziervaartuigen. Indieners die zich niet kunnen vinden in de door het college gemaakte afweging, kunnen tegen het besluit tot invoering van de uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen in bezwaar, en vervolgens bij de rechter in beroep gaan.

Communicatie Sommige indieners zijn van mening dat de gemeente regels tussentijds aanpast, of onbetrouwbaar handelt.

Reactie college Het college deelt het standpunt dat de gemeente regels tussentijds aanpast of onbetrouwbaar handelt niet. Amsterdam communiceert al sinds 2013 over de invoering van de uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen. In dat jaar heeft het college in de Nota Varen in Amsterdam 2.1. aangekondigd uitstootvrij varen te willen stimuleren, en dat het einddoel is dat iedereen op het water uitstootvrij is. Na de vaststelling van het Actieplan Schone lucht in 2019, waarin ook de pleziervaart aan de orde komt, is de ambitie voor een uitstootvrij Amsterdam breed gedeeld. In de Nota Varen deel 2, vastgesteld in mei 2020, heeft het college het voornemen uit het Actieplan Schone Lucht om per 2025 uitstootvrij varen voor de pleziervaart in het centrumgebied in te voeren, nog eens bevestigd. Ook in de Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit Amsterdam 2023-2026 wordt de uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen als een van de maatregelen genoemd. Het college benadrukt in dit verband verder nog dat de invoering van de uitstootvrije zone losstaat van de hoogte van het tarief van het BHG-vignet. Wel hebben vaartuigen voorzien van een BHG-vignet een langere overgangstermijn dan vaartuigen voorzien met een doorvaartvignet.

Het college vindt dit echter gerechtvaardigd en verwijst voor de onderbouwing hiervan naar hoofdstuk “Zienswijzen over de onderbouwing van de uitstootvrije zone” van deze nota van beantwoording.

30 | Nota van beantwoording Pleziervaart

Zienswijzen over een relatie tot andere maatregelen Afschaffen vignetkorting elektrische vaartuigen Enkele indieners voeren aan dat het afschaffen van de vignetkorting bij elektrisch varen van onbetrouwbaar en onbehoorlijk bestuur getuigt. Ook wordt aangevoerd dat de korting voor elektrisch varen voor alle vignethouders zou moeten gelden.

Reactie college Het college licht de gang van zaken rondom de introductie van het milieuvignet voor uitstootvrije vaartuigen (70% korting op het reguliere jaarvignet) hierbij toe. Deze korting van 70% was bedoeld om de pleziervaart te stimuleren om te verduurzamen. Het college erkent dat in maart 2020 in een brief aan de raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit en Duurzaamheid, is voorgesteld deze milieukorting voor uitstootvrije pleziervaartuigen tot 2030 te handhaven. Deze voorgestelde wijziging is echter niet verwerkt in de door de gemeenteraad vastgestelde Nota Varen Deel 2. In deze in mei 2020 vastgestelde nota staat dat de milieukorting geldt tot 2025. Het college heeft in een brief aan de Raad, gedateerd 19 december 2023, aangegeven het te betreuren dat deze wijziging ten opzichte van de eerdere raadsinformatiebrief niet expliciet is gecommuniceerd. Vaartuigeigenaren die vóór 1 april 2025 zijn overgestapt op uitstootvrij varen, hebben enige tijd het voordeel gehad van de korting van 70% op het BHG-vignet. Vaartuigeigenaren die na 1 april 2025 overstappen, hebben dit voordeel niet. Wel is naar aanleiding van een amendement besloten tot 35% milieukorting voor het jaar 2025 voor elektrische vaartuigen.

Overige andere maatregelen Sommige indieners voeren aan dat de huizen ook al onbetaalbaar zijn. Anderen geven als suggestie dat er een verlaagd haventarief als compensatie voor bewoners aan de gracht die last hebben van het vaarkeer voor de deur. Een ander wijst erop dat de gemeente gezonken wrakken uit gracht dient te verwijderen. Een ander suggereert dat de vignetheffingen voor vervuilende boten juist moeten worden verhoogd. Weer een andere roept de gemeente op om iets te doen aan de toename van huurboortjes en de professionele rondvaart. Tot slot stelt iemand voor de belasting op benzine en dieselboten 15-20% duurder te maken.

Reactie college Het college stelt vast deze indieners menen dat het college op andere onderwerpen actie zou moeten ondernemen. Echter, als er op andere onderwerpen actie zou moeten worden ondernomen, betekent dat nog niet dat het college deze uitstootvrije zone niet zou mogen invoeren. De maatregel die het college treft staat immers los van de volgens de indieners te hoge huizenprijzen, het drukke vaarverkeer, of het ophalen van wrakken of de verhuur van bootjes. Verder ziet het college geen aanleiding om de kosten voor de vignetten te verhogen.

31 | Nota van beantwoording Pleziervaart

Zienswijzen over elektrisch varen (inclusief accu’s) Elektrische varen inclusief accu’s Indieners van zienswijzen geven aan dat de huidige technische mogelijkheden onvoldoende zijn om bepaalde vaartuigen te voorzien van een elektrische aandrijving. Indieners geven aan dat voor sommige boten, zoals sloepen, het ombouwen technisch ingewikkeld. Bovendien ontbreekt een marktpartij die op korte termijn het ombouwen kan uitvoeren. Voor zwaardere sportboten, zoals exemplaren met een vermogen van 300pk, is op dit moment geen elektrisch alternatief beschikbaar dat dezelfde prestaties kan leveren. Daarnaast wordt aangegeven dat de markt nog niet klaar is voor elektrisch varen, mede door een tekort aan of geen betaalbare opties en een te lage actieradius.

Reactie college: Voor pleziervaarthouders al in het bezit zijn van een pleziervaartuig en het juiste vignet, geldt een overgangsregeling die loopt tot uiterlijk 2030. Deze periode biedt eigenaren de gelegenheid om te onderzoeken welke oplossing het beste bij de persoonlijke situatie past. Afhankelijk van gewenste actieradius, lengte en gewicht van het vaartuig en technische mogelijkheden, staan hiertoe diverse mogelijkheden open. Ombouw naar elektrische varen is in de meeste gevallen technisch mogelijk. Er zijn verschillende aanbieders van nieuwe, omgebouwde of tweedehands elektrisch vaartuigen. Informatie hierover is online te vinden. Aanbieders kunnen hierin voorlichten over de mogelijkheden. Bij kleine boten kan een elektrische buitenboordmotor (al dan niet met uitneembare lithium accu) in de meeste gevallen volstaan. Aan de andere kant van het spectrum, te weten grote pleziervaartuigen met een grotere gewenste actieradius, biedt de markt mogelijkheden voor een elektrische of hybride inboard motor met vaste accu’s. De markt voor elektrisch varen is volop in ontwikkeling waardoor er steeds meer mogelijkheden zijn. Als gekozen wordt voor de juiste batterijen (LiFePo4) is het geen probleem als deze periodiek niet gebruikt worden en is de levensduur lang. Voor pleziervaarthouders met zwaardere sportboten en hogere vermogens, stelt het college het volgende.

Ook voor zwaardere sportboten met hogere vermogens zijn uitstootvrije varianten beschikbaar. Het college kaart aan dat de maximum vaarsnelheid binnen Amsterdam meestal niet harder dan 6 kilometer per uur is. Het college stelt dat het hebben van hoge vermogens minder noodzakelijk is in stedelijke wateren. Zwaardere sportboten met het juiste vignet behouden tijdens de overgangsperiode toegang tot de uitstootvrije zone.

Veiligheid elektrisch varen en accu’s Een aantal indieners kaart ook de veiligheid van elektrisch varen aan. Indieners geven aan dat er kans is op milieuschade door lekkende accu’s of door het zinken van een boot met elektrische aandrijving. Ook geven enkele indieners aan dat elektrische vaartuigen onvoldoende power

32 | Nota van beantwoording Pleziervaart

en range hebben om veilig op groot water te varen. Ook wordt het gevaar van stroomuitval genoemd, wat leidt tot een boot zonder stroom die daardoor stuurloos is. Tot slot kaarten enkelen indieners de uitdaging aan om thuis te komen met alle spullen die niet op de boot achtergelaten kunnen worden, en het risico op diefstal van sloepen die achterblijven.

Reactie college Met betrekking tot het stil vallen op het water vanwege een gebrek aan vermogen stelt het college het volgende. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om te zorgen voor voldoende vermogen en actieradius en hierop te acteren. Evenzo geldt dit ook nu al voor vaartuigen met een motor op fossiele brandstof. Een extra accu of een enigszins overbemeten accucapaciteit zijn hierbij opties vergelijkbaar aan de reservetank fossiele brandstof. Met een juist gebruik en een goede vaarplanning zal dit in de meeste gevallen niet nodig zijn. Ook bij het zinken van een vaartuig of lekken ligt een verantwoordelijkheid bij de gebruiker. Dit geldt ook voor brandstof. De kans is uiteraard aanwezig maar dient minimaal te zijn bij goed gebruik. Daarbij geldt dat moderne onderhoudsvrije accu’s (en lithium accu’s) beveiligd zijn tegen lekken. Ten aanzien van de indieners die aangeven dat een kans op diefstal van de accu bestaat, merkt het college op dat het beveiligen van het vaartuig de verantwoordelijk is van de pleziervaarthouder. Een kleinere accu is uitneembaar en kan door de eigenaar mee naar huis worden genomen. Verder bestaan verschillende mogelijkheden om de accu en het vaartuig te beschermen tegen diefstal. Het is bijvoorbeeld mogelijk het vaartuig te beveiligen met een slot of een elektronisch beveiligingssysteem.

Het college benadrukt dat ook in geval van een met fossiele brandstof aangedreven vaartuig een kans op diefstal bestaat, hier ligt de verantwoordelijk voor de juiste omgang met het vaartuig ook bij de eigenaar.

33 | Nota van beantwoording Pleziervaart

Zienswijzen over Laadinfrastructuur Laadinfrastructuur Indieners hebben verschillende zorgen geuit over de laadinfrastructuur. Zo wordt aangegeven dat de huidige capaciteit ontoereikend is en dat de laadpunten, zowel openbaar als in jachthavens, moeten worden uitgebreid. Bovendien wordt aangegeven dat de kades overvol zijn, wat het realiseren van laadpunten bemoeilijkt. Enkele suggesties omvatten het plaatsen van oplaadpunten bij elke lantaarnpaal, het nemen van maatregelen tegen laadplakkers, en het mogelijk maken om een oplaadpunt aan te vragen bij de gemeente, net zoals bij elektrische auto’s. Een aantal indieners kaart aan dat het niet mogelijk is thuis te laden vanwege het gewicht van de accu. Er is verder, volgens indieners, geen commerciële businesscase voor pleziervaartuigen vanwege het laag aantal laadmomenten per jaar. Indieners wijzen op de noodzaak van goed onderhoud van de laadinfra en het voorkomen van misbruik, zoals het onbeperkt in gebruik houden van een stekker. Er wordt aangegeven dat er maatregelen moeten worden getroffen om ervoor te zorgen dat gebruikers de laadpunten niet dagenlang bezet houden. Indieners stellen voor dat watersportverenigingen en commerciële havens gecompenseerd worden voor de kosten die zij maken om te investeren in elektrische laadpalen, aangezien deze kosten momenteel voor hun eigen rekening komen.

Één indiener geeft aan een rekenfout te hebben ontdekt in de laadstrategie bijlage 3. De indiener geeft aan dat het berekende aantal van 3600 vaartuigen uit zou moeten komen op 6350.

Reactie: De gemeente heeft budget gereserveerd om tot 2030 voldoende walstroompunten te realiseren aan het publieke water ten behoeve van het opladen van elektrische pleziervaartuigen verspreid over de stad. In de plannen wordt hiertoe rekening gehouden met maximaal 2.500 laadpunten waar vraag en aanbod periodiek op elkaar zullen worden afgestemd. De verantwoordelijkheid voor het realiseren van walstroompunten in jachthavens ligt bij de jachthavens zelf. Daar waar mogelijk zal de gemeente de jachthavens helpen bij het inventariseren van de mogelijkheden tot uitbreiding van haar laadinfra. Dit om binnen de ruimte te werken die de netbeheerder biedt. De gemeente kijkt naar optimalisatie van kosten en opbrengsten door: 1) bestaande gemeentelijke netaansluitingen te combineren met het laden van vaartuigen. 2) aansluitingen strategisch en datagestuurd te realiseren. De markt wordt nadrukkelijk gevraagd te participeren in de uitdaging. De laadstrategie varen geeft aan dat private initiatieven de voorkeur hebben (bijvoorbeeld vanuit jachthavens en woonboten). De gemeente onderzoekt daarnaast of gestimuleerd kan worden dat laadsessies een maximale duur krijgen. Bijvoorbeeld door een laadsessie te belasten op tijd naast, of in plaats van, energiegebruik. Het is de bedoeling dat de infra juist gebruikt wordt en dat daarop gehandhaafd kan worden.

De gemeente zal vooralsnog geen snellaadinfrastructuur aanleggen voor

34 | Nota van beantwoording Pleziervaart

pleziervaartuigen bij het ontbreken van een standaard voor snelladen van pleziervaartuigen enerzijds en behoefte vanuit de pleziervaart anderzijds. Waar de gemeente verantwoordelijk is voor de exploitatie van de afmeermogelijkheden in de publieke ruimte, heeft zij ook de verantwoordelijkheid om hier te voorzien in laadvoorzieningen. Evenzo heeft de jachthaven eigenaar die verantwoordelijkheid voor de haven die door hem geëxploiteerd wordt. Walstroom-kleven ligt hier zeker op de loer. De gemeente onderzoekt hoe dit zoveel mogelijk kan worden ontmoedigd. Moderne lithium accu›s hoeven niet te worden bijgeladen (het zogenaamde druppelladen) nadat ze zijn opgeladen. Mogelijk zal een (al dan niet progressief) ‹dagtarief› na een bepaalde vooraf vastgestelde laadtijd hierin kunnen voorzien. Het afmeren van een vaartuig met een groen of hybride vignet bij een laadvoorziening is alleen toegestaan indien daadwerkelijk geladen wordt en voor een periode van maximaal 24 uur waarna een nog te bepalen tijd niet opnieuw aan dezelfde kade geladen kan worden door hetzelfde vaartuig. Jachthavens zijn zelf verantwoordelijk voor het realiseren van laadinfrastructuur voor hun ligplaatshouders. Om de jachthavens te ondersteunen wordt de ‘verkennende analyses E-haven’ kosteloos aangeboden.

De analyse biedt de jachthavens, inzicht in de huidige en toekomstige walstroom behoefte (laadvoorziening elektrische vaartuigen) en inzicht in hun huidige energiecontract en de mogelijkheden tot uitbreiding of modernisering van hun laadvoorzieningen binnen hun huidige energiecontract. In het jaar 2023 waren er in totaal 14.000 pleziervaartuigen actief op het water in Amsterdam. Om de benodigde walstroompunten in de publieke ruimte vast te stellen, zijn verschillende bronnen geraadpleegd; Stakeholdersessies met HISWA en het Watersportverbond, Gesprekken met diverse jachthavens, De Grachtenmonitor van 2022 en 2023 en fysieke inspecties langs de grachten en kaartmateriaal. Op basis van deze bronnen zijn de volgende cijfers verzameld (peildatum 2023): • 3.500 vaartuigen hebben een ligplaats in Amsterdamse jachthavens. • Sinds de uitbraak van COVID-19 is er sprake van een totale toename van 12% van het aantal pleziervaartuigen. • Naar verwachting kan 30% van de vaartuigen worden geëlektrificeerd met behulp van een uitneembaar accusysteem. De vaartuigen met een uitneembaar accusysteem bevinden zich voornamelijk in het publieke water. • Van de 3.000 woonboten in Amsterdam beschikt ongeveer 33% over een pleziervaartuig dat kan worden geladen vanaf een privé laadstopcontact. Op basis van deze gegevens verwachten we een laadbehoefte in de publieke ruimte van circa 3.600 vaartuigen.

Dit getal is opgenomen in de Laadstrategie. Voor meer informatie over de laadstrategie en de uitrol van walstroompunten. Verwijzen we naar de Laadstrategie varen 2024-2030. Gezien het geringe aantal vaarmomenten per jaar (10 tot 12 keer), zal de laadbehoefte van pleziervaartuigen zich vaak gelijktijdig (tijdens zonnige, zomerse dagen) voordoen. In deze prognose wordt uitgegaan van een laaddichtheid van 70% ten opzichte van het aantal vaartuigen. We zetten dus in op een gefaseerde en vraaggestuurde realisatie van walstroompunten tot maximaal 2.500 publieke toegankelijke laadstopcontacten tot aan 2030.

Netcongestie Er is ook bezorgdheid over het feit dat zwaardere aansluitingen niet worden verstrekt en dat netcongestie een probleem vormt. Er is kritiek op het feit dat netbeheerder Liander de aanvragen niet kan verwerken.

Reactie: Het is bij het college bekend dat er door congestieproblematiek weinig ruimte is op het net. De laadvraag beperkt zich voor wat betreft pleziervaart echter tot kleinverbruik. De gevraagde

35 | Nota van beantwoording Pleziervaart

vermogens, om de accu’s voor de pleziervaart op te laden, zijn zodanig dat over het algemeen gebruik gemaakt kan worden van reeds bestaande aansluitingen. Voor het laden van een vaartuig hoeft er bij mensen thuis / privé of zakelijk geen netverzwaring plaats te vinden. Voor jachthavens is dit wel een punt van zorg. In de Verkennende Analyse E-haven wordt daarom gekeken naar de toekomstige stroomvraag bij jachthavens en welke mogelijkheden hieraan binnen het huidige contract of met behulp van een verzwaarde huishoudaansluiting kunnen voldoen.

36 | Nota van beantwoording Pleziervaart

Zienswijzen over ontheffingen, vrijstellingen en de overgangsregelingen Ontheffingen en vrijstellingen Door indieners van zienswijzen worden een aantal vaartuigen benoemd waarvoor een ontheffing dan wel vrijstelling zou moeten gelden voor de uitstootvrije zone pleziervaartuigen. Het gaat om met spierkracht aangedreven vaartuigen, varende woonschepen en historisch erfgoed. Een enkeling voert aan dat er een oldtimervrijstelling moet komen. Sommigen vinden de ontheffing voor historisch erfgoed onduidelijk. Ook zijn er indieners die aangeven dat er een ontheffing voor grotere schepen met inboardmotor moet komen. Tot slot geven sommigen aan dat er gelijke regels moeten komen voor BHG- en doorvaartvignethouders.

Reactie college: Varende woonboten met een ligplaatsvergunning zijn uitgezonderd van de toegangseisen van de uitstootvrije zone. De uitstootvrije zone heeft immers alleen betrekking op pleziervaartuigen. Pleziervaartuigen zijn schepen die hoofdzakelijk worden gebruikt, en zijn bestemd voor, niet-bedrijfsmatige varende recreatie. Een (meestal duurzaam op een ligplaats afgemeerde) woonboot valt niet onder het begrip pleziervaartuig. Verder merkt het college op dat een boot zonder motor toegang heeft tot de uitstootvrije zone. Als een boot een motor heeft maar op spierkracht wordt aangedreven, heeft deze ook toegang tot de zone, maar uitsluitend zolang de motor niet wordt gebruikt. Als de motor wel wordt gebruikt, gelden dezelfde regels als voor al het gemotoriseerde pleziervaartverkeer. Vaartuigen die zijn opgenomen in het register van de FVEN (Federatie Varend Erfgoed Nederland), behouden in ieder geval tot 1 januari 2030 toegang tot de uitstootvrije zone. Het vaartuig moet tevens in bezit zijn van een geldig vignet. Voor eventuele vragen of onduidelijkheden hierover verwijst het college naar de FVEN. Het college ziet gezien deze regeling geen reden voor een ontheffing voor oldtimers. Verder wordt geen onderscheid gemaakt in het type vaartuig. Dit geldt ook voor boten met een inboard motor. Er worden geen ontheffingen verleend aan boten met een grotere inboard motor.

Overgangsregeling De overgangsregeling waar de invoering van de uitstootvrije zone mee gepaard gaat, is gekoppeld aan het type vignet dat een vaartuigbezitter voor het vaartuig heeft. De overgangsregeling geldt wanneer het vignet is aangeschaft voor 1 april 2025. Voor houders van een BHG-vignet geldt een overgangstermijn van vijf jaar tot 2030 wanneer het vignet is aangeschaft voor 1 april 2025. Voor eigenaren van pleziervaartuigen die aantoonbaar een ligplaats in een (jacht)haven hebben, bestaat de mogelijkheid een BHG-vignet aan te schaffen dat specifiek voor deze groep in het leven is geroepen. Dit BHG-vignet kan worden aangeschaft tegen het zogenoemde abonnementstarief, dat 50% van het reguliere tarief voor het BHG-vignet bedraagt. Een BHG-vignet is bedoeld voor vaartuigeigenaren die regelmatig gebruik maken van het Amsterdamse binnenwater en daarmee wordt bijgedragen aan het onderhoud van

37 | Nota van beantwoording Pleziervaart

het Amsterdamse binnenwater. Voor houders van een doorvaartvignet geldt een kortere overgangstermijn, namelijk van drie kalenderjaren, bij aanschaf van het vignet voor 1 april 2025. Een doorvaartvignet is aanzienlijk goedkoper, en is bedoeld voor vaartuigeigenaren die slechts incidenteel varen in Amsterdam. Vaartuigeigenaren die in het bezit zijn van een doorvaartvignet dragen niet bij aan het onderhoud van het Amsterdamse binnenwater. Daarnaast hebben vaartuig­eigenaren die incidenteel varen op het Amsterdamse binnenwater eerder een alternatief, zoals bijvoorbeeld het huren van een vaartuig. De verschillende situaties waar bovengenoemde betrekking op hebben, rechtvaardigt naar het oordeel van het college het verschil dat wordt gemaakt in de overgangsregeling.

38 | Nota van beantwoording Pleziervaart

Zienswijzen over financiële ondersteuning Enkele indieners geven aan dat er een subsidieregeling moet komen voor ombouwen schepen. Ook zou de bestaande subsidie voor ligplaatshouders van elektrische vaartuigen moeten worden omgevormd tot een stimuleringsregeling voor alle pleziervaartuigeigenaren. Tot slot zou het college met subsidies en belastingvoordelen het gebruik van schonere brandstoffen moeten stimuleren, zoals GTL-diesel.

Reactie college: Het college heeft er niet voor gekozen om de aanschaf van geheel nieuwe pleziervaartuigen te subsidiëren, gezien het overwegend hobbymatig gebruik ervan. De gemeente onderzoekt hoe de aanschaf van een elektrische buitenboordmotor of in- ombouwmotor op termijn gedeeltelijk gesubsidieerd kan worden, na afloop van de milieukorting van 35%. Het college kan daar nog geen verdere definitieve uitspraken over doen. Verder wijst het college erop dat er naar aanleiding van een amendement is besloten tot 35 % milieukorting op de aanschaf van een BHG-vignet voor het jaar 2025 voor elektrische vaartuigen. Tot 1 januari 2025 is een milieukorting gegeven van 70% op de aanschaf van een BHG-vignet. Het stimuleren van schonere brandstoffen zoals GTL-diesel is voor het college niet wenselijk, omdat GTL-diesel zorgt voor uitstoot van schadelijke stoffen, ook al zou deze schoner zijn.

39 | Nota van beantwoording Pleziervaart

Zienswijzen over handhaving en evaluatie Indieners hebben aangevoerd dat handhaving praktisch onmogelijk is en dat dit veel kost.

Reactie college: Het college vindt een goede luchtkwaliteit van belang en is van mening dat het verkeer op het water daaraan ook een steentje kan bijdragen door geen uitstoot te produceren. Het handhavings­apparaat wordt hierbij zo effectief mogelijk ingezet. Daarmee wordt voorkomen dat kosten van handhaving onevenredig hoog worden. De gemeente onderzoekt of en hoe de handhaving gedeeltelijk gedigitaliseerd kan worden. Het is op grond van artikel 2.19, tweede lid, van de Verordening op het binnenwater 2010 verboden te handelen in strijd met dit bord. In de Verordening Bestuurlijke Boete Overlast in de Openbare Ruimte is bij overtreding de hoogte van de boete bepaald op €110 voor natuurlijke personen, en € 550 voor rechtspersonen. Daarnaast of in plaats daarvan kan een last onder dwangsom opgelegd worden, waarbij een dwangsom wordt verbeurd als men opnieuw een overtreding begaat. Handhaving is niet praktisch onmogelijk. Gecontroleerd moet worden of de boot aan de toegangseisen voldoet. Als de motor bij controle uitstootvrij is, voldoet de boot aan de toegangseis uitstootvrij. Als blijkt dat de motor niet uitstootvrij is, wordt gecontroleerd of de eigenaar van de boot beschikt over een BHG- of doorvaartvignet waarmee deze onder een overgangsregeling valt. Als dat niet het geval is, is sprake van een overtreding en kan handhavend worden opgetreden.

40 | Nota van beantwoording Pleziervaart

Adviezen stadsdelen Het dagelijks bestuur van de zeven stadsdelen en van het stadsgebied Weesp zijn, op grond van de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022, in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen op het beleidsvoornemen om een uitstootvrije zone voor pleziervaart in te voeren. Hier is, behalve door de stadsdelen Zuidoost en Nieuw-West, gebruik van gemaakt. Het dagelijks bestuur van de stadsdelen legt alle adviesaanvragen ook aan de stadsdeelcommissie voor. De stadsdeelcommissie adviseert aan het dagelijks bestuur. De adviezen zijn hieronder puntsgewijs opgenomen en voorzien van een reactie. Afstemming met de stadsdelen blijft ook van cruciaal belang bij de implementatie van de uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen. Het college dankt de stadsdelen en het stadsgebied Weesp voor de uitgebrachte adviezen en is verheugd dat de invoering van de uitstootvrije zone breed wordt ondersteund.

Advies stadsdeel west Het dagelijks bestuur heeft met instemming kennisgenomen van het voornemen om een uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen in te voeren. Het stadsdeel West onderschrijft de ambitie van Amsterdam om zich op zoveel mogelijk manieren in te zetten voor schonere en gezondere lucht. Het dagelijks bestuur en de stadsdeelcommissie plaatsen een aantal kanttekeningen bij het beleidsvoornemen: • Het dagelijks bestuur adviseert ook in West een uitstootvrije zone in te stellen en verzoekt het college in overleg te treden over een geschikt jaartal van invoeren. Voorwaarde voor invoering is dat er in West voldoende laadpalen zijn op het moment dat een uitstootvrije zone in West wordt ingesteld. • Het dagelijks bestuur mist aandacht voor een ‘waterbedeffect’ van vervuilende plezier­ vaartuigen die niet meer in het centrum mogen varen en daarom meer in West zullen varen. Daarom adviseert het dagelijks bestuur om na invoering van de uitstootvrije zone meteen te starten met monitoren of sprake is van een verslechtering van de luchtkwaliteit in West. • Het dagelijks bestuur adviseert handhavingscapaciteit vrij te maken om overlast tegen te gaan van pleziervaartuigen die zich als gevolg van de invoering van de uitstootvrije zone verplaatsen naar West.

• Het dagelijks bestuur adviseert te zorgen voor voldoende oplaadpunten en hiervan een cijfermatig overzicht te geven, uitgesplitst naar stadsdeel en naar (toekomstig) jaartal. Het dagelijks bestuur adviseert ervoor te zorgen dat de laadpalen uitsluitend te gebruiken zijn voor het laden van elektrische bootjes, zodat oneigenlijk gebruik tegengegaan wordt. • Het dagelijks bestuur adviseert aan te geven hoe de gemeente omgaat met het te verwachten overschot aan verbrandingsmotoren, zodat deze een andere bestemming vinden of op de juiste manier worden ontmanteld.

41 | Nota van beantwoording Pleziervaart

De stadsdeelcommissie adviseert om de verduurzaming van de pleziervaart in Amsterdam betaalbaar en haalbaar te houden voor Amsterdammers: • een overgangsregeling in te voeren, zoals van de Regeling Schoon Parkeren. Dit houdt in dat er alleen voor nieuwe vergunningen de eis van uitstootvrij wordt gehanteerd. • de laadinfrastructuur op orde te brengen. Dit is een absolute voorwaarde voor invoering van de uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen. Wanneer aan deze voorwaarde niet wordt voldaan, kan niet van de inwoners van Amsterdam gevraagd worden om over te stappen op elektrische vaartuigen. • de voorwaarden voor vergunningsaanvragen voor alle soorten vignetten gelijk te trekken. Zowel doorvaart- als binnenvaartvignetten pleziervaart zouden gelijk behandeld moeten worden. • stimuleringsmaatregelen in te voeren om bewoners te helpen bij de kostbare investering voor elektrisch varen.

Reactie college: Uitbreiding uitstootvrije zone Over de uitbreiding van de uitstootvrije zone tot het water in West, merkt het college op dat het de ambitie is om op termijn de uitstootvrije zone uit te breiden tot al het binnenwater van Amsterdam. Uitbreiding van de uitstootvrije zone zoals deze in 2025 in het centrumgebied wordt ingevoerd, zal echter niet vóór 2030 plaatsvinden. Een gefaseerde invoering van de uitstootvrije zone is nodig, om deze voor iedereen haalbaar te laten zijn, en om de laadinfrastructuur op orde te krijgen. Bij de besluitvorming over de uitbreiding van de uitstootvrije zone zullen de stadsdelen in het kader van de advisering wederom worden betrokken. Waterbedeffect en monitoring Het college verwacht, gelet op de ruime overgangsregeling die met de invoering van de uitstootvrije zone gepaard gaat, niet dat er op korte termijn een ‘waterbedeffect’ op gaat treden doordat vaartuigen op fossiele brandstof meer in West zullen gaan varen. Het verkeer op het water wordt gemeten via de Digitale Gracht. Deze technologie biedt de mogelijkheid om het vaarverkeer te monitoren. Omdat er niet overal sensoren aanwezig zijn, onderzoekt de gemeente of het haalbaar is om de monitoring volledig via de Digitale Gracht te laten verlopen.

Handhaving Zoals hiervoor al is aangegeven, verwacht het college door de ruime overgangsregeling waarmee de uitstootvrije zone gepaard gaat, geen ‘waterbedeffect’ in de zin dat vervuilende vaartuigen zich zullen verplaatsen naar andere delen van de stad. Dit geldt ook voor eventuele overlast die door pleziervaartuigen worden veroorzaakt. Het college ziet dan ook geen aanleiding om hierom extra handhavingscapaciteit vrij te maken. Oplaadpunten Er is budget gereserveerd om tot 2030 vraaggestuurd tot maximaal 2500 laadpunten te realiseren ten behoeve van het opladen van elektrische pleziervaartuigen. Hierbij worden vraag en aanbod periodiek op elkaar afgestemd. Vanwege de ruime overgangsregeling acht het college het niet nodig dat in 2025 alle 2500 laadpunten al gerealiseerd zijn. Om te identificeren waar elektrisch laden wenselijk en mogelijk is, worden wijklocatieplannen opgesteld. Het college verwijst voor verdere informatie over laden naar de Laadstrategie Varen 2024-2030. Recycling De gemeente zelf is niet betrokken bij het ontmantelen van verbrandingsmotoren. Wel zijn er verschillende marktpartijen die zich bezighouden met de recycling van (onderdelen) van verbrandingsmotoren. Het college verwacht dat het aantal ondernemingen dat zich met recycling bezighoudt, alleen maar zal toenemen.

Ter ondersteuning hiervan wijst het college erop dat ook ondernemersorganisatie HISWA-RECRON pleit voor het ontwikkelen van een systeem voor het zorgvuldig en milieuvriendelijk inzamelen, demonteren, afvoeren en recyclen van sloopboten. Zie hiervoor de website.

42 | Nota van beantwoording Pleziervaart

Overgangsregeling De overgangsregeling waar de invoering van de uitstootvrije zone mee gepaard gaat, is gekoppeld aan het type vignet dat een vaartuigbezitter voor het vaartuig heeft. Voor houders van een BHG-vignet geldt een overgangstermijn van vijf jaar. Een BHG-vignet is bedoeld voor vaartuig­ eigenaren die regelmatig gebruik maken van het Amsterdamse binnenwater. Met het BHG-vignet wordt bijgedragen aan het onderhoud van het Amsterdamse binnenwater. Voor houders van een doorvaartvignet geldt een kortere overgangstermijn, namelijk van drie jaar. Een doorvaartvignet is aanzienlijk goedkoper (€ 42,- voor drie kalenderjaren) en is bedoeld voor vaartuigeigenaren die slechts incidenteel in of door Amsterdam varen. Vaartuigeigenaren die in het bezit zijn van een doorvaartvignet dragen niet bij aan het onderhoud van het Amsterdamse binnenwater. Daarnaast hebben vaartuigeigenaren die maar heel incidenteel varen op het Amsterdamse binnenwater eerder een alternatief, zoals bijvoorbeeld het huren van een uitstootvrij vaartuig. Het BHG-vignet en het doorvaartvignet zijn bedoeld voor verschillende situaties. Deze rechtvaardigen naar het oordeel van het college het onderscheid dat ten aanzien van deze vignetten wordt gemaakt in de overgangsregeling.

Het college wijst erop dat de voertuigen op de weg moeten voldoen aan de toegangsregels van de uitstootvrije- en milieuzones die in Amsterdam gelden. De Regeling Schoner Parkeren brengt daar geen verandering in. Stimuleringsmaatregel Het college onderzoekt nog of de aanschaf van een elektrische buitenboordmotor of inombouwmotor op termijn mogelijk gedeeltelijk gesubsidieerd kan worden, maar kan daar nog geen definitieve uitspraken over doen. Verder wijst het college erop dat er naar aanleiding van een amendement is besloten tot 35% milieukorting op de aanschaf van een BHG-vignet voor het jaar 2025 voor elektrische vaartuigen.

Advies stadsdeel zuid Het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuid kan zich vinden in het beleidsvoornemen om een uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen in te voeren. Het dagelijks bestuur stadsdeel Zuid geeft de volgende adviezen en verzoekt het college het beleidsvoornemen hierop aan te passen: • Het dagelijks bestuur adviseert om voor invoering van de maatregelen ook te regelen dat er genoeg handhavingscapaciteit beschikbaar is voor de naleving van de uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen; • Het dagelijks bestuur stelt voor om al het overige water in Zuid zo spoedig aan de uitstootvrije zone toe te voegen en waar het vaarroutes betreft die van regionaal belang zijn, dit af te stemmen met de provincie Noord-Holland; • Het dagelijks bestuur vraagt het college duidelijk vast te stellen wanneer een abonnements­ vignet en wanneer een doorvaartvignet noodzakelijk is voor vaartuigen bij de Nieuwe Meer, en wat met deze vignetten is het uitstootvrije gebied in Centrum is toegestaan. • De stadsdeelcommissie vraagt het college vast te leggen dat de vignethouders aan de Nieuwe Meer (en de nabijgelegen sloten) ook binnen de overgangsregeling moeten vallen.

Reactie college: Handhaving Het college merkt over de handhavingscapaciteit op, dat het handhavingsapparaat zo effectief mogelijk zal worden ingezet. Daarmee wordt voorkomen dat kosten van handhaving onevenredig hoog worden. De gemeente onderzoekt ook of en hoe de handhaving gedeeltelijk gedigitaliseerd kan worden. Uitbreiding uitstootvrije zone Het is de ambitie van het college om op termijn de uitstootvrije zone uit te breiden tot al het binnenwater van Amsterdam. Uitbreiding van de uitstootvrije zone zoals deze in 2025 in het

43 | Nota van beantwoording Pleziervaart

centrumgebied wordt ingevoerd, zal echter niet vóór 2030 plaatsvinden. Een gefaseerde invoering van de uitstootvrije zone is nodig, om deze voor iedereen haalbaar te laten zijn, en om de laadinfrastructuur op orde te krijgen. Waar nodig, zal over de uitbreiding van de uitstootvrije zone afstemming met de provincie Noord-Holland plaatsvinden. Overgangsregeling Het college merkt op dat alle pleziervaartuigen, ongeacht hun ligplaats, onder de overgangsregeling vallen, mits zij voorzien van een BHG- of doorvaartvignet. Eigenaren die een doorvaartvignet hebben aangeschaft vóór 1 april 2025, houden toegang tot de uitstootvrije zone tot 1 januari 2028. Houders van een BHG-vignet hebben toegang tot 1 januari 2030. Er zijn verschillende soorten BHG-vignetten tegen verschillende tarieven beschikbaar. Het Binnenhavengeldvignet (BHG-vignet) is bedoeld voor pleziervaartuigen die altijd of regelmatig gebruik maken van het Amsterdamse binnenwater. Het goedkopere doorvaartvignet (€ 42,-) is bedoeld voor eigenaren van pleziervaartuigen die heel incidenteel gebruik maken van het Amsterdamse binnenwater.

Advies stadsdeel noord Het dagelijks bestuur ondersteunt de maatregelen die worden genomen in de stad ten behoeve van een schonere lucht en concludeert dat de impact van het voorliggende beleidsvoornemen op stadsdeel Noord gering is. Het stadsdeel vraagt om onderzoek/monitoring in te stellen naar de mogelijke uitwaaier-effecten van de voorgenomen maatregel. Dit omdat er ook bepaalde voertuigen uit het centrum (waaronder touringcars) worden geweerd, wat kan leiden tot een toenemende ruimteclaim, en om te voorkomen dat er een te grote druk komt op bijvoorbeeld aanmeerplekken in bijvoorbeeld en NH-kanaal. Ook wil het dagelijks bestuur dat er wordt ingezet op daadwerkelijke reductie van emissies, en niet op de verplaatsing ervan naar andere stadsdelen. Het streven is namelijk een schonere lucht in de gehele stad.

Reactie: Ten aanzien van het advies voor het monitoren/onderzoeken van de uitwaaier-effecten, merkt het college op dat na de invoering van de uitstootvrije zone de effecten worden gemonitord. Het verkeer op het water wordt gemeten via de Digitale Gracht. Deze technologie biedt de mogelijkheid om het vaarverkeer te monitoren. Omdat er niet overal sensoren aanwezig zijn, onderzoekt de gemeente of het haalbaar is om de monitoring volledig via de Digitale Gracht te laten verlopen. Het college verwacht, gelet op de ruime overgangsregeling waarmee de invoering van de uitstootvrije zone voor de pleziervaart gepaard gaat, niet dat er op korte termijn grote verplaatsingen van vaartuigen op gaan treden. Het college werkt aan uitstootvrij touringcarverkeer per 1 januari 2030, maar merkt wel op dat hiervoor eerst de landelijke regelgeving moet worden aangepast.

Advies stadsdeel centrum Het dagelijks bestuur geeft in het advies aan dat het beleidsvoorstel conform het voornemen in de Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit is. Het dagelijks bestuur ondersteunt de ambitie en bijbehorende maatregelen die hierin zijn opgenomen en heeft geen aanvullende opmerkingen of adviezen op de voorgestelde maatregel. De stadsdeelcommissie heeft kennisgenomen van het advies van het dagelijks bestuur.

Reactie college Het college dankt het dagelijks bestuur voor het advies.

44 | Nota van beantwoording Pleziervaart

Advies stadsdeel oost Het dagelijks bestuur staat positief tegenover de voorgestelde uitstootvrije zone, inclusief de overgangsregeling. Het dagelijks bestuur maakt gebruik van de gelegenheid om bij het college aandacht te vragen voor een aantal vraagstukken gerelateerd aan uitstootvrije pleziervaart in stadsdeel Oost. Het betreft de volgende onderwerpen: • Het college wordt gevraagd voor IJburg en het varen op het IJmeer een uitzondering te maken in de beleidsregels, bijvoorbeeld door een uitsterfregeling voor IJburg toe te passen waarbij uitsluitend nieuwe vaartuigen en eigenaren na 2030 aan de emissie-eisen moeten voldoen. • Het DB verzoekt het college om een impactstudie te doen naar de consequenties voor deze jachthavens en de private en collectieve steigers. • Het college wordt gevraagd om een beleidskader te ontwikkelen waarmee deelgebruik van private bootjes én de spreiding van commerciële pleziervaartuigen buiten het centrumgebied bijvoorbeeld IJburg worden gestimuleerd en gefaciliteerd. • Het dagelijks bestuur vraagt, op nadrukkelijk verzoek van de stadsdeelcommissie, aandacht voor een goede communicatie bij de invoering van de uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen. Het dagelijks bestuur vraagt het college ook oog te hebben voor mensen die niet in het centrum wonen, maar wel worden geraakt door de nieuwe maatregelen.

• Het dagelijks bestuur vraagt om een overzicht ontvangen van alle verzamelde adviezen, inclusief een beschrijving van hoe deze zijn opgepakt en verwerkt in het beleidsvoornemen voor “het instellen van een nul-emissiezone pleziervaartuigen”.

Reactie college: Uitzondering op de regels voor IJburg en het IJmeer na 2030 Het college wijst erop dat op het beleidsvoornemen waarop deze nota van beantwoording betrekking heeft, alleen ziet op invoering van de uitstootvrije zone in het centrumgebied van Amsterdam. Het is weliswaar de ambitie van het college om op termijn de uitstootvrije zone uit te breiden tot al het binnenwater van Amsterdam, maar de besluitvorming hierover moet nog plaatsvinden. Op deze besluitvorming is de Participatieverordening van toepassing, en ook de stadsdelen zullen in het kader van de advisering wederom worden geraadpleegd. In dat kader kan ook de door het dagelijks bestuur van het stadsdeel Oost verzochte uitzondering aan de orde komen. Het college merkt hierover bij voorbaat op dat een specifieke uitzondering alleen voor IJburg niet voor de hand ligt. Impactstudie voor consequenties voor deze jachthavens en de private en collectieve steigers. Met betrekking tot de consequenties voor de jachthavens merkt het college op dat de gemeente, binnen de ruimte die de netbeheerder biedt, de jachthavens zal ondersteunen bij het inventariseren van laadbehoefte en de mogelijkheden tot uitbreiding van haar laadinfra. Voor private en collectieve steigers kunnen private laadpunten worden uitgerold de gemeente biedt hiervoor geen extra ondersteuning.

Het college ziet gezien de lange aanloopperiode en aanpassingstijd richting 2030 geen aanleiding voor een impactstudie specifiek voor jachthavens en de privaten collectieve steigers. Deelgebruik Deelverhuur wordt gezien als een goed alternatief voor het particulier bezit van een vaartuig: voor pleziervaarders die relatief weinig varen en niet willen verduurzamen, zijn er verschillende mogelijkheden om een uitstootvrije boot te huren. Ligplaatsen in openbaar water voor het segment Onbemande passagiersvaart (waaronder deelverhuur) zijn zorgvuldig geselecteerd om de overlast voor de directe omgeving te beperken. De passagiersvaartuigen uit dit segment hebben ligplaatsen in de stadsdelen Oost, West en Zuid. Op dit moment zijn er (bijna) geen ligplaatsen voor passagiersvaartuigen in openbaar water in de stadsdelen Noord, Nieuw-West en Zuidoost.

45 | Nota van beantwoording Pleziervaart

Communicatie Vigneteigenaren zijn over de uitstootvrije zone geïnformeerd via de mailinglijst varen. Daarnaast kunnen belangstellenden/eigenaren van pleziervaartuigen zich inschrijven voor een nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen over de uitstootvrije zone. In mei en juni zijn er 4 inloopavonden georganiseerd in verschillende stadsdelen. Hier was de gelegenheid om vragen te stellen en kon men een zienswijze indienen. In juni 2024 heeft de gemeente deelgenomen aan de Zeehavendagen in samenwerking met de coalitie duurzaam varen. Tijdens dit driedaags evenement kon men o.a terecht met vragen over de overstap naar elektrisch varen en een proefvaart maken met een elektrische boten. In het voor- en najaar is de uitstootvrije zone voor pleziervaart ook meegenomen in de stadsbrede on-, en offlinecampagne over uitstootvrije zones. Ook is over de uitstootvrije zone gecommuniceerd via nieuwsberichten via de corporate kanalen, zoals amsterdam.nl, alle social kanalen, via de stadsdelen en de Amsterdam krant. De adviezen van de stadsdelen en reactie vanuit het college zijn behandeld in deze Nota van Beantwoording.

Advies stadsdeel Weesp De bestuurscommissie van het Stadsgebied Weesp constateert dat het beleidsvoornemen geen betrekking heeft op Weesp of Driemond. Omdat het water in Stadsgebied Weesp een doorvaart­route is, hecht de bestuurscommissie eraan dat dit water onder de uitzondering blijft vallen en dat de landelijke richtlijnen op dit punt blijven gelden.

Reactie: Het college wijst erop dat op het beleidsvoornemen waarop deze nota van beantwoording betrekking heeft, alleen ziet op de invoering van de uitstootvrije zone in het centrumgebied van Amsterdam per 1 april 2025. Zoals uit de Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit 2023-2026 blijkt, is het de ambitie van het college om op termijn de uitstootvrije zone uit te breiden tot al het binnenwater van Amsterdam. Nadere besluitvorming hierover moet nog plaatsvinden. Het stadsgebied Weesp zal te zijner tijd ook in de gelegenheid worden gesteld om advies te geven over de uitbreiding van de uitstootvrije zone om advies worden gevraagd. In dat kader kan ook de door Weesp verzochte uitzondering aan de orde kan komen.

46 | Nota van beantwoording Pleziervaart

Colofon 2025, Amsterdam amsterdam.nl

ONT2024346

Deze Nota van Beantwoording is een uitgave van de Gemeente Amsterdam. Ruimte en Duurzaamheid, Team Uitstootvrije Mobiliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15222551/1