Bijlage 2. Nota van Beantwoording uitstootvrije zone pleziervaart .pdf
Tekst van het document
Nota van beantwoording Pleziervaart Januari 2025
Inhoudsopgave Inleiding Waarom deze nota van beantwoording? Gevolgde procedure en zienswijzen Leeswijzer
4 4 4 4
Samenvatting Waarom een uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen? Inhoud zienswijzen Reacties en conclusie van het college Collegebesluit Vervolgproces
6 6 6 7 7 8
Zienswijzen waarin de uitstootvrije zone wordt gesteund
9
Zienswijzen over de onderbouwing van de uitstootvrije zone Effect maatregel op de luchtkwaliteit TNO onderzoek uitstoot pleziervaart Overige zienswijzen over de onderbouwing Productie en recycling motoren
10 10 10 16 18
Zienswijzen over de omvang van de uitstootvrije zone De uitstootvrije zone moet kleiner De zone moet gelijk blijven na 2030 De uitstootvrije zone moet groter
20 20 21 21
Zienswijzen over de gevolgen van de uitstootvrije zone (Financiële) gevolgen Oneerlijke concurrentie (o.a. tussen gemeente en commerciële havens) Evenementen op het water
22 22 23 24
Zienswijzen over moment van invoering uitstootvrije zone Invoeren maatregel komt te snel/tijdpad is niet realistisch/uitstel tot 2030 Maatregel gaat niet snel genoeg, effect pas in 2030 merkbaar
25 25 25
Zienswijzen over alternatieve oplossingen en toelatingseisen Alternatieve oplossingen (Alternatieve) toelatingseisen
26 26 27
Zienswijzen over communicatie en inspraak Inspraak Communicatie
29 29 30
2 | Nota van beantwoording Pleziervaart
Zienswijzen over een relatie tot andere maatregelen Afschaffen vignetkorting elektrische vaartuigen Overige andere maatregelen
31 31 31
Zienswijzen over elektrisch varen (inclusief accu’s) Elektrische varen inclusief accu’s Veiligheid elektrisch varen en accu’s
32 32 32
Zienswijzen over Laadinfrastructuur Laadinfrastructuur Netcongestie
34 34 35
Zienswijzen over ontheffingen, vrijstellingen en de overgangsregelingen Ontheffingen en vrijstellingen Overgangsregeling
37 37 37
Zienswijzen over financiële ondersteuning
39
Zienswijzen over handhaving en evaluatie
40
Adviezen stadsdelen Advies stadsdeel west Advies stadsdeel zuid Advies stadsdeel noord Advies stadsdeel centrum Advies stadsdeel oost Advies stadsdeel Weesp
41 41 43 44 44 45 46
3 | Nota van beantwoording Pleziervaart
Inleiding Waarom deze nota van beantwoording? Op 16 april 2024 heeft het college ingestemd met het vrijgeven van het Beleidsvoornemen Instellen uitstootvrije zone pleziervaartuigen. In dat beleidsvoornemen is de uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen met overgangsregelingen aangekondigd. Dit is één van de maatregelen die het college neemt om de luchtkwaliteit in Amsterdam te verbeteren, en daarmee de gezondheid van bewoners en bezoekers van Amsterdam. Al deze maatregelen dragen ook bij aan het verminderen van CO2-uitstoot. Voor een overzicht van de maatregelen die in de huidige bestuursperiode worden genomen, verwijst het college naar de Agenda Uitstootvrije Mobiliteit Amsterdam 2023-2026.
Gevolgde procedure en zienswijzen Om de verschillende belangen zo goed mogelijk in beeld te krijgen en een evenwichtig besluit te kunnen nemen, heeft het college voor de besluitvorming over de uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen conform de Algemene inspraakverordening (die ten tijde van de inspraak nog van toepassing was) iedereen in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen. Het Beleidsvoornemen heeft van 22 april 2024 tot en met 10 juni 2024 ter inzage gelegen. Iedereen, zowel Amsterdammers als mensen van buiten Amsterdam, bedrijven en organisaties konden gedurende deze periode een zienswijze indienen over het Beleidsvoornemen. Dit kon digitaal via de inspraakpagina, per post, of mondeling tijdens een van de inloopavonden die hiervoor zijn georganiseerd. Er zijn in totaal 1.033 zienswijzen ingediend. De ingediende zienswijzen zijn aandachtig gelezen en in deze nota van beantwoording wordt hierop gereageerd. Iedereen die een zienswijze heeft ingediend, ontvangt ook een individuele reactie. Deze reacties zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze nota van beantwoording. Met deze nota van beantwoording wordt ook het definitieve collegebesluit tot invoering van de uitstootvrije zone voor de pleziervaart bekendgemaakt in het Gemeenteblad en op de website Amsterdam.nl/uitstootvrijvervoer.
Leeswijzer In deze nota van beantwoording wordt eerst per thema een algemene reactie op de meest voorkomende zienswijzen gegeven. In de bijlage zijn alle zienswijzen opgenomen en voorzien van een reactie. De zienswijzen zijn geanonimiseerd en dus niet terug te leiden naar een persoon. Elke indiener van een zienswijze heeft bij het indienen van een reactie een eigen unieke code gekregen, waarmee in de bijlage kan worden gezocht. Tot slot bevat deze nota van beantwoording een reactie op de adviezen die de stadsdelen en stadsgebied Weesp hebben gegeven.
4 | Nota van beantwoording Pleziervaart
Door de vele inspraakreacties en de uitvoerigheid van sommige reacties kan het zijn dat er bij de verwerking wat foutjes in de beantwoording van de zienswijzen zijn geslopen. Mocht iemand vinden dat er geen recht aan de zienswijze is gedaan, of vinden dat er iets ontbreekt, dan kan er contact worden opgenomen met milieuzone@amsterdam.nl.
5 | Nota van beantwoording Pleziervaart
Samenvatting Waarom een uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen? De uitstoot van onder andere stikstofoxiden en fijnstof vormt nog steeds een groot gezondheidsrisico. Deze stoffen veroorzaken luchtwegklachten en hart- en vaatziekten. Vooral kinderen, ouderen of mensen die al een luchtwegaandoening of hart- en vaatziekte hebben, lopen meer risico op het krijgen van gezondheidsklachten. Ook kunnen ongeboren kinderen gezondheidsklachten krijgen door de lucht die hun moeder inademt. Volgens berekeningen van de GGD Amsterdam leeft de gemiddelde Amsterdammer ongeveer 11 maanden korter en rookt deze gemiddeld 4,4 sigaretten per dag mee door de luchtverontreiniging in de stad. Dit onderstreept de noodzaak om de lucht in Amsterdam schoner te maken.
Inhoud zienswijzen In totaal zijn 1.033 zienswijzen ingediend, waarvan 3% positieve zienswijzen. De indieners van positieve zienswijzen wijzen daarbij op de voordelen zoals minder uitstoot, minder stankoverlast, minder lawaai en minder hard varen, omdat elektrische motoren stiller en schoner zijn. Indieners die kritisch zijn over de maatregel hebben aangegeven te twijfelen over de noodzaak en effecten van de uitstootvrije zone. Ook is aangevoerd dat de maatregel onevenredige gevolgen voor indieners heeft, dat de uitstoot van het betreffende vaartuig al minimaal is en dat de maatregel juist negatieve gevolgen heeft voor het klimaat. Er zijn ook verschillende zienswijzen ingediend over de omvang van de uitstootvrije zone. Sommige indieners vinden dat bepaalde delen die in het beleidsvoornemen bij de uitstootvrije zone horen, daarvan moeten worden uitgezonderd. Weer andere indieners vinden juist dat, om te voorkomen dat de luchtkwaliteit elders slechter wordt, de zone juist uitgebreid moet worden. Enkele indieners zijn ten slotte van mening dat de uitstootvrije zone ook na 2030 beperkt moet blijven tot het centrumgebied van Amsterdam. Een aanzienlijk aantal indieners heeft aangegeven dat de invoering van de uitstootvrije zone grote financiële gevolgen heeft, omdat het ombouwen of het aanschaffen van een ander pleziervaartuig kostbaar is.
Een deel van deze indieners vreest dat varen door Amsterdam alleen nog zal zijn weggelegd voor rijke Amsterdammers. Andere indieners zijn bang dat de invoering van de uitstootvrije zone gevolgen zal hebben voor de diversiteit aan bootjes op het water en dat het beeld van Amsterdam zal veranderen. Er zijn indieners die vinden dat de uitstootvrije zone te snel komt, maar er zijn ook indieners die vinden dat de maatregel niet snel genoeg gaat. Meerdere indieners hebben verder alternatieven aangedragen voor de verbetering van de luchtkwaliteit en de beperking van de CO2-uitstoot. Ze geven aan dat het verkeer op de weg, luchthaven Schiphol, de grote vervuilende industrieën en cruiseschepen meer negatieve effecten hebben op de luchtkwaliteit en CO2-uitstoot en daarom eerst aangepakt moeten worden. Verschillende indieners hebben aangegeven dat er weinig gelegenheid is geweest tot inspraak en dat de gemeente Amsterdam regels doordrukt. Sommige indieners zijn van mening dat de gemeente regels tussentijds aanpast, of onbetrouwbaar handelt. Ook hebben indieners zienswijzen ingediend over de overgangstermijnen en regels met betrekking tot de vignetten
6 | Nota van beantwoording Pleziervaart
voor pleziervaartuigen en elektrisch varen. Ze vinden de actieradius van elektrische vaartuigen te klein en menen dat de stand van de techniek nog niet ver genoeg is. Andere indieners maken zich zorgen over de oplaadpunten en netcongestie. Meerdere indieners vinden dat voor BHG- en doorvaartvignethouders dezelfde overgangstermijn moet gelden en zij vragen om een ontheffing of vrijstelling voor onder andere varende woonschepen, historische vaartuigen en grotere schepen met een binnenboordmotor. Ook worden door indieners andere ondersteunende maatregelen aangekaart, zoals een subsidieregeling voor het ombouwen van pleziervaartuigen en belastingvoordelen om het gebruik van schonere brandstoffen te stimuleren. Enkele indieners hebben ten slotte vragen gesteld over de handhaving van de uitstootvrije zone. Het dagelijks bestuur van de zeven stadsdelen en van het stadsgebied Weesp zijn, op grond van de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022, in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen op het beleidsvoornemen om een uitstootvrije zone voor pleziervaart in te voeren. De reactie van het college op deze adviezen zijn eveneens opgenomen in deze nota van beantwoording.
Reacties en conclusie van het college In deze nota van beantwoording reageert het college op de ingediende zienswijzen. Bovenstaande paragraaf geeft een groot deel van de binnengekomen reacties weer. In de bijlage bij deze Nota van Beantwoording reageert het college op alle inspraakreacties die zijn ingediend. Deze zijn vaak hetzelfde van aard, en daarom in het algemene deel gecategoriseerd en geclusterd per thema. Per thema en onderwerp geeft het college een inhoudelijke reactie. Mede naar aanleiding van de zienswijzen heeft het college besloten tot een aantal aanpassingen en aanvullende maatregelen. Zo is besloten tot een langere overgangstermijn voor doorvaartvignethouders. Doorvaartvignethouders hebben tot uiterlijk 1 januari 2028 toegang tot de uitstootvrije zone, mits het vignet vóór 1 april 2025 is aangeschaft. Daarnaast is het mogelijk voor (jacht)havens om bij de realisatie van laadinfrastructuur ondersteuning te krijgen in de vorm van een kosteloze ‘verkennende analyse E-haven’. Deze analyse geeft (jacht)havens inzicht in de huidige en toekomstige walstroombehoefte (laadvoorziening elektrische vaartuigen), in het huidige energiecontract en in de mogelijkheden tot uitbreiding of modernisering van laadvoorzieningen binnen het huidige energiecontract.
Ook is besloten om, ter stimulering van de overstap naar uitstootvrij varen, voor het jaar 2025 nog een korting van 35% op de aanschaf van een BHG-vignet voor uitstootvrije pleziervaartuigen te laten gelden. Het college onderzoekt ten slotte nog of de aanschaf van een elektrische buitenboordmotor of in- ombouwmotor op termijn mogelijk gedeeltelijk gesubsidieerd kan worden, maar kan daar nog geen definitieve uitspraken over doen.
Collegebesluit De uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen is onderdeel van een breder pakket aan maatregelen. Deze maatregelen leveren samen een bijdrage aan het verbeteren van de luchtkwaliteit en daarmee de gezondheid van alle bewoners en bezoekers van Amsterdam. Daarnaast draagt het pakket aan maatregelen bij aan het verminderen van de CO2-uitstoot in de stad – wat ten goede komt aan de klimaatambitie van Amsterdam. Met de overgangsregeling voor BHG- en doorvaartvignethouders tot 2030 respectievelijk 2028, de ondersteuning aan jachthavens in de vorm van een verkennende analyse, de 35% korting op het BHG-vignet voor 2025 voor uitstootvrije vaartuigen en de uitzondering voor pleziervaartuigen die historisch erfgoed zijn, is het college van oordeel dat een evenwichtig pakket aan maatregelen tot stand is gekomen, waarmee niet alleen het algemeen belang is gediend, maar ook voldoende
7 | Nota van beantwoording Pleziervaart
rekening is gehouden met de specifieke belangen die aan de orde zijn.
Vervolgproces Het beleidsvoornemen tot invoering van de uitstootvrije zone per 1 april 2025 wordt definitief gemaakt met een collegebesluit. Hiertegen staat voor belanghebbenden bezwaar en beroep open. In de periode rondom de invoering zal door middel van (online) campagnes aandacht worden gegeven aan de invoering van de uitstootvrije zone. Het college zal de werking van de uitstootvrije zone na invoering monitoren met het oog op de ambitie tot uitbreiding in 2030.
8 | Nota van beantwoording Pleziervaart
Zienswijzen waarin de uitstootvrije zone wordt gesteund Er zijn 29 zienswijzen ingediend waarin de uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen wordt gesteund. Dit is 3% van het totale aantal ingediende zienswijzen. De indieners wijzen daarbij op de voordelen zoals minder uitstoot, minder stankoverlast, minder lawaai en minder hard varen omdat elektrische motoren stiller en schoner zijn. Schonere lucht is beter voor de gezondheid. Een indiener wijst erop dat de uitstootvrije zone niet alleen goed is voor de luchtkwaliteit, maar ook voor alle dieren die op het water broeden. Sommige indieners vinden de invoering van de uitstootvrije zone niet snel genoeg gaan, andere indieners wijzen erop dat pleziervaartuigbezitters in de gelegenheid moeten worden gesteld om zich aan te passen en wijzen op het belang van goede overgangsregels. Ook vinden indieners dat er wel voldoende laadpunten moeten zijn, de handhaving op orde moet zijn, er een genereuze vrijstelling voor historische schepen moet komen en dat zeilboten uitgesloten moeten worden van uitstootvrij varen. Enkele indieners zien de uitstootvrije zone graag snel uitgebreid worden.
Reactie van het college Het invoeren van de uitstootvrije zone is één van de maatregelen die het college wil nemen om de luchtkwaliteit en daarmee de gezondheid van bewoners en bezoekers van Amsterdam te verbeteren. Daarnaast wordt met deze maatregelen de uitstoot van CO2 verminderd. Het college is verheugd om te lezen dat de indieners dat doel onderschrijven en de maatregel steunen. De kritische kanttekeningen en suggesties die hierboven zijn genoemd, worden verderop in deze nota van beantwoording behandeld. Op de omvang van de uitstootvrije zone wordt ingegaan in hoofdstuk “Zienswijzen over de omvang van de uitstootvrije zone”. De hoeveelheid laadpunten komt aan de orde in hoofdstuk “Zienswijzen over laadinfrastructuur”. Op de handhaving wordt ingegaan in hoofdstuk “Zienswijzen over handhaving en evaluatie” en het tempo van de invoering van de uitstootvrije zone wordt toegelicht in hoofdstuk “Zienswijzen over het moment van invoering uitstootvrije zone”. Voor de gevraagde uitzonderingen verwijst het college naar hoofdstuk “Zienswijzen over ontheffingen, vrijstellingen en de overgangsregelingen” van deze nota van beantwoording.
9 | Nota van beantwoording Pleziervaart
Zienswijzen over de onderbouwing van de uitstootvrije zone Effect maatregel op de luchtkwaliteit Beperkte emissies Indieners stellen dat het feitelijke effect van pleziervaart op de luchtkwaliteit minimaal is. Indieners geven aan dat het gepubliceerde TNO-onderzoek van 27 februari 2024 aantoont dat de pleziervaart in Amsterdam slechts verantwoordelijk is voor een zeer beperkte bijdrage aan de emissies binnen alle verkeersstromen over de weg en het water.
Bijdrage pleziervaartuigen aan emissies TNO Indieners geven aan dat de bijdrage van pleziervaartuigen aan de totale mobiliteitsemissies niet correct is beoordeeld, omdat de TNO-berekeningen betrekking hebben op alle pleziervaartuigen, inclusief diesel aangedreven boten. Ze stellen dat de emissie van dieselmotoren in pleziervaartuigen verwaarloosbaar is, vooral met de moderne techniek van motoren vanaf 2015. Ze pleiten ervoor dat de vaarbeperkingen alleen van toepassing zouden moeten zijn op pleziervaartuigen met een benzinemotor.
Betrouwbaarheid van peiljaar 2020 Indieners betogen dat het peiljaar 2020, gebruikt door TNO voor het onderzoek, niet representatief is vanwege de Covid-19-pandemie, waarbij pleziervaart een groter aandeel had in buitenrecreatie dan in normale jaren. Ze stellen dat de data van 2021 of 2022, die veel relevanter zouden zijn, niet zijn meegenomen.
Levensverwachting Een enkele indiener heeft aangegeven dat het onduidelijk is op basis van welke gegevens geconcludeerd wordt dat de luchtkwaliteit in Amsterdam de levensverwachting met 11 maanden verkort.
Reactie college op bovenstaande punten Het college meent dat het invoeren van de uitstootvrije zone pleziervaart gerechtvaardigd is doordat het tot positieve effecten oplevert voor het verbeteren van de luchtkwaliteit en hierdoor voor het verbeteren van de gezondheid van inwoners en bezoekers van Amsterdam. Hoewel de bijdrage van de uitstoot van de pleziervaart beperkt is ten opzichte van andere modaliteiten, toont het TNO onderzoek aan dat de pleziervaart wel degelijk een bijdrage levert aan verslechterde luchtkwaliteit. Voornamelijk lokaal en op drukke vaardagen in het jaar is de bijdrage groter.
TNO onderzoek uitstoot pleziervaart De pleziervaart draagt stadsbreed 0,5% bij aan de totale verkeersemissies NO2, 0,9% aan de PM10, 2,3% aan de PM2,5 en 0,1% bij aan de verkeersemissies CO2. Deze bijdrage zal als gevolg van uitstootvrije aandrijving in 2030 vrijwel geheel gereduceerd zijn; enkel overtreders en ontheffinghouders zullen nog niet uitstootvrij varen. Hoewel de bijdragen aan de totale
10 | Nota van beantwoording Pleziervaart
mobiliteitsemissies beperkt zijn (deze zijn ook berekend door TNO; zie “(TNO onderzoek emissiebijdragen pleziervaart)”, Bijlage 2), is er wel sprake van een effect.
Lokale effecten uitstoot pleziervaart Tijdens de verkenning van de invoering van de uitstootvrije zone pleziervaart heeft TNO begin 2024 een inschatting gemaakt van de emissies die vaartuigen uitstoten in 2025 en 2030 in de grachten van Amsterdam. Dit waren echter berekeningen over jaargemiddelde over de gehele vloot. Op lokale punten en piekmomenten in het jaar kan dit gemiddelde hoger zijn. De gemeente Amsterdam heeft TNO daarom gevraagd om een aanvullend onderzoek uit te voeren en specifiek te kijken naar een aantal drukke locaties en op piekmomenten in het jaar. In het aanvullende onderzoek is door TNO gekeken naar de hoeveelheid uitstoot die wordt gegenereerd op drukke dagen op een aantal locaties, ten opzichte van rustige dagen op diezelfde locaties. (zie “(TNO rapport lokale emissies luchtverontreinigende stoffen vaartuigen)”, Bijlage 3) TNO heeft een verdeling gemaakt over de energiedragers van de vaartuigen. Hierin is aangenomen dat 40% diesel, 40% benzine en 20% emissievrij is aangedreven. Anders dan verschillende indieners naar voren hebben gebracht- houdt TNO dus wel rekening met verschillende type aandrijvingen. Hoewel de emissies op een gemiddelde winterdag lager zijn door de geringere intensiteit, liggen deze op drukke dagen, zoals warme zomerdagen en Bevrijdingsdag, aanzienlijk hoger.
Op warme en drukke dagen kunnen de emissies tot vijf keer zo hoog zijn als op dezelfde locatie op een winterdag. Hierdoor is de blootstelling aan vervuiling op dergelijke dagen en locaties duidelijk hoger dan gemiddeld. Verder geldt blijkens het rapport (TNO rapport lokale emissies luchtverontreinigende stoffen vaartuigen)”, Bijlage 3, voor de luchtverontreiniging dat deze zeer geconcentreerd in tijd (warme weekenddagen) en plaats (Amsterdam grachtengordel) plaatsvindt. Daarbij is ook de blootstelling relevant; juist op deze momenten bevinden bovengemiddeld veel mensen zich op en rond het water, waardoor de blootstelling aan luchtverontreiniging bovengemiddeld is.
11 | Nota van beantwoording Pleziervaart
Prinsengracht Voor de Prinsengracht geldt dat emissies van de pleziervaart op drukke momenten op Bevrijdingsdag meer dan twee keer zo hoog zijn ten opzichte van hetzelfde drukke moment op een gemiddelde winterse dag.
12 | Nota van beantwoording Pleziervaart
13 | Nota van beantwoording Pleziervaart
Herengracht Voor de Herengracht geldt dat de emissies van pleziervaartuigen, hoger liggen dan op de Prinsengracht op datzelfde moment. Dit komt voort uit hogere vaarintensiteiten. Op een winterse dag om 15:00 wordt 1 kg NOx uitgestoten, waar dat op Bevrijdingsdag 5 kg is.
14 | Nota van beantwoording Pleziervaart
Voor het uitgebreide onderzoek verwijst het college naar bijlage 3, TNO rapport lokale emissies luchtverontreinigende stoffen vaartuigen.
15 | Nota van beantwoording Pleziervaart
GGD Het college heeft het uitgangspunt dat de levensduur op basis van de huidige luchtkwaliteit in Amsterdam met 11 maanden wordt verkort, en dat deze gelijk staat aan 4,4 meegerookte sigaretten per dag, gebaseerd op een analyse van de GGD. Via het luchtmeetnet volgt de gemeente de ontwikkeling van de luchtkwaliteit. De GGD Amsterdam beheert dit luchtmeetnet van de gemeente Amsterdam. Het luchtmeetnet bestaat uit 12 meetstations die 24 uur per dag, 365 dagen per jaar de luchtkwaliteit in de gaten houden. Meer informatie hierover vindt u op Meetnet Luchtkwaliteit - GGD Amsterdam. De GGD Amsterdam heeft zich voor haar berekening gebaseerd op de in 2022 gemeten jaargemiddelde fijnstof en NO2 concentraties, te weten: • 16,7 ug/m3 voor PM10 • 9,0 ug/m3 voor PM2.5 • 19,3 ug/m3 voor NO2 Verder is uitgegaan van de landelijke GGD-rekentool zoals die ontwikkeld is in het rapport van de Academische Werkplaats: GGD Rekentool Luchtkwaliteit en Gezondheid (update 2021) Academische Werkplaats Gezonde Leefomgeving (awgl.nl) Met deze rekentool is het sinds 2016 mogelijk om blootstelling aan luchtverontreiniging te vertalen in te verwachten gezondheids effecten zoals vroegtijdige sterfte en ziektelast binnen een populatie. Enkele gemeenten en regio’s gebruikten de tool al om de gezondheidsimpact van luchtverontreiniging in kaart te brengen. De rekentool is in 2021 geactualiseerd en uitgebreid.
Eind 2023 verscheen een verdere update van de “blootstellingsresponsrelaties”. Het college meent dat deze analyse van de GGD duidelijk laat zien dat het verbeteren van de luchtkwaliteit nog steeds belangrijk is, omdat er veel 4 World Health Organization. (2021). WHO global air quality guidelines: particulate matter (PM10 and PM2.5), ozone, nitrogen dioxide, sulfur dioxide and carbon monoxide. World Health Organization. https://apps.who.int/iris/handle/10665/345329. License: CC BY-NC-SA 3.0 IGO gezondheidswinst is te behalen voor Amsterdammers en bezoekers van de stad. Anders dans een enkele indiener aanvoert, heeft de GGD de cijfers wel degelijk onderbouwd. Het college wijst verder op het volgende. Het beleid voor de uitstootvrije zone voor de pleziervaart staat niet op zichzelf. Ook voor andere voertuigen worden uitstootvrije zone ingevoerd, of wordt de huidige milieuzone aangescherpt. Het college heeft vanaf 2025 de milieuzone voor dieselpersonenauto’s aangescherpt naar emissieklasse 5 - waar taxi’s die geregistreerd staan als personenauto vanaf 1 januari 2025 ook onder vallen - en een uitstootvrije zone ingevoerd voor bedrijfs- en vrachtauto’s. Ook komen wordt ingezet op uitstootvrije passagiersvaart en transport over water. Ook ten aanzien van touringcars heeft het college de ambitie om een uitstootvrijezone in te voeren.
Om de transitie naar uitstootvrij touringcarvervoer te versnellen heeft Amsterdam op 30 oktober 2023 een landelijk convenant ondertekend met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W), Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), de Koninklijke RAI Vereniging en de gemeenten Den Haag, Eindhoven en Utrecht. Verder liggen de bussen van het openbaar vervoer op koers om in 2025 volledig uitstootvrij te rijden. Daarnaast wil het college ook de uitstoot van houtstook en mobiele werktuigen beperken. Voor houtstook wordt halverwege 2025 een definitief besluit verwacht.
Overige zienswijzen over de onderbouwing Enkele indieners geven aan dat de maatregel disproportioneel is, gezien de hoge kosten die gemaakt moeten worden in relatie tot het beperkte effect. Indieners geven aan dat het onduidelijk is waarom de pleziervaart prioriteit heeft. Indieners geven aan dat eerst grotere problemen aangepakt moeten worden. Meerder indieners geven aan dat overvliegende vliegtuigen en het aanleggen van cruiseschepen grotere uitstoot met zich meebrengt, wat eerst zou moeten worden aangepakt. Een enkele indiener geeft aan dat de uitstoot van vieze lucht van buiten Amsterdam komt. Een indiener geeft aan dat de gemeente zelf niet het goede voorbeeld geeft en wijst op de vuilniswagens die Amsterdam heeft aangeschaft.
16 | Nota van beantwoording Pleziervaart
Meerdere indieners geven aan dat de uitstoot van het vaartuig al weinig is, omdat er weinig mee gevaren wordt. Andere indieners wijzen erop dat er weinig uitstoot is omdat het vaartuig nauwelijks brandstof gebruikt, nieuwe motoren steeds zuiniger worden of dat het vaartuig voorzien is van waterinjectie.
Reactie college: Het college meent dat de door TNO becijferde effecten in haar rapporten niet zozeer of uitsluitend op zichzelf, maar vooraleer in samenhang moeten worden bezien met de effecten van alle andere maatregelen die het college de afgelopen jaren heeft getroffen en de komende jaren nog zal treffen met het oog op luchtkwaliteit en CO2. Het betreft immers geen maatregel die op zichzelf staat, maar een die deel uitmaakt van een pakket aan maatregel die voortvloeien uit een reeds lang geleden ingezette beleidslijn die strekt tot verbetering van de luchtkwaliteit en vermindering van CO2 uitstoot, met het oog op de gezondheid van alle Amsterdammers en bezoekers van de stad, en het tegengaan van klimaatverandering. Het argument dat pleziervaart slechts een beperkte bijdrage levert aan de totale uitstoot treft in zoverre geen doel. Daar komt bij dat het college benadrukt dat piekbelastingen op drukke dagen, zoals Bevrijdingsdag of warme zomerdagen, leiden tot een verhoging van lokale emissies en blootstelling aan vervuiling. Het college hanteert in zijn beleid het algemene uitgangspunt dat iedereen die zich met een vervuilend vaar- of voertuig in de stad op de (vaar)wegen begeeft, de verantwoordelijkheid heeft om bij te dragen aan gezondere lucht en het verminderen van CO2 uitstoot.
Elektrisch rijden en varen is vele malen beter voor een goede luchtkwaliteit in de stad, en het terugdringen van CO2 uitstoot. Het zoveel mogelijk terugdringen van fossiele mobiliteit en het op termijn uitsluitend toestaan van elektrische mobiliteit in de stad is voor het college een geschikt instrument. Ook is het voor het college een noodzakelijk instrument, nu het college geen vergelijkbare instrumenten ter beschikking staan met evenveel effect, maar met minder impact voor de burger of ondernemer. Het college beseft niettemin dat eigenaren van vaartuigen zich zorgen maken over de financiële gevolgen die de invoering van de uitstootvrije zone pleziervaart persoonlijk voor hen kan hebben. Het college benadrukt dat het aan de eigenaar van het pleziervaartuig zelf is om te bepalen of er een geschikt alternatief is, en zo ja, welk alternatief dit is. De ontwikkeling van de techniek voor uitstootvrije vaartuigen staat niet stil, waardoor steeds meer aanbod beschikbaar komt voor elektrische buitenboordmotoren en ombouw van vaartuigen. Met betrekking tot de indieners die aanvoeren dat Amsterdam zelf het juiste voorbeeld moet geven en die daartoe verwijzen naar de net aangeschaft vuilniswagens op diesel stelt het college het volgende vast.
In het convenant Duurzame Voertuigen en Brandstoffen in de Reinigingsbranche van 21 maart 2019, dat ook is ondertekend door de gemeente Amsterdam, zijn afspraken gemaakt over de verduurzaming van onder andere vuilniswagens. Omdat Amsterdam een koploper is met zijn ambitie om een uitstootvrije stad te worden en tegelijkertijd zeer beperkte netcapaciteit heeft, worden voortdurend verschillende oplossingen voor het tekort aan netcapaciteit gezocht voor zover zij daar invloed op heeft. Voor de gemeentewerf waarvandaan deze vuilniswagens gaan rijden, heeft het college geen oplossing gevonden om het tekort aan netcapaciteit op te lossen. Daarom heeft het college voor diesel vuilniswagens gekozen. Het college wijst er in dit verband op dat er ook een uitstootvrije zone voor stadslogistiek komt, waarmee bepaalde vrachtauto’s worden geweerd. Deze uitstootvrije zone gaat samen met een overgangsregeling, en de door het college aangeschafte dieselvrachtauto’s vallen hieronder, omdat deze voorzien van een motor met emissieklasse 6 en voldoen aan de overige voorwaarden. Het college erkent dat er ook uitstoot aan komt waaien van buiten Amsterdam. Echter, dat er emissies plaatsvinden buiten Amsterdam die ook richting Amsterdam waaien, betekent niet dat het college moet afzien van de maatregelen. Het college kan alleen binnen haar eigen bevoegdheid maatregelen treffen.
Het college kan dan ook geen maatregelen treffen die betrekking hebben op andere gemeenten of gebieden buiten haar bevoegdheid.
17 | Nota van beantwoording Pleziervaart
De luchtkwaliteit buiten Amsterdam brengt volgens het college geen verandering in de bevindingen van de GGD over de gevolgen voor de gezondheid van Amsterdam, zoals hiervoor in de paragraaf wordt toegelicht. Het college meent dan ook dat het feit dat er uitstoot richting Amsterdam komt, geen rol mag spelen bij de vraag of het college met het oog op de gezondheid van Amsterdammers maatregelen kan (of moet) nemen in Amsterdam. Ten overvloede wijst het college erop dat het doorvoeren van uitstootvrije- en milieuzones in een gebied een gunstig uitstralingseffect heeft naar de omliggende gebieden: (relatief) schone voeren vaartuigen die binnen de uitstootvrije- en milieuzones rijden en varen, doen dat immers ook vaak ook in de gebieden daaromheen. Daarom verbetert ook in die gebieden de luchtkwaliteit. De zonemaatregelen die het college neemt ter verbetering van de luchtkwaliteit, hebben per definitie een generiek karakter. Er wordt bij de vraag of een vaartuig toegang heeft, uitsluitend gekeken of het vaartuig uitstootvrij is of onder de overgangsregeling valt. Het college kan daarbij geen rekening houden met vaartuigen waarmee weinig gevaren wordt. Dat wordt immers niet geregistreerd en is niet op eenvoudige wijze vast te stellen. Een maatregel op basis van de hoeveelheid gevaren kilometers is niet uitvoerbaar laat staan handhaafbaar.
Daarbij neemt het college in aanmerking dat iedereen in Amsterdam zijn steentje bij dient te dragen aan verbetering van de luchtkwaliteit en het behalen van de doelstellingen op het gebied van klimaat. Verder merkt het college op dat als een vaartuig zuinig is, dit niet betekent dat het vaartuig schoon is. Vaartuigen op fossiele brandstof stoten stoffen uit die schadelijk zijn voor de luchtkwaliteit en de gezondheid van bewoners en bezoekers van Amsterdam. Specifiek met betrekking tot vaartuigen die voorzien zijn van een waterinjectie, merkt het college op dat voor de zogenaamde “natte-uitlaatsystemen” door TNO wordt ingeschat dat ca. 10% tot 20% van de emissies wordt uitgestoten naar water, en de rest naar de lucht. Het percentage hangt af van de stof. Het grootste deel van de uitstoot gaat dus naar de lucht. In de getallen die TNO direct uit de emissieregistratie hebben gehaald, worden alleen de emissies naar lucht gegeven. Terzijde merkt het college nog op dat ook het deel in het water uiteraard verontreiniging is. Tot slot verwijst het college ten aanzien van de indieners die menen dat de gemeente eerst andere prioriteiten moet aanpakken, zoals de luchtvaart en cruiseschepen naar hoofdstuk “Zienswijzen over altenatieve oplossingen en toelatingseisen” van deze Nota van Beantwoording.
Productie en recycling motoren Enkele indieners geven aan dat de productie van accu’s en het recyclen van de motoren ook belastend is voor het milieu. Indieners geven aan dat het vervangen van vaartuigen ook milieubelastend is of dat het huidige vaartuig net vervangen is. Enkele indieners geven aan dat het probleem van de luchtkwaliteit door de invoering van de uitstootvrije zone slechts wordt verplaatst. Verder geven enkele indieners aan dat veel van de elektriciteit die wordt opgewekt nog komt van kolen en gas.
Reactie college: Het college stelt voorop dat ondanks dat uitstoot ergens anders plaatsvindt, het belangrijk is dat het college deze uitstootvrije zone doorvoert, gegeven het positieve effect op de luchtkwaliteit en CO2 uitstoot en daarmee de gezondheid zoals uiteengezet in paragraaf 4.1. Wanneer een door fossiele brandstof aangedreven vaartuig in Amsterdam wordt vervangen door een uitstootvrij vaartuig, zorgt dat in de stad voor vermindering van uitstoot van schadelijke stoffen. Dat is in het belang van de gezondheid van alle Amsterdammers, zoals dat hierboven is uiteengezet. Dat een vaartuig wordt verkocht en ergens anders alsnog gaat uitstoten, staat hier los van en is voor het college geen reden om de maatregel niet in te voeren.
18 | Nota van beantwoording Pleziervaart
Het college meent dat het treffen van maatregelen in de stad een positief effect heeft op de luchtkwaliteit in de stad en het behalen van de doelstellingen van Amsterdam op het gebied van klimaat. Verder stelt het college voorop dat het niet bevoegd is om de gesignaleerde problemen in de productieketen van uitstootvrije vaartuigen op te lossen op het gebied van uitstoot die vrijkomt bij de productie van accu’s. Zowel het doorvaren met een fossiel vaartuig, als het vervangen van een vaartuig en de productie van accu’s voor elektrische vaartuigen hebben impact op het milieu. De transitie naar uitstootvrij is er uiteindelijk op gericht om de impact van mobiliteit op milieu en klimaat zo klein mogelijk te maken. Deze maatregel draagt hieraan bij. Daarnaast benadrukt het college dat Amsterdam kampt met een probleem op het gebied van de luchtkwaliteit en draagt de uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen, samen met de andere maatregelen, bij aan verbetering hiervan. Het college is zich ervan bewust dat de afschrijfwaarde van een vaartuig gemiddeld gezien een langere afschrijfperiode nodig heeft dan een voertuig dat regelmatig wordt gebruikt. Het bedrijfsleven biedt initiatieven aan waarmee oude motoren gerecycled worden en opnieuw kunnen worden ingezet.
Met betrekking tot de indieners die wijzen op het vervangen van het vaartuig, terwijl deze zuinig vaart en net is vervangen wijst het college op het volgende. Sinds 1 januari 2017 geldt in alle binnenwateren van Amsterdam (met uitzondering van de hoofddoorvaartroute) een verbod voor pleziervaartuigen om te varen met sterk vervuilende 2-taktbuitenboordmotoren die niet voldoen aan de Europese norm 2003/44/EC. Het college beseft dat het vervelend is voor eigenaren van pleziervaartuigen dat zij wederom hun buitenboordmotor moeten vervangen. Het college acht dit echter noodzakelijk vanwege milieu- en klimaatbelangen. Het invoeren van een uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen, zoals in 2019 aangekondigd in het Actieplan Schone Lucht, is één van de maatregelen die het college neemt om de luchtkwaliteit en daarmee de gezondheid van bewoners en bezoekers van de stad te verbeteren. Het college benadrukt daarnaast dat de invoering van de uitstootvrije zone gepaard gaat met een overgangsregeling voor huidige eigenaren van pleziervaartuigen, en dat zij dus niet meteen per 1 april 2025 de overstap naar uitstootvrij varen hoeven te maken. Houders van een BHG-vignet of een doorvaartvignet kunnen nog enige tijd met hun huidige vaartuig doorvaren in de uitstootvrije zone en zich in de tussentijd voorbereiden op uitstootvrij varen.
Voor een nadere toelichting op de overgangsregeling verwijst het college naar de informatie op de website. De gemiddelde levensduur van een buitenboordmotor ligt tussen de 10 en 15 jaar. In combinatie met de overgangsregeling op basis waarvan men afhankelijk van het type vignet tot 2028 of 2030 mag doorvaren met het bestaande vaartuig, acht het college de invoering van de uitstootvrije zone ook redelijk, ook voor mensen die eerder hun boot als gevolg van de maatregel in 2017 hebben vervangen. Het college wijst erop dat in 2023 de helft van de stroomproductie in Nederland voortkwam uit groene bronnen, zoals wind, zon en biomassa (www.energieopwek.nl). Het college wijst erop in de eerste zes maanden van 2023 blijkens gegevens van het CBS een mijlpaal werd bereikt toen 50 procent van alle stroom duurzaam werd opgewekt. Deze trend zette zich voort, met 49,9 procent van alle opgewekte stroom die uiteindelijk groen was. In het klimaatakkoord is afgesproken dat in 2030 70 procent van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen komt.
19 | Nota van beantwoording Pleziervaart
Zienswijzen over de omvang van de uitstootvrije zone De uitstootvrije zone moet kleiner Uitsluiten buitenring Meerdere indieners pleiten ervoor om (delen van) de buitenring, bestaande uit de Zeeburgerdijk, Mauritskade, Stadhouderskade, Nassaukade en Houtmankade, uit te zonderen van de uitstootvrije zone. Dit maakt het volgens de indieners mogelijk om via Oost en West van en naar het IJ te varen, wat de doorvaart vergemakkelijkt. Het insluiten van deze routes verlengt volgens indieners de reistijd, vergroot de vervuiling en concentreert het verkeer op één kanaal.
Oude Schans en Zwanenburgwal Andere indieners merken op dat de Oude Schans op dit moment een belangrijke doorvaartmogelijkheid biedt zonder brugopeningen, waardoor watersporters zonder hinder voor het wegverkeer van de Amstel naar het Oosterdok kunnen varen. Het alternatief via de Nieuwe Herengracht vereist, aldus de indieners, maar liefst vijf brugopeningen. Dit zou leiden tot extra tijd en verstoring. Daarnaast wordt opgemerkt dat de Oude Schans en Zwanenburgwal regelmatig worden gebruikt bij rondvaarten, stremmingen of evenementen, en daarom moeten worden uitgezonderd.
Amstel en IJ Doorvaartbeperkingen tussen het IJmeer en de Nieuwe Meer zorgen ervoor dat kortere routes worden uitgesloten, waardoor vaarverkeer gedwongen wordt langere trajecten af te leggen.
Singelgracht Met betrekking tot de Singelgracht wordt erop gewezen dat de bevaarbaarheid en bereikbaarheid van het binnenwater rondom de uitstootvrije zone sterk zouden verbeteren door deze gracht buiten de maatregel te houden. Dit geldt vooral voor de doorstroming tussen Oud-West, Zuid en de Amstel. Indieners verzoeken dit aspect mee te nemen in de plannen.
Reactie college: Het college streeft per 1 april 2025 naar een zo eenduidig en helder mogelijke uitstootvrije zone in het centrumgebied van Amsterdam. De uitstootvrije zone komt, behoudens een aantal uitzonderingen, overeen met het gebied binnen de s100 ofwel de centrumring. Dit is al lang een fysieke grens om het centrumgebied van Amsterdam heen en vormt daarmee naar de mening van het college de meest heldere grens. Het college beperkt de zone per 1 april 2025 tot het centrumgebied van Amsterdam, om de invoering haalbaar te maken en de laadinfrastructuur verder op orde te krijgen, ook met het oog op de toekomst. Het streven is om de zone in 2030 uit te breiden naar heel Amsterdam. Wel heeft het college ervoor gekozen om vooralsnog de gebieden met (jacht)havens uit te zonderen van de uitstootvrije zone. Daarom zijn de Westelijke Eilanden, de Oostelijke Eilanden, de Nieuwe Vaart, het deel in de westelijke Singelgracht van kattensloot tot de Hugo de Grootgracht en het gebied ten noorden van het spoor uitgezonderd. Eigenaren van pleziervaartuigen met een brandstofaandrijving die in (jacht)havens liggen kunnen de (jacht)havens, in ieder geval tot 1 januari 2030, altijd bereiken zonder de uitstootvrije zone te hoeven doorkruisen.
20 | Nota van beantwoording Pleziervaart
Verder acht het college het noodzakelijk dat doorgaand verkeer door het centrum wel mogelijk blijft, reden dat de doorgaande vaarroutes Kostverlorenvaart (Kostverlorenvaart - Kattensloot – Westerkanaal) en Amstelroute (Amstel - Nieuwe Herengracht – Oosterdok oostzijde) uitgezonderd zijn. Het college begrijpt de zorgen van sommige indieners over de extra drukte op de doorvaartroutes en in de uitgezonderde gebieden, maar deelt deze niet. Het college verwacht dat dit, gezien de ruime overgangsregeling, niet het geval zal zijn. Voor zover indieners aanvoeren dat er door de uitstootvrije zone soms langere trajecten moeten worden afgelegd om het IJ of de Nieuwe Meer te bereiken, merkt het college op dat dit inderdaad niet altijd te vermijden zal zijn. Ook hier geldt echter dat dit voorlopig niet aan de orde zal zijn, omdat op grond van de overgangsregeling doorvaartvignethouders tot 1 januari 2028 en BHG-vignethouders zelfs tot 1 januari 2030, nog in de uitstootvrije zone mogen komen met een vaartuig op fossiele brandstof. Het college verwijst voor de voorwaarden naar hoofdstuk “Zienswijzen over ontheffingen, vrijstellingen en overgangsregelingen” van deze nota van beantwoording.
Voor zover indieners aanvoeren dat de Oude Schans en Zwanenburgwal regelmatig worden gebruikt bij rondvaarten, stremmingen of evenementen, en daarom moeten worden uitgezonderd, merkt het college het volgende op. Uitgangspunt is dat er, naast de overgangsregeling, behalve voor varend erfgoed geen verdere uitzonderingen voor pleziervaartuigen worden gemaakt. Verder geldt ook voor rondvaartboten het uitgangspunt dat deze uitstootvrij zijn. Het college ziet, gelet op het voorgaande, in hetgeen indieners in hun zienswijzen hebben aangevoerd, geen aanleiding om de omvang van de uitstootvrije zone aan te passen.
De zone moet gelijk blijven na 2030 Indieners wijzen op de gevolgen van de maatregel voor boten met een dieselmotor die in verenigingshavens zoals op IJburg liggen, bij verruiming van de zone en vragen om de zone niet uit te breiden per 1 januari 2030.
Reactie college De uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen die per 1 april 2025 wordt ingevoerd, is beperkt tot het centrumgebied van Amsterdam. Het is de ambitie van het college om de zone in 2030 uit te breiden tot heel Amsterdam. Nadere besluitvorming hierover dient echter nog plaats te vinden. Het college zal de positie van (zeil)schepen en havens, waaronder die op IJburg, opnieuw bezien bij het voornemen tot uitbreiding van de uitstootvrije zone in 2030. Ook zal over het voornemen weer participatie plaatsvinden volgens de recent vastgestelde Participatieverordening gemeente Amsterdam.
De uitstootvrije zone moet groter Sommige indieners maken zich zorgen dat de invoering van de uitstootvrije zone zal leiden tot een toename van uitstoot in de gebieden buiten de zone. Er wordt bijvoorbeeld gevreesd dat de pleziervaart zich zal verplaatsen naar zones zoals de Westelijke Eilanden, waar het nog wel toegestaan is om met niet-uitstootvrije vaartuigen te varen. Daarom vragen de indieners om de zone uit te breiden naar deze gebieden.
Reactie college Een gefaseerde invoering van de uitstootvrije zone is nodig, om deze voor iedereen haalbaar te laten zijn, en om de laadinfrastructuur op orde te krijgen. Het college verwacht, gelet op de ruime overgangsregeling die met de invoering van de uitstootvrije zone gepaard gaat, echter niet dat er op korte termijn een ‘waterbedeffect’ op gaat treden doordat vaartuigen op fossiele brandstof meer in gebieden zullen gaan varen die niet tot de uitstootvrije zone horen. Voor meer informatie over de overgangsregelingen verwijst het college naar het hoofdstuk “Zienswijzen over ontheffingen, vrijstellingen en de overgangsregelingen” nota van beantwoording en de informatie op de website.
21 | Nota van beantwoording Pleziervaart
Zienswijzen over de gevolgen van de uitstootvrije zone (Financiële) gevolgen Indieners voeren aan dat zij nadelige financiële gevolgen ondervinden van de invoering van de uitstootvrije zone pleziervaart. Zij geven aan dat de kosten voor het ombouwen van een vaartuig of het aanschaffen van een nieuw elektrisch vaartuig onbetaalbaar zijn, waardoor varen straks alleen nog voor de elite haalbaar is. Daarnaast wijzen zij op waardevermindering van hun huidige vaartuigen, wat zij ervaren als kapitaalvernietiging. Sommige indieners vinden dat door de invoering van de uitstootvrije zone pleziervaart het plezier en de hobby van varen worden ontnomen. Zij spreken van “bootje pesten” en benadrukken dat de mooie aspecten die de stad te bieden heeft hierdoor verdwijnen. Indieners vrezen dat Amsterdam verandert in een openluchtmuseum dat wordt overgenomen door toeristen en commerciële partijen. Zij merken op dat bijzondere vaartuigen uit het straatbeeld zullen verdwijnen en alleen eenheidsworsten overblijven, terwijl bootjes juist een uniek onderdeel zijn van Amsterdam. Verder geven indieners aan dat zij eerder verplicht waren een 2-takt motor in te ruilen voor een 4-takt motor, en dat het nu onterecht voelt dat zij opnieuw moeten investeren in een nieuw of aangepast vaartuig. Volgens indieners zijn er ook negatieve gevolgen voor bewoners van de stad.
Zij ervaren een beperking van hun vrijheid, omdat er steeds minder mag.
Reactie college Het college beseft dat eigenaren van pleziervaartuigen zich zorgen maken over de financiële gevolgen die de invoering van de uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen voor hen persoonlijk kan hebben. Ook wil het college met de maatregelen niemand een plezier ontnemen of de toegang tot het water ontzeggen. De pleziervaart zorgt voor gezelligheid op het water en hoort bij de stad Amsterdam. Het college acht de invoering van de uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen echter noodzakelijk vanwege milieu- en gezondheidsbelangen. De invoering van de uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen maakt deel uit van een pakket aan maatregelen die het college neemt om de luchtkwaliteit en daarmee ook de gezondheid van bewoners en bezoekers van Amsterdam te verbeteren. Het college benadrukt daarnaast dat de invoering van de uitstootvrije zone voor pleziervaart samengaat met een overgangsregeling voor huidige eigenaren van pleziervaartuigen. Houders van een BHG-vignet aangeschaft voor 1 april 2025 kunnen nog doorvaren tot 1 januari 2030. Houders van een doorvaartvignet aangeschaft voor 1 april 2025 hebben toegang tot uiterlijk 1 januari 2028. Voor de voorwaarden verwijst het college naar de website. Met betrekking tot de (financiële) gevolgen voor eigenaren van pleziervaartuigen is verder het volgende van belang.
Mensen die in het centrumgebied willen blijven varen, kunnen ervoor kiezen hun vaartuig om te bouwen naar een elektrisch vaartuig, of om er een hybride vaartuig van te maken. Daarnaast kan er ook voor worden gekozen om buiten de zone te varen, of om het pleziervaartuig te verkopen en een elektrisch vaartuig te huren. Het college benadrukt dat het aan de eigenaar van het pleziervaartuig zelf is om te bepalen of er een geschikt alternatief
22 | Nota van beantwoording Pleziervaart
is, en zo ja, welk alternatief dit is. Voor een overzicht van de kosten verwijst het college naar hoofdstuk “Zienswijzen over elektrisch varen (inclusief accu’s)” van deze Nota van Beantwoording, elektrisch varen. Het college beseft dat het vervelend is voor sommige pleziervaarthouders dat zij voor de tweede keer het vaartuig of de motor moeten vervangen als gevolg van de invoering van de uitstootvrije zone. Hoewel het college zich bewust is van de zorgen over de financiële impact, wijst het erop dat iedereen een bijdrage moet leveren aan de oplossing van milieuproblemen. Het college is van mening dat met de overgangsregeling en beschikbare alternatieven een evenwichtig pakket is gecreëerd dat de nadelige gevolgen voor eigenaren zoveel mogelijk beperkt. Sinds 1 januari 2017 geldt in alle binnenwateren van Amsterdam (met uitzondering van de hoofddoorvaartroute) een verbod voor pleziervaartuigen om te varen met sterk vervuilende 2-taktbuitenboordmotoren die niet voldoen aan de Europese norm 2003/44/EC. De gemiddelde levensduur van een buitenboordmotor ligt tussen de 10 en 15 jaar.
In combinatie met de overgangsregeling op basis waarvan men afhankelijk van het type vignet tot 2028 of 2030 mag doorvaren met het bestaande vaartuig, acht het college de invoering van de uitstootvrije zone ook redelijk, ook voor mensen die eerder hun boot als gevolg van de maatregel in 2017 hebben vervangen.
Oneerlijke concurrentie (o.a. tussen gemeente en commerciële havens) Indieners van zienswijzen uiten zorgen over oneerlijke concurrentie tussen de gemeente Amsterdam en particuliere jachthavens en watersportverenigingen. Zij stellen dat de gemeente als verhuurder van ligplaatsen in het binnenwater van Amsterdam concurreert met particuliere aanbieders en dat de invoering van een overgangsregeling klanten van de gemeente bevoordeelt ten opzichte van klanten van particuliere jachthavens. Dit zou volgens de indieners leiden tot een ernstige verstoring van de mededinging. Bovendien wijzen zij erop dat ligplaatshouders ongelijk worden behandeld door de gemeente, zonder dat hiervoor een rechtvaardiging bestaat. Hierdoor vrezen zij dat klanten van particuliere havens zullen overstappen naar gemeentelijke ligplaatsen, wat de positie van commerciële havens ondermijnt.
Reactie college Het college is het niet eens met het standpunt dat de invoering van de uitstootvrije zone zorgt voor oneerlijke concurrentie en dat de overgangsregeling de mededinging ernstig verstoort. De overgangsregeling waar de invoering van de uitstootvrije zone mee gepaard gaat, is gekoppeld aan het type vignet dat een vaartuigbezitter voor het vaartuig heeft. Voor houders van een BHG-vignet geldt een overgangstermijn van vijf jaar. Voor eigenaren van pleziervaartuigen die aantoonbaar een ligplaats in een (jacht)haven hebben, bestaat de mogelijkheid een BHG-vignet aan te schaffen dat specifiek voor deze groep in het leven is geroepen. Dit BHG-vignet kan worden aangeschaft tegen het zogenoemde abonnementstarief, dat 50% van het reguliere tarief voor het BHG-vignet bedraagt. Anders dan wordt verondersteld, is dat dus niet duurder. Een BHG-vignet is bedoeld voor vaartuigeigenaren die regelmatig gebruik maken van het Amsterdamse binnenwater en daarmee wordt bijgedragen aan het onderhoud van het Amsterdamse binnenwater. Voor houders van een doorvaartvignet geldt een kortere overgangstermijn, namelijk van drie jaar. Een doorvaartvignet is aanzienlijk goedkoper, en is bedoeld voor vaartuigeigenaren die slechts incidenteel varen in Amsterdam. Vaartuigeigenaren die in het bezit zijn van een doorvaartvignet dragen niet bij aan het onderhoud van het Amsterdamse binnenwater.
Daarnaast hebben vaartuig eigenaren die incidenteel varen op het Amsterdamse binnenwater eerder een alternatief, zoals bijvoorbeeld het huren van een vaartuig. Het BHG-vignet en het doorvaartvignet zijn bedoeld voor verschillende situaties. Deze rechtvaardigen naar het oordeel van het college het onderscheid dat ten aanzien van deze vignetten wordt gemaakt in de overgangsregeling. Dat vaartuigeigenaren met een vaartuig in een (jacht)haven naast de kosten voor het vignet ook liggeld betalen maakt
23 | Nota van beantwoording Pleziervaart
het voorgaande niet anders. Deze kosten worden immers in rekening gebracht voor de in de haven aanwezige voorzieningen, beveiliging en het onderhoud van de haven.
Evenementen op het water Enkele indieners uiten hun bezorgdheid dat evenementen zoals Sail en Koningsdag niet langer toegankelijk zullen zijn voor hen, en vragen of een uitzondering voor deze evenementen mogelijk is.
Reactie college Het college hanteert het uitgangspunt dat er geen uitzonderingen worden gemaakt voor speciale gelegenheden. Juist op deze momenten is het bovengemiddeld druk op en rond het water waardoor de blootstelling aan luchtverontreiniging hoger is dan gemiddeld voor mensen die zich daar bevinden. Voor een uitgebreide toelichting op de onderbouwing van de uitstootvrije zone pleziervaart verwijst het college naar hoofdstuk “Zienswijzen over de onderbouwing van de uitstootvrije zone” van deze Nota van Beantwoording.
24 | Nota van beantwoording Pleziervaart
Zienswijzen over moment van invoering uitstootvrije zone Er zijn uiteenlopende zienswijzen ingediend over het moment van invoering. Sommige indieners vinden dat de maatregel te snel wordt ingevoerd en pleiten voor uitstel tot 2030. Andere indieners stellen juist dat de invoering niet snel genoeg plaatsvindt en wijzen erop dat de overgangsregelingen ervoor zorgen dat het beoogde effect pas in 2030 merkbaar zal zijn.
Invoeren maatregel komt te snel/tijdpad is niet realistisch/uitstel tot 2030 Het college deelt de mening dat de uitstootvrije zone te vroeg wordt ingevoerd niet. Het college begrijpt dat de invoering van de zone grote gevolgen heeft voor pleziervaartuigeigenaren. Onder meer daarom hanteert het college overgangsregelingen, waarmee doorvaart- en binnenhavengeldvignethouders tot 2028 respectievelijk 2030 de zone in mogen. In 2019 is de uitstootvrije zone aangekondigd. Gelet op de overgangsregelingen betekent dit dat men ruim de tijd heeft om zich voor te bereiden. In 2019 is beleid vastgesteld waarin is bepaald dat vanaf 2025 uitstootvrij moet worden gevaren in het centrum. Voor bestaande vaartuigen geldt een overgangsregeling, waarbij uitstootvrij varen in Amsterdam uiterlijk in 2030 verplicht wordt. Deze regeling biedt pleziervaartuigen een termijn van 8 tot 10 jaar om de overstap te maken.
Maatregel gaat niet snel genoeg, effect pas in 2030 merkbaar Ten aanzien van de indieners die hebben aangegeven dat de maatregel niet snel genoeg is, stelt het college voorop dat het feitelijk niet meer mogelijk is om de zone eerder in te voeren. Dat zou onzorgvuldig zijn, als het al mogelijk was. De invoering van een uitstootvrije zone voor pleziervaart vergt uitgebreide voorbereiding en het moment van invoeren moet ruimschoots van tevoren worden aangekondigd zodat iedereen zich daarop voor kan bereiden.
25 | Nota van beantwoording Pleziervaart
Zienswijzen over alternatieve oplossingen en toelatingseisen Alternatieve oplossingen Meerdere indieners zijn van mening dat (eerst) naar andere bronnen van luchtvervuiling en CO2-uitstoot gekeken moet worden.
Reactie college Het college waardeert het dat indieners hebben nagedacht over deze alternatieven, maar benadrukt dat de zienswijzeprocedure geen betrekking had op deze alternatieve oplossingen. Het college gaat hieronder kort op de meest aangevoerde alternatieven in.
Het verkeer op de weg Alle vormen van mobiliteit moeten een steentje bijdragen aan een betere luchtkwaliteit, en dus ook ten aanzien van het verkeer over de weg worden maatregelen genomen. Zo wordt per 1 januari 2025 een uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen binnen de bebouwde kom ingevoerd, en een uitstootvrije zone voor bedrijfs- en vrachtauto’s binnen de S100. Ook deze zones gaan gepaard met overgangsregelingen. Daarnaast wordt per 1 januari 2025 voor dieselpersonenauto’s de bestaande milieuzone binnen de ring A10 aangescherpt naar emissieklasse 5. Dat betekent dat vanaf dat moment dieselpersonenauto’s met emissieklasse 4 of lager geen toegang meer hebben. Het college wil verder ook de al bestaande milieuzone voor taxi’s en autobussen aanscherpen, maar hiervoor moet eerst de landelijke regelgeving worden gewijzigd.
Vliegverkeer over Amsterdam en luchthaven Schiphol Voor wat betreft het vliegverkeer over Amsterdam, wijst het college erop dat de gemeente Amsterdam geen zeggenschap over het luchtruim en daarom ook geen vliegbewegingen boven de stad kan verbieden. Dat zou overigens ook niet reëel zijn, gegeven de ligging van Schiphol. Ook de luchthaven Schiphol valt niet onder de bevoegdheid van de gemeente Amsterdam. Wel dringt Amsterdam bij de Rijksoverheid aan op vermindering van uitstoot van alle emissies door het vliegverkeer, zowel van schadelijke stoffen als van geluid. De gemeente Amsterdam zal zich daarnaast steeds vaker opstellen als een actieve aandeelhouder. Dit betekent dat zij meer invloed zal gaan uitoefenen op het beleid en de bedrijfsvoering van de luchthaven, waar zij voor 20% aandeelhouder van is, in lijn met de gemeentelijk ambities voor een gezonde en veilige stad. De gemeente doet dit via haar stemrecht als aandeelhouder, door agendapunten toe te voegen waarover tijdens de aandeelhoudersvergadering moet worden gestemd, en door in gesprek te gaan met de luchthaven en het Rijk, de andere grootaandeelhouder van de luchthaven. Het college wijst voor een nadere toelichting op het standpunt ten aanzien van Schiphol nog op Position Paper Schiphol van 24 juni 2024.
Scheepvaart Zeescheepvaart en zee- en riviercruises zijn vormen van mobiliteit die niet, of slechts indirect, onder de bevoegdheid van de gemeente Amsterdam vallen. Toch zet Amsterdam zich, ondanks deze beperkingen, in om de uitstoot van deze bronnen te beperken. Hierbij is de gemeente in grote mate afhankelijk van landelijke en Europese regelgeving. Amsterdam volgt de ontwikkelingen op de voet en probeert waar mogelijk versnelling aan te brengen.
26 | Nota van beantwoording Pleziervaart
De ambities, doelen, en acties voor het scheepvaartverkeer zijn onder meer vastgelegd in de herijkte ‘Visie Schone Scheepvaart: op weg naar een emissievrije scheepvaart in 2050’ van de Port of Amsterdam. De Port of Amsterdam doet zelfstandig het beheer, de exploitatie en de ontwikkeling van het Amsterdamse havengebied; de gemeente Amsterdam is de enige aandeelhouder. In deze visie worden doelen gesteld voor het reduceren van CO2, stikstofoxide (NOx), Zwavel (SOx) en fijnstof (PM). De ambitie is dat in 2050 de scheepvaart in het Amsterdamse havengebied uitstootvrij is. Door hier stapsgewijs naar toe te werken, leveren ook de haven van Amsterdam en het scheepvaartverkeer een bijdrage aan de verbetering van de luchtkwaliteit in de omgeving van het Noordzee-kanaalgebied en de reductie van CO2-uitstoot. Ook de ongewenste effecten van (zee)cruise hebben de aandacht van het college. Veel maatregelen zijn al genomen, zoals het maximeren van de aantallen cruiseschepen, geen plek bieden aan de vervuilendste schepen en het faciliteren van LNG-bunkering (minder emissieuitstoot, schoner alternatief voor andere fossiele brandstoffen). Daarnaast wordt er geïnvesteerd om vanaf 2030 alleen nog cruiseschepen te ontvangen die uitstootvrij kunnen verblijven in de Amsterdamse haven.
Voor riviercruiseschepen geldt dat bij de ligplaatsen in het centrum vanaf 2023 alleen riviercruiseschepen met een Green Award Certificaat (een milieukenmerk voor schepen) welkom zijn. Daarnaast wordt in overleg met het Havenbedrijf en Cruiseport Amsterdam het aantal cruiseschepen gehalveerd. Dat betekent dat in 2028 nog maar 1.150 schepen in Amsterdam worden toegelaten. Ook ten aanzien van de passagiersvaart en het transport over water worden maatregelen genomen om de overstap naar uitstootvrij te maken. Het college verwijst hiervoor naar de Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit Amsterdam 2023-2026.
Vervuilende industrie beperken Het college merkt op dat de uitstoot door de Amsterdamse industrie wordt gereguleerd door vergunningverlening, door aan de vergunning milieuvoorschriften te verbinden. Veel van deze milieuvoorschriften vloeien voort uit landelijke of Europese regelgeving. De vergunningverlening wordt voor Amsterdam uitgevoerd door de Omgevingsdienst Noordzee-kanaalgebied. Dat geldt ook voor de handhaving van de vergunningvoorschriften. De gemeente Amsterdam heeft geen zeggenschap over bedrijven die buiten Amsterdam liggen, en dus ook niet over Tata Steel, dat door meerdere indieners wordt genoemd.
Minder toeristen toelaten Toerisme is positief voor Amsterdam, omdat het bijdraagt aan gezonde financiën, werkgelegenheid, culturele verrijking, levendigheid en aanzien van de stad. Vanaf een bepaald aantal bezoekers raakt de stad echter uit balans en worden de nadelen van toerisme groter dan de voordelen. Daarom worden er maatregelen genomen om de groei van het toerisme te remmen en overlast te beperken. Voor een overzicht van de maatregelen die de gemeente wil nemen verwijst het college naar de website.